CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T22.06297] Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2024-2032

Commissie Ruimte 6 februari 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Integraal Beheerplan Openbare Ruimte14.246 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2024-2032 T22.06297 December 2023

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding...................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding............................................................................................................. 4 1.2

Doel .................................................................................................................... 4

1.3

Scope .................................................................................................................. 5

1.4

Looptijd ............................................................................................................... 6

1.5

Opzet .................................................................................................................. 6

1.6

Externe toetsing ..................................................................................................... 7

Kaders openbare ruimte .................................................................................................. 8 2.1 Wet- en regelgeving ................................................................................................. 8 2.2 2.2.1

Energietransitie ................................................................................................... 8

2.2.2

Klimaatadaptatie ................................................................................................. 9

2.2.3

Circulaire economie .............................................................................................. 9

2.2.4

Omgevingswet ................................................................................................... 10

2.3 3

Belangrijkste integrale gemeentelijke kaders ............................................................... 10

Concretisering kaders ................................................................................................... 15 3.1 Kwaliteit ............................................................................................................ 15 3.1.1

Technische kwaliteit ........................................................................................... 15

3.1.2

Beeldkwaliteit .................................................................................................. 15

3.2

Veiligheid ........................................................................................................... 17

3.3

Duurzaamheid en klimaatadaptatie ............................................................................ 18

3.3.1

Terugblik ......................................................................................................... 18

3.3.2

Duurzaamheidskader Integraal Beheerplan Openbare Ruimte ......................................... 19

3.3.3

Tijdelijke Impulsregeling klimaatadaptatie ............................................................... 21

3.4 4

Maatschappelijke ontwikkelingen ................................................................................ 8

Beleving ............................................................................................................. 21

Organisatie en werkwijze ............................................................................................... 23 4.1 Cyclisch beheer en onderhoud .................................................................................. 23 4.1.1

Klein onderhoud ................................................................................................ 23

4.1.2

Groot onderhoud ............................................................................................... 24

4.1.3

Vervanging ....................................................................................................... 24

4.2

Projectmatig werken ............................................................................................. 24

4.3

Portfoliomanagement ............................................................................................. 24

5

4.4

Assetmanagement ................................................................................................. 25

4.5

Burgerparticipatie ................................................................................................. 26

Areaal en assets .......................................................................................................... 29 5.1 Huidig areaal ....................................................................................................... 29 5.1.1

Kwantiteit ....................................................................................................... 29

5.1.2

Kwaliteit ......................................................................................................... 30

5.1.3

Verantwoordelijkheden derden .............................................................................. 30

5.1.4

Gemeenschappelijke regeling Bleizo ....................................................................... 32

5.1.5

Zelfbeheer en Right to Challenge ........................................................................... 33

5.1.6

Ontwikkelgebieden ............................................................................................. 33

5.2 6

Integrale meerjarenplanning ........................................................................................... 35 6.1 Uitgangspunten .................................................................................................... 35 6.2

7

Areaaluitbreiding .................................................................................................. 33

Integrale meerjarenplanning wijkrenovaties ................................................................. 36

Financiën/Budgetten .................................................................................................... 38 7.1 Uitgangspunten .................................................................................................... 38 7.2

Budgetten ........................................................................................................... 38

8 Risico’s ..................................................................................................................... 40 9 Ontwikkelagenda ......................................................................................................... 43 BIJLAGE I ........................................................................................................................ 44 BIJLAGE II ....................................................................................................................... 45 BIJLAGE III....................................................................................................................... 49 BIJLAGE IV ...................................................................................................................... 55

3

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Lansingerland is een fijne plek om te wonen, werken en recreëren midden in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Dat willen we graag zo houden. In de omgevingsvisie van Lansingerland ‘Verbonden, vindingrijk en gezond’ staat beschreven welke ambities en uitdagingen er zijn voor Lansingerland. Lansingerland zet in op de volgende pijlers:  Gemoedelijk wonen in de metropool;  Gezonde en sterke samenleving;  Betrokken ondernemers en vernieuwende wereldspelers;  Afwisselend polderlandschap aan de Rotte; De openbare ruimte willen we graag toekomstbestendig maken, samen met onze inwoners. Veiligheid, beleving, duurzaamheid en klimaatadaptatie zijn daarbij belangrijke thema’s. Onze huidige openbare ruimte onderhouden we op hoog niveau, de kwaliteit die we nu hebben willen we graag vasthouden voor de toekomst. Doordat Lansingerland een groeigemeente is, krijgen we er naar verwachting veel nieuw areaal bij om te onderhouden. Ook dit nieuwe areaal willen we graag op niveau onderhouden. Onze doelstelling voor de bestaande en nieuw te beheren openbare ruimte is: ‘een duurzaam ingerichte en onderhouden openbare ruimte, die technisch op orde is’. In dit Integraal Beheerplan Openbare Ruimte geven we aan wat er voor nodig is om deze doelstelling voor de openbare ruimte te realiseren.

Als beheerder van de openbare ruimte heeft de gemeente een algemene zorgplicht voor het handhaven en bevorderen van de veiligheid in de openbare ruimte. Deze zorgplicht heeft betrekking op veel aspecten en volgt uit artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek en aanvullende jurisprudentie. Beheer en onderhoud is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat slijtage beperkt blijft en het gebruik niet (gevaarlijk) hindert. Beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een kerntaak van de gemeente. Een kwalitatief goede openbare ruimte draagt bij aan het welzijn en de veiligheid van onze samenleving. De onderdelen van de openbare ruimte, zoals wegen, bruggen, lantarenpalen, bomen, speelplaatsen, het openbaar groen en watergangen zijn onze kapitaalgoederen (ook wel ‘assets’ genoemd). Het functioneel en goed onderhouden van deze assets is van groot economisch belang. Dit IBP is de opvolger van het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2017-2024 (T16.11581) dat op 27 oktober 2016 door de gemeenteraad is vastgesteld. Tussentijds (2018) heeft een financiële actualisatie van het IBP plaatsgevonden (T18.15540).

1.2 Doel In dit IBP geven we aan wat er voor nodig is om de waarde van onze kapitaalgoederen (onze ‘assets’) in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren. Bij vervanging en herinrichting houden we ook rekening met de gebruikswaarde (functionaliteit) en de belevingswaarde van onze assets. Dit doen we door onze inwoners te betrekken bij hun leefomgeving en hen invloed te geven op zowel de inrichting als het beheer. Zie ook paragraaf 3.4. 4

Dit IBP beschrijft de wet- en regelgeving en de beleidskaders die de raad heeft vastgesteld voor het beheer van de openbare ruimte. Deze kaders vormen het vertrekpunt voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. In dit IBP is weergegeven wat er de komende acht jaar moet gebeuren om de openbare ruimte aan de belangrijkste gestelde kaders te laten voldoen. We geven inzicht in de kwantiteit en kwaliteit van de assets in de huidige situatie en geven aan wat voor werkzaamheden er nodig zijn voor de instandhouding van de assets: dagelijks en regulier onderhoud, groot onderhoud en vervanging, inclusief bijbehorende financiën. Een belangrijk uitgangspunt in dit IBP is de integrale benadering van het beheer van de openbare ruimte. Het bijeenbrengen van verschillende onderwerpen, perspectieven en belangen, helpt om weloverwogen keuzes te maken. Een integrale benadering draagt ook bij aan het vergroten van de efficiëntie, het besparen van kosten en het beperken van overlast voor inwoners. Door het opstellen van een integraal uitvoeringskader voor diverse aspecten van de openbare ruimte vergemakkelijken we een integrale benadering. Deze integrale benadering komt ondermeer tot uiting in een integrale meerjarenplanning die inzicht geeft in wanneer we in welke wijk met een vervangingsopgave aan de slag gaan en welke disciplines daar onderdeel vanuit maken. Zie ook paragraaf 6.2.

1.3 Scope Dit IBP richt zich op het beheer en onderhoud van onderstaande assets van de openbare ruimte: Wegen

Kunstwerken

Openbare verlichting

Borden, belijning en straatmeubilair

Groen

Spelen

Water

5

Stof- en Onkruidbestrijding

In bovenstaande opsomming valt het onderdeel stof- en onkruidbestrijding op doordat het hier niet om een object/asset gaat. Dit onderdeel maakt echter wel bewust onderdeel uit van het IBP, omdat het vanuit praktisch oogpunt wenselijk is om de belangrijkste uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van dit onderdeel vast te leggen. Stof- en onkruidbestrijding maakte ook deel uit van de voorganger van dit IBP. Riolering kent in verband met het aparte financieringsstelsel een apart beheerplan: het Gemeentelijk Riolering Plan (GRP). Uitgangspunt is dat het IBP goed aansluit op het GRP, dat is ook terug te zien in de integrale meerjarenplanning in Tabel 8: geplande werkzaamheden koppelen we zoveel mogelijk aan elkaar. Het vervangen of aanpassen van de riolering vormt doorgaans een belangrijk onderdeel van de integrale wijkaanpak. Het beheer en onderhoud aan laadpalen (geen eigendom gemeente) valt eveneens buiten de scope van dit IBP. De exploitatie van de laadpalen is belegd bij externen waarmee een concessieovereenkomst gesloten is (T21.02734).

1.4 Looptijd Dit IBP heeft een looptijd van acht jaar, daarnaast maakt ook het lopende boekjaar onderdeel uit van dit IBP (2024-2032). Tussentijdse wijzigingen in doelstellingen/ambities of op financieel gebied verwerken we via de reguliere P&C-cyclus. Bij toekomstige actualisaties van dit IBP kijken we voor de vorm van het uitvoeringkader nadrukkelijk naar de mogelijkheden die de nieuwe instrumenten uit de omgevingswet ons bieden. Leerervaringen van andere gemeenten en ervaringen uit andere disciplines nemen we daar in mee.

1.5 Opzet Het IBP bestaat uit een algemeen deel en separate assetbeheerplannen. ‘Assets’ zijn onze objecten in de openbare ruimte die een goed gebruik van onze kernen mogelijk maken en daarmee van waarde zijn. Algemeen deel Het algemene deel bevat een:  overzicht van de kaders die van toepassing zijn op de openbare ruimte;  concretisering van de kaders op het gebied van kwaliteit, veiligheid, duurzaamheid & klimaatadaptatie en beleving;  beschrijving van de werkwijze en de organisatie van beheer;  algemene informatie over het areaal;  integrale meerjarenplanning;  integraal financieel overzicht;  inventarisatie van de belangrijkste risico’s;  een ontwikkelagenda voor de toekomst.

6

Assetbeheerplannen In de separate beheerplannen (zie bijlagen) komen per discipline de assets aan bod, de beheeractiviteiten en assetspecifieke kaders. Deze beheerplannen bevatten voorts een terugblik op de afgelopen beheerperiode, een overzicht van de huidige technische staat van de assets en de beheerstrategie, inclusief een inschatting van de meerjarenplanning en benodigd budget. De assetbeheerplannen sluiten af met een risicoparagraaf.

1.6 Externe toetsing Het IBP is grotendeels door interne ambtenaren opgesteld. Hier is voor gekozen vanwege intrinsieke betrokkenheid, specifieke lokale expertise en ervaring, gebiedskennis en kennis van de politiek-bestuurlijke omgeving. Om professioneel te kunnen spiegelen is een extern ingenieurs- en adviesbureau (RHDHV ingeschakeld) om inhoudelijk te adviseren op onze concepten. De input van RHDHV verwerkten wij in dit IBP.

7

2 Kaders openbare ruimte 2.1 Wet- en regelgeving Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte heeft een wettelijke grondslag en er zijn wetten die aangeven aan welke voorschriften we moeten voldoen als we werkzaamheden verrichten in de openbare ruimte. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de belangrijkste wetten. Overige, meer asset-specifieke wet- en regelgeving, is nader toegelicht in de (asset)beheerplannen. Tabel 1 Overzicht algemene belangrijkste wet- en regelgeving Openbare Ruimte

Belangrijkste wet- en regelgeving Grondwet

Burgerlijk Wetboek

Bouwbesluit

Wet Milieubeheer

Wet Natuurbescherming

Zorg van de overheid gericht op de bewoonbaarheid van het land, de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Als beheerder van de openbare ruimte heeft de gemeente een algemene zorgplicht voor het handhaven en bevorderen van de veiligheid in de openbare ruimte. Deze zorgplicht heeft betrekking op veel aspecten en volgt uit artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek en aanvullende jurisprudentie. In het Burgerlijk Wetboek is tevens de aansprakelijkheid geregeld voor schade als gevolg van een onrechtmatige daad (artikel 6:162) Het Bouwbesluit is een verzameling bouwtechnische voorschriften waaraan bouwwerken in Nederland moeten voldoen. In deze Wet is aangegeven welke stoffen als afvalstoffen zijn aangemerkt en niet zonder beschermende maatregelen in het milieu worden gebracht De wet bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten.

2.2 Maatschappelijke ontwikkelingen Er zijn diverse maatschappelijke ontwikkelingen die directe impact hebben op het beheer en onderhoud van onze openbare ruimte. Hieronder lichten we enkele belangrijke ontwikkelingen toe. In paragraaf 2.3 is weergegeven hoe de gemeente deze maatschappelijke ontwikkelingen tot nu toe heeft vertaald in beleid.

2.2.1 Energietransitie De energietransitie betekent een overgang van fossiele bronnen naar energie uit hernieuwbare bronnen. Einddoel is een volledig CO2-neutraal Lansingerland in 2050. De energietransitie wordt lokaal en regionaal opgepakt in de Regionale Energie Strategie (RES) Rotterdam-Den Haag. Stap één is het verminderen van de 8

energievraag. Daarnaast moeten woningen, bedrijven en overige gebouwen gefaseerd van het aardgas af en is het een uitdaging om via wijkgerichte warmteplannen een goede balans te vinden tussen haalbaarheid, betaalbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en koppelkansen met andere opgaven, waaronder beheer- en onderhoudswerkzaamheden in de openbare ruimte. Uitgangspunt daarbij is dat we kapitaalvernietiging van gemeentelijke assets zoveel mogelijk voorkomen. Dit betekent ook een besparings- en transitieopgave voor de gemeente zelf. We zetten zoveel mogelijk in op assets met laag energieverbruik. Daarnaast dagen we de markt uit om emissies tijdens beheer zoveel mogelijk te reduceren. Bijvoorbeeld door te kiezen voor elektrisch materieel en werktuigen, in plaats van fossiele brandstoffen als diesel.

2.2.2 Klimaatadaptatie Ons klimaat verandert en de aarde warmt op. De effecten hiervan worden steeds meer zichtbaar. Het wordt warmer, droger, natter en extremer weer en de kans op overstromingen neemt toe. Hoewel het klimaat geleidelijk verandert en het tempo onzeker is, wijzen recente weersextremen erop dat we ons moeten voorbereiden op een ander klimaat. Zo kwam de temperatuur in Nederland in de zomer van 2019 voor het eerst boven de 40ºC. Ook in Lansingerland merken we de gevolgen van het veranderende klimaat. Op sommige plaatsen is er alleen wateroverlast, hittestress of droogte, maar op andere locaties zien we ook combinaties hiervan. Dit heeft al geleid tot schade voor ondernemers, inwoners of de gemeente. In 2018, 2019 en 2022 hebben we in Lansingerland extra kosten gehad door schade als gevolg van droogte, met name op en rond veenkades. De verwachting is dat dit soort extreem weer, met de bijkomende kosten, vaker gaat voorkomen. Een uitdaging is dat Lansingerland in een van de diepste polders van Nederland ligt, met een bijbehorende hoge grondwaterstand. Hierdoor kan er weinig extra water opgenomen worden en ligt er extra druk op regenwaterafvoer. De gemeente moet daarom de openbare ruimte klimaatadaptiever inrichten. Einddoel is om in 2050 te beschikken over een klimaatbestendige openbare ruimte.

Dit betekent dat we de openbare ruimte zoveel mogelijk bestand willen laten zijn tegen toekomstige extreme weersinvloeden en dat de openbare ruimte bijdraagt aan de reductie van wateroverlast, droogte en hittestress. Deze ambitie is vastgelegd in de Visie Lansingerland Duurzaam en nader uitgewerkt in de Ruimtelijke Adaptatie Strategie en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie. De financiële middelen van de tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie helpen ons bij klimaatadaptiever inrichten van de openbare ruimte, zie ook paragraaf 3.3.3. In 2018 is in Lansingerland een klimaatstresstest gedaan en zijn klimaatgevoelige locaties in beeld gebracht. In de projecten die we uitvoeren in de openbare ruimte houden we rekening met de uitkomsten van de klimaatstresstest. De klimaatstresstest zal in de komende periode (planning 2024) nogmaals uitgevoerd worden als onderdeel van de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie, zodat we kunnen beschikken over de meest actuele informatie en hier nog beter op in kunnen spelen.

2.2.3 Circulaire economie In de visie Lansingerland Duurzaam is de volgende ambitie opgenomen: ‘In 2050 is Lansingerland een circulaire economie’. Deze ambitie sluit aan op de nationale doelstellingen. In 2030 moet Nederland al 50 procent minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiele brandstoffen). In de openbare ruimte kunnen we een grote impact maken. We gaan zo slim mogelijk om met materialen. We zetten in op het verlengen van de levensduur door waar mogelijk:  te repareren in plaats van vervangen;  te vervangen van onderdelen in plaats van het geheel;  in te zetten op hergebruik van onderdelen en het recyclen van materialen. 9

Indien nieuwe materialen noodzakelijk zijn, kiezen we bij voorkeur voor de optie met een lage milieu impact, bijvoorbeeld door het gebruik van circulaire of biobased materialen. In onze opdrachten en aanbestedingen proberen we op dit gebied ook zoveel mogelijk gebruik te maken van de kennis en het innovatievermogen van de markt.

2.2.4 Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet integreert 26 wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet treedt naar verwachting in werking per 1 januari 2024. Met deze wet wil het kabinet de verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur beter op elkaar afstemmen, duurzame projecten stimuleren en gemeenten, provincies en waterschappen meer ruimte geven. Verder biedt de wet meer ruimte voor particuliere ideeën. Dit komt doordat er meer algemene regels gelden, in plaats van gedetailleerde vergunningen. Met het vaststellen van de Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincie en gemeente een Omgevingsvisie te maken, waarin zij rekening moeten houden met de verschillende belangen in een gebied. Lansingerland heeft al zo’n visie: ‘Omgevingsvisie 1.0: verbonden, vindingrijk en gezond’. De peilers van de omgevingsvisie zijn :  gemoedelijk wonen in de metropool;  gezonde en sterke samenleving;  betrokken ondernemers en vernieuwende wereldspelers;  afwisselend polderlandschap aan de Rotte. Als onderdeel van ‘verbonden in de metropool’ werken we aan een toekomstbestendige omgeving, dat wil zeggen oog voor klimaatadaptatie en een natuurinclusieve inrichting. Omgevingsvisie 2.0 is nu in voorbereiding. Daarnaast wordt er één loket voor burgers en bedrijven gevormd voor de aanvraag van vergunningen.

Het bestemmingsplan komt te vervallen en wordt vervangen door het Omgevingsplan. In het Omgevingsplan komen alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, dus ook regels die betrekking hebben op het beheer van de openbare ruimte. Het instrument ‘programma’ maakt ook onderdeel uit van de Omgevingswet. Dit instrument kan onder andere ingezet worden voor de uitwerking van het te voeren beleid, bijvoorbeeld op het gebied van beheer. De komende periode gebruiken we om zoveel mogelijk beleid om te zetten in de producten van de omgevingswet. De laatste stand van zaken over de invoering van de Omgevingswet is te vinden op www.omgevingswetportaal.nl.

2.3 Belangrijkste integrale gemeentelijke kaders In onderstaande tabel zijn de belangrijkste integrale kaders van de gemeente opgenomen die van toepassing zijn op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Assetspecifieke kaders, waaronder wet- en regelgeving en specifieke normen, staan vermeld in de bijbehorende (asset-)beheerplannen. Tabel 2 Overzicht gemeentelijke beleidskaders m.b.t. de Openbare Ruimte

Visie/Beleidskader

Omschrijving

Lansingerland Duurzaam

De gemeente Lansingerland wil in 2050 CO2-neutraal zijn. De drie hoofdthema's uit de duurzaamheidsvisie zijn Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie.

Jaar vaststelling 2019

Door wie vastgesteld Gemeenteraad

Doc. nummer T18.08535

10

Inkoop- en Aanbestedingsbeleid Lansingerland 2023

leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR)

Sportvisie 'Scoren met sport'

Transitievisie Warmte

In het Inkoop- en aanbestedingsbeleid komt een ambitie t.a.v. duurzaam aanbesteden naar voren. 'Voorop staat dat inkoop zoveel mogelijk maatschappelijke waarde oplevert voor de gemeente. Bij inkopen neemt de gemeente sociale, ecologische en economische aspecten in acht. De gemeente wil dat inkopen ook social return opleveren. Inkopen draagt bij aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN.' De leidraad DIOR beschrijft de minimale eisen die de gemeente Lansingerland stelt aan de inrichting van de openbare ruimte in Lansingerland. Daarme e helpt het instrument stedenbouwkundigen, (technisch)ontwerpers en uitvoerders om een duurzame openbare ruimte te realiseren die goed te beheren is door de gemeente en haar aannemers.

2023

Gemeenteraad

T19.13804

2019

BenW

T18.16396

De sportvisie heeft de ambitie om alle inwoners van de gemeente Lansingerland in 2030 te laten spelen, wandelen, fietsen en sporten in de openbare ruimte. De visie geeft onder andere weer dat het bewegen en sporten in de openbare ruimte bevorderd kan worden door deze ruimte ‘uitnodigend’ in te richten. De Transitievisie Warmte is een eerste onderzoek dat inzicht

2019

Gemeenteraad

T18.07433

2019

Gemeenteraad

T.1910701

11

Omgevingsvisie Lansingerland: verbonden, vindingrijk en gezond.

Lansingerland Duurzaam Uitvoeringagenda actualisatie 2021

Algemene Plaatselijke Verordening Lansingerland

geeft in de kansen en mogelijkheden voor een aardgasvrij Lansingerland in 2050. In de Omgevingsvisie beschrijven we wat voor een gemeente we in de toekomst willen zijn. De Omgevingsvisie schetst de gewenste ontwikkelingen voor thema’s als wonen, werken, recreëren, natuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. Kernkwaliteiten van Lansingerland zijn: gemoedelijk wonen in de metropool, gezonde en sterke samenleving, betrokken ondernemers en vernieuwende wereldspelers en afwisselend polderlandschap aan de Rotte. Deze actualisatie van de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid bevat een aanscherping van de strategie, aan de hand van de duurzaamheidsdoelen, gemeentelijke taken, gemeentelijke uitvoering en de lokale context. Deze aangescherpte strategie brengt vooral focus aan in de keuze voor projecten en de rol die de gemeente kiest. Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Lansingerland met regels m.b.t. de openbare orde, veilig en gezondheid. De APV bevat diverse artikelen die voor het beheer van de openbare ruimte van belang zijn zoals:'

2021

Gemeenteraad

T22.00152

2021

Gemeenteraad

T21.05027

Wordt frequent geactualiseerd

Gemeenteraad

T20.13114

12

Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan' Ruimtelijke Adaptatie Strategie Lansingerland

Uitvoeringsagenda Ruimtelijke Adaptatiestrategie

Collegewerkprogramma ‘Samen verantwoord aan de slag’

Visie Burgerparticipatie Lansingerland ‘Samen Besturen’

De Ruimtelijke Adaptatie Strategie Lansingerland geeft richting aan de complexe opgave klimaatadaptatie. Het doel is om Lansingerland bestand te maken tegen de gevolgen van extreme regenval, overstroming, hitte, droogte en vermindering van de biodiversiteit. De uitvoeringsagenda is een nadere concretisering van de Ruimtelijke Adaptatie Strategie. De uitvoeringsagenda richt zich op de periode 2021-2026. In dit werkprogramma staan de ambities van het college voor de periode 2022-2026. In dit werkprogramma geeft het college aan dat een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving essentieel is voor een gezonde samenleving. Het college gaat voor een openbare ruimte die kracht en kwaliteit uitstraalt. Lansingerland beoogt met de visie om op effectieve wijze contact leggen en communiceren met haar inwoners om tot zo breed mogelijk gedragen oplossingen te komen die mogen 3 rekenen op een gevoel van procedurele rechtvaardigheid en

2021

Gemeenteraad

T21.00265

2022

BenW

T22.03653

2023

BenW

T22.05615

2023

Gemeenteraad

T22.04931

13

bouwen aan vertrouwen in elkaar. De visie vormt het startpunt om met elkaar, organisatie, omgeving en bestuur te leren en ontwikkelen voor het versterken van de relatie tussen overheid en samenleving. Die relatie is een belangrijke pijler voor het draagvlak voor de lokale democratie.

14

3 Concretisering kaders 3.1 Kwaliteit 3.1.1 Technische kwaliteit Als beheerder van de openbare ruimte heeft de gemeente een algemene zorgplicht voor het handhaven en bevorderen van de veiligheid in de openbare ruimte. Hieraan geeft zij invulling door haar assets te inspecteren op technische kwaliteit. Met technische kwaliteit doelen we op de (wettelijke) normen en eisen die worden gesteld aan het technisch functioneren en de veiligheid van een object. Dit uit zich bijvoorbeeld in goede bouwconstructies en een lange levensduur van materialen. De technische kwaliteit bepalen we op basis van inspecties en schouwen. Deze maken inzichtelijk in hoeverre de assets voldoen aan de functie waarvoor zij worden gebruikt. Aan de hand van de inspectieresultaten kunnen we bepalen welke beheermaatregelen noodzakelijk zijn om de beoogde levensduur te halen. De technische kwaliteit drukken we in onze inspectierapporten uit in vier kwaliteitsniveaus: goed, voldoende, matig en slecht. In Tabel 3 is opgenomen hoe deze niveaus zich verhouden tot de beeldkwaliteitsniveaus die in de volgende paragraaf beschreven worden.

3.1.2 Beeldkwaliteit Het beheer moet niet alleen voldoen aan technische eisen, maar ook aan normen die betrekking hebben op de beeldkwaliteit. Om de beeldkwaliteit inzichtelijk te maken, hanteren we de landelijk gebruikte CROWmethodiek uit de kwaliteitscatalogus openbare ruimte (CROW-publicatie 380). Per object gelden één of meer kwaliteitscriteria. Voor elk kwaliteitscriterium is een beeldmeetlat samengesteld waar met foto’s, beschrijvingen en eisen het onderhoudsniveau meetbaar is gemaakt. In onderstaande tabel zijn de vijf verschillende onderhoudsniveaus weergegeven waarin we de beeldkwaliteit uitdrukken. Tabel 3 Overzicht beeldkwaliteitsniveaus

Onderhoudsniveau A+ A B C D

Omschrijving Zeer hoog Hoog Basis Laag Zeer laag

Indicatie kwaliteit Nagenoeg ongeschonden Mooi en comfortabel Functioneel Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder Kapitaalvernietiging, functieverlies, juridische aansprakelijkstelling of sociale onveiligheid

In verschillende assetbeheerplannen geven we inzicht in de technische kwaliteit van de assets. In Tabel 4 is de relatie met de beeldkwaliteit inzichtelijk gemaakt. Tabel 4 Relatie beeldkwaliteit en technische kwaliteit

Beeldkwaliteit A+ en A B C D

Technische kwaliteit Goed Voldoende Matig Slecht 15

Op 16 maart 2022 hebben de inwoners van Lansingerland een nieuwe gemeenteraad gekozen. Met het nieuwe werkprogramma ‘Samen verantwoord aan de slag’ heeft het nieuwe college haar ambities voor de collegeperiode 2022-2026 kenbaar gemaakt. In dit werkprogramma geeft het college aan dat een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving essentieel is voor een gezonde samenleving. Voor deze collegeperiode zijn de volgende kwaliteitsniveaus vastgesteld die op dit IBP van toepassing zijn: -

Beeldkwaliteit A voor de centra en de stationsgebieden. Het betreft:

o o o o o o o -

Centrumgebied Bleiswijk; Centrumgebied Bergschenhoek; Centrumgebied Berkel en Rodenrijs; Winkelpromenade Het Gouden Hart; Stationsgebied Rodenrijs; Stationsgebied Westpolder; Stationsgebied Bleizo.

Beeldkwaliteit B voor alle overige gebieden: woonwijken, bedrijventerreinen, doorgangswegen etc.

In

16

BIJLAGE III zijn kaarten opgenomen waarin de begrenzing is opgenomen van de gebieden die we in dit IBP op beeldkwaliteitsniveau A onderhouden. Daar waar sprake is van privaatrechtelijke contracten, zoals bijvoorbeeld de parkmanagementcontracten, kan de beeldkwaliteit afwijken. Uitgangspunt daarbij is dat wel wordt voldaan aan de minimale vereisten die de gemeenteraad heeft gesteld voor de beeldkwaliteit van het reguliere areaal. Om te controleren of we aan de vastgestelde beeldkwaliteit voldoen schouwen we op frequente basis. Voor de schouw maken we gebruik van beeldmeetlatten. Zie Figuur 1 voor een uitsnede van een beeldkwaliteitsmeetlat.

Groen A+

Er is geen wortelopschot.

boom-wortelopschot A

Er is weinig wortelopschot.

B

Er is in beperkte mate wortelopschot.

C

Er is redelijk veel wortelopschot.

D

Er is veel wortelopschot.

Figuur 1 Voorbeeld van een beeldmeetlat

Onze doelstelling: de centra en de stationsgebieden onderhouden we minimaal op beeldkwaliteit A en de overige gebieden onderhouden we minimaal op beeldkwaliteit B.

3.2 Veiligheid De gemeente is binnen haar grenzen vaak eigenaar van de openbare grond. De gemeente dient in beginsel, als eigenaar van de grond, de grond te onderhouden en zorg te dragen voor de openbare ruimte. Als de gemeente dit niet of niet goed genoeg doet, kan de gemeente aansprakelijk worden gehouden voor schade. Er zijn twee soorten aansprakelijkheid:  De eerste vorm heeft betrekking op de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit het principe van de onrechtmatige daad zoals deze is vastgelegd in 6:612 van het Burgerlijk Wetboek. De onrechtmatige daad is ook van toepassing op het Bestuursrecht, dat wil zeggen het handelen van de overheid. Daarbij kan gedacht worden aan een besluit of feitelijke handeling in verband met het beheer van de openbare ruimte. Deze vorm van aansprakelijkheid richt zich op de schuldvraag, de zogeheten ‘schuld-aansprakelijkheid’. Er moet door de eiser aangetoond worden dat er sprake is van een onrechtmatige gedraging/daad van de gemeente. De benadeelde moet onder anderen oorzaak, schade, causaal verband en toerekenbaarheid etc. aantonen.  De tweede vorm van aansprakelijkheid vloeit voort uit artikel 6:174 en wordt ook wel ‘risicoaansprakelijkheid’ genoemd. Het betreft aansprakelijkheid van de bezitter van een opstal (onder 17

andere wegen, bruggen en gebouwen). Als de opstal gebrekkig is, de opstal een gevaar oplevert voor personen of zaken en het gevaar zich heeft verwezenlijkt, kunnen inwoners en/of bezoekers de gemeente aansprakelijk stellen. Bij een weg geldt dat de weg-(inrichting) moet voldoen aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden kan stellen.

We beheren als gemeente ook objecten die niet als opstal gedefinieerd kunnen worden, zoals bomen. Bij dat soort objecten is alleen een risico-aansprakelijkheid van toepassing. Er geldt een zwaardere bewijslast bij risico-aansprakelijkheid dan bij schuld-aansprakelijkheid.

Figuur 2 Verschillende typen aansprakelijkheid

De gemeente tracht aansprakelijkheidsrisico’s te beperken door op planmatige wijze invulling te geven aan het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (plan-do-check-act). We voeren bijvoorbeeld geregeld boomveiligheidscontroles uit. Daarnaast nemen we diverse CROW-richtlijnen, die kaders geven aan waar een opstal als een weg aan moet voldoen, als uitgangspunt. Deze zijn bijvoorbeeld terug te vinden in de leidraad DIOR (www.lansingerland.nl/openbareruimte). We houden ook rekening met de zogeheten ‘kelderluik-criteria’1:  Hoe waarschijnlijk kan de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid (van anderen) worden geacht?  Hoe groot is de kans dat door deze niet-inachtneming ongevallen staan?  Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn? Een veilige openbare ruimte ontstaat door een integrale aanpak van het beheer en onderhoud in de openbare ruimte en door alertheid in het geval van afwijkingen. Het gaat bijvoorbeeld om afwijkingen als gevolg van het optreden van extreem weer (zoals vorstschade) of mankementen in de openbare ruimte (zoals loszittende stoeptegels of defecte lichtmasten). Door monitoring en inspecties constateren en verhelpen we deze afwijkingen snel. De overige afwijkingen reiken inwoners aan.

Dit kan via verschillende kanalen waaronder het meldingssysteem, wijk- of buurtschouwen, social media, WhatsApp, het spreekuur van de wethouder en contact met de wijkbeheerders.

1 Het Kelderluik-arrest (HR 5 november 1965, NJ 1966/136) is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad, dat van groot belang is

gebleken voor de juridische beoordeling van gevaarzetting in verband met aansprakelijkheid onrechtmatig doen of nalaten. In dit arrest geeft de Hoge Raad factoren voor de beoordeling of iemand maatregelen behoort te nemen om te voorkomen dat een bepaalde potentieel gevaarlijke situatie tot letsel leidt bij een ander.

18

Onze doelstelling: We zorgen voor een veilige buitenruimte. Het aantal gegrond verklaarde aansprakelijkheidsstellingen beperken we tot maximaal 10 per jaar.

3.3 Duurzaamheid en klimaatadaptatie 3.3.1 Terugblik De afgelopen jaren hebben we gewerkt met de leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) als basis. De leidraad DIOR (www.lansingerland.nl/openbareruimte) beschrijft eisen voor partijen die de openbare ruimte ontwerpen, ontwikkelen en realiseren. Het gaat om minimumeisen waaraan de inrichting van de openbare ruimte moet voldoen, duurzaamheid en klimaatadaptatie zijn hier als expliciet onderdelen in meegenomen. In 2021 kwamen daar de Ruimtelijke Adaptatie Strategie Lansingerland (2021) en de Uitvoeringsagenda Ruimtelijke Adaptatie Strategie als kaders bij. Bij de start van een integrale wijkaanpak organiseren we ook standaard een duurzaamheidssessie. Dit is een bijeenkomst waarbij alle belanghebbenden van een project samen kansen op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie vaststellen. In de verschillende assetbeheerplannen is terug te lezen hoe daarnaast per discipline invulling gegeven wordt aan duurzaamheid en klimaatadaptatie in het beheer en onderhoud en bij vervangingsinvesteringen. We informeren de raad ook periodiek via actualiteitenoverzichten over onze inspanningen op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie. Daar waar sprake is van aanbestedingen zetten we in op Maatschappelijk verantwoord inkopen.

Maatschappelijk verantwoord inkopen betekent dat er bij de inkoop van werken, leveringen en diensten in alle fases van het inkoopproces rekening wordt gehouden met de effecten op mensen (people), onze leefomgeving en planeet (planet) en winst en welvaart (profit). Inkoop is dan ook een belangrijk instrument om onze maatschappelijke doelen te behalen. Dit wordt ook wel inkopen met impact genoemd. In 2017 heeft gemeente Lansingerland het landelijke Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) ondertekend. Met de ondertekening van het manifest sloot gemeente Lansingerland aan op de gedeelde duurzaamheidsambities van Nederlandse overheden. Voortvloeisel van het manifest was het Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen ‘Kansen pakken en lef tonen’ (T18.03700).

3.3.2 Duurzaamheidskader Integraal Beheerplan Openbare Ruimte Voor het verduurzamen van het IBP is de Duurzaamheidsvisie leidend. De Duurzaamheidsvisie beschrijft op strategisch niveau waar de gemeente in 2050 wil staan. De drie hoofdthema's uit de duurzaamheidsvisie zijn Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie. De gemeente wil in 2050 CO2-neutraal zijn en voldoen aan landelijke en Europese klimaatdoelstellingen. Diverse duurzaamheids- en klimaatadaptatiemaatregelen brengen extra kosten met zich mee in vergelijking met reguliere oplossingen. Zo zijn groene parkeerplaatsen voorzien van groen betontegels circa tweeënhalf keer duurder dan reguliere parkeerplaatsen door de benodigde extra aandacht voor de ondergrond (infiltratievoorzieningen etc.). Ook het gebruik van innovatieve circulaire materialen is vaak net is duurder dan de standaard-materialen. Zo zijn verkeersborden van biocomposiet circa vijftig procent duurder. Ook vergroening, bijvoorbeeld in de vorm van het toevoegen van extra bomen brengt extra kosten mee. Niet alleen in aanleg, maar ook in onderhoud. Het onderhouden van verharding is doorgaans goedkoper per m2 19

dan groen. Levend materiaal heeft extra onderhoud nodig. De inzet van elektrisch materieel voor werkzaamheden brengt doorgaans ook extra kosten met zich mee. De looptijd van het nieuwe IBP is acht jaar. Wat moet de gemeente de komende acht jaar structureel in het beheer en onderhoud van de bestaande openbare ruimte doen om op lange termijn aan de doelstellingen uit de Duurzaamheidsvisie en de Ruimtelijke Adaptatie Strategie Lansingerland te voldoen? Welk tempo moeten we hanteren, trekken we een volle sprint en willen we koploper worden, zitten we voor- of achteraan in het peloton, of continueren we de huidige werkwijze (budgetneutraal meeliften)? Deze vraag was voor de start van het opstellen van dit IBP (nog) niet exact te beantwoorden, maar de vraag ‘hoeveel financiële ruimte wil de gemeente Lansingerland de komende acht jaar creëren voor verduurzaming (incl. klimaatadaptatie) binnen het beheer en onderhoud van de openbare ruimte?’ is wel relevant.2 Om de gemeente te ondersteunen bij dit vraagstuk heeft de Antea Group een adviesrapport opgesteld waarin zij vier globale scenario’s beschrijven waarlangs het IBP verduurzaamd kan worden (T19.21085). De scenario’s verschillen in financiële randvoorwaarden, in duurzaamheidsimpact en organisatorische consequenties. Overzicht scenario’s uit adviesrapport Antea Group

   

Scenario 1: Vasthouden aan huidige koers Scenario 2: Opwaarderen huidige koers Scenario 3: Duurzame omgevingsverbeteraars Scenario 4: Sprinten naar de kopgroep

De Antea Group adviseert scenario 3 als uitgangpunt te nemen voor de vernieuwing van het IBP. In scenario 3 worden beheerders steeds meer ‘omgevingsverbeteraars’ die niet alleen zorgen voor het technisch in stand houden van de bestaande openbare ruimte, maar actief met stakeholders aan de slag gaan om de openbare ruimte zo duurzaam en klimaatbestendig mogelijk in te richten. In vergelijking met de huidige situatie is er sprake van een substantiële aanpassing, doordat de gemeente structureel gaat inzetten op een duurzame en klimaatadaptieve openbare ruimte door de exploitatie en investeringen te verhogen. Er is in dit scenario meer ruimte voor innovativiteit, creativiteit en afstemming met andere beleidsvelden. Scenario 3 is een realistisch en haalbaar scenario. Maatregelen die worden toegepast na keuze voor dit scenario zijn vernieuwend, maar al voldoende in de praktijk getest en leveren een duidelijke bijdrage aan de gemeentelijke ambities t.a.v. verduurzaming en klimaatadaptatie3. De gemeente is in dit scenario geen koploper onder gemeenten, maar wel een goede middenmoter. Binnen dit scenario kunnen we op gestructureerde wijze - op ‘natuurlijke momenten’- duurzame verbeteringen in de buitenruimte realiseren. In scenario 3 halen we geen investeringen naar voren. De gemeenteraad heeft ervoor gekozen om een stapsgewijze invoering van scenario 3 (BR200060, d.d.

16 juli 2020) als duurzaamheidskader mee te geven voor dit IBP. De stapsgewijze invoering gaat in vanaf 2024. De keuze voor een stapsgewijze aanpak is onder anderen ingegeven door de financiële context. Door te werken met een ‘natuurlijk groeimodel’ maken we de invoering voor de organisatie hanteerbaar en kunnen we onze

2 Voor het behalen van de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente niet alleen afhankelijk van de uitvoering van beheer- en

onderhoudswerkzaamheden. Lansingerland is een groeigemeente en daar is er juist ook veel ruimte om bij de ontwikkeling van nieuwe gebieden te kiezen voor een inrichting die goed aansluit bij de doelen uit de duurzaamheidsvisie. 3 We gaan uit van de meest recente inzichten op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie. Niet alle in het adviesrapport genoemde voorbeeldmaatregelen zijn met voortschrijdend inzicht als duurzaam te betitelen. Goed voorbeeld is het plaatsen van solarbankjes. Die gaan we in de gemeente niet neerzetten, want deze zijn niet aantoonbaar duurzaam. 20

aanpak jaarlijks optimaliseren en verder uitbreiden. De aanpak van een stapsgewijze invoering hebben we ook toegepast bij het verhogen van de beeldkwaliteit. Hier hebben we goede ervaringen mee opgedaan. Voor de implementatie van dit scenario moet conform advies van de Antea Group aan onderstaande voorwaarden worden voldaan:  extra capaciteit binnen de gemeente voor advisering over de toepassing van concrete duurzaamheid- en klimaatadaptatiemaatregelen op projectniveau (2,5 fte extra voor scenario III als onderdeel van het vastgestelde duurzaamheidskader, stapsgewijs in te zetten en reeds in dit IBP en de meerjarenbegroting 2024-2027 verwerkt);  specifieke (technische) expertise op het gebied van vernieuwende technische maatregelen (investeren in bijhouden kennis en marktontwikkelingen);  goede afstemming met gebiedsontwikkeling/de instrumenten van de Omgevingswet.

De stapsgewijze invoering betekent dat we de eerste twee jaar temporiseren. We zorgen er in 2024 voor dat we investeren in capaciteit en expertise, waarbij we ook tijd vrijmaken voor opleiding en investeren in (technische) kennisopbouw. In 2025 zetten we in op gerichte advisering in klein en groot onderhoud en contracten. Vanaf 2026 zetten we structureel in op een structurele verduurzaming van de investeringen. Tabel 5 Stapsgewijze invoering van scenario 3 van het duurzaamheidskader

Jaar

2024 Werving vakspecialisten beheer met concrete duurzaamheidskennis, investeren in kennisopbouw en –uitwisseling. Deze expertise en capaciteit zetten we in bij concrete projecten in de bestaande openbare ruimte en de actualisatie van de leidraad DIOR (duurzame inrichting openbare ruimte).

2025 Structureel verhogen exploitatiemiddelen ten behoeve van duurzaamheidsmaatregelen, verduurzamen aanbestedingen

2026 Structureel verhogen investeringen ten behoeve van duurzaamheidsmaatregelen, verduurzamen aanbestedingen

Via het actualiteitenoverzicht dat periodiek aan de gemeenteraad wordt verstrekt als onderdeel van de Uitvoeringsagenda ‘Lansingerland Duurzaam’ (T21.05027), informeren we de gemeenteraad over concrete activiteiten en de voortgang van de verduurzaming en het klimaatbestendig maken van de openbare ruimte. Onze doelstelling: we maken onze wijken toekomstbestendig door bij onderhoud en renovaties in te zetten op klimaatbestendigheid en verduurzaming.

3.3.3 Tijdelijke Impulsregeling klimaatadaptatie De tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie is een subsidie voor overheden voor het realiseren van klimaatmaatregelen voor bestaand openbaar gebied. De in totaal 200 miljoen euro is door het Rijk verdeeld over de 43 werkregio’s op basis van de oppervlakte en inwoneraantal per werkregio. Lansingerland maakt onderdeel uit van de werkregio Delfland.

21

Voor de werkregio Delfland is in totaal 9,3 miljoen euro subsidie beschikbaar met een maximum subsidiepercentage van 33%. De verdeling over de gemeenten en waterschap (de provincie ziet af van aanvraag) is binnen de werkregio overeengekomen volgens de landelijke verdeling, waarbij de verdeelsleutel gebaseerd is op 50% inwoners – 50% oppervlak. Voor gemeente Lansingerland betekent dit een maximale rijksbijdrage van €680.000 (inclusief BTW). Deze bijdrage is inmiddels gehonoreerd (T22.07191). De overige kosten (circa 70%) van de klimaatadaptatie-maatregelen dekt de gemeente zelf uit de eigen begroting. De maatregelen moeten in 2028 zijn uitgevoerd. De Impulsregeling is bedoeld voor de uitvoering van fysieke maatregelen tegen wateroverlast of droogte, of om de gevolgen van overstromingen te beperken. We gebruiken de subsidie voor maatregelen die we treffen in het kader van een integrale wijkaanpak die we vóór 2028 uitvoeren. 4 Daarin zijn vier typen maatregelen mogelijk: - ruimtelijke inrichtingsmaatregelen; - maatregelen om water vast te houden en te benutten; - maatregelen om water te bergen; - maatregelen om de waterafvoercapaciteit te vergroten.

Dergelijke maatregelen zijn op dit moment voorzien in de beheerprojecten herinrichting Sterrenbuurt in Berkel en Rodenrijs, Edisonlaan in Bleiswijk, de herinrichting Dorp-Zuid in Bergschenhoek en het realiseren van een nieuw afvalbrengstation.

3.4 Beleving Lansingerland wil graag een gemeente zijn waar het prettig is om te wonen, werken en recreëren. De kwaliteit van de leefomgeving is belangrijk voor inwoners. Daarom sturen we niet alleen op technische kwaliteit en beeldkwaliteit maar laten we de beleving van de inwoner ook meewegen in de keuzes die we maken in het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Dat betekent dat we soms breder moeten kijken dan alleen vanuit de technische bril. Om deze reden betrekken we inwoners bij hun leefomgeving en geven hen invloed op zowel de inrichting als het beheer via burgerparticipatie en wijkgericht werken. Dit doen we bijvoorbeeld door inwoners zo vroeg mogelijk bij grote investeringsprojecten in hun wijk en/of buurt te betrekken, ruimte te geven aan zelfbeheerinitiatieven en open te staan voor ‘right to challenge’. Zie ook paragraaf Beleving 3.4. Om gevoel te houden met hoe onze inwoners de openbare ruimte beleven voeren we regelmatig een tevredenheidsonderzoek uit. We zetten hier het burgerpanel ‘Lansingerland peilt’ voor in. Dit onderzoek herhalen we periodiek om inzicht te krijgen in trends en ontwikkelingen op langere termijn. We sturen waar nodig (en binnen de kaders) bij op de punten waar ontevredenheid over is.

We koppelen de uitkomsten van de peiling terug aan de panelleden en onze inwoners door gebruik te maken van social mediakanalen en door het rapport op de website www.lansingerlandpeilt.nl te plaatsen. De belevingscijfers van de afgelopen jaren lagen rond de 7. We willen dit mooie cijfer graag vasthouden. Onze doelstelling: een gemiddeld/afgerond rapportcijfer van 7 voor de beleving van de openbare ruimte van Lansingerland.

4 Een deel van de subsidie is ook bestemd voor klimaatadaptatie in gebiedsontwikkelingen.

22

4 Organisatie en werkwijze 4.1 Cyclisch beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en de levenscyclus van objecten (assets) valt grofweg uiteen in drie activiteiten: klein onderhoud, groot onderhoud en vervanging. Groot en klein onderhoud dienen om de verwachte levensduur van een asset te borgen. De levenscyclus van objecten in de openbare ruimte op hoofdlijnen is weergegeven in Figuur 3.

23

Figuur 3 Onderhoudscyclus Openbare Ruimte

Per beheeronderdeel verschilt de levensduur: een weg gaat in de regel bijvoorbeeld langer mee dan een sierplantsoen. Bij uitstel van vervanging zal doorgaans langer en vaker klein onderhoud en groot onderhoud nodig zijn om de kwaliteit enigszins op peil te houden. Andersom zal bij het achterblijven van klein en groot onderhoud eerder vervanging nodig zijn. Er is daarom een duidelijke relatie aanwezig tussen klein onderhoud, groot onderhoud en vervanging.

4.1.1 Klein onderhoud Het klein onderhoud omvat routinematige (kleinschalige) maatregelen die we veelal één of meerdere keren per jaar uitvoeren. Het gaat bijvoorbeeld om inboet/herstel van een plantvak, vorstschade aan wegdekken of het rechtzetten van palen. We beschouwen incidentele reparaties aan voorzieningen, storingen en werkzaamheden in geval van calamiteiten en service- en dienstverlening naar aanleiding van meldingen ook als klein onderhoud. De lasten kennen geen grote schommelingen en worden in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie gebracht. Het klein onderhoud ligt vaak vast in bestekken en wordt in het geval van de gemeente Lansingerland ook voor een deel uitgevoerd door team Exploitatie (‘de buitendienst’).

4.1.2 Groot onderhoud Groot onderhoud heeft betrekking op al het onderhoud dat we planmatig uitvoeren (op basis van inspecties en na afweging van prioriteiten aan de hand van schades, functie, gebruik etc.). Voor dit type onderhoud is standaard uitvoeringscapaciteit gereserveerd in de exploitatie. Doel is om het beheerobject na de maatregel weer aan de (technische) richtlijnen te laten voldoen. Doorgaans duurt dit type onderhoud langer dan één boek-/planjaar (bestrijkt meerdere jaarschijven). Dit zijn structurele onderhoudsmaatregelen zoals het herstraten van een weg, het aanbrengen van nieuwe asfaltdeklagen, baggerwerkzaamheden, dunning van bosplantsoen of inboet/herstel van grotere plantvakken.

24

4.1.3 Vervanging Op den duur bieden klein en groot onderhoud niet langer soelaas en is vervanging noodzakelijk. Dat is bijvoorbeeld het geval als objecten aan het eind van hun technische levensduur zijn en/of als onderhoud niet meer toereikend is en/of kostenefficiënt. In het geval van vervanging wordt de gehele constructie opnieuw gemaakt, dus de weg inclusief fundering. In het wegenonderhoud wordt ook de term rehabilitatie gebruikt. Ook voor het vervangen van objecten zoals een speeltoestel, groenvak of lichtmast gebruiken we de term vervanging. Bij vervanging kijken we ook naar de gebruikswaarde en belevingswaarde. We houden bijvoorbeeld rekening met de demografie van een wijk of buurt bij de vervanging van speeltuinen. Het kan zijn dat dit niet meer nodig is of dat er behoefte is aan een andere invulling. Wanneer de weg of riolering aan vervanging toe is kijken we naar mogelijkheden om andere opgaven te koppelen aan de vervangingsopgave. Dit doen we doorgaans op wijkniveau. Zie ook de meerjarenplanning paragraaf 6.2. Zoals in paragraaf 2.2.3 beschreven kijken we ook goed of vervanging echt noodzakelijk is vanuit het oogpunt van circulariteit, we gaan zo slim mogelijk om met materialen en zetten in op het verlengen van de levensduur waar dat mogelijk is.

4.2 Projectmatig werken We geven op projectmatige wijze uitvoering aan de integrale wijkaanpakken van de Meerjareninvesteringsplanning (MIP). De sturing op een project verloopt via de opdrachtgever en de projectleider. Elk project kent een bestuurlijke en een ambtelijk opdrachtgever, met elk eigen taken en verantwoordelijkheden. Projecten doorlopen in beginsel vier fasen: initiatief, definitie, uitvoering en afronding. In Lansingerland is veel aandacht voor de opstartfase onder het motto ‘bezint, eer ge begint’. Met een intensieve Projectstart-up (PSU) stellen we de hoofdlijnen van het projectplan op. De belangrijkste principes van projectmatig werken zijn opgenomen in het Handboek Projectmatig Werken (T21.00342/ https://projecten.lansingerland.nl). Zowel vervangingsprojecten als projecten die betrekking hebben op groot onderhoud pakken we op projectmatige wijze op.

4.3 Portfoliomanagement De gemeente werkt volgens de principes van portfoliomanagement. Portfoliomanagement is het leidinggeven aan het geheel van initiatieven in een organisatie om één of meerdere strategische organisatiedoelen te realiseren. Het prioriteren van projecten en programma’s in een portfolio gaat meestal via een doorlopend en gestructureerd proces. Goed functionerend portfoliomanagement houdt de ambities en de realisatiekracht van de organisatie in balans. Portfoliomanagement overstijgt dus de activiteiten in de afzonderlijke projecten en de afzonderlijke teams. Het Meerjaren Investeringsplan (MIP) als ‘portfolio’ voor de jaarlijkse gemeentelijke investeringen is hier een voorbeeld van. Keuzes maken vraagt om een duidelijke afweging. Met de komst van portfoliomanagement is een gemeentebrede overlegstructuur voor de uitvoering van projecten opgezet: het Ruimte & Economie Portfolio Overleg (REPO). Het REPO vindt volgens een vaste frequentie plaats en wordt gevormd door onder anderen MT-leden, portfoliomanagers en business controllers van de domeinen Ruimte & Economie, Samenleving en Bedrijfsvoering. Ieder kwartaal stelt BenW de projectenlijst vast op basis van de portfoliorapportage die zij van het REPO ontvangen. De raad is met brief U22.03969 over de belangrijkste principes van portfoliomanagement geïnformeerd.

25

Voor de beheerders betekent deze manier van werken dat nieuwe projecten (voor de korte termijn) langs het REPO gaan voor prioritering. Bij de prioritering kijkt het REPO o.a. naar technische noodzakelijkheid, financiële wenselijkheid, bestuurlijke wenselijkheid en de bijdrage aan beleidsdoelstellingen.

4.4 Assetmanagement Assetmanagement is een goede methode om het beheer van de openbare ruimte te structuren. Het primaire doel van het beheer is het in standhouden van onze assets. Daarnaast willen we met onze assets ook graag een bijdrage leveren aan maatschappelijke waarden en doelen. Daarbij is niet alleen de technische kwaliteit, maar ook de functie van onze assets van belang. Bij assetmanagement zijn vijf principes maatgevend: 1. Integraal werken

o

o

o o

We zoeken zoveel mogelijk de samenwerking om te werken aan gemeenschappelijke opgaven. Daarmee bedoelen we: werk-met-werk maken en onze assets zoveel mogelijk bij laten dragen aan de doelen van de organisatie, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie. We proberen ook invulling te geven aan integraal werken door onze integrale meerjarenplanning zowel intern als extern te delen om te bezien of er koppelkansen zijn met andere opgaven. Sinds 2022 werken we ook met een regisseur kabels en leidingen om de samenwerking met andere partijen die ook werken aan of in de ondergrond te verbeteren; De onderhoudswerkzaamheden voor Stof- en Onkruidbestrijding, Groen en Water zetten we uit in een integraal raamcontract zodat de aannemer werk met werk kan maken tijdens reguliere onderhoudswerkzaamheden (bijvoorbeeld zwerfvuil rapen in combinatie met het maaien van groen).

2. Line of Sight

o o

Van strategie tot uitvoering zijn de ambities en doelen van de gemeente helder: iedereen weet wat zijn/haar bijdrage is aan de organisatiedoelen; Het REPO (Ruimte & Economie Portfolio Overleg) prioriteert de projecten o.a. op basis van bijdragen aan de doelen die in het werkprogramma college 2022-2026 (T22.05615) en de meerjarenbegroting staan.

3. Balans tussen kosten, prestaties en risico’s

o

o

We stellen vast welke minimale prestaties onze assets moeten leveren, zoveel mogelijk in samenwerking met andere onderdelen binnen de gemeente. Zie ook de concretisering van kaders in hoofdstuk 3.; Het vaststellen van de benodigde werkzaamheden bij een wijkrenovatie geschiedt bij het onderdeel groen bijvoorbeeld door vooraf een inspectie te doen om te bepalen welke plantvakken gehandhaafd kunnen blijven en welke plantvakken we gaan vervangen.

o

o

Nul risico is helaas onbetaalbaar. We moeten een bepaalde risico’s accepteren en risico’s afdekken met beheersmaatregelen. In de verschillende assetbeheerplannen is een risicomatrix opgenomen waarin we aangeven hoe we de risico’s proberen te beheersen. Het REPO draagt ook bij aan deze balans door de prioritering van projecten. Technische noodzakelijkheid is een belangrijke factor.

4. Levensduur denken

o

Wat is goed voor de korte én lange termijn; 26

o

Zoveel mogelijk uitgaan van total cost of ownership: het totaal van aanleg én beheerkosten. In onze advisering richting gebiedsontwikkelingsprojecten en bij herinrichtingsprojecten nemen we dit aspect nadrukkelijk mee. Daarbij hanteren wij de leidraad DIOR (www.lansingerland.nl/openbareruimte). Concrete voorbeelden zijn: de juiste boom op de juiste plek, het hanteren van een plantenlijst die rekening houdt met lokale omstandigheden en de ontwikkeling van het klimaat, standaardisatie van bepaalde materialen i.v.m. kosten en beschikbaarheid vervanging etc.;

5. Evalueren en verbeteren (via plan-do-check-act)

o

o o

We zijn nooit uitgeleerd, we omarmen voortschrijdend inzicht. We blijven ons ontwikkelen via cursussen en kennisnetwerken. Een goed voorbeeld hiervan is deelname aan de Kennisgroep Assetmanagement van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. We beoordelen of we onze doelstellingen halen en rapporteren via de P&C-cyclus. De uitkomsten van inspecties vormen daarbij een belangrijke informatiebron. Via het burgerpanel vragen we onze inwoners om feedback. We vragen hen hoe zij de openbare ruimte beleven en beoordelen.

Bij alle werkzaamheden die we in het kader van beheer en onderhoud uitvoeren proberen we invulling te geven aan bovenstaande aspecten.

4.5 Burgerparticipatie De gemeente Lansingerland hecht veel waarde aan burgerparticipatie. De visie Burgerparticipatie Lansingerland geeft aan: ‘Het bestuur van Lansingerland wil een overheid zijn die samen bestuurt met inwoners, belangen zorgvuldig afweegt, zorgen erkent en vooral gebruik maakt van hun expertise als ervaringsdeskundigen’. In de visie Burgerparticipatie zet de gemeente uiteen wat de belangrijkste principes zijn die we in Lansingerland hanteren. Conform de visie ‘Samen besturen’ richten we het proces bij burgerparticipatie zodanig in dat:  Iedereen die er toe doet voor een onderwerp er ook over mee kan praten. (Inclusie)  Informatie begrijpelijk is en goed te vinden en op tijd wordt aangeboden. (Transparantie)  Dat participatie doelmatig moet worden toegepast. Assen bij de situatie waarop ze betrekking heeft. (Efficiency)  Alles wat door inwoners wordt ingebracht moet deel uitmaken van de afweging en de gemeente moet dat actief en onbevoordeeld doen. (Uitwisselen, deliberatie).  Bewoners moeten de middelen en mogelijkheden krijgen om deel te nemen en krijgen ondersteuning om mee te praten als dat nodig is. (Democratische vaardigheden)  Bewoners mogen onderwerpen in het gesprek aandragen. (Zeggenschap/agenderen)  We zeggen wat we doen en we doen wat we zeggen. We zijn als overheid eerlijk over wat de gemeente kan waarmaken en wat ook niet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=f07df2a1-9a72-448c-880d-f2ea0bae7562