[T22.04110] Benchmark tarieven gemeentelijke sportaccommodaties - Mulier
Tekst van het document
Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland
Peter van Eldert
© Mulier Instituut Utrecht, juni 2022
Mulier Instituut sportonderzoek voor beleid en samenleving Postbus 85445 | 3508 AK Utrecht Herculesplein 269 | 3584 AA Utrecht T +31 (0)30 721 02 20 | I www.mulierinstituut.nl E info@mulierinstituut.nl | T @mulierinstituut
1.
Inleiding
4
2. 2.1 2.2 2.3
Binnensport Tariefstelsel Lansingerland Differentiatie tariefstelsels referentiegemeenten Benchmark binnensport
5 5 5 6
3. 3.1 3.2
Buitensport Tariefstelsel Lansingerland Benchmark buitensport
10 10 11
4.
Conclusie
15
Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland | Mulier Instituut
3
De gemeente Lansingerland is bezig met een nieuwe huurtarievennota voor haar sportaccommodaties. Het huidige tarievenstelsel is gebaseerd op de Tarievennota sportaccommodaties 2019-2020, die in 2018 werd opgesteld. Daarin werden de tarieven bevroren tot en met 2020.1 In 2020 zou vervolgens de nieuwe tarievennota opgesteld worden, maar mede door de coronacrisis is dit uitgesteld. Hierdoor zijn de tarieven in 2021 op het niveau van 2020 gebleven. In de nieuwe huurtarievennota wil de gemeente graag aandacht besteden aan hoe de tarieven in Lansingerland zich verhouden tot de tarieven die in andere gemeenten gehanteerd worden voor de gemeentelijke sportaccommodaties. Ter beantwoording van deze kennisbehoefte wordt in dit rapport een huurtarievenbenchmark opgesteld. In deze benchmark worden de tarieven in Lansingerland vergeleken met de tarieven in vijftien referentiegemeenten. Daarnaast wordt voor de binnensportaccommodaties specifiek aandacht besteed aan de differentiatie die in de tariefstelsels gehanteerd wordt.
De referentiegemeenten zijn Altena, Barendrecht, Barneveld, Capelle aan den IJssel, Hardenberg, Heerhugowaard2, Katwijk, Krimpenerwaard, Nieuwegein, Oosterhout, Pijnacker-Nootdorp, Veenendaal, Woerden, Zeist en Zuidplas. Deze selectie is gebaseerd op gemeentekenmerken, zoals omvang en stedelijkheid, en is tot stand gekomen in samenspraak met de gemeente Lansingerland. In overleg met de gemeente Lansingerland zijn de tarieven voor de volgende typen sportaccommodaties in gemeentelijke eigendom in dit rapport meegenomen: • binnensport: sporthallen, sportzalen en gymzalen; • buitensport: handbal-, hockey-, honk-/softbal-, korfbal- en voetbalvelden en tennisbanen. Niet in alle referentiegemeenten zijn alle bovenstaande typen sportaccommodaties (in gemeentelijke eigendom) aanwezig of worden vergelijkbare tarieftypen gehanteerd als in Lansingerland. Hierdoor verschilt het aantal tarieven in de vergelijkingen. Dit is terug te zien in de desbetreffende figuren en tabellen.
In hoofdstuk 2 worden de tarieven voor de gemeentelijke binnensportaccommodaties behandeld. In hoofdstuk 3 staan de tarieven voor de gemeentelijke buitensportaccommodaties centraal. In hoofdstuk 4 wordt een slotbeschouwing op de resultaten gegeven.
4 Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland| Mulier Instituut
In dit hoofdstuk worden de tarieven voor het gebruik van de gemeentelijke binnensportaccommodaties vergeleken. De selectie binnensportaccommodaties die in deze rapportage wordt aangehouden beperkt zich tot de sporthallen, sportzalen en gymzalen. Deze accommodaties worden doorgaans benut voor de beoefening van meerdere zaalsporten. Dat onderscheidt ze van andere overdekte accommodaties, zoals tafeltenniszalen en turnhallen, die maar voor één tak van sport kunnen worden gebruikt. In Lansingerland is Sportfondsen Lansingerland verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van de gemeentelijke binnensportaccommodaties. Het gaat hierbij om vijf sporthallen, twee sportzalen en vijf gymzalen.
In de gemeente Lansingerland zijn de huurtarieven voor de binnensportaccommodaties in 2016 bevroren tot en met 2020. Mede door de coronacrisis is deze bevriezing van de tarieven ook in 2021 doorgezet. Hierdoor zijn de tarieven voor de binnensport in 2021 net zo hoog als deze in 2016 waren. Wel heeft in de hoogte van de btw een verandering plaatsgevonden: deze steeg met ingang van 1 januari 2019 (landelijk) van 6 procent naar 9 procent. Gebruikers van de binnensportaccommodaties zijn dus effectief wel iets meer gaan betalen. De gemeente Lansingerland hanteert bij de tarifering voor de gemeentelijke binnensportaccommodaties eenzelfde uurtarief voor alle typen gebruikers.3 Sportverenigingen betalen net zoveel als bijvoorbeeld commerciële partijen die gebruik willen maken van de binnensportaccommodaties. In tabel 2.1 worden de tarieven weergegeven van de binnensportaccommodaties die binnen de afbakening van dit onderzoek vallen.
In tegenstelling tot Lansingerland worden in de meeste referentiegemeenten meerdere typen tarieven voor de gemeentelijke binnensportaccommodaties gehanteerd. Daarbij beperkt de differentiatie in het tariefstelsel zich vaak tot twee typen tarieven: een verenigingstarief en een commercieel tarief. Wat onder beide typen wordt verstaan verschilt tussen de referentiegemeenten.
Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland | Mulier Instituut
5
Allereerst zijn er referentiegemeenten die kiezen voor een systeem waarin het verenigingstarief alleen geldt voor sportverenigingen die zijn aangesloten bij een sportbond. Alle andere gebruikers betalen het commerciële tarief. Deze optie komt het vaakst voor onder de referentiegemeenten. Enkele referentiegemeenten gaan hierin nog een stap verder door de selectie voor het verenigingstarief verder te beperken tot enkel sportverenigingen uit de eigen gemeente. Sportverenigingen van buiten de gemeente betalen dan het commerciële tarief. Ten tweede zijn er referentiegemeenten die de differentiatie baseren op de frequentie van gebruik. Gebruikers die de accommodatie een bepaald aantal dagen of weken per jaar gebruiken, betalen een structureel tarief. In de praktijk zijn dit voornamelijk sportverenigingen. Voor de verhuur van losse uren is een incidenteel tarief van toepassing, een soort commercieel tarief. Ten slotte komt het voor onder de referentiegemeenten dat in plaats van een verenigingstarief een maatschappelijk tarief wordt gehanteerd naast een commercieel tarief. Dit maatschappelijke tarief geldt voor non-profitorganisaties, waaronder sportverenigingen, maar ook stichtingen en wijkverenigingen kunnen vallen. Doorgaans wordt hierbij wel de eis gehanteerd dat het om sportgebruik van de binnensportaccommodaties moet gaan.
Gebruikers met winstoogmerk betalen het commerciële tarief. Enkele referentiegemeenten voegen daarnaast nog losse typen tarieven toe aan het tariefstelsel, bijvoorbeeld een tarief voor uren op zondag of een tarief voor alle niet-sport- en -beweegactiviteiten. Er zijn ook referentiegemeenten die een combinatie van de eerder genoemde vormen hanteren. Deze gemeenten hanteren drie typen tarieven: bijvoorbeeld naast een verenigingstarief en een commercieel tarief ook een incidenteel of maatschappelijk tarief. In drie referentiegemeenten wordt voor de gemeentelijke binnensportaccommodaties eenzelfde uurtarief voor alle typen gebruikers gehanteerd, zoals ook in Lansingerland gedaan wordt. Hierbij maken twee gemeenten echter een uitzondering voor de sporthallen. Bij één gemeente wordt voor één sporthal namelijk wel een uitsplitsing gemaakt tussen een verenigingstarief en een commercieel tarief (dat geldt voor alle overige gebruikers). De andere gemeente hanteert bij de sporthallen een verschillend tarief voor sport- en niet-sportgebruik.
In de benchmark worden de tarieven voor de gemeentelijke binnensportaccommodaties in Lansingerland met zowel de verenigingstarieven als de commerciële tarieven in de referentiegemeenten vergeleken. Hiermee wordt een totaalbeeld geschetst van hoe de tarieven zich verhouden tot de tarieven in de referentiegemeenten, in relatie tot de typen gebruikers.
Het tarief voor het gebruik van de gemeentelijke sporthallen in Lansingerland ligt een stuk hoger dan het gemiddelde verenigingstarief van de referentiegemeenten (figuur 2.1). In geen enkele referentiegemeente ligt het verenigingstarief hoger dan het tarief in Lansingerland.
6 Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland| Mulier Instituut
Het gemiddelde commerciële tarief voor de gemeentelijke sporthallen in de referentiegemeenten ligt wel hoger dan het tarief in Lansingerland (figuur 2.2). Dit gemiddelde wordt overigens wel sterk omhoog getrokken door twee referentiegemeenten met aanmerkelijk hoge commerciële tarieven voor de sporthallen. Als deze twee gemeenten buiten beschouwing gelaten worden, bevindt het tarief van Lansingerland zich enigszins in de middenmoot: zes referentiegemeenten hebben een lager commercieel tarief, zeven hanteren juist een hoger commercieel tarief.
Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland | Mulier Instituut
7
Het tarief voor het gebruik van de gemeentelijke sportzalen in Lansingerland ligt hoger dan het gemiddelde verenigingstarief van de referentiegemeenten (figuur 2.3). In slechts één referentiegemeente ligt het verenigingstarief hoger dan het tarief in Lansingerland.
Vergeleken met het gemiddelde commerciële tarief in de referentiegemeenten ligt het tarief in Lansingerland lager (figuur 2.4). In vier referentiegemeenten ligt het commerciële tarief lager dan in Lansingerland, in vijf andere juist hoger. De verschillen tussen de commerciële tarieven zijn echter groot: het laagste tarief is 24,00 euro per uur en het hoogste ruim 65 euro meer (€ 89,12).
8 Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland| Mulier Instituut
Het tarief voor het gebruik van de gemeentelijke gymzalen in Lansingerland ligt hoger dan het gemiddelde verenigingstarief van de referentiegemeenten (figuur 2.5). In geen enkele referentiegemeente ligt het verenigingstarief hoger dan het tarief in Lansingerland.
Het tarief voor gymzalen in Lansingerland is nagenoeg gelijk aan het gemiddelde commerciële tarief in de referentiegemeenten (figuur 2.6). Eén referentiegemeente hanteert een aanmerkelijk hoger commercieel tarief dan de rest. Wanneer deze gemeente buiten beschouwing wordt gelaten, komt het tarief van Lansingerland boven het gemiddelde van de referentiegemeenten uit. Het tarief van Lansingerland ligt in de verdeling ook rechts van het midden: in tien referentiegemeenten ligt het commerciële tarief lager en in vier hoger.
Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland | Mulier Instituut
9
In dit hoofdstuk worden de tarieven voor het gebruik van de gemeentelijke buitensportaccommodaties vergeleken. De selectie buitensportaccommodaties die in deze rapportage wordt aangehouden beperkt zich tot de handbal-, hockey-, honk-/softbal-, korfbal- en voetbalvelden en de tennisbanen. In Lansingerland is de gemeente zelf verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van de gemeentelijke buitensportaccommodaties. Ten tijde van het onderzoek (september 2021) ging het hierbij om4: • één handbalveld (asfalt); • zes hockeyvelden (kunstgras); • één honkbalveld (natuurgras); • één softbalveld (natuurgras); • twee korfbalvelden (kunstgras); • twaalf natuurgrasvoetbalvelden (waaronder één trainingsveld); • twaalf kunstgrasvoetbalvelden (waaronder één veld met afwijkende afmetingen); • negentien tennisbanen (waaronder twee minibanen).
De huurtarieven voor de gemeentelijke buitensportaccommodaties in de gemeente Lansingerland zijn sinds 2019 bevroren. Door de verandering van de btw-regels mocht de gemeente vanaf 1 januari 2019 geen btw meer doorrekenen voor het gebruik van de sportvelden. Deze fiscale last blijft echter wel bij de gemeenten, en om hiervoor te compenseren is bij de bevriezing van de tarieven uitgegaan van de tarieven uit 2018 inclusief btw. De tarieven die in 2019 en 2020 gehanteerd werden waren dus gelijk aan de tarieven uit 2018 inclusief btw. Effectief betalen de gebruikers van de buitensportaccommodaties daarmee net zoveel als voor de verandering van de btw-regels. Bij de binnensportaccommodaties is de verhoging van de btw wel bij de gebruikers komen te liggen (zie hoofdstuk 2.1). In 2021 is, mede vanwege de coronacrisis, de bevriezing van de tarieven doorgezet. Voor de verhuur van de gemeentelijke buitensportaccommodaties hanteert Lansingerland huurtarieven die afhankelijk zijn van het type veld of baan. Daarbij gaat het voor alle typen om een jaartarief. Met de buitensportverenigingen (de hoofdgebruikers) worden vervolgens aan de hand van de vastgestelde tarieven gebruiksovereenkomsten opgesteld. De tarieven hebben enkel betrekking op de huur van de velden. Randvoorzieningen zoals kleedkamers en lichtmasten en afspraken over het onderhoud van de velden worden hierin niet meegerekend.
Deze worden los meegenomen in de gebruiksovereenkomsten, al zijn de randvoorzieningen in de meeste gevallen in eigendom van de sportverenigingen zelf. In tabel 3.1 worden de tarieven weergegeven van de buitensportaccommodaties die binnen de afbakening van dit onderzoek vallen.
10 Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland| Mulier Instituut
In de benchmark worden de tarieven voor de gemeentelijke buitensportaccommodaties in Lansingerland vergeleken met de tarieven die in de referentiegemeenten gehanteerd worden. Daarbij wordt uitgegaan van het tarief dat van toepassing is voor het jaar- of seizoensgebruik door sportverenigingen in 2021. De buitensporttarieven van Lansingerland kunnen om een aantal redenen met minder referentiegemeenten vergeleken worden dan de binnensporttarieven: • Een aantal referentiegemeenten maakt voor de verhuur van de gemeentelijke buitensportaccommodaties specifieke afspraken met de hoofdgebruikers. Vaak bleken deze afspraken historisch gegroeid te zijn en niet gebaseerd op afgebakende tarieven per type veld of baan. • Enkele referentiegemeenten hanteren alleen uurtarieven voor de verhuur van de gemeentelijke buitensportaccommodaties, ook voor het seizoensgebruik door sportverenigingen. • Eén referentiegemeente brengt helemaal geen huur meer in rekening voor het gebruik door sportverenigingen, aangezien deze daar is verwerkt in de subsidie of onderhoudsbijdrage die sportverenigingen ontvangen. • Niet in alle referentiegemeenten zijn alle typen buitensportaccommodaties in gemeentelijke eigendom aanwezig die binnen de afbakening van dit onderzoek vallen.
Van twee referentiegemeenten zijn de huurtarieven voor het gebruik van de handbalvelden van asfalt beschikbaar. Deze gemeenten hanteren beide een jaartarief (1.725 en 2.850 euro; niet in tabel) dat lager ligt dan het tarief dat de gemeente Lansingerland hanteert voor de verhuur van de handbalvelden (3.193 euro; tabel 3.1).
De gemeente Lansingerland hanteert voor alle typen kunstgrashockeyvelden (zand, semi-water en water) hetzelfde jaartarief. In de vier referentiegemeenten waarvan een vergelijkbaar tarief beschikbaar is voor
Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland | Mulier Instituut
11
de hockeyvelden is dit ook het geval. In vergelijking met deze referentiegemeenten ligt het tarief van Lansingerland relatief hoog (figuur 3.1): de vier referentiegemeenten hanteren allemaal een lager tarief.
De huurtarieven voor honk- en softbalvelden zijn niet eenduidig te vergelijken. Lansingerland hanteert een apart tarief voor een honkbalveld en voor een softbalveld. Dat is in de twee referentiegemeenten waarvan de tarieven beschikbaar zijn niet het geval. In een van die referentiegemeenten geldt voor beide typen velden juist hetzelfde tarief, dat overigens iets hoger ligt (7.346 euro; niet in tabel) dan het tarief van Lansingerland voor een honkbalveld (7.067 euro; tabel 3.1). In de tweede referentiegemeente is enkel een combiveld voor honk- en softbal aanwezig, waarvoor een tarief van 14.400 euro wordt gehanteerd (niet in tabel).5
De gemeente Lansingerland hanteert voor de verhuur van de korfbalvelden een tarief voor een blok van twee velden. Om dit tarief te kunnen vergelijken met de tarieven die in de referentiegemeenten gehanteerd worden voor de korfbalvelden is het omgerekend naar een tarief per veld (3.988 euro; figuur 3.2). Datzelfde is ook voor twee van de referentiegemeenten gedaan. Vergeleken met de referentiegemeenten ligt het huurtarief voor de korfbalvelden in Lansingerland relatief hoog (figuur 3.2). Het gemiddelde tarief van de referentiegemeenten ligt lager dan het tarief van Lansingerland en slechts één referentiegemeente hanteert een hoger tarief dan Lansingerland.
12 Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland| Mulier Instituut
Voor de benchmark van de huurtarieven voor de gemeentelijke tennisbanen zijn geen vergelijkbare tarieven beschikbaar in de referentiegemeenten. Tennisaccommodaties zijn vaak geprivatiseerd en dus geen gemeentelijke sportaccommodaties. In een van de referentiegemeenten is wel een gemeentelijke tennisaccommodatie aanwezig, maar dit tarief is niet vergelijkbaar met dat van Lansingerland, aangezien de tennisvereniging in deze gemeente de gehele accommodatie (inclusief clubgebouw, kleedkamers, enz.) huurt voor één tarief en er geen apart tarief per baan is gedefinieerd.
In de benchmark van de huurtarieven voor de voetbalvelden worden twee typen voetbalvelden meegenomen: natuurgras en kunstgras. Van zes referentiegemeenten is voor de voetbalvelden een huurtarief beschikbaar. Binnen de groep referentiegemeenten bestaan grote verschillen in de hoogte van de huurtarieven voor de voetbalvelden. Voor natuurgras liggen de tarieven tussen de 1.457 en 11.197 euro (figuur 3.3) en voor kunstgras tussen de 4.372 en 18.500 euro (figuur 3.4). Het tarief van Lansingerland ligt voor beide typen hoger dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Voor natuurgrasvelden hanteren twee referentiegemeenten een hoger tarief dan Lansingerland en voor kunstgrasvelden slecht één referentiegemeente.
Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland | Mulier Instituut
13
14 Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland| Mulier Instituut
Voor verhuur van de gemeentelijke binnensportaccommodaties hanteert de gemeente Lansingerland eenzelfde uurtarief voor alle typen gebruikers. De meeste referentiegemeenten maken juist een uitsplitsing in verschillende typen tarieven afhankelijk van de gebruiker. Over de positionering van de tarieven van Lansingerland ten opzichte van de referentiegemeenten komt voor de drie typen binnensportaccommodaties binnen dit onderzoek (sporthal, sportzaal en gymzaal) een vergelijkbaar beeld naar voren. Vergeleken met het tarief dat sportverenigingen betalen in de referentiegemeenten ligt het tarief van Lansingerland hoger. Voor alle typen binnensportaccommodaties ligt het tarief van Lansingerland namelijk een stuk boven het gemiddelde van de referentiegemeenten. Het verenigingstarief voor de sporthallen en gymzalen ligt in alle referentiegemeenten lager dan het tarief in Lansingerland, en voor sportzalen is er slechts één referentiegemeente met een hoger verenigingstarief. In vergelijking met het tarief dat commerciële partijen doorgaans betalen in de referentiegemeenten bevindt het tarief van Lansingerland zich in de middenmoot. Dit geldt met name voor sporthallen en gymzalen. Het commerciële tarief verschilt overigens sterk tussen de referentiegemeenten: voor alle drie de typen binnensportaccommodaties liggen het minimale en het maximale tarief ver uit elkaar.
De huurtarieven voor de gemeentelijke buitensportaccommodaties van Lansingerland zijn minder goed te vergelijken met de tarieven van de referentiegemeenten. Dit komt deels doordat veel referentiegemeenten geen vastgestelde tarieven hanteren. In deze gemeenten worden met de hoofdgebruikers, doorgaans sportverenigingen, specifieke afspraken gemaakt. Verder kiezen enkele referentiegemeenten voor typen tarieven die niet te vergelijken zijn met Lansingerland of is niet duidelijk in hoeverre aspecten als randvoorzieningen in de tarieven zijn verwerkt. Daarnaast beschikken niet alle referentiegemeenten over de geselecteerde buitensportaccommodaties. Met name voor de handbalvelden, de honk- en softbalvelden en de tennisbanen is hierdoor een vergelijking nauwelijks mogelijk. Voor de overige gemeentelijke buitensportaccommodaties (hockey-, korfbal- en voetbalvelden) hanteert de gemeente Lansingerland relatief hoge tarieven vergeleken met de referentiegemeenten. Het tarief voor de verhuur van de hockeyvelden ligt in alle referentiegemeenten lager dan in Lansingerland. Voor de korfbal- en voetbalvelden (natuurgras en kunstgras) is het tarief van Lansingerland hoger dan het gemiddelde in de referentiegemeenten.
Uit de gepresenteerde resultaten blijkt dat de huurtarieven in Lansingerland voor de gemeentelijke binnen- én buitensportaccommodaties relatief hoog liggen. Voor de binnensport hanteert de gemeente één tarief, dat zowel verenigingen als commerciële partijen betalen voor de huur van een binnensportaccommodatie. Vergeleken met de referentiegemeenten komt dit tarief eerder in de buurt van een commercieel tarief voor alle gebruikers dan bij een verenigingstarief. Sportverenigingen betalen dus een relatief hoge vergoeding voor het gebruik van de binnensportaccommodaties. Voor de buitensport is enkel het verenigingstarief vergeleken; ook daar komt het tarief in Lansingerland hoog uit.
Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland | Mulier Instituut
15
16 Tarievenbenchmark gemeentelijke sportaccommodaties Lansingerland| Mulier Instituut