CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T22.04043] Was/Wordt tabel Verordening Sociaal Domein 2022 Hoofdstuk 6**Hoofdstuk 6 en enkele wijzigingen Wmo

Gemeenteraad 24 november 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Verordening Sociaal Domein 20225.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAS/WORDT Verordening Sociaal Domein 2022

Auteur: Shalini Sahtoe Domein: Samenleving Team: Maatschappelijke Opgaven Datum: 24 augustus 2022 T22.04043

T22.04043

Was-wordt-tabel Wijziging Hoofdstuk 4. Maatschappelijke Ondersteuning Toelichting In de ‘nieuwe tekst’ zijn de woorden en zinnen waaraan iets verandert, cursief gezet. Weglatingen in de ‘oude tekst’ zijn doorgehaald. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4.3.3

Artikel 4.3.3 Weigeringsgronden 1. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: (…) f. als het een voorziening betreft waarover de inwoner al beschikt vóór de melding tenzij er alsnog een melding is gedaan binnen 30 dagen nadat er over de voorziening wordt beschikt of kan worden beschikt en de noodzaak van de voorzieningen redelijkerwijs nog is vast te stellen; (…).

Artikel 4.3.3 Weigeringsgronden 1. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: (…) f. als het een voorziening betreft waarover de inwoner al beschikt vóór de melding tenzij er alsnog een melding is gedaan binnen 42 dagen nadat er over de voorziening wordt beschikt of kan worden beschikt en de noodzaak van de voorzieningen redelijkerwijs nog is vast te stellen; (…).

Artikel 4.5.2

Artikel 4.5.2 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen (…) 4. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage in de kosten verschuldigd in de volgende situaties: a. Als de inwoner of zijn echtgeno(o)t(e) al een bijdrage in de kosten is verschuldigd voor beschermd wonen of op grond van het Besluit langdurige zorg; b. Als de inwoner of zijn echtgeno(o)t(e) gedurende twee of meer nachten aaneengesloten in de maand in een instelling voor opvang verblijft; c. Als de inwoner gehuwd is en hij of zijn echtgeno(o)t(e) de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt; d. Als het een maatwerkvoorziening voor een minderjarige inwoner betreft tot het achttiende levensjaar; e. Als het een maatwerkvoorziening rolstoel betreft; f. Als het een maatwerkvoorziening verhuiskostenvergoeding betreft; g. Als het een maatwerkvoorziening onderhoud en reparatie van een voorziening betreft; h. Als het een maatwerkvoorziening arbeidsmatige dagbesteding betreft voor inwoners met een indicatie beschut werk die op de wachtlijst staan voor een beschutte werkplek; of

Artikel 4.5.2 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen (…) 4. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage in de kosten verschuldigd in de volgende situaties: a. Als de inwoner of zijn echtgeno(o)t(e) al een bijdrage in de kosten is verschuldigd voor beschermd wonen of op grond van het Besluit langdurige zorg; b. Als de inwoner of zijn echtgeno(o)t(e) gedurende twee of meer nachten aaneengesloten in de maand in een instelling voor opvang verblijft; c. Als de inwoner gehuwd is en hij of zijn echtgeno(o)t(e) de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt; d. Als het een maatwerkvoorziening voor een minderjarige inwoner betreft tot het achttiende levensjaar; e. Als het een maatwerkvoorziening rolstoel betreft; f. Als het een maatwerkvoorziening verhuiskostenvergoeding betreft; g. Als het een maatwerkvoorziening onderhoud en reparatie van een voorziening betreft; h. Als het een maatwerkvoorziening arbeidsmatige dagbesteding betreft voor inwoners met een indicatie beschut werk die op de wachtlijst staan voor een beschutte werkplek; of

T22.04043

i. Als het een maatwerkvoorziening Wmobegeleiding groep betreft met het doel activering naar re-integratie voor bijstandsgerechtigde inwoners voor een begeleidingstraject van maximaal 116 dagdelen, onafhankelijk van de duur genoemd in de indicatie. (…)

T22.04043

i. Als de inwoner langer dan één kalendermaand is opgenomen in een tijdelijke instelling; j. Als de aanbieder de maatwerkvoorziening langer dan één kalendermaand niet kan leveren. (…)

Was-wordt-tabel Wijziging Hoofdstuk 6. Werk en re-integratie Toelichting In de ‘nieuwe tekst’ zijn de woorden en zinnen waaraan iets verandert, cursief gezet. Weglatingen in de ‘oude tekst’ zijn doorgehaald. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Hoofdstuk 6 Werk

Hoofdstuk 6 Werk en re-integratie

Onderdeel 6.1 Werk en re-integratie

Paragraaf 6.1 Algemene bepalingen

Artikel 6:1 Artikel 6.1.1

Artikel 6:1 Begrippen In dit onderdeel wordt verstaan onder: a. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, sub a, van de Participatiewet; b. grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen een half jaar; c. korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen een half jaar.

Artikel 6.1.1 Begrippen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, sub a, van de Participatiewet; b. grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen een half jaar; c. korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen een half jaar.

Artikel 6:2 Artikel 6.1.2

Artikel 6:2 Evenwichtige verdeling en financiering 1. Het college kan de voorziening bedoeld in artikelen 6:5, 6:7, 6:8 en 6:12 aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. 2. Het college kan de voorzieningen bedoeld in de artikelen 6:5, 6:6, 6:8, 6:9, 6:10, 6:11 en 6:12 aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 3. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 4. Het college zendt elke vier jaar aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid van het beleid. Het verslag

Artikel 6.1.2 Afwegingskader 1. De gemeente kan de voorziening bedoeld in artikelen 6.2.1, 6.2.3, 6.2.4, 6.2.8 en 6.2.10 aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. 2. De gemeente kan de voorzieningen bedoeld in de artikelen 6.2.1, 6.2.2, 6.2.4, 6.2.5, 6.2.6, 6.2.7, 6.2.8 en 6.2.9 aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 3. De gemeente houdt bij het aanbieden van de in paragraaf 6.2 opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. 4. De gemeente kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de Participatiewet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk

T22.04043

bevat in ieder geval het oordeel van de Adviesraad Sociaal Domein.

arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze paragraaf genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, sub a, onder 2 van de Participatiewet; d. naar het oordeel van de gemeente de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van de gemeente niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze paragraaf worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 5. De gemeente stelt ter nadere uitvoering van deze verordening beleidsregels vast waarin wordt vastgelegd welke voorzieningen, waaronder ondersteunende voorzieningen, de gemeente in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in dit onderdeel geen nadere bepalingen zijn opgenomen.

Artikel 6:3 Artikel 6.1.3

Artikel 6:3 Budget- en subsidieplafonds 1. Het college kan in beleidsregels een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen die in dit onderdeel worden genoemd. Een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. 2. Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.

Artikel 6.1.3 Budget- en subsidieplafonds 1. De gemeente kan in beleidsregels een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen die in paragraaf 6.2 worden genoemd. 2. De gemeente kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. 3. Een door de gemeente ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. 4. De mogelijkheden genoemd in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de voorziening als bedoeld in artikel 6.1.9.

Paragraaf 6.1.3

Paragraaf 6.1.3 Voorzieningen

Paragraaf 6.2 Voorzieningen

T22.04043

Paragraaf 6.2 Artikel 6:4

Artikel 6:5 Artikel 6.2.1

Artikel 6:4 Algemene bepalingen over voorzieningen 1. Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening beleidsregels vast waarin wordt vastgelegd welke voorzieningen, waaronder ondersteunende voorzieningen, het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in dit onderdeel geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 2. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de Participatiewet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in dit onderdeel genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, sub a, onder 2 van de Participatiewet; d. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f.

de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in dit onderdeel worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

Vervallen

Artikel 6:5 Werkstage 1. Het college kan een persoon een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze behoort tot de doelgroep.

Artikel 6.2.1 Werkstage 1. De gemeente kan een persoon een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze behoort tot de doelgroep.

T22.04043

Toelichting: Dit artikel is toegevoegd aan artikel 6.1.2

2. Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de werkstage, en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.

2. Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. De gemeente plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de werkstage, en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.

Artikel 6:6 Artikel 6.2.2

Artikel 6:6 Sociale activering 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 2. Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. 3. Het college stelt in beleidsregels nadere voorwaarden op voor het aanbieden van sociale activering voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.

Artikel 6.2.2 Sociale activering 1. De gemeente kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 2. De gemeente stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon.

Artikel 6:7 Artikel 6.2.3

Artikel 6:7 Detacheringsbaan 1. Het college kan zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. 3. Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.

Artikel 6.2.3 Detacheringsbaan 1. De gemeente kan zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. 3. Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.

Artikel 6:8 Artikel 6.2.4

Artikel 6:8 Scholing en training 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholings- of trainingstraject aanbieden. 2. Een scholing- of trainingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:

Artikel 6.2.4 Scholing en training 1. De gemeente kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholings- of trainingstraject aanbieden. 2. Een scholing- of trainingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:

T22.04043

a. De ingezette scholing of training moet resulteren in een reële verhoging van de kansen op de arbeidsmarkt; b. De scholing of training is noodzakelijk om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden; en c. Scholing of training wordt niet ingezet indien een persoon in het jaar voorafgaand aan het verzoek om scholing of training al met succes een beroepsgerichte scholing heeft afgerond. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, sub a, van de Participatiewet.

a. De ingezette scholing of training moet resulteren in een reële verhoging van de kansen op de arbeidsmarkt; b. De scholing of training is noodzakelijk om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden; en c. Scholing of training wordt niet ingezet indien een persoon in het jaar voorafgaand aan het verzoek om scholing of training al met succes een beroepsgerichte scholing heeft afgerond. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, sub a, van de Participatiewet.

Artikel 6:9 Artikel 6.2.5

Artikel 6:9 Participatieplaats 1. Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de Participatiewet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. 3. De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de Participatiewet bedraagt € 100,- per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.

Artikel 6.2.5 Participatieplaats 1. De gemeente kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de Participatiewet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2. De gemeente zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door de gemeente, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. 3. De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de Participatiewet bedraagt € 100,- per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.

Artikel 6:10 Artikel 6.2.6

Artikel 6:10 Participatievoorziening beschut werk 1. Het college kan de voorziening beschut werk aanbieden aan een persoon uit de doelgroep die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek nodig heeft dat van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze persoon in dienst neemt. 2. Het college kan voor personen uit de doelgroep een advies inwinnen bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor de beoordeling of zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben.

Artikel 6.2.6 Beschut werk

T22.04043

1. De gemeente biedt, volgens artikel 10b, eerste lid van de Participatiewet, de voorziening beschut werk aan een persoon uit de doelgroep aan die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. 2. De gemeente wint advies in bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen voor de beoordeling of een persoon uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, tenzij die persoon zelf al het advies heeft aangevraagd.

3. Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken zet het college de volgende ondersteunende voorzieningen in: fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving, uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 4. Het college stelt het aantal plekken voor beschut werk beschikbaar conform het jaarlijkse voorschrift in de ministeriële regeling. Het college stelt niet meer plekken voor beschut werk beschikbaar dan het minimum aantal in het jaarlijkse voorschrift in de ministeriële regeling. 5. Het college biedt de voorziening beschut werk aan personen met een indicatie beschut werk op volgorde van de datum van de indicatie beschut werk. 6. Het college bepaalt welke voorzieningen worden aangeboden aan personen met een indicatie beschut werk wanneer het aantal beschikbare beschutte werkplekken in een jaar reeds is vervuld. 7. Tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking op een beschutte werkplek, kan het college aan personen uit de doelgroep een werkstage aanbieden zoals bedoeld in artikel 6:5.

Artikel 6:11 Artikel 6.2.7

Artikel 6:11 Ondersteuning bij leer-werktraject Het college kan ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leer-werktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft: a. van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd, of b. van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.

Artikel 6:12 Artikel 6.2.8

Artikel 6:12 Persoonlijke ondersteuning Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken aanbieden in de vorm van tijdelijke,

T22.04043

3. Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken zet de gemeente onder andere de volgende ondersteunende voorzieningen in: fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving, uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 4. De gemeente stelt het aantal plekken voor beschut werk beschikbaar conform het jaarlijkse voorschrift in de ministeriële regeling. De gemeente stelt niet meer plekken voor beschut werk beschikbaar dan het minimum aantal in het jaarlijkse voorschrift in de ministeriële regeling. 5. De gemeente biedt de voorziening beschut werk aan personen met een indicatie beschut werk op volgorde van de datum van de indicatie beschut werk. 6. De gemeente bepaalt welke voorzieningen worden aangeboden aan personen met een indicatie beschut werk wanneer het aantal beschikbare beschutte werkplekken in een jaar reeds is vervuld. 7.

Tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking op een beschutte werkplek, kan de gemeente aan personen uit de doelgroep een werkstage aanbieden zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Artikel 6.2.7 Ondersteuning bij leerwerktraject De gemeente kan ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie de gemeente van oordeel is dat een leerwerktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft: a. van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd, of b. van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. Artikel 6.2.8 Persoonlijke ondersteuning Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan de gemeente persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken aanbieden in de vorm van tijdelijke,

langdurige of structurele begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten.

langdurige of structurele begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten.

Artikel 6:13 Artikel 6.2.9

Artikel 6:13 No-riskpolis [vervallen]

Artikel 6.2.9 Proefplaatsing 1. Personen kunnen met behoud van uitkering bij wijze van proef werkervaring opdoen bij een werkgever die beoogt om, aansluitend aan de proefplaatsing, de persoon een arbeidsovereenkomst aan te bieden. 2. De duur van de proefplaatsing bedraagt maximaal één maand en kan ten hoogste één keer worden verlengd.

Artikel 6.2.10

Niet opgenomen in de Verordening Sociaal Domein

Artikel 6.2.10 Financiële ondersteuning 1. De gemeente kan in bijzondere situaties aan een bijstands- of uitkeringsgerechtigde een voorziening in de vorm van een gerichte tegemoetkoming in specifieke kosten in het kader van een re-integratie-traject die praktische belemmeringen verwijderen verstrekken, indien aannemelijk is dat dit zal leiden tot duurzame uitstroom uit de uitkering. 2. Bij het al dan niet overgaan tot het verstrekken van deze voorziening wordt de situatie van de persoon integraal bekeken, waarbij in elk geval de vaardigheden van de persoon, de getoonde motivatie van de persoon, de (eventuele) bijdrage van de persoon en/of zijn netwerk en de hoogte van de kosten worden betrokken.

Artikel 6:14 Artikel 6.2.11

Artikel 6:14 Werkgeverscheque 1. Het college kan een vergoeding in de vorm van een werkgeverscheque verstrekken aan een werkgever die met een werknemer met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een arbeidsovereenkomst sluit. 2. De werkgeverscheque wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing plaatsvindt. 3. De werkgeverscheque wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer.

Artikel 6.2.11 Werkgeverscheque 1. De gemeente kan een vergoeding in de vorm van een werkgeverscheque verstrekken aan een werkgever die een arbeidsovereenkomst sluit met een werknemer met een afstand tot de arbeidsmarkt en die niet direct bemiddelbaar is. 2. De werkgeverscheque wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing plaatsvindt. 3. De werkgeverscheque wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer.

T22.04043

4. Het college legt de hoogte van de werkgeverscheque en verdere voorwaarden vast in beleidsregels.

4. De gemeente legt de hoogte van de werkgeverscheque en verdere voorwaarden vast in beleidsregels.

Artikel 6:15 Artikel 6.2.12

Artikel 6:15 Uitstroompremie 1. Het college kan eenmalig een uitstroompremie toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer recht heeft op algemene bijstand. 2. Een langdurig werkloze in de zin van het eerste lid is een persoon die gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of langer op een uitkering aangewezen is of is geweest. 3. Onder duurzaam in de zin van het eerste lid wordt verstaan een dienstverband van tenminste zes aaneengesloten maanden.

Artikel 6.2.12 Uitstroompremie 1. De gemeente kan op verzoek eenmalig een uitstroompremie van € 500,00 toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer recht heeft op algemene bijstand. 2. Een langdurig werkloze in de zin van het eerste lid is een persoon die gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of langer op een uitkering aangewezen is of is geweest. 3. Onder duurzaam in de zin van het eerste lid wordt verstaan een dienstverband van tenminste zes aaneengesloten maanden waaruit tenminste een inkomen wordt ontvangen waardoor geen recht meer bestaat op een bijstandsuitkering. 4. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt binnen drie maanden nadat is voldaan aan de voorwaarden ingediend op de manier zoals beschreven in artikel 2.3.1, lid 1.

Artikel 6:15 Artikel 6.2.13

Artikel 6:15 Hardheidsclausule Indien hiervoor gegronde redenen zijn, kan het college ten gunste van een persoon uit de doelgroep afwijken van de bepalingen in dit onderdeel.

Artikel 6.2.13 Hardheidsclausule Indien hiervoor gegronde redenen zijn, kan de gemeente ten gunste van een persoon uit de doelgroep afwijken van de bepalingen in deze paragraaf.

Onderdeel 6.2 Paragraaf 6.3

Onderdeel 6.2 Tegenprestatie

Paragraaf 6.3 Tegenprestatie

Artikel 6:18

Artikel 6:18 Begrippen In dit onderdeel wordt verstaan onder: a. grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen een half jaar; b. korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen een half jaar; c. mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt;

Vervallen

T22.04043

Toelichting: De begrippen onder a. en b. zijn al opgenomen in artikel 6.1.1. De begrippen onder c. en d. komen niet voor in hoofdstuk 6 van de Verordening Sociaal Domein.

d. belanghebbende: iemand die een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ. Artikel 6:19

Artikel 6.19 Verslag over beleid 1. Het college zendt elke vier jaar aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid van het beleid. 2. Het verslag, zoals bedoeld in het eerste lid, bevat het oordeel van de Adviesraad Sociaal Domein.

Vervallen

Artikel 6:20 Artikel 6.3.1

Artikel 6:20 Inhoud van een tegenprestatie 1. Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: a. naar hun aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; b. niet zijn bedoeld als re-integratie-instrument; c. worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; en d. niet leiden tot verdringing. 2. Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening beleidsregels vast waarin wordt vastgelegd welke aanvullende werkzaamheden het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.

Artikel 6.3.1 Inhoud van een tegenprestatie 1. De gemeente kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: a. naar hun aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; b. niet zijn bedoeld als re-integratie-instrument; c. worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; en d. niet leiden tot verdringing. 2. De gemeente stelt ter nadere uitvoering van deze verordening beleidsregels vast waarin wordt vastgelegd welke aanvullende werkzaamheden de gemeente in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.

Artikel 6:21 Artikel 6.3.2

Artikel 6:21 Het opdragen van een tegenprestatie 1. Het college kan een belanghebbende met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een tegenprestatie opdragen. 2. Het college kan een belanghebbende met een korte afstand tot de arbeidsmarkt uitsluitend een tegenprestatie opdragen indien bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen 3. Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren: a. de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een belanghebbende; b. de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen.

Artikel 6.3.2 Het opdragen van een tegenprestatie 1. De gemeente kan een persoon met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een tegenprestatie opdragen. 2. De gemeente kan een persoon met een korte afstand tot de arbeidsmarkt uitsluitend een tegenprestatie opdragen indien bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen 3. Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt de gemeente rekening met de volgende factoren: a. de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een persoon; b. de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van de persoon moeten in aanmerking worden genomen.

Artikel 6:22 Artikel 6.3.3

Artikel 6:22 Duur en omvang van een tegenprestatie

Artikel 6.3.3 Duur en omvang van een tegenprestatie

T22.04043

1. De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur van 13 weken. 2. De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 20 uur per week. 3. De tegenprestatie kan binnen een periode van 12 maanden slechts twee keer worden opgedragen. 4. Het college kan met verwijzing naar artikel 6:21 lid 3 ook besluiten geen tegenprestatie op te leggen.

1. De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur van 13 weken. 2. De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 20 uur per week. 3. De tegenprestatie kan binnen een periode van 12 maanden slechts twee keer worden opgedragen. 4. De gemeente kan met verwijzing naar artikel 6.3.2, derde lid, ook besluiten geen tegenprestatie op te leggen.

Artikel 6:23

Artikel 6:23 Uitzonderingen (vervallen)

Dit artikel is verwijderd uit hoofdstuk 6 van de Verordening Sociaal Domein

Artikel 6:24 Artikel 6.3.4

Artikel 6:24 Geen werkzaamheden voorhanden 1. Het college draagt geen tegenprestatie op indien geen werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie. 2. Indien het college geen tegenprestatie opdraagt omdat geen werkzaamheden voorhanden zijn, beoordeelt het college binnen vier maanden of op dat moment wel werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.

Artikel 6.3.4 Geen werkzaamheden voorhanden 1. De gemeente draagt geen tegenprestatie op indien geen werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie. 2. Indien de gemeente geen tegenprestatie opdraagt omdat geen werkzaamheden voorhanden zijn, beoordeelt de gemeente binnen vier maanden of op dat moment wel werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.

Onderdeel 6.3 Paragraaf 6.4

Onderdeel 6.3 Loonkostensubsidie

Paragraaf 6.4 Loonkostensubsidie

Artikel 6:25 Artikel 6.4.1

Artikel 6:25 Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort 1. Het college kan vaststellen of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: a. een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, sub a, van de Participatiewet; b. die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en c. die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. 3. Voorafgaand aan de vaststelling zoals bedoeld in het eerste lid, kan het college een voormeting uitvoeren. 4. Het college kan een derde inschakelen die het college adviseert met betrekking tot het oordeel of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Deze derde neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht.

Artikel 6.4.1 Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort 1. De gemeente kan vaststellen of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2. Hierbij neemt de gemeente de volgende criteria in acht: a. een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, sub a, van de Participatiewet; of als bedoeld in 10d, tweede lid van de Participatiewet; b. die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en c. die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. 3. Voorafgaand aan de vaststelling zoals bedoeld in het eerste lid, kan de gemeente een loonwaardemeting uitvoeren. 4. De gemeente kan een derde inschakelen die de gemeente adviseert met betrekking tot het oordeel of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Deze derde neemt

T22.04043

daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht. Artikel 6:26 Artikel 6.4.2

Artikel 6:26 Vaststelling loonwaarde 1. Het college gebruikt de in de bijlage omschreven wijze om de loonwaarde van een persoon vast te stellen. 2. Het college kan een derde inschakelen die het college adviseert met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van een persoon. Deze derde neemt daarbij de in de toelichting van deze verordening omschreven methode in acht.

T22.04043

Artikel 6.4.2 Vaststelling loonwaarde 1. De gemeente maakt bij het vaststellen van de loonwaarde gebruik van een inzichtelijke loonwaardemethodiek die in elk geval voldoet aan de volgende criteria: a. de loonwaarde wordt berekend op basis van gegevens die zijn verkregen van de werkgever en de werknemer zelf; en b. het instrument genereert een goed leesbare rapportage waarin ten minste de volgende gegevens zijn opgenomen:  onderbouwing van de loonwaarde;  begeleidingsbehoefte van de werknemer;  inzicht in inzetbaarheid op taken;  aanvullingen gedaan door de loonwaardespecialist. 2. De gemeente kan een derde inschakelen die de gemeente adviseert met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van een persoon. Deze derde neemt daarbij de in de in het eerste lid genoemde methode in acht.

Was-wordt-tabel Wijziging Hoofdstuk 9. Slotbepalingen Toelichting In de ‘nieuwe tekst’ zijn de woorden en zinnen waaraan iets verandert, cursief gezet. Weglatingen in de ‘oude tekst’ zijn doorgehaald.

Artikel 9.1.2

Artikel 9.2.2

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 9.1.2 Evaluatie Over het gevoerde beleid wordt halfjaarlijks gerapporteerd. De gemeente zendt hiertoe elk half jaar een rapportage over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk aan de gemeenteraad.

Vervallen

Artikel 9.2.2 Intrekken oude verordening De Verordening Sociaal Domein gemeente Lansingerland 2021, zoals vastgesteld op 28 januari 2021 (T20.14076), wordt met de inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken.

Artikel 9.2.2 Intrekken ouder verordening De Verordening Sociaal Domein gemeente Lansingerland 2022, zoals vastgesteld op 25 november 2021 (T21.07449), wordt met de inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken.

T22.04043

Toelichting: Het college legt via de reguliere planning & control cyclus (o.a. kadernota, begroting en jaarrekening) verantwoording af aan de gemeenteraad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=def93f36-55b6-41db-8514-7a656e8d55c0