[T22.03834] Kadernota 2023-2026
Tekst van het document
Kadernota 2023-2026 (T22.03834) Samenvatting De Kadernota 2023 is het startdocument van de nieuwe planning & control-cyclus voor 2023. Het is het kaderstellend document op het gebied van beleid en financiën. Met het vaststellen van de kadernota bepaalt de raad de financiële kaders en uitgangspunten voor de Meerjarenbegroting 2023-2026. Vanwege de vorming van een nieuw college van B&W is het karakter van de kadernota anders dan voorgaande jaren. Allereerst gaat het om een beleidsarme kadernota, bestaande uit een baseline met het financiële meerjarenbeeld 2023-2026. Alleen (autonome) ontwikkelingen die hoe dan ook een financieel effect hebben en waar we als gemeente geen, of maar zeer beperkte invloed op hebben, zijn verwerkt. Daarnaast laat deze kadernota nog een structureel tekort zien, terwijl het gebruikelijk is om een kadernota te presenteren met sluitende cijfers. Een nieuw coalitieakkoord voorziet in politieke keuzes die nodig zijn voor een sluitende begroting en de ambities in een nieuwe collegeprogramma voor de komende 4 jaar. De verwerking hiervan volgt in de Meerjarenbegroting 2023-2026. De financiële implicaties van de Meicirculaire 2022 hebben wij op dit moment nog niet in beeld en zijn daarom vooralsnog als PM-post opgenomen. Wel is op 6 april 2022 de Maartbrief 2022 gepubliceerd.
Hierin is onder andere een indicatie gegeven over het te verwachten accres, de opschalingskorting en de herijking van het gemeentefonds. Over deze effecten is de raad geïnformeerd middels een raadsbrief (U22.02205). De financiële effecten van de Maartbrief zijn verwerkt in de baseline. Bij de cijfers van de Maartbrief past wel een opmerking vooraf. Het is niet gebruikelijk dat de minister van BZK tussen formele circulaires cijfermatige informatie verstrekt over de algemene uitkering van het gemeentefonds per gemeente. Aangezien de Meicirculaire 2022 echter pas begin juni a.s. beschikbaar komt en gemeenten nu bezig zijn met vorming van colleges en coalitieprogramma’s, wil de minister de gemeenten tussentijds informeren. De brief vermeldt nadrukkelijk dat het om indicaties van cijfers gaat; pas bij de Meicirculaire 2022 -dus na de besluitvorming over de Voorjaarsnota door het kabinet- is er sprake van definitieve cijfers (dit is met name relevant voor het accres). Aanleiding/ context met tijdlijn In verband met de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen en de coalitieonderhandelingen die pas recent zijn afgerond, is er sprake van een beleidsarme kadernota. Normaliter bevat de kadernota voorstellen voor nieuw beleid, uitwerkingen vanuit het collegeprogramma en autonome landelijke, regionale of gemeentelijke ontwikkelingen.
In verband met de coalitieonderhandelingen zijn nu alleen going concern en autonome en gemeentelijke ontwikkelingen verwerkt. De kadernota bestaat dit jaar daarom uitsluitend uit een baseline, het financiële meerjarenoverzicht 2023-2026, waarin de financiële consequenties zijn weergeven naar de inzichten tot eind mei. Die laten bij ongewijzigd beleid een structureel tekort zien. De meicirculaire is zoals gebruikelijk begin juni beschikbaar. Het kan zijn dat de Meicirculaire 2022 een financieel beeld presenteert dat afwijkt van de indicaties uit de Maartbrief 2022. Na de publicatie van deze kadernota zal het college uw raad snel informeren over de Meicirculaire 2022 en over voorstellen hoe het structurele tekort kan worden opgelost. Daar zijn nieuwe keuzes voor nodig en mogelijk beleidsaanpassingen. Tevens zal het college dan de financiële vertaalslag van het nieuwe coalitieakkoord aan u voorleggen. Deze informatie zal beschikbaar zijn bij de bespreking van de kadernota in de commissie en raad. Samen biedt dat de kaders voor het college om de Meerjarenbegroting 2023-2026 op te stellen. Maatschappelijk effect De kadernota is doorgaans het kaderstellend document op het gebied van beleid en financiën. De nota geeft een schets van de beleids- en financiële ontwikkelingen voor de volgende begroting.
Hiermee brengt de gemeente prioritering aan in beleidswensen en maken we gezamenlijk politiek-bestuurlijke keuzes over de ontwikkeling van Lansingerland. Zoals gezegd ligt er dit jaar een beleidsarme kadernota, waarin met name financiële (autonome) ontwikkelingen zijn verwerkt.
De kadernota bevat uitgangspunten voor de Meerjarenbegroting 2023-2026. Ondanks dat de kadernota op financieel vlak vooral autonome ontwikkelingen bevat zijn er een aantal beleidsmatige uitgangspunten te benoemen die van invloed zijn op de Meerjarenbegroting 2023-2026. Dit betreffen: Een structureel sluitende begroting in 2023. De toezichthouder (provincie Zuid-Holland) eist van de gemeente een structureel sluitende begroting voor het betreffende begrotingsjaar. Dit betekent dat alle structurele lasten zijn gedekt met structurele baten. De kadernota laat nu een structureel tekort zien van € 3,4 mln. in 2023. De nieuwe coalitie heeft afgesproken dat er een structureel sluitende begroting komt in 2023 en voldoet daarmee aan de vereisten van de toezichthouder. In 2024 en latere jaren een sluitende begroting d.m.v. onttrekkingen aan de algemene reserve. De toezichthouder staat toe dat het tekort van de meerjarenraming 2024-2026 steeds incidenteel per jaar wordt gedekt door een onttrekking uit de algemene reserve. Deze werkwijze is niet anders dan voorgaande jaren. Kostenbudgetten indexeren met inflatiecorrectie (variërend van 2% tot 7,5%). De budgetten die met indexatie worden verhoogd zijn onder te verdelen in: materiële budgetten (6,4%), WMO, Jeugd Lokaal (beide 2%), verbonden partijen (4,8%) en subsidies (5,6% a 7,5%). Een stelpost opnemen voor inhuur.
Het is een uitdaging om alle formatieplaatsen in te vullen. Om die reden wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van tijdelijke inhuurkrachten. Het inhuren van personeel is duurder dan personeel in loondienst. Het budget van de vacatureruimte is niet voldoende om alle inhuur uit te kunnen betalen. Om tekorten als gevolg van inhuur te voorkomen is het daarom nodig om een centrale stelpost voor inhuur op te nemen. Wanneer deze stelpost niet wordt opgenomen is het risico op tekorten in de jaarrekening groter. Een stelpost opnemen voor de nieuwe Cao. In 2023 en latere jaren zal naar verwachting een nieuw Cao-akkoord gaan gelden. In de baseline is alvast voorgesorteerd op de nieuwe Cao door het opnemen van een stelpost. BTW-compensatiefonds bijstellen van 100% naar 50% De BTW-compensatiefonds (BCF) zetten we in als structureel dekkingsmiddel. Het is toegestaan om het BCF op declaratiebasis volledig (100%) in te zetten als dekking. In de Begroting 2022 is voor deze systematiek gekozen, hetgeen structureel € 520.000 oplevert. Met het oog op de huidige financiële onzekerheden, die de omvang van het BCF mogelijk negatief beïnvloeden, is de dekking van het BCF in de kadernota verlaagt van 100% (€ 520.000) naar 50% (€ 260.000). Dit is tevens conforms het advies van de VNG om een buffer aan te houden waarmee tegenvallers in de afrekening van het BCF worden opgevangen.
Het nieuwe bestuur maakt afspraken over de OZB-tarieven voor woningen en niet-woningen. Conform de bestendige gedragslijn worden de OZB-tarieven voor woningen en niet-woningen vooralsnog alleen gecorrigeerd voor inflatie. Daarnaast wordt de WOZ-waarde-stijging doorberekend in de OZBopbrengst. Het is aan de nieuwe coalitie om nadere afspraken te maken over de OZB-tarieven. De ratio weerstandsvermogen blijft op of boven de 1,4. Het weerstandsvermogen geeft aan of de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen, zonder de noodzaak om direct te bezuinigen en/of lokale lasten te verhogen. De ratio dient te blijven binnen de bandbreedte van de door de raad gewenste marge ‘ruim voldoende’ (tussen de 1,4 en 1,8) Vasthouden aan het huidige format van de begroting. Dit betekent dat bij het opstellen van de Meerjarenbegroting 2023-2026 vooralsnog geen gebruik wordt gemaakt van het nieuwe format voor de begroting. Onder andere de doelenboom zal daarom niet terugkomen in begroting. De kadernota bevat ontwikkelingen die een effect hebben op het financieel meerjarenbeeld 2023-2026. De ontwikkelingen in deze kadernota zijn met name autonoom en organisatorisch van aard, of hebben betrekking op interne ontwikkeling en actualisaties. De gemeenschappelijke deler van deze ontwikkelingen
is dat ze met zekerheid leiden tot een financiële mutatie; als gemeente hebben wij hebben hier geen, of maar zeer beperkt, invloed op. Vandaar dat deze ontwikke-lingen al zijn verwerkt in een baseline, voordat er een nieuw collegeprogramma is vastgesteld. Beginstand baseline De baseline begint met het meerjarige begrotingssaldo 2023-2026. Dit betreft het structurele saldo na de eerste begrotingswijzing 2022, waarover de raad in december 2021 is geïnformeerd door middel van het raadsvoorstel BR2100115. Dit structurele saldo is geschoond van de incidentele baten en lasten, aangezien de toezichthouder een structureel sluitende begroting van de gemeente vraagt. Voorts is de beginstand van de baseline inclusief de vrij te besteden structurele effecten vanuit de algemene uitkering (Decembercirculaire 2021 en correcties Meicirculaire 2021). Daarnaast zijn er diverse overige mutaties, voortkomend uit bestaand beleid, die ook in het beginsaldo zijn verwerkt. Het gaat hier om administratieve correcties, onder andere het structureel maken van de implementatie van de Omgevingswet en de structurele effecten vanuit de Slotwijziging 2021. De structurele effecten uit de Zomer-rapportage 2022 zijn reeds verwerkt in de baseline. Onderstaand overzicht bevat het beginsaldo van de baseline. Bedragen x 1.000 Baseline beginsaldi
2023
Structureel begrotingssaldo in 1e BW 2022
2024
2025
2026
-2.112 -3.302 -4.363 -6.016
Effecten algemene uitkering (vrij besteedbaar)
824
1.319
2.078
3.202
Overige mutaties (geen nieuw beleid)
-551
-602
-535
-535
0
0
0
0
Structurele effecten Zomerrapportage 2022 Beginstand begrotingssaldo 2023-2026
-1.839 -2.585 -2.820 -3.349
Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen zijn de ontwikkelingen in 2023 en latere jaren waarvan zeker is dat die op ons afkomen. Wij kunnen als gemeente niet of maar beperkt invloed uitoefenen op deze ontwikkelingen. Het gaat hierbij met name om indexaties, bijstellingen binnen het sociaal domein en ontwikkelingen vanuit het Gemeentefonds. Bedragen x 1.000 Autonome ontwikkelingen a. Indexaties
2023
2024
2025
2026
-2.959 -2.844 -2.691 -2.557
b. Bijstelling bijstandsuitkeringen / BUIG
-145
-120
-95
-95
c. GRJR oplopende aantallen
-621
-621
-621
-621
d. Lokaal inkopen Jeugd
-160
-160
-160
-160
e. GGD
-50
-50
-50
-50
f. Tekort inz. bijzondere bijstand
PM
PM
PM
PM
g. Bijstelling PGB's Jeugdzorg
PM
PM
PM
PM
h. WMO
PM
PM
PM
PM
2.241 4.221 4.935
2.330
i. Ontwikkeling accres in Maartbrief 2022 (indicatie Meicirculaire 2022) j. Effecten Meicirculaire 2022 Totaal
PM -1.694
PM
PM
PM
426 1.318 -1.153
a. Indexaties
Ieder jaar indexeren we onze budgetten. De indexatie heeft zowel betrekking op onze eigen (materiële) budgetten, alsook de bijdragen aan verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen. Indexatie materiële budgetten (6,4%) Met het oog op verantwoord financieel beleid en systematiek indexeren we jaarlijks de aan inflatie gerelateerde materiële budgetten. Wij achten het van belang om bij het opstellen van de Begroting 2023 rekening te houden met het realistisch ramen van loon- en prijsindexering. De indexatie is van toepassing op tal van budgetten in de gemeente zoals uitbesteed werk, onderhoud, uitvoeringsbudgetten, accountantskosten, onderzoek en advies maar bijvoorbeeld ook gas en elektriciteit en overige budgetten. Er is gerekend met 1 vast indexpercentage (6,4%). Hierbij is geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderdelen/budgetten. Het percentage is gebaseerd op de consumentenprijsindex (CPI) van januari 2022. In het gemeente-fonds volgt door middel van het accres compensatie voor de indexatie van de materiële budgetten. Richting de begroting kan zowel de indexatie als het accres nog behoorlijk wijzigingen als gevolg van de Meicirculaire 2022. Indexatie WMO en Jeugd (voor zover lokaal ingekocht) (inschatting 2%) Ook de budgetten van het sociaal domein worden jaarlijks geïndexeerd.
Het gaat onder andere om Hulp bij het huishouden, Dagbesteding, Mantelzorg, Collectief vervoer (allen Wmo) en Jeugd met een beperking, Basis GGZ en Ernstige enkelvoudige dyslexie (allen Jeugd). Om onze wettelijke taken te kunnen blijven uitvoeren is het van belang om deze budgetten jaarlijks te indexeren. Dit is bovendien conform de contractafspraken die wij met onze zorgaanbieders hebben. Indexatie verbonden partijen (4,8%) De budgetten van de verbonden partijen worden geïndexeerd met een vastgesteld indexpercentage voor het komende begrotingsjaar 2023. In opdracht van de Kring van Gemeentesecretarissen Rotterdam-Rijnmond en Goeree-Overflakkee berekent een financiële werkgroep jaarlijks het indexpercentage voor gemeenschappelijke regelingen (GR’en). Hiermee kunnen GR’en de door de deelnemende gemeenten te leveren bijdragen verhogen in verband met loon- en prijsstijging. Het gaat om de verbonden partijen: Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR), Greenport West-Holland, Recreatieschap Rottemeren, GR Jeugdhulp Rijnmond, SVHW, DCMR, MRDH en GGD. Voor 2023 is het percentage berekend op 4,8%. Dit percentage bestaat uit CPI, loonindexatie en een eventuele bijstelling (naar boven óf beneden) op het afgegeven indexpercentage van de afgelopen 3 jaar. Indexatie subsidies (5,6% a 7,5%) Tot slot indexeren we de subsidies.
Bijdragen aan gesubsidieerde instellingen zijn een aparte categorie en hebben betrekking op de hoofddoelen Samenleving, Jeugd, Volwassenen en Ouderen. De geïndexeerde budgetten vallen niet onder de indexatie van de materiële budgetten, verbonden partijen, of WMO en Jeugd lokaal. Het gehanteerde percentage ligt tussen de 5,6% en 7,5%. Het hoge percentage is van toepassing op het CJG en heeft te maken met de CAO stijging van 5% in 2022. Sociaal Domein b. Bijstelling bijstandsuitkeringen / BUIG Eind april 2022 is de voorlopige beschikking voor de BUIG (bijstandsuitkeringen) beschikbaar gekomen. Het is te doen gebruikelijk om het BUIG-budget bij te stellen naar de laatst bekende beschikking. De bijstelling van het budget leidt vooralsnog tot een negatief effect. Eind september 2022 volgt de definitieve beschikking. Te zijner tijd zal daarom een nieuwe (definitieve) bijstelling van de BUIG plaatsvinden. c. GRJR oplopende aantallen Naar aanleiding van de voorlopige begroting van de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) stellen we het budget in onze begroting bij. De bijstelling heeft een negatief effect, met name als
gevolg van oplopende aantallen cliënten bij de GRJR. Het bedrag is exclusief loon- en prijsindexatie; dit is verwerkt bij de indexatie van de verbonden partijen. d. Lokaal inkopen Jeugd Een deel van de jeugdhulp komt over van de GRJR en gaan we zelf lokaal doen. Dit zorgt voor een nadelige bijstelling van het budget voor Jeugd Lokaal in onze begroting. Deze bijstelling is reeds verwerkt in budget voor GRJR (zie f). e. GGD Naast de indexatie dient het budget van de GGD vanaf 2023 te worden verhoogd in verband met de groei van de bevolking en de inzet van de GGD rondom de invoering van de Omgevingswet. De GGD ondersteunt en adviseert gemeenten in de regio namelijk bij ruimtelijke plannen die invloed hebben op gezondheid, milieu, duurzaamheid en veiligheid. Ook is er structureel extra budget benodigd voor de inspecties kinderopvang en gastouderopvang. f. Tekort inz. bijzondere bijstand Dit is vooralsnog een PM-post. Invulling van deze post vergt een nadere uitwerking. De financiële effecten hiervan nemen we mee in de Meerjarenbegroting 2023-2026. g. Bijstelling PGB’s Jeugdzorg Zie toelichting bij i). h. WMO Zie toelichting bij i). Gemeentefonds i. Ontwikkeling accres in Maartbrief 2022 De Maartbrief 2022 geeft een indicatie van de ontwikkeling van het accres vanaf 2023, de opschalingskorting en de herijking van het gemeentefonds.
Over deze effecten is de raad geïnformeerd middels een raadsbrief (U22.02205). De Maartbrief heeft een voordelig financieel effect dat is verwerkt in het meerjarenbeeld van de kadernota. j. Meicirculaire 2022 De effecten van de Meicirculaire 2022 zijn bij het opstellen van de kadernota nog niet bekend en dus opgenomen als PM-post. De verwerking van de Meicirculaire volgt in de Meerjaren-begroting 2023-2026. Actualisatie OZB Bedragen x 1.000 OZB
2023 2024 2025 2026
Actualisatie OZB
629
848 1.236 1.628
Totaal
629
848 1236 1628
In de kadernota zijn de OZB-opbrengsten geactualiseerd. De actualisatie betreft zowel woningen als nietwoningen en zorgt voor een oplopend positief effect vanaf 2023. Het voordelig effect is onder andere het gevolg van gestegen WOZ-waardes, de toepassing van inflatiecorrectie en een herijking van de heffingsgrondslag 2022. In de OZB tarieven 2022 is een inflatiecorrectie van 1,6 % doorgevoerd conform de uitgangspunten van de Begroting 2022. Echter, deze verhoging is niet meegegaan in de centrale mutatie verhoging, waardoor de begrote baten vanaf 2022 structureel te laag zijn geraamd. Daarnaast wordt vanaf 2023 een inflatiecorrectie van 2% doorberekend op de OZB-opbrengsten. De herijking van de heffingsgrondslag
2022 betreft het effect van de areaal-uitbreiding niet-woningen. Bij het opstellen van de Begroting 2022 is rekening gehouden met een areaaluitbreiding van ruim € 26 mln. Dit is herijkt naar bijna € 76 mln. Ook is rekening gehouden met het voorlopige herijkingseffect areaal woningen en niet-woningen in 2023 en latere jaren. Deze herijkingseffecten zijn niet-beïnvloedbare bijstellingen. Personeel Bedragen x 1.000 Personeel
2023 2024 2025 2026
a. Personeelsbegroting
-187
-329
-329
-329
b. Meegroeien centraal opleidingsbudget met p-begroting
-121
-121
-121
-121
c. CAO 2022 effecten Wet banenafspraak/garantiebanen
-129
-243
-243
-243
Totaal
-437 -693 -693 -693
a. Bijstelling personeelsbegroting Ieder jaar actualiseert de gemeente de personeelsbegroting. De actualisatie betreft onder andere het effect van de huidige CAO-verhoging, onregelmatigheidstoeslag en toeslag voor gladheidsbestrijding. Per saldo heeft de actualisatie een negatief effect op het begrotingssaldo. b. Meegroeien opleidingsbudget met personeelsbegroting Het opleidingsbudget van de gemeente is gekoppeld aan de personeelsbegroting. De vuistregel daarbij is dat we 2% van de personeelsbegroting reserveren voor opleidingsbudget. Hiervan gaat 0,5% naar het centrale opleidingsbudget; de overige 1,5% gaat naar de afzonderlijke teams. c. CAO 2022 effecten Wet banenafspraak/garantiebanen De CAO-verhoging en de ophoging van het minimum loon geldt ook voor de doelgroep die gebruik maakt van de Wet banenafspraak en/of garantiebanen. Het aantal banen voor deze doelgroep, afgezet tegen het nieuwe jaarloon zorgt voor een nadelig effect op het begrotingssaldo. Interne ontwikkelingen / actualisaties Bedragen x 1.000 Interne ontwikkelingen/actualisaties a. MIP b. MPG 2022 (uren/overhead/rente), incl. doorwerking Wilderszijde
2023 2024 2025 2026 521
289
75
480
37
-95
60
-201
c. AOK's (uren en overhead)
-141
-141
-141
-141
Totaal
417
53
-6
138
a. Meerjaren Investeringsplan (MIP) Elk jaar vindt er een actualisatie plaats van het MIP. Gekeken wordt onder andere welke investeringen kunnen worden afgesloten of doorgeschoven, welke nieuwe- technische noodzakelijke- en vervangingsinvesteringen gepland staan en hoe de afschrijven van de afgesloten investeringen en nieuwe investeringen zich verhouden ten opzichte van de huidige begroting. Dit is een technische exercitie waarvan de financiële effecten in het structurele begrotingssaldo worden meegenomen. Tijdens de beeldvormende avond van de kadernota op 15 juni aanstaande wordt er ook een presentatie gehouden over het MIP.
b. Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) 2022 Bij de grondexploitaties worden alle te relateren kosten toegerekend. Het gaat daarbij om het toerekenen van uren, overhead en rente, inclusief de doorwerking van de gebiedsexploitatie Wilderszijde. We zien dat de dekking vanuit de projecten afneemt. Dit heeft 2 oorzaken: 1. Een lagere rente als gevolg van aflossingen van de leningenportefeuille (zie ook Financieringsfunctie). Een lagere rente zorgt voor een lagere dekking vanuit de grondexploitatie. Het verschil tussen de rente in het MPG (1,1%) en de feitelijke rente (0,8% à 0,9%) levert een nadeel op, omdat er minder rente kan worden doorbelast naar de grondexploitatie. 2. Een lager aantal uren in het MPG in 2023 in vergelijking met 2022. Oorzaak hiervan is de afronding van een aantal projecten in 2022 en verdere jaren. In het MPG gaan we alleen uit van de projecten die we in exploitatie hebben. Het is echter aannemelijk dat er in de komende jaren weer nieuwe projecten bij zullen komen. Om die reden is er in de regel van het MPG een stelpost verwerkt waarin de nog niet zichtbare, toekomstige, dekking van de projecten is opgenomen. c. Anterieure overeenkomsten (AOK’s) Ook aan de AOK’s worden uren en overhead toegerekend.
Net als bij de grondexploitatie neemt over de jaren de dekking vanuit de AOK’s af, omdat de huidige AOK’s aflopen en er dus minder kosten kunnen worden doorbelast. Daarom is ook in de regel van de AOK’s een stelpost verwerkt waarin de nog niet zichtbare, toekomstige dekking is opgenomen. Overige interne ontwikkelingen/actualisaties Bedragen x 1.000 Overige interne ontwikkelingen a. Correctie omissie urentoerekening begroting 2022 (projecten)
2023
2024
2025
2026
-504
-194
b. Vrijval stelpost t.b.v. urentoerekening Grexen
0
477
497
497
c. Financieringsfunctie
0
0
218
420
-772
-1.700
-1.363
-89
772
1.700
1.363
89
0
0
-283
-224
d. Actualisatie IHP (tijdelijke huisvesting) Dekking tijdelijke huisvesting IHP d.m.v. verschillende reserves Kapitaallasten verhoging kredieten permanente scholen (vanuit IHP)
0
0
Verhuiskosten mutaties IHP
0
0
-80
0
e. Areaaluitbreiding buitenruimte
-97
-247
-397
-547
f. Stelpost Inhuur
-450
-450
-450
-450
g. Stelpost Ontwikkeling Cao
-818
-818
-818
-818
h. Terugdraaien BTW-compensatiefonds (van 100% naar 50%)
-260
-260
-260
-260
i. Overige interne ontwikkelingen (< 10k)
-25
-25
-25
-25
-2.154
-1.517
-1.598
-1.407
Totaal
a. Correctie omissie urentoerekening Begroting 2022 (projecten) In de Begroting 2022 is er een onjuistheid geweest in de systematiek van de urentoerekening aan projecten. In de kadernota vindt er daarom een correctie plaats voor de jaren 2023 en 2024. b. Vrijval stelpost t.b.v. urentoerekening Grexen In de Begroting 2022 is een stelpost opgenomen voor de toerekening van de uren naar de grondexploitatie. Uit een voorlopige analyse blijkt dat de stelpost vanaf 2024 kan worden afgeraamd, hetgeen een voordeel betekent op het begrotingssaldo. c. Financieringsfunctie In de kadernota vindt er een actualisatie plaats van de liquiditeitsprognose en van het verloop van de langlopende leningen. Uit deze actualisatie blijkt dat onder andere met het openen van de grondexploitatie
Wilderszijde de liquiditeitsbehoefte van de gemeente afneemt. Als gevolg van het aflossen van een aantal langlopende leningen ontstaat er vanaf 2025 een voordeel op de rentekosten. d. Mutaties m.b.t. IHP Raadsvoorstel BR2200017 bevat informatie over de financiële gevolgen van het IHP in 2022 en latere jaren. De effecten voor 2022 zijn verwerkt in de Zomerrapportage 2022; de effecten in latere jaren landen in de kadernota en meerjarenbegroting. De mutaties van de tijdelijke huisvesting zijn budgettair neutraal, omdat de dekking hiervan bestaat uit onttrekkingen vanuit verschillende reserves. Deze lasten zijn als incidenteel aan te merken omdat het eenmalige kosten betreft met een vaste einddatum, zijnde de ingebruikname van de definitieve onderwijsgebouwen. In latere jaren (vanaf 2025) zijn de kapitaallasten als gevolg van de verhoging van de kredieten permanente scholen structureel hoger. e. Areaaluitbreiding buitenruimte De areaaluitbreiding van de buitenruimte bekostigen we vanuit een stelpost. Op dit moment bedraagt de stelpost € 238.000 structureel vanaf 2023. De stelpost wordt opgehoogd om de kosten samenhangend met de areaaluitbreiding te kunnen dekken. De kosten hebben betrekking op groenpercelen, verlichting, wegen, straatreiniging, kunstwerken en oppervlaktewater. f. Stelpost Inhuur Het is een uitdaging om alle formatieplaatsen in te vullen.
Om die reden wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van tijdelijke inhuurkrachten. Het inhuren van personeel is duurder dan personeel in loondienst. Het budget van de vacatureruimte is niet voldoende om alle inhuur uit te kunnen betalen. Om tekorten als gevolg van inhuur te voorkomen is het daarom nodig om een centrale stelpost voor inhuur op te nemen. g. Stelpost Ontwikkeling Cao De huidige cao loopt tot en met 1 januari 2023. In 2023 en latere jaren zal naar verwachting een nieuw Caoakkoord gaan gelden. In de kadernota is alvast voorgesorteerd op een nieuwe Cao door het opnemen van een stelpost. De stelpost bedraagt 2,04% (inclusief opleidingskosten) van de totale personeelsbegroting ad € 40,1 mln. h. Terugdraaien BTW compensatiefonds Met het oog op de huidige financiële onzekerheden, die de omvang van het BCF mogelijk negatief beïnvloeden, is de dekking van het BCF in de kadernota verlaagt van 100% (€ 520.000) naar 50% (€ 260.000). Dit is tevens conforms het advies van de VNG om een buffer aan te houden waarmee tegenvallers in de afrekening van het BCF worden opgevangen. i. Overige interne ontwikkelingen Dit betreffen beperkte technische afwijkingen van minder van € 10.000, waaronder interne beheerskosten BIZ en parkmanagement, straatnaamcommissie en beheersvergoeding Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn).
Posten afhankelijk van kabinetsbesluit Een aantal posten in de baseline zijn afhankelijk van een kabinetsbesluit. Bij het opstellen van de kadernota en baseline is alvast geanticipeerd op deze besluiten.
Bedragen x 1.000 Posten afhankelijk van kabinetsbesluit
2023
2024
2025
2026
a. Schrappen opschalingskorting
1.054
1.474
1.877
1.906
b. Compensatie Jeugdzorg: resterende 25%
1.108
1.040
959
833
c. Herijking gemeentefonds
-494
-1.508
-2.606
-2.648
1.668
1.007
230
91
Totaal
a. Schrappen opschalingskorting In de kadernota is uitgegaan van het volledig schrappen van de opschalingskorting bij de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Inmiddels is het zeker dat de opschalingskorting (een meerjarige bezuiniging) tot en met 2025 wordt geschrapt. Het kabinet heeft nog geen uitspraak gedaan over het schrappen in 2026. Indien het kabinet besluit om de opschalingskorting in 2026 wel weer toe te passen, is het effect in 2026 € 0. We gaan echter uit van het structureel schrappen van de opschalingskorting, waardoor ook in 2026 een voordeel ontstaat. Dit is conform advies van de VNG. Zie ook raadsbrief U22.02205. b. Compensatie Jeugdzorg In de Begroting 2022 is de compensatie voor Jeugdzorg in 2022 incidenteel voor 100% ingeboekt en in 2023 en latere jaren structureel voor 75%. Dit naar aanleiding van de uitspraak van de Commissie van Wijzen. In de kadernota gaan we er vanuit dat de resterende 25% compensatie vanaf 2023 de gemeente nog toekomt. Dit is overeenkomstig het oordeel van de arbitrage-commissie. Kabinet heeft inmiddels besloten gehoor te geven aan de oproep van de gemeenten en volgt het oordeel van de arbitragecommissie. Er zijn echter ook nadere maatregelen aangekondigd, zoals centralisatie en inkadering jeugdhulp. Dit kan nog leiden tot financiële effecten. c.
Herijking gemeentefonds De herijking van het gemeentefonds leidt tot een nadelig effect op het begrotingssaldo. Volgens de laatste berichten van ROB bedraagt de trapsgewijze herverdeling maximaal € 37,5 per inwoner in 2025. Zie ook raadsbrief U22.02205. 1.3 De reserves bieden voldoende ruimte voor het dekken van noodzakelijke incidentele claims. In onderstaand overzicht staan de incidentele claims waarvan wordt voorgesteld om die uit de reserves te dekken: Bedragen x 1.000 Incidentele claims Actualisatie IHP
Afboeken boekwaarde voormalig KPN gebouw Totaal incidentele claims
2023
2025
2026
-772 -1.700 -1.363
-89
0
2024
-400
0
0
-772 -2.100 -1.363
-89
a) Actualisatie IHP De kosten voor de actualisatie van het IHP hebben betrekking op tijdelijke huisvesting en hebben een incidenteel effect in de jaren 2023 t/m 2026. Reden van de kosten is de huur van een flink aantal tijdelijke noodgebouwen vanwege de versnelde groei van scholen. Het betreffen de kapitaallasten en exploitatiekosten met betrekking tot tijdelijke huisvesting van nieuwe en bestaande scholen. Deze kosten worden gedekt vanuit verschillende reserves. Bij onttrekkingen uit reserves is het van belang dat de weerstandsratio boven het minimum van 1,4 blijft die de raad heeft vastgesteld. De laatste actualisatie van het weerstandsvermogen en de weerstands-ratio vond plaats bij de jaarstukken 2021. De ratio ligt hier ruim boven de 1,4. b) Afboeken boekwaarde voormalig KPN gebouw In verband met een investering (stedenbouwkundig masterplan) in Berkel Centrum Oost, dient een bestaand gebouw te worden gesloopt. Dit betekent een afwaardering van de boekwaarde van € 400.000 in 2024 ten laste van het resultaat (algemene reserve). Hierover is de raad op 24 februari 2022 geïnformeerd door middel van raadsvoorstel BR2100077. Nog niet alle posten die zijn opgenomen in de baseline zijn ingevuld; er is nog een aantal PM-posten. In de baseline staan nog diverse PM-posten die mogelijk een effect hebben op het saldo van de kadernota.
De belangrijkste PM-posten betreffen de Meicirculaire 2022 en een aantal posten binnen het sociaal domein (bijstelling Jeugdzorg PGB’s en WMO). De cijfers in de baseline zijn een momentopname en nog erg volatiel. Het is mogelijk dat reeds ingevulde posten nog wijzigen als gevolg van nieuwe inzichten. Afhankelijk van het effect van eventuele wijzigingen wordt het tekort van de kadernota hoger of lager. De kadernota bevat geen nieuw beleid en/of ombuigingen; deze financiële effecten zijn onderdeel van het coalitieakkoord en de meerjarenbegroting Het structurele tekort in 2023 dient hoe dan ook te worden opgelost. Naast het saldo van de kadernota zijn ook de financiële effecten van noodzakelijke aanpassingen en voorstellen vanuit de coalitieonderhandelingen onderdeel van het begrotingstekort. Met ombuigingen en taakstellingen zal het structurele tekort in 2023 worden opgelost. In de Meerjarenbegroting 2023-2026 volgt hiervan de uitwerking. Financiële consequenties met dekkingsvoorstel Onderstaand overzicht geeft een samenvattend beeld van de kadernota. Het overzicht laat zien dat het jaar 2023 sluit op € 3,4 mln. negatief. Zoals verwoord bij de uitgangspunten wordt dit tekort in het nieuwe coalitieakkoord meegenomen. De uitwerking van het coalitieakkoord volgt in de Meerjarenbegroting 20232026.
Financieel meerjarenbeeld 2022-2026
2023
2024
2025
2026
Baseline beginsaldi Structureel begrotingssaldo in 1e BW 2022
-2.112 -3.302 -4.363 -6.016
Effecten algemene uitkering (vrij besteedbaar)
824
1.319
2.078
3.202
Overige mutaties (geen nieuw beleid)
-551
-602
-535
-535
0
0
0
0
Structurele effecten Zomerrapportage 2022 Totaal bovenstaande posten (A)
-1.839 -2.585 -2.820 -3.349
Autonome ontwikkelingen
-1.694
426
1.318 -1.153
Actualisatie OZB
629
848
1.236
1.628
Personeel
-437
-693
-693
-693
Interne ontwikkelingen/actualisaties
417
53
-6
138
Overige interne ontwikkelingen
-2.154 -1.517 -1.598 -1.407
Posten afhankelijk van kabinetsbesluit
1.668
1.007
230
Totaal bovenstaande posten (B)
-1.571
124
487 -1.396
Totaal (A+B)
-3.410 -2.462 -2.333 -4.745
Bijlage: Baseline Kadernota 2023-2026 (T22.02992)
91