CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T22.03143] Beantwoording technische vragen

Gemeenteraad 12 mei 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Actualisatie Bodemnota en Bodemkwaliteitskaart622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Formulier beantwoording technische vragen gemeenteraad en commissies

Soort vraag:

Raad

Steller van de vraag en partij: Dhr. A. Hofman/ChristenUnie en dhr. M. Duk/GroenLinks Datum:

12 mei 2022

Onderwerp:

Bodemnota

Vraag: 1. Hoe verhouden de loodnormen 210-260-300 zich tot elkaar? 2. Welke nadelen heeft een strengere normering? En als het niet haalbaar is, hoe verhoudt dit zich tot de zorgplicht van gemeente? 3. Is het uitbreiden van LMW’s haalbaar? Kan er specifieke groep “tuinen” worden toegevoegd? Is dat onhandig binnen de regio? Waar zijn lokale afspraken mogelijk op dit onderwerp? 4. Maken we gebruik van de grondbank Rotterdam? Of zijn we dit in de toekomst van plan/is dit ooit besproken? Wat zijn de voor- en nadelen van eventuele aansluiting? Antwoord: 1. Er bestaat zoiets als gemeten (=gecorrigeerde) en ongecorrigeerde normen/waarden. Bij de gemeten waarden is gecorrigeerd voor “aanhangsels” in de monsters (lutum en andere organische stoffen). De GGD hanteert een gemeten (=gecorrigeerde) waarde van 2101, wij stellen 300 ongecorrigeerd voor lutum en organische materialen voor. Gecorrigeerd komt dit neer op 260. Deze norm sluit aan bij het Rotterdamse beleid wat ook door diverse regiogemeenten is vastgesteld. Het hanteren van dezelfde norm maakt het uitwisselen van grond en ook het samenvoegen van grondpartijen binnen de regio (via de Grondbank Rotterdam) makkelijker. 2. De norm voor loodgehalte alsnog op 210 vaststellen heeft als nadeel dat voor grondpartijen uit de gemeenten die het Rotterdamse beleid volgen een hertoets voor lood nodig is.

Dit is onpraktisch, maar niet onwerkbaar. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt en vanuit oogpunt volksgezondheid valt er geen significante “winst” te behalen, daarvoor is het verschil tussen 210 en 260 te klein. Om deze reden is voorgesteld het Rotterdamse beleid te volgen. Mede ingegeven door de huidige aanwezige bodemkwaliteit binnen de gemeente. Er ontstaan geen extra risico’s voor de volksgezondheid, waarmee we aan de zorgplicht voldoen. Strenger dan 210 heeft wel veel nadelen. In plaats van toepassingsklasse Wonen komt grond met strengere normen terecht in de toepassingsklasse Natuur. Dit is zeer kostbaar en praktisch

1 De landelijke norm van 210 betreft wel een ongecorrigeerde waarde, maar de GGD hanteert in haar advies de gecorrigeerde waarde van 210. Hoe

dit verschil is ontstaan is onduidelijk, maar aangezien het verschil vanuit milieuhygiënisch oogpunt en vanuit oogpunt volksgezondheid nihil is is deze “afwijking” in stand gebleven.

Ons kenmerk

T22.03143

1/2

onwerkbaar. Daarnaast bestaat er een grote kans op verzoeken om planschade bij lopende projecten. Opeens moet veel duurdere grond worden toegepast. 3. Het is praktisch onhaalbaar om de LMW’s uit te breiden met de specifieke groep “Tuinen” (aannemers moeten dan erg gedetailleerd met kleine grondpartijen gaan werken) en daarnaast niet handhaafbaar. De Bodemnota betreft generiek beleid. De toepassingsklassen zijn per deelgebied gebiedsspecifiek gebaseerd op de algemene aanwezige bodemkwaliteit in combinatie met de functie van het deelgebied. Op detailniveau is de kwaliteit per tuin niet bekend. Daarnaast is de Bodemnota alleen van toepassing op professioneel grondverzet/bedrijfsmatige uitvoering en niet voor particulieren. Onder de Omgevingswet maakt het Bodembeleid onderdeel uit van het Omgevingsplan en dat maakt het mogelijk om bij nieuwe ontwikkelingen per project (dus zeer lokaal) nadere/strengere eisen te stellen aan de normen indien gewenst. 4. Als gemeente hebben we geen overeenkomst met de grondbank Rotterdam en zijn dat ook niet voornemens. Reden hiervoor is dat we alles uitbesteden aan derden/aannemers en hierbij contractueel vastleggen dat de aannemer verantwoordelijk is voor de afvoer van grond naar een erkend bedrijf.

Aannemers werken wel met grondbank samen (hebben wel zelf certificaat voor het samenvoegen) en zullen bij afwijkende normering hier rekening mee moeten houden. De afweging om wel of niet als gemeente zelf met de grondbank te gaan werken ligt in de sfeer van de uitvoering.

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=1cd6dd1c-7fb8-4c5b-8089-0e1fbe88c12a