CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T22.01816] Kennisnotitie IKC Lansingerland

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststellen beleid Integrale Kind Centra beleid7.514 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE: Kennisnotitie IKC Lansingerland December 2021

1

Inhoud 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3

2.

Clustering van voorzieningen als een maatschappelijke ontwikkeling ........................................... 5

3.

De situatie in Lansingerland ............................................................................................................ 6

4.

Wat verstaan we onder een IKC? .................................................................................................... 7

5.

Maatschappelijke en inhoudelijke redenen voor het IKC ............................................................... 9

6.

Relevante beleidsterreinen ........................................................................................................... 12

7.

Doelstellingen voor de gemeente Lansingerland voor IKC vorming ............................................. 13

8.

Beleidscriteria voor de huisvestingsbeslissingen van het IKC ....................................................... 15

9.

De rol van de gemeente en van de partners ................................................................................. 17

10.

Afstemming en dialoog ............................................................................................................. 19

BIJLAGE - Ontwikkelinstrument IKC Lansingerland ............................................................................... 20

2

1.

Inleiding De gemeente Lansingerland vindt het belangrijk dat er voorzieningen voor kinderen van 0-12 jaar zijn, waar zij kunnen spelen, leren, ontspannen, sporten, cultuur beleven en vrienden maken. De ontwikkeling van een goede en aantrekkelijke educatieve infrastructuur is een belangrijke doelstelling. Daarmee bedoelen we een goed toegankelijk en ruimtelijk gespreid aanbod, dat goed aansluit bij de ontwikkel behoeften van de kinderen en ouders. Om deze aantrekkelijke educatieve infrastructuur te ontwikkelen worden opvang en onderwijs voorzieningen in veel gemeenten ruimtelijk bijeengebracht. Een uitwerking van die clustering is het integraal kindcentrum (IKC). Binnen een integraal kindcentrum werken scholen en kinderopvang (kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang) samen aan de doorgaande ontwikkelingslijn van kinderen, zodat kinderen optimale mogelijkheden worden geboden om zich te ontwikkelen. Scholen, kinderopvang en andere voorzieningen zoeken steeds meer samenwerking. Hiervoor zijn verschillende maatschappelijke en inhoudelijke redenen. Het gevolg is dat betrokken partijen ook zoeken naar mogelijkheden tot clusteren, combineren en integreren van huisvesting. Voor de scholen in de gemeente Lansingerland is in 2020 een Integraal Huisvestingsplan (IHP)1 ontwikkeld.

De komende tijd zal er woningbouw gepleegd worden in verschillende kernen en de verwachting is dat scholen zullen groeien, dat er scholen bij zullen komen, en dat er ook meer vraag zal komen naar kinderopvang. De laatste tijd komen er steeds meer vragen over het combineren van onderwijs en opvang in één gebouw, bijvoorbeeld in de vorm van een Integraal kindcentrum (IKC). Het huidige IHP biedt onvoldoende aanknopingspunten voor beleidsbeslissingen over de IKCvorming in Lansingerland. Daarom is deze aanvulling op het IHP geschreven. De kennisnotitie IKC biedt een perspectief op IKC-vorming in de gemeente Lansingerland.

In het IHP wordt gerefereerd aan de ontwikkeling van geclusterde voorzieningen zoals IKC en brede school in termen van wijknetwerken, zoals op p. 57 van het IHP: ‘Een goede aansluiting tussen scholen, buitenschoolse opvang, kinderdagverblijven, peuteropvang, centrum voor jeugd en gezin, jeugd- en jongerenwerk, sport en cultuur zorgt ervoor dat kinderen zich breder kunnen ontwikkelen. En daarbij dat organisaties beter van elkaar weten hoe zij de kinderen benaderen en dit op elkaar kunnen afstemmen. Een kind ervaart hierdoor bij de overgang van bijvoorbeeld de kinderopvang naar school minder hiaten. Aan de andere kant helpt het de verschillende organisaties om kinderen die dat nodig hebben op een goede en gelijke manier te ondersteunen. Daarnaast kunnen wij hiermee kinderen helpen in het ontdekken van hun talenten. Uitgangspunten bij de realisatie van onderwijshuisvesting:  Als wenselijk door schoolbestuur, gemeente en eventuele andere partijen een netwerk van voorzieningen voor alle kinderen van nul tot twaalf jaar, waarin verschillende fysieke (campus, alles-in-1-gebouw, etc.) als inhoudelijke (buitenschoolse opvang, sport, etc.) verschijningsvormen mogelijk zijn;  Goede afspraken over de financiering van beheer en de exploitatie bij medegebruik.’ In bovenstaand citaat is de ontwikkeling heel kernachtig samengevat. In de kennisnotitie werken we dit nu uit.

1 Gemeente Lansingerland (2020). Integraal Huisvestingsplan 2020 – 2024, Primair Onderwijs, Gemeente Lansingerland

3

De kennisnotitie biedt een denk- en beleidskader voor de ontwikkeling van IKCs. Deze nota ia is opdracht van de gemeente Lansingerland geschreven door Sardes. Daarna is deze voorgelegd aan de schoolbesturen en kinderopvang.

4

2.

Clustering van voorzieningen als een maatschappelijke ontwikkeling

Als we de ontwikkelingen in het onderwijs over wat langere tijd bezien, dan wordt zichtbaar dat er langzamerhand steeds meer clustering van voorzieningen gaande is rond het onderwijs. Dat begon 35 jaar gelden met het samengaan van de kleuterschool en de lagere school in 1985: zo ontstond de basisschool met acht leerjaren. Rond 1995 ontstond het concept brede school, waarin de school samenwerkte met welzijn, cultuur en sport, vaak in wijken met meer achterstanden. Tussen 2002 en 2013 groeide het aantal brede scholen van 450 naar 2000 (De Weerd, ea 2014)2. Sinds het jaar 2000 wordt gewerkt aan voor- en vroegschoolse educatie (VVE): extra ontwikkelingsmogelijkheden voor kinderen van 2,5-6 jaar. Dit is ook een aanleiding voor scholen om met voorschoolse instellingen (peuteropvang) samen te werken. De wet primair onderwijs vraagt ook aan kinderopvang en school om een doorgaande lijn te maken voor kinderen met een VVE-indicatie (WPO, artikel 167). De motie Van Aartsen / Bos (2007) vroeg aan scholen om kinderopvang te bieden als ouders daar om vroegen. Dit is opgenomen in de wet Primair onderwijs (artikel 45 WPO, 2007). Op basis hiervan ontstond het concept Integraal Kindcentrum (IKC)3, waarin onderwijs en kinderopvang intensief samenwerken.

Ook andere instellingen zoeken de school op als partner, denk aan de Bibliotheek op School (BOS) en de Zorg advies teams, voor afstemming van preventie en jeugdhulp. De laatste jaren wordt steeds meer belang gehecht aan samenwerking: ‘it takes a village to raise a child’. Daarnaast ziet men ook het belang van geïntegreerde aanpakken in het sociaal domein. De uitwerking van iedere samenwerking is per gemeente, zelfs per locatie verschillend, omdat ieder bestuur en iedere school eigen keuzes maakt.

2 Weerd, M. de, Paulussen-Hoogeboom, M.C., Slotboom, S.T., Pol, S. van der, Krooneman, P.J. (2014). Jaarbericht brede

scholen en integrale kindcentra 2013. Amsterdam: Regioplan 3 Studulski, F. en klankbordgroep IKC (2010). Op weg naar het integraal kindcentrum, een verkenning, Amsterdam: SWP

5

3.

De situatie in Lansingerland In deze paragraaf schetsen we kort de situatie in Lansingerland. In Lansingerland zijn 22 basisscholen, waarvan sommigen verschillende (neven)locaties hebben. Er zijn in 2021 vijf verschillende schoolbesturen met verschillende denominaties. De voorschoolse opvang is verdeeld over verschillende houders. Van deze 29 houders hebben slecht zes locaties een VVE certificering. In het dashboard onderwijskansen van het CBS 4 zien we dat er in Lansingerland 1265 peuters zijn (in 2020), waarvan er 80 peuters zijn die een mogelijk risico op achterstanden oplopen (6%). Deze peuters komen in aanmerking voor een VVE-indicatie die door het consultatiebureau wordt afgegeven. Opvallend en ter vergelijking: in Delft zijn ook 1265 peuters, maar daarvan zijn er 210 die een risico op achterstanden lopen (17%). Lansingerland heeft relatief minder kinderen met een risico op achterstand. Over het algemeen neemt de overtuiging toe dat een uitdagende en rijke speelleeromgeving voor alle kinderen van belang is (met en zonder risico op achterstanden). Bij de BSO overheerst Small Steps als houder. Als we afgaan op de websites van de scholen, dan is er één locatie die zich presenteert als een IKC: IKC de Gouden Griffel in Berkel en Rodenrijs. Scholen

Voorschoolse opvang

Buitenschoolse opvang

RVKO

2 scholen

Small Steps

10 locaties

Small Steps

22 locaties

Scholengroep

4 scholen

SKL

5 locaties

BLOS

1 locatie

8 scholen

Het Paleisje

2 locaties

Het Paleisje

1 locatie

Laurentius

7 scholen

Bij de Hand

2 locaties

Bij de Hand

3 locaties

LEV-WN

1 school

De Droomplaats

1 locatie

De

1 locatie

Holland SpectrumSPCO

Droomplaats Boerderij Het

2 locaties

Lansingerland

Boerderij Het

1 locatie

Lansingerland

De Paddenstoel

2 locaties

De Paddenstoel

2 locaties

Angelique Huisman

1 locatie

Prokino

1 locatie

Natuurlijk Thuis

1 locatie

St IKC De

1 locatie

Gouden Griffel Just Kiddies

1 locatie

St

1 locatie

Peuterspeelzaalgroep Bleiswijk SKPR Totaal

22 scholen

1 locatie 29 locaties

33 locaties

Bronnen: DUO / IHP, LRK register Zoals aangegeven in het IHP zullen er de komende jaren nieuwe locaties bijkomen en zullen ook bestaande scholen worden gerenoveerd. Hierin behoort de samenwerking tussen opvang en onderwijs tot de afwegingen.

4 https://dashboards.cbs.nl/v3/onderwijsachterstanden/

6

4.

Wat verstaan we onder een integraal kindcentrum?

Een integraal kindcentrum is een basisschool en kinderopvang die (intensief) samenwerken. Dat doen zij om betere kansen voor kinderen te creëren. De opvang kan zich richten op hele dag opvang (0-4), peuteropvang (2,5-4 jaar), tussenschoolse opvang en buitenschoolse opvang. Het bieden van een doorgaande lijn voor kinderen is belangrijk, maar het IKC heeft ook meerwaarde voor ouders (minder breng en haal momenten) en het team (meer professionele mogelijkheden). Het idee van het IKC ontstond rond 2010. Voor het IKC zijn geen regels of wettelijk inrichtingseisen. IKCs richten zich op wat er nodig is in de eigen wijk of omgeving, daarom kan de inhoudelijke vormgeving variëren. De kern is echter: een integrale samenwerking tussen onderwijs en opvang. Werkdefinitie Een integraal kindcentrum is een voorziening voor kinderen van tenminste 0-12 jaar, waar zij gedurende de dag komen om te leren, spelen, ontwikkelen en ontmoeten. Alle ontwikkelingsterreinen van kinderen komen aan bod. De omgeving biedt een totaalpakket op het gebied van educatie, opvang en ontwikkeling. Daarbij zijn er wel functionele specialismen (inclusief taakverdeling), maar vaak geen institutionele en organisatorische verdeling. Het kindcentrum biedt kinderen een dagprogramma voor zolang als zij (hun ouders) willen deelnemen, met minimale en maximale uren, met ruime openingstijden.

(Bron: divers: 2014; 2010; 2015)5 Er zijn geen wettelijke voorschriften of een landelijk keurmerk voor een IKC. Sommigen noemen het ook anders, zoals een speelleercentrum, of alles-in-één-school. Ook wordt er wel onderscheid gemaakt tussen IKC en KC. Hierbij drukt de toevoeging ‘integraal’ uit dat er meer integratie en samenwerking is dan bij een ‘kindcentrum’. Dit zijn afspraken die onderwijs en opvang onderling kunnen maken om hun niveau van samenwerking uit te drukken. In de gemeente Lansingerland gaat het om clusteren en samenwerken, in eerste instantie tussen de opvang en het onderwijs. De toenadering is niet louter een huisvestingsvraagstuk. Het gaat ook om de meerwaarde die verwacht wordt van inhoudelijke samenwerking (doorgaande lijn, opvoeding, zorg, expertise, etc.). Als kenmerken van die toenadering zien we daarom de volgende gemeenschappelijke aspecten. Deze aspecten herkennen we in de meeste kindcentra6:  Het IKC is onderbouwd met een eenduidige visie 

De gezamenlijk visie van waaruit gewerkt wordt is heel belangrijk Eén leidinggevende per locatie Om slagvaardigheid in het IKC te creëren wordt gewerkt met één leidinggevende of een management team.

5 VNG (2014). Handreiking beleid Kindcentra, Vaart maken, Koplopers van kindcentra doen verslag, Den Haag: VNG

Klankbordgroep IKC en Studulski, F. (2010). Op weg naar het IKC, een verkenning, Amsterdam: SWP Rozendaal, G. van, Vaes, M., (red), (2015). Kindcentra 2020, een realistisch perspectief, van de regiegroep kindcentra 2020, Kindcentra2020 6 Zie o.a. VNG (2014) Vaart maken. Handreiking beleid kindcentra. Koplopers van kindcentra doen verslag, VNG / Kopgroep wethouders / Andere tijden, Den Haag: VNG Rozendaal, G. van, Vaes, M., (red), (2015). Kindcentra 2020, een realistisch perspectief, van de regiegroep kindcentra 2020, Kindcentra2020 Klankbordgroep integraal kindcentrum en Studulski, F. (2010). Op weg naar een integraal kindcentrum, een verkenning, Amsterdam: SWP

7

Eén organisatie

Het streven is om de uitstraling van één organisatie te hebben, mogelijk wel met verschillen tussen ‘front office en backoffice’. Eén personeelsbeleid

Dit zou kunnen met gezamenlijke scholingen en bijeenkomsten. Mogelijk kan ook personeel worden uitgewisseld. Het oorspronkelijk streven om tot één cao te komen, is te hoog gegrepen. Op één locatie

Dit hoeft niet altijd één gebouw te zijn, het kunnen ook twee gebouwen naast elkaar zijn. Voorzieningen voor 0-12 jaar

De leeftijdsgroep 0-4 jaar hoort er echt bij. Afhankelijk van de situatie kan het ook 2-12 jaar zijn. Ruime openingstijden Hierbij wordt gedacht aan bijvoorbeeld 7.00 – 19.00 uur, de kinderopvang heeft ruimere openingstijden.

In een integraal kindcentrum willen we kinderen een ononderbroken ontwikkelingsomgeving aan bieden, met ruimere openingstijden en ook met professionals die onderdeel zijn van één team. Er wordt gewerkt alsof men in één organisatie werkt. Wettelijk moeten de financiën van opvang en onderwijs gescheiden blijven. Er zijn meer belemmeringen in wet- en regelgeving, omdat onderwijs een publiek goed is en kinderopvang een private achtergrond heeft: denk hierbij aan de CAO’s, BTW verrekening, inrichtingseisen, …). Toch ontstaan er op veel verschillende plekken in Nederland integrale kindcentra. Het IKC bouwt misschien voort op de toenemende samenwerking die al aan het ontstaan was in het kader van de brede school. De brede school was een ‘losser’ samenwerkingsverband tussen school en welzijn, sport en cultuur. Het landelijk steunpunt brede scholen heeft dat zo vormgegeven.

8

5.

Maatschappelijke en inhoudelijke redenen voor het IKC

Er zijn verschillende maatschappelijke en inhoudelijke aanleidingen voor het IKC. Het IKC is geen doel op zich, maar een middel om andere doelen te willen bereiken. Het uiteindelijk doel is de ontwikkelingskansen van kinderen zo veel mogelijk te stimuleren en ondersteunen. We behandelen hier een aantal argumenten, met onderzoek die een onderbouwing voor het IKC zijn. We kijken naar: 

Aandacht voor het jonge kind (hersenontwikkeling)

Economisch onderzoek

Arbeidsparticipatie van mannen en vrouwen

Effecten van voor- en vroegschoolse educatie

Passend onderwijs en inclusie

Daarna kijken we ook vooruit naar beleidsontwikkelingen en verwachtingen. De laatste tijd is er steeds meer aandacht voor het jonge kind (0-6 jaar). Uit onderzoek blijkt dat de jonge jaren voor kinderen heel belangrijk zijn, omdat kinderen in die periode heel sensitief zijn voor de omgeving en zij ook snelle sprongen maken in de ontwikkeling (Onderwijsraad, 2011;

Onderwijsraad, 2015)7. Dat vraagt om een rijke speelleeromgeving. In de eerste vier jaren is er veel hersenontwikkeling bij kinderen (OECD, 2012)8, die op dat moment ook een goede stimulering vraagt. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar de langetermijneffecten en economische opbrengsten van vroege educatieve programma’s. Heckman (2006; Heckman e.a., 2010; Belfield e.a., 2006)9 heeft de beroemde rate-of-return curve berekend, waaruit blijkt dat (1) investeringen in de periode vóór de basisschool het meest rendabel zijn en zichzelf meer dan terugverdienen, met een geschatte opbrengst van 1:12 op 40-jarige leeftijd (1 dollar investeren levert 12 dollars winst op; Heckman, 2010), en dat (2) extra investeringen vanaf ongeveer het midden van de basisschool zich minder sterk terugverdienen (uit: Slot en Leseman, 2019)10. Een maatschappelijke verandering die op de achtergrond een rol speelt is dat het scholingsniveau van de bevolking de afgelopen jaren is gestegen en een gevolg daarvan is dat de arbeidsparticipatie van vrouwen is gestegen (van 35,1 naar 65,1% tussen 1969 en 2016; CBS, 2017). In Nederland wordt nog steeds veel in deeltijd gewerkt, maar er is een toenemende behoefte aan opvang voor gezinnen waar beide partners werken. Ook in Nederland wordt het belang van goede voor- en vroegschoolse educatie inmiddels bevestigd.

Er is op verschillende manieren onderzoek gedaan naar de effectiviteit van VVE, maar een van de belangrijkste onderzoeken was dat van Leseman en Veen (2016)11 op basis van het

7 Onderwijsraad (2010). Naar een nieuwe kleuterperiode in de basisschool. Den Haag: Onderwijsraad

Onderwijsraad (2015). Een goede start voor het jonge kind, Den Haag: Onderwijsraad 8 OECD (2012). Starting Strong III - A Quality Toolbox for Early Childhood Education and Care, Parijs: OECD 9 Heckman, J. J. (2006) Skill formation and the economics of investing in disadvantaged children. Science, 312 (5782), 19001902. doi:10.1126/science.1128898 Heckman, J. J., Moon, S. H., Pinto, R., Savelyev, P. A., & Yavitz, A. (2010) The rate of return to the HighScope Perry Preschool Perry Program. Journal of Public Economics, 94(1-2), 114-128. doi:10.1016/ j.jpubeco.2009.11.001 10 Slot, P. & Leseman, P. (2019). Investeren in kinderen van 0-12 jaar, bevindingen ui de wetenschap, PACT voor kindcentra 11 Leseman, P. & Veen, A. (2016). Pre-COOL cohortonderzoek. Effecten van kwaliteit van voorschoolse instellingen. Utrecht/Amsterdam: Universiteit Utrecht/Kohnstamm Instituut.

9

pre-COOL cohortonderzoek (zie ook Leseman et al., 2017)12. Het onderzoek wil goed onderbouwde uitspraken kunnen doen over de maatschappelijke opbrengsten van investeringen in opvang en educatie in de voor- en vroegschoolse periode. Het onderzoek geeft aan dat vooral kinderen met een risico op achterstanden (taal- en ontwikkelingsachterstanden) baat hebben bij een voor- en vroegschools aanbod. De achterstand wordt in de voorschoolse periode weliswaar niet helemaal wordt ingelopen, maar neemt wel substantieel af. Doelgroepkinderen ontwikkelen zich gedurende die periode sneller dan niet-doelgroepkinderen. De woordenschat en de aandachtfunctie verbeteren. In opdracht van PACT deden Slot en Leseman (2019)13 een studie naar wetenschappelijke effecten van het IKC. Hieruit blijkt dat integratie van voorzieningen (zoals in het IKC) kan bijdragen aan kansengelijkheid, dat investeren in jonge kinderen loont, dat deelname aan voorschoolse voorzieningen een positief effect heeft. In de publicatie worden negen aannames over het IKC onderbouwd. Een belangrijke aanname richt zich bijvoorbeeld op de doorgaande lijn. Een recente review uit de VS laat zien dat de effecten van voorschoolse voorzieningen het snelst uitdoven bij de overgang naar de basisschool (Yoshikawa, ea, 2016)14, wat lijkt te duiden op het ontbreken van een doorgaande lijn.

Ook voor de Nederlandse situatie lijken kinderen weinig te merken van een doorgaande lijn, vooral in het kader van voor-en vroegschoolse educatie, tussen voorschoolse voorzieningen en de basisschool (Veen e.a., 2017)15. Een goede transitie van de voorschoolse periode naar de school is daarom van belang. In opdracht van PACT deden Doornenbal ea (2017)16 onderzoek naar inclusie in verschillende proeftuinen van het IKC. Dit leverde aanwijzingen, adviezen en randvoorwaarden op over de toenemende samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs. Inclusie is een ontwikkeling die ook door het ministerie van OCW is overgenomen (zie ook het advies Onderwijsraad, 2020)17. Het IKC is nog maar een jonge ontwikkeling. Omdat er ook maatschappelijke effecten zijn voor ouders, kunnen niet alle effecten vertaald worden in betere prestaties. Het gaat bij een IKC om meer dan cognitieve prestaties. Beleidsontwikkelingen en verwachtingen Het aanbod voor jonge kinderen is in Nederland versnipperd: er is het consultatiebureau, de hele dagopvang, gastouders, de peuterspeelzaal en de basisschool. Om de versnippering van het aanbod wat terug te dringen is in de WET Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (‘wet OKE’, 2010) aangekondigd om de peuterspeelzalen en de kinderopvang samen te laten gaan (te harmoniseren). Dit is in 2018 gedaan.

De voorschoolse educatie wordt nu uitgevoerd door de kinderopvang. De kinderopvang als sector maakt ook een sterke ontwikkeling door (een emancipatie). In de kinderopvang komt steeds meer aandacht voor de ontwikkeling van de kinderen. Het bezien van de kinderopvang als een ‘oppas’ is niet meer van deze tijd. In het

12 Leseman, P., Mulder, H., Verhagen, J., Broekhuizen, M., Slot, P., & Van Schaik, S. (2017). Effectiveness of Dutch targeted

preschool education policy for disadvantaged children. In H. P. Blossfeld, N. Kulic, J. Skopek & M. Triventi (Eds.), Childcare, early education, and social inequality – An international perspective (pp. 173-193). Cheltenham, UK: Edward Elgar. 13 Slot, P. & Leseman, P. (2019). Investeren in kinderen van 0-12 jaar, bevindingen uit de wetenschap, PACT voor kindcentra 14 Yoshikawa, H., Weiland, C., & Brooks-Gunn, J. (2016). When does preschool matter? The Future of Children, 26(2), 21-35. doi:10.1353/foc.2016.0010 15 Veen, A., Veen, I. van der, Schaik, S. van, Leseman, P. (2017). Kwaliteit in kleutergroepen en de relatie met ontwikkeling van kinderen. Resultaten uit het pre-COOL cohortonderzoek. Amsterdam: Kohnstamm Instituut. 16 Doornenbal, J., Fukkink, R., Yperen, T. van, Balledux, M., Spoelstra, J., Verseveld, M van, (2017). Inclusie door interprofessionele samenwerking, resultaten van de proeftuinen van PAT, Pact voor kindcentra 17 Onderwijsraad (2020). Steeds inclusiever. Den Haag: Onderwijsraad

10

manifest van de brancheorganisaties (2019)18 is dat nog eens bevestigd. In het manifest worden drie pijlers benadrukt: ontwikkeling van het jonge kind (0-6 jaar), brede talentontwikkeling (6-12 jaar) en ondersteuning van en dienstverlening aan ouders. Het manifest wijst op een toenemende samenwerking met onderwijs. Na de toeslagenaffaire in de kinderopvang pleiten veel politieke partijen voor kinderopvang als een basisvoorziening (betere toegankelijkheid of zelfs gratis kinderopvang). De SER (2021)19 heeft

speciaal voor de formatie nog een advies opgesteld. Hierin wordt gepleit voor: twee dagen gratis kinderopvang voor 0-4 jaar en BSO en het loslaten van de arbeidseis (ouders moeten werken of studeren om recht te hebben op kinderopvang toeslag). Er verschenen verschillende rapporten die kinderopvang als een basisvoorziening bepleiten (Leseman ea 2021; Platform de toekomst van de arbeid, 2020)20

18 Brancheverenigingen (2019). Manifest kinderopvang, Veranker de unieke expertise van de kinderopvang, Utrecht:

Branchevereniging kinderopvang, Branche vereniging maatschappelijke kinderopvang en Boink 19 SER (2021). en kansrijke start voor alle kinderen Naar inclusieve en toegankelijke voorzieningen voor kinderen van 0-13 jaar, Den Haag: SER 20 Leseman, P., Van der Werf, W., Jepma, IJ., Studulski, F., Nelemans, S., & Slot, P. (2021). Toekomst van de kinderopvang in het pedagogisch-educatieve ecosysteem van kinderen: Een verkenning. Utrecht: Universiteit Utrecht/Sardes. Platform De Toekomst van Arbeid (2020). Investeren in mensen: bouwstenen van een regeerakkoord over werken, leren en verzekeren. Opgehaald van https://www.toekomstvanarbeid.nl/publicaties/investeren-in-mensen/

11

6.

Relevante beleidsterreinen

Door de samenwerking tussen opvang en onderwijs bieden IKCs ook mogelijkheden om relevante beleidsterreinen en doelen een plek te geven. Het IKC is ook een ‘vindplaats’. Gemeente, schoolbesturen en kinderopvang maken hier zelf keuzes in. Hier geven we een kort overzicht van de relevante beleidsterreinen. thema Korte toelichting VVE Kinderen met een taal- of ontwikkelingsachterstand worden op basis van een indicatie van het consultatiebureau doorverwezen naar een VVE voorziening. Het is belangrijk dat er een doorgaande lijn (overdracht) tussen opvang en basisschool is. Het aanbod is bedoeld voor kinderen van 2,5 – 6 jaar. Passend In 2014 is het passend onderwijs ingevoerd, waarbij schoolbesturen een onderwijs en zorgplicht hebben voor kinderen die behoefte hebben aan extra ondersteuning. jeugdzorg Vanaf 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor de zorg voor jeugd. Gemeente en scholen werken samen om de ontwikkelingen op het gebied van jeugdzorg en passend onderwijs goed op elkaar af te stemmen. Er moet een goede samenhang zijn tussen onderwijsondersteuning in de school en jeugd- en welzijnsvoorzieningen, opvoedings- en opgroeiondersteuning en jeugdhulp buiten de school. In een IKC wordt vanuit verschillende expertises en disciplines naar de ontwikkeling van kinderen gekeken. Cultuureducatie Kunst en cultuur is een integraal onderdeel van het reguliere lesaanbod.

Vaak wordt het cultuuraanbod verdiept of versterkt met een buitenschools aanbod. Hierbij kan ook de bibliotheek een rol spelen. Het is de bedoeling dat er doorlopende leerlijnen zijn waarin alle kunstdisciplines aan bod komen. Op die manier werken de meeste scholen ook aan talentontwikkeling. Sport & Sport en bewegen is heel belangrijk voor kinderen. Zeker ook als het gaat om beweging het bestrijden van overgewicht. Bij een gecombineerd aanbod bij IKCs kunnen meer kinderen bereikt worden en betrokken worden in naschools aanbod. Beweegmanagement richt zich op problemen op het gebied van bewegingsarmoede, overgewicht en motorische achterstanden. (Onderwijs) Sinds 1 januari 2015 is er een nieuwe taakverdeling op het gebied van huisvesting onderwijshuisvesting. De gemeente is verantwoordelijk voor de bekostiging van nieuwbouw en uitbreiding. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de bekostiging van groot (buiten-)onderhoud en aanpassingen. In 2020 is het IHP vastgesteld voor de periode 2020-2024, met een perspectief van 15 jaar. Andere thema’s Wetenschap en techniek Natuur- en milieu educatie Jeugdparticipatie Gezondheid en preventie

12

7.

Doelstellingen voor de gemeente Lansingerland voor IKC vorming

De gemeente Lansingerland vindt het belangrijk dat er een eigentijds, toegankelijk en divers aanbod is voor kinderen en ouders die gebruik maken van onderwijs en opvang. De gemeente Lansingerland ziet een aantal redenen voor het vormen van een IKCs. Tegelijkertijd zijn er ook redenen die minder aansprekend zijn. Deze staan in het onderstaand schema. Goede redenen

Minder goede redenen

Het belang van een goede doorgaande lijn;

Een IKC worden omdat het ‘in de mode’ is

Het bieden van meer ontwikkelingskansen

Een IKC worden om meer vierkante meters

Minder stress bij ouders: minder haal en

Een IKC worden zonder draagvlak bij

Meer mogelijkheden voor

Een IKC worden met als belangrijkste

Bundeling van expertise en talenten van

Een zo groot mogelijk IKC worden

professionals (korte lijnen tussen

De IKC ontwikkeling ‘van bovenaf’

voor kinderen;

te regelen

breng bewegingen van kinderen en ouders;

team, ouders en MR

talentontwikkeling bij kinderen;

reden een betere concurrentiepositie

professionals); 

Meer mogelijkheden voor preventie en

opleggen 

kinderen met een ondersteuningsbehoefte

IKC vorming met als gevolg: segregatie van leerlingen

Het IKC is er in eerste instantie voor het kind. De overgang van peuter naar kleuter is voor sommige ouders en kinderen erg groot. Een IKC met een doorgaande ontwikkelingslijn van de voorschoolse naar de schoolse periode kan helpen die overgang beter te later verlopen. Het is belangrijk dat de voorschoolse voorzieningen niet gaan ‘verschoolsen’. Daarnaast zijn er wellicht meer mogelijkheden om met aandacht naar de ondersteuningsbehoeften van kinderen te kijken. Voor het personeel ontstaan bij meer integratie tussen onderwijs en opvang meer mogelijkheden voor uitwisseling. Op een krappe personeelsmarkt kan dit mogelijk leiden tot nieuwe oplossingen, interessantere functies en uitwisseling van personeel tussen opvang en onderwijs. De gemeente Lansingerland vindt het belangrijk dat er een divers aanbod blijft bestaan. Voor ouders blijft een keuze uit verschillende aanbieders. Het betekent onder andere: 

Niet alle scholen hoeven een IKC te worden

Bestaande brede scholen (basisscholen die samenwerken met bijvoorbeeld welzijn, sport en cultuur) die naar tevredenheid functioneren en veel ervaring hebben opgedaan, kunnen zelf kiezen of zij een IKC willen worden.

Scholen kunnen zelf kiezen met welke kinderopvang organisatie zij willen gaan samenwerken. Op dit moment werken verschillende scholen al samen met kinderopvang. Soms zit die wel in het schoolgebouw, soms ook niet. Het is denkbaar dat scholen meer eenduidige kinderopvang partners willen kiezen voor de opvang, bijvoorbeeld met peuteropvang en BSO van dezelfde houder. Als scholen de kinderopvangpartner waarmee zij een langdurig commitment willen aangaan, gaan heroverwegen, dan kan dit leiden tot tijdelijke frictie. De gemeente hoopt dat dit in goed overleg kan plaatsvinden. De gemeente gaat geen streefgetal noemen voor het aantal te realiseren IKCs (bijvoorbeeld: ‘we willen in vijf jaar zeven IKCs realiseren’). We zien het als een geleidelijk ontwikkelproces, waarbij

13

het enthousiasme en draagvlak bij de opvang en de school van groot belang is. De bestuurders van kinderopvang en onderwijs staan daarbij aan het roer. Het draagvlak op de locatie is van belang. Van daaruit wordt gekeken naar kansen en mogelijkheden. Niet ieder IKC hoeft gehuisvest te worden in een nieuwe (multifunctionele) accommodatie. Er kan ook worden gezocht naar andere mogelijkheden die zich voordoen in de huisvesting, bijvoorbeeld met leegstaande lokalen. De gemeente is zich daarbij bewust van artikel 107 WPO. Als het leerlingaantal groeit en lokalen weer nodig zijn, zal in goed overleg naar een andere oplossing worden gezocht. In het (model)reglement onderwijshuisvesting van de gemeente wordt hiervoor een bepaling opgenomen. IKCs zijn een middel, maar toch vervullen zij een centrale rol in de educatieve infrastructuur. Door de samenwerking tussen instellingen, kunnen verschillende doelen en thema’s uit het sociale domein hier een plek vinden (denk aan preventie, cultuur, vve, …). De gemeente Lansingerland ziet de ontwikkeling van IKCs daarom niet alleen als een huisvestingsopgave. Het is óók een inhoudelijke opgave. De gemeente, de schoolbesturen, kinderopvang en andere partners nemen zich met deze kennisnotitie IKC voor om in Lansingerland de ruimte te bieden voor IKC ontwikkeling. Beleidsmatig betekent dit: 

Meer integrale beleidsafstemming, bijvoorbeeld op het terrein van VVE, cultuur, sport, zorg en

Op een constructieve wijze zoeken naar kansen die zich voordoen in huisvesting en meer

Meer integrale afstemming van inspanningen op het gebied van zorg en passend onderwijs

gezondheid; integrale beleidsafstemming op het gebied van huisvesting 

Creëren van een lerend professioneel klimaat, door uitwisseling en transparantie.

Gezamenlijk volgen van de ontwikkeling en sturen op voortgang

Standaard kan dit worden opgenomen in de agenda voor het OOGO en de Lokaal educatieve agenda (OOGO LEA).

14

8.

Beleidscriteria voor de huisvestingsbeslissingen van het IKC

In deze paragraaf gaan we meer in op de consequenties voor huisvesting. Voor het nemen van goede beslissingen op het gebied van huisvesting zijn verschillende stappen nodig.  Het inventariseren van het draagvlak voor het IKC per locatie  Het in beeld brengen van de huisvestingswensen per locatie  Het beoordelen van de mogelijkheden (ruimtelijk / technisch / stedenbouwkundig)  Het beoordelen van de mogelijkheden tot verandering (financieel) en het maken van een planning Draagvlak voor een IKC is een belangrijk criterium. Daarom wil de gemeente dit samen met de partners ook inzichtelijk maken voor alle betrokkenen. Een uitwerking van de kennisnotitie IKC is bijvoorbeeld het ontwikkelen van een overzicht: welke locaties hebben belangstelling voor de IKC ontwikkeling en wat is daarvoor nodig? We stellen ons drie categorieën voor: Categorie Toelichting Categorie 1 Direct starten We willen een IKC worden, er is draagvlak, de partners zijn duidelijk Categorie 2 Oriëntatie We willen er nog over nadenken, misschien is het draagvlak nog niet zo duidelijk of zijn de partners nog niet helemaal uitgekristalliseerd Categorie 3 Geen belangstelling We willen geen IKC worden De gemeente en partners gaan samen bezien hoe de belangstelling voor het IKC is. Niet alle huisvestingswensen kunnen tegelijkertijd worden gerealiseerd.

Hiervoor zal in goed overleg met de scholen en opvang een plan worden gemaakt. We kijken daarbij ook naar kansen die zich voordoen. Het is verleidelijk om een soort realisatie termijn te benoemen waarbinnen de IKC-ontwikkeling dan vorm zou moeten krijgen. De realiteit is echter dat de ontwikkeling van een IKC tijd kost en dat een gezamenlijke ontwikkelingsrichting eerder betekent dat beleidsbeslissingen op verschillende terreinen op elkaar moeten worden afgestemd, met een inhoudelijk ontwikkelingskader als leidraad. We zouden het eerder kunnen benoemen als ‘samen op weg gaan’. De gemeente Lansingerland ziet voor de ontwikkeling van de huisvesting van IKCs twee opties: 1. Voorfinanciering van de ruimten kinderopvang bij nieuwbouw, waarbij langjarige huurcontracten worden afgesloten 2. Verhuur van de ruimten van kinderopvang via het schoolbestuur Steeds zal per locatie worden bezien wat de kansen en mogelijkheden zijn. Die afwegingen doen we in goed overleg. Soms zal blijken dat verbouw of uitbreiding niet goed mogelijk is, bijvoorbeeld door gebrek aan ruimte, technische belemmeringen of stedenbouwkundige belemmeringen, maar ook gebrek aan financiële mogelijkheden. De intentie is wel om samen te zoeken naar oplossingen, denkend vanuit een perspectief op de toekomst.

Daarom wordt ook gekeken naar multifunctioneel gebruik van ruimten, hetgeen een voordeel van geclusterde bouw kan zijn. 15

Bij verbouw van bestaande schoolgebouwen zal per locatie moeten worden bekeken hoe de functies goed kunnen worden ingepast in het gebouw. We maken daarbij gebruik van de richtlijnen voor de bouw van scholen en kinderopvang (Ruimte OK, 2016, 2019)21. De gemeente gaat daarbij uit van marktconforme huurtarieven. Hierbij zijn duurzaamheid en transformatie mogelijkheden steeds onderdeel van het afwegingskader. Dit geldt ook bij nieuwbouw. Geboortegolven in nieuwbouwwijken hebben gemiddeld een duur van 15 jaar. Om te voorkomen dat lokalen daarna leeg komen te staan, zal de gemeente erop toezien dat er gekozen wordt voor levensloopbestendig bouwen, waarbij gebouwdelen bijvoorbeeld ook geschikt kunnen worden gemaakt voor andere functies (denk aan fysiotherapie of kantoor). Door compartimentering en onafhankelijke toegankelijkheid ontstaan zo meer mogelijkheden met het bestaande vastgoed. Dit vraagt van de gemeente ook nadere afstemming tussen afdelingen.

21 Voor de scholen: Ruimte OK (2016). Kwaliteitskader huisvesting, Het kind centraal – actualisering november 2016, uitgegeven door: verschillende partijen, waaronder POraad, VNG Voor de kinderopvang: Ruimte OK (2019). Huisvesting vanuit kindperspectief, kwaliteitscriteria voor voorzieningen in de kinderopvang uitgegeven door: verschillende partijen, waaronder POraad, VNG, en Waarborgfonds kinderopvang

16

9.

De rol van de gemeente en van de partners

De gemeente kan in het IKC beleid verschillende rollen innemen. De volgende rollen zijn bekend: sturend, regisserend, faciliterend, en volgend (2014, 2016, 2020)22, 23, 24.

sturend regisserend faciliterend volgend

De gemeente wil vanuit haar rol als verbinder zo veel mogelijk een regisserende en faciliterende rol innemen. ‘Met regie bedoelen we: organiseren, initiëren, faciliteren van een gezamenlijke agenda binnen een netwerk van gelijkwaardige partijen, waar men zich aan committeert, om gezamenlijk maatschappelijke waarde te creëren’ (PACT, 2020). De gemeente gaat geen procesbegeleiding op locaties bekostigen voor scholen en kinderopvang: dat is meer een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen, scholen en kinderopvang. De gemeente zal het initiatief nemen voor een werkgroep en het inrichten van het ontwikkelkader. Dit richt zich op: 

Het in beeld brengen van de huisvestingswensen per locatie

Het beoordelen van de mogelijkheden (ruimtelijk / technisch / stedenbouwkundig)

Het beoordelen van de mogelijkheden tot verandering (financieel) en het maken van een planning

Gezamenlijk leren van elkaar, gezamenlijke uitgangspunten formuleren, bijvoorbeeld op het gebied van exploitatie en beheer

Daar waar schoolbesturen bouwheerschap hebben voor de verbouw / nieuwbouw, zal de realisatie verder berusten bij de schoolbesturen. De huisvestingvragen van kinderopvang en onderwijs die buiten de focus deze nota vallen zijn hiermee niet buiten beeld van de gemeente. Het is beter om het overleg over de huisvestingsvragen en het inhoudelijke overleg te splitsen. Daarom is het voorstelbaar dat er ook een speciale werkgroep kan ontstaan voor de inhoudelijke ontwikkeling van de IKCs. Hier spelen andere vraagstukken dan in de werkgroep huisvesting. Het ontwikkelschema uit de bijlage biedt een denkkader. Dit is meer een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen en kinderopvang, maar de gemeente is wel belangstellend en faciliterend – de gemeente denkt mee over oplossingen van vraagstukken (mede vanuit een maatschappelijk belang en het perspectief van het OOGO / de LEA).

22 VNG (2014). Handreiking beleid Kindcentra, Vaart maken, Koplopers van kindcentra doen verslag, Den Haag: VNG 23 Studulski, F. &Kruiter, J. (2016). De gemeente en integrale kindcentra, Utrecht: Sardes 24 PACT (2020). Lokaal samenwerken aan kindvoorzieningen. Regie pakken: waarom en hoe? Handreiking voor gemeenten,

www.Pactvoorkindcentra.nl

17

In de inhoudelijke werkgroep kan het gaan over vraagstukken als: 

Ontwikkeling van visie en planvorming

Vormgeving doorgaande lijnen

Inrichten van de organisatie en de leiding

Communicatie naar ouders

(mogelijke) uitwisseling van personeel

Als IKCs in Lansingerland zich ontwikkelen tot een heldere infrastructuur voor de jeugd van 0-12 jaar, dan is dat voor de gemeente ook aangrijpingspunt voor bijvoorbeeld beleid op het gebied van collectieve preventie en andere beleidsthema’s (denk aan cultuur of sport). De werkgroepen geven invulling aan een adequate opdracht en vergaderfrequentie. Daarnaast zal de gemeente ook bezien waar er mogelijkheden zijn om beleidsmatig intern te ontschotten om tot beter integraal beleid te komen. De gemeente wil een goede educatieve infrastructuur ontwikkelen. Lansingerland is een aantrekkelijke gemeente voor jonge startende gezinnen. De inzet is om als gemeente samen met de partners te komen tot goede oplossingen voor vraagstukken die spelen op locaties, vooral op het gebied van huisvesting. Zoals gezegd vervult het IKC een centrale rol in het netwerk rond kinderen, en daarmee ook in de educatieve infrastructuur. Het IKC is niet alleen een huisvestingsvraagstuk maar ook een inhoudelijke opgave. De gemeente hanteert daarom een inhoudelijk ontwikkelinstrument dat de samenwerking tussen opvang en onderwijs weergeeft. De gemeente kijkt met belangstelling naar de ontwikkeling van de IKCs en ziet de inhoudelijke ontwikkeling ook als een voorwaarde voor de kinderopvang en het onderwijs om te komen tot nieuwe stappen. In het land bestaan verschillende ontwikkelingsinstrumenten25.

In de ontwikkelinstrumenten wordt vaak de mate van samenwerking vormgegeven door fases te onderscheiden, zoals: 

back to back

Face to face

Hand in hand

Cheek to cheek

We noemen deze fases ambitieniveaus, om de mate van samenwerking te beschrijven. In de bijlage staat het inhoudelijk ontwikkelkader dat de gemeente graag wil hanteren samen met de partners. Dit ontwikkelinstrument is een gesprekskader, maar ook een monitor om te volgen wat de ontwikkeling per locatie is. Het doel is niet ‘zo snel mogelijk, zo integraal mogelijk’ te zijn.

25 Gemeente Hoorn, 2016, ontwikkelinstrument IKC / Gemeente Den Bosch, Compas013, stadsfoto / Korein Kinderopvang.

Volop groeien met het project kinderopvang – onderwijs / Kwaliteitskaart brede school – IKC, landelijk steunpunt brede school / Almere Checklist IKC

18

10. Afstemming en dialoog

Voor de ontwikkeling van de IKCs voorziet de gemeente twee werkgroepen. Beide werkgroepen zijn sub werkgroepen van het OOGO LEA en komen minimaal twee keer per jaar samen. Twee werkgroepen: 1. Huisvesting IKC (een ‘mini-IHP’) 2. Inhoudelijke IKC werkgroep De werkgroep huisvesting IKC richt zich meer op de huisvestingsvragen rond het IKC. Vanuit de verantwoordelijkheden die de gemeente heeft voor huisvesting zal de gemeente hier het initiatief in nemen. Vanuit de rol van verbinder zal de gemeente meedenken en alternatieve oplossingen met de partners verkennen. Mogelijke onderdelen van de agenda zijn: 

Inventariseren IKC ambities in Lansingerland

Analyseren van de maatschappelijke vragen en problemen

Krachtenveldanalyse (belangen in beeld brengen)

Gezamenlijk zoeken naar huisvestingsoplossingen

Naast de werkgroep voor huisvestingsvragen kunnen onderwijs en opvang ook een gemeentelijke werkgroep initiëren voor de inhoudelijke ontwikkeling van IKCs. Professionals kunnen elkaar hierin steunen. De gemeente is belangstellend en faciliteert. Met vertegenwoordigers van opvang en onderwijs zal de gemeente de ontwikkeling van de IKC ontwikkeling monitoren. In deze werkgroep agenderen we de onderwerpen die in paragraaf 9 zijn genoemd, aangevuld met bijvoorbeeld: 

Organiseren gezamenlijke studiedag / kennisuitwisseling

Monitoren van de IKC ontwikkeling met het ontwikkelinstrument

Het ontwikkelinstrument IKC is een belangrijk gesprekskader om de ontwikkeling van de IKCs te monitoren. De gemeente heeft geen rol in het operationaliseren van de IKC op de locaties, maar is natuurlijk wel belangstellend.

19

BIJLAGE - Ontwikkelinstrument IKC Lansingerland

De thema’s van het ontwikkelinstrument IKC zijn: 1. Bestuurlijk draagvlak 2. Uitstraling van één organisatie 3. Gezamenlijke visie 4. Het kind staat centraal 5. Ouders betrokken 6. Thuisnabij maatwerk in de gemeente, dorp, wijk, buurt 7. Multidisciplinaire samenwerking 8. Doorgaande lijn 9. Nieuwe professionele houding 10. Structurele aanpak 11. Geschikte en beschikbare ruimten 12. Zichtbaar maken van de resultaten Dit instrument is gebaseerd op het instrument dat eerder is ontwikkeld in Hoorn (2016) een coproductie van de Sardes en de lokale partners. De partners in Lansingerland zijn vrij om het te verbeteren. De laatste fase is door belemmeringen in wet- en regelgeving nog moeilijk te realiseren.

20

1.

Bestuurlijke samenwerking

Back to back

Face to face

Hand in hand

Cheek to cheek

Integraal

De partners werken niet samen

De partners werken basaal samen

De partners maken afspraken over

De partners werken met een

Fusie van betrokken partners

zoals bedoeld in artikel 45 WPO

bijvoorbeeld preferred partnership.

samenwerkings overeenkomst of

(makelaarsmodel)

Besturen delen een visie op IKC

andere juridische samenwerkings-

ontwikkeling die leidend is voor de

overeenkomst

locaties. 2.

Eén organisatie

Back to back

Face to face

Hand in hand

Cheek to cheek

Integraal

De partners werken en handelen als

De partners kennen elkaar

De partners ondernemen soms

De partners zijn onderdeel van een

Er is één organisatie (een juridisch,

aparte organisaties

(medewerkers en uitgangspunten)

samen activiteiten op basis van een

juridische samenwerkingsovereen-

financieel en organisatorisch

niet-vrijblijvende

komst (nevenstichting, …); er is

geheel); er is een IKC directeur per

samenwerkingsovereenkomst; er is

eenduidige leiding.

locatie; er is één website en

een vorm van gemeenschappelijke

Er is efficiënte administratie (ouders

nieuwsbrief.

leiding

bellen maar een keer als het kind

Begin en eindtijden zijn goed op

ziek is);

elkaar afgestemd.

Er is één website en nieuwsbrief.

3.

Gezamenlijke visie op leren, ontwikkeling en samenwerken

Back to back

Face to face

Hand in hand

Cheek to cheek

Integraal

Iedere partner heeft een eigen visie

De partners kennen elkaars visie

Er is een gezamenlijke visie

Er is een gezamenlijke visie

De gemeenschappelijke visie is

opgesteld, die bij individuele

opgesteld, vanuit het kind, die ook

leidend voor de organisatie

partners anders kan uitwerken

draagvlak heeft op de werkvloer

4.

Het kind staat centraal

Back to back

Face to face

Hand in hand

Cheek to cheek

Integraal

De partners hebben ieder hun

De partners kennen het aanbod van

De partners op een locatie hebben

De partners hebben een

Het IKC biedt een kader voor

aanbod voor groepen kinderen (0-2

de verschillende partijen op een

een gezamenlijk aanbod naast een

gezamenlijk aanbod en

verschillende

jaar, 2-4 jaar, 4-12 jaar, naschools).

locatie. Professionals stemmen met

eigen aanbod. Professionals

onderscheiden daarin verschillende

ontwikkelingsaspecten voor

Professionals werken binnen hun

elkaar af.

stemmen taken optimaal af, ten

aspecten, gericht op sociaal-

kinderen van 0-12 jaar, waarin

behoeve van het kind.

emotioneel, motorisch, fysiek en

professionals werken met

cognitief; er zijn activiteiten voor

verschillende deskundigheden.

eigen groep.

educatie, zorg, vrije tijd en ouders.

21

Professionals voelen zich onderdeel van het geheel IKC 5.

Ouders betrokken en als klant

Back to back

Face to face

Hand in hand

Cheek to cheek

Integraal

Iedere partner heeft een eigen

De partners weten van elkaar welke

De partners hebben activiteiten

De partners hebben voor de locatie

Er is een integraal ouderbeleid,

relatie met de eigen ouders op basis

doelen en activiteiten men

voor ouders afgestemd op elkaar

nieuw ouderbeleid gemaakt op

waarin ouders zelf ook een

van de wettelijke verplichtingen.

onderneemt met de partners;

(vanuit hun eigen beleid); ouders

basis van pedagogisch partnerschap

belangrijke rol spelen en het IKC

verwachtingen van ouders zijn

hebben een plek in het IKC;

en wederkerigheid; waarbij ouders

een gemeenschap vormt, samen

duidelijk.

activiteiten met ouders komen tot

goed worden geïnformeerd over

met de ouders.

stand in afstemming met ouders.

het IKC. Ouders hebben goed zicht

Er is een IKC raad.

op ondersteuning / educatie die zij

Ouders zijn actieve partner(s) van

kunnen gebruiken. En het IKC maakt

de IKC en worden op alle terreinen

ook gebruik van talenten van

betrokken, waarbij gestreefd wordt

ouders.

naar een zo groot mogelijke graad van participatie.

6.

Thuisnabij maatwerk in gemeente, dorp, wijk, buurt

Back to back

Face to face

Hand in hand

Cheek to cheek

Integraal

Partners staan in een wijk, maar

Partners van het IKC weten welk

Partners van het IKC benutten het

Een gezamenlijke aanpak van het

Het IKC is onderdeel van een lokale

hebben geen tot weinig relatie met

aanbod er in de wijk of buurt is

aanbod in de wijk voor activiteiten

IKC richt zich ook op de bevordering

gemeenschap. Het IKC verbindt een

hun omgeving.

(bijvoorbeeld bibliotheek, speel-o-

op het gebied van sport, cultuur of

van sociale cohesie en de inbreng

gezamenlijk vraag- en doelgericht

theek etc)

andere maatschappelijke doelen.

van de actoren in de wijk of buurt.

aanbod van activiteiten.

Back to back

Face to face

Hand in hand

Cheek to cheek

Integraal

Er is geen samenwerking tussen de

De partijen per locatie zijn in beeld.

Er is afstemming over de inzet van

In het IKC wordt gewerkt met

Het IKC werkt als een High

verschillende disciplines van de

Naast kernpartijen onderwijs en

de verschillende disciplines op basis

multidisciplinaire teams; er zijn

Performance Organisation, met een

verschillende partijen.

opvang is er ruimte voor

van de visie. Multidisciplinaire

goede afspraken over taken,

team, waarin verschillende

peuterarrangementen, zorg- en

samenwerking biedt meerwaarde

bevoegdheden,

disciplines op basis van de visie en

welzijn en anderen. De partijen zijn

voor het IKC.

verantwoordelijkheden en

TBVA samenwerken.

7.

8.

Multidisciplinaire samenwerking

op de hoogte van elkaars expertise. Doorgaande lijn ondersteuning, waaronder ook zorg

Back to back

Face to face

aansprakelijkheid (TBVA). Hand in hand

Cheek to cheek

Integraal

22

De partijen werken met eigen

Er is informele uitwisseling tussen

Iedere partij werkt met een eigen

Er is een doorgaande lijn in

Er zijn individuele

kindvolgsysteem (KVS), zonder

beroepskrachten, er is koude

kindvolgsysteem, er is warme

ondersteuning (met bijvoorbeeld

ontwikkelingslijnen waar de

overdracht; er is geen uitwisseling.

overdracht van kindgegevens.

overdracht. Preventie is leidend

KVS en MDT/ZAT). Signalering en

ondersteuning op aansluit;

voor een integraal

preventie zijn gericht op 0-13 jaar.

begeleiding door mentoren /

signaleringsysteem en wederzijdse

coaches, met bijvoorbeeld

benutting van deskundigheid

ondersteuningsportfolio.

(voorbeeld: IBer komt signaleren in de voorschool). 9.

Doorgaande lijn inhoud, waaronder ook identiteit

Back to back

Face to face

Hand in hand

Cheek to cheek

Integraal

De partijen werken met eigen

De partners zijn op de hoogte van

Men werkt aan inhoudelijke

De partners werken op basis van

Doorgaande lijnen zijn

aanbod en programma’s.

elkaars aanbod en werk.

doorgaande lijnen voor minimaal

een gezamenlijke pedagogische

gepersonaliseerd en geven

twee thema’s (bijvoorbeeld VVE,

visie aan verschillende doorgaande

inhoudelijk richting aan de

beweging of cultuureducatie).

lijnen.

organisatie voor kinderen van 0-12 jaar.

10. Nieuwe professionele houding Back to back

Face to face

Hand in hand

Cheek to cheek

Integraal

De verschillende partijen kennen

De professionals doen hun best om

De professionals werken aan

Een open, positieve en flexibele

Alle professionals van de locatie zijn

elkaar niet

elkaar te leren kennen (bijvoorbeeld

samenwerking door het gezamenlijk

houding tussen alle professionals.

onderdeel van een lerende

informeel, of met een

uitvoeren van activiteiten, een

Deskundigheden en

gemeenschap, die open en

smoelenboek). Ze verkennen

project of product. Professionals

verantwoordelijkheden zijn over en

constructief werkt aan een

elkaars deskundigheid.

leren denken in het kader van het

weer duidelijk.

gemeenschappelijke professionele

geheel.

cultuur. Personeelsbeleid is verantwoordelijkheid IKC directeur.

11. Geschikte en beschikbare ruimte Back to back

Face to face

Hand in hand

Cheek to cheek

Integraal

Iedere partner heeft ruimten; de

De partners zien de voordelen van

De partners clusteren zich en delen

De partners delen één voorziening

Er is één voorziening voor kinderen

partners zitten bij elkaar in de buurt

een geclusterde voorziening, en

af en toe ook ruimten; de

en ruimten; er is een centrale

van 0-12 jaar, personeel en ouders.

(loopafstand).

benutten nu elkaars nabijheid.

huisvesting stimuleert (in)formeel

informatiebalie voor iedereen.

Ruimten worden gebruikt naar

overleg tussen de professionals. Er

Beheer en exploitatie zijn goed

functie en behoefte.

zijn goede afspraken over beheer

geregeld.

en exploitatie.

23

12. Kwaliteitsbeleid Back to back

Face to face

Hand in hand

Cheek to cheek

Integraal

Iedere partner heeft incidenteel

De activiteiten van partners worden

Naast afstemming van activiteiten

Er is een structurele cyclus van

Het IKC heeft een lerend vermogen

activiteiten, waarbij resultaten niet

wat betreft inhoud en planning

in tijd en inhoud is er ook evaluatie.

planning, evaluatie en bijstelling van

en een structurele cyclus van

in beeld worden gebracht.

tussen partners afgestemd.

de activiteiten voor alle betrokken

planning, uitvoering, evaluatie en

partners.

bijstelling.

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=aa5dc268-4714-4c0a-9e5f-ae389963d287