[T21.09715] Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen voor de Omgevingsvisie 1.0
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
www.lansingerland.nl
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Inleiding Elke gemeente moet volgens de Omgevingswet voor het eigen grondgebied een Omgevingsvisie vaststellen. In de Omgevingsvisie beschrijft de gemeente onder meer de hoofdlijnen van de voorgenomen ambities, ontwikkelinrichtingen, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied en de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. Het college van burgemeester en wethouders stelt de gemeenteraad voor om de Omgevingsvisie Lansingerland (versie 1.0) vast te stellen. Deze Omgevingsvisie vervangt de huidige Structuurvisie Lansingerland, die de raad in 2010 op basis van de Wro heeft vastgesteld. Bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie is er uitvoerig geparticipeerd met samenwerkingspartners en inwoners vanuit de gehele gemeente. Dit is nader toegelicht in de Omgevingsvisie. Behandeling zienswijze De ontwerp-Omgevingsvisie is op 30 september 2021 door de gemeenteraad vrijgegeven voor terinzagelegging. Aansluitend heeft de ontwerp-Omgevingsvisie zeven weken (7 oktober t/m 24 november) ter inzage gelegen. In totaal zijn er 18 zienswijzegeschriften ontvangen. De inspraakreacties zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend en zijn derhalve als ontvankelijk aangemerkt. De ingediende zienswijzen zijn in deze nota van antwoord in samenvatting weergegeven.
Voorts is elke zienswijze beantwoord en is er aangegeven wat de gevolgen zijn voor het besluit, of dat de zienswijze leidt tot aanpassing van deze versie van de Omgevingsvisie. De namen en adressen van de indieners van inspraakreacties zijn vanwege privacyredenen niet vermeld in de stukken. Uitzondering hierop vormen de formele stichtingen en verenigingen die een zienswijze hebben ingediend. De namen van deze stichtingen en verenigingen zijn reeds openbaar bekend. Vervolgprocedure Het college van burgemeester en wethouders biedt de gemeenteraad de Omgevingsvisie Lansingerland voor vaststelling. Deze kan worden beschouwd als 1.0-versie. De Omgevingsvisie is namelijk een dynamisch document. Telkens wanneer daartoe aanleiding bestaat, doch bij voorkeur jaarlijks, kan deze door de gemeenteraad worden herijkt en aangevuld. Het college zal daartoe voorstellen doen. Op die manier kunnen hoofdlijnen van nieuw beleid (bijvoorbeeld voor klimaat en energie of gezondheid) onderdeel worden van de Omgevingsvisie. De gemeenteraad stelt iedere versie van de Omgevingsvisie opnieuw vast nadat deze ter inzage heeft gelegen.
2/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 1: Handhaving Datum: 11 oktober 2021 Corsanummer: I21.18087 Samenvatting Zienswijze 1 Indiener draagt volgende punten aan voor wat betreft activiteiten die zouden moeten worden gehandhaafd: o Veiligheid met als het verboden gebruik van wandelpaden, door wielrijders en scooters. o Het gebruik van wandel- en winkelruimten, door wielrijders en scooters. o Het gebruik van verkeerde rij-richtingen op de fietspaden. o Het nog steeds gebruik van telefoons, tijdens het rijden op de fiets. o Hoge snelheden in de 30 km zone. o Overschrijden van toegestane geluidsniveau / geluidsprofiel door auto en zeker de motoren. o Het parkeergedrag in de volle woongebieden en woonerven, door buiten de bestemde parkeervakken in de straten en toegangen te parkeren. Denk aan opstakels voor hulpverleners. Indiener benadrukt dat er nog vele tekortkomingen zijn als het gaat om persoonlijke ervaringen in met handhavingsverzoeken. Indiener verzoekt handhaving door de politie en brandweer en het bijwonen van een inloopgesprek bij Mc Donald’s, met agent en wijkmanager Sylvia Lassooy. Indiener stelt zich beschikbaar voor een persoonlijk onderhoud. Beantwoording Zienswijze 1 De gemeente hecht waarde aan een veilige openbare ruimte (en het gebruik daarvan).
De Omgevingsvisie ziet als strategisch document voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving niet toe op het handhaven in de openbare ruimte. De genoemde punten zullen wel doorgegeven worden aan de relevante afdeling binnen de gemeente. Aanpassing Zienswijze 1 De zienswijze geeft geen aanleiding om de ontwerp-Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 aan te passen.
3/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 2: Geen zienswijze maar aanbod actief meedenken Datum: 18 oktober 2021 Corsanummer: niet in Corsa maar per mail Samenvatting Zienswijze 2 De GGD dient geen zienswijze in en biedt aan om graag actiever mee te denken om tot een nog gezondere visie te komen en eventuele zienswijzen en vragen die gaan over gezondheid mee te beantwoorden. Beantwoording Zienswijze 2 De gemeente zet stevig in op gezondheid en is blij dat de GGD Rotterdam-Rijnmond, na betrokkenheid in proces tot nu toe, wederom als een van de samenwerkingspartners betrokken kan worden bij het opstellen van de volgende versies van de omgevingsvisie. Aanpassing Zienswijze 2 De zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 aan te passen.
4/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 3: Studiezone Triangelpark Datum: 26 oktober 2021 Corsanummer: I21.18879 Samenvatting zienswijze 3 Indiener is gesitueerd in het gebied - in de huidige Structuurvisie Lansingerland 2010 - studiezone triangelpark. Indiener beschikt daar over een opslag/stallingsbedrijf aan de Bergwegzuid 134b en wil weten wat dit voor hun bedrijfsvoering betekend i.v.m. vervanging oude gebouwen of eventuele uitbreiding van onze activiteiten. Het is de indiener niet duidelijk wat de inpassing van bestaande bedrijven is en wat dat voor bedrijven betekent. Beantwoording zienswijze 3 We zijn als gemeente bezig met een QuickScan voor het gebied met als doel het Triangelpark als opgave te agenderen om daarmee de basis te leggen voor een op te stellen integrale gebiedsvisie. Dit proces staat nog aan het begin en zal nog verder uitgewerkt moeten worden. Aanpassing zienswijze 3 De zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 aan te passen.
5/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 4: Woningbouwontwikkeling Wolfend Datum: 10 november 2021 Corsanummer: I21.19839 Samenvatting zienswijze 4 Indiener is het niet eens met het voornemen om locatie Wolfend aan te wijzen voor de realisatie van 600 woningen. Indiener vindt dit in strijd met het uitgangspunt van het willen koesteren van het historische lint en een herkenbaar landschap. Hierbij refereert de indiener aan de bestaande geluidsbelasting als gevolg van de N209 en de directe aanvliegroute op luchthaven Zestienhoven. Indiener vreest voor het vergaan van het lint en het aangrenzende landschap en het ontstaan van planschade en pleiten voor een andere invulling van het landschap Wolfend. Beantwoording zienswijze 4 De locatie aan het Wolfend heeft nu nog voor het grootste gedeelte de bestemming Agrarisch – Glastuinbouw, echter in de Structuurvisie Lansingerland uit 2010 staat het gebied aangeduid als ‘nieuw stedelijk gebied’. Een belangrijk uitgangspunt voor deze ontwikkeling is dat het lint (de Oosteindseweg) gewaarborgd wordt en als onafhankelijke structuur herkenbaar blijft. Dit is opgenomen in de Nota van Uitgangspunten. Het koesteren van het historische lint en het herkenbaar landschap maken hier onderdeel van uit. Er dient een zorgvuldige afstemming plaats te vinden op de achtertuinen van de lintbebouwing waarin rekening wordt gehouden met de privacy van de bestaande bewoners.
De komende periode gaan we als gemeente verder in gesprek met de ontwikkelende partij over het voornemen voor woningbouw aan het Wolfend. Aanpassing zienswijze 4 De zienswijze geeft geen aanleiding om de ontwerp-Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 aan te passen.
6/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 5: Consequenties voor het elektriciteits- en gasnet van Stedin Datum: 12 november 2021 Corsanummer: I21.20018 Samenvatting zienswijze 5 Indiener heeft de volgende zienswijzen: Indiener vraagt aandacht voor de benodigde ruimtebehoefte van (nieuwe) spanningsstations, bijbehorende kabel- en leidingtracés en de noodzaak van goede én tijdige afstemming. De doelen en uitgangspunten uit de ontwerp omgevingsvisie hebben op termijn grote gevolgen voor met name de capaciteit van het elektriciteitsnet. Het gaat daarbij om de glastuinbouw (HortiScience), de energietransitie, duurzaamheid (slimme verduurzaming, energieopwekking, warmte etc.), mobiliteit (elektrisch of emissieloze voertuigen), de uitbreiding van Greenport en extra woningbouw. Er dient voldoende ruimte te worden gereserveerd voor zowel de bouw van nieuwe stations (transformatoren) als de aanleg van kabels (en/of leidingen) om zo aan het capaciteitsvraagstuk te kunnen voldoen. Indiener verzoeku om hiermee rekening te houden qua fysiek ruimtebeslag en toegestane activiteiten in de omgevingsplannen. Indiener heeft op dit moment 6 Stedin-hoogspanningstations in Lansingerland.
Indiener voorziet in ieder geval de volgende grote investeringen in Lansingerland de komende járen: nieuw hoofdverdeelstation Bleiswijk 3 (verbinding met het landelijke hoogspanningsnet) en nieuwe station ter ontlasting van station Berkel 2 (Meerweg). Indiener verzoekt om in de omgevingsvisie op te nemen dat er ruimte is gereserveerd voor de realisatie van deze hoogspanning (HS)-stations. Ook de ruimte voor middenspanningstranformatoren (MSR's, op dit moment 625 in Lansingerland) vraagt aandacht. Indiener gaat graag met de gemeente in gesprek over (geschikte) locaties voor deze bovengrondse infrastructuur. Indiener vraagt om aandacht te blijven houden voor de onder- en bovengrondse infrastructuur en de ruimtelijke uitvoerbaarheid bij de (her-)inrichting van de openbare ruimte en nieuwe gebiedsontwikkelingen. Daarbij stelt de indiener voor om de relevante passages uit de bedrijfsrichtlijnen van CROW, die over kabel- en leidingtracés gepubliceerd zijn, over te nemen in de gemeentelijke regelgeving. Indiener merkt op dat het gebruik van warmtenetten een verdere druk legt op de ondergrondse ruimtebehoefte en dat slimme samenwerking en het tijdig reserveren van ruimte voor netinfrastructuur essentieel is. In de omgevingsvisie staat (citaat): “De glastuinbouwsector wil in 2040 klimaatneutraal zijn”. Daarnaast blijkt uit de Transitievisie Warmte (d.d.
26-9-2019) dat Bleiswijk-Zuid, de Havenbuurt en de Eilandenbuurt de komende járen (tot ca. 2030) speciale aandacht krijgen om aardgasvrij te worden. Indiener verneemt graag tijdig de vertaling naar de praktijk (w.o. de wijkuitvoeringsplannen), zodat er ook tijdig de juiste beslissingen kunnen worden genomen over investeringen zoals netuitbreiding. Er hoeft niet altijd gekozen te worden voor één energiedrager. Hybride oplossingen (‘moleculen én elektronen') kunnen helpen om de uitbreiding van het elektriciteitsnet én bewonerskosten beheersbaar te houden. Indiener verzoekt de gemeente om in programma's en/of omgevingsplannen in te zetten op exclusieve laadlocaties in het openbaar gebied (d.w.z. laadpaalverbod buiten die locaties), en bij die ‘laadpleinen' rekening te houden met ruimte voor de benodigde MSR's. Het staat private grondeigenaren vrij om zelf een laadpaal aan te vragen. Indiener vraagt aandacht voor de manier waarop de gemeente een aanbieder van openbare laadpalen toelaat en daarbij ‘slim laden’ als randvoorwaarden mee te nemen. Daarmee wordt bedoelt dat gebruikers buiten transportpiekmoment elektriciteit afnemen. Gelet op het voorgaande, verzoekt de indiener om in de omgevingsvisie de ruimtebehoefte voor het elektriciteits- en/of gasnet van Stedin op te nemen en het belang als netbeheerder bij de uitvoering van
7/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
de plannen (vroegtijdig) mee te nemen. Indiener biedt aan mee te denken en een bijdrage te leveren aan de plannen. Beantwoording zienswijze 5 Wij onderschrijven de noties van indiener ten aanzien van ondergrondse ruimtedruk en netcapaciteit, en de daaruit volgende noodzaak om vroegtijdig onderlinge afstemming te organiseren ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen die daarop van invloed kunnen zijn. De keuze om al dan niet het ruimtelijk beslag van een toekomstige fysieke ontwikkeling te reserveren in een Omgevingsvisie, hangt voor een belangrijk deel af van hoe concreet en vergevorderd de planvorming van betreffende ontwikkelingen is. Voor het nieuwe hoofdverdeelstation Bleiswijk 3 constateren wij dat de planvorming daarvoor voldoende vergevorderd en concreet is om een reservering in een Omgevingsvisie op te nemen. Voor Berkel 2 constateren wij dat er onvoldoende gevorderde concrete plannen én fysieke uitbreidingsmogelijkheden ter plaatse zijn, die een reservering op dit moment noodzakelijk maken. Ten aanzien van de middenspanningstransformatoren onderschrijven wij het belang en merken wij op dat wij graag bereid zijn om binnen de reguliere overlegstructuren tussen Stedin en gemeente te zoeken naar mogelijkheden voor het door indiener genoemde ruimtebeslag voor middenspanningtransformatoren.
In de Omgevingsvisie zullen wij melden dat dit een belangrijk aandachtspunt bij nieuwe ontwikkelingen maar niet vooraf een ruimtelijke reservering opnemen. Dit kan eventueel een plek krijgen in het Omgevingsplan. Wij onderschrijven voorts de notie van indiener dat de netbeheerder gebaat is bij vroegtijdige kennisname van concretisering van de beleidsambities in het kader van de warmtetransitie voor de glastuinbouw en de Gebouwde Omgeving. Om die reden is Stedin structureel overlegpartner binnen de Werkgroep Aardgasvrije Wijken en agendalid van de Stuurgroep Aardgasvrije Wijken; een integraal opererende projectstructuur waarvan wij ook de komende jaren de meerwaarde zeker inzien. Ten aanzien van de laadinfrastructuur in het algemeen en de door indiener genoemde laadpleinen in het bijzonder, merken wij op dat in Lansingerland publieke laadpalen worden geplaatst vanuit een regionaal georganiseerde concessie. Toewerkend naar een dekkende laadinfrastructuur in onze gemeente houden wij blijvend oog voor de gevolgen voor de netcapaciteit en met concessiehouder Engie zijn contractuele afspraken gemaakt om te borgen dat publieke laadpalen geschikt zijn voor Smart Charging en V2G toepassingen. Lansingerland kent op dit moment geen laadplein en ons is op dit moment ook geen concreet plan bekend dat noopt tot een ruimtelijke reservering of aanduiding in de Omgevingsvisie.
Aanpassing zienswijze 5 In de omgevingsvisie bij paragraaf 3.3.4 nemen we op dat: ‘de energietransitie gepaard gaat met een verzwaring van het elektriciteitsnet en dat betekent dat in bestaande en nieuw te bouwen wijken er waarschijnlijk onder andere (transformatorhuisje) meer middenspanningstransformatoren gerealiseerd moeten worden. Dit nemen we als belangrijk aandachtspunt mee bij ruimtelijke ontwikkelingen en afstemming met Stedin’
8/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 6: Water Datum: 12 november 2021 Corsanummer: I21.20034 Samenvatting zienswijze 6 Indiener heeft de volgende zienswijzen: Indiener geeft aan dat het merendeel van de onderwerpen uit de watervisie van Delfland behandeld zijn maar mist concreetheid op de waterthema's. Daardoor is de ambitie van de gemeente op het onderwerp "water" niet scherp en is het lastig te beoordelen, welke prioriteit water ten opzichte van andere thema's heeft. Indiener stelt voor om in de koers voor de verschillende deelgebieden gebiedsgerichter keuzes te maken en om een verwijzing naar watervisie van het Hoogheemraadschap op te nemen. Indiener denkt graag mee in het concretiseren op weg naar volgende versies van de omgevingsvisie. Het is voor de indiener onduidelijk hoe de gemeente in algemene zin ambities rondom klimaatadaptatie gaat realiseren, welke keuzes gemaakt worden, hoe zicht dit verhoudt met bestaand beleid (zoals DIOR) en hoe de gemeente nieuwbouwontwikkelingen klimaatbestendig maakt en hoe bestaande wijken en bedrijventerreinen op hevigere regen en langdurige hitte aangepast worden. Indiener geeft aan dat hierbij goed gebruik van de doelen voor klimaatbestendigheid uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen, zoals voorgesteld in het Programma van Eisen, kan worden gemaakt. Indiener geeft aan dat het onderwerp ‘bodemdaling’ geconcretiseerd kan worden.
Indiener is van mening dat er beperkt aandacht besteed wordt aan de thema's Waterveiligheid, Waterkwaliteit en Waterketen en merkt daarbij de volgende punten op en ziet deze graag terug in de omgevingsvisie: o Door klimaatverandering en doorgaande bodemdaling ligt er een continue ophogingsopgave bij de regionale waterkeringen van het Hoogheemraadschap. Veel van de keringen liggen in bebouwd gebied en zijn met doorgaande wegen gecombineerd. Die functies zullen met de waterkering om ruimte gaan concurreren. Het land achter de kering zal blijven zakken en eventuele overstromingen zullen meer schade veroorzaken. o Goed dat water veelal met groen gecombineerd wordt, om tot robuuste groenblauwe structuren ter verbetering van de biodiversiteit en waterkwaliteit te komen. Voor het verbeteren van de waterkwaliteit is het echter ook nodig, dat de belasting op het watersysteem door lozingen voorkomen wordt. o Verstedelijking en de toename van woningen zullen leiden tot een extra druk op de afvalwaterketen (riolering en waterzuivering) en de ruimte in de ondergrond. Slimme keuzes rondom het (bovengronds) vasthouden van hemelwater kunnen die druk verminderen en helpen bij het voorkomen van verdroging van het groen. In de mengpanelen voor de verschillende milieuthema's ontbreekt water als thema. Waterkwaliteit wordt in de visie onder bodemkwaliteit geschaard.
Indiener vraagt om water als eigen pijler op te nemen omdat het water direct invloed heeft op groen, biodiversiteit en klimaatadaptatie per deelgebied. Indiener mist een omschrijving van de uitvoerbaarheid met onder meer op voorgenomen projecten, het kostenverhaal en verhaalsmogelijkheden ingegaan (zoals dit was in de vorige structuurvisie) en vraagt hoe de gemeente gestalte aan haar huidige ambities wil geven.
Beantwoording zienswijze 6 De door de indiener genoemde vragen rondom het concretiseren van onderwerpen zoals klimaatadaptatie en bodemdaling worden door de gemeente gedeeld. Op dit moment is het relevant beleid nog niet voldoende uitgewerkt om de Omgevingsvisie te concretiseren. In 2022 wordt gestart met een GroenBlauwevisie waarin deze onderwerpen verder uitgewerkt worden. Deze visie is een bouwsteen voor de Omgevingsvisie 2.0. 9/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Daarin wordt ook het onderdeel water in het milieumengpaneel uitgewerkt. Het Hoogheemraadschap wordt vanzelfsprekend betrokken bij het uitwerken van deze visie. Het concretiseren van de uitvoeringsparagraaf hangt samen met de noodzaak om thema’s te concretiseren. Zoals in de visie beschreven worden in 2022 meerdere thema’s nader onderzocht en uitgewerkt. Op basis van die resultaten wordt de Omgevingsvisie 2.0 opgesteld die bovendien meer uitvoerig ingaat op de uitvoering. Aanpassing zienswijze 6 De zienswijze geeft geen aanleiding om de ontwerp-Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 aan te passen.
10/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 7: Ontwikkelmogelijkheden Cumelabedrijven buitengebied Datum: 17 november 2021 Corsanummer: I21.20356 Samenvatting zienswijze 7 Indiener heeft de volgende zienswijzen: Indiener verzoekt om het bestaansrecht van (lid-)bedrijven in het buitengebied te erkennen en qua omgevingswaarden inpassing te geven aan de opgaven en ontwikkelingen welke voor de bedrijven relevant zijn inzake de fysieke leefomgeving. Dit geldt in relatie tot de vigerende vestigingslocatie alsmede aangaande de uitvoering van werken en daarbij de mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken. Indiener geeft aan dat (lid)-bedrijven een belangrijke rol vervullen bij het aanleggen, behouden en versterken van meerdere ruimtelijke ambities. Indiener geeft aan dat gezien de omvang van de activiteiten, deels agrarisch maar ook aanverwant niet-agrarisch, het materieel en materiaal dat wordt toegepast en de ligging ten aanzien van de opdrachtgevers (veelal in het buitengebied) is de ligging van de bedrijfslocaties van Cumelabedrijven (Cumela is een brancheorganisatie voor ondernemers in groen, grond en infra) in het buitengebied essentieel. Industrieterreinen zijn volgens indiener vaak niet geschikt voor de betrokken bedrijven vanwege onder andere de omvang van machines.
Indiener werkt graag mee aan de uitwerking in de toekomst. Beantwoording zienswijze 7 Lansingerland erkent het belang van de groen-, grond- en infrabedrijven (Cumelabedrijven) en de specifieke activiteiten van deze bedrijven, die een grondige afweging behoeven voor vestigingslocaties. Onderzoek naar de vestigingsmogelijkheden voor dit type bedrijven zal altijd maatwerk moeten betreffen en valt buiten de scope van de Omgevingsvisie. Aanpassing zienswijze 7 De zienswijze geeft geen aanleiding om de ontwerp-Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 aan te passen.
11/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 8: Concreetheid bescherming linten Datum: 19 november 2021 Corsanummer: T21.09415 Samenvatting zienswijze 8 Indiener heeft de volgende zienswijzen: Indiener is verontrust door de onduidelijkheid en het ontbreken van de ambitie om verstedelijking van het lint tegen te gaan en karakter te borgen. Hierbij wordt verwezen naar de roep binnen de gemeenteraad in de afgelopen jaren tot eenduidige interpretatie van de structuurvisie en dat de omgevingsvisie bedoeld is om aan de omgevingspartners en burgers een doorkijk naar de beoogde toekomst te geven. Hierbij wordt een specifieke raadsvergadering aangehaald waar de motie "Beter borgen kaders Structuurvisie" werd ingediend en besproken. Indiener haalt een aantal aspecten uit voorgaande motie aan: de betekenis van het cultuurhistorisch waardevolle karakter van de linten, de definitie van kleinschalige woningbouwmogelijkheden, gewenste aantal grote 'korrels' in het bebouwingsritme van een lint (o.a. Rodenrijseweg), het openhouden van open gebieden en het al dan niet scheppen van precedent of uitlokken tot speculatie met woningen. Indiener geeft aan dat de omgevingsvisie op bepaalde punten te kort schiet en ziet deze graag terug in de omgevingsvisie. o De druk op de omgeving (o.a. bouwopgave en verstedelijking) is groot echter zoals in de structuurvisie verwoord willen we o.a. het Dorpse karakter en Linten willen behouden.
Deze ambitie komt onvoldoende concreet in voorliggende visie terug en zal als "extra ambitie" terug moeten komen om zo verdere uitholling en erosie van het lint te voorkomen; o Het is onduidelijk en daarmee niet transparant hoe het oude instrumentarium is verbeeld naar de omgevingsvisie, kernkwaliteiten van het Lint zijn onderbelicht; o Begrijpbaarheid en leesbaarheid van illustraties (onvolledige of ontbrekende legenda, tekstuele inconsistentie, vage arcering). Indiener stelt voor om de opbouw van de visie te toetsen aan de hand van de volgende drie punten: o "nieuw" doet gestand aan "oud" met "oud" als vertrekpunt voor "nieuw"; o "globaal waar het kan en concreet waar het moet"; o Illustraties en foto's zijn, tekst ondersteunend, dragen bij aan duidelijkheid. Indiener geeft aan dat de illustratie op pagina 9 onduidelijk is en stelt voor de afbeelding te vervangen of het beter toe te lichten. Indiener stelt voor om de bescherming van waardevolle linten zoals beschreven in de ‘Structuurvisie 2025’ en de ‘Nota Cultuurhistorie Plus’ beter in de omgevingsvisie over te nemen en dit waar mogelijk uit te breiden gezien de uitkomsten van de eerder genoemde raadsvergadering. Indiener heeft vervolgens een uitvoerige vergelijking gemaakt tussen de genoemde stukken en geeft enkele concretiseringsvoorbeelden.
Indiener vindt het niet duidelijk hoe de ‘oude instrumenten (waaronder de Structuurvisie 2025) vertaald zijn in de omgevingsvisie en vraagt om een overzicht per hoofdstuk wat er veranderd is. Indiener geeft aan dat de toelichting van de ‘extra ambities’ zoals te zien op pagina 66 ontbreekt bij de spinnenwebben per deelgebied. Indiener verzoekt om de linten als subdeelgebied te beschouwen en een eigen spinnenwebindeling te geven om beter tegenmoet te komen aan de specifieke ambities en stelt voor ‘behouden karakter lint’ als extra ambitie toe te voegen. Indiener verzoekt om een verduidelijking van het beeldmateriaal op pagina 17 en 19. Indiener heeft geprobeerde de ligging van de eigen woning te achterhalen op het kaartmateriaal en acht dit, door het ontbreken van een legenda of referentiepunt onvoldoende eenvoudig. Daarom verzoekt hij om het bij de deelgebieden gebruikte kaartmateriaal te verduidelijken.
12/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Beantwoording zienswijze 8 Het beschermen van de waardevolle linten is één van de ambities van de gemeente Lansingerland. De conclusie van de indiener dat de teksten uit de Structuurvisie en Nota Cultuurhistorie Plus niet of beperkt terugkomen in de Omgevingsvisie is juist. Het gaat hierbij niet om een poging om de linten minder te beschermen. Richting de Omgevingsvisie 2.0 worden de kaders voor de linten verder aangescherpt op basis van de door de indiener genoemde stukken en nieuwe ontwikkelingen. Het beeldmateriaal wordt naar aanleiding van de vragen op verschillende pagina’s aangescherpt. Indiener merkt op dat de ‘extra ambities’ zoals te zien op pagina 66 ontbreekt bij de spinnenwebben per deelgebied. De deelgebieden ‘Groene Flanken’ en ‘Hoogwaardige bedrijvigheid’ zijn beide opgebouwd aan de hand van de ambities. Bij het deelgebied ‘Levendige kernen, linten en buurtschappen’ is hier inderdaad deels van afgeweken. Dit is gedaan omdat het deelgebied is opgesplitst in een aantal losse delen (Berkel en Rodenrijs & Bergschenhoek, Bleiswijk en de linten en buurtschappen). Om herhaling te voorkomen omdat er veel overlap zit in verschillende ambities is er alleen gewerkt met de drie pijlers ‘Gezond samen leven’, ‘vindingrijk en ondernemend’ en ‘verbonden in de metropool’. Die drie ambities per pijler zijn inhoudelijk wel meegenomen onder deze pijlers.
We zijn niet voornemens om de linten een eigen spinnenweb te geven. Het belang van het behouden van het karakter van het lint wordt onder de ambities op pagina 77 genoemd en zal richting de Omgevingsvisie 2.0 verder uitgewerkt worden. Aanpassing zienswijze 8 Pagina 9: De zin “Er staan zes ‘kerninstrumenten’ in de wet, waarvan de Omgevingsvisie, het (omgevings)programma, het Omgevingsplan en de omgevingsvergunning de belangrijkste zijn voor gemeenten.” Wordt “Er staan zes ‘kerninstrumenten’ in de wet, waarvan de Omgevingsvisie, het (omgevings)programma, het Omgevingsplan (de decentrale regels) en de omgevingsvergunning de belangrijkste zijn voor gemeenten.” Pagina 17 en pagina 19: afbeeldingen zijn een schematische en illustratieve weergave van cultuurhistorische elementen en het omliggende landschap (pag.17) en ontwikkeling van Lansingerland en omgeving door de tijd (pag. 19). De verduidelijkingsvraag van indiener is geen aanleiding tot het verder toelichten van beide afbeeldingen. Pagina 70 en 71: De tekst onder de drie pijlers ‘Gezond samen leven’, ‘vindingrijk en ondernemend’ en ‘verbonden in de metropool’ wordt opnieuw ingedeeld aan de hand van negen onderliggende ambities. Dit kan gedaan worden zonder tekstuele aanpassingen. Iedere alinea gaat specifiek over een van de negen ambities.
De deelgebiedkaarten in hoofdstuk 4 worden voorzien van een legenda en de duiding dat het om een uitsnede van de visiekaart gaat.
13/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 9: Beschermde status linten Datum: 20 november 2021 Corsanummer: T21.09414 Samenvatting zienswijze 9 Indiener heeft de volgende zienswijzen: Indiener concentreert zich op paragraaf 4.2.5. "Linten en Buurtschappen" en hecht groot belang aan het beschermen van de cultuurhistorische waarde van de linten. Indiener stelt dat op dit punt de ontwerp omgevingsvisie achter blijft ten opzichte van de structuurvisie welke het dient te vervangen. Indiener stelt dat de kaders voor de linten in vergelijking met de structuurvisie te abstract zijn en onvoldoende in een beperking van de schaal voor initiatieven zoals die wel in de structuurvisie was beschreven. Indiender verzoekt een aanscherping van de kaders binnen de ontwerp omgevingsvisie ten behoeve van het behoud en de versterking van het cultuurhistorisch waardevolle karakter van de linten is benodigd. Indiener geeft aan dat in paragraaf 5.8 niet beschreven wordt hoe toekomstige wijzigingen in de ‘levende omgevingsvisie’ worden geaccordeerd en geregistreerd en vraagt of de gemeenteraad deze goedgekeurd en hoe het versiebeheer is ingericht zodat iedereen ook in de toekomst kan terugvinden welke wijzigingen zijn doorgevoerd, waarom en door wie? Beantwoording zienswijze 9 Voor het deel van de zienswijze dat gaat over de linten verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 8.
Indiener heeft gelijkt dat in paragraaf 5.8 onvoldoende wordt beschreven hoe aanpassingen richting de Omgevingsvisie 2.0 verwerkt en vastgesteld worden. Dit wordt aangevuld. Via de staat van wijzigingen kan bekeken worden welke aanpassingen zijn doorgevoerd. Aanpassing zienswijze 9 Aan paragraaf 5.8. wordt, na de eerste alinea, de volgende tekst toegevoegd: “De Omgevingsvisie is een dynamisch document. Telkens wanneer daartoe aanleiding bestaat, kan deze door de gemeenteraad worden herijkt en aangevuld. Het college zal daartoe voorstellen doen. Op die manier kunnen hoofdlijnen van nieuw beleid (bijvoorbeeld voor klimaat en energie of gezondheid) onderdeel worden van de Omgevingsvisie. De gemeenteraad stelt iedere versie van de Omgevingsvisie opnieuw vast nadat deze ter inspraak heeft gelegen.”
14/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 10: Grootschalige grondgebonden opwekking van zonne-energie Datum: 22 november 2021 Corsanummer: T21.09416 Samenvatting zienswijze 10 Indiener heeft de volgende zienswijzen: Indiener stelt dat door het vooralsnog uitsluiten van grootschalige grondgebonden zonneparken mogelijk het door de gemeente gestelde duurzame energiedoelstelling in het geding komt. Dit, aldus de investeerder, omdat zonnepanelen op daken praktische belemmeringen hebben (o.a. constructie en beschikbaarheid) en omdat kleinschalige grondgeboden locaties vaak onrendabel zijn. Indiener stelt voor om de energiedoelstelling sterker en concreter uit te drukken en hiervoor zon op dak en zon op land in te zetten. Indiener stelt voor om ten aanzien van zonneparken de insteek te veranderen van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’ en concrete randvoorwaarden per deelgebied te stellen. Indiener onderbouwt dit met enkele voorbeelden van de betreffende kaders en benoemd de economische kansen voor de regio. Indiener verzoekt om het plaatsen van zonnevelden niet uit te sluiten en de zonneladder toe te passen zonder hierin een volgtijdelijkheid in aan te brengen. Beantwoording zienswijze 10 Met de visie Lansingerland Duurzaam stellen wij ons als doel in 2040 25% van ons elektriciteitsverbruik binnen de gemeentegrenzen op te wekken.
De inzet die wij ten aanzien van lokale duurzame opwek plegen, geven wij grotendeels vorm aan de hand van de afspraken die wij hebben gemaakt in de recent vastgestelde 1.0 versie van de Regionale Energie Strategie voor de regio Rotterdam – Den Haag. Per zoekgebied voor zonne-energie is aan de hand van enkele criteria, waaronder beschikbare ruimte, een gedegen inschatting gemaakt van de opwekpotentie. Dit heeft geresulteerd in een met een bandbreedte geformuleerd ‘regionaal bod’, waarmee onze regio zich in zal spannen tussen de 2,8 TWh en 3,2 TWh te leveren van de in 2030 nationaal benodigde 35 TWh uur aan op land opgewekte duurzame energie. Daar waar de RES-zoekgebieden zich bevinden binnen de gemeentegrenzen van Lansingerland is niet uitgegaan van grootschalige zonneparken, maar vooralsnog van andersoortige oplossingen. Grootschalige zonneparken zijn dus niet nodig om vanuit Lansingerland een concrete bijdrage te leveren aan het genoemde regionale bod. Daarnaast zijn er op dit moment geen aanwijzingen dat de gemeentelijke doelstelling voor 2040 zodanig in gevaar is dat grootschalige zonneparken op korte termijn beleidsmatig mogelijk moeten worden gemaakt. Conclusie zienswijze 10 De zienswijze geeft geen aanleiding om de ontwerp-Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 aan te passen.
15/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 11: Woningbouwontwikkeling Wolfend/Lange Vaart Datum: 22 november 2021 Corsanummer: I21.20447 & per mail Samenvatting zienswijze 11 Indiener heeft de volgende zienswijzen: Indiener geeft aan dat de gemeente op een van de kaarten foutief het gebied Wolfend aanduidt als Lange Vaart. Indiener vraagt aandacht voor de bewoners van huizen die langs de Oosteindseweg staan. Het deel dat nu voor woningbouw bestemd lijkt te worden, was dat voorheen niet. Omwonende krijgen dus tegen de verwachting in, een woonwijk achter zich die het karakter van de traditionele lintbebouwing ernstig zal aantasten en die tevens ten koste zal gaan van het woongenot wanneer het om hoogbouw gaat (Het gebouw de Stander toont dit aan.) Indiener pleit er – mede namens bewoners Oosteindseweg 12 en 14 - dus voor laagbouw. Wordt dat het niet, dan kan een goede groenstrook van hoog opgaande bomen tussen de bestaande bouw en de nieuwbouw de bezwaren wellicht voor een groot deel wegnemen. Beantwoording zienswijze 11 De aanduiding van Wolfend is inderdaad fout op de kaart op pagina 57 en wordt aangepast. De locatie Wolfend is reeds in de structuurvisie van 2010 voorzien als woningbouwlocatie en dusdoende in de Omgevingsvisie overgenomen (zie ook zienswijze 4). De bestemming in het bestemmingsplan is nog niet aangepast om er op dit moment nog geen sprake is van een ontwikkeling.
De locatie Wolfend is in het vigerend bestemmingsplan niet bestemd als woningbouwlocatie. In de Structuurvisie uit 2010 heeft de gemeente wel haar intentie kenbaar gemaakt om hier op termijn woningbouw mogelijk te maken. Zie de beantwoording van zienswijze 4 over het behouden van de door indiener genoemde kwaliteiten bij een ontwikkeling. Op het moment dat er zich daadwerkelijk een ruimtelijke ontwikkeling voordoet wordt gekeken naar de uitgangspunten die daarbij passen. Op dat moment wordt o.a. gekeken naar de typologie van bebouwing en verdere ruimtelijk inpassingsvraagstukken. Aanpassing zienswijze 11 De kaart op pagina 57 wordt aangepast. De locaties ‘Lange Vaart’ en ‘Wolfend’ zijn per abuis omgewisseld in de legenda. De positie op de omgevingsvisiekaart klopt wel.
16/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 12: Groen, water en natuur Datum: 23 november 2021 Corsanummer: per mail Samenvatting zienswijze 12 Indiener heeft de volgende zienswijzen: Indiener vraagt zich af of het behoud van groen gegarandeerd wordt naast andere ontwikkelingen zoals glastuinbouw, woningbouw en de recreatiebehoefte van nieuwe inwoners. Indiener stelt voor om de lofzang voor glastuinbouw te matigen en te kiezen voor een rood-voorroodaanpak waarbij verouderde glastuinbouw op geschikte plekken plaatsmaakt voor woningbouw om zo verdere aantasting van het groen te voorkomen. Indiener benadrukt daarbij de uitdagingen van het handhaven van een sector als de glastuinbouw met het oog op energieprijzen en personeelsuitdagingen. Indiener verzoekt om het begrip ‘natuurinclusief bouwen’ een duidelijke plek te geven in de Omgevingsvisie en wijst daarbij naar de recente toevoeging in het ‘bestemmingsplan Wilderszijde’. Indiener stelt voor om duidelijke delen van de groengebieden aan te wijzen als rustgebieden waar natuurontwikkeling voorop staat. Indiener stelt voor om zoveel mogelijk watergangen aan te leggen met niet beschoeide natuurvriendelijke oevers en oog te hebben voor schoon water. Daarbij mag de gemeente ook zelf meer de draad oppakken en niet te veel naar de waterschappen te wijzen.
Indiener stelt voor om een voorwaarde op te nemen dat alle gebouwen op industrieterreinen bedekt moeten worden met zonnepanelen. Indiener vraagt of de ‘ribben’ die de kernen moeten verbinden met de omliggende groengebieden groen/blauwe ribben zijn die een ecologische waarde hebben voor met name de oost/west verbindingen tussen de grote groengebieden. Indiener stelt dat de conclusie uit de Atlas voor de Leefomgeving dat Lansingerland weinig bomen heeft niet verder wordt uitgewerkt. Indiener vraagt om aandacht voor de aanplant van veel duurzame bomen om bij te dragen aan klimaatadaptatie. Indiener stelt dat het Landschapspark Rottemeren niet via de Vlinderstrik verbonden is met Midden Delfland. Wat wel op pagina 23/24 wordt gesteld. Indiener meldt dat het hier gaat om een verplichting aangegaan door de gemeente in het kader van de aanleg van de A 16 Rotterdam. Het gebied tussen de Bergweg Zuid en de N209, aan weerszijden van de nieuwe snelweg, kreeg de mooie naam Triangelpark en zou een natuurlijke aanleg krijgen, geschikt om de uitermate belangrijke ecologische verbindingszone te huisvesten tussen het Rottemerengebied en de Vlinderstrik. Indiener stelt dat het hoogtijd is om dit te realiseren en de ecologische zone duidelijk te vermelden in de omgevingsvisie en vervolgens op te nemen in de lijst van ‘Sterke Ruimtelijke Structuren en ruime groengebieden.
Indiener heeft twee reacties op de Omgevingsvisiekaart: o De Groenstrook langs de Noordrand van de Sterren-en Edelstenenwijk (tussen de Berkelhof en Landscheiding) ontbreekt. o Er wordt geen recht gedaan aan het ecologische belang van de Landscheiding als belangrijke blauw/groene Noord/Zuid verbinding door het centrum van Lansingerland. Het noordelijke deel wordt weergegeven als een miezerig streepje terwijl ook daar, bij verdere realisering van de glastuinbouw, in het Berkelse deel brede watergangen gegraven moeten worden om te voldoen aan de wateropgave van het waterschap.
17/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Beantwoording zienswijze 12 De gemeente is niet voornemens om het rood-voor-roodvoorstel over te nemen. De druk op groen komt vanuit alle ruimte vragers en niet alleen vanuit glastuinbouw. Aangewezen groengebieden zijn gevrijwaard van bebouwing. Op andere plekken zal op natuurinclusieve wijze ontwikkeld moeten worden. Om die reden nemen we het voorstel van ‘natuurinclusief bouwen’ over in de omgevingsvisie. Er wordt op dit moment nog niet overgegaan op het aanwijzen van specifieke rustgebieden. Er zijn wel locaties die in het broedseizoen niet meer toegankelijk zijn, zoals het Polderpad. In afstemming met het Waterschap is het streven om watergangen natuurlijk aan te leggen. Dat is echter niet altijd mogelijk. Het is te vroeg om iets te zeggen over de daadwerkelijke ecologische potentie van de groenblauwe ribben. Een groenblauwe natuurlijke inrichting staat voorop, maar er is niet overal voldoende plek om er een brede strook met hoge ecologische waarde van te maken. In het proces van de ruimtelijke adaptatiestrategie en de GroenBlauwe leefomgevingsvisie wordt de aanplant en bijdrage van bomen aan lokale klimaatadaptatie verder uitgewerkt. Het doel blijft om het Triangelpark als groene verbinding tussen de Vlinderstrik en de Rottemeren te realiseren. De gemeente is hier echter afhankelijk van de aanwezige grondeigenaren en gebiedspartners. Rotta is betrokken bij gesprekken.
In het kader van de RES 1.0 afspraken en het nog in ontwikkeling zijnde lokale beleidskader voor zonneenergie worden de mogelijkheden voor duurzame energieopwekking nader onderzocht. Een eventuele verplichting op grond van het aangepaste Besluit bouwwerken leefomgeving (BbI) wordt daarbij nadrukkelijk overwogen. Conclusie zienswijze 12 Op pagina 61 van de Omgevingsvisie nemen we de volgende definitie voor Natuurinclusief bouwen op: ‘Natuurinclusief bouwen is het op een zodanige manier ontwikkelen van gebouwen en omgeving dat de natuurwaarden er baat bij hebben en zodat ontwikkelingen bijdragen aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden.
18/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 13: Glastuinbouw Datum: 24 november 2021 Corsanummer: I21.20684 Samenvatting zienswijze 13 Indiener heeft de volgende zienswijzen: Indiener stelt dat een sterk greenportcluster alleen kan bestaan met een sterke primaire productie in de directe nabijheid en verzoekt dat dit onderkent wordt in de Omgevingsvisie. Indiener verzoekt om aan te geven dat de glastuinbouwsector naast voeding via sierteeltproducten bijdraagt aan het geluk en welzijn van mensen. Indiener stelt dat arbeidsmigranten (of internationale medewerkers) essentieel zijn voor de sector. Op dit moment is er onvoldoende goede huisvesting beschikbaar voor deze groep en dat het maatschappelijk draagvlak vaak een probleem is. Indiener geeft aan dat (ondanks dat het niet de voorkeur heeft) de sector bereid is om (in overleg en onder voorwaarden) tijdelijk percelen met een glastuinbouwbestemming beschikbaar te stellen voor het huisvesten van deze doelgroep. Belangrijke voorwaarden zijn onder andere dat de locaties de herstructurering van glastuinbouw niet in de weg staan en bewoners aantoonbaar werkzaam zijn bij glastuinbouwproductiebedrijven. Indiener verzoekt om ‘internationale medewerkers’ toe te voegen aan het overzicht van doelgroepen waar momenteel onvoldoende aanbod voor is op pagina 61.
Indiener is van mening dat elke sector haar verantwoordelijkheid moet nemen en oplossingen moet vinden voor de huisvesting van de eigen internationale medewerkers. Een gemeente zou het aspect huisvesting van internationale medewerkers mee moeten nemen in de beoordeling van vergunningsaanvragen. Het kan niet zo zijn dat andere sectoren (bijvoorbeeld logistiek) ‘hun’ medewerkers onvoldoende goede huisvesting bieden, dan wel proberen te huisvesten op relatief goedkope glastuinbouwgronden. Glastuinbouw Oostland werkt momenteel aan duidelijke voorwaarden voor huisvesting van internationale medewerkers op glastuinbouwpercelen. Zodra deze gereed zijn, gaat de indiener graag met de gemeente in gesprek om deze voorwaarden te bespreken. Indiener draagt graag bij aan de innovatie in de glastuinbouwsector. Indiener verzoekt de gemeente om de ontwikkeling van het Horti Science Park in Lansingerland beter te koppelen aan de ontwikkeling van de Greenport Horti Campus in de gemeente Westland. Indiener verzoekt de gemeente om beter te onderbouwen wat de impact van bulkproductiebedrijven (pagina 30) is op de leefomgeving en stelt dat dit geen gegeven is. Dit omdat bulkproducten vaak efficiënter werken en financieel gezien sneller kunnen investeren in milieumaatregelen. Indiener verzoekt daarom om deze zin te verwijderen of anders te formuleren.
Indiener verzoekt om recht te doen aan de ‘bulkbedrijven’ in de tuinbouwsector en vraagt om de kritische opmerkingen te nuanceren en het belang van grotere producten in het cluster te onderschrijven. Het bieden van ruimtelijke duidelijkheid aan bedrijven in gebieden die niet toekomstbestendig lijken zodat ze hun bedrijfsvoering en investering hierop af kunnen stemmen. Bedrijven die zich willen verplaatsen moet een goede ‘exit strategie’ worden geboden. Verplaatsing van bedrijven is uitdagend en daarom dringt de indiener bij de provincie aan op een verplaatsingsregeling. Indiener verzoekt de gemeente om dit te ondersteunen. De indiener stelt dat de financiële mogelijkheden van de Omgevingswet kunnen helpen bij het saneren / verplaatsen van glastuinbouwbedrijven en verzoekt de gemeente hier rekening mee te houden bij het opstellen van het Programma Perspectief Ruimtelijke Opgaven en gaat graag met de gemeente in gesprek over de instrumenten en toekomstbestendigheid van de gebieden. Met betrekking tot het aanpakken van de oppervlaktewaterkwaliteit verzoekt de indiener dat er voldoende handhavingscapaciteit beschikbaar is om vooraf een risico-inventarisatie uit te voeren, 19/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
zodat de juiste bedrijven gecontroleerd kunnen worden. Indiener geeft daarnaast aan dat niet overlag de benodigde lozingscapaciteit van 0,5m3/uur/ha gehaald wordt waardoor bedrijven genoodzaakt zijn om op oppervlaktewater te lozen. Indiener gaat graag het gesprek aan om de resultaten uit het samenwerkingsverband Rainlevelr ook in te zetten in Lansingerland. Daarnaast kunnen glastuinbouwbedrijven ten tijde van veel regenval zoet water ondergronds opslaan om het tijdens droogte als gietwater te gebruiken. Hier zijn verschillende technische opgaven bij (waaronder de werking van omgekeerde osmose). Dit is niet overal haalbaar en dus is maatwerk nodig. Indiener vraagt de gemeente om samen te werken en te lobbyen voor maatregelen die de energietransitie van glastuinbouw mogelijk maken. Zo wordt onder andere genoemd dat verschillende projecten nauwelijks kans maken op een SDE++ subsidie. Op korte termijn beleidsregels op te stellen voor zonnepanelen op schuren, verwerkingsruimten en waterbassins van (glastuinbouw)bedrijven en daarbij barrières zo veel mogelijk achterwege laten. Daarbij wordt opgemerkt dat het realiseren van zonnepanelen de herstructurering van glastuinbouw niet mag frustreren. Zonneweides is naar mening van de indiener alleen mogelijk op restpercelen die niet bruikbaar zijn voor duurzame glastuinbouw.
Indiener gaat graag het gesprek aan over het aanpakken van lichtuitstoot en vraagt om maatwerk te verlenen op plekken waar dit financieel (nog) niet mogelijk is zodat de bedrijfsvoering niet in gevaar komt.
Beantwoording zienswijze 13 De gemeente erkent het belang van de brede productie in de glastuinbouwsector. De sector draagt bij aan het voeden van de toekomstige wereldbevolking als het vergroenen van de omgeving. De productie van sierteelt producten wordt dan ook toegevoegd. Daarbij leggen we de relatie met de bredere primaire productie en de wisselwerking van productie en innovatie in het cluster. Ook de koppeling met de Greenport Horti Campus in de gemeente Westland zal beter worden benadrukt. In de horti science visie worden de woorden ‘arbeids- en kennismigrant’ gebruikt. Vanwege consistentie hanteren wij deze term ook in de Omgevingsvisie. De afwegingen rondom beleidsregels over zonnepanelen worden mede in de stappen richting het Omgevingsplan verder bekeken. Arbeidsmigranten zijn essentieel voor de glastuinbouwsector. Lansingerland voert een faciliterend/regisserend beleid om op kwalitatief niveau huisvesting van arbeidsmigranten binnen de gemeente te realiseren in samenwerking met marktpartijen die aan het gemeentelijk beleid en toetsingskader kunnen voldoen. Draagvlak vanuit de omgeving is daarbij van groot belang. Hiervoor hanteert de gemeente een communicatiekader zodat in een vroeg stadium van een voorgenomen initiatief communicatie met de omgeving wordt opgestart.
Er wordt op provinciaal niveau bekeken of de Greenport in de tweede helft van 2022 als BSD aangemerkt kan worden. Dit vergroot de kans op medewerking van de provincie om tijdelijk arbeidsmigranten te huisvesten in het glastuinbouwgebied waar de indiener ook voor pleit. Daarbij steunt de gemeente de wens dat het arbeidsmigranten zijn die werkzaam zijn in glastuinbouwbedrijven (of logistieke bedrijven) binnen Lansingerland. De juridische mogelijkheden om dit te verplichten zijn waarschijnlijk beperkt en moet nader onderzocht worden. We erkennen de problematiek rondom de oppervlaktewaterkwaliteit. We zullen hier de komende periode mee aan de slag gaan naar het zoeken van passende maatregelen.
20/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Aanpassingen zienswijze 13 De term ‘bulkproductie’ in relatie tot de glastuinbouwsector wordt overal vervang door ‘primaire productie’ en verbreed zodat het naast voeding ook sierteeltproducten omvat. o Pagina’s 30 – paragraaf 2.4.5: “De sector bestaat voor een groot deel uit bulkproductie (tomaten, komkommers en paprika) die kostprijs gedreven is, en is nog sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen.” De primaire productiebedrijven (voedsel en sierteelt) zijn deels kostprijs gedreven waardoor de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen een uitdaging is. o Pagina 35 – “Traditionele bedrijvigheid in de Greenport staat onder druk. Bulkproductiebedrijven zijn sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen en kostprijs gedreven” “Traditionele bedrijvigheid in de Greenport staat onder druk. Primaire productiebedrijven zijn vooralsnog afhankelijk van fossiele brandstoffen en kostprijs gedreven” o Pagina 51 – kopje Meer ruimte voor innovatie bedrijven: “Een deel van de traditionele bulkproducenten zal daarom en omdat ze meer invloed hebben op de leefomgeving, afvloeien.” “Een deel van de traditionele primaire productie zal daarom en omdat ze meer invloed hebben op de leefomgeving, afvloeien.” Op pagina 51 onder het kopje ‘samenwerken aan maatschappelijke opgaven’ wordt toegevoegd: “Daarbij zoeken we ook de samenwerking met partners buiten de gemeente.
De ontwikkelingen van het Horti Science Park koppelen we stevig aan de ontwikkeling van de Greenport Horti Campus in de gemeente Westland om samen aan een gezonde horti science sector te werken.” Toevoegen pagina 88: Oog voor mensen: Arbeidsmigranten zijn essentieel voor de glastuinbouwsector. Lansingerland voert een faciliterend/regisserend beleid om op kwalitatief niveau huisvesting van arbeidsmigranten binnen de gemeente te realiseren in samenwerking met marktpartijen die aan het gemeentelijk beleid en toetsingskader kunnen voldoen. Draagvlak vanuit de omgeving is daarbij van groot belang. Hiervoor hanteert de gemeente een communicatiekader zodat in een vroeg stadium van een voorgenomen initiatief communicatie met de omgeving wordt opgestart. Er wordt op provinciaal niveau bekeken of de Greenport in de tweede helft van 2022 als BSD aangemerkt kan worden. Dit vergroot de kans op medewerking van de provincie om tijdelijk arbeidsmigranten te huisvesten in het glastuinbouwgebied waar de indiener ook voor pleit. Daarbij steunt de gemeente de wens dat het arbeidsmigranten zijn die werkzaam zijn in glastuinbouwbedrijven (of logistieke bedrijven) binnen Lansingerland. De juridische mogelijkheden om dit te verplichten zijn waarschijnlijk beperkt en moet nader onderzocht worden.
21/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 14: Klimaatbestendig ontwikkelen Datum: 24 november 2021 Corsanummer: I21.20605 Samenvatting zienswijze 14 Indiener heeft de volgende zienswijzen: Indiener vraagt om duidelijker te formuleren dat klimaatbestendig ontwikkelen een voorwaarde is om ook in de toekomst in dit gebied te kunnen wonen en werken. Ruimte voor water en groen moet als voorwaarde worden meegenomen in de planvorming en bij de woningopgave. Hier wordt op regionaal niveau aan samengewerkt via het Convenant ‘Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland’ en de ‘Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie’ van het Rijk. Indiener wordt graag betrokken bij de uitwerking van de Groenblauwe Landschapsvisie, het Ontwikkelplan Landschapspark De Rotte en RES Rotterdam – Haag. Beantwoording zienswijze 14 Zie de beantwoording van zienswijze 6. Aanpassing zienswijze 14 De zienswijze geeft geen aanleiding om de ontwerp-Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 aan te passen.
22/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 15: Woningbouwinitiatief Datum: 24 november 2021 Corsanummer: I21.20785 Samenvatting zienswijze 15 Indiener heeft de volgende zienswijzen: Indiener vertegenwoordigd de belangen van de eigenaar van het perceel aan de Leeuwenhoekweg 84 in Bergschenhoek. Het perceel heeft in het bestemmingsplan Oosteindsepolder en Warmoeziersweg de bestemming "Agrarisch - Glastuinbouw”. In de ontwerp-Omgevingsvisie Lansingerland wordt voor het gebied waarin het perceel ligt gestreefd naar "Hoogwaardige bedrijvigheid, Glastuinbouw van wereldformaat". Het perceel is op dit moment niet in gebruik voor glastuinbouw. Cliënt wil op het perceel graag woningen realiseren. Indiener verzoekt om in de Omgevingsvisie op te nemen dat wordt gestreefd naar het realiseren van woningen op het genoemde perceel, zodat dit in omgevingsplannen naar aanleiding van de Omgevingsvisie kan worden uitgewerkt. Beantwoording zienswijze 15 De gemeente is niet voornemens om de bestemming aan te passen en woningbouw mogelijk te maken. De indiener kan via de reguliere procedure het initiatief van de gemeente melden. Hierbij is sprake van maatwerk en een schaal die buiten de scope van de Omgevingsvisie valt. Het ontwikkelen van woningen kan bovendien beperkingen creëren voor de omliggende glastuinbouwbedrijven.
Aanpassing zienswijze 15 De zienswijze geeft geen aanleiding om de ontwerp-Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 aan te passen.
23/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 16: Gezondheid_GGD Rotterdam-Rijnmond Datum: 24 november 2021 Corsanummer: T21.09557 Samenvatting zienswijze 16 Indiener heeft de volgende zienswijzen: Indiener adviseert een hogere ambitie op het gebied van gezondheidsbescherming en verwijst daarbij onder andere naar de resultaten van de GGD-gezondheidsenquête. Indiener verzoekt om in zetten op een bronaanpak van geluid en het verminderen van blootstelling. Daarbij wordt gemeld dat de gemeente juist omdat ze weinig invloed heeft op het vliegverkeer in moet zetten op het aanpakken van andere bronnen. Indiener verzoekt om de ambitie op te nemen om geen gevoelige bestemmingen toe te staan langs drukke wegen en om voldoende afstand aan te houden bij nieuwbouw. Indiener benoemd een paar passages die verder uitgewerkt kunnen worden, inclusief een voorstel: o P21: het begrip ‘gezonde samenleving’ beter uitwerken en definiëren. o P29: ambitie opnemen om de genoemde bronnen (die zorgen voor geluidhinder en luchtvervuiling) terug te dringen. o P45: Duidelijker opnemen en beter uitwerken wat de rol van openbaar groen is. o Algemeen: de onderwerpen klimaatadaptatie en klimaatneutraliteit gezamenlijk en prominent bespreken en aandacht te besteden aan de neveneffecten op de gezondheid.
o P60: voorstel om “… -bronnen die overlast bezorgen, pakken we waar mogelijk aan” aan te vullen met het aanpakken van bronnen die geen directe overlast veroorzaken omdat deze alsnog voor gezondheidsschade kunnen zorgen en gebruik daarbij de Air Quality Guidelines van de WHO. o P60: voorstel om voor lood in de bodem een hogere ambitie op te nemen en verwijst daarbij naar een studie van de DCMR (te vinden in zienswijze). o Algemeen: voorstel om een hogere ambitie op te nemen voor meer en hoogwaardiger groen met (grote) bomen in de openbare ruimte. Mede om het goede voorbeeld te geven aan inwoners met een versteende tuin en klimaatadaptie te vergroten. o Hoofdstuk 4: indiener verzoekt om de ambities rondom activiteitengeluid in de centra te specificeren en de ambitie op te nemen dat bewoners tegen geluid beschermd moeten worden (bijvoorbeeld met geluidsisolatie en een stille achterzijde). o Hoofdstuk 4: indiener verzoekt om de ambitie voor verkeersgeluid en activiteitengeluid (specifiek bedrijvigheid) verder uit te werken met de ambitie om bewoners te beschermen. o P72: verzoek om beter uit te leggen wat een ‘aantrekkelijk woonmilieu’ betekent in relatie tot Wilderszijde. Indiener vraagt waarom de hoogste ambities niet voor geur gelden. Indiener plaatst daarnaast vraagtekens bij de haalbaarheid van de ambities op Wilderszijde.
o P82: Indiener beveelt aan om te zorgen voor goede fiets- en wandelpaden vanuit woonwijken naar het groen en een balans te vinden tussen levendigheid en verlichting ten opzichte van rust en biodiversiteit. o P88: Indiener wordt graag betrokken bij het opstellen van de ‘Nota van uitgangspunten’ o P93: In reactie tot het niet opnemen van omgevingswaarden stelt de indiener voor om de landelijke GGD kernwaarden op te nemen. Beantwoording zienswijze 16 De in de Omgevingsvisie opgenomen ambities voor geluid zijn globaal aangegeven. Nadere uitwerking van geluid, evenals van de andere milieuthema’s vindt plaats in 2022. Deze uitwerking wordt opgenomen in de actualisatieslag van deze Omgevingsvisie. De lokale doorwerking van de WHO-normen wordt hierin
24/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
meegenomen. De reacties van de indiener over klimaatadaptie worden in 2022 verder uitgewerkt in een GroenBlauwe visie die een bouwsteen is voor de Omgevingsvisie 2.0. Naast de Omgevingsvisie werken wij op dit moment ook aan de ontwikkeling van de Samenlevingsvisie. Deze visie is nauw verbonden aan de Omgevingsvisie. In beide visies streven we naar een krachtige samenleving Lansingerland: de Omgevingsvisie vanuit de ruimtelijke opgave en de samenlevingsvisie vanuit de maatschappelijke opgave. Gezondheid is een van de thema’s die zowel een ruimtelijke als een maatschappelijke kant hebben. In de Samenlevingsvisie gaan we nader in op zowel de fysieke als de mentale en sociale aspecten van gezondheid én werken we o.a. aan het verder uitkristalliseren van begrippen als ‘gezonde samenleving’. We zoeken daarin nadrukkelijk de verbinding met de Omgevingsvisie, in ieder geval daar waar het gaat om een aantrekkelijk woonmilieu voor gezondheidsaspecten als geluid, geur, duurzaamheid, mobiliteit en de inrichting van de (groene) leefomgeving. Dat geldt uiteraard ook voor de nieuwe wijk Wilderszijde én andere toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. De samenwerking en samenhang tussen het fysiek ruimtelijke domein en het domein samenleving wordt de komende jaren meer en meer belangrijk. In de aanloop naar de Samenlevingsvisie zijn we in gesprek met onze omgeving, waaronder onze stakeholders.
De GGD is één van onze stakeholders. Graag gaan we met de GGD in gesprek over zowel de maatschappelijke als de ruimtelijke aspecten van gezondheid en over de rol die de GGD hierin kan spelen. Aanpassing zienswijze 16 De zienswijze geeft geen aanleiding om de ontwerp-Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 aan te passen.
25/29
T21.09715
Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie 1.0
Zienswijze 17: Ontwikkeling Oosteindsepad Datum: 24 november 2021 Corsanummer: T21.09562 Samenvatting zienswijze 17 Indiener heeft de volgende zienswijzen: Indiener, namens eigenaren van twee percelen aan het Oosteindsepad, geeft aan dat er de afgelopen jaren met de gemeente plannen zijn gemaakt voor de ontwikkeling van bedrijfsruimtes op een van de percelen. Dit overleg is ‘on hold’ gezet en indiener is nog in afwachting op een reactie over de bestemming van genoemde percelen en verwijst hierbij naar eerdere correspondentie. Indiener heeft na het ‘on hold’ zetten de kansen voor woningbouw onderzocht en meldt daarbij de kansen die een ontwikkeling op deze locatie bieden. Indiener verzoekt om de definitie van deze locatie duidelijker uit te werken en het aan te duiden als locatie waar ‘korte termijn woningbouwontwikkeling gaat plaatsvinden’ en duidelijkheid te verschaffen over de toekomstige rechten en duiding in het bestemmingsplan. Daarbij wijst de indiener op het bieden van duidelijkheid betreffende de bedrijfsvoering van de perceeleigenaren en -gebruikers. Indiener benadrukt de kansen die ontwikkeling van deze locatie bieden om het entreegebied een kwaliteitsimpuls te geven. Beantwoording zienswijze 17 Conform het huidige juridisch planologische kader Bestemmingsplan Oosteindsepolder en Warmoeziersweg is het niet mogelijk om woningbouw te ontwikkelen.
Vooralsnog is het gebied in gebruik voor agrarische bedrijfsdoelstellingen en gelden de daarvoor vastgestelde regels conform het bestemmingsplan. De genoemde locatie van indiener is op basis van de Omgevingsvisie gelegen in het toekomstige woningbouwlocatiegebied Jacob Marislaan/Warmoezeniersweg. Hiermee is de gemeente in de toekomst voornemens om dit gebied mogelijk integraal te ontwikkelen tot woningbouwlocatie. Er is echter nog geen duidelijkheid over de termijn en of voorwaarden waarop dit zal plaatsvinden. Gemeente is het eens met de potentiële kansen die het gebied biedt voor het bereiken van een kwaliteitsimpuls en benadrukt dat het bereiken hiervan enkel haalbaar is middels het uitwerken van een integrale gebiedsvisie. Aanpassing zienswijze 17 De zienswijze geeft geen aanleiding om de ontwerp-Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 aan te passen.