CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T21.09010] 4d BP Toelichting Wilderszijde

Commissie Ruimte 7 december 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Wilderszijde". Spreektijd 5/3 (zienswijzen in ibabs map persoonsgegevens)33.183 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Toets Gebiedsbescherming Natura 2000 In het plangebied zijn geen Natura 2000-gebieden gelegen. Er zal daarom geen sprake zijn van ruimtebeslag of versnippering van Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden liggen op ruime afstand van Wilderszijde. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Boezems Kinderdijk) ligt op circa 14,5 km afstand. Door de grote afstand zijn ook effecten als gevolg van licht, geluid en beweging uit te sluiten op deze Natura 2000-gebieden. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een AERIUS-berekening uitgevoerd door Antea Group (2021). De volledige berekening is meegenomen in bijlage 13 (Notitie stikstof, 19 januari 2021). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met voor stikstof gevoelige habitattypen betreft de Meijendel & Berkheide, gelegen op circa 18 kilometer van het plangebied. Voor de realisatiefase van de ontwikkeling Wilderszijde geldt dat er maximaal 200 woningen per jaar gerealiseerd kunnen worden met het gebruik van normaal materieel (minimaal werktuigen stage 3B met een bouwjaar vanaf 2011 en vrachtwagens minimaal Euro V met een bouwjaar vanaf 2008), waarbij mogelijk significante gevolgen door stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten.

Wanneer in de realisatiefase gebruik wordt gemaakt van schoon materieel kunnen maximaal 500 woningen per jaar worden gerealiseerd, waarbij mogelijk significante gevolgen door stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten. Schoon materieel betreft minimaal werktuigen stage 4 met een bouwjaar vanaf 2014 en vrachtwagens minimaal Euro VI met een bouwjaar vanaf 2013. Het heiblok en de heistelling vormen hier een uitzondering op. Deze zijn in de berekening meegenomen als stage 3B werktuigen met een bouwjaar vanaf 2011. Tot slot geeft de berekening van de stikstofdepositie voor de gebruiksfase van de

blad 82 van 105

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

ontwikkeling Wilderszijde een rekenresultaat van 0,00 mol/ha/jaar. Dit betekent dat voor de gebruiksfase mogelijk significante gevolgen door stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten. Naar aanleiding van het stikstofonderzoek is in de regels een bepaling opgenomen die verplicht tot de inzet van materieel uit minimaal stageklasse IV bij de (gedeeltelijke) ontwikkeling van Wilderszijde. Dit om stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden te beschermen tegen een overmatige stikstofdepositie. Als aangetoond wordt dat er ook met de inzet van materieel uit andere stageklasses geen sprake is van stikstofdepositie op deze natuur of wanneer er in het kader van de Wet natuurbescherming een vergunning voor de werkzaamheden verleend is, kan afgeweken worden van deze verplichting. NNN Wilderszijde ligt niet in of direct aan het Natuurnetwerk Nederland. Ten zuidoosten van het plangebied ligt een ecologische verbindingszone. Deze verbindingszone wordt niet aangetast door de voorgenomen ontwikkeling. Ten westen van het plangebied ligt op enige afstand bestaande en nieuwe natuur die bestemd is als Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt niet in Natuurnetwerk Nederland, daarom is direct effect uit te sluiten. Indirecte effecten zijn door de afstand tot de dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland (2,2 kilometer) niet te verwachten.

Daarnaast houdt de Provincie Zuid-Holland in haar beleid geen rekening met externe werking op Natuurnetwerk Nederland. Soortbescherming In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een ecologisch onderzoek uitgevoerd (VanderHelm Milieubeheer B.V., 2019). Het volledige rapport is meegenomen als bijlage 14 (soortgericht onderzoek Van der Helm, 5 september 2019). Het doel van het onderzoek is het uitsluiten dan wel aantonen van nesten, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen en groeiplaatsen van alle onderzochte soorten in het projectgebied. Vervolgens is bepaald of door de werkzaamheden sprake kan zijn van het overtreden van de Wet natuurbescherming en welke vervolgstappen mogelijk noodzakelijk zijn. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de conclusies.

Tabel 5.7.1: Conclusies soortgericht onderzoek.

Soort(groep)

Conclusie

* *

Algemene broedvogels met een ongunstige staat van instandhouding en geplaats zijn op de rode lijst

Boomvalk, buizerd, ransuil en sperwer

* * »

Er zijn geen nest- en rustplaatsen van de boomvalk, buizerd, ransuil en sperwer aanwezig in het onderzoeksgebied Er zijn voor deze soorten geen vervolgstappen nodig.

*

Er zijn geen voortplantings- en rustplaatsen van de rugstreeppad aanwezig in het onderzoeksgebied . Er zijn voor de rugstreeppad geen vervolgstappen nodig. Er zijn geen groeiplaatsen van glad biggenkruid aanwezig in het onderzoeksgebied . Er zijn voor de rugstreeppad geen vervolgstappen nodig.

Rugstreeppad Glad biggenkruid

blad 83 van 105

Er zijn ín het onderzoeksgebied 28 verschillende soorten broedvogels aangetroffen. In totaal zijn 10 soorten aangetroffen die op de rode lijst staan en/of waarvan de SVI matig ongunstig of zeer ongunstig is. Voor de gele kwikstaart, veldleeuwenk. kievit, snor, koekoek, scholekster, fuut waterhoen, fitis en kneu zijn in de omgeving voldoende alternatieven aanwezig. Voor de grote aantallen ríetvogels wordt geadviseerd om het moerasgebieden (deels) te behouden en/of deelgebied 2 te behouden, te ontwikkelen en uit te breiden.

*

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

Op basis van het soortgericht onderzoek wordt een aantal vervolgstappen aanbevolen. Deze worden weergegeven in de onderstaande tabel.

Tabel 5.7.2: Vervolgstappen.

Vervolgstappen

Algemene broedvogels

Zorgplicht

Uitvoering vervolgstappen

Periode

Geadviseerd wordt de werkzaamheden in eerste instance uit te voeren buiten het broedseizoen. Enkel indien tijdens een controle, uitgevoerd door een deskundig ecoloog, blijkt dat in het projectgebied en de directe omgeving geen broedende vogels of nesten aanwezig zijn, kunnen werkzaamheden binnen het broedseizoen worden uitgevoerd. Indien algemene broedvogels in het proiectgebied broeden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen en dient door een deskundig ecoloog te worden bepaald of. op welke manier en wanneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder overtredinq van de Wet natuurbescherming.

Het broedseizoen loopt globaal van maart tot en met augustus. De daadwerkelijke periode is afhankelijk van weersinvloeden en vogelsoorten die in het projectgebied worden verwacht. De duur van het broedseizoen dient te worden bepaald door een deskundig ecoloog.

Gedurende de werkzaamheden dient voldoende zorg in acht te worden genomen voor alle in het wild voorkomende flora en fauna. Aanwezige dieren moeten voldoende tijd knjgen om te kunnen vluchten. Bij het dempen van watergangen dienen aanwezige amfibieën, vissen en zoetwater mosselen te worden afgevangen, onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Indien men onverwachts strikt beschermde soorten aantreft dient direct een deskundig ecoloog te worden geraadpleegd om af te stemmen of, op welke manier en wanneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder overtreding van de Wet natuurbescherming. Bij twijfel over de aanwezigheid van een strikt beschermde soort wordt geadviseerd albjd de hulp van een deskundige in te schakelen.

Gedurende de uitvoemg van de werkzaamheden.

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt rekening gehouden met het broedseizoen. Waar mogelijk vinden werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats. Als werkzaamheden in het broedseizoen plaats moeten vinden, dan worden indien nodig de gronden waar de werkzaamheden plaatsvinden voor aanvang van het broedseiszoen ongeschikt gemaakt als nestlocatie. Waar nodig worden werkzaamheden die plaatsvinden in het broedseizoen begeleid door een deskundig ecoloog. Ook andere werkzaamheden (zoals het in de tabel genoemde dempen van watergangen) vindt waar nodig plaats onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Tot slot wordt de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming bij alle werkzaamheden die effect kunnen hebben op flora en fauna in acht genomen. In het plangebied bevindt zich een groot aantal (riet)vogels. Zoals beschreven in de natuurtoets en het MER is het belangrijk om voldoende leefgebied voor de vogels te behouden. Ten zuidoosten van Wilderszijde wordt een natuurgebied gecreëerd, Park de Polder. In dit natuurgebied wordt tevens water gerealiseerd. Daarnaast wordt een groot deel van de oevers van de watergangen in de woonwijk natuurvriendelijk ingericht.

Aanvaringsrisico's vogels en vliegtuigen Er is onderzoek uitgevoerd naar de aanvaringsrisico's tussen vogels en vliegtuigen. Een onderzoek naar de aanvaringsrisico's is vereist omdat Wilderszijde binnen het vogelbeheersgebied is gesitueerd. Een vogelbeheersgebied is een gebied dat tot zes kilometer rondom de grens van start- en landingsbanen van een vliegveld ligt. In Bijlage 15 is het onderzoeksrapport (Van der Helm, 5 juli 2021) opgenomen. blad 84 van 105

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat door de aanleg van woonwijk Wilderszijde geen grotere risico's op de vliegveiligheid worden verwacht, naar aanleiding van de verwachte trend van vogels in het gebied, ten opzichte van de huidige situatie. Conclusies Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan mits de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden en de zorgplichten ten aanzien van flora en fauna in acht genomen worden.

5.8

Luchtkwaliteit Kaders De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in 'Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer (Wm). In samenhang met Titel 5.2 zijn de grenswaarden voor luchtkwaliteit in bijlage 2 van de Wm opgenomen. In Titel 5.2 Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: * * *

Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden; Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Het besluit draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10); * Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (ook wel NSL genoemd). Bij Titel 5.2 Wm horen uitvoeringsregels die zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder andere om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit Gevoelige bestemmingen. De (Europese) grenswaarden voor de concentraties van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht zijn vastgelegd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Deze grenswaarden zijn gericht op de bescherming van de gezondheid van mensen en dienen op voorgeschreven data te zijn bereikt. In onderstaande tabel zijn de grenswaarden weergegeven.

Tabel 5.8.1 Vastgestelde grenswaarden (concentraties in gg/m3) Stof

Soort

Concentratie

Aantal overschrijdingen

jaargemiddelde

40

-

24-uursgemiddelde

50

35

jaargemiddelde

25

-

jaargemiddelde

40

-

uurgemiddelde

200

18

Koolmonoxide (CO)

8-uurgemiddelde

10.000

-

Lood (Pb)

jaargemiddelde

0,5

-

24-uursgemiddelde

125

3

uurgemiddelde

350

24

jaargemiddelde

5

-

Fijn stof (PM10) Fíjn stof (PM2.5) Stikstofdioxide (N02)

Zwaveldioxide (S02) Benzeen (C6H6)

Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) in Nederland over het algemeen het meest kritisch. Voor deze stoffen is de kans het grootste dat de bijbehorende grenswaarden worden overschreden. Hierbij moet opgemerkt worden dat de grenswaarde voor de uurgemiddelde concentratie NO2 (200 pg/m3) in blad 85 van 105

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

Nederland nergens meer dan 18 keer per jaar wordt overschreden. Dergelijke hoge concentraties doen zich niet voor en uit metingen over de afgelopen 10 jaar blijkt dat overschrijding van de uurnorm voor NO2 niet meer aan de orde is (Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Handreiking rekenen aan luchtkwaliteit (actualisatie 2011), juni 2011). Toets Voor de voorgenomen ontwikkeling is door Antea Group (2019) een onderzoek uitgevoerd naar de concentraties luchtverontreinigende stoffen (zie bijlage 16, Onderzoek Luchtkwaliteit, 26 april 2019). Daarbij zijn de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) uitgerekend op een groot aantal maatgevende beoordelingspunten in en rond het plangebied voor het beoordelingsjaar 2019 en 2030. Op basis van onderhavig luchtkwaliteit onderzoek kan worden geconcludeerd dat op alle in het onderzoek opgenomen beoordelingspunten wordt voldaan aan de grenswaarden zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Conclusies Op basis van voorgaande kan worden geconcludeerd dat Titel 5.2 van de Wet milieubeheer geen belemmering vormt voor verdere besluitvorming. Omdat op alle beoordelingspunten ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden kan eveneens worden geconcludeerd dat sprake is van een "goede ruimtelijke ordening".

Daarmee vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

5.9

Geur Kaders De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een intensieve veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object, bijvoorbeeld een woning. Toets Ter plaatse van Schiebroekseweg 6 en 8 bevinden zich twee paardenhouderijen. Voor paardenhouderijen dient getoetst te worden aan de Wet geurhinder en veehouderij. Het woongebied van Wilderszijde is op enkele tientallen meters afstand van de paardenhouderijen gelegen. Uit de VNG brochuere 'Handreiking Bedrijven en milieuzonering' blijk dat voor paardenhouderijen een richtafstand van 100 meter geldt tussen de geuremissiepunten en de geurgevoelige objecten (in de bebouwde kom). Hier kan middels onderzoek van af geweken worden, mits is aangetoond dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de voorziene woningen aanvaardbaar is. Om te onderzoeken of het woon- en leefklimaat ter plaatse van de voorziene woningen in Wilderszijde aanvaardbaar is, is door Pouderoyen Tonnaer in 2021 een geuronderzoek uitgevoerd (zie bijlage 17, geuronderzoek paarden, 3 mei 2021). Op basis van de handleiding bij de Wet geurhinder en veehouderij is er bij een voorgrondbelasting van 1,8 Ou7m3 sprake van een redelijk goed woon- en leefmilieu.

Bij een voorgrondbelasting van 1,6 Ou7m3 is er sprake van een goed woon- en leefmilieu en bij een voorgrondbelasting van 0,7 Ou7m3 en lager is er sprake van een zeer goed woon- en leefmilieu. In het geuronderzoek is onderzocht op welke afstand van de geuremissiepunten er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De afstand van 50 meter is hierin als uitgangspunt gebruikt. Uitgaande van een minimum afstand van 50 meter tussen de paardenhouderij en

blad 86 van 105

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

een te realiseren woning, zal er sprake zijn van een goed tot zeer goed woon- en leefmilieu ter plaatse van de woningen. Conclusies Op basis van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat er bij het hanteren van een minimum afstand van 50 meter tussen de paardenhouderij en een nieuw te realiseren woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit is geborgd in de regels van het bestemmingsplan en tevens opgenomen als gebiedsaanduiding op de verbeelding. Binnen deze gebiedsaanduiding kunnen geen geurgevoelige functies gerealiseerd worden.

5.10

Trillingen Kaders Trillinghinder dient beschouwd te worden in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening', maar er bestaat geen wetgeving voor dit aspect. Wel is in mei 2019 door het ministerie van I&W de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen gepubliceerd. Deze handreiking bevat handvatten voor de beoordeling van mogelijke trillings-effecten op plannen in de omgeving van het spoor. In de basis hanteert de Handreiking de toetsingscriteria die voorheen ook werden toepast, te weten de beoordelingscriteria zoals opgenomen in de publicatie van de Stichting Bouw Research: Trillings-richtlijn SBR. Toets In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek uitgevoerd door Antea Group (2020) naar de te verwachten trillingen vanwege treinverkeer op het nabijgelegen spoor (HSL-Zuid). De volledige memo is meegenomen als bijlage 18 (onderzoek AG, 11 februari 2020). Uit het uitgevoerde indicatieve onderzoek volgt dat het Veff,max (de hoogst optredende trillingssterkte) vanwege treinverkeer op het nabijgelegen spoor (HSL Zuid) in de beoogde woningen op enkele plaatsen (aan de rand) in Wilderszijde, hoger is dan de streefwaarde A1 ingevolge de SBR richtlijn B, maar niet hoger dan de streefwaarde A2. Tegelijk blijkt dat het Vper in de woningen ruim lager is dan de streefwaarde A3.

Uitgaande van de criteria die volgen uit genoemde SBR richtlijn is sprake van een acceptabele hindersituatie. Een verhoogde kans op hinder door trillingen vanwege het nabijgelegen spoor is niet aannemelijk. Conclusies Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

5.11

Waterhuishoudkundige aspecten Kaders Op grond van artikel 3.1.1 van het Bro is de watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen. In een hierover op te nemen paragraaf dient te worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: 'het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten'. Toets

blad 87 van 105

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een Watertoets opgesteld door Antea Group (2019). Het volledige rapport is meegenomen als bijlage 19 (AG Watertoets, 17 juni 2020).

Ran dvoorwaarden Op 21 februari 2019 is contact opgenomen met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard over wensen en eisen vanuit het hoogheemraadschap. Hier zijn de volgende eisen uit voortgekomen: * » *

Het watersysteem moet voldoen aan alle regels uit de keur. Voor kwel moet worden aangetoond dat de gegraven watergangen stabiele slootbodems hebben. Er mag geen bodemopenbarsting optreden. 10% van het volledige plangebied moet bestaan uit oppervlaktewater. Een deel van de watergangen is in het verleden al om deze reden gegraven (op basis van Masterplan 2005) en wordt bestemd als 'Water'.

Op 28 februari 2019 is contact geweest met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard over extra wensen en eisen vanuit de gemeente. Hier zijn de volgende eisen uit voortgekomen: »

»

Bij het ontwerp van een plan moet goed rekening worden gehouden met het onderhoud van het watersysteem. Het oppervlaktewater moet bereikbaar zijn voor het onderhoudsmaterieel. Bij de aanleg van nieuwe watergangen zijn natuurvriendelijke oevers van belang. Watergangen moeten diep en breed aangelegd worden met een flauw talud van minder dan (1:3 en flauwer). Het bestemmingsplan richt zich op natuurvriendelijke hoofdwatergangen voor minimaal 50% van de oevers (met flauwe hellingen, minimaal 1 op 3, waar mogelijk 1 op 5).

Huidige situatie Het plangebied is grotendeels bouwrijp gemaakt. Binnen het plangebied zijn reeds enkele deelgebieden in de afgelopen jaren ontwikkeld met bebouwing en een park (Park de Polder). Een deel van deze ontwikkelingen is voortgekomen uit de randvoorwaarden die zijn opgesteld ten tijde van de ontwikkeling van het Masterplan Wilderszijde uit 2005, zoals de realisatie van het gemeentehuis van Lansingerland en het middelbare schoolgebouw Wolfert Lansing. Een deel van de woonwijk (plan Waal) wordt al op basis van het vigerende bestemmingsplan uitgewerkt. Binnen het plangebied vindt tijdelijke natuurontwikkeling plaats. In het plangebied zijn verscheidene functies aanwezig, zoals middelbare scholen en het gemeentehuis van Lansingerland. Aan de westzijde van het plangebied staan enkele beeldbepalende gebouwen waarin voorzieningen zoals het islamitisch cultureel centrum, scholen en een sporthal zijn gevestigd. Aan de noordoostzijde is sprake van een menging van functies, zoals woningen, een loon- en grondwerkbedrijf alsmede een aantal andere bedrijven. Aan de zuidzijde worden nieuwbouwwoningen gerealiseerd. In de huidige situatie van het plangebied ligt een fietsverbinding tussen Bergschenhoek via Park de Polder naar het buitengebied Rottezoom en Schiepolder. Park de Polder valt binnen de geluidscontour van Rotterdam The Hague Airport.

Hier kan niet gebouwd worden; het park moet gehandhaafd blijven. Het plangebied ligt onder maaiveld en de bodem bestaat uit klei. Op een aantal plekken in de bodem worden de kleilagen onderbroken door een zandlaag. Het grondwater reikt in het gebied tot hoogten variërend van meer dan 1,20 meter onder maaiveld tot 0,25 meter onder maaiveld. In en rondom het gebied zijn geen waterkeringen aanwezig. Het gebied bevindt blad 88 van 105

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

zich niet in een beschermingszone voor waterkeringen. Tot slot is in het gebied sprake van verschillende watergangen. Deze watergangen worden door middel van verschillende inlaten gevoed vanuit de Rotte. Het water in het plangebied wordt afgevoerd richting het gemaal Bergweg - Noord en Bergweg - Zuid. Welk gemaal er aanslaat, is afhankelijk van de hoeveelheid en de locatie van de neerslag. Vervolgens stroomt het af richting gemaal De Kooi, om terug afgevoerd te worden naar de boezemwatergang van de Rotte. De omgeving rond het plangebied heeft een agrarisch karakter en kent veel glastuinbouw. Hierdoor bevat het water in de polder veel voedingsstoffen. De waterkwaliteit is door het hoge stikstof- en fosfaatgehalte ecologisch gezien matig tot slecht. Er wordt gewerkt aan het reduceren van tuinbouw lozingen, door de riolering te verbeteren. Toekomstige situatie Wilderszijde wordt ontwikkeld tot een woonwijk die ruimte geeft aan maximaal 3.000 woningen en kleinschalige commerciële alsmede maatschappelijke voorzieningen. In het gebied wordt er in ieder geval 10'^ aan oppervlaktewater gerealiseerd. De hoofdwatergangen hebben op de verbeelding de bestemming 'Water' gekregen. Dit betreft reeds 8,4'^ van het plangebied. De overige oppervlakte aan water (om tot 10'^ van het netto plangebied te komen) dient gerealiseerd te worden in de bouwvelden.

Dit bedraagt 2'^ van de oppervlakte van de bouwvelden. Deze verplichting is vastgelegd in de regels. De waterwegen en -lichamen moeten voldoen aan de volgende eisen: » *

» *

Hoofdwatergangen krijgen een minimale waterdiepte van minstens 1 meter. Het bestemmingsplan richt zich op natuurvriendelijke hoofdwatergangen voor minimaal 50'^ van de oevers (met flauwe hellingen, minimaal een talud van 1 op 3, waar mogelijk 1 op 5). Overige waterwegen krijgen een minimale waterdiepte van minstens 0.5 m. Voor kwel moet worden aangetoond dat de gegraven watergangen stabiele slootbodems hebben (geen bodemopbarsting).

Als een watergang gedempt wordt, dan moet deze demping volledig gecompenseerd worden door de aanleg van nieuwe watergangen in het plangebied. Als er in het plangebied geen ruimte is voor nieuwe watergangen, dan moeten watergangen elders in de omgeving van het plangebied gerealiseerd worden. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Besluit Bodemkwaliteit.

Vuilwaterafvoer De geplande nieuwbouw wordt voorzien van een gescheiden rioleringssysteem en het hemelwater wordt afgekoppeld zodat het rioolsysteem niet overmatig belast wordt door de afvoer van regenwater. Ook instroming van grondwater in het rioolsysteem moet waar mogelijk voorkomen worden. Verticale drainages moeten daarom zo terughoudend mogelijk worden ingezet. Het vuilwater dat uit Wilderszijde afkomstig is, wordt afgevoerd naar het rioolgemaal Bergschenhoek. De capaciteit van dit gemaal wordt volledig benut. Elders in het bemalingsgebied van dit gemaal wordt de hemelwaterafvoer losgekoppeld van de vuilwaterafvoer zodat er meer capaciteit in dit gemaal ontstaat.

Hemelwaterafvoer In het gebied wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Bij gescheiden rioolstelsels moet rekening worden gehouden met de materiaalkeuze voor dakbedekking en hemelwaterafvoeren (geen uitlogende materialen). Het hemelwater wordt vertraagd afgevoerd naar de watergangen via een bovengronds systeem of oppervlakte, of via blad 89 van 105

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

(infiltratie)riolen. Bij (piek)buien wordt het hemelwater in de openbare ruimte waar mogelijk bovengronds afgevoerd. Het waterpeil in het plangebied mag, om schade te voorkomen, stijgen tot maximaal 6,4 meter onder NAP. In het ontwerp van het watersysteem is rekening gehouden met deze maximale peilstijging.

Grondwater Bij de inrichting van een gebied moet voldoende drooglegging worden toegepast om wateroverlast in de toekomst te voorkomen. Drooglegging is het verschil tussen het oppervlaktewaterpeil en het maaiveldniveau. De bodemgesteldheid, mogelijke waterpeilstijging, gewenste functies en omgeving bepalen voor een belangrijk deel de passende drooglegging voor een gebied. In Wilderszijde wordt de volgende drooglegging geadviseerd: 1. 2. 3.

vloerpeil bebouwing: 1,3 m drooglegging hoofdwegen: 1,0 m drooglegging overige wegen: 0,7 m drooglegging

Ophoging van het projectgebied is noodzakelijk om deze drooglegging te kunnen realiseren. Verontreiniging van het grondwatersysteem moet worden voorkomen, zowel in de realisati eals in de gebruiksfase.

Waterkwaliteit en ecologie Het hemelwater dat terechtkomt op de bebouwing wordt beschouwd als schoon wanneer geen uitlogende bouwmaterialen (zoals lood, koper, zink en zacht PVC) gebruikt worden. Dit water kan worden afgevoerd naar voorzieningen in het plangebied waar het water wordt geïnfiltreerd of geborgen. Bij ontwikkelingen moeten geen nieuwe vervuilingsbronnen worden geïntroduceerd. Wanneer afstromend water (licht) verontreinigd is, moet het afstromend worden gezuiverd met behulp van zuiveringsvoorzieningen. In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe schoon houden, scheiden, zuiveren (3-traps-strategie waterkwaliteit). In verband met ecologie is het advies van het Hoogheemraadschap ruime en diepe watergangen met flauwe oevers aan te leggen. Vissen moeten kunnen overwinteren, en migratie van fauna moet niet verhinderd worden. Faunapassages kunnen benodigd zijn. Om een gezond watersysteem te ontwikkelen moet het water beschikken over voldoende licht en lucht. Onder gezond water verstaan we water wat voldoet aan het goed ecologisch potentieel (GEP) en aan STOWA-klasse 3 (overig water). Bomen, hoge bebouwing, bebouwing boven water en steigers en vlonders geven schaduw en bladval. Bladval heeft een negatief effect op de waterkwaliteit door voedselrijkdom en baggeraanwas. Schaduwwerking over grote wateroppervlakken leidt eerder tot dood water.

Probeer overkluizing, bomen en bebouwing langs het water bij nieuwe ontwikkelingen te voorkomen. Wanneer andere belangen of ontwikkelingen dergelijke bouwwerken of beplanten verlangen, beperk het dan tot een zo klein mogelijk oppervlak en kies een gunstige locatie rekening houdend met de zonnestand en overheersende windrichtingen. Ook wanneer het oppervlaktewater betreft dat niet in het plangebied is gelegen.

Onderhoud Het oppervlaktewater moet bereikbaar zijn voor het onderhoudsmaterieel (belastingstype landbouwmaterieel). Zorg voor goed toegankelijke oevers en te water laat plaatsen en voorkom obstakels als bomen, lantarenpalen en bebouwing direct langs de oever. blad 90 van 105

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

Waterkeringen In en rondom het plangebied liggen geen waterkeringen.

Beschermde gebieden Het plangebied ligt niet in een attentie- of beschermd gebied waterhuishouding.

Conclusies Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

5.12

Milieueffectrapportage M.e.r-plicht en doel rapportage Ten behoeve van de ontwikkeling van Wilderszijde is een milieueffectrapportage opgesteld (Milieueffectrapport, 16 juni 2021). Het rapport is opgenomen als Bijlage 20. Voor de ontwikkeling van Wilderszijde bestond al een plan (zie hoofdstuk 1 van deze toelichting). Door veranderende economische en sociale omstandigheden, nieuwe wet- en regelgeving, alsmede door nieuwe ruimtelijke plannen in de omgeving van het plangebied, is dit plan niet zonder meer uitvoerbaar in het huidige tijdsgewricht. Om die reden is in de milieueffectrapportage een nieuw planscenario op basis van het masterplan uit juni 2020 onderzocht. In het MER zijn de milieueffecten van dit nieuwe plan onderzocht. De navolgende tabel geeft de beoordeling uit het MER weer:

Tabel 5.12.1 Beoordeling ontwikkeling Wilderszijde

blad 91 van 105

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148 Beoordeling

Thema

Aspect

Criterium

Verkeer en vervoer

Verkeer en vervoer

Verkeersstructuur- en afwikkeling

O/-

Bereikbaarheid langzaam verkeer Bereikbaarheid openbaar vervoer

0/+ Ū

Verkeersveiligheid

O/-

Milieueffecten

Geluid

Wegverkeerslawaai

-

Luchtverkeerslawaai

O/-

Spoorweglawaai

Luchtkwaliteit Gezondheid

Industrielawaai Cumulatie

O/-

Concentratie fijn stof

O/-

Concentratie stikstofdioxide

O/-

Milieugezondheidskwaliteit Bewegen en groen

Externe veiligheid

Plaatsgebonden risico Groepsrisico

0/+ Ū

Trilling

Trillinghinder

Archeologie

Archeologische waarden

Ū

Landschap en cultuurhistorie

Landschappelijke waarden Cultuurhistorische waarden

-

Ū

Bodem

Bodemkwaliteit

0

Water

Oppervlaktewaterkwaliteit

o/-

Oppervlaktewaterkwantiteit

Ū

Grondwaterkwaliteit

Ū

Grondwaterkwantiteit

O/-

Beschermde soorten

O/-

Beschermde gebieden (Natura 2000, NNN)

0

Duurzaamheid

Hoogtebeperking

beoordeling planscenario

O/-

-

-

O/o/-

Natuur

Overige effecten

planscenario

Totaal

Klimaatadaptatie

-

Energie

0

Grondstoffen (circulariteit)

0/+

Hoogtebeperking vanwege vliegverkeer

O/-

O/O/O/o/0

0

O/-

O/-

O/O/-

In het MER zijn alle bovenstaande aspecten beoordeeld. Hieruit zijn de thema's leefmilieu, landschap en stikstof als aanduidingspunten naar voren gekomen. Onderstaand zijn de beoordelingen van deze thema's opgenomen. Leefmilieu Wilderszijde is een gebied dat belast is met verschillende geluidsbronnen. Het wegverkeer, de hogesnelheidslijn, het luchtvaartverkeer van Rotterdam The Hague Airport en bestaande bedrijvigheid zorgen met name aan de randen van het plangebied voor een hoge geluidbelasting. Doordat er nu geen woningen in Wilderszijde staan, is de hinder die ervaren wordt door de geluidbelasting lager in de referentiesituatie dan in de plansituatie. Dit wordt ook terug gezien in de score voor de milieugezondheidskwaliteit. Deze is aan de randen van het plangebied zeer matig tot onvoldoende ten gevolge van de hoge geluidbelasting. De geluidbelasting is inzichtelijk gemaakt middels vrije veld contouren. Er is dus geen rekening gehouden met enige vorm van afscherming vanwege bebouwing binnen het plangebied. Hierdoor is enkel de worst-case situatie inzichtelijk te maken. Indien het gebied wordt bebouwd, zal de bebouwing zorgen voor een afschermende werking richting het achtergelegen gebied. Hiermee kan een overwegend redelijk akoestisch klimaat gerealiseerd worden.

De luchtkwaliteit in het plangebied voldoet nu en in de referentiesituatie ruimschoots aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het grootste toename van de concentraties luchtverontreinigende stoffen is in het plangebied zelf. Buiten het plangebied is de toename veel kleiner. In de omgeving van gebiedsontwikkeling Wilderszijde bevinden zich verschillende blad 92 van 105

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

risicobronnen: meerdere hogedruk aardgastransportleidingen, de provinciale weg N209, de A16 Rotterdam, meerdere gasreduceer- en verdeelstations, een propaantank en Rotterdam The Hague Airport. Ondanks de aanwezigheid van deze risicobronnen neemt enkel voor de risicobronnen hogedruk aardgastransportleidingen en de provinciale weg N209 het groepsrisico toe ten opzichte van de huidige situatie. Dit neemt echter maar heel beperkt toe en blijft onder de oriëntatie waarde. Landschap De ontwikkeling van Wilderszijde zorgt voor een afname van de open- en weidsheid van het huidige landschap in en rondom het plangebied. Het bestaande landschapsbeeld wordt daarom aangetast. Er bevinden zich geen vastgestelde cultuurhistorische waarden in of in de nabijheid van het plangebied. Er zijn hierop dan ook geen significant negatieve effecten. Het behouden van bestaande landschappelijke structuren en het aansluiten van de groenstructuur van de wijk op bestaande landschappelijke structuren zijn maatregelen om de effecten op het landschap te mitigeren. Stikstof Effecten op beschermde gebieden door stikstofdepositie zijn uitgesloten.

Doordat de ontwikkeling een bijdrage aan de stikstofdepositie heeft van 0,00 mol N/ha/jaar op de voor stikstof gevoelige habitats in de gebruiksfase, kan voor de gebruiksfase worden uitgesloten dat het plan leidt tot de aantasting van de natuurlijke kenmerken van enig Natura 2000-gebied. Ook de realisatiefase van Wilderszijde leidt tot de emissie van stikstofoxiden (NOx) naar de omgeving. Aan de hand van de kengetallen is gezocht naar het aantal woningen dat gebouwd kan worden per jaar, zonder dat er stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats plaatsvindt. In het onderzoek is bekeken welke kantelpunten er zijn voor de realisatie van de woningen. Deze kantelpunten geven aan bij welke hoeveelheid woningen de realisatie leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/h/jr. Met de inzet van schoon materieel (minimaal werktuigen stage 4 met een bouwjaar vanaf 2014 en vrachtwagens minimaal Euro VI met een bouwjaar vanaf 2013, met uitzondering van het heiblok en de heistelling) kunnen maximaal 500 woningen per jaar kunnen worden gerealiseerd, waarbij significante gevolgen door stikstofdepositie worden uitgesloten. Met de inzet van normaal materieel zijn dit maximaal 200 woningen per jaar. Het bouwen met schoon materieel is als eis in de regels opgenomen. Hiermee zijn significante gevolgen door stikstofdepositie uitgesloten.

In verband met de ligging buiten NNN of Natura 2000-gebied treden er ook geen directe effecten op. Optimalisatievarianten Aanvullend is in het MER onderzocht hoe het plan voor Wilderszijde geoptimaliseerd kan worden tijdens de uitvoering. Ter inspiratie zijn daarmee optimalisatiemogelijkheden benoemd waarmee de leefbaarheid en duurzaamheid in Wilderszijde nog verder verhoogd kunnen worden. Deze optimalisatiemogelijkheden zijn onderdeel van de volgende varianten: *

*

*

blad 93 van 105

Optimalisatievariant Groen en Wonen: legt de nadruk op een groene leefomgeving waarin gezond wonen centraal staat. Dit betekent dat in het kader van deze optimalisatievariant maatregelen worden uitgevoerd die de leefbaarheid ten opzichte van het planscenario vergroten. Dit zijn maatregelen die de geluidbelasting beperken en het oppervlak groen in de wijk vergroten. Optimalisatievariant Bereikbaarheid: gaat uit van een bereikbaar Wilderszijde. Om dit te bewerkstelligen wordt ingezet op deelmobiliteit, intelligente transportsystemen en acties om spitsrijders te mijden. De variant stimuleert langzaam verkeer en openbaar vervoer door parkeerplaatsen centraal te bundelen en de verkeersstructuur zodanig in te richten dat veilige situaties ontstaan. Optimalisatievariant Toekomstbestendigheid: zet in op duurzame maatregelen die bijdragen aan een toekomstbestendig en klimaatadaptief Wilderszijde. Dat houdt in dat Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

Wilderszijde bestand is tegen veranderende klimaatomstandigheden, zoals hogere neerslagpieken en extreme weersomstandigheden, maar ook dat de wijk meer inspeelt op de energietransitie. De optimalisatievarianten dienen als inspiratie bij de verdere ontwikkeling van Wilderszijde. Ontwikkelaars worden uitnodigd om de mogelijkheden uit deze varianten waar mogelijk in acht te nemen bij het maken van plannen. Advies Commissie me.r. Door de Commissie m.e.r. is op 2 november een advies uitgebracht over het MER en de voorgenomen ontwikkeling. Het advies is opgenomen als Bijlage 21. De belangrijkste adviezen vanuit de commissie zijn: * « »

Mitigerende maatregelen om toekomstige geluidhinder te verbeteren borgen; Inzichtelijk maken of het verkeer op de rotonde Boterdorpseweg - Zuiderparklaan Tobias Asserlaan zonder problemen afgewikkeld kan worden; Inzichtelijk maken dat het bodemsysteem, grondwaterregime en de klimaatscenario's meegenomen zijn in de planvorming;

Op basis van het advies van de commissie m.e.r. is er een oplegnotitie opgesteld waarin een reactie en nadere toelichting is gegeven op de adviezen van de commissie. Deze oplegnotitie is opgenomen als Bijlage 22. In het kader van het borgen van mitigerende maatregelen om toekomstige geluidhinder te voorkomen is er besloten een regeling op te nemen waarin een minimale bouwhoogte voor de eerstelijnsbebouwing is vastgelegd.

Conclusies milieueffectrapportage Uit de effectbeoordeling blijkt dat de ontwikkeling van Wilderszijde niet leidt tot (zeer) negatieve effecten op de leefomgeving.

blad 94 van 105

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

Hoofdstuk 6

Toelichting op de planregels en beleidsregels

6.1

Indeling en opzet van het bestemmingsplan

6.1.1

Over bestemmen, gemengd bestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1.

2.

6.1.2

Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kanbestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode etc. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in één bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben.

Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1.

2.

3.

4.

blad 95 van 105

Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er gemengde bestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. Algemene regels.

In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en algemene procedureregels. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en een slotregel

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

6.2

Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan, de beleidsregels en het Beeldkwaliteitsplan.

6.2.1

Verbrede reikwijdte Het eerste lid van artikel 2.4 van de Crisis- en herstelwet en artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet wijzen de ontwikkeling van Wilderszijde aan als een innovatief experiment. Dit experiment biedt de mogelijkheid om een omgevingsplan op te stellen dat betrekking heeft op de gehele fysieke leefomgeving en niet uitsluitend op een 'goede ruimtelijke ordening'. Echter, zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is geworden, gelden deze omgevingsplannen als een vormvrije en buitenwettelijke planfiguur. Artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet biedt bestemmingsplannen zoals deze (dus bestemmingsplannen met een verbrede reikwijdte) een wettelijke grondslag. Artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet biedt een groot aantal mogelijkheden om te experimenteren met bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte. In dit bestemmingsplan wordt niet van al deze mogelijkheden gebruik gemaakt. Wel van een aantal, namelijk de volgende:

Inhoud van de regels In dit bestemmingsplan worden regels gesteld over de gehele fysieke leefomgeving, voor zover deze onderdeel is van het plangebied. Dit wijkt af van een 'regulier' bestemmingsplan, want daarin worden alleen regels gesteld over onderwerpen die ruimtelijk relevant zijn. Hier komt dus concreet de 'bredere' reikwijdte van dit bestemmingsplan tot uiting.

Looptijd van het plan De rechtskracht van dit bestemmingsplan is afgestemd op de verwachte duur van de ontwikkeling en exploitatie van Wilderszijde, 20 jaar.

Beleidsregels Door gebruik te maken van open normen en hieraan gekoppelde beleidsregels kan het bestemmingsplan eenvoudiger en beter leesbaar worden, zonder dat er direct ongewenste ontwikkelingen mogelijk worden. Met open normen en beleidsregels kan met het bestemmingsplan beter ingespeeld worden op actuele ontwikkelingen.

In dit bestemmingsplan zijn open normen opgenomen in de regels over parkeren, duurzaamheid en natuur-inclusief bouwen. Deze open normen worden uitgelegd door de blad 96 van 105

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

'Beleidsregels parkeren', 'Beleidsregels duurzaamheid', en de 'Beleidsregels Natuurinclusief bouwen'. Op basis van deze beleidsregels wordt bij de aanvraag om een omgevingsvergunning getoetst of er sprake is van het voorzien in voldoende parkeergelegenheid, of of er voldoende wordt voorzien in duurzame ontwikkeling, en of er sprake is van natuurinclusiviteit in het plan. Hoe de toetsing aan de beleidsregels plaatsvindt, is in meer detail toegelicht in paragrafen 4.5 en 5.1

Opnemen hogere waarden in bestemmingsplan Het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet maakt het verder mogelijk om hogere waarden separaat, doch parallel met en op basis van dit bestemmingsplan vast te stellen. Om de ontwikkeling van Wilderszijde mogelijk te maken is het verlenen van hogere waarden noodzakelijk. In de regels van dit bestemmingsplan is een overzicht opgenomen van de te verlenen hogere waarden.

Overige mogelijkheden Wilderszijde moet ontwikkeld worden tot een nieuwe woonwijk met een hoogwaardig woonen leefklimaat. De voornoemde mogelijkheden die het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet biedt maken het mogelijk om die doelstelling, beter dan met een 'regulier' bestemmingsplan, te behalen en daarbij in te kunnen spelen op veranderende behoeften. Buiten de voornoemde mogelijkheden biedt het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet nog meer mogelijkheden (onder meer het integreren van (delen van) verordeningen en het wegbestemmen van onbenutte bouw- en gebruiksmogelijkheden). Die mogelijkheden bieden geen meerwaarde in de ontwikkeling van Wilderszijde en worden daarom niet gebruikt in dit bestemmingsplan.

6.2.2

Procedurele versnelling beroepsprocedure Met de Crisis- en herstelwet versnelt de wetgever procedures voor projecten (op het gebied van de ruimtelijke ordening). Een deel van de regels heeft betrekking op het bestuursprocesrecht en heeft als doel om de doorlooptijden van de procedures van bij wet aangewezen projecten te verkorten. In bijlage I van de Crisis- en herstelwet zijn de projecten genoemd waar deze mogelijkheid tot versnelling betrekking op heeft. Artikel 3.1 van deze bijlage noemt de bouw van 11 of meer woningen als één van deze projecten. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk. Dat betekent dat de mogelijkheden tot versnelde behandeling van het plan bij de bestuursrechter voor dit bestemmingsplan gelden.

6.3

Planregels De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hiervoor is beschreven. Er wordt zoveel mogelijk bestemd met globale, woon-, groen- en verkeersbestemmingen. Deze bestemmingen sluiten aan bij de standaard van de gemeente Lansingerland.

6.3.1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat de begripsbepalingen en de wijze van meten. Begrippen De begrippen die in de regels gebruikt worden en uitleg behoeven, worden uitgelegd in artikel 1. Wijze van meten

blad 97 van 105

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagroup

vastgesteld bestemmingsplan Wilderszijde Gemeente Lansingerland Projectnummer 0433148

In artikel 2 (wijze van meten) zijn eisen aan het bepalen van oppervlakten, hoogten, diepten, breedtes, et cetera opgenomen.

6.3.2

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Dit bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: * * » » * « * » *

'Bedrijf'; 'Gemengd'; 'Groen'; 'Maatschappelijk - school'; 'Verkeer'; 'Water'; 'Wonen'; 'Woongebied'; 'Leiding - Gas'

De navolgende alinea's geven een bondige samenvatting van de regels die bij deze bestemmingen horen.

'Bedrijf' Deze bestemming is opgenomen ten behoeve van de bestaande bedrijven aan de Schiebroekseweg. In hoofdzaak zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden zoals die door het bestemmingsplan "Wilderszijde II" worden geboden voor deze kavels overgenomen. 'Gemengd' Deze bestemming is opgenomen om de bouw van een paviljoen voor educatieve en/of andere maatschappelijke doeleinden mogelijk te maken. Bij deze voorzieningen mogen ook (ondersteunende) recreatieve activiteiten en alsmede horeca-activiteiten plaatsvinden. Geluidsgevoelige objecten en kwetsbare objecten zijn uitgesloten. 'Groen' Structurele groenvoorzieningen zijn bestemd als 'Groen'. Het gaat hier om de hoofdgroenstructuur van Wilderszijde en Park de Polder. In aanvulling op deze hoofdgroenstructuur mogen ook op basis van andere bestemmingen in dit bestemmingsplan groenvoorzieningen aangelegd worden. Recreatief medegebruik en de aanleg van (hoofd)fietsstructuren zijn toegestaan in deze bestemming. Een klein deel van deze bestemming is voorzien van de aanduiding 'natuur' vanwege de bijzondere natuur- en landschapswaarden van de gronden met deze aanduiding. De gronden met deze aanduiding worden ook wel het Rietland genoemd en zijn in beheer bij Vogelwerkgroep Rotta. Dit gebied was ooit voorzien als tijdelijke natuur. Door de geleidelijke ontwikkeling van flora en fauna zijn hier behoudenswaardige waarden ontstaan.

Het gebied bestaat uit voornamelijk rietvegetatie met een waterplas waar diverse soorten (zoals de watersnip) watervogels voedsel zoeken. In het gebied broeden ook vogels als de blauwborst en de rietzanger. In de zomerperiode staan in de randen van het gebied soorten als wilgenroosje, koninginnekruid, grote brandnetel, heelblaadjes en grote kattenstaart waar weer diverse soorten vlinders en libellen gebruik van maken (zie ook bijlage 10: soortgericht onderzoek Van der Helm, 5 spetember 2019). Om deze waarden in stand te houden is het niet toegestaan om op gronden met deze aanduiding gebouwen te bouwen. Aanvullend is een vergunningplicht ingesteld voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden op deze gronden. Met de aanduiding 'groen' is een aantal verbindingen in de hoofdstructuur geborgd, van Park de Polder naar het centrale parkgebied en via de brug over de HSL naar het Annie M.G. Schmidt park. blad 98 van 105

Ruimte - Antea Nederland B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=3aa6e4ad-ddb2-462b-a89a-da67d77d333c