T21.06716 Toetsingskader investeringen uit Enecogelden
Tekst van het document
Toetsingskader investeringen uit Enecogelden
www.lansingerland.nl
T21.06716
Toetsingskader investeringen uit Enecogelden
Inhoudsopgave INLEIDING ......................................................................................................................... 3 HET PROCES OM TE KOMEN TOT BESTEDINGSVOORSTELLEN TEN LASTE VAN DE ENECOGELDEN ............. 4 KOPPELING AAN DE P&C-CYCLUS ................................................................................................. 4 1. VOORSELECTIE DOOR DE RAAD OP BESTEDINGSVOORSTELLEN IN DE KADERNOTA................................................. 4 2. UITWERKING VAN HET BESTEDINGSVOORSTEL ................................................................................... 4 3. FINALE BESLUITVORMING BIJ BEGROTING ....................................................................................... 4 4. MONITORING VAN DE VOORSTELLEN ............................................................................................ 4 HET TOETSINGSKADER MET UITLEG PER CRITERIUM .................................................................... 5 RANDVOORWAARDELIJKE CRITERIA ................................................................................................ 5 INHOUDELIJKE WEGING ............................................................................................................ 7 FINANCIËLE AFWEGING ............................................................................................................
8 TOELICHTING OP HET TOETSINGSKADER .................................................................................. 9
2/9
T21.06716
Toetsingskader investeringen uit Enecogelden
Inleiding Begin 2020 heeft de verkoop van alle aandelen Eneco plaatsgevonden wat geleid heeft tot een boekwinst van € 137,6 miljoen in 2020 en een toename van onze liquiditeitspositie voor dat bedrag. In de brief over de bestuursopdracht “Afloop bestuursopdracht Herziening financieringsstructuur” (U21.01307), heeft het college de raad geïnformeerd over welke voorstellen er voorliggen om financieel rendement te behalen; schulden te verlagen en te investeren in Stedin. Naast deze aanwendingen van de Enecogelden blijft er nog een fors bedrag over waarmee investeringen in Lansingerland kunnen worden gedaan. Onderdeel van de bestuursopdracht was om te komen met een toetsingskader waarmee investeringsvoorstellen kunnen worden getoetst en afgewogen. Dit toetsingskader was onderdeel van de eerdergenoemde brief. (U21.01307) Tijdens de commissie behandeling op 3-6-2021 van deze brief heeft de raad aangegeven dat zij het toetsingskader middels een raadsvoorstel wil vaststellen. In deze notitie vindt u het toetsingskader en de uitwerking daarvan terug (T21.06716). Op basis van input uit de commissiebehandeling hebben er kleine aanpassingen plaatsgevonden op het toetsingskader uit de eerdergenoemde brief (U21.01307).
De belangrijkste wijzigingen betreffen een verdere explicitering van de procedure omtrent bestedingsvoorstellen (kopje “koppeling aan de P&C-cyclus”) evenals een verduidelijking van de trapsgewijze aanpak rondom de randvoorwaardelijke criteria respectievelijk de beoordelingscriteria. Daarnaast is een verdere verheldering en formalisering gemaakt van het criterium in welke mate een investeringsvoorstel bijdraagt aan de opgaven volgend uit het Toekomstperspectief en de Sustainable Development Goals (SDG’s) waar wij ons als gemeente aan hebben gecommitteerd (Criteria A1). In deze notitie gaan wij verder in op het proces rondom bestedingsvoorstellen en het gebruik van het toetsingskader. Het is de culminatie van een lang proces om de betrokkenheid van de Raad gestalte te doen geven en haar een raamwerk te bieden waarmee zij de legio ideeën voor besteding van de Enecogelden kan afwegen op maatschappelijk en/of financieel rendement. Met dit afwegingskader wordt de Raad geëquipeerd haar gewenste rol te pakken en om samen met het College de Enecogelden optimaal in te zetten.
3/9
T21.06716
Toetsingskader investeringen uit Enecogelden
Het proces om te komen tot bestedingsvoorstellen ten laste van de Enecogelden In deze notitie gaan we in op het toetsingskader. Het is belangrijk om aan te geven waar in het proces het toetsingskader geplaatst kan worden. Daarnaast geeft dit ook een beeld van hoe een bestedingsvoorstel van idee naar uitvoering kan komen. Koppeling aan de P&C-cyclus Binnen de gemeente Lansingerland hebben we een uitgebreide P&C-cyclus waarin planning (kadernota en begroting) en control (zomerrapportage, slotwijziging en jaarverslag) volledig zijn uitgewerkt. Ook voor de bestedingsvoorstellen biedt dit voldoende structuur en zal deze dan ook gehanteerd worden. Hieronder vindt u het proces in vier stappen, gekoppeld aan de P&C-cyclus. 1. Voorselectie door de raad op bestedingsvoorstellen in de Kadernota De bestedingsvoorstellen kunnen worden gedaan vanuit de Raad middels een initiatiefvoorstel conform Artikel 33 Reglement van Orde, of via een Collegevoorstel. Voor ieder voorstel wordt door de initiatiefnemer een eerste globale uitwerking gemaakt waaruit blijkt hoe het voorstel scoort op de afwegingscriteria uit het toetsingskader. De initiatiefnemer legt deze eerste uitwerking ter besluitvorming voor aan de raad. De raad besluit welke voorstellen nader uitgewerkt gaan worden en welke voorstellen afvallen (voorselectie).
De bestedingsvoorstellen ten laste van Enecogelden kunnen aangedragen worden bij de Kadernota. 2. Uitwerking van het bestedingsvoorstel Voorstellen die positief uit de voorselectie door de raad zijn gekomen worden verder uitgewerkt. Bij de uitwerking van deze voorstellen wordt de (beknopte) Maatschappelijke kosten en baten analyse uitgewerkt. Ook worden de uitgangspunten vanuit het Toekomstperspectief (10 opgaven) en de omgevingsvisie in de verdere uitwerking meegenomen. Daarnaast wordt in de uitwerking ook duidelijk hoe burgerparticipatie een rol krijgt bij de verdere uitvoering van het voorstel. Deze verdere uitwerking kan leiden tot aanpassing van een score op één of meerdere toetsingscriteria ten opzichte van de voorselectie. 3. Finale besluitvorming bij Begroting Uitgewerkte voorstellen worden door het college ter finale besluitvorming aangeboden aan de raad bij de Begroting. Bij positieve besluitvorming wordt ook het budget gevoteerd en de claim gelegd op de Reserve Enecogelden. 4. Monitoring van de voorstellen De voortgang op de uitvoering van de bestedingsvoorstellen wordt jaarlijks in de jaarstukken gepresenteerd.
4/9
T21.06716
Toetsingskader investeringen uit Enecogelden
Het toetsingskader met uitleg per criterium Dit toetsingskader geeft aan in welke mate het investeringsvoorstel bijdraagt aan de voor Lansingerland belangrijke uitgangspunten. Hoe groener het resultaat, hoe beter het voorstel aansluit bij de wensen en ambities van Lansingerland. Het toetsingskader bestaat uit twee delen: de randvoorwaardelijke criteria en de beoordelingscriteria. Onderstaand zijn de criteria voor de afweging steeds in tabelvorm weergegeven. Daaronder volgt een korte uitleg over hoe het afwegingskader ingevuld, gelezen en beoordeeld kan worden. Randvoorwaardelijke criteria Eerst zijn er drie criteria geformuleerd die bepalend zijn of een verdere beoordeling op inhoud en financiën volgt. Dit betreft het publiek belang, deugdelijke financiële dekking en een voldoende schuldenquote. Verdere uitwerking van een voorstel voor inzet van Enecogelden gebeurt alleen indien op deze drie criteria drie keer groen wordt gescoord, of twee keer groen en maximaal één keer oranje. Deze criteria fungeren als een hygiëne-toets: voldoet het aan de minimale vereisten voor verdere beoordeling. Randvoorwaardelijke criteria 1. De mate waarin het publiek belang van Lansingerland wordt gediend
Groot belang
Gering belang
Geen belang
2. De structurele lasten die volgen uit de investering zijn gedekt in de meerjarenbegroting
Volledige structurele dekking
Gedeeltelijke dekking of op termijn dekking
Geen dekking
3. De afname van liquiditeit/toename van schulden
Schuldenquote komt in categorie A “minst risicovol”
Schuldenquote komt in categorie B “neutraal”
Schuldenquote komt in categorie C “meest risicovol”
1. De investering dient het publiek belang van Lansingerland De investering dient het publieke belang van Lansingerland. Zonder impuls vanuit de gemeente komt de investering niet tot stand. In welke mate het publiek belang wordt gediend kan kwantitatief worden bepaald aan de hand van hoeveel inwoners of ondernemers daar baat bij hebben. Maar gaat daarnaast ook over hoe voelbaar, tastbaar en zichtbaar deze investering bijdraagt aan het publieke belang (zoals opgehaald in de rondgang langs de fracties). 2. De structurele lasten volgend uit de investering worden gedekt in de Meerjarenbegroting Afhankelijk van de aard van het bestedingsvoorstel zullen er structurele lasten gemoeid zijn met de investering. Uit het voorstel dient te blijken hoe deze structurele lasten gedekt zijn. Voorbeelden hiervan kunnen zijn verzekerings- of onderhoudslasten. Wanneer een investering uiteindelijk vervangen zal moeten worden, zou hier ook melding van gemaakt moeten worden. 3. De afname van liquiditeit of de toename van schuld mag niet leiden tot een schuldquote onvoldoende In het coalitieakkoord is gesteld dat de schuldquote van de gemeente Lansingerland minimaal voldoende moet zijn (dus onder de 130%). Een investering op basis van de Enecogelden mag dus niet leiden tot een hogere schuldquote dan 130%. Om dit te scoren hanteren we het volgende scoreverloop: 5/9
T21.06716
-
Toetsingskader investeringen uit Enecogelden
Schuldenquote categorie A “minst risicovol”: <90% Schuldenquote categorie B “neutraal”: tussen 90% en 130% Schuldenquote categorie C “meest risicovol”: >130%
Beoordelingscriteria (inhoudelijke en financiële weging) Nadat is gebleken dat een voorstel voldoet aan de randvoorwaardelijke criteria, kan de afweging worden gemaakt vanuit inhoudelijk en financieel perspectief. De inhoudelijke afweging kent nadrukkelijk geen harde uitsluitingscriteria, rood scoren op de inhoudelijke afweging leidt dan ook zeker niet per definitie tot een afwijzing. Echter, hoe “groener” het voorstel, hoe kansrijker het voorstel zal zijn om doorgang te vinden. Inhoudelijke weging A1
De mate waarin het bestedingsvoorstel een bijdrage levert aan het Toekomstperspectief en de opgaven van de gemeente Lansingerland De mate waarin de investering bijdraagt aan lopende opgaves en gemaakte afspraken richting derden, verplichtingen, toezeggingen, etc.
Grote bijdrage
Draagt bij
Draagt nauwelijks bij
Geen bijdrage
Grote bijdrage
Draagt bij
Draagt nauwelijks bij
Geen bijdrage
A3
De mate waarin de uitvoering van het investeringsproject (en de gestelde doelen) kansrijk wordt geacht
Zeer kansrijk
Tamelijk kansrijk
Nauwelijks kansrijk
Niet kansrijk
A4
De periode waarin de investering bijdraagt aan maatschappelijk nut
> 25 jaar
>10 jaar, =< 25 jr
>5 jaar, =< 10 jr
< 5 jaar
A2
Financiële weging B1
De mate waarin de investering zichzelf terugverdient (rendabel is)
>=80%
< 80%, maar >=50%
<50% maar >=20%
<20%
B2
De mate waarin andere partijen financieel bijdragen aan de investering en daarmee investeren in publiek belang van Lansingerland
>=80%
< 80%, maar >=50%
<50% maar >=20%
<20%
6/9
T21.06716
B3
Toetsingskader investeringen uit Enecogelden
De financiële consequenties indien van de investering wordt afgezien
Groot
Aanmerkelijk
Gering
Nihil
Inhoudelijke weging De inhoudelijke afweging kent geen harde uitsluitingscriteria. Echter hoe “groener” het voorstel, hoe kansrijker het voorstel zal zijn om doorgang te vinden. A1. De mate waarin het bestedingsvoorstel een bijdrage levert aan het Toekomstperspectief en de opgaven
van de gemeente Lansingerland In principe kunnen investeringsvoorstellen los worden ingediend van bijvoorbeeld het coalitieakkoord. Het is echter wel belangrijk dat investeringen bijdragen aan de lange termijn doelen die het college en de raad zich stelt. Deze lange termijn visies zijn te koppelen aan het Toekomstperspectief, de daarbij behorende opgaven en de omgevingsvisie. De opgaven die zijn vastgesteld vanuit het Toekomstperspectief: - Wonen - Mobiliteit - Jeugd als bouwsteen toekomst - Duurzaamheid - Horti science - Ouderen langer thuis - Kwaliteit leefomgeving - Economie - Versterken veerkracht - Veiligheid Naast de belangrijke visies en opgaven zien we ook dat we als gemeente ons hebben gecommitteerd aan opgaven die spelen op globaal niveau. Als maatstaf hiervoor gebruiken we de Sustainable Development Goals (SDG’s). Dit zijn 17 doelen waar wij als gemeente ook aan bijdragen.
Voor meer informatie over SDG’s in relatie tot gemeentelijke inzet verwijzen wij u naar https://vng.nl/sites/default/files/2020-04/handreiking-global-goals-in-het-gemeentelijk-beleid-2020.pdf Het scoren van dit criterium verloopt als volgt: - Geen bijdrage: dit bestedingsvoorstel is niet te koppelen aan de opgaven of de Omgevingsvisie - Draagt nauwelijks bij: heeft een kleine specifieke bijdrage aan een van de opgaven of de omgevingsvisie, maar biedt geen breder gedragen bijdrage over opgaven heen. - Draagt bij: draagt bij aan de opgaven en/of de omgevingsvisie. - Grote bijdrage: draagt bij aan de opgaven en/of de omgevingsvisie en draagt daarnaast ook bij aan minimaal 5 (van de 17) Sustainable Development Goals.
7/9
T21.06716
Toetsingskader investeringen uit Enecogelden
A2. De mate waarin de investering bijdraagt aan lopende opgaves en gemaakte afspraken richting derden, verplichtingen, toezeggingen, etc. Nieuwe investeringen kunnen lopende projecten versterken en liggen mogelijk in lijn met reeds gemaakte afspraken met derden. Het betreft dan een bijdrage aan onderwerpen die vragen om een integrale, beleidsterrein overstijgende aanpak en resultaat. Het gaat hier om een kwantitatieve – hoeveelheid opgaves – en een kwalitatieve – in welke mate draagt het bij aan de opgaves – benadering. De investeringen zijn niet bedoeld om bestaande gaten te dichten maar kunnen wel het bestaande integrale beleid ondersteunen of versterken. A3. De mate waarin de uitvoering van het investeringsproject (en de gestelde doelen) kansrijk wordt geacht Aan de investering ligt een investeringsplan, inclusief heldere doelstellingen, reële investeringsplanning en investeringsbegroting ten grondslag. De investering draagt bij aan de geformuleerde doelstellingen. Deze doelstellingen worden inhoudelijk, in planning en in budget haalbaar en realistisch geacht. De uitwerking hiervan zal vooral plaatsvinden in het uitgewerkte bestedingsvoorstel. A4. De periode waarin de investering bijdraagt aan maatschappelijk nut De duur van de voordelen van de investering heeft een effect op de aantrekkelijkheid van de investering.
Hierbij kan ook gekeken worden naar het neveneffect dat de investering teweegbrengt. Financiële afweging Ook de financiële afweging kent geen harde uitsluitingscriteria, rood scoren op de financiële afweging leidt dan ook niet per definitie tot een afwijzing. Echter, hoe “groener” het voorstel, hoe kansrijker het voorstel zal zijn om doorgang te vinden. N.B.: Naar verwachting verdienen investeringen zichzelf in veel gevallen niet terug. Zij scoren dan laag op criterium B1. Dit hoeft geenszins te betekenen dat het vanuit bestuurlijk perspectief een onverstandig voorstel is. De maatschappelijke baten van het voorstel kunnen namelijk voldoende groot zijn. Vandaar dat ervoor is gekozen om bij de nadere uitwerking van een bestedingsvoorstel gebruik te maken van het instrument van een (beknopte) maatschappelijke kosten en baten analyse. B1. De mate waarin de investering zichzelf terugverdient (rendabel is) De Enecogelden worden zodanig ingezet dat er een opbrengst wordt gerealiseerd die weer kan worden besteed. Enerzijds doordat de investeringslasten worden gecompenseerd door besparingen of inkomsten op de reguliere begroting als gevolg van innovatieve investeringen. Het geld dat wordt bespaard of naar de gemeente terugvloeit kan opnieuw worden ingezet. Anderzijds door met het geld investerend vermogen van andere partijen aan te trekken.
Zodat met het geld extra geld wordt aangetrokken. B2. De mate waarin andere partijen financieel bijdragen aan de investering en daarmee investeren in publiek belang van Lansingerland Wanneer een investering met cofinanciering tot stand komt maakt dit dat iedere euro geïnvesteerd door Lansingerland vanuit financieel oogpunt een groter effect geeft. Dit maakt een investering financieel aantrekkelijker voor Lansingerland. B3. De financiële consequenties indien van de investering wordt afgezien Dit afwegingscriterium is een duidelijke indicator over het financieel risico dat de gemeente loopt wanneer een investering geen doorgang vindt. Echter wanneer de financiële consequenties nihil zijn hoeft dit niet per se als negatief uitgelegd te worden.
8/9
T21.06716
Toetsingskader investeringen uit Enecogelden
Het scoren van het criterium gaat als volgt: - Nihil: =<€50.000 - Gering: >€50.000 en =<€100.000 - Aanmerkelijk: >€100.000 en =<€200.000 - Groot: >€200.000 Toelichting op het toetsingskader Naast het invullen van het toetsingskader is het belangrijk een toelichting op te nemen per criterium. In deze toelichting geeft de auteur de onderbouwing voor de gemaakte keuze per criterium. Deze toelichting kan ook gebruikt worden in de verdere afweging van het bestedingsvoorstel. Het streven is om de toelichting maximaal 2 A4 te laten bedragen.
Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland
Wilma Atsma Secretaris
drs. Pieter van de Stadt Burgemeester
Nadere informatie
Manus Twisk
Team
Financiën
Domein
Bedrijfsvoering
manus.twisk@lansingerland.nl
Postbus 1 2650 AA Lansingerland www.lansingerland.nl
9/9