T21.05411 Ontwerp omgevingsvisie 1.0 gemeente Lansingerland
Tekst van het document
81
Gezond en veilig Het is van belang dat in de groengebieden gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk beperkt worden. Mensen komen hier voor hun ontspanning en welzijn. De omgeving moet dat ondersteunen. Geur-, geluid en luchtvervuilende bronnen die als storend worden ervaren, zijn niet wenselijk. Daarnaast worden gezondheidsrisico’s zoals blauwalg, processierupsen en plantensoorten die allergische reacties veroorzaken in de gaten gehouden. Indien onacceptabele risico’s voor de gezondheid ontstaan, onderneemt de gemeente of de gebiedsbeheerder actie.
Ontwikkelen met karakter De grote groenstructuren worden gekoesterd. Deze mogen dan ook niet worden aangetast door nieuwe ontwikkelingen. De Rottezoom, Bleiswijkse fles en het gebied tussen de Chrysantenweg (zuidkant) en Heulslootweg (noordkant Lange Vaart) zijn de enige open gebieden die verbonden zijn met de hoofdgroenstructuur. De openheid van deze gebieden wordt zoveel mogelijk in stand gehouden. Toekomstige recreatieve mogelijkheden in de noordelijke polders worden in het door de provincie geïnitieerde gebiedsproces besproken met de stakeholders.
Naast gezondheidsbescherming is gezondheidsbevordering een belangrijke pijler van een gezonde en veilige leefomgeving. De gezondheid wordt bevorderd door de openbare ruimte groen en zodanig in te richten dat het bewegen wordt gestimuleerd. Dit doen we door op termijn groene ommetjes vanuit de woonwijken en werkgebieden richting de Groene flanken te faciliteren. Hierbij is sociale veiligheid van groot belang. Mensen moeten zich op hun gemak voelen. De omgeving wordt daarop ingericht door te zorgen dat er voldoende licht en levendigheid (ogen) is en er sprake is van een hoge ruimtelijke kwaliteit.
Voor het recreatiegebied Rottemeren is een visie gemaakt met uitwerkingen voor de realisatie van het Landschapspark De Rotte. Dit gebied kan meer betekenen voor de maatschappelijke opgaven in het stroomgebied van de Rotte. De betekenis van het gebied wordt versterkt door een koppeling te leggen met de maatschappelijke agenda’s van de gemeenten en de organisaties die hier (mede) uitvoering aan geven.
Voor wat betreft milieufactoren maken we een nader onderscheid per gebied. Daarbij houden we rekening met het karakter van de plek.
82
Gewenste milieukwaliteit groene flanken Voor de groengebieden maken we onderscheid tussen gebieden met een intensiever en extensiever recreatiekarakter. De exacte gebiedsindeling werken we in het Omgevingsplan verder uit. Groen met extensieve recreatie In een aantal delen van de Groene flanken, zoals de Groenzoom, ligt de nadruk op extensieve recreatie. Hier wordt gestreefd naar het verhogen van recreatieve natuurwaarden met water- en groenverbindingen, gericht op het verhogen van biodiversiteit en gekoppeld aan natuurrecreatie en -educatie (vogelkijkhut, natuurpad, excursies). Bij extensieve recreatie past rust en geluiden van de natuur. Het geluidprofiel sluit aan bij deze functie, evenals de andere gewenste milieunormen. Groen met intensieve recreatie In tegenstelling tot de extensieve recreatiegebieden accepteren we hier het geluid van recreatieve activiteiten (speeltuin, klimmuur, tijdelijke recreatieve evenementen, outdoor activiteiten). Er is zelfs ruimte om recreatieve activiteiten verder uit te breiden. Het geluidniveau is een balans tussen rust en geluid van recreatieve activiteiten. Hier gaat onder andere om verschillende gebieden in het Landschapspark de Rotte.
Ontwerp omgevingsvisie
83
4.4. Hoogwaardige bedrijvigheid 4.4.1. Omschrijving deelgebied In Lansingerland heeft zich een krachtig bedrijfsleven ontpopt dankzij (onder andere) de aanwezigheid van verschillende regionale bedrijventerreinen, een logistiek cluster en meerdere kleine en grote terreinen met een lokale en regionale functie zoals Leeuwenhoekweg, Hoefslag en Klappolder. Bovenal heeft zich hier een unieke Greenport ontwikkeld die is gericht op wereldwijde kennis en innovatie op het gebied van voeding en gezondheid. Lokale ondernemers zijn hier uitgegroeid tot innovatieve wereldspelers. Greenportbedrijven uit Lansingerland vervullen een grote rol in de veredeling van en wereldhandel in groenten, fruit, bloemen en planten. Bovendien zitten Wageningen University en Research Center, het meest toonaangevende tuinbouwinstituut ter wereld, in onze gemeente. De clustering van innovatieve bedrijven heeft geleid tot een sterk kennisnetwerk voor het hele (glas) tuinbouwcomplex. Het Horti Science park met de WUR en Delphy, meerdere wereldmarktleiders (Anthura, Bayer Crop Science en Koppert Biological Systems) en diverse andere toonaangevende greenportbedrijven genieten internationaal veel aanzien vanwege hun innovatieve producten en diensten.
Deelgebied Hoogwaardige bedrijvigheid
84
Het afwegingskader laat zien welke ambities extra belangrijk zijn in dit deelgebied.
Ontwerp omgevingsvisie
85
4.4.2. Algemene uitgangspunten Ambities In dit gebied ligt de nadruk op het faciliteren van lokale en regionale ondernemers, het aanjagen van innovatie en het ontwikkelen van Lansingerland tot ‘Home of Horti Science’. Hier spelen ook belangrijke vraagstukken rondom klimaatadaptatie en energietransitie.
Verbonden in de Metropool Sterke ruimtelijke structuren en groengebieden Ruimtelijke structuren in het glastuinbouwgebied worden verbeterd door groene bermen en zomen te accentueren. Ook hier is specifiek aandacht voor het versterken van de oost-west groenstructuren die door het glastuinbouwgebied lopen. Waar mogelijk worden oevers natuurvriendelijk gemaakt. Toekomstbestendige omgeving Om voldoende gietwater beschikbaar te hebben in tijden van droogte, wordt het vergroten van de opslag van regenwater gestimuleerd. De opslag kan gezocht worden in de zandlaag in de bodem, maar ook in grotere waterbassins. Het aanleggen van collectieve systemen heeft de voorkeur. Dit kan bovendien gecombineerd worden met drijvende zonnepanelen.
86
Modern bereikbaar en verbonden In dit deelgebied is de mobiliteitsprioritering als volgt: eerst de emissieloze auto, dan de brandstofauto, dan openbaar vervoer en de fiets. Hiervoor is het van belang dat er voldoende voorzieningen voor emissieloos autoverkeer op de terreinen en in de glasgebieden beschikbaar zijn. Bereikbaarheid in dit gebied wordt daarnaast verbeterd door zowel langzaamverkeersverbindingen te versterken als de doorstroming van logistieke bewegingen te optimaliseren. Goede OV- en fietsnetwerken dragen bij aan het verlagen van de druk op het wegennet. Dit bereiken we ook door te stimuleren dat medewerkers met de fiets naar het werk komen. Daartoe zouden ook fietsen beschikbaar moeten komen bij OV-haltes en op plaatsen waar arbeidsmigranten wonen. Grote werkgevers dienen goed bereikbaar te zijn met het openbaar vervoer.
Vindingrijk en ondernemend Home of Horti Science Home of Horti Science worden is de richtinggevende ambitie in het glasgebied. Om bestaande en nieuwe bedrijven die bijdragen aan innovatie en kennisontwikkeling op het gebied van Horti Science ontwikkelperspectief te bieden, gaan we aanvullende ontwikkelingen in het glasgebied toestaan. Dat betekent dat er ruimte is voor andere verschijningsvormen en bedrijvigheid, zolang die maar actief bijdragen aan de Home of Horti Science-ambities. We beginnen hiermee in het innovatiecluster rondom het Horti Science Park. Afhankelijk van het initiatief en de locatie staan we ook open voor vergelijkbare ontwikkelingen op andere plekken in dit deelgebied. Het gebied rondom de Chrysantenweg is een in omvang beperkt glasgebied met kleine en wat oudere bedrijven. Het gebied biedt minder toekomstperspectief aan ondernemers. Het ligt daarom voor de hand om na te denken over een functieverandering die past binnen de Horti Science ambities. Het FES-gebied aan de Kleihoogt kan een kwaliteitsimpuls gebruiken. In lijn met de structuurvisie zijn ondernemers in samenwerking met de gemeenten Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp al begonnen met het identificeren van de kansen. De glasfunctie blijft centraal staan en er is geen plek voor andere bedrijvigheid of woningbouw.
Lokaal en regionaal werken en ondernemen Met de invulling van grote bedrijventerreinen als Prisma en Oudeland ligt de nadruk de komende tijd op kwaliteitsbehoud en waar nodig -verbetering. Er komen geen nieuwe bedrijventerreinen bij en bestaande bedrijven worden in principe niet uitgebreid.
Slimme verduurzaming Binnen de Warmte Samenwerking Oostland (WSO) wordt gewerkt aan een gebiedsdekkend warmte- en CO2-net voor de glastuinbouw en een deel van de bebouwde omgeving. In Lansingerland ligt nu al het RoCa-netwerk (gevoed met warmte van de RoCa warmtekrachtcentrale in Rotterdam en beperkt met restwarmte) dat sinds de jaren negentig warmte levert aan de glastuinbouw in Lansingerland. Samen met belanghebbenden werken we heel concreet aan uitbreiding van dit warmtenet naar alle glastuinbouwgebieden in Lansingerland. De aanwezigheid van een warmtenet draagt namelijk sterk bij aan de toekomstbestendigheid van gebieden. Het gebiedsdekkende warmtenet kan ook gevoed worden met warmte uit duurzame warmtebronnen, zoals geothermiebronnen. Naast bestaande bronnen zijn er ook nieuwe aardwarmtebronnen in onderzoek of ontwikkeling. Wij faciliteren dat. Wij zien geen of een zeer beperkte rol van biomassaverbranding in het energiesysteem van de toekomst. Dus de bouw van nieuwe biomassa-installaties is onwenselijk. Voor individuele, maar ook samenwerkende ondernemers zijn er volop kansen om daken te benutten voor zonne-energie. De gemeente zet de beschikbare juridische mogelijkheden in om zon op nieuwe daken (en in de toekomst bestaande daken) af te dwingen.
Een volgende stap (als zon op daken onvoldoende energie oplevert) is de aanleg van tijdelijke energielandschappen op langdurig braakliggende kavels of onrendabele ‘overhoeken’ en hellingen. Dit vraagt afstemming met het provinciale beleid. Tenslotte is het zaak dat de elektriciteit die door bedrijven rechtstreeks van het net wordt betrokken, groene elektriciteit is of duurzaam in het tuinbouwgebied wordt opgewekt door windmolens of zonnecollectoren.
Ontwerp omgevingsvisie
87
88
Gezond Samen Leven
Gewenste milieukwaliteit bedrijventerreinen
Oog voor mensen Ondernemers dienen te zorgen voor goede woon- en werkomstandigheden voor arbeidsmigranten en andere medewerkers. De gemeente faciliteert dit afhankelijk van de locatie en het type ontwikkeling.
Op de bedrijventerreinen is ruimte voor bedrijfsactiviteiten. Ook in de toekomst wordt dit gefaciliteerd. Het toegestane geluidprofiel zal activiteiten mogelijk maken. Ook al is er meer mogelijk op de bedrijventerreinen, ook hier is achteruitgang van de luchtkwaliteit geen optie.
Gezond en veilig In dit deelgebied zijn de ambities op het gebied van geluidsoverlast en de uitstoot van gevaarlijke stoffen iets minder hoog dan in de woon- en groengebieden, om bedrijven voldoende ruimte te geven om hun activiteiten uit te kunnen voeren. We willen echter geen toename van bodem en luchtvervuiling. Om de bijdrage van de glastuinbouw aan waterverontreiniging terug te dringen, is in het Afsprakenkader Emissieloze Kas afgesproken dat emissies (van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen) vanuit de glastuinbouw in 2027 teruggebracht zijn tot bijna nul. Water- en bodemkwaliteit moeten aan gezondheids- en veiligheidsnormen voldoen. Grote bronnen van normoverschrijdende lucht-, licht- en geluidsbelasting worden aangepakt. Voor de precieze aanpak wordt een nota van uitgangspunten opgesteld.
De overgang van woongebieden naar gebieden waar bedrijven zitten die veel geluid maken wordt zo veel als mogelijk geleidelijk opgevuld. Zo kan bijvoorbeeld een rand van voorzieningen een natuurlijke buffer vormen tussen wonen en wat zwaardere bedrijvigheid.
Ontwerp omgevingsvisie
89
5
90
5.
Werken met de Omgevingsvisie
5.1. Inleiding
5.2. Sturingsfilosofie
In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie denken uit te voeren. Hierbij dragen we een aantal concrete projecten aan die we als gemeente graag gerealiseerd willen zien. Omdat we daarbij ook afhan¬kelijk zijn van andere initiatiefnemers, beschrijven we in sommige gevallen ook wat er moet gebeuren om een project of ontwikkeling van de grond te krijgen, zodat dit betrokken kan worden in gesprekken over initiatieven.
De sturingsstijl van de gemeente bestaat uit de rol van de overheid (reguleren, samenwerken of ondersteunen) plus de mix van instrumenten die we kiezen. De basis voor de keuzes, en de uitwerking van de concrete sturingsstijl, hoort te staan in de Omgevingsvisie. Dit noemen we ook wel sturingsfilosofie.
We beschrijven hier verder de diverse (kern)instrumenten die we aanvullend op de visie gaan opstellen en geven we aan hoe we omgaan met het actualiseren van de visie. Dit laatste hoofdstuk van de visie sluit af met een projectenmatrix. In deze matrix hebben we inzichtelijk gemaakt welke acties voortvloeien uit de visie, wat de rol van de diverse betrokken partijen is en hoe we deze projecten denken te realiseren. Dit samenvattende overzicht is uiteraard samenge¬steld op basis van de huidige kennis en stand van zaken van initiatieven en kan daarom herzien worden wanneer dat nodig is.
Het gaat niet alleen over de rolneming van de gemeente ten opzichte van de samenleving maar ook de rolneming van de raad ten opzichte van het college. Het is denkbaar overwegend een bepaalde sturingsstijl aan te nemen, maar te allen tijde moet het hele palet aan stijlen gebruikt kunnen worden. De raad moet hierover nog een standpunt innemen.
Ontwerp omgevingsvisie
91
5.3. De Omgevingsvisie en de andere Omgevingswetinstrumenten Instrumentenmix Met de komst van de Omgevingswet verandert de manier waarop we als gemeente omgaan met onze leefomgeving. Enerzijds is dit omdat de wet ons nieuwe instrumenten biedt die we kunnen inzetten. Anderzijds omdat we de komende tijd aan de slag moeten om alle ontwikkelingen die op ons afkomen en ambities die we hebben goed te stroomlijnen en uit te voeren. In deze paragraaf beschrijven we hoe we de verschillende instrumenten van de Omgevingswet inzetten in Lansingerland. Beleidscyclus De Omgevingswet gaat uit van beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus. De verschillende instrumenten worden in samenhang ontwikkeld en actief gemonitord en aangescherpt. Dat betekent dat de Omgevingsvisie een ‘dynamisch’ document is dat we in samenhang met de andere instrumenten en samen met betrokken blijven aanscherpen. De Omgevingswet bevat verschillende instrumenten, elk met hun eigen toepassing. 1. De Omgevingsvisie 2. De programma’s 3. Het Omgevingsplan 4. De omgevingsvergunning 5. Het projectbesluit. Doorwerking in het Omgevingsplan Een belangrijke bepaling in de Omgevingswet is dat een gemeente één gebiedsdekkend Omgevingsplan vheeft. Het Omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving voor het hele gemeentelijk grondgebied.
Het plan vervangt straks alle bestemmingsplannen en een groot deel van de verordeningen. Het Omgevingsplan wordt, net als de Omgevingsvisie, vastgesteld door de gemeenteraad. Het Omgevingsplan is voor iedereen bindend.
92
Beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus.
De gemeente hoeft niet al bij inwerkingtreding van de Omgevingswet te beschikken over een actueel Omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de wet. Vooralsnog is 31 december 2029 het moment dat een gemeente volledig moet voldoen aan de wet. Tijdens die periode vormen de huidige bestemmingsplannen, andere ruimtelijke besluiten en een aantal verordeningen van rechtswege het Omgevingsplan. De regels vanuit het Rijk krijgen hier ook tijdelijk een plek in, de zogenaamde ‘bruidsschat’.
De Omgevingsvisie biedt de beleidsmatige basis voor het Omgevingsplan. Toch kan het Omgevingsplan aanleiding zijn om de Omgevingsvisie bij de actualisering op onderdelen aan te passen, bijvoorbeeld omdat een ambitie voor de korte termijn te hoog blijkt te zijn en niet in regels te vatten is of andersom omdat de visie scherpere keuzes moet maken om regels te kunnen stellen. Wij kiezen ervoor om het Omgevingsplan in stappen op te bouwen richting 2029. Wij zijn van plan te beginnen met de uitwerking van de woongebieden in onze gemeente. Dat doen we in een eerste Omgevingsplan dat we ‘Omgevingsplan 1.0’ noemen. Op basis van de ervaring uit het Omgevingsplan 1.0 werken we toe naar een gemeentedekkend plan. In het Omgevingsplan werken we onze ambities concreet uit in regels die bindend zijn voor iedereen. Hierbij kan gedacht worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en bijvoorbeeld regels over bepaalde activiteiten. Ook wordt in het Omgevingsplan vastgelegd voor welke activiteiten in de toekomst een vergunning moet worden aangevraagd. Doorwerking in programma’s Gemeenten kunnen strategisch beleid uit de Omgevingsvisie verder uitwerken of operationaliseren via programma’s. Programma’s kunnen gebiedsgericht en thematisch ingezet worden en gericht zijn op verschillende schaalniveaus.
Binnen de Omgevingswet zijn er vier verschillende soort programma’s, elk met eigen kenmerken. In tegenstelling tot de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan is het programma een bevoegdheid van het college, wat overigens niet betekent dat de gemeenteraad nooit betrokken wordt. Het programma is, net zoals de Omgevingsvisie, zelfbindend voor het gemeentebestuur maar niet voor andere partijen en inwoners.
Het programma geluid is het enige verplichte programma voor een aantal gemeenten (artikel 3.6. van de Omgevingswet). Dat geldt niet voor Lansingerland. Daarnaast wordt in navolging op de uitvoeringsparagraaf onderzocht of de gemeente nog andere programma’s gaat opstellen. Om te voorkomen dat er een oerwoud aan nieuw sectoraal beleid ontstaat, zijn we echter voorzichtig met het maken van programma’s. We willen op termijn zoveel mogelijk sectoraal beleid opnemen in de Omgevingsvisie, zodat er uiteindelijk één Omgevingsvisie, één Omgevingsplan en een beperkt aantal programma’s resteert. Het is goed om zo vroeg mogelijk te bedenken welke programma’s logisch zijn. Bijvoorbeeld programma’s passend bij drie pijlers of deelgebieden in de Omgevingsvisie. Omgevingswaarden De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om in het Omgevingsplan voor de gehele gemeente omgevings¬waarden vast te leggen. Bijvoorbeeld ten aanzien van de uitstoot van schadelijke stoffen, de productie van geluid of andere vormen van hinder of mogelijke overlast. In dat geval is ook een programma verplicht. In dat geval ligt het voor de hand dit in de Omgevingsvisie al aan te geven. Vooralsnog zien wij echter geen noodzaak om omgevingswaarden te stellen.
Mocht in de toekomst blijken dat bepaalde ‘doelen’ niet worden gehaald dan kunnen we alsnog overwegen om in het Omgevingsplan omgevingswaarden vast te stellen en deze te koppelen aan een programma. Dit is ook een aspect wat aan bod komt bij de monitoring en evaluatie van deze eerste Omgevingsvisie.
Ontwerp omgevingsvisie
93
5.4. Lokale en regionale samenwerking
5.5. Uitvoering
Ontwikkelingen in Lansingerland staan natuurlijk niet op zichzelf. Ook in de regio vinden allerlei ontwikkelingen plaats die van invloed kunnen zijn op onze gemeente. Daarom hebben we actief contact met buurgemeenten, de provincie Zuid-Holland en ketenpartners en nemen we deel aan verschillende regionale samenwerkings¬verbanden. In hoofdstuk 2.5. is gereflecteerd op een aantal belangrijke regionale visies van onze partners. Samen met die partners blijven we werk maken van belangrijke regionale opgaven.
De gemeente wil actief werk maken van de ambities die neergelegd zijn in de Omgevingsvisie. Dat kan in de vorm van een programma zijn, het ontwikkelen van nieuw beleid, de juridische vertaling in het Omgevingsplan, het stimuleren van gedrag door subsidies en educatie of daadwerkelijke projecten. In bijlage 2 is een tabel opgenomen met de verschillende projecten en processen die de gemeente heeft lopen of op gaat starten, welke een relatie hebben met de ambities uit de Omgevingsvisie. We hebben de projecten gerangschikt naar thema. We hebben aangegeven wie trekker is van een project; dit hoeft niet altijd de gemeente te zijn, maar ook een waterschap, een maatschappelijke organisatie of een particulier initiatiefnemer.
Alle aangrenzende gemeenten waren uitgenodigd om deel te nemen aan ketenpartnersessies tijdens de totstandkoming van deze Omgevingsvisie. Daarnaast hebben ze allemaal een uitnodiging gekregen om te reageren op de Omgevingsvisie tijdens de inzageperiode.
94
5.6. Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal Financiële uitvoerbaarheid De gemeente Lansingerland heeft in de omgevingsvisie ambities en opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De financiële uitvoerbaarheid hiervan is dynamisch en voortdurend aan verandering onderhevig. Enerzijds is dit omdat nog niet alle ambities zijn uitgewerkt. Anderzijds is dit het geval, omdat er in de loop der tijd vaak ook projecten afvallen en/of nieuwe projecten bijkomen. Ook de daadwerkelijke kosten en opbrengsten van projecten kunnen veranderen op basis van prijsontwikkelingen en aangescherpte eisen en regelgeving. Het is dan ook belangrijk om de financiële uitvoerbaarheid - op basis van dit soort nieuwe inzichten en projecten - periodiek te evalueren, te actualiseren en waar nodig bij te stellen. Op projectniveau maakt de financiële uitvoerbaarheid deel uit van het Omgevingsplan. Kostenverhaal De gemeente zal als initiator van de maatschappelijke opgaven een groot deel van de benodigde investeringen bekostigen. Gebiedsontwikkelingen hebben ook profijt van deze investeringen. Op basis van de Omgevingswet en de daarin opgenomen Aanvullingswet grondeigendom is de gemeente verplicht tot het naar evenredigheid verhalen van kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de investeringen.
Het kostenverhaal wordt toegepast op basis van de criteria ‘profijt’, ‘toerekenbaarheid’ en ‘proportionaliteit’ (ptp-criteria). Sommige investeringen zijn van nut voor meer dan één ontwikkeling. Deze kosten worden naar evenredigheid verdeeld over de verschillende ontwikkelingen. Naast het kostenverhaal kunnen we onder voorwaarden een (verplichte) financiële bijdrage opnemen in het Omgevingsplan voor investeringen die niet vallen onder het kostenverhaal en waar de ptp-criteria niet voor van toepassing zijn.
Ontwerp omgevingsvisie
95
Financiële bijdragen De Omgevingswet biedt mogelijkheid om publiekrechtelijk financiële bijdragen aan ontwikkelende partijen te vragen. Dan moet worden aangetoond dat de ptp- criteria niet kunnen worden toegepast. Financiële bijdragen worden publiekrechtelijk vastgelegd in het Omgevingsplan waarbij de functionele samenhang wordt aangetoond. De investeringen die voor het verhalen van financiële bijdragen in aanmerking komen, zijn vastgelegd in een limitatieve lijst (zie kader). De wetgeving rondom het verhalen van financiële bijdragen en de limitatieve lijst is nog niet definitief. De categorieën en voorwaarden kunnen dus nog aangepast worden. Daarom zullen we het beleid over de financiële bijdragen en de uitvoeringsregels bij de eerstvolgende actualisatie van de Omgevingsvisie nader uitwerken.
96
Bij de volgende categorieën kunnen financiële bijdragen worden gevraagd: a. wijziging inrichting landelijk gebied ter verbetering van landschappelijke waarden; b. aanleg of wijziging van Natura 2000-gebieden of gebieden die zijn aangewezen in een omgevingsplan met onder meer maatregelen ter vermindering van stikstofdepositie; c. aanleg van infrastructuur voor verkeers-en vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang; d. aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur; e. compensatieregeling bouw sociale huuren koopwoningen indien in een ontwikkellocatie onvoldoende van deze woningen worden gerealiseerd; f. stedelijke herstructurering ter verbetering van woon-en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden met leegstandsproblemen met maatregelen in de fysieke leefomgeving.
5.7. Samenhang met leefomgeving effectrapportage Een leefomgeving effectrapportage (rapport; LER) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvormingsprocedure een plaats te geven. Een LER brengt op voorgeschreven wijze de milieugevolgen van een plan of project in beeld voordat het besluit wordt genomen of het plan wordt vastgesteld. Zo kan het bevoegd gezag de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken en krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming over projecten en plannen met mogelijk aanzienlijke gevolgen voor het milieu. Hieronder zijn de resultaten van de LER weergegeven. Beoordeling De beoordeling van de Omgevingsvisie voor Lansingerland op de relevante milieueffecten (hoofdstukken 4 t/m 13) is samengevat in de figuur hiernaast te zien. Onder de figuur volgt een toelichting en worden enkele adviezen voor de vervolgstappen uiteengezet.
Ontwerp omgevingsvisie
97
98
Mobiliteit De ambitie van de gemeente is om het gemotoriseerd verkeer meer terug te dringen en vooral de voetganger en fietser centraal te stellen, en vervolgens het openbaar vervoer te prioriteren. Dit leidt bij de inwoners van Lansingerland tot meer leefruimte en meer bewegingsruimte ten opzichte van de automobilist. Er liggen aandachtspunten ter verbetering van de verkeersveiligheid en het borgen van de prioritering in modaliteiten. Een overkoepelende Mobiliteitsvisie zal bijdragen aan grip krijgen op het aspect mobiliteit en om ambities en doelstellingen beter te formuleren.
Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit verbetert autonoom. Zonder enig ingrijpen van de gemeente is er positieve trend te herleiden in de technologische vooruitgang. Daarnaast heeft de gemeente zich aangesloten bij het Schone Lucht Akkoord in 2020 waarmee zij zich committeert aan het verbeteren van de luchtkwaliteit door maatregelen door te voeren. Desondanks zijn er nog wel enkele aandachtspunten om mee te geven bij de verdere uitwerking van toekomstig milieubeleid, zoals de mogelijkheden onderzoeken milieuzones toe te kennen of door kwetsbare groepen niet dichtbij vervuilende bronnen te positioneren.
Geluid De geluidbelasting in meerdere delen van de gemeente is hoog. Hoewel Lansingerland wel de ambitie uitspreekt om de geluidbelasting en de hinderbeleving ervan te verminderen, wordt in de Omgevingsvisie nergens een uitspraak gedaan hoe en in welke mate zij actief de geluidbelasting omlaag wil brengen. Ook met zicht op het nieuwe luchthavenbesluit voor Rotterdam-The Hague Airport is het nog onduidelijk hoe de cumulatieve geluidbelasting boven de gemeente ontwikkelt Daar komt nog bij dat er meerdere woningbouwlocaties in de gemeente zijn aangewezen op locaties waar al een relatief hoge gecumuleerde geluidbelasting aanwezig is, waardoor nieuwe bewoners onvermijdelijk in geluidbelast gebied komen te wonen. Hoewel Lansingerland wel de ambitie uitspreekt om de geluidbelasting en de hinderbeleving ervan te verminderen, wordt in de Omgevingsvisie nergens een uitspraak gedaan hoe en in welke mate zij actief de geluidbelasting omlaag wil brengen.
Externe veiligheid Er zijn diverse risicobronnen in de gemeente aanwezig: transportroutes, buisleidingen en een deel van de gemeente ligt onder de aanvliegroute van Rotterdam-The Hague Airport. Enkele toekomstige woningbouwontwikkelingen kennen mogelijke veiligheidsrisico’s. Ondanks dat veiligheid een speerpunt in de Omgevingsvisie is, wordt niet duidelijk op welke manier de gemeente invulling gaat geven aan het veranderende omgevingsveiligheidsbeleid. Gezondheid De inwoners van de gemeente Lansingerland kennen relatief hoge milieugezondheidsrisico’s. Dit komt door de hoge geluidbelasting, veiligheidsrisico’s en lokaal matige luchtkwaliteit. Daarnaast is hittestress in mindere mate in de kernen en in grotere mate in het kassengebied een probleem. Ook de lichthinder van de glastuinbouw levert verdere gezondheidsrisico’s op. Geadviseerd wordt om een hittestressplan op te stellen om de hittestress te beperken. Ter beperking van de lichthinder wordt geadviseerd om samen met de glastuinbouwsector te onderzoeken welke mogelijkheden (financieel) doelmatig zijn om emissies terug te dringen.
Bodem Er spelen geen grote problemen rondom de bodemkwaliteit in de gemeente. Bij toekomstige ontwikkelingen worden eventueel vervuilde gronden gesaneerd. De toename van drukte in de ondergrond is wel een punt van aandacht en vraagt mogelijk om een visie op de ondergrond. Water en klimaatadaptatie De Omgevingsvisie zet sterk in op het integreren van klimaatadaptie in het beleid. Het creëren van een robuust watersysteem heeft een positief effect op de omgevingskwaliteit, het voorkomt bijv. wateroverlast en hittestress. Het klimaatbestendig inrichten van de leefomgeving betekent ook meervoudig ruimtegebruik (denk aan groene daken). Ook worden er meer groenstructuren aangelegd bij nieuwe ontwikkelingen bij die positief bijdragen aan een goede afwatering en het verbeteren van de waterkwaliteit. Er valt een directe koppeling tussen water en ecologie te maken. Ecologie Het algemene beeld is dat Natura 2000 op verre afstand is gelegen van de gemeente waardoor effecten niet worden verwacht. Op Natuurnetwerk Nederland bestaan mogelijke effecten indien gekozen wordt te ontwikkelen langs de Rottemeren of in het uiterste zuidwesten van de gemeente langs de Bovenvaart. De Rottemeren en het (Hoge/Lage) Bergsche bos worden door groen gekenmerkt. Bovendien bevinden zich in de gemeente zelf enkele karakteristieke bomenrijen.
Bij ontwikkelingen kunnen deze karakteristieke elementen verloren gaan. Ook dient rekening gehouden te worden met de biodiversiteit, vooral in de parken en in het NNN en de gemeentelijke groenstructuren.
Cultuurhistorie en archeologie Bij cultuurhistorie en archeologie spelen weinig problemen. De gemeente wordt aangeraden behoudenswaardige objecten en elementen te voorzien van een beschermingsregime. Daarnaast wordt aandacht gevraagd hoe duurzaamheidsambities te integreren zijn met de verduurzaming en/of renovatie en behoud van cultuurhistorisch erfgoed. Duurzaamheid In dit stadium worden enkele duurzaamheidsambities (zowel nationaal als regionaal) verder uitgewerkt. Zo wordt gewerkt aan de Regionale Energiestrategie (RES) voor de regio Rotterdam-Den Haag waar Lansingerland vooral een rol voor zonne-energie speelt. Maar ook andere manieren om aan de doelstellingen te voldoen dragen hier aan bij, zoals de Duurzaamheidsvisie, Uitvoeringsagenda, Warmte Samenwerking Oostland (WSO), het Handelingsperspectief Biomassa, Transitievisie Warmte. Om de doelstellingen te behalen is een verdere concretiseringsslag nodig. Conclusie De uitgebreide toelichting per thema is te lezen in de losse bijlage. De belangrijkste conclusies worden verwerkt in de definitieve Omgevingsvisie 1.0 na de inzageperiode of worden meegenomen richting de Omgevingsvisie 2.0.
Ontwerp omgevingsvisie
99
5.8. Monitoring, aanvulling en herziening Levend document Wij beschouwen de Omgevingsvisie, en in het verlengende daarvan alle Omgevingswetinstrumenten, als levende documenten. De wereld verandert continu en daarom moeten we dus ook regelmatig onze instrumenten herijken. Liggen we nog op koers, zijn er nieuwe ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden, halen we onze ambities wel met onze huidige aanpak? Het afwegingskader wordt naar verwachting een belangrijk element bij de monitoring en evaluatie. Het gebruiken maken van meetbare indicatoren is een logische stap bij de verdere aanscherping van de Omgevingsvisie. De MER kan hier een bijdrage aan leveren. Qua actualisering van de visie zijn we voornemens om de Omgevingsvisie jaarlijks te controleren op uitvoerbaarheid en nieuwe ontwikkelingen en vierjaarlijks op lange termijnperspectieven. Stap richting Omgevingsvisie 2.0 Deze Omgevingsvisie 1.0 zet een stap richting volledige strategische beleidsintegratie. Het uiteindelijke doel is dat de Omgevingsvisie de centrale plek wordt voor al het strategisch ruimtelijk beleid. Dat betekent dat er op termijn geen andere thematische visies als losstaand beleid worden gemaakt. Om die beleidsintegratie te realiseren beschouwen we de Omgevingsvisie als een ‘levend’ document dat continue aangescherpt wordt.
Vanzelfsprekend gaan we wel verder met het uitwerken van bepaalde thema’s parallel aan de Omgevingsvisie. Maar dat wordt uiteindelijk niet opgenomen in losstaande beleidsstukken. De strategische uitspraken van zo een verdiepingsslag moeten uiteindelijk weer landen in de Omgevingsvisie en eventuele juridische consequenties in het Omgevingsplan. Via programma’s werken we bijvoorbeeld aan de uitvoering, een specifieke gebiedsuitwerking of aan ‘zachte’ maatregelen zoals het opzetten van subsidietrajecten en samenwerkingsverbanden.
100
In deze 1.0 versie hebben we alle ruimtelijke thema’s en de verschillende beleidstrajecten en ontwikkelingen met elkaar verbonden. In 2021 en 2022 worden verschillende thematische visies uitgewerkt en vastgesteld door de gemeenteraad. We hebben er bewust voor gekozen om die trajecten in samenspraak met de Omgevingsvisie op te stellen en de processen niet te vertragen door ze allemaal in een keer samen te voegen. In de Omgevingsvisie 2.0 zetten we een volgende stap in het integreren van strategisch ruimtelijk beleid. De volgende thema’s werken we de komende periode verder uit in verschillende trajecten. In 2022 en 2023 starten we met de eerste actualisatieslag waar we deze onderwerpen verder integreren in de Omgevingsvisie 2.0 en verdere opvolgers. • Regionale Energie Strategie Rotterdam – Den Haag: de RES-aanpak is ook gebaseerd op een cyclisch proces waarbij de RES tweejaarlijks verder uitgewerkt wordt richting 2025. De RES 1.0 is op 1 juli 2022 afgerond. Op dit moment zijn alle globale zoekgebieden in de Omgevingsvisie 1.0 opgenomen. Richting 2023 verwachten we dat de zoekgebieden verder geconcretiseerd worden en werken we als gemeente de lokale kansen voor zon en wind verder uit en besluiten of we per zoekgebied aanvullende voorwaarden stellen.
Parallel hieraan onderzoeken we hoe en wanneer we bestaande woonwijken, bedrijven en de glassector kunnen voorzien van alternatieve warmtebronnen. • De Woonvisie is vastgesteld op Q2 van 2021 en schetst de belangrijke opgaven en ambities op het gebied van woningbouw in de gemeente. In de Omgevingsvisie 2.0 integreren we de strategische uitspraken verder en wordt bepaald hoe een eventueel uitvoeringsprogramma voor het onderwerp wonen uitgewerkt kan worden.