T21.05323 Beantwoording vragen PVDA bij jaarstukken 2020
Tekst van het document
FORMULIER BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN TER VOORBEREIDING COMMISSIE BESPREKING Betreft commissie
Gemeenteraad Jaarstukken 2020, d.d. 24 juni 2021
Nummer en naam agendapunt:
Jaarstukken 2020
Vraag 1:
Hamid Azzouzi, PvdA De jaarstukken laten een overschrijding zien van de apparaatslasten van € 850.000 (blz. 139). We hebben meer inhuur gepleegd in 2020 (750K). Kan de wethouder dit toelichten en is dit incidenteel of structureel? Heeft dit een relatie met de uitbereiding van het apparaat vanaf 2021?
Beantwoording:
De overschrijding op de apparaatslasten wordt met name veroorzaakt door het aantal vacatures in 2020, die middels tijdelijke inhuur zijn ingevuld om onze doelstellingen te behalen en uitvoering te blijven geven aan onze taken. Op basis van de begrote formatie was in 2020 € 6,1 miljoen meer personeelsbudget begroot dan gerealiseerd. Daartegenover staat op het inhuurbudget een hogere realisatie van € 6,8 miljoen. Momenteel is het aantal vacatures nog aanzienlijk. Wij streven naar invulling van de vacatures met eigen personeel. De overschrijding is in de basis incidenteel van aard en houdt dan ook slechts beperkte relatie met de uitbreiding in 2021, daar de inhuur met name gebruikt is ter dekking van vacatureruimte en uitvoering geven aan projecten.
Vraag 2:
Hamid Azzouzi, PvdA Bij de lijst investeringen zien we dat een aantal investeringskredieten afgesloten worden. In totaal een investeringsomvang van circa € 8 mln. (blz.146). Dit sluit volgens mij niet aan bij de bijbehorende vrijval van kapitaallasten die in de kadernota gepresenteerd staat van €1,5 mln. in 2022, oplopend tot €1,9 mln. (blz. 7 kadernota 2022). Bij de presentatie van de MIP werden wij verwezen naar de jaarstukken 2020. € 1,5 mln. vrijval kapitaallasten betekent grofweg € 45 mln. aan mindere investeringen (€ 1,5 mln. * 30 jaar) Kan de wethouder dit nader toelichten ?
Beantwoording:
In het MIP worden de investeringen opgenomen met daarbij de startdatum van het krediet en ook de datum van afronding van de investering. Het moment van afschrijven wordt daarbij ook direct bepaald en op basis hiervan worden de kapitaallasten berekend. Dit blijkt ook uit de opgenomen toelichting op de investeringskredieten in de Zomerrapportage 2021. De kapitaallasten over de afgesloten kredieten in 2020 zitten dan ook al reeds in de begrote kapitaallasten die in de baseline van de kadernota zijn meegenomen. De vrijval van kapitaallasten in 2022 komt dan ook door vertraging in de investeringen die (op basis van het MIP 2019 en MIP 2020) waren begroot en nog niet zijn afgerond, waardoor kapitaallasten nog niet worden gerealiseerd. Hierdoor schuiven deze kapitaallasten door naar de toekomst. Daarnaast zijn in de kadernota ook de effecten verwerkt die voortvloeien uit de nieuwe Nota Activabeleid, waarbij afschrijvingstermijnen zijn verlengd. Deze factoren leiden dan ook tot
een afname van € 1,5 miljoen.