CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

T21.05269 Beantwoording technische vragen Kadernota 2022

Commissie Algemeen Bestuur 23 juni 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Kadernota 2022-20252.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

FORMULIER BEANTWOORDING TECHNSICHE VRAGEN TER VOORBEREIDING COMMISSIE BESPREKING Betreft commissie

Gezamenlijke commissies kadernota, d.d. 23 juni 2021

Nummer en naam agendapunt:

Kadernota 2022-2025

Vraag 1:

Hamid Azzouzi, PvdA Wat is de stand van zaken van de bezuinigingen uit de begroting 2021?

Beantwoording:

In de begroting 2021 zijn er verschillende maatregelen genomen om te komen tot een structureel sluitende begroting in 2021. De besparingsmaatregelen waren ingedeeld naar de domeinen Samenleving en Ruimte en Economie en de categorieën algemeen en OZB. Een overzicht van de besparingsmaatregelen staat onder de beantwoording van deze technische vragen. De stand van zaken van de bezuinigingen is als laatste kolom aan het overzicht toegevoegd. Over het algemeen geldt dat er zijn geen indicaties zijn dat de voorgestelde ombuigingen niet worden gerealiseerd. We zitten echter pas halverwege het lopende jaar. Aan het einde van dit jaar maken we de definitieve balans op; als eerste in de Slotwijziging 2021 en vervolgens in de Jaarstukken 2021.

Vraag 2:

Hamid Azzouzi, PvdA De algemene mutatie in de baseline van de kadernota nemen van 2023 naar 2024 en van 2024 naar 2025 sterk toe. Wat is hiervan de oorzaak?

Beantwoording:

Uit de baseline zoals opgenomen in de kadernota blijkt er een toename van het tekort in de algemene mutaties in 2024 en 2025 t.o.v. de jaren daarvoor: Nieuwe mutaties

2022

2023

2024

2025

-1.670.000 -1.670.000

-1.670.000

-1.670.000

Algemene mutaties Onoverkomelijke mutaties (claims): Bijstelling WMO Bijstelling BUIG-gelden (inkomensdeel) Bijstelling BUIG-gelden (inkomensdeel)

-500.000

-350.000

-350.000

-350.000

500.000

350.000

350.000

350.000

0

869.000

869.000

869.000

Urentoerekening aan investeringen

1.915.000

1.569.000

1.199.000

802.000

Urentoerekening aan Grex

-358.000

-454.000

-1.134.000

-1.377.000

Overige (technische) mutaties: Landelijke ontwikkeling Jeugd en compensatie van het Rijk

Overheadtoerekening aan Grex

65.000

28.000

-330.000

-465.000

Rentetoerekening aan Grex

-21.000

322.000

305.000

-100.000

Mutatie afschrijvingen afgesloten investeringen

1.561.000

2.711.000

3.729.000

3.975.000

Nieuwe investeringen MIP Technisch noodzakelijke investeringen MIP

-166.000

-284.000

-534.000

-1.103.000

-625.000 -1.188.000

-1.618.000

-2.166.000

Vervangingsinvesteringen MIP Mutatie reserve dekking kapitaallasten Nog te dekken BTW leerlingenvervoer Aanpassing formatie aan huidige taken

-287.000

-890.000

-1.077.000

-1.525.000

-176.000

-190.000

-140.000

-161.000

-90.000

-90.000

-90.000

-90.000

-1.447.000 -1.447.000

-1.447.000

-1.447.000

Totaal Algemene mutaties -1.299.000 -714.000 -1.938.000 -4.458.000 Uit deze tabel blijkt dat het oplopende tekort een 3-tal hoofdoorzaken heeft: 1. De urentoerekeningen aan investeringen laat een dalend voordeel zien over de jaren 2022-2025. Dit komt onder andere doordat alleen de nu bekende projecten zijn meegenomen in de urentoerekening; het investeringsvolume neemt af in 2024 en 2025. In de loop van de tijd zullen er wel weer nieuwe projecten bijkomen. Conform de notitie Overhead en notitie Materiële Vaste Activa van de commissie BBV zijn gemeenten verplicht om de zogenoemde direct aan de investering toe te rekenen VATkosten (voorbereiding, administratie en toezicht), i.c. de uren van zowel interne als externe medewerkers, toe te rekenen aan de investering in het actief. 2. De uren- overhead- en rentetoerekening aan Grex’en laat een oplopend nadeel zien. Dit nadeel is voornamelijk het gevolg van een lager aantal uren in het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) in 2022 in vergelijking met 2021, doordat er een aantal projecten in 2022 en verdere jaren worden afgerond. In het MPG gaan we alleen uit van de projecten die we in exploitatie hebben. Het is echter aannemelijk dat er in de komende jaren weer nieuwe projecten bij zullen komen, waardoor de toerekening aan de grondexploitatie hoger zal zijn en het oplopend nadeel kleiner wordt. 3.

De actualisatie van het MIP, bestaande uit mutatie afschrijven afgesloten en nieuwe-, technisch noodzakelijke- en vervangingsinvesteringen laat een dalend voordeel zien. Als gevolg van het huidige geplande investeringstempo en de afronding van investeringen nemen de kapitaallasten van nieuwe, technisch noodzakelijk en vervangingsinvesteringen de komende jaren sterk toe. Belangrijke kanttekening hierbij is dat het beeld van het begrotingssaldo onzekerder is in latere begrotingsjaren, met name in het jaar 2025. Het oplopende tekort in 2025 komt vooral door een stijging van de kapitaallasten, op basis van het huidige te verwachten investeringstempo. Als dit investeringstempo niet wordt gehaald heeft dat een dempend effect op de kapitaallasten en dus op het begrotingstekort in latere jaren. Vraag 3a:

Ed van Santen, VVD Indexatie budgetten: kunt u inzicht geven in de opbouw van de verschillende componenten die leiden tot de totale optelling van het materiële budget?

Beantwoording:

Een overzicht van de materiële budgetten waarop indexering (1,6%) wordt toegepast staat onder de beantwoording van deze technische vragen. De materiële budgetten van > € 100.000 die wij in de begroting 2022 indexeren staan afzonderlijk vermeld. De overige materiële budgetten < € 100.000 zijn gegroepeerd en als restpost opgenomen. Met materieel bedoelen we alle budgetten van de gemeente, met uitzondering van directe

personele kosten (o.a. salarissen), subsidies en bijdragen. Uitgaven aan derden, zoals inhuur en uitbesteed werk, worden ook aangemerkt als materieel budget. Vraag 3b:

Ed van Santen, VVD Indexatie budgetten: kunt u aangeven per component of en in hoeverre er sprake is van daadwerkelijke indexatie afspraken t.b.v. deze budgetten?

Beantwoording:

Bij verschillende componenten waar contracten/raamovereenkomsten aan ten grondslag liggen zijn indexatie afspraken gemaakt. Dit is onder andere het geval bij diverse beheer- en onderhoudscontracten, afvalverwerking en bij het contract met de accountant. In de laatste kolom in het overzicht onder de beantwoording van deze technische vraag staat aangegeven of er sprake is van indexatieafspraken. Bij een aantal componenten kunnen we met zekerheid zeggen dat er contractuele afspraken. Bij een aantal andere componenten gelden diverse afspraken, of is onbekend of er afspraken zijn gemaakt. Dit komt omdat er veelal sprake is van meerdere leveranciers/contracten binnen één component. Per contract kunnen er andere afspraken gelden. We kunnen voor een component daarom niet zeggen of die volledig wel, of volledig niet aan indexatieafspraken onderhevig is. Om een volledig en accuraat antwoord te kunnen geven op deze vraag zou daarom per contract moeten worden uitgezocht of en welke indexatieafspraken er zijn gemaakt. Op dit moment hebben we dat inzicht niet. Met het oog op verantwoord financieel beleid en realistisch begroten kiezen we er als gemeente voor om jaarlijks alle aan inflatie gerelateerde materiële budgetten te indexeren, op basis van Consumentenprijsindex (1,6% per januari 2021).

Tevens heeft het college als uitgangspunt bij opstellen van de Kadernota en Begroting 2022 bepaald om de materiële budgetten te indexeren. In de begroting 2021 is de indexatie bij uitzondering achterwege gelaten, vanwege de grote financiële opgave waar we ook vorig jaar mee te maken hadden. In de toezichtbrief over onze begroting heeft de provincie een opmerking gemaakt over het ontbreken van de loon- en prijsindexatie. De provincie schreef hierover dat het van groot belang is om bij het opstellen van de begroting 2022 rekening te houden met het realistisch ramen van loon- en prijsindexering. Door een structurele indexatie van 1,6% toe te passen (op basis van Consumentenprijzen (CPI) van januari 2021) geven we gehoor aan de opmerking van de toezichthouder.

Vraag 3c:

Ed van Santen, VVD Indexatie budgetten: kunt u de optelling laten zien van het geheel van materiële budgetten die niet daadwerkelijk onderhevig zijn aan indexatie verplichtingen voortvloeiende uit contractuele afspraken of anderszins betreffende het jaar 2022?

Beantwoording:

Het bedrag aan materieel budget dat niet aan indexatie afspraken onderhevig is kunnen we op dit moment niet specificeren. Zie ook het antwoord op de vorige vraag. Mede op basis van de opmerking van de provincie in de toezichtbrief over de begroting 2021 en het uitgangspunt van het college achten we het hoe dan ook verstandig en wenselijk om alle materiële budgetten te indexeren.

Vraag 4a:

Ed van Santen, VVD Stel dat een eventuele verhoging van de OZB Woningen met 200.000 euro naar 0 wordt gebracht door het verhogen van de OZB niet-woningen;

Wat betekent het laatste dan voor de verhoging van het tarief OZB niet-woningen? Beantwoording:

De OZB-tarieven van woningen en niet-woningen worden gebaseerd op de rapportages die wij tweemaal per jaar van het SVHW ontvangen. Het SVHW voert voor de gemeente Lansingerland de taxaties uit, en levert in Juni en September de bijgestelde raming per heffingscategorie aan. De bijgestelde ramingen worden overigens ook gebruikt om de korting op de Algemene Uitkering periodiek te herijken. In de laatst ontvangen raming (September 2020) worden de volgende grondslagen voor belastingjaar 2022 gegeven: Categorie Belastbare waarde Eigenaren niet-woningen €1.898.000.000 Gebruikers niet-woningen €1.721.000.000 Onder de aanname dat de €200.000,- OZB-woningen gelijk verdeeld wordt over de categorieën, zal het OZB-tarief eigenaren niet-woningen moeten stijgen met 0,0053% (€100.000 / €1.898.000.000) en het tarief gebruikers niet-woningen moeten stijgen met 0,0058% (€100.000 / €1.721.000.000).

Vraag 4b:

Ed van Santen, VVD Stel dat een eventuele verhoging van de OZB Woningen met 200.000 euro naar 0 wordt gebracht door het verhogen van de OZB niet-woningen; Hoeveel bedraagt deze verhoging gemiddeld in euro’s per niet woning per jaar?

Beantwoording:

Omdat er verschillende typen onroerende zaken bestaan die in de categorie niet-woningen vallen (van winkelpanden tot distributiecentra), is in onderstaand vergelijkend overzicht weergegeven wat de effecten van de genoemde tariefstijging zullen zijn voor de OZB-aanslag in euro’s voor eigenaren/gebruikers met verschillende WOZ-waarden. WOZ-waarde niet-woning €250.000 €450.000 €1.000.000 €5.000.000

Additionele stijging OZB-aanslag €27,75 €49,95 €111,00 €555,00

Vraag 1: Overzicht besparingsmaatregelen begroting 2021: Algemeen (bedragen x € 1.000) 2021 2022 Bezuiniging door geen 1,6% inflatiecorrectie toe te passen

484

LSL initiatief

45

472

45

2023 461

45

2024 Stand van zaken 461 Het niet toepassen van de

inflatiecorrectie is doorgevoerd in de begroting. Dit heeft tot gevolg dat wij als gemeente extra zorgvuldig kijken naar prijsverhogingen en uitgaven en hoe we deze kunnen voorkomen. We verwachten dat we deze bezuiniging kunnen waarmaken voor 2021 en verder. 45 De ombuiging is succesvol doorgevoerd in de begroting. Het budget voor Lansingerlands Initiatief is naar beneden bijgesteld met structureel € 45.000. Dit betekent dat we voor 2021 een (lager) budget beschikbaar hebben van circa €

Participatiebanen

20.000. Op 13 januari 2021 heeft het college de raad met brief U20.09889 geïnformeerd over de maatwerkvariant van het Lansingerlands Initiatief in 2021. In tegenstelling tot voorgaande edities, kunnen inwoners in 2021 het hele jaar door initiatieven indienen. Centraal zijn er in 2021 tot heden 4 initiatieven ingediend, die conform de maatwerkvariant zijn doorgeleid naar de betreffende afdelingen. 150 De maatregel is zonder problemen ingevoerd zonder effect te hebben op het doel dat we hebben met participatiebanen. Dit hebben we kunnen realiseren doordat we een belangrijk deel van de loonkosten gesubsidieerd krijgen door de rijksoverheid. Deze “inkomsten” waren bij het instellen van het budget niet voorzien. Het aframen van de €150k is dus gerealiseerd zonder daar voor in te leveren.

150

150

150

2021

2022

2023

Mantelzorg compliment

90

90

90

ZEIL fonds

40

40

40

Downsizen beleidsaccenten

0

255

255

CJG naar andere locatie

0

100

100

Re-integratie

200

200

200

Wijknetwerken onderwijsvisie

60

0

0

90 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, budget is afgeraamd. 40 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, budget is afgeraamd. 255 Voor 2021 teruggedraaid (n.a.v. amendement A2020-019) en voor de jaren daarna doorgevoerd in de begroting. 100 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, budget is afgeraamd. 200 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, budget is afgeraamd. 0 Ombuiging is gerealiseerd.

Onderwijsvisie: Innovatiebudget

50

50

50

50 Ombuiging is gerealiseerd.

Verbeteren verdiencapaciteit sportaccommodaties

50

50

50

Veiligheid Wijkgericht werken

25

25

25

Combifunctionarissen

0

30

30

50 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, maar, als gevolg van COVID en de gesloten sportlocaties, nog niet gerealiseerd. Er moeten nog stappen worden gezet om deze ombuiging te realiseren. 25 Budget is afgeraamd. Door het ontbreken van duidelijk beleid voor dit budget zijn er geen beleidsmatige aanpassingen nodig. 30 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, maar kan juridisch waarschijnlijk niet in 2022 en 2023 worden gerealiseerd vanwege contractafspraken en gewijzigde

Samenleving (bedragen x € 1.000)

2024

regelgeving. Wordt nog uitgezocht. Efficiency processen

10

10

10

Begeleiding Light inkrimpen

200

300

300

2021

2022

2023

Mutaties vastgoed voordelig

35

51

43

Gedeeltelijke vrijval stelpost Areaaluitbreiding Laten vervallen Verduurzaming IBP Exploitatie en kapitaallasten Nota activabeleid

295

305

120

200

426

553

700

700

700

Duurzaamheid

100

100

100

HRT

10

10

10

Vervallen van functie Economie

0

0

90

Kosten zwerfafval dekken via afvalstoffenheffing Efficiënter beheer en onderhoud door parkmanagementorganisaties

80

80

80

30

30

30

Minder parkeer/verkeerstellingen

25

25

25

Effect efficiency werkgroep Ruimte en Economie

30

30

30

2021

2022

2023

OZB/Verhoging inkomsten niet woningen door areaal uitbreiding OZB/Stabiliseren OZB-tarief zonder verdere verlaging collegeprogramma OZB/Geen inflatie-compensatie tarief

600

600

600

400

800

800

250

250

250

OZB/verhogen OZB-tarieven niet-woningen

400

750

1.050

Ruimte en Economie (bedragen x € 1.000)

OZB (bedragen x € 1.000)

10 Ombuiging is doorgevoerd door € 10k structureel in mindering te brengen op een van de vacatureruimte van de teams binnen het sociaal domein. 300 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, budget is afgeraamd. 2024 71 Betreft technische mutatie m.b.t. vastgoed. Is ingeboekt in de begroting. 120 De vrijval van de stelpost is ingeboekt in de begroting. 679 Gerealiseerd door verduurzaming IBP niet uit te voeren. 700 Betreft de uitvoering van nieuw beleid, met name het gevolg van het verlengen van afschrijftermijnen. 100 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting. Het resterende budget in 2021 lijkt vooralsnog voldoende. 10 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting. Het resterende budget in 2021 lijkt vooralsnog voldoende. 90 Ombuiging wordt vanaf 2023 gerealiseerd. 80 Ombuiging is gerealiseerd door tariefsverhoging. 30 Door contractuele afspraken kan deze ombuiging in 2021 niet worden gerealiseerd. Dit is financieel vertaald in de Zomerrapportage 2021. 25 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, budget is afgeraamd. 30 Ombuiging is doorgevoerd door € 30k structureel in mindering te brengen op een van de vacatureruimte van de teams binnen het Ruimte en Economie. 2024 600 De OZB-ombuigingen zijn in de begroting doorgevoerd. Het SVHW rapporteert de 800 realisatie van de belastingaanslagen op kwartaalbasis.

Omdat de vervaldatum van 250 de OZB-aanslagen is gesteld op 31 mei, zal 1.050 het overgrote deel van de OZB inkomsten in dit kwartaal worden gerealiseerd. Om deze reden zal pas in de rapportage over het tweede kwartaal inzichtelijk worden of de realisatie van de OZB baten

(ongeveer) in lijn is met de begroting.

Vraag 3a en 3b: de verschillende componenten (> € 100k) die leiden tot de totale optelling van het materiële budget en of er sprake is van indexatieafspraken:

Component U 343700 Werken door derden (uitbesteding) U 343010 Overige goederen en diensten 1 U 343473 Groot onderhoud U 343210 Onderzoek en advies (juridisch advies: is 343280) U 341000 Diverse belastingen en heffingen U 343640 Onderhoud software U 343815 Restafval en gft: Inzameling U 343816 Restafval en gft: Afvoer en verwerken afval U 310000 Gas en electriciteit U 343443 BHP Straatreiniging: Onkruidbestrijding U 343109 Cursussen en opleidingen organisatie U 343072 De leraar trekt aan de bel U 343825 Kunststof/PMD: Inzameling U 343877 Afval breng station U 343895 Containerbeheer en registratie U 343410 Abonnementen, contributies en boeken U 343550 Regulier onderhoud verhardingen U 343480 Verzekeringspremies U 300000 Inhuur personeel van derden U 343845 OPK: Inzameling U 333300 Herinrichting groen U 343450 Schoonmaak en vuilafvoer U 343130 Catering U 343431 BHP BBS: klein onderhoud U 343460 Onderhoud gebouwen U 343491 BHP Speelvoorz: Onderhoud speeltoestellen U 343950 Rotterdampas U 343580 Beveiliging U 343817 Restafval en gft: Verwerken GFT U 343600 Huur- en lease overig U 343181 WGA-eigenrisicodrager U 343458 Areaaluitbreiding U 343704 Derden: verbeteren scheidingsgedrag U 343472 BHP Water: Klein onderhoud U 343425 Degeneratiekosten U 343070 Elk kind een kans U 343081 Lichte ondersteuning door vrijwilligers U 343650 Vastgoedinform.voorz.

(kadaster, GBKN, GIS, enz.) U 343220 Accountantskosten U 343071 Geen kind in de knel U 343200 Representatie tbv derden/niet medewerkers U 343740 Midoffice U 343540 Onderhoud wagen- en machinepark

Begroting 2022 4.400.455 3.142.643 2.697.163 1.525.335 1.418.775 1.138.420 1.080.000 865.000 824.528 753.254 628.634 613.758 600.000 575.000 425.000 422.440 378.041 340.506 339.087 315.000 280.000 259.292 250.000 228.879 220.200 208.642 204.198 199.750 192.500 184.000 177.077 151.408 150.000 138.307 137.340 134.703 132.530 123.180 119.926 118.105 116.421 103.898 103.000

Indexatie 2022 70.407 50.281 43.153 24.407 22.699 18.215 17.280 13.840 13.193 12.052 10.058 9.820 9.600 9.200 6.800 6.757 6.049 5.448 5.425 5.040 4.480 4.149 4.000 3.662 3.523 3.338 3.267 3.196 3.080 2.944 2.833 2.423 2.400 2.213 2.197 2.155 2.120 1.971 1.919 1.890 1.863 1.662 1.648

Indexatieafspraken Divers Divers Grotendeels Divers Divers Divers Ja Ja Onbekend Divers Nee Nee Ja Ja Ja Nee Divers Divers Divers Ja Onbekend Divers Nee Grotendeels Grotendeels Divers Nee Onbekend Ja Divers Nee Nee Divers Grotendeels Onbekend Nee Nee Divers Ja Nee Nee Nee Divers

U 343780 Elektronische dienstverlening (website) U 343270 Welstand Overige materiële budgetten < € 100k Totaal

101.490 100.000 2.796.235 29.414.120

1.624 1.600 44.740 470.621

Divers Onbekend Divers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=f16ed48b-436d-4302-9570-87d787620bc1