[T21.05027] Actualisatie uitvoeringsagend Lansingerland Duurzaam (duurzaamheid) - juni 2021
Tekst van het document
'12 *- ■!’*#' S'
' * -r:
įfïfrírtäÇ Äįiŵ:
.•çŷŗżc. ÿrifįįK.
ŵAì-
iŵ**5*; SÈÉŠSŞ?
'äfcťi: »*W
^■Xÿ'V
ŞŞäv:ĥiŵîŕ.
?Ŵ': Sùà
^5®
;iëťŕ ^ HSH ’AįP-.
»aiPįV
‘•’ Jlc'."'-
Lansingerland duurzaam Uitvoeri ngsagenda Actualisatie 2021 T21.05027
Concentreren, normaliseren, toevertrouwen
ínhoud 1.
Inleiding
4
2.
Terugblik: Resultaten 2020
5
2.1
Resultaten
2.2
Afgeronde projecten: geïmplementeerd in
2.3 3.
5
beleid en bedrijfsvoering(‘genormaliseerd’)
5
Projecten: niet meer van toepassing
6
Vooruitblik: Strategie en projectenlijst
7
3.1
Trends en ontwikkelingen
7
3.2
Strategie
7
3.3
Energietransitie
10
3.4
Circulaire economie
10
3.5
Klimaatadaptatie
11
4.
Meetbaarheid en indicatoren
12
4.1
Contextindicatoren
12
4.2
Indicatoren jaarstukken
15
Bijlage 1: Terugblik 2020
16
Bijlage 2: Toelichting op projecten in categorieën Normaliseren en Toevertrouwen
18
Bijlage 3: Toelichting op projectenlijst (‘Concentreren’)
22
Energietransitie
22
Circulaire economie
23
Klimaatadaptatie
24
Bestuurlijke samenvatting Limburg overstroomt, de C02-prijs stijgt tot meer dan 60 euro per ton, overal wordt de impact van klimaatverandering voelbaar. Gelukkig levert dat in Lansingerland geen defaitisme op, maar juist optimisme. En terecht! Want groen leven en een groene economie zijn een aanlokkelijk perspectief! Zo sluiten tuinders nieuwe aardwarmtebronnen aan en maken zichzelf daarmee minder afhankelijk van Gazprom. Al duizenden nieuwbouwwoningen zijn comfortabel geïsoleerd en helemaal gasloos. Bedrijven verdienen hun geld met recycling in plaats van met verspilling en het aantal burgerinitiatieven voor duurzaamheid is niet bij te benen. Veel is dus al in gang gezet. Niet alleen dankzij de gemeente, maar juist ook dankzij de energieke samenleving. En tegelijk moeten we eerlijk zijn: we zijn er nog lang niet. In 2019 stelden we de visie Lansingerland duurzaam vast en in 2020 de bijbehorende uitvoeringsagenda. Onze pijlers daarin zijn en blijven energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. In bijna twee jaar tijd hebben we al 19 impactvolle projecten afgerond: groene schoolpleinen, daken vol zonnepanelen en beleid op vele fronten. Maar als we naar voren kijken, dan willen we nog veel meer resultaten boeken, meters maken. Om dat te kunnen doen, hebben we uitvoerig geanalyseerd wat daarvoor in de Lansingerlandse context nodig is.
Deze geactualiseerde uitvoeringsagenda is daarvan de weerslag. Deze aangescherpte strategie gaat uit van drie fundamentele keuzes: 1) We concentreren ons op een nog selecter aantal projecten waarmee we de grootste impact kunnen maken. Het energiesysteem veranderen is de grootste economische transformatie van onze tijd en vraagt gewoon om nog meer inzet, mankracht. Daarnaast groeit het aantal duurzaamheidsprojecten dat we vanuit een wettelijke of bestuurlijke verplichting moeten uitvoeren.
2) Over duurzaamheid moeten we niet meer te lang praten, het komt nu aan op doen. Veel beleid moet wel periodiek worden bijgesteld, maar is in beginsel 'klaar.’1 Het is daarom een kwestie van normaliseren, van 'inregelen' en uitvoeren. De breedte van de organisatie kan dan aan de slag en de rol van de duurzaamheidsspecialisten wordt kleiner. 3) We onderkennen dat de Lansingerlandse vraag naar energie, mobiliteit en bestrate tuinen vooral van particulieren komt. Lansingerland kan dus alleen duurzaam zijn wanneer het voor inwoners en ondernemers makkelijk is om de goede keuzes te maken. Daartoe werken ze samen, als ondernemers, maar ook als burgers. Zij vragen ons om beschikbaar te zijn als platform, om te verbinden en om ruimte in plaats van regelzucht. We moeten hen nog nadrukkelijker het mede-eigenaarschap van de duurzaamheidsopgave toevertrouwen. Dat zal niet eenvoudig worden, maar met de mens- en communicatiekracht die we nu al hebben, willen we de kracht van de samenleving wel veel meer de ruimte gaan geven. Bij een nieuwe strategie horen ook wat nieuwe en indicatoren op het gebied van duurzaamheid. Zoals toegezegd, presenteren we op basis van beschikbare data enkele langjarige trends op het gebied van C02-uitstoot, duurzame energie en afval.
Alhoewel deze ontwikkelingen ook afhankelijk zijn van vele andere factoren dan onze gemeentelijke inzet, zijn dit de doelen waaraan we aan bijdragen. Tenslotte. Zal het allemaal voldoende zijn? Wij doen er in elk geval alles aan, maar ook Rijk en provincie moeten 'leveren' (qua wetgeving en investeringen) en bovendien is het belangrijk om het momentum in de maatschappij, bij inwoners en ondernemers, nu te benutten. Aan de slag!
1 Duurzame Inrichting Openbare Ruimte, Duurzame Gebiedsontwikkeling. Maatschappelijk Verantwoord Inkopen, Ruimteijke Adaptatie Strategie
GEMEENTE
1. Inleiding In 2020 zijn we gestart met het Toekomstperspectief Lansingerland. Het Toekomstperspectief is ontstaan uit het besef dat de samenleving aan veranderingen onderhevig is. De bevolking neemt toe en verandert qua samenstelling, de energietransitie vormt een grote uitdaging, arbeidsmarkt en economie zijn in beweging door de inzet van nieuwe technologieën. Maar wat betekent dit voor Lansingerland? Hoe werken we samen aan een toekomstbestendige gemeente, waar mensen in 2050 nog prettig wonen, werken en recreëren? Deze vraag beantwoorden we in 2021 door tien opgaven2 uit te werken in een meerjarig, samenhangend beleid en uitvoeringsprogramma's. Het thema duurzaamheid is onlosmakelijk verbonden met vele van deze andere thema's, waaronder mobiliteit, horti science en leefomgeving. Dit vraagt om een geïntegreerde en scherpe strategie op duurzaamheid. In juli 2019 stelde de gemeenteraad de visie Lansingerland duurzaam (T18.08535) vast en in januari 2020 de bijbehorende uitvoeringsagenda duurzaamheid (T19.20731). Beide documenten bevatten de koers voor onze inzet op
duurzaamheid, met de focus op de pijlers energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Deze actualisatie van de uitvoeringsagenda duurzaamheid vormt daarin de volgende stap. Deze scherpt de inzet weer aan, aan de hand van onze duurzaamheidsdoelen, gemeentelijke taken, gemeentelijke uitvoering en de context van Lansingerland. In hoofdstuk 2 blikken we terug wat we in 2020 bereikt hebben. Door de intrede van het coronavirus werd dit een ander jaar dan wij ons voorstelden. Ondanks deze situatie boekten we mooie resultaten.
O) 3
C/5
5’
CTQ
O ~i Û3
Q.
Maar deze actualisatie biedt vooral ook een blik vooruit: een aangescherpte strategie, waarbij we inspelen op de huidige omgeving. Want we zien veranderingen om ons heen, die ook onze organisatie raken. Door focus aan te brengen, maken we keuzes om zo onze uitvoering in te zetten op de projecten met de meeste impact. Maar het betekent ook dat er projecten zijn die we niet meer doen, of anders gaan uitvoeren. Hoofdstuk 3 licht dit toe. Tenslotte biedt hoofdstuk 4 inzicht in cijfers en indicatoren op het gebied van duurzaamheid.
Sīí?! SBİİ.H!»
2 De tien opgaven zijn: Wonen, Duurzaamheid, Mobiliteit, Horti Science, Economie, Veiligheid, Jeugd als Bouwsteen voor de Toekomst, Versterken van Veerkracht, Ouderen Langer Thuis en Kwaliteit van de Leefomgeving.
4
GEMEENTE
2. Terugblik: Resultaten 2020 We hielden 4 bestuurlijke overleggen met Gasunie, Provincie Zuid-Holland en het Ministerie van EZK over een aansluiting op Warmtelinq (warmterotonde)
1
We maakten een duurzaamheidslening beschikbaar, waarmee inwoners verduurzaming van hun woning tegen gunstige voorwaarden kunnen financieren
Foto: Een afvaardiging van het Ministerie van EZK en Creneport West-Holland op werkbezoek in Lansingerland, op locatie bij Anthura (september 2020)
In september 2020 benadrukten wij het belang van een gezamenlijke inzet voor de Sustainable Development Goals door het hijsen van de SDG-vlag en een mediacampagne met inspirerende duurzaamheidsinitiatieven uit de gemeente
schoolpleinen In 2021 startten we een projectgroep van energiecoöperatie, woningcorporatie en gemeente om een gezamenlijke koers voor aardgasvrijewijken te ontwikkelen. Deze is inmiddels 3 keer bijeen gekomen.
Foto: Feestelijke opening groenblauw schoolplein OBS Croenehoek (Hart van Holland)
Samen met Energiecoöperatie Nieuwe Lansinger Stroom openden wij op 17 oktober 2020 de energiewinkel voor advies en demonstraties op het gebied van duurzame energie en energiebesparing
Figuur 2.1: Enkele resultaten 2020
2.1 Resultaten Wij informeerden de raad in 2020 drie keer uitgebreid over de concrete behaalde resultaten op de thema's energìetransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie door de actualiteitenoverzichten duurzaamheid*. Deze zullen wij hier dan ook niet herhalen. In zowel de visie als uitvoeríngsagenda namen wij doestellingen en mijlpalen op voor 2020. Middels de jaarstukken 2020 rapporteerden wij over de doelen en de voortgang daarop. Zie bijlage 1 voor deze tabel. 2.2 Afgeronde projecten: geïmplementeerd in beleid en bedrijfsvoering ('genormaliseerd') Het uiteindelijke doel van projecten op het gebied van duurzaamheid is de verankering in regulier beleid; 'business as usual'. Normaliseren noemen we dit. Voor enkele onderwerpen, zoals duurzame 3 U19.08542, U20.04416 en U20.06642
woningbouw en groenbeleid, was dit al het geval en benoemden we als zodanig in de uitvoeríngsagenda. Voor enkele andere projecten uit de uitvoeríngsagenda behaalden wij de gestelde doelen en hebben we afgerond in 2020 of begin 2021. Veel van deze onderwerpen zullen ook een plek krijgen in de omgevingsvisîe en -plannen. Dit gaat om de onderstaande projecten. Energìetransitie s Betaalbaarheid energìetransitie (revolverend fonds, duurzaamheidslening) v' Handelingsperspectief biomassa (beleid biomassacentrales) s Actualiseren laadpalenbeleid s Duurzame woningbouw v' Groene leges s Energiebesparing bedrijven * Verduurzamen gemeentelijk vastgoed s Verduurzaming scholen s Verduurzamen gemeentelijk vervoer s Holland Rail Terminal 5
2.3 Projecten: niet meer van toepassing Voor twee projecten geldt dat deze van de projectenlijst worden verwijderd. Het 'pilotproject van gas los' is geïntegreerd in onze aanpak verduurzaming bestaande wijken en noemen we daarom niet meer als apart project. Bij het project 'klimaatadaptief gemeentehuisterrein' is geconcludeerd dat de (meekoppel)kans die we zagen niet meer van toepassing is, aangezien eventuele aanpassingen aan het terrein niet meer aan de orde zijn. Ook deze zijn in bijlage 1 opgenomen.
Klimaatadaptatie S Risicodialogen •S Groenblauwe schoolpleinen v' Implementatie DIOR S Groen en biodiversiteit •S Tuin van de Toekomst
GEMEENTE
Circulaire economie •S Circulair materiaalgebruik in buitenruimte S Plasticvrije evenementen v' Gescheiden afvalinzameling kantoorpand en publieke afvalbakken v' Terugwinnen grondstoffen en energie uit afvalwaterketen
03
3
C/5
5’
CTQ O
03 Q.
Bijlage 2 bevat een uitgebreidere beschrijving per project. Om een actueel overzicht te houden van de lopende projecten nemen we deze afgeronde en geïmplementeerde projecten niet meer op in de projectenlijst. Dit betekent dus niet dat het geen aandacht krijgt, maar deze onderwerpen onderdeel zijn van ons beleid en handelen. lįļiļj t
'ŕTVr ■'V
■jpjį
ŵ
''
- ľj
ĩ v!
’
".ÿ:
IHĒS!
6
3.1 Trends en ontwikkelingen Externe en interne ontwikkelingen zijn van grote invloed op de strategie en het beleid op het thema duurzaamheid. Wij zien met name de volgende trends: 1. Druk op uitvoering en begroting van gemeente De toenemende focus op duurzaamheid in de gehele maatschappij vormt een grote systeemverandering. Ook als gemeente krijgen we, met name sinds het klimaatakkoord, meer taken op het gebied van duurzaamheid. Dit zal de komende járen verder toenemen. Bijvoorbeeld het opstellen van de Regionale Energie Strategie, een regierol in de transitie naar verduurzaming bestaande wijken, laadpalenbeleid en onze rol in de energietransitie voor de glastuinbouw. Veel van deze onderwerpen zijn grote complexe transities, met een breed stakeholderveld. Deze onderwerpen vragen dan ook een stevige inzet. Naast deze taken doen zich ook kansen voor, waar we op inzetten. Zo biedt bijvoorbeeld de ontwikkeling van de warmterotonde ons nu de kansen voor duurzame invulling van de warmtevraag in de gemeente, aangezien lokale duurzame bronnen daarvoor onvoldoende zijn. Dit vraagt om meer focus, menskracht en het gericht inzetten van onze middelen. 2. Er is meer maatschappelijk bewustzijn op het thema Gelukkig zien we meer bewustwording en aandacht voor duurzaamheid in de maatschappij.
Klimaatverandering wordt meer gezien en erkend en er wordt meer urgentie gevoeld om dit tegen te gaan. Ook is het idee van aardgasvrij wonen inmiddels meer ingeburgerd, maar ontstaan daardoor vragen als “wat
betekent dit voor mijľ”. Er ontstaan initiatieven vanuit inwoners en organisaties. Groot en klein. Van energiecoaches tot het vergroenen van de tuin. Indien wij als gemeente de juiste kaders scheppen, faciliteren we deze initiatieven optimaal. Voor de gedragsverandering die nodig is werken bewonersinitiatieven vaak krachtig, in aanvulling op acties en communicatie vanuit rijksoverheid en gemeente. 3. Landelijk beleid is nog in ontwikkeling Bij alle drie de pijlers zijn de landelijke einddoelen helder, maar is het beleid en de precieze route om daar te komen is nog in ontwikkeling. Bijvoorbeeld op het gebied van verduurzaming bestaande wijken zijn betaalbaarheid en de juiste (wijk)aanpak nog niet ontwikkeld e geborgd. Investeringsbereidheid hangt echter zowel bij inwoners als bij ondernemers sterk af van de aantrekkelijkheid van duurzame alternatieven. Tegelijkertijd zijn de gestelde doelen erg ambitieus. We dienen daarom nauw in te spelen op de landelijke ontwikkelingen.
GEMEENTE
3. Vooruitblik: Strategie en projecten lijst
03
3
C/5
5’
CTQ O
03 Q.
Deze trends vragen om een duidelijke aanscherping van de strategie op duurzaamheid, die wij hieronder toelichten. 3.2 Strategie Met de projectenlijst in de uitvoeringsagenda is in 2019 en 2020 inmiddels een brede basis gelegd om duurzaamheid in vele werkvelden van de gemeente te verankeren. In lijn met bovenstaande trends maken wij keuzes om gemeentelijke doelstellingen te behalen en zo effectief mogelijk te opereren. Dit doen wij door de volgende drie uitgangspunten te hanteren:
7
O
Normaliseren: duurzaamheid als vast onderdeel van de norm Duurzaamheidsbeleid werkt niet met (alleen) losstaande projecten. Het consequent toepassen van duurzaamheid als norm zorgt voor de juiste ontwikkelingen. Daarom gebeurt dit ook al binnen vele terreinen, bijvoorbeeld door opname in de leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) en leidraad Duurzame Gebiedsontwikkeling (DGO). Ook noemen we in hoofdstuk 2 diverse onderdelen waar duurzaamheid is verankerd in beleid en normen. Waar nodig actualiseren we dergelijke normen om aan te blijven sluiten bij onze duurzaamheidsdoelen. Zo wordt de verantwoordelijkheid binnen de organisatie gelegd waar die hoort en spelen we capaciteit vrij binnen team duurzaamheid voor de meer innovatieve projecten en die zaken die onder 'concentreren' genoemd zijn. « Toevertrouwen: Keuze voor meer faciliterende rol voor een ondernemende maatschappij De transitie naar een duurzamere gemeente doen we niet alleen, maar samen met de maatschappij. Per project bepalen we de rol die we hierin willen vervullen. Op basis van de aard van een project bepalen we welke stakeholders we er wel of niet bij betrekken. Zo werken
wij samen met partners op de diverse opgaven, zoals met de energiecoöperatie Nieuwe Lansinger Stroom en Glastuinbouw Nederland. Ook inspireren inwoners en ondernemers elkaar om verder te verduurzamen. Voor een deel van de duurzaamheidsopgave zijn uiteindelijk andere stakeholders daadwerkelijk aan zet voor investeringen. Zo zijn bijvoorbeeld bedrijven, inwoners en scholen zelf verantwoordelijk voor hun keuzes op het gebied van energie-inkoop, -besparing en opwekking. Maar ook voor het inrichten van hun tuin, bedrijfsterrein of schoolplein. Voor dergelijke onderwerpen hebben wij de keuze hoe intensief wij deze aanjagen. Wij kiezen ervoor om een ondernemende maatschappij te stimuleren. Wij bieden initiatiefnemers de kaders om hun initiatieven te ontplooien. Een voorbeeld hiervan is de introductie van de duurzaamheidslening, wat inwoners faciliteert om met de verduurzaming van hun woning aan de slag te gaan. Maar dit betekent ook dat wij bijvoorbeeld een minder actieve houding innemen bij de vergroening van particuliere tuinen en schoolpleinen. Na een periode van actiever aanjagen zijn nu de kaders bekend en geven we de maatschappij de ruimte om dit in het eigen tempo op te pakken. Zo kunnen schoolbesturen zelf het initiatief nemen om hun plein anders in te richten. De goede voorbeelden van groenblauwe schoolpleinen hebben we met de pilotlocaties gecreëerd.
We geven ruimte en maken we gebruik van de energie van de samenleving.
GEMEENTE
Concentreren: Focus op impact Op het gebied van duurzaamheid ontstaan veel duurzame initiatieven, waar we niet allemaal mee aan de slag kunnen. Dus moeten we keuzes maken waar we op inzetten. We kiezen daarom voor een stevige inzet op de onderwerpen waar we de grootste impact maken én waar onze invloed ligt. Dit beschreven we al in de uitvoeringsagenda. In de praktijk betekent dit dat we kiezen voor projecten met een hoge impact op C02-reductie en/of een klimaatadaptieve omgeving. Zo is bijvoorbeeld circa 70X van de C02-uitstoot binnen de gemeentegrenzen afkomstig van de glastuinbouw. Door een stevige inzet op dit thema, beogen we maximale C02reductie.
03
3
C/5
5’
CTQ O
~i 03 3 Cl.
Strategie Bovengenoemde drie principes passen wij vervolgens toe op de projectenlijst. Dit betekent dat sommige projecten hoge prioriteit krijgen, maar ook dat er projecten zijn die we anders uitvoeren of stoppen. Per pijler benoemen we daarom één of twee topprioriteiten. Dit zijn de projecten waar we de grootste impact mee kunnen behalen. Hier zetten we stevig op in en gaat veel van onze tijd en aandacht naar uit.
8
en beperkt aantal zichtbare projecten. Dit doen wij op basis van de tijd die dan nog beschikbaar is. Deze hebben meestal niet de grootste impact in directe C02-recductie. Door zichtbaarheid voor inwoners en ondernemers dragen we bij aan het bewustzijn en gedragsverandering.
GEMEENTE
Daarnaast zijn er ook andere projecten. Deze selecteren wij op basis van de volgende criteria: « Taken die wij vanuit een wettelijke of bestuurlijke verplichting uitvoeren. Met name in het klimaatakkoord zijn veel van deze taken opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn de Regionale Energie Strategie en de inzet op verduurzaming bestaande wijken. Ook zijn er projecten waar wij ons bestuurlijk aan gecommitteerd hebben, zoals de opgave voor windenergie. » Daarnaast kiezen wij een afgewogen
Onderstaande paragrafen beschrijven de geactualiseerde projectenlijst. Per pijler wordt daarbij eerst de strategie toegelicht, met daarna de projectenlijst. Bijlage 2 bevat een korte toelichting op de status van de projecten, die in de uitvoeringsagenda 2020 al beschreven zijn.
03
3
C/5
5’
CTQ O
03 Q.
De nieuwe projectenlijst:
Topprioriteit
Energietransitie
Circulaire Economie
Klimaatadaptie
Glastuinbouw
Maatschappelijk verantwoord inkopen
Toepassing ruimtelijke adaptatie strategie (uitvoeringsagenda)
Verduurzaming bestaande wijken
Implementatie afvalbeleid I
Overige projecten
Samenwerking maatschappelijke organisaties en bewonersinitiatieven Regionale Energie Verhuizen afvalbrengstation Strategie (RES) Windenergie Samenwerking Duurzame mobiliteit emissieloze kas Beleid zonne-energie Duurzame bedrijventerreinen
Tabel 3.1: Proĵectenoverzicht
MMfÉã fi: ï
,
í , . ļ.
9
Strategie energietransitie Circa 7096 van de C02-emissies binnen de gemeentegrenzen van Lansingerland zijn afkomstig vanuit de glastuinbouw. Daarom is de energietransitie voor de glastuinbouw een onderwerp waar we prioriteit aan geven. Dit doen we gelukkig in nauwe samenwerking met de sector. De sector heeft stevige duurzaamheidsambities en ziet het als een belangrijke randvoorwaarde voor het behoud van de concurrentiepositie ons grootste economische cluster. Het innovatieve karakter van ons horti science cluster maakt dat er grote stappen worden gezet, bijvoorbeeld op het gebied van energiebesparing, samenwerking in gebieden, realisatie van duurzame bronnen en warmtenetten. Als gemeente werken we met de sector aan een overkoepelende visie en strategie voor de gemeente en glastuinbouwclusters. Dit doen wij in nauwe samenwerking met het gehele Oostland4. We stemmen vraag en aanbod af en geven een gebiedsdekkend warmtesysteem verder vorm. Ook noemden wij onze lokale regierol op het gebied van verduurzaming bestaande wijken. Inwoners willen weten waar zij aan toe zijn, aangezien het een transitie is die van alle huiseigenaren een investering en ingrepen achter de voordeur vereisen.
Maar tegelijkertijd zien we ook dat de haalbaarheid en betaalbaarheid van de transitie voor bestaande woningen en de glastuinbouw een uitdaging vormt en het nationaal beleid hiervoor nog in ontwikkeling is. We zetten in op het vervullen van deze lokale regierol. We volgen de landelijke ontwikkelingen nauw en passen onze strategie aan waar nodig. Zo onderzoeken we ook de kansen voor een stapsgewijze aanpak door eerst in te zetten op isolatie en hybride warmtepompen. Samen met partners werken we aan vervolgstappen. Beide onderwerpen sterk met elkaar verweven. Wij werken aan één warmtesysteem dat zowel de gebouwde omgeving als glastuinbouw kan bedienen. Dat biedt synergievoordelen. De inzet op
een een mogelijke aansluiting op de ZuidHollandse warmterotonde vormen daarbij een belangrijk speerpunt. Deze twee onderwerpen vormen dan ook samen de topprioriteit voor de energietransitie. De overige projecten zijn veelal wettelijke of bestuurlijke verplichtingen, maar ook inhoudelijk van belang zijn om vorm te geven. Bijlage 2 bevat een korte toelichting op deze projecten. Topprioriteiten: v' Verduurzaming glastuinbouw s Verduurzaming bestaande wijken
GEMEENTE
3.3 Energietransitie
03
3
C/5
5’
CTQ O
03 Q.
Overige projecten: * Regionale Energie Strategie (RES) S Samenwerking met maatschappelijke organisaties en bewonersinitiatieven S Windenergie v' Duurzame mobiliteit (voorheen: C02-reductie verkeer en vervoer) v' Afwegingskader zonneweides I beleid zonne-energie v' Duurzame bedrijventerreinen
3.4 Circulaire economie Strategie circulaire economie Ook op het thema 'circulaire economie' focussen we op de onderwerpen met grote impact en waar wij invloed op hebben. Als gemeente hebben wij invloed op onze eigen inkoop en hebben wij een belangrijke rol bij wijkrenovaties en gebiedsontwikkelingen. In deze trajecten kunnen wij invloed uitoefenen op de keuzes van materialen die worden toegepast. We werken aan verdere verankering van circulariteit in deze projecten en onze organisatie. Wij nemen standaard duurzaamheidseisen op bij inkooptrajecten. Daarnaast wegen we af welke extra eisen we kunnen opnemen, toegespitst op de mogelijkheden en kansen voor het in te kopen voorwerp of project. Bij grote projecten doen we dit in speciale duurzaamheidssessies. Dit kunnen circulaire eisen zijn, maar bevat vaak ook andere duurzaamheidseisen, bijvoorbeeld op sociaal vlak. Vaak kiezen wij voor kaders en doelen, waarbij we de markt uitdagen hier de precieze invulling aan geven. Zo stimuleren we innovatie.
4 In samenwerking met gemeente Pijnacker-Nootdorp, gemeente Waddinxveen, gemeente Zoetermeer, gemeente Zuidplas en Glastuinbouw Nederland.
10
De bovenstaande twee onderwerpen hebben de grootste impact en hebben we invloed op. Daarom kiezen we deze twee onderwerpen als onze topprioriteiten op het gebied van circulaire economie. Enkele overige initiatieven waar wij ons ook bij aansluiten hebben veelal een relatie met de glastuinbouw. Topprioriteit: v' Maatschappelijk verantwoord inkopen s Implementatie afvalbeleid Overige projecten: v' Verhuizen afvalbrengstation v' Samenwerking emissieloze kas
3.5 Klimaatadaptatie Strategie klimaatadapatie Middels het vaststellen van de Ruimtelijke Adaptatie Strategie in juni 2021 brachten we in kaart wat de risico's zijn van klimaatverandering en ontwikkelden we handvatten hoe we onze gemeente hierop aan kunnen passen. In de komende periode focussen we op hoe we dit verder kunnen gaan toepassen in de praktijk, voornamelijk binnen onze ruimtelijke projecten. Op specifieke momenten zoals gebiedsontwikkelingen of wijkrenovaties doen zich kansen voor waar we effectief en (kosten)efficiënt in kunnen zetten op een klimaatadaptieve omgeving. Zo komt het thema steeds verder in ons DNA. Ook werken we samen met de belangrijke partners op dit onderwerp, zoals de waterschappen. We organiseren dan ook een bijeenkomst met maatschappelijke partners om hen mee te nemen in de resultaten en te bespreken hoe zij eraan bij kunnen dragen ('toevertrouwen'). We ontwikkelen daarnaast een beknopte uitvoeringsagenda met de vervolgacties om deze verankering in onze bedrijfsvoering verder vorm te geven ('normaliseren').
GEMEENTE
Daarnaast levert huishoudelijk afval grote afvalstromen, die zo optimaal mogelijk gescheiden en gerecycled dienen te worden om de landelijke VANGdoelstellingen5 te kunnen behalen. Het afvalbeleid dat wij als gemeente vaststellen heeft een grote invloed op het recycling percentage van afval van huishoudens. Dit heeft ook invloed op het gedrag dat wij vragen van alle inwoners. In maart 2021 stelde de raad het nieuwe afvalbeleid vast. Lansingerland voert per 01-01-2023 Diftar in. In 2021 en 2022 ligt de focus op voorbereiding, communicatie en implementatie.
O) 3
C/5
5’
CTQ O
Û3
Q.
Topprioriteit: * Toepassen Ruimtelijke Adaptatie Strategie (uitvoeringsagenda) Overige projecten: ■S Geen
7ťTōį—^
5 Van Afval Naar Grondstof. Doestelling: 759S afvalscheiding en 100 kilogram restafval per persoon per jaar. In 2020 was het scheidingsresultaat ín Lansingerland +I- 58Sś en ruim meer dan 200 kilogram restafval per persoon per jaar.
11
Alle duurzaamheidsprojecten die wij uitvoeren dragen bij aan de lange termijn doelen uit de visie. Voor veel van onze inzet, zoals de ontwikkeling van beleid, is er niet een directe kwantitatieve impact aan te koppelen. De resultaten van enkele concrete projecten, zoals het gemeentelijk vastgoed, zijn beter meetbaar. Dit zijn belangrijke projecten die in onze invloedssfeer liggen en een voorbeeldfunctie vervullen. We kiezen ervoor om de C02 emissies van onze gemeentelijke organisatie niet actief te meten en te rapporteren. Dit zou structureel veel tijd vragen, die we niet kunnen inzetten op andere projecten. En op het niveau van de gehele gemeente is de impact echter relatief beperkt. Ander beleid heeft uiteindelijk een grotere impact, zoals de verduurzaming van de glastuinbouw en de transitie naar verduurzaming bestaande wijken. Cijfers hierover zijn beschikbaar via nationale databases. De cijfers op deze thema's meten echter niet direct de effectiviteit van ons beleid. Dit wordt ook beïnvloed door vele andere factoren, zoals marktwerking en landelijk beleid. De resultaten zijn voornamelijk kwalitatief meetbaar, maar niet zozeer kwantitatief. We informeerden de raad hierover bij de behandeling van de visie Lansingerland duurzaam, zowel in de visie als in een apart schrijven (T19.11275) met enkele contextindicatoren.
Dit hoofdstuk bevat een actualisatie van deze indicatoren, die de grotere trends weergeven. Deze indicatoren zullen ook worden opgenomen in de jaarstukken.
4.1
GEMEENTE
4. Meetbaarheid en indicatoren Contextindicatoren
Energietransitie Het verminderen van C02-emissies en de opwek van duurzame energie zijn belangrijke doelen voor onze organisatie. Op beide indicatoren hebben wij doelen geformuleerd in de visie Lansingerland duurzaam. In het klimaatakkoord is afgesproken dat deze tot 0 ton C02 worden gereduceerd in 2050. De glastuinbouwsector heeft als doel om, onder bepaalde voorwaarden, in 2040 klimaatneutraal te opereren. De beschikbare data uit de landelijke Klimaatmonitor geeft de voortgang hierop weer. Dit6 is een breed gebruikte database met cijfers van o.a. het CBS. Daarom nemen wij deze indicatoren hieronder op: - C02 uitstoot, uitgesplitst per hoofdsector - Percentage hernieuwbare energie Ook bevat dit hoofdstuk enkele cijfers over subcategorieën.
03
3
C/5
5’
CTQ O
~i 03 3 Cl.
Circulaire economie Op het gebied van duurzame inkoop kiezen we er met name voor om per inkooptraject normen te stellen. Zo sturen we op het gewenste duurzaamheidsniveau bij de 'input', en niet zozeer bij de outputindicatoren. Dit is kwalitatief van aard. Voor het afvalbeleid zijn echter wel cijfers beschikbaar. De belangrijkste indicatoren hiervoor zijn: - Huishoudelijk restafval, in kilogram per inwoner per jaar - Scheidingspercentage huishoudelijk afval Klimaatadaptatie Ook op het gebied van klimaatadaptatie sturen we met name op kwalitatieve wijze om de juiste inzet te waarborgen. Er is geen kwantitatieve indicator beschikbaar die onze impact op het juiste schaalniveau weergeeft.
6 Zie http://klimaatmonitor.databank.nl. Op deze website zijn meer indicatoren te vinden op dit thema.
12
GEMEENTE
Overzicht kerncijfers Totale CO2-uitstoot (ton) 900.000
836.500
842.700
CO2-emissies per hoofdcategorie
816.300
800.000
88.SM
748.100
700.000 600.000 500.000
«10.000 300.000 200.000
100.000 2015
2016
2018
2019
C02-emissies (ton) 20167
2018
2019
842.700
816.300
748.100
(Glas) tuin bouw
Bron: Klimaatmonitor
ü
Gebouwde omgeving (woning, publieke- en commeciële dienstverlening) Verkeer en vervoer
Aandeel hernieuwbare energie (ft)
Categorie
COž-emissies (ton; 2019)
Percentage van geheel
69ft
(Glas)tuinbouw
544.171
Gebouwde omgeving
136.885
17ft
Verkeer en vervoer
88.504
11* Bron: Klimaatmonitor
Huishoudelijk restafval, in kilogram per inwoner per jaar Aandeel hernieuwbare energie (ft) 2016
2018
4,0ft
8,2ft
Doel 2050
80,056 70,056
100ft Bron: Klimaatmonitor
Scheidingspercentage huishoudelijk afval
— Scheidingspercentage huishoudelijk afval
80,056 70,056
— Doelstelling 2018
2019
2020
Landelijk doel 2020
186
181
193
100 Bron: Renewi, CBS
— Scheidingspercentage huishoudelijk afval — Doelstelling 2018
2019
2020
Landelijk doel 2020
54,7ft
57,0ft
57,3ft
75ft Bron: Renewi, CBS
Figuur 4.1: Overzicht kerncijfers 7 Nb. 2017 ontbreekt in de beschikbare data
13
002-uitstoot incL en excl, auto(snel)wegen Lansingerland, ton
De neerwaartse trend in de glastuinbouw wordt veroorzaakt door de doorlopende inzet op energiebesparing en de toepassing van duurzame bronnen. Maar uiteindelijk hebben ook andere externe factoren zoals areaal, teeltsoorten en het klimaat daar een invloed op. De gebouwde omgeving laat een lichte neerwaartse trend zien, maar ook deze wordt beïnvloed door het aantal woningen, jaargemiddelde van de temperatuur etc.
GEMEENTE
C07-uitstoot In het KLimaatakkoord spraken partijen nationale doelen af voor C02-emissies: in 2030 4955 minder C02-uitstoot ten opzichte van referentiejaar 1990 en in 2050 9555 minder C02-uitstoot. Aan deze doelen dragen wij bij met onze inzet. Deze doelstellingen zijn niet zuiver te kwantificeren op gemeenteniveau, aangezien de beschikbare data voor 1990 een andere toewijzingsmethodiek gebruikt. Daarnaast is de vergelijkbaarheid beperkt in verband met de ontwikkeling van Lansingerland is de tussenliggende periode. Figuur 4.1 bevat de trend van de totale hoeveelheid C02-uitstoot.
Woningen: gemiddeld gas- en elektriciteitsverbrui k Figuur 4.3 en 4.4 geven extra inzicht in de gebouwde omgeving en geven de trend voor het gas- en elektriciteitsverbruik van woningen weer. Gemiddeld elektriciteitsverbruik huur en koop Lansingerland, kWh
A Totale Bekerde CQî-jiutwt O Totale bekende COi-uitatoatocduiS'cfC02-uitatoot outofviellnwefen Bw: 8éŕēkéivrtgC02-uiU.tűůĩō-B.v. ēmiiiiēťåčĩōŕēf 1201S - 2019
Figuur 4.2: Totale C05-uitstoot
Humwoe» Ogen
COļ-uitstoot per sector In figuur 4.2 is de totale C02-uitstoot van Lansingerland per hoofdsector uiteengezet. Hierin zijn de categorieën gebouwde omgeving', 'landbouw, bosbouw en visserij' en 'verkeer en vervoer1 te zien. Deze figuur geeft met name een beeld van de verhoudingen tussen de verschillende bronnen van uitstoot.
-fooDk.cn 'ïî-
Bmn: CBS 12013 - 2019
Figuur 4.4: gemiddeld elektriciteitsverbruik per woning Gemiddeld gasverbruik huur en koop (temperatuurgecorrigee... Lansingerland, m3
:::: :.3W
C02-uitstoot per hoofdsector
Lansingerland, ton Huurwoningen
Koopwoningen
Bron: meerdere bronnen ļ 2013 - 2019
Figuur 4.5: Gemiddeld gasverbruik per woning
Gebouwde Omgeving
O Verteer en vervoer
^Induaírie, Energie, Jdval en W.Ier**
• Landbouw, boaouwen uisierīj Bfōft: mfrtrdw BŕMWKA 12011 - 2019
Figuur 4.3: C02-uîtstoot per hoofdsector
14
Percentage bekende hernieuwbare energie
Lansíngertand
: Hwiitambwe ene-'sic totaal
9 ft«ob»a»NÍHQf«TOef
9 Hemlevräwe warmte
Broei: Benrkering oir.v. g«g*v«n3 meerdeel bronnen 12015 - ĨOLB
Figuur 4.6: percentage bekende hernieuwbare energie
Voor de indicatoren op het gebied van afval hanteren wij de data die we van de afvalverwerker ontvangen en ook door CBS worden gehanteerd: Huishoudelijk restafval, in kilogram per inwoner per jaar
4.2 Indicatoren jaarstukken Middels de P&C cyclus informeren wij de raad ook over de voortgang op duurzaamheid. De huidige set aan kwantitatieve indicatoren in de jaarstukken geeft ook een beeld van enkele meetbare resultaten. Het meet echter niet (meer) de resultaten van onze voornaamste inspanningen. Daarom nemen wij in het vervolg de indicatoren uit paragraaf 4.1 op in de jaarstukken. Deze sluiten beter aan bij onze topprioriteiten. Daarbij moet echter worden opgemerkt dat niet alleen afhankelijk zijn van onze inzet en beleid. Uiteindelijk geven zij wel de beweging weer die wij als gemeente willen bewerkstelligen.
GEMEENTE
Aandeel hernieuwbare energie Het totale percentage hernieuwbare energie is sterk gestegen tot 8^ in 2018 (meest recente cijfers). Belangrijkste redenen zijn realisatie van grootschalige duurzame warmtebronnen (geothermie en bio-WKK) en toename van zonnepanelen op woningen en bedrijfsdaken. Het percentage woningen met geregistreerde zonnepanelen in onze gemeente ligt op 17,755 in 2019. In vergelijking met 6,1Ŭ voor onze regio Rotterdam-Den Haag.
Q) D
52. 3* CTQ —j Û3 3 Q.
Soms komt nieuwe relevante data beschikbaar. Zo wordt bijvoorbeeld binnen de RES ook aan een monitoringssystematiek gewerkt. Indien dit relevante data bevat, heroverwegen wij de set van indicatoren om een zo goed mogeliĵk beeld te schetsen. Indicatoren 2019 en 2020: Aantal laadpalen geplaatst Aantal zakelijke gemeente kilometers verduurzaamd (Ton CO, bespaard) Aantal wijken een aardgasvrij plan Aantal schoolpleinen klimaatadaptief Verstrekte subsidies tuin van de toekomst (beschikbaar bedrag)
250
200
N.b. Ook binnen het beleidsveld Vastgoed' zijn duurzaamheidsindicatoren opgenomen.
150
100
2015
2016
2017
201S
i Restafval per inwoner per jaar (kg)
2019
DoeËtellng
Figuur 4.7: Huishoudelijk restafval
Scheidincspercentage huishoudeli j k afval 80,054 70,054 60,034 51,7» 50,034 40,054 30,054
Nieuwe indicatoren: 1. Totale C02-uitstoot in de gemeente voor alle sectoren op basis van de landelijke klimaatmonitor, metals subindicatoren: i. C02-uitstoot woningen; ii. C02-uitstoot (glas)tuinbouwsector; 2. Percentage hernieuwbare energie 3. Huishoudelijk restafval, in kilogram per inwoner per jaar 4. Scheidingspercentage huishoudelijk afval
20,054 10,034 0,054 2015
2016
2017
15chedingspercenta»e huishoud el jk afval
Figuur 4.8: Scheidingspercentage huishoudelijk afval
Nb. Door de complexiteit van deze indicatoren zal deze data niet beschikbaar zijn van het jaar waar de jaarstukken over rapporteren. De meest recente beschikbare data zal worden gebruikt.
15
GEMEENTE
Bijlage 1: Terugblik 2020 In de visie en uitvoeringsagenda Lansingerland duurzaam zijn diverse doelen voor 2020 opgenomen. Onderstaande tabel bevat een overzicht van deze doelen en de behaalde resultaten hierop. Project
Doel
Resultaat 2020
Aardgasvrije wijken
Opstellen van een warmtevisie in 2019 en het vertalen van de warmtevisie naar een
De Transitievisie Wa rmte is in 2019 door de raad vastgesteld. In 2020 werkten wij aan
lokaal energietransitieplan in 2020, met
nader onderzoek en vervolgplannen voor de
daarin de verwachtte beste alternatieven
startwijken met stakeholders. We sluiten aan
voor aardgas per wijk, passend bij de
bij de ontwikkelingen van het rijk, mede omdat
planhorizon van het Rijk. (Visie)
het rijksbeleid op dit thema sterk in ontwikkeling is.
Duurzame woningbouw
Nieuwbouw voldoet verplicht aan BENG norm (Bijna Energie Neutraal Gebouw) (Visie)
De Landelijke BENG-norm is meermaals uitgesteld, maar per 1 januari 2021 is deze norm van kracht. In Lansingerland eisen we zelfs de strengere nul-op-de-meter-norm of een soortgelijke GRP-score van minimaal 8,0 voor onze nieuwbouwwijken.
Verduurzamen
Zonnedaken gerealiseerd op alle
In 2019 en 2020 hebben wij meer dan 1300
gemeentelijk vastgoed
gemeentelijke gebouwen, waar dit technisch mogelijk is. We gaan uit van
zonnepanelen geplaatst op 10 gebouwen. Jaarlijks wekken we daarmee een
meer dan 700 zonnepanelen op
hoeveelheid elektriciteit op die gelijk staat
gemeentelijk vastgoed.
aan ongeveer 120 huishoudens. Op bijna alle
(Visie)
gemeentelijke gebouwen waar dit technisch mogelijk is zijn zonnepanelen aangebracht. In 2021 plaatsen wij nog meer zonnepanelen.
Zonnepanelen op alle gemeentelijke
Zie boven.
gebouwen waar dit technisch mogelijk is (Uitvoeringsagenda) We verwachting om circa 550 zonnepanelen te plaatsen
Zie boven.
(Uitvoeringsagenda) Vijf panden aardgasvrij gemaakt (in 2019
Twee panden en twee danszalen zijn
en 2020)
aardgasvrij gemaakt in 2020. Dit betrof de
(Uitvoeringsagenda)
panden aan de Götzenhainsingel 12 (The Hang-out) en de Emmastraat 30 (Peuterhoek) in Bleiswijk plus de danszalen in de sporthal aan de Burg. van Oostenlaan 4 in Bergschenhoek (Berghonk) en aan de Wilgenlaan 5a in Berkel en Rodenrijs (Sterrenhal). Daarnaast voerden wij bij vele panden energiebesparende maatregelen door, zoals spouwmuurisolatie (4 panden), dakisolatie, LED verlichting etc.
Groene leges
Tot en met 2019 krijgen inwoners die hun huis met een
In 2020 scherpten wij onze regeling 'groene
energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van 0 of lager (ver)bouwen tot een bepaald
zo een stimulans te blijven bieden om
leges' aan naar de nieuwe standaarden, om duurzamer dan de wettelijke norm te
budget 10096 korting op bouwleges.
bouwen. Vanaf 2021 krijgt particuliere
Vanaf 2020 moet alle nieuwbouw een
woningbouw 10096 korting op bouwleges
Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG)
16
Tot en met 2019 krijgen inwoners die
In 2020 scherpten wij onze regeling 'groene
hun huis met een
leges' aan naar de nieuwe standaarden, om
energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van 0 of lager (ver)bouwen tot een bepaald
zo een stimulans te blijven bieden om
budget 10096 korting op bouwleges. Vanaf 2020 moet alle nieuwbouw een
bouwen. Vanaf 2021 krijgt particuliere woningbouw 100% korting op bouwleges
duurzamer dan de wettelijke norm te
Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG)
indien zij energiezuiniger bouwen dan de
zijn. In 2020 doen we een nieuw voorstel
wettelijke BENG-norm.
GEMEENTE
Groene leges
voor stimuleringsmaatregelen, passend bij de situatie en wetgeving.
Q)
(Visie) Verduurzaming glastuinbouw
3
Nieuwe kassen klimaatneutraal, en 50% energiebesparing bij bestaande kassen.
Als gemeente hebben wij een faciliterende rol voor dit doel van de glastuinbouwsector. Dit
(Visie)
doel uit het Energieakkoord Greenport West Holland is vervangen door andere doelen in de nieuwe versie van het Energieakkoord 2021-2025. Ook in dit triple helix
ç/j
5’
CTQ
O ~i 03 3 Q.
samenwerkingsverband werken we doorlopend aan de energietransitie in de glastuinbouw. Laadinfrastructuur
Afvalbeleid
Wij verwachten in totaal meer dan 200
In 2020 zijn 43 nieuwe laadpalen geplaatst.
openbare laadpalen te plaatsen voor
De hoeveelheid geplaatste palen is
2020.
afhankelijk van het aantal aanvragen dat wij
(Visie)
ontvangen.
Vaststellen van nieuw afvalbeleid
Besluitvorming in de raad heeft
waarbij de focus ligt bij het verbeteren
plaatsgevonden in maart 2021.
van de scheiding van huishoudelijk restafval (Uitvoeringsagenda) Groot project rondom verbetering
Dit project is grotendeels uitgevoerd.
restafvalinzameling en inzameling GFT
Restafval containers zijn vervangen en
opstarten bij appartementencomplexen
nieuwe GFT voorzieningen geplaatst bij
(2019-2020)
appartementencomplexen. In 2021 ronden
(Uitvoeringsagenda)
we het project af.
Plaatsen van nieuwe inzamelmiddelen in
Zie boven.
Berkel en Rodenrijs (Uitvoeringsagenda) Klimaatadaptief
We onderzoeken de mogelijkheden voor
gemeentehuisterrein
het meer klimaatadaptief inrichten van
Dit onderzoek is benoemd als mogelijke meekoppelkans op het moment dat er
het gemeentehuisterrein
aanpassingen gepland zouden worden aan
(Uitvoeringsagenda)
het gemeentehuisterrein. Dit is nu niet het geval, en daarom ook niet uitgevoerd.
Risicodialogen
We voeren risicodialogen op het thema
In 2020 voerden wij twee risicodialogen met
klimaatadaptatie
klimaatadaptatie (in 2019 en 2020)
onze professionele stakeholders, zoals de
(Uitvoeringsagenda)
waterschappen en Dunea, en interne collega's. De uitkomsten ervan zijn meegenomen in de ontwikkeling van de Ruimtelijke Adaptatie Strategie.
Onderzoeken nut en noodzaak voor het
Dit onderzoek is uitgevoerd en de resultaten
aansluiten bij het Fonds Duurzaam
zijn met de raad gedeeld.
Funderingsherstel (Uitvoeringsagenda) Klimaatadaptatie
Wij stellen een
strategie
klimaatadaptatiestrategie op (Uitvoeringsagenda) Starten met pilot 'Afkoppelen particulieren Dorp Noord -Oost' (Uitvoeringsagenda)
De Ruimtelijke Adaptatie Strategie is opgesteld en in 2021 vastgesteld door de raad. Wij stellen in 2021 -2022 een uitvoeringsagenda op. Deze pilot is uitgevoerd en was een succes: 148 van de 174 woningen zijn afgekoppeld. De resultaten worden geëvalueerd en er wordt beoordeeld of dit ook in andere gebieden kan worden toegepast.
17
Deze bijlage bevat een beknopte toelichting op de onderwerpen die wij in de categorieën Normaliseren en Toevertrouwen hebben opgenomen. Deze projecten zullen in het vervolg niet meer in de projectenlijst terugkomen.
Betaalbaarheid energietransitie (revolverend fonds) In de uitvoeringsagenda stelden wij het doel om een duurzaamheidslening voor inwoners vorm te geven middels een revolverend fonds. Inmiddels is het fonds vormgegeven, de processen ingericht en de verordening vastgesteld in de raad. De regeling is in werking getreden voor inwoners per 1 maart 2021. Dit fonds biedt een mogelijkheid voor aantrekkelijke financiering van de energietransitie voor inwoners. Uiteraard blijft haalbaarheid en betaalbaarheid een belangrijk uitgangspunt in de energietransitie. Handelingsperspectief biomassa (beleid biomassacentrales) In 2020 en begin 2021 ontwikkelden wij een handelingsperspectief voor biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland. Dit document is in Q2 2021 vastgesteld door de raad, waarmee dit project is afgerond. In een gesprek met de sector hebben wij het document overhandigd en onze visie gedeeld. Wij blijven met de glastuinbouwsector samen werken aan de energietransitie en zullen dan ook over dit onderwerp met hen in gesprek blijven. Pilotproject van gas los De wijkaanpak vormt een belangrijk uitgangspunt binnen het thema verduurzaming bestaande wijken. Daarmee is dit onderwerp geïntegreerd binnen het project verduurzaming bestaande wijken. Specifiek benoemden wij in de uitvoeringsagenda het doel om een subsidieaanvraag Proeftuin verduurzaming bestaande wijken te doen.
In het actualiteitenoverzicht duurzaamheid informeerden wij u dat de
propositie teveel risico's in zich had om deze subsidie aan te vragen. Wij blijven hier alert op en indien wij de subsidie passend en kansrijk achten zullen wij het indienen van een aanvraag weer overwegen.
GEMEENTE
Bijlage 2: Toelichting op projecten in categorieën Normaliseren en Toevertrouwen
O)
3
C/5
5’
Duurzame woningbouw Bij alle nieuwbouwwijken wordt als eis opgelegd dat alle woningen als nul-op-de-meterwoningen worden gebouwd óf een GPR score halen van minimaal 8,0. In de GPR-score worden 5 duurzame thema's geïntegreerd en afgewogen. Op deze manier bouwen wij onze nieuwe wijken direct zeer energiezuinig en toekomstbestendig. In lijn met de landelijke ontwikkelingen geven wij sinds juli 2018 geen vergunningen meer voor aardgas bij nieuwbouw.
CTQ
O ~i
Û3 3 Cl.
Groene leges Al enkele járen stimuleren we energiezuinige (ver)bouw door het toekennen van een korting op bouwleges bij het halen van hoge energieprestaties. Deze financiële prikkel dient ertoe een initiatiefnemer te stimuleren nieuwbouw of verbouw zo duurzaam mogelijk te verrichten. In 2020 scherpten wij onze regeling 'groene leges' aan naar de nieuwe BENG-standaarden, om zo een stimulans te blijven bieden om duurzamer dan de wettelijke norm te bouwen. Vanaf 2021 krijgt particuliere woningbouw 1009Ś korting op bouwleges indien zij energiezuiniger bouwen dan de wettelijke BENG-norm. Energiebesparing bedrijven Wij stimuleren energiebesparing bij bedrijven in Lansingerland, gezien de grote energiebesparingspotentie en bijbehorende kostenbesparing voor ondernemers. Bedrijven die veel elektriciteit of gas verbruiken dienen alle rendabele energiebesparende maatregelen te treffen die terugverdiend kunnen worden binnen 5 jaar. Zij zijn verplicht de overheid daarover te informeren. Voor Lansingerland heeft de DCMR een schatting gemaakt dat 232 bedrijven deze informatieplicht heeft. Aan de
18
Verduurzamen gemeentelijk vastgoed Het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed gebeurt gefaseerd. In de actualiteitenoverzichten werd de raad geïnformeerd over voortgang op het gebied van installatie van zonnepanelen, energiebesparende maatregelen en isolatie en het aardgasvrij maken van enkele panden. In de komende járen zetten we deze lijn van verduurzaming van onze panden voort, om zo energie en financiële besparingen te realiseren. Verduurzaming scholen De gemeente heeft in samenwerking met de schoolbesturen van het primair onderwijs het Integraal Huisvestings Plan (IHP) opgesteld. De raad stelde dit plan op 16 juli 2020 vast. Duurzame energie is een belangrijk onderdeel van het IHP. Alle nieuwe schoolgebouwen worden energieneutraal opgeleverd. Daarnaast wordt geïnvesteerd in bestaande schoolgebouwen om (een deel van) hun energie zelf op te laten wekken als dit rendabel is. Ook richten wij schoolpleinen bij nieuwbouw groenblauw in en stimuleren wij het groenblauw inrichten van bestaande schoolpleinen. Op deze manier kunnen kinderen op jonge leeftijd kennis maken met duurzaamheid en het milieu. Verduurzamen gemeentelijk vervoer In 2019 namen wij vier elektrische auto's in gebruik voor dienstreizen naar afspraken, inzet van onze boa's etc. Sinds 2019 gebruikt ook de buitendienst drie elektrische voertuigen.
Indien voertuigen vervangen moeten worden, kiezen wij in principe voor zero emissie voertuigen, tenzij dit niet mogelijk is door bijvoorbeeld functionaliteit of budget.
Holland Rail Terminal We informeerden de raad middels brief U20.09316 over ons standpunt en voortgang. De HRT-initiatiefnemers en de provincie richten zich op Rotterdam als pilotlocatie. Lansingerland neemt hierin een afwachtende houding aan; we deden richting de provincie de oproep vaart te maken met duidelijkheid over de ontwikkelplannen in onze gemeente.
GEMEENTE
informatieplicht heeft medio januari 2021 186 (80%) bedrijven aan voldaan. Wij zetten hier stevig op in. Zo verwachten wij om in 2021 Ĩ9'fc van deze bedrijven te benaderen voor het beoordelen van de melding en controles op de besparende maatregelen. Daarnaast gaan wij aan de slag met het stimuleren van zon op bedrijfsdaken, zie hiervoor 'verduurzaming bedrijventerreinen'.
03 3
C/5
Actualiseren laadpalenbeleid Op 29 april jl. stelden het college het geactualiseerde beleid voor de plaatsing van reguliere laadpalen in de openbare ruimte Lansingerland vast. Op basis van dit beleid zijn we in mei gestart met een procedure om een massaverkeersbesluit te nemen: voor alle beoogde laadpaallocaties willen we nu één besluit nemen. Omdat dit wezenlijk anders is dan de vorige situatie (waarin we telkens een apart verkeersbesluit namen per aanvraag), loopt hiervoor een uitgekiend communicatie- en parti ci patietraj eet.
5’
CTQ
O 03 Q.
Actualisatie van dit beleid uit 2017 was nodig om de aanvraagprocedure efficiënter in te richten en te versnellen. De doorlooptijd tussen aanvraag en plaatsing is sterk verkort. Om dit beleid ook goed aan te laten sluiten op de toekomstige behoefte aan laadpalen in onze gemeente, hebben we een zogenoemde strategische kaart laten maken. Zo hebben we de verwachte ontwikkelingen voor de komende járen goed in beeld. Daarnaast hebben we er voor gezorgd dat we met ons geactualiseerde beleid aansluiten bij het regionale concessietraject, dat net voor de zomer is gestart. Op basis van deze concessie verzorgt één partij de plaatsing en het onderhoud van de laadpalen in onze regio. Deze ontwikkelingen beschreven we uitgebreider in brief U20.10307, die wij op 25 mei jl. aan de raad stuurde.
19
Circulair materiaalgebruik in __ buitenruimte v Bij onze werkzaamheden in de buitenruimte en gebiedsontwikkelingen blijven wij oog houden voor de mogelijkheden om meer circulair te werken. Bij grote projecten doen wij altijd vooraf een duurzaamheidsscan om mogelijkheden te identificeren. Dit kan ínhouden dat we materialen met een lagere milieu-impact toepassen, of bijvoorbeeld hergebruik van straatstenen die vrijkomen bij een wijkrenovatie. Ook sturen we op circulair materiaalgebruik voor bruggen, viaducten en andere kunstwerken. Zo maken we bijvoorbeeld bij de realisatie van het fietspad Berkelsdijkje gebruik van biobased asfalt dat bij productie minder C02 genereert. Daarnaast gebruiken we een 3D-geprinte brug uit gerecycled kunststof. Circulair bouwen van woningen wordt gestimuleerd door het vereisen van een materialenpaspoort en hergebruik van materialen bij sloop. Plasticvrije evenementen Motie M2019-020 roept op tot het verbieden van wegwerpplastic bij evenementen. De APV 2021 beantwoordt aan de motie. De APV geeft de burgemeester de bevoegdheid om nadere regels te stellen voor evenementen. Het evenementenbeleid dat daarna zal worden opgesteld en de evenementenvergunningen voorzien verder meer specifiek in het verbod op gebruik van wegwerp plastic. Met brief U20.10093 informeerden wij de raad hierover.
Gescheiden afvalinzameling kantoorpand en publieke afvalbakken Binnen de eigen organisatie zijn wij actief bezig met de vraag hoe wij met afval omgaan. Wij scheiden ons afval in 5 verschillende stromen. Daarnaast is er aandacht voor de reductie van afval, bijvoorbeeld bij verpakkingen in het restaurant. In de dorpscentra zijn op enkele plaatsen gescheiden publieke afvalbakken geplaatst. Zo kan een groter deel van het afval als grondstof worden hergebruikt.
Terugwinnen grondstoffen en energie uit afvalwaterketen In de uitvoeringsagenda beschreven we dat we middels de regionale bestuurlijke overeenkomst Netwerk Afvalwaterketen Delfland (NAD) de afvalwaterketen ontwikkelen tot een (energieneutrale) watercyclus. Het terugwinnen van grondstoffen is daar een onderdeel van. Wij zetten deze samenwerking voort als onderdeel van onze doorlopende inzet op het thema water. Klimaatadaptatie
GEMEENTE
Circulaire economie
O)
3
C/5
5’
CTQ
O ~i
Û3 3 Cl.
Vy Groenblauwe schoolpleinen Dit project is opgezet als pilotproject om bij enkele schoolpleinen de lessen te leren, waarna andere geïnteresseerde scholen gebruik kunnen maken van deze kennis. In 2020 en 2021 hebben we drie pilot locaties begeleid. Dit betreft twee private schoolpleinen (OBS Vuurvogel en OBS Groenehoek) en een openbaar schoolplein (Oudelandselaan). Het plein bij de Groenehoek in Bergschenhoek is in 2020 aangelegd. Het plein aan de Oudelandselaan in Berkel en Rodenrijs is in 2020 voorbereid en begin 2021 aangelegd. Het plein van de Vuurvogel in Bergschenhoek is voorbereid en staat gepland in 2021. Daarmee zijn de doelen behaald en is de pilot afgerond. Implementatie DIOR De leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) is vastgesteld en is integraal onderdeel van de werkprocessen die het betreft. Dit doen we door minimumeisen te stellen, bijvoorbeeld ten aanzien van materiaalgebruik, aan de inrichting van de buitenruimte. Ook zorgen we dat de beoogde duurzaamheidsdoelstelling in de beginfase van een buitenruimteproject duidelijk zijn, zodat het gehele proces hierop kan worden afgestemd. Groen en biodiversiteit Groen en biodiversiteit vormt een belangrijk onderdeel van de identiteit van Lansingerland. Het draagt bij aan een prettig leefklimaat, ruimtelijke kwaliteit en een gezonde samenleving. In de uitvoeringsagenda
20
^ļļ
Risicodialogen Op het gebied van klimaatadaptatie volgen wij de stappen uit het Delta Programma Ruimtelijke Adaptatie. Als onderdeel van deze aanpak hebben wij in 2019 en 2020 twee risicodialogen gevoerd met onze externe professionele stakeholders (zoals de waterschappen en Dunea) en de diverse disciplines binnen onze organisatie. Daarbij zijn de eerder in beeld gebrachte risico's als gevolg van klimaatverandering naar verschillende schaalniveaus (regionaal, waterschappen, gemeente, wijk en buurt) vertaald en is gesproken over acceptabele risiconiveaus en de benodigde maatregelen. De uitkomsten van deze dialogen verwerkten we in de Ruimtelijke Adaptatie Strategie.
Vy Tuin van de toekomst De Tuin van de Toekomst bieden we voorlichting en een subsidie voor het vergroenen van tuinen. De huidige regeling voor de Tuin van de Toekomst loopt tot en met 2021. Daarna heroverwegen wij onze inzet hierop in het bredere perspectief op klimaatadaptatie, en de efficiëntie en effectiviteit ten opzichte van andere mogelijke maatregelen.
GEMEENTE
staan voorbeelden van onze praktische inzet die we hier doorlopend op plegen. Ook zal dit onderwerp uiteraard een prominente plek blijven houden binnen diverse visies, waaronder de groenblauwe visie die in 2021 en 2022 zal worden opgesteld.
O) 3
C/5
5’
Şjļ
Klimaatadaptief gemeentehuisterrein Dit project is geïnitieerd als mogelijke meekoppelkans op het moment dat er aanpassingen gepland zouden worden aan het gemeentehuisterrein. In verband met het vele thuiswerken is de bezetting van het parkeerterrein beperkt en de aanleiding verdwenen. Dit project wordt daarom afgevoerd. Indien er op een bepaald moment sprake zal zijn van veranderingen aan het terrein, zullen klimaatadaptieve maatregelen wederom meegenomen worden als onderdeel van de norm.
CTQ
O ~i
Û3 Q.
m.
ī?ľ' -' -
-
"V-
21
Deze bijlage bevat een lijst van projecten waar we ook in het vervolg op blijven inzetten vanuit de strategie Concenteren.
Energietransitie Topprioriteiten: Verduurzaming glastuinbouw Wij zetten ons op vele fronten in om de energietransitie in de glastuinbouw vorm te geven met de sector. Dit beschreven wij al in de uitvoeringsagenda en de actualiteitenoverzichten. Ook in de komende periode blijft dit topprioriteit. Wij werken daarbij ook veel in samenwerkingsverband (Warmte Samenwerking Oostland, Greenport WestHolland) om de krachten te bundelen. Enkele belangrijkste punten van inzet in de komende periode: - Verkenning van een aansluiting op regionaal warmtetransportnet Warmtelinq, in nauwe samenwerking met omliggende gemeenten, Gasunie, ministeries EZK en LNV en Provincie Zuid-Holland - Gemeentelijke rol in ontwikkeling nieuwe geothermiebronnen en zoekgebieden - Ontwikkeling van uitbreiding warmtenet B3Hoek naar andere glastuinbouwgebieden - Ontwikkeling van een regionaal net in Oostland middels o.a. tracéverkenningen, governance studie. Verduurzaming bestaande wijken Met het vaststellen van de Transitievisie Warmte markeerden wij de start van de transitie naar verduurzaming bestaande wijken. In 2021 stelden wij een projectplan op om samen met belangrijke partners in deze transitie naar duurzame bestaande wijken te bepalen en te nemen. We volgen daarbij de landelijke lijn. Het betreft een gefaseerde aanpak, waarbij wij starten met het opstellen van een wijkuitvoeringsplan voor de eerste wijk.
We informeerden de raad uitgebreider over dit onderwerp in maart 2021 door middel van brief U21.00806.
GEMEENTE
Bijlage 3: Toelichting op projecten lijst ('Concentreren') Overige projecten: Regionale Energie Strategie (RES) In de RES constateren we al dat de RES een soort "regionale rijdende trein" is, waarbij het voor ons vooral van belang is dat we aangehaakt blijven, niet verrast worden en zo goed als mogelijk Lansingerlandse belangen een plek geven in dit regionale product. In de aanloop van de RES 1.0 constateren dat we zowel ambtelijk als bestuurlijk constant input hebben gegeven waar in de teksten nadrukkelijk rekening mee is gehouden. Ook procesmatig hebben we constant kansen benut om te wijzen op onderwerpen waar onze inwoners, ondernemers en u als raad belang aan hechten. Concrete keuzes die volgen uit deze strategie, bijvoorbeeld over specifieke locaties voor wind- of zonneenergie, blijft een lokale aangelegenheid. Daar blijven we aan werken.
03
3
C/5
5’
CTQ
O ~i
Û3 3 Cl.
Samenwerking met maatschappelijke organisaties en bewonersinitiatieven Samenwerking met maatschappelijke organisaties en bewonersinitiatieven is een belangrijke bouwsteen van onze inzet. Voor de onderwerpen onder 'Toevertrouwen' zijn deze organisaties veelal aan zet. Maar ook bij de andere projecten bepalen we per project gericht welke maatschappelijke partners we erbij betrekken. Zo werken we bij de verduurzaming van de glastuinbouw bijvoorbeeld structureel samen met de sector binnen de Warmte Samenwerking Oostland met Glastuinbouw Nederland en de warmtecoöperaties per glastuinbouwgebied. Ook bewonersinitiatieven zijn een belangrijke partner bij verduurzaming. Wij hebben bijvoorbeeld al enkele járen een samenwerkingsovereenkomst met energiecoöperatie Nieuwe Lansinger Stroom voor de uitvoering van het energieloket, energiecoaches en andere initiatieven. Ook betrekken we hen bij relevante ontwikkelingen, zoals de ontwikkelingen op verduurzaming bestaande wijken. Daarnaast is er (bestuurlijk) overleg met andere maatschappelijke partners, bijvoorbeeld Rotta of Lansingerland Samen Duurzaam.
22
Duurzame mobiliteit (voorheen: C02reductie verkeer en vervoer) In 2021 ontwikkelen wij een nieuwe mobiliteitsvisie. De uitgangspunten hiervoor zijn in maart 2021 vastgesteld stimuleren verdere verduurzaming van mobiliteit in Lansingerland. We verwachten in 2022 het bijbehorende uitvoeringsprogramma op te stellen met specifieke projecten, ook op het gebied van de mobiliteitstransitie en duurzame mobiliteit. Tegelijkertijd werken we ook aan veel praktische maatregelen op dit vlak. Bijvoorbeeld: - We bieden sinds 2020 deelscooters aan in alle kernen als alternatief voor korte autoritten. - De realisatie van de herinrichting station Rodenrijs is gestart. Dit verbetert de keten van OV en fiets. - De keervoorziening in de E-lijn bij Pijnacker is gereed. Zodra Corona en de reizigersaantallen het toelaten kan hiermee het aantal metroritten verhoogd worden. - Sinds begin 2020 worden alle RETbusritten in Lansingerland uitgevoerd met hybride bussen. Deze kennen een lagere C02-uitstoot. - We werken de plannen uit voor twee hoogwaardige metropolitane fietsroutes naar de omliggende steden. Dit maakt fietsgebruik voor regionale ritten aantrekkelijker als alternatief voor de auto. We verwachten 2021-Q4 hiervoor de samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met de buurgemeenten en de Metropoolregio Rotterdam - Den Haag.
- We participeren in de verschillende verkenningen georganiseerd door de MRDH naar verdere C02-besparingen. Ook stimuleert de MRDH kennisuitwisselingen en pilots.
Beleid zonne-energie (voorheen: Afwegingskader zonneweides) Dit afwegingskader bevat beleid op het gebied van zonne-energie. Gezien de ontwikkelingen hebben wij de scope verbreed, waardoor we ook de titel hebben aangepast. Dit afwegingskader is in ontwikkeling en verwachten wij af te ronden in 2021.
GEMEENTE
Windenergie Positie innemen over het onderwerp windenergie deden we grotendeels door in 2020 de verlenging van het windconvenant te ondertekenen. Onze overwegingen daartoe deelden wij met u met brief U20.04283. Recent uitgevoerd onderzoek leggen wij ten grondslag aan onze vervolgstrategie die gaat over de interactie met de provincie en convenantspartners, als over het benutten van kansen voor realisatie voor windenergie.
03
Duurzame bedrijventerreinen Bedrijventerreinen hebben een grote potentie voor zonnedaken. Deze vorm van duurzame elektriciteitsopwekking heeft ook de voorkeur in de RES. Daarom staan zonnepanelen, samen met energiebesparing, centraal in onze aanpak voor het verduurzamen van onze bedrijventerreinen. Energiebesparing en -opwek behoort niet tot de core business van de meeste bedrijven waardoor ze vaak onvoldoende bewust zijn van het (besparings)potentieel. Door het aanbieden van energiescans stimuleren we de verduurzaming van het zakelijk vastgoed. We geven inzicht en verlagen we de drempel naar landelijke regelingen. We plannen om in 2021 te starten met deze inzet.