CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

T21.02001 Bestemmingsplan, toelichting en regels

Commissie Ruimte 18 mei 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Woningbouwlocatie Treurniet'. Spreektijden: 5 min 1e termijn, 3 min 2e termijn (doc met persoonsgegevens in map in ibabs)29.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

17

f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het aanleggen van geluidswallen; h. het verhogen of verlagen van de grondwaterstand. 5.4.2

Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in artikel 5, lid 5.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de onderliggende bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning; d. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals bedoeld in artikel 5, lid 5.2 of lid 5.3; e. betrekking hebben op een grondoppervlakte van minder dan 50 m2 en niet dieper reiken dan 0,3 m beneden het maaiveld (e.e.a. afhankelijk van het archeologiebeleid van de gemeente Lansingerland) en tevens wordt voldaan aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en). 5.4.3

Toelaatbaarheid

De in artikel 5, lid 5.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien op basis van een schriftelijk advies van een archeologische deskundige, gebleken is dat de genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot onevenredige aantasting van de archeologisch waarden. 5.4.4

Nadere voorwaarden

Voor zover de in artikel 5, lid 5.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van het archeologisch materiaal kan in afwijking van het bepaalde in artikel 5, lid 5.4.3 de omgevingsvergunning worden verleend indien aan de omgevingsvergunning de volgende nadere voorwaarden worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken en werkzaamheden die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologische deskundige.

Bestemmingsplan ‘Woningbouwlocatie Treurniet’ Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021

18

Artikel 6 6.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. waterkering; b. de waterhuishouding. 6.2

Bouwregels

Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend: a. andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 1 m; b. bestaande bouwwerken (inclusief eventuele funderingen) worden gehandhaafd en vervangen, mits deze eenzelfde diepte en oppervlakte behouden. 6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Afwijken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor de bouw van nieuwe en/of vergroting van bestaande bouwwerken (inclusief eventuele funderingen) ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en), met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels. 6.3.2

Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend, indien de waterstaatsbelangen dit gedogen. Bij toepassing van deze bepaling wordt advies ingewonnen bij het Hoogheemraadschap van Delfland.

Bestemmingsplan ‘Woningbouwlocatie Treurniet’ Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021

19

Bestemmingsplan ‘Woningbouwlocatie Treurniet’ Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021

20

Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan ‘Woningbouwlocatie Treurniet’ Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021

21

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Bestaande bouwwerken

Bouwwerken, welke niet voldoen aan het bepaalde in de bouwregels, zijn toegestaan en mogen worden herbouwd voor zover deze rechtsgeldig zijn gebouwd of een rechtsgeldige bouwtitel hebben op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit plan. De bestaande, afwijkende maatvoering geldt dan als maximale maatvoering. 8.2

Ondergeschikte bouwdelen

8.2.1

Bouw- en bestemmingsgrenzen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouw-, bestemmings- en aanduidingsgrenzen en bij de bepaling van het bebouwde oppervlakte worden ondergeschikte bouwdelen van bouwwerken, zoals: a. plinten, pilasters, luifels, kozijnen, gevelversieringen, balkons, brandtrappen, ventilatiekanalen, uitspringende schoorsteenwanden, gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en daarmee gelijk te stellen onderdelen waarvan de overschrijding van de bouwgrens of de bestemmingsgrens niet meer bedraagt dan 2,5 meter; met dien verstande dat: 1. aan de zijde, gericht op de Willem-Alexanderlaan, geen balkons zijn toegestaan, en 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorisch waardevol-' geen overschrijding van de bouwgrens is toegestaan, buiten beschouwing gelaten. 8.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de ruimtelijke inpasbaarheid; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; het gewenste voorzieningenniveau; het behoud van parkeervoorzieningen; de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groen- en waterelementen; de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken; het milieu.

Bestemmingsplan ‘Woningbouwlocatie Treurniet’ Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021

22

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

9.1

Gebruik van onbebouwde gronden

9.1.1

Algemeen verbod

Het is verboden onbebouwde gronden te gebruiken voor doeleinden, welke in strijd zijn met de in het plan gegeven bestemmingen. 9.1.2

Specifiek verbod

Onverminderd het bepaalde in lid 9.1.1 is het in elk geval verboden de gronden te gebruiken voor: a. het storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; b. het opslaan van goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; c. het opslaan van onklare voer- en vaartuigen of onderdelen hiervan; d. prostitutie; e. een seksinrichting; f. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens. 9.1.3

Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 9.1.2 is niet van toepassing op: a. vormen van gebruik als bedoeld in lid 9.1.2, die verenigbaar zijn met het doel waarvoor de grond ingevolge de bestemming, de bestemmingsomschrijving en/of de overige regels mag worden gebruikt; b. het opslaan van bouwmaterialen, puin en specie in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming. 9.2

Gebruik van bouwwerken

9.2.1

Algemeen verbod

Het is verboden bouwwerken te gebruiken voor doeleinden, welke in strijd zijn met de in het plan gegeven bestemmingen. 9.3

Ondergeschikte bouwdelen

Voor zover het gebruik van ondergeschikte bouwdelen zoals bedoeld in lid 8.2 niet past binnen de desbetreffende bestemming, worden deze gebruiksregels buiten beschouwing gelaten.

Bestemmingsplan ‘Woningbouwlocatie Treurniet’ Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021

23

Artikel 10 10.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van deze regels ten behoeve van: a. het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten dienste van het openbaar nut en de waterhuishouding, zoals gasdrukregelstations, duikers, keermuren en bruggen, gemalen, wachthuisjes, telefooncellen en transformatorhuisjes, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 4 m en de inhoud niet meer dan 75 m3 mag bedragen; b. het bouwen van niet voor bewoning bestemde kunstobjecten, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 5 m mag bedragen; c. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, maatvoeringsgrenzen en overige aanduidingen op de verbeelding, indien bij definitieve uitmeting of verkaveling blijkt dat deze afwijking in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan redelijk, gewenst of noodzakelijk is en de structuur van het bestemmingsplan niet wordt aangetast. De overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; d. het afwijken van de voorgeschreven maatvoering van bouwwerken (waaronder goothoogte, bouwhoogte, bebouwingsoppervlakte, onderlinge afstand, afstand tot perceelsgrenzen) met ten hoogste 10%; e.

het afwijken van de voorgeschreven maatvoering voor ondergeschikte bouwdelen zoals bepaald in artikel 8 'Algemene bouwregels' lid 8.2.1 waarbij de overschrijding van de bouwgrens en/of de bestemmingsgrens niet meer bedraagt dan 3 meter; f. de bouw van antennemasten voor communicatiedoeleinden, waarbij de bouwhoogte niet meer dan 45 m mag bedragen en waarbij het beleid gericht is op: 1. een landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische inpassing van deze voorzieningen waarbij geldt dat geen onevenredige afbreuk mag plaatsvinden van de visuele kwaliteit van gebouw en omgeving en landschappelijke gebieden, open landschappen en monumenten zoveel mogelijk vrij moeten blijven van bebouwing; 2. een situering bij voorkeur bij sportcomplexen, op of aan de randen van bedrijventerreinen, aan de randen van woonwijken en in de tussengebieden tussen woonwijken en bedrijventerreinen; 3. een maximale “site-sharing” en gebruik van bijvoorbeeld hoogspanningsmasten, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is. g. de bouw van andere bouwwerken tot 15 m. 10.2

Algemene randvoorwaarden voor afwijken

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits: a. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het aantal parkeervoorzieningen; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken; Bestemmingsplan ‘Woningbouwlocatie Treurniet’ Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021

24

7. het milieu.

Bestemmingsplan ‘Woningbouwlocatie Treurniet’ Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021

25

Artikel 11 11.1

Algemene wijzigingsregels

Algemeen

Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: a. het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten dienste van het openbaar nut en de waterhuishouding met een inhoud van ten hoogste 150 m 3 en een bouwhoogte van ten hoogste 6 m; b. een andere situering en/of begrenzing van bestemmingsvlakken, bouwvlakken en/of aanduidingen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met ingekomen bouwaanvragen nodig zijn ter uitvoering van een bouwplan op voorwaarde, dat de oppervlakte van het betreffende bestemmingsvlak dan wel bouwvlak met niet meer dan 20% zal worden gewijzigd; c. het wijzigen van de per aanduiding of in de planregels gegeven maten en afmetingen met ten hoogste 20%, indien, in verband met ingekomen bouwaanvragen, deze wijzigingen nodig of wenselijk zijn. 11.2

Dubbelbestemmingen en aanduidingen

11.2.1 Wijzigingsbevoegdheden Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: a. het toevoegen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' of de aanduiding 'archeologische waarden', indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat sprake is van een gebied met hoge oudheidkundige waarden die gehandhaafd dienen te blijven; b. het verwijderen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' of de aanduiding 'archeologische waarden', indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat niet langer sprake is van een gebied met oudheidkundige waarden dan wel nadat er sprake is van opgravingen en documentatie waardoor de planologische bescherming niet langer gehandhaafd hoeft te blijven. Alvorens toepassing te geven aan deze regel winnen burgemeester en wethouders advies in bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provinciale archeoloog of bij een ter zake deskundige instantie; c. het verwijderen van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorisch waardevol', indien op basis van nadere inventarisatie zulks gewenst is. Alvorens toepassing te geven aan deze regel winnen burgemeester en wethouders advies in bij een cultuurhistoriedeskundige; d.

het wijzigen van de bestemmingen ten behoeve van de aanleg van een (ondergrondse) leiding van welke aard dan ook. Alvorens toepassing te geven aan deze regel winnen burgemeester en wethouders advies in bij een, ter zake de veiligheid van leidingen, deskundige instantie zoals het RIVM of de beheerder(s) van de leiding; 11.2.2 Algemene randvoorwaarden voor wijzigen Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan een wijziging van het plan, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het aantal parkeervoorzieningen; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; Bestemmingsplan ‘Woningbouwlocatie Treurniet’ Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021

26

6. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu: b. voldaan wordt aan de onderzoeksverplichting op de volgende onderdelen: 1. luchtkwaliteit; 2. parkeerbehoefte; 3. geluid; 4. bodemkwaliteit; 5. watertoets; 6. archeologie; 7. externe veiligheid; 8. ecologie, toetsing Wet natuurbescherming; 9. economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal.

Bestemmingsplan ‘Woningbouwlocatie Treurniet’ Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021

27

Artikel 12 12.1

Overig

Voorwaardelijke verplichting cultuurhistorische bebouwing

12.1.1 Omgevingsvergunning Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) een bouwwerk met de aanduiding 'specifieke vorm van waarde cultuurhistorisch waardevol' geheel of gedeeltelijk te slopen. 12.1.2 Voorwaarde Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12.1.1 wordt uitsluitend verleend indien uit cultuur/bouwhistorisch onderzoek en advies van de Commissie cultureel erfgoed blijkt dat de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast. 12.2

Voorwaardelijke verplichting parkeren

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden of het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden, wordt slechts verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeren Lansingerland' en de 'Nota Parkeernormen gemeente Lansingerland', die op 27 februari 2014 zijn vastgesteld en op 29 april 2014 in werking zijn getreden, of de rechtsopvolger(s) daarvan, tenzij de aard en omvang van de omgevingsvergunning voor het bouwwerk en/of de uitbreiding en/of de wijziging van het gebruik van bouwwerken en/of gronden niet leidt tot extra parkeerbehoefte; b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing indien op basis van het advies van verkeerskundige blijkt dat er op andere wijze is/wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, of het voldoen aan het geldende gemeentelijke parkeerbeleid door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. 12.3

Voorwaardelijke verplichting waterberging

Binnen 6 maanden na gereedmelding van de bouw van alle woningen dient in, dan wel direct rondom het plangebied ten minste 100 m3 aan waterbergingsvoorzieningen tot stand te zijn gebracht en in stand te worden gehouden. 12.4

Voorwaardelijke verplichting groen dak op parkeergarage

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke aanduiding - ondergrondse parkeergarage' dient binnen 6 maanden na gereedmelding van de nieuwbouw gras of een andere vorm van beplanting op het dak van de parkeergarage te zijn aangebracht en in stand te worden gehouden, met uitzondering van de delen van het dak waar sprake is van een andere functie, waaronder privéterrassen bij de woningen, entree(s) van de woningen en/of garage en fietsnietjes. 12.5

Voorwaardelijke verplichting ondergrondse parkeergarage

De maatregelen die op grond van artikel 4.3.3 worden getroffen worden op dusdanige wijze in stand gehouden dat deze de effecten ten aanzien van de waterhouding, voor wat betreft de aspecten bemaling, barrièrewerking, oppervlaktewater en riolering in afdoende wijze blijven mitigeren.

Bestemmingsplan ‘Woningbouwlocatie Treurniet’ Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021

28

Bestemmingsplan ‘Woningbouwlocatie Treurniet’ Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021

29

Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 13 13.1

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een (omgevings)vergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Bestemmingsplan ‘Woningbouwlocatie Treurniet’ Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=4a40749e-b49e-40c5-abba-1da9beffd51f