T21.01288 Afvalbeleid 2021-2025
Tekst van het document
Afvalbeleid Lansingerland 2021-2025 “Van afval naar grondstof - op weg naar volledig circulair in 2050”
Opgesteld door: Marieke de Wit Corsanummer: T21.01288
Inhoud 1 2 3 4
Inleiding - Waarom nieuw afvalbeleid en waarom nu? ......................................................... 3 Landelijke afvaldoelstellingen en ontwikkelingen .............................................................. 4 Waar staan we nu? ................................................................................................... 6 Welke stappen zijn al gezet? ....................................................................................... 8 4.1 Mogelijke toekomstscenario’s Lansingerland onderzocht ............................................... 8 4.2
5
Raadpleging inwoners nieuw Afvalbeleid .................................................................. 9
Afvalbeleid; uitgangspunten en strategie ...................................................................... 10 5.1 Voor het nieuwe Afvalbeleid gelden de volgende vier uitgangspunten: ............................ 10 5.2
Strategie Afvalbeleid ........................................................................................ 11
5.3
Risico’s en kanttekeningen ................................................................................. 15
5.4
Stappenplan invoering + voorgestelde planning ........................................................ 17
Bijlage 1: .................................................................................................................. 19 Bijlage 2: .................................................................................................................. 20
1
Inleiding - Waarom nieuw afvalbeleid en waarom nu?
Waarom nieuw afvalbeleid? Het oude afvalbeleidsplan met de titel “Meer hergebruik en goedkoper” liep officieel van 2014 tot en met 2018. De hoofddoelstelling van het oude afvalbeleidsplan was: Het doel is binnen de termijn van dit afvalbeheerplan, dus uiterlijk in 2018, een afvalscheidings-percentage van tenminste 55% te behalen, de kosten aanzienlijk omlaag te brengen en het serviceniveau minimaal op het huidige niveau te handhaven en waar mogelijk uit te breiden. Het doel van een afvalscheidingspercentage van minimaal 55% is in 2018 behaald. De kosten daalden aanzienlijk. Dit komt met name door de aanbesteding van de afvalinzameling. Het serviceniveau hebben wij verder verhoogd door het plaatsen van diverse milieuparken en het wekelijks aan huis inzamelen van PMD-afval. Conclusie: alle lokaal gestelde doelstellingen zijn binnen de gestelde beleidsperiode behaald. Doordat wij na 2018 geen nieuw Afvalbeleid vaststelden is het oude beleid voortgezet. Er waren wel nieuwe communicatieacties, er was veel aandacht voor educatie en de voorzieningen bij de appartementencomplexen zijn verbeterd en uitgebreid met GFT voorzieningen maar dit leidde niet tot de gewenste grote verbetering van de resultaten op weg naar de landelijke en lokale doelstellingen.
Lansingerland voldoet op dit moment niet aan de landelijke Van Afval Naar Grondstof (VANG)doelstelling van 75% afvalscheiding en/of maximaal 100 kilogram restafval per inwoner per jaar. De inzamelcijfers laten zien dat Lansingerland in 2020 uitkomt op +/- 58% scheidingsresultaat en inwoners hebben nog ruim boven de 200 kilogram restafval per inwoner per jaar. Jaarlijks voert de gemeente een sorteeranalyse uit om de te zien uit welke afvalstromen het restafval bestaat. De sorteeranalyse van 2020 laat zien dat er in het restafval nog te veel verschillende afvalstromen te vinden zijn die goed gescheiden kunnen worden. Dit noemen we ookwel grondstoffen. Deze grondstoffen kunnen gerecycled worden mits ze gescheiden worden van het restafval. Denk hierbij aan GFT, papier en plastic. Om toe te werken naar het behalen van de landelijke doelstellingen en om nieuwe lokale doelstellingen vast te stellen is nieuw Afvalbeleid nodig. Waarom nu? Rekenkamer onderzoek In november 2017 schoof de Raad tijdens een stemkastsessie het onderwerp Afval als een van de hoogst scorende onderwerpen voor onderzoek naar voren. De Rekenkamer startte daarna in januari 2018 haar onderzoek naar het Afvalbeleid en de Afvalstoffenheffing. De Rekenkamer publiceerde op 21 juni 2018 haar rapport “Scheidend Vermogen” en presenteerde op 28 juni 2018 de uitkomsten aan de Raad.
Eén van de hoofdconclusies van de Rekenkamer is als volgt: Het beoogde scheidingspercentage (55% in 2018) is weinig ambitieus, doordat geen rekening is gehouden met de invloed van het aandeel hoogbouwwoningen, de stijging van het afvalscheidingspercentage in vergelijkbare gemeenten en de aanscherping van de landelijke doelstelling.
Twee van de overgenomen aanbevelingen van de Rekenkamer over het ambitieniveau vindt u hieronder: Aanbeveling 6: Hou bij het bepalen van het ambitieniveau ten aanzien van afvalscheiding in het afvalbeleid voor de periode na 2018, rekening met: • de stijging van het afvalscheidingspercentage in vergelijkbare gemeenten; • de opwaartse bijstelling van de landelijke VANG-doelstelling voor afvalscheiding (momenteel 100 kilogram restafval en 75% afvalscheiding in 2020). Aanbeveling 7: Kies in het nieuwe afvalbeleid maatregelen die overeenkomen met de ambities ten aanzien van afvalscheiding, de afvalbeheerkosten en het serviceniveau. (Afvaldriehoek) Duurzaamheidsvisie In 2019 stelde de gemeenteraad de Duurzaamheidsvisie Lansingerland vast. In de duurzaamheidsvisie staan op hoofdlijnen de volgende doelstellingen over het onderwerp Afval: • Ons nieuwe beleid is erop gericht afvalscheiding door bewoners verder te faciliteren. • We faciliteren en informeren bewoners en we hebben aandacht voor zowel de hoeveelheid afval (kwantiteit) als de zuiverheid van de afvalstromen/grondstoffen (kwaliteit). • In 2050 is er volledige circulariteit, dus 0 kilogram restafval. Nieuw afvalbeleid helpt ons om een inhaalslag te maken. Eerst op weg naar de landelijke VANGdoelstellingen en om op koers te komen voor de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstelling in 2050.
Vergeleken bij andere gemeenten Op basis van de jaarlijkse Benchmark Huishoudelijk Afval vergelijken wij onze resultaten met andere gemeenten. De Benchmark Huishoudelijk Afval is een initiatief van NVRD (Nederlandse Vereniging voor Afval- en Reinigingsdiensten) en RWS (Rijkswaterstaat) Leefomgeving. Door onderlinge vergelijking en uitwisseling van “best practices” biedt de benchmark gemeenten aanknopingspunten voor een effectiever en efficiënter afvalbeleid en -beheer. De benchmark maakt onderscheid tussen gemeenten door ze in vier hoogbouwklassen (klasse A tot en met D) in te delen. Gemeente Lansingerland zit door het lage hoogbouw-percentage (17%) in klasse D (0-19%). Uit de benchmark van 2019 blijkt dat Lansingerland het in klasse D niet goed doet als het gaat om de resterende hoeveelheid huishoudelijk restafval en een van de minst presterende gemeenten is.
2
Landelijke afvaldoelstellingen en ontwikkelingen
LAP 3 De minister van Infrastructuur en Waterstaat (I en W) stelt op grond van artikel 10.3 van de Wet milieubeheer één maal per zes jaar een Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) vast. Hierin worden de doelstellingen en uitgangspunten van het afvalstoffenbeleid beschreven. Het is het beleidskader voor afval in de circulaire economie in Nederland. Alle overheden moeten bij de uitvoering van hun taken op het gebied van afval rekening houden met het LAP. Op 28 december 2017 is het derde LAP in werking getreden. LAP3 ondersteunt de overgang naar een circulaire economie. In LAP3 staat in 85 sectorplannen het beleid uit het beleidskader uitgewerkt voor verschillende afvalstromen. In diverse sectorplannen is uitgewerkt hoe een specifieke afvalstof verwerkt mag worden. Dit zorgt ervoor dat afval niet laagwaardiger wordt verwerkt dan gewenst én mogelijk is. Als de minimumstandaard bijvoorbeeld recycling is, mag dat afval niet worden verbrand omdat recycling
hoogwaardiger en goed haalbaar is. VANG programma Sinds 2013 bestaat het Rijksprogramma Van Afval Naar Grondstof, het ‘VANG-programma’. Dit programma is opgesteld in een samenwerkingsverband tussen het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), de NVRD (Nederlandse Vereniging voor Afval- en Reinigingsdiensten) en RWS (Rijkswaterstaat). Het doel van het programma is om Nederlandse gemeenten te stimuleren stappen te zetten richting een circulaire economie. Ook is er aandacht voor andere ketenpartijen, zoals de producenten. Het Rijk verwacht van gemeenten dat zij zelf bijdragen aan het realiseren van een circulaire economie. Vooralsnog is dit op vrijwillige basis. Wel gebruikt het Rijk de verbrandingsbelasting, en dan met name het verhogen van deze belasting, als pressiemiddel om gemeenten extra te stimuleren. Eén van de doelstellingen van het VANG-programma is om samen met gemeenten tot minimaal 75% recycling van huishoudelijk afval te komen. De maximum hoeveelheid restafval per inwoner is volgens de VANG-doelstellingen in 2020 nog 100 kilogram, met verdere afname in de jaren daarna. Om de doelstellingen te realiseren, zet het programma in op de vier hoofdlijnen: 1. Gemeenten formuleren ambitieuze beleidsdoelen; 2. Gemeenten zijn in staat om werk te maken van de eigen beleidsdoelen; 3.
Burgers zijn gemotiveerd bij te dragen aan afvalpreventie en afvalscheiding; 4. Ketenpartijen werken samen aan het sluiten van ketens. Verbrandingsbelasting De regering besloot de afgelopen jaren de Afvalstoffenbelasting fors te verhogen van € 13,21 naar € 32,63 per ton afval die verbrand wordt. Voor Lansingerland komt dit neer op ruim € 390.000,- per jaar aan extra belasting. Voor elke ton restafval moet een gemeentebelasting afdragen; hoe meer restafval, hoe meer belasting. Dit is een prikkel vanuit de Rijksoverheid om de totale hoeveelheid restafval verder te verminderen. De verwachting is dat de belasting de komende jaren verder zal stijgen. Deze kosten zijn verwerkt in de Afvalstoffenheffing die onze inwoners betalen. Toepassing maatregelen andere gemeenten De branchevereniging NVRD onderzocht in het kader van het programma VANG de stand van zaken rond de vaststelling en implementatie van het afval-/grondstoffenbeleid en de mate waarin gemeenten op koers liggen om de VANG-doelstellingen te halen. Veel gemeenten blijken ambitieus te zijn, omarmen de landelijke doelstellingen en liggen op koers voor het verminderen van restafval. Uit het onderzoek bleek dat negen op de tien gemeenten een vastgesteld afval- en/of grondstoffenbeleid(plan) had, of met een plan bezig is.
In Nederland zijn dus veel gemeenten aan de slag gegaan met nieuwe inzamelsystemen en prikkels om inwoners te stimuleren tot nog meer en kwalitatief betere afvalscheiding. Uit een inventarisatie van de landelijke initiatieven blijkt dat de volgende scenario’s het meest zijn ingezet: Inzet op communicatie (bewustwording, motivatie, preventie); Meer service op grondstoffen: o Uitbreiden van verzamelcontainers in de wijk; o Meer grondstoffen inzamelen (bijvoorbeeld drankenkartons, metalen verpakkingen); o Meer grondstoffen aan huis ophalen (bijvoorbeeld plastic verpakkingsmaterialen); o Grotere containers verstrekken voor grondstoffen;
Minder service op restafval: o Minicontainer restafval minder vaak legen (één keer per vier weken tot één keer per acht weken); o Kleinere minicontainers verstrekken voor restafval (van 240 liter naar 140 liter); o Restafval op afstand wegbrengen (omgekeerd inzamelen); Prijsprikkel: o Gedifferentieerd/variabel tarief op restafval (afgekort: diftar): huishoudens laten betalen voor het restafval dat zij aanbieden (per keer of per kilo); o Belonen voor aangeboden grondstoffen.
Bovenstaande scenario’s zijn vooral gericht op het verbeteren van de afvalscheiding in de huishoudens zelf (aan de bron). Er zijn ook gemeenten die op het restafval nascheiding van Plastic Metaal en Drankkartonnen (PMD) toepassen. Een nascheidingsinstallatie haalt dan alleen het PMD afval uit het restafval. In het noorden van het land is een aantal nascheidingsinstallaties al jaren operationeel (Omrin, Attero). In het westen zijn AEB (Amsterdam) en AVR(Rotterdam) actief op het gebied van nascheiden. De gemeenten die het restafval laten nascheiden zijn wettelijk verplicht om de overige grondstoffen zoals papier, GFT, glas en textiel nog wel aan de bron te scheiden. Het is nu nog niet mogelijk om deze grondstoffen via nascheiding uit het restafval te halen. De beschikbare capaciteit in Nederland om afval na te scheiden is relatief klein. De ontwikkelingen de afgelopen jaren laten zien dat met name groot-stedelijke gemeenten zoals Amsterdam, Rotterdam en Utrecht kiezen voor nascheiding. Dit zijn stedelijke gebieden met een hoog percentage hoogbouw, waar het vormgeven van bronscheiding over het algemeen lastiger is. Er zijn nog vraagtekens rond de kwaliteit van het nagescheiden materiaal. Vooralsnog heeft het vanuit kwaliteitsoogpunt de voorkeur om het materiaal aan de bron te scheiden.
Diverse afnemers ervaren bij deze vorm van inzameling negatieve effecten als aanhangend vuil en stank.
3
Waar staan we nu?
Huidige resultaten en sorteeranalyse In 2020 had een inwoner in Lansingerland ruim 200 kilogram restafval dat ongescheiden werd aangeboden voor verwerking. Door de situatie rondom het Corona-virus neemt de totale hoeveelheid afval op dit moment juist toe in plaats van af; dit is een landelijke trend. Om te zien wat er in het restafval zit, laat de gemeente jaarlijks een sorteeranalyse uitvoeren. De sorteeranalyse laat zien welke grondstoffen nog in het fijne restafval te vinden zijn die de inwoners ook kunnen scheiden (grof restafval is niet geanalyseerd).
Bijgaand de weergave van de sorteeranalyse in 2020:
Ontwikkelingen gerelateerd aan de Corona-uitbraak De uitbraak van het Corona-virus heeft landelijk op de afvalinzameling haar weerslag gehad. We zagen in Lansingerland vanaf maart 2020 over de gehele linie de hoeveelheden afval toenemen. Dit was het geval in de containers en ook op het afvalbrengstation. De cijfers van 2020 laten de tijdelijke Corona-effecten duidelijk zien. Op de totale afvalbalans zien we een stijging van rond de 15%. Deze stijging hangt grotendeels samen met het feit dat veel meer inwoners thuiswerken en in en rond het huis recreëren. Afval dat normaal in het bedrijfsafval op het werk kwam, of in de prullenbakken van gelegenheden komt nu thuis in de prullenbak. Daarnaast zijn veel mensen in en rond het huis aan de slag gegaan, waardoor de afvalhoeveelheden op het afvalbrengstation toenamen, denk aan bouw- en sloopafval en puin. In dit nieuwe Afvalbeleid wordt zo goed als mogelijk rekening gehouden met de (tijdelijke) effecten van Corona. De verwachting is dat op termijn mensen weer meer naar het werk gaan, maar er ook meer thuisgewerkt gaat worden dan vóór de Corona-uitbraak. Een deel van de effecten zal van structurele aard zijn.
4
Welke stappen zijn al gezet?
4.1
Mogelijke toekomstscenario’s Lansingerland onderzocht
Op basis van de landelijke ervaringen en een brainstormsessie met interne en externe stakeholders (inzamelaar Renewi, adviesbureau Stantec en medewerkers gemeente Lansingerland) zijn in 2018 de volgende scenario’s onderzocht: scenario 1: verbeteren communicatie; scenario 2: verlagen inzamelfrequentie restafval; scenario 3: nascheiden PMD uit restafval; scenario 4: omgekeerd inzamelen; scenario 5: invoering variabel tarief restafval (diftar); scenario 6: omgekeerd inzamelen met invoering variabel tarief restafval (diftar). Adviesbureau Stantec zette per scenario een rekenmodel, op waarin zij de te verwachten effecten op afvalscheiding en kosten invoerde. Als basis voor het scenario-onderzoek hanteerden we de afvaldriehoek, zie de figuur rechts. Deze driehoek bestaat uit de aspecten; milieu, service en kosten. Hierbij is rekening gehouden met de verschillende bebouwingstypen en inzamelmethoden in de gemeente, bestaande uit: o laagbouw met minicontainer voor restafval o laagbouw met ondergrondse container voor restafval o hoogbouw o buitengebied Het rekenmodel kijkt voornamelijk naar de afvalstromen/grondstoffen waarop de scenario’s het meeste effect hebben, te weten: GFT, papier/karton, PMD en restafval.
Stantec heeft het verwachte effect op afvalscheiding berekend op basis van ervaringen in andere gemeenten, die onder andere beschikbaar zijn via de Benchmark Huishoudelijk Afval. Voor de kosten maakte Stantec een analyse van de eenmalige invoeringskosten en het verwachte effect op de structurele kosten voor de gemeente. Per scenario maakten zij een globale kostenraming. Actualisatie Omdat het rapport gebaseerd is op cijfers van 2017 hebben wij Stantec gevraagd een actualisatie te maken op basis van recentere cijfers uit 2020 en daar waar mogelijk zelfs uit 2021 (denk hierbij aan huidige tarieven). Deze actualisatie brengt de tijdelijke Corona-effecten in beeld. In bijlage 1 vindt u de samenvattende tabel met de geactualiseerde cijfers per onderzocht scenario.
4.2
Raadpleging inwoners nieuw Afvalbeleid
Omdat het nieuwe Afvalbeleid een grote impact kan hebben op de inwoners meldde het College in oktober 2019 aan de Raad dat zij een participatietraject zou uitvoeren in de vorm van een raadpleging. Om te komen tot een breed gedragen Afvalbeleid vond het College het belangrijk de inwoners van Lansingerland te vragen naar hun voorkeuren als het gaat om afvalinzameling. Maart 2020 legde het College het plan van aanpak raadpleging inwoners nieuw Afvalbeleid ter besluitvorming voor aan de Raad (BR2000005). De Raad stelde het plan van aanpak vast met de volgende beslispunten: 1. Het plan van aanpak “Raadpleging inwoners nieuw Afvalbeleid” vast te stellen. 2. Vast te stellen dat het adviesrapport naar aanleiding van de raadpleging richtinggevend is voor de vorming van het nieuwe Afvalbeleid en het daaraan gekoppelde voorkeursscenario en uitvoeringsplan. Extern adviesbureau De AfvalSpiegel heeft de raadpleging onder de inwoners uitgevoerd. Zij deden dit in twee fasen: o
een enquête onder alle inwoners (waaronder een representatieve steekproef);
o
een dialoogavond met geïnteresseerde inwoners.
De enquête liep van 4 tot en met 20 september 2020 en op 13 oktober 2020 vond de Dialoogavond met inwoners plaats. Op basis van de respons spreken we van een representatieve steekproef. We ontvingen ruim 4.200 ingevulde enquêtes retour. Op basis van de uitkomsten van de enquête en de verdiepingsslag tijdens de Dialoogavond stelde De AfvalSpiegel haar advies op. In haar advies legt De AfvalSpiegel de link tussen de doelen van de gemeente, de eerder onderzochte scenario’s van Stantec en de uitkomsten van de enquête en Dialoogavond. De AfvalSpiegel presenteerde de resultaten van de raadpleging op 9 december 2020 aan de Raad tijdens een Beeldvormende Avond. Het advies van De AfvalSpiegel luidt als volgt: Scenario 5 (invoering variabel tarief restafval) sluit het beste aan bij de wensen van de inwoners.
De hoofdredenen: o Volgens de inwoners moet afvalinzameling goed voor het milieu zijn o Mensen hebben zorgen over de hoeveelheid afval die we met z’n allen produceren o Een meerderheid kiest voor het principe; meer restafval = meer betalen o Er is geen meerderheid voor het wegbrengen van het restafval (omgekeerd inzamelen) Extra uitkomsten & aanbevelingen bij het advies: o Combineer dit scenario met scenario 1 (GFT-scheiding hoogbouw & communicatie) o Flankerende maatregelen zijn nodig o Communicatie o Handhaving o Toegang afvalbrengstation o Optie open houden voor nascheiding in de toekomst (blijven onderzoeken) o Afvaltoerisme voorkomen o Zorgen over afvaldumpingen & bijplaatsingen wegnemen o Combineer scenario 5 (diftar) eventueel met scenario 3 (verlagen van de inzamelfrequentie voor restafval) voor een nog hoger milieurendement
5
Afvalbeleid; uitgangspunten en strategie
5.1
Voor het nieuwe Afvalbeleid gelden de volgende vier uitgangspunten:
1. We richten ons op het behalen van de landelijke VANG-doelstellingen van 75% scheidingsresultaat en/of 100 kilogram restafval per inwoner per jaar, zoals benoemd in de aangenomen aanbeveling van de Rekenkamer. De VANG-doelstelling is een taakstellende doelstelling om gemeenten te stimuleren tot betere scheidingsresultaten te komen. De verbrandingsbelasting op restafval is verhoogd als dwingende aanmoediging. Voor elke ton restafval betaalt de gemeente € 32,63 belasting. Deze kosten komen ten laste van de inwoners via de Afvalstoffenheffing. De verwachting is dat deze belasting in de toekomst verder gaat stijgen. In de planning kiezen we voor een ambitieuze maar haalbare ambitie. De Corona-uitbraak en de toename van de totale hoeveelheid afval in Nederland laat zien dat het goed is de focus op beide VANG-doelstellingen te hebben. De 75% is een doelstelling die ook bij een grotere hoeveelheid afval haalbaar is. Het doel is om in 2050 volledig circulair (0 kilo restafval) te zijn zoals vastgelegd in de Duurzaamheidsvisie. 2. Onze inwoners zijn begaan met het milieurendement. Daarom hebben wij bij de keuzes die wij maken ook oog voor de kwaliteit van de in te zamelen grondstoffen en niet alleen voor de kwantiteit. Wij leggen niet alleen de focus op de hoeveelheid, maar hebben ook oog voor het scheidingsresultaat, ongeacht de hoeveelheid.
De uitbraak van het Corona-virus laat zien dat de hoeveelheid kan oplopen, zonder dat wij daar direct invloed op hebben. Wij zorgen ervoor dat de grondstoffen die wij apart inzamelen, geschikt zijn voor hoogwaardige recyclingdoeleinden. Wij willen ervoor zorgen dat de eindverwerkers de grondstoffen die wij aanbieden accepteren. In de communicatie met onze inwoners benadrukken wij het belang van het op een juiste manier aanbieden van de grondstoffen, in de juiste containers/zakken. Met de verwerkers evalueren wij periodiek de kwaliteit van ons aangeleverde materiaal. 3. Het doel is om de gemiddelde kosten voor de afvalinzameling en –verwerking voor huishoudens in Lansingerland beheersbaar te houden. We geven inwoners regie over een deel van de heffing die zij betalen, zoals dit al langer geldt voor andere voorzieningen zoals gas, water en elektra. Bij de keuzes die we maken in de uitvoering van het Afvalbeleid is het doel dat deze veranderingen ervoor zorgen dat de kosten voor de afvalinzameling- en verwerking beheersbaar blijven. Door de invoering van het nieuwe beleid krijgen inwoners de regie over een deel van de Afvalstoffenheffing. 4. Bij de keuzes die wij maken houden wij rekening met de op de korte en middellange termijn te verwachten (technologische) ontwikkelingen, zoals nascheiding en het apart inzamelen en verwerken van luiers.
De ontwikkelingen in de afvalwereld volgen elkaar in rap tempo op. Statiegeld op blikjes is zo’n ontwikkeling om rekening mee te houden en ook de toenemende vraag naar meer producentenverantwoordelijkheid. Ook zijn er technische ontwikkelingen om scherp in de gaten te houden. Bij nascheiding is het op dit moment mogelijk om plastic en deels de drankenkartons uit het restafval te scheiden. De techniek van het nascheiden wordt doorontwikkeld, waardoor het mogelijk kan worden om ook andere grondstoffen uit het restafval te scheiden. De capaciteit voor het nascheiden van
restafval is op dit moment echter beperkt. De gemeente heeft op dit moment een zeer voordelig contract voor de verwerking van het fijn restafval. Bij een nieuwe aanbesteding van de verwerking het restafval worden alle mogelijkheden onderzocht en in kaart gebracht. De ingangsdatum van dit nieuwe contract is 1 januari 2026. Indien dat onderzoek de mogelijkheid geeft om nascheiding te heroverwegen legt het College dit voor aan de Raad. De capaciteit voor recycling van luiers is in Nederland op dit moment nog klein. De verwachting is dat verschillende grote afvalverwerkers binnen twee jaar installaties bouwen voor de verwerking van luiers. Voor onze gemeente is dit een belangrijke ontwikkeling en deze volgen wij op de voet, omdat wij veel jonge gezinnen in de gemeente hebben. Voor deze doelgroep willen wij ook op het gebied van afvalscheiding een aantrekkelijke gemeente zijn en blijven. Tussentijds onderzoeken we oplossingen zoals het pro-actief aanbieden van wasbare luiers. 5.2
Strategie Afvalbeleid
Invoering variabel tarief (fijn)restafval Op basis van het uitgevoerde scenario-onderzoek, de raadpleging onder de inwoners en de genoemde uitgangspunten stellen wij een nieuw Afvalbeleid in dat gebaseerd is op het invoeren van een variabel tarief voor restafval (diftar). Dit doen we met een variabel tarief op basis van het principe “volume/frequentie”. Resultaten bij andere gemeenten in Nederland laten zien, dat alleen een scenario met een variabel tarief voor restafval leidt tot het behalen van een scheidingsresultaat van minimaal 75% en/of maximaal 100 kilo restafval. Het scenario-onderzoek door Stantec laat zien dat dit scenario ons op weg helpt om de doelstellingen te behalen. Door flankerend beleid toe te passen op dit basisscenario wordt de landelijke doelstelling behaald. Later leest u meer over het flankerend beleid. Bronscheiding De gemeente kiest bewust voor een scenario waarbij bronscheiding geldt voor alle te scheiden grondstoffen. Belangrijke redenen hiervoor zijn de educatieve waarde en de helderheid/ eenduidigheid van de boodschap. Alle fracties scheidt men aan de bron. Dit zorgt voor zuivere grondstoffen die goed te recyclen zijn. Dit doet tevens eer aan de uitkomst uit de raadpleging waaruit blijkt dat onze inwoners begaan zijn met het milieurendement.
Op diverse scholen in Lansingerland (zowel basis- als voortgezet onderwijs) lopen op dit moment educatieprogramma’s, waarbij de leerlingen onder andere leren over het belang van preventie van afval en bronscheiding. Daarnaast is onlangs gestart met het project Afvalvrij waarbij wij scholen stimuleren en faciliteren om afvalscheiding op de scholen te realiseren. Om dit project mogelijk te maken stelde de gemeenteraad in november 2020 de Verklaring Algemeen Belang inzameling grondstoffen op scholen vast (BR2000098). Wat houdt een variabel tarief op restafval in? In geval van de invoering van een variabel tarief op restafval wordt de Afvalstoffenheffing verdeeld over een vast deel en een variabel deel. Voor alle huishoudens is het vaste deel van de Afvalstoffenheffing gelijk. Zij krijgen zelf invloed op het variabele deel door de hoeveelheid en/of het aantal keren dat zij restafval aanbieden. Er zijn diverse vormen van een variabel tarief: Frequentie: er wordt alleen bijgehouden hoe vaak een minicontainer geleegd wordt, of hoe vaak iemand de ondergrondse container gebruikt. De meest gelijkwaardige manier is als iedereen minicontainers van een gelijk volume heeft. Het tarief bestaat uit een vast deel en
een variabel deel, dat afhankelijk is van hoe vaak de minicontainer geleegd is, of de ondergrondse container gebruikt is. Volume/frequentie: er wordt bijgehouden hoe vaak iemand de ondergrondse container gebruikt, of hoe vaak de minicontainer geleegd wordt en er zijn eventueel verschillende groottes minicontainers in omloop. Het tarief bestaat uit een vast deel en een variabel deel, dat afhankelijk is van hoe vaak de minicontainers geleegd zijn of hoe vaak iemand de ondergrondse container gebruikt heeft. Gewicht/frequentie: per lediging wordt bijgehouden hoe zwaar de minicontainer is. Het tarief bestaat uit een vast deel en een variabel deel, gebaseerd op het aantal kilo’s afval dat wordt aangeboden. Tariefzak: ook wel “dure zak” genoemd in gemeenten waar het afval middels stoepinzameling wordt ingezameld. Het restafval kan alleen aangeboden worden in plastic zakken. Vaak met gemeenteopdruk en tegen betaling vooraf.
Zoals aangegeven kiezen wij voor de variant op basis van volume/frequentie. Inwoners betalen per keer dat zij een aanbieding van restafval doen van een bepaald volume. Het volume is afhankelijk van het type in formaat van het inzamelmiddel. De varianten die wij hebben bij de start van het nieuwe Afvalbeleid hebben zijn; ondergrondse container 60 liter, minicontainer 140 liter en minicontainer 240 liter. Bij de start gaan we uit van de containerformaten zoals die nu bij de inwoners uitstaan. Na een periode van gewenning bieden wij inwoners de mogelijkheid om van containerformaat te wisselen. Bij de vaststelling van de tarieven maken wij een onderscheid tussen de verschillende formaten. Verwachte effecten strategie: Service + maatschappelijk effect Het serviceniveau voor grondstoffen blijft gehandhaafd als we kijken naar de inzamelfrequentie en de voorzieningen. Het feit dat men een variabel tarief gaat betalen voor het aanbieden van restafval kan een inwoner zowel als servicevermindering als een verhoging van de service ervaren. Inwoners hebben door de invoering van het variabel tarief zelf grip en invloed op de eigen afvalkosten. Zij bepalen met hun eigen gedrag hoeveel zij in totaal aan variabele Afvalstoffenheffing betalen. Dit doen zij door bewuster in te kopen en daarmee afval te voorkomen (preventie) en door het afval dat er vrijkomt beter te scheiden.
Dit kan leiden tot besparingen. Milieu Het scheidingspercentage neemt toe en de kilo’s restafval per inwoner nemen af. De tariefprikkel werkt immers op huishoudens in alle typen bebouwing. Een bijkomend voordeel van een variabel tarief voor restafval is de ontmoediging van het illegaal dumpen van bedrijfsafval in (ondergrondse) containers. Men betaalt namelijk per aanbieding, waardoor het financieel niet meer gunstig is om via deze weg van het bedrijfsafval af te komen. Kosten We verwachten op de exploitatie geen grote stijging van de kosten ten opzichte van de huidige situatie. Al is dit grotendeels afhankelijk van het gedrag van de inwoners. Mensen die beter scheiden gaan minder betalen dan de mensen die minder goed scheiden. Zodra er (aanzienlijk) minder restafval in de containers komt kan er zelfs sprake zijn van een daling van de totale kosten. Hierdoor gaat er minder restafval naar de verbrandingsoven. De inzamelaar gaat dan bijvoorbeeld de ondergrondse restafvalcontainers ook minder vaak legen. De doelstelling is om de kosten beheersbaar te houden.
De invoering van het Afvalbeleid zelf brengt wel implementatiekosten met zich mee. Deze implementatiekosten bedragen € 450.000,-. Deze kosten bestaan uit de volgende posten; - Communicatie - Facturatiesysteem (SVHW, Renewi en gemeente) - Update en controle containerbestand - Inzet extra handhaving - Projectkosten + onvoorziene kosten Organisatorische consequenties Voor deze strategie moeten we een aantal juridische, administratieve en belastingtechnische zaken regelen. Besluitvorming van de Raad is nodig (over onder andere privacyregeling en vaststelling tarieven). Voor de voorbereiding en invoering maken we gebruik van externe expertise, denk aan inzet van een advies- en communicatiebureau. De SVHW regelt het innen van de heffing voor onze gemeente. Zij werken inmiddels voor diverse gemeenten die een variabel tarief hanteren. Het is geen probleem om dit ook voor Lansingerland te organiseren. Zij rekenen hier wel extra kosten voor, deze zijn meegenomen in de implementatiekosten. Met de inzamelaar maken wij afspraken over de registratie van gegevens en het uitlezen hiervan. De inzamelaar heeft tijd nodig om dit in te regelen en samen met de gemeente juridisch goed vast te leggen. Realisatietermijn Voor de voorbereiding en implementatie van een variabel tarief voor restafval is een termijn van een jaar realistisch.
Randvoorwaarde is dat voor de start alle bovengrondse restafvalcontainers vervangen zijn door containers met toegangsregistratie, alle minicontainers voorzien zijn van de juiste chip en het registratiesysteem goed functioneert. Het heeft de voorkeur om het variabel tarief aan de start van een kalenderjaar in te voeren, in verband met het correct communiceren en het innen van de afvalstoffenheffing. Afvalstoffenheffing Het uitgangspunt is dat de Afvalstoffenheffing 100% kostendekkend is. Voor de Afvalstoffenheffing bij invoering van het nieuwe Afvalbeleid geldt dat huishoudens een vast basistarief betalen dat voor alle huishoudens gelijk is, met een onderscheid in een eenpersoons- en een meerpersoonshuishouden. Daar bovenop komt het variabele tarief op basis van het daadwerkelijk aangeboden aandeel restafval. Voor mensen met een medische indicatie blijft gelden, dat zij op vertoon van een verklaring geen extra kosten berekend krijgen voor een extra restafvalcontainer. Denk aan mensen met medisch incontinentiemateriaal. SVHW biedt 3 opties voor het innen 1. Vooraf vastgesteld basistarief innen en in volgend jaar de daadwerkelijk gemaakte variabele kosten innen 2. Vooraf vastgesteld basistarief innen + standaard 12x variabel tarief (of x aantal ondergrondse aanbiedingen). In volgend jaar volgt de verrekening. 3.
Volledig tarief innen en in volgend jaar een verrekening van de daadwerkelijk gemaakte kosten
Optie 1 heeft de voorkeur+, dit is organisatorisch het makkelijkst en brengt de minste extra kosten met zich mee ten opzichte van de andere opties. Flankerend beleid Instellen van een egalisatievoorziening voor de afvalinzameling- en verwerking. Conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is de Egalisatievoorziening een vereiste. Deze voorziening heeft een egalisatiefunctie om baten en lasten over de jaren gelijkmatig te verdelen. Pieken en dalen in de exploitatie kunnen op deze manier vermeden worden. De Afvalstoffenheffing is een doelbelasting. Dat wil zeggen dat de geïnde heffing volledig en alleen ingezet mag worden voor het doel waarvoor het geïnd wordt, in dit geval de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. Bij de vaststelling van dit nieuwe Afvalbeleid stelt u een egalisatievoorziening voor afval in met een plafondbedrag van € 250.000,-. Indien de egalisatievoorziening boven de € 250.000,- komt, dan wordt het overschot het jaar erna gebruikt om het basistarief te verlagen. Besluitvorming hierover vindt plaats via de vaststelling van de Verordening Afvalstoffenheffing. Communicatie Bij de omschakeling naar een nieuw Afvalbeleid is communicatie van groot belang. Inwoners worden meegenomen in het hoe en waarom van het besluit.
Rond de inzameling en verwerking van afval en het belang ervan gaan soms verschillende verhalen rond, een goede communicatiecampagne moet helderheid scheppen voor onze inwoners. De communicatiecampagne die wij inzetten schept duidelijkheid. We zetten verschillende kanalen in om te garanderen dat we alle inwoners van de gemeente bereiken. Denk aan de eigen communicatiekanalen, maar ook de lokale kranten. We organiseren bewonersavonden en zetten Afvalcoaches in om inwoners te voorzien van informatie en om vragen te beantwoorden over het nieuwe Afvalbeleid en ook breder, over alle andere aspecten van (zwerf)afval. Handhaving Net als communicatie is Handhaving van belang bij de invoering van nieuw Afvalbeleid. We zetten daarom tijdens de invoering en in het eerste half jaar extra handhavers in. Zij hebben een preventieve werking, doordat mensen zien dat zij actief controleren op gedumpt afval. Zij zijn gemachtigd om afval te bekijken en te zoeken naar de aanwezigheid van adresgegevens. Bij het vinden van gegevens komen zij in actie. Zij gaan het gesprek aan met inwoners die het afval dumpen en indien nodig leggen zij boetes op. Vanwege de uitbraak van het corona virus ligt er veel druk op de schouders van de handhavers. Voor de extra inzet wordt in samenspraak met team Veiligheid een goede afweging gemaakt of wij deze inzet met de eigen handhavers doen of hiervoor extern inhuren.
Modernisering afvalbrengstation (project gestart, afronding naar verwachting eind 2022) Op het nieuwe gemoderniseerde afvalbrengstation vindt toegangscontrole plaats op basis van vertoon van een pas. We houden ongewenste bezoekers en hun afval daarmee nog beter buiten de deur. Door een goede en duidelijke routing maken we het bezoekers makkelijker het afval gescheiden aan te bieden. De focus ligt op de vermindering van het ongescheiden grof restafval. Fijn restafval staan we niet meer toe op het afvalbrengstation. We onderzoeken of we op en rond het afvalbrengstation samen kunnen werken met lokale kringloopbedrijven en Repair Cafés; zij richten zich op het voorkomen van afval (preventie). Indien het gaandeweg nodig blijkt, moeten de ongescheiden afvalstromen weer betaald worden.
Vermindering totale hoeveelheid grof afval via huis aan huis inzamelroutes De voorrijkosten die inwoners nu betalen dekken de kosten van de verwerking voor grof afval niet. Door de tarieven voor het aan huis ophalen te verhogen, gaan mensen beter scheiden omdat die grondstoffen gratis weg te brengen zijn naar het afvalbrengstation. Op het afvalbrengstation krijgen de inwoners hulp het (grof) afval zo goed als mogelijk te scheiden. Pilot met wasbare luiers Voor jonge gezinnen maken luiers een groot deel uit van het restafval. We onderzoeken hoe we een pilot in kunnen voor het gebruik van wasbare luiers. Er zijn initiatieven waarbij mensen zelf het wassen verzorgen, maar inmiddels zijn er ook bedrijven die een all-in service aanbieden waarbij zij de luiers ophalen, wassen en retourneren. Aanvullende inzamel-opties onderzocht Als onderdeel van het onderzoek naar het nieuwe Afvalbeleid zijn extra opties uitgewerkt die potentieel resultaat verhogend, kostenbesparend en/of service verhogend werken. Het gaat om de volgende opties: A. Verlagen inzamelfrequentie minicontainer restafval (van één keer per twee weken naar één keer per vier weken). B. Wekelijks inzamelen van de GFT-minicontainer in de zomermaanden (negen extra inzamelrondes). C. Inzamelen van luiers via containers bij kinderdagverblijven.
Vooralsnog kiezen we ervoor geen van de aanvullende opties in te zetten bij de start van het nieuwe Afvalbeleid. Ervaringen bij andere gemeenten laten zien dat opties b en c niet bijdragen aan de hoofddoelstelling van het reduceren van het restafval en het verbeteren van het scheidingsresultaat (kwaliteit+kwantiteit). Bij optie c komt dit doordat er nog geen goede verwerkingsmethode is die als recycling/hergebruik bestempeld is. Optie a draagt in potentie wel bij aan de hoofddoelstelling, maar voeren wij niet direct in bij de start. Inwoners krijgen eerst de mogelijkheid zelf geleidelijk te ervaren hoe het gaat en of zij inderdaad minder restafval aanbieden. Indien bij de jaarlijkse evaluatie blijkt, dat de hoeveelheid restafval nog onvoldoende afneemt voeren wij optie a alsnog door.
5.3
Risico’s en kanttekeningen
Het invoeren van een nieuw Afvalbeleid kent ook risico’s en kanttekeningen. Het is goed deze van tevoren te kennen, in kaart te brengen en indien mogelijk bij invoering al maatregelen te treffen om deze te verkleinen of te voorkomen. In deze paragraaf zijn de risico’s en kanttekeningen beschreven. We gaan in op de impact en de in te zetten maatregelen. De kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen neemt af Het is een risico dat mensen als zij apart betalen voor de keren dat zij restafval aanbieden het restafval bij de grondstoffen gaan doen. Ervaringen van andere gemeenten en diverse onderzoeken laten zien dat dit veelal een tijdelijk effect is. Om de afname van de kwaliteit van de grondstoffen te voorkomen leggen we in de communicatiecampagne nadruk op de effecten van dit gedrag. De Afvalcoaches nemen dit mee in hun acties. Dumpen van afval neemt toe De ervaring bij andere gemeenten is dat het dumpen van afval in de beginmaanden na het invoeren van de diverse maatregelen toeneemt. Het dumpen van afval komt voor in de openbare ruimte, maar ook in ondergrondse containers voor de gescheiden grondstoffen (zoals textiel) en in de
prullenbakken. Volgens het recent gepubliceerde onderzoek ”Diftar als beleidsinstrument bij huishoudelijk afvalbeheer” van IPR Normag in opdracht van Rijkswaterstaat gaat het hier om een periode van enkele maanden. Er zijn grofweg twee typen “dumpers” te onderscheiden; mensen die dit bewust foutief doen en mensen die onwetend zijn. Inwoners die bewust foutief handelen, confronteren en beboeten we. Inwoners die handelen uit onwetendheid laten we door middel van communicatie en begeleiding beseffen dat zij anders moeten handelen, zodat zij daarna weten hoe het wel moet. Bij de invoering zetten we extra handhaving in om te controleren en daar waar nodig te beboeten. Naast de extra handhaving zetten we ook zogeheten Afvalcoaches in. Deze coaches handhaven niet, maar lichten inwoners toe wat het gewenste gedrag is en waarom dit het gewenste gedrag is. Deze Afvalcoaches zetten we op verschillende manieren in. Denk bijvoorbeeld aan een actie waarbij de Afvalcoaches bij de ondergrondse milieuparkjes staan om mensen voorlichting te geven. Maar we zetten de coaches ook in om middelen uit te delen om het scheiden van afval makkelijker te maken, denk aan een GFT-aanrechtbakje of PMD-inzamelzakken. Het gebruik van de PMD-inzamelzakken neemt toe, er hangen daardoor meer PMD-zakken aan de lantaarnpalen. Dit kan leiden tot zwerfafval als er te veel zakken aan een paal gehangen worden.
We onderzoeken daarom of het haalbaar is om op strategische plekken in de gemeente extra containers te plaatsen voor de inzameling van het PMD. Zo hebben inwoners de keuze of zij de zak aan de lantaarnpaal willen hangen, of weg willen brengen naar de container. Bij hoogbouw locaties onderzoeken we met de VVE’s en woningbouwcorporaties of het haalbaar is inpandig een voorziening te plaatsen voor de inzameling van het PMD. Dit kan bijvoorbeeld een rolcontainer zijn die zij op de inzameldag aan de straat plaatsen. Gezinnen met kinderen voelen zich benadeeld omdat zij relatief veel restafval hebben. Omdat het op dit moment nog niet mogelijk om de luiers daadwerkelijk goed te recyclen kiezen we ervoor om nog niet te starten met een aparte luierinzameling. We volgen de ontwikkelingen wel op de voet en zodra luierrecycling mogelijk is met een goed milieurendement en tegen een acceptabel tarief, dan zetten we een aparte inzameling van luiers op. We onderzoeken, samen met een buurgemeente, of het aanbieden van wasbare luiers haalbaar en effectief is. We starten, als dan niet samen met de buurgemeente, een pilot met wasbare luiers. Mensen die actief helpen het zwerfafval op te ruimen in de gemeente worden benadeeld. Vrijwilligers die zwerfafval opruimen gooien dit afval vaak weg via de eigen restafvalcontainer.
Na invoering van het nieuwe Afvalbeleid zou dit kunnen leiden tot een hogere afvalstoffenheffing. Dit is niet reëel of wenselijk. We zijn blij met en trots op onze zogeheten “Lansingerdoeners”, die zich inzetten voor een schone buitenruimte en willen hen niet benadelen. Een optie die we onderzoeken is dat onze Lansingerdoeners een extra minicontainer krijgen met een afwijkende kleur deksel waarvoor zij geen extra kosten betalen. Verder maken we afspraken met de buitendienst en de externe (groen)aannemers die actief zijn in de wijken. Zij halen op verzoek bij geregistreerde vrijwilligers het verzamelde zwerfvuil weg. We halen ondanks het nieuwe Afvalbeleid de gestelde doelen niet. Het kan zijn dat we ondanks het invoeren van het nieuwe Afvalbeleid de gestelde doelen niet halen. Indien dit gaandeweg de looptijd duidelijk wordt, zijn er instrumenten die we in kunnen zetten om alsnog de gestelde doelen binnen handbereik te krijgen en te behalen. Denk aan het verlagen van de inzamelfrequentie van het restafval, het apart en/of intensiever inzamelen van afvalfracties die nog in het restafval aanwezig zijn (zoals GFT, luiers maar ook aan kleine elektrische apparaten) en het intensiever inzetten van de Afvalcoaches.
De mondiale wereld van afvalverwerking staat onder druk, dit kan leiden tot schommelingen in tarieven. Er is een risico dat de genoemde financiële voordelen niet gehaald worden. De druk op de afvalmarkt is groot, bij nieuwe aanbestedingen kunnen de verwerkingskosten stijgen. Ook de vergoedingen voor waardevolle grondstoffen staan onder druk en kunnen verder afnemen, dan waar in de berekeningen rekening mee gehouden is. Daarnaast bestaat de kans dat het Rijk de verbrandingsbelasting de komende jaren verhoogt. Door de maatregelen die wij treffen neemt het restafval af, dus dat heeft een positief effect. Echter, de verwerkingskosten zijn ook gebaseerd op een verwachte daling van de hoeveelheid (rest)afval. Hoeveel afval er daadwerkelijk verminderd wordt is afhankelijk van menselijk gedrag. Daardoor blijven de besparingen een schatting. We lopen het risico op de “Diftar-paradox” Met de invoering van gedifferentieerde tarieven voor het restafval is een deel van de Afvalstoffenheffing die we innen afhankelijk van de hoeveelheid restafval. Als de inwoners minder restafval aanbieden dan verwacht, zijn de variabele inkomsten te laag om alle kosten te dekken, dit noemt men de “Diftar-paradox”. Door de juiste balans te vinden in het vaste en het variabele deel van de Afvalstoffenheffing gaan we deze paradox tegen.
Desondanks is het niet uit te sluiten dat er jaren zijn waarbij de geinde heffing de gemaakte kosten niet volledig dekt. Ervaring in andere gemeenten in Nederland leert ons dat het voor het behalen van de gestelde doelen niet nodig is het variabele deel van de heffing hoog te maken. Een kleine financiële ‘prikkel’ is voldoende om mensen in beweging te krijgen en ze beter het afval te laten scheiden. De tarieven stelt de Raad vast doormiddel van de Verordening Afvalstoffenheffing.
5.4
Stappenplan invoering + voorgestelde planning
De invoering van het nieuwe Afvalbeleid heeft een grote impact op de inwoners. De invoering moet daarom zorgvuldig gebeuren. Dit is een belangrijke reden om te kiezen voor een aanpak waarbij we de tijd nemen om te communiceren naar onze inwoners en het gesprek met hen aan te gaan over het nieuwe beleid. De doorlooptijd na vaststelling van het Afvalbeleid is circa een 1 jaar. We hanteren het principe dat zorgvuldigheid gaat voor snelheid en dat het de voorkeur heeft de nieuwe tarieven in te voeren aan de start van een nieuw kalenderjaar. We koersen daarom af op de startdatum van 01-01-2023. Voor de daadwerkelijke invoering gaan we wel aan de slag met de communicatie richting en participatie met onze inwoners. Onderstaand het volledige stappenplan. Stappenplan 1. Vaststellen nieuw Afvalbeleid door de Raad 2. Uitwerking Uitvoeringsplan Afvalbeleid door het College 3. Afronden project hoogbouw (hiermee zorgen we dat alle inwoners dicht bij huis GFT kunnen scheiden en een goede restafvalvoorziening hebben) a. Plaatsen ondergrondse containers voor restafval b. Plaatsen inzamelmiddel voor de gescheiden inzameling van GFT c. Promoten gescheiden inzamelen oud papier en karton bij appartementencomplexen(inpandig)
d. Promoten gescheiden inzamelen PMD bij appartementencomplexen (inpandig of via zakken aan kroonringen) 4. Start project “Vlekkenplan ondergrondse containers grondstoffen” (hiermee zorgen we dat de spreiding van de inzamelmiddelen voor de grondstoffen zoals glas, papier, PMD en textiel op orde is) 5. Controle op juistheid alle gegevens (onder andere containerregistraties), vastleggen afspraken met betrokken partijen als inzamelaar, SVHW, etc. 6. Vaststellen regels ten aanzien van omgang met privacygevoelige informatie (Raadsbesluit) 7. Introduceren/aankondigen nieuwe Afvalbeleid bij inwoners communicatiecampagne a. Start communicatiecampagne; b. Start participatietraject met onder andere; i. Benaderen specifieke doelgroepen (mensen met incontinentiemateriaal, gezinnen met luiers, inwoners met lage inkomens) ii. Organiseren inloopavonden iii. Opleiden en inzetten Afvalcoaches iv. Openstellen specifiek mailadres voor vragen/opmerkingen 8. Vaststelling Afvalstoffen Verordening (Raadsbesluit) 9. Vaststelling tarieven via de Verordening afvalstoffenheffing (Raadsbesluit) 10. Start invoering nieuw Afvalbeleid a. Invoeren variabel tarief voor restafval; voor minicontainers + ondergrondse restafvalcontainer b. Heffing via SVHW volgens nieuwe afspraak met extra heffingsregel op de heffing c. Communicatiecampagne loopt door d. Intensiveren inzet Afvalcoaches e.
Inzet handhavers bij controles van de kwaliteit en bij afval-bijplaatsingen i. In jaar 1 van het nieuwe Afvalbeleid intensiveren we de inzet van de handhavers. 11. Rapportage Rapportage geschiedt via onze reguliere planning en control-cyclus. Doorkijk 2025 en verder Omdat het nieuwe Afvalbeleid ingrijpend is, een gedegen aanloopperiode nodig heeft en we na 2 jaar pas goed kunnen evalueren, stellen we het beleid vast tot 31 december 2025. Op basis van het scenario-onderzoek en toekomstige ontwikkelingen, verwachten wij dat we eind 2025 een scheidingsresultaat van 75% of hoger hebben en onder de 100 kilogram per inwoner per jaar uit komen. Op basis van de resultaten in 2024 maken we een start met de plannen voor het volgende Afvalbeleid en de daarbij behorende doelstellingen. Dit nieuwe beleid heeft als gewenste ingangsdatum 01-01-2026. In het nieuwe Afvalbeleid dat in gaat in 2026 zetten wij de volgende stap op weg naar volledig circulair en 0 kilogram restafval in 2050.
Bijlage 1: Samenvattende tabel scenario-onderzoek indicator
oude prognose 2019 na volledige uitrol optimalisatie
Realisatietermijn
referentie nascheiden verlaging omgekeerd invoering omgekeerd + (2022: na PMD uit inzamel- inzamelen variabel tarief invoering volledige restafval * frequentie restafval variabel tarief uitrol (diftar) restafval (diftar) optimalisatie)
benodigde voorbereidings- en implementatietijd per 1-1 implementatie gereed (bij besluitvorming Q1 2021)
onbekend
6 maanden
1,5 jaar
1 jaar
1,5 jaar
2026
2022
2023
2023
2023
Kg's restafval en scheidingspercentage totale hoeveelheid afval (kg/inw/jr) hoeveelheid gescheiden afval (kg/inw/jr) hoeveelheid ongescheiden fijn restafval (kg/inw/jr) hoeveelheid ongescheiden grof restafval (kg/inw/jr) hoeveelheid ongescheiden restafval (kg/inw/jr) scheidingspercentage
440
505
505
505
505
505
505
253
295
299
321
328
359
368
166
190
186
164
157
104
96
21
21
21
21
21
21
21
187
210
207
185
178
125
117
57%
58%
59%
63%
65%
71%
73%
-
-
++
+
++
+
+
-
-
--
-€ 11
-€ 14
-€ 18
-€ 18
-€ 30
€6
€0
-€ 5
-€ 9
-€ 21
€ 140.000
€ 50.000
€ 640.000
€ 330.000
€ 820.000
€0
€0
€0
€0
€0
-
-
---
--
----
Service ervaren serviceniveau: gescheiden aanbieden van grondstoffen ervaren serviceniveau: aanbieden van restafval Kosten extra gemeentelijke kosten excl. eenmalige kosten (hh/jaar) extra gemeentelijke kosten excl. eenmalige kosten (hh/jaar), rekeninghoudend met nieuw tarief restafval vanaf 1-1-2026 ** eenmalige (invoerings)kosten (afgerond op € 10 k) benodigde investeringen (afronding € 10 k) Organisatorische consequenties gevraagde inspanning vanuit eigen organisatie (inspanning = '-')
* Afhankelijk van beschikbare capaciteit en contractvorming met installatie in de regio die restafval van Lansingerland accepteert.
** Aanname stijging verwerkingstarief, evt. inclusief nascheiding, met € 30 per ton restafval.
Toelichting op de tabel: 1) De tabel betreft de geactualiseerde situatie op basis van cijfers (tonnages en tarieven) uit 2020 en 2021. 2) Onder de kop Kosten staat er op diverse plekken een (-) minteken, dit houdt in dat het hier gaat om een verlaging van de gemiddelde kosten per huishouden (hh).
Bijlage 2: Kosten implementatie Afvalbeleid Kostensoort
Projectkosten + onvoorzien Totaal
2021 2022 2023 Dekking € 25.000,00 € € - Uit lopende begroting 2021 € 50.000,00 € - Begroting 2022, dekking via de Afvalstoffenheffing € € € 50.000,00 Begroting 2023, dekking via de Afvalstoffenheffing € 25.000,00 € € - Via Zomerrapportage, dekking uit Algemene Reserve € € 25.000,00 € - Begroting 2022, dekking via de Afvalstoffenheffing € 50.000,00 € € - Via Zomerrapportage, dekking uit Algemene Reserve € € € 25.000,00 Begroting 2023, dekking via de Afvalstoffenheffing € 100.000,00 € € - Via Zomerrapportage, dekking uit Algemene Reserve € 50.000,00 € - Begroting 2022, dekking via de Afvalstoffenheffing € € € 50.000,00 Begroting 2023, dekking via de Afvalstoffenheffing € 200.000,00 € 125.000,00 € 125.000,00
Totaal uit lopende begroting Totaal via Zommerrapportage 2021 Totaal via Begroting 2022 Totaal via Begroting 2023
€ 25.000,00 € 175.000,00 € 125.000,00 € 125.000,00
Kosten communicatie Kosten facturatiesysteem Controle containerbestand Extra inzet handhaving