CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

T21.01273 concept nota van beantwoording RES concept beantwoording wensen en bedenkingen RES Lansingerland 1 februari 2021

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Reactie op wensen en bedenkingen RES2.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 9

Organisatie Lansingerland

Onderwerp/steekwoorden Aandacht voor een aantrekkelijk aanbod voor glastuinbouw

Korte formulering

Toelichting Thema Zoals terecht in het document beschreven is, kan met verdere toepassing van collectieve warmte in de Warmte glastuinbouw een enorme reductie van aardgasverbruik en CO2-emissies worden gerealiseerd in deze regio. Belangrijkste uitgangspunt daarbij is dat de propositie van restwarmte niet onaantrekkelijk moet zijn t.o.v. de (aardgas)referentie. Wij vinden het van groot belang dat we bij het gebruik van restwarmte in het warmtenet geen afhankelijkheid, en daarmee een lock-in, van fossiele warmtebronnen creëren. Daarnaast mag het gebruik van restwarmte in het warmtenet geen financiële prikkel opleveren die milieubelastende warmteopwekking stimuleert. Het totaalpakket van wetgeving, stimuleringsmaatregelen en belastingen dient derhalve afgestemd te worden tot één aantrekkelijk pakket om de transitie te stimuleren. Denk hierbij aan SDE++, Opslag Duurzame Energie etc. Dit is nu niet altijd het geval. Wij roepen op om deze noodzaak sterk te verwoorden in de RES.

Antwoord Om tot een optimale uitrol van het transportnet te komen dient er ingezet te worden op een nauwe samenwerking tussen de transitie in het glastuinbouwgebied en de gebouwde omgeving. Deze twee opgaven kunnen elkaar daarmee versterken en zorgen voor versnelling en optimalisatie van de warmtetransitie. Op dit moment is de business case voor het transformeren van de warmtevoorziening voor glastuinbouw en gebouwde omgeving veelal niet positief en dus lastig haalbaar. De betaalbaarheid voor de eindgebruikers is niet gegarandeerd. Enerzijds kan dit verbeterd worden door wet- en regelgeving, anderzijds vraagt dit effectieve financierings- en bekostigingsinstrumenten. Het in kaart brengen van de benodigde randvoorwaarden en sturingsinstrumenten is daarom een belangrijk onderdeel van de RES 1.0. In de RES 2.0 worden de benodigde instrumenten aan de hand van concrete casussen nader uitgewerkt. Deze zullen zeker ook betrekking hebben op juist de belangrijke samenhang in de lokale en regionale warmtetransitie en tussen glastuinbouw en de gebouwde omgeving.

10

Lansingerland

Lokaal draagvlak voor de energietransitie

Bij het uitwerken van de concept RES naar de RES 1.0 zien wij lokaal draagvlak meer gepositioneerd als randvoorwaarde voor het welslagen van de totale regionale opgave die de RES is.

In de concept RES zien wij op meerdere plekken het belang van vroegtijdige procesparticipatie en financiële Communicatie participatie (bv. lokaal eigendom) terugkomen, maar veelal als randvoorwaarde om opweklocaties mogelijk te kunnen maken. Wij zien lokaal draagvlak als een zeer belangrijke, zo niet de belangrijkste, voorwaarde voor het welslagen van de algehele energietransitie. Vanuit die optiek zou lokaal draagvlak ook een plek moeten krijgen in de RES 1.0: als belangrijke randvoorwaarde voor het slagen van die RES. Participatie is onontbeerlijk om dat draagvlak te kunnen bereiken, vooral in een relatief dicht bebouwd en dicht bevolkt stukje Nederland. Wij verwijzen in dit verband ook naar de op 8 mei jl. aan meerdere regiopartijen gezonden brief van EnergieSamen en de NMZH over dit onderwerp. De daarin opgenomen handreiking voor het vroegtijdig organiseren van participatie in het kader van de RES, onderschrijven wij.

Draagvlak en acceptatie van belanghebbenden zijn inderdaad belangrijke voorwaarden voor het slagen van de energietransitie. (Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten ingezet worden. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht (inclusief breed bruikbare producten). In de RES 1.0 wordt aandacht besteed aan de invulling van proces- en projectparticipatie zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak. Bij die kennisoverdracht en de invulling in de RES 1.0 zijn EnergieSamen en NMFZH betrokken. Dat geldt voor de productie van elektriciteit maar ook voor warmteprojecten.

11

Lansingerland

Betaalbaarheid van de energietransitie

In de RES 1.0 wensen wij duidelijk terug te lezen hoe het betaalbaarheidsprincipe geborgd wordt, met name met het oog op huishoudens met een kleinere portemonnee.

Het principe van betaalbaarheid wordt meerdere malen –terecht– genoemd als één van de leidende principes bij Algemeen de regionale aanpak van de energietransitie. Daarin herkennen wij duidelijk een belangrijk punt zoals neergelegd in het Energieperspectief 2050. Uit de concept RES wordt echter onvoldoende duidelijk hoe dat geborgd wordt. Onvoldoende duidelijk is nu hoe de betaalbaarheid van de energietransitie een rol speelt in afwegingen die nog gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld ten aanzien van de Regionale Structuur Warmte en installaties voor grootschalige opwek rekening houden met dit aspect. Specifiek vragen wij aandacht voor de gevolgen die de RES heeft (of kan hebben) voor huishoudens met een kleinere portemonnee. In iedere stap die we als samenleving de komende decennia zetten in de energietransitie, dienen we oog te houden voor de gevolgen voor kwetsbare groepen. In de RES 1.0 zien wij dan ook graag terug hoe het principe van betaalbaarheid geborgd moet worden in toekomstige keuzes, waarbij er expliciete aandacht geschonken moet worden aan huishoudens die nu al moeite hebben hun energierekening te betalen.

12

Lansingerland

Optrekken met ministeries om unieke kans van warmterotonde voortvarend te realiseren

Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor inwoners, voor bedrijven, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Wel wordt bij warmte onderzocht wat belangrijke instrumenten zijn om die betaalbaarheid te borgen. T.b.v. de Regionale Structuur Warmte (RSW) zijn scenario's uitgewerkt. Bij deze scenario's is mede gekeken naar de verschillen in maatschappelijke kosten tussen de verschillende scenario's voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Op basis van de scenario's zal in de RES 1.0. een richtinggevend toekomstbeeld voor een regionale warmtestructuur 2050 worden opgenomen, die in de komende jaren verder moet worden uitgewerkt. Aandachtspunt hierbij is de belangrijke samenhang met en de randvoorwaarden voor de glastuinbouw. Vanuit de Uitvoeringslijn warmte onderschrijven we het belang van een stevige samenwerking van overheden en overige betrokken partijen. Om te zorgen dat de uitkomsten van de RES en het ontwerp Warmtesysteem Zuid-Holland (WTSZH) realistisch en robuust zijn, is er vanuit de RES met de Gasunie (en provincie) een basis gelegd voor samenwerking.

Dit heeft geleid tot afstemming bij het delen van data, en de resultaten van onderzoek. De vervolgstap voor de RES 2.0 is om met landelijke partijen af te tasten of er tot een gezamenlijke agenda kan worden gekomen waar alle relevante partijen die betrokken zijn, zoals ook de Rijksoverheid, onderdeel van zijn. Voor de studies die leiden tot de Regionale Structuur Warmte is samenwerking gezocht met Energiebeheer Nederland en InvestNL. Ook is er vanuit de regio gebruik gemaakt van de consultatie op het ontwerp van de Wet Collectieve Warmte om juist ook het specifieke van de regionale samenhang en integratie te benadrukken en een betere plek te geven in het wetsontwerp.

Wij onderschrijven het feit dat de kans voor verduurzaming door de warmterotonde van unieke omvang in Nederland is. Dit vraagt echter een zeer complex proces en grote investeringen, zoals ook adequaat beschreven in het document. Iedere overheid heeft hierin zijn eigen rol. Dit kan alleen voortvarend en succesvol worden gerealiseerd als deze overheden nauw samenwerken. We zouden dan ook graag zien dat een proactieve nauwe samenwerking, met name met de rijksoverheid, er prominenter in komt. Zo is het bijvoorbeeld niet ondenkbaar dat dit netwerk door zijn grootte niet goed aansluit bij reguliere wetgeving en subsidieregelingen. Hier kan maatwerk nodig zijn om de kansen in dit gebied te verzilveren. Inzichtelijk maken welke randvoorwaarden ontbreken, of op welke aspecten wordt gewacht, is wat ons betreft een formulering die deze gewenste nauwe samenwerking nog onvoldoende weerspiegelt.

1

Warmte

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 13

Organisatie Lansingerland

Onderwerp/steekwoorden Draagkracht van het landschap

Korte formulering Ook in het vervolgtraject naar de RES 1.0 wensen wij blijvende aandacht voor waar wij ons als regio comfortabel bij voelen ten aanzien van de ruimtelijke implicaties van de grootschalige opwek van duurzame energie.

Toelichting Thema Wij onderschrijven de gekozen werkwijze om bij de totstandkoming van zoekgebieden uit te gaan van de Elektriciteit draagkracht van de landschapstypen die wij hebben in onze regio. Dit is een essentieel vertrekpunt om de latere ruimtelijke inpassing van duurzame opwek op te baseren. We bepalen dan namelijk eerst wat we kunnen (en waar we ons comfortabel bij voelen), in plaats van te redeneren vanuit hetgeen we moeten. Tegelijkertijd willen wij niet dat deze werkwijze ertoe leidt dat moeilijke keuzes vooruit worden geschoven of dat er standaard voor de makkelijkste optie wordt gekozen. Realisme is verstandig, maar in de brede transitie moeten we wel degelijk veel, en zal een bepaald gevoel van comfort soms moeten wijken. Bij het uitwerken van de concept RES naar de RES 1.0 wensen wij een voortzetting van de gekozen realistische benadering van dit vraagstuk, waarbij er wel duidelijk wordt aangegeven onder welke omstandigheden het comfort (de draagkracht van het landschap) dient te wijken in het licht van de enorme opgave waar we voor staan.

14

Lansingerland

Toevoegen risicoparagraaf

In de RES 1.0 verwachten wij een risicoparagraaf terug te zien.

De concept-RES gaat weliswaar op verschillende plekken in op enkele specifieke risico’s (bv.: vollooprisico v.w.b. warmte, of netverzwaring v.w.b. elektriciteit) maar ontbeert een integrale risicoparagraaf met mitigatiemaatregelen. Om lokaal een goede afweging te kunnen maken over het al dan niet vaststellen van de RES 1.0, is een duidelijk overzicht van alle bij de RES behorende risico’s noodzakelijk.

15

Lansingerland

Meer aandacht voor energiebesparing

In de RES 1.0 wensen wij meer specifieke aandacht voor energiebesparing.

De concept-RES gaat hoofdzakelijk over te maken keuzes ten aanzien van duurzame opwek en Warmte warmtevraagstukken. Dat is begrijpelijk, maar in onze beleving wordt er te weinig aandacht geschonken aan de rol van energiebesparing, terwijl dit een onmisbaar onderdeel van het bestrijden van de klimaatcrisis is. In de RES 1.0 zien wij dan ook graag explicieter terugkomen welke rol energiebesparing moet hebben in de regionale energiestrategie, waarbij in ieder geval duidelijk wordt welke rol de regio daarin speelt en waar de gemeente en eventuele andere lokale partijen een verantwoordelijkheid hebben.

Terecht wordt aangegeven dat energiebesparing een onmisbaar onderdeel is van de aanpak van de energietransitie, ook in onze regio. In de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C); dit is gebaseerd op de eerdere analyse van de RES partijen, welke is vastgelegd in het document 'Energieperspectief 2050 - Energiestrategie regio Rotterdam Den Haag', dat als bijlage bij het concept-RES is opgenomen. In de scenario-analyses die voor het onderdeel warmte ten grondslag liggen aan de RES 1.0 is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. 27% energiebesparing. In de RES 1.0 zullen we aan het belang van een onderwerp nadrukkelijk aandacht geven. De regionale afspraak is dat de isolatie-aanpak primair een rol is van de gemeenten; in de gemeentelijke beleidsplannen, waaronder de TVW wordt daaraan invulling gegeven. Onderlinge samenwerking vindt daarbij bijvoorbeeld plaats bij de regionale energieloketten en de taakuitschrijving van de omgevingsdiensten t.b.v. de naleving van de wettelijke verplichting voor energiebesparing door bedrijven. Tegelijkertijd merken wij een behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Voorzien is om in het traject van de RES 2.0, (2023) met de gemeenten te verkennen of een specifiekere aanpak voor de regio bij het onderwerp energiebesparing gewenst is.

16

Lansingerland

Meer aandacht voor rol van regionale overheden

In de RES 1.0 wensen wij meer specifieke De RES heeft een regionaal karakter, terwijl het grootste deel van de hieruit voortvloeiende Algemeen aandacht voor de sturende en/of uitvoeringsvraagstukken bij de betrokken gemeenten komen te liggen. Dat is begrijpelijk, gelet op o.a. het coördinerende rol van regionale overheden principe van lokaal draagvlak, maar toch achten wij een vorm van regionale sturing of coördinatie van belang. Zo voorkomen we dat iedere partij ‘’slechts zijn gedeelte oppakt’’, zonder oog te houden voor de bredere opgave. Als suggestie geven wij mee in de RES 1.0 de eventuele rol van de provincie in dat verband te onderzoeken en te duiden.

Wij onderschrijven deze wens. De RES is een proces en product van de partijen. De kracht daarbij ligt erin dat regionaal is gezocht naar kansen zodat deze benut kunnen worden voor lokale aanpak. Tegelijkertijd kan iedere gemeente voor zich een lokale aanpak vormgeven, sterker dat is al geruime tijd goed op weg en mét resultaten. Er zijn echter gezamenlijk ambities geformuleerd, zowel op kwantiteit als kwaliteit. Dat vraagt derhalve een coördinatierol op regionaal niveau voor de looptijd van het Klimaatakkoord. Dat geldt b.v. voor de betrokkenheid van inwoners en 50% lokaal eigendom als ook hoe e.e.a. aan blijft sluiten op de regionale visie. Het gaat ook om doelrealisatie, blijven we op koers? Daarbij werken we aan een monitoringsmechanisme en het voorstel is om de governance, waar ook de provincie in zit voort te blijven zetten tot einde 2030. Van belang is dat al deze inspanningen voor wat betreft opwek van elektriciteit ertoe moeten leiden dat uiterlijk in 2025 vergunningen moeten zijn verleend.

2

Algemeen

Antwoord Ook in de RES 1.0 is inderdaad de potentiële (nieuwe) opwekking van duurzame elektriciteit benaderd vanuit de draagkracht van het landschap. Gedurende het nader uitwerken van zoekgebieden (ook na de RES 1.0) staat de haalbaarheid, het draagvlak, de netimpact en de ruimtelijke inpassing centraal. Zo blijft de draagkracht van het landschap centraal staan, ook wanneer de realisatie gaat schuren met de ambitie. Als regio blijven we er op richten dat er vanuit ruimtelijke kwaliteit gekeken wordt naar realisatiekansen, ook voor nieuwe/extra ontwikkelingen. Dat zal tevens van gemeenten vragen om daar waar locatieontwikkelingen complexer zijn, b.v. vanwege diverse belangen die afgewogen moeten worden en/of er gewerkt moet worden aan verbetering van draagvlak, daar óók voortvarend op wordt ingezet. Zo wordt voorkomen dat de opgave onnodig wordt doorgeschoven, in tijd of naar elders. We onderschrijven dat het van belang is om integraal naar risico's te kijken en deze daar waar van toepassing te adresseren. Er wordt aandacht aan besteed in een algemene risicoparagraaf en de specifieke risico's per uitvoeringslijn zijn in de desbetreffende hoofdstukken benoemd. In het hoofdstuk Systeemsamenhang is een risicoparagraaf opgenomen, die meer algemeen en beschouwend van aard is.

In het hoofdstuk Warmte zijn risico's zoals het vollooprisico in relatie tot de benodigde instrumenten opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=741ac2f0-3149-437c-8712-1798d47b7ad8