T21.00265 Ruimtelijke Adaptatie Strategie
Tekst van het document
December 2020
T21.00265
Ruimtelijke Adaptatie Strategie Lansingerland
Zo bereiden wij ons voor op klimaatverandering. Samen voor een weerkrachtig Lansingerland. Gemeente Lansingerland
Inhoudsopgave 1 INLEIDING
06
1.1 Doelstelling 1.2 Kader 1.3 Leeswijzer
07 07 08
2 HUIDIGE SITUATIE 2.1 Klimaatverandering wereldwijd 2.2 Klimaatverandering in Nederland 2.3 Analyse van het watersysteem van gemeente Lansingerland 2.4 Effecten van klimaatverandering in Lansingerland 2.5 Wateroverlast 2.6 Hitte 2.7 Droogte 2.8 Overstroming
09 09 10 10 11 13 14 15 17
3 DOELSTELLING & DOELEN
18
3.1 Doelstellingen 3.2 7 ambities 3.3 Doelen 3.3.1 Wateroverlast 3.3.2 Hitte 3.3.3 Droogte 3.3.4 Overstroming
18 19 20 20 21 22 22
4 AANPAK
23
5 FINANCIËLE CONSEQUENTIES
25
6 BOUWSTENEN VOOR DE UITVOERINGSAGENDA
28
VOORWOORD
4
GEMEENTE LANSINGERLAND
Voorwoord We moeten ons aanpassen aan een ander klimaat.
Lansingerland is de laatste 30 jaar natter geworden en buien zijn heftiger. Hittegolven komen vaker voor en er zijn steeds langere periodes van droogte. Burgers, bedrijven en overheid investeren in aardwarmte, zonnepanelen en elektrische auto’s om hun CO2uitstoot te verminderen, maar we kunnen het tij niet volledig ke ren. We moeten ons dus wel aanpassen aan een ander klimaat. Hoe? Dat leest u in deze Ruimtelijke Adaptatie Strategie Lansingerland.
Mijn vraag aan u is: doet u met ons mee? We staan voor drie uitdagingen. Ten eerste, waterschade tegengaan: van ondergelopen straten en volgelopen kelders tot overbelaste riolen. De oplossing is vertraagde waterafvoer. Met andere woorden: vergroen uw dak, koop een regenton, kies in uw tuin voor groen of voor water doorlatende tegels en koppel de regenpijp af van de riolering. Hittebestendigheid is de tweede uitdaging: vooral ouderen en jonge kinderen hebben te lijden onder hoge temperaturen. Van Zuid-Europa kunnen we leren hoe het ook kan, denk aan al die heerlijk beschaduwde jeu-de-boulesveldjes waar je ook op een hete dag graag vertoeft. Daarom gaan we voor: voldoende schaduw op verblijfsplekken en langs wandel- en fietspaden. Met (lei-)bomen en waterelementen wordt het alleen nog maar aantrekkelijker. Droogte ten derde, brengt schade toe aan natuur, tuin- en akker bouw. De oplossing is daar gelegen in zoveel mogelijk infiltratie van neerslag in de bodem en opvang in vijvers en bassins. Immers: wat je niet afvoert via het riool, Rotte en Maas, hoef je later niet aan te voeren. Samenvattend: iedereen kan concreet bijdragen aan een klimaatadapatief Lansingerland, met als wenkend perspectief nog groenere, koelere en meer waterrijke wijken!
Namens het gemeentebestuur, Jan-Willem van den Beukel Wethouder Duurzaamheid
5
INLEIDING
1. Inleiding We beschrijven hoe wij de gemeente zo klimaatbestendig mogelijk maken.
De voorliggende strategie heeft als vertrekpunt de Nationale Adaptatie Strategie (NAS) en het Deltaprogramma en als onderdeel hiervan het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. De NAS beschrijft welke gevolgen de klimaatverandering teweegbrengt voor de sectoren landbouw, gezondheid, infrastructuur, recreatie en toerisme en hoe hiermee omgegaan kan worden. Het Deltaprogramma moet Nederland beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van extreem weer. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie stelt hoe álle Nederlandse overheden in actie komen om alle gebieden onder hun verantwoordelijkheid zo klimaatbestendig mogelijk te maken. Het Deltaprogramma 2021+ herijkt en herbevestigt deze ambities. In deze Ruimtelijke Adaptatie Strategie Lansingerland beschrijven wij hoe wij als gemeente dit gaan doen.
Het veranderende klimaat vraagt ons op twee manieren in beweging te komen. Enerzijds met klimaatmitigatie: het terugdringen van broeikasgassen en daarmee het voorkomen van verdere klimaatverandering. In onze visie Duurzaam Lansingerland hebben we de doel stelling voor de energietransitie geformuleerd: In 2050 is Lansingerland CO2-neutraal.
6
In deze strategie richten wij ons op de andere kant van dezelfde medaille: klimaatadaptatie: het aanpassen van de leefomgeving en van ons gedrag aan de effecten van klimaatverandering. Het doel is om onze omgeving bestand te maken tegen de gevolgen van extreme regenval, overstroming, hitte, droogte en vermindering van de biodiversiteit. In onze visie Duurzaam
GEMEENTE LANSINGERLAND
Lansingerland hebben we voor klimaatadaptatie de doelstelling geformuleerd: In 2050 een klimaatproof Lansingerland. Deze strategie is mede tot stand gekomen door de inbreng van onze stakeholders door interviews, twee risicodialogen en feedback op de conceptversies. De klimaatstresstest is een belangrijke basis voor deze strategie. Het geeft ons het eerste inzicht in de kwetsbaarheid van Lansingerland voor de gevolgen van klimaatverandering.
1.1 Doelstelling De doelen geformuleerd in de bestuursovereenkomst Deltaprogramma 2014 zijn opgenomen in de doelstelling voor klimaatadaptatie in onze visie Duurzaam Lansingerland: in 2050 is Lansingerland aangepast aan de veranderingen van het klimaat. Deze strategie geeft invulling aan deze doelstelling.
1.2 Kader Wij kunnen ons hierbij richten op drie domeinen: de eigen bedrijfsvoering, de fysieke leefomgeving en de lokale economie. De mate van invloed en het effect variëren per domein.
Het effect van het verduurzamen van de gemeentelijke bedrijfsvoering is relatief beperkt, alhoewel onze invloed hier hoog is. De effecten van de gemeentelijke inrichting en het beheer van de buitenruimte en de ontwikkeling van gronden zijn veel groter en de invloed is redelijk. In het ene project heeft de gemeente veel invloed en voor het andere project moet de samenwerking gezocht wor den. Voor de lokale economie en het gedrag van inwoners en bedrijven geldt dat we invloed kunnen uitoefenen door samenwerking en in dialoog met hen. Het effect is heel groot, maar de invloed van de gemeente is in veel gevallen beperkt. Onze Ruimtelijke Adaptatie Strategie richt zich op alle drie de domeinen. In de afgelopen twee jaar hebben we al ervaring opgedaan voor deze drie domeinen door projecten als ‘Tuin van de Toekomst’, groenblauwe schoolpleinen en het ondertekenen van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen.
Het einddoel luidt: Lansingerland is aangepast aan de veranderingen van het klimaat. De maat regelen voor wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingsgevolgen worden genomen in de gehele buitenruimte: onder en boven de grond, op publiek en privaat terrein. Het gaat om groenblauwe maatregelen en de traditionele ‘harde’ natte infrastructuur.
Gemeentelijke bedrijfsvoering
Grondgebied Ontwikkeling & beheer
Lokale economie Inwoners & bedrijven
Invloed hoog
Invloed redelijk
Invloed beperkt
Effect beperkt
Effect redelijk
Effect hoog
Figuur 1. Invloedsgebieden van de gemeente (Bron: Duurzaam Lansingerland (2018))
7
INLEIDING
De opzet van deze strategie is zodanig dat het aansluit bij de Omgevingsvisie van Lansingerland en de Groen blauwe landschapsvisie. We willen ook aansluiten bij de regio door samen te werken binnen MRDH-gebied in de werkregio Delfland1. In deze werkregio staan klimaat adaptatie en de Impulsregeling centraal. Wij willen op termijn aansluiting zoeken bij de RES (Regionale Energie Strategie). De voorliggende adaptatiestrategie is geen vaststaande blauwdruk, maar een lerende strategie. We leren door jaarlijks te evalueren en door de strategie indien nodig aan te passen. Bijvoorbeeld bij nieuwe kennis, lessen uit de gebiedsdialogen en ander voortschrijdend inzicht. Zo kunnen we meebewegen met langetermijntrends en met de acute ontwikkelingen.
1.3 Leeswijzer De opzet van onze strategie is als volgt. Hoofdstuk 2 bestaat uit een analyse van de stand van zaken van onze gemeente. Een analyse van de water systemen, de diverse peilgebieden en de knelpunten die zich voordoen. Vervolgens geven wij aan wat klimaatver andering inhoudt en welke effecten wij in onze gemeen te kunnen verwachten.
8
1
Werkregio Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie
In hoofdstuk 3 verwoorden wij onze doelstelling en concrete doelen. Wij geven aan waar we nu staan en wat ons nog te doen staat. Hoofdstuk 4 beschrijft onze aanpak. Hoe gaan we de concrete doelen realiseren? Hoofdstuk 5 behandelt de kosten en de baten en hoe we de adaptieve maatregelen gaan bekostigen. In hoofdstuk 6 geven we een aanzet voor een uitvoe ringsagenda. Wat gaan we doen, wanneer, met wie en wat zijn de kosten en de baten? Naast dit hoofddocument is er ook een Achtergrondrap portage Ruimtelijke Adaptatie Strategie Lansingerland, waarin dieper wordt ingegaan op de materie. Hierin is ruimte voor het verder inzoomen op de gevolgen van de verschillende thema’s per gebied waar klimaatknel punten te verwachten zijn. Ook is een eerste aanzet gegeven voor het formuleren van ambities per gebieds type, wat de input is voor bouwsteen 1, de ambitie dialoog. Vervolgens zijn achter deze rapportage de stresstest kaarten opgenomen. Verder zijn er een tweetal bijlagen toegevoegd. De eerste bijlage is hoofdstuk 5 uit de visie Duurzaam Lansingerland over klimaatadaptatie. De tweede bijlage is een rapport met daarin de financiële instrumenten voor klimaatadaptief bouwen zoals voortgekomen uit een verkenning voor het Convenant Klimaatadaptief Bouwen door Deloitte.
GEMEENTE LANSINGERLAND
2. Huidige situatie We moeten ons voorbereiden op een ander klimaat.
2.1 Klimaatverandering wereldwijd
Ons klimaat verandert en de aarde warmt op. In deze eeuw hebben we de tien warmste jaren, ooit gemeten wereldwijd, beleefd (zie figuur 2). De effecten hiervan worden steeds meer zichtbaar. Zo stijgt de zeespiegel en worden de weersomstandigheden extremer. Hoewel het klimaat geleidelijk verandert en het tempo onzeker is, wijzen alle scenario’s van het KNMI ons erop dat we ons moeten voorbereiden op een ander klimaat.
+1.25 oC
+1.0 oC
2009
2005
2013
2010
2014
2018
2017
2015
2019
2016
Figuur 2. De 10 warmste jaren ooit gemeten wereldwijd 9
HUIDIGE SITUATIE
2.2 Klimaatverandering in Nederland Sinds het begin van de metingen in 1901 is de gemid delde jaartemperatuur in Nederland met ruim 2°C toegenomen, waarvan de laatste drie decenia verant woordelijk zijn voor 1.1°C van deze toename (Bron: KNMI klimaatdashboard 2021). Daarnaast nam tussen 1910 en 2013 de jaarlijkse neerslag in Nederland toe met 26% (KNMI klimaatscenario’s 2014). Deze trends laten zien dat klimaatverandering niet alleen iets van de toekomst is, maar waar we ook nu al mee geconfronteerd worden. De klimaatscenario’s van het KNMI2 geven aan welke kli maatveranderingen in Nederland in de toekomst plausibel zijn. Naast het heden valt te verwachten dat de trends in klimaatverandering doorgetrokken kunnen worden naar de toekomst. Volgens alle vier de KNMI scenario’s zal de stijging in gemiddelde jaartemperatuur in Nederland verder stijgen met +1°C tot +2°C in 2050. De impact van klimaatverandering is nu al merkbaar in Nederland, zoals samengevat in de te verwachten effecten in figuur 3.
De hoeveelheid jaarlijkse neerslag neemt toe evenals de intensiteit van de buien. Hittegolven komen vaker voor en er zijn langdurige droge periodes. Zie Achtergrondrapportage (H1 Klimaatverandering). In het algemeen brengen de gevolgen van klimaat verandering overlast en schade met zich mee, zoals materiële schade, economische schade en gezondheidseffecten. De gevolgen verschillen lokaal en zijn afhankelijk van de inrichting van onze gebouwde omgeving en het natuurlijk systeem. Zo zal regenwater in een gebied met relatief veel verharding sneller voor overlast of schade zorgen dan in een gebied met veel groene voorzieningen en oppervlaktewater. Regenwater kan ook minder makkelijk wegzakken in de grond (infiltreren) in gebieden waar de grondwaterstand hoog is.
Wateroverlast: er valt meer neerslag en buien worden intensiever waarbij er meer neerslag valt in kortere tijd.
Droogte: de periodes zonder neerslag worden langer.
Hitte: het wordt warmer, en de duur en intensiteit van hittegolven neemt toe.
Overstroming: de zeespiegel en rivierstanden stijgen.
Figuur 3. Klimaateffecten (Bron: Kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie)
10
2.3 Analyse van het watersysteem van gemeente Lansingerland
meter binnen het Hoogheemraadschap Rijnland.
De gemeente Lansingerland ligt zoals de naam al aangeeft (Lansingh betekent landscheiding) op een landscheiding en valt daardoor ook binnen twee verschillende waterschappen zoals in figuur 4 met zwarte lijnen is aangegeven. Daarbij valt het meer westelijk gelegen Berkel en Rodenrijs binnen het Hoogheemraadschap van Delfland en het meer oostelijke Bergschenhoek en Bleiswijk binnen het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Daarnaast valt er in het noordelijkste puntje van onze gemeente nog een aantal vierkante
Lansingerland bevindt zich in een van de diepste polders van Nederland.
2
Volgens de KNMI’14 scenario’s, zie www.klimaatscenarios.nl.
Het overgrote gedeelte van het gemeentelijk rioolstelsel bestaat uit een gescheiden of verbeterd gescheiden systeem, maar er zijn ook nog gebieden met een gemengd stelsel. Door het extremere weer is de verwachting dat ook het gemengd riool vaker zal overstorten in het oppervlaktewater, met alle risico’s voor de volksgezondheid en schade aan ecosysteem van dien. In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) worden
Figuur 4. Waterschapgrenzen
GEMEENTE LANSINGERLAND
stappen beschreven om meer inzicht te krijgen in de waterkwaliteit rondom overstorten (vanuit gemengd riool) en hemelwateruitlaten (bij gescheiden stelsels) om op basis daarvan het stelsel beter in te kunnen richten. Doordat veel buien kort en intensief zijn, werken de verbeterd gescheiden rioolsystemen niet zoals bedacht, waardoor het merendeel van het hemelwater toch wordt afgevoerd naar de Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Bij langdurige extreme regenbuien kan ook het grondwaterpeil tijdelijk hoger zijn dan wenselijk met als gevolg water in kruipruimtes. Wat we waarnemen is dat door de klimaatverandering ons huidige stedelijk watersysteem (rioolsysteem, oppervlaktewater en buitenruimte om water te bergen) achterblijft en onvoldoende voldoet om de negatieve gevolgen hiervan te reduceren.
2.4 Effecten van klimaatverandering in Lansingerland In de gemeente Lansingerland zijn voldoende voor beelden aan te halen waar problemen ontstaan door klimaatverandering. De foto’s op de volgende pagina, gecombineerd met kaarten uit onze stresstest, geven een impressie van recente extreme weersgebeurtenissen gerelateerd aan klimaatverandering. De stresstest komt op deze plekken overeen met de werkelijkheid. Bij een bui van 70 mm in 24 uur zie je in alle voorbeelden water op straat staan. De stresstest komt niet in alle gevallen overeen met de werkelijkheid, omdat het een modelmatige weergave is van de werkelijkheid. Zo is de gebruikte hoogtekaart uit 2014 niet meer actueel voor de nieuwbouwlocaties van de afgelopen jaren. In de stresstest gaat de gemeente Lansingerland ervan uit van de eerste 20 millimeter wordt afgevoerd door het riool (Dit uitgangspunt komt uit de Nationale Adaptatie Strategie), terwijl in de werkelijke situatie wellicht al aanvullende maatregelen getroffen zijn. Bijvoorbeeld aanpassingen aan het riool systeem. De stresstest geeft dus puur eerste inzichten en aanknopingspunten.
De stresstest laat zien dat verschillende plekken in Lansingerland kwetsbaar zijn voor klimaatstress. Op sommige plaatsen is er alleen wateroverlast, hittestress of droogte, maar op andere locaties zien we ook combinaties hiervan. Dit heeft al geleid tot schade voor ondernemers, inwoners of de gemeente. Zo leverden de scheuren in het fietspad op de Klapachterweg in Bleiswijk een aanzienlijke schadepost op en vanwege de veiligheid moest het fietspad tijdelijk worden afgesloten. Het jaarlijks beregenen van groenstroken, om onherstelbare schade aan de beplanting te voorkomen, is steeds meer aan de orde van de dag, terwijl de waterbeschikbaarheid in die periode juist laag is en van inwoners en ondernemers wordt gevraagd niet of minder te beregenen. De verwachting is dat dit soort extreem weer met de bijkomende kosten vaker gaat voorkomen.
De stresstest laat zien dat verschillende plekken kwets baar zijn voor klimaatstress.
En wat zijn dan de gevolgen voor de verschillende wijken, straten en pleinen in Lansingerland? Hieronder zetten we de gevolgen van de klimaat verandering in Lansingerland uiteen. We gebruiken hier voor de stresstest en de resultaten uit de risicodialogen. We gaan uit van de vier effecten: wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen. Voor ieder effect beschrij ven we de gevolgen en laten we in een overzichtskaart zien waar de gevolgen in onze gemeente plaatsvinden. In hoofdstuk 2 van de Achtergrondrapportage gaan we uitgebreider in op de gevolgen en geven wij een duiding van de verfijnde stresstestkaarten. De getoonde kaartuitsneden vertellen ons welke risico’s zichtbaar zijn op de kaarten. Ook hierin volgen we het stramien: wateroverlast-, hitte-, droogte- en overstromingsrisico.
De stresstest geeft puur eerste inzichten.
11
HUIDIGE SITUATIE
Kruising Anthuriumsingel/Hyacinthlaan, september 2018:
Stationssingel, mei 2018:
Irisweg, september 2018:
Randweg-West, juni 2016:
Figuur 5. Overzicht van eigen foto’s en uit de lokale media (Heraut, Hart van Lansingerland en Nieuws op Beeld) gecombineerd met de stresstestkaarten
12
GEMEENTE LANSINGERLAND
2.5 Wateroverlast Met het veranderende klimaat wordt het neerslagpatroon extremer. Piekbuien komen vaker voor en zijn ook steeds intenser. De gevolgen kunnen zijn dat:
Wat we waarnemen is dat het huidige stedelijke watersysteem niet voorbereid is op de gevolgen van klimaatverandering.
• straten blank komen te staan; • wegen voor de hulpdiensten en normaal verkeer onbegaanbaar worden; • er schade ontstaat aan de fysieke infrastructuur (wegen en spoor), aan gebouwen en woningen; • bij piekbuien het gemengd riool vaker zal overstorten, waardoor relatief schoon regenwater wordt vermengd met vuil rioolwater, met risico’s voor de volksgezondheid en schade aan het ecosysteem; • bij langdurige extreme regenbuien het grondwaterpeil tijdelijk hoger is dan wenselijk, met als gevolg water in kruipruimtes.
In Lansingerland zijn tien locaties geïdentificeerd met risico op schade aan gebouwen/woningen en potentieel onbegaanbare wegen, en negen locaties met een risico op onbegaanbare wegen. Zie figuur 6 en voor gedetailleerde informatie de Achtergrondrapportage in hoofdstuk 2. In al deze gevallen voldoet de capaciteit van het riool om het hemelwater af te voeren onvol doende en/of is er onvoldoende bergingscapaciteit in de buitenruimte en/of zijn beide onvoldoende onderling afgestemd. A
A
Risicogebieden waterschade aan gebouwen bij extreme neerslag en onbegaanbaarheid wegen 1 Omgeving Admiraal Helfrichplein 2 Omgeving Zorglocaties Oranjetuin
1
3 Omgeving Nachtegaallaan 2
5 6
9
7 Omgeving Wethouder Schipperstraat
10
5 6
9
I 7
8
8 Omgeving Johan van Oldebarneveltlaan
1
9 Omgeving Speenkruidstraat 10 Omgeving Anthuriumsingel
11
D
4
H
E F
C
7
8
2
G
5 Omgeving Sterrenweg 3 6 Omgeving Brandemeerplatsoen
E F
4 Omgeving Domniee van Couwenhovelaan
B 3
11 Omgeving Haverveld
Aanvullende risicogebieden onbegaanbaarheid wegen
C
A Nieuwe Hoefweg B Tunnel Hoeksekade
G
10
D
11
H
4
B
C Kruising Berkelseweg - HSL D Kruising N472 - HSL E Toegang zorgcomplex Muiderstraat
1
Risicogebieden waterschade aan I gebouwen bij extreme neerslag en onbegaanbaarheid wegen
A
Aanvullende risicogebieden onbegaanbaarheid wegen
WaterFop Kruising straat N471 - Randstadrail (inundatie in m)
G Kruising Stationssingel - Randstadrail
1 Omgeving Admiraal Helfrichplein A Nieuwe Hoefweg >0.2 H Tunnel Oudelandselaan 2 Omgeving Zorglocaties Oranjetuin B Tunnel Hoeksekade 0.1 - 0.2 3 Omgeving Nachtegaallaan C Kruising Berkelseweg - HSL >0.05 - 0.1 I Kruising Roderijseweg - Randstadrail 4 Omgeving Domniee van Couwenhovelaan D Kruising N472 - HSL 5 Omgeving Sterrenweg E Toegang zorgcomplex Muiderstraat Bij 70mm in één uur, op 6 Omgeving Brandemeerplatsoen F Kruising N471 - Randstadrail basis van hoogtespel G Kruising Stationssingel - Randstadrail 7 Omgeving Wethouder Schipperstraat oppervlakte. Water op straat (inundatie in m) 8 Omgeving Johan van Oldebarneveltlaan H Tunnel Oudelandselaan Risicogebieden waterschade aan Aanvullende risicogebieden Water op straat I Kruising Roderijseweg - Randstadrail 9 Omgeving Speenkruidstraat Herhalingstijd T=100 in 2050 A gebouwen bij 10 extreme neerslag en onbegaanbaarheid wegen (inundatie in m) Omgeving Anthuriumsingel Gebieden de achteliggende hoogtedata voor onbegaanbaarheid wegen Haverveldwateroverlast Omgeving Gebieden devan achterliggende > 0.2 0.1 - 0.2 > 0.05 - 0.1 Figuur116.
Stresstestkaart de modellering water op straat achterOmgeving Admiraal Helfrichplein A Nieuwe Hoefweg >0.2 haald is door de uitvoer van projecten hoogtedata voor de modellering Omgeving Zorglocaties Oranjetuin B Tunnel Hoeksekade 0.1 - 0.2 Omgeving Nachtegaallaan C Kruising Berkelseweg - HSL van water op straat>0.05 achterhaald - 0.1 Bij 70mm in één uur, op basis van hoogtespel oppervlakte. Omgeving Domniee van Couwenhovelaan D Kruising N472 - HSL is door de uitvoer van projecten Omgeving Sterrenweg E Toegang zorgcomplex Muiderstraat Bij 70mm in één uur, op Herhalingstijd T=100 in 2050 Omgeving Brandemeerplatsoen F Kruising N471 - Randstadrail basis van hoogtespel Omgeving Wethouder Schipperstraat G Kruising Stationssingel - Randstadrail oppervlakte. Omgeving Johan van Oldebarneveltlaan H Tunnel Oudelandselaan Omgeving Speenkruidstraat I Kruising Roderijseweg - Randstadrail Herhalingstijd T=100 in 2050 Omgeving Anthuriumsingel
13
HUIDIGE SITUATIE
2.6 Hitte Het wordt in Nederland warmer. Volgens de laatste KNMI-klimaatscenario’s zal de maximumtemperatuur in 2050 op de heetste dag van het jaar 1,0 tot 3,8 °C hoger liggen dan nu. In verstedelijkt gebied wordt het doorgaans warmer dan in het omliggende buitengebied, ofwel het urban heat island effect of het stedelijk hitte-eilandeffect. Dit komt doordat harde en/of donkere materialen zoals stenen en asfalt meer opwarmen, deze warmte vasthouden, en in de nacht afgeven. Hierdoor wordt het stedelijk gebied warmer dan het omringend landelijk gebied. De kaarten die hier gebruikt worden zijn zogenaamde PET-kaarten (Physiological Equivalent Temperature = Fysiologisch Equivalente Temperatuur), ofwel gevoelstemperatuurkaarten. Hoe ervaart een persoon een bepaalde temperatuur. Deze samengestelde waarde bestaat uit: zonnestraling (kortgolvige straling), thermische straling (van wegdek, gebouwen en open hemel), luchtvochtigheid en de windsnelheid. Zo kan de gevoelstemperatuur in Berkel centrum 46 °C zijn terwijl het op hetzelfde moment 38 °C is in de Vlinderstrik en 33 °C in een bosschage bij de Bleiswijkse Zoom.
In verstedelijkt gebied wordt het warmer dan in het omliggende buitengebied.
Lange periodes van extreme hitte kennen een grote variatie aan negatieve gevolgen. Zoals het oppervlaktewater dat overdag opwarmt en een negatief effect heeft op de waterkwaliteit, met name in de tweede helft van de zomer. Blauwalg en ziekteverwekkers als botulisme groeien nu eenmaal veel beter bij watertemperaturen boven 20 °C. Eutrofiëring (overschot aan voedingsstoffen in het water) en doorstroming zijn van grote invloed op de waterkwaliteit. Door verdamping daalt het waterpeil en daarmee neemt de watertemperatuur toe en de waterkwaliteit af.
Ten tweede kan in de zomer de ondiepe ondergrond opwarmen tot 25 ºC. Drinkwaterleidingen liggen ongeveer 1 meter onder maaiveld en nemen de warmte van de ondergrond over. Op hotspots kan de temperatuur boven de wettelijke maximumnorm van 25 ºC komen, waardoor de kwaliteit van het drinkwater in gevaar kan komen, met alle gevolgen voor de volksgezondheid van dien. Hotspots worden in dit geval meestal gevormd door warmtenetten en bodemenergiesystemen, (hoog) spanningskabels, en hogere temperaturen als gevolg van klimaatverandering, Op dit moment hebben we nog onvoldoende inzicht in hoeverre dit in Lansingerland speelt. Ten derde leidt toenemende hitte tot gezond heidsproblemen en extra sterfte onder kwetsbare groepen en tot verminderde arbeidsproductiviteit en slaapstoornissen. Dit effect noemen we hittestress. Hierdoor zal de druk op zorgvoorzieningen bij hittegolven steeds meer toenemen. We kunnen hogere sterfte- en ziektecijfers, lagere arbeidsproductiviteit verwachten en meer agressie als gevolg van de hittestress. In 2003 vielen volgens het CBS in Nederland tussen de 1400 en 2200 extra doden als gevolg van de hogere temperaturen dan gebruikelijk. Recenter in week 30 van 2019 tijdens een hittegolf overleden er ongeveer 400 personen meer dan gemiddeld in een zomerweek.
Ten vierde neemt tijdens hittegolven de koelingsbehoefte toe, waardoor de energievraag toe zal nemen voor actieve koeling, zoals airco’s van woningen en bedrijven. Dit gevolg raakt direct ons doel om minder energie te gaan gebruiken (mitigerende maatregelen) en waardoor de buitenruimte nog verder opwarmt door airco’s die warmte afgeven aan de buitenlucht. En als laatste kunnen bij hoge temperaturen brugdelen uitzetten. Beweegbare bruggen kunnen dan klem komen te zitten. In Lansingerland zijn er drie kleine beweegbare bruggen, die geen belangrijke vaarwegen kruisen. Bij hoge temperaturen kunnen pompen en gemalen (tijdelijk) uitvallen. De bemaling van riolen en polders komt dan tijdelijk stil te liggen.
Toenemende hitte leidt tot gezondheidsproblemen en extra sterfte onder kwetsbare groepen. In Lansingerland zijn zes gebieden te identificeren waar we bovenstaande risico’s kunnen verwachten door hitte. Zie figuur 7 en voor gedetailleerde informatie de Achtergrondrapportage in hoofdstuk 2.
14
GEMEENTE LANSINGERLAND
Risicogebieden hitte: gebrek aan koele plekken nabij kwetsbare voorzieningen 1 Omgeving Zorglocaties Oranjetuin 2 Centrum Bergschenhoek 3 Omgeving Laan van de Vrijheid 4 Omgeving Eiberplein 5 Omgeving Valeriusstraat 6 Centrum Berkel 7 Componistenbuurt 1 7 6 2
5
4
3
Gevoelstemperatuur (PET) en gemiddelde ervaring hittestress >51 °C
exterme hittestress niveau 3
46 °C
exterme hittestress niveau 2
41 °C
exterme hittestress niveau 1
35 °C
sterke hittestress
> 31 °C
matige tot geen hittestress
Risico uitzetting beweegbare bruggen
PET kaart op basis van voorschriften DPRA: gemiddelde gevoelstemperatuur voor het tijdvak van 12.00 - 18.00 lokale tijd voor een hete zomerdag: 1 Juli 2015. 1 1 2 3 4 5 6 7
Risicogebieden hitte: gebrek aan koele plekken nabij kwetsbare voorzieningen
Gevoelstemperatuur (PET) en gemiddelde ervaring hittestress
Omgeving Zorglocaties Oranjetuin Centrum Bergschenhoek Figuur 7. de Stresstestkaart hittestress Omgeving Laan van Vrijheid Omgeving Eiberplein Omgeving Valeriusstraat Centrum Berkel Componistenbuurt
Risico uitzetting beweegbare bruggen
>51 °C exterme hittestress niveau 3 46 °C exterme hittestress niveau 2 41 °C exterme hittestress niveau 1 35 °C sterke hittestress > 31 °C matige tot geen hittestress
PET kaart op basis van voorschriften DPRA: gemiddelde gevoelstemperatuur voor het tijdvak van 12:00-18:00 lokale tijd voor een hete zomerdag: 1 Juli 2015. Herhalingstijd T=1000 in 2004-2018, T=450 in 2050.
2.7 Droogte Door het veranderende neerslagpatroon in Nederland neemt de kans op langdurige droge periodes toe. En extreem droge zomers zullen vaker voorkomen. Door verdamping en minder neerslag dalen de grondwaterstanden en de waterstanden van de plassen, sloten en watergangen. Op verschillende plekken zien we dat het groen verandert in geel. Door de combinatie hitte, de droogte van de afgelopen jaren, plus de pandemie en thuisblijvers en thuiswerken (2020) is de afgelopen jaren de waterconsumptie in de zomermaanden enorm gestegen. Thuisblijvers bezitten steeds vaker een opzetzwembad (25% van de huishoudens) dat met gemiddeld 2400 liter drinkwater gevuld wordt. Daarnaast worden de tuinen veel besproeid, waardoor er alles bij elkaar zoetwaterschaarste ontstaat. Het gebrek aan water
3
Herhalingstijd T=1000 in 2004-2018, T=450 in 2050.
Droogteprotocollen van Hoogheemraadschap van Delfland
kan leiden tot schade en sterfte onder flora en fauna. En doordat onze plassen en watergangen minder water bevatten neemt de kwaliteit van het oppervlaktewater ook nog eens af. Met het dalen van de grondwater standen en minder water in de watergangen en plassen ontstaat bodemdaling en hierdoor dringt het zoute kwel de bodem in. En dat zout kan ook weer moeilijker wegspoelen vanwege de lage waterstanden in de watergangen. Hierdoor ontstaat schade aan flora en fauna en bij land- en tuinbouw. Om deze schade te voorkomen, moet er gebiedsvreemd3 water van bijvoorbeeld het Brielse Meer worden ingelaten, wat weer gevolgen heeft voor de biodiversiteit. Door dalende grondwaterstanden kunnen verzakkingen optreden. Leidingen voor de distributie van gas, water, elektriciteit, maar ook glasvezelkabels, warmtenetten
15
HUIDIGE SITUATIE
en riolering komen onder spanning te staan en kunnen breken. De continuïteit van vitale functies komt daardoor in gevaar. En de kosten voor reparaties zijn relatief hoog. Naast de schade aan de ondergrondse infrastructuur zijn er door droogte nu al schades opgetreden in veendijken. En de verwachting is dat de schades aan veendijken in de nabije toekomst toe gaan nemen. Bij huizen met een houten paalfundering kan funderingsschade ontstaan als de houten paalkoppen droog komen te staan bij lage grondwaterstanden. In Lansingerland zijn er een aantal risicogebieden, zoals langs de historische linten Bergweg-Noord, Oosteindseweg, Noordeindseweg, Hoefweg, Hoekeindseweg. Bodemdaling is onomkeerbaar en vergroot de kans op wateroverlast en schade aan ondergrondse infrastructuur. Ook bij de glastuinbouw voorzien we negatieve gevolgen. Immers, bij droogte (vaak in combinatie met hitte) neemt de watervoorraad van de glastuinbouw af. En dit gaat ten koste van de kwaliteit van producten en zorgt
voor een lagere opbrengst qua aantal stuks, stelen of kilo’s. Droogte leidt voor de glastuinbouw tot lagere omzet en tot een stijging van de kosten. In de kassen is de teelt te kostbaar en zal er niet minder water gegeven worden. Als het regenwaterbassin leeg is, worden er kosten gemaakt om water te laten aanvoeren of door leidingwater en grondwater te gebruiken. Droogte kan leiden tot financiële schade en in het uiterste geval zelfs tot faillissementen en daarmee gevolgen voor de werkgelegenheid en aantrekkelijkheid van de regio voor glastuinbouw en landbouw. Binnen het knelpunt droogte kunnen we uit onze eigen stresstest opmaken dat er vooral aandacht moet zijn voor de historische linten. Langs deze linten zien we aanvullende bodemdaling en een verhoogd risico op paalrot. Zie figuur 8 en voor gedetailleerde informatie hoofdstuk 3 van de Achtergrondrapportage.
Risico droogtestress Matig (10-20% opbrengstderving bij gras) Risico droogtestress
Hoog (10-20% opbrengstderving bij gras) Matig (10-20% opbrengstderving bij gras) Hoog (10-20% opbrengstderving bij gras)
Risico bodemdaling
Risico bodemdaling
Kwetsbaar groen e
Openbaar gr Grasland Akkerbouw
> 15cm aanvullende bodemdaling door > 15cm aanvullende bodemdaling door
klimaatverandering klimaatverandering Risico paalrot
Risico paalrot Groot risicoop op paalrot paalrot Groot risico
Kwetsbaar groen en landbouw Openbaar groen Grasland Akkerbouw
Risico droogtestress
Kwetsbaar groen en landbouw
8. Stresstestkaart droogte Openbaar groen Matig (10-20% Figuur opbrengstderving bij gras) Hoog (10-20% opbrengstderving bij gras) Grasland Akkerbouw
Risico bodemdaling
> 15cm aanvullende bodemdaling door
16 klimaatverandering
Risico paalrot
M d
GEMEENTE LANSINGERLAND
2.8 Overstroming
Een eventuele overstroming heeft grote gevolgen voor iedereen in termen van schade maar ook onbereik baarheid, wat juist in de overstromingssituatie van het allergrootste belang is. De kans op het uitvallen van vitale voorzieningen, zoals energie-, drinkwater- en communicatievoorzieningen, is hoog en het effect bij zo’n calamiteit is beangstigend en levensbedreigend. In geval van overstroming is de veiligheid in Lansinger land op vele vlakken in het geding. Specifiek voor de hulp- en veiligheidsdiensten leiden onbegaanbare wegen en wijkontsluitingen in overstroomd gebied ertoe dat calamiteiten- plannen niet kunnen worden uitgevoerd.
Nederland is goed beschermd tegen overstromingen. In Lansingerland is de kans op overstromingen vanuit het regionaal watersysteem (waar bijvoorbeeld de Rotte deel van uitmaakt) het grootst. De overstromingskans wordt beïnvloed door klimaatverandering. Denk hierbij aan de stijgende zeespiegel en veranderende rivierafvoer, maar ook aan de versterkingen van dijken en waterkeringen. De plaatsgebonden overstromingskans in Lansingerland varieert sterk (tussen eens per 100-1000 jaar en minder dan eens per 1.000.000 jaar) en blijft tot 2050 ongeveer gelijk. In geval van een overstroming vanuit het regionaal watersysteem varieert de waterdiepte tussen 0 en 1,5 meter, met zeer lokaal uitschieters tot 5 meter. Het Rijk en het waterschap zijn verantwoordelijk voor de waterveiligheid. In Lansingerland kunnen we onze kwetsbaarheid voor overstromingen verkleinen door bij de inrichting van gebieden hier rekening mee te houden.
We zien op onze stresstestkaart dat we omringd zijn door lagere polders. Echter, er zijn risicogebieden waar water hoogtes tot 5 meter (lokale uitschieters) kunnen oplopen. Hierbij moet wel vermeld worden dat deze kaart uitgaat van een zeer onwaarschijnlijk scenario waarin alle regionale waterkeringen het tegelijkertijd begeven. ® t t ® ® t t ® t® ® t t ® t ®
t ® ® t
t t® ® ® t t ® ® t t® t t® ®
® t
t ® t ®
t ® ® t t ®
t ®
® t
® t t® ® t
t ®
Maximale overstromingsdiepte bij doorbraak t ® t ® t® ® t t ® regionele kering (inundatie in m) > 5 2.5 - 5 1.0 - 2.5 0.5 - 1.0 0.1 - 1.0 < 0.1
t ® t ® Maximale overstromingsdiepte bij t ® doorbraak regionale kering (inundatie in m)
>5 2.5 - 5 1.0 - 2.5 0.5 - 1.0 0.1 - 0.5 <0.1
t ®® t t ® t ® ® t t® t t® ®
® t
t ® t ® ® t t ® t ®
t ® ® t t ®
t ®
® t t ® ®® t t t ®
Maximale overstromingsdiepte bij doorbraak regionale kering (inundatie in m) >5 2.5 - 5 1.0 - 2.5 0.5 - 1.0 0.1 - 0.5 <0.1
® t tt ® t ® ® t ®
t ® ® t
Kwetsbare voorzieningen
Kwetsbare voorzieningen School, verzorgingstehuis, kinderopvang School, verzorgingstehuis, kinderopvang Gebouw met een zorgfunctie Gebouw met een zorgfunctie
t ®
® t
Kwetsbare voorzieningen
Figuur 9. Stresstestkaart overstroming
School, verzorgingstehuis, kinderopvang Gebouw met een zorgfunctie
17
DOELSTELLING & DOELEN
3. Doelstelling & doelen In 2050 zijn wij aangepast aan de veranderingen in het klimaat.
In 2050 is Lansingerland aangepast aan de veranderingen in het klimaat. Deze doelstelling is vastgelegd is onze visie Duurzaam Lansingerland. En in de Bestuursovereenkomst Deltaprogramma zijn in 2014 twee landelijke doelen gesteld die gelden voor alle Nederlandse overheden. In dit hoofdstuk maken we onze doelstelling, 7 ambities, concreet door het formuleren van concrete doelen. We geven ook aan wat onze aanpak is en hoe we zorgen voor borging binnen onze organisatie.
3.1 Doelstellingen In de Bestuursovereenkomst Deltaprogramma 2014 hebben we ons als gemeente gecommitteerd aan de twee hoofddoelstellingen uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie.
18
2020: klimaatbestendig handelen is verankerd in beleid en uitvoering 2050: Lansingerland is zo klimaatbestendig mogelijk ingericht
GEMEENTE LANSINGERLAND
De doelstelling om in 2050 zo klimaatbestendig mogelijk ingericht te zijn, bereiken we door in te zetten op twee subdoelstellingen: 1. Een groene gemeente: aanleggen van veerkrachtige natuurlijke systemen (ecologie) ter voorkoming van hittestress en wateroverlast. Met als bijkomend voordeel dat we de kwaliteit van de buitenruimte verhogen waardoor we een gezondere omgeving creëren. Het belang van een kwalitatief hoge openbare ruimte wordt in de huidige pandemietijd nog maar weer eens onderstreept. Met het effect op ons gedrag om meer te bewegen, maar ook het effect dat de luchtkwaliteit verbetert. Een ander bijkomend voordeel is dat we de biodiversiteit verhogen bij het aanleggen van deze natuurlijke systemen (ecologie). 2. Een robuust watersysteem: overstromingen, water overlast en droogte waar mogelijk voorkomen. Een watersysteem dat water opslaat, vasthoudt en weer beschikbaar stelt bij droogte.
3.2 7 ambities De 7 ambities, opgesteld door het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA), zijn leidend bij het bereiken van onze doelstelling om klimaatbestendig handelen te verankeren in beleid en uitvoering. Iedere ambitie is het streven naar een bepaald doel. Soms is een ambitie een doel op zich. Hieronder staat de inhoud van deze 7 ambities, die wij voor onze gemeente specifiek hebben gemaakt4, overgenomen uit de visie Duurzaam Lansingerland. In cursief staat aangegeven wat de huidige (eind 2020) stand van zaken is in Lansingerland. 1. Kwetsbaarheid in beeld brengen door een gemeentelijke klimaatstresstest uit te voeren. Wij hebben in 2018 de klimaatstresstest uitgevoerd. 2. Risicodialoog voeren en strategie opstellen. In de risicodialogen worden de risico’s verkend, aangegeven welke risico’s wel en niet acceptabel zijn en oplossingsrichtingen gegeven voor het klimaatbestendig maken van de gemeente in samen werking met stakeholders. De uitkomsten van de risicodialogen vormen samen met de stresstest de basis voor de strategie klimaatadaptatie Lansingerland. In 2019/2020 zijn twee dialogen gevoerd om de risico’s, belangen en ambities te verkennen. Voorliggende
4
Bron: Duurzaam Lansingerland
strategie is onder andere door de resultaten van deze dialogen bepaald. 2021 gebruiken we om de eerste gebiedsdialogen rond specifieke knelpunten voor te bereiden (zie hoofdstuk 6. Bouwstenen voor de uitvoeringsagenda). 3. Uitvoeringsagenda opstellen. De adaptatiestrategie wordt vertaald naar een meerjarige uitvoerings agenda Ruimtelijke Adaptatie. De bouwstenen voor de uitvoeringsagenda zijn opge nomen in dit document. De uitvoeringsagenda is een “levend” document dat we iedere twee à drie jaar actualiseren. De eerste actualisatie is wellicht nodig bij het verschijnen van de nieuwe Algemene Hoogtekaart (begin 2021). 4. Meekoppelkansen benutten. Toepassing Ruimtelijke Adaptatie in lopende projecten. In deze strategie en uitvoeringsagenda zijn verschillende acties en projecten opgenomen voor het benutten van meekoppelkansen. Dit zal altijd een aandachtspunt blijven bij het borgen van de strategie in beleid en het uitvoeren van adaptatiemaatregelen. 5. Stimuleren en faciliteren. Zo’n 60 tot 70% van het bebouwd oppervlak is eigendom van private partijen. Het klimaatbestendig maken van een gemeente houdt dus niet op bij de overheid. Samenwerking met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties is essentieel. Maatregelen zullen voor een deel ook in de private ruimte gezocht worden.
Denk aan het ontharden en vergroenen van tuinen of het afvangen van fijnstof, geluidsreductie, het tegengaan van hittestress, behoud van biodiversiteit en econo mische waarde voor de omgeving en/of of het realiseren van de ecologische hoofdstructuur (zoals uitgewerkt in het gemeentelijke groenstructuurplan) waarmee verschillende parken worden verbonden. Klimaatadaptatie zien wij daarom als een maat schappelijke opgave. We stimuleren bewoners en bedrijven hun tuinen te vergroenen door voorlichting en campagnes, zoals de ‘Tuin van de Toekomst’campagne. De gemeente Lansingerland neemt deel aan verschillende regionale netwerken om kennis te delen en op te halen, zoals Klimaatkrachtig Delfland, het Convenant Klimaatadaptief Bouwen van de Provincie Zuid-Holland en we haken aan bij de Impulsregelingen als we er meerwaarde in zien, zoals bij de versnellingsvoucher
19
DOELSTELLING & DOELEN
DPRA. Daarnaast lopen er projecten richting inwoners en basisscholen, respectievelijk ‘Tuin van de Toekomst’ en groenblauwe schoolpleinen. 7. Reguleren en borgen. Ruimtelijke adaptatie vraagt om bestuurlijke vaststelling. We reserveren voldoende ruimte voor water, vijvers en watergangen. We integreren klimaatadaptatie in het relevante gemeentelijk beleid, zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan, Waterplan, Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), Groenstructuurplan, groenbeheerplannen, richtlijn Duurzame Gebieds ontwikkeling (DGO) en de Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR). Naast bovenstaand beleid, visies en plannen zijn wij sinds september 2019 aangesloten bij het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Wij passen het convenant toe in onze gebiedsontwikkelingsopgaven. 7. Handelen bij calamiteiten. Voor grote calamiteiten in de omgeving zijn er incidentenplannen beschikbaar (incidentenplan riolering). Voor de nasleep van extreme neerslag waar Lansingerland nu en in de toekomst mee te krijgt, heeft Hoogheemraadschap van Delfland incidentplannen. Maar er zullen ook plannen moeten komen met maatregelen voor watertoevoer tijdens droogte om bodemdaling en verzilting tegen te gaan en voor de (zoet) watervoorziening van agrarische bedrijven en eventueel drinkwatervoorziening. Deze ambitie nemen we op in onze uitvoeringsagenda.
Toevoeging aan ambitie 7 is de focus leggen op het vasthouden/bergen van regenwater. Zodat we minder afhankelijk zijn van externe aanvoer.
3.3 Doelen Op basis van de dialogen die we met externe partijen en binnen de eigen organisatie gevoerd hebben, maken we onze doelstellingen concreter door het formuleren van doelen. We nemen adaptatiemaatregelen ook ten behoeve van de gezondheid en veiligheid van álle inwoners van Lansingerland. Sommige groepen mensen zijn extra kwetsbaar, met name ouderen en jonge kinderen. Deze mensen hebben extra belang bij een gezonde, klimaatbestendige omgeving. De ingrepen die we in het kader van klimaatadaptatie doen, versterken het groenblauwe karakter van de
20
gemeente. Dat biedt extra kansen voor een gezonde, aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgeving. Het aanleggen van extra groene voorzieningen in straten en pleinen, maar ook gevels en daken, versterkt de ruimtelijke kwaliteit en draagt bij aan de biodiversiteit. 3.3.1 Wateroverlast Lansingerland is een groene, ruim opgezette gemeente. Om wateroverlast bij extreme neerslag te beperken, is het noodzaak dit groene karakter te beschermen en te versterken. Om wateroverlast in dit relatief laaggelegen gebied verder te beperken gaan we de sponswerking van de buitenruimte vergroten. Dit kunnen we op vele manieren doen. Bijvoorbeeld de capaciteit van het open water ver groten, groenblauwe daken en gevels aanleggen, tuinen ontharden en wadi’s aanleggen. Op plekken waar we de sponswerking niet willen of kunnen toepassen, kunnen we bergingsvoorzieningen aanleggen. Bijvoorbeeld onder gronds. In droge periodes is dit water weer her te gebrui ken om bijvoorbeeld beplanting te bere genen.
We gaan de sponswerking van de buitenruimte vergroten.
Het realiseren van een water bestendige gemeente is maatwerk en vraagt om een intensieve samenwerking met onze stakeholders, zoals de waterschappen en onze inwoners, het bedrijfsleven en maatschappelijk veld. We gaan werken aan bewust wording en betrokkenheid. Iedereen kan een steentje bijdragen. Projecten zoals ‘Tuin van de Toekomst’ en groenblauwe schoolpleinen zijn voorbeelden van hoe wij als gemeente kunnen samenwerken met inwoners, het bedrijfsleven en maatschappelijk veld. Dit type pro jecten willen we ook uitrollen in 2021 voor bedrijven parken en ons eigen vastgoed. Voor bestaand gebied zorgen we voor maatwerk. Dit gaan we doen door onze werkwijze van het ecologisch beheren van onze groen- en waterstructuren te intensiveren en het aanleggen van nieuwe groen- en waterstructuren op plekken waar wateroverlast of droogte aanwezig is of in de toekomst zal zijn. Bij nieuwe ontwikkelingen, zoals Wilderszijde, is klimaat adaptief bouwen het nieuwe normaal. Dit betekent dat een nieuwe woonwijk regenwater kan vasthouden, kan bergen, kan afvoeren of kan hergebruiken.
GEMEENTE LANSINGERLAND
Wij hanteren hiervoor de instrumenten uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen, Duurzame gebiedsontwikkeling DGO, GPR Gebouw en DIOR. We starten in 2021 met gebiedsdialogen met onze inwoners, detailhandel en andere belanghebbenden. We willen hiermee bewustwording en betrokkenheid krijgen op dit onderwerp, maar ook gedragen oplossingen voor de gevolgen van klimaatverandering op locatie. Hierbij kan verder worden voortgebouwd op aanwezige kennis in de organisatie op het gebied van participatie (zie moodboard).
Samen met de glastuinbouw, waterschappen en natuur organisaties zoeken we naar kansen voor het langer vasthouden van hemelwater om schade aan gewassen en natuur te voorkomen. We pakken hiermee de kans om regenwater dat op bepaalde momenten in te ruime mate aanwezig is, op te slaan in de bodem (onder grondse waterberging) om tijdens periodes van droogte op te pompen en als gietwater te gebruiken. Het project Rainlevelr biedt kansen om wateroverlast te voorkomen doordat tuinders hun waterbassin inzetten om regen water op te vangen bij piekbuien.
Figuur 10. Moodboard participatietraject Vogelbuurt
3.3.2 Hitte Wat geldt voor wateroverlast bij extreme neerslag geldt ook voor hittestress: het groenblauwe karakter van de gemeente beschermen en versterken. Door klimaatverandering zullen periodes met hoge tempe raturen vaker optreden en langer duren. Het vergroenen van onze gemeente, en met name in die kernen waar sprake is van versteende en dichtbebouwde wijken, is ons speerpunt van deze strategie. Indien het verder
vergroenen van versteende gebieden echt niet mogelijk is, dan dient er in ieder geval vastgehouden te worden aan het standstill-principe en mogen er geen ingrepen gedaan worden die de situatie verslechteren. Hittestress heeft specifieke lokale gevolgen voor de arbeidsproductiviteit en gezondheid. We willen hittestress voorkomen door voldoende koele verblijfs plekken in de gemeente te realiseren, bijvoorbeeld
21
DOELSTELLING & DOELEN
door het plaatsen van meer bomen en het verminderen van verhard oppervlak. We streven ernaar dat in het stedelijk gebied overal een koele verblijfsplek binnen 300 meter beschikbaar is. Hitte kunnen we verder beperken door dezelfde adaptieve maatregelen te nemen als bij wateroverlast: het vergroenen van gevels en daken, ontharden van tuinen en parkeerplaatsen en het aanleggen van meer groen voor beschaduwing. 3.3.3 Droogte Langere periodes van droogte en neerslagtekort zijn een derde effect van klimaatverandering. Het heeft invloed op de grondwaterstand en kan leiden tot lagere waterstanden in bijvoorbeeld de Rotte. Droogte vormt ook een bedreiging voor het groene karakter en de economie van Lansingerland. Het gaat hier dan ook om de waterbeschikbaarheid en hoe de watervraag vanuit de landbouw, glastuinbouw en groenvoorzieningen kan aansluiten in droge periodes. Welke ontwikkelingen zien we hier? Om de gemeente minder kwetsbaar te maken voor de effecten van droogte en neerslagtekort zetten we in op het zoveel mogelijk vasthouden van
water. Dit kan door de bestaande waterpartijen meer ruimte te geven, nieuwe waterpartijen aan te leggen en door ondergrondse waterbassins. Maar ook door het vergroenen van de openbare ruimte, tuinen e.d. We maken het stedelijk groen robuuster door soorten te planten die beter tegen lange periodes zonder neerslag bestand zijn. Op deze manier vergroten we de sponswerking. Het Groenbeplantingsplan is recent al vernieuwd met soorten die beter tegen droogte kunnen. 3.3.4 Overstroming Een overstroming vanuit het regionaal of hoofdwater systeem heeft desastreuze effecten op de gemeente en regio. De landelijke overheid en waterschappen zetten zich in voor de hoogwaterbescherming. In onze planvorming rond nieuwbouw wegen we over stromingseffecten mee en sturen we op het nemen van aanvullende maatregelen als dat doelmatig is. Daarnaast zetten we in op voorlichting naar onze bewoners. Onderstaande tabel laat de categorisatie zien, en daarmee welke risico’s prioriteit hebben.
Klimaateffect
Onaanvaardbaar
Onwenselijk
Acceptabel
Wateroverlast
Wegen onbegaanbaar voor hulpdiensten
Monumentaal groen sterft af
Wateroverlast in kruipruimten en kelders
Hemelwater in gebouwen bij extreme neerslag
Wegen tijdelijk onbegaan baar voor normaal verkeer
Hemelwater tijdelijk op straat
Verminderde oppervlakte kwaliteit door overstorten
Schade en uitval lokale elek triciteits- en gasvoorziening
Hemelwater tijdelijk in groen- en speelvoorzieningen Afname planten- en dieren soorten door vernatting
Hitte
Droogte
Gebrek aan koele plekken voor kwetsbare groepen mensen
Gebrek aan koele plekken in het algemeen
Tijdelijke sluiting zwemlocaties
Afname oppervlakte waterkwaliteit
Pompen en gemalen vallen tijdelijk uit bij hitte
Schade wegdek wegennet
Verslechtering drink waterkwaliteit
Druk op medische hulpdiensten
Risico’s voor grote evene menten
Schade aan ondergrondse infrastructuur
Schade aan groenvoor zieningen en natuur
Lage grondwaterstand versnelt proces paalrot
Afname gewasopbrengsten
Verlies planten- en dieren soorten en habitats
Bodemdaling Overstroming
Slachtoffers
Tabel 1. Risicocategorisering 22
Uitval vitaal en kwetsbare voorzieningen
Economische schade
GEMEENTE LANSINGERLAND
4. Aanpak Klimaatbestendig handelen is het nieuwe normaal.
Klimaatadaptatie vraagt een omslag in denken en doen; klimaatbestendig handelen in ruimtelijke (her)ontwikkelingen is voor onze gemeente het nieuwe normaal.
Om onze doelstelling en doelen te realiseren maken we gebruik van de aanpak die Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie heeft ontwikkeld: weten, willen en werken. Dit is een cyclische werkwijze, die we jaarlijks doorlopen.
Bij de eerste fase weten maken wij een analyse van kwetsbaarheden en kansen. Dit doen we door het houden van dialogen en binnenhalen van nieuwe kennis en onderzoeken. Bij de volgende fase willen bepalen wij onze (gezamenlijke) ambitie en formuleren wij onze strategie. We stellen een uitvoeringsagenda op. In de uitvoeringsagenda geven we de prioriteiten aan. De stakeholders hebben tijdens dialogen de gevolgen nauwkeurig in kaart gebracht. Op basis van deze
inventarisatie en stakeholderwaardering zijn de risico’s beoordeeld en gecategoriseerd. De categorieën (tabel 1) zijn als volgt: • Onaanvaardbare risico’s veroorzaken overlast, aanpak is urgent • Onwenselijke risico’s veroorzaken overlast, maar ingrijpen is niet urgent • Acceptabele risico’s veroorzaken geen overlast, maar zijn wel hinderlijk
23
AANPAK
Figuur 11. Methodiek van de langjarige en planmatige aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en gevolgen van overstromingen (Bron: Handreiking ruimtelijke adaptatie 2014)
Bij een urgente situatie is de ernst van de gevolgen zo groot dat er onmiddellijke actie nodig is, of zijn de gevolgen zo groot dat ingrijpen noodzakelijk is. Bij de derde fase werken, het woord zegt het al, gaan we onze uitvoeringsagenda in projecten uitvoeren: aan de slag om de leefomgeving klimaatbestendig te maken. De geleerde lessen nemen we mee naar de eerste stap van de volgende cyclus: weten. Hiervoor monitoren en evalueren we onze projecten en activiteiten. Van tevoren definiëren we scherp wat we willen meten, zodat we onderweg zien of we uitvoeren volgens het vooropgezette plan en of we daadwerkelijk ons doel daarmee bereiken. Als onderweg blijkt dat het niet zo is, kunnen we aanpassingen doen. Binnen de cyclus hanteren wij een integrale werkwijze. Meerdere disciplines en teams binnen de gemeentelijke organisatie zijn of worden betrokken bij de doelen van klimaatadaptatie. Gewoon wat groen in een nieuwbouwwijk plannen kan niet meer. We moeten onderzoeken hoe de hele wijk kan voldoen aan onze klimaatadaptieve doelen. Dat kunnen we doen door integraal te werken. Bijvoorbeeld door klimaatadaptatie zo vroeg mogelijk mee te nemen bij herinrichtings-, onderhouds- en nieuwbouwopgaven. Deze werkwijze is niet nieuw voor onze gemeentelijke organisatie. Maar integraal werken willen we wel intensiveren en waar nodig verbeteren. Hiervoor
24
gebruiken we nu instrumenten als DIOR, Convenant Klimaatadaptief Bouwen en Natuurinclusief Bouwen. Integraal werken gaat verder. Bij het aanpakken van wateroverlastknelpunten of hotspots kijken we niet alleen naar klimaatadaptatie, maar ook naar maatschappelijke waarden rond duurzaamheid, ecologie en biodiversiteit, veiligheid, gezondheid en sociale veerkracht. Door opgaven te verbinden besparen we kosten en overlast door werkzaamheden voor onze inwoners. Deze verbinding komt tot stand in de omgevingsvisie, Groenblauwe landschapsvisie, omgevingsplannen, beheer- en onderhoudsplannen en ambities voor nieuwbouw. Samenwerken met anderen is nodig om onze doelen te bereiken. Immers, het grondgebied van Lansingerland is voor 60 tot 70% in privaat bezit en daardoor kan de gemeente haar doelen alleen bereiken door samenwer king met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Wij gaan dit onder andere oppakken door gebiedsdialogen te voeren met deze stakeholders. Onze omringende gemeenten gaan ook een strategie opstellen en maatregelen treffen. Wij zetten onze samenwerking voort en intensiveren deze met de provincie, Hoogheemraadschappen en onze omringende gemeenten. Hiervoor zijn binnen het MRDH-gebied drie DPRA-werkregio’s samengesteld. Gemeente Lansingerland zit in de werkregio Delfland.
GEMEENTE LANSINGERLAND
5. Financiële consequenties Adaptieve maat regelen zullen in de meeste gevallen leiden tot extra kosten.
Laten we qua financiën meteen met de deur in huis vallen: adaptieve maatregelen zullen in veel gevallen leiden tot extra kosten. De baten, die er ook zeer zeker zijn, zijn vaak moeilijk in euro’s uit te drukken. Baten zijn bijvoorbeeld meer kwaliteit in de buitenruimte door meer kwalitatief groen toe te voegen. In plaats van een extra woning bouwen, wat geld oplevert, kost het aanleggen en beheren van groenvoorziening geld. Dus de keuze is snel gemaakt: zo minimaal mogelijk groen en water, zodat je zoveel mogelijk woningen kan bouwen. En toch zijn we ook gewend om andersom te denken. Immers, we leggen parken en groenzomen aan in onze gemeente. En dat doen we omdat we onze omgeving leefbaar en aantrekkelijk willen maken en houden. En zo kunnen we ook kijken naar de meeste klimaatadaptieve maatregelen. Maatregelen die meer doelen dienen. Hierbij kunnen we denken aan een omgeving die uitnodigt om te bewegen/ wandelen/sporten. Of een omgeving waar het bij heet weer goed toeven is en mensen daardoor minder gezondheidsklachten ervaren.
25
FINANCIËLE CONSEQUENTIES
En niets doen kost ook geld en volgens Deltares meer dan wél maatregelen nemen. Deltares heeft in het Manifest Klimaatbestendige Stad in opdracht van het Deelprogramma Nieuwbouw en Herstructurering van het Deltaprogramma berekend wat de schade zou zijn over 2013-2050 als we niets doen (figuur 12). SWECO heeft in 2018 een vergelijkbare exercitie gedaan als Deltares en de kosten van niets doen uitgezet tegen de kosten van maatregelen treffen. Als we niets doen berekenen zij de schade op 36 tot 62 miljard euro en als we wel maatregelen treffen zijn de kosten hiervan tussen de 42 en 83 miljard euro. We hebben te maken met investeringskosten voor het nemen van maatregelen aan de ene kant en aan de andere kant het vermijden van kosten en kwalitatieve baten, zoals een gezondere en aantrekkelijke leefomgeving. Daarnaast hebben we ook te maken met personele capaciteit. De provincie Zuid-Holland heeft Deloitte gevraagd om het financieel instrumentarium voor klimaatadaptieve maatregelen in gebiedsontwikkelingen inzichtelijk te maken (bijlage 2). Dit instrumentarium wordt in het kader van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen door ons team Gebiedsontwikkeling ingezet. De investeringskosten in de gebiedsontwikkeling liggen veelal besloten in de exploitatie. Immers, er bestaat al beleid, zoals verwoord in de richtlijn DGO, en we hebben het Convenant Klimaatadaptief Bouwen.
Bij beheer en onderhoud zijn klimaatadaptieve maatregelen vaak al opgenomen in een bestaande werkwijze (DIOR) en in de GRP Lansingerland, waar rioolgeld voor adaptieve maatregelen (5% van de vrijverval-investeringen) is opgenomen. Projecten als ‘Tuin van de Toekomst’ kennen een specifiek budget, net als de groenblauwe schoolpleinen; het laatste project uit het budget van Duurzaamheid. De personele capaciteit wordt betrokken uit het cluster Duurzaamheid en de medewerkers van diverse teams die duurzaamheid al in hun dagelijkse werk integreren. Extra externe ondersteuning wordt betrokken uit het budget Duurzaamheid.
Financiële middelen die we daarnaast nodig hebben om Lansingerland klimaatadaptief te maken, kunnen we betrekken uit de Impulsregeling5 van het Rijk. Vanaf 1 januari 2021 kunnen de werkregio’s Deltaplan Ruimte lijke Adaptatie gebruikmaken van de Impulsregeling. De werkregio Delfland, waar Lansingerland onderdeel van uitmaakt, bestaat uit dertien gemeenten, de Provincie Zuid-Holland en Hoogheemraadschappen van Delfland en van Schieland en de Krimpenerwaard. Maatregelen kunnen uitgevoerd worden tot eind 2027, maar de aanvragen moeten in de eerste drie jaar zijn ingediend, dus tot eind 2023. De Impulsregeling is een co-financiering, waarbij het Rijk 33% financiert en de werkregio 67%.
Vanaf 1 januari kunnen de werkregio’s Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie gebruik maken van de Impulsregeling.
De investerings kosten liggen veelal besloten in de exploitatie.
26
5
https://ruimtelijkeadaptatie.nl/overheden/sra/impulsregeling-klimaatadaptatie
GEMEENTE LANSINGERLAND
Figuur 12. Schade door klimaatverandering tot 2050 bij ongewijzigd beleid
27
BOUWSTENEN VOOR DE UITVOERINGSAGENDA
6. Bouwstenen voor de uitvoeringsagenda Samenwerking is de enige manier om onze doelen te bereiken.
De bouwstenen voor de uitvoeringsagenda omschrijven de concrete acties/projecten die we uitvoeren om Lansingerland klimaat bestendiger te maken. Dat doen we door zelf maatregelen te nemen, plannen te maken, in dialoog te gaan met stakeholders, en inwoners te stimuleren zelf een steentje (of plantje) bij te dragen. Zoals gezegd, 60 à 70% van het bebouwd oppervlak is in handen van private partijen, waardoor samenwerking de enige manier is om onze doelen te bereiken. In 2021 zullen we meer bouwstenen formuleren, bijvoorbeeld rond het uitvoeren van fysieke adaptatiemaatregelen in de gemeente. De gepresenteerde acties/projecten volgen uit de in hoofdstuk 3 gepresenteerde doelen.
28
GEMEENTE LANSINGERLAND
1.
Dialoog ambities per gebiedstype (Achtergrondrapportage hoofdstuk 3)
Doel
Uitwerken van de ambities per gebiedstype naar financiële en personele capaciteit en technische haalbaarheid.
Wie
De gemeente is initiator en leidt de dialoog per gebiedstype. Per gebiedstype worden interne en externe stakeholders betrokken. Indicatie externe kosten activiteit: € 7.500,-
2.
Dialoog borgen van de ruimtelijke adaptatiestrategie en ambities in plannen, beleid en omgevingsvisie
Doel
Vastleggen en borgen van deze strategie in de relevante visies, plannen, leidraden openbare ruimte en richtlijnen gebiedsontwikkeling voor klimaatbestendig inrichten. Bijvoorbeeld in de omgevingsvisie, omgevingsplannen, de uitvoeringsagenda van de duurzaamheidsvisie, DIOR (Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte), DGO, Convenant Klimaatadaptief Bouwen incl. de instrumenten voortkomend uit dit convenant.
Wie
Ambtelijke uitwerking door de teams en disciplines beheer en onderhoud, ruimtelijke ordening, stedenbouw, sociaal domein, omgevingsvisie, duurzaamheid.
Acti viteit
We voeren een klimaatdialoog, waarin we ophalen waar de ambities en strategie het beste kunnen landen. In de dialoog hebben we bijzondere aandacht voor integraal projectmatig werken, de verzilvering van meekoppelkansen en de aanpak van onaanvaardbare risico’s zoals geformuleerd in tabel 2: Risicocategorisering. Indicatie externe kosten activiteit: € 7.500,-
Resul taat
Door de ruimtelijke adaptatiestrategie te borgen worden adaptatiemaatregelen integraal meegenomen in de toekomstige inrichting van de gemeente.
29
BOUWSTENEN VOOR DE UITVOERINGSAGENDA
3.
Gebiedsdialogen bewoners en bedrijven: aanpak knelpunten wateroverlast en hitte
Doel
Het nemen van maatregelen om onaanvaardbare risico’s in specifieke situaties rond “wateroverlast in gebouwen”, “onbegaanbare hoofdwegen” en “gebrek aan koele plekken” te verkleinen naar een acceptabel niveau.
Wie
De gemeente is initiator en leidt de gebiedsdialogen. Per gebied worden verschillende lokale stakeholders betrokken: inwoners, bedrijven, voorzieningen, woningcorporaties, het waterschap, de GGD, natuurorganisaties en andere direct belanghebbenden.