CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

T20.14915 Beleid "In het wild levende dieren in de openbare ruimte, opvang en overlast"

Commissie Ruimte 9 maart 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Beleid "In het wild levende dieren in de openbare ruimte, opvang en overlast"4.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleid “In het wild levende dieren in de openbare ruimte, opvang en overlast”

T20.14915

Inhoudsopgave 1

Inleiding ................................................................................................................ 3 1.1 Aanwezigheid van wilde dieren in onze openbare ruimte ............................................... 3 1.2 Doelstelling ..................................................................................................... 4 1.3 Scope ............................................................................................................ 4 2 Huidige situatie ....................................................................................................... 4 2.1 Meldingen ....................................................................................................... 4 2.2 Externe ontwikkelingen ....................................................................................... 5 2.2.1 Klimaatverandering en toename invasieve exoten .................................................... 5 2.2.2 Toename Ganzenpopulatie ................................................................................ 5 2.2.3 Ganzen en nabijheid Rotterdam The Hague Airport (RTHA) ......................................... 5 3 Opvang van wilde dieren............................................................................................. 5 3.1 Opvang dode dieren ...........................................................................................

5 3.2 Opvang levende dieren ....................................................................................... 6 3.3 Subsidieregeling ................................................................................................ 6 4 Overlast van wilde dieren ........................................................................................... 6 4.1 Algemeen........................................................................................................ 6 4.1.1 Wat kunnen inwoners zelf doen .......................................................................... 6 4.1.2 Voorlichting en communicatie gemeente ............................................................... 7 4.2 Eikenprocessierups ............................................................................................ 7 4.2.1 Overlast ...................................................................................................... 7 4.2.2 Rol gemeente................................................................................................ 8 4.3 Ratten ........................................................................................................... 8 4.3.1 Overlast ......................................................................................................

8 4.3.2 Rol gemeente................................................................................................ 9 4.4 Ganzen .......................................................................................................... 9 4.4.1 Overlast ...................................................................................................... 9 4.4.2 Rol gemeente................................................................................................ 9 4.5 Overige soorten .............................................................................................. 10 5 Uitvoering en aanpak ............................................................................................... 11 Bijlage 1 Wettelijk kader................................................................................................ 12

2

1

Inleiding

1.1

Aanwezigheid van wilde dieren in onze openbare ruimte1

Wilde dieren zijn alle dieren die van nature in het wild voorkomen, behalve productiedieren, honden, katten en overige huisdieren. Wilde dieren zoeken de voor hen meest ideale leefomstandigheden en houden zich daarbij niet aan grenzen. In onze gemeente vinden ze die leefomstandigheden in parken, op gebouwen, tuinen en natuurgebieden ongeacht wat de mens daarvan vindt. Gewonde in het wild levende dieren zoals vogels, egels, hazen of konijnen komen in de wildopvang terecht. Organisaties die wilde dieren uit Lansingerland opvangen kunnen gebruiken maken van de subsidieregeling Wildopvang. De aanwezigheid van wilde dieren leidt vaak tot enthousiasme maar kan ook leiden tot overlast. Overlast is een subjectief begrip. Waar de één geniet van een dier, ervaart de ander overlast. Veel dieren die overlast kunnen veroorzaken, genieten ook bescherming van de Wet natuurbescherming. We spreken in dit kader over het beheersen van overlast, wat niet per definitie hetzelfde is als het beheersen van wilde dieren. De gemeente Lansingerland voert geen populatiebeheer, ze beheert feitelijk geen dieren. Het bestrijden van overlast van wilde dieren is geen primaire taak van de gemeente. We hebben wel de ambitie om te komen tot een ambtelijke en/of bestuurlijke richtlijn hoe om te gaan met overlast gevende beschermde fauna.

Een deel van de oplossing zal soms ook liggen in het accepteren van de aanwezigheid van wilde dieren in de openbare ruimte. Wilde dieren kunnen als zij een plaag vormen voor overlast zorgen en ziekten overdragen. Het knaaggedrag van ratten en muizen aan leidingen en kabels kan gevaarlijke situaties veroorzaken zoals kortsluiting en brand. Het bestrijden van plaagdieren in de openbare ruimte is géén officiële taak van de gemeente2. Alleen als de volksgezondheid in gevaar dreigt te komen bestrijden we de overlast. Denk bijvoorbeeld aan een plaag die zó ernstig is dat een hele buurt of wijk risico loopt op ziekten. Indien er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen kan dit ook een reden zijn voor de gemeente om maatregelen te overwegen. Wanneer de gemeente optreedt tegen schade of overlast door wilde dieren, doet ze dat bij voorkeur via voorlichting en preventieve maatregelen. Pas in laatste instantie, indien voorlichting én het treffen van preventieve maatregelen niet afdoende effectief zijn gebleken ter voorkoming of beperking van schade en overlast, kan bestrijding worden ingezet. Bestrijding zetten we alleen in als hiervan effect mag worden verwacht. Voor een aantal ingrepen is een ontheffing nodig van de Wet natuurbescherming. De gemeente bestrijdt in principe geen luizen, (beschermde) vogels, muizen, kakkerlakken, spinnen of andere geleedpotigen.

Inwoners kunnen hiervoor zelf een gespecialiseerd bedrijf voor inschakelen.

1

Om het stuk zo leesbaar mogelijk te houden kiezen we ervoor om ‘in het wild levende dieren’ aan te duiden met de vereenvoudigde

term ‘wilde dieren’. 2

Deskundigen spreken tegenwoordig over plaagdieren in plaats van ongedierte. Uitgangspunt daarbij is dat elk dier z’n nut heeft. Dieren

waarvan de mens soms hinder ondervindt noemen we plaagdieren en een verzameling plaagdieren is een dierplaag. 3

1.2

Doelstelling

Dit beleid geeft aan wat het afwegingskader is van de gemeente in gevallen waarbij er sprake is van (ervaren) overlast van wilde dieren en/of plaagdieren in de openbare ruimte. Ook geven we in dit kader aan hoe we omgaan met gevonden gezelschapsdieren en de opvang van gewonde wilde dieren. In dit afwegingskader is terug te vinden welke (wettelijke) verplichtingen de gemeente heeft en welke belangen en overwegingen een rol spelen in het beleid en handelen van de gemeente.

1.3

Scope

Dit beleid heeft betrekking op de overlast en opvang van wilde dieren in de openbare ruimte die in beheer is van de gemeente en/of gronden die de gemeente ontwikkelt of laat ontwikkelen. Waar gaat deze nota niet over?  Dierenwelzijn;  Huisdieren (hondenbeleid, registratie/chippen, overlast van andermans huisdieren etc.);  Overlast van wilde dieren op particulier terrein;  Overlast van wilde dieren op terreinen (in beheer van) derden, zoals terreinen in beheer van Staatsbosbeheer en de Hoogheemraadschappen;  Dierenmishandeling;  Het vergroten van de biodiversiteit;  Overlast gevende flora zoals de Japanse duizendknoop.

2

Huidige situatie

2.1

Meldingen

Als inwoners overlast ervaren van wilde dieren in de openbare ruimte melden zij dit in sommige gevallen bij de gemeente. De gemeente ontving in 2019 circa 157 meldingen per jaar over overlast van wilde dieren/plaagdieren in de openbare ruimte. Overzicht meldingen overlast wilde dieren en plaagdieren3 Soort

Aantal meldingen in 2018

Aantal meldingen in 2019

Aantal meldingen in 2020 (t/m 1 oktober)

Knaagdieren

31

32

45

Insecten

64

113

97

Ganzen

8

6

9

Overig

4

4

4

Totaal

107

155

155

Er is over de afgelopen 2 jaar sprake van een toename in het aantal meldingen. Lansingerland is een groeigemeente, dit kan een deel van de toename verklaren. In 2020 zijn er vermoedelijk ook meer meldingen gedaan als gevolg van de coronacrisis. Inwoners zijn vaker thuis en ervaren hierdoor sneller overlast in hun directe leefomgeving. In de nabije toekomst verwachten we dat inwoners ook

3

In bovenstaand overzicht zijn geen meldingen opgenomen van inwoners die zich zorgen maken over het welzijn van wilde

dieren. Die krijgen we ook zo nu en dan binnen, bijvoorbeeld over de mishandeling van eenden en ganzen. Dergelijke meldingen ontvangen we enkele malen per jaar.

4

wat meer overlast zullen ervaren doordat per 2023 de toepassing van chemische bestrijding van ratten en muizen door consumenten niet meer toegestaan is.

2.2

Externe ontwikkelingen

Er zijn een aantal externe ontwikkelingen die ervoor kunnen zorgen dat de overlast van wilde dieren van wilde dieren in de toekomst mogelijk kan toenemen. In deze paragraaf benoemen we deze ontwikkelingen. Vanaf hoofdstuk 4 gaan we specifieker in op de huidige situatie en geven we aan wat inwoners kunnen doen en welke mogelijkheden de gemeente heeft om eventuele overlast te verminderen. 2.2.1 Klimaatverandering en toename invasieve exoten Exotische plaagdieren worden steeds vaker waargenomen. Ze komen mee met importproducten uit verre landen en door het veranderende klimaat worden hun overlevingskansen hier steeds groter. Wanneer een exoot voor schade zorgt – of waarschijnlijk gaat zorgen – aan de economie, de ecologie of de volksgezondheid, spreken ecologen van een invasieve exoot. Denk bijvoorbeeld aan de Aziatische tijgermug, de Amerikaanse rivierkreeft, Aziatisch hoornaar of de Canadese gans. 2.2.2 Toename Ganzenpopulatie Het aantal ganzen in Zuid-Holland is de afgelopen jaren flink gegroeid. Soms leidt dat tot spanningen tussen mens en dier. In Zuid-Holland zijn ruim 140.000 ganzen. Het gaat vooral om de grauwe gans, brandgans, nijlgans en Canadese gans. Voor een beter natuurlijk evenwicht zou het aantal ganzen 40.000 moet zijn (Faunabeheerplan, provincie Zuid-Holland).

2.2.3 Ganzen en nabijheid Rotterdam The Hague Airport (RTHA) Wanneer een gans en een vliegtuig in botsing komen, kan dat ernstige gevolgen hebben. Een gans die in de motor terechtkomt, veroorzaakt daar zoveel schade dat het vliegtuig meestal een noodlanding zal moeten maken. Ganzen vliegen vaak in een groep en kunnen niet altijd snel uitwijken. In de directe omgeving van Lansingerland is een vliegveld aanwezig. Rotterdam The Hague Airport (hierna RTHA) ligt aan de noordrand van de stad Rotterdam in een omgeving die zowel uit landbouw (grasland, akkerbouw en glastuinbouw) bestaat als uit dicht verstedelijkt gebied. Daarnaast zijn er natuur en recreatiegebieden aanwezig in de omgeving. In die gehele omgeving maken vogels gebruik van het gebied als rust-, foerageer- of broedplaats. De aanwezigheid van vogels, met name de zogenaamde ‘high risk’ soorten zoals ganzen, is van invloed op de vliegveiligheid van RTHA. Het aantal vluchten vanaf RTHA is de laatste jaren toegenomen (m.u.v. de coronaperiode). Het risico op vogelaanvaringen neemt daarmee toe.

3

Opvang van wilde dieren

3.1

Opvang dode dieren

De openbare ruimte van de gemeente moet schoon, heel en veilig zijn. Kadavers worden daarom verwijderd. De buitendienst verwijdert ook kadavers van de weg. De kadavers van gezelschapsdieren maken echter onderdeel uit van de dienstverleningsovereenkomst (T19.03112) die de gemeente heeft gesloten met de Dierenbescherming.

5

In 2019 stelde de raad de Verordening dode gezelschapsdieren 2019 vast (T19.13116). De verordening geeft inwoners de mogelijkheid hun overleden gezelschapsdier af te geven aan dierenbegraafplaats of – crematorium, te begraven in hun eigen tuin of af te geven aan de verzamelplaats van de gemeente (de gemeentewerf).

3.2

Opvang levende dieren

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vervoer en de opvang van gevonden gezelschapsdieren. Om invulling te geven aan deze verplichting heeft de gemeente een Dienstverleningsovereenkomst met de Dierenbescherming afgesloten tot eind 2021 met optie om met 2x 1 jaar te verlengen (tot eind 2023). Voor de opvang van wilde dieren is er geen zorgplicht maar neemt de gemeente wel haar verantwoordelijkheid. Dit doet de gemeente door inwoners die melding doen te verwijzen naar gespecialiseerde opvangcentra en door het verstrekken van subsidies voor de opvang van wilde dieren (zie 3.3.).In de regio zijn er diverse opvangcentra actief voor gewonde, ziek of verweesde wilde dieren die opgevangen worden.

3.3

Subsidieregeling

Als onderdeel van dit “Beleid wilde dieren in de openbare ruimte” legt de gemeente Lansingerland een subsidieregeling vast voor organisaties in de regio die de opvang van wilde dieren verzorgen die hulpbehoevend zijn4. In deze regeling verstaan we onder wilde dieren: van nature in het wild levende dieren die de openbare ruimte van Lansingerland (deels) als hun leefgebied hebben. Ter verduidelijking:  De regeling is van toepassing op dieren als vogels en (kleine) zoogdieren, niet op geleedpotigen zoals spinnen en insecten.  De regeling is niet van toepassing op huisdieren, hobbydieren, proefdieren of productiedieren.  Ook uitgezonderd: vogels en (kleine) zoogdieren die als plaagdieren worden beschouwd. Organisaties/stichtingen kunnen bij de gemeente Lansingerland een aanvraag doen om in aanmerking te komen voor een subsidie. Het proces van aanvragen en de randvoorwaarden liggen vast in de Subsidieregeling Wildopvang 2021-2025 (T20.08039). Er geldt een jaarlijks budget van € 8.000,-.

4

Overlast van wilde dieren

4.1

Algemeen

4.1.1 Wat kunnen inwoners zelf doen Overlast van dieren ontstaat vaak doordat mensen dieren voeren of (zwerf-)afval op straat achterlaten (denk hierbij ook aan bij plaatsingen bij volle afvalcontainers). Een rattenplaag of overlast van duiven zijn daar voorbeelden van. Dieren die gevoerd worden bedelen meer, gaan zelf niet meer op zoek naar voedsel en hangen hierdoor vaker rond bij huizen en tuinen. Ook steken ze vaker wegen over, dit kan leiden tot gevaarlijke situaties op de weg, geluidsoverlast, agressief gedrag naar mensen en tussen dieren onderling. 4

Onder hulpbehoevende dieren verstaan we dieren die gewond zijn, zichzelf niet kunnen redden en daarom gebaat zijn bij opvang door

en verzorging van een gespecialiseerde wildopvang. De gespecialiseerde wildopvang beschikt over een vergunning om wilde dieren op te vangen. 6

In veel gevallen is het voeren van wilde dieren ook niet bevorderlijk voor de gezondheid van de dieren. De dieren hoeven geen moeite meer te doen om voedsel te krijgen en kunnen daardoor te weinig beweging krijgen. Het aanbod is bovendien vaak te eenzijdig, waardoor ze voedingsstoffen missen. Dit is bijvoorbeeld bij eenden het geval. Hierdoor zijn ze vatbaarder voor ziekten en kunnen hierdoor vroegtijdig overlijden. Het voeren van eenden heeft ook negatieve consequenties voor de waterkwaliteit. Als er veel brood in het water blijft liggen, dan groeit het giftige blauwalg sneller. Dat zorgt voor extra stank, wat ratten aantrekt. De gemeente kan weinig doen aan het voergedrag en raadt inwoners aan om met buurtbewoners die voeren te praten en uit te leggen dat dit overlast veroorzaakt. Als praten niet tot een oplossing leidt, dan is het wellicht mogelijk om een mediator in te schakelen ter ondersteuning van het gesprek, zoals een wijkmanager, wijkagent of buurtbemiddeling. Op particulier terrein zijn inwoners zelf verantwoordelijk voor de overlast van wilde dieren. Inwoners kunnen dit zelf oplossen. Ze kunnen bijvoorbeeld contact opnemen met een erkend bedrijf voor plaagdierenbestrijding en buren vragen om wilde dieren niet langer te voeren. Inwoners kunnen ook advies inwinnen bij het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen.

Wanneer er overlast is van plaagdieren in de openbare ruimte kunnen inwoners een melding maken via de BuitenopOrde app of de gemeentelijke website. De gemeente is terughoudend met het bestrijden van overlast van wilde dieren in de openbare ruimte. Het bestrijden van plaagdieren in de openbare ruimte is géén officiële taak van de gemeente. Alleen als de volksgezondheid in gevaar dreigt te komen bestrijden we de overlast. Indien er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen kan dit ook een reden zijn voor de gemeente om maatregelen te overwegen. 4.1.2 Voorlichting en communicatie gemeente Via onze gemeentelijke website geven we inwoners mee wat ze zelf kunnen doen bij overlast van plaagdieren en/of wilde dieren op eigen terrein. Op de website is informatie te vinden over wat inwoners kunnen doen bij de overlast van specifieke soorten wilde dieren zoals ratten en wespen. Met dit beleidsstuk willen we ook meer inzicht geven in hoe we als gemeente omgaan met de overlast van wilde dieren.

4.2

Eikenprocessierups

De eikenprocessierups is een inheemse soort, die vroeger plaatselijk in de zuidelijke provincies overlast veroorzaakte. In de twintigste eeuw laat de rups zich niet veel zien, totdat er in 1996 een grote uitbraak is in de provincie Noord-Brabant. De rupsen leven op allerlei soorten eiken. Zij lopen in grote groepen in processie of zitten dicht op elkaar. De oudere stadia maken nesten van spinsel tegen de stam van de eik of in oksels van takken. Aanplant van eiken langs lanen en singels zorgt voor een aantrekkelijke habitat. De gemiddelde temperatuurstijging die de laatste twintig jaar in het voorjaar en de zomer plaatsvond heeft bijgedragen aan een landelijke verspreiding van de eikenprocessierups. 4.2.1 Overlast Er zijn vooral risico’s voor de volksgezondheid in de periode dat de eikenprocessierupsen brandharen krijgen (half mei-juni) en bij verdere verspreiding van deze brandharen uit lege nesten (juli-september). De brandharen (± 700.000 per rups) van de eikenprocessierups kunnen gemakkelijk de oppervlakkige lagen van huid, ogen en bovenste luchtwegen binnendringen. Ze zijn hol en 7

bevatten een stof die tevens bijdraagt aan een pseudo-allergische reactie. In zeldzame gevallen kan een allergische reactie optreden of ontstekingen aan de luchtwegen. Brandharen uit oude nesten kunnen het hele jaar door overlast veroorzaken. Er hoeft geen rechtstreeks contact met de rups te zijn om klachten te krijgen. De brandharen kunnen namelijk door de wind meegevoerd worden waardoor ze op de huid of in de kleding terecht komen. De locatie van de boom waar het nest van de eikenprocessierups zich begeeft heeft grote invloed op de mate van overlast. In een omgeving waar zich dagelijks veel mensen begeven (zoals een dorpskern, park of een drukbezochte doorgaande fiets-/ wandelroute), is het risico op gezondheidsklachten als gevolg van de eikenprocessierups groter. Eiken op dit soort locaties hebben dan ook een hogere prioritering in het kader van de bestrijding van de eikenprocessierups. 4.2.2 Rol gemeente De gemeente streeft naar een ecologisch en duurzaam evenwicht met zo min mogelijk overlast voor mens en dier. De rol van de gemeente met betrekking tot de eikenprocessierups is gericht op het zodanig beheersen van de eikenprocessierups in de openbare ruimte, dat de volksgezondheid niet in het geding komt. Om dit doel te verwezenlijken vervult de gemeente een aantal rollen. De eerste rol is de waarnemende rol.

Tijdens inspecties letten we goed op eventueel aanwezige sporen van eikenprocessierupsnesten in eiken. Als we een nest aantreffen op een risicovolle locatie, communiceren we dit naar onze inwoners (o.a. via social media en de nieuwsbrief). Ook brengen we een herkenbare markering aan op de boom, zodat het voor iedereen duidelijk is om welke boom of bomen het gaat. De laatste rol is de uitvoerende/actieve rol van de gemeente. Op specifieke overlastlocaties treffen we gerichte maatregelen. Afhankelijk van de locatie en ernst van de desbetreffende overlastsituatie treffen we preventieve of curatieve maatregelen en beoordelen we welke maatregel het beste toepasbaar is. In de eerste instantie proberen we de aantallen eikenprocessierupsen op een natuurlijke manier in balans te brengen (preventief). We proberen de directe omgeving zodanig in te richten dat de overlastlocatie aantrekkelijk is voor natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups (de koolmees bijvoorbeeld). Wanneer deze maatregelen niet voldoende zijn om de overlastsituatie te beheersen of het risico te beperken kiezen we voor curatieve maatregelen. Voorbeelden van curatieve maatregelen die we in kunnen zetten zijn ‘mechanische bestrijding (wegzuigen)’ of ‘biologische bestrijding (inspuiten van nematoden, bacteriepreparaat)’. We zijn terughoudend met de inzet van toegelaten chemische bestrijdingsmiddelen.

Deze methode is niet selectief en zeer nadelig voor de biodiversiteit. Toepassing van deze methode zien we als laatste redmiddel.

4.3

Ratten

Wanneer we over ratten in stedelijk gebied spreken, dan hebben we het over de bruine rat. De zwarte rat komt voor in havens zoals die van Rotterdam, maar wordt in Lansingerland zelden waargenomen. De bruine rat vestigt zich het liefst in een vochtige en niet te warme omgeving. De bruine rat voelt zich dus al snel ergens thuis, vooral in de buurt van de mens. Zijn favoriete habitats zijn kelders, kruipruimten, schuren, stallen, vuilnisbelten, graan- en houtopslagplaatsen, aan de rand van sloten en dijken, onder de grond in uitgebreide holen en op sommige plekken in de buurt van riolen en ander vervuild water. 4.3.1 Overlast In eerste instantie zullen ratten altijd proberen te vluchten als ze mensen zien, ze vallen mensen niet aan. Wel kunnen ratten ziekteverwekkers verspreiden via hun uitwerpselen, urine en speeksel. 8

Ziektes die de bruine rat kan overbrengen, zijn de ziekte van Weil (leptospirose), Salmonellabacteriën en andere soorten bacteriën die voedselvergiftiging veroorzaken (waaronder paratyfus) en Rattenbeetkoorts. Het risico om in Lansingerland ziek te worden als gevolg van de rattenoverlast is zeer klein. Ook kan de rat schade veroorzaken doordat hij knaagt aan alles wat hij in zijn buurt vindt, zoals telefoonkabels en isolatiemateriaal, etc. 4.3.2 Rol gemeente De rol van de gemeente met betrekking tot het bestrijden van ratten is met name communicatief en educatief van aard. Uitgangspunt is om dieren zoveel mogelijk te laten leven en de negatieve gevolgen te beheersen. Dat betekent meer aandacht voor preventie en voorlichting en minder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Het signaleren van één of enkele ratten in de openbare ruimte is voor de gemeente geen reden om direct over te gaan tot het treffen van curatieve maatregelen zoals het maaien van bermen of het plaatsen van vallen. Het bestrijden van plaagdieren in de openbare ruimte is namelijk géén officiële taak van de gemeente. Alleen als zich een rattenplaag voordoet die de volksgezondheid in gevaar brengt, treedt de gemeente curatief op. In dit soort situaties maakt de gemeente een integrale belangenafweging om tot een gerichte en juiste aanpak te komen.

Voorbeelden van curatieve maatregelen die de gemeente kan inzetten zijn bijvoorbeeld het plaatsen van vallen of lokdozen op locatie. Voor ratten op privaat terrein geldt dat de eigenaar zelf verantwoordelijk is voor de overlast en de bestrijding. Voor huurwoningen geldt dat de woningcorporatie of particuliere verhuurder verantwoordelijk is voor rattenbestrijding. In dit soort gevallen kan de gemeente een adviserende rol innemen.

4.4

Ganzen

4.4.1 Overlast Ganzen kunnen voor de volgende potentiële problemen zorgen: -

Risico’s op vogelaanvaringen in relatie tot vliegverkeer; Geluidsoverlast; Agressiviteit in broedseizoen; Overlast door ontlasting; Negatieve invloed op natuurdoelstellingen; Negatieve invloed op waterkwaliteit/volksgezondheid;

Het aantal meldingen over ganzenoverlast in onze gemeente is beperkt. De meldingen hebben met name betrekking op geluidsoverlast, agressiviteit in het broedseizoen en overlast door ontlasting. 4.4.2 Rol gemeente De aanwezigheid van ganzen in onze openbare ruimte is een normaal verschijnsel. Overpopulatie kan echter wel voor overlast zorgen. Wanneer grote groepen ganzen (structurele) overlast veroorzaken kan de gemeente echter besluiten om maatregelen te treffen. Daarbij kijken we allereerst naar effecten voor de volksgezondheid en in tweede instantie naar bijzonder nadelige effecten voor het milieu. Bij eventuele overlast inventariseren we wat de mogelijkheden zijn om kleine aanpassingen aan te brengen in de inrichting van de openbare ruimte (bijvoorbeeld het aanbrengen van hekwerken of het plaatsen van bebording).

9

Aanvullend daarop kan de gemeente besluiten om nestbeheer toe te passen, daarmee kunnen we de populatie langzaam uitdunnen. Nestbeheer passen we sinds 2019 toe in de Groenzoom. De ontwikkeling van de populatie ganzen rondom de Bergboezem gaf daar aanleiding toe. Onze inspanningen stemmen we af met de wildbeheereenheid 5 en we zorgen voor een ordentelijke registratie (met behulp van registratiesysteem Dora). We monitoren zowel het aantal bewerkte nesten als de hoeveelheid ganzen. Bij het toepassen van maatregelen is het uitgangspunt dat we overlast terugdringen op de meest diervriendelijke manier (naar de inzichten van dat moment) en dat we de winterrust voor trekganzen respecteren. Bij de ontwikkeling van nieuwe plannen (o.a. omgevingsplannen en groenontwikkelingsprojecten) is aandacht voor een gansonvriendelijke inrichting, zeker in de nabijheid van de luchthaven. De gemeente is terughoudend met het treffen van maatregelen die een negatieve impact hebben op andere weidevogels (bijvoorbeeld verjaging). Ook gaan we zeer terughoudend om met de mogelijkheid om (boeren)ganzen weg te vangen. Jagen met het geweer en vergassing zien we als laatste redmiddel. Ganzen houden zich niet aan gemeentegrenzen, de overpopulatie speelt op een boven(regionaal) niveau.

We volgen ontwikkelingen in de regio en nemen deel aan bijeenkomsten die in de regio georganiseerd worden die betrekking hebben op het verminderen van overlast door overpopulatie van ganzen.

4.5

Overige soorten

Naast eikenprocessierupsen, ratten en ganzen zijn er nog meer dieren die, wanneer zij een plaag vormen, voor overlast kunnen zorgen. Denk hierbij aan soorten zoals de Amerikaanse rivierkreeft, Aziatische hoornaar en het Mediterraan draaigatje, die op andere locaties in Nederland al voor veel overlast zorgen. De gemeente Lansingerland heeft tot op heden nog geen aanwijzingen die duiden op overlast van deze soorten. Om die reden heeft de gemeente besloten deze soorten niet uitgebreid te behandelen. Uiteraard blijft de gemeente de ontwikkeling van deze en andere mogelijke toekomstige plaagsoorten in de gaten houden. Naast het benoemen van (mogelijke) plaagsoorten die overlast kunnen veroorzaken, is het belangrijk om te vermelden dat er ook veel diersoorten zijn die de gemeente juist wil stimuleren. Ook deze soorten zouden door sommige mensen op het eerste oog als overlast gevend of onwenselijk kunnen worden ervaren. Denk bijvoorbeeld aan insecten zoals bijen en sluipwespen. Deze soorten vervullen echter een belangrijke schakel in het ecosysteem. Het verhogen van de biodiversiteit is iets waar de gemeente Lansingerland naar streeft. Door de biodiversiteit te verhogen ontstaat er een goed functionerend ecosysteem waardoor veel plaagsoorten op natuurlijke wijze kunnen worden bestreden.

Om die reden zet de gemeente Lansingerland zich juist in om soorten zoals bijen en sluipwespen te stimuleren.

5

De WBE handelt binnen de door de provincie Zuid-Holland vastgestelde kaders. De provincie heeft de bevoegdheid om

te besluiten over vrijstelling, aanwijzing of ontheffing om bepaalde diersoorten te verjagen of bestrijden, zie ook de toelichting op pagina 12. 10

5

Uitvoering en aanpak

Inwoners kunnen overlast van wilde dieren in de openbare ruimte melden bij de gemeente. Deze melding pakken de experts van team Exploitatie (de buitendienst) op. Binnen vijf werkdagen ontvangt de melder een reactie op de melding. Bij eenvoudige meldingen bepaalt de buitendienst bepaalt of er actie vanuit de gemeente nodig is. Bij complexe meldingen overlegt de buitendienst met interne experts. Indien er geen actie vanuit de gemeente nodig is, geeft de gemeente inwoners advies. Dit kan onder meer betrekking hebben op het aanbrengen van weringsmiddelen, de inrichting van de tuin, behuizing van huisdieren, het bewaren van voedsel, de omgang met afval etc. Het zaaksysteem zorgt voor een adequate registratie van de meldingen. De buitendienst monitort het aantal meldingen en levert de input voor een periodieke evaluatie. Tijdens de evaluatie bespreken gemeentelijke experts met elkaar wat de ontwikkelingen in de meldingen zijn en wat voor mogelijke consequenties er kunnen zijn voor aanpak en communicatie richting inwoners. Bij de evaluatie zijn diverse onderdelen van de gemeente betrokken: experts van de buitendienst, medewerkers van de vakgroep Afval en Schoon, medewerkers van de vakgroep Groen en de ecoloog/beleidsadviseur leefomgeving.

Door op frequente basis opleidingen te volgen op het gebied van de bestrijding van plaagdieren zorgen de experts van de buitendienst ervoor dat hun kennis op niveau blijft.

11

Bijlage 1 Wettelijk kader Landelijk kader 

Wet publieke gezondheid In de Wet Publieke Gezondheid zijn regels gesteld met het oog op de preventie van infectieziekten. In hoofdstuk 2, paragraaf 4 onder artikel 6 is beschreven dat het college van burgemeester en wethouders zog draagt voor de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding, waaronder het nemen van preventieve maatregelen op dit gebied.

Wet dieren o

o

Het belangrijkste landelijk wettelijk kader voor dierenwelzijn is de Wet dieren met bijbehorende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s), namelijk het Besluit houders van dieren, Besluit gezelschapsdieren en Besluit diergeneeskundigen. De wet gaat uit van de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren. Dat houdt in dat dieren met respect behandeld moeten worden en dat dieren niet nodeloos in hun welzijn mogen worden benadeeld. Het is daarmee verboden om (aangewezen) dieren onnodig pijn te doen, letsel te veroorzaken, de gezondheid of het welzijn te beschadigen en dieren de nodige zorg te onthouden, te doden of een dier als prijs, gift of beloning uit te reiken. De overheid kan situaties, voorwaarden, plaatsen of soorten dieren aanwijzen waarbij deze verboden niet van toepassing zijn. Op grond van artikel 3.5 van de Wet Dieren en op grond van titel 2 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek heeft gemeente verplichtingen ten aanzien van de opvang van gevonden gezelschapsdieren.

Dierenwelzijn in het Burgerlijk wetboek In het burgerlijk wetboek is een bepaling opgenomen die stelt dat de gemeente de taak heeft een gevonden dier, waarvan aangifte is gedaan bij de gemeente, minimaal twee weken te bewaren en te verzorgen (artikel 5:8 lid 3).

Wet Natuurbescherming Bijna alle inheemse vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren zijn wettelijk beschermd door de Wet Natuurbescherming (vastgelegd in een zogeheten ‘zorgplicht’). Hierdoor is het verboden om deze dieren te doden en te verontrusten, maar ook om hun verblijfplaatsen, nesten en eieren te vernielen.

Provinciale regelgeving 

Beleidsregels Kwaliteit Opvang Diersoorten Gewonde en hulpbehoevende inheemse diersoorten mogen alleen opgevangen worden door opvangcentra die op grond van de Wet natuurbescherming een ontheffing hebben van de provincie. Deze opvangcentra moeten voldoen aan de Beleidsregels Kwaliteit Opvang Diersoorten. Deze beleidsregels bevatten diverse kwaliteitseisen waaraan opvangcentra van dieren moeten voldoen, zoals eisen met betrekking tot de kwaliteit van de verzorging en hygiëne. Deze opvang is er altijd op gericht om de dieren zo spoedig mogelijk weer uit te zetten in de vrije natuur, en kan gezien de verplichte ontheffing niet door particulieren worden uitgevoerd.

12

Faunabeheer Faunabeheer is een provinciale bevoegdheid. Volgens de Wet natuurbescherming geeft de provincie onder meer ontheffingen en vrijstellingen af aan verschillende faunabeheereenheden in de provincie. In de faunabeheereenheden (FBE’s) zijn de jachthouders (grondeigenaren) verenigd. De jachthouders mogen het jachtrecht afgeven aan derden of zelf jagen, binnen de door de provincie vastgestelde kaders voor de desbetreffende faunabeheereenheid (vastgelegd in faunabeheerplannen). Een wildbeheereenheid (WBE) is een vereniging van plaatselijke jachtaktehouders, grondgebruikers, terreinbeheerders en anderen. De Faunabeheereenheid werkt nauw samen met de Zuid-Hollandse wildbeheereenheden.

Gemeentelijk beleid en regelgeving 

APV Lansingerland o

Artikel 2:64 Verbod op het houden van bijen

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=b036d5d5-c6be-4040-9cea-c6fa97c55c13