CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

T20.14184 Vast te stellen bestemmingsplan "Noordeindsdweg 380 b en c"

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Noordeindseweg 380 b en c' te Berkel en Rodenrijs17.656 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6.1.2. Onderzoek In het vigerende bestemmingsplan ‘Lint Noord’ kent een deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. In de laatste archeologische beleidskaart, die ná vaststelling van het vigerende bestemmingsplan is vastgesteld, blijkt dat een deel van het plangebied in zone 3 is ingedeeld. Bij deze zone hoort een vrijstellingsgrens van 100 m2 en een diepte van 0,3 meter beneden maaiveld.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c” Toelichting Vaststelling, 28 januari 2021

24

Afbeelding 6.1: Uitsnede Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Lansingerland (versie maart 2017)

Afgaande op het ontwerp van de showroom kan gesteld worden dat de bodemingrepen toenemen met een oppervlakte van meer dan 100 m2. Het toekomstig bouwvlak valt deels (532 m2) binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Dit deel overschrijdt de vrijstellingsgrens van 100 m2. Echter is het plangebied in de huidige situatie al deels geroerd door de bestaande bebouwingen (240 m2). Tevens is voor de naastgelegen locatie ten noorden van het plangebied in 2006 een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Deze is opgenomen als bijlage 3. Uit dit onderzoek komt naar voren dat binnen het onderzoeksgebied geen aanwijzingen zijn dat zich hier archeologische vindplaatsen bevinden. Nader archeologisch onderzoek is hier dan ook niet nodig bevonden. Aangezien maar een deel van het nieuwe gebouw binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ valt, dat binnen het plangebied de gronden al geroerd zijn door de aanleg van de bestaande opstallen en dat er bij het archeologisch onderzoek voor het naastgelegen perceel geen archeologische vondsten zijn gedaan, wordt het uitvoeren van een archeologisch onderzoek voor dit plangebied niet zinvol geacht.

6.1.3. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan. 6.2.

Cultuurhistorie

6.2.1 Beleid Visie erfgoed en ruimte ‘Kiezen voor karakter’ In de Visie erfgoed en ruimte 'Kiezen voor karakter' (juni 2011) zet het Rijk uiteen hoe cultureel erfgoed wordt geborgd in de ruimtelijke ordening voor de periode 2011-2015. De moderne monumentenzorg is ontwikkelings- en gebiedsgericht. Bovendien vindt het kabinet samenwerking met publieke en private partijen van belang.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c” Toelichting Vaststelling, 28 januari 2021

25

In de Visie wordt het karakter van Nederland gevat in vier kenmerkende eigenschappen: waterland, stedenland, kavelland en vrij land. De gebiedsgerichte omgang met erfgoed vergt dat deze karakteristieken worden verbonden met opgaven uit andere sectoren en dat de economische, sociaal-culturele en ecologische kracht van het erfgoed beter wordt uitgebaat. Veranderingen in de monumentenzorg en de ruimtelijke ordening geven burgers en bedrijven meer ruimte en geven decentrale overheden meer vrijheden en verantwoordelijkheden. Iedere overheidslaag staat voor de taak zijn belangen zo veel mogelijk vooraf kenbaar te maken en waar nodig met regels te borgen. Het rijk is daarnaast verantwoordelijk voor een goed functionerend stelsel. Provincies krijgen een centrale rol in de gebiedsgerichte belangenafweging en gemeenten verbinden gevolgen aan een gebiedsgerichte analyse van erfgoedwaarden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het Rijk heeft gekozen voor vijf prioriteiten van het gebiedsgerichte erfgoedbeleid in de komende jaren: 1. werelderfgoed: de samenhang borgen en de uitstraling vergroten; 2. eigenheid en veiligheid: zee, kust en rivieren; 3. herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: met focus op groei en krimp; 4. levend landschap: synergie tussen erfgoed, economie en ecologie; 5. en wederopbouw: het tonen van een tijdperk.

Regioprofielen Cultuurhistorie De provincie Zuid-Holland wil waardevolle cultuurhistorische elementen behouden of inpassen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Om dit richting te geven, zijn Regioprofielen Cultuurhistorie opgesteld. De zestien regioprofielen dienen als een handreiking en sturingskader voor gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders en adviesbureaus om cultuurhistorie op te nemen in ruimtelijke plannen. Ze zijn een uitwerking van de algemene richtlijnen voor cultuurhistorie in ruimtelijke plannen zoals die staan in de provinciale Structuurvisie. Nota Cultuurhistorie Plus De gemeente Lansingerland heeft de ambitie om uit te groeien tot een aantrekkelijke parkstad waarin het goed wonen, werken en recreëren is. Om die ambitie te verwezenlijken voert de gemeente een uitgesproken ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Als onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is de Nota Cultuurhistorie Plus (vastgesteld d.d. 26 april 2012) opgesteld. Waar mogelijk moeten de uitgangspunten uit de Nota worden vertaald in een juridische regeling in het bestemmingsplan. 6.2.2 Onderzoek en conclusie Visie erfgoed en ruimte In de visie erfgoed en ruimte worden geen concrete uitspraken gedaan die specifiek voor het plangebied van belang zijn. Regioprofielen cultuurhistorie Uit afbeelding 6.2 blijkt dat er binnen het plangebied geen waardevolle cultuurhistorische elementen aanwezig zijn.

De Noordeindseweg is aangeduid als Landschap lijn met een redelijk hoge waarde. Deze lijn is echter gelegen buiten het plangebied. De ontwikkeling die voorzien is doet geen afbreuk aan deze cultuurhistorische waarde. Op het gebied van cultuurhistorie worden dan ook geen belemmeringen verwacht.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c” Toelichting Vaststelling, 28 januari 2021

26

Afbeelding 6.2: Uitsnede van de provinciale cultuurhistorische verwachtingskaart (het plangebied is rood omkaderd).

Nota Cultuurhistorie Plus In de gebiedenkaart behorende bij de Nota Cultuurhistorie Plus is het plangebied ligt in het gebiedstype ‘Historische polderlinten’. De Noordeindseweg is het polderlint in het noorden van Berkel. In eerste instantie zijn hier aan de oostkant van de weg boerderijen gebouwd, de vaart lag aan de westkant. Vanaf het midden van de 19de eeuw werden westelijk van de vaart vooral tuinderswoningen gebouwd, veelal met een toegangsbrug. Het lint heeft het oorspronkelijke karakter goed behouden. Langs de Noordeindseweg is er nog relatief veel tussenruimte tussen de bebouwing. Aan de westkant grenzen nu achter de vaart aangelegde nieuwbouwwijken aan het lint. Deze bebouwing is niet op het lint georiënteerd, een brug ontbreekt dan ook. Parallel aan de Noordeindseweg loopt de Noordersingel als historische ‘onderweg’. Hierlangs staan individuele woonhuizen en series arbeiderswoningen. Ook hier worden nieuwe woongebieden ontwikkeld waarin de Noordersingel grotendeels wordt opgenomen. In het bestemmingsplan dienen cultuurhistorisch waardevolle objecten en landschapselementen te worden aangeduid en beschermd. Het welstandsbeleid is in deze gebieden vrij. Voor monumenten of waardevolle bouwwerken geldt echter een bijzonder welstandsniveau. De twee bestaande panden wordt gesloopt en hiervoor komt één groter pand voor teruggebouwd.

Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt aangesloten op de huidige structuur en de beeldbepalende kenmerken van het gebied. Het gebied rondom het plangebied bestaat voornamelijk uit loodsen en kassen. Het plangebied kent geen waardevolle structuren en objecten. In het bestemmingsplan dienen dan ook geen waarden beschermd te worden. Conclusie Het aspect ‘cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor het plan.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c” Toelichting Vaststelling, 28 januari 2021

27

7

Milieu

7.1

Algemeen In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke (on)mogelijkheden vanuit diverse milieuaspecten inzichtelijk gemaakt. Waar nodig moet een vertaling plaatsvinden naar de juridische regeling. Het uitgangspunt hierbij is dat de juridische regeling zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit voldoende dient te borgen.

7.2

M.e.r.-beoordeling Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De realisatie van een caravanshowroom kan aangemerkt worden als een stedelijk ontwikkelingsproject en komt voor in de eerste kolom van de D-lijst horende bij het besluit mer (categorie 11.2). Hoewel de drempelwaarde (kolom 2) niet wordt overschreden, dient een vormvrije m.e.r.beoordeling te worden opgesteld. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: • Kenmerken van het project; • Plaats van het project; • Kenmerken van het potentiële effect. Dit kan niet meer uitsluitend in de vorm van een paragraaf in de toelichting van het bestemmingsplan. Door de initiatiefnemer moet (vanwege een wijziging van het Besluit m.e.r.) een ‘aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling’ worden opgesteld. Dit geldt voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst die onder de drempelwaardes vallen. De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling is als bijlage 2 opgenomen.

Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is opgenomen als bijlage 7.

7.3

Bodemkwaliteit

7.3.1 Kader Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (landof water-)bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit (2008) is de bodem beter te beschermen en meer ruimte te bieden voor nieuwe bouwprojecten. Ook geeft het besluit gemeenten en provincies meer verantwoordelijkheid om de bodem te beheren. Het Bouwstoffenbesluit (Bsb) is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c” Toelichting Vaststelling, 28 januari 2021

28

Gemeentelijk bodembeleid De gemeentelijke Bodemkwaliteitskaart geeft een beeld van de diffuse bodemkwaliteit (ook wel achtergrondkwaliteit genoemd) van de gemeente. In het daaraan gekoppelde Bodembeheerplan is aangegeven welke regels gelden met betrekking tot grondverzet binnen de gemeente. Ook moet in dat kader rekening worden gehouden met de door gemeente Lansingerland vastgestelde bodembeleidsnotitie, als het gaat om grensoverschrijdend grondverzet. 7.3.2 Onderzoek In het vigerende bestemmingsplan ‘Lint Noord’ zijn de gronden waarop de ontwikkeling voorzien is, reeds bestemd als ‘Bedrijf’. Middels dit bestemmingsplan wordt niet voorzien in een gevoeligere bestemming. Bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk. 7.3.3 Conclusie Vanuit het aspect bodem (her)ontwikkelingsplannen. 7.4.

bestaan

geen

belemmeringen

voor

de

voorgenomen

Akoestische aspecten

7.4.1 Kader De Wet geluidhinder verlangt inzicht in de akoestische effecten bij de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige objecten, zoals de realisatie van woningen. 7.4.2 Onderzoek en conclusie In het vigerende bestemmingsplan ‘Lint Noord’ zijn de gronden waarop de ontwikkeling voorzien is, reeds bestemd als ‘Bedrijf’. Middels dit bestemmingsplan wordt niet voorzien in een gevoeligere bestemming. In het kader van de beoogde ontwikkeling wordt bovendien geen nieuwe (openbare) weginfrastructuur aangelegd, en wordt de bestaande weginfrastructuur niet gewijzigd. Onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder is niet noodzakelijk. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan. 7.5

Luchtkwaliteit

7.5.1 Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. De jaargemiddelde grenswaarde voor zeer fijnstof (PM2,5) bedraagt 25 µg/m3. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 aangepast. Voor PM10 is dat 11 juni 2011 en 1 januari 2015 voor NO2. De grenswaarde voor PM2,5 is vanaf 1 januari 2015 van toepassing.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c” Toelichting Vaststelling, 28 januari 2021

29

Naast de introductie van het NSL is het begrip ‘niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: - de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; - de ontwikkeling wordt aangemerkt als een NIBM-project; - de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit worden niet overschreden; - projectsaldering kan worden toegepast. 7.5.2 Onderzoek Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. De voorgenomen ontwikkeling is niet zondermeer aan te merken als een ontwikkeling die past binnen de term ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in een verkeerstoename (zie paragraaf 2.2.3). De ontwikkeling is hierdoor aan te merken als ‘Niet in betekenende mate’ bijdragend aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uitgebreid luchtkwaliteitsonderzoek is niet benodigd.

Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn daarnaast de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het projectgebied. In de NSL-monitoringstool zijn langs de belangrijkste wegen de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. In de afbeelding 7.1 zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 langs de Noordeindseweg en Pastoor Verburghweg weergegeven voor het peiljaar 2018. Dit zijn de rekenpunten die het dichtst bij het plangebied gelegen zijn.

Afbeelding 7.1: overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5, peiljaar 2017 (NSL-monitoringstool)

Uit afbeelding 7.1 blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ter hoogte van het plangebied voor de voorgenoemde stoffen niet meer bedragen dan respectievelijk 23,4 μg/m3, 19,4 μg/m3 en 11,8 μg/m3. De jaargemiddelde grenswaarde van 40 μg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 μg/m3 (voor PM2,5) wordt dan ook niet overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c” Toelichting Vaststelling, 28 januari 2021

30

Gezien de omvang van de ontwikkeling en de achtergrondconcentraties kan gesteld worden dat er geen problemen ontstaan op het gebied van de luchtkwaliteit. 7.5.3 Conclusie De ontwikkelingen in dit plan zijn op basis van de NIBM-tool aan te merken als een project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing aan de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit is dan ook niet nodig. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen oplevert voor de voorgenomen ontwikkelingen in dit bestemmingsplan (artikel 5.16, lid 1 aanhef en onder c Wm). Daarnaast zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening ter plaatse van het plan de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. Deze waarden zijn veel lager dan de gestelde grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit. Een overschrijding van de grenswaarden is dan niet te verwachten. 7.6

Milieuzonering

7.6.1 Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 7.6.2 Onderzoek en conclusie In de omgeving van het plangebied, zijn naast (bedrijfs)woningen, verschillende andere functies/inrichtingen aanwezig. Met deze ontwikkeling wordt geen gevoelige functie mogelijk gemaakt. Er hoeft geen onderzoek gedaan te worden naar de aanwezige omliggende functies/inrichtingen ten aanzien van de ontwikkeling. In het vigerende bestemmingsplan kent het plangebied reeds de functieaanduiding ‘detailhandel perifeer’ waarmee de gronden bestemd zijn voor perifere detailhandel in caravans, alsmede de reparatie daarvan. De ontwikkeling van de caravanshowroom past qua aard en omvang binnen de huidige functieaanduiding. Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering bestaan geen belemmeringen voor de voorgenomen (her)ontwikkelingsplannen. 7.7

Externe veiligheid

7.7.1 Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. 7.7.2 Onderzoek Uit de risicokaart (zie afbeelding 7.2) blijkt dat zich in de omgeving van de ontwikkellocatie een LPG station bevindt. De nieuwe showroom is op de rand van het invloedsgebied van deze inrichting gelegen en deze wordt verder van de bron af gesitueerd dan de huidige bebouwing. Voorgenomen ontwikkeling voorziet ook niet in een aanzienlijke toename van het aantal

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c” Toelichting Vaststelling, 28 januari 2021

31

aanwezigen. In het plan zelf worden geen risicobronnen mogelijk gemaakt. Het aspect externe veiligheid levert dan ook geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

Afbeelding 7.2: EV-signaleringskaart (het plangebied is rood omkaderd).

Advies Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Het voorontwerp bestemmingplan is toegezonden aan de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond constateert in de nabijheid van het plangebied één relevante externe veiligheidsbron, namelijk de LPG-afleverinstallatie bij de garage aan de Langelaan. Het plangebied valt binnen de contouren van het worstcase scenario (BLEVE – Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion). Echter betreft de caravanshowroom een beperkt kwetsbaar object en daardoor zijn er geen aanvullende bouwkundige maatregelen vereist. Wel is het wenselijk dat er minimaal één nooduitgang ten oosten van de caravanshowroom aanwezig is, zodat er van de risicobron af gevlucht kan worden. Ook hecht de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond waarde aan een adequate bereikbaarheid en bluswatervoorziening op het terrein aanwezig is. Tevens adviseert de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond zorg te dragen voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit door middel van de campagne “Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand”. Doorgaans is schuilen in een gebouw de beste optie; sluit ramen en deuren, schakel het ventilatiesysteem af, blijf weg bij ramen en schuil bij voorkeur in dat deel van het gebouw dat zo ver mogelijk van het incident af is gelegen.

Het advies van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is doorgegeven aan de initiatiefnemer. 7.7.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid leidt niet tot belemmeringen voor voorgenomen ontwikkeling.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c” Toelichting Vaststelling, 28 januari 2021

32

7.8

Overige belemmeringen Inleidend Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. Luchthaven Rotterdam The Hague Airport Toetsingsvlakken Luchtverkeersleiding Nederland Ten behoeve van de luchtverkeersbeveiliging van luchthaven “Rotterdam The Hague Airport”. zijn technische installaties en systemen op en in de omgeving van het luchtvaartterrein aanwezig. Deze zogenaamde Communicatie, Navigatie en Surveillance (CNS)-infrastructuur maakt gebruik van radiogolven die uitgezonden en/of ontvangen worden door antennesystemen. Obstakels, zowel vast (gebouwen, windmolens, et cetera) als mobiel (bouwkranen, heistellingen, et cetera) vormen in potentie een bedreiging voor de goede werking van de apparatuur omdat ze de uitgezonden radiosignalen kunnen verstoren. Verstoring van de apparatuur maakt de CNS apparatuur minder betrouwbaar of zelfs geheel onbruikbaar waardoor direct de veiligheid van het luchtverkeer wordt beïnvloed. Het is daarom in het belang van de veiligheid van de luchtvaart alles in het werk te stellen om de diverse systemen tegen verstorende obstakels te beschermen.

Aan de hand van de internationale burgerluchtvaartcriteria dient beoordeeld te worden of de voorgenomen bouwplannen en werktuigen van invloed zijn op de correcte werking van CNS-hulpmiddelen. Het plangebied bevindt zich buiten de toetsingsvlaken van de CNS-apparatuur. Het is daarom niet noodzakelijk dat er een beschermende regeling in het plan wordt opgenomen.

VOR/DME Het plangebied bevindt zich nabij het toetsingsvlak behorende bij de VOR/DME RTM (Rotterdam). Een VOR (VHF Omni-Directional Radiorange) geeft een vliegtuig koersinformatie en een DME (Distance Measuring Equipment) geeft een vliegtuig afstandsinformatie. Het toetsingsvlak van de VOR/DME kent een straal van 600 m gemeten vanaf de basis van de antenne op maaiveldhoogte, waarbinnen een toetsingshoogte van 4,47 (NAP) m geldt; elk op te richten object dat hoger is kan verstoring veroorzaken. Vanaf de basis van de antenne loopt het toetsingsvlak trechtervormig omhoog tot een hoogte van 46,07 m (NAP) op een afstand van 3 km (zie onderstaande afbeelding 7.4). Het plangebied is binnen de toetsingshoogte van 46,07 m (NAP) gelegen. Deze hoogte wordt middels dit plan niet overschreden. De maximale bouwhoogte van 7,5 meter is op de verbeelding opgenomen. Er is om die reden ook geen vrijwaringszone opgenomen op de verbeelding. Invliegfunnel Bij de luchthaven “Rotterdam The Hague Airport” hoort een aanvliegroute (invliegfunnel). In verband met de vliegveiligheid geldt er binnen de aanvliegroute een hoogtebeperking voor gebouwen en andere bouwwerken. In verband met de vliegveiligheid geldt er binnen de aanvliegroute een hoogtebeperking voor gebouwen en andere bouwwerken tot de aangegeven hoogtes.

Omdat het voorliggende plangebied niet binnen de aanvliegroute is gelegen, is een hoogtebeperking niet aan de orde. Het is daarom niet noodzakelijk dat er voor de invliegfunnel een beschermende regeling in het plan wordt opgenomen. Geluid Bij de luchthaven “Rotterdam The Hague Airport” speelt ook het aspect ‘geluid’ een rol. De maatgevende contour, waarbinnen geen geluidgevoelige bebouwing (zoals woningen) mag Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c” Toelichting Vaststelling, 28 januari 2021

33

worden gerealiseerd, is weergegeven middels de zogenaamde 35 KE-contour. Voorliggend plangebied is gelegen buiten de geluidszones van de luchthaven. Er gelden ten aanzien van geluidhinder als gevolg van de luchthaven binnen voorliggend plangebied dan ook geen restricties.

7.9

Duurzaamheid

7.9.1 Kader Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen staat voor het ontwikkelen en beheren van de gebouwde omgeving met respect voor mens en milieu zodat kan worden voorzien in de behoefte van de huidige generatie zonder dat voor toekomstige generaties de mogelijkheid wordt ontnomen om ook in hun behoeften te kunnen voorzien. Duurzaam bouwen is daarmee onderdeel van de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Gemeentelijk beleid De gemeente Lansingerland heeft de ambitie vastgesteld om in 2050 een CO2-neutrale gemeente te zijn. Hiervoor is de duurzaamheidsvisie ‘Lansingerland duurzaam’ opgesteld, die op 18 juli 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld. Door inzet op de thema’s energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie wil de gemeente ook voor de toekomst de kwaliteit van wonen en onze aantrekkelijke leefomgeving behouden en de impact op het milieu en het klimaat te minimaliseren. Dat betekent de overgang van fossiele bronnen naar energie uit hernieuwbare bronnen, gesloten grondstofkringlopen met een zo hoog mogelijk behoud van waarde en de aanpassing aan klimaatverandering om de negatieve effecten hiervan op te vangen, zodat een zekere mate van klimaatbestendigheid ontstaat. Daarbij geeft de gemeente zelf het goede voorbeeld, maar vraagt de gemeente ook iets van andere partijen.

7.9.2 Afweging en conclusie Duurzaamheid komt in dit bestemmingsplan in het bijzonder tot uiting in de beoogde inrichting van het terrein en de beoogde bebouwing met zonnepanelen op het dak. De nieuwe verhardingen rondom het nieuwe gebouw zal waterdoorlatend worden aangelegd. Verder is de oriëntatie van de nieuw toe te voegen bebouwing zodanig beoogd, dat bij een toepassing van zonnepanelen een zo gunstig mogelijk rendement kan worden behaald. Daarbij zal ook worden ingespeeld op de actuele ontwikkelingen in de beschikbare zonnepanelen, waarbij ook bij minder direct zonlicht, gunstige rendementen kunnen worden behaald.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c” Toelichting Vaststelling, 28 januari 2021

34

8

Uitvoerbaarheid

8.1

Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens dient, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Met betrekking tot voorgenomen ontwikkeling is tussen de gemeente en de eigenaar een anterieure overeenkomst gesloten. Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd en het opstellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. Gezien het bovenstaande wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd geacht.

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid In paragraaf 2.2 is beschreven hoe de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur. Deze ontwikkeling is tevens passend binnen de ruimtelijk kaders van de gemeente en heeft als uitgangspunt de bestaande ruimte beter in te richten en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Daarmee wordt verondersteld dat er voldoende draagvlak is. Bovendien wordt in de bestemmingsplanprocedure de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te dienen (zie ook hoofdstuk 9 van deze toelichting). Gezien het bovenstaande wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd geacht.

8.3

Handhavingsaspecten Inleidend Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Woningwet (Ww) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c” Toelichting Vaststelling, 28 januari 2021

35

Vertaling naar bestemmingsregeling Bij het opstellen van dit nieuwe bestemmingsplan zijn de gronden vrij gedetailleerd bestemd. Er zijn diverse voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Binnen de bestemmingen is daarmee relatief veel rechtszekerheid en is daarmee weinig kans op interpretatieverschillen. Ook zijn de verbeelding, de regels en de toelichting zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatieproblemen en problemen met betrekking tot de uitvoering zo veel mogelijk worden voorkomen.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c” Toelichting Vaststelling, 28 januari 2021

36

9

Procedure

9.1

Voorbereidingsfase Vooraankondiging Op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient voorafgaand aan een procedure van een bestemmingsplan, waarin een ruimtelijke ontwikkeling wordt gefaciliteerd, een vooraankondiging te worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden. Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan is, conform de gemeentelijke inspraakverordening, voorafgaand aan de formele bestemmingsplanprocedure voor inspraak vrijgegeven. Gedurende de inspraaktermijn is een ieder in de mogelijkheid gesteld schriftelijke en/of mondeling te reageren op het bestemmingsplan. Overleg Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader is het voorontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan diverse instanties. De ontvangen inspraakreacties zijn samengevat en beantwoord in de ‘Nota inspraak en overleg bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c”’, die opgenomen is als bijlage 6. De reacties zijn verwerkt in dit bestemmingsplan. Tevens zijn er ambtshalve wijzigingen doorgevoerd.

9.2

Ontwerpfase Na afronding van het vooroverleg wordt de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen die eventueel volgen uit de inspraak- en overlegreacties worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Ook worden er – indien nodig – ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening (Wro) (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient ook via elektronische weg te geschieden. Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

9.3

Vaststellingsfase Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging zal de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot vergunningverlening kan worden overgegaan.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c” Toelichting Vaststelling, 28 januari 2021

Bijlagen bij de toelichting

Bijlage 1: Inrichtingsplan nieuwbouw showroom Maat caravans te Berkel en Rodenrijs, Architectenstudio.NL, 10 september 2019

ort po uif sch de an sta be

weg dse

6381

7279 0 00 15

k vla uw bo

rk pa

n ere

en

m oo wr ho s e tre

plangebied ca. 4336 m2

z be

len ne pa

n ere rs ke oe

rs ke oe ez l 4pp b ren nee rke so pa per en

0a 38 0 38

ns va ing ara strat c op be rko de ve aten n rei orl ter do en ater t i bu e w uw nie

8h -37 g 8 37

6292 3529 6696

0 00 12

k vla uw bo

p 6p ers ek zo

3 629

be s ren an rke rav ating pa ca r k vla op best uw rko bo ve tende in rre orla nte erdo ite bu wat e uw nie

0d 38

00 10

p 3p

ts laa p k r we

m oo wr ho

0 00 10 PV

rk pa

ein err t e tre en

ew uw nie

or nto a k

r ke lin nk en o t be oud h de an g be a t n s ati e b str be

g ewe nds rdei Noo

5240

6296

pp 23

es uw nie

6169

5224

rk pa

el ne rs o pe n e rs ke oe ez b n ere

g tin tra es b de pp ten 10 rla o ers o ek d r o z be ate

ns va ara c t ri uit

waterberging bestaande toestand ca. 4336 m2 verhard dmv gebouwen, betonklinkers en betonplaat. nieuwe toestand ca. 2118 m2 van de totale verharding zal aangepast worden van betonplaat naar waterdoorlatende bestrating. De bestaande verharding zal niet toenemen maar afnemen. waterberging is alleen van toepassing bij een toename van de bestaande verharding. parkeer balans Volgens de gehanteerde norm is er 8 + 38 parkeerplaatsen nodig op eigen terrein. Er worden 46 parkeerplaatsen voorzien bij de nieuwe inrichting.

Situatie Nieuw 1 : 500

MAATVOERING IN HET WERK TE CONTROLEREN Inrichtingsplan nieuwe toestand

datum schaal

10-09-2019 1:500

afmeting

A3

Emailadres: info@architectenstudio.nl

Website: www.architectenstudio.NL

De Stanzerij 13A / 5131GN / Alphen NB

tel.: +31641237785

werkno.

bladno.

2019-03

SI-01

Bijlage 2: Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c”, KuiperCompagnons, 13 maart 2020

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c”

13 maart 2020

Werknummer

619.161.30

Datum

13 maart 2020

Adviseur

KuiperCompagnons

Inhoud 1.

Beschrijving van het project .........................................................................................4

2.

Waarom een vormvrije m.e.r. beoordeling? .................................................................4

3.

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r.-beoordeling ..............................4

4.

Conclusie .....................................................................................................................7

Bijlage I – Afwegingskader relevante milieuaspecten m.e.r.-beoordeling ............................8

4

1.

Beschrijving van het project Het plangebied is gelegen aan de Noordeindseweg, een oud bebouwingslint met een bijzonder gevarieerde ruimtelijke structuur. Het bebouwingsbeeld van het lint wordt afwisselend bepaald door oude boerderijcomplexen, kassenpercelen en bedrijfsbebouwing met daartussen fragmenten woonbebouwing. De wens bestaat om op het perceel Noordeindseweg 380 b en c te Berkel en Rodenrijs en caravanshowroom te realiseren. Momenteel zijn in het plangebied twee loodsen aanwezig welke in het vigerende bestemmingsplan een bedrijfsbestemming met twee bouwvlakken kennen. In één van de loodsen is momenteel ook al een caravanshowroom aanwezig. De toekomstige caravanshowroom is voor een (groot) deel buiten de huidige bouwvlakken voorzien. Omdat binnenplans geen mogelijkheden tot afwijking bestaan en de wijzigingsbevoegdheid niet toeziet op de geplande verruiming van de bouwvlak dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld.

2.

Waarom een vormvrije m.e.r. beoordeling? Voor de voorgenomen ontwikkeling dient gemotiveerd te worden of mogelijk sprake is van negatieve effecten op het milieu. Afhankelijk van de omvang van de ontwikkeling dient het bevoegd gezag (in dit geval burgemeester en wethouders) de afweging te maken of een m.e.r.procedure dient te worden gevolgd. In het Besluit m.e.r. zijn categorieën van gevallen aangegeven die (mogelijk) m.e.r(beoordelings)plichtig zijn. Voor de bouw van woningen is dit in het Besluit m.e.r. als volgt geformuleerd: 1. D.11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, bij een oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied en dat 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. De ontwikkeling aan de Noordeindseweg 380 b en c voorziet in de herstructurering van het perceel met een caravanshowroom van 1.530 m2. Daarmee blijft de omvang ruim onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet plan m.e.r.- plichtig. De drempelwaarden in onderdeel D van het Besluit m.e.r. zijn echter indicatieve waarden. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben.

Op grond van artikel 2 lid 5 van het Besluit m.e.r. is daarom wel deze vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Als blijkt dat er mogelijk belangrijke milieugevolgen zijn, is alsnog een uitgebreide m.e.r.beoordeling of MER noodzakelijk. Omdat het niet de gemeente is die initiatiefnemer is in dit project, moet de m.e.r.-beoordeling in de vorm van een aanmeldnotitie worden gegoten. Deze aanmeldnotitie moet door de initiatiefnemer worden ingediend bij de gemeente en de gemeente dient op een zo vroeg mogelijk moment te besluiten over of wel of niet een formele (uitgebreide) m.e.r.-beoordeling of MER moet worden opgesteld.

3.

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r.-beoordeling Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient rekening gehouden te worden met de criteria zoals die zijn opgenomen in bijlage III van de EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Deze worden hieronder behandeld.

Aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling – bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c”

5 1. Kenmerken project / activiteit De omvang van het project betreft het realiseren van caravanshowroom. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde 200.000 m2 bedrijfsvloeroppervlak. 2. Plaats van het project / activiteit Het plangebied is gelegen aan het bebouwingslint Noordeindseweg, ten noorden van de kern Berkel en Rodenrijs. Globaal wordt het plangebied begrensd door: • Een grasweide de noordzijde; • Het perceel van Noordeindseweg 386a en een grasweide aan de oostzijde; • Een bestaande kantoor/werkplaats, twee woningen (Noordeindseweg 380 en 380a) en een loods ten westen; • De percelen Noordeindseweg 376 en 378 aan de zuidzijde. Afbeelding 1.1 geeft de globale ligging en begrenzing van het plangebied weer.

Afbeelding 3.1: globale begrenzing plangebied

3. Samenhang met andere activiteiten Het beoogde bouwplan heeft betrekking op de inpassing van een caravanshowroom op het perceel Noordeindseweg 380 b en c. Om hier ruimte voor te maken zal de bestaande bebouwing worden gesloopt. Afbeelding 3.2 geeft de nieuwe inrichting van het plangebied weer. De Noordeindseweg is een bijzonder lint met een eenduidige stedenbouwkundige structuur. Het lint heeft een asymmetrisch karakter en bestaat in de basis uit een dijklichaam met bebouwing aan weerszijden, alsmede een weg en vaart in het midden.

Aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling – bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c”

6 De beoogde nieuwe showroom zal qua maatvoering aansluiten bij de bestaande bebouwing in de omgeving. De omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit grote loodsen en kassen. Tevens zijn aan de Noordeindseweg diverse caravanstallingen en autobedrijven gevestigd. De voorgenomen ontwikkeling past hierbinnen.

Afbeelding 3.2: Nieuwe inrichting perceel

Het bestaande bedrijf heeft behoefte aan meer binnenruimte. Momenteel staan veel caravans buiten tentoongesteld. Door de sloop en nieuwbouw ontstaat meer ruimte binnen in het gebouw om deze caravans tentoon te stellen. In de Structuurvisie Lansingerland is het plangebied aangewezen voor het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle karakter van het lint. De voorliggende ontwikkeling kan worden beschouwd als een ‘gebiedseigen’ ontwikkeling die past bij de maat en schaal van de bestaande kenmerken van het lint. Derhalve wordt de ontwikkeling passend geacht binnen de kaders van de gemeentelijke structuurvisie. Gelet op het voorgaande wordt het voorliggende bestemmingsplan passend geacht binnen de kaders van het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Er zijn verder geen andere ruimtelijke ontwikkelingen / activiteiten in de omgeving van het plangebied.

Aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling – bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c”

7 4. Kenmerken van de (mogelijk belangrijke) nadelige milieugevolgen Voor de beoogde herontwikkeling zijn in het kader van het bestemmingsplan meerdere omgevingsaspecten beoordeeld en/of onderzocht. De tabel opgenomen als bijlage I bij deze notitie geeft een samenvatting van deze afweging. Aspecten waar (mogelijk) nadelige effecten optreden zijn hieronder nader uitgewerkt. Op een groot aantal aspecten is juist sprake van positieve effecten. Archeologie In het vigerende bestemmingsplan ‘Lint Noord’ kent een deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. In de laatste archeologische beleidskaart, die ná vaststelling van het vigerende bestemmingsplan is vastgesteld, blijkt dat een deel van het plangebied in zone 3 is ingedeeld. Bij deze zone hoort een vrijstellingsgrens van 100 m2 en een diepte van 0,3 meter beneden maaiveld. Afgaande op het ontwerp van de showroom kan gesteld worden dat de bodemingrepen toenemen met een oppervlakte van meer dan 100 m 2. Het toekomstig bouwvlak valt deels binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Dit deel overschrijdt de vrijstellingsgrens van 100 m2. Echter is het plangebied in de huidige situatie al deels geroerd door de bestaande bebouwingen. Tevens is voor de naastgelegen locatie ten noorden van het plangebied in 2006 een archeologisch onderzoek uitgevoerd.

Uit dit onderzoek komt naar voren dat binnen het onderzoeksgebied geen aanwijzingen zijn dat zich hier archeologische vindplaatsen bevinden. Nader archeologisch onderzoek is hier dan ook niet nodig bevonden. Aangezien maar een deel van het nieuwe gebouw binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ valt, dat binnen het plangebied de gronden al geroerd zijn door de aanleg van de bestaande opstallen en dat er bij het archeologisch onderzoek voor het naastgelegen perceel geen archeologische vondsten zijn gedaan, wordt het uitvoeren van een archeologisch onderzoek voor dit plangebied niet zinvol geacht. Ecologie Gebiedsbescherming De ontwikkellocatie is niet gelegen op gronden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Er gaat dan ook geen oppervlakte aan NNN-gebied verloren. De locatie is op ruime afstand (meer dan 6 kilometer) van stikstofgevoelige Natura 2000gebieden gelegen. Door de uitspraak van de Raad van State van eind mei is het nu echter voor ieder project nodig uit te sluiten dat negatieve effecten, als gevolg van onder andere stikstofdepositie, optreden. Een AERIUS-berekening is noodzakelijk om aan te kunnen tonen dat geen nadelige effecten optreden.

Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door de aanleg en het gebruik van de caravanshowroom aan de Noordeindseweg 380 b en c. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project. Soortenbescherming De kans bestaat dat in het plangebied beschermde planten- en / of diersoorten voorkomen. De bescherming van plant- en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. De ontwikkeling voorziet in de sloop van de bestaande bebouwing. Een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom benodigd. Uit de quickscan komt naar voren dat het aspect natuur en landschap geen belemmering vormt voor dit bestemmingsplan.

4.

Conclusie Uit de tabel in bijlage I blijkt dat er sprake is of kan zijn van nadelige milieueffecten. Deze effecten zijn weloverwogen beoordeeld. Waar mogelijk worden maatregelen worden genomen om deze effecten te beperken. Er kan worden geconstateerd dat de nadelige effecten te reguleren zijn en dat een uitgebreide m.e.r.-beoordeling of het opstellen van een MER in deze niet zinvol en/of noodzakelijk is.

Aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling – bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c”

8 Bijlage I – Afwegingskader relevante milieuaspecten m.e.r.-beoordeling

Afweging relevante milieuaspecten Aspect

Nu

Straks

Uitwerking

Archeologie

0

±

Bedrijven en milieuzonering

0

0

Bodem

0

0

Bezonning

+

+

Brandveiligheid

+

+

Volgens de beleidsadvieskaart ligt het plangebied deels in een zone met een archeologische verwachting. De gronden worden beschermd door de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Met deze ontwikkeling wordt geen gevoelige functie mogelijk gemaakt. Tevens past de ontwikkeling van de caravanshowroom qua aard en omvang binnen de huidige functieaanduiding. In het vigerende bestemmingsplan ‘Lint Noord’ zijn de gronden waarop de ontwikkeling voorzien is, reeds bestemd als ‘Bedrijf’. Middels het nieuwe bestemmingsplan wordt niet voorzien in een gevoeligere bestemming. Bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Geen tot beperkte schaduwwerking door de nieuwbouw. Voldoet aan de brandvoorschriften Bouwbesluit.

Cultuurhistorie

+

+

Duurzaamheid

0

+

Ecologie

0

±

Economie

0

+

Energie

0

+

Externe veiligheid

0

0

Geur

0

0

Geluid (Wet geluidhinder)

0

0

Binnen het plangebied zijn geen waardevolle cultuurhistorische elementen aanwezig. De Noordeindseweg is aangeduid als Landschap lijn met een redelijk hoge waarde. Deze lijn is echter gelegen buiten het plangebied. De ontwikkeling die voorzien is doet geen afbreuk aan deze cultuurhistorische waarde. In het plan wordt aandacht besteed aan duurzaamheidsaspecten door waterdoorlatende verharding aan te leggen en zonnepanelen op het dak te plaatsen. Daarbij wordt verder gegaan dan alleen de wettelijke verplichtingen. Er is een quickscan en stikstofberekening benodigd. De herstructurering van het perceel zal het bedrijf aantrekkelijker maken voor klanten. Zie duurzaamheid. Uit de risicokaart blijkt dat zich in de omgeving van de ontwikkellocatie een LPG station bevindt. De nieuwe showroom is op de rand van het invloedsgebied van deze inrichting gelegen en deze wordt verder van de bron af gesitueerd dan de huidige bebouwing. Voorgenomen ontwikkeling voorziet ook niet in een aanzienlijke toename van het aantal aanwezigen. In het plan zelf worden geen risicobronnen mogelijk gemaakt. Het aspect externe veiligheid levert dan ook geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling. N.v.t. In het vigerende bestemmingsplan zijn de gronden waarop de ontwikkeling voorzien is, reeds bestemd als ‘Bedrijf’. Middels het nieuwe

Aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling – bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c”

9

Gezondheid

0

0

bestemmingsplan wordt niet voorzien in een gevoeligere bestemming. Onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder is niet noodzakelijk. Zie luchtkwaliteit en groen.

Groen

0

0

Het verhard oppervlak blijft gelijk.

Klimaatadaptatie

0

+

Zie water.

Landschap

0

0

Zie cultuurhistorie

Licht

0

0

N.v.t.

Luchtkwaliteit

0

0

Mobiliteit

0

0

Ondergrond

0

0

De ontwikkeling kan worden aangemerkt als Niet In Betekenende Mate. De voorgenomen ontwikkeling maakt de herstructurering op het perceel mogelijk en de bedrijfsactiviteiten zullen niet zodanig toenemen dat sprake is van een significante verkeerstoename. Blijft ongewijzigd.

Ruimtelijke kwaliteit

-

+

Sociale veiligheid

0

0

De verouderde bebouwing wordt gesloopt. Een grote caravanshowroom komt er voor terug. Qua verkaveling en vormgeving wordt rekening gehouden met de omgeving. N.v.t.

Straling

0

0

N.v.t.

Trilling

0

0

N.v.t.

Water

0

+

Er wordt halfververharding gerealiseerd.

Windhinder

0

0

N.v.t.

Aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling – bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c”

Bijlage 3: Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Bouwlocatie Noordeindseweg 380b, Berkel en Rodenrijs, SOB research, 2006

Bijlage 4: Notitie Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan "Noordeindseweg 380 b en c", KuiperCompagnons, 25 februari 2020

NOTITIE Betreft Locatie Opdrachtgever Contactpersoon Werknummer Datum

Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan "Noordeindseweg 380 b en c" Berkel en Rodenrijs Gemeente Lansingerland 619.161.30 25 februari 2020

Aanleiding In opdracht van de gemeente Lansingerland is door KuiperCompagnons een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor het bestemmingsplan “Noordeindseweg 380 b en c”. Het voornemen is om op het perceel Noordeindseweg 380 b en c te Berkel en Rodenrijs een caravanshowroom te realiseren. In de bestaande situatie zijn twee loodsen aanwezig, waarvan één gebruikt wordt als caravanshowroom en worden rondom de loodsen caravans gestald. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet past binnen het vigerende bestemmingsplan, wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In deze notitie is de stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase voor de bouw en het gebruik van de caravanshowroom beschouwd. Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000gebieden in de omgeving van het plan. In de volgende hoofdstukken wordt eerst het wettelijk kader behandeld, waarna de ligging van het plangebied en de uitgangspunten van de berekening worden beschreven. Daarna worden de berekeningsresultaten gepresenteerd waarna de notitie wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek.

Wettelijk kader De wettelijke grondslag waarop toetsing van de planontwikkeling noodzakelijk is, betreft de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze toets dient om vast te stellen of, en zo ja, onder welke voorwaarden een menselijke activiteit in en rondom een Natura 2000-gebied kan worden toegelaten. Meer concreet heeft deze toets de volgende twee doelen: 1 Zekerheid bieden dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast; 2 Zekerheid bieden dat een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel een verstoring van soorten niet optreedt. De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Indien ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen de

1/4

Natura 2000-gebieden geen stikstofdepositie wordt berekend, kunnen negatieve gevolgen in die gebieden worden uitgesloten.

Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden Rondom het project zijn diverse Natura 2000-gebieden gelegen. Voor de gebieden De Wilck (circa 10 km afstand) en Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein (circa 18 km afstand) geldt dat binnen deze gebieden geen stikstofgevoelige habitats aanwezig zijn, zodat het onderzoek geen betrekking heeft op deze natuurgebieden. De meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn Meijendel & Berkheide (circa 14 km afstand), Westduinpark & Wapendal (circa 16 km afstand) en Solleveld & Kapittelduinen (circa 18 km afstand).

Afbeelding 1: Ligging van het project “Noordeindseweg 380 b en c” ten opzichte van Natura 2000-gebieden

Uitgangspunten De sloop van de bestaande opstallen, het bouwrijp maken, de bouw van de caravanshowroom en het woonrijp maken van de locatie wordt de aanlegfase genoemd. De gebruiksfase is aan de orde nadat de caravanshowroom is opgeleverd. In het onderstaande gedeelte worden de uitgangspunten van de aanleg- en de gebruiksfase beschreven. Aanlegfase In de aanlegfase wordt de stikstofemissie voornamelijk gegenereerd door de (mobiele) werktuigen op de bouwplaats en de verkeersbewegingen van en naar de bouwplaats. Via de initiatiefnemer is deze informatie aangeleverd en deze is door ons vertaald naar gegevens die in Aerius kunnen worden ingevoerd.

Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan "Noordeindseweg 380 b en c" Berkel en Rodenrijs 619.161.30 / 25 februari 2020

2/4

Mobiele installaties Op de eerste pagina in bijlage 1 is een overzicht gegeven van het gebruik van de mobiele installaties en de totale hoeveelheid stikstof die door de mobiele installaties tijdens de aanlegfase worden geëmitteerd. In totaal is uitgegaan van een emissie van 244,65 kilo stikstof. Verkeersbewegingen Op de tweede pagina in bijlage 1 is de totale hoeveelheid bouwverkeer gepresenteerd gebaseerd op de informatie van de opdrachtgever. Voor de onderverdeling in vrachtverkeer is uitgegaan van een middelzware vrachtwagen voor de gewichtsklasse < 20 ton, alles daarboven is worstcase beschouwd als een zware vrachtwagen. Het bouwverkeer moet worden meegenomen tot het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. In het document van Bij12 ‘Instructie gegevensinvoer voor Aerius calculator’ van oktober 2019 is dit als volgt omschreven: Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Op basis van deze omschrijving is het bouwverkeer beschouwd tot de aansluiting met de Oostweg (N470). Daarna kan er zeker van worden uitgegaan dat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld en zeker niet meer is toe te rekenen aan de bouwlocatie.

Omdat de locatie op grotere afstand van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden is gelegen maakt het overigens voor de resultaten van de berekening nauwelijks uit welke oriëntatie voor het verkeer wordt aangehouden. Gerekend is voor het beoordelingsjaar 2020. Dit kan ook worden gezien als worst case omdat de emissie van stikstof van motorvoertuigen in toekomstige jaren afneemt. Gebruiksfase In de bestaande situatie is reeds een caravanbedrijf op de locatie gevestigd. Zoals in de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven, is geen sprake van een toename van het bedrijfsoppervlak en is evenmin sprake van een toename van de verkeersgeneratie. Voor het verwarmen van de nieuwe caravanshowroom zal geen gebruik gemaakt worden van gasgestookte installaties. Om met zekerheid te kunnen stellen dat in de gebruiksfase geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden is de (bestaande) verkeersgeneratie doorgerekend. Deze is door de initiatiefnemer als volgt bepaald: - Het bedrijf is - rekening houdend met vakanties e.d. - effectief 47 weken per jaar gedurende 6 dagen per week geopend. Dit komt overeen met 282 dagen per jaar.

- Per dag arriveren en vetrekken 12 personenwagens/bestelwagens van personeel en bezoekers bij het bedrijf, wat resulteert in 2 x 12 = 24 bewegingen per dag en 24 x 282 = 6.768 bewegingen van lichte motorvoertuigen per jaar. - Een keer per week bezoekt een zware vrachtwagen het bedrijf (aan/afvoer caravans). Dit resulteert in 2 x 47 = 94 bewegingen per jaar.

Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan "Noordeindseweg 380 b en c" Berkel en Rodenrijs 619.161.30 / 25 februari 2020

3/4

Net als voor de aanlegfase is gerekend voor het beoordelingsjaar 2020 en is gerekend tot de aansluiting met de Oostweg (N470).

Berekeningen De resultaten van de berekening in de aanleg- en gebruiksfase zijn in bijlage 2 en 3 gepresenteerd. Uit deze berekeningen blijkt dat in de aanleg- en gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie plaatsvindt binnen de Natura 2000-gebieden.

Conclusie In dit onderzoek is beoordeeld of de aanleg- en de gebruiksfase van de bouw en het gebruik van de caravanshowroom aan de Noordeindseweg 380 b en c te Berkel en Rodenrijs leidt tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door de aanleg en het gebruik van de caravanshowroom aan de Noordeindseweg 380 b en c. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project.

KuiperCompagnons Projectverantwoordelijke: Behandeld door: Telefoonnummer: 010-4330099 File: j:\619\161\30\3 projectresultaat\stikstof\notitie\61916130_stikstof_noordeindseweg_20200225.docm

Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan "Noordeindseweg 380 b en c" Berkel en Rodenrijs 619.161.30 / 25 februari 2020

4/4

Bijlagen >>>

Bijlage 1 Aangeleverde gegevens aanlegfase

Type werktuig betonstorters bulldozers bulldozers graaf-laadcombinaties graaf-laadcombinaties graafmachines graafmachines hijskranen hijskranen hijskranen reach stackers reach stackers ruw terrein heftrucks ruw terrein heftrucks

Bouwjaar vanaf 2011 2006 2011 2008 2011 2006 2011 2006 2011 2005 2005 2011 2008 2011

Totaal aantal kg stikstof in aanlegfase:

Brandstof Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel

Vermogen (kw) EMW,I gram per uur 200 360 100 210 100 210 70 112 70 112 100 174 100 174 100 180 100 180 450 810 250 604,5 250 604,5 60 144 60 144

Uren/jaar 60 60 90 60 90 60 90 60 80 60 60 40 60 40 244,65

Verkeer tijdens de gehele bouwperiode Verkeerscategorie Licht wegverkeer Middelzwaar wegverkeer Zwaar wegverkeer

Voertuigtype Personenauto's, bestelauto's en motoren Vrachtauto's < 20 ton GVW Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers

Invoer Aantal voertuigen 465 260 40

Resultaat Aantal bewegingen 930 520 80

Bijlage 2 Aerius-berekening aanlegfase

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RypqsdvgDhF9 (24 februari 2020) pagina 1/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=8a363744-c804-4615-a757-c359d586e982