CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

T20.01488 Beleidsplan Wet inburgering

Gemeenteraad 22 april 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Beleidsplan Wet inburgering5.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsplan Wet inburgering

Afdeling: Maatschappelijke Opgaven Datum: 22 april 2021 Corsanummer: T20.01488

1

Inhoud 1

2

3

4

5

Inleiding ...........................................................................................................3 1.1

Inleiding .....................................................................................................3

1.2

Wijzigingen inburgeringsstelsel .........................................................................3

1.3

Doelstellingen ..............................................................................................4

1.4

Leeswijzer ..................................................................................................5

Inburgeringsopgave Lansingerland ............................................................................6 2.1

Aantal inburgeringsplichtigen per doelgroepcategorie .............................................6

2.2

Aantal deelnemers per programmaonderdeel ........................................................6

2.3

Stakeholders ................................................................................................7

Uitgangspunten Lansingerlandse aanpak inburgering .....................................................9 3.1

Uitgangspunt 1: Integrale aanpak ......................................................................9

3.2

Uitgangspunt 2: Direct aan de slag ................................................................... 10

3.3

Uitgangspunt 3: Duurzaam maatwerk ................................................................ 10

3.4

Uitgangspunt 4: Regionale samenwerking waar nodig ............................................ 11

Tijdspad en implementatie .................................................................................. 12 4.1

Tijdspad ................................................................................................... 12

4.2

Monitoring, evaluatie en bijstellen ................................................................... 12

Financiën ........................................................................................................ 13 5.1

Begroting en inkomsten ................................................................................ 13

5.2

Dekking .................................................................................................... 13

5.3

Risico’s .................................................................................................... 14

5.3.1

Het budget voor programma’s wordt pas achter definitief vastgesteld ................. 14

5.3.2

Het Rijk kan een prestatieverplichting opleggen ............................................ 14

5.3.3

We zijn afhankelijk van externe stakeholders ............................................... 14

5.3.4

De inburgeringstrajecten bestaan voor het grootste deel uit nieuwe producten ...... 14

Bijlage 1 – Definities ................................................................................................ 15 Bijlage 2 – Implementatie en uitvoering ......................................................................... 17

2

1

Inleiding

1.1

Inleiding

Op 1 januari 2022 gaat de nieuwe Wet inburgering in. Het inwerking treden van de Wet inburgering betekent zowel voor de inburgeraars als de gemeente een verandering. Gemeenten krijgen een belangrijke rol in het nieuwe stelsel: per 1 januari 2022 zijn wij als gemeente verantwoordelijk voor de inburgering van onze inwoners met een inburgeringsplicht. Hiermee krijgen wij een nieuwe maatschappelijke opgave binnen het sociaal domein. In dit beleidsplan beschrijven we de Lansingerlandse uitgangspunten voor de invulling van deze nieuwe taak. Voorafgaand aan de formulering van deze uitgangspunten hebben we diverse informatiebronnen geraadpleegd, onder andere tijdens een werksessie met alle interne en externe betrokken partijen bij inburgering in Lansingerland1. Daarnaast is er een interne klankbordgroep gevormd met medewerkers vanuit de uitvoering om te borgen dat het beleid ook goed uitvoerbaar is. Dit beleidsplan is een addendum bij ‘Versterken van Veerkracht’, het beleidsplan Sociaal domein 2018-2022 (T16.13619). Versterken van Veerkracht biedt de visie en de kaders waarbinnen we werken om de doelen in het sociaal domein te bereiken: een sterke samenleving, evenwichtige gezonde jongeren, zelfredzame betrokken volwassenen en vitale zelfredzame ouderen. Dit addendum beschrijft het beleid voor inburgering in Lansingerland.

1.2

Wijzigingen inburgeringsstelsel

Met de nieuwe Wet inburgering wijzigt het inburgeringsstelsel. Voor mensen die inburgeringsplichtig zijn, is dit een positieve verandering. Het oude stelsel bevat voor veel mensen namelijk belemmeringen voor een goede inburgering. De leningen die inburgeringsplichtigen in dit stelsel afsluiten voor een inburgeringscursus leiden vaak tot schulden. Omdat de regie in het oude stelsel bij de inburgeringsplichtigen zelf ligt, heeft de gemeente hier weinig invloed op. In het nieuwe stelsel krijgt de gemeente de regie over de inburgering. Hierdoor gaat de gemeente de inburgeringscursussen inkopen. Inburgeringsplichtige statushouders hoeven dit niet langer zelf te doen, waardoor zij hier ook geen lening meer voor hoeven af te sluiten die tot schulden kan leiden2. Het nieuwe inburgeringsstelsel kent drie leerroutes om de Nederlandse taal te leren: de Onderwijsroute voor jonge inburgeringsplichtigen en gericht op het behalen van een schooldiploma, de Z-route voor mensen die onvoldoende leerbaar zijn en de B1-route voor alle overige inburgeraars. De inburgeringsplicht in het nieuwe wetsvoorstel bestaat naast een leerroute uit nog twee onderdelen: een Participatieverklaringstraject (PVT) en een Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Het PVT is een traject van ten minste 12 uur over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving3.

De MAP is een leermodule gericht op het in beeld brengen en versterken van de competenties van statushouders en de kansen op de lokale arbeidsmarkt. 1

De externe partijen die zijn betrokken: Bibliotheek Oostland, Humanitas, VluchtelingenWerk, Stichting Novum, Taalpartners, het Werk bedrijf, Middin, De Jonge Krijger en een ervaringsdeskundige. 2 Gezinsmigranten blijven ook in het nieuwe stelsel hun eigen inburgeringstraject bekostigen, eventueel met een lening bij DUO. 3 Het traject sluit af met het afleggen van de participatieverklaring: “Ik verklaar dat ik kennis heb genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en dat ik deze respecteer. Ik verklaar dat ik actief een bijdrage wil leveren aan de Nederlandse samenleving en reken erop dat ik daarvoor ook de ruimte krijg van mijn medeburgers.”.

3

Ten slotte is in de nieuwe Wet inburgering opgenomen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de maatschappelijke begeleiding en financiële ontzorging van inburgeringsplichtige statushouders. De maatschappelijke begeleiding betreft begeleiding en ondersteuning bij praktische zaken en bij de kennismaking met de Nederlandse samenleving en specifieke lokale omgeving. Financiële ontzorging houdt in dat de gemeente de eerste zes maanden na binnenkomst in de gemeente een aantal vaste lasten voor statushouders betaalt (huur, energiekosten en verplichte verzekeringen). Het bedrag voor deze lasten verrekenen we met de bijstandsuitkering. Op deze manier ontzorgen we statushouders en voorkomen we dat er schulden ontstaan in de beginperiode van hun verblijf in onze gemeente. Daarbij hoort ook de verantwoordelijkheid voor begeleiding van statushouders om financieel zelfredzaam te worden. Met de regie op de inburgering ontstaat voor de gemeente ook de kans om de inburgeringsverplichting te combineren met de verplichtingen vanuit de Participatiewet die voor de meeste inburgeringsplichtigen gelden. Door inburgering- en participatie-voorzieningen te combineren, zetten we onze gemeentelijke hulp en ondersteuning effectiever in. Daarnaast combineren we ook de monitoring van de ontwikkelingen en vorderingen op het gebied van inburgering en participatie.

We hebben hiertoe periodiek contact met zowel de inburgeringsplichtigen als de aanbieders van hun inburgeringstrajecten en participatie-voorzieningen. Wanneer nodig stellen we het persoonlijke Plan Inburgering en Participatie (PIP) bij. Wet inburgering 2013 Volledige eigen verantwoordelijkheid inburgeringsplichtigen Commerciële markt voor inburgeringstrajecten, te financieren met een lening bij DUO voor alle inburgeringsplichtigen Geen verbinding met de verplichtingen vanuit de Participatiewet Geen verplichte financiële ontzorging en training financiële zelfredzaamheid

Verwacht resultaat inburgeringstraject: Taalniveau A1 (of ontheffing) Geen onderscheid in leerroutes

1.3

Wet inburgering 2022 Regie en aanbodplicht voor gemeenten, naast eigen verantwoordelijkheid inburgeringsplichtigen Inkoop en financiering van inburgeringstrajecten voor statushouders door gemeenten Verbinding met Participatiewet, waardoor combinatie van de inburgerings- en Participatiewet-verplichtingen mogelijk is Verplichte financiële ontzorging en training financiële zelfredzaamheid voor bijstandsgerechtigde statushouders gedurende ten minste de eerste zes maanden van hun verblijf in de gemeente Verwacht resultaat inburgeringstraject: Taalniveau B1, tenzij iemand onvoldoende leerbaar is Drie verschillende leerroutes: keuze voor leerroute komt in PIP naar aanleiding van een brede intake gericht op alle leefgebieden

Doelstellingen

De doelen van de nieuwe Wet inburgering zoals geformuleerd door het ministerie 4 staan in het verlengde van de doelen in ons beleidsplan voor het Sociaal Domein ‘Versterken van Veerkracht’ en sluiten aan op het uitvoeringsplan voor participatie en re-integratie ‘Werken Werkt’ (T19.03828,

4

Memorie van toelichting bij de internetconsultatie Wet inburgering

4

6 juni 2019). Wij hebben deze samengevoegd tot een Lansingerlandse hoofddoelstelling voor ons inburgeringsstelsel, die uiteenvalt in twee subdoelen. Het hoofddoel is: Inburgeringsplichtigen doen snel en volwaardig mee aan de Nederlandse maatschappij: Elke nieuwe inburgeraar doet binnen 2 jaar naar hoogst mogelijke draagkracht mee in de maatschappij door middel van betaald werk, vrijwilligerswerk of een andere vorm van dagbesteding. Daaronder staan de volgende twee subdoelen:  Inburgeraars zijn zelfredzaam: Inburgeraars worden tijdens hun inburgeringstraject zelfredzame, betrokken volwassenen. Zij zijn financieel onafhankelijk, kunnen voor zichzelf zorgen, investeren in hun eigen netwerken en in de samenleving.  Inburgeraars spreken de taal en hebben kennis van de maatschappij: Inburgeringsplichtigen bereiken met hun inburgeringstraject het voor hen hoogst haalbare taalniveau (liefst niveau B1) en kennis van de Nederlandse maatschappij5. In dit beleidsaddendum beschrijven we op welke manier we met onze nieuwe inburgeringstaak uitvoering geven aan de hierboven gestelde doelen. We sluiten hierbij aan op de beleidskeuzes in ons beleidsplan ‘Versterken van Veerkracht’.

Dit zijn zes kaders waarmee wij binnen het sociaal domein rekening houden om aan te sluiten bij de leefwereld van onze inwoners:  Een inclusieve samenleving  Een integrale benadering met de focus op de uitvoering  Het optimaal benutten van de eigen kracht  Ondersteuning op maat  Lokaal tenzij regionaal een meerwaarde heeft  Ondersteuning is voor alle inwoners toegankelijk

1.4

Leeswijzer

Na een korte inleiding en beschrijving van de doelstellingen van het inburgeringsbeleid, volgt in het volgende hoofdstuk van dit addendum een beschrijving van de inburgeringsopgave in Lansingerland. We beschrijven de verschillende doelgroepen en programmaonderdelen van de inburgering. Daarnaast lichten we in dit hoofdstuk de organisaties toe die van belang zijn bij de uitvoering van onze inburgeringstaak (stakeholdersanalyse). Vervolgens beschrijven we in hoofdstuk 3 onze uitgangspunten voor inburgering. Bij elk uitgangspunt horen implementatiethema’s. Deze implementatiethema’s werken we in hoofdstuk 4 uit in een implementatieplan. We sluiten het addendum af met hoofdstuk 5 waarin we de financiën beschrijven.

5

De termijnen hiervoor zal het ministerie eind 2021 vaststellen middels een algemene maatregel van bestuur

5

2

Inburgeringsopgave Lansingerland

2.1

Aantal inburgeringsplichtigen per doelgroepcategorie

De Wet inburgering heeft betrekking op inwoners die een verblijfsvergunning hebben gekregen waarmee zij in Nederland mogen wonen. Het gaat heel specifiek om personen met een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel. Deze doelgroep is ongewijzigd ten opzichte van de vorige wet. De doelgroep is onder te verdelen in twee categorieën:  Statushouders: personen met een asiel-verblijfsvergunning voor bepaalde tijd6 en hun familieen gezinsleden.  Gezinsmigranten (en overige migranten): personen met een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd7. Bijvoorbeeld migranten die naar Lansingerland komen omdat zij een Nederlandse partner hebben. Vanaf 2022 verwachten we in Lansingerland per categorie de in onderstaande tabel genoemde aantallen inburgeringsplichtigen. Deze cijfers zijn ingeschat op basis van landelijke prognoses van de Rijksoverheid en de taakstellingen8 voor Lansingerland in het verleden.

Statushouders (18+) Gezinsmigranten (en overige migranten) Totaal inburgeringsplichtigen

2.2

2022

2023

2024

40 16 56

28 16 44

28 16 44

Aantal deelnemers per programmaonderdeel

Het inburgeringsprogramma bestaat uit verschillende onderdelen. In de tabel hieronder zijn alle programmaonderdelen volgens de nieuwe Wet inburgering opgenomen. Per onderdeel vermeldt de tabel het verwachte aantal deelnemers op jaarbasis in Lansingerland. De genoemde cijfers zijn ingeschat op basis van landelijke prognoses van de Rijksoverheid en Divosa en op basis van onze eigen kennis van de Lansingerlandse inburgeraarspopulatie (relatief veel gezinnen). Programmaonderdelen

B1-leerroute (taal) Z-leerroute (taal) Onderwijsroute (taal) Maatschappelijke begeleiding Ontzorging Begeleiding bij inburgering10 Module Arbeidsmarkt en Participatie11 Participatieverklaringstraject

Deelnemers - statushouders

20 14 6 40 (+ kinderen) 40 40 34 40

Deelnemers – gezinsmigranten en overige migranten 169

16 16 16

6

Volgens artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 Volgens artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 ii Besluiten van de Rijksoverheid over de aantallen statushouders die gemeenten moeten huisvesten 9 Het aanbod van de leerroute voor gezinsmigranten valt niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Gezinsmigranten kiezen zelf een inburgeringstraject en financieren dit zelf, eventueel met een lening bij DUO. 10 Brede intake, PIP, advies, voortgangsgesprekken 11 Exclusief deelnemers Onderwijsroute 7

6

De genoemde aantallen aan deelnemers starten verspreid over het jaar, afhankelijk van het moment waarop iemand naar onze gemeente verhuist. Dit betekent dat er in de meeste maanden slechts enkele deelnemers per programmaonderdeel zijn. Om een groep of klas te vormen, is regionale samenwerking daarom essentieel.

2.3

Stakeholders

Bij de uitvoering van onze nieuwe inburgeringstaak zijn ook diverse andere partijen betrokken. We kunnen deze taak namelijk niet alleen uitvoeren en zijn voor het succes van de inburgeringsopgave afhankelijk van andere partijen. Zo kopen we verschillende inburgeringsvoorzieningen in bij maatschappelijke organisaties en/of commerciële aanbieders. Daarnaast werken we samen met gemeenten in de regio en het lokale bedrijfsleven. Met alle nieuwe samenwerkingen sluiten we zoveel mogelijk aan op de bestaande samenwerkingsafspraken in het sociaal domein. Onderstaande matrix12 geeft weer welke externe partijen er betrokken zijn bij de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering. De matrix geeft weer in welke mate deze partijen invloed hebben op de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering en in welke mate zij belang hebben bij de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering. Voor de partijen met veel invloed en veel belangen geldt dat ons stakeholdersmanagement van groot belang is. We noemen deze partijen de ‘sleutelfiguren’. Daarnaast is het belangrijk om te investeren in de partijen die weinig belangen en veel invloed hebben. Dit zijn de ‘beïnvloeders’. Voor de partijen met weinig invloed en veel belangen, ‘de geïnteresseerden’, geldt dat het van belang is om hen goed te informeren.

Aan de partijen met weinig invloed en weinig belangen, ‘de toeschouwers’, besteden we de minste aandacht in ons stakeholdersmanagement. We monitoren de ontwikkelingen bij deze partijen en sluiten daarop aan wanneer nodig.

12

Matrix van Mendelow (1991)

7

Beperkte invloed

Weinig belangen Toeschouwers   

COA IND DUO

Beïnvloeders

Veel invloed

    

Maatschappelijke partners zoals Kwadraad, CJG, Stichting Welzijn Lansingerland, Stichting MEE Aanbieders kinderopvang Ministerie van SZW VNG Divosa Media-partijen

Veel belangen Geïnteresseerden    

Inburgeringsplichtigen in Lansingerland Reguliere onderwijsinstellingen Internationale schakelklassen 3B wonen

Sleutelfiguren   

 

   

Werkgeversservicepunt ZHC Werkgevers/Lokaal bedrijfsleven Regio-gemeenten met wie wij samenwerken: Zoetermeer, PijnackerNootdorp, Rotterdam Aanbieders taaltrajecten Aanbieders maatschappelijke begeleiding: Vluchtelingenwerk, Humanitas Aanbieders overige inburgeringsonderdelen (PVT, MAP) Aanbieders re-integratietrajecten Aanbieders Wmo-dagbesteding Bibliotheek

8

3

Uitgangspunten Lansingerlandse aanpak inburgering

Met de uitgangspunten van ons inburgeringsbeleid beogen we kwalitatieve inburgeringsvoorzieningen, waarmee we optimaal bijdragen aan onze doelstelling gericht op financieel zelfredzame volwassenen. Daarnaast geven de uitgangspunten handvatten om te komen tot een effectieve combinatie van inburgering en overige voorzieningen binnen het sociaal domein.

Uitgangspunten 1. Integrale aanpak: We kiezen voor een integrale aanpak. In deze integrale aanpak combineren we onze voorzieningen gericht op inburgering met de overige voorzieningen binnen het sociaal domein. Het gaat hierbij zowel om onze participatie- en re-integratievoorzieningen als om voorzieningen vanuit de Wmo, Schuldhulpverlening en Jeugdwet. 2. Direct aan de slag: Voor iedere inburgeringsplichtige statushouder streven we naar een zo snel mogelijke start met inburgering én participatie. Op deze manier stoppen of voorkomen we ‘de wachtstand’ en dragen we bij aan een actieve houding van deze mensen. 3. Duurzaam maatwerk: We hebben veel aandacht voor de startfase van de inburgering, waardoor we op basis van een goed en compleet beeld maatwerk kunnen bieden dat leidt tot een duurzaam resultaat. 4. Regionale samenwerking waar nodig: In aansluiting op ons beleid voor het sociaal domein ‘Versterken van Veerkracht’ organiseren we ook de uitvoering van inburgering zoveel mogelijk lokaal, tenzij een regionale organisatie meerwaarde heeft. Voor het aanbod van diverse inburgeringsonderdelen geldt dat regionale samenwerking van toegevoegde waarde is. We sluiten met deze uitgangspunten aan op ons beleid voor het sociaal domein ‘Versterken van Veerkracht’ en de handreiking van Divosa over de nieuwe Wet inburgering.

3.1

Uitgangspunt 1: Integrale aanpak

Inburgering staat niet op zichzelf. We kunnen inburgeringsplichtigen alleen snel en volwaardig laten meedoen aan onze samenleving als we de inburgeringsvoorzieningen verbinden met de voorzieningen van het sociaal domein. Met de regierol die gemeenten in het nieuwe inburgeringsstelsel krijgen, kunnen we deze gewenste verbindingen in de uitvoeringspraktijk leggen. Inburgering wordt hiermee onderdeel van onze integrale aanpak in het sociaal domein. De eerste stap hiertoe is dat we in het intakegesprek (brede intake) komen tot de best passende leerroute en ook aandacht hebben voor hulpvragen die aansluiten op voorzieningen vanuit de Wmo en de Jeugdwet. In het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie combineren we vervolgens de afspraken over de te volgen taalleerroute met afspraken over participeren. Dit vereist een duaal karakter van inburgeringstrajecten. Door de combinatie van deze afspraken krijgt leren ook een meer praktische kant. Hierdoor leren inburgeringsplichtigen de Nederlandse taal sneller en beter en hebben zij meer maatschappelijke contacten. Het leren van de Nederlandse taal en het participeren versterken elkaar, waardoor de toeleiding naar arbeid sneller en effectiever verloopt. Ook de verbinding met zorg en welzijn is van belang. Meedoen en participeren in de Nederlandse maatschappij vereist dat iemand hier de ruimte voor heeft.

Voor een goede inburgering is het cruciaal dat we (de escalatie van) problemen rondom welzijn en gezondheid zoveel mogelijk in kaart brengen en adresseren. Uit onze eigen ervaring blijkt dat meer dan de helft van de statushouder huishoudens te maken heeft met dergelijke problemen. Het is daarom van groot

9

belang om vanaf de start van de inburgering extra aandacht te hebben voor welzijn en gezondheid. Daarnaast besteden we aandacht aan het signaleren van deze problemen, zodat we snel de benodigde hulp en ondersteuning kunnen bieden. Stakeholders die we bij de totstandkoming van deze integrale aanpak betrekken zijn onder andere onze huidige gecontracteerde aanbieders van taaltrajecten, maatschappelijke begeleiding, reintegratietrajecten en Wmo-dagbesteding, lokale kinderopvangorganisaties, Kwadraad maatschappelijk werk, Stichting Welzijn Lansingerland, het Centrum voor Jeugd en Gezin, Stichting MEE en Bibliotheek Oostland.

3.2

Uitgangspunt 2: Direct aan de slag

We starten zo snel mogelijk met de inburgering. Dit kan betekenen dat we het brede intakegesprek al voeren wanneer de inburgeringsplichtige nog in het asielzoekerscentrum verblijft. Op deze manier kan iemand zo snel mogelijk starten met inburgering en participatie. Hierdoor stoppen of voorkomen we ‘de wachtstand’ en dragen we bij aan een actieve houding van deze mensen. Zodra een inburgeringsplichtige statushouder in de gemeente woont, kennen we direct een participatieplek (startplek) toe. Hierdoor ontstaat direct een reguliere week- en dagstructuur. Hiermee zorgen we dat inburgeringsplichtigen op een actieve manier beginnen aan hun leven in Lansingerland. Een duidelijke structuur met activiteiten zorgt voor een gezonde instelling van waaruit alle aspecten van het leven kunnen worden geadresseerd. Daarnaast draagt een actieve houding eraan bij om te kunnen doorgroeien naar een betaalde baan. Vanuit de initiële participatieplek, kan gekeken worden welke werkzaamheden en/of sector het beste bij iemand past. Indien betaald werk niet mogelijk is, kijken wij naar welke vorm van participatie wel mogelijk is. Vrijwilligerswerk kan ook een optie zijn.

3.3

Uitgangspunt 3: Duurzaam maatwerk

Binnen het nieuwe inburgeringsstelsel zijn er drie verschillende leerroutes. Dit zorgt ervoor dat inburgeraars een inburgeringstraject op maat kunnen volgen. In de werksessie met diverse betrokken partijen kwam naar voren dat een momentopname snel tot een onjuiste beslissing over de leerroute kan leiden. Om dit te voorkomen en er daadwerkelijk voor te zorgen dat iedere inburgeringsplichtige het best passende maatwerk krijgt, hebben we hiervoor veel aandacht in de startfase van de inburgering. Gedurende de eerste maanden van de inburgering nemen we enkele maanden de tijd om een goed en compleet beeld te krijgen van een persoon. In deze tijd staat iemand niet stil en worden al programmaonderdelen aangeboden, maar zorgen we ervoor dat we voor elke inburgeraar de best passende leerroute opnemen in het persoonlijke Plan Inburgering en Participatie. We ondersteunen inburgeraars gedurende het eerste half jaar intensief bij hun participatie. We verwachten dat we met deze intensieve ondersteuning een investering doen in kwetsbare mensen, die zich op de langere termijn uitbetaalt omdat zij duurzaam zelfredzaam worden. Extra aandacht en investering in deze beginfase, verhoogt de kans op duurzame uitstroom uit de bijstand en minder aanspraak op aanvullende voorzieningen.

Belangrijke randvoorwaarde voor een duurzaam resultaat is dat er vanuit de participatieplekken waar inburgeraars starten, ruimte is om door te groeien naar een passende baan. We gaan hiervoor met zoveel mogelijk lokale partijen samenwerken in

10

verschillende arbeidssectoren. Op deze manier kunnen we zoveel mogelijk13 aansluiten op verschillende wensen en talenten. We doen hierbij in ieder geval een beroep op de ondernemers in de drie belangrijkste economische sectoren in Lansingerland: glastuinbouw, logistiek en techniek. Voor hen biedt dit een mooie kans op nieuw arbeidsmarktpotentieel.

3.4

Uitgangspunt 4: Regionale samenwerking waar nodig

In het beleidsplan ‘Versterken van Veerkracht’ is een van de beleidskeuzes dat we het aanbod aan sociale voorzieningen zoveel mogelijk lokaal organiseren, tenzij een regionale organisatie meerwaarde heeft. Omdat we te maken hebben met relatief kleine aantallen inburgeringsplichtigen is het voor het aanbod van bepaalde inburgeringsvoorzieningen van toegevoegde waarde om samen te werken met buurgemeenten. Voor het aanbod van in ieder geval twee leerroutes zoeken we de samenwerking op in de regio. Met de Onderwijs-leerroute haken wij aan bij het inkooptraject van Rotterdam. Reden hiervoor is dat de voornaamste MBO-, HBO- en WO-onderwijsinstellingen waar onze inwoners gebruik van maken in Rotterdam liggen. Voor de B1-leerroute zoeken wij de samenwerking op met gemeenten binnen de arbeidsmarkt(sub)regio: gemeenten Pijnacker-Nootdorp en Zoetermeer. Het voordeel van deze samenwerking is dat wij met deze gemeenten ook samenwerken binnen het Werkgeversservicepunt. Hierdoor kunnen we goed de aansluiting zoeken op het lokale bedrijfsleven.

13

Hierbij blijft ook het tweede uitgangspunt ‘Direct aan de slag’ gelden. Indien er niet (direct) een baan beschikbaar is die aansluit op de wensen en talenten van een inburgeraar, gaat iemand (eerst) aan de slag bij een baan die minder goed aansluit. Indien nodig zetten we de handhavingsmogelijkheden die de Participatiewet biedt hiervoor in.

11

4

Tijdspad en implementatie

4.1

Tijdspad

De figuur hieronder geeft het tijdspad van de verschillende fases weer die we doorlopen om uitvoering te geven aan onze nieuwe inburgeringstaak: 1. Implementatie 2. Uitvoering 3. Monitoring en evaluatie 4. Bijstellen beleid14

4.2

Monitoring, evaluatie en bijstellen

Gelijktijdig met de start van de uitvoering van het nieuwe beleid op 1 januari 2022, starten we ook met de monitoring van de uitvoering. Dit is voor onze eigen sturingsinformatie, maar tevens een verplichting van het Rijk. Het betreft namelijk een lerend en adaptief stelsel en het Rijk wil kunnen bijsturen waar nodig. Hiervoor heeft zij monitoringsinformatie vanuit de gemeenten nodig. De indicatoren die als basis fungeren voor de monitoring worden halverwege 2021 door het Rijk bekend gemaakt. Deze zullen in samenspraak met de VNG en gemeenten worden vastgesteld. Deze indicatoren hebben in ieder geval betrekking op de deelname en afronding van de onderdelen van de inburgeringsplicht, de gevolgde leerroutes, het behaalde taalniveau en arbeidsparticipatie. Hierbij worden de subdoelen van het inburgeringsstelsel, een tijdige start, de snelheid van het traject, maatwerk, dualiteit en kwaliteit betrokken. Voor de monitoring gelden de uitgangspunten dat gemeenten niet onnodig administratief belast zullen worden en er zoveel mogelijk aansluiting gezocht wordt bij gegevens die gemeenten al verzamelen vanuit hun eigen sturingsbehoefte. In Q3 en Q4 van 2022 evalueren wijzelf het nieuwe beleid. Indien nodig stellen we het beleid bij per Q4 van 2022 overlopend in Q1 2023.

Vanaf de Jaarrapportage Sociaal Domein 2022 informeren we de raad over het aantal inburgeraars per leerroute en de tot dan toe behaalde inburgeringsresultaten. 14

We stellen het beleid opnieuw (eventueel met aanpassingen n.a.v. de evaluatie) vast in 2022/2023. Hiermee sluiten we aan bij de beleidscyclus van het beleidsplan ‘Versterken van Veerkracht’ die loopt tot 2022.

12

5

Financiën

5.1

Begroting en inkomsten

Gemeenten krijgen van het Rijk middelen om de nieuwe taken die voortvloeien uit de Wet inburgering uit te voeren. Voor het inburgeringsbudget wordt onderscheid gemaakt naar twee typen kosten. Dit zijn enerzijds de organisatiekosten en anderzijds de kosten voor de inburgeringsprogramma’s. Het budget dat beschikbaar is voor de organisatiekosten voor 2022 en 2023 is bekend en staat gelijk aan onderstaand bedrag. Het voorlopige budget ter financiering van de inburgeringsprogramma’s wordt jaarlijks bijgesteld aan de hand van actuele volumeprognoses (het geprognosticeerde aantal inburgeraars). Na afloop van ieder uitvoeringsjaar wordt het budget definitief vastgesteld op basis van het werkelijke aantal inburgeringsplichtigen in iedere gemeente. Er vindt dan een verrekening van het budget plaats. Zo wordt aangesloten bij de werkelijke inburgeringsopgave per gemeente. Vanaf 2023 neemt het te ontvangen budget toe, omdat er ook budget beschikbaar wordt gesteld voor het tweede en derde jaar van inburgeringsplichtigen. In 2024 is er toch weer een daling. Dit komt omdat wordt verwacht dat de taakstelling dan lager uitvalt, gezien de achterstanden van de IND tegen die tijd zijn weggewerkt (deze zorgen momenteel voor de hoge aantallen). De budgetten voor de jaren 2023-2024 zijn onder voorbehoud dat de gemeenteraad deze budgetten vaststelt in de jaarlijkse begroting.

Meerjarige begroting 2022 Organisatiekosten15

2023

2024

€

202.057

€

222.287

€

222.287

€

317.138

€

384.964

€

377.264

Extra inzet maatsch. begeleiding

€

100.000

€

100.000

€

100.000

Totaal

€

712.995

€

777.876

€

773.589

Inkoop programma's

5.2

16

Dekking

Voor de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering is in 2022 in totaal € 712.995 nodig. Deze kosten zijn volledig gedekt. Alle verplichte onderdelen zijn gedekt vanuit de te ontvangen inkomsten van het Rijk voor deze nieuwe taak. De resterende kosten (die voortvloeien uit extra aandacht voor maatschappelijke begeleiding) dekken we met een bijdrage van € 100.000 uit het budget WMObegeleiding. De helft van de Rijksbudgetten zijn gereglementeerd en mogen niet voor andere doelen worden aangewend. De andere helft wordt verstrekt zonder bestedingsvoorwaarden. Het is ons voorstel deze middelen te bestempelen voor de uitvoering van de Wet inburgering.

15

De kosten die we maken voor de uitvoering van de nieuwe inburgeringstaken door onze consulenten De kosten die we maken voor de inkoop van de verlengde intake, leerroutes, Participatieverklaringstraject, Module Arbeidsmarkt en Participatie en tolken kosten 16

13

5.3

Risico’s

De uitvoering van een nieuwe taak brengt voor onze gemeente een aantal risico’s mee. Hieronder benoemen we deze risico’s en de wijze waarop we hiermee omgaan. 5.3.1

Het budget voor programma’s wordt pas achter definitief vastgesteld

Het bedrag dat wij ontvangen van het Rijk ter financiering van de inburgeringsprogramma’s wordt jaarlijks bijgesteld aan de hand van actuele volumeprognoses. Bovenstaand bedrag betreft dus een voorschot. Pas achteraf is bekend hoeveel inburgeraars de gemeente werkelijk heeft begeleid. Indien dit aantal lager uitvalt dan was geprognosticeerd, wordt het teveel ontvangen bedrag ingehouden op het budget voor het daaropvolgende jaar. Wij hebben in dat geval echter ook minder uitgaven. De inkoopkosten die wij maken zijn namelijk evenredig gekoppeld aan dezelfde aantallen inburgeraars. Daarnaast kunnen wij gedurende het jaar goed inschatten of wij te veel budget ontvangen. Medio april weten wij wat de taakstelling voor het betreffende jaar is. Aan de hand van de taakstelling weten wij hoeveel statushouders instromen. 5.3.2

Het Rijk kan een prestatieverplichting opleggen

De rijksoverheid is voornemens om in de toekomst het nieuwe inburgeringsbudget te verdelen op basis van zowel inputfactoren (zoals het aantal inburgeringsplichtigen per gemeente) als op grond van door gemeenten geleverde prestaties. Het Rijk kan bijvoorbeeld ‘het percentage inburgeringsplichtigen dat het inburgeringsdiploma heeft gehaald’ als prestatie-indicator benoemen. Het rijk heeft het voornemen om drie jaar na invoering van het nieuwe stelsel de financiering van het stelsel te evalueren. In deze evaluatie zal ook worden onderzocht op welke wijze prestatiebekostiging het beste kan worden vormgegeven. Hierdoor bestaat er een kans dat we tegen die tijd een deel van het budget terug moeten betalen aan het Rijk bij slechte prestaties. Met de in hoofdstuk 3 gestelde beleidsuitgangspunten verwachten we er alles aan te doen om slechte prestaties te voorkomen. Daarnaast maken we ook duidelijke prestatieafspraken met de aanbieders van inburgeringstrajecten die wij gaan inkopen. 5.3.3

We zijn afhankelijk van externe stakeholders

Het aanbieden van startplekken en de doorstroom naar passende banen zijn belangrijke onderdelen van ons inburgeringsbeleid. Hiervoor zijn we afhankelijk van externe partijen zoals het Werkgeversservicepunt en lokale ondernemers. We zijn ons bewust van deze kwetsbaarheid en richten ons op het maken van duidelijke samenwerkingsafspraken. Het doel van deze afspraken is om te komen tot een poule van startplekken waar inburgeraars voorbereid worden op doorstroom naar een voor hen passende baan. 5.3.4

De inburgeringstrajecten bestaan voor het grootste deel uit nieuwe producten

Veel in te kopen elementen van het nieuwe inburgeringsprogramma zijn nieuw, zoals bijvoorbeeld de Z-leerroute en de Module Arbeidsmarkt en Participatie. Het is de vraag in hoeverre de markt in staat is hierin te voorzien en welke reacties wij krijgen op een aanbesteding. Om te voorkomen dat we de verschillende onderdelen van het inburgeringsprogramma niet goed kunnen inkopen, zijn we hierover nu al in gesprek met diverse aanbieders (marktconsultatie). Op deze manier zorgen we ervoor dat onze aanbestedingseisen aansluiten op de mogelijkheden van de markt.

14

Bijlage 1 – Definities B1-leerroute

Brede intake

Financiële ontzorging

Gezinsmigrant

Inburgeringsplicht

Inburgeringsplichtige

Leerroute

Maatschappelijke begeleiding

Module Arbeidsmarkt en Participatie

Leertraject waarbij in een periode van maximaal 3 jaar gewerkt wordt aan het beheersen van de Nederlandse taal op taalniveau B1 17. De B1-leerroute bestaat naast taalonderwijs ook uit de module Kennis Nederlandse Maatschappij. Gesprek tussen gemeente en inburgeringsplichtige waarin we de startpositie, ontwikkelmogelijkheden en behoeften aan hulp en ondersteuning van de inburgeringsplichtige in kaart brengen. Dit gesprek vindt zo snel mogelijk plaats nadat bekend is dat iemand naar Lansingerland gaat verhuizen, vaak al in de periode dat iemand nog op het AZC verblijft. Minimaal de eerste zes maanden na binnenkomst in de gemeente betaalt de gemeente een aantal vaste lasten voor inburgeraars (huur, energiekosten en verplichte verzekeringen). Het bedrag voor deze lasten verrekenen we met de bijstandsuitkering. Op deze manier ontzorgen we inburgeringsplichtige inwoners en voorkomen we dat er schulden ontstaan in de beginperiode van hun verblijf in onze gemeente. Persoon met een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, omdat zij een Nederlandse echtgenoot/ partner hebben. Aan de inburgeringsplicht is voldaan als iemand het inburgeringsexamen van de voor hem geldende leerroute heeft behaald en het Participatieverklaringstraject en de Module Arbeidsmarkt en Participatie heeft afgerond. DUO stelt vast of iemand (wel of niet langer) inburgeringsplichtig is.

Persoon met een verblijfsvergunning voor een niettijdelijk doel die volgens de registratie van DUO nog niet heeft voldaan aan zijn/haar inburgeringsplicht. Inburgeringstraject gericht op het verhogen van het Nederlandse taalniveau en kennis van de Nederlandse maatschappij. Begeleiding en ondersteuning bij praktische zaken en bij de kennismaking met de Nederlandse samenleving en specifieke lokale omgeving. Leermodule gericht op het in beeld brengen van de competenties van statushouders en de kansen op de lokale arbeidsmarkt. Daarnaast omvat de module het

17

Volgens het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne vreemde talen van de Raad van Europa

15

Onderwijs-leerroute

Participatieverklaringstraject

Participatie-voorzieningen Plan Inburgering en Participatie (PIP)

Statushouder Voorbereiding op de inburgering

Z-leerroute

aanleren van vaardigheden die nodig zijn voor het vinden van een baan of (vrijwillige) werkervaringsplek. 18 Leertraject voor jonge inburgeringsplichtigen gericht op het beheersen van de Nederlandse taal op minimaal taalniveau B119 en instroom in het Nederlands MBO-, HBO- of WO-onderwijs. Traject van ten minste 12 uur over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving. Het traject sluit af met het afleggen van de participatieverklaring: “Ik verklaar dat ik kennis heb genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en dat ik deze respecteer. Ik verklaar dat ik actief een bijdrage wil leveren aan de Nederlandse samenleving en reken erop dat ik daarvoor ook de ruimte krijg van mijn medeburgers”. Werk of andere activiteiten gericht op het meedoen in de samenleving, Document waarin we, op basis van de in de brede intake verzamelde informatie, vaststellen welke leerroute en participatie-voorziening(en) passend zijn voor de betreffende inburgeringsplichtige. Daarnaast staan er in het PIP afspraken over de maatschappelijke begeleiding en financiële ontzorging. Persoon met een asiel-verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en hun familie- en gezinsleden. Programma door het COA in de periode voordat de statushouder naar onze gemeente verhuist. Dit programma bevat basis-taallessen, een introductie Kennis Nederlandse Maatschappij en individuele casemanagement gesprekken.

Leertraject voor mensen voor wie de B1- of Onderwijsleerroute niet haalbaar is (bijvoorbeeld door een lage leerbaarheid en/of analfabetisme). Het leertraject richt zich in een periode van ongeveer 2 jaar op het beheersen van het Nederlands op een zo hoog mogelijk taalniveau om de zelfredzaamheid zoveel mogelijk te vergroten. De Z-leerroute bestaat naast praktisch taalonderwijs ook uit een module Kennis Nederlandse Maatschappij (op aangepast niveau).

18

De minimale eisen van deze module worden bepaald met een algemene maatregel van bestuur (AMvB)

19

Volgens het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne vreemde talen van de Raad van Europa

16

Bijlage 2 – Implementatie en uitvoering Na vaststelling van dit beleidsplan ronden we de implementatie van het inburgeringsbeleid af in Q4 van 2021. Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet inburgering inwerking en start de uitvoering van het nieuwe beleid. In de implementatiefase treffen we alle voorbereidingen voor de uitvoering van het beleid. We werken onder andere onderstaande implementatiethema’s uit. Gedurende de implementatiefase vullen we deze lijst met thema’s verder aan. Welke stappen gaan we volgen om te komen tot 1 januari 2022?

Uitgangspunt 1: Integrale aanpak Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Implementatiethema Brede intake vormgeven en proces inrichten ten behoeve van samenwerking tussen drie uitvoeringsafdelingen (Participatie, Wmo en Jeugdwet) Ontzorgen vormgeven met team Participatie en inkopen bij aanbieder Welzijns- en gezondheidsmodule vormgeven en inkopen Maatschappelijke begeleiding inkopen en afspraken maken over periodiek casusoverleg met aanbieder en team Participatie Participatieverklaringstraject (PVT) vormgeven en inkopen bij aanbieder Communicatie naar stakeholders over brede intake, ontzorgen, welzijns- en gezondheidsmodule, maatschappelijke begeleiding en PVT

Uitgangspunt 2: Direct aan de slag Nr. 1. 2. 3. 4.

Implementatiethema Proces uitwerken om contact tijdens AZC-fase op te starten Initiële participatieplekken vormgeven samen met het WSP, werkgevers en de regio-gemeenten Module arbeidsmarkt en participatie (MAP) inkopen en hierop aansluitende arbeidscarrousel ontwikkelen in samenwerking met lokaal bedrijfsleven Communicatie naar stakeholders over contact tijdens AZC-fase, initiële participatieplekken en MAP

Uitgangspunt 3: Duurzaam maatwerk Nr. 1. 2.

Implementatiethema Verlengde intake fase vormgeven met team Participatie, en indien vereist de aanbieder(s) Drie leerroutes inkopen, waarvan in ieder geval twee in samenwerking met

17

3. 4. 5.

regio-gemeenten Proces uitwerken om voortgang van inburgering en benodigde handhaving uit te voeren Samenwerking ondernemers borgen gericht op passende banen na participatieplek/benutting arbeidsmarktpotentieel Communicatie naar stakeholders over verlengde intake fase, leerroutes, monitoring, handhaving en integratie op de arbeidsmarkt

Uitgangspunt 4: Regionale samenwerking waar nodig Nr. 1.

2.

3. 3. 4.

Implementatiethema Samenwerkingsafspraken en afspraken over verantwoordelijkheidsverdeling maken met regio-gemeenten over gezamenlijk inkopen en contractmanagement Proces inrichten ten behoeve van samenwerking op het gebied van de B1leerroute tussen uitvoeringsteams van drie verschillende gemeenten (Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp, Zoetermeer) en de Z-leerroute met Pijnacker-Nootdorp. Proces inrichten ten behoeve van samenwerking met uitvoeringsteam van Rotterdam en onderwijsinstellingen voor de Onderwijs-leerroute Samenwerkingsafspraken maken met WSP die aansluiten op uitvoering inburgering Communicatie richting stakeholders over regionale samenwerking

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=95ba9588-60a1-4347-b164-22b0f7bfa634