CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T17.13117] Planning & Control Lansingerland

Commissie Algemeen Bestuur 15 maart 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Evaluatie Begroting en Kadernota 2023 - brief college3.851 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Planning & Control Lansingerland

Afdeling: Financiën Datum: december 2017 Corsanummer: T17.13117

1

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................ 3 2 Het belang van Planning & Control ................................................................................. 4 3 Vernieuwde Planning & Control-cyclus ............................................................................ 6 4 Reminder huidige afspraken....................................................................................... 11

2

1

Inleiding

In deze nota zijn kaders geschetst en richtlijnen gegeven voor de inrichting van de Planning & Controlproducten voor onze gemeente. Uitgangspunt hierbij is dat Planning & Control (P&C) een belangrijk instrument is waarmee de raad, het college en de organisatie kan sturen op gewenste maatschappelijke effecten en (beleids)resultaten. Het doel van de vernieuwde P&C-cyclus is: kwaliteit boven kwantiteit. Planning & Control raakt de gehele gemeentelijke organisatie (van raad tot uitvoerend ambtenaar). Deze nota richt zich in eerste instantie op de raad en het college. Leeswijzer In dit document worden de doelstellingen en visie op Planning & Control van de gemeente Lansingerland uiteengezet in een aantal hoofdstukken. Een korte inleiding is weergegeven in hoofdstuk 1. In hoofdstuk 2 lichten we het belang van Planning & Control toe. Vervolgens beschrijven we in het kort de wettelijk verplichte documenten en de documenten waarin wij beleidsvrijheid hebben. Hoofdstuk 3 staat in het teken van de vernieuwde P&C-cyclus. Hierin stellen we een aantal aanpassingen voor die bijdragen aan de optimalisering van Planning & Control binnen de gemeente. Afspraken die in het verleden zijn gemaakt en betrekking hebben op de P&C-cyclus, maar nog steeds leidend zijn, lichten we toe in hoofdstuk 4.

3

2

Het belang van Planning & Control

Wat is Planning & Control? Planning en control is te definiëren als het geheel van activiteiten dat moet worden uitgevoerd om duidelijk te maken wat in een bepaalde periode moet gebeuren als uitkomst van een bestuurlijk proces (planning), de (voortgangs)rapportage daarover, de benodigde bijsturing en de uiteindelijke verantwoording over de behaalde resultaten aan het bestuur (control). Toepassing Planning & Control Sinds 2002 is op gemeentelijk niveau sprake van een duaal stelsel (Wet dualisering gemeentebestuur). Dit stelsel is erop gericht om de taken ‘besturen en beheersen’ gescheiden te laten zijn van de taken ‘kaders stellen en controleren’. De kaderstellende en controlerende taak is toebedeeld aan de gemeenteraad. Het budgetrecht (= het verdelen van budgetten over activiteiten) is een fundament voor de raad, waarbij het accent op de hoofdlijnen ligt. Het college legt de nadruk op het besturen van de gemeente en het afleggen van verantwoording over de wijze waarop zij het beheer en de uitvoering vorm heeft gegeven en in welke mate dit heeft bijgedragen aan het bereiken van de door de gemeenteraad gestelde doelen. Omdat resultaten uit het verleden een belangrijke input leveren voor het eerstvolgende P&C-product, wordt gesproken over een (P&C-)cyclus. Deze cyclus volgt de Kwaliteitscirkel van Deming: Plannen, Doen (Uitvoeren), Controleren, Actualiseren (Bijstellen).

De P&C-cyclus is voor zowel het college als de raad een essentieel hulpmiddel om invulling te geven aan hun taken en verantwoordelijkheden. Wettelijke verplichting met betrekking tot Planning & Control Gemeenten zijn wettelijk verplicht ieder jaar een begroting en de jaarstukken vast te stellen. Dit is vastgelegd in de artikelen 189 tot en met 211 van de Gemeentewet. In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staan de vormvereisten voor de begroting en de jaarrekening vermeld. Tevens is in de Gemeentewet opgenomen dat de gemeenteraad bij verordening de uitgangspunten voor het financieel beleid, het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie vaststelt (artikel 212). Deze verordening moet waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Verder staat in de Gemeentewet dat de raad verordeningen dient vast te stellen voor respectievelijk de controle op het financieel beheer, voor de inrichting van de financiële organisatie (artikel 213) en voor het periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur (artikel 213a). Overige P&Cdocumenten, zoals de voorjaarsnota en najaarsnota, zijn niet wettelijk verplicht.

4

Planning & Control-instrumenten met beleidsvrijheid De vorm en de inhoud van de begroting en jaarrekening zijn dus grotendeels wettelijk bepaald. Voor de overige Planning & Control-documenten heeft de gemeente wel keuzemogelijkheden. Hoe een gemeente hiermee omgaat, wordt vastgelegd in de financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet). Als er aanleiding is om de financiële regels op een bepaald gebied nader uit te werken, kan een gemeente hiervoor financiële nota’s vaststellen. Zo beschikt de gemeente Lansingerland over de volgende nota’s: Nota grondbeleid Nota lokale heffingen Nota reserves en voorzieningen Nota garantstelling Nota activabeleid Nota risicomanagement en weerstandsvermogen Nota verbonden partijen In de volgende hoofdstukken gaan we in op de (ontwikkeling van de) huidige en beoogde situatie met betrekking tot de Planning & control-cyclus.

5

3

Vernieuwde Planning & Control-cyclus

De huidige invulling van de P&C-cyclus is sinds de fusie in 2007 niet integraal herzien. Individuele documenten (kadernota, begroting, voorjaarsnota, najaarsnota en jaarstukken) zijn door de jaren heen wel ontwikkeld. De tijd is rijp om de P&C-cyclus te vernieuwen. De vernieuwde P&C-cyclus draagt bij aan een betere spreiding van piekmomenten in de organisatie. Dit resulteert in kwalitatieve verbetering van de Planning & Control-producten. De timing voor deze vernieuwing is optimaal mede omdat eind 2017 de P&C-software wordt aangeschaft en geïmplementeerd. Hiermee geven we uitvoering aan motie M2016-040, waarin de raad aangeeft behoefte te hebben aan een interactieve begroting. Deze software biedt ondersteuning om het P&Cproces efficiënter in te richten en fouten te verminderen. In dit hoofdstuk komen voorstellen aan de orde die bijdragen aan de optimalisering van de hele Planning & Control-cyclus. Uitgangspunten van deze vernieuwde cyclus zijn: Kwaliteit gaat boven kwantiteit Betere aansluiting op taken en verantwoordelijkheden van de raad en het college Duidelijker beeld van (financiële) ontwikkelingen Efficiëntere inzet/bijdrage van de organisatie Kadernota wordt Kaderbrief De kadernota is het startpunt van de jaarlijkse P&C cyclus.

De kadernota is in zijn huidige vorm een boekwerk waarin wordt ingegaan op zowel beleidsmatige als financiële ontwikkelingen voorafgaand aan de begroting. Voorstel is om de kadernota te vervangen door een kaderbrief. De huidige kadernota geeft de raad een onvolledig beeld van alle financiële en beleidsinhoudelijke ontwikkelingen voor de toekomst. Een deel van deze ontwikkelingen – zowel financieel als beleidsinhoudelijk - wordt als voorstel meegenomen in de kadernota; ander deel komt pas bij de begroting aan de orde. De raad heeft bij beide beleidscyclusdocumenten geen integraal beeld, waardoor keuze in prioritering lastig te maken is. Een kaderbrief is korter en bondiger dan de kadernota. In een kaderbrief schetsen we, naast het financiële kader, de richting van nieuw beleid op het niveau van doelstellingen voor het nieuwe jaar en de drie daaropvolgende jaren, vooruitlopend op de uitwerking in de begroting. De gemeenteraad kan met behulp van de kaderbrief duidelijker kaders stellen voor het gewenste beleid dat door het college wordt uitgevoerd. Immers, de kaderbrief geeft een doorkijk in het financiële meerjarenbeeld. In de kaderbrief worden geen (financiële) middelen toegewezen: detaillering en nadere invulling vindt plaats bij de begroting.

De kaderbrief is een eerste stap om te komen tot de programmabegroting; bij de begroting geeft het college de mogelijkheid aan de raad om een integrale afweging te maken. In de huidige situatie is het niet mogelijk - maar wel wenselijk - om de effecten van de meicirculaire te verwerken in de kadernota. Door de kadernota te vervangen door een kaderbrief wordt het besluitvormingsproces en daarmee de doorlooptijd verkort. De kaderbrief wordt in juli in de raad behandeld. Dit zorgt ervoor dat er meer tijd is om de meicirculaire door te rekenen en de effecten te presenteren in de kaderbrief. Het voorstel is om bij de kaderbrief de beginstand van de begroting (zoals door de raad is goedgekeurd) te presenteren, met een opsomming van tussentijdse (goedgekeurde) mutaties van de eerste vier maanden en de cijfermatige consequenties van de meicirculaire. 6

De kaderbrief is daarmee een aangrijpingspunt voor de raad om eventueel de kaders van de begroting bij te stellen. Een voorbeeld van een kaderbrief is als bijlage I opgenomen.

7

Begroting Conform artikel 190 van de Gemeentewet biedt het college de raad jaarlijks een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van de gemeente en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. De begroting geeft de budgettaire kaders aan. Daarnaast staan de beleidsmatige ontwikkelingen en de eventuele herijking van bestuurlijke doelen centraal. De integrale afweging vindt plaats tijdens het traject van de begrotingsbehandeling. De begroting wordt opgesteld binnen de richtinggevende kaders zoals door de raad bij de kaderbrief (huidige kadernota) zijn aangegeven. In de wet is opgenomen dat de begroting ten minste bestaat uit: De beleidsbegroting De financiële begroting In de beleidsbegroting zijn het programmaplan en de paragrafen (lokale heffingen, het weerstandsvermogen, het onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen en grondbeleid) opgenomen. De financiële begroting bevat het overzicht van baten en lasten en de toelichting, de uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting en de bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld.

In de begroting gaan we in op de zogenaamde 3W-vragen: Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat gaat het kosten? Om de raad te faciliteren om keuzes te maken, koppelen we aan deze 3W-vragen verschillende doelstellingen en daarmee gemoeide budgetten. Hiermee geven we invulling aan de toezegging T2016206. Tijdens eerdere raadsvergaderingen is de wens uitgesproken om het boekwerk van zowel de begroting als de jaarstukken compacter te maken. Het voorstel is dan ook om - bij zowel de begroting als de jaarstukken - te focussen op de minimale vereiste conform de wet- en regelgeving. Overige (nietverplichte) informatie, zoals het overzicht met de betaaltermijnen, wordt niet meer in het boekwerk opgenomen. Dit overzicht kan eventueel eerder dan de jaarstukken aan de raad worden verstrekt. De meerjarenbegroting is ervoor om de raad in staat te stellen strategische sturing te realiseren. De begroting dient vóór 15 november aan de provincie te worden overhandigd. Zomerrapportage Middels de zomerrapportages legt het college verantwoording af aan de raad over het lopende begrotingsjaar. Hierin rapporteren we afwijkingen boven € 100.000 in de voortgang van beleid en (verwachte) mee- en tegenvallers, op beleidsveldniveau op zowel lasten als baten.

De zomerrapportage heeft een link met de begroting van het lopende jaar (afwijkingen ten opzichte van de begroting worden gemeld), bevat actuele informatie die als input (kunnen) dient voor de (nieuwe) begroting en is een voorloper van de jaarstukken. Momenteel kent Lansingerland twee tussentijdse rapportages, namelijk de voorjaars- en najaarsnota en worden respectievelijk in mei en oktober opgeleverd. Vanwege de doorlooptijd worden deze documenten pas in juni en november door de raad behandeld; dit gaat ten koste van de actualiteitswaarde.

8

Voor de voorjaarsnota gold als peildatum 1 maart. Op dat moment is slechts beperkte informatie (twee maanden) over het lopende boekjaar beschikbaar. Ervaring van de afgelopen jaren is dat de voorjaarsnota nauwelijks inzicht geeft in de afwijkingen die zich aan het einde van het jaar voordoen. Voor de najaarsnota hanteren we de peildatum van 1 augustus. De behandeling van de najaarsnota vindt plaats in november. De raad heeft hierdoor nauwelijks gelegenheid om tussentijds bij te sturen. Voorstel is om aan de raad eenmaal per jaar een zomerrapportage aan te bieden als actualisatie van de begroting. Deze afwijkingenrapportage geeft inzicht in de stand van zaken per 1 juni. Afwijkingen (> € 100.000) worden toegelicht; activiteiten die conform begroting zijn/worden gerealiseerd behoeven geen toelichting. Wij stellen voor om de zomerrapportage na het zomerreces door de raad te behandelen. Door te kiezen voor een zomerrapportage, beschikt de organisatie over meer tijd en inzicht in zowel de beleidsmatige als financiële ontwikkelingen. Hierdoor neemt de kwaliteit van het P&C-document toe en kunnen we ons richten op andere (belangrijke) taken, zoals uitvoering van beleid.

Bovendien heeft de raad voldoende tijd om bij te sturen; mutaties die voortvloeien uit deze rapportage worden doorgevoerd (actualisering begroting) en de meerjarige effecten worden meegenomen in de begrotingsbehandeling. Met de komst van deze zomerrapportage vervalt de huidige voorjaars- en najaarsnota. Slotwijziging In onze huidige Budgethoudersregeling en Financiële verordening is onder andere de bevoegdheid met betrekking tot begrotingswijzigingen geregeld. Programmaoverstijgende mutaties moeten aan de raad ter goedkeuring aangeboden. Begrotingswijzigingen op de kostenplaatsen – die voorheen geen saldi hadden op verschillende programma’s – zorgen met ingang van 2017 voor een financieel effect. Tot 2017 werd het resultaat van de kostenplaatsen naar één programma geboekt, programma 7. Door de wijziging van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) moeten alle saldi kostenplaatsen worden doorbelast naar de verschillende programma’s. Hierdoor ontstaan er mutaties over de programma’s heen en is er raadsinstemming noodzakelijk. Dit probleem doet zich in twee vormen voor: 1. Stelpost formatie/inhuur/groei 2. Verschuivingen tussen de kostenplaatsen Gezien artikel 7 lid 2a van de Budgethoudersregeling is de directie bevoegd tot het budgettair neutraal wijzigen van budgetten tussen kostenplaatsen.

Door de BBV-aanpassing is de doorbelasting zichtbaar op verschillende programma’s; de essentie blijft ongewijzigd. Bovengenoemde twee vormen zijn semi-administratieve wijzigingen. Indien deze budgetneutraal zijn, worden deze wijzigingen na instemming van de directie direct verwerkt in de begroting. Bij het eerstvolgende P&C-product worden deze wijzigingen – in één overzicht - ter informatie aan de raad aangeboden. Semi-administratieve mutaties die in het tweede halfjaar doorgevoerd worden (na de zomerrapportage), worden in december middels een slotwijziging verwerkt. Met de slotwijziging wordt de raad geïnformeerd over de laatste begrotingswijzigingen (alleen over het lopende begrotingsjaar!). De jaarrekening wordt dan niet belast met technische mutaties. In de slotwijziging vinden geen beleidswijzigingen plaats! Jaarstukken (blijft ongewijzigd) De jaarstukken zijn het sluitstuk van de Planning & Control-cyclus. Met de jaarstukken legt het college verantwoording af aan de raad over beleidsmatige en financiële realisatie van de programmabegroting.

9

De jaarstukken bestaan uit: Samenvatting (rekeningresultaat, voorstel resultaatbestemming) Jaarverslag (programmaverantwoording en paragrafen) Jaarrekening (programmarekening, balans, specifieke uitkeringen) Het jaarverslag bestaat uit de programmaverantwoording en de paragrafen. De minimale inhoud van de programmaverantwoording is ten aanzien van de specifieke inrichtingsvereisten geregeld in de artikelen 25 en 26 van het BBV. De jaarrekening bestaat uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting, de balans en de toelichting, de bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen en een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld. Zoals bij de begroting reeds toegelicht, is het voorstel om ook bij de jaarstukken de focus te leggen op de wettelijk verplichte aspecten. Overige (niet-verplichte) informatie wordt niet meer in het boekwerk opgenomen. Naast de toezichthoudende rol van de raad, houdt ook de provincie toezicht op de financiële huishouding van de gemeente. Om deze reden moeten de door de raad vastgestelde jaarstukken vóór 15 juli aan de provincie worden overhandigd. Integrale jaarplanning Planning & Control Hieronder is de integrale jaarplanning van de Planning & Control-producten in de huidige en in de vernieuwde situatie weergegeven.

De tabel sluit aan bij de Kwaliteitscirkel van Deming zoals gepresenteerd in hoofdstuk 2. Kaders stellen Document

Wanneer?

Verantwoorden en toezicht houden

Besturen en beheersen Document

Wanneer?

Document

Wanneer?

Document

Wanneer?

Document

Wanneer?

-

-

Jaarstukken

M ei

September Slotwijziging December Jaarstukken

M ei

VoorjaarsHuidig

Kadernota

Juni

Begroting

nota

Juni

Najaars-

November

November nota

Vernieuwd

Kaderbrief

Juli

Begroting

November

Zomerrapportage

10

4

Reminder huidige afspraken

In het vorige hoofdstuk is de vernieuwde P&C-cyclus nader toegelicht. Deze vernieuwing leidt niet tot aanpassing van huidige afspraken die door de gemeenteraad is bekrachtigd. Een aantal van deze afspraken, die betrekking hebben op de P&C-cyclus, worden hieronder opgesomd. Tussentijdse mutaties In december 2016 is de financiële verordening vastgesteld. Met deze verordening regelt de raad op hoofdlijnen de spelregels voor het financieel beleid, de financiële organisatie en het financieel beheer en heeft zo invloed op procedures rondom en vormgeving van het financiële proces. Zonder een nadere uitwerking, laat de raad de invulling over aan het college. Door vaststelling van de verantwoordingsrapportage autoriseert de raad tevens de wijzigingen van de ramingen en daarmee de uit de tussenrapportage voortvloeiende begrotingswijziging(en). Begrotingsmutaties boven € 100.000 worden gedurende het jaar separaat aan de raad aangeboden. In de verschillende P&C-producten worden deze (goedgekeurde) mutaties gebundeld gepresenteerd. Hierdoor worden alle wijzigingen van de begroting inzichtelijk gemaakt. Budgetoverhevelingen Het komt voor dat begrotingsafwijkingen worden veroorzaakt doordat activiteiten - waarvoor de gemeenteraad geld beschikbaar heeft gesteld – niet (geheel) worden uitgevoerd. Dit leidt dan tot een voordelig resultaat ten opzichte van de begroting.

De activiteiten worden vervolgens in het volgende begrotingsjaar (of later) gerealiseerd. In dit geval wordt bij de jaarrekening voorgesteld om het budget over te hevelen. Budgetoverheveling dient aan een aantal criteria te voldoen: Het budget is in principe incidenteel; De gevraagde budgetoverheveling is op de betreffende begrotingspost in het boekjaar nog aanwezig en in het nieuwe boekjaar is hiervoor geen budget opgenomen; Aangetoond wordt dat uitvoering door bijzondere omstandigheden (overmacht) niet heeft kunnen plaatsvinden; In geval van afronding van lopende zaken is vastgesteld dat:  De uitvoering als urgent beschouwd moet worden e/o  Met derden zijn aantoonbaar uitvoeringsafspraken gemaakt In geval van nog op te starten activiteiten is de beleidsinhoudelijke noodzaak nog steeds aanwezig; De uitvoering van de activiteiten kan worden ingepast in de werkplanning van het nieuwe boekjaar, zodat de realisatie van de nog uit te voeren prestatie uiterlijk voor het einde van het nieuwe boekjaar is afgerond; In het voorstel tot overheveling moet een deugdelijke argumentatie en onderbouwing zijn opgenomen; Incidentele budgetten kunnen slechts eenmaal worden overgeheveld. In ieder geval is overheveling uitgesloten in de volgende gevallen: Budgetten voor grondexploitatie.

Deze budgetten worden jaarlijks naar de stand per begin van het nieuwe boekjaar bepaald en beschikbaar gesteld (MPG); Budgetten waarbij op grond van een daartoe genomen raadsbesluit de verschillen tussen het beschikbaar gestelde budget en de werkelijk baten/lasten worden verrekend met een daartoe ingestelde (egalisatie)reserve. In enkele gevallen komt het voor dat een voorgestelde budgetoverheveling niet aan de bovenstaande criteria voldoet, maar wel van belang is dat het budget wordt overgeheveld. De onderbouwing hiervan moet expliciet ingaan op de argumentatie voor deze uitzondering, de activiteit en reden van vertraging. 11

Normaliter worden budgetoverhevelingen bij de jaarstukken aan de raad aangeboden. Indien gedurende het jaar bekend is dat een bepaalde activiteit niet (geheel) wordt uitgevoerd en doorschuift naar het volgende begrotingsjaar, dient deze budgetoverheveling (alleen als deze aan alle criteria voldoet!) bij de zomerrapportage en als slotwijziging voorgesteld te worden. Investeringen Nieuwe investeringen moeten worden opgenomen en toegelicht in de meerjarenbegroting. Indien een investering niet in de begroting is aangekondigd, maar de noodzaak is er wel om deze te doen, moet de investering voldoen aan de drie-O’s-Criteria: Onvoorzien, Onontkoombaar en Onuitstelbaar. De mogelijkheid om lopende investeringen te actualiseren (zowel fasering als bijstelling investering) is bij de zomerrapportage. In de financiële verordening is bepaald, dat het college tenminste eenmaal in de vier jaar een (bijgestelde) nota activabeleid aanbiedt aan de raad. Deze nota geeft de kaders weer voor het activeren van uitgaven als vaste activa en de waardering en afschrijving hiervan. Reserves en voorzieningen Elk jaar vindt een actualisatie van de reserves en voorzieningen plaats ten behoeve van de begroting. Hierbij wordt vastgesteld of reserves en voorzieningen nog noodzakelijk zijn. Voorstellen voor aanpassing van de reserves en voorzieningen worden opgenomen en toegelicht in de begroting.

In de zomerrapportage worden de afwijkingen voor het lopende begrotingsjaar toegelicht. Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een ‘Nota reserves en voorzieningen’ aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandeld (laatste nota is in 2016 vastgesteld). In deze nota is het volgende bepaald: 1. De vorming en besteding van de reserves; 2. De vorming, besteding en waarderingsgrondslag van voorzieningen; 3. Specifieke doel van reserve (bestemmingsreserve); 4. De voeding van de (bestemmings)reserve; 5. De maximale hoogte van de reserve; 6. De maximale looptijd.

Deze huidige afspraken en de voorgestelde aanpassingen in deze nota dragen bij aan de optimalisering van de Planning & Control-cyclus. Deze (geactualiseerde) P&C-cyclus fungeert als belangrijk instrument waarmee de raad, het college en de organisatie kan sturen op gewenste maatschappelijke effecten en (beleids)resultaten.

12

Bijlage I Voorbeeld Kaderbrief Financieel kader 2019-2022 (fictieve bedragen)

Saldo begroting 2019 - 2022 Loon- en prijsontwikkeling Reeds geaccordeerd nieuw beleid Verbonden partijen Uitkering gemeentefonds (meicirculaire) Autonome ontwikkelingen Effect doorbelasting uren/MPG Saldo begroting (actueel) 2019 - 2022

2019 2.123 -860 -218 -106 639 50 -150 1.478

2020 2.660 -860 -211 -104 785 75 -150 2.195

2021 3.192 -860 -211 -103 786 100 -150 2.754

2022 3.192 -860 -211 -103 857 100 -150 2.825

Loon- en prijsontwikkelingen Op de ontwikkeling van lonen en prijzen hebben wij geen invloed. Om deze ontwikkeling te berekenen, hanteren wij indexeringscijfers van het Centraal Plan Bureau (CPB). ONTWIKKELING LONEN EN PRIJZEN Reeds geaccordeerd nieuw beleid In separate raadsbesluiten heeft u in de afgelopen maanden het volgende nieuwe beleid reeds geaccordeerd. Bij deze beleidsvoorstellen is vanaf 2019 een beroep gedaan op de algemene reserve. Verbonden partijen Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen hebben wij van onze gemeenschappelijke regelingen de actualisatie van het meerjarenperspectief ontvangen. De aanpassing van de bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen betreft een combinatie van loon-, prijs- en autonome ontwikkelingen. Uitkering gemeentefonds (meicirculaire) Onlangs verscheen de meicirculaire 2018. Hieronder presenteren wij de wijzigingen ten opzichte van de decembercirculaire 2017. Hieronder geven wij een toelichting op de belangrijkste mutaties.  Uitkeringsfactor (toelichting)  Taakmutaties (toelichting)  Sociaal Domein (toelichting) Autonome ontwikkelingen Een aantal grotendeels autonome ontwikkelingen kleurt onze maatschappij en de opgaven waar de gemeenten de komende jaren mee te maken krijgen. Ze zijn moeilijk beïnvloedbaar, dominant aanwezig en vragen om antwoorden.

We noemen hier een aantal in het oog springende ontwikkelingen:  Demografie en migratie  Economie, van crisis naar een lerende economie  Informatisering Doorbelasting uren/MPG Aanpassing van het aantal uren, uurtarief en de toerekening naar grondexploitaties zorgt voor een negatief effect.

13

Beleidsintensivering 2019 – 2022 (fictieve doelstellingen) Ten behoeve van het opvangen van eventuele tegenvallers gedurende de jaren is een buffer benodigd. De hoogte van deze buffer wordt bepaald bij de begrotingsbehandeling. Naast deze buffer willen wij in de begroting prioritering en invulling geven aan de volgende beleidsdoelstellingen:  Stimuleren de glastuinbouwsector in Lansingerland: a. Inzetten op het behoud van het areaal b. Er is duidelijkheid over haalbaarheid van een warmterotonde c. Aardwarmteproject Hollandplant is gerealiseerd d. Ontvangst internationale delegaties 

Organisatieontwikkeling Landelijk zien wij een trend waarin de overheid steeds meer digitaal wordt. Investeren in ICT is noodzakelijk om de slag naar een digitale overheid te bewerkstelligen. Daarnaast zijn financiële middelen nodig om de organisatieontwikkeling van advies te voorzien. Duurzaamheid a. Bijdrage leveren aan energiebesparing en project ‘Van gas los’ in zowel bestaande als nieuw bebouwde omgeving (wijkgerichte aanpak) en in de glastuinbouw (warmtecoöperaties) b. Onderzoek en begeleiding van energietransitie c. Uitvoering geven aan motie M2016-48 om energiebesparing bij sportverenigingen te realiseren. Fietsveiligheid Uitwerking van het mobiliteitsplan en het fietsveiligheidsplan moet nog plaatsvinden. Voor investeringen/maatregelen die hieruit voortkomen dient nog financiële dekking te worden gevonden. We voeren ons crisismanagement en onze incidentbestrijding professioneel, effectief en efficiënt uit: We hebben een kleine hoogwaardige crisisorganisatie waarbij onze sleutelfunctionarissen competent en geoefend zijn. Middels ons intergemeentelijk piket voor incidenten en crisis handelen we piketsituaties voortvarend af. Ontwikkeling van de Groene Schil om Lansingerland: a. Begeleiding proces inrichting Vlinderstrik in samenwerking met gemeente Rotterdam en Natuurmonumenten b.

Samen met onze partners werken we aan kaderstelling voor het gebied van Recreatiegebied Rottemeren.

Bovengenoemde doelstellingen worden bij de begroting 2019 - 2022 nader uitgewerkt en financieel vertaald.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=8921a61e-8ecc-4316-b4a9-8d7c4d364450