[T11.05114] Beleid niet gesprongen explosieven (NGE)
Tekst van het document
BELEID NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE)
Auteur: Marjolein Teunissen Afdeling: Bestuurszaken Versienummer: 1.0 Datum: 16 juni 2011 Corsanummer: T11.05114
T11.05114
Inhoudsopgave Managementsamenvatting
3
Hoofdstuk 1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Leeswijzer 1.3 Historische ontwikkelingen
4 4 4 4
Hoofdstuk 2
Wettelijk en formeel kader 2.1 Wet-en regelgeving 2.2 Bevoegd gezag nader toegelicht
5 5 5
Hoofdstuk 3
Werkwijze in Lansingerland 3.1 Risicokaart 3.2 Reactief en proactief
6 6 6
Hoofdstuk 4
Financiën 4.1 Algemeen 4.2 Regeling in Lansingerland
7 7 7
Tot slot
Bijlage 1
9
Enkele rekenvoorbeelden
BELEID NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE)
10
Pagina 2/11
T11.05114
Managementsamenvatting Als gevolg van de oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog zijn er in ons land, en ook in onze gemeente, niet tot ontploffing gekomen explosieven (verder NGE genoemd) achtergebleven. Om diverse redenen (bijvoorbeeld veiligheid en gebiedsontwikkeling) kan de noodzaak ontstaan om deze NGE op te sporen en te ruimen. Tot 1 januari 2010 declareerden gemeenten een deel van de kosten van opsporing en ruiming bij het Rijk op grond van het Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven uit WOII. In oktober 2009 is dit Bijdragebesluit ingetrokken en zijn de daarmee gemoeide middelen per 1 januari 2010 aan het gemeentefonds toegevoegd. Sinds die financiële overheveling heeft de gemeente Lansingerland geen concrete activiteiten ontplooid om te komen tot een weloverwogen besteding van die middelen terwijl dat wel wenselijk is. In opdracht van het gemeentebestuur zijn daarom twee acties gestart: 1. Het opstellen van dit beleidsplan waarin naast historie en wettelijk kader ook omschreven staat welke afspraken gelden bij het opsporen en ruimen van NGE. 2. Het opstellen van een risicokaart. Een risicokaart is een geografisch overzicht waar, op basis van archiefonderzoek, locaties aangegeven staan waar naar verwachting nog één of meerdere NGE in de grond liggen. Deze kaart is waarschijnlijk in september 2011 beschikbaar.
De wet- en regelgeving over de opsporing en ruiming van NGE is verspreid over diverse regelingen. Op basis van de Gemeentewet (artikelen 172, 175, 176) is de burgemeester verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid en is deze bevoegd hier handelend op te treden. Conform de Brancherichtlijn Opsporing Conventionele Explosieven (verder BRL-OCE genoemd) wordt de gemeente op wiens grondgebied de werkzaamheden uitgevoerd worden, schriftelijk geïnformeerd door het explosieven opsporingsbedrijf. Een van te voren opgesteld projectplan moet aantoonbaar goedgekeurd zijn door de opdrachtgever en de betreffende gemeente. Goedkeuring van de gemeente dient plaats te vinden door of namens de verantwoordelijke voor openbare orde en publieke veiligheid. Met het opleveren van de risicokaart voldoet de gemeente ook aan haar verantwoordelijkheid om belanghebbenden zo volledig en tijdig mogelijk te informeren en adviseren over de mogelijke risico’s en de te nemen maatregelen. Het ruimen van NGE in Lansingerland vindt primair plaats op basis van een proactieve benadering op basis van de risicokaart. Hierbij wordt aan de hand van de beschikbare gegevens over NGE en de lokale omgevingsfactoren (potentiële risicovolle objecten of situaties) een volgorde in sanering aangebracht. Een andere strategie is de reactieve benadering.
Dit houdt in dat een NGE pas geruimd wordt wanneer dat als gevolg van een concrete ontwikkeling of (bouw-)project noodzakelijk is. Beide strategieën kunnen ook naast of aanvullend aan elkaar worden toegepast. De proactieve benadering is leidend in Lansingerland.
De gemeente heeft geen wettelijke verplichting om de kosten van opsporing- en ruiming van NGE te dragen. Uit navraag bij andere gemeenten blijkt dat gemeenten hier heel verschillend mee omgaan. Ook relevante jurisprudentie is niet bekend. Hoewel de gemeente volgens ons wettelijk niet verplicht is om een financiële bijdrage toe te zeggen, kan het voor een goede samenwerking of het nastreven van publieke belangen wel gewenst zijn om een bijdrage te geven aan de opsporing en ruiming van NGE dat uitgevoerd wordt op initiatief van een andere partij dan de gemeente. Daarom staat in deze notitie ook een voorstel over de toekenning van een financiële bijdrage.
BELEID NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE)
Pagina 3/11
T11.05114
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Als gevolg van de oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog zijn er in ons land niet tot ontploffing gekomen explosieven en munitie achtergebleven. Om diverse redenen (bijvoorbeeld veiligheid en gebiedsontwikkeling) kan de noodzaak ontstaan om deze niet gesprongen explosieven (verder NGE genoemd) op te sporen en op te ruimen. Tot 1 januari 2010 declareerden gemeenten onder bepaalde voorwaarden een deel van de kosten van opsporing en ruiming bij het Rijk op grond van het Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven uit WOII (verder Bijdragebesluit genoemd). In oktober 2009 is dit Bijdragebesluit ingetrokken en zijn de daarmee gemoeide middelen aan het gemeentefonds toegevoegd. Sinds die financiële overheveling heeft de gemeente Lansingerland geen concrete activiteiten ontplooid om te komen tot een weloverwogen besteding van die middelen. Dit is echter wel noodzakelijk omdat enerzijds de burgemeester als bevoegd gezag verantwoordelijk is voor de veiligheid en anderzijds omdat er organisaties en projectontwikkelaars zijn die een financieel beroep doen op de gemeente voor de kosten van opsporing en ruiming van NGE. Doel van dit beleidsplan NGE is het inzichtelijk maken en vastleggen van de gemeentelijke werkwijze bij de opsporing en ruiming van NGE in Lansingerland.
1.2 Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op de relevante wet- en regelgeving. In hoofdstuk 3 komt de werkwijze van de gemeente bij NGE aan bod. De financiële afspraken staan in hoofdstuk 4 beschreven.
1.3 Historische ontwikkelingen Tijdens de Tweede Wereldoorlog is ook het gebied van de gemeente Lansingerland doelwit geweest van bombardementen. Daar zaten zogenaamde blindgangers bij, explosieven die niet tot explosie kwamen en in de grond zijn blijven liggen. Een groot deel van die blindgangers is tijdens de Tweede Wereldoorlog al geruimd. Een deel daarvan ligt echter nog steeds in de grond. In Bleiswijk bijvoorbeeld is in december 2000 in een weiland een vliegtuigbom opgegraven en geruimd. Volgens getuigen zou er ergens in de weilanden nog een tweede blindganger liggen. Ook het gebied langs de A12 staat vanuit historisch onderzoek bekend om diverse bombardementen. De afgelopen jaren is er op meerdere plaatsen binnen de gemeente opsporingsonderzoek geweest naar NGE. Dit is echter nooit gebundeld en uitgebreid tot één actuele gemeentelijke risicokaart. Daarom is er nu een risicokaart in ontwikkeling die rond september 2011 beschikbaar komt (zie ook 3.3).
BELEID NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE)
Pagina 4/11
T11.05114
Hoofdstuk 2
Wettelijk en formeel kader
2.1 Wet- en regelgeving De relevante wet- en regelgeving bij NGE is verspreid: • Wet Wapens en Munitie: NGE uit de Tweede Wereldoorlog vallen onder deze wet (Wet van 5 juli 1997, houdende regels inzake het vervaardigen, verhandelen, vervoeren, voorhanden hebben, dragen enz. van wapens en munitie). • Wet op de Veiligheidsregio’s (Wet houdende regels op het gebied van de rampenbestrijding en de voorbereiding daarop). • Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006. (Staatsblad 2006, 711). Dit besluit regelde o.a. de financiële bijdrage van de Rijksoverheid. Het bijdragebesluit is per 1 oktober 2009 ingetrokken en vervangen door een financiering via het gemeentefonds. • Arbeidsomstandighedenregeling (wijziging opsporen conventionele explosieven, Staatscourant 10 april 2007). Hierin is bepaald dat bedrijven die werkzaamheden samenhangende met het opsporen van explosieven verrichten, in het bezit dienen te zijn van een procescertificaat opsporen conventionele explosieven. • Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat "Opsporen Conventionele Explosieven" (BRL-OCE), versie 2007-02, d.d. 8 februari 2007. Deze BRL bevat de eisen, waaraan een bedrijf moet voldoen om gecertificeerd te kunnen worden. • Gemeentewet, onder andere artikel 160, 172, 175 en 176.
2.2 Bevoegd gezag nader toegelicht De aanwezigheid van NGE kan de openbare orde en veiligheid in gevaar brengen. Op basis van de Gemeentewet (artikelen 172, 175, 176) is de burgemeester verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid en is deze bevoegd hier handelend op te treden. Met het opleveren van de risicokaart voldoet de gemeente in dit kader aan haar verantwoordelijkheid om belanghebbenden zo volledig en tijdig mogelijk te informeren en adviseren over de mogelijke risico’s en de te nemen maatregelen. Conform de BRL-OCE wordt de gemeente op wiens grondgebied de werkzaamheden uitgevoerd worden, schriftelijk geïnformeerd door het explosieven opsporingsbedrijf. Een van te voren opgesteld projectplan moet aantoonbaar goedgekeurd zijn door de opdrachtgever en de betreffende gemeente. Goedkeuring van de gemeente dient plaats te vinden door of namens de verantwoordelijke voor openbare orde en publieke veiligheid. Dat is de burgemeester en in dit geval bij diens afwezigheid het afdelingshoofd Bestuurszaken. Het bevoegd gezag wordt in deze taken ondersteund door het onderdeel Openbare Orde en Veiligheid (OOV) van het team Juridische Zaken en Veiligheid. OOV fungeert daarbij als gemeentelijk meld- en informatiepunt en is verantwoordelijk voor de coördinatie van een daadwerkelijke ruiming.
BELEID NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE)
Pagina 5/11
T11.05114
Hoofdstuk 3
Werkwijze in Lansingerland
3.1 Risicokaart Om een volledig overzicht te hebben over de gebieden in Lansingerland waar mogelijk een NGE ligt, is het nodig over een risicokaart te beschikken. De risicokaart komt tot stand door archief- en bureauonderzoek uit te voeren naar oude (getuigen-)verslagen, rapporten, eerdere risicoscans enzovoort. Dit levert een plattegrond van de gemeente op waar enkele gebieden als ‘verdacht’ gearceerd staan. Door daar de actuele bestemmingsplannen op te leggen ontstaat er een overzicht van de gebieden waar we de komende jaren opsporings- en eventueel ruimingsactiviteiten kunnen verwachten. Op de risicokaart wordt ook per verdacht gebied aangegeven welke handelingen in de bodem toelaatbaar zijn zonder verder onderzoek (bijvoorbeeld kabelsleuf graven, planten van een boom, heipalen slaan, baggerwerkzaamheden) en welke handelingen niet mogen zonder verder onderzoek.
3.2 Reactief en proactief Het opsporen en ruimen van NGE in Lansingerland vindt in eerste instantie plaats volgens een proactieve benadering. Hierbij wordt aan de hand van de beschikbare gegevens over NGE en de lokale omgevingsfactoren (potentiële risicovolle objecten of situaties) een volgorde in sanering aangebracht. Op basis van de risicokaart wordt bekeken of de gebieden met de hoogste risico’s ook daadwerkelijk proactief benaderd moeten worden. Beoordeling hiervan vindt plaats in relatie tot de omvang van de ontvangen en de nog te ontvangen financiële bijdrage uit het Gemeentefonds ten opzichte van de inschatting van de uitgaven voor de reactieve opsporing en ruiming. Bij een reactieve benadering wordt NGE pas geruimd wanneer dat als gevolg van een concrete ontwikkeling of (bouw-)project noodzakelijk is. Beide strategieën kunnen ook naast of aanvullend aan elkaar worden toegepast. De proactieve benadering is leidend in Lansingerland. De kans dat een NGE in de grond namelijk spontaan tot ontploffing komt is erg klein. Er zijn dan ook bijna geen voorbeelden hiervan bekend (zowel in binnen- en buitenland). Wel zijn er enkele incidenten bekend van ontploffingen veroorzaakt door externe invloeden (bijvoorbeeld bij graaf- en heiwerkzaamheden).
In de branchevereniging van explosievenopruimingsbedrijven wordt gesproken over de mogelijkheid dat de explosieve stoffen, die aanwezig zijn in de munitie, op termijn instabiel kunnen worden. Hierdoor zou de kans op een spontane explosie groter worden.
Beslispunt 1 De proactieve benadering is leidend in Lansingerland. Hierbij wordt op basis van een risicokaart, de lokale omgevingsfactoren én de ontwikkelingsplannen een volgorde voor sanering opgesteld.
BELEID NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE)
Pagina 6/11
T11.05114
Hoofdstuk 4
Financiën
4.1 Algemeen De basis van de financiering bij opsporings- en ruimingsactiviteiten was het Bijdragebesluit kosten
ruiming explosieven uit WOII (verder Bijdragebesluit genoemd). De kern van dit Bijdragebesluit was dat: • De kosten van het vooronderzoek en het opsporingsonderzoek onder bepaalde voorwaarden (zoals bijvoorbeeld een strakke deadline voor de aanvraag, het toevoegen van bewijzen etc.) voor rekening kwamen van de gemeente, • een rijksbijdrage mogelijk was, • die rijksbijdrage maximaal 80% bedroeg afhankelijk van het aantal aanvragen onder aftrek van een drempelbedrag van € 2.50 per inwoner. • Het resterende bedrag door de gemeente gedragen werd. Onbenoemd is of de gemeenten het resterende bedrag ook mogen doorbelasten aan een derde betrokken partij. Het Rijk schreef niets voor over de financiering maar liet dit aan de gemeenten zelf over. Onder opsporingskosten wordt verstaan de kosten die direct verbonden zijn met de organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van detecteren, lokaliseren en interpreteren, het laagsgewijs ontgraven en identificeren van de vermoede explosieven, het tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en het Proces-verbaal van oplevering. Onder ruimingskosten wordt verstaan alle kosten die direct betaald worden aan de werkzaamheden die verband houden met de ruiming van een aangetroffen explosief dan wel van een voorwerp waarvan de exacte ligplaats bij opsporingswerkzaamheden op of onder het maaiveld is gedetecteerd.
Per 1 oktober 2009 is het Bijdragebesluit ingetrokken. In de begeleidende brief van BZK staat dat het intrekken van het Bijdragebesluit niets afdoet aan de bestaande verantwoordelijkheid voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven. Slechts de mogelijkheid van gemeenten om een bijdrage te ontvangen voor de kosten is per 1 januari 2010 geregeld via de generieke bekostiging van het gemeentefonds. Er is door BZK een lijst met veelgebruikers opgesteld, de zogenaamde maatstafgemeenten. Lansingerland is een maatstafgemeente. Dit betekent dat de gemeente jaarlijks per opgeleverde nieuwbouwwoning circa 2000 euro via de algemene uitkering ontvangt. In 2010 is er € 1.849.000,ontvangen en in 2011 € 505.409.000,-. De onttrekking aan de reserve bedroeg in 2010 €11.000,- en in 2011 € 65.000,-. Er zit op dit moment dus € 2.278.409,- in de reserve. Het is onzeker wat er in de komende jaren bijkomt, omdat dit afhankelijk is van het aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen. Uit het gegeven dat de bijdrage van het Rijk niet geoormerkt is, kan opgemaakt worden dat de gemeente een grote mate van bestedingsvrijheid heeft. In 2011 heeft de gemeente een brief ontvangen waarin staat dat wij de komende 4 jaar op de lijst van maatstafgemeenten blijven staan.
Wel zal er over 4 jaar door het Rijk een evaluatie worden gehouden om te kijken op welke wijze de gemeente met deze bijdrage zijn omgegaan en of de lijst met veelgebruikers aangepast moet worden.
BELEID NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE)
Pagina 7/11
T11.05114
4.2 Regeling in Lansingerland Bij de ontwikkeling van (bouw)plannen op locaties waarvoor een verdenking geldt op de aanwezigheid van explosieven in de ondergrond moet, onder andere op basis van arbowetgeving, een opsporingsonderzoek en mogelijk een ruiming worden uitgevoerd. Het is dan de vraag wie het onderzoek en een eventuele ruiming moet betalen. Er is niet één standaard werkwijze daarvoor bepaald in het land en er zijn dan ook per gemeente verschillende afspraken gemaakt. Voor Lansingerland geldt een aantal uitgangspunten: 1. Een particuliere inwoner wordt niet belast met de hoge kosten die gemoeid zijn met de ruiming van NGE. 2. De initiatiefnemer, niet zijnde een particuliere inwoner, is verantwoordelijk voor het treffen van de nodige veiligheidsmaatregelen voor opsporing en ruiming van NGE, inclusief de bijbehorende kosten. 3. De gemeente hecht belang aan een economisch aantrekkelijk klimaat en een vruchtbare samenwerking met diverse partners en kan om die reden overwegen om een bijdrage toe te kennen aan initiatieven tot opsporing en ruiming van andere partijen. Gezien de nieuwe situatie van financiering via het Gemeentefonds hanteert de gemeente Lansingerland, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2010, het volgende financiële kader: • •
•
•
•
•
•
Als de gemeente alleen eigenaar is van het betreffende grondgebied betaalt de gemeente 100% van alle opsporings- en ruimingskosten. Als een externe organisatie, projectontwikkelaar of andere partij dan de gemeente de eigenaar is van de grond betaalt de gemeente, op verzoek van de externe partij, maximaal 50 % van de opsporingskosten en maximaal 80 % van de ruimingskosten, zolang het NGE budget van de gemeente dit toelaat. Als zowel de gemeente als een externe partij grondeigenaar en initiatiefnemers zijn, dan betaalt de gemeente maximaal 50% van de opsporingskosten en maximaal 80% van de ruimingskosten, zolang het NGE budget van de gemeente dit toelaat. De partijen maken in onderling overleg afspraken over de resterende 50 % van de opsporingskosten en 20 % van de ruimingskosten. Een uitzondering hierop is de particuliere grondbezitter; zij zijn over het algemeen minder draagkrachtig dan organisaties en overheden. De gemeente komt particulieren tegemoet door de kosten van een eventuele ruiming te dragen. Particulieren dragen zelf de kosten van een opsporingsonderzoek aangezien zij de keuze maken om de bestaande stabiele situatie in het risicogebied te wijzigen door grondwerkzaamheden uit te voeren.
Indien in een jaar op basis van de proactieve én reactieve strategie het beschikbare budget voor opsporing en ruiming van NGE niet volledig wordt benut, wordt het restant gereserveerd voor het daarop volgende jaar. Indien in een jaar op basis van de proactieve én reactieve strategie het beschikbare budget voor opsporing en ruiming van NGE wél wordt overschreden wordt een voorstel tot prioritering aan het college van B&W voorgelegd. De gemeente is, na verzoek van een externe partij om een financiële bijdrage in de opsporingsen ruimingskosten, mede-opdrachtgever van het onderzoek. De aanbestedingsregels die bij de gemeente gelden worden dan ook gehanteerd bij het gunnen van de opsporingsopdracht.
Beslispunt 2: In de gemeente Lansingerland gelden bovenstaande financiële afspraken bij het opsporen en ruimen van NGE.
BELEID NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE)
Pagina 8/11
T11.05114
Toelichting op deze financiële afspraken:
Wettelijk gezien is de burgemeester verantwoordelijk voor de openbare orde en de lokale veiligheid. De burgemeester kan zijn verantwoordelijkheid invullen door bijvoorbeeld opdracht te geven voor vooronderzoek, opsporingsonderzoek, een verdacht terrein af te zetten, een bouwproject stil te laten leggen etc.. De gemeente heeft geen wettelijke verplichting om de kosten van opsporings- en ruimingskosten van NGE te dragen. Uit ervaringen bij andere gemeenten blijkt dat gemeenten heel verschillend hiermee omgaan en soms wel en soms niet een financiële bijdrage toekennen aan externe organisaties en projectontwikkelaars op dit terrein. Hoewel de gemeente dus wettelijk niet verplicht is om een bijdrage toe te zeggen, kan het voor een goede samenwerking of het nastreven van publieke belangen wel wenselijk zijn om een financiële bijdrage te geven aan een opsporingsonderzoek naar NGE dat uitgevoerd wordt op initiatief van een externe partij. Om daarbij subjectieve beoordeling per aanvraag te voorkomen is er in dit voorstel voor gekozen om te werken met vaste percentages. Het gevaar van toezeggingen doen op basis van vaste percentages is echter dat de gemeente meer moet betalen dan dat er aan NGE budget beschikbaar is. Dat is de reden waarom er in maximale percentages gesproken wordt en de zin ‘zolang het NGE budget van de gemeente het toelaat’ is opgenomen.
Het financiële risico dat de gemeente loopt door een uitzondering te creëren voor de particuliere grondbezitter is beperkt omdat de kans op het daadwerkelijk aantreffen van explosieven in bebouwd gebied beperkt is gezien het grondgebruik in de voorgaande jaren. Ter illustratie staan in bijlage 1 enkele rekenvoorbeelden.
Tot slot Dit beleid geldt met ingang van 1 januari 2010 (terugwerkende kracht). Indien daar noodzaak toe bestaat, ofwel door het verschijnen van de risicokaart, ofwel door snelle uitputting van het budget, wordt het beleid geëvalueerd en indien nodig aangepast. In die evaluatie wordt ook de afweging meegenomen dat we alleen op de lijst van maatstafgemeenten blijven staan als het daarvoor bestemde geld ook daadwerkelijk aangewend is. Dit beleidsplan wordt aangevuld met een communicatieplan dat ingaat op interne en externe communicatie. Het beschikbaar komen van de risicokaart is een moment dat zorgvuldige communicatie vereist om onrust onder de inwoners en hobbyisten die juist in de risicogebieden gaan zoeken te voorkomen. Tevens is het belangrijk dat andere afdelingen, zoals Projecten en Vergunningverlening & Handhaving op de hoogte zijn van de risicokaart en de wijze van advisering.
BELEID NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE)
Pagina 9/11
T11.05114
Bijlage 1: Enkele rekenvoorbeelden ter illustratie (de afrondingsverschillen zijn niet verwerkt) Casus 1: Gemeente L heeft binnen haar grondgebied bouwplannen op een verdacht gebied. Er vindt opsporingsonderzoek plaats, er wordt NGE gevonden en dat moet geruimd worden. Het opsporingsonderzoek kost 100.000 en het ruimen kost 500.000. Wie betaalt de rekening? Gemeente L
Opsporing NGE 100.000 (=100%)
Ruiming NGE 500.000 (=100%)
Casus 2: Gemeente L, gemeente X en gemeente Y hebben een Gemeenschappelijke Regeling (GR) met elk 1/3 belang. Op het gebied van de GR is, binnen het grondgebied van de gemeente L, een opsporingsonderzoek noodzakelijk. Er wordt NGE aangetroffen en het moet geruimd worden. Het opsporingsonderzoek kost 100.000 en het ruimen kost 500.000. Wie betaalt de rekening? Gemeente L GR
Opsporing NGE 50.000 (=50 %) 50.000 (=50 %)
Ruiming NGE 400.000 (=80%) 100.000 (=20%)
Binnen de GR maken de gemeenten L, X en Y onderling afspraken over de verdeling van de resterende 50 % en de 20 %. Bij een evenredige verdeling betekent dit: Wie betaalt de rekening binnen de GR? Gemeente L Gemeente X Gemeente Y
Opsporing NGE
Ruiming NGE
1/3 van 50.000 = 16.666 1/3 van 50.000 = 16.666 1/3 van 50.000 = 16.666
1/3 van 100.000 = 33.333 1/3 van 100.000 = 33.333 1/3 van 100.000 = 33.333
In totaal draagt dan elke gemeente financieel bij: Totale bijdrage Gemeente L Gemeente X Gemeente Y
Opsporing NGE 50.000 + 16.600 = 66.666 16.666 16.666
Ruiming NGE 400.000 + 33.333 = 433.333 33.333 33.333
Casus 3: Gemeente L en gemeente X vormen samen, gelijkwaardig, een GR. De GR is voor 60% verbonden aan een Besloten Vennootschap (BV). Projectontwikkelaars A en B zijn voor elk 20 % verbonden aan deze BV. De BV is eigenaar van een grondgebied en heeft bouwplannen, maar moet eerst een opsporingsonderzoek uitvoeren omdat het als verdacht gebied bekend staat. Tijdens dat onderzoek blijkt dat er geruimd moet worden. Het betreffende grondgebied ligt in de gemeente L. Het opsporingsonderzoek kost 100.000 en het ruimen kost 500.000.
Wie betaalt de rekening? Gemeente L
BELEID NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE)
Opsporing NGE 50.000 (=50 %)
Ruiming NGE 400.000 (=80%)
Pagina 10/11
T11.05114
BV
50.000 (=50 %)
100.000 (=20%)
Binnen de BV maken de gemeenten L en X en de projectontwikkelaars A en B onderling afspraken over de verdeling van de 50 % en de 20 %. Bij een evenredige verdeling betekent dit: Wie betaalt de rekening binnen de BV? Gemeente L Gemeente X Projectontwikkelaar A Projectontwikkelaar B
Opsporing NGE
Ruiming NGE
30 % van 50.000 = 15.000 30 % van 50.000 = 15.000 20 % van 50.000 = 10.000 20 % van 50.000 = 10.000
30 % van 100.000 = 30.000 30 % van 100.000 = 30.000 20 % van 100.000 = 20.000 20 % van 100.000 = 20.000
In totaal draagt de gemeente L dan aan deze casus bij: Totale bijdrage Gemeente L
Opsporing NGE 50.000 + 15.000 = 65.000
Ruiming NGE 400.000 + 30.000 = 430.000
Casus 4: Een inwoner van de gemeente L wil in zijn tuin een schuurtje zetten. Hij vraagt daar een vergunning voor aan. Bij de aanvraag ziet hij op internet de risicokaart van de gemeente waarop zijn tuin als verdacht gebied staat aangegeven. Bij de toewijzing van de vergunning adviseert de gemeente om een opsporingsonderzoek uit te laten voeren. De inwoner besluit dat hij graag zijn schuurtje op een veilige manier wil bouwen en voert het onderzoek uit. Er wordt een NGE aangetroffen. Het opsporingsonderzoek kost 20.000 en de ruiming kost 50.000.
Wie betaalt de rekening? Gemeente L De inwoner
BELEID NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE)
Opsporing NGE 0,- (= 0 %) 20.000 (=100 %)
Ruiming NGE 50.000 (=100%) 0 (=0%)
Pagina 11/11