Ontwerp Voorkeursbeslissing windenergie Lansingerland - Gedeputeerde State Zuid-Holland
Tekst van het document
Provincie Zuid-Holland
Windenergie Lansingerland ontwerp voorkeursbeslissing
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
Inhoudsopgave
1
Inleiding....................................................................................................................................................2
2
Achtergrond .............................................................................................................................................2
3
2.1
Beschrijving van de opgave ..........................................................................................................2
2.2
Bekendmaking voornemen ...........................................................................................................3
2.3
Beschrijving proces van de verkenning ........................................................................................3
2.4
Overige ontwikkelingen .................................................................................................................3
2.4.1
Aanbevelingen Randstedelijke Rekenkamer ............................................................................3
2.4.2
Bestuursovereenkomst met gemeente Lansingerland .............................................................3
Resultaten verkenning .............................................................................................................................3 3.1
Uitkomsten voorafgaande analyses ..............................................................................................3
3.2
Uitkomsten plan-MER ...................................................................................................................4
3.3
Woningbouwlocatie Bleizo-West ...................................................................................................7
3.4
Uitkomsten participatie ..................................................................................................................7
3.4.1
Klankbordgroep ........................................................................................................................8
3.4.2
Omgevingsonderzoek Rijksuniversiteit Groningen .................................................................12
3.4.3
Professionele betrokkenen .....................................................................................................13
3.4.4
Overig .....................................................................................................................................15
3.5
Uitkomsten marktconsultatie .......................................................................................................16
3.5.1
Initiatiefnemers .......................................................................................................................16
3.5.2
Grondeigenaren .....................................................................................................................16
3.6
Samenvatting Uitkomsten ...........................................................................................................18
4
Voorkeursbeslissing ...............................................................................................................................20
5
Aandachtspunten voor het vervolg ........................................................................................................22 5.1
Procedure ...................................................................................................................................22
5.2
Projectuitwerking door initiatiefnemer .........................................................................................23
5.3
Lokaal eigendom.........................................................................................................................24
5.4
Verfijning in projectbesluit ...........................................................................................................25
Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV
1 / 25
Plan-MER windenergie Lansingerland Participatieverslag verkenningsfase windenergie Lansingerland Bestuursovereenkomst ruimtelijke ontwikkelingen Lansingerland Adviesnota windenergie in Lansingerland
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
1
Inleiding
Op 19 november 2024 hebben Gedeputeerde Staten (GS) het voornemen kenbaar gemaakt om een verkenning uit te voeren naar de realisatie van 15 MW windenergie in de gemeente Lansingerland. Dit document betreft een ontwerp voorkeursbeslissing waarin GS de voorkeur uitspreekt om het project uit te voeren waarbij het gebied Kruisweg-Oost als voorkeursgebied wordt benoemd. In deze voorkeursbeslissing wordt teruggeblikt op de verkenning en onderbouwd waarom en hoe GS tot de voorkeursbeslissing zijn gekomen. De voorkeursbeslissing is een stap in de richting van een projectbesluit waarmee het windproject publiekrechtelijk wordt toegestaan. Het is mogelijk dat het projectbesluit uiteindelijk afwijkt van de voorkeursbeslissing. Ook dat wordt toegelicht in deze voorkeursbeslissing.
2
Achtergrond
2.1
Beschrijving van de opgave
De Europese Green Deal streeft naar een 55% reductie van broeikasgassen in 2030 (t.o.v. 1990) en klimaatneutraliteit in 2050. Dit gebeurt via meer hernieuwbare energie, hogere energie-efficiëntie en een moderne, circulaire economie. De doelen zijn vastgelegd in de Europese Klimaatwet (2021). Lidstaten vertalen deze afspraken in nationale wetten, beleid en subsidieprogramma’s. Nederland heeft in het Klimaatakkoord afgesproken minder CO₂ uit te stoten en in 2050 volledig over te gaan op duurzame energie. Windenergie speelt daarin een belangrijke rol. Op dit moment gebruiken we in Nederland nog veel fossiele brandstoffen zoals olie, gas en steenkool. Die raken op, worden duurder en maken ons afhankelijk van andere landen. Door energie in Nederland zelf op te wekken, wordt ons energiesysteem betrouwbaarder en minder afhankelijk van import. Ook helpt lokale opwekking om transportverliezen te beperken. Hoe korter de afstand tussen opwek en gebruik, hoe minder energie verloren gaat en hoe minder druk er op het elektriciteitsnet komt. De provincie ZuidHolland zet zich in voor schone, betaalbare en betrouwbare energie voor haar inwoners en bedrijven. Naast energiebesparing, duurzame warmte en wind op zee vraagt dat om lokale opwek met wind en zon. Voor meer informatie over het beleid waarop de opwekdoelen zijn gebaseerd, zie bijlage 2 van de plan-MER.
De opgave voor windenergie in Lansingerland sluit direct aan op deze Europese, nationale en provinciale doelstellingen. De opgave voor windenergie in Lansingerland vindt zijn oorsprong in het Convenant Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam uit 2012. Dit convenant is een voorloper op de Regionale Energie Strategie. In dit convenant spraken de betrokken gemeenten, de provincie Zuid-Holland en andere partners af om in de voormalige stadsregio minimaal 150 MW windvermogen te realiseren vóór 2020. Bij het opstellen van de RES 1.0 Rotterdam-Den Haag zijn de locaties uit het Convenant Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam 2012 meegenomen alsof ze gerealiseerd werden, zoals onder andere de opgave van windenergie in de gemeente Lansingerland. De provincie heeft nu regie gepakt om alsnog windmolens in Lansingerland te realiseren. Het coalitieakkoord ‘Krachtig Zuid-Holland 2023-2027’ is opgenomen dat de provincie de regie op de ontwikkelingen rond windenergie in de gemeente Lansingerland naar zich toe trekt. Provincie ZuidHolland heeft als doel om circa 15 MW windenergie te realiseren in Lansingerland.
2 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
2.2 Bekendmaking voornemen Dit document beschrijft de door de provincie Zuid-Holland uitgevoerde verkenning naar het meest geschikte gebied voor windenergie in de gemeente Lansingerland. De verkenning leidt tot de in hoofdstuk 4 van dit document beschreven voorkeursbeslissing voor windenergie in Lansingerland. 2.3 Beschrijving proces van de verkenning Tijdens de verkenning heeft de provincie onderzocht welke van de drie zoekgebieden het meest geschikt is voor de realisatie van 15 MW windenergie. In de verkenning heeft de provincie een plan-MER laten uitvoeren. Ook is tijdens de verkenning gebruik gemaakt van de (lokale) kennis en inzichten van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen. 2.4
Overige ontwikkelingen
2.4.1 Aanbevelingen Randstedelijke Rekenkamer De provincie Zuid-Holland heeft eerder de plaatsing van windmolens mogelijk gemaakt langs het Spui in gemeente Hoeksche Waard. Op verzoek van Provinciale Staten heeft de Randstedelijke Rekenkamer het participatieproces rond windpark Spui onderzocht. De rekenkamer heeft in het rapport “Hoog aan de wind” het participatieproces bij windpark Spui beschreven en aanbevelingen gedaan over hoe participatie verbeterd kan worden. In de verkenning voor windenergie in Lansingerland is gebruik gemaakt van de aanbevelingen. In het participatieverslag (Bijlage II) is per aanbeveling weergegeven hoe deze concreet is toegepast bij de verkenning voor windenergie in Lansingerland. 2.4.2 Bestuursovereenkomst met gemeente Lansingerland Op 19 februari 2025 hebben gemeente Lansingerland en provincie Zuid-Holland in een bestuursovereenkomst afspraken gemaakt over de opgaven rond wind, werken, wonen, bereikbaarheid en leefbaarheid. In artikel 8 van de bestuursovereenkomst staan afspraken over windenergie. Zoals opgenomen in de overeenkomst heeft het de bestuurlijke voorkeur om geen windmolens in het Plangebied Bleizo-West te bouwen. Door in Bleizo-West geen windmolens te bouwen wordt in dit gebied de ontwikkeling van circa 5.000 woningen met bijbehorende maatschappelijke en commerciële voorzieningen mogelijk.
Alleen als het zoekgebied Bleizo-West als enige windlocatie naar voren komt uit het plan-MER gaan gemeente en provincie weer met elkaar in gesprek over een oplossing voor de windopgave zie hoofdstuk 3.3 of de bestuursovereenkomst in bijlage III.
3
Resultaten verkenning
3.1 Uitkomsten voorafgaande analyses In eerdere onderzoeken van Pondera (2019) en Bosch & van Rijn (Bijlage IV) zijn belemmeringenstudies uitgevoerd. Zo is gekeken naar benodigde afstanden tot bebouwing, bovenen ondergrondse infrastructuur en belemmeringen vanuit de luchtvaart. Alleen de ‘technische ruimtes’ waar geen belemmeringen zijn voor windmolens, zijn verder onderzocht in de verkenning. Deze gebieden zijn gebundeld in drie zoekgebieden: Bleizo-West, Kruisweg-Oost en Noordpolder.
3 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
Figuur 1 Technische ruimte op basis van de belemmeringenstudie en de drie zoekgebieden
3.2 Uitkomsten plan-MER Tijdens de verkenning is een plan-MER uitgevoerd. Hiermee zijn de effecten op het milieu en de leefomgeving in beeld gebracht van windmolens in de drie zoekgebieden. Het gaat daarbij om een technische en feitelijke analyse, waarin verschillende varianten worden onderzocht en beoordeeld. Het proces van het plan-MER begon met de vaststelling van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) op 11 april 2025. Hiervoor heeft de concept-NRD ter inzage gelegen vanaf 25 november 2024 tot en met 17 januari 2025. Gedurende de termijn van de terinzagelegging zijn 48 zienswijzen ingediend. Een aantal ingediende zienwijzen heeft geleid tot aanpassingen aan de NRD. De Commissie mer heeft ook advies gegeven op de NRD. In de NRD is bepaald welke milieuthema’s onderzocht worden (zoals geluid, slagschaduw, externe veiligheid, ecologie en landschap) in het plan-MER en hoe diepgaand deze thema’s worden geanalyseerd. Nadat de NRD is vastgesteld is het plan-MER verder uitgewerkt. Het concept van het plan-MER is voorgelegd aan de klankbordgroep (omwonenden) en de windwerkgroep (professionele betrokkenen). De reacties uit deze twee groepen zijn waar van toepassing verwerkt in het plan-MER.
In het plan-MER is de effectbeoordeling in twee stappen uitgevoerd: in de eerste stap zijn de milieueffecten in kaart gebracht voor een maximale invulling van de drie onderzoeksgebieden Bleizo-West, Kruisweg-Oost en Noordpolder. Dit betekent dat er binnen de technische ruimte een maximaal aantal windmolens is gemodelleerd. Hierbij is gewerkt met een minimale onderlinge afstand van drie keer de rotordiameter. Er is onderzocht wat de milieueffecten zijn van deze maximale onderzoeksopstellingen.
4 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
De windmolens waar meer dan 5 woningen binnen een straal van 500 meter vallen zijn afgevallen voor de beoordeling in stap 2, omdat deze molens (A1, B3, C4) een te grote impact hebben op de leefomgeving. In stap 2 bestaan alle varianten uit een opstelling met drie windmolens. Dit sluit aan bij de opwekdoelstelling van circa 15 MW en maakt dat de resultaten onderling beter te vergelijken zijn. Er zijn varianten in stap 2 waarbij de drie windmolens binnen één zoekgebied liggen. Er zijn ook varianten met windmolenposities die in twee onderzoeksgebieden liggen. In totaal zijn in stap 2 acht varianten beoordeeld. Een opstellingsvariant met drie windmolens, naast de onderzochte opstelling in stap 1, bleek niet mogelijk in het gebied Bleizo-West.
Figuur 2 Vereenvoudigde weergave van leefomgeving beoordelingscriteria per windmolen van stap 1
5 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
Figuur 3 De 8 onderzochte optimalisatievarianten uit stap 2. De 9e tegel bevat de onderzoeksopstellingen uit stap 1 met in geel onderzoeksgebied B
Uit de effectbeoordeling blijkt dat op veel thema’s geen grote verschillen optreden tussen de verschillende varianten. Dit geldt voor de thema’s Leefomgeving - Slagschaduw, Cultuurhistorie &
6 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
Archeologie, Ecologie en Recreatie & Economie. Hierna gaan we nog specifiek in op een aantal thema’s: • Geluid: Varianten 2, 3 en 6 scoren het beste qua geluid; variant 8 het slechtst. Geluidbelasting per variant is berekend aan de hand van het aantal gevoelige objecten binnen contouren van 42, 45 en 47 dB Lden. • Slagschaduw: Alle varianten kunnen voldoen aan de wettelijke norm van maximaal 0 of 6 uur per jaar door stilstandregeling. Variant 4 scoort het beste qua slagschaduw; variant 8 het slechtst. • Externe veiligheid: Variant 1 scoort het beste door ligging in open veld. Varianten 4 t/m 7 scoren minder goed vanwege ligging op of nabij bedrijventerrein. • Landschap: Variant 8 scoort het best landschappelijk. Conclusie Alle zoekgebieden zijn vanuit effecten op milieu en leefomgeving geschikt voor windmolens, wel blijken sommige zoekgebieden meer ruimte te bieden voor windmolens dan andere. Namelijk windmolens in de gebieden uit stap 1 met windmolenposities A1, B3 en C4 hebben een relatief grote invloed op de leefomgeving. 3.3 Woningbouwlocatie Bleizo-West De gemeente Lansingerland en de provincie Zuid-Holland beogen wonen-werken in het plangebied Bleizo-West mogelijk te maken en zij verplichten zich daarbij gezamenlijk te werken aan alle opgaven (Wind, Werken, Wonen, Bereikbaarheid en Leefbaarheid).
De bestuurlijke voorkeur is om geen windmolens in het plangebied Bleizo-West te bouwen. Uit het oogpunt van zorgvuldigheid is het plangebied Bleizo-West wel als één van de mogelijk geschikte locaties beoordeeld in het plan-MER. Maar afgesproken is dat er binnen het gearceerde gebied Bleizo-West geen windlocatie komt. Vanuit de afspraken in de bestuursovereenkomst is het niet nodig om Bleizo-West na deze verkenning op te nemen in de voorkeursbeslissing zie de bestuursovereenkomst in Bijlage III.
3.4 Uitkomsten participatie Volgens artikel 5.5 lid 2 Omgevingsbesluit wordt in de voorkeursbeslissing aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken. En wat de resultaten zijn van de uitgevoerde verkenning. In het participatieverslag verkenningsfase windenergie Lansingerland is beschreven hoe die verkenning is uitgevoerd.
7 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
3.4.1 Klankbordgroep De provincie heeft de mensen in de omgeving van de zoekgebieden uitgenodigd om zich aan te melden voor de klankbordgroep. Deze groep bestaat nu uit 54 leden. Van de leden waar de adresgegevens van bekend zijn wonen 21 leden in Lansingerland, 7 leden in Zoetermeer en 6 leden in Zuidplas. De leden van de klankbordgroep zijn inwoners en vertegenwoordigers uit de omgeving, die zich nauw betrokken voelen bij de ontwikkeling van windenergie in Lansingerland. Zij hebben aangegeven regelmatig te willen worden geïnformeerd en actief mee te willen denken gedurende het proces. De klankbordgroep is voor het eerst samengekomen op 3 september 2024. De verslagen van deze en latere bijeenkomsten zijn terug te vinden op de projectwebsite: www.windlansingerland.zuidholland.nl. Tijdens de vierde klankbordgroep op 7 mei 2025 hebben de leden aangegeven dat zij, zodra het plan-MER gereed is, de uitkomsten willen bespreken in een bijeenkomst van de klankbordgroep. Dit is gedaan tijdens de vijfde klankbordgroep op maandag 21 juli. In die vergadering is gelegenheid gegeven aan deelnemers om input te geven op verschillende varianten. Er kon meegedacht worden met vier vooraf uitgewerkte varianten. Daarnaast was er een “tafel 5” waar geheel nieuwe varianten voorgesteld konden worden. Verschillende deelnemers hebben hiervan gebruikgemaakt.
Deze sessie heeft het beeld opgeleverd dat voor een groot aantal leden van de klankbordgroep (het is dus niet de opinie van de klankbordgroep als geheel) een deel van het zoekgebied van Kruisweg-Oost, onder de A12 als meest geschikt gezien wordt. Een aantal leden van de klankbordgroep hebben gevraagd naar de mogelijkheid om ondanks de bestuursovereenkomst ook te kijken naar de mogelijkheden van 1 windmolen in het zoekgebied Bleizo-Oost zodat de windmolens alleen op bedrijventerreinen worden geplaatst. De leden van de klankbordgroep hebben tijdens en na de klankbordgroep van 21 juli ook gereageerd op het concept plan-MER. De opmerkingen hebben geleid tot aanpassingen in het plan-MER. Een van de grootste wijzigingen is dat de hoogspanningsverbinding niet meer als een landschappelijke lijnstructuur wordt gezien in het plan-MER. Ook is het beoordelingscriterium voor meervoudig ruimtegebruik naar aanleiding van de bespreking in de klankbordgroep aangepast. Gedurende de laatste klankbordgroep bijeenkomst op 18 september 2025, hebben twee leden een voorstel gedaan voor een gezamenlijk standpunt vanuit de klankbordgroep. In de dagen na de klankbordgroep is dit standpunt verder afgestemd tussen de leden. Hieronder is de integrale tekst van het standpunt opgenomen die wij op 24 september 2025 hebben ontvangen.
Dit standpunt is te zien als een door derden voorgedragen mogelijke oplossing gedurende de verkenningsfase zoals omgeschreven in artikel 5.5 lid 2 van het Omgevingsbesluit.
Standpunt van de klankbordgroep Onderstaand standpunten worden ingenomen door de gehele klankbordgroep. Alleen voor paragraaf 2.5 is er geen unanimiteit. Dit wordt vermeld in de tekst. 1. Primair: Wij zijn tegen de plaatsing van windturbines in de polders Klappolder, Honderdveertig Morgen en de Noordpolder omdat er geen geschikte locaties beschikbaar zijn. Wij vinden het belangrijk dat het Groene Hart en de Groene verbindingen vrijgehouden worden van windturbines. Met de groene verbindingen wordt bedoeld:
8 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
• •
de groene zuid- noord verbinding tussen Rottemeren en het Bentwoud langs de Rotte (inclusief de cultuur-historisch belangrijke Molenviergang van Zevenhuizen). de groene oost-west verbinding tussen Rottemeren & de Groenzoom.
2. Subsidiair: Als GS van de provincie toch overgaan tot verder onderzoek van plaatsing vinden wij het belangrijk dat de Provincie een zorgvuldig proces volgt en het Groene Hart en de Groene verbindingen vrijwaart van windturbines. Met een zorgvuldig proces en het vrijhouden van het Groene Hart en de Groene verbindingen bedoelen wij het volgende: 2.1 Zorg voor een zorgvuldig proces – Weging van alle thema’s en subthema’s In plan MER zijn zowel harde als zachte criteria opgenomen. Nu worden alleen de harde criteria mee-genomen en niet de zachte criteria. Het is zaak om alle criteria o.b.v. een gedragen weging mee te nemen. 2.2 Zorg voor een zorgvuldig proces - Wegingsfactoren niet alleen als (wettelijke) grenswaarden Laat de volledige impact zien voor de bewoners en niet maar een deel. Hanteer in de afweging van gebieden de gehanteerde wegingsfactoren niet alleen als (wettelijke) grenswaarden maar juist ook als continuüm (pro rato de afstand c.q. de impact). Dus neem bijv. niet alleen het aantal huizen tot de afstand van 400 meter mee, maar laat ook zien hoeveel huizen worden geraakt buiten die 400 meter. En laat bijv. zien wat de scores zijn onder de Lden 42 en Lnight 36 waarden. Hiermee laat je de volledige impact zien voor de bewoners.
2.2 Zorg voor een zorgvuldig proces - Meet de (gezondheids)risico’s op een goede manier Ga zorgvuldig om met de (gezondheids)risico’s voor de inwoners. Het beleid nu is dat wil er sprake zijn van een (gezondheids)risico je dit met 95% betrouwbaarheid moet kunnen aantonen. Terwijl wij zeggen: Het beleid zou zo moeten zijn dat je moet aantonen dat er met 95% betrouwbaarheid géén (gezondheids)risico is. Wij zeggen kortom: Als je het niet met 95% betrouwbaarheid kunt uitsluiten is er mogelijk een (gezondheids)risico en dan moet je het dus niet doen. 2.3 Zorg voor een zorgvuldig proces - Trapsgewijs onderzoek Voorkom de weg van de minste weerstand. Onderzoek niet in 1 keer het hele gebied, maar doe dit stapsgewijs. Na elke stap is er een formeel besluitmoment in GS om wel of niet de volgende stap te zetten. Informeer en consulteer daarbij de klankbordgroep voorafgaand aan elk formeel besluitmoment. In dit besluitmoment kan elke keer een grondige analyse gemaakt worden en geconcludeerd worden of echt alles is bekeken, gewogen en gedaan om een volgende stap te zetten. 2.4 Zorg voor een zorgvuldig proces - Integrale aanpak Regeren is vooruitzien.
Uitgaande van de enorme woningbouw- en bedrijventerreinenambities van de rond het Groene Hart gelegen gemeenten (Randstad Metropool) en de reeds opgestarte projecten, zal de behoefte aan recreatie en natuurbeleving als primaire levensbehoefte een absolute noodzaak zijn. Het zou zeer onverstandig en kortzichtig zijn
9 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
bestaande groen- en natuurgebieden op te offeren om windturbines in te plaatsen en daardoor decennialang een claim op het Groene Hart en de Groene verbinden te leggen. 2.5 Houdt het Groene Hart en de Groene verbindingen vrij van windturbines Op dit punt is er geen unanimiteit in de klankbordgroep. Dat wordt hieronder toegelicht. De klankbordgroep is tegen het plaatsen van windturbines in Lansingerland en wil koste wat kost het Groene Hart en de Groene verbindingen vrijhouden van windturbines. Als GS van de provincie toch besluiten tot het onderzoeken van plaatsing van windturbines, dan is een doorslaggevend deel van de klankbordgroep van mening: Onderzoek dan alleen het gebied buiten het Groene Hart en de Groene verbindingen, zijnde (zie afbeelding): 1. Het bedrijventerrein onder de A12 ten oosten van de N209 (m.u.v. windturbinepositie a7) 2. Het bedrijventerrein onder de A12 ten westen van de N209 3. Het gebied met de windturbinepositie ab1 in Bleizo boven de A12. Laat daarbij de windturbines in dit gebied niet afvallen omdat er bijv. leidingen liggen (zoals in eerdere vooronderzoeken is gedaan) of dat de grondeigenaar niet wil meewerken. Dit zou ondergeschikt moeten zijn aan de bewonersbelangen en de mitigatiekosten zullen onderdeel moeten zijn van een integrale afweging in de businesscase.
De actiegroep Geen windturbines bij de Rotte wil bovengenoemd onderzoek beperken tot het bedrijventerrein onder de A12 ten westen van de N209 en het gebied met de windturbinepositie ab1 in Bleizo boven de A12. Het bedrijventerrein onder de A12 ten oosten van de N209 heeft voor de actiegroep geen goede opties. De tot nu genoemde locaties (a5 en vooral a6 en a7, de laatste in het recreatiegebied) hebben een te zware impact op de Molenviergang en de groene zone langs de Rotte.
10 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
Figuur 4 Afbeelding bij standpunt klankbordgroep
Conclusie De klankbordgroep, bestaande uit 54 leden uit de omgeving van de zoekgebieden, is sinds september 2024 actief betrokken bij de ontwikkeling van windenergie in Lansingerland. De groep vertegenwoordigt inwoners en betrokken organisaties en heeft door middel van bijeenkomsten en inspraak gereageerd op het concept plan-MER. De opmerkingen van de klankbordgroep leden hebben geleid tot aanpassingen in het plan-MER. De klankbordgroep is primair tegen de plaatsing van windmolens in de polders Klappolder (Kruisweg oostzijde), Honderdveertig Morgen (Kruisweg oostzijde) en de Noordpolder. De klankbordgroep heeft een gedragen voorstel ingediend waarin zij stelt dat indien de provincie besluit toch verder te gaan met het aanwijzen van een voorkeursgebied voor het plaatsen van windmolens in Lansingerland, dat dit uitsluitend kan binnen een zorgvuldig proces, met een stapsgewijs besluit. Waarin na elke stap met een besluitmoment in GS bepaald wordt om een volgende stap te zetten in het zoekgebied. Waarbij ook de klankbordgroep geïnformeerd en geconsulteerd wordt. Verder staat in het voorstel van de klankbordgroep het volgende: 1. De klankbordgroep heeft de voorkeur dat er geen windmolens in de polders Klappolder, Honderdveertig Morgen en de Noordpolder geplaatst worden 2.
Als er toch windmolens moeten komen, dan komen volgens de klankbordgroep alleen de volgende locaties in aanmerking (zie meegestuurde kaart figuur 4): A. Het bedrijventerrein onder de A12 (combinatie Kruisweg-Oostzijde en Bleizo-zuid, met uitzondering van positie a7), B. Windmolenpositie ab1 in Bleizo boven de A12. Deze standpunten worden door de gehele klankbordgroep onderschreven. Een deel van de leden, verenigd in de actiegroep Geen windmolens bij de Rotte, stelt echter dat het voorkeursgebied beperkt moet blijven tot enkel de positie ab1 boven de A12 (B), omdat ook onder de A12 negatieve effecten zouden ontstaan voor nabijgelegen recreatiegebieden.
11 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
De provincie heeft kennisgenomen van het standpunt van de klankbordgroep en waardeert de inzet, tijd en betrokkenheid van de leden. Het voorstel om windmolens te realiseren in het gebied A – een combinatie van Kruisweg-Oost en Bleizo-West onder de A12 – is begrijpelijk vanuit de wens dat windmolens het best kunnen worden geplaatst nabij grootschalige infrastructuur en bedrijventerreinen. Uit de Adviesnota: windenergie in Lansingerland van Bosch & Van Rijn (2023), dat bij de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) ter inzage zijn gelegd, blijkt echter dat in dit deel van Bleizo-West weinig technische ruimte beschikbaar is voor de plaatsing van windmolens. Dit wordt onder meer veroorzaakt door de aanwezigheid van hoogspanningsleidingen en het TenneThoogspanningsstation, door de ontwikkeling van de Horti Science Park vervalt alle technische ruimte in dit deel van Bleizo. Ook is de verwachting dat op deze locatie de windmolens een te grote impact hebben op de toekomstige woningbouwplannen. Om die reden wordt dit deel van het voorstel niet overgenomen. Als we uitsluitend windmolens zouden plaatsen in Bleizo-West boven de A12 (gebied B) halen we doelstelling van ca. 15 MW niet, aangezien hier maximaal één windturbine gerealiseerd zou kunnen worden.
Daarnaast zou een windmolen op deze locatie een te grote ruimtelijke impact hebben op de toekomstige woningen, vanwege de geringe afstand (minder dan 300 meter). Om deze redenen wordt ook dit deel van het voorstel niet overgenomen. In hoofdstuk 4 wordt beschreven wat wel overgenomen wordt van het voorstel van de klankbordgroep. 3.4.2 Omgevingsonderzoek Rijksuniversiteit Groningen De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) heeft onderzoek gedaan naar de mening van inwoners in en rondom de zoekgebieden. Met twee gelijke vragenlijsten is in 2024 en 2025 gepeild welke gevolgen inwoners verwachten, hoe ze zich hierover voelen en in hoeverre ze het plaatsen van de windmolens acceptabel vinden in de drie zoekgebieden Bleizo-West, Kruisweg-Oost en Noordpolder. Ook is gekeken naar het vertrouwen dat inwoners hebben in de betrokken overheden en of ze zich goed geïnformeerd voelen en voldoende mee kunnen praten. In totaal zijn er 33.125 adressen aangeschreven per post en heeft de RUG 2.288 in 2025 bruikbare reacties ontvangen. Door de antwoorden van beide jaren te vergelijken, kon de RUG zien of de opvattingen van inwoners over windenergie in Lansingerland zijn veranderd.
De uitkomsten van het onderzoek moeten worden gezien in het licht van de kenmerken van de respondenten: de gemiddelde leeftijd ligt op 56 jaar en er hebben meer mannen dan vrouwen deelgenomen zoals de RUG constateert in het eerste hoofdstuk. Dit kan invloed hebben op de mate van representativiteit. Hieronder worden de belangrijkste conclusies uit de tweede fase van het onderzoek beschreven. Waargenomen gevolgen van windmolens (in hoeverre mensen negatieve of positieve gevolgen van de windmolens verwachten). Inwoners verwachten overwegend negatieve effecten van windmolens, met name op de leef kwaliteit en het landschap. Dit geldt ook voor respondenten die op grotere afstand van de zoeklocaties wonen, mogelijk doordat de locaties relatief dicht bij elkaar liggen. Opvallend is dat relatief weinig deelnemers de windmolens als positief beoordelen in het kader van klimaatmaatregelen, wat afwijkt van resultaten uit vergelijkbare onderzoeken elders. Acceptatie van windmolens (de mate waarin mensen de windmolens (on)acceptabel vinden en tegen of vóór de windmolens zijn). De algemene acceptatie van windmolens is laag en verschilt weinig per locatie. Ook bewoners buiten de directe omgeving blijven terughoudend. Hoewel er ten opzichte van de eerste meetronde sprake is van een lichte toename in acceptatie, blijft de steun onder de bevolking beperkt.
12 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
Ervaren emoties Respondenten geven aan zich vooral machteloos en in enige mate boos te voelen bij de gedachte aan de komst van windmolens. Deze gevoelens zijn vergelijkbaar met die bij andere energieprojecten waarbij inwoners zich onvoldoende betrokken voelen. Ten opzichte van de eerste fase zijn negatieve emoties iets afgenomen en positieve emoties licht toegenomen, maar het emotionele sentiment blijft kritisch. Vertrouwen in overheden Als het gaat over het bouwen van windmolens, ligt het vertrouwen in zowel de gemeente Lansingerland als de provincie Zuid-Holland onder het middelpunt van de schaal, zoals in fase één. Dit komt overeen met resultaten uit eerdere onderzoeken; bij zulke controversiële projecten zijn mensen vaak kritisch over de betrokken partijen. Het vertrouwen in de gemeente is iets hoger dan in de provincie. Dit is een herkenbaar patroon – mensen hebben vaak meer vertrouwen in hun eigen gemeente dan de provinciale of nationale overheden. Participatie Hoewel participatie-activiteiten zijn georganiseerd, geeft een groot deel van de respondenten aan hier niet van op de hoogte te zijn geweest of er niet aan te hebben deelgenomen. Inwoners hechten veel waarde aan vroegtijdige, transparante en betekenisvolle participatie bij keuzes over onder meer locaties, aantal en hoogte van windmolens.
Vooral goede informatievoorziening en reële invloed op besluitvorming worden belangrijk gevonden. Waarden (wat mensen in het algemeen belangrijk vinden en hoe hangt het samen met acceptatie van de mogelijke windmolens). Waarden zijn algemene doelen die mensen belangrijk vinden in hun leven. Hoe sterker mensen hun “hedonische” waarden vinden (comfort en plezier belangrijk), hoe negatiever ze oordeelden over de windmolens in Lansingerland. Sterkere "biosferische" waarden (natuur en milieu belangrijk) hingen samen met hogere acceptatie van de windmolens. Dit suggereert dat mensen de windmolens mogelijk als goed zien voor het bestrijden van klimaatverandering en het maken van schone energie, maar ze maken zich zorgen over de gevolgen van windmolens voor hun eigen woonomgeving en kwaliteit van leven. Dit is dezelfde bevinding als in fase één. Conclusie Het onderzoek geeft inzichten in hoe inwoners de mogelijke komst van windmolens ervaren. Over de gehele linie blijkt dat de respondenten vooral negatieve effecten verwachten van windmolens. Ook wordt duidelijk dat participatie en vertrouwen in de overheid belangrijke thema’s zijn, en dat persoonlijke waarden sterk samenhangen met de mate van acceptatie. Het onderzoek biedt daarmee vooral inzicht in de onderliggende houding, emoties en waarden van de respondenten.
Het levert geen inhoudelijke input voor de vraag welk zoekgebied het meest geschikt is voor de realisatie van windenergie. 3.4.3 Professionele betrokkenen Verschillende betrokken overheden en organisaties hebben in een ambtelijke review het plan-MER beoordeeld vanuit hun eigen expertise en verantwoordelijkheden. De volgende stakeholders hebben gebruik gemaakt van deze mogelijkheid: Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, gemeente Zoetermeer, Gemeentelijke Gezondheidsdiensten Rotterdam-Rijnmond (GGD), DCMR, Rotterdam The Hague Airport (RTHA), Recreatieschap Rottemeren, Rijkswaterstaat, gemeente Alphen aan de Rijn, gemeente Lansingerland, Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard (HVSEK), Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL), Stedin, Tennet,
13 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
Programma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee (VAWOZ). Zij brachten bijvoorbeeld aandachtspunten in met betrekking tot ruimtelijke ordening, infrastructuur, veiligheid en natuurwetgeving. Meerdere leden hebben aanbevelingen gedaan op het plan-MER. Deze opmerkingen hebben tot wijzigingen geleid in het plan-MER. Ook zijn er aanbevelingen en voorstellen die van toepassing zijn op alle zoekgebieden in Lansingerland. Een deel van de input is met name in de vervolgfase van belang voor een goede en veilige inpassing van windenergie in een gebied. De provincie heeft contact met Stedin over de globale mogelijkheden en knelpunten voor een aansluiting. Het is de verwachting dat de windturbines aangesloten worden op hoofdverdeelstation (HVS) Bleiswijk in 2032. De aansluiting van windmolens op het elektriciteitsnet valt onder de verantwoordelijkheid van de netbeheerder en de ontwikkelaar van windmolens. RTHA stelt dat in een latere fase mogelijk nog kan blijken dat een gekozen variant niet realiseerbaar blijkt vanwege beperkingen van de luchthaven. De RTHA constateert dat dit al in paragraaf 7.1.2 is opgenomen dat het benodigde detailonderzoek pas in een latere fase zal plaatsvinden.
Ook erkennen zij dat het in deze fase niet goed mogelijk is voor LVNL en ILT om alle alternatieven volledig te beoordelen, omdat hiervoor meer detailinformatie nodig is over de geplande windturbines en de bouwmethoden. Ook heeft LVNL aangegeven dat voor de varianten voor de windturbines geldt dat ze in de windturbine vlakken van de Navigatie- en Surveillanceapparatuur vallen. Maar dat zoals in eerdere gesprekken is aangegeven, de LVNL alleen op basis van meer gedetailleerde informatie (coördinaten opstelling windturbines en as- en tiphoogtes) een simulatie kan doen. Ook moet in de vervolgfase door TNO een radarverstoringtoets uitgevoerd worden. LVNL concludeert daarom dat in deze fase van het project vanuit hen nog geen uitspraken gedaan kunnen worden. Door de DCMR is geconstateerd dat ecologisch veldonderzoek ontbreekt. Zoals in de nota van beantwoording van de NRD is opgenomen wordt in het plan-MER voor alle deelgebieden een algemeen beeld geschetst van de natuurwaarden. Dit is gebaseerd op literatuuronderzoek, openbare bronnen en lokaal aanwezige kennis van natuurorganisaties. Ditzelfde literatuur- en bronnenonderzoek worden gebruikt voor de beschrijving van de effecten op beschermde soorten. Aangezien nog niet bekend is waar de windmolens precies komen, kan op dit moment slechts met beperkte nauwkeurigheid worden vastgesteld wat de effecten op de natuur zullen zijn.
Veldonderzoek is op het huidige abstractieniveau nog niet nodig. Daarnaast zijn er aanbevelingen gedaan die specifiek gelden voor bepaalde zoekgebieden. Met name de input van Stedin is onderscheidend voor de verschillende zoekgebieden. Stedin heeft een sterke voorkeur voor een variant waarbij het project zich beperkt tot één aansluiting in een gebied/locatie. Het opsplitsen van het project over meerdere zoekgebieden heeft flinke impact op het net. Stedin stelt dat er dan verschillende aansluitingen moeten worden gerealiseerd die ook op verschillende stations aangesloten dienen te worden. De totale tracéafstand neemt daarmee stevig toe en het is meer werk om te komen tot het engineeren en aansluiten van de windmolens. Ook ontstaat er een heel andere verdeling van de netbelasting dan als de windmolens op één locatie en daarmee op één aansluiting terecht komen. Dit aandachtspunt van Stedin geldt met name voor de combinatie van windmolens op Kruisweg-Oost en Noordpolder. Netaansluiting is voor Noordpolder ongeveer twee keer zo duur als bij Bleizo-West en Kruisweg-Oost vanwege grotere afstand naar het verdeelstation bij de A12.
14 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
Conclusie De ambtelijke review heeft geleid tot verbeteringen in het plan-MER en levert essentiële aandachtspunten voor de vervolgfase van de besluitvorming. Voor een kostenefficiënte en technisch haalbare netaansluiting verdient concentratie van windmolens in één gebied de voorkeur boven een gespreide ontwikkeling over meerdere zoekgebieden, waaronder Noordpolder. 3.4.4 Overig Straatgesprekken & enquête Uit het RUG onderzoek bleek dat veel inwoners niet op de hoogte waren van het project wind in Lansingerland. Daarom is besloten om via advertenties en straatgesprekken de omgeving verder op de hoogte te brengen van het project. Er zijn advertenties geplaatst in de lokale kranten van gemeente Lansingerland, Zuidplas, Zoetermeer en Alphen aan den Rijn waarin onder andere de projectwebsite onder de aandacht is gebracht. Met straatgesprekken heeft de provincie ook mensen bereikt die minder actief deelnemen aan de formele participatievormen. De straatgesprekken zijn gevoerd op winkellocaties in de gemeente Lansingerland en in Moerkapelle. Ook is op een zaterdag langs de Rotte met de omgeving gesproken, om zo recreanten te informeren over het project. Tijdens de gesprekken werden wensen, zorgen en verwachtingen opgehaald.
De provincie heeft aanvullend op de straatgesprekken de mogelijkheid geboden om een online vragenlijst in te vullen met dezelfde vragen die ook op straat gesteld werden. De vragenlijst kon ingevuld worden van 3 tot en met 15 september. Deze informele, laagdrempelige methode gaf waardevolle inzichten in de belevingswereld van een bredere groep inwoners, omdat er veelal met vrouwen en enkele jongeren is gesproken. Uit het RUG-onderzoek bleek dat met name jongeren en vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in de respons. Uit eerder onderzoek door Ipsos naar de opvattingen van jongeren over de energietransitie blijkt dat ongeveer twee op de drie jongeren positief staat tegenover zonnepaneelvelden en de windmolens die zij in hun eigen omgeving tegenkomen. Respons en uitkomsten 33 respondenten hebben de vragenlijst ingevuld. De uitkomsten van de straatgesprekken bevestigen dat de bewustwording van het windproject nog beperkt is in Lansingerland en dat aanvullende communicatiekanalen zoals straatgesprekken en een online enquête waardevol zijn om een bredere groep inwoners te bereiken. Vanuit de ingevulde vragenlijsten tonen jongeren tot 35 jaar meer draagvlak voor windenergie in Lansingerland. De middengroepen tonen een verdeeld beeld en de ouderen tonen ook een gemengd beeld maar zijn vaker kritisch. Vrouwen zijn vaker gematigd positief over windmolens in Lansingerland.
Conclusie Vanwege het lage aantal respondenten, kan er geen harde conclusie getrokken worden zoals bij het RUG onderzoek. Ondanks dat het aantal respondenten in de enquête relatief beperkt is, bevestigen de resultaten van de vragenlijst een beeld dat ook tijdens de straatgesprekken naar voren kwam: jongeren tonen over het algemeen meer draagvlak voor windenergie dan oudere groepen. Deze bevinding sluit aan bij verschillende onderzoeken van EBN en National programma RES , waaruit bleek dat jongeren vaker positief staan tegenover de energietransitie en de aanwezigheid van windmolens in hun leefomgeving. Daarmee geeft de combinatie van straatgesprekken en enquête een consistent beeld: jongeren zijn eerder bereid windenergie te accepteren als onderdeel van de duurzame toekomst van Lansingerland.
15 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
3.5 Uitkomsten marktconsultatie In het kader van de verkenning naar de mogelijkheden voor windenergie in de zoekgebieden Noordpolder, Kruisweg-Oost en Bleizo-West is een marktconsultatie uitgevoerd. Deze bestond uit een analyse van de interesse onder initiatiefnemers, waaronder energiecoöperaties en een inventarisatie bij de grondeigenaren. In de analyse zijn de belangen, bereidheid en voorkeuren van grondeigenaren en mogelijke initiatiefnemers onderzocht. Deze groep speelt een cruciale rol in de realisatie van windprojecten, aangezien fysieke ruimte, eigendomsrechten en investeringsbereidheid van directe invloed zijn op de uitvoerbaarheid. 3.5.1 Initiatiefnemers De marktanalyse toont aan dat er een basis is voor het ontwikkelen van windenergie in het gebied. Zowel commerciële partijen als energiecoöperaties hebben interesse getoond in de zoekgebieden Bleizo-West en Kruisweg-Oost. Interesse en haalbaarheid Verschillende partijen zien mogelijkheden voor financieel haalbare projecten. Lokaal eigenaarschap Alle initiatiefnemers staan positief tegenover een vorm van lokaal eigenaarschap. Zij zien hierin kansen om bewoners en lokale bedrijven actief te betrekken en mee te laten profiteren van de opbrengsten. Lokale levering Er wordt verkend of directe levering van stroom aan bedrijven in de omgeving mogelijk is. Deze gedachte is kansrijk, maar bevindt zich nog in een vroege fase.
Zowel de technische uitvoerbaarheid (netcapaciteit, aansluiting) als de juridische mogelijkheden (leveringscontracten) zijn nog onduidelijk. Omgevingsparticipatie Een terugkerende aanbeveling vanuit initiatiefnemers is het belang van omgevingsparticipatie. Het betrekken van bewoners en belanghebbenden in een vroeg stadium in de verkenningsfase wordt gezien als cruciaal om draagvlak te vergroten en weerstand te verminderen. 3.5.2 Grondeigenaren Alle grondeigenaren in de technische ruimte van de zoekgebieden zijn op 10 juni 2025 per brief benaderd met een vragenlijst. Zij kregen tot 1 september de tijd om hun belangen kenbaar te maken. Er is door een groot deel van de grondeigenaren gereageerd. Noordpolder Aantal eigenaren: 4 Respons: 3 Uitkomsten Slechts één grondeigenaar staat in principe open voor medewerking aan windmolens. De overige eigenaren willen hun percelen niet beschikbaar stellen. Er zijn zorgen dat windmolens niet passen binnen een mogelijke toekomstige transitie van de grond naar woningbouw. Andere eigenaren benoemen hinder door geluid en slagschaduw en de impact op bedrijfsvoering.
16 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
Bleizo-West Aantal eigenaren: 8 Respons: 5 Uitkomsten Alle respondenten hebben aangegeven hun percelen niet beschikbaar te willen stellen voor windenergie. Particuliere partijen stellen dat er fysiek geen ruimte is voor windmolens, omdat hun terreinen volledig in gebruik zijn waardoor het plaatsen van windmolens voor veiligheidsrisico's en gebruiksbeperkingen voor de bestaande bedrijfsgebouwen zorgen. Publieke partijen, die het grootste deel van de onbebouwde gronden in bezit hebben, reserveren deze percelen voor woningbouw en zijn gebonden aan bestuurlijke afspraken die windmolens uitsluiten. Zij benadrukken dat windmolens ook buiten de toekomstige woningbouwpercelen binnen Bleizo een negatieve invloed kunnen hebben op de realiseerbaarheid van de nieuwe woonwijk. Kruisweg-Oost Aantal eigenaren: 13 Respons: 9 Uitkomsten De meeste grondeigenaren van het gebied ten noorden van de A12 geven aan op dit moment geen windmolens op hun percelen te willen. Zij hebben aangegeven dat zij liever willen dat de windmolens op het bedrijventerrein geplaatst worden. De zorgen richten zich niet alleen op praktische en ruimtelijke aspecten, maar ook sterk op de sociale context: men wil conflicten met de omgeving vermijden en de relatie met de gemeenschap behouden.
Eén van de eigenaren is een publieke partij die wel bereidheid toont om mee te denken in de regionale energieopgave, maar hierbij strikte voorwaarden stelt aan leefbaarheid van de inwoners van Oosterheem en woningbouwontwikkeling in Bleizo-West. Het gebied ten Zuiden van de A12 valt grotendeels samen met bedrijventerrein Klappolder. Het bedrijventerrein is zelf in beeld als potentiële afnemer van lokale energie, mede vanwege de eigen verduurzamingsopgaven. Twee grondeigenaren staan open voor verdere gesprekken, mits de belangen van de gebruikers van het bedrijventerrein gewaarborgd blijven. Een publieke partij met grond naast het bedrijventerrein is uitgesproken tegen windenergie op hun gebied, zij geven aan dat hun belangen liggen bij het beschermen van natuurwaarden, recreatieve aantrekkelijkheid en landschappelijke kwaliteit.
Conclusie De marktconsultatie laat een verschil zien tussen de bereidheid van initiatiefnemers en de houding van grondeigenaren. De marktconsultatie bevat leemtes vanwege de onbepaaldheid van het windproject. De uitkomsten van de marktconsultatie zijn daarom niet concludent. Het tussenresultaat is dat er op dit moment geen directe basis ligt voor overeenkomsten tussen initiatiefnemers en grondeigenaren. Initiatiefnemers zien kansen in Bleizo-West en Kruisweg-Oost en zijn gemotiveerd om samen te werken, met nadruk op lokaal eigenaarschap en participatie. Grondeigenaren stellen zich op dit moment nog terughoudend op ten aanzien van medewerking aan de ontwikkeling van windmolens. Dit kan veranderen zodra het project concreter wordt en grondeigenaren benaderd worden met concrete voorstellen voor het verpachten van hun grond.
17 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
3.6
Samenvatting Uitkomsten
Kruisweg-Oost Technische ruimte (Pondera en Bosch&van Rijn)
Plan-MER
•
Ten noorden van de A12 is relatief veel technische ruimte voor het inpassen van 3 windmolens
•
Meest noordelijke technische ruimte is op basis van effect op leefomgeving (plan-MER) minder geschikt. Het huidige gecumuleerde geluidsniveau nabij de A12 en rond de HSL is al relatief hoog
•
Participatie
•
•
Marktconsultatie
• • •
18 / 25
Klankbordgroep ziet alleen mogelijkheden ten zuiden van de A12 op het bedrijventerrein zelf omdat zij stellen dat het Groene Hart en de Groene verbindingen gevrijwaard van windmolens moet blijven. Ten noorden van de A12 stellen zij dat daar geen mogelijkheden zijn omdat het Groene Hart en de Groene verbindingen gevrijwaard moet blijven van windturbines De respondenten van het RUG onderzoek zijn overwegend negatief over windenergie in Lansingerland en bij de straatgesprekken bleek dat jongeren positiever zijn over windenergie in Lansingerland.
Grondeigenaren spreken zich nog niet duidelijk uit over bereidheid om mee te werken. Markt ziet mogelijkheden. Ten zuiden van de A12 is inpassen van 3 windmolens uitdagend
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
Bleizo-West Technische ruimte (Pondera en Bosch&van Rijn)
•
Er is relatief weinig technische ruimte voor het inpassen van 3 windmolens
Plan-MER
•
Meest oostelijke locatie in de technische ruimte is op basis van effect op leefomgeving (plan-MER) minder geschikt
Woningbouwlocatie
•
Participatie
•
De gemeente is voornemens om circa 5.000 woningen op Bleizo te realiseren Klankbordgroep heeft voorkeur voor gebied ten zuiden van de A12 nabij het onderstation en ten noorden van de A12 op het bedrijventerrein omdat op deze manier het Groene Hart en de Groene verbindingen vrijwaart blijft van windturbines. De respondenten van het RUG onderzoek zijn overwegend negatief over windenergie in Lansingerland en bij de straatgesprekken bleek dat jongeren positiever zijn over windenergie in Lansingerland.
•
Marktconsultatie
19 / 25
• •
Grondeigenaren zijn niet bereid om mee te werken. Markt ziet mogelijke kansen voor windmolens in Bleizo-West.
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
Noordpolder Technische ruimte (Pondera en Bosch&van Rijn)
•
Er is relatief weinig technische ruimte voor het inpassen van 3 windmolens
Plan-MER
•
Meest oostelijke technische ruimte is op basis van effect op leefomgeving (plan-MER) minder geschikt
Participatie
•
Klankbordgroep ziet geen mogelijkheden, want zij stellen dat de Groene verbindingen gevrijwaard moeten blijven van windturbines De respondenten van het RUG onderzoek zijnoverwegend negatief over windenergie in Lansingerland en de straatgesprekken geven een ook een andere blik op windenergie onder andere dat jongeren positiever zijn over windenergie in Lansingerland.
•
Marktconsultatie
•
• •
4
Grondeigenaar van westelijke technische ruimte heeft op lange termijn woningbouw in beeld als bestemming van de grond. Markt ziet geen mogelijkheden. Netaansluiting is ongeveer 2 keer zo duur als bij Bleizo-West en Kruisweg-Oost vanwege grotere afstand naar verdeelstation bij de A12. Hierdoor is minder dan drie windmolens op deze locatie financieel niet haalbaar.
Voorkeursbeslissing
De totstandkoming van de voorkeursbeslissing in het kader van een projectbesluit is vormvrij. Dit betekent dat de wet geen vaste vorm of procedure voorschrijft over hoe de voorkeursbeslissing eruit moet zien of tot stand moet komen. Ook al is de voorkeursbeslissing vormvrij, de provincie moet nog steeds rekening houden met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals zorgvuldigheid en motivering. De voorkeursbeslissing is niet alleen op de uitkomsten van het plan-MER gebaseerd. Het plan-MER is één van de bronnen die input geeft voor de afweging van de voorkeursbeslissing, naast andere input zoals uitkomsten van het participatietraject, marktconsultatie (voor grondeigenaren en initiatiefnemers) en overleg met omliggende gemeenten en overige stakeholders. De voorkeursbeslissing geeft een beeld van locaties waar windenergie – op basis van een integrale afweging – het meest kansrijk is. Op basis van de in hoofdstuk 3 beschreven uitkomsten is het
20 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
college van Gedeputeerde Staten voornemens een besluit te nemen over het best passende gebied voor de ontwikkeling van windenergie in Lansingerland. De locatie Noordpolder valt af, omdat uit de verkenning blijkt dat de locatie economisch en technisch weinig perspectief biedt. Daarnaast heeft ook de klankbordgroep aangegeven geen voorkeur te hebben voor windenergie in dit gebied. Ook geven de marktpartijen aan dat zij geen mogelijkheden zien voor de realisatie van windmolens. Daarmee ontbreekt zowel het marktbelang als het maatschappelijke draagvlak, waardoor Noordpolder niet de voorkeur heeft. Voor de zoekgebieden Kruisweg-Oostzijde en Bleizo West ziet de provincie belangrijke voordelen in het plaatsen van windmolens nabij bedrijventerreinen, in de directe omgeving van grote stroomafnemers, zoals in het coalitieakkoord van de provincie is opgenomen. Lokale opwekking draagt bij aan een efficiënt energiesysteem: hoe korter de afstand tussen productie en gebruik, hoe minder energie verloren gaat en hoe minder druk er op het elektriciteitsnet ontstaat. De provincie Zuid-Holland hecht groot belang aan zowel de ontwikkeling van duurzame windenergie als aan de woningbouwopgave.
De locatie Bleizo-West is ruimtelijk geschikt voor windenergie, maar de gemeente Lansingerland werkt inmiddels aan een ontwikkelkader waarmee circa 5.000 woningen, bedrijven en voorzieningen worden mogelijk gemaakt bij het hoogwaardig (openbaar) vervoersknooppunt station Lansingerland. Het Rijk heeft de locatie Bleizo ook aangewezen als ‘doorbraaklocatie/ (regionale) grootschalige woningbouwlocatie’. De voorziene ontwikkeling met onder andere grootschalige woningbouw is niet te combineren met de komst van windturbines in dit gebied. Dergelijke ontwikkelingen zijn niet voorzien bij de locatie Kruisweg-Oostzijde. Voor een deel van de locatie Kruisweg Oostzijde bestaat steun vanuit de klankbordgroep, binnen dit gebied heeft het deel onder de A12 de voorkeur als er windmolens in Lansingerland gerealiseerd gaan worden. Deze ligging sluit aan bij het provinciale ruimtelijke windbeleid, waarin grootschalige infrastructuur wordt gezien als een geschikte plaatsingszone, ook daarom wordt dit gebied als voorkeurslocatie voor windenergie aangewezen. Om recht te doen aan de wens van de klankbordgroep, wil de provincie samen met de toekomstige initiatiefnemer(s) onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om windturbines zoveel mogelijk onder de A12 te plaatsen en niet tegen de Rotte.
Tegelijkertijd wordt het deel ten noorden van de A12 en het deel bij de Rotte niet uitgesloten, om de provinciale windopgave en de voortgang van de energietransitie niet in gevaar te brengen. Voorkeursbeslissing Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland besluiten op grond van de resultaten van de verkenningsfase, waaronder de effectbeoordeling in het MER, tot het vaststellen van de ontwerp voorkeursbeslissing: Gebied Kruisweg-Oost heeft de voorkeur van de provincie voor de realisatie van windmolens in Lansingerland met dien verstande dat het meest noordelijke deel van het zoekgebied vanwege effecten op de leefomgeving minder geschikt is voor de ontwikkeling van windenergie. Dit deel lijkt ook niet nodig voor het behalen van de doelstelling. Het voorkeursgebied wordt daarom aan de noordzijde begrensd net ten noorden van de Voorlaan. Zie figuur 5 De provincie nodigt initiatiefnemers uit om op basis van deze voorkeursbeslissing een project met een omvang van circa 15 MW windenergie voor te dragen. Van initiatiefnemers wordt een inspanning verwacht om bij het initiatief te voldoen aan de aandachtspunten in het standpunt van de klankbordgroep. Als dat ondanks inspanning niet lukt kijken we verder naar het gebied ten Noorden van de A12 en dichter bij de Rotte.
21 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
Figuur 5 Voorkeursbeslissing
5
Aandachtspunten voor het vervolg
5.1 Procedure Provincie Zuid-Holland volgt voor de voorkeursbeslissing de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Iedereen kan zienswijzen naar voren brengen. Hiervoor liggen de ontwerp voorkeursbeslissing en het plan-MER zes weken ter inzage. Een kennisgeving van de terinzagelegging van de ontwerp voorkeursbeslissing en het plan-MER wordt gepubliceerd in het provinciaalblad en in de lokale bladen van gemeenten Lansingerland, Zoetermeer, Zuidplas en Alphen aan den Rijn. Ook zullen we hier actief over communiceren en een inloopbijeenkomst organiseren.
22 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
Hoe kunt u zienswijzen indienen? Tijdens de periode van terinzagelegging kan iedereen een zienswijze indienen. In een zienswijze laat u weten wat u van de ontwerpvoorkeursbeslissing en de bijbehorende stukken vindt. Bijvoorbeeld of er naar uw mening onjuistheden in staan of dat er zaken en/of belangen over het hoofd worden gezien. Ook kunt u aangeven hoe deze besluiten uw eigen belangen raken en waarom. Natuurlijk kunt u ook andere relevante zaken naar voren brengen. Vermeld in uw zienswijze alstublieft uw naam, adres en overige contactgegeven. Digitaal Uw zienswijze kunt u via het contactcentrum indienen: contactformulier Of https://forms.zuid-holland.nl/contact Mondeling Voor het noteren van uw mondelinge zienswijze kunt u tijdens kantooruren een afspraak maken via het telefoonnummer van het contactcentrum (KCC): 070 441 6622 Post Provincie Zuid-Holland o.v.v. ontwerp voorkeursbeslissing windenergie Lansingerland Afdeling energietransitie Postbus 90602 2509 LP Den Haag Vervolg Aan het begin van de zienswijzeperiode wordt ook aan de Commissie mer advies gevraagd op het plan-MER. Voor een volledig beeld stuurt de provincie na afloop van de zienswijzeperiode ook de ingediende zienswijzen aan de Commissie mer. De zienswijzen en het advies van de Commissie mer worden verwerkt in een nota van beantwoording.
Nadat eventuele aanpassingen in de voorkeursbeslissing verwerkt zijn wordt de definitieve voorkeursbeslissing vastgesteld door Gedeputeerde Staten. De voorkeursbeslissing is niet rechtstreeks bindend en beroep is niet mogelijk. De provincie kan na vaststelling van de voorkeursbeslissing een projectbesluit nemen. Hiertegen is wel beroep mogelijk. Relatie met procedure Herziening 2025 De provincie werkt aan de herziening van het omgevingsbeleid. In het omgevingsbeleid wordt de realisatie van windenergie in Lansingerland mogelijk gemaakt. Het ontwerp omgevingsbeleid ligt separaat ter inzage. Zienswijzen op de wijziging van het omgevingsbeleid die betrekking hebben op windenergie in Lansingerland worden ook meegenomen in de nota van beantwoording. 5.2 Projectuitwerking door initiatiefnemer De voorkeursbeslissing is de afsluiting van de verkenningsfase in de projectprocedure die moet leiden tot de vaststelling van een projectbesluit en vergunningen. De volgende stap, na opname van het gebied in de Omgevingsverordening, is dat een initiatiefnemer zich bij de provincie meldt. De provincie zal met de initiatiefnemer in gesprek gaan over het initiatief. Hierbij komen onder andere doelbereik (circa 15 MW), ruimtelijke inpassing met een projectbesluit, participatie, standpunt van de klankbordgroep en lokaal eigendom aan de orde.
De verdere uitwerking van het initiatief is grotendeels de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. De provincie zal bij de uitwerking nauw betrokken zijn als bevoegd gezag.
23 / 25
Datum
Ontwerp – 18 november 2025
5.3 Lokaal eigendom De provincie Zuid-Holland hecht groot belang aan financiële participatie van omwonenden bij energieprojecten. Een belangrijke vorm hiervan is lokaal eigendom: hierbij zijn omwonenden (mede-) eigenaar van een project via bijvoorbeeld een energiecoöperatie. Dit geeft inspraak in het project en stelt hen in staat om financieel te profiteren én risico te dragen. De provincie verwacht van initiatiefnemers van windenergieprojecten zoals in Lansingerland dat zij streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. Deze verwachting is opgenomen in de Omgevingsvisie. De provincie beoogt dat in de toekomst alle energieprojecten volledig in lokaal eigendom zijn. Met het oog op de inwerkingtreding van de nieuwe Energiewet op 1 januari 2026, zal de provincie in haar eigen beleid opnemen dat initiatiefnemers verplicht zijn zich aantoonbaar in te spannen om lokaal eigendom te realiseren (inspanningsplicht) en deze inspanningen voor lokaal eigendom ook goed te motiveren (motiveringsplicht). Naast lokaal eigendom kunnen ook andere vormen van financiële participatie worden toegepast, zoals: • Financiële deelneming via aandelen of obligaties; • Omgevingsregelingen, zoals fondsen of compensatie voor omwonenden.
De provincie stimuleert dat initiatiefnemers hun plannen voor financiële participatie helder onderbouwen en afstemmen met de omgeving, zodat er sprake is van eerlijke en transparante participatie. Inhoudelijke criteria: wanneer is niet voldaan aan de inspanningsverplichting? Er is in elk geval geen sprake van een serieuze inspanning als: • Er geen aantoonbaar en controleerbaar contact is geweest met georganiseerde lokale partijen; • Er slechts één bijeenkomst is georganiseerd waarin lokaal eigendom is besproken; • De omgeving onvoldoende tijd kreeg om lokaal eigendom te organiseren; • Er geen economisch realistisch aanbod is gedaan aan lokale partijen. Inhoud van de motivering De motivering van de inspanningsverplichting moet op drie onderdelen worden aangeleverd: a. Inspanningen voor lokaal eigendom De initiatiefnemer moet toelichten: • Welke communicatie- en participatiemethoden zijn ingezet; • Welke informatie is gedeeld en op welke wijze; • Hoe de “kring van partijen” is gedefinieerd; • Op welke manier deze partijen zijn betrokken en hun wensen zijn verkend; • Hoe zij de mogelijkheid hebben gekregen om daadwerkelijk te participeren. b.
Resultaat van afspraken De initiatiefnemer moet aanleveren: • Welke afspraken met lokale partijen zijn gemaakt; • Hoe deze zijn vastgelegd (in documenten); • Een ondertekende overeenkomst met de partijen of energiecoöperatie; • Een beschrijving van de eigendomsstructuur van het project; • Een overzicht van eigendoms- en zeggenschapsverhoudingen;