Microsoft Word - 20111820-30 (Rapport).doc.pdf
Tekst van het document
i *
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE
GEMEENTE
I N G E N I E U R S BV
^ ^ ^ ^ Lansingerland
Behoort bij besluit:
W-2012-0518 U13 . 01861
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
Datum Referentie
12 oktober 2012 20111820-30
RH
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE
Referentie Rapporttitel
INGENIEURS
BV
20111820-30 Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm ver¬ keersruimten.
Datum
12 oktober 2012
Opdrachtgever
Waal Bouw
n
Postbus 165 3130 A D V L A A R D I N G E N Contactpersoon
Behandeld door
De heer S . van der G a a g
ing. P. Roosen ir. W . J . M . R . Penris Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs B V Boterdiep 48 3077 A W R O T T E R D A M Postbus 9222 3007 A E R O T T E R D A M Telefoon
010-4257444
Fax
010-4254443
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 1
RH
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE
INGENIEURS
RH
BV
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Situatie
4
3
Eisen
5
3.1
Interne geluidisolatie
5
3.2
Installatiegeluid
5
3.2.1
Bouwbesluit
5
3.2.2
Woningborg
6
3.2.3
N E N 1070
6
3.1
Galm gemeenschappelijke verkeersruimtes
7
4
Beoordeling interne geluidisolatie
8
4.1
Woningscheidende wanden
8
4.2
Begane grondvloer en verdiepingsvloeren
8
4.3
Gevels
9
4.4
Dakconstructies
9
4.5
Kamerscheidende wanden
10
4.6
Leidingschachten
10
5
Beoordeling installatiegeluid
12
5.1
Liftinstallaties
12
5.1.1
Berekeningsmethode en- resultaten
12
5.1.2
Bouwkundige en installatietechnische uitvoering
13
5.2
Mechanische ventilatie
14
5.3
Overige installaties
14
6
Nagalmtijd gemeenschappelijke verkeersruimten
16
6.1
Uitgangspunten
16
6.2
Berekeningsresultaten
16
6.3
Geluidabsorberende voorzieningen.
18
7
Samenvatting
19
Bijlagen Bijlage I
Bijlage C uit de N E N 1070 (1999)
Bijlage II
Galmberekening
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 2
CAUBERG-HUYGEN I RAADGEVENDE
1
I N G E N I E U R S BV I
Inleiding
In opdracht van Waal Bouw te Vlaardingen is in het kader van het Bouwbesluit een akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van het project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Het totale plan omvat de nieuwbouw van 47 appartementen met op de begane grond bergingen en ca. 955 m utiliteitsfuncties (gezondheidszorgfunctie, bijeenkomstfunctie en winkelfunctie). Naast het blok is een 2
overdekte parkeergarage met een oppervlakte van ca. 1.800 m aanwezig. 2
Doel van het onderzoek is het beoordelen van de interne geluidisolatie tussen de woningen onderling en tussen overige ruimten en de woningen, het optredende installatiegeluid in de woningen ten gevolge van zowel binnen als buiten de woningen opgestelde installaties en de nagalmtijd in de gemeenschappelijk verkeersruimten. Deze aspecten zullen worden getoetst aan de in het Bouwbesluit 2012 gestelde eisen. De rapportage is gebaseerd op tekeningen met werknummer 02.0044 en tekeningendatum 12 oktober 2012, van Waal Bouw te Vlaardingen.
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 3
CAUBERG-HUYGEN I RAADGEVENDE
2
I N G E N I E U R S BV I
Situatie
Het woongebouw Pier 1 bestaat uit utiliteitsfuncties en bergingen op de begane grond en woningen gelegen op de 1 t/m 6 e
e
verdieping. De woningen in Pier 1 worden ontsloten door middel van galerijen welke
gesitueerd zijn aan een niet-besloten binnenterrein. De overdekte parkeergarage is gelegen op begane grond niveau ten oosten van Pier 1. De verdiepingsvloeren binnen het woongebouw bestaan uit beton met een dikte van 260 mm (massa circa 624 kg/m ), voorzien van een zwevende dekvloer bestaande uit 70 mm zandcement of anhydriet op een 2
verende laag dik 20 mm. Voor de verdiepingsvloeren tussen de utiliteitsfuncties/bergingen op de begane grond en de bovengelegen woningen is er van uitgegaan dat deze dezelfde opbouw bezitten. De begane grond vloeren in het woongebouw bestaat uit een massieve betonvloer met een dikte van circa 310 mm (massa circa 744 kg/m ), voorzien van een zwevende dekvloer (70 mm zandcement of anhydriet op 2
verende laag dik 20 mm). De platte daken van het woongebouw bestaat uit beton met een dikte van 260 mm, massa circa 624 kg/m , 2
voorzien van thermische
isolatie en dakbedekking. De hellende daken zijn opgebouwd
uit
houten
dakdooselementen met een metalen felsdak afwerking. Voor de (dragende) scheidingswanden tussen de appartementen onderling is uitgegaan van 250 mm beton met een massa van circa 600 kg/m . 2
Voor de binnenwanden en de leidingschachten in de woongebouwen is uitgegaan van Gibo in de zware kwaliteit dan wel kalkzandsteen met een dikte van 70 mm en 100 mm. De dragende delen van de kop- en langsgevels zijn opgebouwd uit een thermisch geïsoleerde spouw¬ constructie bestaande uit een 200 mm dik dragend betonnen binnenspouwblad, een spouw van circa 245 mm voorzien van 130 mm thermische isolatie en een metselwerk buitenspouwblad met een dikte van 100 mm. De niet-dragende delen van de langsgevels bestaan uit een houtskeletbouw binnenspouwblad met een dikte van 215 mm (isolatiepakket 195 mm), een luchtspouw van circa 115 mm en eveneens een metselwerk buitenspouwblad met een dikte van 100 mm. De gevels aan de galerijzijde van Pier 1 worden opgebouwd uit een steenachtig binnenspouwblad voorzien van buitenisolatie en gevelstuc. Daarnaast wordt ter plaatse van de zuidgevel aan de buitenzijde van het houtskeletbouw binnenspouwblad een aluminium gevelbekleding toegepast.
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 4
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE
3
Eisen
3.1
Interne geluidisolatie
RH
I N G E N I E U R S BV
In het Bouwbesluit worden in afdeling 3.4, artikel 3.17, eisen gesteld aan de geluidwering tussen ruimtes van verschillende gebruiksfuncties. Deze zijn in de onderstaande tabel opgenomen:
Karakteristieke luchtgeluid niveauverschil D
n T A k
V a n besloten ruimte naar verblijfsgebied
[dB]
Gewogen contactgeluidniveau L
a 52
V a n besloten ruimte naar ruimte niet gelegen
[dB]
s 54
Van besloten ruimte naar verblijfsgebied
Van besloten ruimte naar ruimte niet gelegen
a 47
in een verblijfsgebied
n T A
s 59
in een verblijfsgebied
Voor de lucht- en contactgeluidisolatie van besloten ruimten naar ruimten binnen woonfuncties op een ander perceel worden in artikel 3.16 dezelfde geluideisen gesteld. Voor de geluidisolatie van de utiliteitsfuncties (gezondheidszorgfunctie, bijeenkomstfunctie en winkelfunctie) naar bovengelegen woningen dient te worden voldaan aan een karakteristiek lucht-geluidniveauverschil en gewogen contact-geluidniveau die niet kleiner dan 52 dB en respectievelijk niet groter dan 59 dB. In artikel 3.17a van het Bouwbesluit worden tevens eisen gesteld aan de lucht- en contactgeluidisolatie tus¬ sen verblijfsruimten binnen dezelfde woning, deze zijn in de onderstaande alinea kort weergegeven: Artikel 3.17a
isolatie-index
De volgens NEN 5077 bepaalde geluidoverdracht
karakteristieke
van een verblijfsruimte
32 dB en respectievelijk
luchtgeluidniveauverschil
naar een andere verblijfsruimte
en gewogen van dezelfde
contact-geluidniveau woonfunctie
niet groter dan 79 dB. Dit voorschrift geldt niet, indien de verblijfsruimten
op dezelfde
zijn gelegen en met elkaar in open verbinding staan, of indien de ene ruimte vanuit de andere rechtstreeks door een
voor de
is niet kleiner
dan
bouwlaag
bereikbaar
is
deuropening.
Aan de geluidisolatie tussen een verblijfsruimte en een ruimte niet zijnde een verblijfsruimte binnen dezelfde woonfunctie worden geen geluideisen gesteld. 3.2
Installatiegeluid
3.2.1
Bouwbesluit
Voor installatiegeluid zijn in afdeling 3.2 van Bouwbesluit 2012 de volgende eisen opgenomen: Artikel 3.9 hetzelfde
perceel
1. Een toilet met waterspoeling, een
installatie
verblijfsruimte
voor
een kraan, een mechanische
verhoging
van een aangrenzende
teristiek installatiegeluidsniveau
van
waterdruk
of
voorziening
een
lift
voor luchtverversing,
veroorzaakt
op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie
van ten hoogste 30 dB (L
I;A;k
ś30
in
een
een
warmwatertoestel,
niet-gemeenschappelijke
een volgens NEN 5077 bepaald karak¬
dB(A)).
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Ro denrijs. Akoestisch o nderzo ek m.b.t. interne geluidiso latie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 o kto ber 2012 Bladzijde 5
CAUBERGHUYGEN I RAADGEVENDE
2. Een mechanische verblijfsgebied
ovo rziening
vo o r luchtverversing,
van de gebruiksfunctie
hoogste 30 dB (L
I;A;k
ś30
I N G E N I E U R S BV I
warmte o pwekking o f warmteterugwinning
een vo lgens NEN 5077 bepaald
karakteristiek
ver oo rzaakt
installatiegeluidsniveau
in een van ten
dB(A)).
Opgemerkt wordt dat bij de berekening van het karakteristieke installatiegeluidsniveau wordt uitgegaan van het niveau dat optreedt in de hoogste stand van het voorgeschreven regelbereik van die installatie (dit is de voorgeschreven ventilatiecapaciteit als bedoeld in artikel 3.38 van het Bouwbesluit). 3.2.2
Woning b org
D e woningen binnen het project worden opgeleverd met Woningborg garantie. Overeenkomstig de Technische ABClijst 2008 worden eisen gesteld aan de geluidniveaus ten gevolge van binnen en buiten de eigen woning opgestelde installaties, een en ander conform de GIW/ISSO publicatie 2007, zie onderstaande tabel. Tabel 3.2. Grenswaarden installatiegeluidniveaus conform de Technische ABClijst 2008 (Woningborg). Prestatie eis ABC-lijst 2008 (Woningb org) max. L
Bron van geluid
I;A
[dB(A)]
Verblijfsruimte
Andere ruimte
30
35
35
40
Installaties buiten het appartement: Toilet, kranen, douche, verwarming/warmwater voorziening, ventilatie, lift en hydrofoor overige installaties * Installaties in het appartement: Verwarming/warmwatervoorziening en ventilatie.
30
Toilet, bad, douche en overige installaties *
40
Onder overige installaties wordt verstaan: binnenriolering, pompinstallaties, vuilstortkokers en automatische garagedeuren.
3.2.3
NEN 1070
De bovenstaande Bouwbesluit en Woningborgeisen (opgenomen in Technische ABClijst 2008) met betrekking tot het installatiegeluidniveau betreft een minimale eis, waarbij het geluid soms storend is. Vandaar dat tevens toetsing heeft plaatsgevonden op basis van klassen conform N E N 1070 "Geluidwering in gebouwen", d.d. 1999. De gegeven kwaliteitscijfers variëren van 1 t/m 5, waarbij 1 de beste kwaliteit aangeeft (installatiegeluid wordt
zelden
als
storend
ervaren).
Onderstaande
tabel
2
geeft
de
kwaliteitsklassen
met
bijbehorende installatiegeluidniveaus uit de N E N 1070.
Project "Klapwijkse P ier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
2011182030 12 oktober 2012 Bladzijde 6
de
CAUBERG-HUYGEN I RAADGEVENDE
I N G E N I E U R S BV I
Tabel 3.3. Kwaliteitsklassen met bijbehorende installatiegeluidniveaus. Ruimte
Bron van het geluid
Prestatie-
Kwaliteitscijfer
grootheid Installaties buiten de
Verblijfsruimte
woning: -
toilet, bad / douche, verwarming,
L|-A —
20
25
30
35
40
L|*A —
25
30
35
40
45
L|*A —
25
30
35
40
45
L|*A —
30
35
40
45
50
ventilatie Andere ruimte
overige installaties
1 )
Installaties buiten de woning: -
toilet, bad Z douche, verwarming, ventilatie
-
overige installaties
1 )
"Overige installaties betreft met name liftinstallaties, pompinstallaties, vuilstortkokers, automatische garagedeuren, hydrofoorinstal-
)
laties en kranen anders dan bij toilet, bad of douche".
Bijlage I geeft bijlage C uit de N E N 1070 (1999) met de te verwachten waardering in de praktijk van de verschillende kwaliteitsniveaus. Uit tabel 3.3 blijkt dat voor het installatiegeluidniveau L i in verblijfsruimten ; A
ten gevolge van liftinstallaties voor de kwaliteitscijfers 1 en 2 een maximale waarde wordt gehanteerd van L
I;A
= 25 dB(A) respectievelijk 30 dB(A).
De advisering gaat uit van het ten minste bereiken van het Bouwbesluitkwaliteit van L ambitieniveau van L 3.1
I A
I;A;k
= 30 dB(A) en een
= 25 dB(A).
Galm gemeenschappelijke verkeersruimtes
Ter beperking van de galm in gemeenschappelijke verkeersruimtes grenzend aan woningen zijn in afdeling 3.3 van Bouwbesluit 2012 eisen opgenomen: Een besloten gemeenschappelijke een woonfunctie,
verkeersruimte
heeft een volgens NEN-EN
die grenst aan een niet-gemeenschappelijke
12354-6 bepaalde
totale geluidsabsorptie
waarde, uitgedrukt in m , die niet kleiner is dan 1/8 van de getalswaarde 2
uitgedrukt in m , in elk van de octaafbanden
met middenfrequenties
Dit komt overeen met een nagalmtijd van T
6 0
3
ruimte van
met een
getals-
van de inhoud van die ruimte,
van 250, 500, 1.000 en 2.000 Hz.
á 1,3 seconde in elk van de octaafbandmiddenfrequenties van
250 t/m 2.000 Hz.
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 7
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE
4
INGENIEURS
BV
RH
Beoordeling interne geluidisolatie
In de onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de benodigde constructies en detaillering ten einde aan de
Bouwbesluiteisen
met
betrekking
tot
de
interne
geluidisolatie
tussen
besloten
ruimten
en
(verblijfs-) ruimten binnen woningen te kunnen voldoen. 4.1
Woningscheidende wanden
De massieve bouwmuren in de woongebouwen bestaan uit 250 mm beton met een massa van circa 600 kg/m . Incidenteel worden tevens kalkzandsteen woningscheidende wanden toegepast bestaande uit 2
300 mm kalkzandsteen met een massa van minimaal 525 kg/m . In beide gevallen kan aan de Bouw2
besluiteis met betrekking tot de luchtgeluidisolatie van woningscheidende constructies worden voldaan. Hierbij dient aandacht te worden besteed aan het beperken van flankerende geluidoverdracht via "lichte" aangrenzende constructies (begane grondvloer, gevels, binnenwanden, dakplaten, etc.). Tevens dienen alle aansluitingen met aangrenzende constructies luchtdicht te worden uitgevoerd. Scheidingswand woningen-hal as K/L De scheidingswand tussen de woningen en de hal op as K en L dient opgebouwd te worden uit één van onderstaande constructies: -
Indien sprake is van een dragende constructie dienen de dragende wanden (ter plaatse van de woning¬ zijde) een minimale massa van 350 kg/m te hebben, bijvoorbeeld 150 mm beton of 175 mm kalkzand¬ 2
steen hoogbouwelementen of gelijkwaardig. De niet-dragende voorzetwand kan als lichte constructie (bijvoorbeeld calibel wand) of steenachtige constructie (massa circa 200 kg/m op een met minerale wol 2
gevulde luchtspouw van minimaal 60 mm) worden uitgevoerd. -
Indien sprake is van een niet-dragende constructie dienen de spouwbladen een minimale massa van 200 kg/m per spouwblad (bijvoorbeeld 100 mm beton of kalkzandsteen hoogbouwelementen) te hebben 2
uitgaande van een met minerale wol gevulde spouw van minimaal 100 mm. De spouwbladen dienen aan de bovenzijde van de wand flexibel bevestigd te worden aan de vloer. Met name bij toepassing van ankerloze spouwmuren dient bijzondere aandacht te worden besteed aan het beperken van flankerende geluidoverdracht via doorlopende constructies. 4.2
Begane grondvloer en verdiepingsvloeren
Om met betrekking tot het gewogen contactgeluidniveauverschil aan de gestelde eis van L
n T A
á 54 dB te
kunnen voldoen wordt in het algemeen uitgegaan van een constructievloer met een massa van ten minste 500 kg/m in combinatie met een zwevende dekvloer of een massieve verdiepingsvloer met een massa van 2
ten minste 800 kg/m . 2
Met
de
momenteel
toegepaste
verdiepingsvloer
tussen
de
appartementen
in de
woongebouwen
bestaande uit 260 mm beton voorzien van een zwevende dekvloer bestaande uit bijvoorbeeld 70 mm zand¬ cement of anhydriet op een verende laag dik 20 mm, kan aan de Bouwbesluiteis worden voldaan. De verende laag dient een dynamische stijfheid te bezitten van maximaal s á 20 M N / m , bijvoorbeeld drukvaste 3
minerale wol (Isover Sonefloor of gelijkwaardig) of geëlastificeerd E P S van Unidek, W T H of Uponor.
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 8
CAUBERG-HUYGEN I RAADGEVENDE
I N G E N I E U R S BV I
Met de beschreven opbouw van de begane grond vloer en verdiepingsvloeren kan eveneens voldoende luchtgeluidisolatie tussen de utiliteitsfuncties en bovengelegen woningen worden gerealiseerd om aan de Bouwbesluiteisen L
n T A
á 54 van D
n T A k
S 52 dB te voldoen.
Bij toepassing van zwevende dekvloeren dient grote zorg te worden besteed aan het los houden van de dekvloer
van
(metalstud)
wanden,
binnendeurkozijnen,
leidingdoorvoeren,
opgaand
tegelwerk,
plinten e.d. Verende kantstroken tussen de dekvloer en de overige constructies en rondom doorvoeringen van leidingen dienen ten minste 8 mm dik te zijn. 4.3
Gevels
De dragende binnenspouwbladen zijn opgebouwd uit 200 mm beton. Met de toepassing van deze binnenspouwbladen wordt aan de conform de N P R 5070 minimaal benodigde massa van 350 kg/m voor 2
dragende binnenspouwbladen in woongebouwen voldaan. De langsgevels bestaan uit een houtskeletbouw (HSB) binnenspouwblad met een dikte van circa 215 mm (isolatiepakket 195 mm) en een metselwerk buitenspouwblad met een dikte van 100 mm. Ter plaatse van de gevels aan de galerijzijde wordt een steenachtige wandopbouw toegepast voorzien van buitenisolatie en gevelstuc. Daarnaast wordt ter plaatse van de zuidgevel aan de buitenzijde van het houtskeletbouw binnenspouwblad een aluminium gevelbekleding toegepast. Ter plaatse van de woningscheidende wanden dient een strikte dilatatie tussen de H S B binnenspouwbladen en de metselwerk buitenspouwbladen aan weerszijden van de woningscheidende wand te worden door¬ gevoerd. Bij (relatief) kleine geveldelen aan weerszijden van een steenachtige woningscheiding kan de dilatatie in het metselwerk buitenspouwblad eventueel komen te vervallen of kan de dilatatie ter plaatse van de aansluiting met het kozijn worden gerealiseerd, dit ter beoordeling van de akoestisch adviseur. Ter plaatse van detail 1805 wordt opgemerkt dat de houtskeletbouwelementen apart van elkaar aan de steen¬ achtige woningscheidende wand dienen te worden bevestigd en koppeling van de houtskeletbouw stijlen door het metselwerk penant te allen tijde dient te worden voorkomen.
Het penant mag eventueel aan één zijde van de woningscheidende wand worden bevestigd aan de houten stijlen. Ter plaatse van de binnengevels (galerijzijde) dient, om dilataties in het stucwerk te voorkomen, het metsel¬ werk een massa te bezitten van tenminste 250 kg/m (bijvoorbeeld 150 mm kalkzandsteen of gelijkwaardig) 2
en dient het binnenblad star bevestigd te worden aan de woningscheidende wanden en vloeren. Ter plaatse van de zuidgevel dienen de houtskeletbouwelementen apart van elkaar aan de steenachtige woningscheidende wand te worden bevestigd en dient de gevelbekleding (aluminium zetwerk) ter plaatse van de woningscheiding te worden gedilateerd of trillingsgeïsoleerd (door middel van rubberelementen) te worden bevestigd aan de kozijnen c.q. het houtskeletbouwelement. 4.4
Dakconstructies
De platte daken bestaan uit beton met een dikte van 260 mm en een massa van circa 624 kg/m , voorzien 2
van thermische isolatie en dakbedekking. De massa van de platte daken is voldoende om zonder aanvullen¬ de voorzieningen aan de in het Bouwbesluit gestelde geluideisen te kunnen voldoen. Met betrekking tot de lucht- en contactgeluidisolatie van de (onbesloten) buitenruimtes naar de ondergelegen woningen worden in het Bouwbesluit geen eisen gesteld, vanuit kwaliteitsoogpunt wordt geadviseerd de vloerafwerking trillingsgeïsoleerd uit te voeren, bijvoorbeeld door middel van verende thermische isolatie.
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 9
CAUBERG-HUYGEN I RAADGEVENDE
I N G E N I E U R S BV I
De hellende daken bestaan uit houten dakdoos elementen met een dikte van circa 230 mm. In diverse situaties is sprake van een hellende houten dakconstructie die ter plaatse van de woningscheidende wand (tussen 2 woningen of tussen verkeersruimte-woning) doorloopt. Voorkomende situaties zijn onder meer ter plaatse van de woningscheidende wanden op as D en F van de 4 verdieping, de scheidingswand trappene
huis/techniekruimte/hal naar de aangrenzende woningtypen
5.1
en 5.4 op de 5 verdieping en de e
woningscheidende wanden op as 6 van de 6 verdieping. e
Om overmatige flankerende geluidoverdracht te voorkomen dient voor deze situaties bijzondere aandacht te worden besteed aan de detaillering van de verschillende aansluitingen. Conform N P R 5070:2005 dienen houten dak elementen aan weerszijden tegen de scheidingswand te worden aangesloten. Als mogelijk alternatief kunnen de houten dakconstructies op de woningscheidende wand wordt opgelegd waarbij echter een strikte dilatatie tussen de dak elementen dient te worden aangebracht door middel van een minerale wol barrière met een dikte van ten minste 60 mm. In alle gevallen dient het (metalen) felsdak ter plaatse van woningscheiding akoestisch te worden ontkoppeld (gedilateerd) of trillinggeïsoleerd te worden bevestigd ten opzichte van de houten dak elementen. Geadviseerd wordt in overleg met de akoestisch adviseur de detaillering ter plaatse van bovengenoemde aansluitingen nader uit te werken. 4.5
Kamerscheidende wanden
Voor scheidingswanden zonder te openen delen tussen verblijfsruimten binnen dezelfde woonfunctie wordt in het Bouwbesluit een geluideis gesteld van D
n T A k
S 32 dB. Op basis van de N P R 5070 dient een
massieve constructie hiertoe een massa te bezitten van ten minste circa 75 kg/m . 2
De geluidisolatie van bijvoorbeeld 70 mm Gibo (p aan de geluidisolatie eis van D
n T A k
800 kg/m , massa circa 56 kg/m ), is onvoldoende om
s
3
2
S 32 dB tussen verblijfsruimten te kunnen voldoen.
Geadviseerd wordt voor dergelijke wanden gebruik te maken van 70 mm Gibo "zwaar" (p S 1.200 kg/m ) of 3
100 mm Gibo of "zwaar" cellenbeton (p
s
800 kg/m , bijvoorbeeld Ytong G5-800). Aansluitingen tegen de 3
onderzijde van woningscheidende vloeren en tegen woningscheidende wanden dienen trillingsgeïsoleerd te worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door middel van rubber afstandhouders in combinatie met P U R . A a n scheidingen tussen verblijfsruimten en overige ruimten of scheidingen waarin te openen delen zijn opgenomen worden in het Bouwbesluit geen geluideisen gesteld, hierbij kan dus een lichtere steenachtige constructie worden toegepast. 4.6
Leidingschachten
Voor leidingschachten ten behoeve van sanitairafvoeren, CV-leidingen en/of ventilatiekanalen welke zich in verblijfsruimten van woningen bevinden wordt in het algemeen uitgegaan van een steenachtige constructie met een massa van ten minste 150 kg/m . Met de op tekening aangegeven 100 mm kalkzandsteen 2
schachtwanden kan aan deze massa worden voldaan. Als alternatief kan gebruik worden gemaakt van een lichtere steenachtige of een metalstud schacht¬ constructie in combinatie met verzwaard (geluidisolerend) kanaalwerk en minerale wol in de schacht.
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 10
CAUBERG-HUYGEN I RAADGEVENDE
I N G E N I E U R S BV I
Voor overige ruimten worden geen eisen gesteld, om echter overlast in aangrenzende verblijfsruimten te be¬ perken wordt geadviseerd uit te momenteel
toegepaste
constructie
gaan van een massa bestaande
uit
70 mm
van ten Gibo
minste zwaar
circa 80 kg/m . Met de 2
(85 kg/m )
wordt
2
hieraan
voldaan. Wanden
waartegen
leidingen
en
kanalen worden
bevestigd
dienen
een
massa
te
bezitten
van
minimaal 400 kg/m , of de leidingen en kanalen dienen uitsluitend aan de vloerconstructie te worden 2
bevestigd. Bevestigingen dienen trillingsgeïsoleerd te worden uitgevoerd door middel van beugels met rubber inleg. Hierbij is er van uitgegaan dat in desbetreffende schachten uitsluitend ventilatiekanalen ten behoeve van de woningen worden opgenomen. Indien tevens installaties van de overige (utiliteits-) functies in de schachten worden opgenomen dienen mogelijk aanvullende (bouwkundige / installatietechnische) voorzieningen te worden getroffen, dit wordt geacht ter beoordeling en tot verantwoordelijkheid van de installateur te behoren.
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 11
CAUBERG-HUYGEN I RAADGEVENDE
5
Beoordeling installatiegeluid
5.1
Liftinstallaties
I N G E N I E U R S BV I
Het installatiegeluidniveau ten gevolge van liftinstallaties is sterk afhankelijk van het merk en type van de liftinstallatie. Binnen het huidige project worden machinekamerloze liftinstallaties toegepast, hierbij dient bijzondere aandacht te worden besteed aan de trillingsisolerende voorzieningen tussen de liftmachine en de constructies binnen de nabijgelegen woningen. Voor het onderhavige project is nog geen definitieve keuze gemaakt voor een liftinstallatie, voorlopig is uit¬ gegaan van het type Kone Comfort 400 of het type Schindler 3100/3300. Ten aanzien van de snelheid van de toe te passen lift is uitgegaan van 1,0 m/s. Bij het liftsysteem van het type Kone Comfort 400 en Schindler 3100/3300 wordt de liftmachine ter hoogte van de bovenste verdieping aan de schachtwand gemonteerd, de beide liften zijn aan de buitenste schachtwand gemonteerd: Op basis van de beschikbare geluid- en trillingsgegevens van de bovengenoemde liftinstallaties is een berekening van het stoorgeluidniveau uitgevoerd voor de studie van woningtype 5.4. 5.1.1
Berekeningsmethode en- resultaten
Om het te verwachten stoorgeluidniveau ten gevolge van trillingsoverdracht van de liftmachine naar ruimten binnen
de
bepaald.
woningen
Hierbij
wordt
te
bepalen
gebruik
is
gemaakt
de
geluidoverdracht
van
een
via
rekenprogramma
de
bouwkundige
waarmee
niet
constructies uitsluitend
de
geluidafstraling van de schachtwand, de "directe weg", wordt berekend maar ook de "flankerende" bijdragen via aangrenzende constructies worden meegenomen. Aan de hand van de totale trillingsover¬ dracht
is
het
te
verwachten
stoorgeluidniveau
in
de
woning
ten
gevolge
van
de
liftinstallatie
van
door
de
leverancier
bepaald. Voor
de
berekening
van
het
installatiegeluidniveau
is
uitgegaan
de
uitgevoerde geluid- en trillingsmetingen aan het liftsysteem Kone Comfort 400 en door ons bureau verrichte geluid-
en
trillingsmetingen
aan
het
lifttype
Schindler
3100/3300.
Aan
de
hand
van
de
bijdragen van de verschillende overdrachtswegen aan het stoorgeluidniveau kunnen de eventueel nood¬ zakelijke voorzieningen worden bepaald. Uitgangspunt voor de berekeningen is dat de liftmachines tegen de buitenste schachtwand worden bevestigd. Uit de tekeningen volgt dat alle schachtwanden bestaan uit 200 mm beton met een massa van circa 480 kg/m . 2
Uit de berekeningen volgt voor de studie van woningtype 5.4 een installatiegeluidniveau ten gevolge van een liftinstallatie van het type Kone Comfort 400 van circa L i 3100/3300 een installatiegeluidniveau van circa L
I;A;k
; A ; k
= 21 dB(A) en ten gevolge van het type Schindler
= 24 dB(A). Ten behoeve van de berekening is
uitgaande van een strikte ontkoppeling van de dakplaten ter plaatse van de woningscheidende wand, zie Ŝ 4.4.
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Ro denrijs. Akoestisch o nderzo ek m.b.t. interne geluidiso latie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 o kto ber 2012 Bladzijde 12
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE
RH
I N G E N I E U R S BV
Op basis van deze berekeningsresultaten kan worden gesteld dat met beide type liftinstallaties in de praktijk aan de Bouwbesluiteis kan worden voldaan maar wordt mogelijk niet aan het gestelde ambitieniveau van L
I A
= 25 dB(A) (klasse 1 conform N E N 1070) worden voldaan.
Voor de berekeningen van het optredende installatiegeluidniveau zijn de beschikbare trillingsniveaus gehanteerd van een liftinstallatie met een rijsnelheid 1,0 m/s. Indien binnen het project een liftinstallatie met een hogere snelheid (1,6 of 2,0 m/s) wordt toegepast kan met onvoldoende nauwkeurigheid worden bepaald of de optredende installatiegeluidniveaus aan de gehanteerde eis voldoen. Mocht een liftinstallatie met een hogere rijsnelheid worden aangebracht, wordt geadviseerd na de definitieve selectie van de liftinstallatie een aanvullend onderzoek uit te (laten) voeren waarbij waarschijnlijk geluid- en trillingsmetingen dienen te worden uitgevoerd ten einde voldoende nauwkeurige gegevens van een lift met een hogere snelheid te verkrijgen. 5.1.2
Bouwkundige en installatietechnische uitvoering
Met betrekking tot de bouwkundige en de installatietechnische uitvoering van de liftinstallatie dienen de vol¬ gende aspecten in het ontwerp te worden opgenomen: -
Besturingsapparatuur De
besturingsapparatuur
van
de
liftinstallatie
dient
trillingsgeïsoleerd
te
worden
opgesteld
of
opgehangen. De opstelling dient zo te zijn dat deze een eigenfrequentie heeft van ten hoogste 35 Hz. Liftmachine Installatiegeluidniveaus ten gevolge van liftinstallaties worden veelal bepaald door optredende "pieken" tijdens het starten, het afremmen en de mechanische stopbeveiliging van de liftmachine. Bijzondere aandacht
moet
worden
besteed
aan
de
trillingsgeïsoleerde
bevestiging
van
de
liftmachine en liftgeleiders en het inregelen van de liftmachine en mechanische beveiliging. Schacht De geleiding van de liftkooi en van het tegengewicht langs geleiderails moet plaatsvinden met leidsloffen voorzien
van
kunststofvoering
of
eventueel
geleiderollen
met
rubber
of
kunststof
loopvlak. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de bevestiging en het stellen van de geleiderails. Liftdeuren Als
liftdeuren
(kooi- en/of schachtdeuren) dienen schuifdeuren te worden toegepast. Voor het
sluiten en vergrendelen van de deuren moeten systemen worden toegepast die geen overmatig geluid produceren.
Het
sluitsysteem
van
de
deuren
dient
een
geleidelijk
snelheidsverloop
te
bezitten. Taakstellend voor de liftleverancier is dat aan het vereiste geluidniveau ten gevolge van de liftinstallatie in de verblijfsruimten wordt voldaan.
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 13
CAUBERG-HUYGEN I RAADGEVENDE
5.2
I N G E N I E U R S BV I
Mechanische ventilatie
De ventilatielucht wordt door middel van natuurlijke toevoer in de woning toegevoerd en mechanisch af¬ gevoerd, waarbij een mechanische ventilator van het type C V E E C O R F T van de firma Itho (Demandflow systeem)
wordt toegepast
die
in de
bergingen
van
de woningen
wordt
opgesteld. In
dezelfde
berging worden tevens individuele HR-ketels opgesteld van het type H R E 28/24 van de firma Intergas. Vanuit het Bouwbesluit 2012 en Woningborg (ABC-lijst) worden eisen gesteld aan de optredende stoorgeluidniveaus ten gevolge van binnen de eigen woning opgestelde installaties van L L
I;A
I;A;k
á 30 dB(A) resp.
á 30 dB(A) voor verblijfsruimten binnen de woning. Deze geluideisen gelden voor de situatie dat de
installatie zodanig is ingesteld dat aan de Bouwbesluiteisen met betrekking tot ventilatiecapaciteiten voldoet. Uitgaande van de beschikbare geluidgegevens van de Itho C V E E C O R F T is in de berging een geluidniveau in de "Bouwbesluitstand" te verwachten van circa L
A e q
= 58 - 61 dB(A), e.e.a. sterk afhankelijk van vereiste
ventilatiecapaciteit en opvoerhoogte. Dit betekent dat met name voor de situatie waarbij de bergingen met een deur direct uitkomen in een verblijfsruimte (woonkamer), aanvullende bouwkundige voorzieningen dienen te worden getroffen. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het toepassen van een verzwaarde bergingsdeur, verzwaarde scheidingswand en een geluidgedempte overstroomvoorziening. Daarnaast dient in alle gevallen rekening te worden gehouden met het toepassen van een geluiddempende slang met een lengte van circa 1 m tussen de afvoerunit en de plenumbox. 1
Na definitieve selectie en dimensionering van de installatie dienen de bouwkundige en installatietechnische voorzieningen nader te worden uitgewerkt, dit valt buiten het kader van dit onderzoek. Daarnaast wordt geadviseerd de mechanische ventilatorbox en de HR-ketel trillingsgeïsoleerd te monteren tegen een steenachtige constructie met een massa van ten minste 175 kg/m , bijvoorbeeld 100 mm kalk¬ 2
zandsteen, die geen directe scheiding vormt met een verblijfsruimte. Voor de situatie dat geen wanden aan¬ wezig zijn die aan de genoemde randvoorwaarden voldoen kan de ventilatorbox trillingsgeïsoleerd aan de verdiepingsvloer worden bevestigd / opgesteld. Hierbij dienen tevens alle leidingen trillingsgeïsoleerd te worden bevestigd en dienen doorvoeren door bouwkundige
constructies
overmaats
en
luchtdicht
te
worden
uitgevoerd,
dit
door
middel
van
kwalitatief goede P U R of kit. In de leidingen tussen de installatie en de woningen dienen flexibele delen te worden opgenomen. De installateur/installatieadviseur dient ervoor zorg te dragen dat aan het gewenste geluidniveau in de verblijfsruimten ten gevolge van de geluiduitstraling van ventielen, kanalen en leidingen en geluidoverdracht vanuit de berging wordt voldaan. 5.3
Overige installaties
Voor de overige installaties, bijvoorbeeld de hydrofoorruimten en andere technische ruimten, zijn geen akoestische gegevens beschikbaar. Wanneer de installaties geselecteerd zijn dient het te verwachten geluidniveau te worden bepaald op basis waarvan de aanvullende bouwkundige voorzieningen dienen te worden gedimensioneerd. Met name aan de installatieruimten die direct grenzen aan woningen en eventueel in de buitenlucht op te stellen installaties (zoals op de 5 verdieping) dient aandacht te worden besteed met e
betrekking tot de geluidoverdracht en -uitstraling naar nabijgelegen woningen.
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 14
CAUBERG-HUYGEN I RAADGEVENDE
I N G E N I E U R S BV I
Geadviseerd wordt voor eventuele directe scheidingen tussen technische ruimten en woningen uit te gaan van massieve constructies met een massa van ten minste 600 kg/m . Het behoort tot het takenpakket van de 2
installateur L
A e q
dat
het
geluidniveau
in
de
technische
ruimten
wordt
beperkt
tot
maximaal
circa
= 65 tot 70 dB(A).
Daarnaast dient de geluiduitstraling van roosters en eventueel in de buitenlucht opgestelde installaties zodanig te worden gereduceerd dat aan de te hanteren eisen kan worden voldaan. Het maximale bron¬ vermogen van de in de buitenlucht opgestelde installaties dient beperkt te worden tot maximaal circa L
w A
= 65 dB(A). E.e.a. afhankelijk van de ligging van de technische ruimte in relatie tot de woningen, waarbij
tevens aandacht dient te worden besteed aan de trillingsgeïsoleerde opstelling van de verschillende installaties.
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 15
CAUBERG-HUYGEN I RAADGEVENDE
6
Nagalmtijd gemeenschappelijke verkeersruimten
6.1
Uitgangspunten
I N G E N I E U R S BV I
Voor de gemeenschappelijke verkeersruimten in het project, die grenzen aan woningen en dienen ter ontsluiting van de woningen, zijn galmberekeningen uitgevoerd . In tabel 6.1 en 6.2 zijn voor deze gemeen¬ schappelijke verkeersruimten de minimaal benodigde geluidabsorptie aangegeven om te kunnen voldoen aan de minimale eisen ten aanzien van galm uit het Bouwbesluit. D e nagalmtijd is berekend met behulp van de formule van Sabine op basis van geometrische eigenschap¬ pen en beoogde afwerkmaterialen. Van de gemeenschappelijke verkeersruimten zijn de verschillende constructieonderdelen in een akoestisch rekenmodel ingevoerd, waarmee vervolgens spectraal de nagalmtijden berekend zijn. Uitgangspunt is dat de wanden en vloeren van de verkeersruimten grotendeels worden afgewerkt met akoestisch "harde" materialen zoals bijvoorbeeld: -
wanden:
beton, gipsbeplating (metalstud), spuitwerk;
-
overige wanden:
glazen puien;
-
vloeren:
beton, tegelwerk;
-
deuren:
hout.
De plafonds en (in de trappenhuizen) onderkant van de bordessen in de diverse ruimten worden voorzien van geluidabsorberend materiaal. Op de absorptiecoëfficiënten van de voorgestelde materialen is een aftrek van 1 0 / toegepast op de in het laboratorium gemeten waarde. 0
6.2
Berekeningsresultaten
In tabel 6.1 en 6.2 is voor de besloten gemeenschappelijke verkeersruimten per frequentieband de minimaal benodigde geluidabsorptiecoëfficiënt aangegeven, waarmee aan de prestatie-eis uit het Bouwbesluit kan worden voldaan. Uitgangspunt hierbij is het aanbrengen van geluidabsorptiemateriaal tegen de plafonds en onderzijdes van de bordessen in de trappenhuizen. In paragraaf 6.3 zijn vervolgens een aantal materialen voorgesteld. Tabel 6.1.
Minimaal benodigde geluidabsorptiecoëfficient per frequentieband (250-2000Hz).
Verkeersruimte
Beschikbaar
Minimaal benodigde absorptiecoëfficiënt per frequentieband
geluidabsorptieoppervlak
(250-2000 Hz) 250
500
1000
2000
0,29
0,44
0,35
0,15
0,37
0,31
0,17
0,03
[m ] 2
trappenhuis bgg - 6 verd. e
48,6
1)
(str. 7-8/L-N) Entreehal/lifthal bgg - 6 verd. e
109,8
2 )
(str. 7-9/K-L) Het aangegeven beschikbaar oppervlak betreft 9 0 / van het totaal oppervlak van de plafonds en de onderzijde van de bordessen (exclusief de onderzijde van de schuine trapdelen) dat aanwezig is op de aangegeven verdiepingen (bgg - 6 verd.). e
Het aangegeven beschikbaar oppervlak betreft 9 0 / van het totaal aanwezige plafondoppervlak op de aangegeven verdiepingen (bgg - 6 verd.). e
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 16
CAUBERG-HUYGEN I RAADGEVENDE
I N G E N I E U R S BV I
In tabel 6.1 is uitgegaan van het 9000) absorberend bekleden van het totaal beschikbaar plafondoppervlak per gemeenschappelijke verkeersruimte. In de praktijk is het vrijwel nooit mogelijk om 10000) het aanwezige oppervlak te bekleden met geluidabsorberend materiaal, dit komt door de aanwezigheid van armaturen e.d. O p de in de tabel 6.1 weergegeven minimale absorptiecoëfficiënten is reeds een laboratoriumcorrectie toe¬ gepast. Derhalve kunnen de gepresenteerde getallen gebruikt worden bij de selectie van een absorptiemateriaal aan de hand van productinformatie van leveranciers. In tabel 6.2 is voor de "kale" verkeersruimten de benodigde hoeveelheid absorptie in m O R (open raam) 2
aangegeven. Dit benodigde oppervlak aan absorptiemateriaal is berekend uitgaande van een absorptiecoëfficiënt van a = 1 oftewel 100O absorptie. Zie ook bijlage II waarin de volledige berekeningen van de nagalmtijd van de gemeenschappelijke verkeers¬ ruimten zijn opgenomen. Voor de bepaling van het aan te brengen oppervlak aan absorberend materiaal is in dezelfde tabel het benodigd oppervlak aangegeven in relatie tot lagere waarden voor de geluidabsorptiecoëfficiënt. Het toe te passen absorberend materiaal dient in elk van de octaafbanden 250 t/m 2000 Hz een geluidabsorptie¬ coëfficiënt te bezitten die ten minste gelijk is aan de aangegeven waarde. Een geluidabsorptiecoëfficiënt van a = 0,4 of 0,6 is een waarde die met verschillende goed geluidabsorberende materialen te realiseren is. Tabel 6.2. Benodigd oppervlak aan geluidabsorberend materiaal in relatie tot de minimale geluidabsorptiecoëfficiënt in elk van de frequentiebanden van 250 t/m 2000Hz. Verkeersruimte
Beschikbaar
Benodigde hoeveelheid absorberend materiaal [m ] met
Geluidabsorptie-
een geluidabsorptiecoëfficiënt van ten minste
oppervlak
2
a ^ , 0 [-]
a ^ , 7 [-]
a ^ , 6 [-]
a ^ , 5 [-]
a ^ , 4 [-]
19
28
32
38
48
40
58
67
80
100
[m ] 2
trappenhuis bgg - 6 verd. e
48,6
1)
(str. 7-8/L-N) Entreehal/lifthal bgg - 6 verd. e
109,8
2)
(str. 7-9/K-L) Het aangegeven beschikbaar oppervlak betreft 9 0 o van het totaal oppervlak van de plafonds en de onderzijde van de bordessen (exclusief de onderzijde van de schuine trapdelen) dat aanwezig is op de aangegeven verdiepingen (bgg - 6 verd.). e
Het aangegeven beschikbaar oppervlak betreft 9 0 o van het totaal aanwezige plafondoppervlak op de aangegeven verdiepingen (bgg - 6 verd.). e
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 17
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE
6.3
I N G E N I E U R S BV
Geluidabsorberende voorzieningen.
In deze paragraaf zijn de mogelijke geluidabsorberende voorzieningen weergegeven, die toegepast kunnen worden in de gemeenschappelijke verkeersruimten weergegeven in tabel 6.1. O m in de gemeenschappelijke verkeersruimten aan de in tabel 6.1 en 6.2 vermelde minimale geluid¬ absorptiecoëfficiënt te voldoen kunnen de volgende absorptiematerialen worden toegepast: -
Houtwolcement beplating (bijvoorbeeld Heraklith, merk Heradesign fine) dik 25 mm, waarboven een met 30 mm minerale wol gevulde luchtspouw aanwezig is.
-
Geperforeerde beplating, hout, gips of metaal toegepast onder de volgende voorwaarden: de perforatie¬ graad (open oppervlak) van de beplating dient hierbij ten minste circa 20o van het totale plafondopper¬ vlak te bedragen. Tevens dient de diameter of breedte van de spleten of gaten groter te zijn dan circa 1,5 keer de dikte van de beplating, op een spouw van 50 mm gevuld met minerale wol.
-
Zachte minerale wol beplating (bijvoorbeeld Ecophon, merk Master F (alfa), dik 40 mm strak tegen het plafond bevestigd.
-
Sonaspray spuitpleister K-13 standard, dik 25 mm toegepast.
Met bovengenoemde materialen kan worden voldaan aan de gestelde eisen (zie de berekeningen in bijlage II).
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 18
CAUBERG-HUYGEN I RAADGEVENDE
7
I N G E N I E U R S BV I
Samenvatting
In opdracht van Waal Bouw te Vlaardingen is in het kader van het Bouwbesluit een akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van het project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Het totale plan omvat de nieuwbouw van 47 appartementen met op de begane grond bergingen en ca. 955 m utiliteitsfuncties (gezondheidszorgfunctie, bijeenkomstfunctie en winkelfunctie). Naast het blok is een 2
overdekte parkeergarage met een oppervlakte van ca. 1.800 m aanwezig. 2
Doel van het onderzoek is het beoordelen van de interne geluidisolatie tussen de woningen onderling en tussen de woningen en overige ruimten binnen het project, het optredende installatiegeluid in de woningen en de nagalmtijd in de gemeenschappelijk verkeersruimten aan de in het Bouwbesluit gestelde eisen. In hoofdstuk 4 zijn ten behoeve van de interne geluidisolatie een aantal adviezen uitgewerkt
met
betrekking tot toe te passen constructies en detaillering. In hoofdstuk 5 is met betrekking tot het installatiegeluid ten gevolge van de liftinstallaties, in de woning op¬ stelde
installaties
en
overige
installaties
een
aantal
randvoorwaarden
en
aandachtspunten
genoemd ter voorkoming van geluidoverlast in de woningen. In hoofdstuk 6 is voor de verschillende gemeenschappelijke verkeersruimten de benodigde hoeveelheid ab¬ sorberend materiaal weergegeven ten einde aan de Bouwbesluiteisen te kunnen voldoen ter beperking van de galm in gemeenschappelijke verkeersruimten. Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs B V
de heer ing. P . Roosen, senior projectleider
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12 oktober 2012 Bladzijde 19
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE
Bijlage I
INGENIEURS
BV
Bijlage C uit de N E N 1070 (1999)
i *
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12-10-2012
RH
Biz. 17 MEN 1070:1999
Bijlage C (informatief)
Betekenis van de geluidweringsklasse voor woningen
Tabel C . 1 : Omschrijving geluidwering.
van de betekenis van de geluidweringsklasse voor de beoordeling van de kwaliteit van de
Geíuidwefings klasse
Omschrijving
Gehinderden (indicatief)
l
E e n hoge male van bescherming en rust. Geluiden van buiten zijn nauwelijks waarneembaar. Zeer luide spraak is in het algemeen niet verstaanbaar, gewone spraak en muziek niet hoorbaar; luide muziek en feestjes wel hoorbaar maar nauwelijks hinderlijk. Loopgeluiden zijn niet storend waarneembaar en instal latiegeluid slechts zelden storend
< 5 Zo
II
Onder normale omstandigheden een goede bescherming zonder al teveel beperkingen aan bewonersgedrag. Gewone spraak niet hoorbaar, hardere spraak en muziek soms hoorbaar maar niet verstaanbaar Zeer luide spraak en muziek, feestjes duidelijk hoorbaar, maar spraak niet verstaanbaar Loop geluiden in het algemeen niet storend hoorbaar. Installatiegeluiden soms storend.
5 "/o tot 1 ū Zo
til
Bescherming tegen ontoelaatbare storing, uitgaande van een gedragsZleef patroon waarbij men rekening houdt met elkaar. S praak soms waarneembaar, maar niet verstaanbaar. Zeer luide spraak verstaanbaar, harde muziek goed hoorbaar. Loopgeiuiden e.d. soms storend. Ontoelaatbare storing door instal îatiegeluid wordt in het algemeen voorkomen.
10 A tot 25 Vo
IV
Ook bij gelijksoortige leefpatronen en aangepast gedrag, zal regelmatig storing optreden. S praak en muziek is vaak hoorbaar. Zeer luide spraak goed verstaan baar en muziek storend. Loopgeluiden zijn veelal hinderlijk. Regelmatig storing van installatiegeluiden
25 "K. tot 50
V
Er wordt feitelijk geen bescherming geboden tegen geluiden. Gewone spraak is vaak verstaanbaar, muziek en luide spraak, loopgeiuiden en installatiegeluid veelvuldig hinderlijk
> 50 "k
De omschrijvingen en hinderindicaties in label C 1 heb ben betrekking op een gemiddelde, stedelijke woon omgeving. Als de woonomgeving aanmerkelijk rustiger of aanmerkelijk luidruchtiger is, zijn deze omschrijvingen van de situatie meer van toepassing bij een geluidwering die een klasse beter resp. mínder is. In een zeer rustige woonomgeving kan het dus raadzaam zijn voor een ver gelijkbare kwaliteitsbeleving een betere geluidwerings klasse te verlangen, terwijl ín een doorgaans luidruch tiger omgeving om dezelfde reden een míndere geluidweringsklasse aanvaardbaar kan zijn.
c
0
0
Ook aís op grond van de feiíeíijk aanwezige geluidbelas ting de geluidwering van de gevel duidelijk groter moet worden gekozen dan het aangegeven minimum bij het betreflende kwaliteitscijfer, zouden voor een gelijkwaar dige kwaliteit de eisen voor de overige aspecten bij een overeenkomstig hoger kwaliteitscijfer moeten worden gekozen.
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE
Bijlage II
INGENIEURS
BV
Galmberekening
i *
Project "Klapwijkse Pier" te Berkel en Rodenrijs. Akoestisch onderzoek m.b.t. interne geluidisolatie, installatiegeluid en galm verkeersruimten.
20111820-30 12-10-2012
RH
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS B.V. Maastricht - Rotterdam - Zwolle - Amsterdam - 's-Hertogenbosch
projectnummer project datum initialen ruimte volume
20111820 Klapwijkse pier (KP1) 03-02-2012 PRt 248,68
[m ]
temperatuur R.V. situatie
18
[C]
50
[To]
Trappenhuis (str. 7-8/L-N, begane grond- 6e verdieping) 3
minimaal benodigde geluidabsorptiewaarden materiaal BEREKENING NAGALMTIJD
nr
materiaal
oppervlak
absorptiecoëfficiënt
[m ] 2
125 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
nr.
vloer (naaldvilttapijt) ok bordes (hard) plafond (hard) trap (hard) wand (hard) wand (gips) deur (hout) glas voorzieningen plafond voorzieningen ok bordes
41,9 3,0 2,4 26,4 165,6 109,5 9,8 6,0 22,0 26,6
Oktaafband met middenfrequenties [Hz] 250 500 1000 2000
4000
0,02 0,01 0,01 0,01 0,01 0,39 0,02 0,15 0,10 0,10
0,04 0,01 0,01 0,01 0,01 0,13 0,02 0,10 0,26 0,26
0,06 0,02 0,02 0,02 0,02 0,04 0,02 0,08 0,40 0,40
0,20 0,02 0,02 0,02 0,02 0,02 0,04 0,05 0,32 0,32
0,30 0,03 0,03 0,03 0,03 0,03 0,04 0,03 0,14 0,14
0,35 0,04 0,04 0,04 0,04 0,06 0,03 0,03 0,10 0,10
0,11
0,29
0,44
0,35
0,15
0,11
Oktaafband met middenfrequenties [Hz] 250 500 1000 2000
4000
incl correctie)
absorberend oppervlak [m O.R.] 2
materiaal
125 1. 2. 3. 4.
vloer (naaldvilttapijt) ok bordes (hard) plafond (hard) trap (hard)
0,8 0,0 0,0 0,3
1,7 0,0 0,0 0,3
2,5 0,1 0,0 0,5
8,4 0,1 0,0 0,5
12,6 0,1 0,1 0,8
14,7 0,1 0,1 1,1
5. 6. 7. 8. 9.
wand (hard) wand (gips) deur (hout) glas voorzieningen plafond voorzieningen ok bordes
1,7 42,7 0,2 0,9 2,2 2,7 0,0 0,0
1,7 14,2 0,2 0,6 5,7 6,9 0,0 0,0
3,3 4,4 0,2 0,5 8,8 10,6 0,0 0,0
3,3 2,2 0,4 0,3 7,1 8,5 0,0 0,0
5,0 3,3 0,4 0,2 3,1 3,7 0,0 0,0
6,6 6,6 0,3 0,2 2,2 2,7 0,0 0,0
0,0
0,1
0,2
0,7
2,4
7,7
51,5
31,4
31,2
31,5
31,5
42,1
31,1
31,1
31,1
31,1
luchtdemping [m O.R.] : 2
absorberende oppervlak aanwezig [m O.R.] : 2
absorberend oppervlak vereist [m2 O.R.]:
Tgemiddeld [s] 250-2000Hz 125-2000Hz 125-4000Hz
nagalmtijd T [s], diffusiteitsfactor 1,00 :
0,8
1,3
1,3
1,3
1,3
1,0
1,3
1,2
1,2
nagalmtijd T [s], diffusiteitsfactor 0,80 :
1,0
1,7
1,7
1,6
1,6
1,2
1,6
1,5
1,5
nagalmtijd T [s], diffusiteitsfactor 0,65 :
1,2
2,0
2,0
2,0
2,0
1,5
2,0
1,9
1,8
12-10-2012
K P 1 12-10-2012 W P e
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS B.V. Maastricht - Rotterdam - Zwolle - Amsterdam - 's-Hertogenbosch
projectnummer project datum initialen ruimte volume
: : : : : :
20111820 Klapwijkse pier (KP1) 03-02-2012 PRt entreehal/lifthal (str. K-L/7-9, bgg-6e verdieping) 395,0
temperatuur R.V. situatie
: : :
18 50 Open raam
[ m 3 ]
[C] [To]
BEREKENING NAGALMTIJD
nr.
materiaal
oppervlak
absorptiecoëfficiënt
[m ] 2
125 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
vloer (hard) vloer (naaldvilttapijt) wand (hard) plafond (hard) liftdeuren (staal) deur (hout) glas voorziening tpv plafond
nr
materiaal
31,0 91,0 331,8 82,0 25,2 24,0 74,7 40,0
0,01 0,02 0,01 0,01 0,01 0,01 0,02 1,00
Oktaafband met middenfrequenties [Hz] 250 500 1000 2000 0,01 0,04 0,01 0,01 0,01 0,01 0,02 1,00
0,02 0,06 0,02 0,02 0,02 0,02 0,02 1,00
0,02 0,20 0,02 0,02 0,02 0,02 0,04 1,00
0,03 0,30 0,03 0,03 0,03 0,03 0,04 1,00
4000 0,04 0,35 0,04 0,04 0,03 0,04 0,03 1,00
absorberend oppervlak [m O.R.] 2
125
Oktaafband met middenfrequenties [Hz] 250 500 1000 2000
4000
1. 2.
vloer (hard) vloer (naaldvilttapijt)
0,3 1,8
0,3 3,6
0,6 5,5
0,6 18,2
0,9 27,3
1,2 31,9
3. 4.
wand (hard) plafond (hard)
3,3 0,8
3,3 0,8
6,6 1,6
6,6 1,6
10,0 2,5
13,3 3,3
5. 6. 7. 1.
liftdeuren (staal) deur (hout) glas voorziening tpv plafond
0,3 0,2 1,5 40,0 0,0 0,0 0,0
0,3 0,2 1,5 40,0 0,0 0,0 0,0
0,5 0,5 1,5 40,0 0,0 0,0 0,0
0,5 0,5 3,0 40,0 0,0 0,0 0,0
0,8 0,7 3,0 40,0 0,0 0,0 0,0
0,8 1,0 2,2 40,0 0,0 0,0 0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
48,3
50,1
56,8
71,1
85,1
93,6
49,4
49,4
49,4
49,4
luchtdemping [m O.R.] : 2
absorberende oppervlak aanwezig [m O.R.] : 2
absorberend oppervlak vereist [m2 O.R.]:
Tgemiddeld [s] 250-2000Hz 125-2000Hz 125-4000Hz
nagalmtijd T [s], diffusiteitsfactor 1,00 :
1,4
1,3
1,2
0,9
0,8
0,7
1,0
1,1
1,0
nagalmtijd T [s], diffusiteitsfactor 0,80 :
1,7
1,6
1,4
1,2
1,0
0,9
1,3
1,4
1,3
nagalmtijd T [s], diffusiteitsfactor 0,65 :
2,1
2,0
1,8
1,4
1,2
1,1
1,6
1,7
1,6
12-10-2012
K P 1 12-10-2012 W P e
2
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS B.V. Maastricht - Rotterdam - Zwolle - Amsterdam - 's-Hertogenbosch
projectnummer project datum initialen ruimte volume
20111820 Klapwijkse pier (KP1) 03-02-2012 PRt entreehal/lifthal (str. K-L/7-9, bgg-6e verdieping)
temperatuur R.V. situatie
18 [C] 50 [T] minimaal benodigde geluidabsorptiewaarden materiaal
395,0
[m ] 3
BEREKENING NAGALMTIJD
nr
materiaal
oppervlak
absorptiecoëfficiënt
[m ] 2
125 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
nr.
vloer (hard) vloer (naaldviltapijt) wand (hard) plafond (hard) liftdeuren (staal) deur (hout) glas voorzieningen tpv plafond
31,0 91,0 331,8 12,2 25,2 24,0 74,7 109,8
Oktaafband met middenfrequenties [Hz] 250 500 1000 2000
4000
0,01 0,02 0,01 0,01 0,01 0,01 0,02 0,38
0,01 0,04 0,01 0,01 0,01 0,01 0,02 0,37
0,02 0,06 0,02 0,02 0,02 0,02 0,02 0,31
0,02 0,20 0,02 0,02 0,02 0,02 0,04 0,17
0,03 0,30 0,03 0,03 0,03 0,03 0,04 0,03
0,04 0,35 0,04 0,04 0,03 0,04 0,03 0,00
0,42
0,41
0,34
0,19
0,03
0,00
Oktaafband met middenfrequenties [Hz] 250 500 1000 2000
4000
incl correctie)
absorberend oppervlak [m O.R.] 2
materiaal
125 1. 2. 3. 4.
vloer (hard) vloer (naaldviltapijt) wand (hard) plafond (hard)
0,3 1,8 3,3 0,1
0,3 3,6 3,3 0,1
0,6 5,5 6,6 0,2
0,6 18,2 6,6 0,2
0,9 27,3 10,0 0,4
1,2 31,9 13,3 0,5
5. 6. 7. 8.
liftdeuren (staal) deur (hout) glas voorzieningen tpv plafond
0,3 0,2 1,5 41,7 0,0 0,0 0,0 0,0
0,3 0,2 1,5 40,6 0,0 0,0 0,0 0,0
0,5 0,5 1,5 34,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,5 0,5 3,0 18,7 0,0 0,0 0,0 0,0
0,8 0,7 3,0 3,3 0,0 0,0 0,0 0,0
0,8 1,0 2,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0
0,1
0,4
1,2
3,8
12,2
49,3
50,1
49,8
49,5
50,1
63,0
49,4
49,4
49,4
49,4
luchtdemping [m O.R.] : 2
absorberende oppervlak aanwezig [m O.R.] : 2
absorberend oppervlak vereist [m2 O.R.]:
Tgemiddeld [s] 250-2000Hz 125-2000Hz 125-4000Hz
nagalmtijd T [s], diffusiteitsfactor 1,00 :
1,3
1,3
1,3
1,3
1,3
1,0
1,3
1,3
1,3
nagalmtijd T [s], diffusiteitsfactor 0,80 :
1,7
1,6
1,7
1,7
1,6
1,3
1,6
1,7
1,6
nagalmtijd T [s], diffusiteitsfactor 0,65 :
2,1
2,0
2,0
2,0
2,0
1,6
2,0
2,0
2,0
12-10-2012
K P 1 12-10-2012 W P e