Inspreektekst van dhr. Meulman .pdf
Tekst van het document
André Meulman Noordeindseweg 3-b 29 juni 2022 Inspreektekst voor de vergadering van de Gemeenteraad Lansingerland van 30 juni 2022 voor agendapunt 8a: de ontwikkeling van Klein Berkeloo.
Geachte Raad en College van B en W, Mijn dank voor het krijgen van de gelegenheid om in uw vergadering te mogen inspreken bij dit onderwerp. Mijn naam is André Meulman; als omwonende van Klein Berkeloo – ik woon met mijn echtgenote aan de Noordeindseweg 3-b – ben ik belanghebbende bij de ontwikkeling van dit project. Ik woon daar sinds 1988 en heb dus lang plezier gehad van dat schapenweitje omdat het een mooi groen landelijk plekje is in onze Gemeente. In 1988 was de Westersingel het einde van de bebouwde kom van Berkel; nu is dat niet meer het geval. En vanuit die verandering van ons dorp, maar ook met het oog op de woningbehoefte die we hebben, begrijp ik goed dat het schapenweitje ontwikkeld wordt tot Klein Berkeloo. Ik heb drie aandachtspunten: 1: De bouwhoogte aan de Westersingel. 2: De gevolgen van de bouw voor de afvoer van regenwater. 3: Het participatieproces van de omwonenden/belanghebbenden. Ad 1: Bij deze ontwikkeling moet niet alleen gekeken worden naar de nieuwe bewoners, maar moet ook gekeken worden naar de huidige omwonenden: de ontwikkeling moet passen in de huidige woonomgeving.
Ik heb de commissie Ruimte vergadering over dit onderwerp via de video stream gevolgd: en ik vond het plezierig om te horen dat eigenlijk alle partijen wel vonden dat de ontwikkeling een dorps karakter moet hebben, dus kleinschalig, groen, woningen van het type zoals in de Vogelaarstraat. Wel verrassend – en naar mijn mening zeker tegenstrijdig – vond ik het gemak waarmee over de bouwhoogte aan de Westersingel werd gesproken: een nok hoogte van 11 meter! Daarbij werd aangegeven dat deze hoogte een overgang vormt tussen het centrum en de bestaande bebouwing aan de Westersingel. Maar: •
•
Ik kan niet begrijpen dat de nieuwbouw die nu in het centrum plaatsvindt en resulteert in gebouwen van 5 lagen hoog, als uitgangspunt worden genomen voor de dorpse bebouwing van Klein Berkeloo. Er is volgens mij geen enkele woning met een nokhoogte van 11 meter aan de Westersingel in de directe omgeving van dit project.
1
•
De woningen aan de Westersingel tegenover Klein Berkeloo hebben meestal twee woonlagen, waarbij de tweede laag soms een schuin dak heeft, en soms een plat dak; maar dus de hoogte van 11 meter bij lange na niet halen.
Daarom ondersteun ik de in de vergadering van de commissie Ruimte uitgesproken gedachte van de Christen Unie om een amendement te overwegen om de nokhoogte aan de Westersingel te verlagen tot 9 meter van harte. En daarbij begrijp ik goed dat de daadwerkelijke invulling van de woningen aan de Westersingel in de planontwikkeling Klein Berkeloo van invloed is op de beleving van de nokhoogte. Ad 2: De uitvoerige nota van uitgangspunten spreekt van problemen met de regenwaterafvoer voor woningen aan de Noordeindseweg (waaronder mijn woning) ten gevolge van de ophoging van het schapenweitje bij de projectontwikkeling: ik wil weten welke maatregelen worden getroffen om de geschetste problemen te voorkomen. Ad 3: Dat brengt mij op mijn derde aandachtspunt: het participatieproces. Ik acht die participatie van omwonenden van groot belang. Ook in de vergadering van de commissie Ruimte was goed te horen dat alle partijen dit participatieproces van groot belang vinden. En om dat op een praktische manier te doen, hebben we het initiatief genomen tot de vorming van een groep die namens de omwonenden optreed. De respons van de omwonenden daarop is goed.
Daarom zou ik uw raad willen vragen om aan de nota van uitgangspunten toe te voegen dat de omwonenden – als onderdeel van dit participatieproces – al in een vroeg stadium van de uitwerking van het omgevingsplan door de projectontwikkelaar worden uitgenodigd om mee te denken en ook tussentijds geïnformeerd worden over de concepten van het omgevingsplan.
Tot zover mijn inspreekbeurt. Mijn dank.
André Meulman
2