[I26.10106] Meicirculaire 2026
Tekst van het document
Meicirculaire gemeentefonds 2026
23
Maatstaven Voor uitkeringsjaar 2026 is de definitie van de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen met drempel gewijzigd zoals aangekondigd in de septembercirculaire 2024 (paragraaf 2.5). Voor 2026 zal worden uitgegaan van een driejarig gemiddelde van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel. Het driejarig gemiddelde zal worden berekend op basis van de gegevens van t-2, t-3 en t-47.
Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering voor dat uitkeringsjaar kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 20268.
Gewicht per maatstaf »
De zogenaamde rekentarieven 2027 van de maatstaf OZB zijn ten opzichte van 2026 aangepast.
»
De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt.
Bijlagen 2.1.1-4 bevatten het overzicht van bedragen per eenheid 2026 en 2027.
Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de OZB-maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen te delen door de uitkeringsbasis. De - landelijke - uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar.
De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang: »
De informatie uit de tabel 2.2.1 met betrekking tot de algemene mutaties.
»
De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de taakmutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties.
»
De ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van geactualiseerde volumina. Bijlage 2.5.2-1 bevat een overzicht van de maatstaven waarvan de volumina in deze circulaire zijn geactualiseerd.
»
De belastingcapaciteit.
Ten opzichte van de decembercirculaire 2025 zijn de uitkeringsfactoren voor de jaren 2024 en 2025 ongewijzigd.
7 Inkomensdecielaroepen van huishoudens. 2022-2024 I CBS 8 Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds, Riiksoverheid.nl
Meicirculaire gemeentefonds 2026
24
De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2026-2031 is vermeld in tabel 2.5.2-1.
Tabel 2.5.2-1 Uitkeringsfactor 2026-2031 2026 Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in milioenen)
2027
2028
2029
2030
2031
1,491
1,549
1,595
1,638
1,695
1,745
30.945
31.258
30.524
30.223
30.544
30.852
De uitkeringsfactoren in tabel 2.5.2 zijn in lopende prijzen9. Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van het CEP 2026 zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen.
Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgt hieronder de tabel, waarin voor ieder afzonderlijk jaar de ontwikkeling is opgenomen ten opzichte van de decembercirculaire 2025 (verticale toelichting).
Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Tabel 2.5.2-2 laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand decembercirculaire 2025. Tabel 2.5.2-2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2026-2031 2026 2027
2028
2029
2030
2031
stand decembercirculaire 2025
-
1,491
1,534
1,578
1,623
1,675
Volume-effect gelijkblijvend GF
0,002
0,003
0,004
0,006
0,007
Effect algemene mutaties
-0,002
0,010
0,006
Effect taakmutaties
0,000
0,009 -0,004
-0,004
-0,004
0,009 -0,003
OZB
0,000
0,007
0,007
0,007
0,007
Suppletie
0,000
0,000
0,000
0,000
0,000
uitkeringsfactor stand deze circulaire
1,491
1,549
1,595
1,638
1,695
mutaties deze circulaire:
1,745
De uitkeringsfactor voor 2026 blijft 1,491. Dit is gelijk ten opzichte van de decembercirculaire 2025. De actualisatie van de volumina van diverse maatstaven heeft een neerwaarts effect op de uitkeringsfactor dat grotendeels wordt gecompenseerd door de afgenomen ruimte onder het plafond van het van het BCF (zie paragraaf 2.2.2. van deze circulaire).
9 De algemene uitkering wordt geïndexeerd op basis van de bbp-ontwikkeling. Daarmee is de algemene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen.
Meicirculaire gemeentefonds 2026
25
De uitkeringsfactoren voor de jaren vanaf 2027 vallen hoger uit ten opzichte van de decembercirculaire 2025. Hiervoor zijn meerdere oorzaken. De raming van het accres (algemene mutatie) voor de jaren 2027 en verder is geactualiseerd. Dit leidt tot een opwaarts effect op de uitkeringsfactoren in de jaren 2027-2030 van tussen de 6 en 10 punten. In de jaren 2027-2030 leiden actualisaties van maatstaven tot een volume-effect van 3 punten in 2027 tot 7 punten in 2030.
Verwerking van de taakmutaties beïnvloedt de uitkeringsfactor zowel via de omvang van de algemene uitkering, als via de wijziging van de uitkeringsbasis als gevolg van de gewijzigde gewichten (bpe's). Het effect van de mutatie van de omvang van de algemene uitkering als gevolg van de taakmutaties en de wijziging van de uitkeringsbasis heeft in de periode 2027-2030 een neerwaarts effect op de uitkeringsfactoren van 4 à 5 punten.
De aanpassing van de belastingcapaciteit heeft een opwaarts effect van circa 7 punten (waarvan 4 punten als gevolg van aanpassing aan werkelijke OZB-tarieven) in de gehele periode 2027-2030. Vanaf 2027 worden, zoals in paragraaf 1.2 gemeld, de rekentarieven van de OZB aangepast aan de werkelijke gemiddelde OZB-tarieven en de verevening van de overige eigen middelen met hetzelfde bedrag verlaagd.
De overstap naar de werkelijke gemiddelde OZB-tarieven heeft een opwaarts effect op de uitkeringsfactor van 4 punten en wordt gecompenseerd met een even grote daling van de uitkeringsfactor doordat de verevening van de overige eigen middelen met hetzelfde bedrag wordt verlaagd. Hierdoor blijft de uitkeringsfactor in 2027 per saldo 1,549. Aangezien het tarief voor 2027 nog niet bekend is, wordt gebruik gemaakt van de werkelijke gemiddelde OZB-tarieven 2026 plus een prognose.
Op basis van het CEP 2026 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers in deze circulaire geactualiseerd. Hieronder staat in tabel 2.5.2-3 een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand septembercirculaire 2025 en de stand van deze circulaire. De bijstelling van de raming heeft via de uitkeringsbasis een negatief effect op de uitkeringsfactor. De omvang van dit effect is nihil in 2026 en oplopend tot min 3 punten in 2031.
fabel 2.5.2-3 Bijstandsontvangers 2026
2027
2028
2029
2030
Stand septembercirculaire 2025
378.634
385.600
390.583
397.892
Stand meicirculaire 2026
378.377
381.612 381.658
387.348
392.875
401.062
Meicirculaire gemeentefonds 2026
2031
408.812
26
Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd:
^
Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.
^
Een beperkt aantal gemeenten ontvangt een suppletie-uitkering Bommenregeling vanwege de kosten die zij hebben gemaakt met betrekking tot het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (zie paragraaf 2.4.1).
•
Een beperkt aantal gemeenten (Amsterdam, Rotterdam en Den Haag) ontvangt een suppletie-uitkering vanwege het ingroeipad als gevolg van de actualisatie van de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang naar de maatstaf van het nieuwe verdeelmodel (zie paragraaf 2.4.2 van de septembercirculaire 2024).
^
Vanaf 2023 geldt voor gemeenten een ingroeipad als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering. Dit ingroeipad wordt zoals gebruikelijk verwerkt in een suppletie-uitkering (zie paragraaf 2.5.2 van de meicirculaire 2022). Zoals in paragraaf 1.2 aangegeven zal het ingroeipad tot en met 2028 bevroren blijven. Voor de jaren 2027 en 2028 zal het niveau van het ingroeipad van 2026 (dit is gelijk aan niveau 2025) meegroeien met de uitkeringsfactor. Voor het uitkeringsjaar 2027 zal dit gebeuren op basis van de stand van de uitkeringsfactor meicirculaire 2026 (uitkeringsfactor 2027) versus de stand van de uitkeringsfactor meicirculaire 2022 voor het jaar 2023. Voor uitkeringsjaar 2028 zal dit gebeuren op basis van de stand van de uitkeringsfactor meicirculaire 2027 (uitkeringsjaar 2028) versus de stand van de uitkeringsfactor meicirculaire 2022 voor het jaar 2023. In bijlage 2.5.2-2 zijn de geactualiseerde bedragen van het ingroeipad per gemeente opgenomen voor de jaren 2027 en 2028.
Meicirculaire gemeentefonds 2026
27
3 3.1
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten.
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratieuitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de decembercirculaire 2025 over de periode 2026 tot en met 2031. De mutaties hebben betrekking op 2026 en verder en worden onder de tabel toegelicht.
Meicirculaire gemeentefonds 2026
28
Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2026-2031 (bedragen in duizenden euro's)
stand decembercirculaire 2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
5.771.023
4.883.822
4.759.518
4.637.007
4.571.296
4.571.296
25.099
31.766
35.957
1 Alleerverdienersproblematiek
33.511
2 IBO Problematische schulden
21.323
3 Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp
19.653
4 Aanpak overlast asielzoekers
12.938
5 Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren
12.525
16.716
20.908
6 Faciliteitenbesluit opvangcentra
11.689
7 Pilot dakloze EU-burgers
11.304
11.304
11.304
8 Almere
10.134
10.134
10.134
10.134
10.134
10.134
1.713
1.713
1.713
1.713
1.713
9 Overlast zonnepark nabij Schiphol
5.800
10 Ondersteuning lokale politieke partijen
5.450
11 Gebiedsgerichte leeraanpak funderingsproblematiek
5.000
12 Voorbereiding bouw kerncentrales
3.420
13 Impulsbudget arbeidsmarktregio’s
3.378
14 Versterking lokale aanpak high impact crimes
3.143
15 Erfgoed en Overheid
1.755
16 Overheidsbrede Dienstverlening
1.713
17 Continuering aanpak ondermijning Zaanstad
1.500
18 Landelijk bureau Zorg- en Veiligheidshuizen
1.136
1.136
1.136
1.136
19 Gelijkwaardige schadeafhandeling Drieborg
1.082
1.082
1.082
1.082
20 Wet betaalbare huur
1.000
960
1.000
416
21
1.000
357
349
175
Koplopersprogramma Gebiedsgericht Beter Benutten
22 Schiphol Social Work
793
23 Centraal planningssysteem BRP-straten
555
24
3.287
Landelijke beëindigingsregeíing veehouderijíocaties
24a Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleine sectoren)
348
24b Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus
205
25 NOVEX-samenwerking
366
26 Nationaal Programma Vitale Regio's (NPVR)
348
27 Veerkrachtige Wijken
300
28 Aanpak rivaliserende jeugdgroepen
294
29 Natuurbrandpreventie en -mitigatie
292
30 Pilotproject VvE's Schiedam
280
31
252
MIRT-onderzoek Brainportregio
32 Nabije triage Zorg- en Veiligheidshuizen
249
33 Actieagenda mkb-dienstverlening
248
34 Experiment nieuw stembiljet
200
35 Work in NL (Dienstverlening arbeidsmarktregio)
188
36 Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven
110
37 Continuering coördinerende rol binnen NPLV-Netwerk
125
40
38 Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders
-265
39 Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)
670.515
40 Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen 41
2.500
Knelpunten verdeelproblematiek
107
42 Impulsbudget sociale infrastructuur extrapolatie
-2.831
Integratie-uitkeringen 43 Loon- en prijsbijstelling 2026 Participatie
84.058
81.261
76.715
73.834
71.028
68.110
44 Loon- en prijsbijtelling 2026 Beschermd Wonen
66.498
66.498
66.498
66.498
66.498
66.498
45 Rijksbijdrage sociale infrastructuur extrapolatie
1.555
46 Wsw extrapolatie
stand deze circulaire
-69.312
6.094.836
5.751.410
4.950.357
4.817.094
4.752.435
4.683.227
Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen over de periode 2026 tot en met 2031.
Meicirculaire gemeentefonds 2026
29
Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2026-2031 (in duizenden euro's)* 2026
2027
2028
2029
2030
2031
IU Participatie
2.133.908
2.065.165
1.953.624
1.883.071
1.814.450
1.743.775
Vindplaats
meicirc. 2026, ş 3.2.43
IU Beschermd Wonen
1.915.147
1.915.147
1.915.147
1.915.147
1.915.147
1.915.147
meicirc. 2026, ş 3.2.44
Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)
666.340
670.515
Maatschappelijke opvang
385.057
385.057
385.057
385.057
385.057
385.057
december 2022, ş 3.2-21 en 23
Vrouwenopvang
222.748
222.894
222.894
222.894
222.894
222.894
september 2025, ş 3.2-21
Armoedebestrijding kinderen
85.000
85.000
85.000
85.000
85.000
85.000
Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe
61.700
Openbare bibliotheken
59.282
Nationaal Actieplan Dakloosheid
55.000
55.000
55.000
55.000
55.000
55.000
mei 2024, ş 3.2-2a
Vergunningverlening, toezicht en handhaving
46.700
46.700
46.700
46.700
46.700
46.700
mei 2017, ş 4.2
Alleenverdienersproblematiek
33.511
Impulsbudget sociale infrastructuur
33.035
33.035
33.035
33.035
33.035
30.204
Integratie-uitkeringen
Decentralisatie-uitkeringen meicirc. 2026, ş 3.2.39
mei 2020, ş 3.3.8 september 2025, ş 3.2-1 september 2024, ş 3.2-13
meicirc. 2026, ş 3.2.1 meicirc. 2026, ş 3.2.42
Impulsbudget arbeidsmarktregio's
32.337
39.094
45.201
Voorschoolse voorziening peuters
30.000
30.000
30.000
30.000
30.000
30.000
september 2022, ş 3.2-4
Versterking arbeidsmarktregio's
23.440
23.440
23.440
23.440
23.440
23.440
september 2025, ş 3.2-24
IBO Problematische schulden
21.323
meicirc. 2026, ş 3.2.2
Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp
19.653
meicirc. 2026, ş 3.2.3
Wet betaalbare huur
17.406
10.110
8.352
6.916
6.500
6.500
meicirc. 2026, ş 3.2.20
Overheidsbrede Dienstverlening
17.127
17.127
17.127
17.127
17.127
17.127
meicirc. 2026, ş 3.2.16
13.500
13.500
13.500
13.500
13.500
september 2015, ş 4.2-1
13.000
13.000
13.000
13.000
13.000
16.716
20.908
25.099
31.766
35.957
Beeldende kunst en vormgeving
13.500
Regeling heroïnebehandeling
13.347
Extra capaciteit BOA's
13.000
Aanpak overlast asielzoekers
12.938
Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren
12.525
Faciliteitenbesluit opvangcentra
11.689
Pilot dakloze EU-burgers
11.304
11.304
11.304
Almere
10.134
10.134
10.134
Versterking dienstverlening gemeenten: personen met verward gedrag
10.000
10.000
Wet kwaliteitsborging bouw
10.000
RES regio's
meicirc. 2026, ş 3.2.13
september 2025, ş 3.2-20 mei 2022,
ş 3.2-11
meicirc. 2026, ş 3.2.4 meicirc. 2026, ş 3.2.5 meicirc. 2026, ş 3.2.6 meicirc. 2026, ş 3.2.7 10.134
10.134
10.134
meicirc. 2026, ş 3.2.8 mei 2023,
ş 3.2-19
september 2022, ş 3.2-3
8.781
8.781
8.781
8.781
8.781
8.781
Bodembescherming
8.636
8.636
8.636
8.636
8.636
8.636
mei 2024, ş 3.2-4
Veiligheidshuizen
7.699
7.699
7.699
7.699
7.699
7.699
juni 2012, ş 6.11
BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders
7.591
7.856
7.856
7.856
7.856
7.856
Work in NL (Dienstverlening arbeidsmarktregio)
6.897
6.709 6.000
Uitstapprogramma prostituees
6.000
Overlast zonnepark nabij Schiphol
5.800
september 2023, ş 3.2-6
mei 2025, ş 3.2-12 meicirc. 2026, ş 3.2.35
6.000
6.000
6.000
6.000
september 2022, ş 3.2-6 meicirc. 2026, ş 3.2.9
Ondersteuning lokale politieke partijen
5.450
Jeugdhulp aan kinderen in een AZC
5.100
5.100
5.100
meicirc. 2026, ş 3.2.10
Aanpak laaggeletterdheid
5.000
5.000
5.000
Gebiedsgerichte leeraanpak funderingsproblematiek
5.000
Versterking omgevingsveiligheidsdiensten
4.851
5.100
5.100
5.100
december 2019, ş 3.3.1 mei 2025, ş 3.2-10 meicirc. 2026, ş 3.2.11
4.851
3.825
Regionale doelgroepen specifieke aanpak
4.784
Knelpunten verdeelproblematiek
4.235
4.332
4.432
Nationaal Programma Vitale Regio's (NPVR)
3.605
3.257
Voorbereiding bouw kerncentrales
3.420
september 2025, ş 3.2-6 mei 2024, ş 3.2-5 4.534
4.638
4.745
meicirc. 2026, ş 3.2.41 meicirc. 2026, ş 3.2.26 meicirc. 2026, ş 3.2.12
Versterking lokale aanpak high impact crimes
3.143
3.287
meicirc. 2026, ş 3.2.14
Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen
2.500
2.500
meicirc. 2026, ş 3.2.40
Veilig wonen
2.415
september 2023, ş 3.2-9
Erfgoed en Overheid
1.755
meicirc. 2026, ş 3.2.15
Continuering aanpak ondermijning Zaanstad
1.500
LHBTI beleid Regenboogsteden
1.232
Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit
1.181
681
Landelijk bureau Zorg- en Veiligheidshuizen
1.136
1.136
1.136
1.136
Gelijkwaardige schadeafhandeling Drieborg
1.082
1.082
1.082
1.082
Koplopersprogramma Gebiedsgericht Beter Benutten
1.000 880
880
880
meicirc. 2026, ş 3.2.17 december 2025, ş september 2025, ş 3.2-11 meicirc. 2026, ş 3.2.18 meicirc. 2026, ş 3.2.19 meicirc. 2026, ş 3.2.21
Bureau regioburgemeesters
880
880
880
Register Externe Veiligheidrisico's (REV)
850
september 2025, ş 3.2-10
Veilige steden
825
mei 2025, ş 3.2-23
september 2025, ş 3.2-22
Schiphol Social Work
793
meicirc. 2026, ş 3.2.22
Centraal planningssysteem BRP-straten
555
meicirc. 2026, ş 3.2.23
Aanpak van criminele machtsstructuren
385
september 2025, ş 3.2-14
NOVEX samenwerking
366
meicirc. 2026, ş 3.2.25
Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleine sectoren)
348
meicirc. 2026, ş 3.2.24a
Veerkrachtige Wijken
300
meicirc. 2026, ş 3.2.27
Aanpak rivaliserende jeugdgroepen
294
Natuurbrandpreventie en -mitigatie
292
Pilotproject VvE's Schiedam
280
MIRT-onderzoek Brainportregio
252
Nabije triage Zorg- en Veiligheidshuizen
249
Actieagenda mkb-dienstverlening
248
meicirc. 2026, ş 3.2.33
Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus
205
meicirc. 2026, ş 3.2.24b
Experiment nieuw stembiljet
200
meicirc. 2026, ş 3.2.34
Erfgoedregistratie
150
september 2025, ş 3.2-23
Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven
110
Digitale tweeling
meicirc. 2026, ş 3.2.28 357
349
meicirc. 2026, ş 3.2.31 125
meicirc. 2026, ş 3.2.32
meicirc. 2026, ş 3.2.36
108
108
63
95
95
95
Pilot denormalisering drugs bij evenementen
67
Continuering coördinerende rol binnen NPLV-Netwerk
40
6.094.836
meicirc. 2026, ş 3.2.29 meicirc. 2026, ş 3.2.30
Verkeersveiligheid
stand deze circulaire
175
september 2025, ş 3.2-24 95
95
95
september 2023, ş 3.2-13 september 2025, ş 3.2-17 meicirc. 2026, ş 3.2.37
5.751.410
4.950.357
Meicirculaire gemeentefonds 2026
4.817.094
4.752.435
4.683.227
30
Toelichting decentralisatie-uitkeringen 1. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze decentralisatie-uitkering maakt dit mogelijk. Er is in totaal C 33,5 miljoen beschikbaar. Voor de alleenverdienersproblematiek in 2026 is een bijdrage van C 27,5 miljoen beschikbaar. Verder is er een nabetaling van C 6 miljoen voor 2024.
Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Op basis van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek verstrekken gemeenten in de periode 2025-2027 een vaste tegemoetkoming aan alleenverdienerhuishoudens die door een ongunstige samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en hierdoor een inkomen onder het bestaansminimum hebben10 (zie ook paragraaf 3.2.4 van de meicirculaire 2025). Gemeenten ontvangen voor de uitvoering van deze regeling middelen op basis van de hoogte van de tegemoetkoming voor dat jaar (inclusief verschuldigde eindheffing), het verwachte aantal rechthebbende huishoudens in de gemeente en uitvoeringskosten. Het aantal verwachte rechthebbende huishoudens per gemeente is mede gebaseerd op een analyse door de Belastingdienst. Gemeenten ontvangen, indien nodig, twee jaar later een aanvullend budget als op basis van definitieve inkomensgegevens het aantal rechthebbende huishoudens hoger blijkt dan nu verwacht. Een nadere toelichting op de budgetten staat op riiksoverheid.nl.
Alleenverdienersproblematiek 2023 ŭ 2024 (aanvulling voor 2024) Gemeenten kunnen huishoudens die in 2023 of 2024 getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze decentralisatieuitkering maakt dit mogelijk.
Een aantal gemeenten ontvangt nog een aanvulling voor het jaar 2024. In de septembercirculaire 2024 (zie paragraaf 3.2.1) was het totaalbudget C 22,6 miljoen. Dit budget was gebaseerd op het verwachte aantal huishoudens dat in 2023 en 2024 compensatie nodig had. Gemeenten die op basis van de definitieve inkomensgegevens meer alleenverdienerhuishoudens blijken te hebben gehad, ontvangen voor het betreffende jaar een aanvullend budget. In de meicirculaire 2025 (zie paragraaf 3.2.4) werd C 2,1 miljoen aanvullend toegekend voor 2023. In deze meicirculaire wordt in totaal C 6 miljoen aanvullend toegekend voor 2024.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-1.
10 Meer informatie en ondersteuning voor gemeenten is te vinden op Inkomensondersteuning alleenverdieners I VNG
Meicirculaire gemeentefonds 2026
31
2. IBO Problematische schulden Het kabinet heeft een pakket aan maatregelen ingevoerd om problematische schulden fundamenteel aan te pakken, zie ook paragraaf 2.2.11 van de meicirculaire 2025. In 2026 wordt beoogd bestuurlijke afspraken te tekenen tussen alle branches van vastelastenpartners, Divosa, Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde (NVVK) en de VNG en het ministerie van SZW. Deze afspraken volgen op de positieve wetsevaluatie van vroegsignalering in 2025 en hebben tot doel om de vroegsignalering van schuldenproblematiek een impuls te geven. Partijen voeren tot en met 2029 verbetermaatregelen door met als doel om het bereik van de doelgroep te verdubbelen en de ongewenste uitval van de deelnemende doelgroep te halveren. Vanuit het ministerie van SZW wordt voor 2026 een bijdrage van C 21,3 miljoen beschikbaar gesteld. De middelen worden verdeeld op basis van de maatstaven van het cluster Participatie van de algemene uitkering.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2- 2. 3.
Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp
Het beoogde doel van deze decentralisatie-uitkering is om gemeenten de mogelijkheid te bieden om de bestaande lokale aanpak van energiearmoede te intensiveren (zie ook paragraaf 3.2.6 van de decembercirculaire 2025).
Om gemeenten te helpen, hebben het ministerie van SZW, de Stichting Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) en de VNG samengewerkt aan een portaal dat op een zorgvuldige en veilige wijze contactgegevens van aanvragers bij het TNE, die hiervoor toestemming hebben gegeven, beschikbaar stelt aan gemeenten.
In combinatie met de ontvangen data maakt dit het mogelijk huishoudens met een hoge energierekening en een laag inkomen gericht te benaderen, passende ondersteuning te bieden en daarbij gebruik te maken van het bestaande lokale hulpaanbod.
In 2026 is hiervoor C 19,7 miljoen beschikbaar gesteld. Voor de verdeling van de middelen is het percentage energiearmoede per gemeente (zoals ook aangehouden bij de SPUK Energiearmoede) gehanteerd.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2- 3. 4.
Aanpak overlast asielzoekers
Overlast en crimineel gedrag van asielzoekers heeft grote impact op de betrokkenen, de omgeving en het draagvlak voor opvang. Aanvullend op de nationale aanpak is lokaal maatwerk cruciaal omdat overlast binnen de gemeentegrenzen wordt ervaren (zie ook paragraaf 3.2.7 van de septembercirculaire 2025). Om deze lokale aanpak binnen de
Meicirculaire gemeentefonds 2026
32
gemeenten te ondersteunen wordt C 12,9 miljoen beschikbaar gesteld in 2026. Gemeenten konden hiervoor een aanvraag doen. Bij de verdeling van het budget is rekening gehouden met het aantal opvangplekken in de gemeente. Daarnaast ontvangen gemeenten met een Alleenstaande Minderjarige Vreemdeling (AMV)-locatie of een treinstation waar overlast wordt veroorzaakt een aanvullende bijdrage.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-4. 5. Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren Er wordt structureel extra budget beschikbaar gesteld gericht op de arbeidsinschakeling van jongeren tot 27 jaar. In totaal gaat het om C 12,5 miljoen in 2026 oplopend tot C 44,3 miljoen structureel vanaf 2033. De eerste twee hierna genoemde onderwerpen zijn in het kader van de nieuwe Wet van school naar duurzaam werk (zie ook SZW gemeentenieuws).
Middelen voor individuele gemeenten voor de uitvoering van artikel 7a in de Participatiewet. Individuele gemeenten ontvangen vanaf 2026 in totaal C 9,9 miljoen extra voor het ondersteunen van jongeren bij of gericht op arbeidsinschakeling. Dit is een aanvulling op het bestaande re-integratiebudget. De verdeling van de middelen is op basis van de gemiddelde risicoscore Voortijdige schoolverlaten (vsv) 2021 en 2022 (500Zo) en het gemiddelde aantal gediplomeerde Mbo'ers (entree en BOL niveau 2) (500Zo). In afstemming met de VNG wordt deze verdeling vastgezet tot en met 2029.
Middelen voor de coördinerende rol van de centrumgemeente van de arbeidsmarktregio, zoals vastgelegd in artikel 7a in de Participatiewet. Centrumgemeenten ontvangen in totaal C 2,6 miljoen voor hun coördinerende rol op grond van artikel 7a van de Participatiewet. Elke centrumgemeente ontvangt een vast bedrag van C 75.000.
Middelen voor centrumgemeenten voor re-integratiedienstverlening aan jongeren die door UWV zijn afgewezen voor de Wajong op basis van het duurzaamheidscriterium. Per 2027 komen extra financiële middelen beschikbaar voor re-integratiedienstverlening aan jongeren die door Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) zijn afgewezen voor de Wajong op basis van het duurzaamheidscriterium. Bij deze jongeren is vastgesteld dat zij op dit moment geen arbeidsvermogen hebben, maar niet zeker is dat dit arbeidsvermogen ook duurzaam ontbreekt. Het kabinet heeft vanaf 2027 een bedrag van C 4,2 miljoen oplopend tot structureel C 29,3 miljoen (vanaf 2033) beschikbaar gesteld voor re-integratiedienstverlening. De middelen worden aan de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio's toegekend. Deze middelen worden verdeeld op basis van de maatstaven van het cluster Participatie van de algemene uitkering. Meer informatie is te
Meicirculaire gemeentefonds 2026
33
vinden in het SZW gemeentenieuws.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2- 5. 6.
Faciliteitenbesluit opvangcentra
Vanaf 1 juli 2025 is de juridische grondslag voor deze uitkering gelegen in de Financiëleverhoudingswet. Gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers faciliteren ontvangen nu middelen voor de werkzaamheden in en voor de opvangcentra, maar ook voor noodopvang, onderwijshuisvestingskosten, voorlichtingskosten en aanvullende bekostiging in het kader van het faciliteren van asielopvang waar niet vanuit een andere regeling aan tegemoet wordt gekomen (zie ook paragraaf 3.2.5 van de decembercirculaire 2025). Hiervoor is in 2026 een bedrag van C 11,7 miljoen beschikbaar.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2- 6. 7.
Pilot dakloze EU-burgers
Sinds 2022 bestaat de pilot kortdurende opvang niet-rechthebbende EU-burgers (nietrechthebbend in het kader van de Wmo). Deze opvangvoorziening helpt mensen, die niet bij andere vormen van opvang terecht kunnen, met begeleiding terug naar werk of land van herkomst. In de voorjaarsbesluitvorming 2025 is besloten deze voorziening voort te zetten tot en met 2028 en hier additionele middelen voor beschikbaar te stellen. Met deze additionele middelen kunnen nieuwe gemeenten deelnemen. Zie ook de aankondiging in paragraaf 4.4 van de decembercirculaire 2025.
In deze meicirculaire zal de eerste tranche van gemeenten middelen ontvangen ten behoeve van deze voorziening. Er is in totaal C 33,9 miljoen beschikbaar. Het betreft een jaarlijkse bijdrage van C 11,3 miljoen voor de periode 2026 tot en met 2028. Iedere deelnemende gemeente ontvangt een vaste bijdrage van C 175.000. De resterende middelen worden via het objectieve verdeelmodel van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO) over de gemeenten verdeeld.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2- 7. 8.
Almere
De decentralisatie-uitkering Groeiopgave Almere dateert uit 2015 en geldt voor een periode van maximaal 22 jaar. Het doel van deze uitkering is om de gemeente Almere in staat te stellen een bijdrage aan de gemaakte groeiafspraken te leveren. Per 2021 is deze decentralisatie-uitkering omgezet in een SPUK, zie paragraaf 2.2.4 van de meicirculaire 2021. In 2022 is deze SPUK door Berenschot geëvalueerd en is besloten om voor de periode 2023-2027 vast te houden aan deze uitkering. Er is toen ook afgesproken dat in
Meicirculaire gemeentefonds 2026
34
2027 opnieuw een evaluatieonderzoek zal plaatsvinden met als doel een besluit te kunnen nemen over eventuele voortzetting van de uitkering voor de periode 2028-2032 en de eventuele hoogte van de uitkering. Inmiddels wordt samen met de gemeente Almere en andere betrokken partijen gewerkt aan de voorbereidingen van deze evaluatie. In dat kader is afgesproken de huidige SPUK weer om te zetten in een decentralisatie-uitkering zonder nadere bestedingsvoorwaarden, daarom heet deze uitkering nu ’Almere'. Het gaat in 2025 om een totaalbedrag van C 10,1 miljoen. In de decembercirculaire 2025 (in paragraaf 3.2.4) is dit reeds voor het jaar 2025 gedaan en is aangekondigd dat bij Voorjaarsnota 2026 de SPUK ook voor 2026 en verder zal worden omgezet naar een decentralisatieuitkering. In deze meicirculaire wordt deze aangekondigde omzetting structureel verwerkt. Het gaat om een jaarlijkse bijdrage van C 10,1 miljoen in de periode 2026 tot en met 2031. 9.
Overlast zonnepark nabij Schiphol
De gemeente Haarlemmermeer ontvangt in 2026 een eenmalige bijdrage van C 5,8 miljoen. Met deze bijdrage kan het gerealiseerde zonnepark van DGEC worden aangepast. Doel van de aanpassing is om de door de zonnepanelen van DGEC nabij de Polderbaan op Schiphol veroorzaakte problematiek voor het vliegverkeer op te lossen. 10. Ondersteuning lokale politieke partijen Op de huidige begroting van het ministerie van BZK is C 8,2 miljoen in 2026 beschikbaar voor de subsidiëring van decentrale politieke partijen. Dit is onderdeel van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Wpp). Omdat deze wet nog niet in werking is getreden, ontbreekt momenteel de vereiste wettelijke grondslag om deze middelen uit te keren.
De leden Clemminck - Tijs van der Brink hebben een amendement op de Ontwerpbegroting 2026 ingediend aangaande ondersteuning lokale politieke partijen11. Dit amendement betreft een incidentele overboeking van de begroting van BZK naar het gemeentefonds van C 5,5 miljoen in 2026. Met verstrekking van deze middelen aan gemeenten middels een decentralisatie-uitkering, worden gemeenten in de gelegenheid gesteld om politieke partijen die een zetel hebben in de gemeenteraad te ondersteunen. De verdeling van deze middelen is gebaseerd op het totaal aantal zetels in de gemeenteraad maal het bedrag per zetel. Het bedrag per zetel is afhankelijk van het inwoneraantal van de gemeente.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-10. 11. Gebiedsgerichte leeraanpak funderingsproblematiek Vanuit het budget van de Nationale aanpak funderingsproblematiek is er een deelbudget gereserveerd voor een gebiedsgerichte leeraanpak12 (zie ook paragraaf 3.2.26 van de decembercirculaire 2025). In 2026 ondersteunt het Rijk de zes koplopergebieden bij het
11 Kamerstukken II, 2025-2026, 36 800 VII, nr.91 12 Kamerstukken II, 2024-2025, 28 325, nr. 298
Meicirculaire gemeentefonds 2026
35
uitvoeren van deze gebiedsgerichte leeraanpak. Het betreft vijf gemeenten en de provincie Fryslân. Het totaalbudget voor de vijf koplopergemeenten bedraagt C 5 miljoen voor 2026. De gemeenten Arnhem, Dordrecht, Emmen, Rotterdam en Zaanstad ontvangen elk een bijdrage van C 1 miljoen. 12. Voorbereiding bouw kerncentrales Kernenergie is belangrijk voor het bredere energiesysteem dat het kabinet voor ogen heeft waarbij kernenergie een betrouwbare CO2-arme energiebron is. Het kabinet zet in op de realisatie van nieuwe kerncentrales (zie ook paragraaf 3.2.5 van de septembercirculaire 2025). Voor twee kerncentrales heeft de toenmalige Minister voor Klimaat en Energie in 2022 de locatie Borssele in de provincie Zeeland aangewezen als voorkeurslocatie. De gemeente Borsele krijgt financiële ondersteuning waarmee de gemeente bijvoorbeeld extra personele capaciteit kan inzetten.
Vanuit de projectprocedure worden andere mogelijke locaties in de provincies Groningen en Zuid-Holland onderzocht op geschiktheid met daarbij aandacht voor de belangen en zorgen van stakeholders en inwoners van deze locaties.
In totaal is er een bedrag van C 3,4 miljoen voor gemeenten beschikbaar. De verdeling is als volgt: Borsele: C 900.000, Het Hogeland: C 360.000, Rotterdam: C 360.000, Terneuzen C 900.000, Vlissingen: C 900.000. 13. Impulsbudget arbeidsmarktregio's De arbeidsmarktregio's ontvangen in de periode 2025-2028 een tijdelijk impulsbudget (zie ook paragraaf 3.2.2 van de meicirculaire 2025). Deze middelen maken het mogelijk om gezamenlijke dienstverlening (bijvoorbeeld op het gebied van werk, scholingsinstrumenten of -trajecten) te ontwikkelen met de partners in de arbeidsmarktregio. Hiermee kunnen de kaders ontwikkeld worden voor de regionale arbeidsmarktinfrastructuur en mogelijke knelpunten in de regionale samenwerking worden opgelost13.
Aanvullend op de middelen die in 2025 zijn toegekend wordt er nu voor 2026 eenmalig een totaalbedrag van C 3,4 miljoen beschikbaar gesteld aan de arbeidsmarktregio's. Dit budget is in te zetten voor eenmalige kosten die te maken hebben met de regionale inzet voor de landelijke communicatie campagne voor de Werkcentra en de verdere implementatie van de communicatiestrategie. Het totaalbedrag wordt evenredig over de 35 arbeidsmarktregio's verdeeld. Elke centrumgemeente ontvangt C 96.529.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-13.
13 Gemeentenieuws van SZW 2024-4
Meicirculaire gemeentefonds 2026
36
14. Versterking lokale aanpak high impact crimes Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) zet zich in voor het veiliger maken van Nederland. Delicten met een grote impact op slachtoffers, hun omgeving en de maatschappij - ook wel high impact crimes (HIC) - tasten het veiligheidsgevoel in de maatschappij sterk aan. Voorbeelden van deze delicten zijn (online) vermogens- en geweldsdelicten. De bestrijding van deze delicten vraagt om een stevige, structurele aanpak, waarbij ook de weerbaarheid van de Nederlandse samenleving als geheel wordt vergroot. Het totaalbudget is C 3,1 miljoen in 2026 en C 3,3 miljoen in 2027.
Voor een succesvolle en effectieve aanpak van high impact crimes is het van belang dat er op lokaal niveau een sterke effectieve aanpak is ter voorkoming van (herhaald) daderschap. Daarom ontvangen tien gemeenten een bijdrage voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van het versterken van de lokale aanpak en daarmee ook het versterken van de brede aanpak van jeugdcriminaliteit. In 2026 is de bijdrage C 2,8 miljoen en in 2027 is de bijdrage C 3,1 miljoen. De verdeelsleutel is tot stand gekomen op basis van de gemeentelijke behoefte en inzet.
Aanvullend ontvangt de gemeente Arnhem een incidentele bijdrage voor het ontwikkelen van de aanpak veilig in en om school (VIOS) om een (sociaal) veilig leerklimaat op PO en VO-scholen te realiseren en voor een interventie-pilot gericht op delicten die criminele organisaties laten plegen door jongeren. De pilot is gericht op jonge daders die - nu nogaan de randen van criminele netwerken verkeren. Voor de VIOS-aanpak ontvangt de gemeente Arnhem een bijdrage van C 93.000 in 2026. Voor de interventie-pilot een bijdrage van C 228.000 in zowel 2026 als in 2027.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-14. 15. Erfgoed en Overheid Gemeenten en provincies vervullen een belangrijke functie in de bescherming en het beheer van archeologisch erfgoed, gebouwde monumenten en cultuurlandschappen. De capaciteit en deskundigheid op het gebied van erfgoed in de fysieke leefomgeving bij provincies en gemeenten staat onder druk. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de VNG zijn daarom het Programma Erfgoed en Overheid gestart; een stimuleringsaanpak gericht op duurzame versterking van de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van erfgoed in de fysieke leefomgeving.
In 2026 wordt voor het eerst cofinanciering toegekend aan projecten die duidelijk bijdragen aan de doelen van het programma. In deze eerste aanvraagronde heeft dit ertoe geleid dat er, naast 75 gemeentelijke projecten, financiering wordt toegekend aan 12 provinciale projecten. Het gaat om een totaalbedrag van C 1,8 miljoen voor gemeenten.
Meicirculaire gemeentefonds 2026
37
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-15. 16. Overheidsbrede Dienstverlening De SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) is vanaf 2026 omgezet naar de decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening (zie ook paragraaf 3.2.18 van de septembercirculaire 2025). Via deze decentralisatie-uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige en empathische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen.
Op 3 juli 2025 is de gewijzigde motie van het lid Kathmann over structureel extra middelen voor gemeenten voor de uitvoering van de Informatiepunten Digitale Overheid aangenomen14. Het kabinet heeft naar aanleiding van deze motie destijds toegezegd om de eerder doorgevoerde 107 budgetkorting te compenseren. Daartoe wordt vanaf 2026 structureel jaarlijks C 1,7 miljoen toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-16. 17. Continuering aanpak ondermijning Zaanstad In het Bestuurlijk Overleg 'Ondermijning door criminele netwerken in de glazenwassersbranche' in maart 2025 hebben het Rijk en de gemeente Zaanstad afgesproken gezamenlijk te zoeken naar financiering voor de continuering van de aanpak op ondermijning in Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV)-gebied Zaandam-Oost (van boa's tot de omgevingsdienst). De gemeente Zaanstad ontvangt hiervoor een incidentele bijdrage van C 1,5 miljoen in 2026. 18. Landelijk bureau Zorg- en Veiligheidshuizen De gemeente Utrecht ontvangt in totaal C 4,5 miljoen voor de inrichting en operationele kosten van een landelijke organisatie voor de Zorg- en Veiligheidshuizen binnen deze gemeente, met daarin de opname van het Landelijk Coördinatiepunt Beveiligde Bedden (LCBB) en het coördinatiepunt Levensloopaanpak (zie ook paragraaf 3.2.23 van de decembercirculaire 2025). Voor de periode 2026 tot en met 2029 ontvangt de gemeente Utrecht een jaarlijkse bijdrage van C 1,1 miljoen. 19.
Gelijkwaardige schadeafhandeling Drieborg In Nij Begun is toegezegd dat er een oplossing komt voor de ontstane verschillen in de schadeafhandeling in het dorp Drieborg in de gemeente Oldambt als gevolg van de getrokken grens (zie ook paragraaf 3.2.18 van de decembercirculaire 2025). De getrokken grens, waar mogelijke schades als gevolg van de gaswinning worden afgehandeld, loopt
14 Kamerstukken II, 2024-2025, 36 740-VII, nr. 23
Meicirculaire gemeentefonds 2026
38
dwars door het dorp Drieborg heen. Met een financiële bijdrage van in totaal C 4,3 miljoen draagt het Rijk bij aan een gelijkwaardige schadeafhandeling in het dorp Drieborg. Voor de periode 2026 tot en met 2029 ontvangt de gemeente Oldambt een jaarlijkse bijdrage van C 1,1 miljoen. 20. Wet betaalbare huur De Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten, stelt een maximum aan de jaarlijkse huurverhogingen voor geliberaliseerde huurovereenkomsten. Gemeenten hebben sinds 1 juli 2024 handhavende bevoegdheden ten aanzien van verhuurders die zich niet aan deze maximering houden. De Wet maximering huurprijsverhoging geliberaliseerde huurovereenkomsten loopt tot 1 mei 2029.
In 2024 en 2025 zijn er middelen uitgekeerd voor de implementatie van de wet en de daaruit volgende toezicht- en handhavingskosten, specifiek voor de jaren 2024 en 2025 (zie ook paragraaf 3.2.12 van de decembercirculaire 2024 en paragraaf 3.2.19 van de decembercirculaire 2025).
In deze circulaire wordt een bijdrage verwerkt van in totaal C 3,4 miljoen voor de jaren 2026 tot en met 2029. Het gaat om een bedrag van C 1 miljoen in 2026, een bedrag van C 960.000 in 2027, een bedrag van C 1 miljoen in 2028 en een bedrag van C 416.000 in 2029. De verdeling van dit budget vindt plaats op basis van de verdeelsleutel van de Wet betaalbare huur.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-20. 21. Koplopersprogramma Gebiedsgericht Beter Benutten Het beter benutten van bestaande gebouwen is een belangrijke oplossing voor het tegengaan van de woningnood. Om dit op grotere schaal mogelijk te maken kiest het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) voor een gebiedsgerichte aanpak. Tien gemeenten die ver zijn in de toepassing van beter benutten van de bestaande woningvoorraad, willen gezamenlijk beleid ontwikkelen voor een gebiedsgerichte aanpak, waar alle gemeenten in Nederland van kunnen leren. Het gaat om een totale bijdrage van C 1 miljoen in 2026. De tien betrokken gemeenten ontvangen elk een bijdrage van C 100.000.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-21. 22. Schiphol Social Work De gemeente Haarlemmermeer ontvangt een bijdrage van C 793.462 in 2026 ten behoeve van de aanpak voor personen met verward/onbegrepen gedrag op Schiphol. De aanpak van sociale en veiligheidsproblematiek op Schiphol, veroorzaakt door mensen afkomstig uit heel
Meicirculaire gemeentefonds 2026
39
Nederland en de rest van de wereld, is van landelijk belang. Daarom wordt vanuit het Rijk eenmalig een bijdrage geleverd aan de financiering van deze aanpak. 23. Centraal planningssysteem BRP-straten De gemeente Amsterdam ontvangt een eenmalige bijdrage van C 555.000 voor het implementeren van het centrale planningssysteem bij alle BRP-straatgemeenten. De huidige werkwijze van de BRP-straten voor de planning voor de inschrijving van asielzoekers en statushouders in de BRP zorgt namelijk voor hoge administratieve lasten, foutgevoeligheid en risico's op het gebied van privacy en security. 24. Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties Sinds 3 juli 2023 zijn de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) opengesteld, waarmee veehouders hun bedrijfslocaties tegen subsidie kunnen beëindigen (zie ook paragraaf 3.2.11 van de decembercirculaire 2025). Voor de decentralisatieuitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleinere sectoren) is voor beide fases C 348.000 beschikbaar gekomen. Voor de decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus is in totaal C 205.000 beschikbaar gekomen. 24a.
Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleine sectoren) Van 18 november 2024 tot en met 20 december 2024 was de Lbv kleinere sectoren opengesteld, waarmee ook veehouders in kleinere sectoren hun bedrijfslocaties tegen subsidie kunnen beëindigen (zie ook paragraaf 3.2.11b van de decembercirculaire 2025).
Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleine sectoren) fase 1 De bijdrage voor fase 1 wordt beschikbaar gesteld op basis van door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in de periode van 16 september 2025 tot en met 26 januari 2026 verleende (positieve) beschikkingen. De kadastrale ligging van de bedrijfslocatie waarop deze (positieve) beschikking betrekking heeft, bepaalt naar welke gemeente de bijdrage wordt uitgekeerd (C 7.000 per locatie inclusief bijdrage aan het BTWcompensatiefonds). Voor fase 1 van deze decentralisatie-uitkering is nu een bedrag van C 13.000 exclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds beschikbaar.
Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleine sectoren) fase 2 De bijdrage voor fase 2 wordt beschikbaar gesteld op basis van door de RVO in de periode van 16 september 2025 tot en met 26 januari 2026 geregistreerde ondertekende overeenkomsten tot beëindiging van de veehouderijlocatie. De kadastrale ligging van de bedrijfslocatie waarop deze overeenkomst betrekking heeft, bepaalt naar welke gemeente de bijdrage wordt uitgekeerd (C 20.000 per locatie inclusief bijdrage aan het Btwcompensatiefonds). Voor fase 2 van deze decentralisatie-uitkering is nu een bedrag van C 335.000 exclusief bijdrage aan het Btw-compensatiefonds beschikbaar.
Meicirculaire gemeentefonds 2026
40
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente en per fase is opgenomen in bijlage 3.2-24a. 24b. Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus fase 2 De bijdrage voor fase 2 wordt beschikbaar gesteld op basis van door de RVO in de periode van 16 september 2025 tot en met 26 januari 2026 geregistreerde ondertekende overeenkomsten tot beëindiging van de veehouderijlocatie. De kadastrale ligging van de bedrijfslocatie waarop deze overeenkomst betrekking heeft, bepaalt naar welke gemeente de bijdrage wordt uitgekeerd (C 20.000 per locatie inclusief bijdrage aan het BTWcompensatiefonds). Voor fase 2 van deze decentralisatie-uitkering is een bedrag van C 205.000, exclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds beschikbaar.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente en per fase is opgenomen in bijlage 3.2-24b. 25. NOVEX-samenwerking Het ministerie van VRO stelt C 365.290 aan gemeenten beschikbaar ten behoeve van de regionale samenwerkingen. De verdeling van de middelen is gebaseerd op een inventarisatie van de behoefte aan procesondersteuning en productontwikkeling per NOVEX-gebied. De gemeente Amsterdam ontvangt C 22.831 vanwege NOVEX-gebied Metropoolregio Amsterdam, de gemeente Utrecht ontvangt C 182.645 voor het NOVEXgebied Utrecht - Amersfoort en de gemeente Zwolle ontvangt C 159.814 voor het NOVEXgebied Zwolle. 26. Nationaal Programma Vitale Regio's (NPVR) In het NPVR werken het Rijk en 11 regio's langjarig samen aan het vergroten van de brede welvaart (zie ook paragraaf 3.2.8 van de septembercirculaire 2025). In de septembercirculaire 2025 zijn middelen voor 2025 tot en met 2027 aan zowel het gemeentefonds als het provinciefonds toegevoegd. Het totaalbudget dat beschikbaar komt voor gemeenten is C 348.000 in 2026.
Van het beschikbare budget is bij Voorjaarsnota C 277.000 van het provinciefonds naar het gemeentefonds overgeboekt. Aanleiding is dat de gemeente Borger-Odoorn nu, in plaats van de provincie Drenthe, kashouder is van de regio Emmen (Zuid- en Oost-Drenthe). Daarnaast is er een aanvulling op de NPVR middelen voor gemeenten van in totaal C 71.000. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-26.
Meicirculaire gemeentefonds 2026
41
27. Veerkrachtige Wijken Er is door de gemeente Zwijndrecht, het ministerie van JenV en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) gezamenlijk geconstateerd dat in een aantal buurten in Zwijndrecht de leefbaarheid en veiligheid onder druk staat en problemen zoals werkloosheid, armoede, onderwijsachterstanden, woonproblematiek en slechte gezondheid zich opstapelen. In aanvulling op alle inzet die de afzonderlijke partners al plegen in deze buurten is besloten tot een intensieve gezamenlijke gebiedsgerichte aanpak. Er is voor deze aanpak C 300.000 in 2026 beschikbaar gesteld voor de gemeente Zwijndrecht. 28. Aanpak rivaliserende jeugdgroepen De gemeente Den Haag ontvangt in 2026 een bijdrage van C 293.360 voor doorontwikkeling en borging van de aanpak rivaliserende gewelddadige jeugdgroepen. De in de gemeente Den Haag opgedane kennis kan vervolgens breder verspreid worden naar andere steden/regio's. 29. Natuurbrandpreventie en -mitigatie Nederland ziet steeds meer brandgevoelige dagen met mogelijke omstandigheden waarbij er sprake kan zijn van een risico op onbeheersbare natuurbranden. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) stelt daarom in de periode 2026 tot en met 2029 in totaal C 1,2 miljoen beschikbaar aan gemeenten waar een verhoogd risico op natuurbranden aan de orde is (zie ook paragraaf 3.2.34 van de decembercirculaire 2025).
De desbetreffende gemeenten worden hiermee in staat gesteld om bij te dragen aan het doel om natuurbrandbeheersing te versterken, bijvoorbeeld door natuurbrandbeheersingsplannen op te stellen of betrokken partijen te begeleiden.
Het gaat om een bedrag van C 292.000 in 2026, C 357.000 in 2027, een bedrag van C 349.000 in 2028 en een bedrag van C 175.000 in 2029. De verdeling van het budget is gebaseerd op ingediende aanvragen die door de provincies Zeeland en Noord-Brabant voor de desbetreffende gemeenten zijn gedaan bij het ministerie van LVVN.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-29. 30. Pilotproject VvE's Schiedam De gemeente Schiedam ontvangt in 2026 een eenmalige bijdrage van C 280.000 ten behoeve van het afronden van een vastgelopen pilot met Verenigingen van eigenaren (VvE) in de wijk Groenoord. Deze pilot is gericht op verduurzaming van woningen en aansluiting van woningen op het warmtenet. De betrokken VvE's hebben al aanzienlijke kosten gemaakt, maar zijn door externe omstandigheden nog niet tot uitvoering van de verduurzamingplannen gekomen. Met deze bijdrage wordt de gemeente Schiedam in staat gesteld een aantal plannen alsnog met de betrokken VvE's af te ronden.
Meicirculaire gemeentefonds 2026
42
31. MIRT-onderzoek Brainportregio De gemeente Eindhoven ontvangt van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) in 2026 een bijdrage in de kosten voor het onderzoek Energie en verstedelijking. Het gaat om een bedrag van C 252.000. 32. Nabije triage Zorg- en Veiligheidshuis De gemeente Goeree-Overflakkee ontvangt in 2026 en 2027 een bijdrage van in totaal C 374.000 voor het project Nabije triage Zorg- en Veiligheidshuizen (ZVH) RotterdamRijnmond. De professionals werkzaam bij de ZVH spelen een cruciale rol in de procesregie en expertise rondom complexe casuïstiek met veiligheidsrisico's. Het is derhalve van belang dat deze professionals tijdig worden betrokken. Van het totaalbedrag is C 249.000 beoogd als bijdrage in de kosten voor 2026 en C 125.000 voor de kosten in 2027. 33. Actieagenda mkb-dienstverlening De Actieagenda midden- en kleinbedrijf (mkb)-dienstverlening 2024-2026 is opgesteld om overheden en andere partijen beter te laten samenwerken en zo de dienstverlening aan het brede mkb effectiever en toegankelijker te maken (zie ook paragraaf 3.2.38 van de decembercirculaire 2025). Met de actieagenda wordt beoogd om in de periode tot 2028 100.000 mkb-ondernemers te bereiken en te ondersteunen bij het toekomstbestendig maken van hun bedrijf. Het gaat om een totaalbedrag van C 247.845.
De gemeente Heerlen ontvangt C 82.600, Leiderdorp C 82.645 en Maastricht C 82.600. 34. Experiment nieuw stembiljet Tijdens de Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober 2025 is in vijf gemeenten, op uitnodiging van de minister van BZK, voor de tweede keer geëxperimenteerd met een nieuw model stembiljet (zie ook paragraaf 3.2.20 van de decembercirculaire 2024). Het doel van het experiment was om inzicht te krijgen in hoe een nieuw stembiljet in de praktijk werkt voor kiezers, stembureauleden, gemeenten en leveranciers van verkiezingsmaterialen. Het ministerie van BZK verstrekt aan de deelnemende gemeenten in 2026 een eenmalige tegemoetkoming in de kosten voor deelname aan het experiment met het nieuwe stembiljet. Het totaalbedrag is C 200.000 en wordt verdeeld met een staffel, naar rato van het aantal stembureaus en kiesgerechtigden per deelnemende gemeente. Bij de vaststelling van dit bedrag is in overleg met betrokken gemeenten ook rekening gehouden met lokaal gedaalde structurele kosten voor het experiment.
De verdeling per gemeente is als volgt: Alphen aan de Rijn: C 60.000, Boekel: C 20.000, Borne: C 50.000, Midden-Delfland: C 20.000 en Tynaarlo: C 50.000. 35. Work in NL (Dienstverlening arbeidsmarktregio) Om goede informatievoorziening, hulp en dienstverlening aan EU-arbeidsmigranten te bieden worden middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van de verschillende arbeidsmarktregio's (zie ook paragraaf 3.2.22b van de decembercirculaire 2025). De gemeente Arnhem, centrumgemeente van de arbeidsmarktregio Midden-Gelderland,
Meicirculaire gemeentefonds 2026
43
ontvangt in 2026 een bijdrage van C 188.000. 36. Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven In de decembercirculaire 2025 (zie paragraaf 3.2.1) is C 40 miljoen uitgekeerd aan gemeenten voor de decentralisatie-uitkering Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven. Abusievelijk hebben de gemeenten Dinkelland, Tubbergen en Waterland geen budget ontvangen. Met een aanvulling in deze circulaire van in totaal C 110.000 voor het jaar 2026 wordt dit hersteld. De gemeente Dinkelland ontvangt in totaal C 100.057. Dat is inclusief het budget voor de gemeente Tubbergen, aangezien beide gemeenten samenwerken met 1 sociaal ontwikkelbedrijf. De gemeente Waterland ontvangt C 9.944. 37. Continuering coördinerende rol binnen NPLV-Netwerk De gemeente Zaanstad ontvangt in 2026 een incidentele bijdrage van C 40.000 voor haar coördinerende rol en expertise in het netwerk van de 20 NPLV-gebieden in de eerste helft van 2026. In het netwerk worden de samenwerkingsafspraken tussen de gebieden en Rijksoverheid herijkt en gaat de uitvoering van de gebiedsplannen een volgende fase in. 38. Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders Enkele gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met het inrichten en in stand houden van een zogeheten BRP-straat (zie ook paragraaf 4.2.8 van de meicirculaire 2016).
Vanwege een wijziging van het aantal inschrijvingen en kosten ten opzichte van de startsituatie wordt er C 265.000 ten laste van de decentralisatie-uitkering toegevoegd aan de algemene uitkering. Zie ook paragraaf 2.2.15 van deze circulaire.
Een overzicht met de verdeling van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-38. 39. Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) Voor 2027 is C 671 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Hiervan wordt C 583 miljoen verdeeld door middel van een verdeelsleutel die op verzoek van de VNG is opgesteld door Andersson Elffers Felix (AEF). Deze verdeelsleutel is gebaseerd op de verschillende taken die gemeenten hebben en bijbehorende indicatoren zoals het aantal inwoners van een gemeente. Dezelfde verdeelsleutel is ook voor 2026 toegepast (zie paragraaf 3.3.2 van de decembercirculaire 2025).
Op voorstel van de VNG, in samenwerking met de RVO, wordt C 85,9 miljoen van het totaalbudget toegekend voor plannen die gemeenten hebben op gebied van het aardgasvrij maken van wijken, het aanleggen van windparken of zonneweiden of een zero-emissiezone.
Een onderdeel van de algemene uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid zijn middelen voor de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL).
Meicirculaire gemeentefonds 2026
44
Sinds 2019 werken de G4-gemeenten gezamenlijk aan de uitrol van laadinfrastructuur voor alle modaliteiten.
De gemeente Utrecht ontvangt C 1,9 miljoen van het totaalbudget ten behoeve van de NALregio G4. Met deze middelen wordt de NAL-regio G4 in staat gesteld om bij te dragen aan het doel om een landelijk dekkend laadnetwerk voor alle modaliteiten te realiseren.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-39. 40. Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV's) werken samen als het gaat om de preventie van discriminatie op lokaal niveau. Voor de kerntaken van de ADV's krijgen gemeenten sinds 2009 structureel geld via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Gemeenten krijgen in 2027 (net als in 2024, 2025 en 2026) middelen om méér aan preventie te kunnen doen (zie ook paragraaf 3.2.14 van de meicirculaire 2025). Hiervoor is in 2027 in totaal C 2,5 miljoen beschikbaar. De middelen worden verdeeld op basis van een vast bedrag per inwoner van C 0,14.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-40. 41. Knelpunten verdeelproblematiek Jaarlijks wordt de decentralisatie-uitkering: Knelpunten verdeelproblematiek ten laste van de algemene uitkering geactualiseerd voor het extra jaar dat in de desbetreffende circulaire zichtbaar wordt (zie ook paragraaf 2.2.4 van de septembercirculaire 2023). Deze decentralisatie-uitkering houdt verband met btw-aspecten ten aanzien van wegen die in beheer zijn van waterschappen. Gemeenten zijn op grond van de Wet herverdeling wegenbeheer verplicht om het onderhoud aan hun wegen te bekostigen. Doorgaans kunnen gemeenten de voor het onderhoud van de wegen afgedragen btw declareren bij het BCF. Als het beheer van de wegen is uitbesteed aan de waterschappen is dat echter niet mogelijk. In dit geval gaat het om C 107.000 in 2031. Zie ook paragraaf 2.2.5 van deze circulaire.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-41. 42. Impulsbudget sociale infrastructuur extrapolatie Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de sociale infrastructuur en daarbij behorende doelen ten aanzien van het ondersteunen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Vanaf 2025 tot en met 2034 is er (impuls)budget beschikbaar om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken (zie paragraaf 3.2.3 van de meicirculaire 2025 en paragraaf 3.2.9 van de septembercirculaire 2025).
Meicirculaire gemeentefonds 2026
45
In de periode 2026 tot en met 2030 is jaarlijks C 33 miljoen beschikbaar. Daarna bouwt dit bedrag af naar C 20,8 miljoen in 2034. In de Voorjaarsnota 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begrotingshorizon. Daarvoor wordt de extrapolatie van C 33 miljoen gecorrigeerd met C 2,8 miljoen.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-42.
Toelichting integratie-uitkeringen 43. Loon- en prijsbijstelling 2026 Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2026 (C 84,1 miljoen in 2026, aflopend naar C 68,1 miljoen in 2031). Daarnaast wijzigt de budgetverdeling voor de rijksbijdrage beschut werk als gevolg van een nieuwe verdeelsleutel. Zie ook de paragrafen 3.3.8 en 3.3.9. De bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Participatie voor de jaren 2026 tot en met 2031 zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. 44. Loon- en prijsbijstelling 2026 Beschermd Wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd Wonen wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2026 (C 66,5 miljoen vanaf 2026). Dit bedrag is over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van de huidige verdeling van deze uitkering. De actuele verdeling van de integratie-uitkering Beschermd Wonen is opgenomen als internetbijlage bij deze circulaire. 45. Rijksbijdrage sociale infrastructuur extrapolatie In de Voorjaarsnota 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begrotingshorizon. De middelen voor 2031 zijn via de extrapolatie aan de begroting toegevoegd. Het gaat om een bedrag van C 1,6 miljoen.