[I26.07887] Evaluatie toetsingskader investeringen uit Eneco-gelden
Tekst van het document
Evaluatie toetsingskader investeringen uit Eneco-gelden Classificatie Openbaar/lntern gebruik
BMC
Inhoudsopgave
BY RANDSTAD
01
De opdracht
05
Voorbeelden andere gemeenten
02
Het toetsingskader
06
Conclusie en advies
03
Het verloop van de Eneco-reserve
07
Scenario's
04
Het resultaat van het toetsingskader
2
Partners in verbetering
“\.
De opdracht
BMC RANOSTAD PROFESSIONAL
De opdracht: aanleiding en motie M2025-015 Aanleiding Begin 2020 hebben de (gemeentelijke) aandeelhouders van Eneco in de regio Rotterdam/Den Haag al hun aandelen in dit bedrijf verkocht. Dit heeft voor de gezamenlijke gemeenten een boekwinst opgeleverd van ruim C 4 miljard. In de gemeente Lansingerland heeft de verkoop van alle aandelen Eneco plaatsgevonden, wat geleid heeft tot een boekwinst van C 137,6 miljoen in 2020 en een toename van de liquiditeitspositie voor dat bedrag. In de brief over de bestuursopdracht 'Afloop bestuursopdracht Herziening financieringsstructuur' heeft het college de raad geïnformeerd over welke voorstellen er voorliggen om financieel rendement te behalen, schulden te verlagen en te investeren in Stedin. Naast deze aanwendingen van de Eneco-gelden bleef er nog een fors bedrag over waarmee investeringen in Lansingerland zouden kunnen worden gedaan. Wenselijk was om de investeringsvoorstellen te beoordelen en af te wegen op basis van een toetsingskader. Op 6 november 2025 heeft de raad, bij de behandeling van de begroting 2026-2029, motie M2025-015 aangenomen.
BMC
BY RANDSTAD
Motie M2025-015 Het toetsingskader Eneco-reserve is nu enkele járen in werking en is nog niet geëvalueerd. Motie M2025-015 verzoekt het college om de feítelijke werking van het Toetsingskader Eneco-reserve te evalueren op effectiviteit in het licht van de gestelde doelen, en deze evaluatie, voorzien van aanbevelingen, aan de Raad aan te bieden. Deze evaluatie moet uiterlijk 1 juni 2026 aan de raad worden aangeboden. De bedoeling is om op basis van een evaluatie na te gaan of dit kader tot op heden heeft gefunctioneerd, of het nog volstaat, en of het ook toekomstig voldoende politiek draagvlak heeft. Hiermee wordt beoogd dat de resterende middelen in de Eneco-reserve (circa C 65 miljoen) op een goede manier kunnen worden ingezet. Het college voert dit onderzoek uit op basis van de gemeentewet artikel 213a (doeltreffendheid en doelmatigheid).
4
De opdracht: onderzoeksvragen Hoofdvraag De gemeente Lansingerland heeft aangegeven deze motie te willen uitvoeren in het kader van de reguliere 213a-onderzoeken (doeltreffendheid en doelmatigheid). Het onderzoek kent de volgende hoofdvraag: "Wat is de effectiviteit van het Toetsingskader Eneco-reserve als wordt gekeken naar de gestelde doelen?"
Deelvragen Ter beantwoording van de hoofdvraag zijn de volgende deelvragen vastgesteld: 1. Wat zijn de oorspronkelijke doelen en uitgangspunten van de Eneco-reserve? 2. Hoe zijn deze doelen vertaald in de toetsingscriteria Eneco-reserve? 3. Hoe is het toetsingskader tot nu toe toegepast (ínhoud en proces) en welke knelpunten en verbeterpunten zijn zichtbaar in de uitvoering (proces)? 4. In hoeverre zijn de doelstellingen van het toetsingskader Eneco-reserve gerealiseerd (resultaat)? 5. Zijn er projecten of uitgaven geweest die niet bijdroegen aan de gestelde doelen vanaf het vaststellen van het toetsingskader (vanaf 1 september 2021)?
BMC
BY RANDSTAD
Resultaat Gezien de uitkomsten van het onderzoek (de antwoorden op de hoofdvraag en deelvragen) hebt u gevraagd advies te geven over enerzijds het bijstellen van het toetsingskader, gezien vanuit het oorspronkelijke doel en/of het samenvoegen van de Eneco-reserve met de algemene reserve met het oog op de aankomende mobiliteit en maatschappelijke investeringsopgave (wonen, voorzieningen). Daarnaast hebt u gevraagd om maximaal vier mogelijke scenario's voor te stellen met daarbij een advies voor de keuze van een scenario.
5 ì
BMC
De opdracht: het proces
BY RANDSTAD
Stap 1: Startbijeenkomst
Stap 2: Bureauanalyse
Stap 3: Interviews
Stap 4: Analyse en rapportage
Het onderzoek is gestart met een bijeenkomst om de onderzoeksvragen, het normenkader en de beschikbare documentatie definitief vast te stellen. Hiermee is de basis gelegd voor een heldere samenwerking, inclusief een vaste overlegstructuur en zijn er afspraken gemaakt over de te informeren gremia.
In de bureauanalyse zijn de oorspronkelijke doelstellingen en de feítelijke toepassing van het toetsingskader onderzocht op basis van raads- en collegevoorstellen. Deze analyse vormde het fundament voor de interviews en de scenario-ontwikkeling, waarbij de focus lag op de effectiviteit van het kader zonder de inhoudelijke beleidskeuzes opnieuw te doen.
Middels drie thematische groepsinterviews met de politiek, het bestuur en de ambtelijke organisatie zijn de bevindingen uit de bureauanalyse getoetst en praktijkervaringen opgehaald. Deze gesprekken dienden om gesignaleerde knelpunten te verdiepen en de beantwoording van de onderzoeksvragen te valideren voor de finale oordeelsvorming.
In de rapportage zijn de bureauanalyse en interviewresultaten geïntegreerd tot een feítelijke evaluatie van de negen mutaties uit de Eneco-reserve en de belangrijkste bevindingen uit de praktijk. Het resultaat is dit zelfstandig leesbaar adviesdocument met maximaal vier scenario's voor de toekomstige inzet van de resterende Eneco-gelden.
6
Á
Samenvatting Doelstelling van het toetsingskader (deelvraagl) Doel van het toetsingskader was om de politieke regie over de bestedingen bij de raad te houden en de middelen strikt te scheiden van de reguliere exploitatie. In deze context werd het toetsingskader ontworpen als een objectief instrument om de verwachte stroom aan initiatiefvoorstellen te prioriteren. De verwachting was destijds dat de Raad en de Samenleving zelf met initiatieven zouden gaan komen voor de inzet van de Eneco middelen. De toetsingscriteria (deelvraag 2) Hiertoe zijn een aantal (11) toetsingscriteria opgesteld. Deels betreffen het hier financiële criteria, en voor een deel inhoudelijke criteria. Voor een nadere toelichting op de criteria wordt verwezen naar de beschrijving in hoofdstuk 2. De toepassing van het toetsingskader (deelvraag 3) Het beleidskader is niet in alle gevallen toegepast. Daar komt bij dat het eerder verwachte uitgangspunt: het prioriteren van voorstellen nooit aan de orde is geweest, simpelweg omdat er te weinig voorstellen voorhanden waren. Terugkijkend is het verwachte proces waarbij de raad en samenleving met initiatieven kwamen, niet of nauwelijks van de grond gekomen. Tot op heden zijn er geen externe voorstellen ingediend.
BMC
BY RANDSTAD
Het uitblijven van deze initiatieven liet daardoor de ruimte om anders naar deze middelen te kijken. In het rapport is een overzicht opgenomen van de weging van de verschillende voorstellen. Bij de laatste voorstellen heeft geen weging aan de hand van de criteria plaatsgevonden. leder voorstel heeft uiteraard (positieve) maatschappelijke effecten gehad. De individuele weging van de zwaarte van deze effecten is primair een politieke. Daar zijn wij niet in getreden in het kader van dit onderzoek. Geen sturingsinstrument vooraf (deelvraag 4 en 5) Bij de start was het toetsingskader ontworpen als een strategisch en objectief filter, bedoeld om een verwachte stroom aan initiatieven te wegen en te prioriteren. Hoewel het kader in opzet nog steeds als filter kan fungeren, is het benodigde aanbod aan concurrerende plannen vanuit de raad en de samenleving simpelweg uitgebleven. Hierdoor is de rol van het kader in de praktijk verschoven. Omdat projecten niet met elkaar concurreren, fungeert het instrument niet langer als sturingsmiddel aan de voorkant. Er vindt per voorstel nog steeds een expliciete en serieuze afweging plaats, maar deze weging gebeurt uitsluitend individueel.
I
Overwegingen en advies voor een vervolg Verschuiving van iconische ambities naar het oplossen van maatschappelijke knelpunten Hoewel alle gehonoreerde projecten sinds september 2021 een publiek of maatschappelijk belang dienen, is er een afwijking zichtbaar van de oorspronkelijke visie. De Eneco-gelden waren geïnitieerd voor unieke, generatie-overstijgende projecten, maar zijn in de praktijk vaker ingezet om acute financiële of maatschappelijke knelpunten op te lossen. Illustratief is de inzet van C 25,5 miljoen voor het Integraal Huisvestingsplan (IHP), dat primair diende als methode om ingrijpende bezuinigingen te vermijden. Hoewel de projecten formeel voldoen aan het vastgestelde toetsingskader, onderstrepen deze voorbeelden dat de huidige criteria ruim zijn geformuleerd. Deze brede inzetbaarheid maakt het mogelijk om uiteenlopende projecten kwalitatief binnen de kaders te verantwoorden. De techniek vervangt de politiek bestuurlijke afweging niet Hoewel het kader technisch en academisch correct is, wordt het door de veranderde context in de praktijk niet effectief ingezet om de gestelde doelen te bereiken. Bovendien kan het instrument de fundamentele actuele politieke keuze tussen het doen van "iconische uitgaven" of het dichten van financiële gaten niet vervangen. Overigens hebben wij in het rapport aangegeven dat meer gemeenten hiermee worstelen.
BMC
BY RANDSTAD
Keuze voor een strategisch scenario Er resteert nog C 68 miljoen in de Eneco-reserve. Wij adviseren om een weloverwogen keuze te maken tussen een drietal scenario's: Scenario 1: Focus op iconische investeringen
De Eneco-gelden worden strikt gereserveerd voor visionaire, unieke en generatie-overstijgende projecten, waarbij de focus ligt op maatschappelijk nut voor de zeer lange termijn. De middelen zijn uitsluitend bedoeld voor initiatieven die buiten de reguliere gemeentelijke taken vallen en die niet op een reguliere wijze in de begroting zijn of horen te zijn verwerkt. Hiermee wordt voorkomen dat de reserve wordt ingezet voor projecten die feítelijk tot de reguliere exploitatie behoren. Bij de incidentele investeringen moet als gevolg daarvan wel rekening worden gehouden met de structurele lasten. Scenario 2a: Investeren in de groei van de gemeente
De gemeente Lansingerland staat de komende járen voor een uitbreiding van de woningvoorraad, wat een groei van 11.000 woningen met zich meebrengt. Deze groei vereist investeringen in woningbouw, mobiliteit en maatschappelijke voorzieningen (zoals scholen en sportfaciliteiten). De middelen dekken hierbij uitsluitend onrendabele top of extra kwaliteit, bovenop het reguliere kostenverhaal.
Overwegingen en advies voor een vervolg Scenario 2b: Thematische reservering
In dit scenario worden de resterende Eneco-middelen (circa C 68 miljoen) verdeeld over een beperkt aantal vooraf vastgestelde maatschappelijke thema's. In plaats van elk individueel project door een evaluatiekader te halen, stelt de raad per thema een budget beschikbaar met specifieke ambities. Scenario 3: Toevoegen aan de algemene reserve
In dit scenario wordt de specifieke bestemmingsreserve 'Eneco-gelden1 formeel opgeheven. Het restantbudget van circa C 68 miljoen vloeit direct terug naar de algemene middelen van de gemeente, waardoor het onderdeel wordt van het ongeoormerkte eigen vermogen.
BMC
BMC
Samenvatting scenario's
BY RANDSTAD
Nr
Scenario
Grootste voordeel
Grootste nadeel
1
Iconische investeringen
Maximale politieke herkenbaarheid. De reserve wordt niet uitgenut door reguliere taken
Geld blijft onaangewend bij gebrek aan projecten. Blijvende druk om reguliere tekorten als iconisch te labelen
2A
Investeren in de groei van de gemeente
Voorkomt/stelt bezuinigingen uit. Maakt grote, reguliere maatschappelijke opgaven direct financierbaar.
Kapitaal is sneller uitgeput door grote mutaties. Het unieke karakter van iconische uitgaven gaat verloren.
2B
Thematische reservering
Richting is vooraf bepaald, wat de discussie per individueel project minimaliseert en ‘reverse engineering’ voorkomt.
Gereserveerde budgetten bieden weinig flexibiliteit om onvoorziene tegenvallers op te vangen.
3
Toevoegen aan de Algemene Reserve
Versterkt de leencapaciteit bij externe toezichthouders en biedt maximale flexibiliteit voorde begroting
Risico dat het kapitaal wordt gebruikt voor incidentele exploitatietekorten. De Raad ervaart minder grip op de middelen
0
Partners in verbetering
April 2026
2. Het toetsingskader
BMC RANOSTAD PROFESSIONAL
BMC
Deelvraag 1: De doelstelling van het toetsingskader Het toetsingskader is ontworpen als een strategisch instrument om de gemeenteraad van Lansingerland te faciliteren in de oordeelsvorming over de aanwending van de Eneco-gelden. Het hoofddoel is het bieden van een objectief raamwerk waarmee investeringsvoorstellen worden gewogen op zowel maatschappelijk als financieel rendement. Hiermee is invulling gegeven aan de gezamenlijke ambitie van het college en de raad om de incidentele middelen optimaal in te zetten voor het publiek belang.
BY RANDSTAD
Trechter van het Toetsingskader investeringen uit Enecogelden Ideeënfase (C137.6M) Ŵ
A
In de kern hanteert het kader een trapsgewijze benadering voor bestuurlijke besluitvorming. Voordat voorstellen inhoudelijk worden gewogen, vindt er een kwalificatie plaats op basis van randvoorwaardelijke criteria. Deze 'hygiënetoets' waarborgt dat elk initiatief het publiek belang dient, beschikt over een dekking voor structurele lasten, en de financiële weerbaarheid van de gemeente (uitgedrukt in de nettoschuldquote) niet in gevaar brengt. Deze systematiek borgt dat alleen voorstellen die aan de minimale financiële en maatschappelijke vereisten voldoen, in aanmerking komen voor verdere uitwerking.
Randvoorwaarden (Publiek Belang, Dekking, Schuldquote)
(Inhoudelijke S Financiële)
Verdere uitwerking en besluitvorming (MKBA, Toekomstperspectief, Omgevingsvisie en Burgerparticipatie)
Op inhoudelijk niveau stuurt het kader op realisatie van de strategische ambities van de gemeente Lansingerland. Voorstellen worden beoordeeld op hun concrete bijdrage aan de tien opgaven uit het Toekomstperspectief, de Omgevingsvisie en de Sustainable Development Goals (SDG's). Hiermee dient het toetsingskader als instrument voor kwaliteitsborging; het maakt inzichtelijk hoe incidentele investeringen bijdragen aan de structurele langetermijndoelen van de gemeente.
®I
Realisatie S Monitoring
Deelvraag 1: het toetsingskader: proces van besluitvorming De effectiviteit van het toetsingskader is geborgd binnen de reguliere P&C-cyclus. In het toetsingskader is het proces geschetst die wordt toegepast om tot voorstellen en besluitvorming te komen. Het proces van besluitvorming bestaat uit de volgende vier stappen: 1. Voorselectie en kaderstelling (Kadernota) Zowel de raad als het college kunnen initiatiefvoorstellen indienen. Deze worden voorzien van een eerste globale toetsing aan de afwegingscriteria van het toetsingskader. Op basis van deze uitwerking besluit de raad tijdens de Kadernota welke voorstellen kansrijk genoeg zijn om nader uitgewerkt te worden en welke voorstellen afvallen. 2. Uitwerking van het bestedingsvoorstel Na een positieve beoordeling door de raad volgt een gedetailleerde uitwerking van het voorstel. Hierin wordt een maatschappelijke kosten-batenanalyse opgenomen en wordt de koppeling gemaakt met de Omgevingsvisie en de tien opgaven uit het Toekomstperspectief. Ook wordt duidelijk gemaakt hoe burgerparticipatie een rol speelt in de uitvoering. Nieuwe inzichten uit deze fase kunnen leiden tot een aanpassing van de oorspronkelijke scores.
BMC
BY RANDSTAD
3. Finale besluitvorming bij begroting Het college legt de uitgewerkte voorstellen ter besluitvorming voor aan de raad tijdens de begrotingsbehandeling. Zodra de raad akkoord is, wordt het budget beschikbaar gesteld en wordt het bedrag gereserveerd ten laste van de Eneco-gelden.
4. Monitoring van de voorstellen De voortgang van de uitvoering van de bestedingsvoorstellen wordt jaarlijks verantwoord in de jaarstukken.
13
Deelvraag 2: het toetsingskader: inhoudelijke en financiële weging Binnen het toetsingskader zijn allereerst drie criteria geformuleerd die bepalend zijn of een verdere beoordeling op ínhoud en financiën volgt. Dit betreffen: 1. Publiek belang 2. Deugdelijke financiële dekking 3. (het handhaven van) een voldoende schuldenquote. Verdere uitwerking van een voorstel voor inzet van Eneco-gelden gebeurt alleen indien op deze drie criteria drie keer groen wordt gescoord, of twee keer groen en maximaal één keer oranje. De inhoudelijke en financiële weging vindt plaats langs een zevental criteria. De inhoudelijke criteria betreffen: A1 - de mate waarin het bestedingsvoorstel een bijdrage levert aan het Toekomstperspectief en de opgaven van de gemeente Lansingerland; A2A - de mate waarin de investering bijdraagt aan lopende opgaven en gemaakte afspraken richting derden; A2B - de mate waarin de uitvoering van het investeringsproject en de gestelde doelen kansrijk wordt geacht;
BMC
BY RANDSTAD
A3 - De periode waarin de investering bijdraagt aan het maatschappelijk nut. A4 - De periode waarin de investering bijdraagt aan maatschappelijk nut
De financiële criteria betreffen: B1 - De mate waarin de investering zichzelf terugverdient; B2 - De mate waarin andere partijen financieel bijdragen aan de investering en daarmee investeren in publiek belang van Lansingerland; B3 - De omvang van de financiële consequenties indien van de investering wordt afgezien. De inhoudelijke afweging kent nadrukkelijk geen harde uitsluitingscriteria, rood scoren op de inhoudelijke afweging leidt dan ook zeker niet per definitie tot een afwijzing. Hoe 'groener' het voorstel, hoe kansrijker het voorstel zal zijn om doorgang te vinden. Op de volgende pagina gaan we in op de definities binnen het toetsingskader. 14
Deelvraag 2: verloop van de Eneco-reserve: definitie toetsingskader Criteria
Toelichting
Publiek belang
De mate waarin het publiek belang van Lansingerland wordt gediend
Groot belang
Gering belang
Geen belang
Structurele dekking
De structurele lasten die volgen uit de investering zijn gedekt in de meerjarenbegroting
Volledige structurele dekking
Gedeeltelijke dekking of op termijn dekking
Geen dekking
Schuldenquote
De afname van liquiditeit/toename van schulden
Schuldenquote komt in categorie A minst risicovol
Schuldenquote komt in categorie B neutraal
Schuldenquote komt in categorie C meest risicovol
A1
De mate waarin het bestedingsvoorstel een bijdrage levert aan het Toekomstperspectief en de opgaven van de gemeente Lansingerland
Grote bijdrage
Draagt bij
Draagt nauwelijks bij
Geen bijdrage
A2A
De mate waarin de investering een bijdrage levert aan verschillende opgaves
Grote bijdrage
Draagt bij
Draagt nauwelijks bij
Geen bijdrage
A2B
De mate waarin de investering bijdraagt aan huidige opgaves en gemaakte afspraken richting derden, verplichtingen, toezeggingen, etc.
Grote bijdrage
Draagt bij
Draagt nauwelijks bij
Geen bijdrage
A3
De mate waarin de uitvoering van het investeringsproject (en de gestelde doelen) kansrijk wordt geacht
Zeer kansrijk
Tamelijk kansrijk
Nauwelijks kansrijk
Niet kansrijk
A4
De periode waarin de investering bijdraagt aan maatschappelijk nut
> 25 jaar
> 10 jaar, ^ 25 jr
> 5 jaar, ^ 10 jr
< 5 jaar
B1
De mate waarin de investering zichzelf terugverdient (rendabel is)
^800/»
< 800Zo, maar ^ 500Zo
< 500Zo maar ^200Zo
« 200/0
B2
De mate waarin andere partijen financieel bijdragen aan de investering en daarmee investeren in publiek belang van Lansingerland
^800/»
< 800Zo, maar ^ 500Zo
< 500Zo maar ^200Zo
«200/0
B3
De financiële consequenties indien van de investering wordt afgezien
Groot
Aanmerkelijk
Gering
Nihil
Partners in verbetering
3. Het verloop van de Enec
BMC
BMC
Deelvraag 3: het verloop van de Eneco-reserve In de tabel rechts is een overzicht weergegeven van alle uitgaven die ten laste van de Eneco-reserve zijn gedaan. Het Integraal Huisvestingsplan vormt met C 25.491.000 veruit de grootste onttrekking. Op de volgende pagina's van dit hoofdstuk lichten we deze bestedingen nader toe.
BY RANDSTAD
Jaar
Omschrijving
Bedrag
2021
Boeterente leningenportefeuille
Cl 1.340.000
2021
Aankoop preferente aandelen Stedin
C 12.859.000
2022
Casa Cadanza
Cl 6.761.442*
2022
Tekort Sporthoeklaan
2024
Solar Carport Gemeentehuis
C 408.000
2024
Solar Carport Westpolder
C 305.000
2025
Slotwijziging ter ophoging Solar Carport Gemeentehuis
C 178.000
2025
Investeringsfonds Duurzaamheid
2026
Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs
C 3.600.545
C 3.825
C 25.491.000
* Betreft het totale ínvesteríngskredíet, waarvan het grootste deel ten laste ís gekomen van de Eneco-reserve.
17
Verloop van de Eneco-reserve: Boeterente Leningportefeuille en Aandelen Stedin
BMC
BY RANDSTAD
Project: Boeterente Leningportefeuille
Project: Aankoop preferente aandelen Stedin
Omschrijving: Ter compensatie van de structurele problematiek van de wegvallende Eneco-dividenden
Omschrijving: Stedin heeft een kapitaalinjectie nodig om robuust te blijven en de noodzakelijke verzwaring van het energienet te kunnen realiseren
Actie: De Eneco-gelden zijn ingezet om deze reserve te vullen, waardoor eerdere onttrekkingen uit de algemene reserve (C 10,3 mln.) en de reserve Sociaal Domein (C 1,04 mln.) ongedaan konden worden gemaakt.
Actie: Aankoop van cumulatief preferente aandelen als cofinanciering (Lansingerland hield al 3,380z0 van het reguliere aandelenkapitaal).
Effect: Het gemeentelijk weerstandsvermogen en de liquiditeitspositie verbeterden hierdoor direct.
Effect: Stedin kan het energienet verzwaren (publiek belang) en het voorkomt dat de gemeente structureel C 200.000 tot C 400.000 per jaar aan dividend misloopt.
Werking toetsingskader: Het formele toetsingskader was ten tijde van deze besluitvorming (eerste begrotingswijziging 2021) nog niet vastgesteld.
Werking toetsingskader: Om het nieuwe kader aan de Raad te demonstreren toetsingskader als illustratief voorbeeld opgesteld.
is
het
Verloop van de Eneco-reserve: Casa Cadanza en Tekort Sporthoeklaan
BMC
BY RANDSTAD
Project: Casa Cadanza
Project: Tekort Sporthoeklaan
Omschrijving: De investering voor de realisatie van het cultuurhuis (o.a. theater en bibliotheek) vielen hoger uit door bouwkostenstijgingen, inflatie en extra duurzaamheidswensen
Omschrijving: De gemeente wilde twee casussen tegelijk aanpakken. De opvang van Oekraïense ontheemden (L00) en het tekort aan flexwoningen voor lokale spoedzoekers. Woningcorporatie 3B Wonen kreeg de business case hiervoor niet sluitend.
Actie: Om dit te dekken is besloten de Eneco-reserve in te zetten voor de hogere kapitaallasten in plaats van de algemene reserve. Effect: Het cultuurhuis kan worden gebouwd (maatschappelijk belang) zonder dat de weerstandsratio (financiële gezondheid) van de gemeente onder de norm zakt. Werking toetsingskader: Randvoorwaarden: Het scoorde 3x groen op de randvoorwaarden ínhoud en financiën: Het scoort maximaal op inhoudelijk maatschappelijk nut ^25 jaar) , maar in tegenstelling tot Stedin is het financieel rendement hier "nihil". Het doel hier is puur maatschappelijk effect.
Actie: De gemeente stelde de grond 'om niet' (gratis) ter beschikking aan 3B Wonen. Het resulterende tekort op de grondexploitatie van C 3,6 miljoen werd gedekt uit de Eneco-reserve. Effect: Hierdoor konden beide maatschappelijke opgaven in één project worden gecombineerd. Werking toetsingskader: Randvoorwaarden: Dit is het eerste project dat een keer oranje scoorde (slechts gedeeltelijke financiële dekking), maar kwam door het kader dankzij twee groene scores op publiek belang en een veilige schuldquote ínhoud en financiën: Het financiële rendement op de investering is nihil. Het Eneco-geld fungeerde hier als 'vliegwiel': door deze gemeentelijke dekking kwamen ook de aanzienlijke bijdragen van het Rijk en 3B Wonen vrij.
Verloop van de Eneco-reserve: Solar Carports en Integraal Huisvestingsplan
BMC
BY RANDSTAD
Project: Solar Carports (Gemeentehuis S P -h R Westpolder)
Project: Integraal Huisvestingsplan (IHP)
Omschrijving: De gemeente zocht naar manieren om de energietransitie te versnellen en tegelijkertijd structureel te bezuinigen op de eigen begroting.
Omschrijving: Het doel van de investering is het realiseren van onderwijshuisvesting. Via de Eneco-reserve zijn deze middelen beschikbaar gesteld.
Actie: Realisatie van zonnepanelen-overkappingen op bestaande gemeentelijke parkeerterreinen. Bij P+R Westpolder is dit slim gecombineerd met de optopping van de garage door de projectontwikkelaar.
Actie: In plaats van de algemene reserve, werd de investering voor scholen en een sporthal op Wilderszijde gedekt uit de Eneco-reserve.
Effect: Meervoudig ruimtegebruik, bescherming tegen hittestress en een structurele daling van de gemeentelijke energielasten. Werking toetsingskader: Randvoorwaarden: De voorstellen scoren hier oranje op publiek belang, het afwegingskader benoemd dat hier primair om een gemeentelijk/intern (financieel) belang gaat. ínhoud en financiën: Het scoort laag op de bijdrage van externe partijen, maar scoort goed op langjarig nut en het structureel terugverdienen van de investering.
Effect: Door deze mutatie (het afzien van de C 25,4 miljoen) werd het surplus van de Algemene Reserve niet verlaagd, maar juist in stand gehouden. Hierdoor bleef de benodigde ruimte behouden om dit surplus in te zetten als dekking voor frictiekosten en om een deel van het structurele begrotingstekort op te vangen. Werking toetsingskader: In het raadsvoorstel wordt de inzet kort gemotiveerd met de stelling dat scholenbouw voldoet aan de voorwaarde van 'maatschappelijk rendement voor de lange termijn'.
Deelvraag 4 en 5: verloop van de Eneco-reserve: ingevulde
BMC
toetsingskaders
~
Onderstaande tabel geeft een overzicht van hoe de uitgaven scoren binnen het toetsingskader. Het valt op dat bij enkele projecten geen score (kleur) is vermeld. In deze gevallen is er destijds geen toetsingskader ingevuld. Een nadere toelichting hierop vindt u op de detailpagina's van de betreffende uitgaven. Nr
Besteding
Publiek belang
Structurele dekking
Schulden-q uote
A1
A2A
A2B
A3
A4
B1
B2
B3
Solar Carport P+R Westpolder Investeringsfonds duurzaamheid Integraal Huisvestingsplan Wilderszijde
21
Partners in verbetering
April 2026
BMC
De context achter het toetsingskader
BMC
BY RANDSTAD
De Startpositie (2021)
De huidige praktijk (2026)
Bij de verkoop van de Eneco-aandelen in 2021, die een opbrengst van í 137,6 miljoen genereerde, besloot de raad om de middelen onder te brengen in een specifieke bestemmingsreserve. Deze keuze werd ingegeven door de sterke wens om de politieke regie over de bestedingen bij de raad te houden en de middelen strikt te scheiden van de reguliere exploitatie. In deze context werd het toetsingskader ontworpen als een objectief instrument om de verwachte stroom aan initiatiefvoorstellen te prioriteren. De verwachting was destijds dat de Raad en de Samenleving zelf met initiatieven zouden gaan komen voor de inzet van de Eneco middelen. Destijds was het financieel vooruitzicht van de gemeente nog positief, de huidige druk op de structurele begroting en het naderende 'ravijnjaar' waren op dat moment nog niet in beeld.
In de huidige praktijk van 2026 is de feítelijke werking van het toetsingskader verschoven ten opzichte van de oorspronkelijke aannames. Terugkijkend is het verwachte proces waarbij de raad en samenleving met initiatieven kwamen, niet of nauwelijks van de grond gekomen. Tot op heden zijn er geen externe voorstellen ingediend. Het uitblijven van deze initiatieven liet daardoor de ruimte om anders naar deze middelen te kijken. De onttrekkingen laten zien dat de middelen worden aangesproken voor opgaven die verder reiken dan reguliere taken. De dynamiek hierachter verschilt echter per project. Zo is de investering in netwerkbedrijf Stedin een strategische keuze. Bij het Integraal Huisvestingsplan (gekoppeld aan de grote uitbreidingsopgave in Wilderszijde) was de insteek anders: vanuit het college werd specifiek verzocht om te zoeken naar een alternatieve dekking. Door aangescherpte toezichtkaders van de Provincie Zuid-Holland (PZH) over de inzet van de Algemene Reserve (AR) ontstond er een nieuw speelveld. Omdat deze bestemmingsreserve buiten de strenge PZH-regels voor de Algemene Reserve valt, was de inzet van de Eneco-gelden voor het IHP een logisch alternatief. De bestemmingsreserve bood zo de mogelijkheid voor deze grote kapitaalinvestering.
Omdat de druk op de structurele begroting en het naderende 'ravijnjaar' flink toenam, ontstond in combinatie met de hoge Eneco-reservepositie de mogelijkheid om de gelden incidenteel anders aan te wenden. De keuze om de reserve specifiek bij het IHP in te zetten, was hierbij een eenmalige en volledig transparante afweging. De raad had het voorstel van het college immers kunnen afwijzen onder verwijzing naar het toetsingskader. In dat geval had de raad de begroting moeten amenderen en het hogere tekort moeten dekken door middel van aanvullende bezuinigingen of extra lastenverzwaringen (OZB). Door in te stemmen met de inzet van de Eneco-gelden, heeft de raad hierin destijds zelf een bewuste afweging gemaakt.
De context achter het toetsingskader
BMC
BY RANDSTAD
Doelmatigheid en doeltreffendheid Hoewel het toetsingskader technisch en academisch correct is opgezet, blijkt de effectiviteit in de praktijk beperkt. Waar het instrument was ontworpen als een filter voor een stroom aan concurrerende initiatieven vanuit de samenleving, de politiek en de ambtelijke organisatie, is deze stroom in de realiteit uitgebleven. Hierdoor mist het kader zijn sturende doel. Daarnaast zijn de criteria ruim geformuleerd, waardoor ze in de praktijk (te) breed inzetbaar blijken. Met een overtuigende onderbouwing is hierdoor nagenoeg elk project passend te maken binnen de gestelde kaders.
24
Financieel effect van een bestemmingsreserve
BMC BY RANDSTAD
De Eneco-gelden zijn op dit moment ondergebracht in een bestemmingsreserve. Een bestemmingsreserve behoort tot het eigen vermogen en de gemeenteraad kan ieder moment de bestemming van de reserve wijzigen. Toevoeging of onttrekking aan de bestemmingsreserve vindt plaats bij de resultaatbepaling. Door het feit dat de raad er een bestemming aan heeft gegeven worden de middelen gezien als beklemd. Bij de bepaling van de weerstandsratio staat de toezichthouder (de provincie) toe dat de Eneco-reserve tot de beschikbare buffers wordt gerekend. Het is echter niet toegestaan om de reserve te betrekken bij de bepaling van het surplus. Overigens is dit geen verplichte BBV-indicator. Als het aan de commissie BBV ligt zal de impact van de risico's op de financiële positie in de toekomst meer kwalitatief moeten worden beschreven.
25
BMC
BMC
Situatie Lansingerland niet uniek Inleiding Voordat we ingaan op de specifieke situatie in Lansingerland, schetsen we eerst de bredere context. De vraagstukken waar de gemeente mee te maken heeft, staan namelijk niet op zichzelf. Voor deze kwalitatieve vergelijking hebben we onder meer gebruikgemaakt van een notitie van het CPB en COELO/RUG, en hebben we gekeken naar de specifieke casus rondom de Eneco-gelden in de gemeente Eleemstede. De volgende sheets laten zien dat de situatie in Lansingerland niet uniek is. Dit helpt niet alleen om de eigen positie beter in perspectief te plaatsen, maar biedt ook direct inzicht in hoe elders met deze dynamiek wordt omgegaan.
BY RANDSTAD
Belangrijkste conclusies CPB-notitie «
miljard werd landelijk binnen tien jaar volledig uitgegeven.
«
«
Integrale aanwending: De verkoopopbrengsten worden als ongeoormerkte baten toegevoegd aan de algemene middelen. De besteding vindt plaats over de volle breedte van het gemeentelijke takenpakket.
Om de lokale situatie beter te duiden, biedt het rapport relevante context. Dit onderzoek uit 2021 analyseert de uitgaven van gemeenten na de verkoop van hun aandelen in Nederlandse energiebedrijven.
* In 2021 werd op basis van de analyse van het CPB verwacht dat deze gemeenten het geld van de verkoop van de Eneco-aandelen de komende tien jaar grotendeels zullen uitgeven aan een breed scala aan bestedingsdoelen, waaronder sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening, ontwikkeling van bouwgrond, onderwijs en cultuur en recreatie.
Geen lagere belastingen: Lokale lasten (OZB) zijn niet of nauwelijks gedaald. Mogelijk vermijden bestuurders tijdelijke verlagingen uit vrees voor latere verhogingen.
CPB-notitie (COELO/RUG): "Geld moet stromen?"
Verwachting Eneco-gelden:
De 10 jaars-horizon: De totale opbrengst van circa 11
Verschuiving in besteding: o Voor 2015: Focus op het fysieke domein o
(grondexploitaties) Na 2015: Focus op het sociale domein (Wmo, jeugdzorg, onderwijs) door decentralisaties.
BMC
Situatie Lansingerland niet uniek Rapport Rekenkamer Heemstede: Besluitvorming besteding Eneco-gelden De Rekenkamer Heemstede onderzocht hoe de gemeente besloot over de aanwending van circa C 37 miljoen aan Eneco-opbrengsten. De centrale conclusie is dat de gekozen doelen weliswaar breed worden gedragen, maar dat het besluitvormingsproces zelf "onduidelijk en ongestructureerd” is verlopen.
BY RANDSTAD
Reflectie op de landelijke trends en de casus Heemstede De situatie in de gemeente Lansingerland past in een breder landelijk beeld. Ervaringen uit andere gemeenten bieden een spiegel voor de toekomstige inzet van de middelen. *
Keuze voor ‘Iconisch' vraagt om actieve bescherming o
Kenmerken van de besteding: « Geen integrale afweging: Er heeft nooit een formele, integrale weging van alternatieve doelen plaatsgevonden.
«
o
De landelijke trend (CPB) laat zien dat incidentele meevallers vrijwel altijd binnen 10 jaar volledig zijn uitgegeven aan reguliere voorzieningen. Indien de Raad vast wil houden aan de visie van 'Iconische projecten', is het van belang de budgetten strikt te scheiden.
Projecten ‘toevallig' op het pad: Het overgrote deel van de middelen (C 13,1 mln.) is bestemd voor het Wegcategoriseringsplan (WCP). Dit lijkt eerder het resultaat van het feit dat dit project 'toevallig' op het pad van de raad kwam dan van een bewuste visie op de Eneco-gelden.
Verdeling van middelen: Naast verkeersveiligheid (Cl 3,1 mln.) ging het geld naar dekking van wegvallend dividend (C3,3 mln.), energietransitie (C4,4 mln.) en verduurzaming van eigen vastgoed (Cl mln.).
*
Risico op ‘beleid bij toéval' o
o
In Heemstede werd het overgrote deel van de middelen besteed aan projecten die 'toevallig' op het pad kwamen. Dit is een belangrijk signaal voor de praktijk in Lansingerland, waarbij de Eneco-reserve vaker achteraf als dekkingsmiddel in beeld komt voor projecten die al urgent zijn of reeds in gang zijn gezet. Het risico op 'beleid bij toéval' neemt hierdoor toe: de reserve wordt een financieringsbron voor wat 'toch al moet', in plaats van een bewuste, strategische keuze aan de voorkant voor 'wat we extra willen'.
Partners in verbetering
April 2026
BMC RANOSTAD PROFESSIONAL
Conclusie: Realisatie van Doelstellingen
BMC
BY RANDSTAD
Het toetsingskader fungeert in de praktijk niet als sturingsinstrument vooraf
Verschuiving van iconische ambities naar het oplossen van financiële knelpunten
Bij de start was het toetsingskader ontworpen als een strategisch en objectief filter, bedoeld om een verwachte stroom aan initiatieven te wegen en te prioriteren. Hoewel het kader in opzet nog steeds als filter kan fungeren, is het benodigde aanbod aan concurrerende plannen vanuit de raad en de samenleving simpelweg uitgebleven. Hierdoor is de rol van het kader in de praktijk verschoven. Omdat projecten niet met elkaar concurreren, fungeert het instrument niet langer als sturingsmiddel aan de voorkant. Er vindt per voorstel nog steeds een expliciete en serieuze afweging plaats, maar deze weging gebeurt uitsluitend individueel. Het kader wordt veelal gebruikt voor projecten die reeds in gang zijn gezet of acuut noodzakelijk blijken, waarbij het dient als motivatie voor de gekozen financiële dekking. Daarbij verschilt de toepassing in de praktijk: waar in sommige gevallen een expliciete afweging via het kader plaatsvindt, wordt de inzet in andere gevallen (zoals bij het IHP) op hoofdlijnen gemotiveerd zonder dat er formeel en expliciet aan het kader is getoetst.
Hoewel alle gehonoreerde projecten sinds september 2021 een publiek of maatschappelijk belang dienen, is er een afwijking zichtbaar van de oorspronkelijke visie. De Eneco-gelden waren geïnitieerd voor unieke, generatie-overstijgende projecten, maar zijn in de praktijk vaker ingezet om acute financiële of maatschappelijke knelpunten op te lossen. Illustratief is de inzet van f25,5 miljoen voor het Integraal Huisvestingsplan (IHP), dat primair diende als methode om ingrijpende bezuinigingen te vermijden. Ook bij Casa Cadanza fungeerde de reserve, via een amendement, als dekkingsmiddel voor gestegen bouwkosten, ondanks het ontbreken van direct financieel rendement. Hoewel deze projecten formeel voldoen aan het vastgestelde toetsingskader, onderstrepen deze voorbeelden dat de huidige criteria ruim zijn geformuleerd. Deze brede inzetbaarheid maakt het mogelijk om uiteenlopende projecten kwalitatief binnen de kaders te verantwoorden.
30
Conclusie: Het proces De evaluatie van het proces laat zien dat het toetsingskader niet altijd consequent wordt ingezet. In de praktijk is niet bij elke uitgave een volledig ingevuld kader aan de gemeenteraad voorgelegd. Bij de eerste grote onttrekking (de boeterente van Cl 1,3 miljoen) was dit nog te verklaren, omdat het instrument destijds nog niet was vastgesteld. Echter, ook bij latere besluiten werd afgeweken van het proces. Zo is de inzet voor het Integraal Huisvestingsplan (C25,5 miljoen) slechts beknopt gemotiveerd, in plaats van uitgebreid getoetst.
BMC
BY RANDSTAD
Het stapsgewijze proces wordt soms doorkruist door het politieke debat. Bij Casa Cadanza werd de inzet van de Eneco-reserve bijvoorbeeld geregeld via een amendement om een dekkingsprobleem op te lossen, waardoor het reguliere voorselectie-proces werd overgeslagen. Hierbij kan worden geconcludeerd dat het toetsingskader procesmatig niet fungeert als een dwingende voorafgaande voorwaarde, maar eerder als een optionele, administratieve verantwoording achteraf.
Daarnaast speelden bij dit voorstel ook bredere financiële overwegingen een rol, zoals het verwachte effect op het financiële surplus. Hoewel de impact op het surplus formeel geen onderdeel uitmaakt van het toetsingskader, vormt dit wel een relevante factor in de bestuurlijke afweging.
31
Het toetsingskader is ondergeschikt aan de fundamentele politieke afweging
BMC BY RANDSTAD
Hoofdvraag:
Advies
'Waf is de effectiviteit van het Toetsingskader Eneco-reserve als wordt gekeken naar de gestelde doelen?"
Op basis van onze conclusie komen we tot de volgende twee aanbevelingen:
Conclusie « Niet effectief als sturingsmiddel: Het kader is technisch en academisch correct, maar wordt door de veranderde context in de praktijk niet effectief ingezet om de gestelde doelen te bereiken.
«
Techniek vervangt politiek niet: Het instrument kan de fundamentele, actuele politieke keuze tussen het doen van iconische uitgaven of het dichten van financiële gaten niet vervangen.
1.
Kies een strategisch scenario: Maak als raad een fundamentele, eenmalige keuze voor de bestemming van de resterende f 68 miljoen.
2.
Maak de afweging expliciet: Accepteer de inzet voor de Groei Opgave/Algemene Reserve om het ravijnjaar op te vangen en leencapaciteit te vergroten, óf zonder het budget strikt af voor Iconen met de acceptatie dat er dan regulier bezuinigd moet worden.
32
Partners in verbetering
April 2026
7. Scenario's
BMC RANOSTAD PROFESSIONAL
Scenario 1: Focus op iconische investeringen Omschrijving De Eneco-gelden worden strikt gereserveerd voor visionaire, unieke en generatie-overstijgende projecten, waarbij de focus ligt op maatschappelijk nut voor de zeer lange termijn. De middelen zijn uitsluitend bedoeld voor initiatieven die buiten de reguliere gemeentelijke taken vallen en die niet op een reguliere wijze in de begroting zijn of horen te zijn verwerkt. Hiermee wordt voorkomen dat de reserve wordt ingezet voor projecten die feítelijk tot de reguliere exploitatie behoren. Bij de incidentele investeringen moet als gevolg daarvan wel rekening worden gehouden met de structurele lasten.
«
exploitatietekorten Beeldbepalend: Projecten met een toonaangevende impact op de leefomgeving waarvan het effect na 80 jaar nog zichtbaar is.
BY RANDSTAD
Voordelen « « «
De Eneco-reserve blijft behouden voor toekomstige generaties en wordt niet 'geruisloos' uitgenut. Maximale politieke herkenbaarheid van de bestedingen Brengt de Raad en samenleving 'in stelling' om zelf met visie en unieke initiatieven te komen.
Nadelen « «
Kenmerken van "Iconische" projecten: « Bovenwettelijk: geen financiering van reguliere taken of
BMC
«
«
Het 'hek' rondom de reserve beperkt de solvabiliteit en leencapaciteit van de gemeente Risico dat de Eneco-gelden niet besteed worden bij een gebrek aan geschikte iconische projecten. De druk om gereserveerde middelen alsnog aan te wenden voor de dekking van reguliere begrotingstekorten in plaats van iconische projecten. Risico op een aanbodgedreven besteding, waarbij de beschikbaarheid van middelen leidend wordt voor de projectkeuze in plaats van de inhoudelijke noodzaak. 34
Scenario 2a: Investeren in de groei van de gemeente Omschrijving
«
Kenmerken « Focus op kerntaken: De middelen worden aangewend voor
«
«
«
BY RANDSTAD
Voordelen
De gemeente Lansingerland staat de komende járen voor een uitbreiding van de woningvoorraad, wat een groei van 11.000 woningen met zich meebrengt. Deze groei vereist investeringen in woningbouw, mobiliteit en maatschappelijke voorzieningen (zoals scholen en sportfaciliteiten).
grote opgaven uit de Omgevingsvisie en het Toekomstperspectief, zoals de bouw van scholen en sportvoorzieningen Project Wilderszijde: Een concreet voorbeeld is de toewijzing van ï 25,5 miljoen voor het Integraal Huisvestingsplan (IHP) in de wijk Wilderszijde. Hoewel dit formeel een onttrekking is, is hierbij de intentie uitgesproken om deze middelen op termijn weer aan te zuiveren. Indien de grondexploitatie (GREX) van Wilderszijde de komende járen positieve resultaten laat zien, kunnen deze baten worden aangewend om de Eneco-reserve weer aan te vullen. Strategische buffer: De reserve kan als instrument dienen om zowel de groeiopgave als de financiële druk van het 'ravijnjaar' 2028 op te vangen.
BMC
«
Door de inzet van deze incidentele middelen worden ingrijpende structurele bezuinigingen op andere terreinen voorkomen of uitgesteld. De reserve stimuleert grote maatschappelijke opgaven die anders lastig financierbaar zijn binnen de reguliere begroting. De investeringen leveren een maatschappelijk nut op voor de lange termijn.
Nadelen «
«
Het missen van een uniek, iconisch project waardoor de historische herkomst van het geld (de Eneco-aandelen) na enkele járen niet meer zichtbaar of herleidbaar is voor de politiek en de inwoner. Door grote mutaties, zoals de f 25,5 miljoen voor het IHP, neemt de omvang van de reserve snel af. Dit beperkt de ruimte voor toekomstige incidentele kansen. Om dit risico te beheersen, kan de raad de afspraak maken om niet-begrote meevallers of positieve jaarrekening resultaten toe te voegen aan de Eneco-reserve (bijvoorbeeld tot het oorspronkelijke niveau van voor de IHP-onttrekking), in plaats van deze standaard naar de Algemene Reserve te laten vloeien. 35
Scenario 2B: Thematische reservering Omschrijving In dít scenario worden de resterende Eneco-middelen (circa C 68 miljoen) verdeeld over een beperkt aantal vooraf vastgestelde maatschappelijke thema's. In plaats van elk individueel project door een evaluatiekader te halen, stelt de raad per thema een budget beschikbaar met specifieke ambities.
Kenmerken « Aansluiting bij visie: Bijvoorbeeld een koppeling aan de
«
«
Omgevingsvisie 2.0 en de Samenlevingsvisie, met focus op prioritaire thema's zoals Wonen, Lokaal Team en Digitalisering. Kaderstelling aan de voorkant: De politieke weging over de verdeling van de miljoenen vindt eenmalig en integraal plaats bij de vaststelling van de thema's. Proces: Investeringsvoorstellen worden getoetst aan de specifieke doelen van het thema, wat de noodzaak tot achteraf passend maken (’Reverse Engineering') minimaliseert.
BMC
BY RANDSTAD
Voordelen «
«
«
Per thema wordt een duidelijke aanwending gedefinieerd, waardoor voor de inwoner zichtbaar blijft wat de Eneco-gelden per thema hebben opgeleverd. Stroomlijnt de politieke discussie bij kredietaanvragen. Eloewel de raad elke onttrekking nog steeds expliciet moet vaststellen, vindt de belangrijkste weging over de koers en de budgettaire grenzen reeds aan de voorkant plaats. Borgt dat de middelen over de volle breedte van het gemeentelijk takenpakket worden ingezet.
Nadelen «
«
Gereserveerdbudget binnen het ene thema kan bij onvoorziene ontwikkelingen (zoals de druk van het 'ravijnjaar') niet eenvoudig worden ingezet voor andere prioriteiten. De politieke discussie verschuift van de inhoudelijke projectkwaliteit naar de initiële verdeling van het kapitaal over de verschillende thema's.
36
I
Scenario 3: Toevoegen aan de Algemene Reserve Omschrijving In dit scenario wordt de specifieke bestemmingsreserve 'Eneco-gelden' formeel opgeheven. Het restantbudget van circa f 68 miljoen vloeit direct terug naar de algemene middelen van de gemeente, waardoor het onderdeel wordt van het ongeoormerkte eigen vermogen.
Kenmerken « Balans: De focus verschuift van het labelen van specifieke
« «
projecten naar het versterken van het weerstandsvermogen en de algemene financiële slagkracht. Financiële wendbaarheid: Middelen zijn direct inzetbaar zonder beperkende randvoorwaarden vooraf. Integrale prioriteitstelling: De besteding van de gelden vindt plaats binnen de reguliere begrotingscyclus (P&C-cyclus), waarbij projecten in directe concurrentie met andere prioriteiten worden gewogen.
BMC BY RANDSTAD
Voordelen «
«
«
De provincie en banken beoordelen de financiële gezondheid en de capaciteit om nieuwe leningen aan te gaan primair op basis van de vrije algemene reserve Het biedt flexibiliteit om de grote voorfìnancieringsopgave van de groeiende gemeente en de tekorten van het 'ravijnjaar' 2028 op te vangen. Voorkomt dat Lansingerland zichzelf fìnancieel-technisch armer rekent door gelden beklemd te houden in een reserve terwijl er voor de groei opgave extern geleend moet worden.
Nadelen «
«
«
Zonder de bescherming van een bestemmingsreserve is er een groter politiek risico dat het kapitaal wordt gebruikt voor incidentele exploitatietekorten (zoals in de jeugdzorg) in plaats van duurzame investeringen. De historische en symbolische koppeling met de 'Eneco-bruidsschať verdwijnt uit de boeken, waardoor de herleidbaarheid op lange termijn afneemt. De gemeenteraad ervaart mogelijk minder directe grip op de specifieke bestemming van de middelen dan bij het huidige toetsingskader. 37
Scenario 3: Toevoegen aan de Algemene Reserve
BMC BY RANDSTAD
Alternatief voor het verantwoorden van de Eneco-gelden « Transparante verslaglegging: Hoewel de resterende Eneco-middelen in dit scenario financieel opgaan in de Algemene Reserve (waarmee de fysieke scheiding van het geld vervalt), kan er gewerkt worden met een administratief oormerk. In de jaarrekening wordt via een specifieke paragraaf inzichtelijk gemaakt welke onttrekkingen en grote maatschappelijke investeringen administratief aan de oorspronkelijke Eneco-reserve' worden toegeschreven. Zo behoudt de raad de politieke herkenbaarheid en transparantie, zonder dat dit de boekhoudkundige flexibiliteit van de Algemene Reserve in de weg staat.
«
Motivatie: Bij elk nieuw investeringsvoorstel dat aanspraak maakt op deze middelen, wordt expliciet onderbouwd waarom de inzet maatschappelijk gerechtvaardigd is en hoe dit direct bijdraagt aan de strategische lange termijn ambities van de gemeente.
Deze methode waarborgt de gewenste zichtbaarheid voor de raad en inwoners, terwijl de gemeente profiteert van een versterkte leencapaciteit door het opheffen van de technische beklemming van de bestemmingsreserve.
38
Samen naar beter
Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort
BMC
BY RANDSTAD
Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl Kvk BMC Advies 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598. B.01
Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de ínhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC. 39