[I25.14755] Ruimtelijke onderbouwing BOPA Zonneveld Munnikenpark - gezwart
Tekst van het document
^PONDERA
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA Zonneveld Munnikenpark Recurrent Energy 724110| 1.0
Á
PONDERA
Pondera
Colofon
Hoofdvestiging Nederland
Soort document
Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA
info@ponderaconsult.com
Zonneveld Munnikenpark
Postbus 919 6800 AX Arnhem
Versienummer
Vestiging South East Asia
Datum
Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia
12-06-2025
724110
Vestiging North East Asia
Opdrachtgever
Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea
Recurrent Energy
Projectnaam
Vestiging Vietnam 7th Floor, Serepok Building 56 Nguyen Dinh Chieu Street, Da Kao District 1 Ho Chi Minh City Vietnam
V1
Project nummer
Auteur
Nagekeken door
Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schríftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever. De Rechtsverhouding opdrachtgevers - architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.
Pondera werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem dat door EIK gecertificeerd is volgens de ISO 9001:2015 norm.
EIK ISO 9001:2015
gecertificeerd
PONDERA
Managementsamenvatting Recurrent Energy B.V. is voornemens een zonneveld inclusief Energie Opslag Systeem (hierna: EOS) te realiseren in de gemeente Lansingerland, op een reststrook langs de N470. Het projectgebied is ca. 13 ha groot, inclusief landschappelijke inpassing. Het zonneveld heefteen vermogen van ca. 10 MWp en kan elektriciteit opwekken voor ongeveer 3.200 huishoudens. Daarmee draagt het substantieel bij aan de doelstellingen van RES-regio Rotterdam-Den Haag. Door een EOS toe te voegen aan het project zal het stroomnet worden ontlast op piekmoment. Het projectgebied ligt op een oost-west georiënteerde reststrook, in stedelijk gebied nabij Zoetermeer, een bedrijventerrein en het glastuinbouwgebied aan de noordkant van de gemeente Lansingerland. Bij het projectvoornemen is sprake van Locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied - meervoudig ruimtegebruik (trede 2 op voorkeursvolgorde zon die de provincie Zuid-Holland hanteert). Binnen het projectgebied zijn diverse ondergrondse en bovengrondse leidingen aanwezig. De gronden, bestaande uit grasland, zijn minder geschikt voor landbouw omdat ze sterk versnipperd zijn. Het initiatief past binnen het gemeentelijk Beleidskader zonne-Energie omdat Teststroken zijn aangewezen als zoekgebieden voorzonnevelden. Het plan is reeds positief beoordeeld vanuit de gemeentelijke intaketafel en omgevingstafel.
In dit document zijn alle randvoorwaarden, belemmeringen en kansen voor deze ontwikkeling in kaart gebracht. Dit heeft ertoe geleid dat het uitgangspunt is om ongeveer de helft van het projectgebied te reserveren voor landschappelijke inpassing. Te denken valt aan het toevoegen van ecologische, landschappelijke en/of recreatieve waarden aan het gebied. De initiatiefnemer heeft via procesparticipatie de stakeholders betrokken bij de uitwerking van het landschappelijk ontwerp. Daarnaast biedt dit document een handvat om te komen tot meer betrokkenheid bij deze ontwikkeling door mogelijkheden voor financiële participatie te benoemen. Met lokale energiecoöperatie Lansingerstroom is een intentieverklaring getekend om 10007o lokaal eigendom te realiseren. Het project voldoet aan de eis van een "evenwichtige toedeling van functies aan locaties", zoals beschreven in onderhavig document. Deze onderbouwing zal onderdeel zijn van de aanvraag voor de omgevingsvergunning.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 1
PONDERA
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 1.2 1.3
2
Projectbeschrijving 2.1 2.2 2.3
3
Juridische kaders
Toetsing aan omgevingsplan
19
Huidige regeling omgevingsplan_____________________________________________ 19 Strijdigheid activiteit(en) in relatie tot het omgevingsplan__________________________21 Te volgen procedure______________________________________________________ 21
Beleidskaders 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
6
16
Rijk____________________________________________________________________16 Provincie________________________________________________________________16 Gemeente_______________________________________________________________18 Conclusie 18
4.1 4.2 4.3
5
6
Historische situatie________________________________________________________ 6 Bestaande situatie________________________________________________________10 Toekomstige situatie_______________________________________________________11
3.1 3.2 3.3 3.4
4
4
Aanleiding_______________________________________________________________ 4 Ligging en begrenzing_______________________________________________________ 4 Leeswijzer_______________________________________________________________ 5
22
Rijksbeleid______________________________________________________________ 22 Provinciaal beleid________________________________________________________ 22 Regionaal beleid_________________________________________________________ 25 Gemeentelijk beleid______________________________________________________ 27 Conclusie 29
Omgevingsaspecten 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 6.12 6.13 6.14 6.15 6.16 6.17
31
Mer-beoordeling_________________________________________________________ 31 Bodem__________________________________________________________________31 Archeologie en cultuurhistorie_______________________________________________ 33 Duurzaamheid___________________________________________________________ 35 Externe veiligheid________________________________________________________ 36 Geluid door activiteiten____________________________________________________ 38 Lichtschittering en reflectie_________________________________________________ 41 Gezondheid_____________________________________________________________ 43 Kabels, leidingen en aansluiting_____________________________________________ 44 Klimaatadaptatie_________________________________________________________ 47 Licht___________________________________________________________________50 Luchtkwaliteit___________________________________________________________ 51 Mobiliteit (verkeer en parkeren)_____________________________________________ 53 Natuur en ecologie_______________________________________________________ 54 Stikstof________________________________________________________________ 59 Stedenbouw, landschap en ruimtelijke kwaliteit_________________________________ 60 Water 65
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 2
PONDERA
6.18
7
Haalbaarheid 7.1 7.2
8
71
Financieel economische uitvoerbaarheid______________________________________ 71 Conclusie 72
Maatschappelijke belangenafweging 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5
9 10
Vergunningsvoorschriften en maatwerk_______________________________________ 70
73
Verplichte participatie, bindend adviesrecht gemeenteraad en procedure_____________73 Belangen andere bestuurslagenen ketenpartners________________________________ 73 Procesparticipatie________________________________________________________ 74 Financiële participatie_____________________________________________________ 76 Conclusie 77
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Bijlagen
78 79
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 3
PONDERA
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Recurrent Energy heeft het voornemen om een zonneveld inclusief batterijopslag aan te leggen in de Gemeente Lansingerland, op de strook grotendeels gelegen langs de N470. Op het projectgebied van ca. 12,9 hectare beoogt Recurrent Energy ca. 5,8 hectare aan grondgebonden zonnepanelen en ca. 0,7 hectare drijvende zonnepanelen op de daar aanwezige waterbassins. Dit zal ongeveer 10 MWp aan vermogen bieden, wat circa. 3.200 huishoudens van stroom kan voorzien. Daarmee kan onderhavig zonneveld een bijdrage leveren aan de regionale doelstelling van de RES-regio Rotterdam-Den Haag, om nog 1.000 hectare aan zonnevelden te realiseren voor 2030. De overige ca. 6,4 hectare wordt gebruikt voor landschappelijke inpassing. Recurrent Energy heeft in april 2024 het projectvoornemen vooreen zonneveld geadresseerd en uiteengezet aan de gemeente Lansingerland. In augustus 2024 heeft de gemeente door middel van een intaketafel een aantal adviezen verstrekt, waar rekening mee is gehouden in een principeverzoek dat begin 2025 aan de gemeente is voorgelegd. Hierop heeft de omgevingstafel een positieve reactie gegeven waarbij een aantal voorwaarden zijn gesteld die in voorliggend plan worden uitgewerkt.
Het omgevingsplan van de gemeente Lansingerland duidt het projectgebied aan met functie ‘Agrarisch’ (glastuinbouw), en dubbelbestemmingen ‘Leiding- Hoogspanningsleiding’ en ‘Leiding- wateľ, waarin een zonneveld niet passend is. Het beoogde zonneveld inclusief batterijopslag past niet binnen de huidige functie van het projectgebied en is er sprake van een buitenplanse omgevingsactiviteit. Voor de onderbouwing van een buitenplanse omgevingsactiviteit is deze ruimtelijke onderbouwing nodig, die laat zien dat er sprake is van een evenwichtige toelichting van functies aan locaties.
1.2
Ligging en begrenzing
Het projectgebied ligt ten noorden van Tuinbouwgebied Noordpolder aan de rand van de gemeente Lansingerland. Het ligt direct ten zuiden van de N470; de verbindingsweg tussen Zoetermeer, Pijnacker en Berkel en Rodenrijs. De wijk Rokkeveen bevindt zich ten noorden van de N-weg. Het gebied betreft een strook grond, voornamelijk grasland, met drie aaneengesloten waterbassins behorend aan een paprikateler gevestigd aan de Munnikenweg. Het projectgebied wordt aan de onderzijde begrensd door een glastuinbouwgebied en aan de noordoostkant ligt een industriegebied. In Figuur 1.1 is de projectlocatie weergeven.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA Zonneveld MunnikenparkBijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 4
PONDERA
Figuur 1.1 Projectlocatie
0SPONDERA a company of Royal HaskoningOHV Datum: 20-05-2025 CRS: EPSG:28992
Legenda I
1.3
I Projectgebied
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie en de beoogde situatie in het projectgebied uiteengezet. Hoofdstuk 3 gaat in op de juridische kaders vanuit het Rijk, de provincie en de gemeente. In Hoofdstuk 4 wordt het project getoetst aan het omgevingsplan, waaruit volgt op welke gronden het project strijdig is met huidige bestemmingen. In dit hoofdstuk wordt ook ingegaan op de te volgen procedure. De beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente worden vervolgens in hoofdstuk 5 uitgewerkt. Daarbij wordt inzichtelijk gemaakt op welke manier het project aansluit bij de geformuleerde beleidsdoelstellingen en ambities. Hoofdstuk 6 toetst het project aan specifieke omgevingsaspecten (natuur, water, etc.). In dat hoofdstuk worden voorde verschillende omgevingsaspecten de beleidskaders en juridische kaders samengevat, wordt hieraan getoetst en wordt beschreven of, en onder welke eventuele voorwaarden, sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. De economische haalbaarheid wordt besproken in hoofdstuk 7. In hoofdstuk 8 wordt vervolgens ingegaan op de maatschappelijke belangenafweging waarbij ingegaan wordt op de uitgevoerde participatie, de eventuele rol van de gemeenteraad bij bindend adviesrecht en de belangen van de overige bestuurslagen en ketenpartners.
Daarnaast wordt in dit hoofdstuk nog ingegaan op de procedure en de bijbehorende eventuele zienswijzen. Tot slot wordt in hoofdstuk 9 behandeld hoe er bij deze BOPA wordt gewerkt naar een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 5
PONDERA
2 Projectbeschrijving 2.1 Historische situatie De Munnikenweg in Berkel en Rodenrijs heeft door de járen heen een duidelijke transformatie ondergaan, van landelijke ontsluitingsweg tot volwaardige stedelijke infrastructuur. Deze ontwikkeling weerspiegelt de bredere ruimtelijke groei van de kern Berkel en Rodenrijs, zoals af te leiden is uit historisch kaartmateriaal afkomstig van Topotijdreis.nl. In 1950 bevond de Munnikenweg zich in een overwegend landelijk gebied, dat nog volledig werd gekenmerkt door agrarisch grondgebruik en een open polderlandschap. De gemeente Berkel en Rodenrijs had in deze periode het karakter van een plattelandsgemeente met een compacte dorpskern en een verspreid patroon van boerderijen en agrarische erven in het omliggende buitengebied. Het gebied rondom de Munnikenweg maakte integraal deel uit van dit agrarische cultuurlandschap. Langs en rondom de Munnikenweg lagen uítgestrekte veen- en kleigronden, die hoofdzakelijk in gebruik waren voor melkveehouderij, tuinbouw en akkerbouw. Kenmerkend waren de lange, smalle kavels, gescheiden door sloten en watergangen, die bepalend waren voor het rationele verkavelingspatroon van de Zuid-Hollandse veenweidegebieden. Er was weinig tot geen bebouwing buiten de dorpskern; het landschap was open en grotendeels infrastructuurlijnen.
onbebouwd,
met
incidentele
lintbebouwing
langs
enkele
oudere
De Munnikenweg zelf had in deze periode een eenvoudige, lokale functie. Het betrof een smalle, vermoedelijk halfverharde weg die werd gebruikt voor lokaal verkeer tussen boerderijen, erven en de dorpskern van Berkel. De weg was niet ingericht voor intensief gemotoriseerd verkeer, kende geen voorzieningen voor langzaam verkeer en werd hoofdzakelijk gebruikt door landbouwvoertuigen, fietsers en voetgangers. Openbare verlichting of verkeerskundige inrichting ontbrak vrijwel geheel. De weg had in deze periode een beperkte betekenis in regionaal opzicht en fungeerde primair als secundaire ontsluitingsweg binnen het agrarische landschap. In ruimtelijke zin was er in 1950 nog geen sprake van grootschalige verstedelijking, bedrijventerreinen of infrastructuurprojecten in de directe omgeving. De locatie bevond zich op aanzienlijke afstand van de toen nog relatief kleine stad Zoetermeer, die pas decennia later zou uitgroeien tot een groeikern. Ook de latere ontwikkeling van het bedrijventerrein Lansinghage en de aanleg van de provinciale weg N470 lagen nog ver in de toekomst. De situatie in 1950 vormt daarmee het nulpunt van een geleidelijke maar ingrijpende ruimtelijke transformatie.
Het contrast met de situatie in de latere decennia is groot: waar het gebied toen werd gedomineerd door rust, openheid en agrarische productie, zou het landschap in de tweede helft van de twintigste eeuw steeds intensiever worden gebruikt en geleidelijk transformeren naar een meer stedelijk en multifunctioneel gebied.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 6
PONDERA
Figuur 2.1 Projectgebied in 1950
Rond 1980 bevond de omgeving van de Munnikenweg zich in een overgangsfase van landelijk naar voorstedelijk gebied. Waar in de voorgaande decennia het landschap werd gekenmerkt door openheid, agrarisch gebruik en lage bebouwingsdichtheid, begon in deze periode de eerste significante verstedelijking zichtbaar te worden. Deze ontwikkeling stond in directe relatie tot de bevolkingsgroei in de regio en het toenemende ruimtedruk vanuit omliggende stedelijke kernen zoals Zoetermeeren Rotterdam. De kern van Berkel en Rodenrijs begon zich in deze periode langzaam uit te breiden, met de aanleg van nieuwe woonwijken aan de rand van het historische dorpscentrum. Deze uitbreidingen bestonden voornamelijk uit grondgebonden eengezinswoningen, vaak in de vorm van rijtjeshuizen of kleinschalige laagbouw, die waren ontwikkeld volgens de stedenbouwkundige principes van die tijd: duidelijke scheiding tussen wonen, werken en verkeer, met veel aandacht voor groene tussenruimtes. Ook in de directe nabijheid van de Munnikenweg begon de bebouwingsdruk toe te nemen. Hoewel het gebied nog grotendeels agrarisch van aard was, werd het omliggende landschap steeds meer gefragmenteerd door nieuwe woonontwikkelingen en voorbereidende infrastructuur.
In veel gevallen was er sprake van een mengvorm: het landschap behield zijn agrarische hoofdstructuur, maar er verschenen her en der woningen, bedrijfsgebouwen en utilitaire functies aan de randen van bestaande linten en wegen. De Munnikenweg zelf kreeg in deze periode een steeds belangrijkere functie binnen de lokale ontsluiting. De weg werd deels verhard of verbeterd, om het groeiende verkeer als gevolg van de uitbreidingen in goede banen te leiden. Hoewel de weg nog niet als volwaardige stedelijke corridor kon worden aangemerkt, nam de intensiteit van het gebruik toe. De verkeersfunctie verschoof van puur lokaal landbouwverkeer naar gemengd gebruik, waarbij ook personenauto’s en werkverkeer uit de omgeving gebruikmaakten van de route. Tegelijkertijd bleef het landelijke karakter van de weg grotendeels intact, met beperkte voorzieningen en een eenvoudige inrichting. Op regionaal niveau werd in deze periode ook de basis gelegd voor toekomstige grootschalige ontwikkelingen. De stad Zoetermeer, die vanaf de járen '70 een groeikernstatus had gekregen, was in 1980 al flink aan het uitbreiden, onder andere richting het westen. Hoewel de wijk Rokkeveen in deze periode nog
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 7
PONDERA
in de planfase verkeerde, werd de ligging van de Munnikenweg daarmee steeds strategischer. Ook de eerste contouren van bedrijventerreinontwikkeling, zoals het later te realiseren Lansinghage, begonnen zich af te tekenen in de ruimtelijke plannen, hoewel daadwerkelijke bebouwing hier nog grotendeels ontbrak. Samenvattend markeert 1980 een belangrijke transitiefase voor de omgeving van de Munnikenweg: het gebied bevond zich op de grens van agrarisch en verstedelijkt gebruik. Terwijl het oorspronkelijke landelijke karakter nog grotendeels aanwezig was, werd in de ruimtelijke structuur al duidelijk zichtbaar dat de rol van het gebied aan het verschuiven was naar een stedelijke uitbreidingszone, voorbereid op verdere groei in de decennia die volgden. Figuur 2.2 Projectgebied in 1981
nui
Munnikrnutg
Rond het jaar 2000 maakte de omgeving van de Munnikenweg een ingrijpende ruimtelijke transformatie door, in lijn met de bredere verstedelijkingsgolf in de Zuid-Hollandse regio. De tot dan toe relatief open en agrarische omgeving werd in hoog tempo ingevuld met nieuwe stedelijke functies. Deze ontwikkelingen hadden een grote invloed op het landschap, de infrastructuur en de positionering van de Munnikenweg binnen het ruimtelijk netwerk. Een van de meest bepalende ingrepen in deze periode was de aanleg van de provinciale weg N470, die een directe verbinding tot stand bracht tussen Zoetermeer, Pijnacker, Delfgauw en Delft. De N470 zorgde voor een betere regionale bereikbaarheid en gaf daarmee een sterke impuls aan de ontsluiting van het gebied ten oosten van Berkel en Rodenrijs. De weg doorkruist het landschap op relatief korte afstand van de Munnikenweg en beïnvloedde de ruimtelijke dynamiek in ontwikkelingsmogelijkheden te creëren voor zowel wonen als werken.
de
omgeving
door
nieuwe
Tegelijkertijd vond aan de westzijde van het gebied de bouw plaats van de woonwijk Rokkeveen in Zoetermeer. Deze wijk, die vanaf de járen ‘90 gestaag werd uitgebreid, groeide uit tot een van de grotere woonkernen van de stad. De nabijheid van Rokkeveen vergrootte de stedelijke druk op de oostrand van
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 8
PONDERA
Zoetermeer en zorgde voor een geleidelijke verstedelijking van het grensgebied tussen Zoetermeer en Lansingerland. De verbindingen tussen beide gemeenten werden intensiever, wat de rol van wegen zoals de Munnikenweg veranderde van lokale landweg naar stedelijke schakel binnen een groter netwerk. Aan de noordzijde van de Munnikenweg werd in dezelfde periode gestart met de ontwikkeling van bedrijventerrein Lansinghage. Dit bedrijventerrein voorzag in de toenemende vraag naar ruimte voor logistiek, ambachten lichte industrie in de regio. Lansinghage werd strategisch gepositioneerd nabij de N209 en de spoorlijn tussen Den Haag en Gouda, en fungeerde als motor voor economische activiteit in de omgeving. De komst van dit bedrijventerrein bracht een verschuiving teweeg in de ruimtelijke functie van het omliggende gebied, waarbij landbouwgrond werd omgezet in stedelijk werkgebied. Gezamenlijk leidden deze ontwikkelingen tot een substantiële herstructurering van het gebied rondom de Munnikenweg. Waar eerder sprake was van een overwegend landelijk karakter, ontstond rond 2000 een gemengd stedelijk landschap waarin wonen, werken en infrastructuur in toenemende mate verweven raakten.
De Munnikenweg kwam daarmee te liggen in een gebied met sterk veranderende ruimtelijke verhoudingen, en fungeerde als een verbindend element tussen nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen en regionale infrastructuur. Figuur 2.3 Projectgebied in 2000
In de periode rond 2025 zet de verstedelijking in het gebied rondom de Munnikenweg gestaag door, maar wordt deze in toenemende mate gecombineerd met beleid gericht op verduurzaming, functiemenging en landschappelijke inpassing. De ruimtelijke dynamiek in deze zone wordt gekenmerkt door een verdere intensivering van het ruimtegebruik én een verfijning van de ruimtelijke ordening, met meer aandacht voor balans tussen stedelijke functies, infrastructuur en groene structuren. Een van de meest in het oog springende ontwikkelingen is de verdere uitbreiding van het glastuinbouwgebied aan de oostzijde van het projectgebied. In lijn met regionale ambities voor duurzame en innovatieve tuinbouw is het areaal aan glastuinbouwkassen in dit gebied toegenomen. Deze uitbreiding sluit aan bij de positie van Lansingerland als onderdeel van de zogeheten "Greenport West-Holland", waar modernisering van de glastuinbouw samengaat met energie-efficiëntie, waterbeheer en integratie van logistiek. Nieuwe kassen zijn vaak grootschaliger en technologisch geavanceerder dan hun voorgangers, en passen binnen ruimtelijk beleid dat inzet op clustering en verduurzaming van agrarisch grondgebruik.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 9
PONDERA
De aanwezigheid van deze glastuinbouw aan de oostzijde vormt een scherp contrast met de meer stedelijke invulling van het gebied ten westen van de Munnikenweg, waar bestaande woonwijken en het bedrijventerrein Lansinghage inmiddels volledig zijn ingebed in het stedelijk netwerk. De Munnikenweg zelf fungeert in deze fase als scheidslijn en overgangszone tussen deze twee werelden: aan de ene kant een woon- en werkomgeving met stedelijke kenmerken, aan de andere kant een hoogproductief glastuinbouwgebied met economische betekenis op regionaal niveau. Daarnaast is de openbare ruimte in de directe omgeving van de Munnikenweg in deze periode verder geoptimaliseerd. Er is ingezet op vergroening, veilige verkeersafwikkeling en verbeterde verbindingen voor langzaam verkeer. De weg zelf is geschikt gemaakt voor een gemengd gebruik door auto’s, fietsers en voetgangers, en de ruimtelijke inrichting sluit aan bij actuele inzichten op het gebied van klimaatadaptatie en mobiliteit. De ruimtelijke ontwikkelingen in 2025 tonen daarmee een gebied in balans: een plek waar hoogwaardige glastuinbouw en stedelijke functies elkaar ruimtelijk ontmoeten, en waar de infrastructuur, waaronder de Munnikenweg, is aangepast om deze veelzijdigheid te ondersteunen.
De omgeving van de Munnikenweg wordt zo gekenmerkt door een toekomstgerichte, duurzame inrichting die past binnen de langetermijnvisie van de gemeente Lansingerland en de bredere regio. Figuur 2.4 Projectgebied in 2024
De historische ontwikkeling van de Munnikenweg toont hoe de infrastructuur in de loop van decennia is meegegroeid met de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Lansingerland. Deze context onderbouwt de logische inpassing van het onderhavige initiatief binnen de bestaande en toekomstige structuur van het gebied.
2.2
Bestaande situatie
Het projectgebied bevindt zich ondereen verbindingsweg en boven een glastuinbouwzone, wat zorgt voor een industriële uitstraling (Figuur 2.5). Binnen en rondom het gebied liggen diverse sloten, waarvoor het
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 10
PONDERA
waterschap vrijwaringszones heeft vastgesteld. Daarnaast wordt de Munnikenweg gekenmerkt door intensief vracht- en personenverkeer, wat de infrastructuur en bereikbaarheid beïnvloedt. Langs deze weg zijn voornamelijk bedrijven gevestigd, en de meeste woningen in de omgeving worden bewoond door seizoensarbeiders. Een ander belangrijke eigenschap van de omgeving is het hoogteverschil: de N-weg ligt ongeveer één meter hoger dan het projectgebied, wat consequenties heeft voor de ruimtelijke inrichting en toegankelijkheid. Op dit moment worden de percelen waaruit het projectgebied bestaat, meervoudig gebruikt. De functies van het gebied omvatten de volgende: *
wateropslag voor glastuinbouw in de bassins op het terrein;
*
infrastructuur voor Dunea (waterleiding): langs de gehele zuidrand loopt een waterleiding van Dunea. In geval van nood of reparatie moet de leiding bereikbaar zijn, daarom ligt aan weerszijden een vrijwaringszone van 9 meter;
*
infrastructuur voor TenneT (elektriciteitskabels), er staan vijf hoogspanningsmasten meteen vrijwaringszone van 30 meter;
*
agrarische functie; er is een schapenhouder actief;
*
een waterkering van het waterschap (met een landscheidingsfunctie: vormt de rand van het werkgebied, niet voor waterveiligheid in gebruik).
Figuur 2.5 Overzicht van het projectgebied met drie representatieve foto's ter illustratie van de huidige situatie en de ruimtelijke context.
2.3
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie zal het projectgebied, met een totale omvang van 12,9 hectare, een belangrijke rol spelen in duurzame energieopwekking en landschappelijke integratie. Ongeveer 450Zo van het terrein wordt benut voor grondgebonden zonnepanelen, wat neerkomt op 5,78 hectare. Daarnaast worden op de drie waterbassins drijvende zonnepanelen geïnstalleerd, goed voor 0,697 hectare ofwel 5,307o van het gebied. Het resterende deel, 6,423 hectare (49,90/)), wordt gebruikt voor landschappelijke inpassing, waarbij natuur en bestaande functies worden behouden en versterkt.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 11
PONDERA
Een essentieel onderdeel van het project is de toevoeging van batterijen aan het zonneveld, die een bijdrage leveren aan het verminderen van lokale netcongestie. Het batterijensysteem, met een voorgenomen vermogen van ongeveer 10 MWp en een capaciteit van 40 MWh, zorgt voor een stabiele energievoorziening. Binnen het projectgebied worden twee batterijensystemen geplaatst, EOS West en EOS Oost. Hieronder is een indicatie gegeven van een mogelijke opstelling van een EOS (Figuur 2.6). Figuur 2.7 is een kaart waarin de beoogde indeling van het projectgebied wordt gevisualiseerd. 2.3.1 Ruimtelijke opbouw van het projectgebied In de toekomstige situatie zal het plangebied worden ingericht als een energiepark, waarbij drie hoofdcomponenten te onderscheiden zijn: «
Grondgebonden zonnepanelen (circa 8 MWp), op de centrale en noordelijke delen van het terrein.
«
Drijvende zonnepanelen (circa 1,5 MWp) op een bestaande waterpartij aan de westzijde.
«
Batterijopslagsysteem (circa 10 MW/40 MWh), gesitueerd aan de noordrand binnen de afgesproken zones. Zie figuur 2.7 voor een voorbeeld van een systeem.
Daarnaast zijn diverse ruimtelijke elementen toegevoegd die bijdragen aan de landschappelijke en ecologische kwaliteit: «
Natuurvriendelijke oever langs de zuidrand, conform beleidsregels van Hoogheemraadschap Delfland.
«
Ecologische zones met geschikte beplanting in overleg met Dunea, buiten de vrijwaringzones.
«
Onderhoudspaden en toegangswegen afgestemd op bereikbaarheid voor hulpdiensten.
Figuur 2.6 Voorbeeld van een EOS zoals toegepast in vergelijkbare projecten. Dit beeld dient ter illustratie van de mogelijke verschijningsvorm.
2.3.2 Afstemming met ketenpartners Het ontwerp is in verschillende fasen afgestemd met ketenpartners, die ieder verantwoordelijk zijn voor een specifiek aspect van het gebied:
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 12
PONDERA
»
Dunea: Voor de ondergrondse waterleiding is een plantenlijst gedeeld met geschikte vegetatie. De ligging van het onderhoudspad is aangepast om voldoende afstand te houden. Dunea heeft op 28 mei 2025 per e-mail akkoord gegeven op het ontwerp.
«
TenneT: De aanwezigheid van hoogspanningsleidingen vereiste afstemming over de plaatsing van elektrische apparatuur. Er is overeengekomen dat gevoelige apparatuur buiten de interferentie- en onderhoudszones wordt geplaatst.
«
Hoogheemraadschap Delfland: In een formeel vooroverleg op 10 april 2025 is het ontwerp van de natuurvriendelijke oever besproken. Ook is ontheffing verkregen voor de plaatsing van installaties in waterkerende zones (bevestigd op 25 april 2025).
«
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond: De bereikbaarheid van het terrein voor hulpdiensten en de beschikbaarheid van bluswater zijn beoordeeld. Op 7 mei 2025 is bevestigd dat het ontwerp aan de veiligheidseisen voldoet.
2.3.3 Technische en functionele uitwerking Het zonneveld combineert innovatieve technieken met praktische oplossingen. Naast zonnepanelen op land en water wordt een batterijopslagsysteem geïntegreerd om opgewekte energie efficiënt op te slaan. Het zonneveld wordt aangesloten op het nabijgelegen transformatorstation Zoetermeer 3, op circa 400 meter afstand. De netaansluiting is ontworpen volgens het principe van netneutrale opwek, waarbij het batterijopslagsysteem zorgt voor het bufferen van stroom op piekmomenten. Hierdoor wordt netbelasting beperkt en flexibiliteit toegevoegd aan het energiesysteem. «
De opgewekte energie is voldoende voor circa 3.600 huishoudens.
«
De batterijopslag maakt het mogelijk om stroom tijdelijk op te slaan en af te geven wanneer de netvraag daarom vraagt.
«
Monitoring en sturing van het systeem worden op afstand geregeld.
2.3.4 Landschappelijke en maatschappelijke inpassing (participatie) Vanuit de planvorming is nadrukkelijk gekozen voor een ontwerp waarin landschap, ecologie en participatie centraal staan. Ongeveer 5007o van het plangebied wordt vrijgehouden van installaties en ingericht als groene bufferzone, met natuurvriendelijke oevers, kruidenrijk grasland en struweelstructuren die bijdragen aan de lokale biodiversiteit. Participatie Daarnaast is het ontwerp van het plangebied tot stand gekomen in samenspraak met de omgeving, via een zorgvuldig opgezet participatieproces. Gedurende verschillende fases van de planontwikkeling (voorbereiding, uitwerking, realisatie) is contact gezocht met belanghebbenden binnen en rondom het plangebied. Inwoners, grondeigenaren, omwonenden en vertegenwoordigers van lokale organisaties zijn uitgenodigd om mee te denken en te reageren op het conceptontwerp. Zie voor het uitgebreide verslag bijlage 3. Het participatieproces kende verschillende vormen, waaronder: «
Inloopavonden, waarin belanghebbenden konden reageren op ontwerpkeuzes.
«
1-op-1 gesprekken met direct omwonenden.
«
Online informatievoorziening via de projectwebsite.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 13
PONDERA
»
Regelmatig contact met de gemeente, energiecoöperatie Lansingerstroom en maatschappelijke partijen. De opgehaalde input heeft geleid tot concrete aanpassingen in het ontwerp, zoals: «
Verplaatsing van onderdelen van het zonneveld om zichtlijnen vanuit woningen te verbeteren;
«
Toevoeging van extra beplanting en ecologische zones aan de randen van het gebied;
«
Uitwerking van een onderhoudspad in overleg met omwonenden.
Het project wordt bovendien ontwikkeld in samenwerking met energiecoöperatie Lansingerstroom, met het doel om het zonneveld uiteindelijk in 10007o lokaal eigendom te realiseren. Op deze manier vloeien de opbrengsten van het project terug naar de omgeving en blijft ook tijdens de exploitatieperiode de communicatie met de omgeving geborgd via de coöperatie en de projectwebsite. Figuur 2.7 Indeling projectgebied
Landschappelijk inpassingsplan In de toekomstige situatie wordt het projectgebied geïntegreerd in het landschap met het oog op ecologische versterking. Hierbij zijn de uitgangspunten genomen die uit de Omgevingstafel en de Quickscan Flora en Fauna naar voren zijn gekomen. Een gedetailleerde beschrijving is te vinden in het landschappelijk inpassingsplan (bijlage 4). Om nadelige effecten van lichtreflectie te beperken, komt langs de zuidzijde struweelbeplanting, en de waterbassins worden meervoudig benut. Heldere zuid- en noordranden zorgen voor een duidelijke afbakening van het zonneveld met EOS, waarbij bestaande groen- en waterstructuren worden versterkt
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 14
^PONDERA m
(het groenblauwe netwerk) en doorzichten vrijgehouden. Natuurvriendelijke oevers met een flauw talud worden aangelegd, rekening houdend met beheerszones en ecologische waarden. Lijnvormige beplantingsstructuren worden versterkt om migratieroutes van vleermuizen en andere soorten te bevorderen. Bomenrijen en knotwilgen langs de N470 en het Brede Akkerpad worden aangevuld voor betere ecologische verbindingen.
De vrijwaringszones van TenneT en Dunea krijgen kruidenrijk grasland, struweel en natuurvriendelijke oevers, waarbij kritische afstanden en beplantingsadviezen worden gevolgd. Het ontwerp richt zich op eenduidige randen, het vrijhouden van doorzichten, het beperken van zicht op zonnepanelen en het verkennen van recreatief medegebruik, waardoor een duurzaam en landschappelijk passend geheel ontstaat. 2.3.5 Beheer en toekomstperspectief De exploitatieperiode is voorzien voor 30 jaar, met een duidelijke afspraak over het terugbrengen van het terrein in oorspronkelijke staat na beëindiging van de looptijd. Gedurende de exploitatie blijft de projectwebsite beschikbaar voor vragen en opmerkingen, en wordt de omgeving via energiecoöperatie Lansingerstroom op de hoogte gehouden van relevante ontwikkelingen.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 15
PONDERA
3 Juridische kaders In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische kaders die een rol spelen bij een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA). Op grond van de Ow (artikel 1.2), heeft de BOPA betrekking op: *
de fysieke leefomgeving (dit omvat in ieder geval: bouwwerken, infrastructuur, water en watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel en werelderfgoed);
*
activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.
De BOPA heeft hiermee een brede reikwijdte, maar deze reikwijdte is dus beperkt tot de fysieke leefomgeving (en activiteiten met gevolgen voor de fysieke leefomgeving). De bestuurlijke afwegingsruimte die de gemeente heeft wordt daarnaast beperkt door kaders die door andere bestuursorganen zijn gegeven. De juridische kaders vanuit het rijk, provincie en gemeente worden hieronder kort behandeld.
3.1 3.1.1
Rijk
Omgevingswet De Omgevingswet is de grondslag voor het aanvragen van een BOPA. De wet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder andere om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Ow werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AmvB’s ofwel Besluiten genoemd): *
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal);
*
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl);
*
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl);
*
Omgevingsbesluit.
De Ow bepaalt (artikel 2.28 e.v.) dat het Rijk instructieregels stelt over de beoordeling van bepaalde onderwerpen bij een aanvraag van een BOPA. 3.1.2 Voorbeschermingsregels Deze gelden voor hyperscale datacentra en hebben dus geen relevantie voor het projectvoornemen. Relatie tot ontwikkeling In hoofdstuk 6 worden de verschillende omgevingsaspecten uiteengezet en de koppeling gemaakt met de relevante instructieregels uit de Besluiten (Bal, Bkl, Bbl, Omgevingsbesluit).
3.2
Provincie
3.2.1 Zuid-Hollandse omgevingsverordening (ZHOV) Naast een omgevingsvisie moet de provincie onder de Ow ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. Per 1 januari 2024 geldt de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV). De omgevingsverordening bevat alle provinciale regels op het gebied van de fysieke leefomgeving. Dat zijn rechtstreeks werkende regels, maar ook instructieregels.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 16
PONDERA
De relevante instructieregels voor gemeentelijke omgevingsplannen (en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten) richten zich op de volgende thema’s: Tabel 3.1 Thema's in de gemeentelijke omgevingsplannen.
Paragraaf 7.3. 7.3.4
ínhoud Algemeen Waterkeringen
7.3.5
Grondwaterkwaliteit
7.3.7
Ruimtelijke kwaliteit
7.3.12
Glastuinbouwgebied
7.3.16
Natuurnetwerk Nederland
7.3.17 7.3.18 7.3.21
Werelderfgoed Archeologie Energie
7.3.24
Beschermingszones drinkwatervoorziening (infrastructuur) Ontheffing en afwijken
7.3.25
Onderwerp Het beschermen van regionale waterkeringen en het veiligstellen van profiel van vrije ruimte ten behoeve van toekomstige versterking van een waterkering. Toelaten van bouwactiviteiten op een grondwatergevoelige locatie, saneren van de bodem, lozen op of in de bodem, activiteiten op een locatie met een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar verspreidingsrisico, milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen. Gebieden met beschermingscategorieën, soort ruimtelijke ontwikkeling, borgen ruimtelijke kwaliteit, aanvaardbaarheid soort ruimtelijke kwaliteit per beschermingscategorie en randvoorwaarden. Aanwijzen van toegestane activiteiten in glastuinbouwgebied en aangewezen uitgezondere activiteiten, situaties en de daarbij behorende voorwaarden. Wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk, activiteiten met mogelijk (significante) nadelige gevolgen en ontwikkelen van prioritaire nieuwe natuur. Bescherming van werelderfgoed. Bescherming van bekende archeologische waarden. Aanwijzen van locaties voor windenergie en regels voorde aanleg van zonnevelden. Bescherming van de vitale drinkwatervoorziening.
Mogelijkheden en voorwaarden voor ontheffing en afwijken.
In artikel 8.0b lid 1 onder b van het Bkl is opgenomen dat bij de beoordeling van een aanvraag van een BOPA de regels uit afdeling 7.3 van de provinciale omgevingsverordening overeenkomstig van toepassing zijn. Daarmee zijn de instructieregels, die gesteld zijn voor omgevingsplannen, ook van toepassing op de BOPA. Naast de instructieregels opgenomen in Error! Reference source not found, uit afdeling 7.3 moet ook, waar relevant, voldaan worden aan de instructieregels uit hoofdstuk 7.5 van de provinciale omgevingsverordening. Hier zijn regels opgenomen met betrekking tot stiltegebieden, milieubelastende activiteit, beheer verontreinigd grondwater, ontgassen binnenschepen en stortplaatsen. Deze regels hebben geen betrekking op het voorgenomen zonneveld. 3.2.2 Voorbeschermingsregels Er gelden geen provinciale voorbeschermingsregels voor het projectgebied.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 17
PONDERA
3.3
Gemeente
3.3.1 Verordeningen Er staan geen relevante regels voor het projectvoornemen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Lansingerland.1
3.4
Conclusie
De relevante juridische kaders zijn geïdentificeerd. In het algemeen gezien lijken deze niet te conflicteren met het projectvoornemen. In het volgende hoofdstuk wordt meer in detail onderzocht hoe het projectvoornemen zich verhoudt tot relevante instructieregels die komen uit de behandelde juridische kaders.
1 Algemene Plaatselijke Verordening Lansingerland 2023 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl)
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 18
PONDERA
4 Toetsing aan omgevingsplan 4.1 Huidige regeling omgevingsplan Ter plaatse geldt het bestemmingsplan “Noordpolder 2013”, wat ook wel het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Lansingerland betreft. In onderhavig document wordt de terminologie van het bestemmingsplan gebruikt. Ter plaatse gelden de volgende regels. Enkelbestemming - ‘agrarisch:’ *
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische grondgebonden bedrijven c.q. agrarische grondgebonden bedrijfsactiviteiten;
*
alsmede ook voor: b. agrarisch landschapsbeheer; c. water; d. e.
*
waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen;
met de daarbij behorende voorzieningen zoals: f. g.
weilanden en/of landbouwgronden; parkeervoorzieningen;
h. i. j.
erven en terreinen, in- en uitritten; verhardingen; bermen, bermsloten en greppels.
Met het projectvoornemen - een zonneveld met energieopslagsysteem om hernieuwbare elektriciteit te produceren - is er sprake van strijdig gebruik (art. 3.4.1). Bij de voorgenomen landschappelijke inpassingselementen is geen sprake van strijdig gebruik (art. 3.1.1,, lid c, d, e en j). Bouwreqels andere bouwwerken Art. 3.2.3 beschrijft de toegestane bouwhoogtes: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m; b.
de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, geen overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 5 m.
Art. 3.3 geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid af te wijken van de regels, wanneer: a. de bouw van erf- en terreinafscheidingen met een maximale bouwhoogte van 3 m, mits: 1. dit aantoonbaar bedrijfsmatig, waaronder begrepen de beveiliging, noodzakelijk is; 2. het een volledig open hekwerk betreft, zodanig dat het zicht op het voorterrein vanaf de openbare weg behouden blijft; 3. dit voldoet aan stedenbouwkundige eisen indien Welstand wordt afgeschaft. Enkelbestemming - ‘water’ *
De aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. de waterhuishouding (waterberging,-aanvoer en -afvoer, (hoofd)watergangen, e.d.); c. groenvoorzieningen; d. taluds.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 19
PONDERA
Dubbelbestemmingen: *
‘Leiding - hoogspanningsverbinding’: deze gronden zijn bestemd voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen van max. 380 kV. Op grond van art. 12.5.1 is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: beplanting en bomen aan te brengen en wegen of paden (art. 12.5.1, lid a en b). Tevens mogen er geen grondbewerkingen, waaronder afgravingen, plaatsvinden (lid d). In afwijking van de omgevingsvergunning is dit mogelijk, en deze vergunning kan worden verleend indien er geen strijdigheid met veiligheid van de hoogspanningsverbinding is en dat schríftelijk advies bij de leidingbeheerder is ingewonnen (art. 12.5.3, lid a en b); Zowel Dunea als TenneT hebben akkoord op de plannen voor het zonneveld met EOS gegeven (zie bijlage 5 (Dunea) en bijlage 6 (TenneT).
*
‘Waterstaat - ‘waterkering’: de gronden zijn bestemd voor waterkering en waterhuishouding (art. 18.1). De maximaal toegestane bouwhoogte voor bouwwerken die ten dienste staan van de bestemming is 1m, hiervan kan worden afgeweken indien de waterstaatsbelangen dit gedogen, hiervoor zal advies moeten worden ingewonnen bij de waterbeheerder (art. 18.3.12). Advies is ingewonnen bij Hoogheemraadschap Delfland en goedkeuring is afgegeven (zie bijlage 7 en 8)
*
‘Leiding - water: de maximale bouwhoogte is 3m (art. 14.2); alle bouwwerken blijven onder de 3 meter.
*
‘Waarde - archeologie ľ: bouwwerkzaamheden, niet zijnde heiwerkzaamheden, zijn niet toegestaan wanneer dieper wordt gegraven dan 0,50m en op een oppervlak van meer dan 100m2. Op grond van art. 15.4.2, lid c mag dit wel worden uitgevoerd wanneer dit is toegestaan in een verleende omgevingsvergunning. Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien op basis van een schríftelijk advies van een archeologische deskundige blijkt dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van archeologische waarden (art. 15.4.3).
*
‘Waarde - archeologie 2’: bouwwerkzaamheden, niet zijnde heiwerkzaamheden, zijn niet toegestaan wanneer dieper wordt gegraven dan 0,30m en op een oppervlak van meer dan 500m2. Uit archeologisch onderzoek dat er geen onevenredige schade aan archeologische waarden plaatsvindt. Wat betreft de archeologische waarden: de archeologische beleidskaart2 van de gemeente Lansingerland is in 2016 herzien en zijn de beleidszones aangepast. Het projectgebied valt hierdoor niet meer binnen de archeologische verwachtingswaarde 1 en 2 en daarom is extra onderzoek op het gebied van archeologie niet nodig.
Functieaanduiding: *
‘Specifieke vorm van agrarisch - waterbassin’: hier zullen zonnepanelen worden opgelegd.
2 Archeologische beleidskaart gemeente Lansingerland: https://archeologie-delft.nl/images/zaken/ArcheologischebeleidskaartLansingerland.pdf
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 20
PONDERA
Figuur 4.1 Uitsnede bestemmingsplan Noordpolder2013 (tijdelijk deel Omgevingsplan Lansingerland)
^PONDERA Datum: 12-05-2025 CRS: EPSG:28992
Legenda ĵ Projectgebied
Bestemmingsplan Noordpolder2013 Enkelbestemming Agrarisch | Water Dubbelbestemming ļ Leiding - Hoogspanningsverbinding | Leiding - Water ĵ Waarde - Archeologie 1
_ ļ
Waarde - Archeologie 2
| Waterstaat - Waterkering
Functieaanduiding | specifieke vorm van agrarisch - waterbassin
4.2
Strijdigheid activiteit(en) in relatie tot het omgevingsplan
De strijdigheid met het omgevingsplan is per bestemming hierboven toegelicht. Om deze reden is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Voor deze activiteit zal bij het bevoegd gezag een verzoek tot afwijking van het geldende omgevingsplan worden ingediend via de daarvoor geldende BOPAprocedure.
4.3
Te volgen procedure
De gemeente heeft aangegeven de reguliere procedure (afdeling 16.5 Omgevingswet) van 8 weken te volgen bij deze BOPA-aanvraag.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 21
PONDERA
5 Beleidskaders 5.1 5.1.1
Rijksbeleid
Nationale omgevingsvisie (NOVI) De NOVI bevat de hoofdzaken van het rijksbeleid voorde fysieke leefomgeving. Als integraal strategisch beleidsdocument bepaalt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk op de fysieke leefomgeving van Nederland. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. naar een duurzame en concurrerende economie; 2. naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling van een zonneveld met EOS past bij de doelstellingen van duurzaamheid en klimaatbestendigheid die de NOVI stelt.
Daarmee draagt het park bij aan de energietransitie op een passende locatie in de leefomgeving.
5.2 5.2.1
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Zuid-Holland (POVI) De omgevingsvisie (maart 2025) van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid voorde gehele fysieke leefomgeving van de provincie Zuid-Holland. De provincie Zuid-Holland geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. Uitgangspunt van het kwaliteitsbeleid is een ‘ja, mits’-beleid: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Groenblauwe netwerken De provincie Zuid-Holland zet zich in voor de ontwikkeling en versterking van een robuust groenblauw netwerk, als fundament voor een natuur-inclusieve en klimaatbestendige verstedelijking. Dit netwerk verbindt stedelijke en landelijke gebieden, bevordert biodiversiteit, en biedt een gezonde, aantrekkelijke leefomgeving. Het omvat stadsparken, waterwegen, groene buffers en recreatieve verbindingen zoals fietsroutes en wandelpaden. Klimaatverandering en stedelijke groei vragen om verbeterde groenblauwe
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 22
PONDERA
structuren die waterberging, verkoeling en natuurbehoud ondersteunen. Behoud van biodiversiteit en leefruimte creëren voor van nature voorkomende soorten zijn hierbij belangrijke uitgangspunten. De provincie werkt samen met gemeenten aan ontwerpprincipes voor duurzame stedelijke vergroening, inclusief groenblauwe daken, pleinen en bedrijventerreinen. Zoals te zien in de figuur hieronder (Figuur 5.1), kan het projectgebied een belangrijke rol spelen in de verbinding tussen bestaande groenblauwe structuren. Figuur 5.1 Groenblauwe structuren in de omgeving van het projectgebied.
5.2.2 Omgevingsverordening De Provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland is vastgesteld in februari 2025 en heeft het volgende opgenomen over zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied (Art. 7.76a): Dit artikel is van toepassing op een nieuw zonneveld buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een nieuw zonneveld, laat het omgevingsplan dit alleen toe op de volgende locaties: a. agrarische bouwpercelen; b. locaties met een functie verkeersinfrastructuur of een locatie ten dienste daarvan; c. slibdepots, waterbassins, spaarbekkens, bergingsgebieden en voormalige stortplaatsen; d. glastuinbouwgebied mits er sprake is van meervoudig ruimtegebruik en aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuin- bouwgebied; e. een locatie waar een stedelijke functie is toegedeeld, maar waar die functie nog niet is gerealiseerd; f. een windpark.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 23
PONDERA
In afwijking van het tweede lid kan een omgevingsplan in zoekgebieden voorzon uit Regionale Energie Strategieën die door provinciale staten zijn vastgesteld zonnevelden toelaten mits het zoekgebied verder is uitgewerkt en regionaal is afgestemd. Het omgevingsplan dat voorziet in het toelaten van een nieuw zonneveld als bedoeld in het tweede en derde lid, bevat, in aanvulling op paragraaf 7.3.7, een motivering over: a. de bijdrage die wordt geleverd aan het behouden en versterken van de biodiversiteit en een zorgvuldige landschappelijke inpassing; b. het combineren met andere relevante opgaven. Een omgevingsplan dat voorziet in het toelaten van een nieuw zonneveld als bedoeld in het tweede en derde lid, verzekert: a. de realisatie en de instandhouding van inrichtingsmaatregelen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke inpassing en het behouden en versterken van de biodiversiteit; b. dat het zonneveld en de bijbehorende andere bouwwerken na afloop van de opwekking van energie worden verwijderd. Relatie tot ontwikkeling Het geplande zonneveld ligt buiten bestaand stads- en dorpsgebied en valt niet binnen de aangewezen gebieden a t/m f. Het bevindt zich echter in een RES-zoekgebied en is ontworpen om meerdere ruimtelijke en ecologische opgaven te combineren.
Het uitgewerkte landschapsplan draagt bij aan het behoud en de versterking van biodiversiteit door de aanleg van kruidenrijk grasland, groene beplanting en natuurlijke oevers, wat tevens het bestaande groenblauwe netwerk versterkt. Daarnaast krijgt het gebied een recreatieve functie met een wandelpad, terwijl de aanwezigheid van een paardenweide zorgt voor het behoud van de agrarische bestemming binnen het projectgebied. 5.2.3 Zonneladder Zuid-Holland Het provinciale beleid voorzonne-energie is gebaseerd op vier kernprincipes: 1. Meervoudig ruimtegebruik - benut bestaande en nieuwe bebouwing en functies voor zonneenergie. 2.
Bescherming van open ruimte en landschapswaarden - terughoudendheid bij zonnevelden in open gebieden. 3. Goede ruimtelijke ordening - energie opwekken waar het gebruikt wordt en waar netaansluiting logisch is. 4. Ruimtelijke kwaliteit - zorgvuldig omgaan met functies en kwaliteiten van het gebied. De provincie maakt zonne-energie mogelijk binnen het bestaand stads- en dorpsgebied en onder voorwaarden daarbuiten, volgens de zonneladder. Trede 1: Binnen bestaand stads- en dorpsgebied Zonnepanelen worden gestimuleerd op daken van bestaande en nieuwe gebouwen, inclusief bedrijventerreinen en mogelijk kassen. Trede 2: Buiten bestaand stads- en dorpsgebied - meervoudig ruimtegebruik Zonnevelden zijn hier alleen toegestaan als stedelijke capaciteit onvoldoende is benut. Agrarische bouwpercelen mogen zonnepanelen plaatsen op onbebouwde delen, mits kleinschalig en lokaal gebruikt. Verkeersinfrastructuur zoals bermen, taluds en parkeerplaatsen zijn geschikt, mits
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 24
PONDERA
verkeersveiligheid en landschappelijke inpassing gewaarborgd zijn. Water-gerelateerde locaties zoals slibdepots, bassins en voormalige stortplaatsen kunnen worden benut voor (drijvende) zonnepanelen, afhankelijk van de omgeving. Trede 3: Overige locaties buiten bestaand gebied Deze locaties komen pas in beeld als treden 1 en 2 onvoldoende opwekcapaciteit bieden. Glastuinbouwgebieden mogen zonnevelden realiseren bij dubbel ruimtegebruik en behoud van bruikbaarheid. Zie hieronder waarom dit zonneveld wordt ingeschaald op trede 2. Relatie tot ontwikkeling Het zonneveld sluit aan bij de POVI wat betreft de ambitie meer hernieuwbare energie op te wekken. Het ontwikkelen van een zonneveld, waarvan bovendien een deel op waterbassins, verbetert de ruimtelijke kwaliteit en is een toevoeging van een waardevolle functie aan een industrieel en infrastructureel aandoend gebied. Het zonneveld is een ontwikkeling die geduid kan worden als aanpassing in het gebied, die verder goed aansluit bij de gebiedsidentiteit met hoogspanningsleidingen en een hoofdwaterleiding. Bij het projectvoornemen is sprake van een locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied, met meervoudig ruimtegebruik. De huidige situatie betreft Teststroken langs de diverse ondergrondse en bovengrondse infrastructuur.
Deze gronden zijn minder geschikt voor landbouw omdat ze te versnipperd en daardoor klein zijn, de vorm van de kavel is smal. De gemeente Lansingerland ziet dit ook als een Teststrook (bijlage 9) In het Beleidskader zonne-Energie Lansingerland geeft de gemeente aan dat Teststroken geen belangrijke rol (meer) spelen in ruimtelijke ordeningsvraagstukken en dat zonnevelden onder voorwaarden mogelijk zijn op Teststroken. Het projectvoornemen versterkt bovendien de groenblauwe netwerken door het multifunctionele ruimtegebruik van energieopwekking, ecologische versterking door natuurlijke oevers en verbreding van de sloot. Dit zonneveld wordt gerealiseerd buiten het bestaande stads- en dorpsgebied en valt binnen de locaties zoals benoemd in de Provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland. De locatie bevindt zich binnen een zoekgebied voorzonne-energie uit de Regionale Energie Strategieën (RES), waarbij de regionale afstemming en verdere uitwerking hebben plaatsgevonden. Het plan draagt bij aan het behouden en versterken van de biodiversiteit, door ecologische zones te integreren en zorgvuldig rekening te houden met de landschappelijke inpassing. Daarnaast worden andere relevante opgaven gecombineerd, zoals waterberging in de waterbassins en de bodem, en agrarisch medegebruik met omringende telers.
Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen, worden specifieke inrichtingseisen gevolgd, waaronder de aanleg van groene buffers en zichtlijnen die aansluiten bij het bestaande landschap. Ten slotte wordt vastgelegd dat het zonneveld en de bijbehorende bouwwerken na afloop van de energieopwekking worden verwijderd.
5.3
Regionaal beleid
5.3.1 RES-regio Rotterdam-Den Haag De Regionale Energie Strategie (RES) van regio Rotterdam Den Haag is op 1 juli 2021 is opgeleverd. De energieregio bestaat uit 21 gemeenten, 4 waterschappen, de provincie Zuid-Holland. Gemeente
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 25
PONDERA
Lansingerland is een van de deelnemende gemeentes. De RES-regio heeft afgesproken om in 2030 een opwek van 3 TWh te realiseren. In juni 2023 ligt de energieregio Rotterdam Den Haag nog niet op koers om de doelen van de Regionale Energiestrategie (RES) te halen, zo blijkt uit de tweejaarlijkse voortgangsrapportage. Er is nog een gat te vullen van ca. 580 GWh (0,58 TWh) tot aan 2030, goed voor 1000 hectare aan zonneveld. Hieraan kan onderhavig zonneveld een bijdrage leveren. In de RES-regio Rotterdam Den Haag zijn zoekgebieden opgenomen voorwind- en zonne-energie. Een gedeelte van de beoogde locatie aan de Munnikenweg in Berkel en Rodenrijs ligt binnen het zoekgebied voor zonne-energie, zie Figuur 5.2 hieronder. De bestuursafspraken van december 2023, die volgden op de vaststelling van RES 1.0 in 2021, hebben geen invloed op de RES-zoekgebieden, inclusief de tredes van de voorkeursvolgorde voor zonne-energie (zie paragraaf 4.2). Volgens artikel 7.76a van de omgevingsverordening van de provincie mogen zonnevelden buiten de RESzoekgebieden alleen worden gerealiseerd op locaties die passen binnen de provinciale uitwerking van de zonneladder. Dit omvat specifieke locaties zoals vermeld in artikel 7.76a, tweede lid.
Een van deze locaties is het glastuinbouwgebied, mits sprake is van meervoudig ruimtegebruik en wordt aangetoond dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Het zonneveld is gepland op een reststrook binnen een glastuinbouwgebied, waarbij geen aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het gebied. Bovendien wordt het projectgebied meervoudig gebruikt, onder andere door de aanwezigheid van waterbassins waarop zonnepanelen worden geplaatst, toevoeging van paardenweides en een wandelpad langs de zuidrand van het zonneveld.
Figuur 5.2 Projectgebied in relatie tot RES-zoekgebieden
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 26
PONDERA
zonnevelden 2023 6
0.0 -1.4
#
1.4 - 2 8
ţ
2.8-42
wegen wegen
spoorlijn spoorlijn
zoekgebiedenjuiidig | wind VRMIocdties ^ wind *on oř wind zon open landschap 2on
gebouwdaken | parkeerdaken waterbassin
bedrijventerreinen bedrijventerreinen __________________________________
5.4 5.4.1
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 Vastgesteld 24 februari 2022. De omgevingsvisie beschrijft wat voor gemeente Lansingerland in de toekomst wil zijn. In 2040 is Lansingerland, nog meer dan nu, verbonden, vindingrijk en gezond. In de omgevingsvisie van Lansingerland staan onder andere de volgende ambities centraal:
o
Home of Horti Science: mogelijk maken van kennisontwikkeling/innovatie en plek voor nieuwe mogelijkheden in de glastuinbouwsector. Slimme verduurzaming: aanjagen van de energietransitie en circulaire economie via
o
elektriciteitsopwekking, duurzame warmte en nieuwe materiaalstromen Lokaal en regionaal werken en ondernemen: bevorderen van een goed vestigings- en