[I25.04775] Directiereglement
Tekst van het document
-1-
Directiereglement Stichting Hortiscience Innovation Center
Positionering statutair bestuur en directeur Artikel 1 De dagelijkse leiding en de operationele aansturing van de stichting berust bij een statutair directeur die verantwoording aflegt aan het bestuur Directeur: taken en verantwoordelijkheid Artikel 2 1.
De directeur vervult haar taken en bevoegdheden binnen het jaarlijkse beleidsplan en de begroting zoals vastgesteld door het bestuur van de stichting en richt zich naar de instructies en algemene richtlijnen van het bestuur van de stichting.
2.
De directeur is in het kader van de dagelijkse leiding en operationele aansturing van de stichting alsook ter zake van de uitvoering van het bestuursbeleid bevoegd om de stichting bij de navolgende rechtshandelingen te vertegenwoordigen: a.
het beoordelen van projecten teneinde de door de stichting geworven gelden te verdelen conform de doelstelling van de stichting; Voor de toekenning van een bedrag hoger dan 25000 behoeft de directeur de goedkeuring van het bestuur;
b. 3.
het verrichten van rechtshandelingen die een waarde van 25000 niet te boven gaan;
De directeur draagt zorg voor een tijdige informatievoorziening aan het bestuur over zaken die van een zodanig belang zijn dat het bestuur hiervan redelijkerwijs op de hoogte behoort te zijn om zijn bestuurstaak adequaat te kunnen vervullen. De directeur en de voorzitter van het bestuur overleggen regelmatig met elkaar over de lopende werkzaamheden.
4.
De directeur is rechtstreeks rekening en verantwoording verschuldigd aan het bestuur van de stichting.
5.
De directeur fungeert in beginsel als externe representant van de stichting in externe overlegorganen en (belangen)organisaties. Bij bijzondere aangelegenheden waar het optreden van de voorzitter van het bestuur in de rede ligt, zal de directeur tijdig overleg plegen met de voorzitter van het statutaire bestuur en daarover zonodig concrete afspraken maken.
6.
Het bestuur voert jaarlijks een evaluatie- en functioneringsgesprek met de directeur, waarbij in ieder geval het functioneren, de beoordeling en de honorering van de directeur aan de orde komen.
7.
De vaststelling van de rechtspositie en de overige arbeidsvoorwaarden van de directeur geschiedt door het bestuur.
-2-
Openbaarheid en belangenverstrengeling Artikel 3 1.
De directeur betracht openheid over eventuele nevenfuncties en de hoogte van de honorering, voor zover deze van belang en mogelijk van invloed zijn voor haar/zijn functioneren als directeur van de stichting. De directeur aanvaardt geen nevenfuncties zonder voorafgaande goedkeuring van het bestuur.
2.
Het functioneren van de directeur wordt gekenmerkt door integriteit en onafhankelijke opstelling. Elke vorm van persoonlijke bevoordeling dan wel belangenverstrengeling van de directeur en de stichting wordt voorkomen en de schijn hiervan wordt vermeden.
3.
De directeur behaalt persoonlijk geen voordelen of zakelijke kansen uit transacties of andere handelingen die hij namens de stichting verricht. Evenmin verstrekt hij/zij of biedt hij/zij oneigenlijke voordelen aan personen met wie hij/zij transacties namens de stichting verricht.
Waarneming en bereikbaarheid Artikel 4 Gedurende vakanties en andere periodes van kortstondige afwezigheid worden de taken en bevoegdheden van de directeur waar nodig waargenomen door een lid van het bestuur. In geval van langdurige afwezigheid (wegens ziekte of anderszins) van de directeur, zal het bestuur de noodzakelijke maatregelen treffen om in de waarneming te voorzien. Geheimhouding Artikel 5 De directeur zal alle informatie en documentatie die haar uit hoofde van haar functie ter kennis zijn gekomen en redelijkerwijs als vertrouwelijk zijn te beschouwen, als strikt vertrouwelijk behandelen en niet openbaar maken of op andere wijze ter beschikking stellen aan derden, tenzij deze informatie in overleg met het statutaire bestuur door de stichting openbaar wordt gemaakt. Deze verplichting eindigt niet bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen de directeur en de stichting. Slotbepalingen Artikel 6 1.
Dit directiereglement kan worden gewijzigd door een besluit van het bestuur.
2.
Het bestuur gaat in de jaarlijkse evaluatie van het functioneren van de directeur tevens na of dit directiereglement nog aan de daaraan te stellen criteria voldoet.
3.
Indien een of meerdere bepalingen van dit directiereglement -al dan niet door invoering van nieuwe regelgeving- in strijd mocht(en) komen met regels van dwingend recht, dan tast dat de geldigheid van (de overige bepalingen van) dit directiereglement niet aan, maar zal het bestuur een wijziging van dit directiereglement bewerkstelligen die zoveel mogelijk aansluit bij de inhoud en strekking van de oorspronkelijke bepalingen.
Dit directiereglement is op *** vastgesteld door het bestuur van de stichting.