CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[I24.17762] Procesbeschrijving PZI, Provincie Zuid-Holland

Gemeenteraad 19 december 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Start verkenning verkeersmaatregelen N209 i.r.t. woningbouw (amendementen L3B, WIJ LL, VVD en motie CU)11.287 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

provincie ^{^‘ìtì^^oW ancJ

Voorbereidingsbesluit

Uitvoerings­ besluit

Verkenningsfase^^Q Initiatieffase

Uitvoeringsfase: planuitwerking

PZI spelregel s September 2022

Eike dag beter. Zuid-Hoiiand.

Realisatiebesluit Uitvoeringsfase realisatie

Opleveringsbesluit

OVERZICHT PZI SPELREGELS En waar onderdelen in het document te vinden zijn Ş1.2 ALGEMENE PRINCIPES PROCES ^ Van toepassing op alle beleidsrijke investeringen ^ Geen fases overslaan ^ Doe waarvoor de fase bedoeld is, niet meer ^ Duur van een fase is afgesproken en beperkt ^ Projectinfo + programma-afweging bepaalt keuze Ş1.1 PZI-PROCES

Ş1.3 ALGEMENE EISEN BESLUITVORMING ^ Alle voorbereidings- en uitvoerings- en realisatiebesluiten minimaal PH, optie GS en PS ^ Voorbereidings- en uitvoeringsbesluit PS verplicht als provinciale bijdrage groter is dan C 10 mln. ^ Opleveringsbesluit door ambitie-eigenaar, informeren PH ^ Bij proces Kadernota anticiperen, alleen bij uitzondering en urgentie los daarvan

Voorbereidingsbesluit

Uitvoerings­ besluit Verkenningsfase

Ş3.1 BESCHRIJVING INITIEFFASE o.a. ^ Onderzoek of gebiedsverkenning ^ Brede analyse problemen 7 kansen, zowel bereikbaarheid als gerelateerde ambities 7 doelen ^ Genereren oplossingsrichtingen, schatting kosten

Ş4.1 INFORMATIE PROFIEL VOORBEREIDINGSBESLUIT o.a. ^ Onderkenning problemen 7 kansen ^ Keuze te verkennen opl.richtingen ^ Zicht op budget voor meest voor de hand liggende opl.richting & toekennen bijdrage PZH aan voorbereiding, reserveren evt. bijdrage PZH aan uitvoerim

Ş3.2 BESCHRIJVING VERKENNING o.a. ^ Nadere probleemanalyse ^ Uitwerking oplossingsrichtingen: globaal ontwerp, effecten, kansen duurzaamheid, verwachting kosten, etc. ^ Optie beleidsmatig verankeren in Omgevingsvisie of -programma

Ş4.2 INFORMATIE PROFIEL UITVOERINGSBESLUIT o.a. ^ Keuze voorkeursoplossing ^ Samenloop met evt. besluit Omgevingswet ^ Intentie volgende procedures Omgevingswet ^ Toezegging(en) toereikend budget voor voorkeursopl. & toekennen uitvoeringskrediet voor aandeel PZH

H2 ALGEMEEN INHOUDELIJK BEOORDELINGSKADER ^ Toepassen voorafgaand aan besluit voor start initiatieffase, verkenningsfase en uitvoeringsfase ^ Beoordelen van noodzaak (Ŝ2.1), verantwoordelijkheid (Ŝ2.2), oorzaak (Ŝ2.3) en haalbaarheid (Ŝ2.4) ^ Leidt tot een algemeen advies (Ŝ2.5), evt. te combineren met specifieke informatie (zie informatieprofielen in Ş4.1 en Ş4.2)

Realisatiebesluit Uitvoeringsfase: planuitwerking

Ş3.3 BESCHRIJVING PLANUITWERKING o.a. ^ Nader uitwerken voorkeursoplossing: ontwerp, duurzaamheid, inpassing, gedetailleerde raming kosten etc. ^ Procedures Omgevingswet, incl. zienswijzen ^ Overeenkomsten met partners in het project

Ş4.3 INFORMATIE PROFIEL REALISATIEBESLUIT o.a. ^ Keuze uit te voeren variant ^ Besluit(en) Omgevingswet definitief ^ Aanbestedingsstrategie, optie combineren met machtiging ^ Zekerheid over beschikbaarheid budget uit te voeren variant & evt. bijstelling uitvoeringskrediet PZH

Opleverings­ besluit Uitvoeringsfase: realisatie

Ş3.4 BESCHRIJVING REALISATIE o.a. ^ Aanbesteding en gunning ^ Aanleg ^ Voorbereiden oplevering en overdracht ^ Omgevingsmanagement (bereikbaarheid, hinder, etc.)

Ş4.4 INFORMATIE PROFIEL OPLEVERINGSBESLUIT o.a. ^ In gebruik name ^ Oplevering aan beheerorganisatie(s) ^ Overdracht documentatie ^ Voorziene nazorg en decharge ^ Verwachting tekort of vrijval krediet

PZI spelregels

Inleiding en doel In het Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur (PZI) wordt een overzicht gegeven van de onderzoeken en projecten voor nieuwbouw, verbetering en onderhoud van infrastructuur, inclusief de daarbij horende budgetten en reserveringen. Hierover worden afzonderlijk en op programmaniveau (Kadernota, PZI) besluiten genomen, volgens de kaders van de Regeling Projecten Zuid-Holland, die door Provinciale Staten is vastgesteld. Zeker de onderzoeken en projecten voor nieuwbouw en verbetering van infrastructuur zijn complex. Er wordt een breed scala aan ambities gediend, van bereikbaarheid en leefbaarheid tot ruimtelijke ontwikkeling en economie. Er wordt samengewerkt met andere overheden, maatschappelijke partijen en bedrijven. De doorlooptijd van vroege ideevorming tot realisatie is lang en beslaat soms zelfs meerdere bestuursperiodes. De beschikbare financiële middelen en personele middelen (zowel binnen de investeringsbudgetten als beleidsmatig) maken keuzes nodig tussen alle behoeftes, wensen en ideeën. Deze complexiteit vraagt op bepaalde punten maatwerk, maar tegelijk ook juist om het proces en besluiten scherp en consequent te doorlopen. Ons bestuur en politiek vragen om transparantie en duidelijkheid over afwegingen, interne en externe samenwerking verloopt beter en efficiënter als we weten wat we van elkaar (mogen) verwachten.

Wanneer, op basis van welke informatie en onder welke voorwaarden kiezen we als provincie om iets (mee) op te pakken, of niet? En om daar geld en menskracht voor toe te kennen binnen het gesloten systeem van de Ambitie Bereikbaar Zuid-Holland? Bij die afwegingen moeten zowel overwegingen over de afzonderlijke onderzoeken en projecten, als prioritering op programmaniveau een plaats hebben. De PZI-spelregels geven een handvat hiervoor. Ze geven een overzicht van het te volgen proces van getrechterde besluitvorming, de informatie die in de verschillende fases daarvan verwacht mag worden en de algemene inhoudelijke afwegingen die doorlopen moeten worden. De spelregels zijn gebaseerd op wetgeving, provinci­ aal beleid en procedures en breed bekende bronnen voor infrastructuurplanning. Een lijst hiervan is opgeno­ men in bijlage 1. De PZI-spelregels maken deel uit van een breder palet aan instrumenten, waaronder de procesbeschrijvingen Projectontwikkeling en -uitvoering (PO&U 2.0) en handreikingen voor specifieke onderwerpen, zoals omgang met kabels en leidingen en voor duurzaamheid in infrastructuurprojecten. Voor elke opdracht is uiteindelijk maatgevend wat de bestuurlijk opdrachtgever, ambitie-eigenaar, ambtelijk opdrachtgever en behandelend ambtenaar afspreken. Keuzes en dilemma’s die het hele PZI raken komen bij de ambitie-eigenaar bij elkaar.

De PZI-spelregels zijn bedoeld als richtpunt en checklist. Hier kan in overleg met de verantwoordelijke portefeuillehouder en ambitie-eigenaar voor het PZI duidelijk benoemd en beargu­ menteerd van afgeweken worden. Kanttekening daarbij is dat er ook elementen zijn opgenomen uit bijvoor­ beeld de Omgevingswet en uit de Regeling Projecten Zuid-Holland, waarvoor dit niet of nauwelijks het geval is.

3

Leeswijzer Het overzicht op eerste pagina van dit document laat alle onderdelen van de PZI-spelregels in hun samenhang zien. Daarbij is aangegeven waar de onderdelen in het document te vinden zijn. Ook is een indicatie gegeven van de inhoud van die onderdelen; dit is noodgedwongen staccato en onvolledig en daarmee geen vervanging voor de complete beschrijvingen. Hoofdstuk 1 geeft een beschrijving van het proces van getrechterde besluitvorming en algemene eisen aan het procesverloop en besluitvorming. In hoofdstuk 2 is een algemeen inhoudelijk beoordelingskader opgeno­ men met een aantal overwegingen, die altijd van belang zijn voor het advies om iets toe te laten of verder te brengen in het PZI-proces. Hoofdstuk 3 bevat een nadere beschrijving per fase van het PZI-proces. Tot slot zijn in hoofdstuk 4 de informatieprofielen per besluitmoment in het PZI-proces te vinden. Hoofdstuk 1 en 2 zijn relevant in alle situaties, waarin nu of voorzienbaar in de toekomst een aanspraak op budget binnen het PZI wordt gedaan. Op elk moment moet namelijk duidelijk zijn welke fase aan de orde is en of de benodigde onderbouwing voor het algemene inhoudelijke beoordelingskader aanwezig is. Uit hoofdstuk 3 kan gekozen worden om alleen de beschrijving van de fase te lezen, die past bij de voorlig­ gende situatie.

Bekijken van de beschrijvingen van andere fases kan wel helpen om scherper te krijgen wat de precieze focus van een fase is en wat het verschil is met een voorgaande of volgende fase. Van hoofdstuk 4 is in ieder geval het informatieprofiel van belang, dat hoort bij het eerstvolgende besluit in het PZI-proces. Het verdient echter aanbeveling om ook het informatieprofiel van voorafgaande besluit te bekijken. Dat geeft een beeld of alle informatie inderdaad aanwezig is, die aan de start van de huidige fase verwacht mocht worden.

4

PZI spelregels

1

Proces en

vu^cchr

besluitvorming

|:)roj(5c1t(:ìn

in

h^Eìit

h(^ofd s^t UİE l^^^EEr yiFt h^1t :n3n van getre chl^t^d: b^^^^itvo rmin:

|:):zl

en

b^e^ííl uitmnmer^^^nl, naa eoo™^^^f((Jn! i s voor opname van projecten in het PZI (paragraaf 1.1). Bij het doorlopen van dat proces hoort een aantal algemene principes, zoals het niet overslaan van fases en besluiten (paragraaf 1.2). Tot slot is in paragraaf 1.3 opgenomen door wie welke bť^s kuiten in w^eN<ťş

:.1

^aîs^í^iriit

ge^r^on^(2n v^ord en (PS, GS, portefeuillehouder, ambtelijk).

b^(2î;aa^^rTK^m^o(^(en POI- prn)^o^

Het PZI-proces gaat uit van getrapte besluitvorming in vier fases. Uitgangspunt voor de fasering en besluiten voor infrastructuurprojecten is de door Provinciale Staten opgestelde Regeling projecten Zuid-Holland. De daarin opgenomen fases zijn initiatief, verkenning en uitvoering/realisatie. Daarna volgt de exploitatie/ n:^(^^ihOT^c^iTast , waarin c^e ń^leTl^rurtuiEr svE^^t n^ipnr^^, ibeninnp en o^r^^Eoouc^^n. Deos fase vrE; et^it^ir dezn etospohrei^(^e s (d(î kac^^ts vr^r^ir uc-:(^ai^ios Mhiuan tn^:^n tne^^t r^eet in nr Naea OncroE^(tuo Oe-n^^tOîti^í^ir^^i^) . Vc^crr c^e a(^^c^r^n-(P osn -^^ ii^ili^tìr^lhae e :paa ^o v^r^(^(^I^l^^1^J(U^aF e moot vi^c^d^P ec^^icCń^J^sb^^lt^ús w^rcC1: gonc^teo^: vr^i^h d^ oh^k^i-^í^i^p sar^ D^ oi^i^i^h onn^pE^uke ^^^r c^i ^itu(3nri|^h-/oe^^ii^^iPVE^e en^n nir^ctíirmpEkeinkit. He^r r^r^c^ilepi^^n v^ia er n bť^i^CkiC eer e(^n volgende fase te starten is overigens geen automa­ tisme; uitkomst van een fase kan ook zijn dat het PZI-proces niet verder wordt doorlopen. In Eishn ī^DF-B^^h^to-^ln h- De Et^’^csai^itgP^^i- or^c^eidP^De^W in eto c^eil phnnlswei(p:^p^: ep een -^e^r^I i^(^í^lh^;^1^ii. Pelaug^ijl^^te ea:^^i^(^ind r^i^w^oot O Emn-nir^pswit, i^^ar^rr l^im^^n c^^ Uie^ot^imnslpki (S^e n;^ihaik:c(^^ l^^luiWonnir^g w^c^c^c^t afs^irnnp mer C^ei nno^^c^rl^DcD^it (^f gemeir^tDpjP ^h^btchc^dtn ^^n htt t^i^n^'^inC^cpD:).

Hd^I^l^^^n woac^t ewli e^n enti^l^u^^i l^np^i(^anelgcp ecInċt Ets^r PÍI goEpĮjpelU t^ei ^^s^tohv^g Dimen Ciet ļoCennitwerkingsdeel en realisatiedeel van de Uitvoeringsfase wordt in deze spelregels aangeduid als het Realisatiebesluit.

Voorbereidingsbesluit

Initiatieffase

Uitvoerings­ besluit

Verkenningsfase

Uitvoeringsfase: planuitwerking

Realisatiebesluit

Opleveringsbesluit

Uitvoeringsfase: realisatie

In Hoofdstuk 3 van deze spelregels zijn specifieke beschrijvingen te vinden van de vier fasen en in Hoofdstuk 4 de informatieprofielen die horen bij (het toewerken naar) de vier besluitmomenten. Het besluitniveau dat hoort bij deze momenten (PS/GS/bestuurlijk mandaat/ambtelijk mandaat) is afhankelijk van de situatie, zie daarvoor paragraaf 1.3.

1.2 Algem ene principes bij het proces ^

De fasering en besluitmomenten zijn van toepassing op alle beleidsrijke investeringen vanuit het PZL Alle onderzoeken en proiecten voor nieuwbouw en verbetering van infrastructuur worden hoe dan ook als beleidsrijk gez ien. Beleidsarm zijn alleen (onderdelen van) maatregelen die direct gericht zijn op. de wettelijke taak voor instandhouding van de provinciale infrastructuur, bijvoorbeeld het herstellen van de

5

^

^

^

^

6

fundering van een weg. De PZI-spelregels zijn dus ook van toepassing op eventuele beleidsrijke zaken, die in onderhoudsprojecten meegenomen worden, bijvoorbeeld het aanbrengen van stil asfalt waar dit eerder nog niet het geval was. Het specifieke besluitmoment en de financiële omvang van een maatregel zijn wel relevant voor wie een besluit neemt (zie paragraaf 1.3), maar niet voor óf het PZI-proces doorlopen moet worden. Het hele proces moet doorlopen worden. De fases en besluiten in het PZI-proces voor infrastructuur kunnen niet worden overgeslagen, ook niet als bijvoorbeeld het (bestuurlijke) gesprek met andere partijen of over andere aspecten uit een integrale opgave al verder gevorderd is. Het is van belang dat alle initiatieven, die in aanmerking willen komen voor een investering vanuit het PZI, dit vanaf een vroeg stadium onderdeel van hun proces maken. Bij een programma dat bestaat uit meerdere, kleine maatrege­ len (bijvoorbeeld het programma fiets) is het mogelijk om het Voorbereidingsbesluit en Uitvoeringsbesluit te nemen voor het hele programma, of voor een tranche daarvan. Daarbij moet aangegeven worden welke ruimte voor verdere invulling wordt gelaten, bijvoorbeeld voor het vervangen van een specifieke maatre­ gel door een alternatief, zolang dat voldoet aan de afgesproken inhoudelijke en financiële kaders.

Ook wordt vastgelegd op welke wijze over de voortgang en keuzes zal worden gerapporteerd aan bestuur, politiek en de ambitie-eigenaar. De focus ligt op wat wezenlijk is voor de lopende fase (zie Hoofdstuk 3) en wat nodig is voor het volgende besluitmoment (zie Hoofdstuk 4). Enerzijds betekent dit dat wat hoort bij een volgende fase, niet vooruitlopend hierop wordt uitgevoerd. Bijvoorbeeld het tijdens de Initiatieffase alvast uitwerken en vergelijken van oplossingsrichtingen, terwijl dat wezenlijk is voor de Verkenningsfase. Anderzijds bete­ kent het dat waarover al besloten is, niet opnieuw ter discussie wordt gesteld zonder een stap terug te zetten naar een eerdere fase. Bijvoorbeeld de keuze voor de voorkeursoplossing, nadat het Uitvoeringsbesluit is genomen. Termijnen voor het doorlopen van een fase zijn niet onbeperkt en vrijblijvend. Het is weliswaar van belang dat met name onderzoek (initiatieffase) en verkenningsfase breed worden aangepakt, maar er kan niet onbeperkt de tijd worden genomen. Tijdens het proces verkeren bijvoorbeeld belanghebbenden in onzekerheid, en verkeer-, flora en fauna- en milieuonderzoeken hebben een beperkte “houdbaarheid”. Ook moeten investeringsbudgetten niet langer dan nodig gereserveerd worden en is arbeidscapaciteit en budget voor studiekosten gelimiteerd.

Aan de start van elke fase moet daarom een afspraak worden gemaakt over de beoogde doorlooptijd, waarna een keuze aan de orde is, en die alleen met instemming van alle betrokkenen verlengd kan worden. Bij de informatieprofielen in Hoofdstuk 4 zijn gebruikelijke, maximale doorlooptijden per fase opgenomen. Projectinformatie én programma-afweging samen bepalend zijn bij de beslissing om een (volgende) fase te starten. Voordat een besluit wordt voorgelegd moet doorlopen van het beoordelingskader in Hoofdstuk 2 leiden tot een advies, waar mogelijk aangevuld/aangepast op basis van specifiekere informa­ tie (zie de informatieprofielen van besluiten in Hoofdstuk 4). Overwegingen op programmaniveau, zoals de beschikbaarheid van financiële ruimte en brede prioritering, moeten hierin duidelijk zichtbaar verwerkt zijn. Dit advies wordt bepaald door de ambitie-eigenaar, in overleg met de ambtelijk opdrachtgever en behandelend ambtenaar van de voorgaande fase (indien van toepassing). Als dit niet leidt tot een haalbaar voorstel en advies om verder te gaan naar een volgende fase, dan kan bijvoorbeeld worden gekozen om een eerdere stap in het proces te herhalen met een aangepaste insteek, of om het proces te staken en, indien gewenst, te monitoren wanneer de omstandigheden veranderen.

PZI spelregels

1.3 Algemene eisen aan de besluitmomenten Hoofdstuk twee van de Regeling Projecten Zuid-Holland eist dat voor infrastructuurprojecten met een provinciale bijdrage van meer dan 6 io miljoen het Voorbereidingsbesluit en Uitvoeringsbesluit worden voorgelegd aan Provinciale Staten. Voor deze projecten geldt ook dat een voorstel voor aanvullend budget tijdens de Uitvoeringsfase aan PS moet worden voorgelegd als de overschrijding groter is dan 5% van het beschikbaar gestelde budget of meer dan 6 2,5 miljoen. Voorbereidings- en Uitvoeringsbesluiten met een provinciale bijdrage minder dan 6 10 miljoen, en het Realisatiebesluit worden in ieder geval genomen door de portefeuillehouder, die bestuurlijk voor het PZI verantwoordelijk is. Als in het college is afgesproken dat bepaalde delen van het PZI onder de verantwoorde­ lijkheid van een andere portefeuillehouder vallen, bijvoorbeeld vaarwegprojecten, dan nemen deze porte­ feuillehouders het besluit gezamenlijk. De verantwoordelijke portefeuillehouder kan beslissen dat het wenselijk is om een besluit voor te leggen aan heel Gedeputeerde Staten of Provinciale Staten, of om hen daarover te informeren. Het Opleveringsbesluit wordt in ieder geval genomen door de ambitie-eigenaar j O-domeinregisseur, die voor het PZI verantwoordelijk is.

De ambitie-eigenaar kan beslissen dat het wenselijk is om het besluit voor te leggen aan de portefeuillehouder, of om deze daarover te informeren. Dat geldt ook voor de afweging over het starten van een onderzoek in de initiatieffase. Het financiële kader voor infrastructuur wordt één maal per jaar door Provinciale Staten integraal afgewogen, bij Kadernota kort voor het zomerreces. Omdat deze afweging op programmaniveau mede bepalend is, kan een besluit in het PZI-proces over een afzonderlijk onderzoek of project in principe alleen in samenhang met de Kadernota worden genomen. Bijvoorbeeld omdat het tegelijk wordt voorgelegd, of omdat hierop bij de voorafgaande Kadernota expliciet is geanticipeerd. Alleen bij uitzondering en met duidelijk beargumenteerde urgentie kan een besluit los van de Kadernota worden genomen. In dat geval zal een afweging op programmaniveau een onderdeel van het afzonderlijke besluit moeten zijn. Het advies hierover wordt bepaald door de ambitie-eigenaar, in overleg met de ambtelijk opdrachtgever en behandelend ambtenaar van de voorgaande fase (indien van toepassing) Het bovenstaande geldt ook voor Voorbereidingsbesluiten en Uitvoeringsbesluiten, die binnen eerder voorzie­ ne financiële kaders blijven. Ook hierover zal een actuele prioriteitsafweging op programmaniveau gemaakt moeten worden.

Realisatiebesluiten, die binnen de inhoudelijke en financiële kaders van het Uitvoeringsbesluit blijven, kunnen wel los van een PZI programma-afweging plaatsvinden. Het starten van een onderzoek in de Initiatieffase vraagt weliswaar geen besluit dat onderdeel is van het PZI-proces, maar dat betekent niet dat hierover niets afgesproken wordt (zie de beschrijving van de Initiatieffase in paragraaf 3.1). In de opdracht leggen de ambitie-eigenaar, ambtelijk opdrachtgever en behandelend ambtenaar deze afspraken vast voor wat betreft de provinciale inzet, inclusief onderzoeksbudget vanuit het PZI en personele inzet.

7

2 Algemeen inhoudelijk beoordelingskader De provincie kan niet alle behoeften en wensen ten aanzien van infrastructuur aanpakken. Investeringsbudget en menskracht zijn beperkt en maken prioritering nodig. Deze prioritering is uiteindelijk een bestuurlijke keuze, waarbij alle aspecten van een situatie meespelen. Een indicatie van deze aspecten in hun volle breedte wordt gegeven in de informatieprofielen in Hoofdstuk 4. Op voorhand kan al wel een beeld gegeven worden van de algemene principes en afwegingen, die meespelen in het advies over of en hoe iets in het PZI-proces kan worden opgepakt of verder gaan naar een volgende fase. Dit is samengevat in het stroomschema in paragraaf 2.1. In de daaropvolgende paragrafen 2.2 t/m 2.6 worden de principes, afwegingen en adviezen nader toegelicht, gekoppeld aan de “nummering” in het stroomschema. Het algemene inhoudelijke beoordelingskader moet in ieder geval worden doorlopen voorafgaand aan de start van een onderzoek in de initiatieffase (op hoofdlijn) en voorafgaand aan het (al dan niet) voorleggen van een Voorbereidingsbesluit of Uitvoeringsbesluit. Zie hiervoor ook de fasebeschrijvingen in paragrafen 3.1 en 3.2. In alle gevallen moet het resultaat van het doorlopen van het beoordelingskader duidelijk worden vastgelegd.

2.1

Principes bij het inhoudelijke beoordelingskader

Het algemene inhoudelijke beoordelingskader is gebaseerd op vier principes: ^ Noodzaak; • Verantwoordelijkheid; • Oorzaak; • Haalbaarheid. In het stroomschema op de volgende pagina is een handvat gegeven voor de afwegingen die bij deze princi­ pes gemaakt kunnen worden en hoe deze leiden tot een advies op hoofdlijn.

8

NOODZAAK

VERANTWOORDEUJKHE D

OORZAAK

HAALBAARHE D

Maakt autonome ontwikkeling een ingreep gewenst?

Is er in de optiek van PZH sprake van een opgave ļ probleem? NEE

NEE NEE

Zijn daarvoor infra maatregelen plausibel een effectieve oplossing?

Raken de oplossings richtingen direct infrastructuur of OV concessies van PZH? NEE

NEE

Zijn er andere maatregelen die de opgave verkleinen, waar onafhankelijk van infra maatregelen NEE eerst een afspraak over gemaakt kan/moet worden?

Vraagt een initiatief om extra inzet bij deze ingreep?

Dragen de oplossingsrichtingen plausibel bij aan doelen van PZH?

Is PZH partij in het initiatief?

NEE Is PZH partij in het initiatief? NEE Is PZH partij in het initiatief? NEE

NEE

1 De verantwoordelijke j initiatief nemende partijen zijn het eens over een redelijke verdeling van kosten 2 Partijen kunnen en willen gezamenlijk de (geschatte) investering van de (meest waarschijnlijke) oplossingsrichting reserveren t leveren* 3 Partijen kunnen en willen gezamenlijk het benodigde budget en inzet van de fase leveren* 4 Voor meerkosten van opgaven anders dan mobiliteit en doorsnijdende thema s is dekking buiten het PZI gereserveerd Afweging inclusief pnontenng op progrommaniveau

ADV ES PZ

Betalen Sí reserveren kosten door PZH naar rato van wettelijke taak

Autonoom als Al, PZH (en derde) betalen reserveren (aandeel) meerkosten initiatief

Autonoom als Al. Derde betaa t Sl reserveert 1009ŵ meerkosten initiatief

PZH (en derde) betalen 8i reserveren (aandeel) kosten

Derde betaalt ä reserveert 100^ kosten

PZH (en derde) betalen Si reserveren (aandeel) kosten PZI spelregels

Geen (volgende) fase starten in het PZI-proces bij huidige kenmerken

2.2

Noodzaak

De beoordeling van elke situatie begint met de vraag: is hier iets aan de hand waar we op afzienbare termijn iets mee moeten? Vanuit het PZI bezien is vervolgens de vraag of dat gezocht moet worden in infTastructuurmaatregelen of dat er ook andere mogelijkheden zijn. Moet dit samengaan met- of zelfs voorafgegaan worden door deze andere mogelijkheden, zoals keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling en vraagsturing?

Ni Is er in de optiek van PZH sprake van een opgave I probleem? Om dit te beoordelen moet de situatie duidelijk en specifiek beschreven zijn, in redelijkheid objectief onderbouwd worden en in een bredere context worden geplaatst. De beschrijving beantwoordt: wat gaat er concreet mis of welke concrete kans missen we, in deze situatie, op dit moment? Dat een idee of wens “past bij het streven van de provincie naar^” is onvoldoende specifiek en urgent. Als onderbouwing is bijvoorbeeld dat het verkeer ergens “regelmatig vast staat” te mager. Afhankelijk van de fase (initiatief, verkenning, planuitwerking) mag steeds meer verwacht worden: hoe vaak, hoe lang, hoeveel weggebrui­ kers raakt dit, et cetera? Hoe verhoudt dit zich tot provinciale normen/streefwaarden (bijvoorbeeld cyclustijden op kruisingen)? In hoeverre is er sprake van een verkeersonveilige situatie? En verhoudt dit alles zich tot andere situaties in Zuid-Holland; komt dit vaker voor en in welke mate?

N2 Zijn daarvoor infra maatregelen plausibel een effectieve oplossing? Bij opgaven die raken aan het verkeer- en vervoerssysteem, spelen meerdere aspecten en mogelijke oplossingsrichtingen. Een bekende systematiek om dit te onderzoeken is de Ladder van Verdaas: ruimtelij­ ke ordening, prijsbeleid, openbaar vervoer, mobiliteitsmanagement, benutting, aanpassing aan de be­ staande infrastructuur, nieuwe infrastructuur. Alleen de laatste twee à drie stappen daarvan vragen daadwerkelijk infTastructuurmaatregelen. Hoewel gebruik van de ladder vaak oplevert dat een mix van maatregelen gewenst is, kunnen zich wel degelijk situaties voordoen waarin infrastructuurmaatregelen niet geadviseerd worden als te onderzoeken oplossingsrichting. Bijvoorbeeld als er sprake is van ruimtelij­ ke keuzes, die door de provincie niet worden ondersteund, zoals een ongewenste ontwikkeling of beschik­ baarheid van een duidelijk betere, alternatieve locatie.

N3 Zijn er andere maatregelen die de opgave verkleinen, waar onafhankelijk van infra maatregelen eerst een afspraak over gemaakt kanImoet worden? Als er naast infTamaatregelen ook mogelijke niet-infTamaatregelen zijn, dan is belangrijk of deze afzon­ derlijk uitvoerbaar zijn (no regret) en naar verwachting substantieel oplossend vermogen hebben. Als dit het geval is, dan kan gekoppeld aan overeenstemming om de niet-inframaatregel uit te voeren worden overwogen om al parallel het proces voor infTa-oplossingen te starten, of om eerst de effecten te monito­ ren. Als er geen overeenstemming over de niet-inframaatregel wordt bereikt, dan kan dit reden zijn om vooralsnog geen (volgende) stap in het PZI-proces te starten. Zo kan bijvoorbeeld afweging zijn dat de provincie het opwaarderen van een fietsroute, met het doel om automobilisten een keuze voor de fiets te laten maken, alleen ter hand wil nemen als de gemeente bereid is het aanbod (parkeernorm) en/of de prijs van parkeren aan te passen. We luisteren naar signalen en wensen van andere partijen, maar vertrouwen vervolgens wel op het professio­ nele oordeel van onze eigen organisatie. Als wij het niet plausibel vinden dat er een situatie is die (onderzoe­ ken van) infrastructuurmaatregelen vraagt, dan moeten we eerlijk het advies geven om dit niet ter hand te nemen (zie advies A7)

2.3

Verantwoordelijkheid

Alle overheden dienen het maatschappelijk belang. Er is echter wel sprake van een verantwoordelijkheidsver­ deling. Provincie is wettelijk verantwoordelijk voor beslissingen over haar infrastructuur en het adequaat onderhouden daarvan. Daarnaast zijn we verantwoordelijk voor het OV vanuit onze rol als concessieverlener. Die verantwoordelijkheden zijn ook bepalend voor de historisch gegroeide geldstromen (opcenten motorrij­ tuigenbelasting, doeluitkeringen). En zijn daarmee de kern van waarover politieke verantwoording wordt afgelegd. Het is daarom logisch dat onze focus en prioriteit in belangrijke mate daaraan gekoppeld is. Ons

10

PZI spelregels

bestuur en politiek kiezen daarnaast welke aanvullende inspanningen gewenst en haalbaar zijn om de bredere ambities en doelen te dienen.

Vi Raken de oplossingsrichtingen direct infrastructuur of OV-concessies van PZH? Onze wettelijke verantwoordelijkheid is beperkt tot onze eigen infrastructuur, zoals wegen, vaarwegen en kunstwerken (dit is onder meer te vinden in Geoweb op het intranet van PZH). Voor infrastructuur specifiek ten behoeve van het OV concentreren we ons op het hoofdnetwerk OV. Op provinciale wegen buiten dit hoofdnetwerk OV gelden voor het OV dezelfde afwegingen als voor weggebruikers in het algemeen. Dat iets direct raakt aan onze wettelijke verantwoordelijkheden betekent dat we hierop aanspreekbaar zijn; de provincie is dan altijd partij in afwegingen hierover. Het zegt op zichzelf echter niets over beoor­ deling van de noodzaak, oorzaak en haalbaarheid van beoogde / gewenste maatregelen. Uitkomst van de overweging kan bijvoorbeeld zijn dat we ergens vanuit onze rol als wegbeheerder aan meewerken, maar alleen als anderen de (meer)kosten van maatregelen dragen (zie adviezen A3 en A5).

V2 Dragen de oplossingsrichtingen plausibel bij aan doelen van PZH? Voor oplossingsrichtingen die niet direct raken aan onze wettelijke verantwoordelijkheid moet duidelijk zijn hoe deze bijdragen aan de bredere opgaven en doelen zoals bepaald door ons bestuur en politiek. Als dit niet het geval is, dan is provinciale betrokkenheid af te raden (zie advies A7).

2.4

Oorzaak

Beoogde/gewenste inframaatregelen vinden hun oorsprong in autonome ontwikkeling en/of worden veroor­ zaakt door een initiatief van één of meerdere publieke of private partijen. We spreken van autonome ontwikkelingen als oorzaak als deze niet direct te relateren zijn aan een specifieke keuze, zoals woningbouw of bedrijventerreinontwikkeling, maar bijvoorbeeld het gevolg is van de algemene mobiliteitsgroei die samengaat met macro-economische ontwikkelingen. Alles wat verder gaat dan maatregelen die vanuit autonome ontwikkeling nodig zijn noemen we een initia­ tief. Hierbij is dus sprake van een actieve, specifieke keuze om iets te doen of niet te doen. Soms is de provin­ cie zelf (mede) initiatiefnemer. In andere gevallen kan de provincie ook alleen als wegbeheerder betrokken zijn, zonder mede-initiatiefnemer te zijn.

Oi Maakt autonome ontwikkeling een ingreep gewenst? Voor het omgaan met de gevolgen van autonome ontwikkeling op ons eigen netwerk zijn wij als provincie verantwoordelijk. Bepalend voor of de autonome situatie nu of in de nabije toekomst aanleiding geeft om maatregelen te overwegen, is het actuele beeld van de Netwerkanalyse Provincie Zuid-Holland (te vinden op https://arcg.is/bue8P). Bij projecten in een verdere fase van uitwerking (bijvoorbeeld na het doorlopen van een Verkenning), kan dit beeld worden aangevuld met nadere informatie uit verkeersberekeningen en -analyses. Of dit resulteert in het uitvoeren van maatregelen is overigens geen automatisme, maar de uitkomst van een bredere afweging.

O2 Vraagt een initiatief om extra inzet bij deze ingreep? In het geval dat maatregelen omwille van autonome ontwikkeling overwogen worden, dan kan het dat de provincie en/of een externe partij hier vanuit bereikbaarheidsambities of andere ambities iets aan wil toevoegen. In dat geval is er dus sprake van een initiatief, naast de beoogde maatregelen vanwege autono­ me ontwikkeling.

O3 Is PZH partij in het initiatief? Als er inderdaad een initiatief is om iets aan de maatregelen toe te voegen, dan is de vervolgvraag wat de aard van de betrokkenheid van de provincie is. Dat de provincie betrokken is vanuit haar wettelijke taken staat los van of de provincie ook (mede) initiatiefnemer moet zijn. We gaan hier vanuit het PZI terughou­ dend mee om en dit vraagt daarom een goed onderbouwde reden waarom de bijdrage van het initiatief aan provinciale doelen zonder provinciale betrokkenheid onvoldoende tot stand komt.

11

Als dit inderdaad het geval is, dan is het (gedeeld) initiatiefnemerschap bepalend voor het advies over verdeling van meerkosten (zie advies A2). Als onvoldoende beargumenteerd kan worden waarom de provincie mede initiatiefnemer zou moeten zijn, dan is de provincie slechts betrokken vanuit haar wettelijke taak en moet de initiatiefnemer bereid zijn de meerkosten van het initiatief te dragen (zie advies A3).

O4 Is PZH partij in het initiatief? Zoals O3, met als verschil dat er geen beoogde / gewenste maatregelen vanuit autonome ontwikkeling zijn. Het initiatief is dus geen toevoeging, maar staat op zichzelf. Als er voldoende specifieke reden en meerwaarde bestaat voor de provincie om (mede) initiatiefnemer te zijn, dan is dit bepalend voor het advies over verdeling van de kosten (zie advies A4). Als dit onvoldoende beargumenteerd kan worden, dan is de provincie slechts betrokken vanuit haar wettelijke taak en moet de initiatiefnemer bereid zijn de kosten van het initiatief te dragen (zie advies A5).

O5 Is PZH partij in het initiatief? Het betreft in dit geval infrastructuur van anderen, waarbij met de infTamaatregel een provinciaal doel wordt gediend. Echter, alle overheden dienen maatschappelijke doelen, en maatregelen van andere overheden zullen dus regelmatig ook bijdragen aan provinciale doelen. Dat betekent nog niet dat de provincie (mede) initiatiefnemer moet zijn. Daarvoor moet een specifieke reden of meerwaarde zijn, bijvoorbeeld omdat een ander initiatief van de provincie de maatregelen op het netwerk van derden nodig maakt, of omdat de bijdrage van het initiatief aan provinciale doelen zonder provinciale betrokkenheid onvoldoende tot stand komt. Als dit inderdaad het geval is, dan is het (gedeeld) initiatiefnemerschap bepalend voor het advies over verdeling van (meer)kosten (zie advies A6). Als de specifieke reden en meerwaarde onvoldoende beargumenteerd kan worden, dan is provinciale betrokkenheid af te raden zie advies A7).

2.5 Haalbaarheid De toets op haalbaarheid is altijd aan de orde, ongeacht van de verdere kenmerken van de situatie.

Hi De verantwoordelijke I initiatief nemende partijen zijn het eens over een redelijke verdeling van kosten. Door de betrokken partijen moeten verwachtingen worden uitgewisseld over verdeling van de kosten (investering en proces). Dit is uiteraard afhankelijk van de precieze situatie; bij de adviezen (zie adviezen Ai t/m A6) is een indicatie gegeven van wat wij als provincie in het algemeen als gebruikelijke/redelijke uitgangspunten voor verdeling beschouwen. Ook in een vroege fase moet dit gesprek niet uit de weg worden gegaan, bijvoorbeeld voorafgaand aan een Verkenning. Verdere uitwerking kan uiteraard tot enige bijstelling leiden, maar als partijen hierover op voorhand al wezenlijk andere standpunten hebben, dan is ook een Verkenning niet kansrijk en daarom af te raden.

H2 Partijen kunnen en willen gezamenlijk de (geschatte) investering van de (meest waarschijnlijke) oplossingsrichting reserveren | leveren. Voorafgaand aan elke fase, ook een onderzoek in de initiatieffase, moet expliciet gemaakt worden wat het beoogde, geschatte of geraamde kostenniveau van de te bestuderen oplossingsrichtingen is (investerings­ kosten). In de initiatieffase en verkenningsfase kan er nog sprake zijn van een breed palet aan oplossings­ richtingen. In dat geval zijn de geschatte kosten van de meest voor de hand liggende oplossingsrichting maatgevend voor de haalbaarheidstoets. De betrokken partijen moeten hiervoor gezamenlijk budget reserveren (Voorbereidingsbesluit), toezeggen (Uitvoeringsbesluit) of bijdragen (Realisatiebesluit).

H3 Partijen kunnen en willen gezamenlijk het benodigde budget en inzet van de fase leveren. Naast de (beoogde) investeringskosten moet duidelijk zijn welke kosten en personele inzet worden gevraagd voor de nu gewenste fase (onderzoek, verkenning, etc.). De betrokken partijen moeten deze kosten en inzet gezamenlijk bijdragen.

H4 Voor meerkosten van opgaven anders dan mobiliteit en doorsnijdende thema’s is dekking buiten het PZI gereserveerd. Maatregelen aan infrastructuur hangen samen met andere doelstellingen dan alleen bereikbaarheid. Om

12

PZI spelregels

te beginnen zullen infrastructuurprojecten hun negatieve effecten moeten mitigeren en compenseren (minimaal conform de wet), bijvoorbeeld op leefomgeving, ruimtelijke kwaliteit en natuur. Daarnaast zijn in de begroting drie “doorsnijdende thema’s” benoemd, namelijk Klimaat (zowel mitigatie, waaronder CO2 en energie, als adaptatie), Circulair en Biodiversiteit. De onderzoeken en projecten voor infrastruc­ tuur moeten hieraan invulling geven binnen/ten laste van de budgetten in het PZI. Het kan echter voorko­ men dat gekoppeld aan infrastructuurmaatregelen ook andere beleidsdoelen kunnen worden gediend, aanvullend op mitigeren, compenseren en de doorsnijdende thema’s. In die gevallen zal gevraagd worden om voor de (extra) kosten hiervan dekking buiten het PZI beschikbaar te stellen. Als de betrokken partijen het niet eens kunnen worden over de geschatte kosten en een redelijke verdeling hiervan, of hun aandeel in de kosten van onderzoek en maatregelen niet (voorzienbaar) kunnen en willen dragen, dan resulteert dat in een advies om vooralsnog geen (nieuwe) fase in het PZI-proces te starten (zie advies A7). Voor de provincie wordt deze afweging niet alleen bepaald door de inhoudelijke afweging over de situatie, maar ook door afwegingen en prioriteitstelling over het hele PZI (zie hiervoor ook paragraaf 1.2 en 1.3).

2.6

Adviezen op hoofdlijn

Doorlopen van dit beoordelingskader resulteert in een advies/voorstel van de ambitie-eigenaar aan de voor het PZI verantwoordelijke portefeuillehouder. Hierin wordt aangegeven of het starten van een (volgende) fase in het PZI-proces aan te bevelen is in de voorliggende situatie. En, zo ja, welke financiële afspraken in hoofdlijn passend zijn bij de situatie. Het advies volgt uit de inschattingen over noodzaak, verantwoordelijk­ heid, oorzaak en haalbaarheid. Omdat de adviezen op hoofdlijn zijn, is de exacte uitkomst uiteraard nog steeds situatie afhankelijk. Een correcte toepassing van het beoordelingskader gaat er echter wel vanuit dat hoofdlijnen van de adviezen worden gerespecteerd, bijvoorbeeld niet toch meebetalen of meewerken aan een initiatief als we geen (mede) initiatiefnemer zijn.

Ai PZH betaalt & reserveert kosten naar rato van wettelijke taak. Bij maatregelen die gewenst zijn vanwege autonome ontwikkeling, zijn de wettelijke verantwoordelijkhe­ den indicatie voor het advies over kostenverdeling. Bij kruisingen is dat bijvoorbeeld de zogenoemde “potentheorie”: elke wegbeheerder draagt bij naar rato van het aantal op de kruising aansluitende wegen, waarvoor zij verantwoordelijk is. Zoals aangegeven onder de haalbaarheidstoets (zie H) is overeenstem­ ming tussen de verantwoordelijke wegbeheerders over de kosten en verdeling hiervan voorwaarde voor het uitbrengen van dit advies.

A2 Autonoom als Ai, PZH (en derde) betaalt & reserveert (aandeel) meerkosten initiatief. Zoals Ai, als er daarnaast ook sprake is van een wens om aanvullende zaken te realiseren. Dit is te overwe­ gen op voorwaarde dat de initiatiefnemer(s) de meerkosten van deze aanvullende zaken betalen (zowel de extra investering als de extra proceskosten ten opzichte van de kosten onder Ai). In deze situatie is de provincie (mede)initiatiefnemer (zie O3), dus is zoals aangegeven onder de haalbaarheidstoets (zie H) overeenstemming tussen de initiatiefnemers over de meerkosten en verdeling hiervan voorwaarde voor het uitbrengen van dit advies.

A3 Autonoom als A1, derde betaalt & reserveert loo% meerkosten initiatief. Zoals A2, met het verschil dat de provincie geen (mede)initiatiefnemer is (zie O3). Voorwaarde voor het uitbrengen van dit advies is dat de initiatiefnemers toezeggen om loo% van de meerkosten (investering en proceskosten) te dragen.

A4 PZH (en derde) betaalt & reserveert (aandeel) kosten. In deze situatie zijn we als provincie betrokken omdat de beoogde maatregel raakt aan onze netwerken of concessies (zie V1) én omdat de provincie (mede) initiatiefnemer is (zie O4). De oorzaak ligt echter niet in autonome ontwikkeling. Zoals aangegeven onder de haalbaarheidstoets (zie H) is overeenstemming tussen de initiatiefnemers over de kosten (investering en proceskosten) en de verdeling hiervan voorwaarde voor het uitbrengen van dit advies.

A5 Derde betaalt & reserveert loo% kosten. Zoals A4, met het verschil dat het initiatief niet (mede) door de provincie is genomen (zie O4). De beoogde

13

maatregel raakt wel aan onze netwerken of concessies (zie Vi). Advies is daarom om de maatregel alleen te overwegen als de initiatiefnemer toezegt om loo% van de kosten (investering en proceskosten) te dragen. De initiatiefnemer kan het proces naar eigen inzicht vorm te geven, binnen de eisen van wet en verorde­ ning. De provincie is uiteraard wel inhoudelijk betrokken als wegbeheerder of concessieverlener. Indien de inzet van provinciale capaciteit in redelijkheid valt onder onze normale taken in dat kader (afstem­ ming, toetsing en vergunningverlening), dan is hiervoor geen vergoeding verschuldigd (afgezien van leges in het geval van een vergunning).

A6 PZH (en derde) betaalt & reserveert (aandeel) kosten. Zoals A4, met het verschil dat het initiatief niet raakt aan onze netwerken of concessies (zie Vi). Het is wel duidelijk beargumenteerd dat de beoogde maatregelen bijdragen aan de bredere opgaven en doelen voor bereikbaarheid, zoals bepaald door ons bestuur en politiek (zie V2). De provincie is wel (mede) initiatiefne­ mer (zie O5). Zoals aangegeven onder de haalbaarheidstoets (zie H) is overeenstemming tussen de initiatief­ nemers over de kosten (investering en proceskosten) en de verdeling hiervan voorwaarde voor het uitbrengen van dit advies.

A7 Geen start (volgende) fase in het PZI-proces bij huidige kenmerken. Bepaalde kenmerken van de situatie op dit moment leiden tot het advies om geen (nieuwe) fase te starten in het PZI-proces. Bijvoorbeeld omdat we geen noodzaak voor Infra maatregelen zien, de oplossingsrich­ tingen niet raken aan provinciale netwerken en doelen, of omdat het niet haalbaar wordt geacht dat oplossingen daadwerkelijk tot uitvoering kunnen komen. We stoppen dan dus met het proces. Uiteraard kan de situatie in de toekomst veranderen, resulterend in een nieuwe beoordeling en advies. Ook bestaat de mogelijkheid dat de provincie ervoor kiest om wel (verdere) actie te ondernemen naar aanleiding van de situatie, maar zonder daarbij maatregelen aan infrastructuur te overwegen. Er wordt dan geen aanspraak gedaan op de financiële middelen in het PZI en het vervolg is daarmee niet gebonden aan de PZI-spelregels.

14

PZI spelregels

3 Fasebeschrijvingen In dit hoofdstuk wordt van elk van de vier fases in het PZI-proces een korte omschrijving gegeven. Wat is in grote lijn het doel, karakter, detailniveau en aanpak van een fase? Samen met het informatieprofiel van het besluit, dat richtpunt is aan het eind van de fase, geeft dit een houvast voor wat normaal gesproken verwacht kan/mag worden en in een opdracht opgenomen kan worden. Ten opzichte hiervan kunnen uiteraard bewust en expliciet aanvullingen en aanpassingen worden afgesproken voor de specifieke situatie van elke opdracht.

3.1

Beschrijving Initiatieffase (PZI onderzoek / gebiedsverkenning)

Een onderzoek in de initiatieffase is bedoeld om meer zicht te krijgen op gebiedsgerichte of thematische opgaven. Er wordt breed in kaart gebracht welke problemen en kansen aanleiding zijn, welke mogelijke oplossingsrichtingen kunnen worden beschouwd en welke stakeholders daarbij betrokken kunnen/moeten worden. Op basis daarvan kunnen de deelnemende partijen beslissen of en, zo ja, welke oplossingsrichtingen in een verkenning (de volgende fase) uitgewerkt zouden moeten worden. Ontwerpen, effectbepalingen en kosten­ schattingen van oplossingsrichtingen blijven dan ook beperkt tot wat echt nodig is om deze keuze te maken. Het starten van een onderzoek in de initiatieffase kent geen formeel besluit in het PZI-proces, maar vraagt wel een advies volgens het inhoudelijke beoordelingskader in hoofdstuk 2. Omdat juist de vraag is of nader onderzoek nodig en gewenst is, zal dit op een aantal punten een afweging op hoofdlijn zijn. Voor wat betreft de kosten betreft dat de onderzoekskosten plus een ruwe afstemming van verwachtingen over het kostenni­ veau van oplossingsrichtingen en de verdeling hiervan over partijen.

De vorm van het onderzoek is maatwerk per gebied of vraagstuk en wordt vooraf met de deelnemers duide­ lijk vastgelegd: specifiek doel en beoogd resultaat, afbakening, verwachte doorlooptijd en processtappen, bekostiging en personele inzet, bestuurlijke- en/of hoog ambtelijke aansturing, trekkerschap, etc. Juist omdat er breed gekeken wordt, is het van belang dat bij de start van het onderzoek wel heldere afspraken worden gemaakt over de afbakening, om te het proces beheersbaar te houden (bijvoorbeeld: welke al voldoende hard afgesproken ontwikkelingen beschouwen we als autonoom uitgangspunt? Zijn partijen bereid om andere, nog niet voldoende afgesproken ontwikkelingen als uitgangspunt los te laten? Etc.). Een instrument dat tijdens de initiatieffase gebruikt kan worden is de Omgevingswijzer. Opgaven kunnen worden geagendeerd door de provincie zelf of door andere overheden en partijen in de samenleving. We bekijken per initiatief hoe wij ons daartoe verhouden en wat een passende rol is voor de provincie, zoals beschreven in onze participatievisie. De provincie pakt opgaven bij voorkeur samen met andere partijen op.

Als uit het onderzoek blijkt dat oplossingsrichtingen voorzienbaar een substantiële investering binnen het PZI vragen en daarom vervolg moeten krijgen binnen dit kader, dan moet een besluit worden voorgelegd voor het starten van een verkenning (Voorbereidingsbesluit; voor het bijbehorende informatieprofiel zie paragraaf 4.1, voor algemene beschrijving van de procesgang zie paragraaf 1.3). Er kan ook besloten worden dat een oplossingsrich­ ting buiten het kader van het PZI kan worden uitgewerkt (en dus geen investering vanuit het PZI vraagt) of dat geen verdere actie nodig/wenselijk is. Ook deze afweging moet in ieder geval voorzien zijn van een advies volgens het inhoudelijke beoordelingskader in hoofdstuk 2, inclusief een inschatting op programmaniveau van financiële haalbaarheid van oplossingsrichtingen.

15

Besluiten over (de wijze van) provinciale deelname in onderzoeken en het vervolg daarvan zijn een politiek-bestuurlijke afWeging, waarin onder meer de provinciale taken, verplichtingen en ambities en brede prioriteitstelling een rol spelen. Wij zijn daarbij constructief, maar ook duidelijk als iets niet kan.

3.2 Beschrijving Verkenningsfase Een Verkenning is bedoeld om te komen tot een slimme, integrale voorkeursoplossing, op basis van een brede beschouwing van de opgave, scherpe probleemanalyse en een inzichtelijke afWeging. Uitgangspunt hierbij zijn de opgave en oplossingsrichtingen, die zijn beschreven in het kader van het Voorbereidingsbesluit (zie paragraaf 4.1). De voorkeursoplossing die ontstaat op het eind van de Verkenning kan bestaan uit één voorkeursalternatief of uit een samenhangend pakket van maatregelen (integrale maatwerkoplossingen). De aanpak van de Verkenning wordt bij de start door de deelnemende partijen duidelijk vastgelegd op basis van het Voorbereidingsbesluit: scope, processtappen en planning, participatie, financiën en personele inzet, besluitvorming en aansturing (zie paragraaf 4.1). Ook wordt beschreven hoe omgegaan wordt met onzekerhe­ den en nieuwe ontwikkelingen. De kern van het proces is onderbouwde trechtering op basis van een grondi­ ge probleemanalyse. Instrumenten die hierbij ingezet kunnen worden zijn bijvoorbeeld een MKBA of businesscase, een plan-mer, de Omgevingswijzer en Ambitieweb. Bij de uitvoering van de Verkenning worden overheden, organisaties, inwoners en bedrijven betrokken zoals beschreven in de provinciale participatievisie en -principes.

Daarbij wordt ook gekeken of vroegtijdig inscha­ kelen van kennisinstellingen en marktpartijen meerwaarde heeft voor onder meer innovatie en duurzaam­ heid. Met netbeheerders vindt strategisch vooroverleg plaats over (majeure) kabels en leidingen die in de oplossingsrichtingen een rol spelen. De Verkenning moet binnen de in het Voorbereidingsbesluit afgesproken duur worden afgerond. Als duidelijk wordt dat dit niet lukt, dan moeten de deelnemende partijen expliciet nieuwe afspraken maken over of de Verkenning wordt verlengd en, zo ja, met welke aangepaste afspraken. Op basis van de resultaten van de Verkenning wordt nader bekeken of er inderdaad voldoende grond is voor een investering binnen het PZI. Daarnaast moet over de voorkeursoplossing in relatie tot andere Verkenningen een (politiek-bestuurlijke) afweging en prioritering binnen het totale programma en beschikba­ re middelen worden gemaakt. Als gekozen wordt om over te gaan tot de planuitwerking, dan moet er een Uitvoeringsbesluit worden genomen (voor het bijbehorende informatieprofiel zie paragraaf 4.2, voor algemene beschrijving van de procesgang zie paragraaf 1.3). De afweging of een Uitvoeringsbesluit wordt voorgelegd moet in ieder geval voorzien zijn van een advies volgens het inhoudelijke beoordelingskader in hoofdstuk 2, inclusief een inschatting van priori­ teitstelling op programmaniveau.

Er kan ook besloten worden dat (vervolg)acties en investeringen niet nodig zijn of op dat moment onvoldoen­ de urgent/prioritair zijn in het totaal van het programma. In dat geval maakt de provincie met de andere deelnemende partijen afspraken over monitoring van de ontwikkelingen, die bepalend zijn voor of en wanneer de opgave weer actieve aandacht nodig heeft. Resultaten en keuzes uit de Verkenning kunnen indien gewenst beleidsmatig verankerd worden in een omgevingsvisie of omgevingsprogramma. Voor eenvoudige maatregelen bestaat wel de mogelijkheid om het Uitvoeringsbesluit en Realisatiebesluit tegelijk te laten nemen, omdat er geen ruimtelijke planuitwerking nodig is en het uitwerkingsniveau al passend is voor een Realisatiebesluit (zie voor beide zaken paragraaf4.2, sectie Aanpak).

16

PZI spelregels

3.3 Beschrijving Uitvoeringsfase: planuitwerking Tijdens de planuitwerking wordt de voorkeursoplossing verder uitgewerkt tot uitvoerbare en financieel haalbare acties/ontwerpen, inclusief onder meer inpassing, conditionering van kabels en leidingen, duur­ zaamheid en innovatie binnen de kaders van het Uitvoeringsbesluit (zie paragraaf 4.2). De bij uitvoeringsbe­ sluit gekozen voorkeursoplossing zelf staat echter niet meer ter discussie. Daarnaast ontstaat duidelijkheid over de beoogde marktbenadering/aanbestedingsstrategie. De resultaten worden waar nodig verankerd in ruimtelijke besluiten die onderdeel zijn van de Omgevingswet. De aanpak van de planuitwerking wordt bij de start door de deelnemende partijen duidelijk vastgelegd op basis van het Uitvoeringsbesluit, waaronder de voorkeursoplossing, rollen, taken en bevoegdheden, proces­ stappen (inclusief besluitvorming) en planning, financiën en personele inzet, omgang met onzekerheden en risico’s. Het proces wordt vaak in belangrijke mate bepaald door de wettelijke procedures en vereisten, gekoppeld aan een benodigd ruimtelijk besluit. Onderdeel daarvan zijn ook de verplichte afwegingen over aspecten als geluid en stikstof, inclusief mitigatie en compensatie van effecten.

Of dit een mer-beoordeling vraagt hangt mede af van of dit in een eerder stadium al is gebeurd, bijvoorbeeld gekoppeld aan een provinci­ ale of gemeentelijke omgevingsvisie of -programma. Het accent van participatie verschuift in de loop van deze fase richting rechtmatigheid en legitimiteit, in de vorm van informeren, heldere procedures, zienswijzen, bezwaar en beroep. Om over te gaan tot het realisatiedeel van de Uitvoeringsfase moet een Realisatiebesluit worden genomen (voor het bijbehorende informatieprofiel zie paragraaf 4.3). Er is dan definitieve duidelijkheid over de scope en maatregelen en bekostiging daarvan, inclusief eventuele afwijkingen ten opzichte van het Uitvoeringsbesluit. Afhankelijk van de wettelijke procedures kan dit besluit samenvallen met een besluit onder de Omgevingswet (projectbesluit, aanpassing omgevingsplan, omgevingsvergunning). De machtiging tot aanbe­ steding kan samenvallen met het realisatiebesluit, maar kan ook later tijdens de realisatie worden gegeven (voor algemene beschrijving van de provinciale procesgang zie paragraaf 1.2). Mocht de planuitwerking van de voorkeursoplossing niet leiden tot een haalbaar ontwerp/acties vanuit provinciale optiek, dan maakt de provincie met de andere deelnemende partijen afspraken over het vervolg, bijvoorbeeld het opnieuw ter hand nemen van de Initiatief- of Verkenningsfase.

Deze afweging moet ook voorzien zijn van een advies volgens het inhoudelijke beoordelingskader in hoofdstuk 2.

17

3.4

Beschrijving Uitvoeringsfase: realisatie

Tijdens het realisatiedeel van de Uitvoeringsfase wordt het project daadwerkelijk aanbesteed, gebouwd en opgeleverd voor gebruik en beheer. Basis voor de aanpak zijn de uitvoeringsplanning en het inkoopplan die horen bij het informatieprofiel van het Realisatiebesluit (zie paragraaf4.3, kopje Aanpak). Het verdient aanbeveling om met partners in het project, zoals andere overheden, alle afspraken waarvan het kan aan de start van deze fase in (bindende) overeenkom­ sten te hebben vastgelegd. Voor desondanks nog openstaande punten, of gewenste aanpassingen tijdens de realisatie geldt ook dat deze met de grootst mogelijke spoed tot definitieve, expliciet vastgelegde afspraken moeten komen. Het kan soms aantrekkelijk zijn om extra werkzaamheden aan een lopend project toe te voegen, maar de impact hiervan op extra kosten, planning en risico’s hiervan neemt in deze fase snel toe. Participatie/communicatie is gericht op het informeren van gebruikers, omwonenden en andere belangheb­ benden en op het minimaliseren van overlast, als onderdeel van het omgevingsmanagement. Vaak gebeurt dit in samenwerking met de aannemer van het werk. De realisatie wordt afgesloten met een Opleveringsbesluit (voor het bijbehorende informatieprofiel zie paragraaf 4.4).

Voor het project rest dan nog nazorg, waaronder overdracht van de benodigde documentatie aan de beheeror­ ganisatie, en administratieve afronding, waarna decharge wordt verleend. De nazorg, afronding en decharge zal normaal gesproken ook onderdeel zijn van de opdracht voor de realisatiefase.

18

PZI spelregels

4 Informatieprofielen besluitmomenten In dit hoofdstuk staan de informatieprofielen horend bij de besluitmomenten in het PZI-proces. De profielen beschrijven de informatie die op het eind van een fase verwacht wordt om te bepalen of je een besluit wilt voorleggen om naar een volgende fase te gaan. Deze afweging wordt gemaakt in samen­ hang met het beoordelingskader in hoofdstuk 2, inclusief prioritering op programmaniveau. Als ervoor wordt gekozen om een besluit voor te leggen, dan is de informatie input voor de besluitdocumenten. De informatieprofielen vormen daarmee ook een richtpunt om te gebruiken in de opdracht en het plan van aanpak bij de start van een fase. De gewenste informatie kan uiteraard aangepast worden op de specifieke situatie; aanvullen kan altijd, als er punten worden aangepast of weggelaten, doe dit dan expliciet en beargumenteerd.

4.1

Informatieprofiel Voorbereidingsbesluit

Om een Voorbereidingsbesluit voor te kunnen leggen, moet in beginsel de in deze paragraaf beschreven informatie beschikbaar zijn. Eventuele aanpassingen hiervan kunnen aan de start van de Initiatieffase worden vastgelegd in de onderzoeksopdracht en afspraken met de betrokken partijen. Opgave(n) ^ Omschrijving vanuit een brede scope. De opgave voor bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid in relatie tot ruimtelijke ontwikkeling, inclusief ruimtelijke kwaliteit, en economie, gerelateerd aan de overwegingen en netwerkhiërarchie voor wegen, OV, vaarwegen en fiets van de Netwerkanalyse Provincie Zuid-Holland (te vinden op https:ZZarcg.isfbue8P). Daarnaast wordt aandacht besteed aan andere maat­ schappelijke opgaven en doelstellingen, zoals energietransitie, CO2-reductie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit, een gezonde en inclusieve samenleving en kansen voor innovatie. Nadere duiding, advies en instrumenten hiervoor zijn onder meer te vinden in de handreiking duurzaamheid. Aan welke in de provinciale begroting vastgelegde beleidsdoelen en -prestaties wordt direct bijgedragen? ^ Verwachte ontwikkeling van de situatie zonder ingreep. Welke problemen ontstaan of worden groter, welke kansen worden gemist? ^ De samenhang van de brede opgave met de algemene provinciale (wettelijke) taken, verplichtingen en ambities.

Voor welk deel zijn wij direct/primair verantwoordelijk en voor welke delen zijn anderen primair verantwoordelijk? Oplossingsrichtingen ^ Reikwijdte van de oplossingsrichtingen die in de Verkenning zullen worden beschouwd. Waar mogelijk gaan we voor integrale maatwerkoplossingen, waarbij voor bereikbaarheid van personen en goederen per situatie wordt gekeken naar een passende mix van OV, fiets, lopen en auto. We zoeken naar slimme oplossingen en beter benutten van bestaande infrastructuur als optie naast aanleg van nieuwe infrastruc­ tuur. In relatie tot nieuwe stedelijke ontwikkelingen is uitgangspunt dat gebouwd wordt met oriëntatie op hoogwaardig openbaar vervoer en versterken van de langzaam vervoerrelaties. ^ Beschrijving van de concrete uitwerking voor andere onderdelen van de brede scope van de opgave, die in de Verkenning zal worden onderzocht (zie ook hiervoor o.a. de handreiking duurzaamheid). Welke volgens het provinciaal beleid gangbare oplossingsrichtingen en/of onderdelen van de brede scope op voorhand al buiten de afbakening van de Verkenning worden gelaten. En waarom, bijvoorbeeld omdat ze niet relevant, maakbaar of haalbaar worden geacht.

19

Betrokken partijen ^ Welke medeoverheden, organisaties, inwoners en bedrijven worden betrokken en globaal waarover? Denk hierbij ook aan het vroegtijdig signaleren van kansen voor innovatie en duurzaamheid. ^ De wijze waarop de participatievisie en -principes van de provincie worden toegepast. ^ Welke al bekende, (mogelijk) gerelateerde wensen en initiatieven van andere partijen op voorhand buiten de afbakening van de Verkenning worden gelaten en waarom. Financiën ^ Een schatting van de kosten van de te onderzoeken oplossingsrichtingen, inclusief andere onderdelen van de brede scope (in ieder geval ondergrens, bovengrens en meest voor de hand liggende optie). Als uitbrei­ dingen van infrastructuur in beeld zijn, inclusief een globale indicatie van het effect op beheer- en onderhoudslasten. Ook wordt een quick scan gedaan om vast te stellen of oplossingsrichtingen raken aan ondergrondse infrastructuur met groter dan normale omvang of complexiteit en wordt dit vertaald in een globale kostenschatting (zie voor nadere uitleg de Procesleidraad Kabels en Leidingen). ^ Een voorstel over voor de oplossingsrichtingen te reserveren provinciaal budget (inclusief eventuele dekking buiten het PZI) en de mogelijkheden/bereidheid voor cofinanciering door de betrokken (markt) partijen.

Om een Verkenning te starten moet er vanuit de deelnemende partijen zicht zijn op de benodig­ de dekking voor de meest voor de hand liggende optie, inclusief een afspraak over reële indexering van de gereserveerde budgetten. Noot: Provinciaal uitvoeringsbudget wordt gereserveerd, maar pas vrijgegeven na concrete uitwerking, gekoppeld aan een Uitvoeringsbesluit. ^ Een voorstel voor de kosten en personele inzet om de Verkenning uit te voeren en de verdeling hiervan over de deelnemende partijen. Hierbij wordt ook vastgelegd wat de consequenties zijn bij gezamenlijke dan wel eenzijdige wijziging van de afspraken, bijvoorbeeld bij vertraging of extra onderzoeksvragen. Bij de provincie moet op basis hiervan voorbereidingskrediet en de benodigde personele capaciteit beschik­ baar worden gesteld. Aanpak ^ Toelichting welke stappen in de Verkenning globaal zullen worden doorlopen en met welke beoogde tijdsplanning. Een Verkenning duurt in principe maximaal twee jaar (voor de achtergrond van de niet vrijblij­ vende en onbeperkte doorlooptijden zie paragraaf 1.2).

^ Is het nodig/gewenst om het resultaat van de Verkenning, inclusief de keuze voor een voorkeursoplossing, beleidsmatig te verankeren in de omgevingsvisie of het omgevingsprogramma (bevoegd gezag provincie of gemeente)? Is hierbij een plan-mer nodig, bijvoorbeeld omdat het plan een kader vormt voor oplossings­ richtingen die mer-beoordelingsplichtig zijn conform Omgevingsbesluit (Bijlage V)? ^ Vindt er als gevolg van de te onderzoeken oplossingsrichtingen voorzienbaar stikstofdepositie plaats in Natura2000 gebieden (binnen 25km)? Zo ja, welke gebieden? En welke maatregelen om de benodigde stikstofruimte vrij te maken worden in de Verkenning gekoppeld aan de oplossingsrichtingen onder­ zocht? Zijn er andere projecten die voorzienbaar concurreren om dezelfde stikstofTuimte (in ieder geval infrastructuurprojecten en ruimtelijke ontwikkelingen voornamelijk buiten bestaand stads- en dorpsgebied)? Besluitvorming en aansturing ^ Hoe ziet de beoogde aansturing van de Verkenning eruit? Is er sprake van een aparte bestuurlijke en/of hoog ambtelijke sturing vanuit de betrokken partijen, waarin de aanpak, voortgang en resultaten worden besproken en bekrachtigd? Zo niet, welke andere overlegstructuur wordt daarvoor gebruikt? ^ Welke van de deelnemende partijen wordt trekker van de Verkenning? Of wordt er een aparte trekker (en projectorganisatie) aangesteld? ^ Hoe en wanneer vindt bij de

afzonderlijke deelnemende partijen de besluitvorming plaats over start en resultaat van de Verkenning? Voor algemene beschrijving van de provinciale besluitvorming zie paragraaf 1.3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=5f176dfd-b376-4cb9-9baf-bd9dee82ecbc