CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[I24.11885] Eindrapport objectivering uitvoeringskosten Lansingerland 2024

Commissie Algemeen Bestuur 23 oktober 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Begroting 2025-20286.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Lansingerland Geobjectiveerde benchmark begroting

eindrapport

4 juli 2024

rĩjnconsult

CEBEON

Inhoud

ríjnconsulť

1.

Samenvatting

2.

Inleiding

3.

Introductie gemeentefonds

4.

Vergelijking begroting 2023 met gemeentefonds

5.

Vergelijking met referentiegemeenten

6.

Zoekrichtingen begrotingsruimte

2

CEBEON

Samenvatting

ríjnconsulť De uitgaven en inkomsten van Lansingerland zijn vergeleken met de normkosten van het gemeentefonds en de situatie in 4 vergelijkbaar gemaakte referentiegemeenten. Dit biedt inzicht in de mogelijkheden die Lansingerland heeft om te werken aan een duurzame meerjarenbegroting.

Hoge uitgaven sociaal domein, met name jeugdzorg Uit de benchmark met externe referenties komt naar voren dat Lansingerland relatief veel uitgeeft op het sociaal domein, met name aan jeugdzorg. Op de meeste andere taakgebieden is sprake van relatief lage netto lastenniveaus. Dit kan samenhangen met een relatief sober voorzieningenniveau en/of een efficiënte uitvoering. Dit betekent wel dat het minder voor de hand ligt dat daar veel kansrijke besparingsmogelijkheden te vinden zijn.

Het is daarbij van belang om aandacht te besteden aan de onderlinge samenhang van maatregelen en de gevolgen voor de organisatie en samenleving.

Mogelijkheden voor extra inkomsten Aan de inkomstenkant zijn er mogelijkheden om extra inkomsten te genereren. Bij landelijk gemiddelde OZB-tarieven zou circa 30 euro per inwoner aan extra inkomsten worden gegeneerd. Met overige belastingen (parkeren, toeristen, forensen) weten de referentiegemeenten gemiddeld circa 15 euro per inwoner aan extra inkomsten te genereren.

Toekomstige ontwikkelingen

Doordat Lansingerland relatief weinig algemene eigen inkomsten genereert, moet in de meeste jaren een substantieel bedrag aan de reserves worden onttrokken om de begroting sluitend te krijgen. Wanneer deze werkwijze niet structureel wenselijk of mogelijk wordt geacht, zal begrotingsruimte moeten worden gevonden door uitgaven te beperken en/of inkomsten te verhogen.

Specifiek aandachtspunt voor Lansingerland zijn de tijdelijke middelen die de gemeente ontvangt ter compensatie van het nadelige effect van de herijking gemeentefonds (in 2023 betreft dit 74 euro per inwoner). Wanneer de ingroeiregeling afloopt zal de gemeenten hiervoor dekking moeten vinden in de vorm van minder uitgaven of meer inkomsten. In algemene zin kunnen de lopende landelijke onderzoeken in het kader van de onderhoudsagenda gemeentefonds (overige eigen middelen, centrumfunctie sociaal domein) nog financiële effecten voor Lansingerland met zich meebrengen.

Kansrijke besparingsmogelijkheden

Aanbevelingen voor duurzame uitgavenbeheersing

In de benchmark is te zien welke kostenniveaus mogelijk zijn voor een gemeente als Lansingerland. Bij de grootste verschillen is verdiepend onderzoek gedaan naar de achtergronden en daaruit volgende besparingsmogelijkheden. Op basis van de benchmark komen we tot de volgende indicaties van kansrijke besparingsmogelijkheden: ^ jeugdzorg: 100 euro per inwoner ^ hulp bij huishouden: 20 euro per inwoner ^ burgerzaken: 15 euro per inwoner ^ ruimtelijk domein (straatreiniging, openbare verlichting, groen): 25 euro per inwoner

Het is belangrijk om de oorzaken van hogere uitgaven scherp in beeld te hebben, zodat maatregelen (knoppen) daar goed op afgestemd kunnen worden. Dit vraagt op onderdelen om nader onderzoek. Daarbij worden de volgende aanbevelingen gedaan: ^ focus op substantiële knoppen, waarbij zowel de omvang als de effecten voor organisatie en samenleving zoveel mogelijk (cijfermatig) worden onderbouwd; ^ monitor de effectiviteit van maatregelen op langere termijn, met name in het domein samenleving, en toets de uitkomsten aan de beleidsdoelstellingen.

Onvoldoende structurele dekking voor uitgaven

In totaal gaat het om circa 160 euro per inwoner aan besparingsmogelijkheden op de uitgaven. Op onderdelen zijn wellicht aanvullende besparingen mogelijk, bijvoorbeeld door de onderkant van de bandbreedte bij referentiegemeenten op te zoeken.

Met het oog op duurzame besparingsmogelijkheden wordt gewezen op het belang van een duidelijke visie op de rol van de gemeente: wat voor gemeente wil je zijn gegeven de financiële kaders? Vanuit die visie kunnen goed doordachte maatregelen in onderlinge samenhang worden gewogen.

3

CEBEON

Inleiding

ríjnconsulť Opdracht

De lasten en baten uit de financiële administratie van Lansingerland zijn gerubriceerd op

Vanwege toekomstige begrotingstekorten zijn op 6 juli en 2 november 2023 een drietal moties* in de gemeenteraad van Lansingerland aangenomen. Dit is vertaald in de onderzoeksopdracht die een objectief beeld geeft van de kosten om alle taken uit te voeren en inzichtelijk maakt hoe de uitgaven en inkomsten van Lansingerland zich verhouden tot andere gemeenten. Door dit inzicht te relateren aan de ambities van Lansingerland kunnen scherpere keuzes worden gemaakt om te komen tot een optimale uitvoering. De uitkomsten vormen input voor de Kaderbrief 2025 en het Knoppenboek waarin de gemeente concrete maatregelen uitwerkt.

taakinhoud, zodat deze vergelijkbaar zijn met externe referenties. Ten behoeve van de

Objectivering kosten gemeentelijke taken Om het gewenste inzicht te krijgen is de begroting van Lansingerland in 2 fasen gespiegeld aan externe referentiekaders: ^ In fase 1 is de begroting van Lansingerland gespiegeld aan de ijkpunten die ten grondslag liggen aan het gemeentefonds. Deze ijkpunten vormen een objectief referentiekader voor de kosten die Lansingerland moet maken om al haar taken uit te kunnen voeren; ^ in fase 2 zijn de inzichten uit fase 1 verdiept door een benchmark met een viertal vergelijkbaar gemaakte referentiegemeenten (Katwijk, Barneveld, Gooise Meren en Pijnacker-Nootdorp). Daarbij is gewerkt 'van grof naar fijn': binnen de kaders van de opdracht is gezocht naar verklaringen voor de grootste verschillen. De vergelijking met referentiegemeenten laat zien wat de effecten zijn van andere keuzes binnen de wettelijke kaders in de praktijk van andere gemeenten. Daarmee komen ook keuzemogelijkheden voor Lansingerland in beeld en de potentiële financiële effecten die hiermee gemoeid zijn. Deze aanpak maakt het mogelijk om vanuit een objectief referentiekader gericht te zoeken naar lagere uitgavenniveaus en daarmee invulling te geven aan de zero-based operatie.

vergelijkbaarheid is het taakgerelateerde deel van de overhead (management en ondersteuning) op uniforme wijze toegedeeld aan de verschillende taakgebieden. De centrale overhead** maakt deel uit van het taakgebied algemene ondersteuning. Tevens zijn mutaties in bestemmingsreserves zoveel mogelijk toegedeeld aan de taakgebieden waarop deze inhoudelijk betrekking hebben. De analyse richt zich op de netto lasten: het saldo van lasten en baten dat ten laste komt van de algemene middelen, waarbinnen het bestuur haar keuzes moet maken. Binnen de begroting van Lansingerland wordt een groot deel van de lasten gedekt met inkomsten die specifiek bedoeld zijn voor bepaalde taken. Deze specifieke middelen komen deels van het Rijk, zoals de BUIG voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen, en deels van inwoners in de vorm van heffingen (riolering, reiniging) en leges (bouwen, burgerzaken). Wanneer we de lasten en deze taakgerelateerde baten salderen, krijgen we zicht op het beslag dat de volledige taakuitvoering legt op de algemene, vrij besteedbare middelen van Lansingerland. De uitkomsten zijn teruggekoppeld en besproken met de organisatie. Ten behoeve van het integrale beeld voor de begroting, worden de netto lasten gepresenteerd in euro's per inwoner. Voor 2023 gaan we uit van 64.327 inwoners in de gemeente Lansingerland.

Indeling rapportage In deze rapportage wordt eerst de werking van het gemeentefonds toegelicht als belangrijkste inkomstenbron van Lansingerland en centraal analyse instrument in dit onderzoek. Vervolgens wordt de begroting van Lansingerland gespiegeld aan het gemeentefonds en de gecorrigeerde uitgaven van een viertal referentiegemeenten. Op basis van deze analyses worden kansrijke zoekrichtingen voor begrotingsruimte benoemd.

Gebruikte gegevens In de analyse staat de meest recente stand van de begrotingscijfers 2023 centraal. De uitkomsten voor 2023 worden beschouwd in meerjarig perspectief van de feitelijke ontwikkelingen in de afgelopen 2 jaar op basis van de rekening 2021-2022 en de verwachte ontwikkelingen conform de meerjarenbegroting 2024-2028.

* M2023-021 Het Rijk moet betalen, niet onze inwoners! M2023-012 Toepassen zero-based operatie bij opstellen meerjarenbegroting 2025-2028 en M2023-026 efficiënte uitvoering taken. ** Dit betreft personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, administratieve organisatie, communicatie en huisvesting (PIOFACH).

4

CEBEON

Uitgangspunten gemeentefonds

ríjnconsulť Gemeentefonds als referentiekader

Wat je van de vergelijking met het gemeentefonds kunt leren

Achter het gemeentefonds gaat een verfijnde systematiek schuil, waarmee wordt beoogd gemeenten in een vergelijkbare financiële uitgangspositie te brengen.

Gemeenten hebben dezelfde taken, alleen de omstandigheden verschillen waaronder die taken uitgevoerd moeten worden. Het gemeentefonds houdt als belangrijkste dekkingsbron van gemeentelijke taken rekening met deze verschillende omstandigheden. Via het gemeentefonds worden algemene, vrij besteedbare middelen verstrekt, die gemeenten naar eigen inzicht kunnen aanwenden.

De ijkpunten die ten grondslag liggen aan het gemeentefonds vormen een objectief referentiekader voor de kosten die gemeenten moeten maken om hun taken uit te kunnen voeren. Uitgangspunt daarbij is dat gemeenten in staat worden gesteld om een gemiddeld voorzieningenniveau te realiseren, uitgaande van een efficiënte uitvoering en een gemiddelde lokale lastenlastendruk en kostendekkende heffingen. Binnen het gemeentefonds worden 20 inhoudelijk samenhangende taakgebieden onderscheiden. Voor elk taakgebied is een ijkpunt voor de kosten ontwikkeld. Deze ijkpunten geven een indicatie van de normkosten voor elk taakgebied, gegeven de uitgangspunten van een gemiddeld voorzieningenniveau en efficiënte uitvoering. De verdeling van de gemeentefondsmiddelen over gemeenten is gebaseerd op de gemeentelijke scores op ruim 50 kostenbepalende structuurkenmerken. Deze verdeling wordt jaarlijks geactualiseerd en gemonitord door het Rijk.

Dit maakt het gemeentefonds een geschikt instrument om de effecten van gestapelde beleidskeuzes te spiegelen. Doordat het gemeentefonds uitgaat van een gemiddeld voorzieningenniveau en een efficiënte taakuitvoering, maakt een vergelijking van de feitelijke uitgaven met het gemeentefonds inzichtelijk welke keuzes een gemeente heeft gemaakt. Hogere netto lasten duiden op een hoger voorzieningenniveau en/of een minder efficiënte uitvoering. Lagere netto lasten duiden op het omgekeerde. Tevens wordt inzichtelijk in hoeverre keuzes met betrekking tot de lokale belastingen en heffingen hebben geleid tot andere bestedingsmogelijkheden.

5

CEBEON

Werking gemeentefonds

ríjnconsulť Normkosten en eigen bijdrage In het cirkeldiagram wordt weergegeven hoe de gemeentefondsuitkering van Lansingerland is opgebouwd. De normkosten per taakgebied zijn het resultaat van de score van Lansingerland op de circa 50 structuurkenmerken met een verschillende weging per taakgebied (p x q). Het gat in het midden staat voor de algemene eigen middelen die Lansingerland geacht wordt in te zetten ter bekostiging van de uitgaven. Het totaal van de normkosten voor alle taakgebieden bedraagt in 2023 voor Lansingerland 116 miljoen euro en de veronderstelde eigen bijdrage 24 miljoen euro.* Het verschil van 92 miljoen euro ontvangt Lansingerland via het gemeentefonds.

Effect herijking gemeentefonds Per 2023 is het gemeentefonds herijkt. Deze herijking heeft voor Lansingerland een nadelig effect van ruim 7 miljoen euro. In het kader van de ingestelde overgangsregeling is dit nadeel tot 2026 beperkt tot 2,4 miljoen euro. Op dit moment is nog niet bekend met welke fasering het restant wordt geïmplementeerd.

* In 2023 is de eigen bijdrage iets hoger dan het gemeentefonds veronderstelt, maar zijn de feitelijke uitgaven substantieel hoger dan de normkosten. Het verschil van circa 50 euro per inwoner wordt aan reserves onttrokken.

6

CEBEON

Gemeentefonds als belangrijkste dekkingsbron van de uitgaven van Lansingerland

ríjnconsulť Profielschets Lansingerland

Profiel Lansingerland resulteert in relatief lage gemeentefondsuitkering

Om de uitkomsten voor Lansingerland in perspectief te kunnen plaatsen, hebben we een korte profielschets gemaakt aan de hand van de belangrijkste structuurkenmerken waarmee in het gemeentefonds rekening wordt gehouden. In de onderstaande tabel is per structuurkenmerk aangegeven welke plek Lansingerland inneemt binnen het totaal van de 342 gemeenten.

De combinatie van een lage score op kostenbepalende structuurkenmerken en een hoge score op eigen inkomstencapaciteit, maakt dat de uitkering in het gemeentefonds van Lansingerland relatief laag is. Per saldo ontvangt Lansingerland een gemeentefondsuitkering van ruim C 1.400 per inwoner.

structuurkenmerken inwoners lage inkomens regionale centrumfunctie bijstandsontvangers jongeren WOZ-waarde gemeentefondsuitkering waarvan jeugdzorg waarvan onderwijs

rang Lansingerland 66 338 200 258 6 16 336 327 96

In de tabel is te zien dat Lansingerland qua inwonertal op de 66e plaats staat. Op verschillende kostenbepalende (sociale) structuurkenmerken scoort Lansingerland relatief laag en staat de gemeente op een veel lagere plaats. Dit betekent dat verwacht wordt dat Lansingerland ook relatief weinig kosten heeft die samenhangen met deze kenmerken.

Landelijk loopt dit uiteen van circa C 1.200 tot meer dan C 3.400 per inwoner. Daarmee staat Lansingerland op de 336e plaats.

Alleen het aandeel jongeren in de bevolking is relatief hoog in Lansingerland. Dit komt tot uiting in het deel van de gemeentefondsuitkering dat is bedoeld voor onderwijs. Bij jeugdzorg leidt dit niet tot een hoge uitkering, omdat daar andere kenmerken - zoals huishoudens met een laag inkomen en de centrumfunctie van gemeenten - een belangrijkere rol spelen. Daarnaast is de eigen inkomstencapaciteit van Lansingerland hoog, zoals tot uiting komt in de WOZ-waarde. Dit betekent dat wordt veronderstelt dat Lansingerland een relatief groot deel van haar kosten zelf kan dragen en dus niet vergoed krijgt via het gemeentefonds.

7

CEBEON

Eigen inkomstencapaciteit in het gemeentefonds

ríjnconsulť Eigen bijdrage in kosten op basis van inkomstencapaciteit

Vergelijking met andere gemeenten

In het gemeentefonds wordt rekening gehouden met een eigen bijdrage in de kosten die gemeenten moeten maken voor de uitvoering van hun takenpakket. Deze eigen bijdrage is gebaseerd op de gemeentelijke capaciteit om eigen inkomsten te genereren uit onroerendezaakbelasting (OZB) en overige eigen middelen (overige belastingen, deelnemingen, grondexploitaties, et cetera).

In de onderstaande tabel zijn de OZB-tarieven die Lansingerland hanteert vergeleken met het rekentarief in het gemeentefonds en het gemiddelde tarief van alle gemeenten, ZuidHollandse gemeenten en de referentiegemeenten.

Hogere WOZ-waarde betekent minder middelen gemeentefonds De inkomstencapaciteit van de OZB wordt bepaald door de WOZ-waarde van woningen en bedrijven in de gemeente. Naarmate de WOZ-waarde hoger is, is de eigen inkomstencapaciteit groter en wordt dus een grotere eigen bijdrage veronderstelt. Dit betekent dat de gemeente minder middelen via het gemeentefonds krijgt.

Eigen tariefstelling is niet van invloed op gemeentefonds De eigen bijdrage van gemeenten wordt in het gemeentefonds bepaald via een landelijk rekentarief dat periodiek wordt aangepast voor inflatie. Dit betekent dat alleen bij een OZB-tarief dat hoger is dan het landelijke rekentarief, dit per saldo dekking oplevert voor gemeentelijke uitgaven. Bij een OZB-tarief lager dan het landelijk rekentarief zijn de feitelijke OZB-inkomsten lager dan de eigen bijdrage in het gemeentefonds en zullen gemeenten andere dekking moeten vinden voor dit verschil. De eigen bijdrage en dus de gemeentefondsuitkering wordt niet beïnvloed door de eigen tariefstelling van gemeenten.

OZB-tarieven Lansingerland woningen 0,0777 niet-woningen 0,5117 OZB-opbrengst in miljoenen euro's woningen niet-woningen totaal

verschil gemeentefonds -9^0 4yo

verschil Nederland -22yo 2yo

verschil Zuid-Holland -25yo -3yo

verschil referenties 2yo 24yo

-0,7 0,3 -0,4

-1,7 0,2 -1,5

-1,8 -0,2

0,1

-2,1

1,8 1,9

In de tabel is te zien dat het OZB-woningen in Lansingerland relatief laag is, zowel ten opzichte van het rekentarief in het gemeentefonds en met name ten opzichte van andere gemeenten. Alleen de referentiegemeenten hebben gemiddeld een vergelijkbaar tarief voor OZB-woningen. Bij de niet-woningen hanteert Lansingerland een relatief hoog tarief, met name ten opzichte van de referentiegemeenten. Alleen de andere Zuid-Hollandse gemeenten hanteren gemiddeld nog een iets hoger tarief. voor niet-woningen. In het onderste deel van de tabel zijn deze verschillen in tarief omgerekend naar miljoenen euro's. Positieve bedragen geven aan hoeveel middelen Lansingerland extra zou ontvangen wanneer de tarieven zouden worden gelijkgetrokken met de verschillende referenties.

8

CEBEON

Meerjarig beeld netto lasten Lansingerland

ríjnconsulť

1.000

soo ^

600

o o;

S

^0

Meerjarig beeld netto lasten: 2021-2Q28

In het diagram zijn de netto lasten van Lansingerland gerubriceerd naar inhoudelijk samenhangende taakgebieden zoals die worden onderscheiden in het gemeentefonds. De donkerblauwe kolommen hebben betrekking op het centrale analysejaar (2023).

Toenemende netto lasten sociaal domein In het diagram is te zien dat het grootste deel van de netto lasten in de exploitatie van Lansingerland betrekking heeft op het sociaal domein waar de netto lasten de laatste jaren sterk zijn toegenomen. Voor de komende jaren worden stabiele netto lasten op de sociaal domein begroot.

200

Toenemende netto lasten ruimtelijk domein

(Ľ

-200

Op het taakgebied Infrastructuur, ruimte en milieu is de afgelopen jaren eveneens sprake van een stijging van de netto lasten, die zich in de meerjarenbegroting voortzet tot 2026 om daarna af te vlakken.

-400

Incidenteel hogere netto lasten bestuur en organisatie

0

-600

Bij Bestuur en organisatie is ook sprake van stijgende netto lasten met een piek in 2023, om de komende jaren te stabiliseren op een iets lager netto lastenniveau. Dit taakgebied heeft betrekking op bestuursorganen, burgerzaken en algemene ondersteuning (centrale overhead).

Deels incidentele dekking voor toenemende uitgaven De stijgende netto lasten op de verschillende uitgaventaakgebieden worden deels bekostigd met stijgende inkomsten uit algemene eigen middelen (met name OZB). In de rekening 2022 was sprake van incidenteel hogere inkomsten als gevolg van een onttrekking aan de reserve vastgoedbeleid. In de meeste andere jaren is per saldo sprake van onttrekkingen uit de algemene reserves (de komende jaren gemiddeld zo'n 50 euro per inwoner). Opgemerkt wordt dat Lansingerland beschikt over een vrij besteedbare (onbeklemde) reserve van 111 miljoen euro uit de verkoop van Eneco-aandelen.

9

CEBEON

Vergelijking netto lasten 2023 met normkosten gemeentefonds

ríjnconsulť In het kolomdiagram is per taakgebied te zien hoe de netto lasten in de begroting 2023 zich verhouden tot de normkosten uit het gemeentefonds. De netto lasten van de uitgaventaakgebieden (blauwe kolommen boven de xas) tellen op tot 122 miljoen euro (1.903 euro per inwoner). Daarvan wordt zo'n 25% gedekt met algemene eigen middelen (blauwe kolommen onder de x-as). Dit betreft in 2023 circa 30 miljoen euro (471 euro per inwoner). Daarmee wordt 75% van de netto lasten gedekt met de algemene middelen uit het gemeentefonds. Dit betreft in 2023 circa 92 miljoen euro (1.432 euro per inwoner) en is gelijk aan de optelsom van zowel de blauwe als oranje kolommen. Op de volgende pagina's wordt ingegaan op de verschillen per taakgebied.

10

CEBEON

Gestapelde keuzes Lansingerland in beeld

ríjnconsulť Hogere uitgaven sociaal domein, met name jeugdzorg Lansingerland heeft relatief hoge netto lasten op het sociaal domein, met name op de taakgebieden jeugdzorg en participatie (inkomensregelingen en arbeidsparticipatie). Bij basisvoorzieningen (voorliggend veld) is juist sprake van relatief lage netto lasten. Voor het gehele sociaal domein liggen de netto lasten meer dan 100 euro per inwoner boven de normkosten van het gemeentefonds.

Uitgaven op overige taakgebieden rond normkosten gemeentefonds Verder zijn de netto lasten in 2023 iets hoger op de taakgebieden Ruimte, milieu en economie, Bestuur en burgerzaken en Onderwijshuisvesting. Op alle andere taakgebieden ligt het netto lastenniveau van Lansingerland lager dan de normkosten van het gemeentefonds: onderwijs, cultuur, historie, infrastructuur, riolering, reiniging en algemene ondersteuning (centrale overhead). Voor alle uitgaventaakgebieden tezamen ligt het netto lastenniveau circa 60 euro per inwoner hoger dan de normkosten van het gemeentefonds.

Extra uitgaven met name gedekt met onttrekkingen aan reserves De OZB-inkomsten (op niet-woningen) zijn iets hoger dan waarmee het gemeentefonds rekening houdt, terwijl de inkomsten uit overige eigen middelen lager zijn. Doordat de eigen inkomsten per saldo iets lager zijn dan het gemeentefonds veronderstelt, moet Lansingerland vrijwel het gehele bedrag aan hogere uitgaven aan reserves onttrekken om de begroting sluitend te krijgen. sociaal domein

orde en veiligheid

onderwijs

sport, cultuur en recreatie

infrastructuur, ruimte, milieu

bestuuren organisatie

algemene eigen middelen

In dit kolomdiagram wordt per programma het verschil weergegeven tussen de netto lasten uit de begroting van Lansingerland en de normkosten voor Lansingerland op basis van het gemeentefonds. Deze verschillen illustreren het effect van de gestapelde beleidskeuzes van de gemeente Lansingerland.

Opgemerkt wordt dat Lansingerland in 2023 circa 74 euro per inwoner aan tijdelijke middelen ontvangt om het nadelige effect van de herijking van het gemeentefonds op te vangen (suppletie uitkering). Wanneer dit in de toekomst wegvalt zal ook hiervoor dekking in de begroting moeten worden gezocht. Het is de vraag in hoeverre de vrije reserve uit de verkoop van Eneco-aandelen hiervoor toereikend is.

11

CEBEON

Overzicht verschillen met externe referenties per taakgebied

ríjnconsulť Het diagram laat zien hoe de netto lasten van Lansingerland (rode stip) zich verhouden tot externe referenties: ^ het gemeentefonds (blauwe streep) ^ de bandbreedte tussen de laagste en hoogste netto lasten van de referentiegemeenten (beige kolom) en hun gemiddelde netto lasten (beige streep)

Substantieel hogere uitgaven jeugdzorg Bij jeugdzorg is sprake van relatief hoge netto lasten, zowel ten opzichte van het gemeentefonds als de referentie-gemeenten (circa C100 per inwoner hoger). Ook bij participatie is sprake van relatief hoge netto lasten ten opzichte van het gemeentefonds (circa C30 per inwoner hoger); de bandbreedte bij de referenties is hier relatief beperkt. Bij basisvoorzieningen en Wmo is sprake van gemengde beelden met ruime bandbreedtes bij de referentiegemeenten.

Relatief beperkte verschillen op andere taakgebieden Ten opzichte van het gemeentefonds zijn de netto lasten ook hoger op de taakgebieden Ruimte, milieu en economie (circa C10 per inwoner hoger) en Bestuur en burgerzaken (circa C20 per inwoner hoger). Met name bij Ruimte, milieu en economie is sprake van een forse bandbreedte bij de referentiegemeenten. Bovendien fluctueren de jaarlijkse netto lasten, mede onder invloed van groei van gemeenten en daarmee samenhangende baten (bouwleges). Bij de andere taakgebieden zijn de netto lasten van Lansingerland doorgaans lager dan het gemeentefonds, met name bij sport en recreatie (ruim C20 per inwoner lager).

12

CEBEON

Overzicht verschillen met externe referenties per taakgebied

ríjnconsulť Gemiddelde eigen inkomsten De inkomsten uit de OZB zijn hoger dan het gemeentefonds veronderstelt. Dit wordt verklaard door het relatief hoge OZB-tarief voor niet-woningen. Hierbij wordt opgemerkt dat een deel van de inkomstencapaciteit in het gemeentefonds niet via de WOZ-waarde van gemeenten wordt verevend, maar via het aantal woonruimten. Door de relatief hoge WOZ-waarde per woonruimte is dit relatief gunstig voor Lansingerland en is het verschil met het gemeentefonds groter dan wanneer de inkomstencapaciteit volledig zou worden verevend via de WOZ-waarde. De inkomsten uit overige eigen middelen (met name overige belastingen, deelnemingen en resultaten op grondexploitaties*) zijn lager dan het gemeentefonds veronderstelt, maar hoger dan de inkomsten in de referentiegemeenten.

Totaalbeeld: inzoomen op achtergronden belangrijkste verschillen Op hoofdlijnen levert de vergelijking met het gemeentefonds een vergelijkbaar beeld op als de vergelijking met de referentiegemeenten. Dit laat zien dat de netto lasten van Lansingerland duidelijk hoger zijn in het sociaal domein, en dan met name bij jeugdzorg. Op andere taakgebieden is een wisselend beeld te zien, waarbij de netto lasten van Lansingerland doorgaans rond of onder het gemiddelde van de referenties ligt. Het niveau van de algemene eigen middelen ligt per saldo rond het referentieniveau van het gemeentefonds. Wel is bij diverse taakgebieden sprake van een substantiële bandbreedte in de uitgaven van de referentiegemeenten. Ook binnen taakgebieden kan op onderdelen sprake zijn van verschillen tussen de gemeenten. Op de volgende bladzijden wordt per taakgebied ingezoomd op de achtergronden van de belangrijkste verschillen ten opzichte van de referenties.

* In de begroting van Lansingerland zijn geen resultaten op grondexploitaties opgenomen. Deze komen pas tot uiting in de rekening.

13

CEBEON

Nadere analyse taakgebied basisvoorzieningen

ríjnconsulť Vergelijking met referentiegemeenten Binnen het basisvoorzieningen gaat het bij samenkracht om algemene voorzieningen (o.a. Wmo vrij toegankelijk), collectief vervoer, jeugd & jongerenwerk, schoolmaatschappelijk werk (o.a. jeugdcoach op school) en beleid sociaal domein. Bij de referenties is in 2023 soms sprake van substantiële incidentele baten uit noodopvang vluchtelingen. De hogere lasten op dit taakonderdeel worden in belangrijke mate verklaard door hogere uitvoeringslasten. Naast salarislasten van eigen personeel en toegerekende overhead gaat het ook om ingehuurde capaciteit. Bij gezondheidszorg gaat het om bijdragen aan het CJG Rijnmond en de GGD Rotterdam, naast diverse subsidies (preventief aanbod). In het onderste diagram is te zien dat de netto lasten van Lansingerland sinds 2021 duidelijk zijn toegenomen en sindsdien structureel boven het gemiddelde van de referentiegemeenten ligt.

Relatief lage netto lasten ten opzichte van gemeentefonds In de vergelijking met het gemeentefonds (pagina 11/12) is te zien dat - ondanks de gestegen uitgaven sinds 2021 - het netto lastenniveau van Lansingerland in 2023 nog steeds lager ligt dan de normkosten van het gemeentefonds. Het Rijk veronderstelt dat gemeenten door investeringen in basisvoorzieningen de kosten van duurdere maatwerkzorg (op termijn) zouden moeten kunnen beperken, waardoor de uitgaven voor het sociaal domein als geheel lager uitkomen. Er zijn gemeenten waar dit is te zien.

Gerichte investeringen voor lagere uitgaven op termijn? Gezien de hoge uitgaven aan maatwerkvoorzieningen (met name Jeugdzorg) is het niet vreemd dat Lansingerland de afgelopen jaren extra heeft geïnvesteerd in basisvoorzieningen. Verwacht mag worden dat dit op termijn resulteert in lagere uitgaven aan maatwerkzorg, mits de investeringen in basisvoorzieningen goed zijn afgestemd op de problematiek van Lansingerland. Dit is alleen mogelijk wanneer de oorzaken van de problematiek scherp in beeld zijn.

14

CEBEON

Nadere analyse taakgebied participatie

ríjnconsulť Participatie: specificatie netto lasten 2023 Lansingerlandt.o.v. referenties

Bij participatie valt op dat de netto lasten voor minimabeleid (met name verstrekkingen) relatief laag zijn, terwijl de uitvoeringslasten bovenin de brandbreedte van de referenties liggen. Het saldo op de bijstandsuitkeringen (BUIG) is vergelijkbaar met de referenties. Daarbij wordt aangetekend dat Lansingerland- net als één van de referentiegemeenten - in 2023 beroep doet op de vangnetregeling, waarmee het tekort op de bijstandsuitkeringen deels wordt afgedekt. Aan deze regeling zijn maatregelen verbonden om de uitgaven aan bijstandsuitkeringen te beperken. Bij begeleide participatie hangen de relatief lagere netto lasten samen met de lage exploitatiebijdrage aan het SW-bedrijf. Voor de hele onderzoeksperiode is sprake van relatief hoge netto lasten op het taakgebied participatie.

bijstand

minimabeleid

participatie

uitvoeringslasten

bandbreedte “ gemiddelde referenties * Lansingerland

Participatie: ontwikkeling totaal netto lasten

Lansingerland

gemiddelde referenties

15

CEBEON

Nadere analyse taakgebied jeugdzorg

ríjnconsulť netto lasten in C per inwoner Lansingerland netto lasten jeugdzorg b23 325 %jongeren 25“7o %jong met jeugdhulp 13“7o %jong met jeugdhulp met verblijf 7“7o %jong met jeugdhulp zonder verblijf 93“7o %jeugdhulp door wijkteam 1,17 %verwijzer huisarts 617 %verwijzer gemeente 217 %verwijzer overig 197

referenties 224 237 137 77 957 8,77 507 267 247

ref A 200 227 137 77 947 337 407 187 437

ref B 204 237 137 57 967 07 707 187 117

ref C 207 267 107 117 947 17 397 417 207

ref D 1 286 237 137 47 967 17 517 257 247

Bij jeugdzorg is sprake van structureel hogere netto lasten op verschillende taakonderdelen, met name jeugdhulp zonder verblijf, gesloten jeugdzorg en jeugdbescherming. In de tabel is te zien dat zowel het aantal jongeren, als het deel van de jongeren dat een beroep doet op jeugdhulp, in Lansingerland vergelijkbaar met het referentiegemiddelde. Dit betekent dat de hogere netto lasten in Lansingerland worden verklaard door een hogere prijs per cliënt. Inzicht in de achtergrond van deze hoge prijs per cliënt vraagt om nader onderzoek. In de tabel is te zien dat in Lansingerland relatief veel verwijzingen plaats vinden door de huisarts en minder door de gemeente. De gemeente ondersteunt huisartsen om jongeren adequaat door te verwijzen naar passende zorg. Daarom investeert de gemeente met ingang van 2023 in voorlichting aan huisartsen om de bekendheid met het lokale zorgaanbod te verbeteren. Tevens kan de inzet van praktijkondersteuners hierbij helpen, maar daar wordt in Lansingerland nog weinig gebruik van gemaakt. Circa 40% van de jongeren met jeugdzorg ontvangt zorg via de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Daarvan krijgt een relatief groot deel zwaardere zorg (gedwongen kader). Daarnaast ontvangt circa 60% van de jongeren relatief dure lokale ambulante zorg.

Daarbij leidt de ingestelde limiet op de tijd voor diagnostiek en lokale behandeling mogelijk tot meer doorverwijzingen naar duurdere zorg door de GRJR.

16

CEBEON

Nadere analyse taakgebied Wmo

ríjnconsulť Wmo: specificatie netto lasten 2023 Lansingerlandt.o.v. referenties

1 netto lasten in C per inwoner netto lasten hulp bij huishouden % inwoners met hulp bij huishouden

Lansingerland 62 1,8%

referenties 40 1,7%

ref A 27 1,5%

ref B 28 2,4%

ref C 33 2,5%

ref D 73 0,5%

Binnen de Wmo zijn met name de uitgaven aan hulp bij huishouden relatief hoog. In bovenstaande tabel is te zien dat het percentage van de inwoners dat gebruik maakt van hulp bij huishouden rond het gemiddelde ligt. Dit betekent dat in Lansingerland de gemiddelde kosten per cliënt hoger zijn. Gegeven het landelijk bepaalde vaste abonnementstarief voor de Wmo, zal de verklaring hiervoor gezocht moeten worden in het aantal uren hulp dat cliënten in Lansingerland ontvangen. Nader inzicht in de achtergrond van de hogere kosten per cliënt Hbh vraagt om nader onderzoek. In het onderste diagram is te zien dat de netto lasten voor de Wmo de komende jaren verder toenemen. Dit wordt vooral verklaard door verder toenemende uitgaven aan hulp bij huishouden. voorzieningen

huip bij begeieiding uitvoeringsiasten overige zorg huishouden bandbreedte “ gemiddeide referenties * Lansingeriand

Wmo: ontwik ke ling totaal netto lasten

Lansingeriand

gemiddeide referenties

17

CEBEON

Nadere analyse taakgebieden ruimtelijk domein

ríjnconsulť Ruimtelijk domein: netto lasten 2023 Lansingerlandt.o.v. referenties

Binnen het ruimtelijk domein is in Lansingerland sprake van relatief hoge netto lasten op de taakonderdelen openbare verlichting, straatreiniging en groen. Daarnaast valt op dat Lansingerland in tegenstelling tot de referentiegemeenten geen inkomsten uit parkeerbelasting heeft. In het onderste diagram is te zien dat de uitgaven op de taakonderdelen openbare verlichting, straatreiniging en groen de komende jaren verder toenemen. Bij de openbare verlichting laten de hogere uitgaven zich met name verklaren door het relatief grote aantal lichtbronnen in Lansingerland. Per hectare verharding (rijbanen, voetpaden en fietspaden) heeft Lansingerland ruim 20% meer lichtbronnen dan de referentiegemeenten.

openbare verlichľting

straatreiniging

bandbreedte

parkeren

- gemiddelde referenties

« Lansingerland

Ruimtelijk domein, exclusief parkeren netto lasten 2021-2027

Bij het openbaar groen laten de hogere lasten zich met name verklaren door het grotere groenareaal. Het aandeel van parken en plantsoenen in de totale oppervlakte is in Lansingerland ruim 2 keer zo groot als het gemiddelde van de referenties. Het kwaliteitsniveau van het onderhoud is vergelijkbaar met de referenties. Andere mogelijke verklaringen voor verschillen in de uitgaven aan groenonderhoud zijn keuzes rond de inrichting van het groenareaal (meer of minder intensief onderhoud) en de uitvoering (zelf doen, inhuren, inschakeling SW-bedrijf). Bij straatreiniging worden verschillen in uitgavenniveaus bij gemeenten doorgaans met name verklaard door verschillen in gerealiseerde schoonniveaus, vaak onderscheiden naar deelgebieden binnen gemeenten. Hiervoor waren geen gegevens beschikbaar voor de referentiegemeenten. In tegenstelling tot Lansingerland heffen 3 van de 4 referentiegemeenten parkeerbelasting en weten daar per saldo inkomsten mee te realiseren. Inclusief de kosten van inning en handhaving levert dit gemiddeld zo'n 5 à 10 euro per inwoner aan netto baten op. Blijkbaar weten ook minder toeristische gemeenten zoals Lansingerland per saldo inkomsten uit parkeerbelasting te realiseren.

Lansingerland

gemiddelde referenties

18

CEBEON

Nadere analyse overige taakgebieden

ríjnconsulť Uitgaven taakgebieden

Kostendekkende heffingen

Bij de volgende taakgebieden zijn op onderdelen nog duidelijke afwijkende netto lastenniveaus te zien in Lansingerland: ^ bij Orde en veiligheid zijn de netto lasten van Lansingerland in 2023 circa 6 euro per inwoner hoger dan het referentiegemiddelde. Dit betreft met name uitgaven in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en Bibob (ondermijning). In de meerjarenbegroting loopt dit verschil op naar 10 euro per inwoner; ^ bij Bestuur en ondersteuning worden de hogere lasten verklaard door het taakonderdeel Burgerzaken, waar de netto lasten in 2023 circa 17 euro per inwoner hoger zijn dan het referentiegemiddelde. De komende jaren neemt dit verschil iets af tot circa 15 euro per inwoner. Het is niet duidelijk geworden in hoeverre dit hogere netto lastenniveau kan worden verklaard door het voorzieningenniveau (o.a. openingstijden) of niet kostendekkende leges. De netto lasten voor algemene ondersteuning (centrale overhead)* zijn in Lansingerland relatief beperkt, zowel ten opzichte van het gemeentefonds als ten opzichte van de toenemende netto lasten bij de referentiegemeenten; ^ bij Sport, Cultuur en Historie zijn de netto lasten in 2023 in totaal 20 à 25 euro per inwoner lager dan het referentiegemiddelde.

Overigens zijn dit taakgebieden met relatief veel beleidsvrijheid en keuzeruimte, wat ook blijkt uit de ruimte bandbreedte in de netto lasten bij de referentiegemeenten; ^ bij Onderwijs is sprake van een gemengd beeld: iets lagere netto lasten dan de normkosten van het gemeentefonds, maar bij onderwijshuisvesting iets hoger dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Dit kan samenhangen met verschillen in gemiddelde leeftijd van de schoolgebouwen, maar bijvoorbeeld ook met keuzes omtrent de inrichting van scholen.

Gemeenten mogen maximaal kostendekkende leges en heffingen hanteren. Het criterium van kostendekking wordt extracomptabel voor de hele begroting bepaald. Dit betekent dat sommige tarieven meer dan kostendekkend mogen zijn mits dit elders in de begroting wordt gecompenseerd door tarieven die minder dan kostendekkend zijn. Daarnaast kunnen gemeenten binnen bepaalde kaders keuzes maken ten aanzien van de kosten die in de heffing kunnen worden ondergebracht (o.a. overhead, kwijtschelding en straatreiniging). In het kader van de benchmark is geen onderzoek gedaan naar de kostendekkendheid van de heffingen in Lansingerland. Uit een vergelijking van de tarieven met de referentiegemeenten valt op dat met name de bouwleges in Lansingerland relatief laag zijn, evenals het reinigingstarief voor meerpersoonshuishoudens. De andere tarieven voor reiniging en de afvalstoffenheffing zijn relatief hoog in Lansingerland.

Algemene eigen middelen Bij de algemene eigen middelen valt op dat Lansingerland geen inkomsten uit toeristenbelasting heeft. Dit in tegenstelling tot de 4 referentiegemeenten, waarvan één gemeente ook inkomsten uit forensenbelasting heeft. Gemiddeld gaat het om circa 7 euro per inwoner. Daar staat tegenover dat Lansingerland meer baten uit grondexploitaties realiseert, die overigens pas in de rekening tot uiting komen. De afgelopen jaren ging het in Lansingerland gemiddeld om ruim 100 euro per inwoner. Bij de OZB op niet-woningen realiseert Lansingerland meer inkomsten dan de referentiegemeenten. Overigens hanteren andere Zuid-Hollandse gemeenten aanzienlijk hogere tarieven voor woningen dan Lansingerland en de referentiegemeenten (gemiddeld 25% hoger, zie ook bladzijde 8).

* Dit betreft personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, administratieve organisatie, communicatie en huisvesting (PIOFACH).

19

CEBEON

Zoekrichtingen begrotingsruimte (i)

ríjnconsulť In onderstaande zoekrichtingen focussen we op maatregelen met een substantieel besparingspotentieel vanuit de vergelijking met de referentiegemeenten.

Daarnaast zijn de netto lasten aan hulp bij huishouden in Lansingerland circa 20 euro per inwoner hoger dan het referentiegemiddelde. Bovendien nemen de netto lasten in de meerjarenbegroting verder toe.

Sociaal Domein Zowel ten opzichte van het gemeentefonds als ten opzichte van de referentiegemeenten is er sprake van substantieel hogere netto lasten op het sociaal domein in het algemeen en de jeugdzorg in het bijzonder. Dit verschil neemt in de meerjarenbegroting verder toe. Hier zit met afstand het grootste besparingspotentieel. De netto lasten aan jeugdzorg zijn in Lansingerland circa 100 euro per inwoner hoger dan in de referenties. Dit betreft grotendeels jeugdhulp zonder verblijf, maar ook op andere onderdelen van jeugdzorg is sprake van duidelijke hogere netto lasten in Lansingerland. Deze hogere lasten worden verklaard door een fors hogere prijs voor zorg per jongere. Tegen deze achtergrond worden de volgende zoekrichtingen benoemd: ^ wat is de achtergrond van de hoge kosten van zorg per jongere die wordt afgenomen van de GRJR? Is de GRJR relatief duur of worden jongeren uit Lansingerland vaker doorverwezen naar duurdere zorgvormen? ^ ook de uitgaven van lokaal aangeboden zorg zijn relatief hoog. Wat is de achtergrond van deze hoge uitgaven aan lokale zorg per jongere? ^ overwogen kan worden als gemeente een grotere rol te pakken bij de toegang door meer zelf te verwijzen of betere afspraken te maken met externe verwijzers. ^ het zicht op de effectiviteit van maatregelen lijkt soms te ontbreken, met name wanneer er sprake is van zorgstapeling.

Onderzoek de top 10 of 25 gezinnen met zorgstapeling om inzicht te krijgen in de mogelijke verklaringen voor dure zorg en interventiemogelijkheden. Om de stijgende lasten aan jeugdzorg om te buigen zijn in Lansingerland recent diverse maatregelen ingezet, met name gericht op versterking van de preventie (o.a. verbeteren bekendheid met lokaal zorgaanbod bij verwijzers, praktijkondersteuning huisartsen). De effecten hiervan zijn nog niet te zien in de cijfers. Op zich lijken dit verstandige maatregelen, die hun vruchten kunnen afwerpen wanneer deze consequent langjarig worden ingezet en gemonitord op effectiviteit.

Aanbevolen wordt om maatregelen te ontwikkelen vanuit een samenlevingsvisie: wat voor gemeente wil je zijn gegeven de financiële kaders? Het effect van deze zoekrichtingen is niet altijd concreet te kwantificeren zoals de knoppen in het knoppenboek, maar kan op termijn resulteren in grotere en structurele besparingen. De benchmark laat zien dat er potentieel is. Lansingerland is niet de enige gemeente die worstelt met dit vraagstuk, zie de bijlage voor inspiratie uit andere gemeenten.

Ruimtelijk domein In het ruimtelijk domein worden zoekrichtingen voor begrotingsruimte gevonden op de taakonderdelen waar de uitgaven in Lansingerland relatief hoog zijn: openbare verlichting, openbaar groen en straatreiniging. In totaal zit bij deze taakonderdelen circa 25 euro per inwoner aan besparingspotentieel ten opzichte van het referentiegemiddelde. De eerste verkenningen laten zien dat de hogere uitgaven met name worden verklaard door het grotere areaal dat in Lansingerland wordt onderhouden (en niet zo zeer door verschillen in onderhoudsniveau). In het knoppenboek wordt vaak gefocust op één bepaalde knop (bijvoorbeeld kwaliteit), waarbij geen aandacht wordt besteed aan andere mogelijke knoppen (zoals de omvang van het areaal of de wijze van uitvoering). Daardoor wordt het besparingspotentieel wellicht onderschat.

Burgerzaken Bij het taakonderdeel Burgerzaken zijn de netto lasten in 2023 circa 17 euro per inwoner hoger dan het referentiegemiddelde. De komende jaren neemt dit verschil iets af tot circa 15 euro per inwoner. Het moet eerst duidelijk worden wat de achtergrond is van dit hogere netto lastenniveau, voordat gericht gezocht kan worden naar begrotingsruimte op dit taakonderdeel.

20

CEBEON

Zoekrichtingen begrotingsruimte (2)

ríjnconsulť Lokale lasten

Een duurzame begroting

Door het introduceren van betaald parkeren kan ook begrotingsruimte worden gerealiseerd. In de referentiegemeenten bedraagt het gemiddelde parkeertarief 1,45 euro per uur. Daarmee wordt gemiddeld 6 euro per inwoner aan netto inkomsten gerealiseerd.

De methode van het knoppenboek werkt goed om een zo concreet mogelijk beeld te krijgen van de directe sturingsmogelijkheden van de raad.

Daarnaast hebben de referentiegemeenten gemiddeld 7 euro aan netto inkomsten uit toeristen- en forensenbelasting. Lansingerland maakt geen gebruik van de mogelijkheden om toerisme of het bezit van een tweede huis te belasten. Verder valt op dat de leges voor omgevingsvergunningen in Lansingerland gemiddeld 17% lager zijn dan in de referentiegemeenten. Gegeven de eis van maximaal 100% kostendekkende heffingen zou begrotingsruimte gerealiseerd kunnen worden wanneer meer kosten worden ondergebracht in de leges. Dit is niet onderzocht. De OZB-tarieven voor woningen zijn in Lansingerland 25% lager dan het gemiddelde in Zuid-Holland en 22% lager dan het gemiddelde van alle gemeenten. Wanneer het OZBtarief voor woningen in Lansingerland zou worden verhoogd naar deze gemiddelden, levert dat 25 à 30 euro per inwoner aan extra inkomsten op.

Het is daarbij belangrijk om ook aandacht te besteden aan de samenhang van maatregelen. Daarmee kan het risico van contraire effecten of ad hoc maatregelen worden beperkt, waardoor besparingen op het ene taakonderdeel (op termijn) kunnen leiden tot kostenstijgingen op andere taakonderdelen. Dit kan worden ondervangen door de zoektocht naar begrotingsruimte te starten vanuit een integrale visie op de rol van de gemeente op verschillende taakgebieden: een samenlevingsvisie en een omgevingsvisie. Vanuit die visie kan de organisatie concrete maatregelen uitwerken om de nodige begrotingsruimte te creëren; met aandacht voor de consequenties voor de organisatie en burgers van Lansingerland. Op een aantal onderdelen is nader onderzoek nodig om de achtergrond van de problematiek scherper in beeld te krijgen, voordat gerichte en onderbouwde maatregelen geformuleerd kunnen worden. Tot slot is het van belang om de beoogde effecten van de maatregelen te monitoren. Ook daarvoor dienen deze effecten vooraf zo concreet mogelijk te worden geformuleerd en onderbouwd, zodat de uitkomsten daaraan kunnen worden getoetst.

21

CEBEON

Bijlage: inspiratie financiële beheersbaarheid sociaal domein

ríjnconsulť

Richtinggevend kader toegang lokale teams en integrale dienstverlening (VNG)

Zijn dichtbij, ze^ 1.

2.

3.

werken vanuit een eenvoudig(er) systeem, met de inwoner als uitgangspunt; zijn laagdrempelig: dichtbij, vindbaar, zichtbaar, toegankelijk benaderbaar voor inwoners;

Werken integraal, ze^ 5.

kijken met een brede blik en maken een brede analyse;

11.

6.

hebben professionals met de 'juiste' houding, vaardigheden en (inhoudelijke) kennis; bieden waar mogelijk zelf (basis)hulp en

12.

7.

zijn zo lang als nodig vertrouwd aanspreekpunt;

werken aan een sterke relatie met de

sociale en pedagogische basis; 4.

vertalen vragen naar achterliggende patronen en brengen zo systeemknelpunten aan het licht;

Met mandaat, ze^

8.

hebben mandaat over gemeentelijke beleidsterreinen heen; hebben oog voor en kennis van (on)veiligheid, betrekken anderen en blijven zelf betrokken;

13.

gaan bewust om met wat passend is en wat nodig is, ook gezien de schaarste aan mensen en middelen.

werken vanuit heldere organisatieafspraken die de brede samenhangende hulp ondersteunen;

9. 10.

streven naar soepelere overgangen in de levensloop; hebben voldoende (extra) inzet, aandacht en expertise voor inwoners met levenslange en/of levensbrede

beperkingen.

Inspiratie uit andere gemeenten: * * * *

Rekenkameronderzoek Haarlemmermeer Maatregelen financiële beheersbaarheid sociaal domein Waterland Menukaart Stichtse Vecht Ombuigingsvoorstellen jeugdhulp en WMO Houten

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=ffa16ba4-a7ed-4e66-a847-ac5db9acf2c9