[I23.06003] Aanbiedingsbrief met ontwerp-begroting 2024, ontwerp-begrotingswijziging 2023 en voorlopige jaarstukken 2022 van Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR)
Tekst van het document
Overhead
Lasten
Organisatiekosten GR
4.641.229
Specifieke ICT-kosten
180.846
Accountants- en bankkosten
209.450
Werk en Onderzoek
363.955
Projectbudget Inkoop en Implementatie
238.112
Totaal
5.633.592
3.4 Rechtmatigheid De rechtmatigheid moet vanaf 2023 door gemeenten en GR-en zelf worden verantwoord op basis van eigen interne beheersing. Onderdeel van die interne beheersingsmaatregelen zijn een intern controleplan en interne audits door de onafhankelijke afdeling Financial Audit van de Gemeente Rotterdam. De uitkomsten van interne controle worden intern gebruikt om tussentijds fouten te detecteren en herstellen. Hierbij is de GRJR afhankelijk van interne 28
beheersing bij gemeenten op het proces van toewijzing en declaratiebeoordeling. Ook is de GRJR afhankelijk van gemeenten voor de beschikking over tijdige, juiste en volledige informatie over toewijzingen en declaraties. De jaarrekening wordt gecontroleerd door een externe accountant. Bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt in een Management Letter waarmee de accountant de secretaris en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid van de controleverklaring bij de jaarrekening. Verbetering interne beheersing De interne beheersing wordt in stappen steeds verder aangescherpt. Het eerste doel daarvan is een tijdiger vollediger beeld van de financiën zodat beter op de financiële voortgang kan worden gestuurd, en tegenvallers eerder worden gesignaleerd. Een kernpunt daarbij is de datakwaliteit (juistheid, tijdigheid en compleetheid van data van gemeenten en zorgaanbieders). Het tweede doel is om de financiële verantwoording de jaarstukken en de afrekening van zorg met aanbieders soepeler te laten verlopen.
Hiermee wordt tevens de basis gelegd om eigenstandig (dat wil zeggen op basis van eigen oordeel in plaats van accountantsoordeel) een rechtmatigheidsverklaring te kunnen afgeven. De GRJR is afhankelijk van de registraties en administraties van afzonderlijke gemeenten, waardoor de interne beheersing een aantal moeilijk te mitigeren risico’s bevat. In 2023 wil de GRJR onderzoek doen naar mogelijk verdergaande centralisatie van backofficetaken. Toetsingskader De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het AB vastgesteld controleprotocollen en een toetsingskader. Het toetsingskader rechtmatigheid is in 2022 geactualiseerd door het AB. In het toetsingskader wordt onder meer ingegaan op de toepassing van de rechtmatigheidscriteria. Ook heeft het AB in 2022 een Kader Interne beheersing GRJR vastgesteld op basis waarvan de interne controleprocessen worden ingericht en uitgevoerd. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden.
Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd. Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf.
29
Criterium misbruik en oneigenliik gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering. De accountant beveelt aan om op termijn ter versterking hiervan een frauderisicoanalyse op te stellen.
30
Hoofdstuk 4 FINANCIËLE BEGROTING
31
4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Begroting 2024
Begroting 2023 Begroting 2024
Verschil begroting 2023 vs begroting 2024
275.608.628 0 275.608.628
33.198.700 0 33.198.700
21.417.392 62.934.815 21.390.221
-4.715.935 13.815.866 -4.884.627
15.363.028 34.188.201 9.209.839 48.939.937
4.387.409 5.237.514 666.998 2.208.928
0
-44.517.463
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten
242.409.928 -
Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat
Totaal baten
242.409.928
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen
26.133.328 49.118.949
LASTEN
A B C D E F G
'
26.274.848 10.975.619 28.950.686 8.542.842 46.731.009
1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie 44.517.463 2. Buitenregionale plaatsingen (GI)
714.704
0
-714.704
1.498.841
0
-1.498.841
1. JBRR
-
47.095.508
47.095.508
2. LDH
-
1.844.429
1.844.429
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige
19.125.834 19.748.096
20.276.674 36.253.929
1.150.840 16.505.833
1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg)
2.177.467
10.805.543
8.628.076
-
0
0
3. Landelijke inkoop
17.063.440
22.879.884
5.816.445
4. Acute dienst GGZ
507.189
644.204
137.015
-
1.924.298
1.924.298
6.808.718
5.634.592
1.000
1.000
-1.174.126 0
3. KSCD
H I
2. Extra ASR
5. Transformatiefonds/Innovatie
J
Uitvoeringskosten Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Transformatiefonds/Innovatie
1.848.710
0
-1.848.710
Organisatiekosten GR
4.085.474
4.641.229
555.755
Specifieke ICT-kosten
159.191
180.846
21.655
Accountants- en bankkosten
184.369
209.450
25.080
Werk en Onderzoek
320.374
363.955
43.581
Projectbudget Inkoop en Implementatie
209.600
238.112
28.512
-
0
0
242.409.928
275.608.628
33.198.700
0
0
Dubieuze Debiteuren
Totaal lasten \SALDO
In de Kadernota 2024 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de begroting 2024. In Hoofdstuk 2 van deze begroting is inhoudelijk toegelicht hoe deze uitgangspunten zijn verwerkt in de doelstellingen en inzet. Bovenstaand overzicht toont hoe dit doorwerkt in de budgetten 2024 afgezet tegen 2023.
32
4.1.1 Toelichting op de lasten Onderstaande toelichting op de doorgevoerde mutaties is financieel van aard en bevat ook enkele financieel-technische (niet inhoudelijke) mutaties. Deze mutaties werken veelal door op meerdere budgetten. Mutatieoverzicht: van Begroting 2023 naar Begroting 2024 Begroting 2023
Mutaties +
Mutaties -
A
Realistisch begroten (2e Bestuursrapportage 2022)
B
Maatwerk pleegzorg
250.000
250.000
C
Pleegzorgvergoeding
495.927
495.927
D
Diverse verschuivingen binnen de begroting
E
Indexatie (begrotingsjaar 23+24)
22.927.073
22.927.073
F
Aanpassingen op gemeente niveau opgave gemeenten
1.819.527
Aanpassingen op gemeente niveau nadere uitwerking nieuwe inkoop 23
1.347.678
-1.347.678
3.167.205
33.198.700
Totaal mutaties
Begroting 2024
12.692.906
Begroting (lasten) 242.409.928 12.692.906
0
36.365.905
-1.819.527
275.608.628
T oelichting De begroting is opgesteld conform de uitgangspunten van de Kadernota 2024 zoals door het AB vastgesteld in december 2022. De mutaties in dit overzicht zijn zowel in een Begrotingswijziging 2023 als in deze Begroting 2024 identiek, uiteraard met dien verstande dat bij de mutaties E en F is gerekend met percentages en bedragen voor 2024. Voor verdere toelichting wordt daarom verwezen naar de Begrotingswijziging 2023.
4.1.2 Toelichting op de baten Kaders De GRJR hanteerde kaders voor het financieel beleid en beheer die verspreid in stukken vanaf 2015 zijn terug te vinden en zich in de tussentijd hebben ontwikkeld. In 2021 hebben de deelnemende gemeenten een Regiovisie op de jeugdhulp gemaakt en heeft de GRJR voor de inkoop van jeugdhulp een nieuwe inkoopstrategie vastgesteld. Deze visie en strategie hebben invloed op het te voeren financieel beleid en beheer. Vertrekpunt is dat de regionale infrastructuur dient aan te sluiten op de lokale infrastructuren (lokale basishulp en lichte specialistische hulp via wijkteam en netwerk). De sturing op en beheersing van de jeugdhulp krijgt daarmee steeds nadrukkelijker vanuit lokale ambities vorm. Directe raming en afrekening De baten van de GRJR bestaan uit bijdragen van de deelnemende gemeenten. Sinds 2023 is de vlaktaks afgeschaft en is een nieuwe systematiek ingericht voor: - Raming van uitgaven (met aanpassingen van de regionale lastenraming op basis van individuele correcties per gemeente) - Beheersing van uitgaven (maandelijks dashboards, kwartaalafsluitingen, twee bestuursrapportages, sturing op juistheid, tijdigheid en compleetheid van data)
33
-
Verantwoording en afrekening (lastenverantwoording, direct nacalculatie van gemeentelijke bijdragen en eindafrekening met zorgaanbieders op basis van dezelfde bestandsvergelij king). Deze kaders voor het financieel beleid en beheer van de GRJR zijn door het AB in april 2022 vastgesteld. Verdeelsleutels De bijdragen per gemeente zijn als volgt bepaald: - De zorgkostenraming (budgetten A t/m E en I) is in eerste instantie gebaseerd op de jaareindeverwachting uit de 2e bestuursrapportage van 2022 en alle beleidsmatige wijzigingen (zie toelichting lasten). Daar overheen zijn correcties toegepast in de geraamde lasten die zijn te relateren aan de inwoners van de betreffende gemeente. Op die manier is er een realistische verwachting van de hoogte en verdeling van de zorglasten van de gemeenten. De bijdrage in de zorgkosten wordt gelijkgesteld met het bedrag uit deze verdeling (zie ook bijlage Bijdragenberekening). Deze bijdrage wordt achteraf sinds de jaarrekening 2022 direct afgerekend op basis van de realisatiecijfers. - De bijdrage in de subsidielasten Jeugdbescherming/Jeugdreclassering wordt bepaald naar rato van de Jaareindeverwachting uit de 2e Bestuursrapportage 2022. Deze bijdrage wordt achteraf bij de jaarrekening 2024 direct afgerekend op basis van de realisatiecijfers.
- De bijdrage in de subsidielasten Veilig Thuis wordt gebaseerd op het aantal meldingen in het jaar t-2 en het inwonertal (CBS) van 1 januari voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar (t-1). Deze cijfers moeten nog worden geactualiseerd. Dit in overeenstemming met de besluitvorming van september 2018. Hierop vindt geen nacalculatie plaats. - De bijdrage in de uitvoeringskosten wordt berekend door voor het basisniveau van de organisatiekosten de bijdrage te berekenen naar rato van het aantal inwoners 0-18 jaar. Het basisniveau is het niveau dat nodig is om samen de GRJR in stand te houden. Van de totale uitvoeringskosten wordt 61,1 mln. beschouwd als kosten behorend bij dit basisniveau. De bijdrage in de resterende uitvoeringskosten wordt bepaald naar rato van de bijdragen in de zorg- en subsidielasten. Deze bijdrage wordt daarmee afhankelijk van enerzijds het gezamenlijke ambitieniveau en anderzijds van het wisselende profijt dat deelnemende gemeenten hebben. De bijdrageregeling is hiervoor gelijk voor MVS en de 10 andere gemeenten. Door het wegvallen van zorgkosten MVS wordt het bedrag dat deze gemeenten bijdragen in de uitvoeringskosten lagere. Voor de overgang naar deze systematiek is met MVS een gefaseerde compensatievergoeding voor de vermindering van hun bijdrage afgesproken.
Betaaìritme gemeentelijke inleg (Iet op: het ritme is aangepast!) De vastgestelde bijdrage per gemeente dient in vier termijnen steeds voor de 10e van de eerste maand van ieder kwartaal te worden betaald, zodat de GRJR beschikt over voldoende liquide middelen om zorgdeclaraties en subsidievoorschotten te kunnen uitbetalen. Door steeds snellere facturering door zorgaanbieders en hierdoor snellere betaling moeten we de inleg als GR ook eerder ontvangen om de betalingen te kunnen doen. De afgelopen
34
jaren is de jaarrekening hoger geweest dan de begroting. Doordat deze nabetaling van de gemeenten pas na de zomer is, komen we zonder aanpassing aan het begin van het jaar geld tekort om zorgfacturen tijdig te kunnen voldoen. Om dit te voorkomen wordt voorgesteld om het betaalritme te wijzigen naar 4 termijnen van 40%/30%/20%/10%. Dit leidt tot de volgende termijnen per gemeente: Totaal GR Inleg 2024 Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Rotterdam Totaal
Inleg 2024 3.242.875 8.783.543 14.725.212 6.402.280 5.735.570 11.383.989 2.255.050 23.693.254 8.071.794 5.157.994 5.471.433 12.646.162 168.039.472 275.608.627
Q1 1.297.150 3.513.417 5.890.085 2.560.912 2.294.228 4.553.596 902.020 9.477.301 3.228.717 2.063.198 2.188.573 5.058.465 67.215.789 110.243.451
Q2 972.863 2.635.063 4.417.563 1.920.684 1.720.671 3.415.197 676.515 7.107.976 2.421.538 1.547.398 1.641.430 3.793.849 50.411.842 82.682.588
Q3 648.575 1.756.709 2.945.042 1.280.456 1.147.114 2.276.798 451.010 4.738.651 1.614.359 1.031.599 1.094.287 2.529.232 33.607.894 55.121.725
Q4 324.288 878.354 1.472.521 640.228 573.557 1.138.399 225.505 2.369.325 807.179 515.799 547.143 1.264.616 16.803.947 27.560.863
Nadere toelichting bijdragen in kosten Veiiig Thuis Met de subsidiëring van VTRR geven de samenwerkende gemeenten gelijktijdig uitvoering aan de Jeugdwet (meldpunt kindermishandeling) en de Wmo (meldpunt huiselijk geweld). Over de financiering hiervan heeft het dagelijks bestuur van de GRJR in december 2018 besloten, dat per (Wmo-)centrumgemeente in overleg met de betrokken gemeenten nadere afspraken zijn te maken over de onderlinge verdeling van de kosten en de inzet van de DUVO-middelen. Dit betekent dat de GRJR de kosten naar rato over alle deelnemende gemeenten zal verdelen. De gemeenten maken per Wmo/DU VO regio onderling zonder tussenkomst van het GRbestuur uit in hoeverre zij hierdoor ontstane verschillen onderling verrekenen. Dit resulteert in onderstaande verdeling:
35
Bijdrage VTRR Albrandswaard
238.801
Barendrecht
443.447
Capelle aan den IJssel
913.344
Goeree-Overflakkee
474.489
Krimpen aan den IJssel
313.266
Lansingerland
645.705
Maassluis
445.960
Nissewaard
1.459.432
Ridderkerk
607.316
Schiedam
1.214.992
Vlaardingen
1.094.021
Voorne aan Zee
862.747
Rotterdam
11.563.155
Totaal
20.276.674
36
4.3 Financieel perspectief Meerjarenraming baten en lasten Begroting 2024
Begroting 2023 Begroting 2024
Verschil
Raming GR
Raming GR
Raming GR
begroting 2023
2025
2026
2027
vs begroting 2024
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten
242.409.928
275.608.628
275.358.628
275.358.628
275.358.628
0
0
242.409.928
275.608.628
33.198.700
275.358.628
275.358.628
275.358.628
Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat
Totaal baten
33.198.700
LASTEN A
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp)
26.133.328
21.417.392
-4.715.935
21.167.392
21.167.392
21.167.392
B
Weer naar huis (Opname)
49.118.949
62.934.815
13.815.866
62.934.815
62.934.815
62.934.815
21.390.221
-4.884.627 21.390.221
26.274.848
21.390.221
21.390.221
D
Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp)
10.975.619
15.363.028
4.387.409
15.363.028
15.363.028
15.363.028
E
Pakket thuis (Ambulante hulp)
28.950.686
34.188.201
5.237.514
34.188.201
34.188.201
34.188.201
F
Crisishulp
8.542.842
9.209.839
666.998
9.209.839
9.209.839
9.209.839
G
Gecertificeerde instellingen
46.731.009
48.939.937
2.208.928
48.939.937
48.939.937
48.939.937
0
-44.517.463
47.095.508
C
1. .IB/JK maatregelen dwang & drang/ CriSis Interventie 44.517.463 2. Buitenregionale plaatsingen (GI)
714.704
0
-714.704
1.498.841
0
-1.498.841
1. JBKK
47.095.508
47.095.508
47.095.508
47.095.508
2. LDH
1.844.429
1.844.429
1.844.429
1.844.429
1.844.429
3. KSCD
H
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)
19.125.834
20.276.674
1.150.840
20.276.674
20.276.674
20.276.674
I
Overige
19.748.096
36.253.929
16.505.833
36.253.929
36.253.929
36.253.929
1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg)
2.177.467
10.805.543
8.628.076
10.805.543
10.805.543
10.805.543
0
0 22.879.884
2. Extra ASK 3. Landelijke inkoop
17.063.440
22.879.884
5.816.445
22.879.884
22.879.884
4. Acute dienst GGZ
507.189
644.204
137.015
644.204
644.204
644.204
1.924.298
1.924.298
1.924.298
1.924.298
1.924.298
6.808.718
5.634.592
-1.174.126
5.634.592
5.634.592
5.634.592
1.000
1.000
0
1.000
1.000
1.000
Transformatiefonds/Innovatie
1.848.710
0
-1.848.710
Organisatiekosten GK
4.085.474
4.641.229
555.755 ’
4.641.229
4.641.229
4.641.229
Specifieke ICT-kosten
159.191
180.846
21.655
180.846
180.846
180.846
Accountants- en bankkosten
184.369
209.450
25.080
209.450
209.450
209.450
Werk en Onderzoek
320.374
363.955
43.581
363.955
363.955
363.955
Projectbudget Inkoop en Implementatie
209.600
238.112
28.512
238.112
238.112
238.112
0
0
275.608.628
33.198.700
275.358.628
275.358.628
275.358.628
0T
0|
0|
0|
0|
5. Transformatiefonds/Innovatie
J
Uitvoeringskosten Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp)
Dubieuze Debiteuren
Totaal lasten
\SALDO
1
242.409.928
Deze meerjarenraming houdt nog geen rekening met inflatie en trendmatige ontwikkelingen na 2024. Ook zijn nog geen effecten van de Hervormingsagenda na 2024 ingecalculeerd omdat gemeenten daarover nog in discussie zijn met het rijk en hun maatregelen nog moeten bepalen.
37
Meerjarenraming balans 4.1 Balans BALANS PER 31 DECEMBER
alle bedragen in E
Meerjarenraming 2027
ACTIVA
1
2Ō26
1
2025
Begroting
Begroting
2024
2023
Voorlopige JR Jaarrekening 2022
2021
Jaarrekening 2020
VLOTTENDE ACTIVA UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN 1 JAAR Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courant met het Rijk
500.000
500.000
500.000
500.000
10.000.000
23.535.000
25.743.000
9.366.000
3.000.000
3.000.000
3.000.000
3.000.000
5.000.000
9.217.000
8.540.000
2.409.000
2.500.000
2.500.000
2.500.000
2.500.000
OVERLOPENDE ACTIVA Te vorderen bedragen van zorginstellingen
5.912.000
33.126.000
400.000
400.000
400.000
400.000
400.000
408.000
1.451.000
2.015.000
2.500.000
2.500.000
2.500.000
2.500.000
15.000.000
17.236.000
24.799.000
0
Vooruitbetaalde bedragen
0
0
0
0
0
0
132.000
0
T ransform atiefonds
0
0
0
0
0
0
677.000
6.796.000
Overige vorderingen Liquiditeitsborgen en overig
2.500.000
3.137.000
LIQUIDE MIDDELEN_____________________________________________________ ^______________ ^______________ ^______________ ^_______________^______________ ^_______________ ^______________^_____________ ^ iBanksaldi | 1.900.000 1.900.000 1.900.000 1.900.000 2.400.000 1.553.000 1.118.000 265.000İ [TOTAAL
I
10.800.000
10.800.000
10.800.000
Meerjarenraming 2027
PASSIVA
1
2026
1
2025
10.800.000
35.300.000
Begroting
Begroting
2024
2023
55.086.00^
68.373.000
Voorlopige JR Jaarrekening 2022
2021
53.977.000
Jaarrekening 2020
VASTE PASSIVA EIGEN VERMOGEN Algem ene rese^e
0
0
0
0
0
0
0
0
Gerealiseerd resultaat
0
0
0
0
0
0
0
0
VLOTTENDE PASSIVA NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR [Overige schulden
|
_____________ ^______________ ^______________ ^______________ ^______________ ^______________ ^
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.111.000
3.094.000
7.641.000İ
OVERLOPENDE PASSIVA Te betalen bedragen aan zorginstellingen
9.800.000
9.800.000
9.800.000
9.800.000
34.300.000
53.171.000
64.229.000
38.418.000
Transformatiefonds *)
0
0
0
0
0
0
0
7.788.000
Meer sam en doen in crisis *)
0
0
0
0
0
0
0
47.000
Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders *)
0
0
0
0
0
0
83.000
83.000
Doorbraak en Versterken Zorgbemiddelin
0
0
0
0
0
167.000
167.000
0
Proeftuin kind- en gezinsbescherming
0
0
0
0
0
637.000
800.000
0
10.800.000
10.800.00^
10.800.00^
10.800.00^
35.300.00^
55.086.00^
68.373.00^
53.977.0001
[TOTAAL
1
Meerjarenbalans Uitgangspunt voor het opstellen van de balans per ultimo 2024 (t/m 2027) is de balans zoals opgenomen in de voorlopige jaarrekening 2022. De geprognosticeerde balans voor de jaren 2025 t/m 2027 is in deze begroting tevens toegevoegd. Onder deze tabel wordt per regel een toelichting gegeven bij de omvang van de balanspost 2024 en of een toelichting bij de ontwikkeling van deze balanspost van 2020 tot en met 2023.
Toelichting bij de meerjarenbalans Activa -
Vorderingen op openbare lichamen Het grootste deel van het bedrag dat in de voorlopige jaarrekening 2022 op de balans stond was het tekort uit de rekening 2022 dat als vordering was opgenomen. Sinds 2022 zijn de kosten in de begrotingen realistischer gemaakt, waardoor we verwachten dat deze balanspost in de toekomst lager zal worden.
-
Rekening courant met rijk Dit betreft het schatkistbankieren, het bedrag dat boven het drempelbedrag uitkomt, staat op de rekeningcourant met het rijk.
-
Te vorderen bedragen van zorginstellingen
38
Door zorgaanbieders actief te benaderen om de te vorderen bedragen te betalen én door het afrekenproces te versnellen, verwachten we dat deze balanspost ten opzichte van 2022 fors lager zal zijn. Overige vorderingen Voor deze balanspost verwachten we geen grote aanpassing ten opzichte van de balans van 2022. Liquiditeitsborgen en overig Aangezien de GRJR geen bancaire functie heeft, streven we na om dit bedrag snel en fors af te bouwen. Vanuit de rijksoverheid hebben gemeenten echter wel de verantwoordelijkheid gekregen om de continuïteit van cruciale jeugdhulp te waarborgen en waar nodig liquiditeitssteun verlenen. Vooruitbetaalde bedragen Voor deze balanspost verwachten we geen grote aanpassing ten opzichte van de balans van 2022. Transformatiefonds Vanaf 2022 is deze subsidie afgerond en afgerekend. Banksaldo Samen met de rekening courant met het rijk is dit de sluitpost van de activakant van de balans.
Passiva -
Algemene reserve/ gerealiseerd resultaat De GRJR heeft geen eigen vermogen. Een positief of negatief resultaat wordt verrekend met de deelnemende gemeenten.
-
Overige schulden Dit betreft de openstaande schulden binnen de organisatiekosten en bestaat uit facturen die na het sluiten van de boekhouding ontvangen zijn of facturen waarover nog overleg is met de leverancier.
-
Te betalen bedragen aan zorginstellingen Dit bestaat uit de gerealiseerde zorgkosten van het afgelopen jaar waarvan er nog geen factuur ontvangen is. Als gevolg van een efficiënter declaratie en betalingsproces verwachten we dat deze post fors in omvang teruggebracht zal worden. Hiervoor zijn we ook afhankelijk van de declaratiesnelheid van de zorgaanbieders en het goedkeuringstraject bij de gemeenten.
-
Transformatiefonds en Meer samendoen in crisis Beide subsidies zijn ultimo 2021 al afgerond.
-
Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders, Doorbraak en verstreken zorgbemiddeling, Proeftuin kind- en gezinsbescherming Deze subsidies zullen in 2023 afgerond worden. 39
4.3 Overige toelichtingen en overzichten 4.3.1 Overhead Tot de overhead worden volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) de kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn die kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. De uitvoeringskosten van de GRJR zijn volledig toe te rekenen aan het programma en vallen daardoor niet onder de BBV-definitie van overheadkosten. 4.3.2 Fiscaliteiten Hieronder wordt ingegaan in hoeverre de fiscale wetgeving van toepassing is op de uitvoering van de taken door de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. Vennootschapsbelasting Op basis van informatie van het bureau rijksheffingen van de gemeente Rotterdam kan worden aangenomen dat de GRJR niet wordt verplicht om vennootschapsbelasting te betalen. In de eerste plaats is er geen sprake van een onderneming in fiscale zin, daaronder begrepen een uiterlijk met een onderneming overeenkomende werkzaamheid. Er worden geen diensten op de markt verkocht. En er is geen te verwachten winst. Voor zover er bij de GRJR overschotten of tekorten ontstaan, worden die naar rato verrekend met de aangesloten gemeenten.
Als er geen onderneming is, is er geen belastingplicht en ook geen aangifteplicht. In de tweede plaats kan een beroep worden gedaan op de samenwerkingsvrijstelling. Het gaat bij de jeugdhulp om de uitvoering van een overheidstaak waarmee niet in concurrentie wordt gedreven. Ook wordt voldaan aan de voorwaarde dat de gemeenten naar evenredigheid van de afgenomen activiteiten bijdragen aan de kosten van het samenwerkingsverband. BTW-heffing De GRJR ontvangt voor de uitvoering van zijn activiteiten bijdragen van de bij de deelnemende gemeenten. Deze bijdragen zijn van BTW-heffing vrijgesteld (artikel 11, eerste lid, letter u, in verbinding met letter g, van de Wet op de omzetbelasting 1968). Dit brengt met zich dat het Openbaar Lichaam ter zake van de uitvoering van de taken in het kader van de Jeugdwet géén BTW in rekening brengt aan de aangesloten gemeenten. De bijdrage die de gemeente Rotterdam ontvangt in verband met de ondersteuning van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond bij de uitvoering van haar taken, is wel aan BTWheffing onderworpen. Naast deze bijdrage heeft de GRJR uitvoeringskosten die ook aan BTW-heffing zijn onderworpen. De in rekening gebrachte BTW wordt naar rato van de
40
bijdragen 'doorgeschoven’ naar de deelnemende gemeenten (BTW transparantieregeling). De gemeenten betrekken deze BTW bij hun opgave voor het BTW-compensatiefonds.
4.3.3 Baten en lasten per taakveld In onderstaand overzicht zijn conform de nieuwe taakvelden uit het BBV de baten en lasten uitgesplitst. Baten 4.3.2. - Inkomensoverdrachten gemeenten
275.608.628
Lasten 6.72b - Jeugdhulp behandeling 6.72c - Jeugdhulp dagbesteding 6.73a - Pleegzorg 6.73c - Jeugdhulp met verblijf overig 6.74b - Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 6.82a - Jeugdbescherming 6.82b - Jeugdreclassering 6.82a - Jeugdbescherming 6.81b - Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO)
36.866.197 15.683.668 21.864.392 97.116.036 33.417.113 41.622.021 8.339.335 10.349.933 10.349.933
Totaal lasten
275.608.628
De hierbij gehanteerde indeling naar taakvelden is als volgt: A
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp)
6.73a - Pleegzorg
B
Weer naar huis (Opname)
6.73c - Jeugdhulp met verblijf overig
Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig 6.73c - Jeugdhulp met verblijf overig
C verblijf) D
Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp)
6.72c - Jeugdhulp dagbesteding
E
Pakket thuis (Ambulante hulp)
6.72b - Jeugdhulp behandeling
F
Crisishulp
6.74b - Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf
G
Gecertificeerde instellingen
6.82a - Jeugdbescherming
G
Gecertificeerde instellingen
6.82b - Jeugdreclassering
17%
H
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)
6.82a - Jeugdbescherming
50%
H
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)
6.81b - Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO)
50%
I
1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg)
6.73c - Jeugdhulp met verblijf overig
I
2. Extra ASR
nvt sinds 2023
I
3. Landelijke inkoop
6.74b - Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf
I
4. Acute dienst GGZ
6.74b - Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf
I
5. Transformatiefonds/Innovatie
6.72b - Jeugdhulp behandeling
J
Uitvoeringskosten
naar zorgvergruik % verdeeld over taakvelden
83%
41
4.3.4 Begroting per gemeente Begroting 2024, kosten per gemeente Albrandswaard A
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp)
141.269
Barendrecht 730.922
Capelle aan
Goeree-
Krimpen aan
den IJssel
Overflakkee
den Ijssel
1.554.905
486.091
Lansingerland
Maassluis
Nissewaard
Ridderkerk
Rotterdam
Schiedam
Vlaardingen
Voorne aan Zee
411.299
410.900
0
1.676.555
768.231
13.896.946
0
0
1.340.274
Totaal 21.417.392
B1
Lichte behandeling met verblijf
116.041
690.448
0
240.419
0
4.745.432
0
0
B2
Gesloten jeugdhulp / jeugdzorg+
213.238
768.848
247.205
330.355
118.627
214.922
0
841.921
186.923
7.003.246
0
0
779.539
10.704.822
B3
Zwaardere behandeling met verblijf
293.041
1.613.798
2.039.994
682.891
1.232.702
1.945.112
0
5.876.494
1.431.179
26.185.900
0
0
2.149.716
43.450.828
90.139
84.158
944.857
210.862
268.828
7.391.184
Zwaardere behandeling in gedwongen / B4
gesloten kader
71.376
0
353.583
0
0
0
29.291
538.829
0
0
382.804
C1
Gezinshuizen (en kleinschalige groepen)
29.637
198.012
243.867
312.436
367.316
199.823
0
825.831
95.431
4.991.143
0
0
428.800
7.692.295
C2
Kamertraining (en begeleid zelfstandig wonen)
32.930
11.966
336.566
661.405
78.969
15.477
76.278
0
1.866.312
133
348.378
8.455.378
0
0
608.871
12.480.564
1.387.981
C3
Beschermd wonen
3.293
25.189
40.232
17.410
15.477
11.163
0
161.135
186.565
661.176
0
0
95.721
1.217.362
D
Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp)
152.330
375.722
910.878
126.270
642.896
492.973
0
723.092
485.472
11.235.249
0
0
218.146
15.363.028
E
Pakket thuis (Ambulante hulp)
763.184
1.251.803
2.189.977
859.980
3.767.028
0
2.742.103
1.217.013
0
1.707.089
34.188.201
600.784
19.089.240
0
F
Crisishulp
99.973
291.068
549.506
307.264
232.916
357.597
0
846.034
324.112
5.744.876
0
0
456.494
9.209.839
G
Gecertificeerde instellingen
437.652
887.122
2.484.369
1.095.630
853.416
1.176.210
854.417
3.629.827
1.425.442
28.814.047
2.767.200
2.987.147
1.527.459
48.939.937
H
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)
238.801
443.447
913.344
474.489
313.266
645.705
445.960
1.459.432
607.316
11.563.155
1.214.992
1.094.021
862.747
20.276.674
I
Overige
634.279
1.515.066
1.908.340
1.393.530
470.914
1.618.678
866.471
1.661.340
590.202
21.864.045
973.613
1.185.694
1.571.758
36.253.929
J
Uitvoe ringskosten
75.242
184.465
290.743
142.578
117.127
227.180
88.202
438.188
165.378
3.250.809
202.190
204.571
247.918
5.634.592
3.242.875
8.783.543
14.725.212
6.402.280
5.735.570
11.383.989
2.255.050
23.693.254
8.071.794 168.039.472
5.157.994
5.471.433
Totaal
12.646.162 275.608.627
42
43
5. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 8 september 2023,
R. Buijt Voorzitter
Mr. S. Hammer Secretaris
44
/JEUGDHULP ^ RIJNMOND^
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie voor AB 6 april 2023
Inleiding Voor u ligt de (eerste) begrotingswijziging 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). De begroting 2023 is in juli 2022 vastgesteld op basis van uitgangspunten in de Kadernota 2023 die al december 2021 is vastgesteld. Het zo vroegtijdig moeten opmaken van de begroting heeft onvermijdelijk als consequentie dat moet worden gewerkt met soms globale aannames. Ontwikkelingen die zich na begrotingsvaststelling voordoen leiden tot de noodzaak om de begroting bij te stellen. De belangrijkste elementen zijn: Realistisch begroten, hogere en complexere zorgvraag blijkens cijfers 2021 en 2022 - Verschuiving kosten naar regio Rijnmond door aanpassing woonplaatsbeginsel - Gevolgen van inflatie - Gefaseerde overgang (met zorgcontinuïteit) naar lokaal ingekochte zorg waaronder eigen inkoop MVS De belangrijkste bijstelling volgt uit het uitgangspunt om realistisch te begroten. Bij de opstelling van de begroting 2023 waren de voorlopige jaarrekeningcijfers 2021 de meest actuele gegevens. Die cijfers waren onvolledig. De definitieve jaarrekeningcijfers 2021 lieten een aanzienlijk hogere productie zien. De bestuursrapportages 2022 vertoonden een verder oplopende productieomvang. De definitieve jaarrekeningcijfers 2021 en bestuursrapportages 2022 geven daarmee aanleiding tot bijstelling van de uitgavenverwachting voor 2023.
Hiermee wordt het risico op grote tegenvallers in de jaarrekening verkleind en kunnen de deelnemende gemeenten eerder maatregelen treffen om kostenstijgingen op te vangen. Daarnaast zijn er nog enkele inhoudelijke besluiten genomen die moeten worden verwerkt tot een begrotingswijziging. Deze begrotingswijziging is als volgt opgebouwd: 1. Wijziging begrote baten en lasten 2023 2. Wijziging gemeentelijke bijdragen 2023 3. Wijziging risicoparagraaf 2023 4. Besluit
2
1. Wijziging baten en lasten 2023 In de periode tot maart 2023 heeft de GRJR te maken met diverse ontwikkelingen die het realiteitsgehalte en evenwicht in de vastgestelde begroting 2023 beïnvloeden. In onderstaande tabel zijn de verschillende mutaties uit deze begrotingswijziging opgenomen.
Mutatieoverzicht bij begrotingswijziging 2023 Begroting 2023
Mutaties +
Mutaties -
12.692.906
Begroting (lasten) 242.409.928
A
Realistisch begroten (2e Bestuursrapportage 2022)
B
Maatwerk pleegzorg
250.000
250.000
C
Pleegzorgvergoeding
495.927
495.927
D
Diverse verschuivingen binnen de begroting
E
Indexatie
10.002.546
10.002.546
F
Zorgcontinuïteit Maassluis, Vlaardingen, Schiedam
9.969.695
G
Aanpassingen op gemeente niveau opgave gemeenten
0
9.969.695 1.812.402
Aanpassingen op gemeente niveau nadere uitwerking nieuwe inkoop 23
Totaal mutaties
12.692.906
33.411.073
-1.812.402
625.271
-625.271
2.437.673
30.973.400
Gewijzigde Begroting 2023
273.383.328
Hieronder worden de verschillende mutaties uit de tabel toegelicht. A. Realistisch begroten o.b.v. 2e bestuursrapportage 2022 (prijspeil 2022)
Een belangrijk uitgangspunt in de Kadernota is om de begroting financieel realistisch te maken. De afgelopen jaren waren de kosten in de jaarrekening vaak hoger dan begroot. Voor een deel was dit door onverwachte en daarmee onbegrote kosten, maar ook doordat de kosten te laag begroot waren. Om deze laatste afwijking te voorkomen is het wenselijk om in de begroting te rekenen met een zo realistisch mogelijk kostenniveau. Op het moment van opstellen van de begroting 2023 waren dat de voorlopige jaarrekeningcijfers 2021. Die cijfers waren onvolledig. De definitieve jaarrekeningcijfers 2021 lieten een aanzienlijk hogere productieomvang zien. De bestuursrapportages 2022 vertoonden een verder oplopende productieomvang. Dit komt voor een belangrijke mate door aanpassing van het woonplaatsbeginsel waarbij de begroting een grote onderschatting bleek. (De gemeentelijke inschattingen waren slechts ca. C 2 miljoen terwijl landelijke berekeningen -en compensatie via het gemeentefonds- op C 15 mln. kwamen voor onze regio. De wijzigingen zijn echter erg laat op gang gekomen.) Ook is weer een stijging van de inzet van LTA (landelijke aanbieders) zichtbaar. Naar de oorzaken en beïnvloedbaarheid wordt nader onderzoek gedaan.
3
Voor deze begrotingswijziging is het meest recente bestuurlijk vastgestelde document, de tweede bestuursrapportage 2022, als uitgangspunt genomen. Het gaat hier dus niet om extra groei die wordt verwacht in 2023, maar om een begrotingscorrectie vanwege structurele groei die zich in 2021 en 2022 heeft voorgedaan maar nog niet was meegenomen in de begroting. Deze ophoging is berekend naar prijspeil 2022, onder punt E wordt dit opgehoogd naar prijspeil 2023. B.
Maatwerk Pleegzorg
In het AB van december 2022 is besloten om voor 2023 en 2024 de Pilot Maatwerkpleegzorg voort te zetten. Dit was in de afgelopen jaren een succesvol transformatieproject dat de deelnemende gemeenten vanaf 2025 lokaal willen regelen en in de tussenliggende jaren via de regionale contractrelaties willen voortzetten. C. Pleegzorgvergoeding
De pleegzorgvergoeding was per abuis niet opgenomen in de oorspronkelijke begroting 2023. Dit is met deze mutatie hersteld. Het gaat om vergoedingen die pleeghulpaanbieders moeten betalen aan pleegouders. De hoogte wordt landelijk bepaald in een Algemene maatregel van bestuur en uit oogpunt van goed opdrachtgeverschap dienen pleeghulpaanbieders hiervoor correct te worden gecompenseerd. Gemeenten worden volgens de VNG geacht dit te kunnen betalen uit het accres in de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. D.
Diverse verschuivingen binnen de begroting (met een saldoneutraal effect)
Met deze mutatie is een drietal saldo neutrale wijzigingen in de begroting verwerkt. Ten eerste zijn de subsidies aan de twee Gecertificeerde Instellingen (JBRR en Leger des Heils) herkenbaar opgenomen. De oorspronkelijke indeling van de GI's van 2015 dekte niet meer de lading. Als tweede zijn de al geraamde kosten voor transformatiefonds/innovatie nu opgenomen onder opdracht I.5. Deze kosten worden ingezet om innovaties in de zorgverlening door te voeren en maken nu onderdeel uit van de zorgkosten in de begroting in plaats van de uitvoeringskosten. In de oorspronkelijke begroting waren hogere kosten als gevolg van aanpassing woonplaatsbeginsel opgenomen onder de percelen A t/m E. Omdat deze kosten voornamelijk via maatwerkcontracten voor buitenregionale plaatsingen tot stand blijken te komen, worden deze verschuiven naar budget I 1 Buitenregionale plaatsingen. E.
Indexatie 2023
Nu bij punt A als uitgangspunt de 2e bestuursrapportage 2022 is opgenomen, wordt met deze wijziging de (extra) indexatie voor het begrotingsjaar 2023 toegevoegd. Met de mutatie realistisch begroten (A) is voor een aantal onderdelen het kostenniveau uit 4
de 2e Burap 2022 als uitgangspunt genomen. Hierdoor moet de indexatie 2023 die opgenomen was in de oorspronkelijke begroting 2023 opnieuw toegevoegd worden. In de begroting 2023 is rekening gehouden met het eerder landelijk afgegeven PPCindexpercentage van 1,83% voor materiële kosten. In het najaar 2022 is, bij wijze van uitzondering en op verzoek van VWS, de definitieve PPC-index verhoogd naar 9,25%, in verband met oplopende inflatie waaronder stijging van energiekosten. Uit oogpunt van goed opdrachtgeverschap is het wenselijk en passend om aanbieders voor de hogere materiële kosten te compenseren. Op 23 november 2022 gaf het kabinet het signaal dat in de Voorjaarsnota 2023 en Meicirculaire 2023 aan de gemeenten voor 2023 e.v. extra accres op de algemene uitkering zal worden uitgekeerd vanwege de hogere PPC. Hiermee stelt het kabinet gemeenten in staat om zorgaanbieders op passende wijze tegemoet te komen en op die manier te voorkomen dat de zorg in gevaar komt door de hoge inflatie. Om die reden wordt voorgesteld de begrotingsbudgetten extra te indexeren voor het materiële kostendeel. Dit gaat om ca. C 2 mln. van de in de tabel genoemde C 10 mln. F.
Zorgcontinuïteit Maassluis, Vlaardingen en Schiedam
Op verzoek van de drie MVS-gemeenten wordt de begroting opgehoogd met het bedrag aan zorgcontinuïteit dat naar verwachting in 2023, anders dan in eerste instantie door MVS aangegeven, toch afgenomen wordt bij de GRJR. Zie ook verderop, risicoparagraaf punt 6. G. Aanpassingen op gemeenteniveau
Opgave gemeenten Na het verwerken van bovenstaande mutaties hebben de gemeente de mogelijkheid gehad om voor de opdrachten A t/m E specifieke aanpassingen te doen. Daardoor sluit de informatie in deze GR begroting nog beter aan op de informatie en financiële prognoses in de afzonderlijke gemeenten. Verschillende gemeenten hebben hier gebruik van gemaakt. Hiermee zijn diverse mutaties in de GR begroting verwerkt, zowel ophoging als verlaging van de gemeentelijke bijdrage. Ook hebben de gemeenten aangeven of de aanpassing was ingegeven door het verwerken van een gemeentelijke trend of dat het een invulling is van het verwachte effect van de hervormingsagenda. De door de gemeente aangegeven wijzigingen zijn direct in hun bijdrage aan de GR verwerkt.
Nadere uitwerking nieuwe inkoop 2023 Bij het opstellen van de oorspronkelijke begroting 2023 was de uitwerking van de nieuwe inkoop nog niet definitief. Bij deze mutatie zijn de besluiten verwerkt dat MVS op 5
een aantal onderdelen niet meedoet in de nieuwe inkoop: de maatwerkcontracten buitenregionale plaatsingen en het transformatiefonds.
6
De beschreven mutaties leiden tot de volgende gewijzigde begroting: Begroting 2023
Begroting 2023
Ontwerp 1e
Begroti'ng
Begrotingswijziging
2023
2023
na wijziging
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten
242.409.928
30.973.400
273.383.328
Totaal baten
242.409.928
30.973.400
273.383.328
A
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp)
26.133.328
4.872.646-
21.260.682
B
Weer naar huis (Opname)
49.118.949
15.032.040
64.150.989
C
Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf)
26.274.848
5.554.879-
20.719.969
D
Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp)
10.975.619
5.259.886
16.235.504
E
Pakket thuis (Ambulante hulp)
28.950.686
6.433.187
35.383.874
F
Crisishulp
G
Gecertificeerde instellingen
LASTEN
1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team
'
8.542.842
252.055
8.794.897
46.731.009 '
579.779 '
47.310.788
44.517.463
44.517.463-
-
714.704
714.704-
-
3. KSCD
1.498.841
1.498.841-
-
1. JBRR
-
45.549.458
45.549.458
2. Buitenregionale plaatsingen (GI)
2. LDH
-
1.761.330
1.761.330
H
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)
19.125.834
295.728
19.421.563
I
Overige
19.748.096
15.340.724
35.088.819
1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg)
2.177.467
8.729.494
10.906.961
-
-
-
3. Landelijke inkoop
17.063.440
4.785.608
21.849.048
4. Acute dienst GGZ
507.189
142.246
649.435
-
1.683.376
1.683.376
6.808.718
1.792.475-
5.016.243
1.000
-
1.000
Transformatiefonds/Innovatie
1.848.710
1.848.710-
-
Organisatiekosten GR
4.085.474
46.329
4.131.803
Specifieke ICT-kosten
159.191
1.805
160.996
Accountants- en bankkosten
184.369
2.091
186.460
Werk en Onderzoek
320.374
3.633
324.007
Projectbudget Inkoop en Implementatie
209.600
2.377
211.977
-
-
-
242.409.928
30.973.400
273.383.328
2. Extra ASR
5. Transformatiefonds/Innovatie
J
Uitvoeringskosten Bedrag onvoorzien (Risico’s Jeugdhulp)
Dubieuze Debiteuren
Totaal lasten
\SALDO
2. Wijziging gemeentelijke bijdragen 2023 Door het afschaffen van de vlaktaks in 2022 is het gemeentelijk aandeel in de begroting gelijk aan de gemeentelijk inleg. Hieronder een overzicht van de inleg op basis van de in de oorspronkelijke begroting 2023, het effect van deze begrotingswijziging en de extra inleg na deze begrotingswijziging. Naast de oorspronkelijke bijdragen Q1 tot en met Q4 (rechts in het overzicht) dienen gemeenten na definitieve begrotingsvaststelling de extra inleg in één keer te voldoen. Totaal GR Inleg 2023
Inleg oud 2023
Extra inleg 2023 Inleg 2023 nieuw
Bijdrage Q1
Bijdrage Q2
Bijdrage Q3
Bijdrage Q4
Albrandswaard
2.708.525
384.288
3.092.813
677.131
677.131
677.131
677.131
Barendrecht
6.868.182
1.508.145
8.376.327
1.717.046
1.717.046
1.717.046
1.717.046
Capelle aan den IJssel
14.089.849
-48.116
14.041.733
3.522.462
3.522.462
3.522.462
3.522.462
Goeree-Overflakkee
6.659.584
-553.104
6.106.480
1.664.896
1.664.896
1.664.896
1.664.896
Krimpen aan den IJssel
5.481.336
-11.528
5.469.808
1.370.334
1.370.334
1.370.334
1.370.334
Lansingerland
9.286.652
1.632.129
10.918.781
2.321.663
2.321.663
2.321.663
2.321.663
Maassluis
1.769.709
1.913.474
3.683.183
442.427
442.427
442.427
442.427
Nissewaard
22.457.618
159.081
22.616.699
5.614.405
5.614.405
5.614.405
5.614.405
Ridderkerk
8.073.936
-376.148
7.697.788
2.018.484
2.018.484
2.018.484
2.018.484
Schiedam
4.648.917
4.895.280
9.544.197
1.162.229
1.162.229
1.162.229
1.162.229
Vlaardingen
5.365.065
4.340.690
9.705.755
1.341.266
1.341.266
1.341.266
1.341.266
11.367.722
715.271
12.082.992
2.841.930 '
2.841.930 ’
2.841.930 '
2.841.930
Voorne aan Zee
'
'
Rotterdam
143.632.834
16.413.939
160.046.773
35.908.208
35.908.208
35.908.208
35.908.208
Totaal
242.409.928
30.973.400
273.383.328
60.602.482
60.602.482
60.602.482
60.602.482
3. Wijziging risicoparagraaf 1
2
3
Risico in de vastgestelde begroting 2023 Uitgongsount realisatieniveau 2021 reso. 2022 Hogere zorgkosten A t/m E, doordat het productieniveau is bepaald op basis van onvolledige data per februari, terwijl de uitgaven hoger blijken volgens de definitieve data per april die in de definitieve jaarrekening worden verwerkt. Trendmatige ontwikkeling, verschuiving naar lokaal en impact tronsformotie Hogere zorgkosten door onderschatting van » Trendmatige stijging en/of » Inzet van lokaal aanbod en/of » Impact van tronsformotiemootregelen Effect oonoossing woonolootsbeginsel Hogere zorgkosten A t/m E doordat de gevolgen van oonpossing woonplaatsbeginsel niet volledig in beeld zijn en daardoor onvoldoende zijn
Stand van zaken, aanpassing beheersingsmaatregel De productie 2021 bleek achteraf inderdaad hoger dan waarmee in de begroting 2023 was gerekend. Ook in 2022 waren de kosten hoger. De begroting 2023 wordt daar nu op aangepast. In de ontwerpbegroting gebeurt dat op basis van de 2e bestuursrapportage 2022, in de definitieve begroting zal dat gebeuren op basis van de definitieve jaarrekening 2022. De begrotingswijziging bevat diverse aanpassingen op gemeenteniveau.
Dit risico doet zich voor en wordt ondervangen door voorliggende begrotingswijziging 2023.
8
4
5
6
meegenomen in de ramingen. Hieronder ook het risico op hogere kosten van hulp die tegen hogere tarieven moet worden gecontinueerd. Overloop naar niet regionaal gecontracteerd aanbod Hogere kosten voor buitenregionale plaatsingen en landelijk gecontracteerde hulp doordat regionaal aanbod ontoereikend of onderbenut is. Continuïteit aanbod Faillissement(sdreiging) aanbieders in het bijzonder aanbieders van gesloten jeugdhulp in verband met de ambitie tot vergaande beperking van het aanbod.
Aannames aanpassingen gemeente niveau De begrotingswijziging bevat aanpassingen op basis van aannames over verschuiving naar lokaal (D en E, MVS), trendmatige effecten, hervormingsagenda effecten en inkoopeffecten. Indien geen invulling aan de aanpassingen gegeven wordt, zal dit leiden tot hogere kosten dan begroot.
Dit risico doet zich voor en wordt ondervangen door voorliggende begrotingswijziging 2023.
De afbouw van de gesloten jeugdhulp (JH+) gaat gepaard met frictiekosten. Vanwege de grote financiële risico's werken we samen met de twee betrokken aanbieders en de vijf betrokken jeugdhulpregio's aan continuïteitsplannen. Ook is inmiddels opgeschaald naar rijksniveau voor meer landelijke regie en financiering van frictiekosten bij de transformatie van de gesloten jeugdhulp. Door de regio's verstrekte liquiditeitssteun moet op basis van de continuïteitsplannen mogelijk omgezet worden in een continuïteitsbijdrage. Op basis van de huidige inzichten bedraagt het risico voor Regio Rijnmond voor 2023 C 3mln. Dit is incidenteel, waarbij de jeugdhulpregio's deze kosten niet als hun kosten zien maar bij de rijksoverheid zullen leggen. Daarnaast leidt de transformatie (schaalverkleining, kwalititeitsverbetering) waarschijnlijk tot hogere kostprijzen. Dit structurele risico voor de gemeenten is nog niet te kwantificeren. Gedurende het jaar wordt gemonitord of deze verschuiving c.q. besparing in de afgegeven toewijzingen zichtbaar is.
4. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond.
9
Rotterdam, 8 september 2023,
R. Buijt Voorzitter
Mr. S. Hammer Secretaris
10
/JEUGDHULP ^ RIJNMOND^
VOORLOPIGE ]AARST\ĴKKEN 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie AB 6 april 2023
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING, LEESWIJZER EN SAMENVATTING...........................................................3 2. PROGRAMMAVERANTWOORDING...............................................................................9 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR.............................................9 2.2 Resultaten 2022........................................................................................... 10 2.3 Transformatie................................................................................................31
3. PARAGRAFEN................................................................................................................... 33 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing............................................34 3.2 Financiering................................................................................................... 36 3.3 Bedrijfsvoering.............................................................................................. 37 3.4 Rechtmatigheid............................................................................................. 39 3.5 Coronaparagraaf..........................................................................................40 3.6 Verbonden partijen...................................................................................... 41
4. JAARREKENING................................................................................................................ 43 4.1 Overzicht van baten en lasten...................................................................43 4.2 Toelichting op baten en lasten...................................................................44 4.3 Balans............................................................................................................ 49 4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling............................ 50 4.5 Toelichting op de balans............................................................................. 51 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen................................... 60 4.7 Gebeurtenissen na balansdatum.............................................................. 61
5. VASTSTELLINGSBESLUIT.............................................................................................. 63
2
1. Inleiding, leeswijzer en samenvatting In de Jaarstukken 2022 van de Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) verantwoorden wij het gevoerde beleid en het financieel beheer over het jaar 2022. Het Bestuur wordt met deze stukken in staat gesteld om zijn controlerende taak te vervullen. 2022 was een intensief jaar volop uitdagingen voor jeugdigen in de regio en ook voor de GRJR. Veel jeugdigen in de regio hebben problemen waarvoor ze hulp nodig hebben. De effecten van de coronapandemie op de generatie die dit als jeugdigen meemaakten zijn onmiskenbaar groot. Het aantal jeugdigen die specialistische jeugdhulp nodig hebben is groot. Rond de 13.000 jeugdigen ontvingen in 2022 specialistische jeugdhulp die door de GRJR was ingekocht. Meer dan 8000 van hen kregen een vorm van ambulant hulp terwijl ze gelukkig ‘gewoon’ thuis konden blijven wonen. Ruim 1300 jeugdigen ontvingen daghulp die op een of andere manier met school moest worden gecombineerd. Rond de 2000 jeugdigen woonden bij een pleeggezin omdat thuiswonen niet mogelijk was. Meer dan 900 hadden een opname met behandeling nodig. Meer dan 300 jeugdigen verblijven langdurig in een zorginstelling. Naast deze cijfers kregen ook nog vele honderden jeugdigen uit onze regio hulp van een landelijke jeugdhulpspecialist of elders in het land, op een buitenregionale plaats.
De inzet jeugdhulp gaat met hoge kosten gepaard en dat levert bestuurders hoofdbrekens op. Voorop staat echter de noodzaak van passende, liefst nabije hulp die tijdig wordt ingezet. Waar eerder de gemiddelde wachttijd nog veel hoger was, hoefde een jeugdige in de loop van 2022 gemiddeld 14 weken te wachten op hulp. Dat vergde grote inspanning van de aanbieders, gemeenten en de GRJR. Grote inspanning is ook geleverd om tijdig voor 1 januari 2023 nieuwe regionale contracten voor specialistische jeugdhulp af te sluiten. Deze contracten staan in het licht van de noodzakelijke transformatie van de jeugdhulp en sterkere sturing op gebruik en kosten van deze hulp, in nauw samenspel tussen regionale en lokale partners. Gemeenten wilden daarbij meer vanuit de eigen lokale context, met een eigen aanpak, kunnen zorgen voor de jeugdigen. De kosten vielen ook in 2022 weer tegen. In het zorglandschap zijn diverse ontwikkelingen te zien die een verklaring vormen voor verschillen tussen de voorlopige jaarrekening en de begroting 2022. Het totale financiële tekort in de rekening bedraagt voorlopig C22,1 mln. Dit is circa 6 5 mln meer dan bij de tweede bestuursrapportage 2022 werd verwacht. In de exploitatie 2022 zien we forse overschrijdingen. Dat heeft meerdere oorzaken.
3
< ^
^
^
^
De hogere uitgaven zijn in belangrijke mate het gevolg van aanpassing van het woonplaatsbeginsel waardoor veel kinderen in zorg elders in het land voor rekening van gemeenten in Rijnmond komen. Dit effect was veel kleiner ingeschat dan achteraf is gebleken. Daarnaast was er een extra indexatie nodig naar aanleiding van een Tweede Kamer motie "extra lonen in de zorg”. Hiervoor ontvingen gemeenten overigens compensatie van de rijksoverheid. Ook blijkt telkens weer dat achterstallige informatie over toegewezen zorg leidt tot onderschattingen in de prognoses, die gaandeweg en na afloop van het jaar steeds verder in beeld komen. Ook zijn er grote verschuivingen tussen de zorgbudgetten. Dit heeft te maken met de moeite om aanbod en vraag van jeugdhulp goed op elkaar aan te sluiten. Verhoudingsgewijze toename van zware problematiek is zichtbaar in alle opdrachten.
Leeswijzer Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bestaan de jaarstukken uit twee delen: het jaarverslag (weer onder te verdelen in programmaverantwoording en paragrafen) en de jaarrekening. In voorliggende jaarstukken is dat als volgt vormgegeven. De hoofdstukken 2 en 3 vormen samen het jaarverslag. Hoofdstuk 2 bevat de resultaten per onderdeel van inhoud van de jeugdhulp. Hoofdstuk 3 bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen voor zover van toepassing. Voor de GRJR zijn dit paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering en Bedrijfsvoering. Daarnaast zijn er twee niet-verplichte paragrafen opgenomen: Rechtmatigheid en Corona. De paragrafen geven inzicht in diverse bedrijfsvoeringsaspecten van de GRJR. Hoofdstuk 4 is de jaarrekening die financieel inzicht geeft in het gevoerde beleid (Overzicht van baten en lasten met toelichting) en de financiële positie (balans met toelichting). Verder zijn er nog enkele verplichte overzichten opgenomen voor zover relevant.
4
Samenvatting Zorgzwaarte Toename van zware problematiek is zichtbaar in alle opdrachten: doordat de individuele gemeenten steeds meer lokaal hulp en ondersteuning bieden bij de lichtere zorgvragen, leveren de regionaal gecontracteerde partijen naar verhouding meer zware hulp met hogere arrangementsprijzen. Uit het GRJR-dashboard op basis van gemeentelijke toewijzingsdata blijkt dat dit effect zich in ieder geval bij ambulante hulp (opdracht E) voordoet. Het voorkomen van uithuisplaatsing en plaatsing in gesloten jeugdhulp leidt vermoedelijk ook tot inzet van intensievere en duurdere arrangementen. Of dit in 2022 is toegenomen moet nog geanalyseerd worden. Het aantal crises waarbij hulp binnen 24 uur nodig is (opdracht F) is beheersbaar gebleven, ondanks een hectisch jaar met onder andere terugkeer naar een leven zonder corona en een groei van het aantal jongeren met psychische problemen. De aanbieders in opdracht E hebben zich het afgelopen jaar succesvol ingespannen om gezamenlijk de beschikbaarheid van zorg voor kinderen die met spoed (binnen 5 dagen) hulp nodig hebben, te garanderen. Gesloten jeugdhulp De maatschappelijk gewenste af- en ombouw van gesloten jeugdhulp vereist een investering, van zowel gemeenten als aanbieders. De afbouw gaat veel sneller dan voorzien, waardoor aanbieders in financiële problemen komen.
Door deze problemen komt de continuïteit van zorg onder druk te staan. Gemeenten zijn verantwoordelijk om de continuïteit te borgen en zij hebben de twee betrokken aanbieders het afgelopen jaar financieel ondersteund. Wet wijziging woonplaatsbeginsel (WPB) Op 1 januari 2022 is de Wet wijziging woonplaatsbeginsel ingegaan. Deze bepaalt dat de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de jeugdhulp met verblijf, (financieel) verantwoordelijk is voor deze jeugdige. Dit leidde tot administratieve verhuizingen en tot in- en uitstroom van jeugdigen waarvoor de gemeenten (financieel) verantwoordelijk zijn. De financiële effecten hiervan waren, op basis van opgaven van gemeenten, in de oorspronkelijke begroting 2022 verwerkt voor een bedrag van circa C 1,6 mln. De feitelijke instroom bleek in eerste kwartaal 2022 al groter dan verwacht door de vervroegde instroom per 1 november 2021 (de 1 novemberregeling) waardoor de verwachte kosten in het eerste kwartaal 2022 zijn bijgesteld naar C 5,7 mln. Vervolgens bleek de verwachting dat het hier veelal om tijdelijke zorg zou gaan, niet juist omdat het veelal zorg betrof die het gehele jaar 2022 nodig bleek te zijn. 5
In het tweede kwartaal 2022 is de inschatting gemaakt dat de totale uitgaven rond de C10 mln zouden uitkomen. De realisatie die nu in de voorlopige jaarrekening is opgenomen voor de totale kosten van maatwerkcontracten in het kader van het woonplaatsbeginsel bedraagt C 11,2 mln. Dit betreft met name kosten voor verblijf in de opdrachten B (opname) en C (langdurig verblijf) voor onze regio. De verwachting is dat de extra kosten in verband met de WPB ook in 2023 zullen doorlopen. Het is voor gemeenten een puzzel geweest om uit te zoeken bij welke gemeente de inschrijving van de jeugdige en/of ouder bekend was voor de eerste uithuisplaatsing. Doordat uithuisplaatsingen elkaar kunnen opvolgen (via B naar C bijvoorbeeld) kunnen dit zorgtrajecten zijn die jaren doorlopen. Per saldo bleek voor een veel grotere groep dan veracht de financiële verantwoordelijkheid bij Rijnmond-gemeenten te liggen, met name bij de gemeente Rotterdam. Andere grootstedelijke gebieden herkennen deze ontwikkeling.
Arbeidsmarkt Net als in andere sectoren wordt ook in de jeugdhulp de arbeidsmarktsituatie alsmaar nijpender. Jeugdhulpaanbieders ervaren in toenemende mate problemen bij het invullen van (nieuwe) vacatures en met name het werven van ervaren professionals. Dit probleem werd in onze regio duidelijk zichtbaar in opdracht B en C waar was besloten tot een tijdelijke uitbreiding van bedden om de wachttijden terug te dringen. Het uitbreiden van bedden is gerealiseerd maar door personeelstekort konden deze bedden niet volledig ingezet worden. Het aantal jeugdigen dat gebruik maakte van een bed is dan ook niet zichtbaar gestegen, te^ijl de zorgbehoefte er wel was. Het onderwerp wordt besproken in gremia als de arbeidsmarktregio, ‘De Rotterdamse Zorg’ en in het regionale directeurenoverleg. Oplossingen zijn veelal een kwestie van lange adem en ook is hierop landelijk beleid nodig. In de Hervormingsagenda is veel aandacht voor het oplossen van problemen op de arbeidsmarkt voor de jeugdhulp. Acties zijn veelal in voorbereiding en uitvoering is meest vanaf 2023 voorzien. Zo heeft het AB in december 2022 ingestemd met een pilot Functiedifferentiatie in de Pleegzorg, waarbij MBO-ers In plaats van HBO-ers worden ingezet in de pleegzorg. Doel hiervan is onder meer om de jeugdhulpsector makkelijker toegankelijk te maken voor MBO-ers en zo het tekort terug te dringen.
Daarnaast geeft een aantal aanbieders aan dat zij het gehele jaar 2022 geconfronteerd zijn geweest met een hoog ziekteverzuim en (tijdelijke) uitval van personeel als gevolg van coronabesmettingen.
6
Inkoop en implementatie De in 2021 gestarte aanbesteding specialistische jeugdhulp Rijnmond (voor 12 samenwerkende gemeenten) is in 2022 succesvol afgerond met het contracteren van zeven systeemaanbieders, acht prestatieaanbieders (forensische zorg) en twaalf flexaanbieders ingaande 2023. Tegelijkertijd hebben de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam binnen de GRJR hun eigen jeugdmodel vormgegeven en succesvol doorlopen met een opdracht aan één aanbiedersconsortium.
Financieel beeld
Het financiële beeld is als volgt. Primitieve
Begroting ra
Voorlopige
Verschil
begroting 2022
wijziging 2022
verwachte
begroting vs
f 254.73S.ŨŨŨ
f2S4.612.000
1252.155.000
f274.526.000
f 2&S.S10.000
-f24.291.000
C 3.561.000
f3.561.000
f 1.2&&.000
f2.262.000
C 6.522.000
f6.522.000
f5.909.000
f613.000
f 2612.23S.000
f 264.612.000
f 306.027.000
-f21.416.000
Nagekomen kosten voorgaande járen
-e 7.500.000 ĒO
f0 f0
-f 21.046.000 f 1.067.000
-f 21.046.000 -f 1.067.000
Totaal gerealiseerd resultaat
-e 7.500.000
f0
-f22.115.000
-f 22.115.000
Totale Bāter Zorg ka sten Risico's Jeugdhulp Organisatie en overige kosten Totale Laster Saldo Bāter er Laster
realisatie 2022 realisatie 2022 f 2S4.&S0.000 -f 36S.000
Het totale tekort in de rekening bedraagt 622,1 mln. Voor ruim 621 mln. in de exploitatie 2022 en voor 61,1 mln. nagekomen kosten voorgaande jaren. De toelichting hierop is opgenomen als onderdeel bij 4.2 toelichting op baten en lasten. De bijdragen van de gemeenten moeten worden opgehoogd op basis van de (voorlopige) realisatie 2022 per gemeente versus de inleg 2022. Na deze voorlopige eindafrekening met gemeenten van het resultaat van 622,1 mln. sluit de voorlopige jaarrekening 2022 van GRJR op C 0. Dit overzicht is opgenomen bij de toelichting op de balans.
7
8
2. Programmaverantwoording 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR 2.1.1 Doelstellingen GRJR De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is tot 1 januari 2023 een samenwerkingsverband van de vijftien gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne1. De samenwerking heeft tot doel te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken, met inachtneming van de bepalingen in de Jeugdwet (artikel 3 van de regeling). De bovenlokale taken zijn kort gezegd het zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp en voldoende inzet in de jeugdbeschermingsketen. De GRJR is een zelfstandig openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, met eigen begroting en jaarstukken waarin de doelen en middelen voor de bovenlokale taken worden vastgesteld en verantwoord. De doelen en de werkelijke uitgaven worden echter bepaald door het beleid dat deelnemende gemeenten voeren en de wijze waarop afzonderlijke gemeenten invulling geven aan hun taken op het terrein van de jeugdhulp (zoals het toekennen van individuele specialistische hulp aan inwoners).