CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[I21.21625] Vast te stellen bp "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening" (excl. bijlagen bij de toelichting)

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening" (div moties, amendementen)34.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4.7

Ecologie | flora en fauna

De Wet natuurbescherming (Wnb) is een wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur. De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 2017 en vervangt daarmee het voorheen geldende wettelijke stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet regelt de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden (gebiedsbescherming) en planten- en diersoorten (soortenbescherming). Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG, 30 november 2009) en Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG, 21 mei 1992) als uitgangspunt genomen. Voor de soortenbescherming is wettelijk bovendien rechtstreeks verwezen naar het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. In onderhavig project worden twee woningen gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied. Gelet op de aard van onderhavig initiatief is er geen sprake van relevante emissies.

Bovendien is de afstand tot de beschermde gebieden dermate groot dat relevante deposities of overige effecten op de beschermde gebieden zijn uitgesloten; het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Boezems Kinderdijk op ruim 13 km en op 14 km de Reeuwijksche plassen. Onderhavige ontwikkeling heeft derhalve met zekerheid geen mogelijk effect tot gevolg op de Natura 2000-gebieden. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofdstructuur - EHS) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. De dichtstbijzijnde onderdelen van de NNN zijn op ongeveer twee kilometer ten zuidwesten van het plangebied gelegen (ecologische verbindingszone). Daarnaast bevinden zich op een afstand van circa vier kilometer nog enkele gebieden die zijn aangewezen als bestaande en nieuwe natuur. Doordat de voorgenomen herontwikkeling niet leidt tot ingrepen in of direct nabij deze zones, zijn effecten redelijkerwijs uit te sluiten. Er is geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van de EHS.

Belangrijke weidevogelgebieden bevinden zich op circa vier kilometer ten westen van het Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening" Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

47 plangebied. Door deze relatief grote afstand is verstoring door geluid, licht en/of beweging redelijkerwijs uit te sluiten. Effecten op weidevogelgebieden zijn dan ook niet aan de orde. Het beschermingsregime betreffende soorten (flora en fauna) is opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wnb. De verbodsbepalingen zijn hierbij afhankelijk gesteld van de soort (en daarmee de opname van die soort op de diverse lijsten) en de voorgenomen handelingen. Bovendien is een algemeen geldende zorgplicht opgenomen om handelingen achterwege te laten of maatregelen te treffen, om te voorkomen dat nadelige gevolgen ontstaan voor in het wild levende dieren en planten. Conform de Wet natuurbescherming is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde soorten binnen het plangebied. Vanuit die kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wnb. Conform vaste jurisprudentie kan een plan worden vastgesteld indien aannemelijk wordt gemaakt dat het aspect flora en fauna niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. In een rapport van Econsultancy van 15 oktober 2018 (bijlage 1) zijn de bevindingen verwoord uit de quickscan flora en fauna. Sinds dit onderzoek heeft de grond ongebruikt braak gelegen én is de wet­ en regelgeving niet gewijzigd.

Daarmee mogen de onderzoeksbevindingen nog worden gehanteerd. De bevindingen zijn dat ten aanzien van algemene broedvogels overtredingen voorkomen kunnen worden door het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien werkzaamheden in het broedseizoen plaatsvinden dient voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelinspectie plaats te vinden. Ten aanzien van mogelijk in de omgeving rondom de locatie verblijvende vleermuizen wordt geadviseerd om verlichtingsarmaturen te gebruiken die naar beneden schijnen en daarmee zo min mogelijk strooilicht veroorzaken, of om andere vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen, zoals grondgebonden zoogdieren en amfibieën, zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Door eventuele dempingswerkzaamheden zullen zonder maatregelen vissen worden gedood, hetgeen een overtreding van de Wet natuurbescherming inhoudt.

Omdat op eventuele verwachte inheemse vissensoorten de zorgplicht van toepassing is, wordt aanbevolen om ten tijde van een eventuele uitvoering de werkwijze vast te leggen in een separaat opgesteld ecologisch werkprotocol dat bij de uitvoerende partij onder de aandacht dient te worden gebracht. Met betrekking tot gebiedsbescherming zijn ten aanzien van de voorgenomen plannen op het plangebied geen negatieve effecten te verwachten. Met betrekking tot de bescherming van houtopstanden wordt bij een velling van binnen het plangebied aanwezige beschermde houtopstanden en bomen aanbevolen om bij de gemeente een vergunning aan te vragen. Daarbij is een herplantplicht van toepassing. Gelet op de gevonden en te verwachten ecologische waarden en de beoogde planontwikkeling zijn tegenstrijdigheden met de Wet natuurbescherming te voorkomen. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden dient het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht te worden genomen, hetgeen - zie tabel V en bovenstaande - goed mogelijk is. Tot slot, als resultaat van de stikstofproblematiek in Nederland dienen alle stikstofrelevante nieuwe activiteiten of wijzigingen te beschikken over een vergunning in het kader van de Wet Natuur­ bescherming.

Alleen situaties waarbij met zekerheid kan worden gesteld dat de werkelijk ver­ oorzaakte depositie niet groter is dan 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, kunnen worden afgehandeld zonder vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming.

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening' Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

48 Dit geldt ook voor de woningbouw; bij alle woningbouwplannen moet worden aangetoond dat het, in de gebruiksfase, geen depositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000gebieden veroorzaakt. Om de lasten voor kleine woningbouwplannen niet te groot te laten zijn, heeft de gemeente Lansingerland, met advies van de DCMR milieudienst Rijnmond (bijlage 15), in december 2019 een algemene grens bepaald waaronder plannen op voorhand kunnen worden bestempeld als zijnde nietstikstofrelevant. Op deze manier kunnen kleine woningbouwplannen worden afgehandeld zonder uitgebreide stikstofberekening en zonder vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming. Uitgaande van een 'worst-case' scenario voor de bouw van woningen, kunnen binnen de gemeentegrenzen van Lansingerland te allen tijde 45 woningen worden gerealiseerd zonder dat dit een depositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Daarmee is voor dit plan van 13 woningen geen Aerius-berekening nodig.

4.8

Milieuhinder

Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en gevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Bij deze toets blijft een eigen bedrijfswoning buiten beschouwing. Een bedrijfswoning van derden wordt als reguliere burgerwoning beschouwd. In de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) zijn aan de bedrijven dan wel bedrijfsactiviteiten milieucategorieën en richtafstanden toegekend. De genoemde afstanden zijn adviserend en indicatief, de situatie ter plaatse kan reden zijn om hiervan af te wijken. Bedrijven worden beoordeeld op gevaar, stof, geur en geluid. Deze brochure is als hulpmiddel (niet als blauwdruk) opgesteld om toe te passen bij plannen en toetsmomenten van ruimtelijke ontwikkeling, aldus ook de ondertitel van de brochure. De brochure is niet bedoeld om bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor milieu te worden geraadpleegd. Er bestaat geen plicht om de brochure te hanteren. Wel is dit een algemeen aanvaarde methode in Nederland gebleken.

Milieucategorie in relatie tot afstand 'rustige woonwijk' 1 10 meter 2 30 meter 3.1 50 meter 3.2 100 meter 4.1 200 meter 4.2 300 meter. De afstanden zijn de afstanden tussen de bedrijvigheid/voorzieningen en de milieugevoelige bestemming; dus in beginsel de afstand van het bedrijfsperceel tot de gevel van de woning. De VNGpublicatie geeft richtafstanden tot het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. Dit geldt ook voor lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarisch en andere bedrijvigheid. Ter plaatse is sprake van gemengd gebied. Dit is in de uitspraak van de Raad van State van 17 juni 2020 bevestigd. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich enkele milieubelastende functies. ^ ^

Leeuwenhoekweg 52: Een bedrijf in zaadveredeling, te duiden als categorie 2-bedrijf; Sportvoorzieningen/Sporthoekpad 1-3: Hier vinden veldsporten plaatsvinden en wordt verlichting gebruikt. Het is een categorie 3.1 activiteit.

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening" Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

49 ^

Kas met WKK achter Hoeksekade 111-2/111-i en 111-k: Er is sprake van een categorie 2 bedrijf.

Om vast te stellen of deze activiteiten hinder opleveren voor de voorziene woningen, is een onderzoek naar de milieuzonering uitgevoerd voor deellocatie A. Dit rapport is als bijlage 7 toegevoegd. Sinds dit onderzoek is uitgevoerd zijn de milieubelastende functies niet gewijzigd, zodat dit rapport nog als leidraad wordt gehanteerd. Leeuwenhoekweg 52 Voor het zaadveredelingsbedrijf Monsanto is uitgegaan van glastuinbouw met gasverwarming, milieucategorie 2. Op basis van deze milieucategorie geldt een afstand van 10 meter voor geluid en gevaar. In werkelijkheid is deze afstand veel groter. Omdat de VNG-bundel "bedrijven en milieuzonering" geen milieucategorie toekent aan de specifieke bedrijvigheid, zoals deze aan de Leeuwenhoekweg 52 plaatsvindt, is ook de specifiek te verwachten relevante milieuhinder in beeld gebracht aan de hand van de beschikbare vergunningen. Voor de woningen op deellocatie A levert deze nadere toetsing geen hinder op. Gezien de woningen op deellocatie B op grotere afstand van dit bedrijf liggen dan de woningen op deellocatie A, zullen de woningen op deellocatie B ook geen hinder ondervinden van dit bedrijf. Sportvoorzieningen/Sporthoekpad 1-3 Voor de veldsporten aan het Sporthoekpad geldt een afstand van 30 meter voor geluid met aandacht voor veldverlichting.

De dichtstbijzijnde, (bestaande) woning van het plan ligt op ruim 60 m en de afstand tot de veldverlichting is circa 85 m, waardoor er ruim aan de richtafstand wordt voldaan. Kas met WKK achter Hoeksekade 111-2/111-i en 111-k Dit glastuinbouwbedrijf valt ook onder ' glastuinbouw met gasverwarming', milieucategorie 2. Op basis van deze milieucategorie geldt een afstand van 10 meter voor geluid en gevaar. Om te voorkomen dat de werkelijke afstand van de woningen tot de perceelsgrens van het bedrijf minder wordt dan 10 meter is in het bestemmingsplan een 10 meter brede strook opgenomen met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken'. In de regels wordt bepaald dat "Het gebied ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken' is geen achtererfgebied zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht voor zover het gaat om voor bewoning gebruikte bijbehorende bouwwerken." Deze 10 meter zorgt er ook voor dat lichthinder als gevolg van assimilatieverlichting wordt voorkomen. Niet voor bewoning bedoelde bouwwerken mogen wel opgericht worden. De Raad van State heeft deze methodiek akkoord bevonden in haar uitspraak van 17 juni 2020.

De WKK ligt op een dusdanige afstand van de woningen dat hiervan geen hinder zal worden ondervonden zoals is beschreven in het akoestisch rapport (bijlage 13). De planregeling die garandeert dat op de stroken grond tussen de nabijgelegen bedrijvigheid en de voorziene woningen geen voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken mogelijk zijn, is door de Raad van State in de uitspraak van 17 juni 2020 goedgekeurd. Zoals in paragraaf 4.4 (Geluidhinder) over industrielawaai al beschreven, is in aanvulling op bovenstaande toetsing aan de hand van de VNG Brochure naar aanleiding van de uitspraak van 17 juni 2020 van de Raad van State akoestisch onderzoek gedaan en een rapport opgesteld. Dit rapport is als bijlage 14 aan de plantoelichting toegevoegd. Uit het rapport blijkt dat na het nemen van maatregelen door het bedrijf om in de huidige situatie te voldoen aan de geluidsnormen uit Activiteitenbesluit er door het vaststellen van maatwerkvoorschriften voor de avondperiode van minimaal 47 dB(A) en de nachtperiode van minimaal 45 dB(A)) de activiteiten van het bedrijf in overeenstemming zijn met de

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening' Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

50 geluidnormen van het Activiteitenbesluit en dat het bedrijf (dus) niet wordt beperkt. Ook is er dan sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij nieuwe woningen. Er kan, inclusief de bovengenoemde planregeling en het maatwerkvoorschrift, worden voldaan aan de richtafstanden. Derhalve zal in het plangebied sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. De voorgenomen ontwikkeling vormt dan ook geen belemmering voor de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven. Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling waar dit plan in voorziet. Enkel de inwaartse zonering is beoordeeld. Uitwaartse milieuzonering is overbodig nu de planontwikkeling geen milieubelastende bestemmingen mogelijk maakt.

4.9

Verkeer

Elke nieuwe woning genereert gemiddeld 7 verkeerbewegingen per dag; zie verder paragraaf 2.3.

4.10 Overige belemmeringen, kabels en leidingen Toetsingsvlakken Rotterdam The Hague Airport Op een afstand van ruim 4000 meter ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich de luchthaven "Rotterdam The Hague Airport". Op het raakvlak van bedrijven- en milieuzonering, akoestiek en externe veiligheid gelden enkele aanvullende vereisten aan nieuwe ontwikkelingen in de omgeving van de luchthaven. Zo zijn ten behoeve van de luchtverkeersbeveiliging van technische installaties en systemen op en in de omgeving van het luchtvaartterrein aanwezig. Deze zogenaamde Communicatie, Navigatie en Surveillance (CNS)-infrastructuur maakt gebruik van radiogolven die uitgezonden en/of ontvangen worden door antennesystemen. Daarnaast is ook sprake van DVOR/DME-infrastructuur. De DVOR geeft een vliegtuig koersinformatie en een DME geeft een vliegtuig afstandsinformatie. De combinatie van deze twee installaties stelt een vliegtuig in staat positie te bepalen en te navigeren. Obstakels, zowel vast (bijvoorbeeld gebouwen), als mobiel (bijvoorbeeld bouwkranen) kunnen een bedreiging vormen voor de goede werking van zowel de CNS- als DVOR/DME-apparatuur, omdat ze de uitgezonden radiosignalen kunnen verstoren. Verstoring maakt deze apparatuur minder betrouwbaar of zelfs geheel onbruikbaar, waardoor direct de veiligheid van het luchtverkeer wordt beïnvloed.

Het is daarom van belang om de diverse systemen tegen verstorende obstakels te beschermen. Rondom CNS- en DVOR/DME-infrastructuur is sprake van diverse zones waar hoogtebeperkingen ten opzichte van NAP geleden. Voor CNS-infrastructuur geldt, dat het plangebied zich bevindt tussen de 50 en 60 meter contour. Voor DVOR/DME-infrastructuur geldt, dat het plangebied is gelegen tussen de 30 en 40 meter contour. Daarnaast is sprake van een hoogtebeperking van 45 meter inzake de invliegfunnel. Aangezien dit bestemmingsplan geen gebouwen of bouwwerken hoger dan 9 meter mogelijk maakt, worden de betreffende infrastructuren niet in hun werking belemmerd. Het is daarom niet noodzakelijk om voor deze infrastructuren een beschermende regeling in het plan op te nemen. Overige belemmeringen, kabels en leidingen Er zijn geen overige belemmeringen bekend. Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden zal een Klicmelding worden uitgevoerd, waardoor eventueel aanwezige kabels en leidingen aangetoond kunnen worden waarmee rekening gehouden dient te worden bij werkzaamheden.

4.11 Duurzaamheid en klimaatadaptatie De gemeente Lansingerland maakt zich sterk voor duurzaamheid. Het is een ambitieuze, groene, jonge en moderne gemeente die duurzaam ontwikkelt, bouwt en actief de toepassing van alternatieve energiebronnen stimuleert. Hierbij werkt de gemeente samen met inwoners, bedrijven en instellingen. De gemeente streeft ernaar een CO2-neutrale gemeente te worden. Duurzaamheid is van iedereen. In

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening' Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

51 elke vezel van de samenleving en de gemeentelijke organisatie is dit besef nodig. Zo maakt de gemeente duurzaam handelen vanzelfsprekend. De gemeente neemt initiatieven en sluit proactief aan bij maatschappelijke ontwikkelingen. Een beleid op duurzaamheid is niet alleen beter voor de toekomst van mens en milieu, maar levert ook belangrijk economisch voordeel op. Het is niet meer dan logisch dat Lansingerland zich de komende jaren gaat ontwikkelen tot een duurzame en CO2-neutrale gemeente, die klimaatbestendig en leefbaar is met een gezond en duurzaam bedrijfsleven. Daarbij geeft de gemeente zelf het goede voorbeeld, maar vraagt ze ook iets van onze inwoners en ondernemers, samen op weg naar een duurzame, realistische toekomst. Duurzaamheid in het plan Duurzaamheid is meer dan duurzaam bouwen of energiebesparing. Het gaat om de ontwikkeling van een nieuwe duurzame omgeving, waarvan de bebouwing en aansluitende openbare ruimte onderdeel zijn. Aan het begrip duurzaamheid wordt in dit plan invulling gegeven op functionele wijze, door flexibiliteit en aanpasbaarheid van de woning c.q. differentiatie binnen het woontype én door te anticiperen op de toekomstige situatie met name ten aanzien van geluid. Daarnaast is er oog voor materialen die duurzaam verouderen.

De duurzaamheidsgedachte vertaalt zich op het niveau van de individuele woning concreet naar diverse technische eigenschappen. Op basis van maatwerk wordt aan kopers facultatief de gelegenheid gegeven de woningen extra energiezuinig te maken. De nieuwe woningen worden gebouwd op een milieubewuste wijze. Dit resulteert zomer en winter in een comfortabel en gezond binnenklimaat. Hiervoor is ontwerp en engineering van de woningen gebaseerd op de Trias Energetica: Beperk het energieverbruik zoveel mogelijk, gebruik duurzame energie en dring het verbruik van fossiele grondstoffen zover mogelijk terug. Dit wordt gerealiseerd, met toepassing van de modernste inzichten en technieken. Met als resultaat: een EPC van 0 of lager, minder energieverbruik, minder CO2-uitstoot. De woningen worden in elk geval gasloos uitgevoerd, gelet op de regelgeving per juli 2018. Op het niveau van het stedenbouwkundig plan is het aspect duurzaamheid vertaalt in waterstructuur, ecologie en verharding. Water opvangen en bergen in het bebouwd gebied is een belangrijke maatregel in het duurzaam aanpassen aan klimaatverandering. Het opvangen en bergen van water zorgt voor mogelijkheden om extreme regenval op te vangen en het beschikbaar hebben van water bij periodes van droogte. Daarnaast heeft de aanwezigheid van water en groen ook een dempende werking op de omgevingstemperatuur.

De oevers van nieuw aan te leggen openbaar water, worden natuurvriendelijke wijze aangelegd. Dit is een effectieve maatregel om het ecologisch functioneren van wateren te verbeteren. Andere motieven voor de aanleg zijn landschappelijke versterking, verbetering van landschapsecologische relaties, verbetering van de waterkwaliteit en verdediging van de oever. Binnen het plan wordt de natuur als vertrekpunt genomen door te kiezen voor eerlijke producten en materialen die op alle facetten van duurzaamheid hoog scoren. Concreet wordt (semi-)openbaar gebied alleen verhard waar nodig, voorts wordt op plaatsen waar sprake is van parkeren gekozen voor halfverharding. Klimaatadaptief bouwen - Convenant Klimaatadaptief bouwen In paragraaf 4.3 is al ingegaan op de klimaatverandering, indachtig de provinciale verordening. Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Klimaatadaptief bouwen moet leiden tot: ^ minder wateroverlast; • minder hittestress; • minder nadelige gevolgen van langdurige droogte en bodemdaling; • meer biodiversiteit.

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening" Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

52

In de ontwerpprincipes van het plan is voldoende aandacht gegeven aan klimaatadaptief bouwen. Zo zijn eerder de aspecten wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte beschreven. Verder wordt er in dit plan voldoende groen gerealiseerd en wordt de biodiversiteit bevorderd door bijvoorbeeld gebruik te maken van de gemeentelijke bomensoortenlijst. Bij de beoordeling van het inrichtingsplan openbare ruimte zal hier verder nog aandacht aan worden besteed. Ook worden de parkeerplaatsen met grastegels uitgevoerd. Dit draagt ook positief bij aan de hittestress en de waterinfiltratie. Zie verder het beeldkwaliteitplan in bijlage 8 waarin aandacht aan de buitenruimte is besteed.

4.12 Besluit m.e.r. In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport (MER) opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r. Een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn op de volgende manieren: ^ een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien een passende beoordeling op basis van artikel 19j, lid 2 van de Natuurbeschermingswet 1998 noodzakelijk is; ^ een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit de onderdelen C en D overschrijden en waarbij het plan wordt genoemd in kolom 3 (plannen). ^ een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn indien het plan wordt genoemd in kolom 4 (besluiten) en er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit onderdeel C en D overschrijden. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel C is in dit geval sprake van een m.e.r.-plicht. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel D is het plan m.e.r.-beoordelingsplichtig. Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden.

Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor bestemmingsplan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen in onderdeel D en beneden de drempelwaarden vallen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(beoordeling)noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(beoordeling) plaatsvinden. Gezien de aard en omvang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling en de ruime afstand tot aan Natura 2000-gebieden wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied.

Een passende beoordeling op basis van artikel 19j van de Natuurbeschermingswet 1998 is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk. Derhalve is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening' Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

53 De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: ^ een oppervlakte van 100 hectare of meer: ^ indien het gebied 2000 woningen of meer omvat; ^ een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat dit bestemmingsplan niet m.e.r.beoordelingsplichtig is, aangezien er maximaal 13 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Indien de mogelijkheden van dit plan worden vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Daarnaast blijkt uit het bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Overigens is per 7 juli 2017 nog een wijziging op het Besluit m.e.r. in werking getreden, inhoudende dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling met een aanmeldingsnotitie gepaard moet gaan.

Gelet op de beperkte impact van onderhavig plan, wordt in casu kortheidshalve volstaan met de verwijzing naar hetgeen in de paragrafen 4.1 tot en met 4.11 is beschreven. Tevens wordt verwezen naar bijlage 11, zijnde het M.e.r.-beoordelingsbesluit Woningbouwlocatie Hoeksekade Noord, deellocatie B van 21 mei 2019.

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening' Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

54

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Planvorm

Het bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening" kan gekarakteriseerd worden als een compact ontwikkelingsplan. Eén en ander heeft geresulteerd in een planopzet met een gedetailleerd kaartbeeld en een uniforme opzet van de bepalingen, waarbij veelal is aangesloten bij de bestemmingen en systematiek (verbaal bouwblok) uit het vigerende bestemmingsplan. Het plan wordt digitaal vastgesteld volgens SVBP2012/IMRO2012. Het juridische gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit een set regels met bijbehorende geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1621.0177H01-VAST. Bij ieder plan hoort een toelichting, maar dit onderdeel heeft als zodanig geen rechtskracht. De regels vallen in vier hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels, hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen, hoofdstuk 3 omvat de algemene regels en in hoofdstuk 4 zijn de overgangs- en de slotregels weergegeven. Aansluiting is zoveel mogelijk gezocht bij het bestemmingsplan voor deellocatie A.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

1 INLEIDENDE REGELS Begrippen (artikel 1) In dit artikel worden begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende woorden toegekende betekenis. Wijze van meten (artikel 2) In dit artikel wordt aangegeven hoe de in de regels gehanteerde maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 2 BESTEMMINGSREGELS Groen (artikel 3) Deze bestemming is van toepassing op de semi-openbare ruimte die als groenstructuur wordt uitgevoerd. Deze gronden binnen deze bestemming zijn dan ook bestemd voor groenvoorzieningen, alsook bij de bestemming behorende, dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen. Hierbij kan gedacht worden aan ontsluitingen van woningen, geluidsafschermende voorzieningen, speelvoorzieningen, erven, paden, overige verhardingen, bruggen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' zijn de gronden ook bestemd voor ongebouwde parkeervoorzieningen. Hierbij geldt, dat ter plaatse van de aanduiding 'minimum aantal parkeerplaatsen' ten minste het genoemde aantal parkeerplaatsen aangelegd en in stand gehouden moeten worden. De bouwmogelijkheden binnen deze bestemming zijn beperkt. Zo mogen alleen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

Voor gebouwen geldt hierbij, dat het oppervlak niet groter dan 25 m2 mag bedragen en dat de bouwhoogte is gelimiteerd tot 3 meter. Ook voor andere bouwwerken is de maximale hoogte vastgelegd op 3 meter. Naast een strijdig gebruik, zoals opgenomen in de algemene gebruiksregels, wordt ook het gebruik van gronden als parkeerplaats voor auto's, met uitzondering van de gronden met de aanduiding 'parkeerterrein', als strijdig gebruik aangemerkt. Hiervan kan met een afwijkingsbevoegdheid afgeweken worden. Dit mag echter niet leiden tot significante aantasting van de (hoofd)groenstructuur en/of de waterhuishouding. Tuin (artikel 4) De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, erven en ongebouwde parkeervoorzieningen, behorende bij de op de aangrenzende gronden gesitueerde bestemmingen. De bouwmogelijkheden binnen deze bestemming zijn beperkt. Zo mogen alleen bouwwerken ten dienste Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening" Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

55 van de bestemming worden gebouwd. Qua gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend erkers, entree- of tochtportalen toegestaan, waarbij de totale grondoppervlakte per bouwwerk niet meer dan 6 m2 mag bedragen. Daarnaast bedraagt de breedte maximaal 60% van de breedte van de betreffende gevel. Tevens dient voldaan te worden aan de gestelde diepte- en hoogtematen. Ook ten aanzien van andere bouwwerken en bruggen zijn nog enkele bouwregels opgenomen. Ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bouwwerken' zijn de betreffende gronden niet aan te merken als achtererfgebied, zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Het oprichten van bouwwerken, met uitzondering van vlonders en terrassen, is hier dan ook niet toegestaan.

Verkeer (artikel 5) De voor 'Verkeer' aangewezen gronden hebben betrekking op de toekomstige wegen binnen het plangebied. Deze gronden zijn bestemd voor woonstraten, -erven en pleinen. Ook bij deze bestemming behorende, dan wel er aan ondergeschikte voorzieningen worden als passend in de bestemming ervaren. Hierbij wordt gedacht aan paden, parkeervoorzieningen, geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen, groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, overige verhardingen en bruggen. Ook binnen deze bestemming zijn de bouwmogelijkheden beperkt. Zo mogen alleen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Voor gebouwen geldt hierbij, dat het oppervlak niet groter dan 25 m2 mag bedragen en dat de bouwhoogte is gelimiteerd op 3 meter. Ook voor andere bouwwerken is de maximale hoogte vastgelegd op 3 meter. Met een afwijkingsprocedure kan deze hoogte vergroot worden tot 5 meter. Water (artikel 6) De in het plangebied voorziene watergangen zijn bestemd als 'Water'. Deze gronden zijn bestemd voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsook bij deze bestemming behorende, dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen. Hierbij wordt gedacht aan oevers en beschoeiingen. Bruggen worden hier niet onder verstaan; deze zijn alleen toegestaan ter plaatse van de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'brug'.

Met een afwijkingsprocedure is het mogelijk om elders een brug te bouwen. Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, waarbij de maximale hoogte is vastgelegd op 1 meter. Daarnaast zijn nog enkele afwijkingsbevoegdheden opgenomen, waardoor het mogelijk is om dammen te realiseren. In beide gevallen moeten de waterstaatkundige belangen dit gedogen. Naast een strijdig gebruik, zoals opgenomen in de algemene gebruiksregels, wordt ook het gebruik van water als ligplaats en/of opslag van boten (en daarmee gelijk te stellen zaken) als strijdig gebruik aangemerkt. Wonen - 1 (artikel 7) De bestemming 'Wonen - 1' is van toepassing op de gronden waarop de toekomstige woningen worden gerealiseerd, alsmede de daarbij behorende erven. De gronden zijn dan ook bestemd voor woningen, al dan niet in combinatie met een beroep aan huis. Ook bij deze bestemming behorend, dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen worden als passend ervaren. Hierbij wordt gedacht aan parkeervoorzieningen, ontsluitingen, erven, paden, overige verhardingen, groen, straatmeubilair, bruggen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op deze gronden mogen alleen in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt, dat deze alleen zijn toegestaan binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak.

Het aantal woningen dat per bouwvlak gebouwd mag worden, is hierbij gemaximeerd met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. Daarbij geldt overigens, dat binnen deze bestemming in totaal niet meer dan 13 woningen gebouwd mogen worden. De goot- en

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening' Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

56 bouwhoogte is bepaald op maximaal 4 respectievelijk 9 meter. Het woningtype dat gebouwd mag worden, is afhankelijk van de op de verbeelding opgenomen aanduiding: ^ 'vrijstaand': hier zijn alleen vrijstaande woningen toegestaan; ^ 'twee-aaneen': hier mogen twee-aaneen gebouwde woningen gerealiseerd worden; ^ 'aaneengebouwd': hier zijn alleen aaneengebouwde woningen toegestaan, sociaal bereikbaar. Tevens geldt, dat de dakhelling tussen de 30 en 50 graden moet zijn. In de bouwregels zijn ook nog enkele regelingen opgenomen ten aanzien van dakkapellen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken. Voor de twee laatstgenoemden geldt, dat deze zowel binnen als buiten het bouwvlak zijn toegestaan. Een uitzondering daarop is dat de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken' niet aan te merken zijn als achtererfgebied, zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Voor bewoning bedoelde bouwwerken zijn hier uitgesloten vanwege de aan te houden afstand van 10 meter tot de achterliggende kas. Voor de toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken geldt een gestaffelde regeling, waarbij de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m2 bedraagt. Daarnaast gelden voor enkele bouwregels dat hiervan afgeweken kan worden.

Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen mag pas worden verleend, indien in voldoende mate is aangetoond dat op een goede wijze in de (extra) parkeerbehoefte wordt voorzien. Hierbij moet voldaan worden aan de geldende gemeentelijke parkeernota. Daarnaast geldt, dat ook voldaan moet worden aan de in het beeldkwaliteitplan "Hoeksekade Noord, deellocatie B" opgenomen beeldkwaliteitseisen. Dit beeldkwaliteitplan maakt als bijlage onderdeel uit van de planregels. Voor zowel strijdig gebruik als het gebruik van de woning voor een beroep aan huis wordt verwezen naar de algemene regels.

Wonen - 2 (artikel 8) Deze bestemming is van toepassing op de bestaande voormalige bedrijfswoningen aan de Hoeksekade 109 en 111. Voor deze bestemming geldt, dat is aangesloten bij de regels voor bedrijfswoningen uit het bestemmingsplan "Oosteindsepolder en Warmoeziersweg". Een passend bouwvlak is opgenomen. De maximale inhoud van de woning mag 750 m3 bedragen exclusief bijbehorende bouwwerken en overkappingen, maar inclusief dakkapellen. De goothoogte bedraagt maximaal 4 meter en de bouwhoogte bedraagt maximaal 9 meter. Voor de toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken geldt een gestaffelde regeling, waarbij de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m2 bedraagt. Daarnaast gelden voor enkele bouwregels dat hiervan afgeweken kan worden. 3 ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel (artikel 9) Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een bouwvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Doel van deze zogenaamde dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Algemene bouwregels (artikel 10) In dit artikel zijn enkele bouwregels opgenomen, inzake ondergeschikte bouwdelen en dakkapellen. Daarnaast is met dit artikel geregeld, dat burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen aan de plaats en afmetingen van bouwwerken.

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening' Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

57

Algemene gebruiksregels (artikel 11) In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod gegeven voor gebruik in strijd met de bestemming. Het gebruik van gronden, gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van de exploitatie van een seksinrichting. Per woning is slechts één huishouden toegestaan. In het artikel zijn ook voorwaardelijke verplichtingen opgenomen ten aanzien van waterberging, natuurvriendelijke oevers, beplanting/bomen en erfafscheidingen. Algemene afwijkingsregels (artikel 12) In dit artikel zijn enkele algemene afwijkingen opgenomen. Ten eerste is er een afwijkingsbevoegdheid opgenomen betreffende het overschrijden van de in het plan opgenomen maatvoeringen met maximaal 10%. Ook zijn geringe afwijkingen mogelijk, die in het belang zijn van een ruimtelijke of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de bestemming niet wijzigt en een bouwgrens maximaal 3 meter verschuift. Algemene wijzigingsregels (artikel 13) Met de algemene wijzigingsregels wordt het bevoegd gezag de mogelijkheid geboden om op onderdelen de in het bestemmingsplan opgenomen regels te wijzigen. Algemene procedureregels (artikel 14) In dit artikel is bepaald, welke procedure gevolgd moet worden als burgemeester en wethouders nadere eisen stellen.

4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht (artikel 15) In lid 1 zijn de overgangsregels ten aanzien van het bouwen opgenomen. Bouwwerken die, op het moment dat het bestemmingsplan in werking is, bestaan of (kunnen) worden gebouwd met inachtneming van de Wabo en die afwijken van het bestemmingsplan mogen gedeeltelijk worden veranderd of vernieuwd mits de bestaande afwijkingen naar aard en omvang niet worden vergroot. Is het bouwwerk verloren gegaan naar aanleiding van een calamiteit dan mag het bouwwerk volledig worden vernieuwd of veranderd mits de bouwaanvraag daarvoor binnen 2 jaar na de calamiteit wordt ingediend. Het voorgaande geldt niet voor bouwwerken die zonder Omgevingsvergunning voor het bouwen zijn gebouwd in strijd met het toen geldende plan en voor illegaal gebruik van bouwwerken. Lid 2 betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken, dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit plan in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor niet wordt vergroot. Slotregel (artikel 16) In dit artikel is ten slotte de naam van het bestemmingsplan opgenomen.

5.3

Handhaving

Het bestemmingsplan vormt de juridische vertaling van het ruimtelijk beleid dat de komende periode van tien jaar gevoerd zal worden. Naast een evenwichtig en doelmatig opgezet bestemmingsplan is bij de realisering van de ruimtelijke doelstellingen een actieve opstelling van de gemeente gewenst om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan en anderzijds zo mogelijk ook gewenste ontwikkelingen actief te stimuleren. Ruimtelijk beleid is dynamisch van aard. Bij de uitvoering van het ruimtelijk beleid heeft de gemeente naast het bestemmingsplan en het daaraan gekoppelde vergunningstelsel meerdere instrumenten, waaronder bekendheid geven aan en draagvlak creëren voor het ruimtelijk beleid, en toezicht en handhaving. Bij het opstellen van het bestemmingsplan wordt gestreefd naar helderheid in regelgeving, zodat in praktijk geen misvattingen kunnen ontstaan. Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening" Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

58 De term handhaving wordt vaak eng uitgelegd als uitsluitend het toepassen van sancties achteraf, zoals bestuursdwang en dwangsommen. Dit wordt de repressieve vorm van handhaving genoemd. Handhaving bestaat echter ook uit het stellen van normen, het geven van voorlichting en het houden van toezicht op een goede uitvoering. Dit is de preventieve invalshoek. In de meest optimale situatie zou sanctionering niet nodig moeten zijn. De gemeente heeft de beginselplicht om het bestemmingsplan te handhaven. De mogelijke vervolgstappen zijn het toepassen van het overgangsrecht, het rechtstreeks legaliseren binnenplans, het legaliseren na afwijking en het aanschrijven en toepassen van bestuursdwang. In bijzondere situaties kan een afwijking van het bestemmingsplan worden gedoogd. Van belang is om eenmaal geconstateerde afwijkingen gestructureerd en zo mogelijk integraal af te handelen.

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening' Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

59

Hoofdstuk 6 6.1

Economische en financiële uitvoerbaarheid

Regelgeving grondexploitatie

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van deze afdeling is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. Hieronder valt onder meer de bouw van een of meer woningen, alsmede de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto vloeroppervlakte. In de Wro (artikel 6.12, lid 2) is tevens opgenomen dat kan worden afgeweken van de verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan in bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen dan wel als kostenverhaal anderszins is verzekerd. Dit is het geval indien de gemeente en de initiatiefnemer en/of de ontwikkelende partij een privaatrechtelijke overeenkomst hebben gesloten over de verdeling van kosten bij de grondexploitatie. In het voorliggende bestemmingsplan worden nieuwe woningen gerealiseerd, zodat van een bouwplan sprake is. Voor dit bestemmingsplan is gekozen voor een anterieure overeenkomst, aanvullend op de intentieovereenkomst uit 2014.

Ambtelijke kosten, kosten voor het bestemmingsplan, de landschappelijke inpassing en eventuele planschade enzovoorts worden hierin opgenomen. Conform artikel 6.12 Wro jo artikel 6.2.1 Bro hoeft derhalve niet voldaan te worden aan de beginselplicht tot het vaststellen van een exploitatieplan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Conform artikel 3.1.6, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is ook aandacht geschonken aan de economische uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelaar/Initiatiefnemer bekostigt het project uit eigen middelen, uit de opbrengst van de kavelverkoop/woningbouw. Het is een particulier initiatief. De gemeente Lansingerland vervult enkel een kaderstellende en toetsende rol.

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening' Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

60

Hoofdstuk 7 7.1

Procedurele haalbaarheid

Overleg

Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg gepleegd te worden met besturen van gemeenten, het waterschap, met Rijks- en provinciale diensten et cetera. Voor dit plan is, gelijktijdig met de inspraak, overleg -op digitale wijze- gepleegd. De resultaten van het overleg zijn opgenomen in de 'Nota inspraak en overleg en staat van wijzigingen bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B"', die als bijlage 10 bij de toelichting is gevoegd. De hieruit voortvloeiende wijzigingen zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan.

7.2

Maatschappelijke toetsing

Vooraankondiging Op grond van artikel 1.3.1 Bro dient voorafgaand aan een bestemmingsplanprocedure, waarin een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een vooraankondiging te worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden. Deze vooraankondiging heeft voor dit plan plaatsgevonden op 13 februari 2019. Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan is conform de Verordening Inspraak en Interactieve beleidsvorming Lansingerland 2018 voorafgaand aan de formele bestemmingsplanprocedure voor inspraak vrijgegeven. Gedurende de inspraaktermijn vanaf 14 februari 2019 is eenieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het bestemmingsplan. De inspraakreacties zijn opgenomen in de 'Nota inspraak en overleg en staat van wijzigingen bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B"', die als bijlage 10 bij de toelichting is gevoegd. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft na de inspraak en het vooroverleg, en de daaruit volgende planaanpassing, op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vanaf 30 mei 2019 zes weken ter inzage gelegen. Daarbij is de mogelijkheid geboden zienswijzen in te dienen, alvorens de gemeenteraad een besluit omtrent vaststelling zal nemen. Het plan is digitaal ontsloten via de gemeentelijke website en de landelijke website ruimtelijkeplannen.nl.

In de Staatscourant en het Gemeenteblad is van de procedure kennisgegeven. Er is in deze periode één zienswijze ingediend. De ontvangen zienswijze is samengevat en beantwoord in de Nota zienswijzen, die als bijlage 12 bij deze toelichting is opgenomen. Ook zijn er twee ambtshalve wijzigingen in de nota opgenomen. De aanpassingen die uit de zienswijze voortvloeien en de ambtshalve wijzigingen zijn verwerkt in het vastgestelde bestemmingsplan. Vaststellingsfase Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking. Het bestemmingsplan is op 31 oktober 2019 vastgesteld, waarna beroep is ingesteld bij de Raad van State. Op 17 juni 2020 is het vaststellingsbesluit vernietigd wegens onvoldoende motivering voor wat betreft het geluid van het naastgelegen bedrijf. Nu er inmiddels een akoestisch onderzoek is verricht dat aan het bestemmingsplan is toegevoegd, wordt het bestemmingsplan opnieuw ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden als '1e herziening'.

Nu er feitelijk geen inhoudelijke aanpassingen aan het plan worden gedaan en dus sprake is van hetzelfde plan (ofwel geen wezenlijk ander plan), is het niet nodig vooraf opnieuw een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen.

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening' Toelichting, Vast te stellen, 24 februari 2022

1

Regels Inhoudsopgave van de regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels................................................................................................................. 2 Artikel 1 Begrippen................................................................................................................................ 2 Artikel 2 Wijze van meten.................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels.............................................................................................................13 Artikel 3 Groen.......................................................................................................................................13 Artikel 4 Tuin.........................................................................................................................................15 Artikel 5 Verkeer....................................................................................................................................17 Artikel 6 Water.......................................................................................................................................18 Artikel 7 Wonen - 1...............................................................................................................................

19 Artikel 8 Wonen - 2............................................................................................................................... 24 Hoofdstuk 3 Algemene regels..................................................................................................................28 Artikel 9 Anti-dubbeltelregel...............................................................................................................28 Artikel 10 Algemene bouwregels....................................................................................................... 29 Artikel 11 Algemene gebruiksregels.................................................................................................. 31 Artikel 12 Algemene afwijkingsregels............................................................................................... 35 Artikel 13 Algemene wijzigingsregels................................................................................................ 37 Artikel 14 Algemene procedureregels............................................................................................... 38 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels...................................................................................................

39 Artikel 15 Overgangsrecht...................................................................................................................39 Artikel 16 Slotregel............................................................................................................................... 40

Bijlagen bij de regels Bijlage 1: Staat van bedrijfsactiviteiten Wonen Bijlage 2:

Urban Jazz B.V., Beeldkwaliteitplan Hoeksekade Noord, deellocatie B - Bergschenhoek, Lansingerland, 4 april 2018

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening" Regels, Vast te stellen, 24 februari 2022

2

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 Plan het bestemmingsplan 'Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening' van de gemeente Lansingerland.

1.2 Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1621.BP0177H01VAST met de bijbehorende regels en bijlagen. Verdere begrippen in alfabetische volgorde:

1.3 Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 Aaneengebouwd bebouwing waarbij het hoofdgebouw onderdeel uitmaakt van (een rij van) minimaal drie hoofdgebouwen, die minimaal aan één zijde met het naastgelegen hoofdgebouw zijn verbonden.

1.6 Achtergevel de van de weg gekeerde gevel van een gebouw, exclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel.

1.7 Achtergevelrooilijn de lijn waarin de achtergevel van een gebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan.

1.8 Afhaalpunt een locatie waar consumenten de goederen af kunnen halen die zij via internet of via andere communicatiemiddelen hebben besteld, inclusief bijbehorende logistiek en opslag, zonder dat sprake is van uitstalling of het te koop aanbieden van goederen.

1.9 Ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde.

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening' Regels, Vast te stellen, 24 februari 2022

3

1.10 Antennedrager een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.

1.11 Antenne-installatie een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

1.12 Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.13 Bed & Breakfast een aan een woning ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening, niet zijnde een zelfstandige wooneenheid, gericht op het bieden van een mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, voor een kortdurend verblijf (waaronder ook zakelijk toerisme). Onder een Bed & Breakfast wordt niet verstaan: ^

overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid;

^

permanente kamerverhuur.

1.14 Bedrijf aan huis het, onder voorwaarden, uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten aan huis: ^

die in de als bijlage 1 bij deze regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als milieucategorie 1, voor zover de bedrijven in de bedoelde lijst niet zijn doorgehaald, of daarmee gelijk kunnen worden gesteld wat betreft de gevolgen voor de omgeving; en

^

geen horeca of detailhandel zijnde; en

^

geen sterke publieksaantrekkende werking hebben

in de woning en de bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie.

1.15 Bedrijfsmatige activiteiten een activiteit, gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.

1.16 Bedrijfsmatige werkruimte een werkruimte waarbinnen beroeps- of bedrijfsmatig diensten worden verleend - geen dienstverlenend bedrijf zijnde - en ambachtelijke en/of verzorgende bedrijvigheid plaatsvindt, overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening" Regels, Vast te stellen, 24 februari 2022

4

1.17 Bedrijfsvloeroppervlakte de totale oppervlakte van alle bouwlagen van kantoren, winkels en/of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten, zoals werkkasten, kantine, toiletten en douches.

1.18 Beeldkwaliteitplan het beeldkwaliteitplan "Hoeksekade Noord, deellocatie B" dat gelijktijdig met dit bestemmingsplan is vastgesteld en dat van deze regels deel uitmaakt.

1.19 Beroep aan huis het beroepsmatig uitoefenen van in hoofdzaak niet publieksaantrekkende en kleinschalige activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, ontwerptechnisch, maatschappelijk of daarmee gelijk te stellen gebied, in de woning en de bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie.

1.20 Beroepsmatige activiteiten het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, ontwerptechnisch, maatschappelijk of daarmee gelijk te stellen gebied, die door de aard (qua milieuplanologische hinder) en de omvang in een woning en behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving.

1.21 Bestaand bouwwerk een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald.

1.22 Bestaand gebruik het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime.

1.23 Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.

1.24 Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening' Regels, Vast te stellen, 24 februari 2022

5

1.25 Bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

1.26 Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.27 Bouwgrens de grens van een bouwvlak.

1.28 Bouwlaag, laag de begane grond of een verdieping van een gebouw, een onderhuis en een zolder worden hier niet onder begrepen.

1.29 Bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.30 Bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel.

1.31 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.32 Bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.33 Carport een overkapping ten behoeve van het stallen van auto's zonder tot de constructie behorende wanden.

Bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening' Regels, Vast te stellen, 24 februari 2022

6

1.34 Detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt niet begrepen een afhaalpunt en een webwinkel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=fc31244d-f925-43e9-b6eb-3ca9e46865ab