CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

I21.10006 accountantsverslag 2020

Gemeenteraad 24 juni 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststellen jaarstukken 2020 - AANGENOMEN ZONDER STEMMING10.505 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Accountantsverslag 2020 Gemeente Lansingerland

Aan de gemeenteraad van de gemeente Lansingerland Postbus 1 2650 AA BERKEL EN RODENRIJS

Onderwerp Accountantsverslag 2020 Datum 3 juni 2021 Kenmerk 312019015.21.104

Geachte leden van de gemeenteraad, Wij hebben de controle van de jaarrekening 2020 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Lansingerland is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 17 mei 2021 hebben wij dit accountantsverslag afgestemd met uw concerncontroller, teammanager financiën en de portefeuillehouder financiën. Bij de jaarrekening 2020 hebben wij op 3 juni 2021 een goedkeurende controleverklaring afgegeven, zowel voor het aspect getrouwheid als voor het aspect rechtmatigheid. Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2020. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.

Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag (de was getekend-versie) te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de gemeenteraad.

Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V.

Was getekend: W. Kalkman RA

1

Inhoudsopgave

Contact

De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag: Wouter Kalkman Tel: 06 – 2127 2977 Ralf van Hattem Tel: 06 – 1234 5175

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ... 4 2. Financiële positie en resultaat ............................. 9 3. Bevindingen eindejaarscontrole......................... 15 4. Interne beheersing ............................................ 26 5. Overige aangelegenheden ................................. 29 6. Bijlagen

312019015.21.104 - 2

1.

Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij

312019015.21.104 - 3

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle

Met de opdrachtbevestiging van 21 juli 2020 (kenmerk 312019015.20.227) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2020. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeente Lansingerland. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle wordt verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden en de beleidsregels toepassing Wet normering topinkomens (WNT). Tijdens de uitvoering van de oorspronkelijke controleplanning hebben zich geen wijzigingen van materieel belang in de reikwijdte voorgedaan. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2020 voldoende voor de doelstelling van onze controle.

Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het vastgestelde controleprotocol

De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op de door de gemeenteraad op 17 december 2020 vastgestelde ”Controleprotocol accountantscontrole gemeente Lansingerland”. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (het Bado). In het accountantsprotocol heeft u lagere marges vastgesteld waardoor wij naast het wettelijke kader als uitgangspunt de incidentele reservemutatie ingevolge de verkoop van de aandelen Eneco buiten beschouwing hebben gelaten bij de bepaling van de materialiteit. De bij onze controle van de jaarrekening 2020 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:

Bron: jaarrekening 2020

Fouten

Onzekerheden

Goedkeuringsmaterialiteit

€ 2.200.000

€ 6.600.000

De gemeenteraad heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 100.000.

312019015.21.104 - 4

Onze aanpak is gericht op risico’s

Voor de jaarrekeningcontrole 2020 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. Risico’s voor de jaarrekening 2020  Bestaan en waardering van activa als gevolg van schattingselementen (inschatting van levensduur en restwaarden).  De waardering en risico inschatting met betrekking tot lopende grondexploitaties, inclusief de geldende regels rondom het tussentijds winstnemen.  Verwerking van reservemutaties als gevolg van wijzigingen in de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV in 2018.  De verantwoording en waardering van voorzieningen (personeelsvoorzieningen en onderhoudsvoorzieningen) in relatie tot de aanwezigheid van actuele beheerplannen en andere onderbouwingen.  Uw fiscale positie in het kader van de vennootschapsbelasting (Vpb).  “Management override of controls”.

Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces. De specifieke aandacht voor dit risico is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor Lansingerland.  De naleving van de (Europese) aanbestedingsregels.  Risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder prestatielevering Wmo.  De actualiteit van de gevoerde administratie(s), gericht op de betrouwbaarheid van de (tussentijdse) informatievoorziening. Risico’s voor de komende jaarrekeningen  De voortgang en status van de (noodzakelijke en gewenste) verbeteringen met betrekking tot de kwaliteit van de interne beheersing in relatie tot de af te geven collegeverklaring rechtmatigheid (2021).  De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle.  De kwaliteit van de IT-beheersomgeving. Het inschatten als significant risico is inherent aan deze posten en is niet direct een gevolg van verwachte leemten in de interne beheersing van uw gemeente. Ook is sprake van inschattingen van bruto risico’s, alvorens eventuele beheersmaatregelen zijn genomen. Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen.

Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘belangrijke bevindingen’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’. 312019015.21.104 - 5

De baten en lasten, alsmede Op basis van uw controleprotocol en normenkader hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. Op het programma Bestuur en dienstverlening balansmutaties, zijn (P1), Sociaal domein (P4) en Grondzaken (P7) is sprake van een overschrijding van de begroting (lasten). Deze rechtmatig begrotingsrechtmatigheidsfouten werken niet door in ons rechtmatigheidsoordeel. Onze conclusie is derhalve dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2020.

De jaarrekening voldoet aan Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Lansingerland. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het het BBV toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn. De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Lansingerland zijn uiteengezet in de jaarstukken 2020 in onderdeel ‘Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling’. Wij hebben het door het college van burgemeester en wethouders toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het BBV (Besluit begroting en verantwoording).

Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken

Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.

Goedkeurende controleverklaring

Wij zijn van oordeel dat de jaarrekening 2020 van de gemeente Lansingerland een getrouw beeld geeft van het eigen vermogen op 31 december 2020 en het resultaat over 2020. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader (vastgesteld door de gemeenteraad op 17 december 2020). Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door 312019015.21.104 - 6

de gemeenteraad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door voorzitter en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.

312019015.21.104 - 7

2.

Financiële positie en resultaat

312019015.21.104 - 8

2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt in absolute zin toe

In het Bbv, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten 2020 bedraagt € 142,7 miljoen voordelig. Dit totaalsaldo van baten en lasten wordt in hoge mate beïnvloed door de verkoop van de aandelen Eneco ad. € 138 miljoen in 2020. Per saldo is tussentijds € 138,2 miljoen in de reserves gestort, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2020 € 4,47 miljoen voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. De belangrijkste reden voor de sterke stijging van het eigen vermogen is de verkoop van de aandelen Eneco, die op basis van een raadsbesluit voor het gerealiseerde resultaat 2020 is toegevoegd aan het eigen vermogen.

Eigen vermogen (in € 1.000.000)

2020

2019

Eigen vermogen per 1 januari

113,8

115,1

Tussentijdse resultaatbestemming

138,2

0,5

4,5

-/-1,8

Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)

142,7

-/- 1,3

Eigen vermogen per 31 december

256,4

113,8

Gerealiseerd resultaat

312019015.21.104 - 9

De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de stortingen in en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw gemeenteraad. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2020 54,7% van het balanstotaal (op 1 januari 2020: 31,4% van het balanstotaal). In de toelichting op balans bij het onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening geeft het college een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2020. Wij verwijzen u naar deze toelichting. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt volgens de VNG een percentage van 20%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% bevindt de gemeente zich op glad ijs. In de begroting 2020 heeft de gemeenteraad de solvabiliteit bepaald op 33%. Dit was voor de verkoop van de aandelen Eneco. Die was nog niet begroot in de primitieve begroting 2020, maar pas bij besluit tot verkoop in 2020 zelf. De solvabiliteit in de jaarrekening 2020 komt uit op 55% en is derhalve 22% procentpunten hoger dan begroot met name als gevolg van de verkoop Eneco aandelen. Ter vergelijking hebben wij de solvabiliteit van een aantal gemeenten opgenomen. Daaruit blijkt dat de solvabiliteit van uw gemeente per 1 januari 2020 boven het gemiddelde van Nederland ligt en in 2020 met 24 procentpunten is toegenomen.

Ter vergelijking over 2019: Gemeente Nederland Zuid-Holland 50.000 tot 100.000 inwoners Pijnacker-Nootdorp Leidschendam-Voorburg Zoetermeer Wassenaar Voorschoten Rijswijk Delft

Solvabiliteit 2019 33,2% 30,3% 25,6% 34,5% 29,8% 57,3% 68,8% 41,9% 8,2% 26,0%

Bron: www.waarstaatjegemeente.nl

312019015.21.104 - 10

Resultaat 2020 is beïnvloed door reservemutatie(s)

Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente ook het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse stortingen in reserves. De stortingen in dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende: De exploitatie over 2020 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 142,7 miljoen zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) voordelig saldo van € 129,9 miljoen. Dit is een voordeel van € 12,7 miljoen. Het gerealiseerde voordelig resultaat ad € 4,5 miljoen is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. Wij verwijzen u naar deze toelichtingen.

312019015.21.104 - 11

Exploitatieresultaat (in € 1.000.000) Totale baten

318,1

Totale lasten

175,4

Gerealiseerde saldo van baten en lasten

142,7

Af: stortingen in reserves

183,3

Bij: onttrekkingen aan reserves

45,1

Saldo mutaties reserves, per saldo storting

-/- 138,2

Gerealiseerd resultaat (voordelig)

4,5

Het voordelige exploitatieresultaat 2020 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten, met name het effect van de verkoop van de Eneco-aandelen. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit Het college van vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit heeft het college bepaald op € 77,4 miljoen; dit komt overeen burgemeester en met de algemene reserve (incl. het resultaat 2020 minus de resultaatbestemming 2020). In de paragraaf weerstandsvermogen en wethouders kwalificeert het risicobeheersing heeft het college een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. Deze cumuleren voor 2020 tot een bedrag van weerstandsvermogen als € 47,9 miljoen (hiervan hangt 26 miljoen samen met de ontwikkeling van Wilderszijde o.b.v. het huidige masterplan).

Op basis van ruim voldoende om de deze kwantificering constateert het college dat het beschikbare weerstandsvermogen ruim voldoende is. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit in de jaarrekening is 1,6. onderkende risico’s af te kunnen dekken Wij verwijzen u voor de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.

312019015.21.104 - 12

Voor meer gedetailleerde informatie over uw weerstandspositie verwijzen wij u naar paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van uw jaarstukken 2020.

312019015.21.104 - 13

3.

Bevindingen eindejaarscontrole

312019015.21.104 - 14

3. Bevindingen eindejaarscontrole Oplevering was ruim voldoende

Bij de start van de controle op 22 maart 2021 waren de concept jaarstukken gereed. De oplevering van de onderbouwende stukken was vrijwel volledig. Belangrijke zaken die niet gereed en of beschikbaar waren betroffen: -

De controles op de rechtmatigheid van de verstrekte uitkeringen. Het inzicht in de gecontroleerde productieverantwoordingen van de zorginstellingen belast met de WMO en jeugdzorg. Voorbereidende cijferanalyse op de loonkosten.

De af te wikkelen onderwerpen in het balansdossier zijn gedurende het controleproces afgewikkeld. Desalniettemin hebben wij op 22 maart 2021 een goede start kunnen maken met de jaarrekeningcontrole. Wij hebben bij de controle van de jaarrekening de volledige en constructieve medewerking van uw organisatie gehad.

Grondexploitaties

Een belangrijke post in de jaarrekening van de gemeente Lansingerland betreft de voorraden (grondexploitaties). Door de schattingscomponenten die samenhangen met de waardering van de grondexploitaties, besteden wij hier tijdens de controle bijzondere aandacht aan. De risico’s voor de grondexploitaties zijn in essentie terug te brengen tot de zogenoemde vijf P’s: • •

•

• •

Planning: is de tijdsplanning van de projecten afgestemd op de (on)mogelijkheden in de markt. Immers, de marktbehoefte bepaalt welke projecten op welk moment te realiseren zijn. Programmering: in de afgelopen jaren hebben economische ontwikkelingen geleid tot belangrijke wijzigingen in woningbehoefte en vraag naar bedrijventerrein. Is er een kritische analyse van de ‘mix’ van aanbod van bedrijventerrein en woningen (huur, koop, vrije kavels, appartementen, etc.) in de projecten, in relatie tot de huidige marktvraag in de gemeente? Prijs: de verkoopprijzen van woningen zijn momenteel enorm hoog. Hoe vertaalt dit zich in grondprijzen en wat zijn de verwachtingen op de (middel-)lange termijn, bijvoorbeeld door ontwikkelingen in de hypotheekrente(aftrek) en de COVID19 crisis. Plankosten: zijn de geraamde kosten die voor de grondexploitaties gemaakt moeten worden realistisch. U kunt hierbij denken aan de totstandkoming van de ramingen van bijvoorbeeld civieltechnische werken en interne plankosten. Parameters: zijn de gehanteerde kosten- en opbrengstenindexaties in lijn met de actuele marktontwikkelingen en zijn de renteparameter en disconteringsvoet in overeenstemming met de voorschriften in het BBV. 312019015.21.104 - 15

De grondexploitaties zijn door uw gemeente voor de jaarrekening 2020 opnieuw doorgerekend (geactualiseerd), en waar nodig zijn door u de verwachtingen bijgesteld, waarmee tevens is beoordeeld of het onderhanden werk in de jaarrekening op een juiste wijze is gewaardeerd en of er mogelijk een (aanvullende) verliesvoorziening moet worden getroffen. In exploitatie genomen gronden De portefeuille van in exploitatie genomen bouwgronden bij uw gemeente is omvangrijk. De totale boekwaarde per 31 december 2020 bedraagt € 92,8 miljoen. Uw gemeente heeft een aantal projecten waarop forse positieve resultaten worden verwacht en een aantal projecten waarop in het verleden al veel verlies is genomen. In 2020 is er € 3,4 miljoen winst (2019: € 9,3 miljoen) genomen op basis van de ‘percentage of completion methode’. Deze winsten komen hoofdzakelijk voort uit het bedrijventerrein Oudeland (€ 1,8 miljoen) en de woningbouwprojecten Parkzoom (€ 0,7 miljoen) en Meerpolder (€ 0,5 miljoen). In 2020 zijn bij een aantal projecten de verwachte resultaten op de projecten veranderd ten opzichte van 2019. Hierdoor zijn bij een aantal projecten de verliesvoorzieningen gemuteerd. Per saldo is er in 2020 € 3,0 miljoen aan verliesvoorzieningen vrijgevallen, voornamelijk bij Wilderszijde (€ 3,3 miljoen). Op de projecten Berkel Centrum en Leeuwenhoekweg zijn de voorziening iets verhoogd met € 0,3 resp.

€ 0,2 miljoen. De vrijval van de vereisvoorziening Wilderszijde betreft overigens het gedeelte Wilderszijde dat in 2020 in exploitatie was genomen, dus niet het totale masterplan dat later in exploitatie genomen wordt. De onzekerheden die met de resultaten van grondexploitaties samenhangen ontstaan doordat de waardering (en daarmee de te nemen winsten en verliezen) gebaseerd zijn op schattingen. De omvang van de in de toekomst nog te realiseren opbrengsten en kosten is hier een belangrijk factor in. In de huidige portefeuille van bouwgronden in exploitatie verwacht uw gemeente de komende jaren nog € 74,6 miljoen (2019: € 87 miljoen) aan kosten te maken en moet er nog € 173 miljoen (2019: € 194 miljoen) aan opbrengsten te realiseren. Veruit de meeste kosten zijn nog te realiseren binnen de projecten Oudeland (€ 25,9 miljoen), Berkel Centrum (€ 12,4 miljoen) en Wilderszijde (€ 13,8 miljoen). De meeste opbrengsten zijn nog te realiseren bij de projecten Oudeland (59,1 miljoen), Westpolder/Bolwerk (€ 63,7 miljoen) en Wilderszijde (€ 24, miljoen). De risico’s die samenhangen met de nog te realiseren opbrengsten zijn overigens deels afgedekt doordat bij zowel Westpolder/Bolwerk als bij Wilderszijde veruit het grootste deel van de opbrengsten vastliggen in overeenkomsten met ontwikkelaars. Bovendien zijn dit beide woningbouwprojecten, waardoor het college de risico’s laag inschat.

Ook bij het project Oudeland zien wij dat er veel animo is voor de aangeboden kavels; in 2020 is er voor € 19,2 miljoen aan verkopen gerealiseerd. De meeste projecten moeten in of voor 2027 zijn afgerond op basis van het actuele MPG, alleen het bedrijventerrein Oudeland heeft nog een langere looptijd (2033). Wij constateren daarbij dat de looptijd van vrijwel alle projecten met één jaar is verlengd. Alleen de looptijd van Oudeland is met 3 jaar verkort en is bij Wilderszijde gelijk gebleven. Het verlengen van de looptijd treedt op bij vertragingen in het project en heeft doorgaans een nadelig op rente- en plankosten. Om de risico’s die samenhangen met de langere looptijd van de grondexploitatie Oudeland te beperken, heeft de gemeente passende maatregelen getroffen. Deze maatregelen zijn d.d. 29 juni 2017 ook met de gemeenteraad afgestemd en betreffen: 1. 2.

Niet meer indexeren van de opbrengsten na 10 jaar; Geen onnodige uitgaven voor bijvoorbeeld bouw- en woonrijpmaken voordat men voldoende zekerheid heeft t.a.v. de nog te verwachten opbrengsten; 312019015.21.104 - 16

3. 4. 5.

Periodiek toetsen door een marktonderzoek of de gehanteerde uitgangspunten voor tempo van afzet en grondprijs nog realistisch zijn. De fasering van de uitgifte vanaf 2021 baseren op een voorzichtige, gemiddelde uitgifte van 1,5 ha per jaar, aflopend richting einde looptijd. Het voeren van een actief acquisitie/verkoopbeleid waarbij de resultaten worden gemonitord.

Het uitgiftetempo ligt in de actuele grondexploitatie op 1,85 ha per jaar in de periode 2022 tot en met 2030. Dit is dus hoger dan het tempo onder maatregel 4, maar past binnen het actuele marktonderzoek zoals genoemd onder punt 3. Wij hebben vastgesteld dat de uitgangspunten die zijn gehanteerd bij de waardering van de grondexploitaties aanvaardbaar zijn. Wel constateren wij een aantal zaken die wij graag bij u onder de aandacht brengen. BTW-afspraken Westpolder Bolwerk Bij het project Bolwerk/Westpolder heeft de gemeente de afspraak gemaakt dat de gemeente haar kosten zal verhalen via een financieel voorschrift bij de omgevingsvergunning. Op grond van dit financieel voorschrift voldoen de woningkopers binnen dit project het kostenverhaal aan de gemeente. De gemeente heeft hierover met de belastingdienst afgesproken dat de gemeente geen BTW verschuldigd is over dit kostenverhaal. De risico’s die hiermee samenhangen heeft de gemeente in de jaarrekening bij de toelichting op de balans opgenomen. Een van de risico’s is dat de gemeente alsnog voor de BTW wordt aangeslagen indien de exploitatiebijdragen de maximaal verhaalbare kosten overstijgen. In de actualisatie is de verwerkingswijze aangepast waardoor het separate risicobedrag (actualisatie 2020: € 2,8 miljoen) in de grondexploitatie Westpolder niet meer afzonderlijk zichtbaar is.

De verhaalbare kosten zijn hierbij gelijk gesteld aan exploitatiebijdrage btw-vrij. Zowel exploitatiebijdragen als de samenhangende risicobuffer zijn uit de grondexploitatie geschrapt. De risicobuffer is daarom niet meer afzonderlijk zichtbaar is de grondexploitatie. Risico’s bij tussentijdse winstneming In 2016 heeft de commissie BBV de ‘notitie grondexploitaties’ gepubliceerd. Hierin is opgenomen dat voor winstneming de ‘percentage of completion methode’ moet worden toegepast. Hierbij geldt dat, indien aan een aantal voorwaarden is voldaan, er winst moet worden genomen. Voor toepassing van de POC-methode is het van belang dat het resultaat betrouwbaar kan worden geschat. Bovendien moet sprake zijn van verkochte grond en gerealiseerde kosten. Uw gemeente heeft de POC-methode op een juiste manier toegepast. Bij de berekening van de winstname is het toegestaan om het resultaat van het project te verlagen voor projectspecifieke risico’s. Hierdoor wordt de uiteindelijke winstname lager en blijven er binnen het project middelen gereserveerd om deze risico’s op te vangen wanneer deze zich voordoen. Wij constateren dat er bij diverse projecten correctie voor risico’s worden toegepast op de winstnameberekeningen. In totaal gaat dit om een bedrag van € 2,8 miljoen in 2020.

Wanneer er geen rekening gehouden zou zijn met deze risico’s was de winstname in 2020 € 1,1 miljoen hoger geweest. Uiteraard is een goede onderbouwing van de ingerekende risico’s relevant om tot een betrouwbaar inschatting van de te nemen winst te komen. Dit geldt in het verlengde hiervan ook voor de percentages die gehanteerd worden bij de kans van optreden. Wij adviseren u ingevolge de notitie grondbeleid 2019 van de commissie BBV een scherpere en nadere invulling te geven aan de wijze waarop met (projectspecifieke)risico’s wordt omgegaan bij het bepalen van de 312019015.21.104 - 17

tussentijdse winstneming en dit uit te werken in bijvoorbeeld de paragraaf grondbeleid, nota grondbeleid of de financiële verordening. Wij zijn van mening dat de gemeente de risico’s op de grondexploitaties ruim inrekent. Hierbij is de onderbouwing van de kansinschatting en de onderbouwing van de omvang van de risico’s een belangrijk aandachtspunt. Plankosten Op basis van het MPG 2021 hebben wij vastgesteld dat de totaal geraamde plankosten bij een aantal projecten zijn toegenomen ten opzichte van het MPG 2020. Deels hangt dit samen met langere looptijd van de projecten. Met name de projecten Westpolder, Centrum en Ruimte voor Ruimte vallen hierbij op, waarbij de totale plankosten toenemen met € 1,38 miljoen bij Westpolder (totaal nog te realiseren MPG 2021: 2,77 miljoen), met € 0,79 miljoen bij Centrum (totaal nog te realiseren MPG 2021: 2,27 miljoen) en € 0,64 miljoen Ruimte voor ruimte (totaal nog te realiseren MPG 2021: 2,0 miljoen). Ook in het MPG 2020 zijn de totale plankosten toegenomen ten opzichte van de eerdere raming in het MPG 2019. Bij Wilderzijde is er destijds € 1 miljoen aan plankosten toegevoegd, bij Centrum € 1,9 miljoen en bij Oudeland € 1 miljoen. Wij vragen uw aandacht voor de kwaliteit van de plankostenramingen in de grondexploitaties en het vormgeven van sturing en beheersing op de plankosten.

Parameters De bij de actualisatie van de grondexploitaties gehanteerde rekenrente is niet geheel juist berekend op basis van de voorschriften van de commissie BBV. Doordat er niet op een juiste wijze rekening is gehouden met de kasgeldleningen is de berekende rente van 1,5% onjuist. Het rentepercentage dat in 2020 gehanteerd had moeten worden bedraagt 1,4%. Hierdoor is er € 110.000 te veel rente aan de boekwaarde van de grondexploitaties toegerekend. Wij nemen deze afwijking mee in onze foutenevaluatie. De rente die in de prognose aan de grondexploitatie wordt toegerekend bedraagt 1,10%. Dit percentage wijkt minder dan 0,5% af van de werkelijke rente in 2020 en past daarmee binnen de voorgeschreven marges (van 0,5%). De totale rente die in 2020 op de boekwaarden van de grondexploitaties is bijgeschreven bedraagt € 1,8 miljoen. Voor de stijging (indexatie) van de lasten is meerjarig 1,5 tot 2% gehanteerd. Voor de opbrengstenstijging woningbouw wordt meerjarig termijn een percentage van 2% gehanteerd en voor bedrijventerrein 1%. De gehanteerde parameters liggen in lijn met de actuele marktontwikkelingen. Grondtransacties In 2019 heeft de gemeenteraad de nota grondbeleid 2019-2022 vastgesteld. In de nota grondbeleid is opgenomen dat de verwerving van gronden bij voorkeur via de minnelijke weg plaatsvindt, waarbij de prijs niet hoger ligt dan de marktwaarde.

Voorts is opgenomen dat de prijs wordt bepaald op basis van een onafhankelijke taxatie en, indien beschikbaar, een vergelijk met eerder betaalde bedragen voor soortgelijke gronden. Wij hebben bij de detailcontrole op de grondaankopen vastgesteld dat in enkele gevallen grondaankopen hebben plaatsgevonden, waarbij geen sprake is van een taxatie. In enkele andere gevallen is sprake van concept-taxatie of deskundigenonderzoeken. Wel hebben wij bij deze grondtransacties vastgesteld dat de grondeaankopen hebben plaatsgevonden binnen de kaders van de door de raad vastgestelde grondexploitatie. Tevens is vastgesteld dat deze grondtransacties hebben plaatsgevonden op basis van collegebesluiten. Wij hebben begrepen dat taxatie achterwege is gebleven op 312019015.21.104 - 18

basis van zorgvuldige collegebesluitvorming en ter voorkoming van onteigeningprocedures. Wij adviseren u de eisen die worden gesteld in de nota grondbeleid rondom het opvragen van taxaties bij het aangaan van grondaankopen nader te duiden. Wilderszijde Uw gemeente is voornemens om het gebied Wilderszijde verder te ontwikkelen. Momenteel is slechts een klein deel van Wilderzijde in exploitatie genomen. Op het moment dat de gemeenteraad de grondexploitatie Wilderszijde vaststelt, moet dit ook financieel in de jaarrekening worden vertaald. Hoewel de exacte invulling van het plan Wilderszijde nog niet gereed, wordt er een tekort verwacht. Dit verwachte tekort is nog niet in de jaarrekening 2020 verwerkt en komt tot uitdrukking in het boekjaar waarin de gehele grondexploitatie Wilderszijde door de gemeenteraad wordt vastgesteld. In het weerstandsvermogen is wel rekening gehouden met het tekort op basis van de meest recente inzichten (€ 26 miljoen). Deze middelen zijn beschikbaar in de algemene reserve.

Europese aanbestedingen

Het normenkader voor de rechtmatigheidscontrole bevat onder andere de Europese aanbestedingswetgeving. Bij onze jaarrekeningcontrole hebben wij aan de hand van een door uw gemeente uitgevoerde crediteurenanalyse (spendanalyse) gecontroleerd of de Europese aanbestedingswetgeving gedurende het boekjaar 2020 is nageleefd. Op basis van de spendanalyse constateren wij dat voor 5 dossiers de Europese aanbestedingsregels niet zijn nageleefd. Wij merken op dat de bevindingen grotendeels zijn geconstateerd door uw gemeente en grotendeels voorkomen uit financiële beheershandelingen van voor 2020. En deels ook onderdeel waren van de in het accountantsverslag 2019 opgenomen tekortkomingen. De onrechtmatigheidsfout komt uit op een bedrag van € 647.000 (in 2019 € 934.000). Het betreft de volgende inkopen: Soort

Rechtmatigheidsfout

Inhuur personeel

€ 139.000

Onderhoud

€ 175.000

ICT Software

€ 258.000

Totaal

€ 647.000

Daarnaast is er sprake van een drietal casussen waarbij de naleving van de aanbestedingswet vanwege de juridische complexiteit onduidelijk blijft. Op grond van de Kadernota Rechtmatigheid (hoofdstuk 6.3) nemen wij deze op in het accountantsverslag aangezien sprake is van complexe situaties, waarin niet tot een eenduidig oordeel gekomen kan worden. Het gaat om een bedrag van € 731.000 (in 2019 € 1.958.000). Deze tellen niet mee in ons oordeel. Het betreft de volgende inkopen: 312019015.21.104 - 19

Soort

Omvang

Inhuur personeel

€ 375.000

Verzekering

€ 356.000

Totaal

€ 731.000

Uw gemeente heeft de rechtmatigheidsfouten ten aanzien van inhuur weten te beperken. Wij blijven uw aandacht vragen voor het inrichten van preventieve beheersmaatregelen. Hiervoor verwijzen wij tevens naar de uitgebrachte managementletter. Inmiddels heeft uw gemeente stappen gezet door het aangaan van overeenkomsten met leveranciers om de onrechtmatigheden in de toekomst zoveel mogelijk te beperken.

Pas het stelsel van baten en In het rapport over 2019 hebben wij uw aandacht gevraagd voor investeringsfacturen die betrekking hebben op meerdere jaren. Uit onze controlewerkzaamheden was naar voren gekomen dat niet altijd duidelijk is in welke periode (voor of na 31 december) de lasten goed toe tegenprestatie is geleverd en de investeringsfacturen op basis daarvan in de juiste periode zijn geboekt. Deze investeringsfacturen hebben overigens (bijna) geen resultaateffect, maar beïnvloeden wel uw balansposities.

Uit de factuur is overigens niet altijd eenduidig op te maken op welk boekjaar de factuur betrekking heeft. Uw gemeente verwerkte deze facturen dan in principe in het jaar waarin de factuur ontvangen wordt (en dus meestal in het nieuwe jaar). Ook was het zo dat er binnen de organisatie onvoldoende informatie beschikbaar om eenduidig vast te kunnen stellen op welk jaar welk deel van de factuur betrekking heeft. Daarmee ontstaat onzekerheid of de investeringen en de verplichting ultimo boekjaar volledig op de balans zijn verantwoord. Deze onzekerheid heeft ook gevolgen voor de kredietbewaking op investeringsprojecten en uw kengetallen. Mogelijk is de kredietuitputting (per jaareinde) groter dan in de jaarrekening is opgenomen. Daarnaast kunnen de kengetallen, weliswaar marginaal, afwijkingen vertonen. Wij hebben u geadviseerd u scherper toe te zien op de juiste toerekening van de facturen aan de boekjaren. Tevens hebben wij u geadviseerd om ook in het financiële beleid spelregels vast te leggen bij welke bedragen een factuur gesplitst moet worden en dus in de juiste verslaggevingsperiode moeten worden verantwoord om beter te voldoen aan het stelsel van baten en lasten. Wij hebben begrepen dat uw gemeente hier actie op heeft ondernomen.

Ondanks deze acties(s) hebben wij bij onze controle vastgesteld dat bij 2 investeringsfacturen die in 2021 zijn ontvangen sprake is van prestatielevering in 2020. Deze facturen zijn door uw gemeente niet in 2020 verantwoord, omdat de oplevering nog niet voor 312019015.21.104 - 20

100% gereed was per 31 december. Deze facturen hadden wel in 2020 verantwoord moeten worden; dit is gecorrigeerd in de definitieve jaarrekening. Het goed toerekenen van lasten aan het juiste boekjaar blijft daarom een aandachtspunt.

Begrotingsrechtmatigheid is Naast de controle op de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening 2020, hebben wij de begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. adequaat toegelicht in de jaarrekening De toe te passen normen voor dit begrotingscriterium zijn gebaseerd op artikel 189, 190 en 191 van de Gemeentewet en moet door de gemeenteraad zelf nader worden ingevuld en geconcretiseerd. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de verordening op het financieel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet.

Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan de gemeenteraad, zodat deze tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Een systeem met onvoldoende waarborgen voor tijdige melding aan de gemeenteraad van budgetoverschrijdingen heeft het risico in zich dat inbreuk wordt gemaakt op het budgetrecht van de gemeenteraad. Het begrotingscriterium is verder verfijnd en uitgewerkt in de Kadernota van de Commissie BBV. Een belangrijk uitgangspunt is dat het overschrijden van de begroting altijd onrechtmatig is, maar niet in alle gevallen hoeft te worden meegewogen in het accountantsoordeel. Essentieel is dat de gemeenteraad nadere regels kan stellen wanneer kostenoverschrijdingen die worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten (1), kostenoverschrijdingen passend binnen het beleid (2) en kostenoverschrijdingen bij openeinderegelingen (3) moeten meewegen bij het oordeel van de accountant. In die gevallen dat de gemeenteraad geen nader beleid stelt, geldt het uitgangspunt dat deze kostenoverschrijdingen door de accountant niet worden betrokken bij de beslissing of al dan niet een goedkeurende controleverklaring kan worden afgegeven.

Deze kostenoverschrijdingen moeten dan wel goed herkenbaar in de jaarrekening zijn opgenomen. Daarnaast moet de accountant deze kostenoverschrijdingen – waarvan het college in de jaarrekening moet aangeven dat de gemeenteraad deze nog dient te autoriseren – in het verslag van bevindingen aan de orde stellen. Extra lasten die zijn gemaakt omdat extra opbrengsten daarvoor de ruimte bieden, terwijl deze extra lasten niet direct zijn gerelateerd aan de extra opbrengsten en waarbij de gemeenteraad nog geen besluit heeft genomen over de aanwending van deze extra opbrengsten, zijn onrechtmatig en tellen mee in het oordeel van de accountant. Dit is bij uw gemeente overigens niet aan de orde. Begrotingsafwijkingen werken niet door in de controleverklaring In totaal heeft uw gemeente € 167,7 miljoen aan lasten begroot na wijziging (excl. reservemutaties), tegenover € 175,4 miljoen aan werkelijke lasten in 2020. Dit is in totaal een overschrijding van € 7,7 miljoen (4,6%). Aan baten had uw gemeente een bedrag van € 297,6 miljoen begroot na wijziging, tegenover € 318,1 miljoen aan werkelijke baten in 2020. Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten komt daarmee op € 140,7 miljoen voordelig. Wij merken daarbij op dat dit hoge voordelige resultaat met name wordt 312019015.21.104 - 21

veroorzaakt door de verkoop van de aandelen Eneco, die voor het bepalen van het gerealiseerde resultaat op basis van een raadsbesluit wordt toegevoegd aan het eigen vermogen. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid moet gekeken worden naar de lastenoverschrijdingen op het niveau waarop de gemeenteraad de begroting autoriseert. In uw geval is dat op programmaniveau, waarbij er sprake is van hogere lasten op de programma’s: -

Bestuur en dienstverlening (P1) ad. € 0,29 miljoen; Sociaal domein (P4) ad. € 7,75 miljoen en; Grondzaken (P7) ad. € 0,72 miljoen.

Naast overschrijdingen van lasten op deze programma’s en overschrijdingen op de onderdelen algemene dekkingsmiddelen en overhead, zijn ook op onderdelen meer baten gerealiseerd dan begroot. Over de baten rapporteren wij in deze paragraaf niet, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van het criterium begrotings-rechtmatigheid zoals de richtlijnen voorschrijven. De overschrijdingen op de lasten zijn onrechtmatig, maar tellen niet mee in het oordeel van de accountant. De begrotingsrechtmatigheid omvat ook de overschrijdingen op investeringskredieten. Deze hebben zich in 2020 niet (in materiële zin) voorgedaan. Wij adviseren u wel om eventuele dreigende overschrijdingen op investeringen meer expliciet onder de aandacht te laten brengen van uw gemeenteraad. In 2020 is dat naar onze mening niet expliciet genoeg gecommuniceerd. Wij verwijzen voor een inhoudelijke en meer specifieke analyse van de begrotingsafwijkingen naar de toelichtingen die zijn opgenomen in de jaarrekening en in paragraaf Bedrijfsvoering, waarin een analyse van de (begrotings-)afwijkingen en de begrotingsrechtmatigheid 2020 is opgenomen.

In beperkte mate sprake van te betalen vennootschapsbelasting

Uitgangspunt in uw jaarrekening is dat in beperkte mate sprake is van activiteiten die onder de vennootschapsbelastingplicht vallen. De aanslagen vanaf 2016 tot en met 2018 zijn inmiddels opgelegd. Het college verwacht dat ook voor 2020 geen sprake zal zijn van een vennootschapsbelastinglast. Overigens adviseren wijzen wij u om bij nieuwe en gewijzigde activiteiten dit standpunt blijvend te actualiseren. Hieronder valt ook een periodieke toets of het grondbedrijf door de ondernemerspoort gaat.

Wet normering topinkomens (WNT)

De Wet normering topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. 312019015.21.104 - 22

Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2020 van € 201.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. In 2020 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. Bij de controle van de WNT-verantwoording 2020 stelden wij wel vast dat geen sprake was van (zichtbare) interne controle op de opgestelde WNT-verantwoording. In het kader van de WNT attenderen wij u er op dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2021 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2020 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken.

Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking.

Fouten en onzekerheden WMO Zorg in natura (ZIN) en Jeugd (lokaal)

Het vaststellen dat de prestaties in het kader van de Wmo Zorg in natura (ZIN) en Jeugdhulp Lokaal zijn geleverd kan op twee manieren worden vastgesteld. Enerzijds via de verantwoording van Wmo Zorg in natura van de zorginstelling. Bij deze verantwoordingen is op basis van het controleprotocol Wmo boven de € 125.000 een controleverklaring van de accountant van de zorginstelling toegevoegd. De accountant stelt onder andere vast dat de zorg is geleverd. Anderzijds door bij verantwoordingen zonder controleverklaring, of in die gevallen waar geen goedkeurende controleverklaring is verstrekt met opmerkingen over de prestatielevering, het college aanvullende controles uit te laten voeren om vast te stellen dat de prestaties zijn geleverd. Bijvoorbeeld via een telefonische enquête vast te stellen dat de cliënt de zorg heeft ontvangen. Over 2020 zijn deze controles door de gemeente uitgevoerd. De onzekerheden die resteren in het kader van de uitvoering van de WMO en Jeugdwet zijn hieronder opgenomen: Wmo Onzekerheden i.v.m. afwezigheid controleverklaring bij lasten > € 125.000

€ 2.374.611

Onzekerheden i.v.m. niet getoetste prestatielevering bij lasten < € 125.000

€ 494.955

Totale onzekerheid WMO

€ 2.869.566 312019015.21.104 - 23

Jeugd Onzekerheden i.v.m. afwezigheid controleverklaring bij lasten > € 125.000

€ 148.814

Onzekerheden i.v.m. niet getoetste prestatielevering bij lasten < € 125.000

€ 311.256

Totale onzekerheid Jeugd

€ 460.070

Als peildatum voor de bepaling van de omvang van de onzekerheden is 14 mei 2021 gehanteerd, mogelijk zijn er na deze datum nog aanvullende controleverklaringen ontvangen waardoor de gerapporteerde onzekerheid lager uit zou kunnen vallen. De totale onzekerheid is op basis van bovenstaande € 3,3 miljoen. Dit valt binnen onze goedkeuringstolerantie.

Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage

Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2020 onder SiSa vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. Wij hebben deze tabel in de bijlage opgenomen.

312019015.21.104 - 24

4.

Interne beheersing

312019015.21.104 - 25

4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Het boekjaar 2020 is het tweede controlejaar voor uw gemeente door Publieke Sector Accountant en het eerste jaar dat wij naar aanleiding van de interim-controle een managementletter hebben uitgebracht. Wij hebben hierbij enkele aandachtspunten controle weergegeven ten aanzien van de interne beheersing:    

De verschuiving van controle achteraf naar controle als onderdeel van de primaire processen verdient uw aandacht, bijvoorbeeld bij de naleving van de aanbestedingswet. Wij geven u in overweging om aandacht te besteden aan uw IT-omgeving. Hierbij denken wij aan het in kaart brengen van relevante IT-beheersmaatregelen en het toetsen hiervan. De samenwerking met de VIC (verbijzonderde interne controle) verloopt prettig en constructief. Wij hebben uw aandacht gevraagd voor de actualisatie van de frauderisicoanalyse. Wij hebben gedurende de eindejaarscontrole een geactualiseerde versie ontvangen.

Ten aanzien van de processen hebben wij de volgende aandachtspunten aan het college meegegeven:     

Rechtmatigheidsverantwoording

Inregelen controletechnische functiescheiding memoriaalboekingen. Zichtbare controle op mutatieverslagen bij personeelszaken. Preventieve controles naleven (o.a. startformulier) rondom de aanbestedingswet. Bijvoorbeeld het gebruik van een contractenregister, waarbij sprake is van waarborgen voor juistheid en volledigheid. Versterken van procedures bij brevettering van consulenten bij WMO, jeugd en participatie. Uitvoeren van volledigheidscontrole op de verhuuropbrengsten. Deze hebben wij per jaareinde ontvangen.

In de meicirculaire 2018 heeft het ministerie van BZK aangegeven dat met ingang van het boekjaar 2021 het college zelf een rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening moet afgeven. Over de invoering van deze rechtmatigheidsverantwoording en wat dit allemaal voor uw organisatie betekent, is de afgelopen periode (onder andere door het ministerie van BZK, de commissie Depla, de VNG etc.) veel geschreven. Tot en met de jaarrekening 2020 geeft de accountant bij de jaarrekening van uw gemeente een controleverklaring af, met daarin een oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid. Dat tweede oordeel, over de rechtmatigheid, verdwijnt naar verwachting vanaf de jaarrekening 2021. Het wordt vanaf dan de taak van het college zelf om zich daarover te verantwoorden. Het is van belang dat uw gemeente hier op een goede wijze invulling aan geeft. Inmiddels heeft de commissie BBV op 14 december 2020 de conceptnotitie rechtmatigheidsverantwoording ter consultatie gepubliceerd. Hierbij is met name het investeren in de kwaliteit van de bedrijfsvoering, het professionaliseren van de interne controle functie, het ontwikkelen van de visie op de interne controle en het vergroten van bewustwording op het gebied van rechtmatigheid van belang. 312019015.21.104 - 26

Wij hebben u geadviseerd om een plan van aanpak uit te werken en dit expliciet te koppelen aan de materiële risico’s en de kadernota. Op basis van dit plan van aanpak en de tussentijdse evaluaties daarbij, kunt u borgen dat u in 2022 in staat bent om de rechtmatigheidsverantwoording voor het boekjaar 2021 op te stellen. Een goede onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording is in ons gedeeld belang. De accountant moet straks immers verklaren dat de door het college afgegeven rechtmatigheidsverantwoording getrouw is. Wij zijn als uw accountant dus in belangrijke mate afhankelijk van de werkzaamheden van de gemeente. Uiteraard maken wij hier graag gebruik van en willen wij graag samen optrekken om tot een goede invulling van de rechtmatigheidsverantwoording te komen waar wij optimaal gebruik van kunnen maken. Het doel is uiteindelijk dat uw gemeente zelfstandig de 3 rechtmatigheidscriteria, begrotingscriterium, M&O-criterium en voorwaardencriterium afdekt en dat wij kunnen volstaan met een marginale review achteraf. Het college zal dus vanaf 2021 moeten organiseren dat zij voldoende informatie heeft om zich te kunnen uitspreken over de (financiële) rechtmatigheid en daar dan verantwoording over kan afleggen. De manier waarop de gemeente nu de interne controle uitvoert biedt hiervoor een goede basis. Wel zal er meer een ‘kop en staart’ aan deze controles moeten zitten.

Wij hebben begrepen dat de gemeente dit vorm gaat geven door jaarlijks een ‘intern controleplan’ en ‘intern controleverslag’ op te stellen en dit te combineren met de aanbevelingen van de accountant op het vlak van de ‘IT-audit’. Dit intern controleplan was tijdens de eindejaarscontrole nog niet beschikbaar.

312019015.21.104 - 27

5.

Overige aangelegenheden

312019015.21.104 - 28

5. Overige aangelegenheden Speerpunten BAC

Op 25 november 2020 heeft Publieke Sector Accountants met de BAC onder andere de interim-controle besproken. In dit overleg zijn tevens door de Begeleidingscommissie Accountantscontrole (BAC) 2 speerpunten meegegeven voor de controle van de jaarrekening. Deze speerpunten zijn tevens opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst 2020. De onderwerpen betreffen de controle op het intern inkoopbeleid en de controle op de reserve corona. 1.

Controle op naleving interne inkoopbeleid In het raadsbesluit d.d. d.d. 28 november 2019 met registratienummer BR1900109 heeft de gemeenteraad het inkoop- en aanbestedingsbeleid 2019 vastgesteld. Dit beleid is niet opgenomen in het normenkader en is daardoor geen onderdeel van de reguliere accountantscontrole. Wij hebben met de BAC afgesproken dat wij hier separaat aandacht aan schenken en hierover rapporteren via dit accountantsverslag. De controle op de naleving van het interne inkoopbeleid is in overleg met ons voorbereid door de verbijzonderde interne controle medewerkers van uw gemeente. De gecontroleerde inkoopfacturen zijn dezelfde facturen die wij hebben gebruikt voor de reguliere accountantscontrole over 2020 waarbij ook de inkoopbeslissing in 2020 is genomen. De lasten 2020 die vallen in de reguliere controle waarbij de inkoopbeslissing in 2019 of eerder is genomen, zijn dus niet in de controle betrokken. De uitgevoerde werkzaamheden richten zich op de naleving van het mandaat en de gehanteerde inkoopprocedure ten aanzien van de gekozen marktbenadering. De overige aspecten uit het inkoopbeleid zoals het contractenbeheer en duurzaam inkopen zijn geen onderdeel van de extra werkzaamheden. Wij hebben in het kader van deze aanvullende controle 29 facturen beoordeeld.

Bij twee inkopen is vastgesteld dat er binnen de organisatie in het geheel geen onderliggende offerte beschikbaar was. Bij één van deze opdrachten kon vanwege het ontbreken van documentatie ook niet worden vastgesteld of de opdracht conform het mandaatbeleid is verstrekt en of de inkoopprocedure is nageleefd. Bij drie opdrachten geldt dat deze initieel zijn aanbesteed volgens een enkelvoudige procedure waarbij de kosten uiteindelijk zijn uitgekomen op een omvang die een meervoudige procedures vereisen. Uw organisatie heeft aangegeven dit op voorhand niet te kunnen voorzien, mede als gevolg van Corona. Al deze opdrachten betreffen opdrachten voor inhuurkrachten.

2.

Controle op reserve Corona Voor het registeren van de lasten (en baten) ingevolge de COVID-19 crisis heeft uw organisatie een reserve crisismaatregelen (reserve crisismaatregelen conform raadsbesluit d.d. 28 mei 2020) ingesteld. Wij hebben begrepen dat alle lasten die samen met de COVID-19 crisis worden gemuteerd over deze reserve. In 2020 is er € 5,3 miljoen aan deze reserve gedoteerd conform besluiten van uw gemeenteraad en is er € 1,7 miljoen aan deze reserve onttrokken (de 312019015.21.104 - 29

gerealiseerde uitgaven). De stand in de jaarrekening 2020 is per jaareinde derhalve € 3,7 miljoen. De TOZO is als budget neutrale regeling buiten deze reserve gehouden. De mutaties kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Mutaties corona reserve uitgaven inkomsten Dotatie op basis van raadsbesluit € 5.000.000 Kantoorkosten € 253.283 € Werkomgeving buitenruimte € 38.093 € Communicatie € 171.060 € Toezicht en beveiliging € 51.786 € Bedankjes / representatiekosten € 20.157 € Compensatie marktgelden € 51.919 € Hygiëne maatregelen/schoonmaakmiddelen € 82.030 € Compensatie vergoedingen WMO/ Jeugd/ Catering € 437.962 € 127.096 Extra personeel div teams muv ict+beveiliging+commun. € 407.204 € Extra inzet expeditie lansingerland en jongerenwerk € 45.808 € Boete nav niet naleven regels € 500 Compensatie huurderving sportverenigingen € 127.678 € 127.678 € 1.686.980 € 5.255.274 Wij hebben deze uitgaven voor zover mogelijk getoetst aan het directie- en collegebesluit met de 4 cumulatieve criteria inzake de onttrekkingen reserve crisisgelden d.d. 25 juni 2020 resp. 7 juli 2020. Deze criteria betreffen het volgende: 1. 2. 3. 4.

Zijn de kosten/gederfde inkomsten direct te relateren aan de crisis als gevolg van COVID-19?; Zijn deze maatregelen (en de kosten daarvan) de enige oplossing en is er gekeken naar andere oplossingsrichtingen?; Zijn de kosten/gederfde inkomsten alleen van toepassing in deze crisistijden?; Zijn deze kosten het gevolg van de maatregelen die het kabinet heeft genomen?.

Wij hebben een controle verricht en op basis van 3 deelwaarnemingen vastgesteld dat de bestedingen die ten laste van deze reserve zijn gebracht in voldoende mate passen binnen deze criteria. Het criterium (2) rondom ‘de gemaakte kosten zijn de enige oplossing’ hebben wij als ‘niet-toetsbaar’ aangemerkt.

312019015.21.104 - 30

Geen meningsverschil met het college van burgemeester en wethouders

Er zijn geen meningsverschillen met het college van burgemeester en wethouders geweest en er waren geen beperkingen bij de uitvoering van onze controle. Naar onze mening is ons bij de uitvoering van onze controleopdracht door het college en de medewerkers van uw gemeente de volledige medewerking verleend en hebben wij volledige toegang tot de benodigde informatie gehad.

Wij hebben namens het college van burgemeester en wethouders een ondertekende schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening Bevestigingen van het college van burgemeester en ontvangen d.d. 2 juni 2021. wethouders ontvangen

Naleving van wet- en regelgeving

Wij hebben geen kennis van te rapporteren omstandigheden in verband met het niet-naleven van wet- en regelgeving met uitzondering van de bevindingen die elders in het rapport zijn opgenomen ten aanzien van EU-aanbestedingen en regelgeving rondom verslaggevingsvoorschriften.

Betrouwbaarheid en continuïteit van de automatiseringsomgeving

Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel omtrent de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken omtrent de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken dan ook slechts die onderdelen die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid pretenderen. Uit de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn geen bijzonderheden gebleken waarop wij u via deze rapportage willen attenderen.

Geen aanwijzingen van fraude

In Nederland is de accountant wettelijk verplicht om alle ontdekte fraudegevallen te rapporteren aan het management van de organisatie. Wij merken op dat onze controle niet specifiek is ingericht op het ontdekken van fraude. De accountant is wel verantwoordelijk voor het betrekken van frauderisico’s in de planning en uitvoering van zijn controleopdracht. Wij hebben een fraudediscussie gevoerd met het controleteam en met het financieel management en de directie van de gemeente Lansingerland, waarbij wij de nadruk hebben gelegd op de vermoedens van materiële onjuistheden als gevolg van fraude in de jaarstukken. Van het management en directie hebben wij de bevestiging ontvangen dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd waarbij het management of werknemers die een belangrijke rol spelen bij de maatregelen van interne beheersing of anderen in het geval dat de fraude van materieel belang kan zijn op de jaarrekening, zijn betrokken. Tevens hebben wij zelfstandig werkzaamheden uitgevoerd die gericht waren op het risico van het ‘omzeilen’ van de interne beheersingsmaatregelen door het management te detecteren. Wij hebben specifieke controles uitgevoerd op memoriaalboekingen en schattingen en hebben significante en ongebruikelijke transacties met behulp van gegevensanalyses onderzocht. 312019015.21.104 - 31

Hoewel wij op grond van de controle- en overige standaarden een kritische houding moeten hebben ten opzichte van risico’s van fraude in de jaarrekening, merken wij op dat onze controle niet specifiek is gericht op het ontdekken hiervan. Tijdens de uitvoering van onze controle van de jaarrekening 2020 hebben wij geen aanwijzingen verkregen dat er sprake is geweest van fraude. Tot slot merken wij op dat het college inmiddels beschikt over een geactualiseerde en geformaliseerde frauderisicoanalyse. Wij hebben begrepen dat deze frauderisico-analyse voor de BAC van 27 mei 2021 geagendeerd wordt.

Bevestiging onafhankelijkheid

Bevestiging onafhankelijkheid In overeenstemming met Nederlandse wet- en regelgeving, waaronder de Verordening inzake Onafhankelijkheid (ViO) van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), dient de externe accountant mogelijke conflicten met betrekking tot zijn onafhankelijkheid, zowel in wezen als in schijn, onder de aandacht te brengen van het college en de gemeenteraad. Wij bevestigen dat onze onafhankelijke positie ten opzichte van de gemeente Lansingerland in overeenstemming met de Nederlandse wettelijke en beroepsvoorschriften is gewaarborgd. Wij zijn van mening dat onze objectiviteit gedurende het afgelopen jaar niet is aangetast. Stelsel van waarborgen om onafhankelijke positie te waarborgen Publieke Sector Accountants beschikt over een stelsel van maatregelen om onze onafhankelijke positie bij controlecliënten te waarborgen. Het stelsel van maatregelen is een integraal onderdeel van de bestuurlijke organisatie en van het voor de gehele organisatie van toepassing zijnde stelsel van kwaliteitsbeheersingsmaatregelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=fe1a5a91-2f9e-4179-84e4-c5cc2dc6e267