I21.05534 Vast te stellen bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89”
Tekst van het document
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89”
3 juni 2021
Vast te stellen
Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89”
Vast te stellen
INHOUD: -
TOELICHTING REGELS VERBEELDING
Identificatiecode: NL.IMRO.1621.BP0205-VAST Werknummer: 619.135.30 Datum: 3 juni 2021
KuiperCompagnons
Gemeente Lansingerland Domein Ruimte en Economie
TOELICHTING
Inhoudsopgave van de toelichting
1.
Inleiding
1
1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
Aanleiding en doel van het plan Bij het plan behorende stukken Ligging en begrenzing plangebied Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk 2012” Leeswijzer
1 1 1 1 2
2.
Planbeschrijving
3
2.1. 2.2. 2.3
Bestaande situatie Ruimtelijke ontwikkeling Juridische toelichting
3 3 5
3.
Beleidskader
7
3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie
7 7 12 14
4.
Archeologie en cultuurhistorie
15
4.1. 4.2
Archeologische waarden Cultuurhistorie
15 17
5.
Natuur
18
5.1. 5.2. 5.3.
Kader Onderzoek Conclusie
18 19 19
6.
Water
20
6.1. 6.2. 6.3.
Kader Onderzoek Conclusie
20 23 25
7.
Milieuaspecten
26
7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5. 7.6. 7.7. 7.8 7.9.
Akoestische aspecten Luchtkwaliteit Verkeer en parkeren Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid M.e.r-beoordeling Overige belemmeringen Planologisch relevante kabels en leidingen
26 27 28 29 29 30 32 32 35
7.10. Duurzaamheid
35
8.
Uitvoerbaarheid
36
8.1. 8.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
36 36
9.
Procedure
37
9.1 9.2 9.3
Voorbereidingsfase Ontwerpfase Vaststellingsfase
37 37 37
• • • • • • • •
Bijlage 1: Verkennend en aanvullend bodemonderzoek veilingweg 62 en 64, Grondslag BV, 20 oktober 2016 Bijlage 2: Notitie stikstofdepositie woningbouw Lansingerland, DCMR, 6 december 2019 Bijlage 3: Flora- en faunaonderzoek Berkel en Rodenrijs, ABO Milieuconsult, 22 april 2020 Bijlage 4: Verkennend milieukundig water- en (asbest) bodemonderzoek aan de Will van Kralingensingel 89 te Berkel en Rodenrijs, VanderHelm Milieubeheer B.V., 24 april 2020 Bijlage 5: Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk - Will van Kralingensingel 89”, KuiperCompagnons, 11 mei 2020 Bijlage 6: Watersleutel Will van Kralingensingel 89, 2 woningen, Hoogheemraadschap van Delfland, 24 augustus 2020 Bijlage 7: Nota overleg bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89”, gemeente Lansingerland, 26 januari 2021 Bijlage 8: M.e.r.-beoordelingsbesluit Will van Kralingensingel 89, Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, 26 januari 2021
Procedureoverzicht datum document Voorontwerp 11 mei 2020 Vooroverleg 2 juni t/m 17 juli 2020 Ontwerp 26 januari 2021 Terinzagelegging 4 februari 2021 t/m 17 maart 2021 Vaststelling 3 juni 2021
Projectleider gemeente: Projectleider KuiperCompagnons:
Dhr. Reint Honders Mevr. Wanne Verweij
Opmerkingen
Afbeelding 1.1: Globale ligging plangebied in groter verband (bron kaartbeeld: Google Maps)
Afbeelding 1.2: Ligging plangebied ingezoomd (bron luchtfoto: Google Earth)
1
1.
Inleiding
1.1.
Aanleiding en doel van het plan De gemeente Lansingerland wil in ‘deelplan 7’ van de wijk Westpolder/Bolwerk in Berkel en Rodenrijs meewerken aan de bouw van twee woningen op een particulier perceel met de bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’ en een woning op een uit te werken woonbestemming. De bestaande woning heeft het adres Will van Kralingensingel 89.
1.2.
Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” bestaat uit bestemmingen en regels. De bestemmingen zijn opgenomen in een verbeelding. Hierbij zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. In de toelichting worden de keuzes die zijn gemaakt bij het opstellen van de verbeelding en de regels verantwoord en verduidelijkt. Vervolgens wordt hierin de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond.
1.3.
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied wordt globaal begrensd door: • het (onherroepelijke) uitwerkings- en wijzigingsplan “Westpolder/Bolwerk 2012, deelplan 7, fase 3”; • het uitwerkingsgebied van bestemmingplan “Westpolder/Bolwerk 2012”; In afbeelding 1.1 en 1.2 is de globale ligging van het plangebied aangegeven.
1.4.
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk 2012” Het bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk 2012” is door de gemeenteraad van Lansingerland vastgesteld op 28 maart 2013. Een uitsnede van de verbeelding is weergeven in afbeelding 1.3. Het vigerende bestemmingsplan staat de bouw van twee nieuwe woningen op het voorliggende perceel (met bestemming ‘Wonen’) niet toe. Dit deel is in afbeelding 1.3 in paars aangeduid met een “1”. Hiertoe dient een nieuw bestemmingplan te worden opgesteld om de voorgenomen ontwikkeling juridischplanologisch mogelijk te maken. De nieuw te bouwen woning op de uit te werken woonbestemming is tevens onderdeel van dit bestemmingsplan. Dit deel is in afbeelding 1.3 in blauw aangeduid met een “2”. Er worden dus drie nieuwe woningen met dit bestemmingplan mogelijk gemaakt.
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
2
Afbeelding 1.3.: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Westpolder/Bolwerk 2012’ met de globale ligging van het plangebied
1.5.
Leeswijzer De toelichting op het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de beoogde ontwikkeling en er wordt ingegaan op de bestaande situatie. Ook wordt de wijze van bestemmen nader toegelicht. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het beleidskader. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten ‘Archeologie en cultuurhistorie’, ‘Natuur’ en ‘Water’. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op diverse sectorale milieuaspecten. Hoofdstuk 8 gaat in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan. In hoofdstuk 9 tot slot wordt de planprocedure beschreven.
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
3
2.
Planbeschrijving
2.1.
Bestaande situatie Het plangebied maakt deel uit van de nieuwbouwwijk Westpolder/Bolwerk, waarvan het oostelijke deel grotendeels gerealiseerd is en het westelijk deel de komende jaren (verder) ontwikkeld zal worden. Voordat gestart werd met de ontwikkeling van de wijk Westpolder/Bolwerk was de polder grotendeels in gebruik voor agrarische activiteiten. In het kader van de VINEX-taakstelling is in 2001 gestart met bouwen. De laatste woningen worden naar verwachting in 2025 opgeleverd. Het plangebied is aan de noordoostzijde van deelplan 7 gelegen. Het plangebied bestaat momenteel uit een braakliggend stuk grond en uit een bestaande woonkavel met een woning (zie afbeelding 1.2).
2.2.
Ruimtelijke ontwikkeling Op het braakliggende stuk grond aan de Will van Kralingensingel wordt een woning gebouwd. Tevens wordt op de bestaande woonkavel twee nieuwe woningen toegevoegd. Deze worden hieronder apart behandeld. Vrije kavel Will van Kralingensingel Op de uit te werken woonbestemming aan de Will van Kralingensingel wordt een nieuwe woning gebouwd. Voor deze woning zijn ruimtelijke randvoorwaarden opgenomen. In de ruimtelijke randvoorwaarden is de gewenste beeldkwaliteit voor de inrichting en de architectuur van de vrije kavel aan de singel in deelplan 7 beschreven. Dit document is opgenomen in de bijlagen van de regels.
Afbeelding 2.2 Kavelpaspoort vrije kavel Will van Kralingensingel
De vrije kavel ligt in de noordoosthoek van deelplan 7, enerzijds aan de singel en anderzijds grenzend aan de groene rand van het Bolwerk. Parallel aan de singel loopt de ontsluiting van het gebied. De kavel ligt op een belangrijke zichtlocatie, in de bocht van de singel. De kavel ligt hierdoor in de zichtlijn in beide richtingen van de ontsluitingsweg. Aan de singel vormt de kavel onderdeel van de bebouwingswand aan het water. De bebouwing aan de singel bestaat uit voornamelijk langere blokken van 5 tot 9 woningen die het water begeleiden. Op Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
4
enkele belangrijke zichtpunten zijn verbijzonderingen in de bebouwing toegevoegd door een hoge schoorsteen, gevelaccent, erker, zijraam of entree. De uit te geven kavel ligt zoals bovenstaand beschreven op een bijzonder punt aan de singel en vraagt ook om een verbijzondering. Ten noordoosten van de vrije kavel ligt een particuliere kavel met een bestaande woning aan de rand van het gebied. Aan de noordkant van deze woning ligt een waterpartij. Deze particuliere kavel heeft een groene uitstraling door een aantal grote bomen en struiken rondom de woning. Op de kavel mogen onder voorwaarden twee extra woningen gerealiseerd worden van 1 laag met kap. In dit bestemmingsplan is ook hier invulling aan gegeven. Particuliere kavel Het perceel is gelegen aan de noordoostelijke rand van deelplan 7 van Westpolder/Bolwerk ten zuiden van het fietspad dat deelplan 7 met het oostelijk van de Randstadrail gelegen deel van de wijk verbindt. Het fietspad wordt van de woning gescheiden door een watergang. Het bestaande perceel bestaat uit een groot oppervlak. Deze woning heeft een landschappelijke groene context en ligt iets terug van het water. Achter de woning wordt de nieuwbouw van deelplan 7 gebouwd. Deze bebouwing past bij de rest van de woonwijk en bestaat uit twee lagen met een kap. Dit onttrekt zich dus van de landelijke context waar de bestaande woning in gesitueerd is.
Om deze landelijke context te versterken en meer gewicht te geven is de gemeente bereid om medewerking te verlenen aan het toevoegen van twee kleine woningen passend binnen de landschappelijke context (zie afbeelding 2.3). Hierdoor wordt het perceel verkaveld, waardoor het groen diverser wordt en de twee woningen zo worden gesitueerd dat ze landschappelijk gezien de bestaande woning inkaderen en het water meer beleefbaar maken. Als ensemble zullen de twee nieuwe woningen en de bestaande woning zich onttrekken van de nieuwe woonwijk en daarmee een belangrijk element vormen in de verscheidenheid van de wijk. Door het ensemble te vergroten en het groen te versterken in relatie tot het water ontstaat een sterker geheel dat een interessante entiteit in de structuur van Westpolder/Bolwerk vormt. Daarmee wordt het beter beleefbaar vanaf het openbaar gebied dat gevormd wordt door het fietspad dat onder het spoor doorloopt en waarop de voorkant van de nieuwe woningen zich richten. Ook vanaf deelplan 6 wordt het groen in combinatie met de twee kleine woningen en de daartussen in het groen gelegen bestaande woning een beter beleefbaar geheel.
Afbeelding 2.3 Nieuwe situatie van de particuliere kavel
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
5
2.3
Juridische toelichting Inleiding Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorliggend plan zijn opgebouwd. Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: • Inleidende regels (hoofdstuk 1) • Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) • Algemene regels (hoofdstuk 3) • Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna volgt een toelichting per artikel.
Tuin De bestemming ‘Tuin’ is opgenomen voor gronden gelegen aan de voorzijde en (deels) aan de zijgevel van de woningen, alsmede aan de noordwestelijke particuliere kavel. Het bij de woning aangegeven perceelsgedeelte met deze bestemming dient zo veel mogelijk onbebouwd en onoverdekt te blijven. Op deze gronden zijn slechts andere bouwwerken met een beperkte hoogte toegestaan. Water De bestemming ´Water´ is opgenomen voor de watergangen en ander oppervlaktewater in het plangebied. De handhaving van deze watergangen is om waterstaatkundige redenen van belang. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden opgericht, anders dan ten behoeve van de bestemming. Wonen De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen voor de geprojecteerde woningen in het plangebied. De woningen mogen alleen worden gebouwd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. De maximale goot- en bouwhoogten zijn aangeduid op de verbeelding. Perceelsindeling De woonpercelen zijn op de verbeelding verdeeld in meerdere zones: • het bouwvak; binnen dit gedeelte dient het hoofdgebouw (de woning) te worden opgericht; • de “voortuin” en soms de “zijtuin”; opgenomen in een afzonderlijke bestemming ‘Tuin’. • de ‘’achtertuin’’, opgenomen binnen de bestemming ‘Wonen’. Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
6
Waterstaat – Waterkering De dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ is opgenomen voor de aanwezige waterkering. Er mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 1 meter. De twee nieuw te bouwen woningen liggen binnen deze dubbelbestemming over het noordelijke deel van het perceel. Bij de bouw van de woningen zal daarom rekening gehouden moeten worden met de belangen van de waterkering en is een vergunning van de waterbeheerder vereist. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven, zoals de anti-dubbeltelregel. Ook worden algemene bouw- en gebruiksregels gegeven. Daarnaast worden enkele algemene afwijkings- en wijzigingsregels gegeven die de flexibiliteit van het plan vergroten. Ook worden algemene procedurerels gegeven. Om te borgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Tevens is de aanduiding ‘Vrijwaringszone - luchtvaartvoorziening 30m NAP en 40m NAP’ opgenomen. Hier is het oprichten van bouwwerken waarvan blijkt dat het bouwwerk hoger is dan de door middel van het toetsingsvlak aangeduide oplopende bouwhoogte niet toegestaan.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. Verbeelding De analoge verbeelding van de geometrische plaatsbepalingen kent een schaal van 1:1.000 en bestaat uit één kaartblad. Voor het intekenen van de bestemmingen is een topografische ondergrond gebruikt. Met lijnen, coderingen en arceringen is aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Tevens maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen.
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
7
3.
Beleidskader
3.1.
Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het Rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concen-treert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. De bouw van de wijk Westpolder/Bolwerk is al vastgelegd in de Vierde Nota op de Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex). Dit bestemmingsplan betreft slechts een klein gedeelte van de wijk Westpolder/Bolwerk. In het Rijksbeleid (SVIR en Barro) worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op 20 juni 2019 is het ontwerp voor de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) verschenen. In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen.
Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
3.2.
Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
8
naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. • Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
9
Afbeelding 3.1: Ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland
Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid).
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
10
De Omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als ‘Rivierendeltacomplex – jonge zeeklei’.
Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoetzoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Voorgenomen ontwikkeling sluit hierop aan. In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is voor het plangebied aanduiding ‘Droogmakerijen (veen)’ opgenomen. Richtpunten hiervoor zijn: • Bewaren verkavelingspatroon. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. • Behoud van maat en weidsheid van de poldereenheden. Eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Dit bestemmingsplan is onderdeel van een groter plan. Delen van dit groter plan zijn al in ontwikkeling. Voorliggend plan sluit hierbij op aan. In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied deels aangeduid als ‘Stads- en dorpsranden’. Relevante richtpunt voor voorgenomen ontwikkelingen is; ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). De hoogte van de toekomstige bebouwing is gezien de ligging en aansluiting op de bestaande hoogte in de omgeving legitiem. De woningen worden ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur. Hiermee wordt aangesloten bij de richtpunten. In de laag van de beleving is voor het plangebied geen aanduiding opgenomen. Ad.
4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn voor het plangebied de relevante opgaven uiteengezet.
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
11
Landschap en cultuurhistorie Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving. Gezondheid en veiligheid Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. Ruimte en verstedelijking Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. Wonen Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving. De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 7 verder uiteengezet en afgewogen. Voorgenomen ontwikkelingen dragen bij aan de provinciale opgaven. Programma Ruimte provincie Zuid-Holland Het programma Ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het programma Ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie.
Op basis van het programma dient voor plannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling een toelichting op de ladder voor duurzame verstedelijking worden gegeven. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt hieronder aandacht besteed. Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling Op 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Indien een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de Laddertoets zich niet richt op de toelichting bij het moederplan, maar op de toelichting bij het wijzigings- of uitwerkingsplan. Voor toetsing aan ‘De nieuwe ladder voor stedelijke ontwikkeling’ geldt dat er sprake moet zijn van een stedelijke ontwikkeling. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
12
vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. Het voorliggende plan maakt de realisatie van 3 nieuwe woningen mogelijk. Deze ontwikkeling wordt niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling waardoor ladderonderzoek niet benodigd is. 3.3.
Gemeentelijk beleid Structuurvisie Lansingerland Op 18 februari 2010 is de Structuurvisie Lansingerland vastgesteld door de gemeenteraad van Lansingerland. Lansingerland wil 'aantrekkelijk wonen, werken, recreëren en leven' sturen met een eigen visie. Binnen de gemeente staat een groot aantal ontwikkelingen op stapel wat betreft woningbouw, bedrijventerreinen en maatschappelijke voorzieningen. Om deze en andere ruimtelijke ontwikkelingen en ruimtelijk beleid te verankeren, heeft de gemeente een structuurvisie opgesteld, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De gemeente voldoet hiermee aan de verplichting uit de Wro om voor haar grondgebied een structuurvisie op te stellen. De koers voor de gemeente Lansingerland is: aantrekkelijk suburbaan wonen; leefbaar, zorgzaam en met eigen identiteit; ontspannen groene en recreatieve gemeente; een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en het verder ontwikkelen van de greenport. Duurzaamheid en een goede ontsluitingsstructuur zijn daarbij randvoorwaarden.
Afbeelding 3.2: uitsnede structuurvisie Lansingerland (het plangebied is zwart omcirkeld).
De nieuwbouwwijk Westpolder/Bolwerk is aangeduid als ‘nieuw stedelijk gebied’ (zie afbeelding 3.2). De voorgenomen ontwikkeling past binnen deze aanduiding. Er gelden verder geen specifieke uitgangspunten uit de gemeentelijke structuurvisie. Toekomstvisie Lansingerland op weg naar 2040 In de Toekomstvisie Lansingerland heeft de gemeente haar doelstellingen voor de periode tot 2040 geformuleerd. Deze visie dient als kader voor de gemeentelijke structuurvisie. De gemeente Lansingerland wil in 2040 het volgende hebben bereikt: Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
13
• • • • • • • • • •
De woningvoorraad sluit aan op de bevolkingssamenstelling; Het woningaanbod is voldoende gedifferentieerd; Er zijn veel levensloopbestendige woningen; Werken en wonen zijn beter gemengd door invoer van de bestemming 'werken'; Na 2020 is de bebouwde kom niet verder uitgebreid; Vanaf 2020 vindt herstructurering van oudere woonwijken plaats; Duurzaamheid in de woonwijken is verbeterd; Leefbaarheid in de wijken is verbeterd door meer onbestemd en openbaar (gebruiken)groen; Veiligheid in de woonwijken is gewaarborgd en waar nodig verbeterd; Lokale voorzieningen zijn uitgebreid.
Het wensbeeld is dat Lansingerland uitgroeit tot een suburbane gemeente met een meervoudige functionaliteit wonen, werken en recreëren. Ondanks de sterke groei en de veranderende bevolkingssamenstelling onderscheidt Lansingerland zich als groenstedelijke gemeente van de stedelijke omgeving. Dit onderscheid ontstaat door de ruimtelijke structuur, de karakteristieke kernen, het rijke verenigingsleven en moderne en ruim opgezette woonwijken in een groene omgeving. Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek zullen naar elkaar groeien en een dubbelkern vormen.
Afbeelding 3.3 toekomstvisie Lansingerland en plangebied (zwarte cirkel) Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
14
Het plangebied is aangeduid als “woningbouw 2020”. De voorgenomen ontwikkeling geeft hier invulling aan. Masterplan Westpolder/Bolwerk In 2000 is voor het totale woongebied het 'Masterplan Westpolder/Bolwerk' vastgesteld. Dit bestaat uit een stedenbouwkundige visie en een kwaliteitsinstrumentarium. Het hoofdthema is het dorps bouwen. Dorps bouwen is gebaseerd op een aantal pijlers: • zo veel mogelijk een gemengd programma; • een zo goed mogelijke integratie met het buitengebied; • een directe aansluiting op de landschappelijke karakteristiek van het gebied; • individualisering van het bouwen; • gebruik van mogelijkheden van duurzaam bouwen; • in een stratenpatroon dat aansluit bij de dorpse karakteristiek. Daarnaast zijn de volgende aspecten belangrijke hoofdthema’s voor de ruimtelijke invulling van het plangebied: • een zodanige ontsluitingsstructuur dat niet alleen het geplande woongebied goed ontsloten wordt, maar ook de bestaande verkeersstructuur langs de linten zo goed mogelijk ontlast wordt; • een optimale inbedding van de Randstadrailhalte Berkel Westpolder, zodat de gebruiksmogelijkheden ervan optimaal benut worden. Voor de inrichting van het plangebied is het beleid gericht op het creëren van een woongebied met een karakteristiek welke aansluit bij de dorpse karakteristiek van Berkel en Rodenrijs.
Uitgangspunt daarbij is het scheppen van een woongebied met deelgebieden waarin sprake is van een grote mate van herkenbaarheid en gebondenheid aan de eigen woonsituatie. Het voorliggende plan maakt de realisatie van maximaal drie nieuwe woningen mogelijk. De aard en opzet sluiten aan bij de dorpse karakteristiek van Berkel en Rodenrijs en bij de overige bebouwing in deelgebied 7 van ‘Westpolder/Bolwerk’. 3.4.
Conclusie In dit plan wordt de bouw van drie nieuwe woningen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling van deze woningen is niet in strijd met Rijks-, provinciaal- en/of gemeentelijk beleid.
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
15
4.
Archeologie en cultuurhistorie
4.1.
Archeologische waarden Erfgoedwet In de Erfgoedwet uit 2016 is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 of 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2021. Het gaat daarbij om de volgende zaken: - Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten - Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie - Bescherming van stads- en dorpsgezichten Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland hanteert het beleidsinstrument “Cultuurhistorische Hoofdstructuur ZuidHolland (CHS)”. In de CHS heeft de provincie bestaande en mogelijk te verwachten archeologische waarden in beeld gebracht. In het bijbehorende “Beleidskader Cultuurhistorische Hoofdstructuur ZuidHolland” zijn per waarderingscategorie algemene beleidsuitgangspunten geformuleerd. De waardering zoals vastgelegd in de cultuurhistorische hoofdstructuur geldt als uitgangspunt van beleid.
Archeologische beleidsadvieskaart Op 7 maart 2017 is de geactualiseerde Beleidsnota Archeologie Lansingerland in werking getreden. De gemeente beschikt al sinds maart 2013 over een vastgesteld archeologisch beleid. Daarmee heeft de gemeente Lansingerland op doeltreffende wijze invulling gegeven aan haar archeologische taak en de daarbij horende verantwoordelijkheden. Dit beleid is op enkele punten herzien. Vooral wat betreft de archeologische beleidskaart was deregulering mogelijk. Teveel gebieden hadden een hoge archeologische verwachting, terwijl uit archeologisch onderzoek bleek dat deze verwachting naar laag of afwezig kon worden bijgesteld. Op basis van deze geactualiseerde nota kan worden bepaald wat de verwachtingswaarde van een bepaald gebied is.
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
16
Afbeelding 4.1.: Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart gemeente Lansingerland (versie d.d. 07-03-2017), waarbij het plangebied globaal is aangegeven.
Onderzoek Uit de archeologische beleidskaart van de gemeente Lansingerland blijkt dat het plangebied in een zone ligt die, in de geactualiseerde kaart, in zone IV. Ter plaatse van zone IV is – zonder het uitvoeren van een archeologisch onderzoek – een maximale verstoring van 500 m2 en 0,3 m – MV toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling overschrijdt deze grens niet. De drie nieuwe woningen (met bijgebouwen) hebben een gezamenlijk grondoppervlak van maximaal 317 m2. Archeologisch onderzoek is niet nodig. Daarnaast is ter voorbereiding van het vigerende bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk 2012” is door Vestigia voor het gehele gebied van deelplan 7 een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dat onderzoek is beschreven in het rapport ‘Woningbouwlocatie Westpolder Bolwerk deelplan 7 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland’ (december 2012). De conclusie uit dat onderzoek is dat er geen archeologische indicatoren aangetroffen zijn in deelplan 7. Het uitvoeren van een nader archeologisch onderzoek wordt ook daarom niet nodig geacht. Bij ‘toevalsvondsten’ tijdens de werkzaamheden dient op basis van de Erfgoedwet het BOOR (Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam) geïnformeerd te worden. Conclusie Vanuit archeologisch oogpunt zijn er geen bezwaren voor de voortzetting van het plan.
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
17
4.2
Cultuurhistorie Nota Cultuurhistorie Plus - Lansingerland De gemeente Lansingerland heeft de ambitie om uit te groeien tot een aantrekkelijke parkstad waarin het goed wonen, werken en recreëren is. Om die ambitie te verwezenlijken voert de gemeente een uitgesproken ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Als onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is de Nota Cultuurhistorie Plus (vastgesteld d.d. 26 april 2012) opgesteld. Waar mogelijk moeten de uitgangspunten uit de Nota worden vertaald in een juridische regeling in het bestemmingsplan. Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland hanteert het beleidsinstrument “Cultuurhistorische Hoofdstructuur ZuidHolland (CHS)”. In de CHS heeft de provincie bestaande en mogelijk te verwachten archeologische waarden in beeld gebracht. In het bijbehorende “Beleidskader Cultuurhistorische Hoofdstructuur ZuidHolland” zijn per waarderingscategorie algemene beleidsuitgangspunten geformuleerd. De waardering zoals vastgelegd in de cultuurhistorische hoofdstructuur geldt als uitgangspunt van beleid. Onderzoek en conclusie In de Nota Cultuurhistorie Plus is Westpolder/Bolwerk aangeduid als “woongebied na 1985” en is het aangewezen als ‘’Ontwikkelingsgebied’’. Bij de ontwikkeling van Westpolder/Bolwerk wordt het benutten van de cultuurhistorische gegevens als mogelijkheid gezien om het beoogde dorpse karakter te versterken.
Hierbij wordt het begrip cultuurhistorie in ruime zin opgevat. Het gaat hier om al die zaken die iets vertellen over de historisch ruimtelijke structuur van het gebied en daardoor een bijdrage leveren aan het gegroeide karakter van het gebied. Het gaat hierbij onder meer om de verkavelings- en ontwateringsstructuur. Deze historische ruimtelijke structuur dient als drager voor de algehele ontwikkeling van de wijk. Binnen het voorliggende plangebied zijn geen concrete waardevolle cultuurhistorische elementen aanwezig. Er is tevens getoetst aan de Cultuurhistorische kaart van de provincie Zuid-Holland. De gronden waarop het plangebied ligt, bestaan uit oude zeeafzettingen met veen. Daarom gelden er vanuit het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen voor dit plan.
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
18
5.
Natuur
5.1.
Kader Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een ‘habitattoets’ dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt.
De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
19
bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN. 5.2.
Onderzoek Soortenbescherming De kans bestaat dat in het plangebied beschermde planten- en / of diersoorten voorkomen. De bescherming van plant- en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. De ontwikkeling voorziet in het dempen van een deel van de watergang en het graven van aanvullend water op het perceel. Ook is het rooien van (een deel van) de groenstructuur noodzakelijk. Een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom nodig. Door ABO Milieuconsult is een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 3. Hieronder zijn de resultaten kort beschreven. Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Mochten ten behoeve van de werkzaamheden bomen worden gekapt, dan zijn deze niet beschermd in de Wet natuurbescherming omdat minder dan een oppervlakte van 1.000 m 2 wordt gekapt. Er is vergunningplicht bij bomen met een stamomtrek van minimaal 45 centimeter op 1,3 meter hoogte van het maaiveld. In gevalt van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam die is weergegeven op de “Groene kaart: (gemeente Lansingerland). De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing.
Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in of binnen de invloedssfeer (straal van 3 km) van een Natura 2000-gebied of van een ander natuurgebied dat onder de bescherming van de Wet natuurbescherming valt. Daarnaast maakt het plangebied geen onderdeel uit van een Nationaal Landschap en/of het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Stikstof De locatie is op ruime afstand (meer dan 14 kilometer) van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden gelegen. Door de uitspraak van de Raad van State van eind mei 2019 is het nu echter voor ieder project nodig uit te sluiten dat negatieve effecten, als gevolg van onder andere stikstofdepositie, optreden. De DCMR heeft voor een aantal locaties aan de rand van de gemeente Lansingerland berekend met een AERIUS-berekening hoeveel woningen minimaal gerealiseerd kunnen worden zonder dat de depositie op Natura 2000-gebieden groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit is opgenomen in notitie Stikstofdepositie woningbouw Lansingerland die als bijlage 2 is opgenomen. De conclusie daaruit is dat, uitgaande van een ‘worst-case’ scenario voor de bouw van woningen, er binnen de gemeentegrenzen van Lansingerland te allen tijde 45 woningen kunnen worden gerealiseerd zonder dat dit een depositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden veroorzaakt.
De drie toe te voegen woningen vallen dus binnen het minimaal te realiseren aantal woningen dat gerealiseerd kan worden zonder dat de depositie op Natura 2000-gebieden groter is dan 0,00 mol/ha/jaar.
5.3.
Conclusie Vanuit het aspect flora en fauna gelden geen belemmeringen voor dit plan. Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
20
6.
Water
6.1.
Kader Er is een groot aantal beleidsstukken dat betrekking heeft op de waterhuishouding. Hieronder wordt één en ander uiteengezet. Europees en Rijksbeleid Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP is op 10 december 2015 door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken vastgesteld. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofd- watersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS).
Waterwet In de Waterwet zijn acht oude waterwetten samengebracht. De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. De waterschappen krijgen een nieuwe bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m 3/jaar. Gemeenten krijgen verdergaande taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater. Nationaal Bestuursakkoord Water (actueel) In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen.
De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en de waterbeheerder samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
21
in het Besluit ruimtelijke ordening en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. In 2008 is het NBW geactualiseerd met als doel de watersystemen in 2015 op orde te krijgen, met name op het gebied van wateroverlast en watertekort. Kaderrichtlijn water De KRW geeft een kader voor de bescherming van de ecologische en chemische kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Zo dienen alle waterlichamen in 2015 een “goede ecologische toestand” (GET) te hebben bereikt en dienen sterk veranderende c.q. kunstmatige wateren in 2015 een “goed ecologisch potentieel” (GEP) te hebben bereikt. De chemische toestand dient in 2015 voor alle wateren (natuurlijk en kunstmatig) goed te zijn. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en instandhouden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Provinciaal beleid Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016-2021 In het Regionaal Waterplan wordt verwezen naar de Visie Ruimte en Mobiliteit, vastgesteld op 7 juli 2014.
Provinciale staten van Zuid-Holland hebben echter op 20 februari 2019 nieuw beleid vastgesteld, namelijk het Omgevingsbeleid. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Het waterbeleid komt op diverse plekken voor in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en Omgevingsverordening Zuid-Holland. In de Omgevingsverordening zijn voor bestemmingsplannen in hoofdstuk 6 instructieregels opgenomen. Hier komen onder andere de Keur, legger en peilbesluit aan bod. Verder wordt in het Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021 verwezen naar de Voortgangsnota KRW en het Provinciaal Waterplan 2010 2015. Voortgangsnota KRW In de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2016-2021, vastgesteld op 14 oktober 2015, zijn de doelen en maatregelen voor waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater vastgelegd. Deze nota fungeert als een regionaal waterplan conform de Waterwet, voor het thema waterkwaliteit. Provinciaal Waterplan 2010 - 2015 Een aantal onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 – 2015 blijft ongewijzigd van kracht. Dit heeft betrekking op een onderdeel van waterveiligheid, water en natuur en vismigratie. Waterbeheerder en gemeentelijk beleid Waterbeheerplan Hoogheemraadschap van Delfland 2016 - 2021 Op 19 november 2015 is het Waterbeheerplan 2016 - 2021 vastgesteld.
In het Waterbeheer-plan heeft het Hoogheemraadschap van Delfland zijn strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren beschreven. Het is de leidraad voor het handelen van het Hoogheemraadschap in de planperiode 2016-2021. Het waterbeheerplan is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering van het waterbeheerplan staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop; de waterveiligheid, het waterbeheer, de waterkwaliteit en het zuiveren van afvalwater. Delfland zal hierbij nadrukkelijk kijken naar een Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
22
doelmatige uitvoering daarvan waarbij ambities, kosten en het tempo op een evenwichtig manier zijn afgewogen. Handreiking watertoets Delfland heeft een Handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet. De handreiking bestaat uit een procesdeel en een inhoudelijk deel. In het procesdeel wordt ingegaan op het watertoetsproces voor elk van de volgende ruimtelijke planvormen: stedenbouwkundige plan; structuurvisie; bestemmingsplan; beheersverordening; omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing; en tot slot de nieuwe planfiguren van de Crisis- en herstelwet, zoals het projectuitvoeringsbesluit. Het inhoudelijk deel bevat de vertaling van het actuele beleid van Delfland in ruimtelijke zin. Standstill-beginsel Conform het standstill-beginsel mag de kans op wateroverlast niet toenemen als gevolg van het ruimtelijk plan. De initiatiefnemer moet ervoor zorgen, dat de negatieve gevolgen van het ruimtelijk plan worden gecompenseerd.
Compensatie moet worden gerealiseerd door middel van bergen óf in het onderdeel van de trits vasthouden-bergen-afvoeren, waarin de verslechtering optreedt. Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, of de vasthoudcapaciteit van een gebied op andere manieren wordt verkleind, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater, doordat water niet langer in de bodem kan infiltreren maar oppervlakkig of via (hemelwater)riolering wordt afgevoerd. Dit kan leiden tot wateroverlast, en past dus niet binnen het standstill-beginsel, tenzij ter compensatie extra waterberging wordt gerealiseerd. Waterplan Lansingerland Op 29 april 2010 is het visiedeel van het Waterplan vastgesteld. Het doel van het Waterplan is het maken van afspraken, waarmee een robuust, veilig en duurzaam watersysteem gerealiseerd kan worden. Dit watersysteem moet voldoen aan landelijke en Europese normen en moet gebaseerd zijn op een gezamenlijke visie van gemeente en hoogheemraadschappen. Onderdelen hiervan zijn: • een samenhangende beschouwing van de ambities, ruimtelijke ontwikkelingen en (water)problemen; • een integrale (ruimtelijke) visie op het grondwater, oppervlaktewater en de riolering; • een concreet maatregelenpakket voor de realisatie van maatregelen.
De doelgroep van het stedelijk Waterplan bestaat uit bestuurders (van de gemeente en de hoogheemraadschappen), bewoners, beleidsmakers en beheerders. Het Waterplan heeft geen wettelijke status, maar fungeert als koepelplan en integraal kader voor afspraken over water maatregelen tussen gemeente en hoogheemraadschappen. Voor de periode 2016 – 2017 is gezamenlijk een uitvoeringsprogramma vastgesteld. Gemeentelijk rioleringsplan 2015-2020 In het vigerende Gemeentelijk Rioleringsplan staat beschreven hoe de gemeente omgaat met afvalwater, hemelwater en grondwater. De ambities voor de huidige planperiode concentreren zich met name op het in stand houden van het systeem, het vernieuwen van de basisrioleringsplannen (BRP’s) en het uitbouwen van kennis over het functioneren van het systeem door meten en monitoren. Ook wordt de samenwerking en afstemming binnen de (afval)waterketen tussen Lansingerland, de twee hoogheemraadschappen en andere gemeenten in de regio voortgezet en versterkt.
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
23
Waar in de voorgaande planperiode de focus lag op maatregelen ter verbetering van het rioolstelsel zullen in deze planperiode nieuwe inzichten worden vergaard waar vervolgens weer nieuwe maatregelen uit zullen volgen. Verder hechten de gemeente belang aan het duurzaam verwerken van hemelwater, zoals het scheiden van schone en vuile waterstromen (daar waar kansen zijn) en het op locatie vasthouden/verwerken van hemelwater. Maar wel vanuit een realistisch oogpunt, waarbij ook de kosten die het met zich mee brengt worden meegewogen. 6.2.
Onderzoek Plangebied en ontwikkeling Onderhavig plan betreft de ontwikkeling van maximaal 3 nieuwe woningen. De ontwikkeling van de zuidwestelijke woning maakt onderdeel uit van de nieuwbouwwijk Westpolder/Bolwerk, gelegen binnen het watersysteem van de Westpolder, de polder Het Oude Land en de Nieuwe Rodenrijse Droogmakerij, deel uitmakend van de Polder Berkel. Het waterpeil is hier 3,27 m - NAP. Voor dit systeem wordt gestreefd naar een ‘integraal waterbeheer’. Dit betekent dat het systeem zoveel mogelijk gesloten moet zijn. In samenspraak met het hoogheemraadschap is een waterplan opgesteld voor Westpolder, Rodenrijs en Oudeland. De ontwikkeling van de twee noordelijk gelegen woningen ligt binnen een apart peilgebied (peil NAP 3,77 m) tussen de twee gebieden Bolwerk (NAP -3,27 m) en Westpolder (NAP -5,20 m en lager). Waterkwantiteit Voor de zuidwestelijke woning, die deel uitmaakt van de nieuwbouwwijk Westpolder/Bolwerk, is een nieuw watersysteem ontworpen en is c.q. wordt dit aangelegd; grotendeels in overeenstemming met het waterplan. Voor deelplan 7, waarbinnen deze woning ligt, is er zelfs een klein overschot van 4 m 2 aan oppervlaktewater. Binnen het aparte peilgebied, waarin twee woningen worden ontwikkeld, is in de huidige situatie één bestaande woning en een watergang van circa 783 m 2 aanwezig. Daarvan zal circa 217 m 2 gedempt en elders ook weer gegraven worden.
Door de ontwikkeling van twee woningen neemt de verharding in het gebied toe met circa 230 m2. Op grond van de watersleutel van het hoogheemraadschap van Delfland, die als bijlage 6 bij de toelichting wordt gevoegd, betekent dat dat er 101 m 2 of 46,8 m3 water gecompenseerd moet worden. Met het hoogheemraadschap is overeengekomen om dit te compenseren door het vergroten van de maatgevende peilstijging van toepassing op de 783 m 2 oppervlaktewater. Praktisch kan dit op verschillende manieren uitgewerkt worden. Een automatische of slimme stuw zijn dynamische kunstwerken die wanneer dat nodig is voor meer waterberging zorgen bovenop het streefpeil van NAP -3,77 m. Een voorbeeld van een statisch kunstwerk is een knijpconstructie welke een altijd een vast debiet doorlaat. Bij normaal weer zorgt dit voor handhaving van het streefpeil en bij piekneerslag zal door de beperkte aflaat waterberging plaatsvinden. Voorwaarde voor het verhogen van de maatgevende peilstijging is een voldoende hoog maaiveld en een voldoende hoge polderkade. Het maaiveld bij de nieuwe woningen wordt verhoogd met minimaal 0,3 m van NAP 2,60 naar -2,30 m en de polderkade aan de noordkant van het plangebied dient verhoogd te worden tot minimaal NAP -2,77 m. Deze hoogte komt voort uit het hoogst aangrenzende waterpeil van NAP -3,27 m plus 0,50 m.
Bij aanleg wordt daarop een 0,1 m tot 0,2 m overhoogte aangebracht om te anticiperen op toekomstige bodemdaling. Zolang de polderkade nog niet op hoogte is, kan als tijdelijke oplossing 101 m2 oppervlaktewater gerealiseerd worden bij voorkeur binnen hetzelfde peilgebied of anders binnen dezelfde polder of bemalingsgebied. Bijvoorbeeld de percelen Bkl01 B 11022 en/of Bkl01 B 11023 aan de Molenweg te Berkel en Rodenrijs zijn hiervoor geschikt. Dat zal zo ook in de regels worden opgenomen.
Bestemmingsplan “Westpolder/Bolwerk – Will van Kralingensingel 89” Toelichting Vast te stellen, d.d. 3 juni 2021
24
Veiligheid Het plangebied is deels binnen de beschermingszone van een waterkering gelegen. Voor dit deel is de dubbelbestemming ’Waterstaat – Waterkering’ opgenomen. De twee woningen ten noorden worden deels binnen deze beschermingszone gebouwd. Voor de bouw van deze woningen dient een watervergunning aangevraagd te worden bij het waterschap. Riolering Het plangebied voorziet in een gemeentelijk gescheiden rioleringssysteem (droogweerafvoer (DWA)en hemelwaterafvoer (HWA)-stelsel). Afvalwater zal worden afgevoerd via het DWA-riool. Hemelwater dat op de woningen, de wegen en parkeerverharding valt, wordt via het HWA-stelsel ingezameld en afgevoerd naar het oppervlaktewater. Volksgezondheid Door het afkoppelen van hemelwater van de DWA worden vuilwateroverstorten (in de omgeving) tegengegaan. De risico’s van watergerelateerde ziekten en plagen worden hierdoor geminimaliseerd. Waterkwaliteit Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater, dat wordt afgekoppeld naar het oppervlaktewater, wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen.