CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

I20.25388 Bestemmingsplan vast te stellen (zonder bijlagen)

Commissie Ruimte 12 januari 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Noordeindseweg t.o 117a te Berkel en Rodenrijs (bijlagen in map persoonsgegevens in ibabs)24.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a”

23 november 2020

Vast te stellen

Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a”

VAST TE STELLEN

INHOUD: -

TOELICHTING PLANREGELS VERBEELDING

Identificatiecode: NL.IMRO.1621.BP0196-VAST Werknummer: 619.128.60 Datum: 23 november 2020

KuiperCompagnons

Gemeente Lansingerland Team Omgevingsrecht

Procedureoverzicht datum Concept Voorontwerp Ontwerp Terinzagelegging Vast te stellen

document

8 november 2019 24 maart 2020 10 augustus 2020 24 augustus t/m 4 oktober 2020 23 november 2020

Vaststelling

Projectleider gemeente: Projectleider KuiperCompagnons:

Meryem Tas en Tineke Belder Rogier Begheyn

Opmerkingen

TOELICHTING

Inhoudsopgave van de toelichting 1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en doel van het plan Bij het plan behorende stukken Ligging en begrenzing plangebied Voorgaand bestemmingsplan Leeswijzer

1 1 1 1 3

2

Planbeschrijving

4

2.1 Bestaande situatie 2.2 Ruimtelijke ontwikkelingen 2.2.1 Programma 2.2.2 Ruimtelijke inpassing 2.2.3 Ontsluiting en parkeren 2.3 Juridische aspecten 2.3.1 Inleiding 2.3.2 Bestemmingsmethodiek 2.3.3 Regels 2.3.4 Geometrische plaatsbepaling / verbeelding

4 4 4 7 8 8 8 8 8 10

3

Beleidskader

10

3.1 3.2 3.3 3.4 3.4

Algemeen Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusies

11 11 11 15 20

4

Natuur en landschap

21

4.1 4.2 4.3

Kader Onderzoek Conclusie

21 22 23

5

Water

24

5.1 5.2 5.3.

Kader Onderzoek Conclusie

24 27 35

6

Archeologie en cultuurhistorie

36

6.1 6.2

Archeologie Cultuurhistorie

36 38

7

Milieu

41

7.1 7.2 7.3 7.4

Algemeen M.e.r.-beoordeling Bodemkwaliteit Geluid

41 41 42 43

7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Luchtkwaliteit Milieuzonering Externe veiligheid Overige belemmeringen Duurzaamheid

45 48 49 50 53

8

Uitvoerbaarheid

55

8.1 8.2 8.3

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhavingsaspecten

55 55 55

9

Procedure

57

9.1 9.2 9.3

Voorbereidingsfase Ontwerpfase Vaststellingsfase

57 57 57

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:

Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9:

Flora- en faunaonderzoek Berkel en Rodenrijs - Noordeindseweg tegenover 117a, ABO-Milieuconsult B.V., d.d. 28 oktober 2019 Notitie stikstofdepositie woningbouw Lansingerland, DCMR, d.d. 6 december 2019 Verkennend bodemonderzoek Noordeindseweg tegenover 117a te Berkel en Rodenrijs, ABO-Milieuconsult B.V., d.d. 10 oktober 2019 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bestemmingsplan "t.o. Noordeindseweg 117a", KuiperCompagnons, d.d. 30 september 2019 Alternatieve watercompensatie voor ontwikkeling nabij de Noordeindseweg 117a te Berkel & Rodenrijs Ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder - Inzake het bestemmingsplan "Noordeindseweg t.o. 117a" in Berkel en Rodenrijs, Gemeente Lansingerland, d.d. 17 november 2020 M.e.r.-beoordelingsbesluit bestemmingsplan "Noordeindseweg t.o. 117a", Gemeente Lansingerland, d.d. 10 augustus 2020 Nota vooroverleg en staat van wijzigingen bestemmingsplan "Noordeindseweg t.o. 117a", Gemeente Lansingerland, d.d. 3 augustus 2020 Staat van wijzigingen bestemmingsplan "Noordeindseweg t.o. 117a", Gemeente Lansingerland, d.d. 28 januari 2021

Afbeelding 1.1: globale ligging plangebied in de omgeving (het plangebied is wit omkaderd)

Afbeelding 1.2: globale begrenzing plangebied

1

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel van het plan Op de gronden aan de Noordeindseweg tegenover nummer 117a in Berkel en Rodenrijs bestaat het voornemen om twee woningen te realiseren. Het vigerende bestemmingsplan laat deze ontwikkeling niet toe en om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, dient een nieuw juridisch-planologisch kader te worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” bestaat uit bestemmingen en regels. De bestemming van de gronden is geometrisch bepaald1 door middel van lijnen, coderingen en arceringen. In de bestemmingen zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. In de toelichting worden de keuzes die zijn gemaakt bij het opstellen van de geometrische plaatsbepaling en de regels verantwoord en verduidelijkt. Vervolgens wordt hierin de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond.

1.3

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan het bebouwingslint Noordeindseweg, ten noorden van de kern Berkel en Rodenrijs. Globaal wordt het plangebied begrensd door: Een kassencomplex aan de noordkant; De groenzoom aan de oostkant; een onbebouwd stuk grasland aan de westzijde; de Noordeindseweg met aanliggende woningen aan de zuidzijde. De afbeeldingen 1.1 en 1.2 geven de globale ligging en begrenzing van het plangebied weer.

1.4

Voorgaand bestemmingsplan Met het voorliggende bestemmingsplan worden de vigerende bestemmingsplannen “Lint Noord” en “Groenzoom” gedeeltelijk herzien. In afbeelding 1.3 is weergegeven voor welke gronden welk bestemmingsplan vigeert. In afbeelding 1.4 zijn de vigerende bestemmingsplan weergegeven.

1

Geografische coördinaten volgens het Rijksdriehoekstelsel bepalen de ligging van een bestemming. Met gebruikmaking van de coördinaten kan exact de plaats van een object in een gebied worden bepaald.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

2

Afbeelding 1.3: Overzicht vigerende plannen (blauw is “Lint Noord, paars is “Groenzoom).

Afbeelding 1.4: Overzicht vigerende plannen.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

3

Strijdigheid met het bestemmingsplan “Lint Noord” Voor de gronden waarop de ontwikkeling van de woningen is voorzien, geldt het bestemmingsplan Lint-Noord. Deze gronden kennen de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Gemengd’. Daarnaast kent het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Op basis van deze vigerende bestemmingen is het bouwen van de woningen niet mogelijk. De woningen zijn namelijk in functioneel opzicht niet toegestaan binnen deze bestemmingen en daarnaast zijn deze ook geprojecteerd buiten een bouwvlak. Voorgenomen ontwikkeling is dan ook in zowel functioneel als ruimtelijk opzicht in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Het plan kent met de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsbevoegheid 2’ de mogelijkheid om per 1.000 m2 één woning te realiseren. De begrenzing van de wijzigingsbevoegdheid loopt echter dwars door de kadastrale eigendommen, waardoor geen goede verkaveling plaats kan vinden en maar één woning gebouwd kan worden. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee vrijstaande woningen. Gedeeltelijke wijziging van het bestemmingsplan “Groenzoom” De westelijk gelegen gronden van het plangebied vallen binnen het vigerende bestemmingsplan “Groenzoom”. Deze gronden kennen de enkelbestemmingen ‘Wonen -1’ en ‘Agrarisch – Weide’. Ook op deze gronden ligt een wijzigingsbevoegdheid (‘wetgevingszone – wijzigingsgebied D’).

Op basis van deze wijzigingsbevoegdheid kunnen woningen worden gerealiseerd op basis van het ruimte-voor-ruimte recht. De gemeente heeft aangegeven mee te willen werken aan de voorgenomen ontwikkeling van twee woningen met als voorwaarde dat de wijzigingsbevoegdheid voor de percelen binnen het bestemmingsplan ‘Groenzoom’ vervalt. Om deze reden zijn deze gronden meegenomen, met uitzondering van het kadastrale perceel 7122. In dit deel van het plangebied zijn geen ontwikkelingen voorzien. Voor deze gronden bestaat dan ook geen strijdigheid met het bestemmingsplan maar dient de wijzigingsbevoegdheid te vervallen. Het perceel 7122 kent een andere eigenaar, voor deze gronden blijft de wijzigingsbevoegdheid gehandhaafd. 1.5

Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit negen hoofdstukken. Na deze inleiding is in hoofdstuk twee ingegaan op de ruimtelijke structuur van het plangebied en de omgeving en zijn de ontwikkelingen uiteengezet. In hoofdstuk drie komen de verschillende beleidskaders aan de orde op Rijksniveau, provinciaal en gemeentelijk niveau. In de hoofdstukken vier, vijf en zes wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan natuur en landschap, water en archeologie en cultuurhistorie. In hoofdstuk zeven is verslag gedaan van het onderzoek naar de randvoorwaarden en belemmeringen die gelden vanuit de diverse planologische en milieukundige toetsingskaders. In hoofdstuk zes is de juridische toelichting op het bestemmingsplan gegeven. Hoofdstuk acht gaat in op de uitvoerbaarheid van het plan, dat in een economisch en maatschappelijk facet uiteengelegd wordt. Tevens wordt daarbij ingegaan op het aspect handhaving. Ten slotte wordt de bestemmingsplanprocedure in het laatste hoofdstuk nader toegelicht.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

4

2

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de Noordeindseweg, een oud bebouwingslint met een bijzonder gevarieerde ruimtelijke structuur. Het bebouwingsbeeld van het lint wordt afwisselend bepaald door oude boerderijcomplexen, kassenpercelen en bedrijfsbebouwing met daartussen fragmenten woonbebouwing. Kenmerkend is daarnaast de Noordeindsevaart, die de basis heeft gevormd voor het ontstaan van het huidige bebouwingslint. Het oostelijk deel van het plangebied bestaat in de huidige situatie uit grasland. Het westelijk deel van het plangebied bestaat uit een paardenbak met bijbehorende bebouwing. Een klein deel van het plangebied bestaat uit verharding. De bestaande situatie is weergegeven in afbeelding 1.2.

2.2

Ruimtelijke ontwikkelingen

2.2.1 Programma Het beoogde bouwplan heeft betrekking op de inpassing van twee vrijstaande woningen op het perceel tegenover Noordeindseweg nummer 117a. Om hierin te kunnen voorzien is de sloop van de bestaande bebouwing noodzakelijk. De paardenbak die op het perceel aanwezig is blijft in de toekomstige situatie niet gehandhaafd, en zal verdwijnen. Dit bestemmingsplan biedt het kader waarbinnen de voorgenomen woningen dienen te passen. Voor beide woningen bestaan uitgewerkte bouwplannen. In de afbeeldingen 2.1 en 2.2 is het bouwplan voor de westelijk gelegen woning weergegeven. Op dit perceel is voorzien in de realisatie van één vrijstaande woning. Deze woning kent een ruime afstand tot beide perceelsgrenzen. De woning krijgt een footprint van ongeveer 110 m2 en wordt uitgevoerd in twee verdiepingen waarvan één volledige bouwlaag. De woning wordt afgedekt met een kap. De nokhoogte ligt op circa 8,5 meter. Aan de oostzijde van de woning worden, achter elkaar, twee parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

5

Afbeelding 2.1: Impressie van de westelijk gelegen woning.

Afbeelding 2.2:Voorlopige inrichtingstekening van de westelijk gelegen woning.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

6

In de afbeeldingen 2.3 en 2.4 is het bouwplan voor de oostelijk gelegen woning weergegeven. Ook op het oostelijke perceel is voorzien in de realisatie van één vrijstaande woning. Net als de andere woning is deze woning op ruime afstand tot beide perceelsgrenzen geprojecteerd. Deze woning kent een footprint van ongeveer 70 m2. In tegenstelling tot de andere woning wordt deze woning uitgevoerd in twee volledige bouwlagen. De woning wordt afgedekt met een kap. De nokhoogte ligt op circa 10,7 meter. Ten westen van de woning worden twee parkeerplaatsen naast elkaar gerealiseerd.

Afbeelding 2.3: Impressie van de oostelijk gelegen woning.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

7

Afbeelding 2.4:Voorlopige inrichtingstekening van de oostelijk gelegen woning.

2.2.2 Ruimtelijke inpassing De Noordeindseweg is een bijzonder lint met een eenduidige stedenbouwkundige structuur. Het lint heeft een asymmetrisch karakter en bestaat in de basis uit een dijklichaam met bebouwing aan weerszijden, alsmede een weg en vaart in het midden. De beoogde nieuwe woningen zullen qua maatvoering aansluiten bij de bestaande bebouwing in de omgeving. De nieuwe woningen sluiten daarnaast aan bij de bebouwingstypologie langs de Noordeindseweg, waardoor het bestaande profiel van het lint wordt versterkt.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

8

2.2.3 Ontsluiting en parkeren Ontsluiting De woningen zullen ontsloten worden door de bestaande ontsluitingsweg. De gemiddelde verkeersaantrekkende werking van een woning is circa acht motorvoertuigen per etmaal. De capaciteit van de Noordeindseweg is meer dan voldoende om het beperkte aantal extra verkeersbewegingen (circa 16 per etmaal) op te vangen. Parkeren Parkeren dient volledig op eigen terrein te worden opgelost. In de regels van het bestemmingsplan is vastgelegd dat bij het bouwen op grond van de bestemming moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de geldende gemeentelijke parkeernota. Momenteel is dat de ‘Nota parkeernormen Gemeente Lansingerland’ (2014). Conform deze nota dient voor vrijstaande (koop)woningen buiten de bebouwde kom te worden voorzien in 2,4 parkeerplaatsen. Het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen is dat de parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. In de regels van dit bestemmingsplan is daarom bepaald dat binnen de bestemmingen ‘Wonen’ en/of ‘Tuin’ tenminste 5 parkeerplaatsen gerealiseerd en in stand gehouden dienen te worden. 2.3

Juridische aspecten

2.3.1 Inleiding Voorliggend bestemmingsplan is zoveel mogelijk opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorliggend plan zijn opgebouwd. 2.3.2 Bestemmingsmethodiek Het uitgangspunt van dit bestemmingsplan is het mogelijk maken van twee vrijstaande woningen aan de Noordeindseweg in Berkel en Rodenrijs en het laten vervallen van de wijzigingsbevoegdheid op nabijgelegen percelen. Voor de juridische regeling is het handboek van de gemeente Lansingerland leidend (Modelplanregels gemeente Lansingerland, versie 3.5), aangevuld met specifieke regelingen. Bij de opzet van het plan is gekozen voor eindbestemmingen, gebaseerd op de beoogde situatie. Op basis van de bepalingen van een eindbestemming kan direct een omgevingsvergunning worden afgegeven, indien het bouwplan past binnen de regels die gelden bij de bestemming. 2.3.3 Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: • Inleidende regels (hoofdstuk 1) • Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) • Algemene regels (hoofdstuk 3)

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

9

•

Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4)

Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna volgt een toelichting per artikel. Agrarische – Weide De voor 'Agrarisch - Weide' aangewezen gronden zijn bestemd voor weilanden en/of landbouwgronden en agrarisch landschapsbeheer. Het gaat hier om de voortzetting van de vigerende bestemming uit het bestemmingsplan ‘Groenzoom’. Tuin De gronden aan de voorzijde van de woningen zijn voorzien van de bestemming ‘Tuin’. Binnen de bestemming ‘Tuin’ zijn de gronden onder meer bestemd voor tuinen, parkeervoorzieningen en ondergeschikte voorzieningen. Behoudens erkers, entree- en tochtportalen zijn de bouwmogelijkheden binnen deze bestemming zeer beperkt. Verkeer De gronden die als ontsluiting voor de toekomstige woningen dienen, zijn bestemd als ‘Verkeer’.

Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Water Aan de watergangen in het plangebied is de bestemming “Water” toegekend. Ook binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Wonen-1 De gronden met de bestemming Wonen-1 mogen worden gebruikt voor woningen, aan huis verbonden beroepen, tuinen en erven, parkeervoorzieningen en water. Het maximum aantal te bouwen woningen bedraagt één per bouwvlak. Het bouwen is geregeld door een onderscheid te maken tussen hoofdgebouwen, aan- en bijgebouwen en andere bouwwerken. De hoofdgebouwen moeten worden opgericht binnen het bouwvlak dat op de verbeelding is aangegeven. Leiding – Riool Met deze dubbelbestemming wordt geregeld dat de leiding niet zomaar aangetast kan worden. Zowel leiding als de daarom heen liggende beschermingzone zijn bestemd. In de regels worden beperkingen gesteld ten aanzien van het bouwen, graafwerkzaamheden, e.d.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

10

Waterstaat – Waterkering Deze bestemming is opgenomen voor de gronden die een waterkerende functie hebben. Er is sprake van een zogenoemde dubbelbestemming waarbij de waterkerende functie primair geldt ten opzichte van de andere aangegeven bestemmingen. Op deze gronden is tevens de Keur van de waterbeheerder van toepassing. Ontwikkelingen binnen de bestemming zijn alleen toelaatbaar, als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de waterkering. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven, zoals de anti-dubbeltelregel. Ook worden algemene gebruiksregels gegeven en wordt gesteld dat bestaande bouwwerken, die niet voldoen aan de regels in het plan, als toelaatbaar mogen worden beschouwd. Ook worden enkele algemene afwijkings- en wijzigingsregels gegeven die de flexibiliteit van het plan vergroten. Daarnaast is een voorwaardelijke bepaling opgenomen betreffende parkeren. Indien op grond van de woonbestemming wordt gebouwd, dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het vigerende gemeentelijke parkeerbeleid. Thans is het gemeentelijk parkeerbeleid vastgelegd in de ‘Nota parkeren Gemeente Lansingerland’. Indien de parkeernota in de toekomst herzien wordt, dient getoetst te worden aan het laatste gemeentelijke parkeerbeleid.

Ten slotte is een voorwaardelijke verplichting met betrekking tot water opgenomen. Deze verplichting regelt dat het gebruik van de gronden strijdig is, indien de benodigde waterberging niet is aangelegd én in stand wordt gehouden. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 2.3.4 Geometrische plaatsbepaling / verbeelding Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond (in combinatie met de Basisregistratie Kadaster (BRK)) gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven.

Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar. De gegevens zijn digitaal raadpleegbaar. Via de digitale portal waarop het plan wordt gepubliceerd kan, door te klikken op een bepaalde locatie, de bijbehorende bestemmingsregeling worden opgeroepen.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

11

3

Beleidskader

3.1

Algemeen Voorliggend plan maakt de realisatie van twee woningen mogelijk op de oostelijke gronden in het plangebied. De gemeente heeft ingestemd met deze ontwikkeling op voorwaarde dat de wijzigingsbevoegdheid op de naastgelegen gronden (met uitzondering van perceel 7122) wordt verwijderd. Om deze reden zijn ook de westelijke percelen meegenomen in het plangebied. Hier zijn geen ontwikkelingen voorzien en daarom richt dit hoofdstuk zich alleen op de oostelijke gronden waarop de woningen zijn voorzien.

3.2

Rijksbeleid Het rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. In het rijksbeleid (SVIR en Barro) worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied. Wel draagt het voorliggende bestemmingsplan bij aan de ambitie van het rijk om het bestaand stedelijk gebied verder te verdichten.

3.3

Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en –plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet.

De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen:

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

12

• Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

13

Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De Provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De Omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit.

Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in twee van de vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is plangebied deels aangeduid als ‘Veencomplex - Oude zeeklei’. Ontwikkelingen in droogmakerijen leveren een bijdrage aan een duurzame waterhuishouding. Voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in een verslechtering van deze punten. In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied aangeduid als ‘Stads- en dorpsranden’. Relevante richtpunt voor voorgenomen ontwikkeling is: • ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). De hoogte van de bebouwing is gezien de ligging van de locatie en bestaande hoogte in de omgeving legitiem. De woningen worden ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur. Hiermee wordt aangesloten bij de richtpunten.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

14

Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet. Landschap en cultuurhistorie Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving. Gezondheid en veiligheid Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. Ruimte en verstedelijking Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. Wonen Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving. De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 7 verder uiteengezet en afgewogen. Voorgenomen ontwikkeling draagt dus bij aan de provinciale opgaven. Programma ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie.

Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie. Op basis van het programma dient voor bestemmingsplannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling een toelichting op de ladder voor duurzame verstedelijking worden gegeven. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt hieronder aandacht besteed. Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

15

Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onderhavige ontwikkeling voorziet in het mogelijk maken van twee woningen. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Onderhavige ontwikkeling wordt niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling waardoor ladderonderzoek niet benodigd is. Conclusie De ontwikkeling van twee vrijstaande woningen aan de Noordeindseweg in Berkel en Rodenrijs past binnen de provinciale doelstelling. Hiermee wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Het beleid van de provincie Zuid-Holland vormt zodoende geen belemmering voor de ontwikkeling. 3.4

Gemeentelijk beleid Structuurvisie Lansingerland Op 18 februari 2010 is de Structuurvisie Lansingerland vastgesteld door de gemeenteraad van Lansingerland. Lansingerland wil 'aantrekkelijk wonen, werken, recreëren en leven' sturen met een eigen visie. Binnen de gemeente staat een groot aantal ontwikkelingen op stapel wat betreft woningbouw, bedrijventerreinen en maatschappelijke voorzieningen. Om deze en andere ruimtelijke ontwikkelingen en ruimtelijk beleid te verankeren, heeft de gemeente een structuurvisie opgesteld, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De gemeente voldoet hiermee aan de verplichting uit de Wro om voor haar grondgebied een structuurvisie op te stellen. De koers voor de gemeente Lansingerland is: aantrekkelijk suburbaan wonen; leefbaar, zorgzaam en met eigen identiteit; ontspannen groene en recreatieve gemeente; een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en het verder ontwikkelen van de greenport. Duurzaamheid en een goede ontsluitingsstructuur zijn daarbij randvoorwaarden. Lansingerland is een essentieel onderdeel van de Zuidvleugel van de Randstad en bovendien centraal gelegen. De Randstad behoort tot de vijf belangrijkste stedelijke gebieden van Noordwest-Europa. Als schakel in de Zuidvleugel is de toekomst van Lansingerland sterk vervlochten met die van de Randstad. Lansingerland is duidelijk onderdeel van een groter geheel.

In de Structuurvisie Lansingerland is de locatie aangewezen voor het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle karakter van het lint (zie afbeelding 3.2). De linten zijn belangrijke

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

16

dragers van de identiteit van Lansingerland. Behoud en versterking van het cultuurhistorisch waardevolle karakter van de linten is uitgangspunt. Dit houdt onder andere in dat de diversiteit aan functies, bebouwingsvormen en de openheid behouden moeten blijven. Daar waar functies zijn gevestigd die qua aard of schaal als niet meer passend moeten worden beschouwd, is ontwikkeling en of transformatie mogelijk. Ontwikkelingen moeten passen bij de schaal en de maat van het lint. Transformatie is geen doel op zich maar een middel om bij te dragen aan verbetering van de stedenbouwkundige kwaliteit van het lint. De Noordeindseweg is aan te merken als een landelijk lint. Aan deze linten kunnen zowel – bescheiden – woningbouw als bedrijfsmatige ontwikkelingen worden toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de voorgenoemde uitgangspunten van de structuurvisie. De woningen worden op een passende wijze ingevoegd in het bestaande historische lint. Hiermee vormt de structuurvisie geen belemmering voor de haalbaarheid van het plan.

Afbeelding 3.2: uitsnede kaart Structuurvisie Lansingerland (het plangebied is rood omkaderd).

Toekomstvisie Lansingerland op weg naar 2040 In de Toekomstvisie Lansingerland heeft de gemeente haar doelstellingen voor de periode tot 2040 geformuleerd. Deze visie dient als kader voor de gemeentelijke structuurvisie 2025. De gemeente Lansingerland wil in 2040 het volgende hebben bereikt: • De woningvoorraad sluit aan op de bevolkingssamenstelling; • Het woningaanbod is voldoende gedifferentieerd; • Er zijn veel levensloopbestendige woningen; • Werken en wonen zijn beter gemengd door invoer van de bestemming 'werken'; • Na 2020 is de bebouwde kom niet verder uitgebreid; • Vanaf 2020 vindt herstructurering van oudere woonwijken plaats; • Duurzaamheid in de woonwijken is verbeterd; • Leefbaarheid in de wijken is verbeterd door meer onbestemd en openbaar (gebruiks)groen; • Veiligheid in de woonwijken is gewaarborgd en waar nodig verbeterd; • Lokale voorzieningen zijn uitgebreid.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

17

Het wensbeeld is dat Lansingerland uitgroeit tot een suburbane gemeente met een meervoudige functionaliteit wonen, werken en recreëren. Ondanks de sterke groei en de veranderende bevolkingssamenstelling onderscheidt Lansingerland zich als groenstedelijke gemeente van de stedelijke omgeving. Dit onderscheid ontstaat door de ruimtelijke structuur, de karakteristieke kernen, het rijke verenigingsleven en moderne en ruim opgezette woonwijken in een groene omgeving. Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek zullen naar elkaar groeien en een dubbelkern vormen.

Afbeelding 3.3 Uitsnede toekomstvisie Lansingerland en plangebied (rode cirkel)

Het plangebied lint aan de Noordeindseweg die in de toekomstvisie (gedeeltelijk) is aangeduid als 'Stedelijk gebied vnl. wonen 2008'.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

18

Woonvisie Lansingerland 2015 – 2020 Op 9 juli 2015 heeft de gemeenteraad van Lansingerland de Woonvisie 2015 - 2020 vastgesteld. De woonvisie is sterk gebaseerd op de visie en ambities welke geformuleerd zijn als toekomstbeeld voor de gemeente Lansingerland, verwoord in het document ‘Lansingerland op weg naar 2040’. De gemeente Lansingerland wil samen met haar partners investeren in een groene en duurzame leefomgeving, waar alle inwoners veilig en prettig kunnen wonen, werken en recreëren, met een gevarieerd woningaanbod, passend bij de sociale en demografische opbouw van de samenleving, met behoud van historische en culturele waarden. Deze missie is vertaald naar drie beleidsdoelen: het vergroten van keuzevrijheid en een gevarieerd woningaanbod; het bieden van gevarieerde en veilige woonmilieus en het versterken van een duurzame woon- en leefomgeving. Binnen het doel ‘vergroten van de keuzevrijheid en een gevarieerd woningaanbod’ is het de bedoeling extra aandacht te creëren voor ouderen, (koop)starters, huishoudens met een laag inkomen en bijzondere doelgroepen. Ook wenst de gemeente in te spelen op de toekomstige woonwensen van gezinnen die in de VINEX-periode in Lansingerland zijn komen wonen en op korte termijn, als de kinderen het huis uit zijn, op de woningmarkt opnieuw een keuze maken.

Binnen het doel ‘bieden van gevarieerde en veilige woonmilieus’ is het de bedoeling om iedereen van een passende woning en woonomgeving te voorzien. De gemeente wil daarbij uitblinken in het aanbod van woonmilieus met een dorps en landelijk karakter. Prettig wonen wordt daarbij extra gediend door een veilige omgeving. Binnen het doel ‘versterken van een duurzame woon- en leefomgeving’ wordt aandacht besteed aan het terugdringen van het energieverbruik en het toepassen van duurzame materialen in woningbouw en infrastructuur. Ook is er aandacht voor de aanwezigheid van voldoende groen binnen de diverse wijken in verband met klimaatadaptie. Mobiliteitsplan Lansingerland beweegt Gemeente Lansingerland heeft in het mobiliteitsplan “Lansingerland beweegt” op hoofdlijnen het verkeers- en vervoerbeleid tot 2020 vastgesteld. Het mobiliteitsplan bestaat uit een visiedocument en een maatregelenpakket. Het visiedocument is op 28 mei 2009 vastgesteld door de gemeenteraad. In het visiedocument wordt de huidige situatie beschreven, de belangrijkste knelpunten geanalyseerd en er worden oplossingsrichtingen naar voren gebracht. Daarnaast is er een kader voor uitwerkingsnota’s opgenomen. Uitwerkingen van het beleid moeten passen binnen de oplossingsrichtingen die in het mobiliteitsplan zijn vastgelegd. De beoogde woningen worden in de toekomstige situatie ontsloten op de Noordeindseweg.

Ten aanzien van het voor dit bestemmingsplan relevante deel van deze weg worden er geen knelpunten geconstateerd in het Mobiliteitsplan ‘Lansingerland beweegt’. Ter aanvulling op het mobiliteitsplan heeft de gemeente Lansingerland in 2014 de ‘Nota Parkeren Lansingerland’ vastgesteld. In deze nota zijn de hoofdlijnen voor het auto- en fietsparkeerbeleid voor de periode 2013 – 2020 vastgelegd. Ten aanzien van het parkeren is bepaald dat bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan de aanbevelingen in de ASVV 2012. De ASVV 2012 bevat ervaringscijfers voor de benodigde parkeerplaatsen bij woningen, winkels en bedrijven. Deze cijfers zijn uitgewerkt in de parkeernormen zoals opgenomen in de separate ‘Nota Parkeernormen 2014’ van de gemeente Lansingerland.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

19

Welstandsnota Het welstandsbeleid dat in de welstandsnota (vastgesteld d.d. 26 april 2012) wordt uiteengezet, is bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Lansingerland te behouden en te stimuleren. Elk bouwplan moet, zowel op zichzelf, als in relatie tot zijn omgeving voldoen aan de redelijke eisen van welstand, volgens criteria die zijn vastgesteld in de gemeentelijke welstandsnota. Bovendien mogen bestaande bouwwerken niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, ook weer volgens de criteria in de welstandsnota. Alleen als de gemeenteraad een gebied of een object als ‘welstandsvrij’ aanwijst, vervalt de preventieve welstandsbepaling. In Lansingerland wil de gemeente echter bij een deel van de vrije gebieden een vangnet behouden in de vorm van een paar summiere criteria om excessen te voorkomen. Gesproken wordt daarom van ‘vrij met excessenregeling’. Het welstandsbeleid van Lansingerland is uitgewerkt op basis van vier welstandsniveaus: • welstandsvrij; • vrij met excessenregeling; • licht; • bijzonder.

Afbeelding 3.3: Uitsnede welstandsnota Lansingerland. Ter plaatse van de cirkel is het plangebied gelegen.

Het onderhavig plangebied valt binnen het welstandsniveau “Bijzonder”. Bij dit welstandsniveau is de welstandsbeoordeling gericht op het stimuleren van de beeldkwaliteit, in alle facetten. De gemeente wil hier duidelijke regie voeren op de ruimtelijke kwaliteit. Dit welstandsniveau is toegekend aan de kernen met hun voorzieningen- en winkelgebieden, de infrastructuur en daarbij behorende civieltechnische objecten (kunstwerken), en de gebieden die de kwalificatie ‘bijzonder’ hebben gekregen, zoals de linten Noordeindseweg en Rottekade. Het onderhavig plangebied valt binnen het gebiedstype ‘historische polderlinten’. Binnen de linten is van oudsher een enorme diversiteit aan individuele bebouwing, die onderling sterk verschilt in kwaliteit. De samenhang van het gebied wordt bepaald door het landschappelijk raamwerk, en niet zozeer door de bebouwing. Aan de Noordeindseweg is het vooral van belang behoedzaam om te gaan met de doorzichten voor zover die nog aanwezig zijn, en met de kwaliteiten van de bestaande bebouwing. Dit lint vormt de context voor nogal wat (potentiële)

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

20

monumenten. Aan de Noordeindseweg geldt daarom een bijzonder welstandstoezicht (zie afbeelding 3.3). Bij dit welstandsniveau is de welstandsbeoordeling gericht op het stimuleren van de beeldkwaliteit, in alle facetten. De gemeente wil hier duidelijke regie voeren op de ruimtelijke kwaliteit. Omdat een concreet bouwplan nog ontbreekt, is een toets aan de welstandsnota niet mogelijk. Het bouwplan wordt in het kader van de omgevingsvergunningprocedure getoetst aan de welstandsnota van de gemeente Lansingerland. 3.5

Conclusies Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van twee vrijstaande woningen aan de Noordeindseweg. De ontwikkeling past binnen de beleidskaders van het rijk en de provincie. In de Structuurvisie Lansingerland is het plangebied aangewezen voor het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle karakter van het lint. De voorliggende ontwikkeling kan worden beschouwd als een ‘gebiedseigen’ ontwikkeling die past bij de maat en schaal van de bestaande kenmerken van het lint. Derhalve wordt de ontwikkeling passend geacht binnen de kaders van de gemeentelijke structuurvisie. De ontwikkeling sluit aan bij de doelstelling ‘bieden van gevarieerde en veilige woonmilieus’ zoals opgenomen in de ‘Woonvisie Lansingerland 2015 – 2020’. De gemeente wil daarbij uitblinken in het aanbod van woonmilieus met een dorps en landelijk karakter. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in twee woningen in een historisch lint die passen bij de maat en schaal van de bestaande kenmerken van het lint. Hierdoor sluit de voorgenomen ontwikkeling aan bij het gewenste woonmilieu. De voorgenomen ontwikkeling wordt aangesloten op de Noordeindseweg waar geen knelpunten geconstateerd zijn. Tevens wordt er voorzien in voldoende parkeergelegenheid (zie 2.2.3). Gezien bovenstaande sluit de voorgenomen ontwikkeling aan op het ‘Mobiliteitsplan Lansingerland beweegt’.

Het onderhavig plangebied valt binnen het welstandsniveau “Bijzonder”. Bij dit welstandsniveau is de welstandsbeoordeling gericht op het stimuleren van de beeldkwaliteit, in alle facetten. De twee nieuwe woningen worden op een passende wijze ingevoerd in het bestaande bebouwingslint. De bouwplannen worden in het kader van de omgevingsvergunningprocedure getoetst aan de welstandsnota van de gemeente Lansingerland. Er wordt dus voldoende rekening gehouden met de Welstandsnota. Gelet op het voorgaande wordt het voorliggende bestemmingsplan passend geacht binnen de kaders van het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

21

4

Natuur en landschap

4.1

Kader Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Gebieden Natura 2000 De Wnb ziet ook op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een ‘habitattoets’ dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt.

De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

22

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN. 4.2

Onderzoek Soortenbescherming Door ABO-milieuconsult is een quickscan ecologie uitgevoerd. De rapportage hiervan is te raadplegen in bijlage 1. De resultaten worden in onderstaande tabel beknopt weergegeven.

Uit het onderzoek is gebleken dat in het plangebied geen beschermde soorten aanwezig zijn of dat het plangebied geen essentiële functie vormt voor beschermde soorten. De zorgplicht wordt in acht genomen. Op het gebied van soortenbescherming worden geen verbodsbepalingen overtreden. Gebiedsbescherming Voor het plangebied dient bekeken te worden of dit in of nabij beschermde natuurgebieden ligt en of er effecten van de ingreep te verwachten zijn op deze gebieden of de hier voorkomende doelsoorten. Natura 2000 De locatie is op ruime afstand (meer dan 13 kilometer) van stikstofgevoelige Natura 2000gebieden gelegen. Door de uitspraak van de Raad van State van eind mei 2019 is het nu echter voor ieder project nodig uit te sluiten dat negatieve effecten, als gevolg van onder andere stikstofdepositie, optreden. De DCMR heeft voor een aantal locaties aan de rand van de gemeente Lansingerland berekend via een AERIUS-berekening hoeveel woningen minimaal gerealiseerd kunnen worden zonder dat de depositie op Natura 2000-gebieden groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit is opgenomen in notitie Stikstofdepositie woningbouw Lansingerland die als bijlage 4 is opgenomen. Hieronder is de conclusie overgenomen.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

23

Uitgaande van een ‘worst-case’ scenario voor de bouw van woningen, kunnen binnen de gemeentegrenzen van Lansingerland te allen tijde 45 woningen worden gerealiseerd zonder dat dit een depositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De twee woningen vallen dus binnen het minimaal te realiseren aantal woningen dat gerealiseerd kan worden zonder dat de depositie op Natura 2000-gebieden groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op ruim 4 km afstand van het Natuurnetwerk Nederland. Ten zuidwesten van het plangebied liggen de Ackerdijkse Plassen, een belangrijk vogelgebied in het beheer van Vereniging Natuurmonumenten. De Ackerdijkse Plassen zijn ontstaan door vroegere afgraving van laagveen. Het hedendaags beheer is gericht op het behouden en inrichten van zoveel mogelijk biotopen voor de verschillende soorten vogels die in dit gebied broeden of langstrekken. Mede hierom is het gebied ook niet vrij toegankelijk voor publiek. Het plangebied bevindt zich buiten het Natuurnetwerk Nederland. De provincie heeft geen doelstellingen voor gebieden die niet binnen het NNN liggen. De sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden tasten de kernkwaliteiten van het Natuurnetwerk Nederland niet aan. Het afwegingskader EHS (‘spelregels EHS’) hoeft niet te worden doorlopen. 4.3

Conclusie Op het gebied van natuur en landschap worden geen belemmeringen verwacht voor voorgenomen ontwikkeling.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

24

5

Water

5.1

Kader Er zijn een groot aantal beleidsstukken die betrekking hebben op de waterhuishouding. Hieronder wordt één en ander uiteengezet.

5.1.1 Europees en rijksbeleid Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP is op 10 december 2015 door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken vastgesteld. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofd- watersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS).

Waterwet In de Waterwet zijn acht oude waterwetten samengebracht: de Wet op de waterhuishouding, de Wet op de waterkering, de Grondwaterwet, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet verontreiniging zeewater, de Wet droogmakerijen en indijkingen (Wet van 14 juli 1904), de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (het zogenaamde 'natte gedeelte'), de Waterstaatswet 1900 en de Waterbodemparagraaf uit de Wet bodembescherming. De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. De waterschappen krijgen een nieuwe bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3/jaar. Gemeenten krijgen verdergaande taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

25

Nationaal Bestuursakkoord Water (actueel) In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit nieuwe instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en de waterbeheerder samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening 1985 (Bro 1985) en is overgenomen in het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. In 2008 is het NBW geactualiseerd met als doel de watersystemen in 2015 op orde te krijgen, met name op het gebied van wateroverlast en watertekort.

Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en instandhouden van waterberingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. 5.1.2 Provinciaal beleid Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021 In het Regionaal Waterplan wordt verwezen naar de Visie Ruimte en Mobiliteit, vastgesteld op 7 juli 2014. Provinciale staten van Zuid-Holland hebben echter op 20 februari 2019 nieuw beleid vastgesteld, namelijk het Omgevingsbeleid. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Het waterbeleid komt op diverse plekken voor in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en Omgevingsverordening Zuid-Holland. In de Omgevingsverordening zijn voor bestemmingsplannen in hoofdstuk 6 instructieregels opgenomen. Hier komen onder andere de Keur, legger en peilbesluit aan bod. Verder wordt in het Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021 verwezen naar de Voortgangsnota KRW en het Provinciaal Waterplan 2010 2015.

Voortgangsnota KRW In de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2016-2021, vastgesteld op 14 oktober 2015, zijn de doelen en maatregelen voor waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater vastgelegd. Deze nota fungeert als een regionaal waterplan conform de Waterwet, voor het thema waterkwaliteit.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

26

Provinciaal Waterplan 2010 - 2015 Een aantal onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 – 2015 blijft ongewijzigd van kracht. Deze hebben betrekking op een onderdeel van waterveiligheid, water en natuur en vismigratie. 5.1.3 Regionaal beleid Waterbeheerplan 2016 - 2021 Op 10 december 2015 is het Waterbeheerplan 2016 - 2021 vastgesteld. In het Waterbeheerplan heeft het Hoogheemraadschap van Delfland zijn strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren beschreven. Het is de leidraad voor het handelen van het Hoogheemraadschap in de planperiode 2016-2021. Het waterbeheerplan is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering van het waterbeheerplan staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop; de waterveiligheid, het waterbeheer, de waterkwaliteit en het zuiveren van afvalwater. Delfland zal hierbij nadrukkelijk kijken naar een doelmatige uitvoering daarvan waarbij ambities, kosten en het tempo op een evenwichtig manier zijn afgewogen. Handreiking watertoets Delfland heeft een Handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau.

De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet. De handreiking bestaat uit een procesdeel en een inhoudelijk deel. In het procesdeel wordt ingegaan op het watertoetsproces voor elk van de volgende ruimtelijke planvormen: stedenbouwkundige plan; structuurvisie; bestemmingsplan; beheersverordening; omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing; en tot slot de nieuwe planfiguren van de Crisis- en herstelwet, zoals het projectuitvoeringsbesluit. Het inhoudelijk deel bevat de vertaling van het actuele beleid van Delfland in ruimtelijke zin. Beleidsregel Medegebruik Regionale waterkeringen Delfland geeft met de Beleidsregel Medegebruik Regionale waterkeringen invulling aan zijn bevoegdheid om voorwaarden te stellen voor het medegebruik van de ruimte in, op, boven, over en onder regionale waterkeringen. De beleidsregel vormt het toetsingskader voor vergunningverlening op basis van de Waterwet en de Keur Delfland, vanaf het moment van inwerkingtreding. Met de Beleidsregel Medegebruik Regionale waterkeringen maakt Delfland voor alle betrokkenen intern en extern transparant op welke manier het medegebruik van de ruimte in, op, boven, over en onder de regionale waterkeringen wordt beoordeeld.

Voor Delfland staat de veiligheid van de waterkering voorop. Een voorwaarde voor het toestaan van medegebruik is dat Delfland in het beheer van de waterkering niet wordt belemmerd door het medegebruik. Met beheer wordt bedoeld alle activiteiten die nodig zijn om de waterkeringen op het vereiste veiligheidsniveau te houden, nu en in de toekomst.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg t.o. 117a” Toelichting Vast te stellen 23 november 2020

27

5.1.4. Gemeentelijk beleid Waterplan Lansingerland Op 29 april 2010 is het Waterplan Lansingerland vastgesteld. Het doel van het Waterplan is het maken van afspraken, waarmee een robuust, veilig en duurzaam watersysteem gerealiseerd kan worden. Dit watersysteem moet voldoen aan landelijke en Europese normen en moet gebaseerd zijn op een gezamenlijke visie van gemeente en hoogheemraadschappen. Onderdelen hiervan zijn: a. een samenhangende beschouwing van de ambities, ruimtelijke ontwikkelingen en (water)problemen; b. een integrale (ruimtelijke) visie op het grondwater, oppervlaktewater en de riolering; c. een concreet maatregelenpakket voor de realisatie van maatregelen. De doelgroep van het stedelijk Waterplan bestaat uit bestuurders (van de gemeente en de hoogheemraadschappen), bewoners, beleidsmakers en beheerders. Het Waterplan heeft geen wettelijke status, maar fungeert als koepelplan en integraal kader voor afspraken over watermaatregelen tussen gemeente en hoogheemraadschappen. In het uitvoeringsprogramma 20162017, dat op 25 januari 2016 is vastgesteld, zijn concrete maatregelen benoemd die bijdragen aan de uitvoering van het Waterplan. Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2020 In het vigerende Gemeentelijk Rioleringsplan staat beschreven hoe de gemeente omgaat met afvalwater, hemelwater en grondwater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=d28a4f17-ee72-4d37-946b-85f42dac6544