Groenstructuur Lansingerland 2016-2026 Module B Bomenstructuur.pdf
Tekst van het document
GROENSTRUCTUUR LANSINGERLAND 2016 - 2026 Module B Bomenstructuur
B
COLOFON OPG E STE LD DOOR
Bosch Slabbers Landschapsarchitecten; Wijnand Bouw Floor van den Bergh Willem Jan van Ras John Teunissen OP DRACHTG EVE R
Gemeente Lansingerland D AT U M
13 september 2016
GROENSTRUCTUUR LANSINGERLAND 2016 - 2026 Module B Bomenstructuur
MODULE A
Introductie en groenstructuren
MODULE B Bomenstructuur
B OS C H
S LAB B E R S
INHOUDSOPGAVE MODULE A
MODULE B
Introductie en groenstructuren
Bomenstructuur
1
1
INLEIDING 1.1 Wat is Groenstructuur Lansingerland 2016-2026? 1.2 Wat is het doel van de Groenstructuur Lansingerland 2016-2026? 1.3 Waarom Groenstructuur Lansingerland 2016-2026? 1.4 Hoe is de Groenstructuur Lansingerland 2016-2026 tot stand gekomen? 1.5 Wat is het belang van groen? 1.6 Hoe wordt de Groenstructuur Lansingerland 2016-2026 gebruikt? 1.7 Voor wie is Groenstructuur Lansingerland 2016-2026 bedoeld? 1.8 Hoe is de Groenstructuur Lansingerland 2016-2026 opgebouwd? 1.9 Wat is de relatie met andere plannen? 1.10 Wat is het vervolg op Groenstructuur Lansingerland 2016-2026? 1.11 Leeswijzer 2
UITGANGSPUNTEN GROENSTRUCTUUR LANSINGERLAND 2016-2026
3
HANDLEIDING: OPBOUW VAN DE GROEN- STRUCTUUR LANSINGERLAND 2016-2026
INLEIDING
2 BOMEN 2.1 Inleiding 2.2 Algemene visie op de bomen 2.3 Visie op bomen en boomstructuren 2.4 Technische kwaliteitseisen van bomen 2.5 Beheer van bomen 2.6 Bomen en burgers BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
7 9 9 9 13 17 18 21
Bronvermelding Definities entiteiten Kaarten groenstructuren Lansingerland Begrippenlijst
4 HOOFDSTRUCTUUR 4.1 Analyse 4.1.1 Opbouw van het landschap 4.1.2 Hoofdgroenstructuur 4.2 Visie 4.3 Resumé uitgangspunten BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Bronvermelding, beleid en ontwikkelingen Definities entiteiten Kaarten groenstructuren Lansingerland
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
BERKEL EN RODENRIJS
•6•
B OS C H
S LAB B E R S
Berkelsekade
1
INLEIDING De gemeente Lansingerland draagt zich uit als een groene gemeente. Om het groen duurzaam in stand te houden is de Groenstructuur Lansingerland 2016-2026 opgesteld. Binnen de groenstructuren vraagt de bomenstructuur specifieke aandacht. Vandaar dat ervoor is gekozen de bomenstructuur in een separate module onder te brengen. De Groenstructuur is opgebouwd uit twee modules. • Module A Introductie en groenstructuren • Module B Bomenstructuur Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op de bomenstructuur van Lansingerland. Het beschrijft de algemene visie op bomen en bomenstructuur, de technische kwaliteitseisen, het beheer en de richtlijnen bij afwegingen rondom beheer of behoud van bomen.
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
•7•
BERSCHENHOEK
•8•
B OS C H
Zwanensingel
S LAB B E R S
2
BOMEN 2.1 INLEIDING Lansingerland is trots op haar bomen. Ze vertegenwoordigen een grote waarde voor gezondheid, leefbaarheid, regulerende functies en uitstraling. Bewoners vinden dat bomen de belangrijkste bijdrage leveren aan de groene uitstraling van hun woonomgeving (bron: burgerpeiling 2014, I&O Research). Van oorsprong is het landschap van Lansingerland open en weids, bomen hadden hier veelal alleen een functie als windscherm. Alleen in de doorgaande linten, rond de boezem, in historische dorpskernen en de erven stonden bomen. Tegenwoordig zijn bomen meer en meer een onderdeel van het dagelijkse beeld van Lansingerland. In de woonwijken zijn boomstructuren vaak een essentieel element van de dagelijkse beleving en leveren zij een bijdrage aan de herkenbaarheid en identiteit van de leefomgeving. Om waardevolle bomen en boomstructuren in de toekomst te behouden is een heldere koers nodig. De ambitie voor de bomenstructuur is; het huidige bomenbestand op peil houden en waar mogelijk uit te breiden. Dit hoofdstuk beschrijft hoe de gemeente wil omgaan met bomen. Doel De bomenstructuur kent drie doelen: 1. Het kenbaar maken van de ruimtelijke ambitie voor bomen in de gemeente; 2. Het ontwikkelen van een duurzame bomenstructuur; 3. Het beschermen van bomen. Bomenstructuur Bomen worden bezien op verschillende schaalniveaus: algehele bomenstructuur tot individuele boom.
Daarom valt de bomenstructuur in een aantal onderdelen uiteen: A) Algemene visie op bomen | § 2.2 ; B) Visie op bomen en boomstructuren | § 2.3 ; C) Technische kwaliteitseisen van bomen | § 2.4; D) Beheer van bomen | § 2.5; E) Bomen en burgers | § 2.6.
Het schema op de volgende pagina geeft weer waar elk onderdeel van de bomenstructuur is uitgewerkt. Totstandkoming De bomenstructuur is tot stand gekomen door een co-productie van het gemeentelijk team van de afdelingen Beheer & Onderhoud, Ruimtelijke Ordening en Vergunningverlening & Handhaving.
D) Beheer van bomen De gemeente wil dat bomen kunnen uitgroeien tot een vitale volwassen bomen. Hiervoor wil zij een beheerstrategie voor bomen en duidelijke regels voor het uitvoeren van het bomenbeheer. Ambitie: Deskundig beheer van bomen, zodat bomen duurzaam worden behouden
E) Bomen en burgers 2.2 ALGEMENE VISIE OP DE BOMEN Bomen zijn belangrijk voor de gemeente Lansingerland. Door hun omvang en levensduur zijn het de belangrijkste groenelementen in de gemeente en volwassen uitgegroeide bomen hebben een hoge waarde. De gemeente vindt het belangrijk een heldere en consistente koers te varen. Deze module voorziet hierin. Per onderdeel van de bomenstructuur wordt de ambitie uitgesproken hoe we dit organiseren.
Ambitie: helder zijn over wat kan en mag ten behoeve van een goede communicatie tussen burgers en gemeente
B) Bomen en boomstructuren Boomstructuren leveren een bijdrage aan de identiteit van Lansingerland. Zij dragen bij aan de herkenbaarheid, de logica en continuïteit van landschappelijke structuren. De gemeente heeft de ambitie boomstructuren te herstellen en te ontwikkelen, zodat een samenhangende groenstructuur ontstaat, passend bij het landschap en grondslag. Ambitie: Een heldere bomenstructuur, zodat bomen bijdragen aan de herkenbaarheid en identiteit van de leefomgeving.
C) Technische kwaliteitseisen van bomen Vanaf 1970 is het inwoneraantal van Lansingerland explosief gegroeid. Ook de hoeveelheid bomen is sindsdien snel toegenomen. Een aantal van deze bomen veroorzaakt nu overlast of heeft geen ruimte om verder te groeien. Om deze situaties in de toekomst te vermijden wil de gemeente richtlijnen voor aanleg en beheer van bomen, zodat bomen kunnen uitgroeien tot mooie, gezonde exemplaren. Ambitie: Duidelijke richtlijnen voor de aanleg, zodat bomen tot wasdom kunnen komen en beheerknelpunten voorkomen worden.
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
•9•
VALT UITEEN IN:
BOMENSTRUCTUUR
DOELEN: •• Het kenbaar maken van de ruimtelijke ambitie voor bomen in de gemeente; •• Het ontwikkelen van een duurzame bomenstructuur; •• Het beschermen van bomen.
• 10 •
B OS C H
S LAB B E R S
IS UITGEWERKT IN:
AMBITIES:
A
ALGEMENE VISIE OP BOMEN
MODULE B
B
VISIE OP BOMEN EN BOOMSTRUCTUREN
MODULE B
C
TECHNISCHE KWALITEITSEISEN
LIOR
JURIDISCHE KADERS
BOMENVERORDENING
D
BEHEER VAN BOMEN
BOMENBEHEERPLAN
Deskundig beheer van bomen, zodat bomen duurzaam worden behouden.
E
BOMEN EN BURGERS
MODULE B
Helder zijn over wat kan en mag ten behoeve van een goede communicatie tussen burgers en gemeente
Een heldere bomenstructuur, zodat bomen bijdragen aan de herkenbaarheid en identiteit van de leefomgeving
Duidelijke richtlijnen voor de aanleg, zodat bomen tot wasdom kunnen komen en beheerknelpunten voorkomen worden.
Duurzame bomen In de bomenstructuur spreken we over duurzame bomen. Duurzame bomen zijn bomen die: •• vitaal zijn (of door investering weer vitaal kunnen worden); én •• een lange levenscyclus hebben, traaggroeiend zijn ( >60 jaar); én •• een levensverwachting hebben van nog minimaal 10 jaar; én •• kunnen uitgroeien tot het eindbeeld door (een investering in) juiste boven- en ondergrondse groeiplaatsomstandigheden. De gemeente wil duurzame bomen. Deze bomen hebben de kans om zich te ontwikkelen en uit te groeien tot waardevolle bomen en boomstructuren voor Lansingerland. Er zijn verschillende duurzaamheid doelen te behalen met bomen. Dit kan bijvoorbeeld op het vlak van CO2 reductie, levensduur, inheemse soorten, ecologische waarde, afstemming met de levensduur van de overige inrichting van de openbare ruimte of afgestemd met de houdbaarheid van de visie op de buitenruimte. Waardevolle bomen Waardevolle bomen dragen bij aan het dorpsschoon van de gemeente. Waardevolle bomen vertegenwoordigen hoge waarden op het gebied van leeftijd, omvang, zeldzaamheid of cultuurhistorie. Zij kunnen monumentale bomen zijn, maar ook bomen die een karakteristieke plek binnen het dorp of het buitengebied markeren. Waardevolle bomen zijn door de gemeente geplaatst op de lijst; Beschermingwaardige bomenlijst gemeente Lansingerland.
Hiërarchie Waardevolle bomen hebben de hoogste status binnen de gemeente. De bomen in de hoofd- en dorpsstrucuur vormen de ruggegraat van Lansingerland en hebben hierom een hogere status dan bomen in de wijkstructuur. Bomen in de wijkstructuur hebben op hun beurt weer een hogere status dan overige bomen in de buurten.
1. Beschermwaardige bomen 2. Bomen in hoofdstructuur 3. Bomen in dorpstructuur 4.
Bomen in wijkstructuur
5.
Overige bomen
Waarde van bomen Door de maatschappelijke waarde en het besef dat ze essentieel zijn voor een goed fysiek leefklimaat zijn bomen de belangrijkste groenelementen in de gemeente. Bomen zijn van grote waarde, omdat ze: •• een positieve invloed hebben op het welzijn en de gezondheid van bewoners; •• stof-, rook- en roetdeeltjes (fijnstof) afvangen; •• zuurstof produceren; •• CO2 (kooldioxide) opnemen; •• temperatuurextremen matigen (hittestress tegengaan); •• wind kunnen breken; •• bij piekregenbuien zorgen voor goede afvoer van hemelwater; •• voor een hogere economische waarde van huizen zorgen; •• zorgen voor esthetische verrijking en daarmee voor verbetering van de leefomgeving; •• gezichtsbepalende herkenningspunten zijn; •• dragers van de structuren zijn; •• dragen bij aan biodiversiteit en bieden ecologische kansen.
Verschillen tussen wijken en buurten De gemeente kent veel wijken en buurten in verschillende stedenbouwkundige opzet. De verschillen in uitstraling zijn gewenst, zij geven identiteit en herkenbaarheid aan de wijk. Bij aanplant van bomen moet goed gekeken worden naar de (oorspronkelijke) stedenbouw. Bomen kunnen door vorm en kleur een grote bijdrage leveren aan de gewenste onderscheiding van wijken en buurten. Uitvoering van de bomenstructuur Planvorming Bomen moeten een standaard onderdeel zijn van de planvorming binnen de gemeente. Op elk schaalniveau kunnen bomen een bijdrage leveren aan de leefomgeving. Herinrichting Door aanwezigheid van kabels en leidingen, regels en richtlijnen uit de LIOR en de Keur kan het voorkomen dat er geen mogelijkheid is tot het (opnieuw) aanplanten van bomen. In deze gevallen kan bekeken worden of bomen elders aangeplant kunnen worden. Budget Het beheer en onderhoud van bomen is opgenomen in de gemeentelijke begroting.
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
• 11 •
HOOFDSTRUCTUUR VLAKKEN Natuur- en recreatiegebied Agrarisch, natuur- en recreatiegebied Annie M.G. Schmidtpark LIJNEN Boomstructuur hoofdniveau PUNTEN Historische dorpskern Dorpsentree vanaf de provinciale weg
DORPSTRUCTUUR LIJNEN Boomstructuur dorpsniveau PUNTEN Park of groene knoop
WIJKSTRUCTUUR LIJNEN Boomstructuur wijkniveau
Bomenstructuurkaart Lansingerland In deze kaart zijn alle bomenstructuren opgenomen die drager zijn van de hoofd-, dorp- en wijkstructuur.
• 12 •
B OS C H
S LAB B E R S
2.3 VISIE OP BOMEN EN BOOMSTRUCTUREN Ambitie: Een heldere bomenstructuur, zodat bomen bijdragen aan de herkenbaarheid en identiteit van de leefomgeving
Inleiding Zoals eerder gezegd is Lansingerland van oorsprong geen boomrijke gemeente. Het landschap was open en weids. Alleen in de doorgaande linten, rond de boezem, in historische dorpskernen en de erven stonden bomen. Tegenwoordig zijn bomen meer een onderdeel van het beeld in de gemeente en dragen zij bij aan de herkenbaarheid en identiteit van de leefomgeving. Ook leveren bomen een een bijdrage aan de ecologie van de gemeente. Visie De gemeente wil een bomenstructuur die de oorspronkelijke landschappelijken structuren versterkt en bijdrage levert aan de identiteit van de gemeente. Deze visie wordt uitgewerkt op die niveau’s (zie voor toelichting module A, hoofdstuk 3): • • •
Hoofdstructuur Dorpstructuur Wijkstructuur
Uitgangspunten bomen in de hoofdstructuur Bomen in de hoofdstructuur dragen bij aan de ordening, samenhang en geleding van de hoofdwegenstructuur, de cultuurhistorische lijnen en de watergangen op gemeentelijk niveau. Op dit niveau wordt stevig ingezet op behoud en ontwikkeling van boomstructuren. Vlakken - Groen- en recreatiegebieden De groen- en recreatiegebieden hebben elk hun eigen karakter dat voorkomt uit het landschap en hun geschiedenis; Rottemeren, Vlinderstrik, Groenzoom en het Groene Hart. Heldere, groene structuren begeleiden de recreant door open agrarische gebieden, waterkant
van de Rotte en de bosgebieden. Toekomstige ontwikkelingen moeten zich voegen naar het karakter van de gebieden. >> Behouden openheid van de agrarische gebieden >> Aanplant van landschappelijke bomen >> In het bosrijke recreatiegebied Rottemeren is ruimte voor de aanplant van meer bijzondere boomsoorten Vlakken - Parken Het Annie M.G. Schmidtpark heeft een diversiteit aan bomen. Hier is nog beperkt ruimte voor de aanplant van bijzondere en grotere boomsoorten, omdat de laatste jaren al veel bomen extra zijn geplant. >> Aanplanten van bijzondere bomen Lijnen - Boomstructuren Bomenstructuren in de hoofdstructuur liggen langs provinciale wegen, dwarsverbanden, zijn gerelateerd aan de boezem (onderwegen) of liggen langs de Landscheiding. Langs deze lijnen staan doorgaande bomenrijen. Zij geven belangrijke cultuurhistorische lijnen weer of begeleiden de doorgaande provinciale weg. >> Aanplanten van landschappelijke bomen Punten - Historische dorpskern In de historische dorpskernen is ruimte voor meer bijzondere bomen en snoeivormen. Hier staan karakteristieke bomen, zoals leilinden, passend bij een historische dorpskern. >> Aanplanten bijzondere bomen en vormbomen Punten - Dorpsentrees vanaf de provinciale weg De dorpsentrees vanaf de provinciale weg worden gemarkeerd met bijzondere en grote bomen.
Hier wordt duidelijk gemaakt waar men van de provinciale weg moet afslaan naar de kern. >> Aanplanten van bijzondere bomen of boomgroepen Uitgangspunten bomen in de dorpstructuur Bomen in de dorpstructuur versterken de herkenbaarheid van het onderliggende landschap in de kern of zorgen voor de herkenbaarheid van de ontsluitingsroutes. Ook versterken zij de identiteit van parken en groene knopen. Voor vergroting van de ecologie sluiten deze structuren zo veel mogelijk aan op de bomen in de hoofdstructuur.
Lijnen - Boomstructuren De boomstructuren in de dorpstructuur liggen langs polderlijnen of ontsluitingsroutes. Langs de ontsluitingsroutes staan doorgaande bomenrijen. De bomen langs de polderlijnen markeren en versterken de cultuurhistorische patronen. >> Aanplanten van bomenrijen langs ontsluitingsroutes >> Aanplanten van losse bomenstructuur met natuurlijke bomen en incidenteel een accentboom langs polderlijnen Punten - Park of groene knoop In de parken en groene knopen worden de meer bijzondere bomen toegepast. Hier is ruimte om bijzondere bomen tot wasdom te laten komen. >> Aanplanten van bijzondere bomen Uitgangspunten bomen in de wijkstructuur De bomen in de wijkstructuur zorgen voor een esthetische verrijking en een verfraaiing van de leefomgeving door een karakteristieke groeivorm, textuur of kleur. De bijzondere variaties van deze bomen zorgen ervoor dat buurten en wijken een eigen herkenbare uitstraling krijgen. Voor vergroting van de ecologie sluiten deze structuren zo veel mogelijk aan op de bomen in de bovenliggende structuren. Lijnen - Boomstructuren De boomstructuren in de wijkstructuur liggen langs groenblauwe structuren en wijkstraten. Bomen versterken de herkenbaarheid en identiteit van de woongebieden door een uniforme opbouw van boomsoorten en -rijen per straat.
Langs de groenblauwe structuren is het beeld losser en worden landschappelijke relicten (inheemse boomsoorten van het voormalig landschap) behouden. >> Aanplanten van losse bomenstructuur met natuurlijke bomen en incidenteel een accentboom langs groenblauwe structuren >> Aanplanten uniforme opbouw van cultuurlijke boomsoorten per wijkstraat
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
• 13 •
Uitsnede bomenstructuurkaart Bleiswijk
• 14 •
B OS C H
S LAB B E R S
Uitsnede bomenstructuurkaart Bergschenhoek
Bomenstructuurkaart De bomenstructuurkaart (zie bladzijde 12) geeft alle bomenstructuren binnen de gemeente weer die drager zijn van de hoofd-, dorp- en wijkstructuur. De bomenstructuurkaart wordt gebruikt om: •• •• ••
Actief te werken aan de ontwikkeling van bomenstructuren; Ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen; Kapverzoeken te toetsen.
LEGENDA BOMENSTRUCTUREN
HOOFDSTRUCTUUR
DORPSTRUCTUUR
VLAKKEN
LIJNEN
Annie M.G. Schmidtpark
Boomstructuur dorpsniveau
LIJNEN
PUNTEN
Boomstructuur hoofdniveau
Park of groene knoop
PUNTEN Historische dorpskern Dorpsentree vanaf provinciale weg
WIJKSTRUCTUUR LIJNEN Boomstructuur wijkniveau
Uitsnede bomenstructuurkaart Berkel en Rodenrijs
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
• 15 •
BERSCHENHOEK
• 16 •
B OS C H
Veld en Beemd
S LAB B E R S
2.4 TECHNISCHE KWALITEITSEISEN VAN BOMEN Ambitie: Duidelijke richtlijnen voor de aanleg, zodat bomen tot wasdom kunnen komen en beheerknelpunten voorkomen worden.
Voor het behoud van bestaande bomen en een duurzame groei van nieuwe bomen moet tijdens het ontwerp en de uitvoering rekening gehouden worden met de groeivoorwaarden van een boom. Bomen stellen eisen aan hun omgeving (boven- en ondergronds), zoals voldoende ruimte en een goede kwaliteit van de groeiplaats. Alleen als aan deze voorwaarden wordt voldaan kan een boom, met het juiste beheer, uitgroeien tot het eindbeeld. Maar de omgeving stelt ook eisen aan bomen. Bomen mogen geen of zo min mogelijk overlast geven. Om bomen goed te laten groeien zijn technische richtlijnen voor ontwerp en uitvoering nodig. Deze richtlijnen zijn uitgebreid beschreven in de gemeentelijke LIOR. De LIOR verwijst op zijn beurt door naar het Handboek Bomen (voorheen KBB). Deze paragraaf geeft een beknopt overzicht van de uitgangspunten weer. In het verleden zijn bomen aangeplant die niet voldoen aan de huidige richtlijnen voor nieuw aan te planten bomen. Voor de gemeente Lansingerland is het geen reden bomen, die niet voldoen aan de huidige richtlijnen voor de standplaatsfactoren, zoals boomgrootte, te kappen. Bij herinrichtingen zal echter goed worden gekeken naar de standplaatsfactoren in relatie tot de richtlijnen en zo nodig wordt de keuze voor boomsoort en -grootte daarop aangepast. Richtlijnen voor ontwerp ‘De juiste boom op de juiste plek’.
Alle richtlijnen voor het ontwerp hebben hun oorsprong in deze eenvoudige uitspraak. Ontwerpen met nieuwe bomen Prioriteit bij het ontwerpen met bomen is het beoordelen wat de beschikbare boven en ondergrondse ruimte is en wordt de maat van de boom hierop aangepast. Er kan overwogen worden om één grote boom te planten in plaats van veel kleine bomen. Een boom van de 1e orde kan uitgroeien tot een grote, monumentale boom. Kleinere
bomen hebben vaak een lagere levensverwachting en zijn sneller versleten. Bovengrondse inrichting groeiplaatsen De beschikbare ruimte stelt eisen aan de keuze voor een boom. Een jonge boom van de 1e orde kan in een smalle straat de eerste jaren prima groeien, maar geeft onherroepelijk problemen op latere leeftijd. Daarom zijn in de LIOR ruimtelijke richtlijnen opgesteld in relatie tot de boomgrootte. Deze geven bijvoorbeeld de gewenste afstand tot de gevel (de APV de minimale afstand), de afstand tot de openbare verlichting, de afstand tot kabels en leidingen, de opkroonhoogte naast een rijbaan, etc. weer. Ondergrondse inrichting groeiplaatsen De hoeveelheid doorwortelbare ruimte is van cruciaal belang voor bomen. Deze ruimte wordt gerealiseerd bij aanplant. De grootte van de gewenste ruimte is afhankelijk van de grootte van de boom. Ook dienen bomen op voldoende afstand geplant te worden van kabels en leidingen. De richtlijnen voor de ondergrondse inrichting zijn beschreven in de LIOR. Maaiveldinrichting groeiplaatsen Met zorgvuldigheid en terughoudendheid worden bomen toegepast in verhardingen. Bomen worden bij voorkeur in beplantingen of gras geplant. Hier hebben ze een betere vochthuishouding en beluchting voor de wortels dan in verharding, ook als een intensieve groeiplaatsverbetering in de verharding mogelijk is.
Soortkeuze Een juiste soortkeuze zorgt mede voor mooie bomen en voorkomt problemen. De gemeente heeft een plantlijst opgesteld van bomen die goed kunnen groeien binnen de gemeente. Deze bomen hebben weinig last van ziekten en plagen, kunnen groeien op de grondsoort, kunnen prima worden opgekroond, etc. Ook wordt er gestreefd naar het toepassen van duurzame boomsoorten. Vormbomen Vormbomen, zoals leilinden en knotwilgen, hebben extra beheer nodig. Zij vormen gedurende hun hele leven een extra kostenpost. Dit type bomen dient met terughoudendheid te worden toegepast.
Plantmateriaal Het plantmateriaal moet in goede conditie verkeren en voldoen aan het Naktuinbouw Plus-systeem. De bomen dienen binnen een straal van 150km rondom Lansingerland te zijn gekweekt in verband met gelijkwaardige klimatologische omstandigheden. Behalve een hogere slagingskans, levert dit ook een bijdrage aan de biologische diversiteit. Dat zorgt ook voor het beperken van transportkilometers en het stimuleren van de regionale markt. Ontwerpen met bestaande bomen Bij herinrichtingen van de openbare ruimte rondom bomen is het belangrijk af te wegen of bestaande bomen worden ingepast, verplant of gerooid. De keuze hangt af van de locatie (bomenstructuurkaart, beschermwaardige bomenlijst) en de conditie van de boom. Ontwerpkeuzes uit het verleden die hebben geleid tot een boom die niet goed aansluit bij de gewenste standplaatsfactoren volgens de huidige inzichten, die onderdeel zijn van de bomenstructuur (bijvoorbeeld een boom die te groot is voor de groeiplaats), daarvoor wordt bij herinrichting heroverwogen of de boom in aanmerking komt voor inpassing. In bestaande situaties prevaleert de bestaande boom. Inpassen Als een boom in aanmerking komt voor inpassing, wordt een bomeneffectanalyse (BEA) opgesteld. Er wordt beoordeeld of de boom duurzaam behouden kan worden binnen het ontwerp.
Als blijkt dat het behoud van de boom niet realistisch is, dan zal de gemeente een keuze moeten maken voor het aanpassen van het ontwerp; verplanten, rooien óf de boom vervangen door een beter passende boomsoort. Verplanten Als een boom in zeer goede conditie is en financiële middelen zijn beschikbaar, dan kan een boom in aanmerking komen voor verplanting. De voorbereiding, het rondsteken van de wortels, dient één jaar voor de verplanting te starten. Rooien Als inpassen onmogelijk is of de boom in slechte conditie is, kan de boom worden gerooid.
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
• 17 •
De wet en eisen en richtlijnen van derden In de openbare ruimte kunnen ook andere partijen dan de gemeente eisen stellen aan de inrichting. De aanplant van bomen langs watergangen dient bijvoorbeeld te voldoen aan de Keur van de Hoogheemraadschappen. Het Burgerlijk Wetboek (artikel 5:42) legt de wettelijke minimale afstand van 2m van boom tot gevel vast. In de APV wordt hier van afgeweken. In de bomenverordening artikel 15 is de afstand (zoals bedoeld in het Burgerlijk Wetboek artikel 5:42) vastgesteld op 1m.
2.5 BEHEER VAN BOMEN
Richtlijnen voor de uitvoering Planten van bomen Door in het bestek of werkomschrijving de Standaard RAW bepalingen (CROW) van toepassing te verklaren wordt de juiste aanplant en nazorg geborgd. Als aanvulling wordt ook het Handboek Bomen van toepassing verklaard.
Bomen worden deskundig beheerd door het ontwikkelen en in stand houden van veilige bomen, gezonde bomen, bomen die gaan voldoen aan een gewenst eindbeeld en een gevarieerd bomenbestand in leeftijd en soorten. Hiervoor zijn een aantal beheersmaatregelen nodig zoals reguliere snoei en vervanging van bomen.
Bouwen rond bomen Bouw- en graafwerkzaamheden en opslag van materialen kunnen invloed hebben op de kwaliteit van bomen en dienen binnen de kroonprojectie voorkomen te worden. Ook dienen bomen tijdens de werkzaamheden beschermd te worden. Deze beschermende werkzaamheden dienen te worden opgenomen in het bestek of werkomschrijving. Het van toepassing verklaren van het Handboek Bomen hiervoor voldoet. Mocht tijdens werkzaamheden onverhoopt schade aan bomen ontstaan dan wordt de veroorzaker aansprakelijk gesteld. Nazorg en plantgarantie Nazorg en plantgarantie dienen standaard te worden opgenomen in het bestek of werkomschrijving. Hiermee wordt de slagingskans van aangeplante bomen vergroot. Richtlijnen voor planproces Het is belangrijk dat bomen op tijd in beeld zijn in het planproces. Op deze manier kunnen ze op je juiste wijze worden ingepast. De medewerker belast met de zorg voor bomen dient op de hoogte worden gehouden van (ruimtelijke) ontwikkelingen binnen de gemeente, bijvoorbeeld rioolvernieuwing, aanpassing infrastructuur, nieuwbouw en herstructurering.
• 18 •
B OS C H
S LAB B E R S
Ambitie: Deskundig beheer van bomen, zodat bomen duurzaam worden behouden
In Lansingerland staan 19.788 bomen die worden beheerd door de gemeente (peildatum april 2016). Naast deze bomen staan in de recreatiegebieden gemeentelijke bomen die beheerd worden door andere organisaties.
De hoofdthema’s over het beheer van bomen worden in deze paragraaf uitgewerkt. Zorgplicht bomen De zorg omtrent de instandhouding van bomen is, naast publiekrechtelijk, ook privaatrechtelijk geborgd. De zorgplicht van een eigenaar van een boom vloeit voort uit het Burgerlijk wetboek en het daarin opgenomen burenrecht. Een boomeigenaar moet er voor zorgen dat een boom geen inbreuk maakt op rechten van derden, zoals de rechthebbenden van naburige percelen. Voor eventuele schade als gevolg van een boom, is de eigenaar ervan aansprakelijk. Om te voldoen aan de zorgplicht heeft de gemeente een driejaarlijkse controle (VTA) van het gehele bomenbestand. Tijdens deze inspectie vindt controle plaats op zichtbare gebreken. Naar aanleiding hiervan vindt snoei van bomen of kap van onveilige bomen plaats. Reguliere snoei Het is niet wenselijk om alleen naar aanleiding van de zorgplicht bomen te snoeien. Door het uitvoeren van planmatige en preventieve zorg voor bomen worden werkzaamheden doelgericht en efficiënt uitgevoerd en worden onderhoudskosten beheerst. Door reguliere snoei worden ook mooie en duurzame boomkronen en -structuren ontwikkeld. De snoeifrequentie voor bomen binnen de bebouwde kom en in het buitengebied is 1 keer per 5 jaar (indien nodig).
Duurzame bomenstructuur De gemeente wil een vitale en duurzame bomenstructuur. Hiervoor streeft zij naar een gedifferentieerde leeftijdsopbouw van bomen en heldere regels voor het uitvoeren van bomenbeheer. Om te komen tot een duurzame bomenstructuur zijn maatregelen nodig: groeiplaatsverbetering, aanplant, vervanging, verjonging, dunnen en kap. Het beheer is allereerst gericht op het behoud van bomen, in het bijzonder deze bomen die vitaal zijn, voldoende ruimte hebben om zich te ontwikkelen en voor bomen die opgenomen zijn op de Bomenkaart. Kap Bomen met beperkte ontwikkelingskansen worden gekapt, eventueel herplant met nieuwe bomen volgens de actuele ontwerprichtlijnen en technische kwaliteitseisen van bomen óf eventueel herplant op een andere locatie, zie ook paragraaf 2.4 Technische kwaliteitseisen van bomen ‘Ontwerpen met bestaande bomen’. Kandelaberen Vroeger werden bomen gekandelaberd voor de houtopbrengst. Tegenwoordig heeft het kandelaberen van bomen andere redenen: een ingreep om de boom te redden na een zware storm, een manier om een grote kroon te verkleinen of als vormsnoei (leilindes en knotbomen) In de eerste twee gevallen is het kandelaberen van bomen ongewenst. Immers de situatie is niet duurzaam en de beheerkosten zijn hoog. In deze gevallen is het kappen en de herplant van een nieuwe (kleinere) boom gewenst.
In het geval van vormsnoei kan kandelaberen wel gewenst zijn. De bijzondere plekken in de gemeente, bijvoorbeeld in de historische dorpskernen, vragen om een bijzonder boombeeld. Hier is ruimte voor vormsnoei. In de rest van de gemeente wordt vormsnoei met terughoudend toegepast.
Dunnen Bomen in boomgroepen worden gekapt wanneer een boom niet verder kan groeien en andere bomen hindert. Hierbij wordt de keuze gemaakt om duurzame bomen te behouden boven snelle groeiers (wijkers-blijvers). Behoud Bomen die zijn opgenomen op de Bomenkaart met een matige groeiplaats, maar met voldoende ontwikkelingsmogelijkheden worden behouden. De groeiplaatsomstandigheden worden verbeterd. Vervanging Een boom, opgenomen op de Bomenkaart met een toekomstverwachting van minder dan 5 jaar (door ouderdom, ziekte, beschadiging, etc) komt in aanmerking voor vervanging. Bij een bomenlaan of -rij jonger dan 20 jaar of op historische belangrijke structuren worden slechte bomen vervangen voor nieuwe bomen van dezelfde soort. Verjonging Laanboomverjonging vindt bij voorkeur grootschalig plaats per tracé of tracédeel tussen twee kruisende wegen. Bij een uitvalspercentage hoger dan 40% van het aantal bomen in een bomenlaan of -rij wordt overgegaan tot een gehele revisie van de laanstructuur. Bij wegreconstructies kan langs het gehele tracé vervroegd laanboomverjonging plaatsvinden. Ziekten en plagen In Lansingerland vormen ziekten en plagen nauwelijks een bedreiging voor het bomenbestand. Voor alle gemeentelijke bomen met een verhoogde kans op ziekteaantasting of plagen geldt dat deze regelmatig in het veld worden gecontroleerd.
Essentaksterfte In 2010 is de essentaksterfte voor het eerst officieel vastgesteld in Groningen en sindsdien heeft de schimmel zich razendsnel uitgebreid over Nederland. In het noorden van het land richt essentaksterfte al enorme schade aan. De schimmel groeit in de houtvaten van besmette essen, waardoor de vaten verstopt raken en de takken en bladeren verdrogen en afsterven. Niet alleen zien de kale bomen er troosteloos uit, ze vormen ook een gevaar voor wandelaars en passerend verkeer wanneer dode takken afbreken. Er is op dit moment geen remedie tegen de ziekte. De aanplant van meer gevarieerde bossen, dus verschillende boomsoorten door elkaar, kan op termijn wel helpen om de verspreiding van de ziekte te bemoeilijken Eikenprocessierups De eikenprocessierups wordt -vanwege het gevaar voor de volksgezondheid- op plaatsen met een direct risico voor mensen bestreden. Uitvoering bomenbeheer De aansturing van het bomenbeheer gebeurt door een medewerker van de gemeente. Hiervoor is specifieke (gebieds)kennis en expertise vereist. De medewerker is in het bezit van het certificaat Boomveiligsheidcontroleur (BVC). De uitvoering van het bomenbeheer vindt plaats op basis van een onderhoudsbestek. Bomenbeheerplan Deze paragraaf ‘Beheer van bomen’ geeft beleidsmatig richting aan het reguliere beheer van bomen. Het is wenselijk om in de toekomst een bomenbeheerplan op te stellen.
Dit plan brengt het totale onderhoud van bomen in beeld met exacte aantallen, maatregelen, frequenties, prioriteiten en omgang met ziekten en plagen.
Iepziekte De gemeente hanteert een actief kapbeleid bij de bestrijding van de iepziekte. Zieke bomen worden gekapt en het vrijkomende materiaal wordt afgevoerd naar een gecertificeerd verwerkingsbedrijf. Iepen worden jaarlijks preventief geïnjecteerd.
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
• 19 •
BERKEL EN RODENRIJS
• 20 •
B OS C H
S LAB B E R S
Edelstenbuurt - Landscheiding
2.6 BOMEN EN BURGERS Ambitie: helder zijn over wat kan en mag ten behoeve van een goede communicatie tussen burgers en gemeente
Bomen zijn belangrijk voor mensen. Door hun omvang en levensduur zijn het de belangrijkste groenelementen in de gemeente en volwassen uitgegroeide bomen hebben hoge waarden. Bomen dragen bij aan het algemeen belang door hun regulerende, culturele, ondersteunende en productie functies (zie ook paragraaf 2.2 ‘waarde van bomen’). Hinderlijke bomen Burgers kunnen echter ook overlast ervaren van bomen. Voorbeelden van overlast meldingen zijn: schaduw, bladval, vruchten, luis, wortelopdruk. Deze overlast wordt individueel of algemeen (collectief) ervaren. De gemeente gaat hier verschillend mee om. Individuele overlast Individuele overlast is subjectief en niet voor iedereen geldend. Waar de één blij is met schaduw, wil de ander zon. Voor de één zijn afgevallen bladeren en bloesem vervuiling van het straatbeeld, voor de ander een seizoenbeleving. De gemeente ziet geen aanleiding op deze vormen van overlast ingrepen te doen. Immers individuele wensen gaan ten kosten van planmatig onderhoud en de effecten op langere termijn, gelet op toekomstige ontwikkelingen.
Afweging bij algemene overlast Bomen op de beschermwaardige bomenlijst en in de hoofdbomenstructuur zijn van gemeentelijk belang. Verzoeken zullen niet leiden tot aanpassingen van deze structuur. Bij de afweging van gevallen van overlast die algemeen ervaren wordt, zal voor bomen in de dorpen wijkstructuren wel gekeken worden naar passende maatregelen, waarbij de structuur behouden blijft. Herinrichting Bij herinrichting van de openbare ruimte worden de standplaatsfactoren beoordeeld of die passend zijn bij de ruimtelijke uitgangspunten en afwegingen die zijn gebundeld in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte, de LIOR, zie daarvoor paragraaf 2.4. Meepraten over bomen Bij (her-)inrichting biedt de gemeente Lansingerland ruimte voor participatie, waarbij de Bomenstructuurkaart leidend is. In de planvorming kan in samenspraak met burgers passende keuzes worden gemaakt voor bomen in de dorps- en wijkstructuur en de ‘overige bomen’.
Algemene overlast Als de overlast door meerdere burgers wordt ervaren, dan spreken we van algemene overlast die van collectief belang is. Bij deze vorm van overlast gaat de gemeente het gesprek aan om belangen, wensen en mogelijkheden te onderzoeken.
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
• 21 •
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4
BRONVERMELDING DEFINITIES ENTITEITEN KAARTEN GROENSTRUCTUREN LANSINGERLAND BEGRIPPENLIJST
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
• 23 •
B OS C H
S LAB B E R S
1
BRONVERMELDING •• Gemeente Leusden, Bomenplan 2012 -2021, september 2011 •• Gemeente Lansingerland, Bomenverordening 2012 •• Gemeente Lansingerland, concept LIOR, 13 april 2012 •• Notitie hinderlijke bomen, gemeente onbekend, afd. Groen en gebouwen, november 2003 •• Norminstituut Bomen, Handboek bomen 2014
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
HOOFDSTRUCTUUR
VLAKKEN
GROEN- EN RECREATIEGEBIEDEN
Gebieden met een grote oppervlakte. De groen- en recreatiegebieden liggen buiten de bebouwde kom. Voorbeeld hiervan is de Groenblauwe slinger. Een door de mens ontworpen en aangelegd groen gebied met gras, bomen en water. Voorbeeld hiervan is
PARKEN
het Annie M.G. Schmidtpark Linten die op de dijk langs watergangen liggen. De watergangen verzorgen de afwatering van het gebied.
LIJNEN
DIJKLINTEN
Voorbeeld hiervan is de Rottekade. Linten die langs hoger gelegen boezemvaarten liggen. De watergangen verzorgen de afwatering van het
BOEZEMLINTEN
gebied. Voorbeelden hiervan zijn de boezemlinten van Bleiswijk en Bergschenhoek. Hooggelegen watergangen. De watergangen verzorgen de afwatering van het gebied. Voorbeeld hiervan is
BOEZEMVAARTEN
de Lange Vaart. Kade in het landschap. Markeerde de grens tussen twee watersystemen, en daarmee tussen twee
LANDSCHEIDING
waterschappen. De naam Lansingerland is ontleend aan de landscheiding (“lansingh” tussen Delfland en Schieland
DWARSVERBANDEN
Dwarsverbanden zijn oost-west georiënteerde (historische) lijnen. Voorbeelden hiervan zijn de Hoeksekade, Groendalseweg en de Merenweg. Laaggelegen, veelal rechtlijnige watergangen van de oorspronkelijke ontginningen. Voorbeeld hiervan is de
TOCHTEN
Duikertocht. Infrastructuur dat het oorspronkelijke, onderliggende landschap negeert. Voorbeelden hiervan zijn diverse
AUTONOME INFRASTRUCTUUR
N-wegen, de HSL, de metro (RandstadRail). Het oude centrum van een dorp met historische panden, straatjes en pleinen. Voorbeeld hiervan is het
PUNTEN
HISTORISCHE DORPSKERN
DORPENTREES
CULTUURHISTORISCHE ELEMENTEN
B OS C H
S LAB B E R S
centrum van Bleiswijk.
De entree vanaf de bovengemeentelijke ontsluitingsroutes tot de kernen.
Overblijfselen en herinneringen aan de ontstaanswijze van het landschap. Voorbeelden hiervan zijn de molens en boerderijen.
2
DEFINITIES ENTITEITEN DORPSTRUCTUUR
LIJNEN
POLDERLIJNEN
Laag liggende waterlopen geënt op het onderliggende, oorspronkelijk landschap Wegen die de verschillende wijken binnen een dorp ontsluiten. Voorbeeld hiervan is de
ONTSLUITINGSROUTES
PUNTEN
PARK OF GROENE KNOOP
Lijsterlaan in Bleiswijk.
Groene ruimtes die van betekenis zijn op dorpsniveau. Een netwerk van vaak losse groenblauwe lijnen (water en groen), verspreid liggend in
WIJKSTRUCTUUR
LIJNEN
GROENBLAUWE STRUCTUREN
de wijk en verbonden met het groenblauwe raamwerk op dorpsniveau. De buurtoverstijgende straten. Ze maken deel uit van een netwerk van buurtontslui-
WIJKSTRATEN
tingsroutes. Groene ruimtes tussen bebouwingsblokken meestal alleen toegankelijk voor
GROENCORRIDORS
langzaamverkeer. Ze hebben een kleinschalig karakter en zijn belangrijk voor de leefbaarheid van de buurten.
PUNTEN
BUURTENTREES TUINKAMERS PARKJES PARKEERHOVEN
Herkenbare plekken vanaf de dorpsontsluitingsroutes. Deze kleinschalige groenobjecten markeren belangrijke plekken in de buurt en vormen het decor voor een buurtfunctie: een ‘verlenging’ van een eigen tuin of speeltuin. Deze plekken zijn vaak weldadig groen met veel bomen in het gras en vrolijke heestergroepen.
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
GROENSTRUCTUREN LANSINGERLAND
B OS C H
S LAB B E R S
3
KAARTEN GROENSTRUCTUREN LANSINGERLAND HOOFDSTRUCTUUR
DORPSTRUCTUUR*
VLAKKEN
Groen- en recreatiegebieden
PUNTEN
LIJNEN
Agrarisch gebied
Kern
Polderlijnen met losse bomen
Natuur- en recreatiegebied
Dorpsentree vanaf provinciale weg
Ontsluitingsroutes
Agrarisch, natuur- en recreatiegebied
Cultuurhistorische elementen
Annie M.G. Smidtpark
Molen of voormalige molen Sluis
LIJNEN Dijklinten
PUNTEN Park of groene knoop
WIJKSTRUCTUUR* LIJNEN
Boezemlinten
Groenblauwe structuren
Boezemlint tracé N209
Wijkstraten
Onderweg met bomenrij Boezemvaarten Boezemvaart met bomenrij Landscheiding met bomenrij Steilrand van kleiplateau Dwarsverbanden
Groencorridors PUNTEN Buurtentrees Parkjes Parkeerhoven Tuinkamers
zonder infrastructuur met infrastructuur, met bomenrij
Recreatieve verbindingen
Tochten Autonome infrastructuur provinciale (N-)wegen provinciale (N-)wegen met bomen A12 en spoorlijn Den Haag-Gouda Hogesnelheidslijn (HSL) RandstadRail Erasmuslijn (metro) Toekomstige rijksweg A13/A16
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
HOOFDSTRUCTUUR
GROENSTRUCTUREN BLEISWIJK
LIJNEN Boezemlint Autonome infrastructuur Dwarsverband zonder bomen PUNTEN Historische dorpskern Dorpsentree
DORPSTRUCTUUR LIJNEN Polderlijnen met losse bomen Ontsluitingsroutes PUNTEN Park of groene knoop WIJKSTRUCTUUR LIJNEN Groenblauwe structuren Wijkstraten Groencorridors PUNTEN Buurtentrees Parkjes Parkeerhoven Tuinkamers
Recreatieve verbindingen
B OS C H
S LAB B E R S
HOOFDSTRUCTUUR VLAKKEN
GROENSTRUCTUREN BERGSCHENHOEK
Annie M.G. Smidtpark LIJNEN Boezemlint Dwarsverbanden met bomenrij Autonome infrastructuur PUNTEN Historische dorpskern Dorpsentree DORPSTRUCTUUR LIJNEN Polderlijnen met losse bomen Polderlijnen met bomenrij Ontsluitingsroutes PUNTEN Park of groene knoop WIJKSTRUCTUUR LIJNEN Groenblauwe structuren Wijkstraten Groencorridors PUNTEN Buurtentrees Parkjes Parkeerhoven Tuinkamers
Recreatieve verbindingen
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
HOOFDSTRUCTUUR VLAKKEN Annie M.G. Smidtpark
GROENSTRUCTUREN BERKEL EN RODENRIJS
LIJNEN Boezemlint Boezemvaart Landscheiding Dwarsverbanden met bomenrij Onderweg met bomenrij PUNTEN Kern Dorpsentree vanaf provinciale weg
DORPSTRUCTUUR LIJNEN Polderlijnen met losse bomen Ontsluitingsroutes PUNTEN Park of groene knoop WIJKSTRUCTUUR LIJNEN Groenblauwe structuren Wijkstraten Groencorridors PUNTEN Buurtentrees Parkjes Parkeerhoven Tuinkamers
Recreatieve verbindingen
B OS C H
S LAB B E R S
VLAKKEN Groen- en recreatiegebieden Agrarisch gebied
GROENSTRUCTUREN BUITENGEBIED
Natuur- en recreatiegebied Agrarisch, natuur- en recreatiegebied LIJNEN Dijklinten Boezemlinten Boezemlint tracé N209 Onderweg met bomenrij Boezemvaarten Boezemvaart met bomenrij Landscheiding met bomenrij Steilrand van kleiplateau Dwarsverbanden zonder infrastructuur met infrastructuur, met bomenrij Tochten Autonome infrastructuur provinciale (N-)wegen provinciale (N-)wegen met bomen A12 en spoorlijn Den Haag-Gouda Hogesnelheidslijn (HSL) RandstadRail Erasmuslijn (metro) Toekomstige rijksweg A13/A16 PUNTEN Cultuurhistorische elementen Molen of voormalige molen Sluis
Recreatieve verbindingen G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026
B OS C H
S LAB B E R S
4
BEGRIPPENLIJST Aanplantmaat
Stamomtrek van een boom op 1 m hoogte, in centimeters
LIOR
Accentboom
Solitaire boom die zich door zijn opvallende vorm en verschijning onderscheidt van andere toepaste bomen binnen de gemeente. Voorbeelden van accentbomen zijn de rode beuk of treurwilg
Leidraad Inrichting Openbare Ruimte, de LIOR bevat alle wettelijke eisen, beleidsregels en richtlijnen die van toepassing zijn voor de inrichting en het beheer van de leefomgeving en de openbare ruimte
Monumentale boom
Boom opgenomen in het Landelijk Register van Monumentale Bomen, heeft een minimale leeftijd van 80 jaar, is voldoende gezond en heeft een levensverwachting van minimaal 10 jaar, voldoet aan één van de volgende criteria: is beeldbepalend voor de omgeving, is cultuurhistorisch waardevol, is dendrologisch waardevol, is natuurwetenschappelijk of ecologisch waardevol, heeft zeldzaamheidswaarde
Naktuinbouw Plus-systeem
Verplicht keuringssysteem volgens de voorschriften van de Europese richtlijnen voor teeltmateriaal van bloemisterij-, boomkwekerij- en groentegewassen
Standaard RAW bepalingen
Een uitgebreide set juridische, administratieve en technische bepalingen. Deze bepalingen zijn automatisch van toepassing op alle RAW-bestekken, uitgave CROW
Vormboom
Bomen die al op jonge leeftijd worden geleid en gesnoeid tot een bepaalde vorm, zoals leilinden en knotwilgen. De beheersintensiteit van deze bomen is hoog
VTA
Visual tree assessment (boomveiligheidscontrole). Volgens deze methode kunnen (interne) gebreken ontdekt worden aan de hand van een visuele controle van de boom
APV
Algemene Plaatselijke Verordening
Bebouwde kom
Een voor de Boswet vastgestelde bebouwde kom, zoals gepubliceerd op 28 maart 2012 door de gemeente Lansingerland
Bomen Effect Analyse (BEA)
Een beoordeling van mogelijke gevolgen van bouw en aanleg voor bestaande bomen
Bomenfonds Lansingerland
Boom 1e orde Boom 2e orde Boom 3e orde
Fonds ten behoeve van de uitbreiding en het behoud van de gemeentelijke en private houtopstanden > 15m hoog 10-15m hoog < 10m hoog
CROW
Kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid
Duurzame boom
Duurzame bomen zijn bomen die: vitaal zijn én een lange levenscyclus hebben, traaggroeiend zijn ( >60 jaar) én een levensverwachting hebben van nog minimaal 10 jaar én kunnen uitgroeien tot het eindbeeld (juiste boven- en ondergrondse groeiplaatsomstandigheden)
Handboek Bomen
(voorheen KBB) omvat gestandaardiseerde kwaliteitseisen, richtlijnen en normen die van toepassing zijn bij de uitvoering van werkzaamheden in, rond en met bomen, uitgave Norm instituut Bomen
Inheemse soorten
Soorten die van oorsprong thuishoren in Lansingerland
KBB
Zie Handboek Bomen
G R O E N ST R U CT U U R
L A N S I N G E R L A N D
2 0 1 6-2026