[BV24.0008] Verslag Commissie Samenleving 18 januari 2024
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Samenleving
Datum vergadering BV24.0008
: 18 januari 2024
Aanwezig in de raadszaal Commissieleden Leefbaar 3B : Marjolein Gielis, Leon Erwich, Roy Diepeveen–Van de Merwe WIJ Lansingerland : Jan Alsemgeest, Adelkarim Afalah CDA : Nelleke Bouman, Dave Bergwerff, VVD : Marloes Draak, Boris Wezenberg, Eric Kampinga D66 : Ronald van der Stad, Sander Smolders CU : Paul Lieverse, Annette Molenaar-Van der Beek GroenLinks : Selgei Gabin, Manon van Splunter PvdA : Valmir Xhemaili, Sonnie Biharie VOOR Lansingerland : P. van Olst Wethouders
: Michiel Muis, Titia Cnossen en Leon Hoek
Voorzitter Commissiegriffier
: Matthijs Machielse : Rianne Kokke
Afwezig Leefbaar 3B WIJ Lansingerland CDA VVD D66 CU GroenLinks PvdA VOOR Lansingerland
: : : Rita Leijendekker : : : : Menno Duk, Marko Ruijtenberg : Hamid Azzouzi :
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Dames en heren, wilt u alstublieft allemaal plaatsnemen. Dames en heren, neemt u alstublieft allemaal plaats. Mooi. Een goede avond, dames en heren. Hartelijk welkom. Het is weer donderdagavond, in dit geval 18 januari. Heel hartelijk welkom bij deze eerste commissie samenleving van dit jaar. Laat ik mij van, laat ik u van deze kant nog alle goeds wensen voor dit jaar. Een heel hartelijk welkom aan onze volle publieke tribune. Vertegenwoordiging van een aantal politieke partijen vanavond aanwezig. Ambtenaren en de adviesraad sociaal domein, hartelijk welkom. Natuurlijk hartelijk welkom commissieleden en aanwezige wethouders, ondersteuning en griffie. Fijn dat u allen de kou, ijs en sneeuw heeft getrotseerd om hier vanavond te zijn. Het doet mij deugd. Ik kan u ook melden dat alle fracties ook aanwezig zijn deze avond. Dat is het dan ook gelijk qua mededelingen, want we gaan gauw van start met de vergadering van vanavond. 2. Insprekers De voorzitter: Helaas, agendapunt twee, geen insprekers vanavond. Misschien is dat nog een optie voor u, voor een andere keer, als u een actueel onderwerp heeft wat u de commissie graag wil meegeven.
Dan bent u niet alleen welkom om de vergadering te volgen vanaf de publieke tribune, maar u kunt ook een aantal minuten aan het begin van de vergadering gebruiken om de commissie nog wat mee te geven. 3. Vaststelling verslag vergadering d.d.
1/29
De voorzitter: Daarmee gaan we over naar het vaststellen van het verslag van de vorige vergadering. Daarop zijn geen opmerkingen binnengekomen. Kan ik dat verslag dan ook vaststellen? Dat is het geval? Dat is dan bij deze vastgesteld. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Gaan we over naar het vaststellen van de agenda en de inventarisatie van de rondvragen. Allereerst de agenda, een van de commissieleden een opmerking over de agenda van vanavond? Nee, dat is niet het geval. Inventarisatie rondvragen: De voorzitter: Dan voor de inventarisatie van de rondvragen. Meneer Diepeveen, u heeft een rondvraag. Waarover gaat u rondvraag? De heer Diepeveen, Leefbaar 3B: Wij hebben een rondvraag over de kwaliteit, of eigenlijk het gebrek aan de kwaliteit van de diensten van Noot Personenvervoer. De voorzitter: Dat gaat in het bijzonder over Wmo-vervoer? De heer Diepeveen, Leefbaar 3B: Ja. De voorzitter: Helder. Dan bij deze, akkoord. Dan komen we aan het einde van de vergadering bij uw rondvraag. Dat was dan ook gelijk voor de inventarisatie van de rondvraag. 5. Bespreekpunten: De voorzitter: Gaan we over naar agendapunt vijf, de bespreekpunten. 5.a Jeugdzorg anno 2024 De voorzitter: Die beginnen wij met het bespreekpunt ingediend door de heer Lieverse, waarvoor dank, de jeugdzorg anno 2024.
Dat is een bespreekpunt naar aanleiding van een raadsinformatie brief over de ontwikkelingen van de jeugdhulp, de aanpak van de wachtlijst jeugd en de taakstelling specialistische jeugdhulp. De heer Lieverse heeft in zijn bespreekpunt een viertal vragen aan de commissie. Let u even op, de griffier heeft u daar ook over gemaild, dat vraag drie ook nog aan de orde komt bij agendapunt 6.a. Dat is een stuk ter advisering aan de raad, waar u ook over kunt meebeslissen. Dus bewaart u misschien daar uw argumenten voor het volgende debat. Dat is genoeg van mijn zijde. Ik denk, de heer Lieverse, het woord is aan u om het debat te openen. Ik open de eerste termijn. De heer Lieverse, CU: Dank u voorzitter. Overigens zal ik iets meer van mijn spreektijd gebruiken in eerste termijn dan gewoon is. Dat heb ik nodig om de aftrap zo goed mogelijk te doen. Blij ook met uw toelichting op die derde vraag, die vervalt. Overigens heb ik de vragen geformuleerd meer als richtinggevend, om het gesprek los te maken, dan dat die afgevinkt moeten gaan worden. Sinds ik, voorzitter, in 2018 raadslid werd, geven we in onze regio 100 miljoen meer uit aan jeugdhulp. Een uitgavenstijging van 200 miljoen naar 300 miljoen. Bij agendapunt 6.a komen we te spreken over de financiële aspecten, daarom nu eerst over de inhoud van jeugdhulp. Jeugdzorg is een hoofdpijndossier.
Jeugdbescherming en een jeugdreclassering staan in brand. Tekort aan personeel, onder toezicht van inspectie gezet, enzovoorts. Gesloten jeugdzorg, ander punt, is overhaast afgebouwd en het leidt tot dure, intensieve jeugdzorg. Wat ook niet helpt, is dat ze onder twee verschillende ministeries vallen. Gemeenten en zorgaanbieders hebben te maken met administratieve rompslomp. Helpt ook al niet mee. Voor eenvoudige jeugdzorg, dat zijn vooral opvoedingsproblemen, nemen de wachtlijsten toe. De ChristenUnie pleit voor volgende tien oplossingsrichtingen. Jawel voorzitter, toen. Een, het is bekend dat met de toenemende welvaart de opvoedproblemen afnemen. Kanttekening, welvarenden eisen wel vaak een luxe hulp, zoals bij vermeende dyslexie. Punt een is daarom samen te vatten als, investeer in bestaanszekerheid. Punt twee, landelijk hebben 86.000 kinderen per jaar te maken met ouders die uit
2/29
elkaar gaan. Geeft niet alleen het kind hulp, zo vindt de ChristenUnie, maar ook de ouders. Ofwel, maak de transitie van jeugdhulp naar gezinshulp. Drie, er is toename van eenzaamheidsproblematiek en van mentale problematiek, vooral onder tienermeiden. Stimuleer dus jeugd- en jongerenwerk, zoals het Join Us programma en dat van Jong Perspectief, de kerken en Humanitas. Oplossingsrichtingen zijn onder andere, nummer vier. De ChristenUnie pleit om onderscheid te maken tussen jeugd-ggz, dat gaat om kinderen met een medisch probleem, en familiezorg, wat meer gaat over opvoeding en gezinsproblematiek. We pleiten er ook voor om alledaagse problematiek terug te verwijzen naar thuis of naar school. Staatssecretaris Van Ooijen schrijft, strubbelingen bij opvoeden en opgroeien, horen bij het normale leven. Daar sluit onze fractie zich bij aan. Hoog specialistische jeugdzorg is een ander verhaal. Deze moet juist sneller beschikbaar komen voor kwetsbare jongeren met complexe problemen. Dan denken we aan kinderen met een eetstoornis of met de jeugd beschermingsmaatregel. Ik ben al bij punt zeven, voorzitter. Dat zijn punten die vooral ook in regioverband opgenomen, opgepikt moeten worden. Dan denk ik meer de kleine regio Capelle en Krimpen en wij, en niet in de grote GR. Met name om de residentiële zorg te voorkomen of te verkorten. Hoe? Punt zeven is dat. Versterk het gewone leven.
Vergroot de veerkracht van ouders en kinderen. Door versterking binnen gezinnen kunnen uithuisplaatsingen van kinderen voorkomen worden of worden bekort. Dat is iets anders dan het louter sluiten ervan, zoals nu gebeurt. Onze fractie zou ook meer willen samenwerken met het Zorg- en Veiligheidshuis. Acht, normaliseer voogdij. Voer de burgervoogd breed in. Op dit moment hebben jongeren met een voogdijmaatregel een dure professional van een gecertificeerde instelling als voogd. In een groot deel kan de voogdij over de jongeren belegd worden bij een informeel steunfiguur. Negen, begrens de reikwijdte van de jeugdhulpplicht tot in de Jeugdwet genoemde taken. Waaronder het meer optuigen van de taken die vallen onder advisering. Geef voorrang aan taken die te maken hebben met bescherming. Tien, de eerste 1000 levensdagen zijn cruciaal voor de ontwikkeling van een kind. Onze GGD’s brengen risicofactoren in beeld van kwetsbare ouders. Laten we daarmee aan de slag gaan en ons daarbij richten op de multiproblematiek van gezinnen. Gezinszorg betekent ook dat zorg doorgaat voor jongeren die 18 worden en anders buiten de jeugdzorg zouden vallen. Het is voorzitter, daarmee sluit ik af, onze overtuiging dat de meeste jeugdzorg gedijt in lokale hulp. Dan liefst als gezinszorg. Zover. De voorzitter: Helder, dankuwel mijnheer Lieverse. Ik zal uw microfoon even uitzetten. Zo.
Welk van de commissieleden kan ik het woord geven voor het vervolg van dit debat? Niet allemaal tegelijk. Dan gaan we gewoon linksom. Dan kom ik bij de fractie Leefbaar 3B. Wie mag ik daar het woord geven. Mevrouw Gielis, gaat uw gang. Mevrouw Gielis, Leefbaar 3B: Het is zo lang geleden. In ieder geval, dank aan de heer Lieverse en de ChristenUnie voor het herhaaldelijk proberen om dit onderwerp op de agenda te plaatsen. Om meerdere redenen is het pas nu ter bespreking. Eigenlijk is dat heel jammer, want het is een ontzettend belangrijk onderwerp. U zei het al, over de financiën komen we later te spreken, maar over de inhoud gaat het nu. De oproep, het is een oproep tot samenwerking voor maatregelen binnen een bredere maatschappelijke opgave. Wij vinden dit heel erg belangrijk. De tien punten die de heer Lieverse noemde, kunnen wij allen onderschrijven. Ons spreekt met name de transitie aan. De oproep voor transitie van jeugdhulp naar gezinshulp. Want je bent niet een kind alleen, je hebt een gezin. Je hebt, daar zit zoveel omheen. De heer Lieverse heeft net goed verwoord, dat hoef ik niet nog een keer uit te leggen. Het doel moet zijn veilig, gezond en kansrijk opgroeien, voor elk kind in Lansingerland. Dat kan een kind niet alleen. Daar heb je zoveel meer voor nodig. Ook, het moet veel simpeler kunnen. De heer Lieverse heeft ons een aantal vragen gesteld.
De vraag een is, eigenlijk is dat een wettelijke taak, maar wat blijkt is dat wij als gemeente daar eigenlijk toch wel meer mee moeten. Het hoeft niet wettelijk gezien, maar we willen dat heel graag als Leefbaar 3B. Vraag twee is, welke mogelijkheden ziet de commissie om iets aan de maatschappelijke context te doen? Daar zien we eigenlijk weinig in ,want als raad zijn we daar niet voor verantwoordelijk. Het is wel in ons belang, en vooral voor onze jeugd, gezinnen, inwoners en de jeugd. Wat we wel kunnen doen is faciliteren. De partijen, stakeholders met elkaar in contact brengen. De snelheid van handelen activeren en de ambtelijke organisatie ervan doordringen dat wij in dienst staan van de maatschap. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. De tekst, wat kunnen wij voor u betekenen, die tekst is goed te zien als je hier binnenkomt. Laten we daar ook naar handelen. Zeker in dit geval. Vraag vier, als de heer Lieverse bedoelt dat kostenstijging ten koste gaat van kwaliteit van de zorg en dat de GHJR weinig doet om kosten te beperken, want die hebben wellicht een ander belang, dan vindt hij ons aan zijn zijde. Wij moeten in ieder geval op de centen en de dure
3/29
euro's letten en niet meegaan in de dure wensen van andere belanghebbenden. Dat komt later vandaag terug. Leefbaar 3B heeft eerder op dit onderwerp aangegeven dat maatwerk erg belangrijk is. Maatwerk beperkt namelijk kosten, zeker in vervolgstadia. We gaan niet bijdragen aan de kosten van mensen van andere partijen of andere gemeentes. Wij dragen volgens mij, en correct me if I’m wrong, dragen wij bij pro rata aan de kosten en hebben dus net zoveel rechten om onze wensen gehonoreerd te krijgen. Zeker als we dat kunnen beargumenteren, waarom op langere termijn zowel sociaal als financieel dat gunstiger zou kunnen uitpakken? De voorzitter: Mevrouw Gielis, wilt u gaan afronden alstublieft? Mevrouw Gielis, Leefbaar 3B: Mijn collega Erwich komt hier in een later stadium nog op terug. Dankuwel. De voorzitter: Helder. Dankuwel mevrouw Gielis. Dan ga ik naar de voorste rij aan mijn linkerzijde. Bij de VVD, mevrouw Draak. Gaat uw gang. Dit gaat beter helpen. Succes. Mevrouw Draak, VVD: Nu wel. Heel goed. Dankuwel voorzitter. Het is inderdaad een heel belangrijk bespreekpunt. Ik denk dat ik heel even begin met, hoe kijkt de VVD in het algemeen naar dit vraagstuk jeugdzorg? De VVD vindt het thema bestaanszekerheid en kansengelijkheid heel belangrijk. Dat komt omdat wij als liberalen zeggen, mensen zijn niet gelijk maar ze zijn wel gelijkwaardig.
Hoe krijg je mensen in een gelijkwaardige positie? Door, de woorden zijn hier in dit huis vaak tegen elkaar afgewogen, door een ongelijke aanpak te hanteren. Het beeld wat we allemaal kennen van de Lansingerlandse Standaard, waarin het kindje een hoger voetstukje krijgt dan de volwassene om allemaal hetzelfde speelveld te kunnen zien. Dat onderstreept, denk ik, het beste hoe wij naar jeugdzorg kijken. Je wilt gewoon graag dat mensen die krachtig genoeg zijn om het zelf op te lossen, het ook zelf oplossen. Of met een klein beetje kortdurende en laagdrempelige hulp weer op weg geholpen worden. Wat dat betreft herken ik mij in veel punten die de heer Lieverse net noemde. Dat je eigenlijk moet kijken naar gezinshulp, bijvoorbeeld in situaties van scheiding. Zeker ook de eerste 1000 levensdagen van een pasgeboren kind. Als je het voor elkaar krijgt om daar een verbetering in te creëren door, samen met het CJG stel ik me zo voor, het consultatiebureau, te zorgen dat in die basis de goede keuzes worden gemaakt. Dan voorkom je misschien wel op langere termijn meer problemen. Daar zouden wij een heel groot voorstander van zijn. Als ik even kijk naar de vragen die de heer Lieverse aan de commissie heeft gesteld.
Welke taken, vinden wij, behoren tot de gemeentelijke taken? Dit vind ik wel ingewikkeld, want dat kunnen wij hier in dit huis wel bedenken wat we daarvan zouden willen, maar uiteindelijk wordt dat denk ik in de Tweede Kamer besloten. Ik denk dat we heel erg moeten kijken naar wat er de afgelopen jaren goed is gegaan. Volgens mij helpt het dat de gemeente, de gemeenten dichterbij de mensen staan en daardoor ook lokaal sneller de wegen weten te bewandelen dan als je dat centraal regelt. Volgens mij is dat sterk aan het decentrale model. Al die bureaucratie, dat helpt natuurlijk totaal niet. Wij proberen de stijgende kosten met elkaar alleen maar op te lossen door allerlei papieren oplossingen. Daar zal ik bij punt drie ook nog wel op terugkomen in het volgende bespreekpunt. Het zou zo fijn zijn als we, zoals mevrouw Gielis ook al zei, gewoon eens met gezond verstand zouden nadenken. Als er iets niet kan, wat kan er dan wel? Laten we dat gewoon gaan doen zonder te dimdammen over, wat hoort nou precies waar? Laten we het kind gewoon helpen of de ouders, het gezin. Even kijken. De tweede vraag, prestatiedruk in het onderwijs, druk op bestaanszekerheid heb ik indirect eigenlijk al gezegd. Toevallig staat de VVD daarin heel erg op een lijn met de ChristenUnie. Je wilt juist dat mensen zien dat sommige dingen horen bij het leven. Niet ieder kind kan VWO.
Je hebt wel eens … De voorzitter: Mevrouw Draak, zou u zo nog even uw laatste vragen willen beantwoorden en uw termijn willen afronden? Mevrouw Draak, VVD: Zeker weten. Zoals mijnheer Lieverse ook al zei, sommige problemen horen bij het leven. Dat klinkt misschien harder dan ik het bedoel. Daar hoeft niet altijd iets aan te gebeuren, qua hulp. De inzet van de GRJR om kostenstijging tegen te gaan, op zichzelf is dat prima maar niet als het alleen een papieren maatregel is. Je wilt wel dat de zorg … De voorzitter: Ik ga u nog even onderbreken voor een interruptie van de heer Lieverse. De heer Lieverse, CU: Ik besef dat spreektijd heel kort is, voorzitter. Dat geldt voor mevrouw Draak en ook voor mij. Toch een korte vraag, want ze heeft het … Inderdaad, zegt zij, ze onderstreept het belang van die eerste 1000 dagen bijvoorbeeld en van gezinshulp. Dan de vraag van, wat zijn gemeentelijke taken? Zou het bijvoorbeeld iets kunnen zijn om wel, om zoiets focussen en bijvoorbeeld avonden te
4/29
organiseren in het gemeentehuis met een expert? Juist bedoeld voor jonge ouders om ook van elkaar te horen dat dingen niet vanzelf gaan en hoe je dat dan oplost. Heb je daar oma voor nodig? Heb je daar een buurvrouw voor nodig, enzovoorts. De voorzitter: U vraag is helder, denk ik, mijnheer Lieverse. Mevrouw Draak. Mevrouw Draak, VVD: Dat zou een hele goede start kunnen zijn, om daarmee te beginnen. Alleen, het probleem vind ik hiermee dat we dus hele kort de spreektijd hebben en dat je hier volgens mij wel met elkaar drie dagen over op de hei kunt gaan zitten. Dan ben je nog niet uitgepraat. Ik vind het heel moeilijk om daar in korte tijd iets over te zeggen. De voorzitter: Is dat ook het einde van uw termijn, mevrouw Draak? Dat is het geval. Helder. Dankuwel en wellicht komen we elkaar nog tegen, drie dagen op de hei. Zou ik graag met u organiseren. Aan mijn linkerzijde D66. Mijnheer Smolders, gaat uw gang. Ja, zeker. Nu heeft u het woord. De heer Smolders, D66: Het is alweer een tijdje geleden dat ik hier gezeten heb. Mijn dank aan ChristenUnie en met name de heer Lieverse om dit onderwerp op tafel te leggen als bespreekpunt. Ook D66 vindt het heel belangrijk om hier eens goed naar te kijken. De gemeenten zijn met de decentralisatie verantwoordelijk gesteld voor het bieden van de jeugdzorg, met het idee dat de zorg beter en dichter bij de inwoners georganiseerd kan worden.
Dat ondersteunt onze fractie op zich ook wel, los van alle bureaucratie en verschillende regelingen die op je afkomt. De Jeugdwet voegt daaraan toe dat het in samenhang met ondersteuning van gezinnen bij werk, inkomen en schulden moet worden bezien. Die 10 punten van de heer Lieverse over gezinshulp, opvoedproblemen, die herkennen wij ook wel. Ook herkennen we dat, de ingewikkeldheid om de taken te verdelen binnenwettelijk, bovenwettelijk, met de vraag die de heer Lieverse stelt. Vinden we best ingewikkeld. Wij als gemeente vinden wel dat er plicht en verantwoordelijkheid voor het beschikbaar stellen van passende zorg moet zijn. Passend, omdat het naar ons idee om het kind en niet alleen het kind, is al genoemd, ook de ouders en omgeving, zorgpartners en alles moeten inspelen. Daarnaast heeft de gemeente ook een andere rol. Dat komen we later te spreken, namelijk dat we ook de kosten beheersbaar moeten houden en de taakstelling van ruim 1,6 miljoen wilden bewerkstelligen. Die dubbele rol voor de gemeente lijkt, is niet makkelijk en hier moeten we zorgvuldig mee omgaan. Het kind mag namelijk niet de dupe worden van D66. Ook kijkend naar de toekomst, is de maatschappij erbij gebaat om tijdig en passend adequate zorg aan kinderen te bieden. We willen voorkomen dat ze van de maatschappij ontwricht raken en voor andere problemen zorgen.
Of, in sommige gevallen, misschien wel het verkeerde pad opgaan. Dan geef ik even antwoord op vragen van de heer Lieverse. Zoals ik al zeiden, de wettelijk, bovenwettelijke taken, vinden wij niet eenvoudig om daar antwoord op te geven. Naar onze mening heeft de gemeente nu de plicht de jongeren te adviseren bij welk vorm van hulp het beste past, om samen met de jongeren de goede en passende vorm te kiezen en te zorgen dat de jeugdhulp ook echt beschikbaar is. Dit is maatwerk. Dat we hier vanuit de raad moeilijk kunnen invullen. We dienen hiervoor de kaders te stellen en te bewaken, dat deze taken ook worden uitgevoerd. Daarbij spreek ik nu alle vertrouwen uit in Team Jeugd, die de wachtlijst van acht naar drie maanden heeft teruggewerkt. Dank aan de ambtenaren dus, en wellicht de wethouder. Taken zoals het hebben van een beleidsplan voor provincie, ondersteuning, hulp en zorg, zien we als een must. Het treffen van voorzieningen voor de jeugdhulp, jeugdbeschermingsmaatregelen waar dat noodzakelijk is, organiseren van jeugdreclassering en het nemen van maatregelen voor de aanpak van kindermishandeling, zien we als plicht voor de gemeente. Dit kan, wat D66 betreft, worden opgepakt samen met de regio in de GRJR. Niet te vergeten, samenwerking zoeken met andere sectoren zoals gebeurt met jeugdcoach op scholen, de huisarts, praktijkondersteuners, maar ook politie en justitie.
Vraag twee, vragen we ons af … De voorzitter: Mijnheer Smolders, u moet wel even misschien iets sneller door de vragen heen gaan. De heer Smolders, D66: Dan klaag ik toch ook hier over de korte spreektijd, eerlijk gezegd. Voor dit belangrijke onderwerp. De voorzitter: Ik doe toch een beroep op u om bondig te formuleren, mijnheer Smolders. De heer Smolders, D66: Dat gaan we ook doen. Punt drie vervalt. We zitten bij het punt, antwoord op prestatiedruk. We vinden dat de maatschappij … Die prestatiedruk wordt niet alleen gelegd bij de ouders, die wordt ook gelegd bij scholen, bij sportverenigingen. Daar kun je ze aanpakken. Of wij die prestatiedruk, zoals de maatschappij nou eenmaal is, dat zij mevrouw Draak ook al, de maatschappij
5/29
verander je niet zomaar als gemeente. Punt vier, dit zal bij de volgende agendapunten aan de orde zijn. In mijn inleidende woorden mag het duidelijk zijn dat de taakstelling niet ten koste mag gaan van degenen die het echt nodig hebben. De hulp echt nodig hebben. Kinderen met complexe en wellicht ook comorbiditeitsproblematiek moeten we passende, adequate zorg kunnen blijven bieden. Dat was hem. De voorzitter: Helder. Dankuwel mijnheer Smolders. Dan ga ik door aan mijn rechterzijde. Mevrouw Van Olst, VOOR Lansingerland. Gaat uw gang. Mevrouw Van Olst, VOOR Lansingerland: Dankuwel voorzitter. Ik wil ieder geval de ChristenUnie bedanken voor dit belangrijke onderwerp, want … Ook met alle oplossingsrichtingen die geboden worden. Het spreekt me enorm aan. Wat ik bij de voorbereiding heb opgeschreven over dit onderwerp is, waar de sociale controle is afgenomen is de sociale druk toegenomen. Dat geldt voor iedereen, ook voor kwetsbare gezinnen en hun kinderen. Dit kunnen wij hier niet veranderen. Dat is een cultuurding geworden, denk ik. Ik vind wel dat we als gemeente mensen die dat niet aankunnen moeten ondersteunen. Volgens mij is er al heel veel gezegd en gedaan. Ik heb niet per vraag een antwoord. Ik heb het inderdaad meer als richting gebruikt. De punten die mij erg aanspreken zijn bijvoorbeeld het veel meer inzetten op laagdrempelige hulp, zoals jongerenwerkers.
Echt aan de voorkant van het probleem gaan zitten. Het hele gezin benaderen in plaats van jeugdhulp. Ook inderdaad, niet alle problemen over een kan scheren, want er is nou eenmaal, er zijn allerlei uitdagingen die je tegenkomt als ouder met een puber of inderdaad met een scheiding of wat dan ook. Daar moet een ander loket voor zijn als dat je psychische zorg nodig hebt, of iets dergelijks. Maatwerk vind ik belangrijk. Inderdaad kijken wat wel kan, maar niet te betuttelend. Het moet echt gaan voor mensen die het nodig hebben. Dankuwel. De voorzitter: Dankuwel mevrouw Van Olst. Mijnheer Bergwerff, CDA. Gaat uw gang. De heer Bergwerff, CDA: Laat ik ook beginnen om mijn, of onze dank uit te spreken aan mijnheer Lieverse van de ChristenUnie. Het is echt heel fijn dat hij hier structureel aandacht voor vraagt. De opening van dit debat, dus zijn bijdrage is gelijk een mooie start van dit punt. Waarom is het belangrijk dat we het hierover hebben? Kijk na al die jaren, dus na 2015, werd de jeugdhulp gedecentraliseerd, zoals jullie weten. Eigenlijk vanaf dat moment tot nu hebben we nog steeds geen grip op de kostenstijging. Dat is natuurlijk kwalijk. Mijnheer Lieverse vraagt het een en ander. Daar kunnen we antwoord op geven, dat ga ik ook doen. De heilige graal hebben wij niet kunnen vinden.
Anders had dit probleem ook niet zo lang gespeeld natuurlijk bij eigenlijk alle gemeenten in Nederland. Ik vond het trouwens mooi, wat mijn buurvrouw net zei. Waar de sociale controle is afgenomen, is de sociale druk toegenomen. Dat omvat denk ik wel een heel groot gedeelte van het probleem waar we het nu over hebben. Wat betreft de gemeente, de gemeente is natuurlijk eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de jeugdhulp. Dus het bieden van goede jeugdhulp. Dat is eventjes de paraplu waar van alles onder valt. Het is natuurlijk ook fijn om te vernemen dat wachtlijsten zo erg zijn verminderd hier in Lansingerland. Dat is een stukje kwaliteitsverbetering. Het is natuurlijk gebeurd met tijdelijke aanstellingen voor extra personeel. Dat het gebeurt, dat is al heel bijzonder. Goed dat we dat doen. Daar redden we het niet mee, dan zijn we er nog niet natuurlijk. Dan hebben we het over de maatregelen om het tekort op de jeugdzorg terug te dringen en ook de wachtlijsten, en dergelijke. De ChristenUnie noemde hele goede oplossingen, die tien punten. Ik denk dat wij allen hier in deze zaal daar wel geïnteresseerd in zijn. Niemand zal zeggen van, punten twee, drie en vier, daar zien we niks in, want … Dan vat ik even voor mezelf samen wat het CDA vindt. Dat is eigenlijk een citaat van staatssecretaris Maarten van Ooijen.
Hij zei een tijd geleden in een interview dat de jeugdhulp haar prioriteiten duidelijk moet hebben en minder vaak zou moeten inzetten op de lichtste vorm van jeugdhulp, zoals hulp bij impulsief gedrag, begeleiding bij plannen en hulp om vrienden te maken. Dat zijn natuurlijk dingen die, ik hoorde het net al, die horen bij het leven. Natuurlijk kan een jongere daar hulp bij krijgen, maar dat moet geen prioriteit hebben. Die keuzes binnen de jeugdhulp, naar ons gevoel, om gelijk ook tot antwoord te gaan van wat doet de GRJR, worden steeds beter gemaakt. We zijn er nog niet. Er worden echt al stappen gezet, ook landelijk, ook met de hervormingsagenda, ook hier lokaal, ook met het punt wat we dadelijk gaan bespreken. Die maatregelen, die drie maatregelen. Dat is allemaal heel positief, maar we zijn er nog niet. Voorlopig hebben wij nog niet het gevoel dat we echt als gemeente Lansingerland, zelfs als Nederland, grip hebben op de jeugdhulp. Daar laat ik het even bij. De voorzitter: Helder. Dankuwel mijnheer Bergwerff. Dan aan uw linkerzijde. U gaat het doen, de heer Alsemgeest van WIJ Lansingerland? U heeft het woord.
6/29
De heer Alsemgeest, WIJ Lansingerland: Voorzitter, dankuwel. Voorzitter, dit bespreekpunt ingebracht door de heer Lieverse, was eigenlijk al een aantal vergaderingen geleden geagendeerd maar door omstandigheden op de wachtlijst terecht gekomen. Helemaal eigenlijk in lijn dus met de jeugdzorg. Dat is niet al te best. Het is dan ook goed om die jeugdzorg snel weer eens onder de loep te nemen. Hoe gaat het en wat kunnen en willen we ermee? We hebben vanuit de Jeugdwet als gemeente de opdracht om onze jongeren te ondersteunen en te begeleiden als dat nodig is. Dit doen we lokaal met onze kernpartners en via GRJR voor de specialistische hulp. De vraag is echter steeds weer, de vraag die bovenkomt en steeds weer, leveren we nu wel de juiste zorg? Blijft het betaalbaar? De heer Lieverse heeft dit daarom ook op de agenda gezet en een groot aantal opties gegeven voor een andere aanpak. Ook hier blijft de vraag, is dit de juiste manier? Verder heeft de heer Lieverse een aantal vragen opgesteld waar we kunnen over debatteren. Ik heb daar soms heel lang naar moeten zoeken, om naar een antwoord op te vinden. Van welke wettelijke en bovenwettelijke taken, vindt de commissie, behoren tot de gemeentelijke taken? Hier moet ik het antwoord eigenlijk een beetje schuldig blijven, want ik heb niet helemaal op het netvlies wat de wettelijke taken zijn en wat bovenwettelijke kunnen doen.
Misschien kan de wethouder daar wat duidelijkheid in verschaffen? Dan de vraag, welke mogelijkheden ziet de commissie om iets aan de maatschappelijke context te doen, zoals prestatiedruk in het onderwijs en druk op de bestaanszekerheid? Dan neem ik even aan dat de heer Lieverse met de commissie ons als gemeente bedoelt en kom ik tot de conclusie dat we er als commissie slash gemeente erg weinig aan kunnen doen. Prestatiedruk is iets wat voortkomt uit een steeds maar sneller voortgaande maatschappij. Mensen willen steeds meer en verwachten steeds meer van zichzelf en van anderen. We leggen onszelf die druk op en we moeten dan ook niet verwachten dat een ander die druk eraf kan halen. Ook dat moeten we denk ik zelf doen. Wat vindt de commissie van de mogelijkheden en de inzet van de GRJR om kostenstijging tegen te gaan? Er vinden op dit moment al hervormingen plaats binnen de GRJR en die zouden kostenbeheersing in zich hebben. Vooralsnog kunnen we een kostenstijging van 10 procent tegemoet zien. Blijft bij onze fractie de vraag of dit wel goede hervormingen zijn? Of dat het afbraak is van het systeem en dat we dat straks dat systeem weer op moeten bouwen. Als laatste, de overkoepelende vraag. Hoever gaat de gemeente, hoever gaat de bemoeienis van de gemeente? Dat is eigenlijk wel de meest cruciale vraag. Een groot deel van het antwoord heb ik in de vorige vraag al beantwoord.
De druk die maatschappij aan de jeugd oplegt, moet de maatschappijen er zelf afhalen. Daar kunnen we als gemeente weinig of niets aan doen. We hebben als gemeente en raad de taak om de jeugd te ondersteunen en te begeleiden waar nodig is en dat moeten we goed doen. Onzes inziens moeten we dat zo snel mogelijk doen en op lokaal niveau. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat kleine problemen geen grote problemen worden. Ik kan ook heel goed aansluiten bij een van de opties van de heer Lieverse en mevrouw Gielis. Die sprak daar ook al over. Dat we de problemen per gezin gaan bekijken, en niet per kind. Dankuwel. De voorzitter: Helder. Dankuwel mijnheer Alsemgeest. Dan aan mijn rechterzijde, GroenLinks. Mevrouw Gabin. Dat is het pasje van de heer Ruijtenberg, die ik hier zie verschijnen. Misschien is het een idee om die even te wisselen. Zou ik u niet aan willen doen mevrouw Gabin, dat ook de kijkers thuis u in beeld zien met de naar van de heer Ruijtenberg daaronder. Even kijken, u bent inmiddels ingeladen. Dus als u op de knop wil drukken? Mevrouw Gabin, gaat uw gang. Mevrouw Gabin, GroenLinks: Dankuwel. Dank aan de ChristenUnie voor het bespreekpunt. Een heel belangrijk onderwerp. Wij kunnen ook zeker veel punten van de heer Lieverse onderschrijven. Wij vinden dat de gemeente een proactieve rol dient spelen in de jeugdzorg.
Dit betekent niet alleen het nakomen van wettelijke richtingen, maar ook het investeren in bovenwettelijke initiatieven die preventieve en ook vroege interventie kunnen ondersteunen. Daar moet natuurlijk wel de ruimte voor zijn, wettelijk gezien. Dit kan bijvoorbeeld door het initiëren en ondersteunen van preventieve programma's die gericht zijn op vroege interventie bij problemen thuis of op school, voordat deze escaleren tot een punt waar formele jeugdzorg vereist is. Zo hebben wij in 2021 ook schriftelijke vragen gesteld over jongeren en depressie. Wij hebben daar gevraagd naar een programma genaamd Storm, ontwikkeld voor depressiepreventie bij jongeren. Wij moedigen dus dit soort initiatieven van harte aan. Binnen de kaders van nationale wetgeving hebben scholen en schoolbesturen aanzienlijk veel autonomie. Toch hebben gemeenten verschillende manieren om invloed uit te oefenen op aspecten van het onderwijs, zoals actief samenwerken met scholen en schoolbesturen. Door middel van overlegstructuren kunnen ze pleiten voor het opnemen van programma's gericht op mentale gezondheid in het, wellicht in het schoolcurriculum. Binnen de tien punten van de ChristenUnie willen wij speciale aandacht voor vragen voor kwetsbare groepen, zoals jongeren uit minderbedeelde gezinnen, jongeren met migratieachtergrond of jongeren met een speciale behoefte.
Al met al pleiten wij voor een holistische aanpak waarbij de gemeente samenwerkt met scholen, zorginstellingen en gemeenschappen om de brede maatschappelijke drukken,
7/29
zoals prestatiedruk in het onderwijs, aan te pakken. Wat betreft de vierde vraag, het is belangrijk dat kostenbeheersing niet ten koste gaat van de zorgkwaliteit. Duurzaamheid, zowel financieel als in termen van langdurige effectiviteit van de zorg, moet een prioriteit zijn. Wij dringen aan op transparantie en samenwerking met de GRJR om de innovatieve en duurzame oplossingen op dat gebied te bevorderen. De voorzitter: Dankuwel mevrouw Gabin. Dan tot slot, in deze eerste termijn van de commissie, de fractie PvdA. Mevrouw Biharie. Mevrouw Biharie, PvdA: Dankuwel voorzitter. Het is goed dat we vanavond met zijn allen hier zitten voor onze jeugd, onze jongeren. Daarnaast ook voor hun ouders en verzorgers. In de jeugdzorg gebruiken ze het woord systeembehandelen. Heel naar woord, maar met het systeem wordt bedoel de verzorgers eromheen. Want, het werkt twee kanten op. Als een jongeren mentale problemen heeft, hebben de ouders er ook mee te maken. Zowel bij jeugd als bij volwassenen lopen de wachttijden op. De mentale problemen lopen op dit moment landelijk, Nederland, maar ook in onze Lansingerland, ook op. Het is goed om hier met zijn allen onze ogen en oren open te houden. Kijken wat de kinderen, onze jongeren, onze jeugd en hun ouders, verzorgers nodig hebben. We kunnen hier beleid maken.
Beleid is nodig maar, zoals sommigen van andere fracties hebben benoemd, het is goed om te kijken, wat heeft in een gezin men nodig? Van daaruit acteren. Er is veel benoemd. Ook de punten van de heer Lieverse, van denken in oplossingen, bijdragen. Dat omarmen wij. Daarnaast is het belangrijk om het samen te doen. Samen met onderwijs. Er wordt al veel vanuit de gemeente gedaan in allerlei projecten voor jongeren. Jongerenwerk, sportvereniging. Het kan beter. Als we het hebben over de wachtlijsten en als die te lang duurt, en we hebben daar vaker, ik heb het ook benoemd, dan wordt het allemaal langdurige zorg. Langdurig betekent specialistische zorg, wat de kosten meer opdrijft. Mijn oproep is, namens onze jongeren, onze jeugd, hun ouders, hun verzorgers, de scholen, de sportvereniging, werk aan de voorkant. Dat houdt in, kortere begeleidingstijden, kortere trajecten, minder kosten. Als men te lang moet wachten, ben je veel langer met zo'n jongeren en de mensen om hun heen om dat weer op rails te krijgen. Daar wil ik echt de aandacht vandaag voor vragen aan ieder van ons, de wethouder en alle aanwezige commissieleden. Over het financiële plaatje kom ik straks bij de volgende punt. Ik wil kort even ingaan op de vragen van de heer Lieverse, wat is, over de wettelijke en bovenwettelijke taken. In 2015 hebben we de gemeente op ons bordje gekregen vanuit landelijke overheid.
Onze standpunt is, neem de verantwoordelijkheid. Dat doen we al, dat weet wethouder Hoek ook, maar blijf dringend die verantwoordelijkheid nemen voor onze jongeren. Dat heeft echt impact voor onze jongeren hier in Lansingerland, op diverse gebieden. Onderschat het niet. Dat is mijn oproep. Welke mogelijkheden, vraagt de commissie, om iets aan de maatschappelijke context te doen? Dat heb ik zojuist wel benoemd. Zeker bestaanszekerheid. Ik wil geen specifieke, kwetsbare doelgroepen noemen, omdat mentale, psychische gesteldheid, de zorgen daarom, komt in alle lagen voor. Of je nou bij een asielzoeker bent of met een kleine portemonnee, bij de ene is het groter voor dan voor anderen, of je hebt een hoge opleiding. Ik kom uit de GGZ, ik weet het. Het komt in alle lagen voor, dus blijf daar op focussen. De voorzitter: Mevrouw Biharie, zou u ook zo uw termijn willen afronden? Mevrouw Biharie, PvdA: Zeker voorzitter. Vraag drie komt straks. Wat vindt de commissie van de inzet van de GRJR? Wij vinden de kwaliteit van de zorg topprioriteit. Kosten, daar gaan we daarna naar kijken. Dank u voorzitter. De voorzitter: Daar hebben we zo nog een heel bespreekpunt voor, mevrouw Biharie. Dat was het einde van de eerste termijn van de commissie. Dan komen we bij het eerste termijn van de commissie. Wethouder Hoek zal die beantwoording voor zijn rekening houden.
Wethouder, in het bespreekpunt worden u een aantal vragen gesteld. Daarnaast heb ik er een aantal gehoord van de commissie. Mijn verzoek om u daartoe te beperken. U heeft het woord. Beantwoording college Wethouder Hoek: Dankuwel. De heer Lieverse, bedankt voor het indienen van het bespreekstuk om ook eens van gedachten te wisselen over de richting die wij in de toekomst wellicht aangaan. Ook belangrijk, want die maatschappelijke discussie die gaat straks ook nog komen. De tien punten die de heer Lieverse heeft ingebracht zouden daar een prima kapstok voor kunnen vormen. Ik heb weinig vragen gehoord. Een vraag heb ik gehoord van de heer Alsemgeest over bovenwettelijke taken en wettelijke taken. Dat is een ingewikkelde, omdat er niet een vaststaand kader is wat wettelijke taken zijn en niet wettelijke taken. We hebben als gemeente de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat onze jongeren gezond en in
8/29
evenwicht opgroeien. Dat kan je heel breed invullen. Op het moment dat daar specialistische hulp voor ingeroepen wordt, dan is dat een regionaal verhaal. Daar hebben we een gemeenschappelijke regeling voor. Het is een rekbaar begrip en het kan ook per gemeenschappelijke regeling verschillen, hoe er invulling wordt gegeven aan deze taken. Dan met betrekking tot de vragen in het bespreekstuk. De regionale maatregelen … De voorzitter: Excuus. Voordat u daarmee verdergaat, nog een interruptie van mevrouw Draak. Mevrouw Draak, VVD: Dank u voorzitter. Ik zou heel graag een aanvullende vraag nog willen stellen aan wat de wethouder net zei. Zijn er überhaupt op het gebied van jeugdzorg nog taken die bij de landelijke overheid liggen? Of ligt alles gewoon bij de gemeente? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Hoek: In 2015 is volgens mij … Je hebt natuurlijk ook nog landelijke programma's die draaien. Dat is voor de hele ingewikkelde hulp die geboden wordt. Die worden landelijk ingekocht. Over het algemeen wordt het grootste gedeelte afgevangen door de regionale aanpak en met name de lokale aanpak. Dus voor het land is er ook nog wel een verantwoordelijkheid over de hele ingewikkelde casussen, maar over het algemeen is het lokaal, regionaal. Met betrekking tot de vragen in het bespreekstuk.
De regionale maatregelen richten zich vooral op het goed toepassen van de afgesproken werkwijze tussen gemeenten, verwijzers en aanbieders. Per 1 januari 2023 zijn de nieuwe contracten ingegaan en we werken met zeven systeemaanbieders en hun onderaannemer. We hebben een systematiek voor het indiceren van met name de zwaarte van de jeugdhulp. In de praktijk worden de gemaakte afspraken niet goed toegepast. Deze maatregelen, het zal nog wel even duren voordat het allemaal op een goede manier draait. Zullen vooralsnog, de eerstkomende tijd, geen besparingen opleveren. Voorbeelden van de maatregelen zijn, het limiteren van dure zorg, stevige toetsen bij instroom, na korte tijd, enkele weken, toetsen of de dure hulp echt nodig is en of andere mogelijkheden zijn. Dat vraagt goede regie op de casussen, op de casus, en dat zorgt ervoor dat we daarvoor handjes nodig hebben. Het afwegingkader voor het indiceren concreter maken. Nu hebben aanbieders veel ruimte om de zorginzet te bepalen. Zeker als die verwijzing via een arts komt. Als de gemeente verwijst, zet de aanbieder soms druk omdat ze een hoger tarief willen, terwijl gemeente lager willen inzetten. Vooraf kaders opstellen wanneer een behandeling klaar is of goed genoeg is.
Moet het altijd een negen zijn of nemen we ook genoegen met een zes? De aansluiting tussen regionale aanbieders en de lokale aanbieders per gemeente, die verbeteren. Het is nu lastig voor een aanbieder om een kind af te schalen naar de goedkopere, lokale hulp. Ze weten daartoe ook de weg niet. Met afschalen heb je ook het probleem vaak, dat je weer op een andere wachtlijst komt. Dat is ook nog een argument om daar voorzichtig mee om te gaan. Wordt hier in elke deelnemende gemeente van onze GR even hard aan gewerkt? We hebben tenslotte met een gemeenschappelijke begroting te maken. Daar wil ik wel een winstwaarschuwing maken, in de zin van, we hebben een gemeenschappelijke begroting maar iedere gemeente betaalt alleen het van jeugdhulpverbruik van de kinderen uit zijn eigen gemeente. De grote overschrijding in Lansingerland hebben we, wordt veroorzaakt door de hulp die we bieden aan onze eigen, met name onze eigen kinderen. Het gaat erom dat je zelf je instroom omlaag brengt of anders organiseert. Veel meer met lokale aanbieders. In het verleden was er wel onderlinge vereffening, de vlaktaks. Dat weet u allemaal. Die is er nu niet meer. Die is onlangs afgeschaft. We zijn nu alleen verantwoordelijk voor de hulp die we zelf invliegen. Even kijken hoor. Dat heb ik al gezegd. Zodoende is dus, het gebruik wordt gewoon in rekening gebracht.
Er is een verdeelsleutel voor de organisatiekosten, cao en dat soort zaken. Het merendeel van overschrijdingen, en ik benadruk het hier nog maar is, wordt veroorzaakt door de hulp die wij onze eigen kinderen bieden. Dankuwel. De voorzitter: Dankuwel wethouder Hoek. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze eerste termijn, en gaan we over naar de twee termijn. Te beginnen met de heer Lieverse. Ik zal dat ook in dezelfde volgorde doen. Dan weet u allemaal waar u aan toe bent. Misschien, mijnheer Lieverse, is het nog een idee voor de opening van de tweede termijn dat u nog kunt meegeven wat u nog eventueel van de commissie wil weten. Gaat uw gang. Tweede termijn De heer Lieverse, CU: In de eerste plaats toch een reactie op een paar dingen. Ik hoorde dan een aantal collega's spreken over gezinshulp. Dat hun dat aanspreekt. Ik hoor ook een aantal ideeën die tegelijkertijd heel veel tijd vragen om ze uit te werken. Dat het echt een soort been-op-tafel-sessie zou moeten worden. Ik weet, ik heb de wethouder er ook wel een over gehoord, die zou ook best zoiets een
9/29
keer willen. Niet met de restrictie van de tijd die doorloopt. Misschien zelfs zonder camera die erbij zit om een van gedachten te wisselen. Van, hoe werk je dat dan uit? Die innovatie, waar GroenLinks ook over sprak zojuist. Ook ideeën van zo'n groepsgewijze aanpak om jonge ouders bij elkaar te brengen op zo’n avond. Om te horen, het is niet raar dat het een keertje misgaat. Het is niet raar dat je kind een keer twee nachten achter elkaar huilt, enzovoorts. Om ook die soort zorg daar weg te vangen in plaats van dat het allemaal bij de huisarts zit. Ik zie een enkele jonge ouder knikken van, ik herken dat wel. Dus we hebben al een paar kandidaten voor zo'n avond gevonden, voorzitter. Verder wil ik de wethouder bedanken voor de heldere taal die hij gebruikte op de antwoorden van deze vragen. Hij is niet alleen helder qua taal, maar ook in zijn analyse is hij ook heel kritisch op GRJR, een aantal zaken ervan. Dat is wel wat ons helpt om hier ook mee verder te komen. Ik heb eigenlijk geen aanvullende vraag aan de collega's, voorzitter. De voorzitter: Helder. Dankuwel mijnheer Lieverse. Mevrouw Gielis. Behoefte? Mevrouw Gielis, Leefbaar 3B: Dankuwel voorzitter.
De heer Lieverse stelt ons de vraag, en we hebben daar samen al eerder over gehad, is het een idee als we een keer niet een commissieavond hebben, om gewoon een keer met zijn allen te brainstormen hierover, over dit onderwerp? Gewoon vrij, open kijken wat de mogelijkheden zijn. Daar zijn wij zeker een voorstander van. Ik weet dat we allen drukke agenda's hebben, maar dit onderwerp is zo belangrijk dat ik in ieder geval daar heel graag een extra avond aan zou willen besteden. Ik kan ook onderschrijven dat ik het heel prettig vind dat de wethouder kritisch is op dit dossier. Verder denk ik dat we snel over moeten naar het volgende onderwerp, want dat is minstens zo belangrijk. De voorzitter: Dankuwel mevrouw Gielis. Dan gaan wij zo direct doen. Eerst maken wij deze tweede termijn af. De volgende spreker bent u, mevrouw Draak. Uw knopje doet het misschien niet, maar ik heb hem voor u aangezet. Mevrouw Draak, VVD: Heel goed. Dankuwel. Dan zal ik eerst even reageren op de benen-op-tafel-sessie. Ik sta daar zeker voor open. Dan denk ik wel dat het belangrijk is dat iemand, of twee iemanden, daar het voortouw in nemen. Ook voor wat voorbereiding zorgen en om voorbereiding vragen. Een avond is uiteindelijk ook weer zo voorbij, dus dan zou ik dat wel graag een beetje willen voorbereiden. Dat is dan voor later. Dan wil ik daar zeker een avond aan besteden. Lijkt me superbelangrijk.
Dan wilde ik nog even reageren, ik werd getriggerd door iets wat de heer Bergwerff zei. Dat wij sinds 2015 eigenlijk de kosten niet in de hand hebben. Ik wil wel vaststellen dat een deel daarvan ook ontstaat doordat de maatschappij, de samenleving gewoon is veranderd en ook de hulpvragen zijn veranderd. Waar we vroeger van zeiden, niet zeuren, daar besteden we nu uitvoerig aandacht aan. Dat is natuurlijk, naar mijn mening, prima. Alleen dat betekent ook dat zolang we ons nog niet aangepast hebben aan de nieuwe tijd, dat je soms aan het zoeken bent en ook problemen hebt. Iets anders wat ik heb gehoord is, als samenleving besluiten wij natuurlijk al een aantal jaren dat je behandelen in instellingen voor welke aandoening of ziekte of leeftijd dan ook, dat we dat eigenlijk niet meer willen. We willen zoveel mogelijk thuis of in eigen omgeving doen, in dagbehandeling doen. Als dan vervolgens de plaatsen binnen de instelling al zijn verdwenen, dan hebben we grote problemen. Dat is in de jeugdzorg nu natuurlijk ook gaande. Ik zou er wel voor willen pleiten dat de belanghebbenden hier, de ketenpartners, daar wel zo snel mogelijk op gaan schakelen. Zodat kinderen en gezinnen met echt grote heftige problemen juist geholpen worden. Dat is nog veel belangrijker dan de kleine probleempjes. De voorzitter: Mevrouw Draak, zou u willen afronden? Mevrouw Draak, VVD: Ja.
Kleine probleempjes dat moet ik zo niet zeggen, maar gezien de context van vanavond begrijpt iedereen wat ik daarmee bedoel. Daar wilde ik het eigenlijk bij laten. De voorzitter: Helder, mevrouw Draak. Mijnheer Smolders, nog behoefte aan een tweede termijn? Dat is het geval, denk ik. Ja? U heeft het woord. De heer Smolders, D66: Korte reactie. Ik ben er eigenlijk ook wel voor een been-op-tafel-gesprek of een informeel overleg, waar je de jeugdzorg nog eens goed onder de loep neemt. Lijkt me een goede zaak. De voorzitter: Dankuwel mijnheer Smolders. Dat is helder. Mevrouw van Olst, VOOR Lansingerland.
10/29
Mevrouw Van Olst, VOOR Lansingerland: Ik wilde alleen aangeven dat ik ook zo’n brainstormsessie ook erg waardeer, dus ik doe er graag aan mee. Dankuwel. De voorzitter: Dankuwel. Mijnheer Bergwerff, CDA. De heer Bergwerff, CDA: Dank u voorzitter. Het idee inderdaad om van gedachten te wisselen, is wat ons betreft een hele mooie. Daar zien we zeker wat in. Het kan via een soort beeldvormingsavond op de woensdag of in plaats van een commissievergadering. Wat de VVD zei, daar hebben ze wel een punt. Natuurlijk is er een hoop veranderd na 2015, dus de decentralisatie an sich is niet per se de reden van deze kostenstijging. Het is wel zo dat kort na de decentralisatie men zoekende was. Hoe gaan we dit invullen? Daarmee de teugels wat losser heeft gelaten, waardoor die hele lichte jeugdzorg ook zo opgestapeld is. Dus het is allebei waar. De voorzitter: Dankuwel mijnheer Bergwerf. Mijnheer Alsemgeest, WIJ Lansingerland. De heer Alsemgeest, WIJ Lansingerland: Voor wat WIJ Lansingerland betreft, ook de BOT-sessie, de benen-op-tafel-sessie lijkt me helemaal geweldig. Dat we zonder tijdsdruk kunnen praten met elkaar over dit soort dingen. Heel veel waardering wil ik even uitspreken voor het prachtige betoog van mevrouw Biharie. Want, denk ik, dat zij de vinger heel goed op de zere plek legt.
We moeten proberen de problemen dicht bij huis op te lossen en dat kunnen we het beste doen als we dat doen bij jeugdverenigingen, noem maar op, muziekvereniging, sportverenigingen. Dicht bij huis blijven, want dan blijft het probleem klein. Wat betreft het antwoord van de wethouder, dank daarvoor. Het heeft mij natuurlijk niet veel gebracht. Het blijft allemaal nog steeds ondoorzichtig wat we nu eigenlijk moeten doen om onze jeugd te ondersteunen. Wat verplicht is en wat niet. Laten we maar ervan uitgaan dat we dat met de beste zorg doen. Dankuwel. De voorzitter: Dankuwel mijnheer Alsemgeest. Mevrouw Gabin, GroenLinks. Mevrouw Gabin, GroenLinks: Dankuwel voorzitter. Ook GroenLinks kan instemmen met een been-optafel-sessie. Als suggestie willen wij graag aandragen om ook jongeren en experts uit te nodigen bij zo’n sessie. Zij weten natuurlijk als geen ander wat aansluit op de behoefte en welke zorg zij nodig hebben. Dat is aan de heer Lieverse, nog even. De voorzitter: Dankuwel mevrouw Gabin. Dan tot slot mevrouw Biharie van de fractie PvdA. Mevrouw Biharie, PvdA: Dankuwel voorzitter. Heel goed. Dank de wethouder voor de heldere toelichting. Voor die benen-op-tafel-sessie, inderdaad, wat mevrouw Gabin ook zei, is het goed ook mensen uit verschillende werkvelden zoals van ASD en van onderwijs, jeugdwerkers uit te nodigen om gezamenlijk te kijken, van alle kanten.
Wat is er nodig? Wat kunnen we met zijn allen anders gaan doen? Dat was het voorzitter. Dank u. De voorzitter: Dankuwel mevrouw Biharie. Ik denk dat aan het einde van deze tweede termijn van de commissie de boodschap wel helder is, dat er iets georganiseerd moet gaan worden. Daar zullen we zeker mee aan de slag gaan met elkaar. Dan bedoel ik natuurlijk vooral onze commissiegriffier, want uw voorzitter zit er alleen op donderdagavond. Dat gezegd hebbende, nog behoefte aan een reactie van de wethouder? Nee, geen verdere vragen? Dan sluit ik dit debat. Nogmaals hartelijk dank, de heer Lieverse, voor het inbrengen van dit bespreekpunt. 6. Stukken ter advisering aan de raad De voorzitter: Dat zijn de stukken ter advisering aan de raad. Moeilijk woord maar voor stukken waar uiteindelijk in de raad al dan niet over gestemd moet gaan worden. In plaats van enkel bespreken gaan we nu ook een stukje beslissen voorbereiden. 6.a Maatregelenpakket Jeugdhulp op weg naar de brede maatschappelijke opgave De voorzitter: Wij gaan beslissen over een maatregelenpakket jeugdhulp op weg naar die brede maatschappelijke opgave. Wat is er nu aan de hand, bij de begrotingsbehandeling 2024 heeft u als raad een taakstelling van, u noemt het ruim 1,6, ik noem het bijna 1,7 miljoen mijnheer Smolders, vastgesteld
11/29
aan bezuiniging op die specialistische jeugdhulp. Vanavond bespreken we in de commissie de door het college voorgestelde maatregelen om invulling te gaan geven aan die taakstelling. De concrete vraag die ik stellen is, of u daarmee kunt instemmen of dat u nog behoefte heeft aan toevoegingen, al dan niet in de vorm van een amendement? Dat gezegd hebbende wil ik de eerste termijn van dit debat graag openen. Is er een spreker. Ja hoor, dat is de heer Lieverse, die het debat graag wil openen. Dat gaan wij doen ook circa drie minuten in deze eerste termijn. Natuurlijk het verzoek om daarbij ook bondig te blijven formuleren, maar wel helder. Dat maakt het wel zo prettig voor, niet alleen uw collega's, maar ook de luisteraars thuis. Mijnheer Lieverse, gaat uw gang. De heer Lieverse, CU: Ik begrijp uw uitnodiging voorzitter om te zeggen van voor of tegen, maar dat is niet zo simpel. Ik begin toch met een soort analyse waar ik op die conclusie uit ga komen. Het jeugdhulpgebruik ligt bij jongeren tot 18 jaar in onze regio ruim boven de 10 procent en daar wordt door de 13 gemeenten tezamen ongeveer 350 miljoen aan besteed. Dat zijn de cijfers uit de begroting 2024 en dat moet dus nog maar blijken. Landelijk gaat het over 5 miljard en toch is die investering nog steeds niet genoeg. De informatieve webcast die twee ambtenaren voor ons maakten, laat aan duidelijkheid niets te wensen over.
Complimenten van onze kant. Opnieuw keurig gedaan. De problemen zijn begonnen in 2015, het is al genoemd vanavond, ten tijde van decentralisering. Hulp dicht bij huis zou de hulp toegankelijker maken. Het zou de hulp ook efficiënter maken. Dus werd er ook gelijk maar bezuinigd door het Rijk. Sinds 2018, sinds ik raadslid ben, hoor ik over vergeefse pogingen iets te ondernemen tegen de voortdurende kostenstijging. Instroom beperken, uitstroom versnellen. Als ik mensen spreek op straat, hoor ik steevast over een gezin dat wacht op jeugdhulp. Geeft het raadsvoorstel in dit dossier uitzicht op verbetering? Zo goed en scherp als we de analyse vinden en zo weldadig de omschreven opgave, zo zwak vinden we vervolgens de praktische uitwerking. Details als een trainee of een opgavesecretaris, dat zijn niet de onderbouw die ons overtuigt hoe het bedoelde, brede, maatschappelijke opgaven dichterbij brengt. Een investering van 7,5 ton om een besparing van 1,6 miljoen, 1,7 miljoen te halen, klinkt goed. De toelichting geeft wel aan hoe dubieus die gehoopte besparing is. 7,5 ton investeren, terwijl de GRJR keer op keer overschrijdingen blijft melden. We missen maatregelen die in GRJR-verband plaatsvinden om de kostenstijging tegen te gaan. Dat zijn bijvoorbeeld, ik herhaal voor een deel misschien uit de tien punten, maar ook specifiek over deze raadsvoorstel, werk met tariefdifferentiatie.
Maak onderscheid tussen aanbieders die alleen eenvoudige hulp verlenen en aanbieders die heel specialistische expertise hebben. Haal perverse financiële prikkels uit het systeem, bijvoorbeeld de excessieve winsten en het aantal jeugdzorgaanbieders. Breng die terug. Aanbieders die eenvoudig jeugdhulp bieden, maken stevige winsten. U kent het verhaal. Pak de wachtlijsten aan door maatregelen voor de krappe arbeidsmarkt. Daar zit voor ons ook een crux. Ga fraude tegen door zorgaanbieders die de beschikking niet uitnutten of die de kostprijs per cliënt op opdrijven of die de uurregistratie op een verkeerde manier uitvoeren. Ga voortvarend aan de slag met hervormingsagenda jeugd, in de hoop dat dit het bezuinigingsdoel wel haalt. Onze reactie op het voorstel laat zich in drie punten samenvatten. Daarmee sluit ik af, voorzitter. Er is te weinig winst te halen en de besparing is te onvoldoende zeker. De kostenraming is wel gedetailleerd, maar wij zouden tot een andere keuze willen komen. Wij steunen de drie fte jeugdconsulenten, maar je moet ze nog maar weten te vinden. Met de nadruk dat het dan om drie jeugdhulpverleners gaat, niet om beleidsmakers. Laten we dan over een jaar verder kijken met eerst een tussenevaluatie van de effecten op de wachtlijsten en op de besparingen. In deze zin verwacht onze fractie met een amendement op het voorstel te komen.
De voorzitter: Dankuwel mijnheer Lieverse. Ik ga aan mijn rechterzijde eens verder kijken. Mevrouw Biharie? Ja? Gaat uw gang, PvdA. Mevrouw Biharie, PvdA: Dankuwel voorzitter. Sommige van mijn punten heeft de heer Lieverse al benoemd. Als de motie komt, gaan we zeker daar met u naar kijken. Ik had twee vragen aan de wethouder. In het akkoord van 2023, volgens de wethouder financiën op de jeugdzorg, is mijn vraag aan de wethouder, is er rekening mee gehouden met de taakstelling? Hoe staat dat, die verhouding, die tekorten en de taakstelling. Mijn tweede vraag is, welke effecten en invloed heeft de besparing op de zorg zelf, de kwaliteit? Dat was het voor nu, voorzitter. Dankuwel. De voorzitter: Helder. Dankuwel mevrouw Biharie. Mijnheer Alsemgeest, WIJ Lansingerland. Gaat uw gang. De heer Alsemgeest, WIJ Lansingerland: Voorzitter, dankuwel. Voorzitter, bij de begrotingsbehandeling 2024 constateerden we een forse kostenoverschrijding bij de specialistische hulp in de jeugdzorg. We hebben het college toen een taakstelling meegegeven om deze kostenstijging te dempen. De taakstelling
12/29
betreft circa 1,7 miljoen en het college zou komen met een pakketmaatregel om die terug te dringen. In het raadsvoorstel wordt dit pakket maatregelen uiteengezet en gevraagd naar budget om het maatregelenpakket ten uitvoer te brengen. Zoals bij vele veranderingen, waar dan ook, ontbreekt het ook hier aan klip-en-klaar antwoord als het gaat over de mogelijke voordelen of bezuinigingen die het pakket aan maatregelen gaat opleveren. Discussie zal er altijd blijven over de manier waarop we de veranderingen moeten inzetten. Onze fractie heeft er echter wel vertrouwen in en we zullen het raadsvoorstel dan ook steunen. Vraag wel aan de wethouder is, om met regelmaat van bijvoorbeeld een kwartaal van informatie te voorzien betreffende de voortgang. Het behalen van de taakstelling kent een korte looptijd en er moet dus snel resultaat te zien zijn. Dankuwel. De voorzitter: Dankuwel mijnheer Alsemgeest. Mijnheer Erwich, Leefbaar 3B. De heer Erwich, Leefbaar 3B: Dankuwel voorzitter. Er wordt ons eigenlijk gevraagd om een bedrag van 750.000 euro toe te kennen voor jeugdhulp 2024. Natuurlijk vindt Leefbaar 3B jeugdhulp ook belangrijk en kunnen we niet anders dan instemmen. Deze beslissing gaat wel ten koste van andere uitgaven. Daarom willen we hierbij de noodzaak van een heroverweging door het Rijk, met betrekking tot deze kosten, onderstrepen.
We snappen dat de maatregelen nodig zijn, maar het is cruciaal dat we erkennen dat tekorten op het gebied van jeugdhulp mede zijn ontstaan door de lagere financiële bijdragen van het Rijk. Je vraagt je af, kunnen we dan ook evenredig weer extra een factuurtje indienen bij datzelfde Rijk? Deze voorgestelde toekenning roept ook vragen op. Hoewel het onttrekken van dit bedrag uit de reserve sociaal domein tijdelijke verlichting biedt, willen we op lange termijn de resultaten van deze aanpak weten. Daarom vraag aan de wethouder, en ik hoorde ook al zoiets van WIJ Lansingerland, laten we monitoren hoe we omgaan met deze extra uitgaven en dit extra bedrag wat nu wordt gevraagd. Zodat we daarvan kunnen leren en mee verder kunnen gaan. Leefbaar 3B pleit ervoor dat het Rijk ook zijn verantwoordelijkheid neemt. Met dezelfde plus voor het naar de gemeente overgehevelde pakket jeugdzorg. Het overwegen om dit pakket terug te leggen bij het Rijk is voor ons een legitieme optie. Zeker als de huidige financiële situatie niet genoeg is. Dit kunnen we als gemeente niet alleen. We moeten gezamenlijk met het Rijk op zoek naar een oplossing die deze financiële lasten voor de gemeente verminderen. De stijgende kosten met dalende financiële bijdragen van het Rijk is gewoon zorgwekkend.
De verschillende factoren dragen bij aan een kostenstijging, zoals natuurlijk de gevolgen van corona, de presentatiedruk voor de ouders, wachtlijsten voor de zorg, tekort aan speciaal onderwijs en de huidige verwijspatronen naar duurdere hulp. Ook het niet vinden van de juiste woonruimte denken wij dat daar aan meedraagt. De jongeren blijven langer thuis en ik denk dat dat meegenomen moet worden in de hele oorzaak van de grote onrust en onvrede in een gezin. Leefbaar 3B heeft al eerder benadrukt dan een betere toegang tot de data bij de jeugdzorg, met een betere gegevensuitwisseling, de communicatie en het verlagen van de wachtlijsten zal bevorderen. Kijk hier ook bij eens met een open visie naar de AVGregels. Doe niet zo bekrompen. Weet je, altijd een excuus zoeken naar, van, we kunnen niet want de AVG. Wij zijn ervoor dat er, ook met deze angst uitgesproken over te snelle afbouw van de afgelopen plaatsing naar de kleinschalige jeugdhulp. Van de grote naar de kleinschalige jeugdhulp. Hierdoor worden nu te veel een-op-een gesprekken gevoerd die bovenmatige kosten zijn.
De vraag aan een commissieleden heb ik ook nog even, is het mede door die opsomming van al die mogelijkheden en onmogelijkheden ook niet een taak van het Rijk geworden? Ik hoor graag hoe de anderen hierover denken, want bovendien vragen we ons af hoe we hier aan motie 2023, James Bond 007, meebezuinigen met de gemeente vorm gaan geven? Die is unaniem aangenomen in de Raad. We staan met terug tegen de muur, want we willen de jeugd die hulp natuurlijk niet ontzeggen. We willen ze niet laten stikken. Leefbaar 3B beschouwt de voorgestelde toekenning dan ook als een tijdelijke oplossing, die geen recht doet aan de bredere maatschappelijke opgaven voor veiligheid, gezondheid en kansrijk opgroeien. Daar wil ik het bij laten. Dankuwel. De voorzitter: Dankuwel mijnheer Erwich. Ik heb nog een interruptie voor u van de heer Lieverse. De heer Lieverse, CU: Een verhelderende vraag is het meer, dan een interruptie. Mijnheer Erwich hoor ik zeggen, we moeten wat. Dat legt hij ook helemaal uit. Hij zegt ook, we moeten eigenlijk meer het Rijk opzadelen met de kosten.