CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV22.0046] Verslag van de raadsvergadering van 12 mei 2022

Gemeenteraad 2 juni 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling van het verslag van de vorige vergadering8.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERSLAG Gemeenteraad

Datum vergadering Aanwezig: Raadsleden: WIJ Lansingerland

: 12 mei 2022

D66 CU GroenLinks PvdA

: Leon Hoek, P. van Olst, Jan Jumelet, Chantal van Weede, Mark Bik, Abdel Afalah : Don van Doorn, Carin van Rooijen Jan Pieter Blonk, Marjolein Gielis, Leon Erwich, Johan Philippens, Machiel Crielaard : Jan Willem van den Beukel, Nelleke Bouman, Dave Bergwerff, Frans Ammerlaan, Job Halkes, Charles van Harn : Matthijs Machielse, Marloes Draak, Ed van Santen, Ivo de Graaf, Christiaan Toussaint : Michiel Muis, Brecht Weerheijm : Kees-Willem Markus, Paul Lieverse, Arjen Hofman : Marko Ruijtenberg : Petra Verhoef

Wethouders

: Kathy Arends

Voorzitter Griffier

: Pieter van de Stadt : Bert Schouten

Afwezig WIJ Lansingerland D66

: Bianca Boonstra : Ineke den Heijer

Leefbaar 3B CDA VVD

1. Opening en mededelingen De voorzitter, om 20.00 uur: Dames en heren, goedenavond. Goedenavond ook aan het lid van de lokale journalistiek en de duo-raadsleden op de publieke tribune en een ieder die thuis meekijkt, goedenavond. Het is vandaag 12 mei 20.00 uur en een beetje. Ik open de vergadering van de gemeenteraad van Lansingerland. Bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Boonstra van WIJ en mevrouw Den Heijer van D66, alsmede 2 van de duo-raadsleden die wij nog moeten beëdigen, de heer Bakker en de heer Vermeulen, beiden van D66. Wij zullen een nadere gelegenheid zoeken om ze alsnog te beëdigen. Van harte welkom aan de 3 duo-raadsleden, die wel aanwezig zijn om beëdigd te worden. 2. Trekken van het lot ter bepaling van het raadslid bij wie een eventuele stemming zal beginnen De voorzitter: We kijken naar de griffier. De heer Weerheijm, die is als eerste dan mag stemmen. 3. Vragenhalfuurtje voor raadsleden De voorzitter: Er zijn mij geen vragen bekend. 4. Spreekrecht voor niet-raadsleden De voorzitter: Daar is niemand voor aangemeld wat mij, gezien de agenda, niet geheel verbaast. 5. Vaststelling van de agenda De heer Ruijtenberg, GL: Ik verzoek u de geactualiseerde bodemnota en bodemkwaliteitskaart van de agenda af te halen. De bodemkwaliteitskaart is dermate ondoorzichtig, wij wilden een amendement indienen, maar die was niet tot tevredenheid.

Daarnaast zijn er door collega Hofman van de CU nog aanvullende technische vragen gesteld. Die technische vragen zijn pas vanmiddag, op het laatste moment zo’n beetje, beantwoord. Die vragen roepen eigenlijk nog veel meer vragen op. Daarmee achten wij dit agendapunt niet rijp voor besluitvorming vandaag. Wij verzoeken het door te schuiven naar een volgend moment. De heer Blonk, L3B: Op voorhand ben ik daar geen voorstander van, want ik wil duidelijk beargumenteerd hebben, waarom dan. Dat kunnen we dadelijk doen. Als we tot de conclusie zouden kunnen komen, dat het toch niet rijp is voor besluitvorming, kunnen we dat dan besluiten. Ik ben ook benieuwd, ik wil gewoon de argumenten horen van GL en ik wil ook een antwoord van het college daarop horen, om te kijken of het terecht is dat we dat doorschuiven. 1/9

De heer Jumelet, WIJ: Wij hadden eigenlijk dezelfde insteek als de heer Blonk, omdat wij ook wel het antwoord van het college willen horen op de vragen die wij hebben. Dan kunnen we inderdaad beoordelen of we besluitvorming moeten uitstellen. Wat ons betreft blijft het gewoon op de agenda. Dank u wel. De heer De Graaf, VVD: Er ligt een onderwerp voor vanavond dat technisch vrij ingewikkeld is, dus de vraag is of je ook daadwerkelijk alles kan en moet willen begrijpen. Als wij naar de stukken kijken, denken wij dat het voldoende informatie is, maar het is aan ons om daar vanavond wel een besluit over te nemen, dus wij zijn er geen voorstander van om het van de agenda te halen. Dank u wel. De heer Ammerlaan, CDA: Wij zijn voor het voorstel van GL om het van de agenda te halen. Eerst meer informatie. De antwoorden gaven meer vragen dan antwoorden. Op dit moment is het niet handig om er een besluit over te nemen. De heer Hofman, CU: Een verzoek om een agendapunt van de agenda te halen doen we niet lichtvaardig. Het is ons om het even of we het van de agenda halen na beraadslaging tijdens het agendapunt of dat we dat nu op voorhand al doen. Het is ook prima om dat beargumenteerd te doen. Wat ons betreft is het stuk vandaag niet rijp voor besluitvorming. De voorzitter: We hebben het request-systeem open. U kunt gewoon op de microfoon drukken, dan zie ik het hier vanzelf verschijnen.

Gehoord deze beraadslaging zou ik u willen voorstellen in ieder geval de behandeling voort te zetten. Dat is niet alleen gebaseerd op het aantal stemmen vertegenwoordigd door de 3 die zich daarvoor uitspraken, maar ook gebaseerd op het feit dat de heer Blonk zegt: gaandeweg het voorstel kunnen we alsnog kijken wat de repercussies zijn van het uitstellen of niet, dan hebben we de wethouder ook gehoord. Ik ben er voorstander van om als 1 fractie vraagt om een behandeling we doorgaans proberen zaken te behandelen, als beginsel. Als 1 fractie of meerdere vraagt om het niet te behandelen, zou ik ook bij een niet-meerderheid de voorkeur hebben om het wel te behandelen en gaandeweg de behandeling tot de conclusie te komen of iets wel of niet rijp is, bijvoorbeeld na de eerste termijn. Op die grond stel ik u voor het agendapunt gewoon te laten staan. Mevrouw Verhoef, PvdA: Wat gaan we dan nu bespreken? We hebben het in de commissie uitgebreid besproken. Daar lag wel een aantal vragen van o.a. de fractie van GL. Gaan we dan nu onze standpunten per fractie weer noemen? Of gaan we naar het amendement kijken, dat GL heeft ingediend? Ik wil het even scherp hebben. De heer Hofman, CU: In antwoord op mevrouw Verhoef: het onderwerp staat op de agenda omdat we een amendement van GL gaan bespreken.

Ik kan alvast aankondigen, dat we waarschijnlijk na de eerste termijn zouden willen schorsen om met een alternatief amendement te komen. De voorzitter: Dat hoeft u nu niet te doen. In antwoord op mevrouw Verhoef: de heer Ruijtenberg heeft een ordevoorstel gedaan hier en dat is bij allen bekend. Normaal gesproken: ja, we behandelen alleen het amendement of primair het amendement. Maar het lijkt mij logisch dat de fracties nu in de eerste termijn ingaan op het voorstel dat de heer Ruijtenberg heeft gedaan, ook gehoord hebbend het antwoord van de wethouder, of ze een tweede termijn willen doen. Daar kan een voorstel op gegeven worden. Ik zal aan het begin van de tweede termijn vragen of de raad dat wenst of het wil doorzetten, zodat er alle gelegenheid is om het verzoek van de heer Ruijtenberg te bediscussiëren. Kunt u op die wijze instemmen met de agenda? Dan stellen we de agenda vast zoals die voor u ligt. 6. Vaststelling verslag vorige vergadering De voorzitter: Er zijn geen opmerkingen binnen gekomen. Dan stellen we het verslag vast. 7. Lijst ingekomen stukken en overzichten afhandeling toezeggingen en moties De voorzitter: Ook daar heb ik geen opmerkingen vooraf over gehoord. Kunnen we die vaststellen? Dat is het geval, dan stellen we die ook vast. De heer Lieverse, CU: Ik heb een aantal verzoeken, om een aantal stukken niet af te doen zoals die nu genoteerd staan.

In de eerste plaats een viertal stukken, die allemaal betrekking hebben op de het participatietraject dat we komende woensdag zullen bespreken. In de eerste plaats is het een brief met nummer A001, R. van de Ouderaa, plaatsvervangend bewonersvertegenwoordiger Lansingerland, een brief van 23 februari. In de tweede plaats van 1 maart van P. de Vries namens de bewonersvertegenwoordigers van zowel Schiedam als Lansingerland, die is gedateerd 1 maart. Dan een brief van 4 maart van de bewonersvertegenwoordiging van Rotterdam aan onze raad gericht, De vierde is het verslag van mevrouw Van de Coevering over de bewonersavond van 20 april. Dat is mijn eerste verzoek. Het tweede verzoek is, er is ook een stuk binnen gekomen van de GGD, een interessant document, ze noemen zichzelf: visie op GGD 3.0. Ik zou het heel prettig vinden als het 9 juni al 2/9

besproken zou kunnen worden in de commissie samenleving, juist omdat we een week later de gemeenschappelijke regelingen zullen bespreken in de raad. Het is van toepassing als we praten over begrotingswijzigingen en dergelijke om dan eerst kennis te kunnen nemen van wat de GGD dan precies van plan is voor de komende periode. De voorzitter: Wat is ten aanzien van de eerste 4 brieven het verzoek? U zegt: niet afdoen zoals aangegeven is, maar welke dan wel? De heer Lieverse: Om die te betrekken bij de bespreking komende woensdag als we het hebben over het participatietraject RTHA. De voorzitter: Helder. En de tweede bij de commissie samenleving. Nu hebben wij deze maand geen commissie samenleving, althans, niet apart want het is samengevoegd met AB op die woensdagavond. In juni? Helder. Dus het voorstel van de heer Lieverse 4 brieven betreffende participatie RTHA te betrekken bij de behandeling van de stukken komende commissievergadering AB/samenleving. De brief van de GGD betrekken bij de commissie samenleving in juni. Dat is het voorstel voor de afdoening van deze stukken. Kunt u daarmee instemmen? Dat is het geval, dan gaan we het zo doen, dan wordt het door de griffie zo aangepast. 8. Beëdiging Commissieleden niet raadsleden (duo-raadsleden) De voorzitter: Ik ga, zoals we inmiddels hebben gedaan, we hebben geoefend, de eed voorlezen.

De griffier zal u oproepen naar voren te komen om de ambtseed af te leggen. Ik denk dat we even gaan staan, laten we goed beginnen. Ik zweer of verklaar, dat ik om tot lid of plaatsvervangend lid van de commissie benoemd te worden rechtstreeks nog middellijk onder welke naam of welk voorwendsel ook enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer of verklaar en beloof, dat ik om iets in het ambt te doen of te laten rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer of beloof, dat ik getrouw zal zijn aan de grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid of plaatsvervangend lid van de commissie naar eer en geweten zal vervullen. De griffier leest de namen voor. Mevrouw Nathalie van Bakel: Dat verklaar en beloof ik. Mevrouw Manon van Splunter: Dat verklaar en beloof ik. Mevrouw Selgei Gabin: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: En dat onder veel dankzegging namens onze inwoners voor de inspanningen, die deze duoraadsleden voor het algemeen belang willen verrichten en de tijd die ze ervoor vrij maken en willen maken. Dank alvast, we gaan 4 jaar van u genieten, 2 van u weten dat uit ervaring in de raad. 9. Bespreekpunten: 9.a Geactualiseerde Bodemnota en Bodemkwaliteitskaart De heer Ruijtenberg, GL: De heer Blonk heeft om een toelichting gevraagd.

De toelichting heb ik al min of meer gegeven bij het ordevoorstel. We hebben een amendement ingediend n.a.v. een aantal vragen die mijn collega de heer Duk heeft gesteld, een aantal technische vragen. Die technische vragen gaven een bepaalde beantwoording, waarvan wij dachten: we moeten een amendement schrijven. Ik zal het straks voorlezen, niet alleen het dictum, maar ook de toelichting, omdat ik denk dat die van belang is voor de behandeling van dit stuk. N.a.v. het amendement heeft de heer Hofman van CU nog een aantal aanvullende vragen gesteld. Die aanvullende vragen zijn vandaag beantwoord, maar er kwamen zulke vreemde en onbevredigende antwoorden op, dat wij niet meer begrijpen wat er exact bedoeld wordt met de antwoorden op deze vragen. Wij wilden het amendement wel gewoon indienen, maar aan de voorkant zeg ik al dat we willen schorsen na de eerste termijn om een herzien amendement in te dienen in samenwerking met de heer Hofman. Wij denken dat er zoveel onduidelijkheden zijn, wij zijn van mening dat we het nu niet goed kunnen behandelen. We gaan waarschijnlijk nu iets besluiten, waarvan we op lange termijn waarschijnlijk niet kunnen inzien wat we er daadwerkelijk mee besluiten. Ik vond de opmerking van de heer De Graaf van de VVD vreemd: je moet niet alles willen weten of begrijpen.

Volgens mij is het juist de bedoeling, op het moment dat je iets niet weet of niet begrijpt, dat je juist technische vragen stelt via de griffie aan een ambtenaar, zodat er duidelijkheid komt, zodat het ook voor leken, en 32 van ons zijn leken op dit punt, zodat ook wij weten wat er daadwerkelijk bedoeld wordt. Wat we nu aan antwoorden hebben gekregen, daarmee wordt het onduidelijker, we weten niet wat er exact bedoeld wordt, we weten niet wat we in de toekomst gaan besluiten. Daarmee vinden we dat het op dit moment niet rijp is voor besluitvorming en dat we dit op een nader moment, bij voorkeur via de reguliere route van commissie en daarna behandeling in de raad, een beter gedragen besluit kunnen nemen, zodat we echt daadwerkelijk weten wat we besluiten. Dan zal ik nu het amendement voorlezen. A2022-014 3/9

Onderwerp: loodgehalte tuinen veilig houden. De raad van de gemeente Lansingerland in vergadering bijeen d.d. 12 mei 2022. Ondergetekenden stellen het volgende amendement voor. De geactualiseerde Bodemnota en Bodemkwaliteitskaart (T21.10323)) vast te stellen, met dien verstande dat de toetsingsnormen voor lood in woonwijken gehandhaafd blijft op de landelijke norm van 210 mg/kg. Een bodemverontreiniging met lood kan vooral voor jonge kinderen een gezondheidsrisico vormen. De wetenschappelijke kennis laat zien dat de huidige interventiewaarde bodem onvoldoende bescherming biedt voor de gezondheid van deze kinderen. Gemeenten hebben de wettelijke taak de gezondheidsrisico’s van omgevingsfactoren te wegen en te beperken tot een veilig niveau. De GGD'en adviseren om te streven naar een loodblootstelling bij kinderen die zo laag als redelijkerwijs mogelijk is, het ALARA-principe. In het huidige raadsvoorstel wordt het loodgehalte juist verhoogd van 210 mg per kilo bodem naar 300 mg. Lood heeft bij jonge kinderen in de leeftijdscategorie van 0-7 jaar een nadelig effect op de ontwikkeling van de hersenen. Dit leidt onder andere tot een iets lager IQ. Voor dit effect van lood bestaat geen drempelwaarde. Kinderen krijgen lood uit de bodem vooral binnen via handmondcontact tijdens het spelen.

Het effect van lood uit de bodem op de neurologische ontwikkeling kan naar schatting oplopen tot ongeveer 6 IQ-puntenverlies, afhankelijk van het loodgehalte in de bodem. Jongere kinderen spelen vaker in tuinen van woningen dan oudere kinderen die vaker buiten op straat spelen. Aangezien de gemeente als doel heeft tuinen steeds groener te laten inrichten (tuin van de toekomst) is hand-mondcontact tijdens het spelen dan niet uit te sluiten. Voor kinderspeelplaatsen waarvoor de gemeente het onderhoud verzorgt, geldt een strengere norm. Hiermee geeft het college aan dat de veiligheid in tuinen niet voldoende gewaarborgd is. De hogere normen voor kinderspeelplaatsen waarvoor de gemeente het onderhoud verzorgd is voorgesteld voor de veiligheid en omdat de gemeente hierop direct invloed kan uitoefenen tijdens het plegen van onderhoud. Bij nieuwbouw van wijken en woningen heeft de gemeente door de nu vast te stellen normen invloed op de bodemkwaliteit van tuinen, dit is dan ook het moment waarop de gemeenteraad invloed kan uitoefenen op de veiligheid van toekomstige tuinen van onze toekomstige bewoners. Lood blijft tientallen jaren aanwezig in het lichaam. Dit komt doordat lood wordt opgeslagen in de botten en hier ook weer uit kan vrijkomen, de halfwaardetijd ruwweg 20 jaar.

Vanuit het bot vindt afgifte plaats van lood naar het bloed en vervolgens weer naar organen zoals hersenen en nieren. Blootstelling aan lood op kinderleeftijd kan mogelijk ook een hoger loodgehalte in het bloed op volwassen leeftijd tot gevolg hebben. Dit zou kunnen leiden tot een grotere kans op chronische nierziekte en hart- en vaataandoeningen. Tijdens een zwangerschap kan lood de placenta passeren, waardoor ook het ongeboren kind te veel lood kan binnenkrijgen. De heer Blonk, L3B: Het enige wat ik wil vragen, is een reactie van het college. Afgelopen dagen heb ik de info die de heer Ruijtenberg heeft gegeven tot me genomen, maar ik wil graag weten hoe het college daarin zit. De heer Hofman, CU: Het amendement, zoals dat is voorgedragen door de heer Ruijtenberg, kon aanvankelijk wel op enige bijval van ons rekenen. Immers, de drempelwaarde van 300mg/kg aan lood zit volgens het GGD-rapport in de matige kwaliteitsklasse voor bodemkwaliteit voor lood, maar het schurkt tegen onvoldoende aan. Bij nadere bestudering, de waarde die we momenteel hebben van 210mg/kg zit ook nog in de categorie matig. Nu hebben wij in het stuk, dat voorligt, de bodemnota, voor sommige onderdelen van de toepassingsklasse wonen lokale maximale waarden gedefinieerd. Die hebben wij gedefinieerd voor grote moestuinen en voor onverharde speelplaatsen.

Daar moet namelijk een grondklasse met maximaal 50mg/kg lood worden toegepast. In die zin houdt het stuk goed rekening met de gezondheid van onder meer jonge kinderen, door te stellen dat op plekken waar jonge kinderen veelal spelen er een lagere drempelwaarde geldt voor lood. Zoals ook aangegeven door de heer Ruijtenberg is het helaas slechts beperkt tot die grotere moestuinen en die onverharde speelplaatsen. Dat deed bij ons de vraag oproepen: hoe zit het dan met die voor- en achtertuinen waar kleine kinderen kunnen spelen? Hoe zit het dan, om het door te trekken, met kleinere moestuinen? Waarom mag je daar wel loodhoudende grond toepassen? Als je de lijn doortrekt: hoe zit het dan met openbaar groen, hoe zit het dan met bermen? In de technische vragen die wij een paar dagen geleden nog gesteld hebben n.a.v. het amendement hebben we gevraagd: wat zou de consequentie zijn als je via een amendement vraagt om verlaging van de norm van 300 naar 210, als je in plaats daarvan de categorieën van lokale maximale waarden gaat uitbreiden, bijvoorbeeld voor- en achtertuinen en kleine moestuinen, als die er al zijn in Lansingerland. Op die vragen hebben we op dit moment onvoldoende antwoord gekregen. In de beantwoording is er vanuit gegaan, dat we wilden blijven werken met de waarden zoals die in het amendement voorgesteld zijn, maar dat wilden we niet.

We vinden het prima om op bijvoorbeeld verharde terreinen de waarde van 300mg/kg toe te blijven staan, immers, het meeste grondroeren vindt plaats bij werken aan de weg en daarvoor geldt, dat het uiteindelijk weer afgedekt wordt en verhard wordt. Dat is veilig voor kinderhanden, dus daar is het prima om de norm te verhogen. Maar daar waar er mogelijk sprake is van contact met kinderhanden, willen we graag dat er een lokale maximale waarde wordt toegepast. Eigenlijk ligt daarmee voor een vraagstuk of we gaan voor gezondheid van onze kinderen of dat we kiezen voor makkelijke, praktische toepassingen voor de bouw. Wat ons betreft kiezen we voor meer veiligheid op het gezondheidsvlak voor onze kinderen en daarom zouden wij willen pleiten voor het uitbreiden van de categorieën lokale maximale waarden. Het punt is alleen, als wij 4/9

vandaag met een amendement van deze strekking gaan komen, dan wordt dat een amendement dat niet getoetst is, waarvan ambtelijk niet is gezegd: dat is een goed idee, dat is uitvoerbaar. Dat is voor ons reden om te zeggen: laten we het voor vandaag van de agenda afhalen, of in elk geval vandaag hier niet over besluiten, want dan krijgen we een onvoldragen besluit. Wat ons betreft hoeft er geen circus van commissiebehandeling en daarna een raadsbehandeling plaats te vinden, het is voldoende om de besluitvorming een maand uit te stellen naar de raadsvergadering van volgende maand. Die maand zouden we dan moeten gebruiken om met een voldragen, een ambtelijk gedragen amendement te komen, wat we dan snel kunnen afhameren in de volgende raadsvergadering. Dat is het wat mij betreft. De heer Ammerlaan, CDA: In de commissie hebben we dit behandeld. Wat meneer De Graaf zegt: heel ingewikkeld allemaal, je kan niet alles weten. Dat is lastig. Maar dan zijn er mensen die zich erin verdiepen en dan komt meneer Duk en die gaat er eens naar kijken en dan roept dat vragen op. Ik ben gewend, als ik iets niet snap, om te denken: laat maar, je kunt niet alles weten. Maar soms denk ik: wacht even, daar moet ik me in verdiepen.

Zakelijk ben ik gewend om een adviseur te bellen, maar die hebben we niet, maar ik heb wel collega’s van GL en CU, die soort adviseurs worden in deze, je bent collega’s van elkaar, zo werkt dat. Waar besluit je nu over? Besluit je over gemakt? Of besluit je over een gezondheidsaspect? Toen ik de antwoorden zag vanmiddag, dacht ik: wat zijn de antwoorden nou? Ik kan er niet zoveel mee, het wordt alleen maar onduidelijker. Waar besluit je dan over? Het gaat over gezondheid. Ook de reactie van het college graag, maar het voorstel van CU, eerst uitdiepen en met een beter voorstel over een maand terug komen, dan weten we meer waar we over praten. Dank u. De heer De Graaf, VVD: Nog een klein stukje nuance wil ik terugbrengen in de discussie. De VVD is blij dat de herziening nu voorligt, weliswaar iets later dan gepland, maar blij dat het er nu ligt. Ik zal u niet vermoeien met teveel geschiedenis, maar ik ben als kind opgegroeid in Krimpen aan den IJssel tussen het gif, want we hadden Gouderak om de hoek, Lekkerkerk, het EMK-terrein. Ik weet niet of de heer Fortuyn er toen al woonde, maar in de jaren ’80 stond ook zijn huis in de hekken en op palen, omdat de voor- en achtertuin gesaneerd moesten worden langs de IJsseldijk. Gelukkig hebben we nu met elkaar afscheid kunnen nemen van die situatie in die tijd.

Als we kijken naar waar we nu staan met de bodemkaart en de nota zoals die voorligt, dat we stappen hebben gezet maar ook dat we met een gerust hart kunnen zeggen dat onze kinderen in Lansingerland op dit moment gewoon veilig kunnen spelen in de tuin. Dat is een groot goed, daar moeten we zuinig op zijn, dat moeten we bewaken. Maar als de suggestie ontstaat uit de bijdragen van collega’s dat dat niet het geval zou zijn, dan denk ik niet dat dat aan de hand is. Collega’s kunnen het bevestigen, per saldo spelen kinderen veilig in onze tuinen en op onze speelplaatsen. De heer Ruijtenberg: Ja, we kunnen inderdaad bevestigen dat nu op dit moment er weinig aan de hand is, kinderen kunnen veilig spelen. Wat we beogen door uitstel te vragen, is om ervoor te zorgen dat dat ook in de toekomst gaat gebeuren. We gaan namelijk nogal een behoorlijke verzwaring van het loodgehalte, om nog maar niet te spreken van andere middelen die in de bodem zitten die er niet thuis horen, maar met name lood, daar gaan we een behoorlijke verzwaring doen van 210 naar 300mg/kg. Dus ja, op dit moment klopt het zo, maar regeren is vooruitzien, besturen is vooruitzien, we moeten ervoor zorgen dat het ook zo blijft. Daarom kan je het nu niet zo besluiten, want we weten niet goed wat we besluiten. De heer De Graaf: Ik ben het helemaal eens met meneer Ruijtenberg, regeren is vooruitzien.

Ik zei al: we moeten koesteren dat het veilig is en het moet zeker veilig blijven. Waar we in de discussie een beetje aan voorbij gaan, is dat de nota die er nu ligt een product is van onze deskundige ambtenaren, van een deskundig adviseur en ook DCMR is hier nauw betrokken bij geweest, toch één van de toonaangevende milieudiensten in Nederland, aanpalende gemeenten hier nemen vergelijkbare besluiten. Dan kom ik op het punt wat ik net zei: ik ben geen expert. Het exacte verschil tussen 210 en 300 of misschien 50, dat kan ik als civiele (..) niet duiden, dus ik moet leunen op rapporten en adviezen van experts. Dan weegt voor ons de nota, zoals die er ligt, met de bijdrage van gerenommeerde bureaus voldoende zwaar om in principe hierop positief te kunnen besluiten. We zijn niet principieel tegen de gesuggereerde en concrete amendementen, maar het standpunt dat we daarover innemen hangt af van de bijdrage en reactie van het college m.b.t. wat de implicatie van het e.e.a. is. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Om aan te sluiten bij iets wat de heer De Graaf aangaf, de normen die gesteld zijn, zijn niet voor niets gesteld in het verleden. De situaties waar hij aan refereert hebben gemaakt dat we in Nederland toch wel heel kritisch zijn op wat er in onze bodem zit. In die zin ben ik blij met wat GL en CU aangeven, toch ook wel kritisch zijn op het onderwerp lood.

De vraag die wij hebben, misschien kan de wethouder daar nog klip en klaar op antwoorden: waarom wordt er gekozen om van 210 naar 300 mg/kg te gaan? Het lijkt allemaal niet zo gek veel, maar je zou haast grappend zeggen: het ligt ons zwaar op de maag omdat het toch de helft meer is dan wat het was. Wat is nou de daadwerkelijke reden om dat te doen? Om daarmee aan de bovengrens te komen van een categorie, die toch discutabel is. Ik ben het eens met de heer Ruijtenberg, zeker met alle werkzaamheden die hier gaan plaatsvinden moeten we toch heel kritisch zijn. Mijn tweede vraag aan de wethouder is dan, op het moment dat de norm gehandhaafd zou worden op 210, welke implicaties ziet zij dan als het gaat om al die werkzaamheden die gaan plaatsvinden? Je zou haast veronderstellen op het moment dat je de norm verruimt, dat daarmee iets anders bewerkstelligd zou worden, dus daar zijn we toch wel heel erg nieuwsgierig naar. Het 5/9

voorstel dat de heer Hofman deed rondom het uitstellen van de besluitvorming in afwachting van wellicht een goed voldragen amendement, daar staat wij in beginsel wel positief en sympathiek tegenover, maar we wachten nog even de beantwoording van de wethouder af. Mevrouw Verhoef, PvdA: Bodemkwaliteit is inderdaad een belangrijke kwestie, want het heeft invloed op de gezondheid van mens en plant en al het leven in de bodem. De bodemnota en bodemkwaliteitskaart was voor onze fractie na een uitgebreide discussie ook in de commissie in principe vertrouwenwekkend, we hadden het als hamerstuk aangemerkt. Maar we hebben ook tijdens die commissievergadering goed geluisterd naar de heer Duk van GL, die allerlei zorgen had over de loodnormen en daar ook vragen over heeft gesteld. We waren dus ook blij, het was ook naar verwachting, dat GL met een amendement kwam. Ik neem aan met de CU samen en misschien anderen, om die loodnorm omhoog te doen van 210mg/kg naar 300. In principe staan we daar als fractie achter. De vragen die CU heeft ingediend een aantal dagen geleden, de antwoorden daarop heb ik nu net pas bekeken, want ik was in het buitenland en ik had er nog geen tijd voor gehad, maar wat ik in grote lijnen uit die beantwoording van het college lees, is dat er in principe geen probleem is met het verhogen van de norm van 210 naar 300.

Misschien lees ik het nog niet goed genoeg, maar mijn perceptie is: die norm kan omhoog. Wat mij betreft zou het amendement gewoon in stemming gebracht kunnen worden, maar ik ben eigenlijk heel nieuwsgierig of het college nog kan toelichten of mijn perceptie klopt en of er nog een andere toelichting van het college gegeven kan worden, ook op de vragen van de andere fracties. Dan ben ik heel benieuwd welk amendement er na de schorsing dan op tafel ligt, dan zal ik daar verder op reageren. De heer Weerheijm, D66: Ik kan bijna door het lood de bodem niet meer zien. Een slecht vergelijk, maar even serieus, een kleine bijdrage van mijn fractie. Volgens mij vatte de heer Jumelet het goed samen: wat is de reden waarom we van die 210 naar 300 zouden moeten en willen gaan? Wat zijn de consequenties als we zeggen: we houden het op 210. Daar kan ik me bij aansluiten. Dus vooral deze vraag waar we antwoord op willen. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Arends: Alvorens ik inga op de advisering t.a.v. het amendement, zou ik u eerst graag mee willen nemen, waarom het echt belangrijk is om vanavond een besluit te nemen over deze nota die voor ligt. In Lansingerland werken we graag heel professioneel. Grond, goed en actueel beleid, ook dit grondbeleid, is daarbij onmisbaar. De huidige bodemnota en de kaarten zijn verouderd. Wettelijk gezien ook niet meer geldig inmiddels.

Het voorstel voor de nieuwe bodemnota is eerder in 2021 op verzoek van de griffie doorgeschoven, want u had een hele volle agenda. Daarna is in februari door de agendacommissie gevraagd: de agenda is zo vol, we schuiven het door naar een latere periode. Dat is natuurlijk heel begrijpelijk. Het voorstel, dat nu voor ligt, is niks geks en niks gevaarlijks. Het heeft geen nadelige impact op de volksgezondheid of op het milieu. Het is gebaseerd op de huidige bodemkwaliteit per deelgebied en is qua normering gelijk aan het vastgestelde beleid van Rotterdam. Inmiddels hebben ook de gemeenten Vlaardingen, Schiedam, Maassluis en Nessewaard het beleid, zoals het aan u voor ligt, vastgesteld met dezelfde normering. Zoals u weet hebben we in de gemeente ongelooflijk veel bouwprojecten en dus heel veel grondverzet. Het niet vast stellen van de bodemnota heeft tot gevolg dat er voor elk grondverzet dure en tijdrovende onderzoeken en keuringen nodig zijn. Het hergebruiken of het afvoeren van grond wordt zeer omslachtig en kan per project wel tienduizenden euro’s extra kosten met zich meebrengen, zeker bij grote bouwontwikkelingen. De heer Jumelet: Het maakt dan toch niet uit of de norm 210 is of 300, er moet toch altijd getest worden? Er zal toch altijd een sanering of wat dan ook moeten plaatsvinden.

Of zegt u eigenlijk: door de norm hoger te leggen, dan zal bodemsanering op een aantal plekken niet nodig zijn waardoor de kosten niet hoeven worden gemaakt? Wethouder Arends: Dat staat precies in het raadsvoorstel. Door het vaststellen hiervan maken we het inderdaad helder en is het overal hetzelfde. Dus als je grond gaat verzetten van het ene gebied naar het andere gebied en je hanteert daarbij dezelfde normen, dan is dat duidelijk voor iedereen. Er gebeurt wat in Rotterdam, met de A16 of met iets anders en je verschuift het naar een ander gebied bijvoorbeeld in Lansingerland, dan vraagt dat, omdat je niet dezelfde normen hanteert, dan moet je daarvoor extra onderzoek doen. Maar daarnaast levert het vertraging op bij het bouwproces en u vindt het natuurlijk heel belangrijk dat de ontwikkeling rondom de woningbouw doorgaat. Ik snap dat er allemaal vragen zijn, maar ik ga inhoudelijk verder, het komt echt nog aan de orde. De heer Hofman: Een aanvulling. U geeft in de beantwoording aan, dat er meer onderzoeken nodig zijn. Volgens mij klopt dat niet. Ik denk dat dezelfde onderzoeken nodig zijn, alleen dat er bij een andere norm een streepje wordt gezet: en nu moet u saneren. Klopt dat? Wethouder Arends: Dat zijn echt technische vragen, dat hebben we uitgelegd bij de DCMR en die heeft echt aangegeven: dat vraagt extra onderzoeken en dat is tijdrovend. Dat zijn de echte experts.

Ik vertrouw erop, dat ze mij de juiste informatie daarover geven en u ook. De voorzitter: De interrupties slaan op de uitleg van de wethouder en het ordevoorstel van de heer Ruijtenberg, namelijk: waarom moet dit stuk nu vanavond wel of niet worden behandeld c.q. aangenomen of afgewezen? En niet, waar de interrupties over gaan, namelijk de gevolgen van het amendement. Zo ontstaat er hier een spraakverwarring op dit moment, die ik ook op mijn scherm zie verschijnen. Even voor de helderheid: de 6/9

antwoorden van de wethouder slaan dus op de interruptie, waarom is het nodig het nu te doen, anders heb je geen nota, want die was niet geldig meer, zei ze. Of je de norm verschuift, daar komt de wethouder nog op. De heer Ruijtenberg: Ik heb wel een vraag die hierover gaat. We lezen in het voorstel dat de huidige wettelijke verplichting om elke 5 jaar de bodemkwaliteitskaart vast te stellen. De huidige dateert uit 2015, in 2020 was die dus afgelopen. We leven inmiddels in 2022, dat betekent dat het al 2 jaar niet meer geldig is. Nu wordt aangegeven, dat het ook wettelijk niet meer geldig is. Wat voor bloed vloeit er uit, als we nu zeggen: we nemen een maand extra de tijd om hier goed over na te denken, 1 maand extra? Wethouder Arends: Dat oordeel is aan u, om die afweging te maken. Wat voor ons belangrijk is, omdat het vertraging heeft, het zou al eerder bij u op de agenda komen. Op dit moment lijkt het mij verstandig, aangezien er geen veiligheidsrisico’s zijn, het volledig aansluit bij de regionale normeringen, zoals andere gemeenten daar ook mee omgaan, dus in mijn optiek heeft het op inhoud geen meerwaarde om daar nog meer beeldvorming of informatie aan u aan te leveren. De heer Ruijtenberg: Ik ga het toch nog een keer proberen. Dat het aan ons is, dat ben ik het met u eens, daarvoor zitten we hier ook.

Maar ik ga nog een keer heel concreet de vraag stellen, want daarop geeft u geen antwoord. Welk bloed vloeit er uit, welk risico lopen we financieel of qua gezondheid als we het met 1 maand uitstellen? Graag zou ik dan een concreet antwoord willen m.b.t. wat er dan fout gaat, euro’s inderdaad desnoods. Wat gaat er fout, concreet? Wethouder Arends: Dat is wat ik aan het begin van mijn inbreng noemde. Als je hem nu niet vast stelt, dan is het niet meer wettelijk. Als er nu een aanvraag komt voor grondverzet, dan betekent dat dat je extra onderzoek moet doen. Dat is niet alleen voor initiatief vanuit de gemeente, maar ook voor externen. Dat is een tijdrovend proces. Dat is de consequentie als u ervoor kiest om het vanavond niet vast te stellen. De heer Ammerlaan: U bent duidelijk over die ene maand. Meneer Ruijtenberg zei terecht: die nota liep in 2020 af. Wat is het verschil tussen gisteren en morgen? Dat is mij niet duidelijk, want we lopen al 2 jaar achter als ik het zo beluister. Wethouder Arends: Dan kan ik iets heel lelijks gaan zeggen, maar dat doe ik niet. Laten we dat niet doen. Ik vind het verantwoordelijk, op het moment dat ik verantwoordelijk ben voor de portefeuille als het gaat over milieu, die portefeuille heb ik onlangs overgenomen, ik vind het belangrijk om het naar u als raad te brengen.

U zou misschien nog kunnen achterhalen waarom het wat langer is blijven liggen, daar heb ik op dit moment geen oordeel over, laten we dat vooral ook zo laten. Volgens mij is het heel belangrijk, dat u het nu voor heeft gekregen, dat u al die informatie daarop krijgt. Het is een ongelooflijk ingewikkeld complex stuk , het is heel technisch wat er voor ligt. Ik ben het wel met meneer De Graaf eens, daar hebben we gelukkig heel goede experts voor, in alle gemeenten, alle ambtenaren, maar zeker bij DCMR, die we echt mogen vertrouwen in het voorstel dat er naar u is gedaan. Zal ik verder gaan op de inhoud? De heer Jumelet: We hebben uiteraard het volste vertrouwen in het college en de wethouder, de ambtenaren en de totstandkoming van dit voorstel, maar de concrete vraag die nu gewoon gesteld wordt, daar komt gewoon geen antwoord op. De concrete vraag is, het is al 2 jaar over datum en die 2 jaar plus 1 maand, is dat een probleem? Dan is het antwoord ja of nee.

Wat de wethouder zegt, neem ik gelijk van harte aan, er wordt hard gewerkt en DCMR is, maar kan de wethouder concreet aangeven op de vraag van de heer Ruijtenberg, maar die vraag hebben wij ook: wat is nou het probleem als de besluitvorming 1 maand wordt uitgesteld om een amendement te bekijken rondom het lood? Welk risico loopt de gemeente als het gaat om die ene maand bovenop die 2 jaar dat het al niet helder zou zijn? Wethouder Arends: Ik ga u hetzelfde antwoord geven. Op het moment dat u het vanavond niet vast stelt en pas over een maand en het mogelijk nog verder uitstelt, dan heeft dat consequenties als er nu grondverzet gedaan moet worden. Dan moeten er extra onderzoeken plaats vinden. Het is aan u ter overweging. Er is niks geks, er is geen gevaar voor de volksgezondheid of voor het milieu. In die zin doen we geen andere dingen dan de gemeenten om ons heen. Het is de afweging die u wilt maken. Als u langer nodig heeft, er komt geen bloed uit in die zin, dat is uw overweging. Ik geef u mee wat de financiële en vertragende consequenties zijn van uw besluit. Aan u is het oordeel of u die wilt nemen of niet wilt nemen. De voorzitter: Dit gaan wij afsluiten, volgens mij is het antwoord helder. Als u een andere interruptie heeft, geef ik u het woord.

De wethouder geeft aan: het geeft extra vertragingen in grondverzet, onderzoek en kosten, maar er vloeit geen bloed uit, zo vertaal ik het dan. Daarmee moet u het doen, want ik heb drie keer hetzelfde antwoord gehoord en u gaat hem de vierde keer ook krijgen, heb ik zo het vermoeden. De wethouder gaat verder. Wethouder Arends: Dan zou ik graag in willen gaan op de advisering t.a.v. het amendement dat ik nu voor me heb vanuit GL, dan kan de CU kijken of ze zich daarin kan vinden. Wij staan neutraal t.a.v. het amendement, want het verhogen van de toetsingsnorm voor het toegestane loodgehalte tot de landelijke norm bij toepassingsklasse wonen lijkt maar beperkt tot praktische nadelen. De nota sluit op dit moment heel goed aan bij de regionale normen, waardoor ook bij de onderlinge uitwisseling van grond geen hertoets nodig is. Bij het verhogen van die norm voor lood zal bij grond afkomstig uit bijvoorbeeld Rotterdam of overige regiogemeenten die het Rotterdamse beleid volgen een hertoets nodig zijn. Hetzelfde geldt voor het samenvoegen van grondpartijen. De gebied specifieke norm van 300, zoals die nu voor ligt in het voorstel, staat in een zogenaamde standaardwaarde, die gecorrigeerd is voor lutum en organische stof van ongeveer 260 mg/kg ligt voor het loodgehalte. Het verschil tussen 210 en 260 is vanuit milieu/hygiënisch oogpunt niet zo groot.

De gevolgen voor het beschikbaar zijn van voldoende bruikbare grond komt hiermee dan ook niet in het geding en zal ook niet leiden tot wezenlijke kostenverhoging bij grondverzet. In een incidenteel geval kan het wel zo zijn dat een partij grond door de verzwaring van de loodnorm niet voldoet, maar dat zal 7/9

uitzonderlijk zijn en geen grote financiële consequenties met zich meebrengen. Dus in die zin heeft het praktisch geen hele grote nadelen en daarom staat het college neutraal t.a.v. het amendement. Het is aan u of u voor of tegen wilt stemmen. Ik denk dat ik redelijk de vragen beantwoord heb, anders hoor ik dat graag nog in de tweede termijn. De heer Jumelet: U geeft aan, dat de grond vanuit Rotterdam kan komen of van elders en die wordt dan gebruikt voor wellicht ophoging van een gebied waar uiteindelijk woningen worden gebouwd en waar voor- en achtertuinen komen. Maar weten wij dan waar die grond vandaan komt? Die kan van onder een weg vandaan komen, dus eerder afgedekt, en die testen we dan en dan zeggen we: dat geloven we wel. Of moet ik toch meer denken vanuit het Lansingerlandse belang, dat wij zeggen: wij willen een bepaalde bodemgesteldheid hebben, een bepaalde bodemkwaliteit en daar dient die grond aan te voldoen op bepaalde punten waar die voor gebruikt wordt. Alsof wij de zaak omdraaien en meer zoiets hebben van: die grond moet maar komen. Maar we moeten toch redeneren vanuit het veiligheidsidee voor onze inwoners op dit punt? Wethouder Arends: We weten natuurlijk precies waar de grond vandaan komt, waar het heen gebracht wordt, waar het vandaan komt en ergens anders heen gebracht wordt.

Als je in de regio allemaal dezelfde norm hanteert, dan is dat eenduidig en logisch. Als je verschillende normen in je regio hanteert, dan vraagt dat een extra onderzoek. Dus het klopt als u vraagt: weten we dat dan niet? Natuurlijk weten we het, want daar zijn allemaal wettelijke regels voor, hoe je omgaat met het verzetten van grond. Mevrouw Verhoef: Ik wil even iets ophelderen. Ik hoorde de wethouder iets zeggen over 260. We gingen van 210 naar 300, maar u had het ineens over 260. Wethouder Arends: Dat is heel technisch. Ik zal hem nog een keer voorlezen, want het is heel ingewikkeld. De gebied specifieke norm van 300 mg/kg, zoals nu nog in het voorstel staat, is een zogenaamde standaardwaarde, die gecorrigeerd voor lutum en organische stof op ongeveer 260 mg/kg ligt voor het loodgehalte. Het verschil tussen 210 naar 260 is vanuit milieu/hygiënisch oogpunt helemaal niet zo groot. Het is ook niet in die zin een zwaar risico voor de volksgezondheid. Dat is een technische uitleg, maar daar heeft het mee te maken. De heer Hofman: Een kleine technische aanvulling. Die correctie van lutum vindt natuurlijk ook plaats op de 210 mg/kg, dus die vlieger gaat niet helemaal op, het verschil tussen 210 en 260. Dan even als technische aanvulling. Wat ik naar voren wil brengen, de wethouder adviseert ons, of is neutraal t.a.v. het amendement om een broodje speciaal te worden in de regio.

Het amendement stelt voor om daar waar omliggende gemeenten op 300 mg/kg om alleen als dapper Gallisch dorpje op 210 te blijven zitten. Omdat ons dat nou niet zo’n heel goed idee leek, hebben we gekeken of we met lokale maximale waarden, het woord lokale maximale waarden zegt het al, dat is iets wat je specifiek lokaal bepaalt, of we daarmee misschien kunnen komen tot een beter amendement. Zou de wethouder kunnen ingaan op het idee om niet een broodje speciaal te worden in de regio, maar specifiek voor voortuin, achtertuin, kleine moestuinen die lokale maximale waarden toe te passen, waardoor dat toepassingsklasse natuur wordt, we daar veilige bodem hebben, dan zijn we niet het broodje speciaal, maar hebben we wel lokaal op een goede manier vastgesteld waar we veilig kunnen spelen met onze kinderen. Wethouder Arends: Ik ga altijd voor speciaal, ik houd ook van een broodje speciaal als er een frikadel tussen zit, maar ik vind het een ingewikkelde vergelijking. We doen hier met elkaar de goede dingen en door experts gedaan. Als u vraagt: vindt u het goed om af te wijken. Natuurlijk, als u daar een reden voor heeft, daarom staan we er neutraal in, dan mag u dat doen. Ik leg alleen uit, dat we er neutraal in staan, we zijn geen voor- of tegenstander. Het heeft in die zin geen grote praktische nadelen, dus dat wil ik u nu meegeven, maar het is in die zin niet nodig.

Als u zegt: wij voelen ons er echt content mee, wij vinden dat heel belangrijk, dan is het prima om die keuze te maken. Het is niet dat het college een negatief advies uitgeeft aan u. De voorzitter: Dit is het eind van de eerste termijn. Op verzoek van de heer Ruijtenberg ga ik zo direct schorsen. In die schorsing zijn er voor u 2 zaken te bespreken: uw standpunt t.a.v. het amendement dat ingediend is, een eventuele discussie over een ander amendement en de discussie, als het tot een ander amendement komt, of u dat vanavond nog wilt behandelen of een andere keer, waarbij mijn conclusie als voorzitter is, niet namens het college maar als uw voorzitter, dat uitstel van een maand mogelijk is maar dat de consequenties meer werk, meer kosten en al dat soort zaken zijn maar dat er geen bloed uitvloeit. Ik zou willen adviseren, indien u met een nieuw amendement wilt komen, ook te kiezen voor uitstel, want het is wel heel technisch op dit moment. Mij bent u in ieder geval helemaal kwijt daarin, dus ik zou toch willen waken dat we weten waar we over beslissen. Dan schors ik deze vergadering voor een kwartier. Schorsing De voorzitter: Als iedereen weer zit. Ik heropen de vergadering en ik ga als eerste terug naar de heer Ruijtenberg met een antwoord op de vraag van het ordevoorstel: hoe gaan we verder met het stuk vanavond.

De heer Ruijtenberg, GL: Ik ga nogmaals het ordevoorstel indienen, gezien de beraadslagingen die we net gedaan hebben, om het stuk vandaag niet vast te stellen, we gaan ons amendement ook niet indienen, en dit te verplaatsen naar de eerstvolgende raadsvergadering, uit mijn hoofd, zijnde 2 juni. De voorzitter: Volgens mij had u uw amendement al ingediend, ja, die had u al ingediend, dus ik ga er even van uit, dat 8/9

u hem op dit moment terug trekt. U kunt hem altijd opnieuw indienen tenslotte. Gehoord de heer Ruijtenberg constateer ik, dat er nieuw amendement in voorbereiding is. Wat ik eerder gezegd heb, dan is het logisch om het even een maandje uit te stellen om te weten waar je over stemt. Dat is concreet wat de heer Ruijtenberg voorstelt. De heer Blonk, L3B: Mijn fractie kan instemmen met uitstel tot 2 juni, dat het dan direct in de raad komt zonder commissie. Hartelijk dank, met name Arjen Hofman, voor de opening die hij gegeven heeft, want mijn fractie was tegen het amendement, maar die opening is er nu. Ik wil op voorhand al aantekeningen maken, dat mijn fractie heel veel belang hecht aan eenheid binnen de regio wat dat onderwerp betreft. Wij willen ook zeker weten, als je een uitzondering gaat maken voor voor- en achtertuintjes, want daar zal het op toegespitst worden, wat de kosten zijn voor alle nieuwbouwwijken die we nog moeten doen. In die zin moet er de komende 3 weken heel veel werk verricht worden. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: In mijn eerste termijn zei ik dat ik het voorstel van de heer Hofman sympathiek vond. Mijn fractie kan ook instemmen met het uitstellen van besluitvorming rondom dit agendapunt.

Het is zeker goed om de komende 3 weken te benutten om te kijken wat wenselijk is als het gaat om de norm afgezet tegen wat er in de regio geldt, ook afgezet tegen eventuele consequenties voor woningbouwkosten et cetera. Daarmee ook gezegd hebbende, wij zullen op basis van die uitkomsten opnieuw de afweging maken rondom het voorstel en het eventueel dan voor liggende amendement. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik wil me eigenlijk aansluiten bij de heer Blonk en ook de heer Jumelet. Voor ons is het met name ook belangrijk om dan in die maand helder te krijgen wat de eventuele gevolgen zijn voor de woningbouw en ook de snelheid daarvan, want dat is voor ons wel cruciaal, dat dat niet in gevaar komt. Dat wilde ik toch nog even gezegd hebben naast de kosten. De heer Ammerlaan, CDA: Wij zijn voor het uitstel, zoals voorgesteld door meneer Ruijtenberg om tijd te hebben voor verdieping en informatie. De heer De Graaf, VVD: We hadden vanavond graag besloten over het voorstel al dan niet met het aanvankelijke amendement van de heer Ruijtenberg, maar gezien het feit dat ook de wethouder heeft aangegeven, dat er niet direct bloed vloeit uit uitstel gaan we er uiteindelijk maar in mee. De voorzitter: Dan constateer ik, dat er een meerderheid is hier om het voorstel te verplaatsen naar volgende maand. Er komt dan een nieuw amendement. Het hoeft niet in de commissie.

Dat legt wel een druk bij de indieners en ook bij het college, dat beide zijden, de reden waarom, de kanttekeningen die hierbij gemaakt zijn door een aantal sprekers, goed op het netvlies hebben, zodat we niet in de raad een hele technische discussie krijgen. Ik kijk naar de griffier, dat we de stukken goed helder gepresenteerd hebben voorafgaand aan de raadsvergadering, dan kunnen we dat goed behandelen. Ik zie instemming hier. Dan doen we dat zo. Dan zijn we aan het eind van agendapunt 9.a. 10. Hamerstukken: 10.a Vaststellen Reglement van orde gemeenteraad 2022, Reglement van orde commissies 2022 en Reglement werkgeverscommissie 2022 10.b Ontslag plaatsvervangend directeur Rekenkamer Rolf Willemse 10.c Budget crisisopvang Oekraïne 10.d Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Jeugd Rotterdam-Rijnmond 10.e Bekrachtiging geheimhouding De voorzitter: We gaan direct door naar de hamerstukken. Is er reden om die niet af te hameren? Een stemverklaring? Dat is niet het geval. Dan hamer ik die af. 10. Sluiting De voorzitter, om 21.35 uur: Dan zijn we automatisch aan het einde van onze agenda. Dank u wel. Ik sluit de vergadering. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van griffier, drs. Bert Schouten

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=98d230c5-97bb-42e7-83ee-7ec632aed3fe