[BV21.0231] Verslag Commissie Samenleving d.d. 9 dec 2021
Tekst van het document
11/16
De voorzitter: Ik heb een toezegging genoteerd, dat het via de griffie naar de commissie komt. Ik verzoek u in de tweede termijn te laten weten of het een hamerstuk of bespreekstuk voor de raad wordt. De heer Kampinga had overigens gelijk, het is maatschappelijk opvang. Het staat niet goed in de agenda, maar wel in de andere stukken. Tweede termijn De heer Kampinga, VVD: Wij zijn op zichzelf akkoord met dit voorstel. Het kan dus in principe als hamerstuk naar de raad wat ons betreft. Maar ik wil nog wel even kort reageren op voorgaande sprekers. Ik denk dat het een onderschatting is, dat het alleen maar om een juridisch, organisatorisch stuk gaat. Men heeft het gehad over de bedoeling van een flinke uitbreiding van plekken van beschermd wonen te gaan realiseren, de financiën. Ik denk dat we het niet moeten onderschatten. De adviesraad sociaal domein wijst erg naar de landelijke teneur: let op de uitvoering, zorg dat het uitgevoerd wordt zoals bedacht. Nogmaals, in zo’n plan kun je niet beschermd wonen. Twee. Ik hoor van mevrouw Bouman dat zij het heeft over mensen met een verstandelijke beperking. Ongetwijfeld terecht. Alleen, ik ging ervan uit, dat heb ik ook voorgelezen, dat het bij beschermd wonen ging over psychische of psychosociale problemen. Dat is wat anders dan mensen met een verstandelijke beperking, dacht ik.
Daar schrok ik even van, misschien kan ik daar duidelijkheid over krijgen. Ik dacht dat het een andere groep was. Mevrouw Bouman: Ik hanteer de verstandelijke beperking. Wat ik naar voren gebracht heb, zijn terminologieën die de stichting Pameijer in de brief naar de omwonenden gestuurd heeft. Ik mag er toch van uit gaan dat zij exact weten om welke doelgroepen het gaat. Vandaar dat ik dit zo naar voren gebracht heb. De heer Kampinga: Dan blijft voor mij het misverstand. Ik heb weleens een bezoek gekregen van een bewoner, dat het gaat om andere mensen dan mensen met een verstandelijke beperking, maar dat heb ik kennelijk niet goed. Tot slot. Ik kijk hier uit op Hergerborch, zoals u weet. Dat is een heel andere groep. In coronatijd is het niet meer, dat geef ik toe, maar wij krijgen regelmatig een uitnodiging om een kopje thee te komen drinken. Mevrouw Bouman, CDA: Dank u wel, mevrouw Cnossen, voor de beantwoording van de vragen. We gaan het zien hoe het zich ontwikkelt. Ik heb nog wel zorgen over het feit, dat in het regionaal beleidsplan staat dat er getracht wordt binnen 3 jaar een doorstroom te krijgen van de mensen die hier bij mij tegenover wonen. Ik kom bewoners tegen, die al vele, vele jaren daar woonachtig zijn en daar toch helaas moeten blijven wonen om wat voor reden dan ook.
Ik hoop dat het allemaal gaat lukken, los van de vraag of we woningen hebben, want die woningen zitten hier bij mij in de buurt, waar deze mensen wonen. Meneer Lieverse gaf het al aan, ik weet dat er afstemming is met Medisch Hart over nachtelijk enzovoorts. Ik moet zeggen: dat is alleen maar heel prettig, want we hebben in het verleden helaas het e.e.a. mogen meemaken. Ik heb nog wel even een opmerking naar mevrouw Cnossen, over die 10% wat regelmatig naar voren gekomen is. Ik hoorde mevrouw Cnossen zeggen: die 10%, daar gaan we eens even naar kijken, dat is voor het inrichten van een gemeenschappelijke ruimte in de wooneenheden. We hebben hier nog maar 13 wooneenheden, er is 1 kamer die nodig is voor iemand die hulp en ondersteuning geeft. Ik ben heel benieuwd waar u dan aan denkt, ik kan het zo 1, 2, 3 nog niet plaatsen, maar misschien dat u dat wel weet, ik ben heel benieuwd. Hoe gaat dat plaats vinden? Misschien weet u meer dan wij, ik hoor het straks wel. Het is voor ons een hamerstuk. De heer Hoek, WIJ: Twee zaken. Ik meen toch dat er discrepantie zit tussen hetgeen het regionaal beleidsplan zeg over het proactief opsporen van problemen en hoe de gemeente Lansingerland ermee om denkt te gaan, want die gaat niet proactief opsporen. Ik hoor de wethouder zeggen, dat mensen in beeld komen en dan gaan we ermee aan de slag.
Daar zit wat mij betreft een verschil tussen en dat heet wellicht preventie, zodat je dingen kan voorkomen door vroegtijdig, ik wil niet zeggen in te grijpen, maar naast mensen te gaan staan en kijken wat de oplossing in deze bepaalde casus kan zijn. Er is verschillende keren gerefereerd aan die 90% en die 10% die over blijft, maar ik meen toch dat ik gelezen heb in het stuk, dat die 10% gebruikt wordt als een soort indirecte buffer wanneer de regeling an sich duurder uitpakt dan aanvankelijk bedacht. Dus we kunnen er alles voor gaan doen, dat kan, we kunnen ook zeggen: laten we dat geld nog even reserveren en kijken of de uiteindelijke budgetten genoeg zijn. Dat was het. De heer Lieverse, CU: Voorzitter, u had misschien nog een vraag aan meneer Hoek of het een hamerstuk zou zijn of niet. Voor ons is het een hamerstuk. De heer Hoek, WIJ: Wat mij betreft, als ik het goede antwoord krijg op mijn twee openstaande vragen, dan is het wat mij betreft ook een hamerstuk. De heer Lieverse, CU: Ik heb de uitslag al verraden en kan er nog wel een gedichtje of limerick tegenaan gooien, maar het lijkt me voldoende.
12/16
De heer Jonker, D66: Voor D66 is het ook een hamerstuk. Mevrouw Gabin, GL: De wethouder heeft gelijk, in de centrumgemeente zijn er voorzieningen zoals de maatschappelijke opvang, maar er is ook wel degelijk behoefte aan toekomstige voorzieningen in de regio. Wat GL zich afvraagt is: wat is de rol van de gemeente Lansingerland hierin? De centrumgemeente heeft middelen om de inkoop vorm te geven, maar Rotterdam kan niet zomaar zonder de medewerking van Lansingerland besluiten om een voorziening te vestigen in Lansingerland. Is het college bereid om bij de centrumgemeente aan te geven dat Lansingerland wil bijdragen in het faciliteren van een toekomstige voorziening, dan gaat het hier specifiek om een maatschappelijke opvang binnen de gemeente. Die vraag willen wij graag nog beantwoord zien. De heer Kampinga: Ik lees juist in de gemeenschappelijke regeling, dat dat daarin besloten is. Maar de wethouder weet dat nog veel beter. Mevrouw Gabin: Ik kan de vraag van de heer Kampinga niet in de context plaatsen, dus inderdaad, we laten het over aan de wethouder. Ik wil dan nog even de gedachte van de wetgever erbij halen en dat is, dat het in gezamenlijkheid moet worden vorm gegeven en niet apart. Op dit moment is het voor ons geen hamerstuk, want wij willen graag een proactieve houding zien van de gemeente. Dat was onze bijdrage.
Mevrouw Verhoef, PvdA: Ook dank aan de wethouder voor in mijn ogen een adequate beantwoording. Het is wat ons betreft een hamerstuk. Ik wil me nog wel aansluiten bij de heer Hoek en dat sluit ook aan bij de opmerking die ik in de eerste termijn maakte. We hebben liever dat die 10% lokaal budget, het deel dat dan niet nodig is om eventuele overschrijdingen op het totale budget van de gemeenschappelijke regeling te dekken, een deel dat overblijft, we hebben liever dat daar proactief opgespoord wordt wie in de problemen dreigt te komen om zo preventie te kunnen plegen dan dat het in een bankstel of een lamp gaat, niet dat dat niet belangrijk is, maar daar zou onze voorkeur naar uitgaan. Verder lijkt u dicht op het onderwerp te zitten en ook betrokkenheid, dus dat stelt mij zeker gerust. De heer Crielaard, L3B: Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Ik begrijp dat het ingewikkeld is met die zorgverzekeraars en dat ze daar met de zorgkantoren de coördinatie voor opzetten. En dat het omtrent de woonopgave met 3B Wonen wordt opgepakt. Ik wil nog even terugkomen op die 44 plaatsen, die genoemd zijn. Het is een doel, geen verplichting, begrijp ik, maar het blijft mij nog even onduidelijk. Het kan dat ik heb zitten slapen. Hoe gaan we dat dan realiseren? Ik volg het nog niet helemaal.
Het is een soort inspanningsverplichting voor de komende 10 jaar, wat moet ik me daar bij voorstellen precies? Hebben we een locatie op het oog? Komt dat later pas aan de orde? Gaan er raadsvoorstellen aan vooraf? Dat is mij nog even niet helder en ik hoop dat de wethouder dat nog even kan verhelderen. Dank u wel. Het is voor ons een hamerstuk. Wethouder Cnossen: Die 10% blijft een paar keer terug komen. We kunnen daar verschillende dingen mee doen. Ik hoor één van de leden van de commissie zeggen: je kunt het ook als spaarpotje reserveren voor uitgaven. Er zijn verschillende gedachten over. Het is niet zo, mevrouw Bouman, dat we bij u aan de overkant onmiddellijk een grote buurtkamer gaan realiseren. Dat is meer het idee: stel, dat je in de locatie Wilderszijde iets zou kunnen realiseren met wooneenheden, dan kun je daar direct ook met dit geld eventueel zo’n ontmoetingsruimte bij financieren. Dat is de gedachte. Die 10% staat dus nog niet vast. Mevrouw Verhoef zei: kan je het niet gebruiken voor proactief opsporen? Dan ben ik in de eerste termijn niet helemaal duidelijk geweest over proactief opsporen. Over het algemeen zijn dit mensen die ergens wel bekend zijn bij de gemeente, omdat ze bijvoorbeeld een bijstandsuitkering hebben of in een inloophuis binnen komen. Daar vinden wij, dat het proactieve preventieve werken plaats vindt, dat ze daar goed in beeld zijn.
Ik ben het met u eens, meneer Hoek, je moet proberen dat ze zo zelfstandig mogelijk kunnen blijven leven om ze niet verder te laten afglijden, doordat ze niet voldoende zorg krijgen. Op die manier zijn ze in beeld en willen we zeker de mensen helpen en ondersteunen om als het even kan zelfstandig te blijven leven. Mevrouw Bouman: Ik hoor de wethouder iets zeggen over een proactieve houding en dan gelijk maar richting mevrouw Gabin. Geeft deze beantwoording voor u de mogelijkheid om te zeggen: ik heb voldoende gehoord, ik ga bedenken of ik dit een hamerstuk kan laten worden. Wethouder Cnossen: Zal ik eerst de beantwoording afmaken? Dan ga ik nu naar de woordvoering van mevrouw Gabin. Ik heb het gevoel, dat wij iets langs elkaar heen praten, want we hebben het enerzijds over die maatschappelijke opvang, de daklozen, en anderzijds over het beschermd wonen. Dat beschermd wonen zijn we nu aan het regelen met elkaar en de maatschappelijke opvang blijft via landelijke wetgeving bij de centrumgemeente Rotterdam. Wil het college dan toezeggen, dat wij in de toekomst ook gaan faciliteren, dat er bij ons ook zo’n opvang komt, daar zal de gemeente Rotterdam dan initiatief toe moeten nemen, want op dit moment heeft de wet geregeld dat de centrumgemeente deze taak heeft en dus ook al het geld. Over dat geld gaan wij niet, dat wordt niet gedecentraliseerd.
Decentralisatie gaat over het beschermd wonen en daar pakken we gewoon onze verantwoordelijkheid op, wat ik een aantal van u al hoorde zeggen. Ik hoop dat dit helpt om u ervan te overtuigen dat ook de gemeente Lansingerland de verantwoordelijkheid pakt. Mevrouw Gabin: Wat GL eigenlijk voor ogen
13/16
heeft, is dat ook de mensen die geen dak boven hun hoofd hebben ook uiteindelijk in Lansingerland een plek kunnen vinden. Inderdaad, Rotterdam gaat over de inkoop en de vorm ervan, maar het is niet uit te sluiten dat in de toekomst Rotterdam een beroep wil doen op de regio om daar ook een voorziening te laten vestigen wat betreft maatschappelijke opvang. GL zou het heel erg op prijs stellen al in ieder geval in de gesprekken tussen de deelnemende gemeenten Lansingerland aangeeft: wij zijn bereidwillig om, als er in de toekomst zo’n voorstel op tafel ligt, dat wij als gemeente bereid zijn om een maatschappelijke opvang te laten vestigen in onze gemeente. Wethouder Cnossen: Bedankt voor deze verduidelijking. Ik vind het lastig om daarop vooruit te lopen. Ik voel het nu als verantwoordelijkheid van ons allemaal, Lansingerland, dat als uit de maatschappelijke opvang iemand naar een zelfstandige woning op zoek gaat, dat wij daar voor open staan als gemeente, dat de sociale huurwoning beschikbaar wordt gesteld. Maar ik vind het lastig om te praten over wetswijzigingen, die er nog niet zijn en een gemeente Rotterdam die ons dan een vraag zou stellen.
Op dit moment hebben we echt met beschermd wonen te maken, laten we dat alsjeblieft gewoon goed oppakken en niet ook nu de maatschappelijke opvang erbij nemen, want het is voor mij nog niet reëel omdat wettelijk de gemeente Rotterdam deze taak heeft en ook al het geld daarvoor krijgt. Dus laten we ons nu concentreren op het beschermd wonen, dat we dat goed oppakken met elkaar en die klus is best groot om dat op een goede manier te doen. Ik probeer een beetje focus te houden, want het sociaal domein is groot en de problemen zijn ook heel groot, dus dat probeer ik u duidelijk te maken. Als over 10 jaar, whatever, die wet verandert en we met elkaar vinden dat ook dat soort opvang meer gespreid moet worden, dan gaan we dat op dat moment weer ter hand nemen. Ik kom geen gemeente of wethouder tegen, die dan zou zeggen: nee, daar doe ik even niet aan mee. We hebben dat mooi in het land geregeld, ook de vluchtelingenopvang: zoveel mensen ga je huisvesten. Ook bij beschermd wonen pakken we nu onze rol op en onze taak en gaan we daarmee verder. Op het moment dat er bij de maatschappelijke opvang iets verandert, ben ik ervan overtuigd dat deze gemeente ook gewoon oppakt wat we moeten doen. De heer Kampinga: Ik ben toch nog benieuwd naar de bewoners van beschermd wonen.
Gaat het over psychische en psychosociale problemen? Of zijn het mensen met een verstandelijke beperking? Dat is toch een heel andere groep mensen? Wethouder Cnossen: Ik heb geleerd, dat er bij 1 persoon altijd veel door elkaar heen loopt. In mijn vorige baan als burgemeester kwam ik natuurlijk jongeren tegen, die de criminaliteit in gingen. Als het even kon en ze konden daarop onderzocht worden, bleek heel vaak dat het IQ heel laag was, dus dat je met een verstandelijke beperking te maken hebt, maar dat wil niet zeggen dat die mensen ook onmiddellijk bij de instellingen zitten, zoals Sprank. Daar zit een grote differentiatie tussen. Mensen met een psychisch probleem, kunnen ook een verstandelijke beperking hebben. Mevrouw Gabin: Wij kunnen ons vinden in de beantwoording van de wethouder, voor nu tenminste. We zullen dit dan ook niet naar de raad toesturen, het is een hamerstuk voor ons. Wethouder Cnossen: Meneer Crielaard stelde tot slot toch nog wel een paar vragen. Hij vroeg zich af: hoe gaan we dat nou realiseren, die 44 plaatsen, hebben we al een locatie op het oog? Ik herhaal wat ik in de eerste termijn al vertelde. Met 3B Wonen maken we prestatieafspraken, zij moeten dat realiseren.
En we zien mogelijkheden juist in nieuwbouwlocaties om dat mooi in te passen, dus in Wilderszijde zullen we zeker proberen een kans te pakken om daar te realiseren, maar op dit moment heb ik geen concreet plan in mijn achterhoofd. Ik denk dat ik hiermee aan mijn tweede termijn ben. De voorzitter: Volgens mij heeft u alle vragen netjes beantwoord en heeft iedere partij kenbaar gemaakt, dat het als hamerstuk naar de raad van december gaat. Hartelijk dank. 7a. Actualiteiten uit het college Wethouder Cnossen: Ik heb op dit moment geen punten. 7b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Nee? 7c. Verbonden partijen De voorzitter: Nee? 8. Rondvraag en sluiting De heer Lieverse, CU: Hackshield vraagt om enige toelichting. Ik kwam het tegen in de nieuwsbrief van de veiligheidsalliantie regio Rotterdam. Hackshield in de klas, heet het eigenlijk. Het is een lesprogramma voor scholen. Ik heb toen navraag gedaan bij de organisatie wat de opzet en doelstelling is. Het is bedoeld voor jongeren om ze meer weerbaar te maken. Het gaat allemaal over cyberveilige thema’s, zoals internet, nepnieuws en online grenzen stellen. Het programma is geschikt voor leerlingen van 8-12 jaar, de bovenbouw van het basisonderwijs. Mijn vragen aan de wethouder zijn simpel en ik hoop de antwoorden ook. Is het college bekend met dit programma? Vindt het college dit programma zo
14/16
goed, voor zover de scholen er zelf al niet van weten, om het ook te promoten en bekend te maken? Wethouder Cnossen: Dank u wel voor uw vragen. Is het college bekend? Ik weet niet of het hele college ermee bekend is, maar toevallig deze wethouder wel. In mijn vorige gemeente heb ik dit samen met de wijkagent opgezet voor de basisschool scholieren. Daar kon je winnen dat je de cyberkop van het jaar werd of iets dergelijks. Dus ik ken het programma, ik ben er heel enthousiast over, want het is heel mooi om kinderen weerbaar te maken tegen digitale criminaliteit. Ik heb gemerkt dat als kinderen dat zijn dat ouders er ook in mee genomen worden, want wij klikken ook nog veel te snel op allerlei linkjes, waar we helemaal niet op moeten klikken. Is het de moeite waard om dit bekend te maken bij de basisscholen? De meerwaarde is mij zeker heel duidelijk. Wij vinden het zeker de moeite waard om dit bij scholen onder de aandacht te brengen, want we zien, die gegevens heb ik even opgehaald, van de politie-eenheid Rotterdam dat er een jaarlijkse stijging van 20-25% van gedigitaliseerde criminaliteitsvormen is, dus het vraagt echt wel om aanpak. Ik zou het heel mooi vinden om daar bij de jongeren mee te beginnen. Op dit moment zijn er hier nog niet van dit soort programma’s en juist die game-programma’s spreken de kinderen heel erg aan.
Ik heb mee gekregen, dat we het als gemeente graag willen oppakken om dit verder uit te werken. Dank voor de suggestie, meneer Lieverse. De heer Lieverse: Ik zet de gegevens op Whatsapp voor degenen die het willen nalezen. De heer Hoek, WIJ: We hebben het de vorige raad gehad over de energierekening en ik heb er een aanvullende vraag voor. Kan de wethouder aangeven wat ze tot nu toe gedaan heeft, uitgezet heeft, om mensen actief te bereiken, die mogelijk in de problemen komen met de energierekening? Op welke manier worden deze mensen alert gemaakt op de gemeentelijke regelingen, waar ze in het kader van armoedebestrijding gebruik van kunnen maken? Ik denk dat we niet te lang moeten wachten. U heeft mij toen overtuigd van het gegeven, dat er een vangnet is om mensen met een te hoge energierekening in beeld te krijgen en daar ook adequaat op te reageren. Ik ben dus ook nieuwsgierig, zoals mijn vraag ook luidt: wat heeft u gedaan om deze mensen actief te bereiken. Wethouder Cnossen: Ik ben even aan het zoeken tussen de stukken. Wat hebben wij intussen gedaan? Ik heb u uitgelegd, dat iedereen die met financiële problemen zit en bij de gemeente aanklopt sowieso altijd helpen, of dat nou komt door corona, door energiearmoede, dat maakt niet uit.
Daarnaast hebben wij een signaleringssysteem, als mensen schulden hebben bij een energieleverancier dan is er een signalering richting de gemeente, zodat wij contact op kunnen nemen om een regeling te treffen en om de mensen te helpen en adviseren hoe ze daarmee om gaan. Die regeling treffen betekent niet dat schulden opgelost zijn, maar wel dat ze niet verder in de problemen komen en eventueel afgesloten worden. Bij het spreekuur ‘samen doen actief’ wordt juist op dit onderwerp ook ingezet, we vragen aandacht voor de energierekening, dat mensen daar op letten, want het kan ook over een paar maanden komen en dat je daardoor overvallen wordt. We hebben een kalender, heb ik ontdekt: veel voor een beetje. Die wordt verspreid onder deze doelgroep en daarin hebben we informatie over dit onderwerp opgenomen. Bij 3B Wonen kunnen we navragen om huurders een brief te schrijven, maar dan is het wel weer een schot hagel, is mijn idee, maar in elk geval is dat ook een middel om mensen te bereiken, die hiermee problemen hebben. En uiteraard kunnen we af en toe via social media een berichtje uitzetten om mensen erop te attenderen, dat de gemeente het loket is om hulp te vragen bij elk financieel probleem. Dus dat heb ik er op dit moment over opgehaald. De heer Hoek: Helder. U geeft een aantal mogelijkheden, maar u zegt niet: we hebben dat al actief ingezet.
U stelt: er is een signaleringsfunctie van energiebedrijven en dat gaat richting gemeente. Ik vraag me af of dat in het kader wet- en regelgeving mag, hoe heet die regeling ook alweer, de AVG. Ik kan me voorstellen, dat als je een melding krijgt als gemeente, dat is een serieus signaal dat het niet goed gaat in een gezin, dat je actief, ik weet niet of dat mag, maar dat je actief contact zoekt en zegt: joh, wij merken dit, kunnen wij u helpen? Wethouder Cnossen: Dat vroegsignaleringssysteem is AVG-proof opgesteld en is niet alleen voor energiebedrijven, ook corporaties en zorgverzekeraars kunnen daar hun melding in kwijt. Dat kan dus met de gemeente gedeeld worden bij betalingsachterstanden. Dan kunnen wij het team ‘vroeg erop af’ contact op laten nemen met deze mensen. Via inkomensondersteuning, bijzondere bijstand, maar bijvoorbeeld ook het noodfonds kunnen we hulp aanbieden en via deze instrumenten kun je dus weldegelijk redelijk actief zijn richting inwoners die in de financiële problemen komen. Het is allemaal ingesteld om te voorkomen dat bijvoorbeeld mensen uit huis worden gezet, want daar schieten we allemaal niets mee op. Het bestaat dus wel, meneer Hoek. De heer Hoek: Ja, het bestaat, maar doet u het ook? Dat is mijn vraag. Je kan dit en dat inzetten, dat kan allemaal, maar mijn cruciale vraag is: gebeurt het ook daadwerkelijk? Wethouder Cnossen: Dat gebeurt.
Ik leg het niet duidelijk uit, maar ik probeer eigenlijk te betogen, dat het altijd al ingezet wordt, ook voor andere zaken. Als je een huurachterstand hebt, maar ook voor de energierekening, kunnen we dat inzetten. De heer Kampinga: Misschien mag ik het verhaal van schuldhulpverlening nog even in herinnering roepen. De voorzitter: Nee, niet bij de rondvraag. Als u een korte verhelderende vraag aan meneer Hoek heeft, is dat prima. De heer Kampinga: Mag ik dan vragen of hij bekend is wat we bij schuldhulpverlening allemaal net besloten hebben en dat de wetgeving aangepast is, zodat de gemeente al die informatie in principe kan krijgen en daarop kan acteren? Dat is mijn vraag aan meneer Hoek. De heer Hoek: Als u goed geluisterd heef, gaat het om actief acteren en wat er mogelijk is. Daar gaat het om.
15/16
De heer Hoek, WIJ: Het gaat over de hangplekken. Wij hebben onlangs ons verkiezingsprogramma laten checken door jeugd en jongeren. Die zeiden: wat is dat voor een raar woord, chillplekken? Noem het gewoon hangplekken, doe niet zo raar. En hangen mag. De realisatie van de hangplekken is onlangs in de raad aan de orde geweest. De wethouder kon niet aangeven wanneer deze voor de jeugd bijzonder belangrijke plekken gerealiseerd kunnen worden. Kan de wethouder ons een planning geven tot aan de daadwerkelijke realisatie? Welke stappen moeten we nu allemaal nog doorlopen om uiteindelijk deze hangplekken te realiseren? Daar ben ik zeer nieuwsgierig naar. Het hoeft niet nu in de vergadering, maar als u dat schriftelijk doet, ben ik ook een tevreden mens. Wethouder Cnossen: Mooi dat u dat zegt: hangen mag. Dat is altijd mijn devies geweest: jongeren mogen hangen en ze mogen best een beetje lawaai maken en rommel maken, want het gaat op een gegeven moment weer over. Het woord hangplekken zit bij mij ook dichterbij dan chillplekken, dus dat is wel leuk, dat u dat even met mij uitwisselt. Hebben we al een planning sinds de vorige vergadering? Ik kan daar op dit moment geen toezegging over doen en het helpt ook niet om dat schriftelijk te doen, want het wordt niet mooier dan ik het nu vertel.
Uiteraard, hangen en hangplekken zijn belangrijk in Lansingerland en de realisatie vraagt gewoon om participatie. Op dit moment ligt dat een beetje op zijn gat, zullen we maar zeggen, omdat je in coronatijd dit soort dingen gewoon niet organiseert. Maar, meneer Hoek, u heeft natuurlijk ook gezien in de besteding van coronagelden, dat we juist proberen echt veel voor de jeugd te doen, voor jongeren met het coronabudget, dus daar gaan we ook volgend jaar mee door, met het geld dat er nog is. En we willen in het nieuwe jaar ook weer een visie maken over sporten en spelen in de buitenruimten en daar hoort dit, wat mij betreft, ook bij. We verliezen dit zeker niet uit het oog, of het nou hangplekken of chillplekken zijn, jongeren hebben de aandacht. Ik vind dat we daarover met jongeren weer zo snel mogelijk in gesprek moeten komen. Dus ik hoop dat we snel van al deze beperkingen af zijn om dit ook weer op te pakken. De heer Hoek: Ik wil er nog 1 opmerking aan wagen: dat vind ik jammer. Gisteren hebben we een webinar gehad over de inrichting van 2 complete Bleiswijkse wijken. Dan denk ik: als je nou een belangrijk onderwerp onder de loep hebt, is dat het wel, complete wijken met heel veel interactie met burgers. Dan denk ik: waarom zou je inspraak m.b.t.
hangplekken niet op eenzelfde manier kunnen organiseren? Misschien ben ik een beetje drammerig, maar het is voor onze club heel belangrijk. Vandaar. De voorzitter, om 21.50 uur: Uw vraag is in ieder geval beantwoord en uw betoog is gehoord. Ik constateer dat wij aan het einde zijn gekomen van deze vergadering. Dat was het voor de commissie samenleving in de maand december, we zien elkaar weer in januari. Blijft u alstublieft gezond, ik sluit deze vergadering.
Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.
16/16