[BV21.0189] Verslag commissie Samenleving van 11 november 2021
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Samenleving
Datum vergadering
: 11 november 2021
Digitaal aanwezig via Teams: Commissieleden: Leefbaar 3B : Leon Erwich, Machiel Crielaard VVD : Juval Pat El, Eric Kampinga CDA : Nelleke Bouman, Dave Bergwerff WIJ Lansingerland : Leon Hoek CU : Paul Lieverse D66 : Erik Jonker GroenLinks : Selgei Gabin PvdA : Valmir Xhemaili Wethouders
: Titia Cnossen, Kathy Arends
Aanwezig in de raadszaal: Voorzitter : Alexander Kuipers Commissiegriffier : Rianne Kokke Afwezig Leefbaar 3B VVD WIJ Lansingerland CU D66 PvdA
: Wouter Hoppenbrouwer : Marloes Draak : Marije van Hagen : Kees-Willem Markus : Eva Heijblom : Petra Verhoef
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Beste leden van de commissie samenleving, goedenavond. We gaan even kijken of er voldoende mensen zijn om te vergaderen straks. U zult zien dat we nogal wat afmeldingen hebben. De heer Bergwerff, mevrouw Bouman, de heer Crielaard, mevrouw Gabin, de heer Hoek, de heer Jonker, de heer Kampinga, de heer Lieverse, de heer Pat El, de heer Xhemaili: aanwezig. Ik kijk met een schijn oog naar de griffier of we contact hebben met de heer Erwich. Nee. Ik open de vergadering, welkom allemaal. Ja, daar waren we weer op deze manier. Ik heb bericht van verhindering van mevrouw Draak, mevrouw Verhoef, mevrouw Heijblom en de heer Hoppenbrouwer, maar u bent in voldoende aantallen aanwezig om een goede vergadering te houden. Hartelijk welkom aan de nieuwe wethouder, mevrouw Cnossen. Wethouder Cnossen: Dankjewel. De voorzitter: Enkelen van u weten dat ik haar uit mijn grijze verleden ken(..). Wij kennen elkaar uit Berkel en Rodenrijs. Wat was uw portefeuille daar? Wethouder Cnossen: Als wethouder had ik daar Vinex, wonen en die gezelligheid in mijn portefeuille, dat was een mooie tijd, toen moest alles nog gebouwd worden. De voorzitter: We gaan beginnen. 2. Insprekers De voorzitter: Er hebben zich geen insprekers gemeld. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d.
7 oktober 2021 De voorzitter: Er zijn opmerkingen binnen gekomen. Is er iemand die daar iets over kwijt wil? Zo niet, dan stellen we het bij deze vast. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: De agenda is heel beperkt vanavond, we hebben één stuk ter advisering aan de raad. Iemand over de agenda? Nee?
1/12
Inventarisatie rondvragen: De voorzitter: Volgens onze administratie heeft niemand zich gemeld met een rondvraag. Klopt dat? Ja. 5. Bespreekpunten: De voorzitter: Er zijn geen bespreekpunten. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Verordening sociaal domein 2022 Wethouder Cnossen: Een mooie gewoonte in Lansingerland om een nulde termijn te hebben. Dat was voor mij een nieuw begrip. Fijn om dit agendapunt even kort te duiden, inleiden is wat overdreven, want u weet waar het over gaat. Eerst iets over mijzelf. Ik ben nu ruim een week bezig als wethouder en ik vind het een feestje. Er zijn mensen die zeggen: mens, waar begin je aan. De heer Kampinga: Houd dat enthousiasme vast. Wethouder Cnossen: Ik blijf even enthousiast en zeker als ik vanavond naar dit onderwerp kijk. Ik vertel gewoon echt vers in Lansingerland bij de gemeente, dat ik zeer onder de indruk ben van de heel goede advisering, die ik krijg van ambtenaren. Ik vind dat op een hoog niveau zitten, ook wat we vanavond bespreken, maar op heel veel onderwerpen voel ik mij zeer gesteund. Ik heb altijd geleerd als bestuurder: als het in orde is om je heen, moet je daar gewoon je vragen aan stellen en op die manier het stuk voor de raad verdedigen. Je hoeft niet alles zelf te weten, maar het is wel heel fijn als het op het gemeentehuis in orde is. Daar ben ik blij mee.
Dat was zo mijn eerste indruk in het toch wel grote gemeentehuis. Als u op de website kijkt, kunt u in Woudenberg mijn schattige raadhuisje vinden, die cultuurschok moet ik nog een beetje overwinnen, maar dat komt helemaal goed. Mooi om vanavond direct met een groot agendapunt in deze commissie te komen: de verordening sociaal domein. Bijzonder. Ik vond het ook bijzonder om aan te treffen, lang niet alle gemeenten doen dat, dat ook de gemeente Lansingerland, dat was ik in Woudenberg ook gewend, het sociaal domein integraal, dus alle wetten bij elkaar, bekijkt en dat het op die manier in een verordening is samengevat. Wat dat betreft voel ik me toch wel als een visje in het water van Lansingerland. Je ziet aan deze verordening, dat het een ontwikkeltraject is geweest, een doorontwikkeling, de afgelopen jaren hebben we zaken geleerd in Lansingerland, maar er is uiteraard ook rechtspraak geweest, jurisprudentie, al dat soort zaken worden elke keer verwerkt. Het bijzondere in deze verordening vind ik dat de taal uniform is gemaakt. We hebben het over 3 wetten, u kent de ministeries, dat zijn allemaal aparte koninkrijkjes en die hebben allemaal hun eigen taalgebruik, maar wat hier in deze verordening voor elkaar is gekregen, is dat het taalgebruik voor alle 3 de wetten uniform is, dat kan je in elk hoofdstuk vinden. Bijzonder om dit zo mee te maken voor de eerste keer.
U heeft een oplegger, een raadsbrief, gekregen om een beetje te duiden waar deze verordening over gaat. Aan de hand daarvan wilde ik snel even langs de hoofdstukken lopen om wat aandacht heeft gekregen even met u te delen. Dat traject, dat zorgvuldig is verlopen, dat zag u ook bij de adviesraad sociaal domein, er zijn 2 gesprekken gevoerd met de adviesraad, waardoor in hun schriftelijke reactie niet zo heel veel meer overbleef. Het college heeft gemeend toch redelijk uitgebreid te reageren, omdat het altijd fijn is om te zien waar de adviesraad op reageert en wat de reactie is. De bedoeling, als de verordening is vastgesteld, dat ook dit jaar het college de beleidsregels vast stelt, dus dat de uitvoering, de implementatie, per 1 januari ter hand kan worden genomen. Dus die nadere regels komen dan allemaal naar het college, voor alle beleidsterreinen tegelijk, en dan hebben we met elkaar weer een compleet pakket om helemaal up to date het nieuwe jaar in te gaan. Ik scrol door mijn schermpjes heen. In hoofdstuk 1 vertel ik iets over het door ontwikkelen van de verordening. U heeft al eerder een integrale verordening vastgesteld, maar die is nu toch weer verder verbeterd. Hoofdstuk 2 over de toegang is echt wel een bijzonder hoofdstuk, want we hebben nu de toegang in 1 hoofdstuk voor alle drie de wetten geregeld.
Ik ging in een aparte wet nog weleens zoeken waar de toegang was, maar alles is uniform in hoofdstuk 2 geregeld en ook de gegevensdeling volgens de beleidsvisie die u als raad al eerder heeft vastgesteld. Ook dat is erin verwerkt, een belangrijk element in deze verordening in dit domein. In hoofdstuk 3 ziet u nog iets staan over de adviesraad sociaal domein. Daar zie je ook de doorontwikkeling, dat het steeds meer een afspiegeling is van de doelgroepen in de samenleving. Het is ooit begonnen bij een adviesraad voor de wet voorzieningen gehandicapten, weet ik nog wel. Je ziet dat het steeds groter is geworden en echt een integrale adviesraad. Bij hoofdstuk 4, maatschappelijke ondersteuning, zie je echt een complete opsomming van de maatwerkvoorzieningen, die daarbij horen met de beoordelingscriteria. In dit hoofdstuk, maar ook bij jeugdhulp is ook de focus op kwaliteit en veiligheid, met name bij de PGB’s, goed vast gelegd, doordat de criteria vast liggen waarop de consulenten en ambtenaren kunnen beoordelen of de aanvraag inderdaad voldoet aan die kwaliteit en veiligheid, die degene die zorg krijgt nodig heeft. U begrijpt dat dat niet uit de lucht komt vallen. U heeft misschien ook de undercover uitzending gezien over het gesjoemel met PGB’s en bureautjes die daar bij horen. Ik kan u wel vertellen, ook vanuit mijn vorige portefeuille, dat hier een groot stuk ondermijning zit.
Het idee is dat er echt miljarden zorggeld bij verkeerde mensen terecht komt. Wij willen ervoor zorgen, dat het bij onze inwoners terecht komt, die het nodig hebben. Vandaar die criteria,
2/12
die wat zijn aangescherpt, echt om te kunnen toetsen. In datzelfde hoofdstuk 4 missen we nu de blijverslening. Dat is in deze raad ook al vaker besproken. Ik kijk even naar mevrouw Bouman, ik dacht dat het ook bij u vandaan kwam. U heeft de argumenten gelezen, dus die hoef ik op dit moment niet op te sommen. Wel bijzonder, ook daarin zie je dat de maatschappij zich ontwikkelt. Hoofdstuk 5 de jeugdhulp, eigenlijk wat ik ook over maatschappelijke voorzieningen zei, bij de PGB, op kwaliteit en veiligheid. Goed uitgewerkt, zodat we echt kunnen toetsen en geen hulp toekennen waar het geld eventueel naar een bureautje weg gaat. De veiligheid, eigen kracht is hier verder in uitgewerkt. Ik sla wat over, hoofdstuk 6 is in ontwikkeling, omdat het een aanbesteding is. Hoofdstuk 7 is van mevrouw Arends, maar daar is iets gezegd over studietoeslag, verder is daar weinig in veranderd. Hoofdstuk 8, toezicht en misbruik. De handhaving zit bij wethouder Arends. Van mijn kant zou ik u willen wijzen op het paragraafje inlichtingenplicht jeugdhulp. Dat is ook uitgewerkt in de toelichting. Bij de WMO is dat wel in de landelijke wetgeving geregeld, maar het is opvallend dat dat bij de jeugdhulp niet zo is en daarom wordt het in de verordening vastgelegd, zodat uw raad ook dat mee kan geven aan het college als kader om de uitvoering te doen. Hoofdstuk 9, ook iets wat er niet in staat.
Ik ben altijd opgevoed met: bij verordeningen hoort een hardheidsclausule. Maar dat heb ik deze week ook geleerd: een hardheidsclausule moet bij doorontwikkeling van het beleid op een gegeven moment afgeschaft worden, omdat het rechtsongelijkheid kan geven. Juist doordat er heel veel jurisprudentie is op allerlei terrein, er veel door ontwikkeld is, is die hardheidsclausule er niet meer, zodat uw raad precies weet wat u als kaders mee geeft aan het college, maar met name voor degenen die zorg vragen bij de gemeente er een rechtsgelijkheid is. Dat het niet zo is, dat iemand dan weer met een heel bijzonder verhaal komt, via de hardheidsclausule iets zou krijgen waar u niet het kader voor heeft gegeven. Uiteraard zit er altijd wel ruimte in bepaalde paragrafen, het kan voorzieningen toekennen bij maatwerk om het echt op de persoon toe te spitsen. Het is niet zo dat zonder hardheidsclausule er niet afgeweken kan worden, maar dat zit dan verwerkt in de verordening. Bij handhaving heb ik dat zelf even goed nagekeken. Met de toeslagenaffaire in het achterhoofd wil je er zeker van zijn, dat bij handhaving er ook redelijkheid in zit. Ik heb het zelf net nog even zitten nalezen. Handhaving gaat vooral naar de aanbieders van de zorg, met name bij jeugdhulp. Bij WMO kan het ook eventueel bij een inwoner komen, maar er wordt altijd in redelijkheid gekeken.
Het is een kan-bepaling, juist om af te wegen of dit op dit moment de juiste sanctie is. Op deze manier wilde ik even het onderwerp inleiden. Ik vind het leuk om die kans te krijgen, want het is voor mij ook belangrijk, dat ik even voor mezelf hardop vertel wat vanavond voor ligt. Ik hoop op een goede bespreking. De voorzitter: Die vorm van therapie is u van harte gegund. Het is niet zo, dat we altijd een nulde termijn hebben, maar soms leent het onderwerp zich ervoor om ingeleid te worden. Dat is prima. De voorzitter: Voor de goede orde: eerste termijn 3 minuten, tweede termijn 2 minuten. U kunt een handje laten zien als u wilt interrumperen, want dan hoef ik niet op 2 schermen te kijken. Ook in de eerste termijn geldt, dat u mag interrumperen. Eerste termijn De heer Crielaard, L3B: Een nieuwe verordening sociaal domein voor 2022. Ik ben het met wethouder Cnossen eens: het is fijn om nu al voor 1 januari een up to date verordening te hebben. Ik kan me herinneren van de vorige verordening 2021, dat we die ergens in februari behandeld hadden. Het is fijn, dat het nu op tijd in het jaar behandeld kan worden. Ik wil ook de ASD bedanken voor het uitgebrachte advies. Ik denk dat het altijd waardevol is. Dit jaar wordt de verordening op een viertal punten gewijzigd. Wat ons betreft in principe logische wijzigingen.
Het is goed om gegevenstelling te borgen volgens de vastgestelde visie. Het stoppen van de blijversleningen, wat ons betreft een heldere toelichting. De individuele studietoeslag is verhoogd conform oproep SZW. Dan de aanscherpingen van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een PGB. In principe is het goed om de doelmatigheid en de controleerbaarheid te verbeteren middels aanscherpingen. Ik denk dat de wethouder dat ook al toelichtte: er is veel ondermijning. In principe een goed streven, die aanscherping. Maar L3B vindt het ook belangrijk, dat het oneigenlijk gebruik van WMO middelen en jeugdhulp voorkomen wordt, maar we zitten wel nog met vragen als het gaat om de criteria voor de aanvraag van PGB’s. Zo staat bijvoorbeeld in art.4.4.3 dat de budgethouder of iemand uit het netwerk de Nederlandse taal in woord en geschrift voldoende beheerst. Geen onredelijke eis, denk ik, maar wanneer wordt iemands Nederlands als voldoende bestempeld? L3B hecht er waarde aan, dat criteria helder zijn geformuleerd en dat er geen misverstanden over kunnen ontstaan. Kan de wethouder op dit punt nog toelichten hoe dat in de uitvoering in zijn werk gaat? In het verlengde ervan raakte ik ook een beetje getriggerd door het advies van de ASD, waarin ze zeggen, dat het lijkt alsof de grondhouding van de gemeente verschuift van ja, tenzij naar nee, tenzij.
Fijn om te lezen in de reactie van het college, dat de vraag van inwoners altijd het vertrekpunt moet zijn. Het college geeft aan, dat de verordening hierdoor duidelijk is geworden. Geldt dat ook voor de zojuist genoemde criteria? Dank u wel.
3/12
De heer Kampinga, VVD: Ik zou haast zeggen: na dit korte hoorcollege van onze nieuwe wethouder, wat ik bijzonder op prijs stel trouwens. U zult aan het eind van mijn verhaal horen waarom ik heel benieuwd ben naar hoe deze wethouder in de zaken zit, ook als burgemeester. Dat gaat verder dan puur een wethouder. Ik stel dat zeer op prijs. Daarom ga ik even kort proberen mijn verhaal te houden. Die 4 belangrijke inhoudelijke wijzigingen, daar zijn we het helemaal mee eens. Punt. Echter, we hadden verwacht dat er nog een vijfde wijziging zou komen, namelijk die ten behoeve van de doelmatige, adequate beheersing van de kosten van de WMO-voorzieningen. Dat is ook een belangrijke kant van dit leven, de financiële kant. Zeker, de rekenkamer brengt hierover eind dit jaar, dat hopen we, mede vanwege onze agendering een rapport uit. Daar kunnen we op gaan zitten wachten, maar ik ga zo bepleiten dat we dat beter niet kunnen doen. De verordening noemt in art.4.3.3 als weigeringsgrond: voor zover de inwoner op eigen kracht met gebruikelijke hulp van huisgenoten, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen. U zult zo merken, dat het gaat over huishoudsubsidie, maar het gaat ook over de WMO-voorzieningen in het algemeen.
Bij de behandeling op 11 maart van het VVD-bespreekpunt met als titel ‘budgettekorten WMO als gevolg van de huishoudsubsidie’, ik weet wel, dat woord is er officieel niet, maar zo noemen wij dat gekscherend, de huishoudsubsidie, is aan de orde geweest dat een inkomenstoets niet is toegestaan. Helder. Maar dat de gemeente wel financiële draagkracht wil meenemen bij de beoordeling. Op vragen van meneer Crielaard is dat zwart op wit zo geantwoord. Gesteld werd, dat financiële draagkracht wordt meegenomen in de nieuwe verordening sociaal domein en de beleidsregels. Die werden net al door de wethouder genoemd. Niet alleen de verordening, maar ook de beleidsregels. Ik kan dat nergens vinden. Misschien heb ik eroverheen gekeken, dat zou ik hopen, maar ik heb niet kunnen vinden, dat dit erin verwerkt is. Heel kort nog even. In Lansingerland bedroeg in 2020 alleen al voor de huishoudelijke hulp het budgettekort € 1mln. Alleen voor de huishoudsubsidie. Dit tekort neemt steeds verder toe door autonome factoren, zoals het hoofd financiën dat noemt. Vanuit zijn standpunt snap ik dat wel, autonoom. Maar willen we dat wel, autonome ontwikkelingen? In 2021 en 2022 neemt het tekort nog verder hard toe, vooral door de aanzuigende werking van het abonnementstarief, de open eind regeling en de gevolgen van corona. Dat is allemaal door de vorige wethouder keurig zo geduid.
De wethouder, toenmalig, bevestigde mij dat de WMO steeds meer opslokt, de huishoudelijke hulp in het bijzonder, en dat dat ten koste gaat van andere programma’s binnen en buiten het sociaal domein. De urgentie van doelmatige en adequate. De heer Lieverse: Ik wil de heer Kampinga vragen: bent u nu de verordening aan het doornemen? Of bent u het landelijk beleid over het zogenaamd abonnementstarief aan het bekritiseren? De heer Kampinga: Ik ben het Lansingerlandse beleid op het gebied van sociaal domein en WMO-voorzieningen in het bijzonder aan het becommentariëren, dat zou u toch kunnen begrijpen, denk ik. Ik maak even mijn verhaal af. Het slokt steeds meer op en het gaat ten koste van andere programma’s, binnen en buiten het sociaal domein. Dat snappen sommige mensen niet. Je hebt als gemeente een totaalbudget en als één koekoeksei alles uitdijt, gaat dat ten koste van. Dat heeft ook mevrouw Van Tatenhove luid en duidelijk toegelicht. De nieuwe wethouder, ik kom op mevrouw Cnossen. De heer Lieverse: Dan graag de bevestiging, dat u het nu niet over de verordening heeft, het beleid dat nu vanavond geagendeerd is. De heer Kampinga: De verordening is toch een onderdeel van het beleid van de gemeente? De nieuwe wethouder wilt toch ook, net als wij, niet lijdzaam wachten tot de rekenkamer weer met een niet mis te verstaan rapport komt.
Ik weet niet of u de oude rapporten gelezen hebt. Graag horen we of de wethouder wil toezeggen te onderzoeken hoe we tot een adequate beheersing van de kosten van de WMO kunnen komen. Dat heeft allemaal te maken met toekenning of niet-toekenning en de manier waarop je dat allemaal behandelt. Dank u wel. Mevrouw Bouman, CDA: Ik zat met stijgende verbazing te luisteren naar de heer Kampinga, want ik kreeg het gevoel, dat de discussie herhaald werd. We hebben het over landelijk beleid, ik verwacht wel een antwoord van de wethouder in deze, maar we moeten bepaalde discussies niet over doen. Vanavond hebben we het jaarlijks terugkerend gebeuren, de verordening sociaal domein 2022. Het is al aangehaald, in februari was het dit jaar, maar mooi dat het nu op tijd is. Het is voor het laatst in deze raadsperiode, maar misschien komt er nog iets terug, want er staat nog iets op de rol, volgens mij, daar kom ik zo wel op. Dank aan mevrouw Cnossen voor de heldere toelichting, hoe zij bepaalde zaken ziet, zeker t.a.v. bepaalde zeer belangrijke onderwerpen. Ook een dank aan de ASD voor hun adviezen in deze. Met name de vraag van hen over verduidelijking: wat zijn de wijzigingen? En hun reactie. Dat lees ik dan even op mijn manier. De ontmoediging t.a.v. de jeugdhulp, om die aan te vragen. En nog de regels m.b.t.
PGB, waren en zijn die niet te streng? De reactie van het college hebben we allemaal kunnen lezen en dat er nog een gesprek gaat komen over het item werk en over de tegenprestatie. Er is nog het e.e.a. gaande over de aanbesteding, wij worden daar graag over geïnformeerd, hopelijk nog in deze raadsperiode, maar dat gaan we zo horen. Ik lees in de toelichting dat er een nieuwe verordening is en dat in de toelichting meer helderheid wordt geschapen, meer eenduidigheid. Dat is alleen maar prettig m.b.t. de mogelijkheden en de kaders in het sociaal domein. Dan de items. De borging voor de gegevensdeling, alles binnen de bestaande regels. Dat is alleen maar prachtig en ik ga ervan uit, dat dat ook gebeurt. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een PGB, met name voor jeugdhulp en
4/12
WMO, zijn nu gesteld, zeker t.a.v. doelmatigheid en de controleerbare besteding. Het is al gezegd: het oneigenlijke gebruik moet toch absoluut niet mogelijk zijn, de ondermijning. Ik moet er niet aan denken, dat dat ook in deze gemeente zou kunnen gebeuren. Landelijk is er het nodige naar voren gekomen, dat een aantal personen en instanties oneigenlijk gebruik gemaakt hebben van de PGB’s, maar tot op heden heb ik daar in onze gemeente niet over gehoord en ik hoop, dat dat ook zo blijft. De studietoeslag is verhoogd, dat is alleen maar prettig, vooruit lopend op het rijk. Dat is alleen maar mooi. Ik hoorde mevrouw Cnossen zeggen: de blijverslening. Ja, ik heb me daar toch wel warm voor gemaakt in het verleden en ik lees nu, ja, jammer, het is niet meer opgenomen in het geheel. Ik vind dat erg jammer. Er werd een toelichting gegeven, de rente bij de bank zou iets lager zijn. Dat is één van de redenen om dit niet te doen. De blijverslening, we hebben het over huurders en eigenaren in aantocht naar toekomstige zorg zelf hun eigen verantwoordelijkheid pakken om ervoor te zorgen, dat er een levensloopbestendige woning zou kunnen komen, in wat voor vorm van ook. Dat kan de keuken zijn, de traplift, dat kan de badkamer zijn. Echter, er is maar 1 verstrekking tot heden geweest, tenzij er daarna nog geweest zijn, maar van 1 weet ik het zeker, omdat ik er zelf bij was.
De tijd zal het leren of de blijverslening toch terug zal moeten komen. Ik vraag me af of de communicatie in deze wel helder geweest is, zowel bij de keukentafelgesprekken, dan wel in diverse gremia, dat er een mogelijkheid is in deze. Ook vanwege het feit dat het vooruitlopend is op toekomstige zorg. Ik verwacht van de wethouder, dat ze scherp blijft op de ontwikkelingen in deze, mocht het zich voordoen, dat er een beroep wordt gedaan op een regeling, die er helaas niet meer is, maar dat toch via wat voor gremia ook ter ore komt: ik zou toch graag in mijn eigen huisje willen blijven wonen, misschien dat ik naar een gelijkvloerse woning kan, maar liever in mijn eigen buurt, maar dan moet er wel wat aangepast worden, ik hoef nog geen beroep te doen op de WMO, maar misschien zijn er mogelijkheden. Dan zegt de gemeente: nee, dat kan niet, want we hebben de blijverslening niet meer. Ik doe een dringend beroep op de wethouder, ook richting de ASD, maar ook aan ons als raadsleden, om goed scherp te houden: wat zijn de ontwikkelingen in deze? Ik kan me indenken dat mensen graag in hun eigen omgeving willen blijven wonen. (….). Een hypotheek of een lening werd verstrekt, de ja of de nee en ik denk dat dit geen argument is. Het staat er, maar ik heb er zo mijn twijfels over. Het is geschrapt, dat vind ik jammer. We gaan het horen.
De heer Kampinga: U heeft het erover, dat de verordening alleen over landelijk beleid gaat. Dit is een blijverslening. We hebben het over landelijk beleid, dan denk ik: waar hebben we het over? Die blijverslening is duur u voorgesteld, prima, er blijkt geen enkele animo voor te zijn en dus wordt het afgeschaft. Punt. Mevrouw Bouman: We hebben natuurlijk het stimuleringsfonds volkshuisvesting, landelijk beleid. Er is dit fonds. Beleid is bij de gemeenten, analoog aan de regelgeving om daar het e.e.a. voor bij de gemeente te regelen. Dat hangt van de gemeente af. De regelgeving is niet zozeer landelijk beleid, maar het is een stimuleringsfonds met mogelijkheden. In uw richting, het landelijk beleid, daar had ik het over, dat is de huishoudelijke hulp en daar gaat de discussie nu niet over. We houden het nu bij de verordening. Dat in de eerste termijn mijn reactie. Dank u wel. De heer Hoek, WIJ: Soms verbaas je je erover hoe lang 3 minuten kunnen duren, maar dat terzijde. De verordening sociaal domein ligt voor ons, zoals het ieder jaar voor ons ligt. Ik ben blij, dat er een goede oplegger was, zodat je ook de verschillen heel duidelijk kan zien en interpreteren. Met de 4 belangrijke inhoudelijke punten kunnen wij goed leven. Ze zijn ook goed onderbouwd, dus daar hebben we geen problemen mee. Afgelopen donderdag hebben wij een lans proberen te breken m.b.t. ‘niemand in de kou’.
De wethouder heeft mij op het hart gedrukt, en dat heb ik goed in mijn oren geknoopt, dat de verordening daar op dit moment voldoende soelaas voor biedt. Ik heb erop gelet en dat lijkt inderdaad het geval. Dat neemt niet weg, dat ik de wethouder wel in de toekomst ga benaderen hoe proactief zij is m.b.t. dit probleem in het kader van deze verordening. Inderdaad, de verordening biedt ruimte, maar ik denk wel, willen we deze mensen adequaat helpen, dan zullen we daar proactief naar op zoek moeten gaan. Daar zal ik de wethouder op bevragen. Over de stijl, het taalgebruik, daar is al door verschillende partijen iets van gezegd. Het is een beetje duidelijk versus uitnodigend. Wellicht kan de wethouder daar nog iets over zeggen. Verder kan de verordening onze goedkeuring hebben. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: We vinden het een knap stuk werk, dat de ambtenaren voor elkaar gekregen hebben om zo’n mooie regeling, door de wethouder toegelicht, ons voor te leggen. Drie wetten zijn in 1 verordening vervat en dat zonder hulp vanuit het OMT, mag er tegenwoordig wel bij gezegd worden, dat is toch een huzarenstukje. We hebben gezocht naar de politieke voetangels, die erin zouden kunnen zitten, maar we zijn het eens met de heer Hoek, dat de 4 grote wijzigingen, wijzigingen zijn waar we ons goed in kunnen vinden.
We hebben ook niet het vuurwerk, dat we bij een vorige verordening weleens hebben gehad over de hoogte van de PGB, daar is nu ook geen discussie over nodig, want daar is geen wijziging in aangebracht. De toonzetting, waar de ASD over viel, nu ze het zeggen kan ik het herkennen, maar ik was er zelf niet op gekomen. Er is wat gezegd over het oneigenlijk gebruik, dat we natuurlijk niet graag zien gebeuren. Daarvan heeft meneer Kampinga terecht gezegd: je kan er op verschillende manieren in zitten. Ik vind het prettig om toch even van de wethouder te horen: hoe gaan we om, hoe doen we maatwerk op dit gebied? Het past een beetje bij de opmerking van meneer Hoek over ‘niemand
5/12
in de kou’. Dat je ervoor zorgt, dat er maatwerk is ook bij deze ingewikkelde materie. We vragen niet van inwoners om deze verordening door te nemen, maar we vragen hen wel om op de juiste manier gegevens aan te leveren. Al met al vinden we het een saai stuk, maar dat bedoel ik als een compliment. Het is namelijk een knap stukje handwerk, waar geen rimpel in zit. De heer Jonker, D66: Allereerst wil ik aansluiten bij de complimenten van mijn collega’s m.b.t. het geleverde werk van het ambtelijk apparaat, de wethouder, het college en de adviesraad sociaal domein voor hun advisering. Wij kunnen in algemene zin ook leven met deze verordening sociaal domein. Ik wil nog een paar punten aanstippen. Eerst m.b.t. de tekst m.b.t. gegevensuitwisseling. Dat lijkt een beetje een saai onderdeel, maar ik denk dat we daar nog heel veel over gaan praten de komende jaren, ook in toekomstige verordeningen. Ik denk dat de tekst, die er nu in staat de juiste punten raakt. Er is aandacht voor data-minimalisatie, doelbinding komt aan de orde, ook het informeren van de burger. Tegelijkertijd, als je de tekst leest, dat heb ik een paar keer gedaan ook vanwege mijn eigen achtergrond, het ademt een enorme papieren sfeer uit. Het gaat vooral over praten, over documenten. Wat er een beetje in mist, is het feit dat die burger daar digitaal kennis van moet kunnen nemen. Dat staat er nu helemaal niet in.
Er staat alleen maar informeren, rapporteren en praten. Ik kan u voorspellen, ik heb het wetsartikel niet bij de hand, daar had ik geen tijd voor, maar vanuit Europese wetgeving is het straks verplicht om de burger digitaal inzicht te geven in welke gegevens de gemeente gebruikt, persoonsgegevens, en welke aan derden worden verstrekt en de doelbinding erbij. Ik snap dat dat nu niet in de verordening kan, want het is de sociale verordening voor het komende jaar. Ik wil alleen wel meegeven aan het college en de wethouder daarmee aan de slag te gaan. Vanaf de volgende verordening sociaal domein zal dit erin moeten staan. Hoe gaan we de burger digitaal inzicht geven in welke gegevens over hem beschikbaar zijn binnen het sociaal domein, welke met andere partijen worden gedeeld en met welk doel. Dat is meer een oproep en een reminder voor mijzelf, voor de volgende verordening sociaal domein, als ik herkozen wordt natuurlijk, dat is nog maar de vraag. Dat als eerste. Het tweede punt. Dat is een toonzettingsding. Het gaat over de maatwerkvoorzieningen. De tekst, die er staat, ik snap de intentie en ik snap ook de achtergrond. Er wordt gezegd: maatwerkvoorzieningen zijn niet bedoeld om de woning in een gunstigere situatie te plaatsen dan hij geen beperkingen zou hebben. Ik snap het. De oude tekst was: goed, goedkoop en passend. Voor mij volstond dat.
Ik krijg nu bijna het idee dat de ambtenaar vooral en te allen tijde moet zien te voorkomen dat iemand in een betere situatie terecht i.p.v. hem zo goed mogelijk te helpen met een maatwerkvoorziening, die bij hem of haar past. Dat lees ik er misschien in, maar ik hoor graag de wethouder vertellen, dat dat niet de intentie is van die tekst, want dat zou je erin kunnen lezen. Dan zou een ambtenaar zich helemaal kapot moeten werken om er vooral voor te zorgen, dat er niet een klein beetje voordeel uit komt voor de betreffende inwoner, terwijl we natuurlijk juist willen dat die inwoner optimaal wordt bediend en geholpen. Tegelijkertijd begrijp ik het wel, hoor, het rechtvaardigheidsvraagstuk en dat we niet willen dat er misbruik is. Daar wil ik eigenlijk aandacht voor vragen. Als laatste nog een klein puntje, wat ook door de adviesraad sociaal domein is opgemerkt. Er wordt terecht opgemerkt dat de zoekmachine en de informatie op de gemeentelijke website te moeilijk toegankelijk is. Ik heb daar privé ook ervaring mee, maar zelfs als raadslid viel het me op, dat bepaalde dingen slecht vindbaar waren. Ik zou ook graag willen vragen om het komende jaar daar extra aandacht aan te besteden, desnoods met extern advies of externe inzet, want dat is nog wat verder te verbeteren. De digitalisering gaat alleen maar door.
We hebben geconstateerd, helaas, in sommige gevallen, het sociaal domein neemt niet echt af in omvang. De vraag naar transparantie en inzicht, ook via onze eigen website, zal alleen maar toenemen, dus ik hoop dat daar aandacht voor is en blijft. Daar wilde ik het voor nu even bij laten. Mevrouw Gabin, GL: Wat wij als positief hebben ervaren, is dat er gewerkt gaat worden met een familie groepsplan. Een integrale aanpak juichen wij toe, dus dat vinden wij heel erg positief. Echter, wij sluiten ons wel aan bij het advies van ASD, wij vinden dat de drempel tot toegang is opgehoogd in de jeugdhulp. Ik heb herhaaldelijk in hoofdstuk 5 ofwel een limiet voorbij zien komen ofwel voorwaarden. Dit terwijl de kinderen de zorg echt nodig hebben. In art.5.2.1, dat gaat over de kwaliteitseisen van jeugdhulp, staat bijvoorbeeld: de gemeente kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van jeugdhulp. Dit vinden wij nogal vaag en heel ruim omschreven. Dat geeft helemaal geen zekerheid aan de inwoners, terwijl dat wel het doel van de herziende verordening zou moeten zijn. Verder wordt in art. 5.4.3 lid d aangegeven, dat de inwoner of zijn ouders maximaal twee keer de mogelijkheid krijgt om iemand uit zijn netwerk aan te dragen. Dit is weer opnieuw zo’n voorbeeld waarbij voor een maximum is gekozen.
Niet elke gemeente kiest hiervoor, dat hebben wij dus wel gedaan, dat vind ik jammer. Dit soort keuzes in de verordening heeft ons ertoe gebracht, dat wij het eens zijn met het advies van de ASD op dit punt. Eén van de inhoudelijke wijzigingen gaat over de extra eisen, die zijn gesteld aan de budgethouder. Dat gaat weer specifiek om art. 5.4.3 lid 1 sub f. Er worden 6 punten genoemd, waar een budgethouder aan moet voldoen. Ik heb het VNG-model ernaast genomen en ik zie dat de gemeente Lansingerland keurig alle punten heeft overgenomen, maar op één punt is een gedeelte van de (…) overgenomen. Het gaat om de eis dat de budgethouder de Nederlandse taal in woord en geschrift voldoende beheerst. In het VNG-
6/12
model en ook in de meeste omringende gemeenten, zoals Rotterdam en Leiderdorp, is ervoor gekozen om het gehele punt over te nemen, zoals dat in het VNG-model staat, namelijk dat een budgethouder de Nederlandse taal in woord en geschrift voldoende beheerst met eventueel voorzien van een tolk. Dat laatste gedeelte is dus weg gelaten in de verordening van Lansingerland. Onze vraag is: waarom is ervoor gekozen om de keuze van een tolk weg te laten in de verordening. Dat zouden wij graag nog van de wethouder willen horen. Bij de verordening van 2021 hebben wij ook al onze zorgen geuit over de rigide handhaving. Veel fracties houden vast aan de hardheidsclausule, maar die worden er nu overwegend uit gehaald. Er is gekozen voor het ‘nee, tenzij’ principe. Het is volledig dicht getimmerd met voorwaarden en limieten. Ik kan de ombudsman nog horen zeggen, dat de gemeenten zelf moeten voorkomen dat inwoners slachtoffers worden. Gemeenten moeten hun verordening zo inrichten, dat inwoners zonder specifiek maatwerk ook gewoon een goede voorziening krijgen. Kan de wethouder ons verzekeren dat de verordening voor geen slachtoffers gaat zorgen? Dat was mijn bijdrage voor nu. De heer Xhemaili, PvdA: Net als ieder jaar heeft de PvdA-fractie de verordening sociaal domein bekeken vanuit het perspectief van de mens, van de cliënt dus.
We vinden het belangrijk, dat mensen de zorg en de ondersteuning krijgen, die ze echt nodig hebben. Iedereen kan pech hebben in het leven. Dan is het heel belangrijk, dat je goed snelle hulp en zorg dichtbij huis kunt vragen en krijgen, zonder ingewikkelde administratie rompslomp en wantrouwende vragen. Daar zit niemand op te wachten. Dus van een sterke, daadkrachtige overheid, die voor haar burgers klaar staat. Het vertrouwensprincipe moet leidend worden bij de uitvoering van de WMO, jeugdzorg en participatiewet. In het kader daarvan heb ik 2 vragen aan de wethouder n.a.v. het advies van de ASD, waarvoor ik hen wil bedanken, over het principe ‘eigen kracht’. Van belang is het advies van de ASD, waarin zij aangeeft, dat is gebleken dat informatie t.a.v. het sociaal domein op de gemeentelijke website moeilijk toegankelijk is, dat haalde de heer Jonker ook aan, waarbij de zoekmachine niet erg behulpzaam is. Deze conclusie ligt in het verlengde van onze motie van 4 november waarin wij een betere toegankelijkheid van de gemeentelijke dienstverlening bepleitten voor mensen die niet digitaal onderlegd zijn, maar kennelijk speelt dit probleem dus ook voor mensen die wel digitaal geoefend zijn en dat vindt de PvdA oprecht zeer ernstig.
De eerste vraag, die ik aan de wethouder heb: wat gaat het college hieraan doen? Om de toegankelijkheid beter te doen op korte termijn, omdat het heel belangrijk is dat burgers toegang tot zorg en hulpvraag kunnen stellen. Collega’s hebben het ook al gehad over PGB en jeugdhulp. De ASD zegt het volgende erover: ten aanzien van het onderwerp PGB in het algemeen en in hoofdstuk 5 jeugdhulp, in het bijzonder valt ons op dat de drempel tot toegang verhoogd is. Dat vinden we ook als PvdA-fractie zeer ernstig. Kennelijk is er gekozen voor het nee, tenzij-principe, waar in de oude verordening nog sprake was van ja, tenzij. Terwijl in de onlangs vastgestelde regiovisie jeugdhulp Rijnmond juist gesteld wordt, dat de vraag voor kinderen en gezinnen het vertrekpunt moet zijn. Een negatieve insteek kan een belemmering zijn voor het op tijd vragen van hulp. Het college reageert hier als volgt op: wij vinden het daarnaast belangrijk dat de verordening duidelijk is naar inwoners en onze uitvoerenden over welke kaders er gelden. Bijvoorbeeld dat helder is hoe wij onze kwetsbare inwoners beschermen en waarborgen dat zij goede zorg krijgen. Met het oog hierop hebben wij de beoordelingscriteria om in aanmerking te komen voor een individuele voorziening en in het bijzonder voor de PGB bewust aangescherpt. Deze redenering van het college kunnen wij niet volgen.
Wat is precies het probleem hierin voor de aanscherping van dit beleid? Is dat door de toepassing van het criterium ja, tenzij bij de beoordeling van de PGB-aanvraag sprake van een onrechtmatige daad, gebruik of zelfs van fraude? Zo ja, hoe vaak is dat in Lansingerland voorgekomen? Voor de PvdA-fractie geldt als argument en als uitgangspunt dat de regeling toegankelijk moet zijn en bevorderen en daar staat nee, tenzij haaks op. Ook in de verordening 2022 gaat men uit van de eigen kracht van de hulpvrager. De toelichting op art. 2.2.1 op blz.54, één van de leidende principes van de gemeentelijke visie is, dat de gemeente uitgaat van inzet van eigen kracht van de bewoners. Dit past bij een overheid, die op afstand staat en de verantwoordelijkheid van de uitvoering volledig legt bij de inwoners zelf en de maatschappelijke organisaties. Zoals bekend is de PvdA-fractie zeer kritisch op de toepassing van het eigen krachtprincipe. Eigen kracht is voor veel sociale situaties een illusie. Vraag maar aan hulpverleners en vrijwilligers, die elke dag klaar staan voor mensen in nood in Lansingerland. In januari 2021, bijna een jaar geleden, diende mijn fractie dan ook een motie in, waarin we voorstelden om de menselijkheid, rechtvaardigheid, billijkheid en maatwerk als basis voor de uitvoering van het sociaal domein te beschouwen.
Deze motie kreeg helaas geen steun van de coalitiepartners en D66, wel van GL en WIJ. Vraag aan de nieuwe wethouder: hoe kijkt de nieuwe wethouder eigenlijk tegen het uitgangspunt ‘eigen kracht’ aan? Daar wil ik het voor nu bij laten. De voorzitter: Ik moet zeggen, dat ik bij dit onderwerp altijd hoop dat de ASD ook mee luistert en die complimenten voor zichzelf noteert, want dat is dik verdiend. Het zal toch wel? Dat waren een hoop informatieve vragen. We gaan naar de wethouder voor haar eerste termijn. Beantwoording college
7/12
Wethouder Cnossen: Ik sluit me helemaal aan bij uw compliment. Ik zeg eerlijk, dat als ik het ga lezen ik altijd eerst de reactie van het ASD lees en dan opnieuw weer even naar de verordening kijk en hoe dan de gemeente daarop reageert. Het is een methode, die ik altijd in me had. Net zoiets als omgekeerd een boek lezen, dat soort dingen. Ik stel altijd heel veel prijs op juist die reactie van de mensen, die buiten de organisatie staan en er naar kijken, ik sluit me daar heel graag bij aan. Ik hoop binnenkort kennis te maken met dit bijzondere adviescollege. Ik wil alle commissieleden bedanken voor het werk dat ze erin hebben gestoken om het goed door te lezen, want dat is toch wel een hele klus bij een stapel digitaal papier en dat u richting het college uw opmerkingen heeft gemaakt. Ik loop de vragen langs en ik hoop, dat mij dat in één termijn lukt en anders hoor ik dat vanzelf, als ik iets oversla of niet voldoende beantwoord. L3B, de heer Crielaard, had het over: hoe toets je nou dat de Nederlandse taal behoorlijk beheerst wordt door een budgethouder? Daar zijn meer vragen over gesteld. Conform de participatiewet, we bekijken het integraal, zijn daar regels, dat je eventueel een taaltoets kan doen, maar dat doen we uiteraard niet bij elke persoon. Maar als je vraagt naar criteria, dan is dat mogelijk.
Ook de heer Crielaard, net als vele anderen, maakte een opmerking over van ja, tenzij naar nee, tenzij. Is dat nou niet juist negatiever? In mijn inleiding, maar ook in de stukken die erbij zitten, wordt verteld dat er vooral gezocht is naar duidelijkheid, dat je in één keer ziet wat er staat. Dus dat nee, tenzij klinkt wat minder aardig, ben ik met u eens, maar het moet wel direct in één lezing duidelijk maken: is dit een artikel waarbij ik in aanmerking kom of niet? Meneer Kampinga, het onderzoek naar het adequaat beheersen van de kosten van de WMO-voorzieningen, dat werd ook door mevrouw Bouman gezegd, dat is een landelijke discussie. Wij mogen wel het e.e.a. toetsen. Tijdens het gesprek met de inwoner mag je altijd vragen naar eigen oplossingen, eigen kracht. En je mag dus ook best vragen: kunt u het misschien zelf betalen? Maar we vragen niet naar inkomen. Als iemand zegt het zelf te kunnen, dan zetten we dat in het gespreksverslag, maar landelijk is duidelijk gezegd: je mag niet naar inkomen vragen. Er zijn een paar gemeenten, dat was mijn vroegere buurgemeente Leusden en ik dacht Krimpen, die daar tegenin zijn gegaan. Als gemeente Lansingerland willen we graag dit afwachten, maar we volgen dit uiteraard op de voet. Misschien mag ik mijn politieke hoop uitspreken, dat in de kabinetsformatie dit punt geregeld wordt, want je trekt de verhoudingen wel erg scheef.
De heer Kampinga: Misschien een aanvullende vraag. Er is toen gezegd: inkomen toetsen mag niet. Dat is helder, dat is wettelijk niet toegestaan. Maar financiële draagkracht kan zeker een rol spelen. Dat heb ik toen ook gevraagd: wat is financiële draagkracht? U geeft al aan: in het gesprek wordt er wel duidelijk aangegeven of er alternatieven zijn. U kent het bekende voorbeeld van die multimiljonair, die zegt: die werkster kan goedkoper, die doe ik de deur uit en ik neem hulp. Dat is waar we met name op ageren. Wethouder Cnossen: Wij verstaan elkaar goed, meneer Kampinga, want ik denk dat we dat met elkaar delen. Het is jammer, dat de Tweede Kamer zo in een glazen stolp dit heeft georganiseerd, maar we doen het er even mee. Mevrouw Bouman bedankt ook de ASD en u kwam terug op de blijverslening. Natuurlijk, u geeft aan, dat we scherp moeten blijven op de ontwikkelingen. U heeft nog niet zoveel vertrouwen, dat door die lage rente de mensen wel makkelijk die lening kunnen krijgen, maar het is op dit moment de argumentatie, die hier onder ligt, maar uiteraard houden we de vinger aan de pols, samen met onze partners als Welzijn Lansingerland, die veel gesprekken heeft met ouderen. Wie weet, hebben we het over een paar jaar wel weer nodig, dat de situatie op de woningmarkt ook weer verandert, andere rentes gelden.
Natuurlijk, we houden de vinger aan de pols, dat is het mooie van elk jaar de verordening weer vaststellen. We staan niet stil, we blijven zeker opmerkzaam. Dat proactief naar mensen op zoek gaan, inderdaad, dank dat u in de verordening de soelaas heeft gevonden, want dat was ook mijn beeld om niet aparte regelingen te treffen nu voor een energiearmoede of iets anders, maar dat we in onze verordeningen al dat soort dingen moeten opnemen. U vraagt: hoe gaan we dan proactief naar de mensen op zoek? Ik heb in de raad iets gezegd over communicatie, dat is wel een heel breed begrip, maar we willen ervoor zorgen dat bij partners als Welzijn Lansingerland, partners waar deze doelgroep mee in aanraking komt, dit bekend is, dat het aangevraagd kan worden. Om iedereen nou een brief te sturen, aan de doelgroep, dat schiet vaak het doel voorbij, want mensen krijgen vaak al teveel brieven. Het is echt, dat ben ik helemaal met u eens, belangrijk dat mensen weten dat de verordening van de gemeente deze ruimte geeft en dat ze met hun vraag hier naartoe kunnen komen. Ik neem uw duiding om het goed te gaan communiceren graag aan. Dank u wel, meneer Lieverse, voor de complimenten. Die leg ik vooral, achter me zitten ze niet, de ambtenaren, maar bij de medewerkers die hieraan gewerkt hebben. Ik zei het in het begin al: ik ben zwaar onder de indruk, wauw, echt heel knap hoe ze dit gedaan hebben.
Meneer Jonker van D66, digitaal, ja, ik snap uiteraard uw punt hier. U geeft ons mee: ga aan de slag om het komend jaar een beetje uit de papieren sfeer te komen en vooral ook te zorgen voor dat digitale inzicht. De heer Lieverse: Ik was een beetje in zwijm gevallen door het terug krijgen van de complimenten, maar ik wil iets horen over het maatwerk, hoe dat gedaan wordt. Wethouder Cnossen: U heeft gelijk. Ik heb opgeschreven: oneigenlijk gebruik en hoe lever je daar maatwerk bij? Ik heb in mijn inleiding al iets gezegd, dat je bij handhaving en terugvorderen vooral naar de zorgaanbieders zal gaan. Wij willen de inwoners daarin ontzien, maar op het moment dat er wel oneigenlijk gebruik is, zie je bij de WMO zeker mogelijkheden om dingen terug te vorderen, maar wel proportioneel, dus niet zoals het is doorgeslagen bij de belastingdienst, maar op het manier waarop het voor mensen te dragen is. Is dat een antwoord op uw
8/12
vraag? Ja? Voldoende? Dank u wel. Dan ga ik door naar het digitale inzicht. Terechte opmerking meneer Jonker, want de landelijke overheid verplicht ons als gemeente sowieso niet alleen in het sociaal domein, maar in alles waar burgers mee bezig zijn bij de gemeente, om dat digitaal te ontsluiten. Als je een bouwvergunning aanvraagt, moet je kunnen volgen waar die gebleven is. Dat moet zeker ook de komende jaren verder ontwikkeld worden. Dus dank voor deze aanmoediging om hiermee verder te gaan. Maatwerkvoorziening, u valt een beetje over de tekst, je mag er niet gunstiger uit komen, dat klinkt een beetje flauw, want mensen die zorg vragen willen we goed bedienen. Maar het is altijd, zo herinner ik me, al jaren bij de WMO een uitgangspunt. Er is een poos geweest, een beetje banaal onderwerp, excuus, maar de verhoogde toiletpotten. Ik kan me nog herinneren dat die vanuit de WMO betaald werden. Tot er een moment kwam, dat er werd gezegd: ja maar, iedereen heeft een toiletpot en zorg er nou gelijk voor dat die op de goede hoogte is. Zo zijn er meer voorzieningen steeds door ontwikkeld, waarvan gezegd wordt: dat is eigenlijk een normale basisvoorziening. Dit soort teksten komen daar vandaan, dat je het niet mooier maakt dan je het normaal zou kopen. Dus als ik een fiets koop en we zouden die via de WMO verschaffen, dan moet dat ongeveer diezelfde prijs zijn. Dat is hier bedoeld.
Ik snap dat de toon zo op u overkomt. Het moeilijk toegankelijke van de website, waar ook de adviesraad op wijst, verder verbeteren. Ja, dat hebben we richting de adviesraad ook laten weten. Dat moet wel bekeken worden. Maar laten we ook tegen elkaar zeggen, dat een verordening ook voor de doorsnee inwoner, die zorgvraag altijd een moeilijk product is. We hebben niet voor niets de onafhankelijke cliëntondersteuning geregeld. Er zijn meer mensen, die mensen kunnen ondersteunen met iets aan te vragen. Dat is daar ook voor bedoeld. Uiteindelijk is een verordening niet het krantenartikel in de Heraut, dat makkelijk te lezen is, maar we moeten juist goed kunnen toetsen of het terecht verschaft is, achteraf ook dat goed kunnen verantwoorden. We blijven daar ook moeilijke termen gebruiken. Op de website, denk ik, zijn we op de goede weg, doordat we dat taalgebruik helemaal geharmoniseerd hebben. Want dat heb ik geleerd bij automatisering, dat je ervoor moet zorgen, dat woorden hetzelfde zijn, zodat je het ook makkelijk terug kunt vinden. Dat zeg ik vast niet digitaal genoeg voor u, maar ik hoop dat u begrijp wat ik bedoel. Mevrouw Gabin haalde de adviesraad sociaal domein aan. U stelt: eigenlijk stellen we bij jeugdhulp meer eisen. De gemeente vraagt nadere eisen en dat vindt u vaag en geen zekerheid voor de inwoner.
Als bij kwaliteitseisen in de verordening iets wordt geregeld en er staat ‘nadere eisen’ dan kan het college die beleidsregels vast stellen. Dat zijn ook zaken die vast liggen en voor iedereen inzichtelijk zijn. Daar zit wat ruimte in, in dit artikel, om het wat meer uit te werken als dat nodig is. U viel over 5.4.3, dat je maximaal 2 keer iemand uit je netwerk mag aandragen om je te helpen. Het is iets wat praktisch is. Op een gegeven moment komt iemand met een aanvraag en als je het te breed maakt, schiet het ook niet op, want je wil wel snel de aanvraag erdoor hebben om de verleende zorg te kunnen geven aan degene die dat vraagt. Ziet u het als een praktisch punt, dat dat op die manier geregeld is, om het traject niet onnodig lang te laten duren, want de hulp is nodig, anders kom je niet naar de gemeente. Er staat bij: dan kiezen we daarna voor inzet van zorg in natura. Dan had u ook nog een punt over de kwaliteit van de jeugdhulp. Daar heb ik in mijn inleiding ook iets van gezegd. Waar u het wat negatiever leest met al die regels, u vindt dat we dat dicht regelen, daar proberen we juist hiermee de kwaliteit en de veiligheid voor degene die zorg krijgt veel beter te borgen. Afgelopen jaren is gebleken, dat dat niet het geval is, dat geld wegloopt naar mensen die daar iets anders mee doen. We willen dat het bij die inwoner terecht komt waar wij de zorg aan willen geven.
Nadere regels zitten altijd binnen het kader van de verordening. En het PGB, ik denk dat ik daar voldoende over heb gezegd. Het idee is dat je het zelf beheert, maar je kunt ook iemand inschakelen. Op die manier proberen we zo ruimhartig mogelijk dit voor inwoners te regelen, om hen ook zelfbeschikking daarover te geven. U vroeg bij de extra eisen Nederlandse taal, u heeft er zelfs de VNG-verordening op nageslagen, complimenten. Waarom hebben wij weg gelaten, dat hier eventueel voorzien kan worden in een tolk? Daar ging ik bij meneer Crielaard ook al op in. In de participatieverordening is ook iets geregeld over het beheersen van de Nederlandse taal, hoe je dat kan toetsen. Dat doen we, maar het is niet zo dat we mensen niet van hulp voorzien als dat niet zo is. Maar degene die het budget beheerst, je wil wel dat dat op een goede manier gebeurt om de zorg goed door te geven. Ik heb daarmee niet direct een antwoord op de vraag waarom het hier is weggelaten. Mogelijk dat we daar nog op terug kunnen komen en dat u deze vraag nog even richting de griffie in de mail zou willen zetten, dan zorgen we ervoor, dat dat nog een keer terug komt. Ik heb er niet direct een antwoord op, waarom wij dat nu hebben weggelaten. Rigide handhaving had ik opgeschreven, daar heb ik het over gehad.
U vroeg nog wel: kan de wethouder verzekeren dat een inwoners geen slachtoffer wordt? Dat vind ik echt een gewetensvraag. Dat is net zoiets als: kan je 100% garanderen dat dit goed gaat? Nee, er kan altijd weleens iemand tussen wal en schip raken wat wij niet weten. Maar daarom is het goed, dat we de adviesraad sociaal domein hebben, maar dat we ook signalen uit de samenleving tot ons krijgen. Geeft u ze als raadsleden alstublieft door als u wel het idee heeft, dat een inwoner slachtoffer wordt, want ik ben het helemaal met u eens: dat is zeker niet wat hier beoogd wordt met deze verordening. Wij willen juist een stukje rechtszekerheid creëren, zodat iedereen op dezelfde manier behandeld wordt. Dus als u die indruk heeft, dan horen wij dat heel graag van u, want dan gaan we dat recht zetten. Ik ga het niet garanderen, want er kan ook weleens iets tussen de gemeente en een inwoner zijn, waar we niet helemaal uit komen. De heer
9/12
Xhemaili van de PvdA, de website, daarover heb ik al bij de andere commissieleden wat over gezegd. Op korte termijn verbeteren, dat vind ik dan weer een moeilijke oproep, want ik zie niet dat de website onmiddellijk volgende maand er beter uit ziet, maar het is wel een oproep aan de gemeente, zo zie ik het, om daar wat aan te doen. Dat is ook door D66 naar voren gebracht, dat het ook steeds meer verplicht wordt door het rijk, dat dit soort dingen goed op orde moeten zijn. U stelde dat bij jeugdhulp de drempel verhoogd is door nee, tenzij. Ik hoop dat ik voldoende toegelicht heb. Nee klinkt wat onaardiger dan ja, maar het is juist op deze manier opgeschreven om het duidelijker te maken. De inzet van eigen kracht, hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? Ja, dat is wel het uitgangspunt van landelijke wetgeving. Ik kijk er tegenaan, omdat het zo geregeld is, maar je ziet ook wel, je moet eigen kracht niet misbruiken, maar als je met mensen eerst daarover in gesprek kunt gaan, dan is wel de ervaring, of dat nou bij jeugdhulp is of bij de WMO, mensen blijven duurzamer op de been met de hulp die ze krijgen als ze dat netwerk hebben. Dan kan het soms nodig zijn om de professional even in te zetten, maar juist door dat netwerk waardoor ze ondersteund worden, kunnen ze vaak daarna ook weer zelf verder.
Ik vind het een mooi uitgangspunt om toch de zorg beheersbaar te houden, want we weten met elkaar ook dat we het niet eindeloos kunnen laten groeien in de toekomst. Dat vraagt de komende jaren keuzes, die we moeten maken. We gaan het met elkaar meemaken. Ik ben ook nog niet zover, dat ik weet hoe dat precies moet, maar ik geloof er wel in, meneer Xhemaili. Ik denk dat ik de vragen heb beantwoord, maar ik hoor het graag als ik het toch niet goed heb gedaan. Wethouder Arends: Er is 1 vraag blijven liggen. Mevrouw Bouman is geïnteresseerd in hoofdstuk 6 en of die nog in deze raadsperiode naar u toekomt. Dat zal op het nippertje zijn, mevrouw Bouman. Ik verwacht dat we dat in maart of april naar u toe kunnen sturen. Het is belangrijk, dat het volledig rond is, dat er geen wijzigingen meer nodig zijn. Het zal net voor de verkiezingen of net na de verkiezingen plaats vinden. U moet denken aan begin Q2. Dank u wel. De voorzitter: Er is al een hoop gezegd over dit onderwerp, maar ik wil zeggen, dat u in de tweede termijn, als u daar gebruik van wenst te maken, zich wel beperkt in de tijd. Tweede termijn De heer Crielaard, L3B: Dank aan de wethouder voor de beantwoording van mijn vragen. Conform participatiewet gebeurt het dus o.a. met de criteria rond die taaleis. Zoals ik al zei: in principe is het voor ons een goede aanscherping. Een heldere uitleg volstaat voor ons.
Ik heb nog even zitten broeden op de eerste termijn van de heer Kampinga. Ik zat te denken: kan je niet met de WMO ervoor zorgen dat die basisvoorzieningen geregeld zijn en als je een upgrade wil, een luxere uitvoering, dat je dat dan zelf zou moeten betalen? Is dat niet iets om te overdenken? Dat is iets wat in me opkomt, nog iets om over na te denken. Ik wil ook nog even reageren op de heer Xhemaili. Ik voelde me toch een beetje uitgedaagd, toen hij over zijn motie van vorig jaar bij de verordening. Die hadden wij niet gesteund, omdat medemenselijkheid centraal stellen al gedekt is met bestaand beleid. In 2019 is een beleidsplan vastgesteld over toezicht in het sociaal domein, daar zit die medemenselijkheid in. De verordening is een strikt juridisch document, dus vandaar dat we het toen niet steunde, maar medemenselijkheid staat ook voor ons centraal. Wat betreft de website en de reactie van de ASD, over die motie van dienstverlening van PvdA: misschien is het goed om nog even te kijken naar de begrotingsbehandeling en wat de heer Van Doorn toen zei: ik ben bezig met een motie over toegankelijkheid in de meest brede zin van het woord, dus niet alleen digitale dienstverlening, maar ook alle andere punten waar toegankelijkheid op van toepassing is.
Ik wil nog even van de gelegenheid gebruik maken om de collega’s uit te nodigen om met die motie mee te doen als die 25 november wordt ingediend. Dank u wel. De heer Kampinga, VVD: Ik wil graag nog even aansluiten op wat de wethouder zei. Het heeft allemaal sterk te maken met het abonnementstarief. Ik hoef de partijen van het huidige kabinet niet aan te wijzen, want die kennen we allemaal. Ik weet niet beter dan dat in het huidige kabinet besloten is om het abonnementstarief in te voeren, maar waar gaat het om bij het abonnementstarief? Om te voorkomen dat die zogenaamde middeninkomens aldoor maar weer al die eigen risico’s hebben en dat wordt allemaal geregeld met één abonnementstarief. Vandaar dat ik, als VVD, ook landelijk, daarvoor pleit, want ik hoor te makkelijk zeggen, ik zal de namen niet noemen, maar ook de partij van de wethouder, nu roepen: we moeten weer naar een inkomenstoets toe. Dat vind ik te makkelijk, te kort door de bocht. Daarom vind ik de suggestie van meneer Crielaard wel een heel aardige. Dank u wel. De heer Lieverse: De heer Kampinga haalt dit punt toch weer een keer aan, ook in zijn tweede termijn. In het verkiezingsprogramma van de CU staat: afschaffen van het abonnementstarief. Dan bedoel ik de landelijke partij. De heer Kampinga: Diezelfde landelijke partij heeft het de afgelopen 4 jaar ingevoerd, samen met 3 andere.
10/12
Mevrouw Bouman, CDA: Dank aan beide wethouders voor de beantwoording van hetgeen ik naar voren gebracht heb. Ik hoorde van mevrouw Cnossen, dat ze het e.e.a. in de gaten houdt m.b.t. de omstandigheden van ouderen t.a.v. toekomstige zorg. We gaan het volgen, wanneer het ook moge zijn. Dan horen we graag een terugkoppeling. Ook Q2 hoor ik mevrouw Arends zeggen. Dan is het een nieuwe raad, zoals ik dat nu zie, want het is dan niet meer Q1. De nieuwe raad mag dan aan de bak t.a.v. dit onderwerp, leuk om dat te doen. Voor ons is het een hamerstuk. De heer Hoek, WIJ: Dank u vriendelijk voor de beantwoording, blij met de toezegging dat u proactief op zoek gaat naar mensen, die in de kou dreigen te komen. Daar ben ik blij mee, daar ga ik u aan houden. Ook voor ons is het een hamerstuk. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Het is jammer, dat het alleen maar over de verordening gaat, want anders zou ik het robbertje vechten met de heer Kampinga nog wel even willen voort zetten, op een vriendelijke manier overigens. Voor nu is het een hamerstuk. De heer Jonker, D66: Ik wil ook beide wethouders bedanken voor de beantwoording. Goed dat de heer Crielaard nog even de digitale toegankelijkheid noemde, waar we natuurlijk samen als raad aan gaan werken, om daar een voorstel voor te maken.
Ik zou hier ook een heel exposé kunnen beginnen over het belang van digitale dienstverlening, wat wij verder moeten door ontwikkelen, maar dat dat is niet het onderwerp van deze verordening. Wat dat betreft is het voor ons ook een hamerstuk. Mevrouw Gabin, GL: Ik wil ook de wethouders bedanken voor hun beantwoording. Het weg laten van een tolk is wel echt een punt, waar we nadere motivatie in willen krijgen. Voor ons is het namelijk een zeer noodzakelijke toevoeging. Indien een budgethouder, die de Nederlandse taal niet machtig is, dan kan er een budgetbeheerder ingeschakeld worden. Een PGB is niet mogelijk voor de betaling van een budgetbeheerder, die de budgethouder helpt met het budgetbeheer. Wij vinden dat dus oneerlijk, dat iemand die de Nederlandse taal niet machtig is of laaggeletterd is extra kosten moet maken t.o.v. een budgethouder, die dat probleem niet heeft. Er kan eventueel gedacht worden aan het verlenen van een cursus, waarbij die vaardigheden worden verleend of iets dergelijks. Wij vinden het goed om hier nog schriftelijke vragen over te stellen. Aan de hand van de beantwoording kunnen wij bepalen of dit een hamerstuk voor ons is of niet. De voorzitter: Geeft u het voordeel van de twijfel als hamerstuk? Mevrouw Gabin: Dat ligt aan de wethouder. Als die toevoeging er komt, is het absoluut een hamerstuk voor ons.
De voorzitter: We zijn heel binair, we kunnen maar 2 dingen doen. Mevrouw Gabin: Dan is het geen hamerstuk voor ons, onder voorbehoud dan. De voorzitter : U kunt altijd in de raadsvergadering besluiten om het wel te willen behandelen. Wilt u het als hamerstuk of niet? Mevrouw Gabin: Er is de mogelijkheid om in de raadsvergadering aan te geven om het wel te behandelen? Of om het achterwege te laten. De voorzitter: Altijd. U kunt altijd met een amendement komen of een motie. Ik wil er wel een bespreekpunt van maken, wat u wilt. Mevrouw Gabin: Het is lastig omdat we geen antwoorden hebben. Voor nu is het anders een hamerstuk. We zullen het agenderen als de beantwoording niet naar wens is. De heer Xhemaili, PvdA: Dank voor de antwoorden, wethouder. Wat mij tegen de borst stuit, is toch de drempelverhoging voor toegang tot jeugdhulp en PGB’s. Dat zit mij niet lekker. Daar zit toch een ‘zoek maar zelf uit’ principe, kijk maar wat je doet als je hulp nodig hebt. Als je dat niet kan aanvragen of niet tijdig kan doen, dan val je een beetje buiten de boot. Vanwege het nee, tenzij is het voor ons nog geen hamerstuk. Wij komen in de raad met een amendement hierop. Dus ik maak het mevrouw Gabin makkelijk hierin om ook met haar eigen amendement dan wel motie te komen. We gaan als fractie nog broeden op hoe we dit bij gaan sturen. Wethouder Cnossen: Ik heb geen vragen meer gehoord.
De voorzitter: Dan gaat dit als bespreekpunt naar de raad van november. Ik sluit deze beraadslaging. 7a. Actualiteiten uit het college De voorzitter: Zouden ze dat in Woudenberg ook hebben gehad, zo’n agendapunt? We gaan het horen. Wethouder Cnossen: Ik weet niet of ik het goed gebruik, maar ik vind het ook leuk om iets te vertellen over activiteiten van de afgelopen week. Dat waren er al een paar natuurlijk. Gisterenmiddag heb ik de high tea van de mantelzorgers bezocht. Het is natuurlijk helemaal geen straf om gezellig in Meerbos in Bleiswijk daar aan tafel te zitten en voortdurend lekkere dingen te krijgen, maar ook wel heel bewust. Helaas kon gisterenavond de avond met Hugo Borst niet door gaan, dat had me ontzettend leuk geleken voor de mantelzorgers. Ik weet dat u als raad ook gespitst bent op het mantelzorgcompliment, hoe we dat organiseren. Dat wilde ik graag met u delen. Ik merkte ook gisterenmiddag hoe het op prijs werd gesteld door de mantelzorgers, die daar waren, dat ze daar gewoon bij elkaar konden zitten en met