[BV21.0188] Verslag commissie Algemeen Bestuur van 10 november 2021
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Algemeen Bestuur Corsanr. BV21.0188 Datum vergadering
: 10 november 2021
Digitaal aanwezig via Teams: Commissieleden: Leefbaar 3B : Johan Philippens, Marjolein Gielis, Don van Doorn VVD : Nathalie van Bakel, Ed van Santen, Edwin Vervaet CDA : Matthijs Ruitenberg, Terence Buitendijk WIJ Lansingerland : Dianne van Heusen CU : Jurjen Dieleman D66 : Brecht Weerheijm GroenLinks : Marko Ruijtenberg PvdA : Hamid Azzouzi Burgemeester Wethouders
: Pieter van de Stadt : Kathy Arends
Aanwezig in de raadszaal: Voorzitter : Jan Pieter Blonk Commissiegriffier : Lianne van den Houten Afwezig CDA WIJ Lansingerland D66 PvdA
: Frans Ammerlaan : Petrine van Olst : Ineke den Heijer : Petra Verhoef
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Goedenavond allemaal. Alvorens ik de vergadering open, ga ik de presentielijst met jullie langs. Ik noem uw naam en dan geeft u aan, dat u er bent. Hamid Azzouzi, Nathalie van Bakel, Jurjen Dieleman, Don van Doorn, Marjolein Gielis, Dianne van Heusen, Johan Philippens, Mathhijs Ruitenberg, Ed van Santen, Edwin Vervaet, Brecht Weerheijm, Terence Buitendijk Marko Ruijtenberg had problemen met binnen komen, die zien we zo. Ik open de vergadering van de raadscommissie algemeen bestuur van de gemeente Lansingerland. Helaas weer digitaal. Mede namens de commissiegriffier welkom raadsleden, duo-raadsleden, burgemeester, wethouder, ambtenaren, vertegenwoordigers van de media en natuurlijk de inwoners, die via de webcast naar deze uitzending kijken en luisteren. Afgemeld hebben zich P. van Olst van WIJ, Frans Ammerlaan van het CDA, Petra Verhoef van PvdA en Ineke den Heijer van D66. 2. Insprekers De voorzitter: Er heeft zich 1 inspreker gemeld. Dat is de heer Heel van de winkeliersvereniging Berkel en Rodenrijs. Inspreker 1: De heer Van Heel: Geachte voorzitter en leden van de commissie algemeen bestuur. Fijn, dat er een mogelijkheid is om namens de winkeliersvereniging iets te zeggen over het nieuwe standplaatsenbeleid 2021 en met name natuurlijk ook waar het om gegaan is, het hele voortraject, het participatietraject.
Ik zag bij het verzenden dat stukken tekst weg gevallen zijn, dus dat lees ik nog even op. De commissie bespreekt vanavond het nieuwe standplaatsenbeleid en als de discussie goed verloopt, dan stelt het college formeel het nieuwe standplaatsenbeleid vast. Daarom is het goed om nu te praten over het nieuwe standplaatsenbeleid 2021, want het laatste beleid dateert van 2015. Aanvankelijk is het in 2019 niet goed gedaan met de communicatie over de standplaatsen en de uitvoering van het toen van kracht zijnde standplaatsenbeleid. Er was veel consternatie bij ondernemers en standplaatsenhouders, maar ook
1/11
bij de gemeente. Er zijn goede stappen gezet door de gemeente binnen het participatieproces voor het tot stand komen van een nieuw standplaatsenbeleid. Wat betreft de aanpak van het nieuwe standplaatsenbeleid heeft de gemeente voor de 3 kernen in Lansingerland een aparte bijeenkomst georganiseerd om uitgebreid in te gaan op het nieuwe beleid 2021. De winkeliersvereniging en de standplaatshouders hebben op 4 oktober j.l. een bijeenkomst bijgewoond op het gemeentehuis. Hier is de gemeente in gesprek gegaan met de winkeliersvereniging en de aanwezige standplaatshouders over het conceptbeleid 2021. Er was een heel duidelijke en uitgebreide toelichting gegeven over het nieuwe beleid, over het nog niet vastgestelde beleid, en er was volop gelegenheid om vragen te stellen en onze meningen te delen. Er waren kritische vragen en we hebben overal antwoord op gekregen, want er was een team van deskundigen van de gemeente aanwezig. Ik moet nog even jurist W. complimenteren, want hij had zijn huiswerk fantastisch gedaan. Hij wist van A tot Z de inhoud van het nieuwe standplaatsenbeleid en hij kon iedereen ter plekke antwoord geven. Waar hij geen antwoord op wist te geven, kwam hij op een later moment op terug. Inmiddels hebben we op alle vragen antwoord gekregen.
Bijvoorbeeld vragen over zon- en feestdagen, open avond, oliebollenkraam en deze zijn naar alle tevredenheid beantwoord en verwerkt in het nieuwe beleid. Maar één van de belangrijkste punten, de vraag die bij aanwezigen was, punt 5.2 van het beleid, de geldigheidsduur vaste en periodieke en oliebollen standplaatsenvergunning. Schaarse vergunningen mogen niet meer voor onbepaalde tijd worden vergund. Door het schaarse karakter van standplaatsenvergunningen verleent het college voor vaste, periodieke oliebollen standplaatsen voor de duur van maximaal 5 jaar. Maar de gemeente heeft die avond ook aangegeven, dat voor alle huidige standplaatshouders aan wie al een vergunning is verleend, deze bepaling op hen niet van toepassing is, maar dat de vergunning, die aan hen vergund is voor onbepaalde tijd geldig is. Ja, dat was een zucht van verlichting voor de aanwezige standplaatshouders, want zij dachten: nu staan we voor 5 jaar en dan kunnen we weer opnieuw beginnen. Maar gelukkig, een goede zet van de gemeente om de vergunde vergunningen voor onbepaalde tijd van kracht te laten zijn. De winkeliersvereniging blijft zich samen met de gemeente en de stakeholders inspannen voor een sterk en aantrekkelijk Berkel centrum.
We ervaren inmiddels, dat er binnen de projecten die op dit moment in uitvoering zijn, bijvoorbeeld Berkel centrum west, de uitbreiding van het winkelcentrum, het participatieproces heel goed verloopt. Denk ook aan de herinrichting van Berkel centrum oost. We verwachten van de gemeente dat bij nieuwe ontwikkelingsprojecten dit op dezelfde wijze aangepakt wordt, want het werkt, dat hebben we gezien bij uitbreiding Berkel centrum west, bij centrum oost. Dit is toch de enige manier om samen tot een goed resultaat te komen. Dank u voor uw aandacht. De voorzitter: Even kijken of er vragen zijn vanuit de commissie. U mag dat met het handje doen. Ik zie geen vragen komen. Dan was uw betoog helder, meneer Heel. Zoals u weet bespreken we dadelijk het standplaatsenbeleid. U kunt het volgen op de website. 2.a Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Er zit een mankement in de agenda, want we missen het vaststellen van de agenda en de rondvragen. Tussen 2 en 3 breng ik een agendapunt in: 2.a. het vaststellen agenda en rondvragen. Het eerste punt dat ik gedaan heb, is deze agenda wijzigen. Kunt u met deze gewijzigde agenda instemmen? Ja, dat is het geval. Inventarisatie rondvraag: De voorzitter: Er zijn 2 rondvragen aangemeld, 1 van mevrouw Gielis van L3B over de TONK-regeling. En een tweede vraag van de heer Vervaet van de VVD over BOA’s en social media.
Zijn er rondvragen die we hier gemist hebben? Dat is niet het geval. Dan zijn dat de twee rondvragen. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 6 oktober 2021 De voorzitter: 4. Bespreekpunten: 4.a Standplaatsenbeleid De heer Azzouzi, PvdA: We hebben het beleid doorgenomen. We hebben zelf vanuit de PvdA geen opmerkingen daarover. Het is helder. De enige opmerking, die wij hebben: wat is het verschil tussen het oude beleid uit 2015? Wij hadden graag een lijst met wijzigingen gezien, zodat wij de verschillen gelijk konden zien. Maar voor de rest willen wij complimenten geven aan de wethouder en het college over het participatietraject. We willen dat dat voort gezet wordt voor de mogelijke uitbreiding van het centrum. Dank u wel, dat was onze bijdrage. De heer Ruijtenberg, GL: Ik ben sinds 30 seconden binnen. De voorzitter: Hartelijk welkom. Fijn dat het toch gelukt is in deze vergadering te komen, technisch gezien. Aan u het woord t.a.v. het
2/11
standplaatsenbeleid. De heer Ruijtenberg, GL: Op het gevaar af, dat er nu een aantal dingen al gezegd is door collega’s wat ik niet heb gehoord. De voorzitter: We zijn net begonnen, we gaan van klein naar groot. U heeft alleen de PvdA gemist. De heer Ruijtenberg: Misschien wel de belangrijkste, je weet maar nooit. Ik heb nog net de lovende woorden gehoord van de heer Azzouzi voor participatie voor dit en zijn vraag wat het verschil is t.o.v. de vorige. Ik wil de wethouder bedanken voor het feit, dat we hier nog kunnen deelnemen aan een oordeelsvorming hierbij, wat we ervan vinden. Ik heb het goed doorgelezen, het ziet er goed uit. Het is wel een helder ding. Ik heb wel een paar vragen. Er wordt gesproken over de oliebollenstandplaats, die is maar voor 2 maanden geldig, in november en in december. Nu ben ik zelf een groot fan van oliebollen, dus ik vroeg me af: is het bezwaarlijk, niet alleen voor mij maar ook voor ondernemers, om dit door te trekken, zodat de oliebollenkraam wellicht ook nog in januari er is. In andere gemeenten is het ook 3 maanden. Ik vroeg me wel af wat de maatschappelijke functie is van een incidentele standplaats. Op een gegeven moment wordt er echt aan gerefereerd, maar ik heb dat niet helemaal kunnen herkennen. De openingstijden zijn nu van 07.00 uur tot 19.00 uur, maar in die openingstijden zitten ook de opbouw en afbouw begrepen.
Nu vroeg ik me: kunnen we dat, zeker bij incidentele standplaatsen, dit niet gewoon verlengen met de winkelsluitingstijdenwet. Het zou vreemd zijn dat een kraam om 19.00 uur moet stoppen, terwijl de supermarkt tot 22.00 uur mag doorgaan met de verkoop van een aantal dingen. Dan de aanvraagtermijn. Daarvan wordt aangegeven: die moet binnen dezelfde kalendermaand. Komen die plekken dan altijd per de eerste week vrij? Is het niet handiger om de aanvraagtermijn van 30 of van 4 weken te verlengen, mocht zo’n aanvraag niet in de eerste week binnen komen? Een klein dingetje, waarvan ik denk: het is misschien handig om tekstueel te wijzigen. De overdraagbaarheid van de vergunning, daar staat nu bij dat het de echtgenoot is en de geregistreerd partner. Misschien is het handig om dat te veranderen in: de echtgenoot of de geregistreerd partner. Mochten mensen 2 partners hebben of iets anders. Dat is het eigenlijk wel zo’n beetje, hier wil ik het bij laten. Het is tamelijk onvoorbereid van mezelf, maar de irritaties over mijn technische issues komen hier nog een beetje naar boven. Ik laat het hier even bij. De heer Weerheijm, D66: Na de bijdrage van de heer Weerheijm kan ik alleen maar meer trek krijgen in oliebollen, mocht hij er het hele jaar door mogen staan, maar ik denk dat ik er in de zomer dan op uitgekeken ben. Alle gekheid op een stokje.
Allereerst dank aan de ambtenaren en de wethouder voor het opstellen van dit nieuwe beleid. Ik moet zeggen, dat de beeldvorming vorige week erg verhelderend was. Ik kon er helaas niet bij zijn, maar bij het terug kijken heb ik toch een hele hoop geleerd over alle juridische elementen. (…) Het was helder waarom keuzes waren gemaakt. Het was voor mij helemaal helder. Ik kan volledig aansluiten bij de woorden van de heer Heel, die zijn tevredenheid uitsprak over het participatietraject. Daar kunnen we heel tevreden mee zijn, dat het hier goed gegaan is, dus ook daarvoor mijn complimenten. Resten er van mijn kant geen inhoudelijke vragen. Dank u wel. De heer Dieleman, CU: Ik wil aansluiten bij de woorden van de heer Azzouzi, dat het handig was geweest als we er een tabel bij gegeven was, want nu hadden we een beetje gepuzzeld daarin, maar dan komen we daar ook wel weer uit met elkaar. Voor een groot deel is het natuurlijk een uitvoeringsregeling en die is keurig opgesteld. We hoorden de heer Heel daarover. We hebben ook weleens anders over standplaatsen gesproken met insprekers in deze commissie en in de raad. Het gaat gewoon hartstikke goed, dus een goed proces wat ons betreft. Fijn dat dit stuk er nu ligt. We hebben 2 puntjes. Allereerst, dit is echt een detail en ik schaam me bijna dat ik het in ga brengen, zo uitvoeringstechnisch is het.
Er staat nu in het stuk: de verkoop van oliebollen is enkel toegestaan op de oliebollenstandplaats. Betekent dat dan, dat een bakker die ergens anders een kar heeft staan op zijn stoepje, een dag in de week, dat die geen oliebollen mogen verkopen, omdat die geen oliebollenstandplaats hebben, naast hun andere assortiment. Heel sec staat dat hier. Ik weet niet wat ermee bedoeld wordt, maar dat lijkt me niet helemaal de intentie. Veel te veel detail, dat weet ik, excuus daarvoor. Dan een andere vraag, die gaat over hoe we omgaan met zon- en feestdagen. In ons vorige standplaatsenbeleid stond dat heel expliciet, dat daarin aangesloten werd bij de winkeltijdenverordening, dat het niet mogelijk was om op zondag en op feestdagen een standplaats in te nemen. Nu vinden we dat in dit hele stuk niet terug. Eigenlijk zijn we wel benieuwd naar wat de wethouder daarover kan toelichten, hoe met dit beleid wordt omgegaan, met standplaatsen op zon- en feestdagen. Het standpunt van de CU daarover zult u allemaal kennen, dus dat hoef ik in de eerste termijn niet toe te lichten. Ik beluister wat de wethouder daarover toelicht. Dank u wel. Mevrouw Van Heusen, WIJ: Ook wij bedanken de wethouder en de betreffende ambtenaren voor het opstellen van dit nieuwe standplaatsenbeleid en zeker ook voor de heldere beeldvorming hierover.
Het gevoerde participatieproces om tot dit nieuwe beleid te komen stemt ons zeer positief, zoals zojuist ook aangegeven door de heer Heel. De inbreng van standplaatshouders, winkeliersvereniging, gebiedsmanagers en ook de wensen van de raad zijn meegenomen en het resultaat mag er zijn. Het is helder voor nieuwe standplaatshouders, zeer coulant voor de huidige vaste standplaatshouders, zelfs als het een uitsterflocatie betreft. Periodieke en oliebollenstandplaatshouders gaan er zelfs op vooruit,
3/11
omdat zij een vergunning kunnen krijgen voor 5 jaar. Het is ook duidelijk, dat de invloed betreffende branchering, dat was een wens van de raad, juridisch niet haalbaar is. Dat is duidelijk uitgelegd. Onze fractie is tevreden. Wat ons betreft, misschien loop ik een beetje vooruit, is het een hamerstuk voor de raad. Dank u wel. De heer Ruitenberg, CDA: Ik ben erg blij met de woorden, die de heer Heel zojuist in zijn inspraak naar voren heeft gebracht. Erg fijn, dat het participatietraject over dit toch spannende en ingewikkelde dossier met belangen voor standplaatshouders goed verlopen is. Dat lijkt me een prachtig compliment voor het hele ambtelijke team en het college. Wat ons betreft is het een heel helder stuk qua regels. We denken dat er een mooie oplossing is gevonden voor de overgangstermijn, die regel van de schaarse vergunningen, waar je toch ook ziet dat Europese wetgeving niet alleen over Europese, grote contracten gaat, maar soms ook gewoon kleine zaken als een oliebollenkraam kan raken, maar ik denk dat het goed is opgelost. Ik heb eigenlijk nog 2 vragen, die nog open staan. Wat je in het beleid niet leest, is de visie van het college over het aantal standplaatsen, dat wij zouden willen in onze kernen. Kan de wethouder daar wellicht wat over zeggen? Het staat heel helder uitgelegd: als er een standplaats is, dan werkt het zo.
Maar hoeveel vinden we een goed aantal in combinatie met het winkelaanbod? Dat is 1. Het tweede in het verlengde daarvan: hoe kijkt het college aan tegen standplaatsen in het nieuwe centrum van Berkel en de uitbreiding daarvan? Daar ben ik ook nieuwsgierig naar. Dank u wel. De heer Van Santen, VVD: Hoe kan een dossier in de tijd zo ineens keren ten positieve, het standplaatsenbeleid? Ooit weleens de standplaatsensoap genoemd. Als de heer Heel hier in de commissie zoveel waardering uitspreekt, hoewel we hem op eerdere momenten zeer kritisch hebben gehoord, dan is dat dus gemeend, die waardering van hem. Dat is een compliment voor een ieder die hieraan gewerkt heeft. Het toverwoord lijkt hier: participatie. Dat zei de heer Heel ook, dus wat dat aangaat ben ik niet zo bang voor extra standplaatshouders, teveel of te weinig, want dat komt dan allemaal goed met participatie. Ook ik heb waardering voor W., voor de heel goede beeldvorming. Op alle vragen wist hij antwoord, zeer duidelijk. Ook alle verschillen werden daarin goed aangegeven tussen oud en nieuw, dus dat hoef ik niet in de tekst te lezen. Heel belangrijk, dat die eerbiedigende werking er is en dat er voor seizoen aanbieders een goede oplossing is. Ook creatief daar. Wat ons betreft: lof. Een hamerstuk. Mevrouw Gielis, L3B: Last but not least heb ik niet heel veel meer toe te voegen.
Fijn dat na al dat vreselijke gedoe om die standplaatsen in het verleden en die soapserie, zoals de heer Van Santen zei, er nu eindelijk een werkbaar en wenselijk beleidsvoorstel voor ons ligt. We willen helemaal niet terugblikken, we gaan vooruit blikken. Het doet L3B zeer deugd, dat er een behoorlijke burgerparticipatie heeft plaats gevonden. Heel fijn om dat uit de mond van de heer Heel namens de winkeliersvereniging te vernemen. Toch niet de minst kritische in de afgelopen jaren. Wij zijn niet ontevreden en we kunnen ook zeker instemmen met het voorstel. Wij waarderen de souplesse van het college over de omgang met de huidige tijdelijke standplaatshouders en over de omgang m.b.t. de uitsterfconstructie. Door andere partijen zijn nog een paar uitvoeringsvragen gesteld, maar in onze beleving zijn die allemaal duidelijk beantwoord tijdens de erg prettige beeldvormende avond. Wat dat betreft ook van ons dikke complimenten. Er is één vraag die wij hebben gesteld, die nog niet beantwoord is, daar zou nog op teruggekomen worden. Meneer Ruijtenberg haalde het net ook al aan en dat betreft art.4.2 over de aanvraagtermijn. Vaste standplaatsen gegadigden dienen bij een vrijgekomen vaste standplaats binnen dezelfde kalendermaand via publicatie op de website een aanvraag in te dienen. Als dat toevallig aan het einde van de maand is, hebben ze nog maar veel te kort tijd.
Wij hebben tijdens de beeldvormende avond gevraagd of die tekst omgezet kan worden, gewijzigd kan worden naar bijvoorbeeld: een vaste termijn van 2 weken. Dat is eigenlijk de enige vraag. Maar net als de heer Dieleman zei: het is maar een uitvoering. In reactie op WIJ: ook voor ons is dit een hamerstuk. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Arends: Een bijzonder moment om dit met elkaar te delen en uw waardering terug te horen over de ambtelijke organisatie, over het participatietraject. Onze inzet was om dat heel zorgvuldig te doen. De medewerkers hebben er alles voor gedaan, juist in goede samenwerking met de winkeliersverenigingen, zowel in Berkel en Rodenrijs als in Bergschenhoek en Bleiswijk. Dan vind ik het eigenlijk ook fantastisch, dat u dat op deze wijze terug geeft. Ik zal uw waardering dan ook overbrengen aan de medewerkers, die hier keihard voor hebben gewerkt, want we willen alles in het belang van de ondernemers en in het belang van de winkeliers. Zoals u ook schetste zijn er veel belangen en je wilt iedereen recht doen binnen de wettelijke mogelijkheden. Het zijn vooral wat uitvoeringsvragen en ook wel wat diepgaandere vragen. Als u het goed vindt, loop ik de partijen langs en hoop daarmee iedereen te voorzien van de juiste antwoorden, of in ieder geval van een antwoord. Dan kijken we in de tweede termijn of er nog overige vragen zijn.
Ik hoor 2 partijen zeggen: het had wel handig geweest als we een
4/11
verschil hadden kunnen zien in de tekst, wat is het oude beleid en wat is het nieuwe beleid? In de beeldvormende avond is daar veel aandacht aan gegeven: wat zijn de wijzigingen van het beleid. Maar ook nadat het college het gaat vaststellen, gaan we u een informatiebrief toesturen met daarin de wijzigingen, zodat u dat nog een keer na kunt lezen voor als inwoners of ondernemers u ernaar vragen dat u dan weet vanuit het college wat er precies is veranderd. Dat mag u als een toezegging opschrijven, dan heeft u er één binnen. Een vraag van de heer Ruijtenberg, hij stelde meerdere vragen, goede vragen. Eén van de thema’s ook bij de beeldvormende avond was de openstelling van de oliebollenkraam. In het beleid gaat het over 2 maanden: november en december. Zowel de winkeliersvereniging als de oliebollenkramen hebben gevraagd: zou er iets in ruimere zin mogelijk kunnen zijn? Ook u heeft daar in de beeldvormende avond aandacht voor gevraagd en ook vanavond vraagt u daar aandacht voor. Het lijkt me dan ook goed om daar een verruiming in aan te brengen, of in ieder geval om het college dat voor te stellen, want uiteindelijk gaat het college het vast stellen. Wij denken er wel aan om het weekend voorafgaand aan 1 november de ingangsdatum mogelijk te laten plaatsvinden tot en met de kerstvakantie, de zaterdag na de kerstvakantie, om die verruiming te doen.
Dat zou mogelijk het voorstel kunnen zijn, zodat we ook tegemoet kunnen komen aan de wens van de standplaatshouders en mogelijk van meerdere partijen. De heer Ruijtenberg vroeg ook naar de incidentele standplaatsen: voor wie is dat nou? Eigenlijk tweeledig. Een incidentele standplaats is eigenlijk voor een hele belangrijke groep als het gaat om bijvoorbeeld de Hartstichting of een ander goed doel, die zegt: wij willen iets kenbaar maken, wij willen iets bespreekbaar maken en daarvoor willen wij graag een incidentele standplaats. Die is dan voor maximaal 5 dagen. De andere mogelijkheid is dat er behoefte is van winkeliers om een standplaats voor hun deur te hebben bij een speciale gelegenheid, bijvoorbeeld een zoveel jarig bestaan, een jubileum, of een incidenteel feest. Dan vragen zij aan de gemeente een incidentele standplaats en die willen we graag vergunnen, want dat geeft mogelijkheden voor winkeliers. De derde over de openingstijden. Daar zijn meerdere vragen over gesteld. Openingstijden van 07.00 uur tot ‘s avonds, maar ook de openingstijden op zondag. Tijdens de participatie werd er ook gevraagd naar openingstijden als het gaat om avondopenstelling, bijvoorbeeld met moonlight shopping. Er zijn eigenlijk 3 soorten vragen, die te maken hebben met openingstijden. De heer Ruijtenberg had het ook over opbouwen en afbouwen.
Er is wel een heel bewuste keuze gemaakt in dit standplaatsenbeleid, het nieuwe standplaatsenbeleid om de tijd te nemen van ’s ochtends 07.00 uur tot ‘savonds 19.00 uur en daarbij niet de winkeltijdenverordening vast te houden. Dat heeft alles te maken met de leefbaarheid voor de bewoners in het centrum. Wij zien liever niet dat de opbouw om 04.00 uur of 05.00 uur begint of dat er om 22.00 uur nog afgebouwd gaat worden, want we willen een goede balans hebben voor de leefbaarheid en de openingstijden. We zien ook, dat de meeste winkels of alle winkels sluiten om 18.00 uur en dat sluit eigenlijk daarbij aan. Maar wel met 2 uitzonderingen. Stel nou, dat er een moonlight shopping is of Berkel centrum of een ander centrum zegt: we willen eigenlijk een evenement en dat willen we ook in de avond. Dan zou het ook gewoon heel mooi zijn dat de loempia-boer open mag en dat iemand ’s avonds nog van een loempia kan genieten. Dat is wel een keuze, die ik voor ga leggen in het college, om daar mogelijk specifiek een apart besluit over te gaan nemen. Dan de derde, over de zondagsopenstelling. Tot nu toe is het niet mogelijk om op zondag een standplaats open te hebben. Dat was ook wel een bewuste keuze om dat nog even vrij te laten in het nu voorliggende standplaatsenbeleid, vandaar meneer Dieleman ziet u daar niets in terug.
Wij wilden in het participatietraject horen of daar mogelijk een behoefte op is en ook uw mening daarover horen, of er een behoefte op is. Vanuit de stakeholders komt de behoefte voor met name die zondagen, die een speciale dag hebben. Dan moet u denken aan Tweede Paasdag of Tweede Kerstdag. Standplaatshouders zouden graag die zondag willen gebruiken. Aan de andere kant vinden wij ook met elkaar een belangrijke dag en hebben wij naast de winkeltijdenverordening, die landelijk is, in de APV duidelijke en heldere afspraken gemaakt, dat het van 12.00 uur tot 19.00 uur is. Dit is een punt, dat het college ter harte gaat nemen om daar een besluit over te nemen, over die zondag. In de tweede termijn zou ik van u willen horen, uw mening daarover: hoe kijkt u daar tegenaan? Als er nou een speciale dag is, zou u het dan goed vinden, net als de supermarkt van 12.00 uur tot 19.00 uur open mag, dat de standplaats dan open is. Dat hoor ik graag van u even terug om even de meningen te peilen, zodat ik het college goed kan toerusten met de verschillende belangen, zodat we daar een weloverwogen keuze in kunnen maken. De heer Dieleman vroeg: die oliebollen, mag dat alleen bij de oliebollenkraam of mag dat ook op een andere manier? Ja, natuurlijk hebben we ook bakkers. Als zij het incidenteel voor hun deur hebben en dan de verkoop uit de winkel, ja, dat kan dan natuurlijk.
Laten we alsjeblieft niet te rigide worden met elkaar, dat er nergens anders meer een oliebol verkocht mag worden. Alleen de standplaats van een oliebollenkraam, daar hebben we nadrukkelijk onderzoek naar gedaan, die vragen echt een grote ruimte. Dat is ook de enige standplaats in het nieuwe beleid die daar mag blijven staan. Die hoeft ’s avonds niet alles weg te halen en ’s ochtends weer op te bouwen. Zij werken namelijk met grote containers en je wilt natuurlijk niet in het centrum overal oliebollenkramen, dat er overal containers staan. Dat is echt wel een uitzonderlijke situatie om in de buitenruimte voor langere periode zo’n container te hebben staan. Zij hebben dat wel echt nodig om een goede oliebol te bakken. Dat vraagt blijkbaar nogal wat werk in de achtertuin of in de achterkeuken. Daar zijn die grote containers voor nodig. Maar dat zien we
5/11
liever niet voor de winkels, maar mogelijk heeft u daar een ander idee over, dan hoor ik dat nog graag. De heer Ruitenberg stelde de vraag: wat is eigenlijk de visie over het aantal standplaatsen? Wat u ziet in het huidige standplaatsenbeleid is dat er geen toename is. Onze visie is: het aantal dat wij nu hebben, dat is passend voor de 3 kernen, zoals wij dat voor ons zien. Er zijn uitsterflocaties. Ook in de afgelopen periode is er een aantal uitsterflocaties bij gekomen, u weet dat ook. Dat is de locatie bij de vis, dat is ook de uitsterflocatie bij ’t Vierkantje, omdat u er waarde aan hecht om daar op den duur geen standplaats meer te hebben, dus vandaar dat we daar een besluit over hebben genomen. Dat is de visie van het college. Wij vinden de aantallen, die er nu zijn, goed passend bij de huidige vormen van de kernen. Ook voor het nieuwe centrum, dan bedoelt u Berkel centrum west, dat gedeelte, gaan we natuurlijk nog wel kijken. De oliebollenkraam staat daar nu al, in dat gebied, op dat parkeerterrein, dus daar zoeken we natuurlijk een goede plek voor in samenspraak met hen en in samenspraak met veiligheid en waar we rekening mee moeten houden, maar we gaan niet een extra standplaats op dit moment voorzien in Berkel centrum west. Ook goed om van u te horen over die overgangstermijn.
Daar hebben we echt wel mee zitten worstelen: hoe kunnen we recht doen aan degenen, die nu al een standplaats of vergunning hebben voor onbepaalde tijd? En voor degenen, die het niet hebben, om het eerste recht te geven tot 5 jaar. Goed van u te horen. Ook de standplaatshouders hebben ons laten weten, dat andere gemeenten dat echt anders doen. Ook als ze een vergunning voor onbepaalde tijd hebben, een brief hebben gekregen, dat ze die niet meer hebben, dus andere gemeenten gaan er echt beduidend anders mee om. Ik ben blij, dat we dat in samenwerking met de belanghebbenden, de standplaatshouders, de winkeliersvereniging gedaan hebben. We hechten waarde aan de ondernemers, die al jaar in jaar uit bij ons zijn en wij willen het overgangsrecht geven aan hen. Ik denk dat ik redelijk alle vragen heb kunnen beantwoorden en anders verneem ik dat graag in de tweede termijn. Dank u wel. De voorzitter: U heeft duidelijk een vraag gesteld aan de fracties over de standplaats op zondag van 12.00 – 19.00 uur. We gaan het horen. Tweede termijn De heer Azzouz, PvdA: We bedanken de wethouder voor de toezegging en het beantwoorden van de vragen van de fracties. De vraag van de wethouder laten we vanuit de PvdA aan het college, die is voor uitvoering en wij zijn voor de kaders. Ik hoor van fracties dat het een hamerstuk wordt, maar het is geen voorstel.
Komt het nou gelijk in de raad met een voorstel? Hoe zit dat? Dat was eigenlijk mijn vraag. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ik heb de wethouder geen antwoord horen geven over de aanvraagtermijn, waar mevrouw Gielis en ik naar gevraagd hebben. Daar wil ik in de tweede termijn nog een antwoord op van de wethouder. De wethouder heeft aan ons een vraag gesteld over de verruiming van de tijden voor de oliebollenkraam naar voor november en na de kerstvakantie. Wat ons betreft akkoord. We waren al voor een verruiming en dit is ook prima wat ons betreft. Dank voor het antwoord op de vraag wat de maatschappelijke functie is van een incidentele standplaats. Dat was voor mij niet helder, maar nu wel. Ik begrijp nu ook waarom er gekozen is voor de openingstijden, om die te houden zoals ze nu zijn en niet gelijktrekken met het winkeltijdenbesluit. Haar verzoek om na te denken over hoe wij denken over openstelling op zondag. Als GL hebben wij daar geen bezwaar tegen. We begrijpen dat voor sommige mensen in dit huis zondag een aparte dag is, daar hebben we ontzettend veel respect voor. De voorzitter: Kunt u ervoor zorgen, dat het achtergrondgeluid weg is? Deur dicht doen? De heer Ruijtenberg: Ik moet mijn vrouw onder de duim houden. De voorzitter: Die woorden zijn van u en niet van mij. De heer Ruijtenberg: Een klein momentje. Wij hebben geen bezwaar tegen zondagsopenstelling.
Ik begrijp dat het voor sommige partijen in dit huis een belangrijke dag is, echter, voor andere mensen is vrijdag een belangrijke dag en voor anderen zaterdag. Deze tijd brengt met zich mee, dat je daar geen echt bezwaar tegen kan hebben. Voor de heer Azzouzi: nee, er komt geen collegebesluit, want dit is een bevoegdheid van het college. Ik heb inderdaad veel collega’s horen zeggen dat het een hamerstuk is, dat is mooi, maar we gaan er eigenlijk niet over. Het is advies. Dank u wel. De heer Weerheijm, D66: Allereerst dank aan de wethouder voor de beantwoording van alle vragen. Ik had zelf geen vragen, maar de vragen van mijn collega’s zijn wel beantwoord. Even kort ingaan op de vraag die de wethouder heeft gesteld rond de openingstijden. Als ondernemers het idee hebben dat ze aan kunnen sluiten bij de behoefte aan ruimere openingstijden, ook de zondag, dan kunnen we daarin mee gaan, dat kunnen we heel goed begrijpen. Al ben ik het natuurlijk helemaal met de heer Ruijtenberg eens: niet voor iedereen is het een vanzelfsprekend onderwerp. Het is wel goed, dat we daar goed over nadenken. Ik neem aan, dat het college alle bezwaren daarbij ook heel erg serieus neemt. Voor de rest geen toevoegingen van mijn kant in deze tweede termijn. En inderdaad, geen hamerstuk, want het is geen stuk voor ons.
6/11
De heer Dieleman, CU: Nog even over die oliebollenkraam en de mogelijkheid om op andere plekken oliebollen te verkopen. Ik had al een vermoeden, dat dat het was, maar dan staat het woordje ‘enkel’ op de verkeerde plek in de zin. Als je het heel strak nu leest, dan mag je alleen maar bij een oliebollenstandplaats oliebollen verkopen en verder nergens. Ik denk dat er tekstueel nog even naar gekeken moet worden, anders klopt het gewoon niet. Dan het hebben van standplaatsen op een zondag. U kent het standpunt van de CU allemaal als het gaat om zondagsopenstelling van winkels en dat geldt ook voor standplaatsen. Wij zijn erg blij met de rustdag, die we gekregen hebben, één dag in de week waarop we even andere dingen doen, even tot rust komen van het drukke bestaan dat we met zijn allen hebben. Wij gunnen onze samenleving enorm om die rustdag met zijn allen in te vullen. Tegelijkertijd weten we dat we daar verschillende keuzes in maken, daar hebben we het in 2013 ook uitgebreid met elkaar over gehad, met een uitgebreid traject dat is doorlopen op initiatief van D66, dat heeft geleid tot een winkeltijdenverordening, waarin winkels op zondagen open mogen zijn, of een deel van de dag.
Ik ben wel een beetje zoekende, want als ik het standplaatsenbeleid uit 2015 erbij pak, dan staat daar, en ik ga even citeren: wij hebben in onze verordening winkeltijden Lansingerland 2013 uitdrukkelijk gekozen om alleen ontheffing van de winkeltijdenwet te verlenen aan winkels. Concreet betekent dit, dat standplaatshouders geen ontheffing hebben om op zondag een standplaats in te nemen. Einde citaat. Die winkeltijdenverordening is niet gewijzigd in de tussentijd. Dit beleid wordt wel gewijzigd. Waar ik een beetje zoekende naar ben is: wat is de grond waarop je nu wel zou zeggen, dat het kan, terwijl we toen hebben gezegd: het kan niet, want we hebben in de winkeltijdenverordening alleen een uitzondering gemaakt voor winkels. Dat is een vraag, die ik nog wel aan de wethouder heb. Stel, dat het wel zou kunnen, dan weten we dat we er met elkaar verschillend in zitten.
Dan weten we ook, dat als je dat in stemming zou brengen in deze raad een meerderheid voor de mogelijkheid om op zondag die standplaatsen te hebben zou stemmen, zouden wij het dan wel heel fijn vinden als dat uitkomt bij dezelfde situatie als die we hebben voor winkels, namelijk alleen ’s middags, zodat je ’s ochtends de rust in je dorpen hebt en geen standplaatsen, zodat je zou aansluiten bij de tijden waarop winkels ook open mogen zijn op zondag, maar dat is second best, want het liefst hebben we als fractie op die dag andere activiteiten. Dank u wel. Mevrouw Van Heusen, WIJ: Dank u wel, wethouder, voor uw toelichting. Op uw vraag hoe wij erin zitten om standplaatsen ook toe te staan op zon- en feestdagen, wij vinden dat prima. Dan sluit ik me ook aan bij de heer Dieleman: gelijktijdig met de supermarkten, dus niet in de ochtend, maar gewoon vanaf 12.00 uur. Dan zit ik nog wel even met het opbouwen. We hadden eerder gezegd: bij reguliere standplaatsen van zeven tot zeven, maar dan moet ook binnen die tijd op- en afbouw zijn. Wat doe je dan als je om 12.00 uur de supermarkt open mag gooien en dat de standplaatsen dan nog moeten gaan opbouwen? Zou je dat dan vanaf 11.00 uur moeten doen? Daar zit ik even mee. Voor de rest vind ik het prima als het aansluit.
De heer Ruitenberg, CDA: Dank aan de wethouder voor de heldere uitleg over de visie op het aantal en ook de visie op Berkel centrum west. Het sluit goed aan bij hoe wij daar tegenaan kijken, dus dat is mooi. Wat betreft de standplaatsen op zondag. Ik kan me nog goed herinneren, dat ik destijds ook al de woordvoerder was op dit dossier, dat het een zorgvuldig compromis was, die 12.00 uur tussen de voor- en tegenstanders van de zondagsopenstelling, destijds onder leiding van Jeroen Heuvelink, de concullega van D66. Ik vond dat een waardevolle manier om ieder in deze samenleving recht te doen, dus ik kan het me voorstellen, dat je dat ook hier toepast. In de basis zon- en feestdagen, dus de zondagen en een tweede Kerstdag, Pinksterdag en dat soort momenten, maar wel nadrukkelijk vanaf 12.00 uur. Ik zou toch ook kijken naar het opbouwen, zeker omdat sommige standplaatsen direct naast kerken staan. Als dat gelijktijdig is, daar moet je wel rekening mee houden, ook om respect te hebben voor ieders levenswijze. Dank u wel. De heer Van Santen, VVD: Scherp van de heer Azzouzi, dat het geen voorstel aan de raad is. Kan je zien, dat ik het toch zo voel gezien alle aandacht die dit dossier de afgelopen 4 jaar heeft gehad, dat het wel voelt bijna als zoiets, maar het is correct. Dan m.b.t. die zondagsopenstelling. Vanuit de VVD zitten wij daar net als D66 liberaal in.
Als er behoefte is en het wordt goed afgestemd, dan zijn we wat dat betreft niet zo tegen beperkingen. Aan de andere kant lijkt het me wel goed als er aansluiting wordt gezocht bij de winkels die op dat moment open zijn. Als er m.b.t. de winkels niet een verdere verruiming is, dan indachtig het coalitieakkoord hoeft dat ook niet op die standplaatsen te zijn. Dank u wel. Dus wel zondag, maar dan aansluiten. Mevrouw Gielis, L3B: Inderdaad, het was overbodig om te zeggen dat het een hamerstuk is. Mevrouw Arends, we hebben u advies gegeven, maar u heeft ook advies aan ons gevraagd. Ik denk eigenlijk dat alles al gezegd is door de eerdere sprekers. Wij willen u het advies mee geven om daar waar het nodig is op de speciale dagen de openingstijden gelijk, zoals u dat zelf heeft aangegeven, gelijk met de openingstijden van de winkeliers mogelijk te maken, maar inderdaad wel uitdrukkelijk gelijk met de
7/11
opening van de winkeliers en niet eerder en met respect voor de omgeving. Dan heb ik nog geen antwoord gehad op de vraag van art.4.2 waar de heer Ruijtenberg net ook al aan refereerde. Dat antwoord hoeft u niet nu te geven, het is de vraag of u daar naar wilt kijken, want het is immers een advies van ons aan u. We hopen dat u dat mee wilt nemen, want wij denken dat het dan praktisch wat makkelijker uitvoerbaar is. Wethouder Arends: Terecht punt, die vraag lag inderdaad nog open, die is wat technisch van aard. Inmiddels heb ik daar wat advies op gekregen. Als het gaat over die aanvraagtermijn, dat gaat om het plaatsen van de advertentie, maar het gaat niet over het stoppen van een standplaatshouder. Ik laat hem nog even technisch uitzoeken, dat u het juiste antwoord krijgt op deze vraag, want ik wil wel, dat u goed voorzien wordt uitputtend hoe het precies zit. Het is geenszins dat we er star in willen zijn, we willen gewoon flexibel zijn, maar het is goed om u daar expliciet het antwoord op te geven. Ik stel me voor, dat als we u informeren over de vaststelling van het standplaatsenbeleid, dat we dat ook opnemen in de brief, dat u die erbij krijgt. Ten aanzien van de zondag. Ik hoor veel mensen eigenlijk aangeven ruimhartig te willen zijn en ik voel bij iedereen het respect dat je wil geven met elkaar met name over die zondagochtend.
Van iedereen hoor ik dat: heb wel respect daarvoor, zoals we ook afspraken hebben met winkels. Inderdaad, de winkeltijden betreft ook echt de winkels en standplaatsen is geen winkel. Die zit ook niet in de winkeltijdenverordening qua landelijke wetgeving. Ik heb u daar echt goed in gehoord, ik zal dat ook op deze wijze meenemen in het college om daar een weloverwogen keuze in te maken, die recht doet aan uw wens. Ik ben het ook wel echt eens met de heer Ruitenberg, die zei: dat opbouwen (…) wel een beetje de ruimte geven dat ze kunnen opbouwen. Maar aan de andere kant snap ik ook de waarde van die zondagochtendrust en dat mensen naar de kerk gaan, dus ik neem dat zeker mee. Natuurlijk, stel dat het college gaat zeggen: op die speciale dagen laten we het aansluiten bij de keuze die we hebben gemaakt van 12.00 – 19.000 uur, zoals ook de supermarkten open kunnen, maar als een standplaats om 11.50 uur begint, dan zal er niet gelijk een handhaver staan. Volgens mij willen we zeker recht doen aan waar mensen wonen, dat het niet ’s ochtends al een lawaai geeft. De heer Dieleman: Toch nog even terug naar de vraag die ik net aan de wethouder heb gesteld. Ik citeerde uit onze beleidsnotitie van 2015, waarin werd aangegeven: we doen het niet, want de verordening gaat over winkels, dus we bieden op zondag die ruimte niet. Wat is er nou gewijzigd, da het college nu zegt: het kan wel.
Zo zag ik het niet in het voorstel dat voorlag, dus ik zie een soort shift ontstaan in deze vergadering, omdat wij er een vraag over gesteld hebben, anders was het helemaal niet ter sprake gekomen in het stuk dat nu voor lag. Waar ik gewoon benieuwd naar ben: wat maakt nou dat met dezelfde verordening, met geen enkel gesprek daarover in de afgelopen jaren, die een ander licht op de zaak heeft geworpen, dat het college nu die ruimte wel ziet om standplaatsen op zondag te doen, maar toen in die beleidsnotitie opschreef: die ruimte is er niet, want de verordening gaat alleen over winkels. Wethouder Arends: Goede vraag. We zijn natuurlijk wel in een andere tijd. Wat met name het verschil maakt, is dat er nu een duidelijke vraag ligt bij de standplaatshouders en ook bij de winkeliersvereniging. Dan gaat het met name over die speciale dagen, vandaar dat ik het vanavond hier bij u inbreng, hoe u daar naar kijkt en om uw mening op te halen. Het is een behoefte vanuit de markt, vanuit de ondernemer en dat wilde ik ook aan u kenbaar maken, wat er uit het participatietraject naar voren is gekomen en uw mening daarover horen. Dan is het aan het college om al die verschillende belangen, ook hoe we daar eerder in stonden, wat nu de vraag is van ondernemers en wat u aan mening daarover heeft gegeven, zodat het college daar een weloverwogen besluit over moet gaan nemen.
De voorzitter: Ik zie verder geen interrupties. Dan zijn we aan het eind van dit bespreekstuk. Terecht is door collega’s gezegd dat dit geen stuk ter advisering aan de raad is. U heeft adviezen gegeven aan het college. Als de verordening, die door het college vastgesteld moet gaan worden, klaar is zullen wij ongetwijfeld het eindproduct daarvan zien en de begeleidende brief. De adviezen, zoals de wethouder aangaf zullen duidelijk meegewogen worden bij het uiteindelijke besluit van het college. 5. Stukken ter advisering aan de raad: 5.a Overzicht geheime stukken gemeenteraad De heer Van Santen, VVD: Normaal is het niet iets waar je niet veel woordvoering op hebt, maar ik had het toch eens bestudeerd. Er wordt gezegd waar wel geheimhouding op is en waar het vervalt, dat is netjes aangegeven in de lijst en dat moeten wij dan bekrachtigen. Dat begrijp ik en ik begrijp ook de jatjes en de nee-tjes, dat is allemaal logisch. Er staat 1 stuk tussen op de lijst, dat is stuk 11 aan het begin, het gaat over het akoestisch onderzoek Wilderszijde. Ik kan me inderdaad nog herinneren dat dat vorig jaar niet bekrachtigd is door de gemeenteraad. Daar staat ook geen ja of nee, daar staat niets bij, dus dat is al een beetje een vreemde eend. Ik vroeg me af: waarom staat die op de lijst? Is dat foutief of is dat toch heel bewust? Wat moet je met zoiets, waar geen ja en geen nee staat.
Dat is mijn vraag aan de portefeuillehouder.
8/11
De heer Buitendijk, CDA: Wat het CDA betreft, is dit een hamerstuk. Mevrouw Van Heusen, WIJ: Scherp opgemerkt van meneer Van Santen, daar ben ik ook benieuwd naar. Voor wat betreft de geheimhouding die van ja naar nee gaat zijn wij akkoord en kan het als hamerstuk. Dank u wel. De heer Dieleman, CU: Ik heb geen behoefte om hierover te spreken. Het was helder en mag als hamerstuk naar de raad. De heer Weerheijm, D66: Ik wil deze kans niet laten schieten om onze idealen te onderstrepen. D66 hecht heel veel belang aan transparantie van stukken (….) openbaar beter. Voor de rest geen inhoudelijke opmerkingen. De heer Ruijtenberg, GL: De heer Van Santen heeft een goed geheugen. Dat was inderdaad op initiatief van de fractie van GL, dat de gemeenteraad het vorig jaar niet bekrachtigd heeft om geheimhouding op Wilderszijde op te leggen, omdat wij net als D66 van mening zijn: hoe meer transparantie hoe beter het is. Dat is het enige, waar wij nog een antwoord op willen hebben, net als de heer Van Santen, van de wethouder. Verder is het voor ons ook een hamerstuk. De heer Azzouzi, PvdA: Wat ons betreft een hamerstuk. Dank u wel. Beantwoording college Burgemeester Van de Stadt: Ik zal de beantwoording doen en dat is ook toepasselijk, aangezien de lijst geheime stukken natuurlijk vooral een zaak van de raad is.
Het college doet een voorstel, alleen de raad kan besluiten om iets geheim te verklaren, dan wel dat weer op te heffen. Vandaar ook deze lijst aan u. Verder is het vooral een technische exercitie, dat heeft uw commissie ook onderkend. De meeste dingen moeten geheim blijven om redenen, soms in het belang van de gemeente soms in het belang van externen. Sommige kunnen er gelukkig af, want ook ik ben er een voorstander van zoveel mogelijk openbaar. Punt 11, de heer Van Santen zei dat terecht: ik denk dat dat puur administratief is, ik denk dat die er gewoon op verschenen is in de tijd dat het voorgedragen werd voor geheimhouding simpelweg. Het is wel keurig aangevuld niet (…) bekrachtigd, daarmee had het eraf kunnen worden gehaald. Ik vermoed dat het er gewoon op moet blijven staan, omdat het een stuk is dat voorgedragen is. Dan blijft het in herinnering en weet je waar het stuk gebleven is, namelijk niet bekrachtigd. Het is wel goed dat we dat nog even weten, want anders zou je misschien gaan zoeken naar het stuk, was het geheim of juist niet? Dus ik denk dat het als geheugensteuntje er netjes op is blijven staan. Kan het er dan af? Ja, daar ga ik wel van uit. Net als de stukken die niet meer geheim zijn, die gaan er op een gegeven moment af. Gaat u er maar van uit, dat deze gewoon verdwijnt. De voorzitter: Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Niet? Nee.
Dan ga ik ervan uit, dat dit als een hamerstuk naar de raad gaat. 6a. Actualiteiten uit het college De voorzitter: Heeft de burgemeester of de wethouder nog info uit het college? Dat is niet het geval. 6b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Ook niet het geval. 6c. Verbonden partijen De voorzitter: Nog info? Ook niet. 7. Rondvraag en sluiting Mevrouw Gielis, L3B: De TONK-regeling staat voor tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten voor mensen die vanwege de coronacrisis in de problemen zijn gekomen. We hebben daar op 24 juni een motie voor ingediend en die is heel warm en breed omarmd door de gehele raad. De TONK-1 regeling is gesloten, maar inmiddels is er een TONK-2 regeling, de tweede tranche, waar door het rijk nog veel meer geld beschikbaar is gesteld dan voor de eerste tranche. Ze zullen dezelfde maatstaven hanteren als bij de eerste tranche. Dat zou betekenen, dat we dus nog meer zouden kunnen krijgen voor deze tranche dan voor de eerste tranche. We hebben een aantal vragen aan het college.
Hoeveel geld ontvangt onze gemeente voor TONK-2? Op welke wijze gaan we hier aandacht aan geven aan onze inwoners? Hoe gaan we deze middelen zo spoedig mogelijk aanwenden voor inwoners, die het echt dringend nodig hebben? Dan denk ik terug aan de discussie van afgelopen donderdag over mensen die moeite hebben met het betalen van de gas- of energierekening, omdat ze door corona in de problemen zijn gekomen. Daar wil ik
9/11
het in de eerste termijn even bij laten. Wethouder Arends: U stelt een drietal vragen over de TONKregeling, TONK-2. Bij de tweede tranche ontvangt de gemeente Lansingerland € 261.000. De wijze waarop we hier aandacht aan hebben gegeven, is in het verleden geweest. Op dit moment doen we dat niet meer, omdat de TONK-regeling per 30 september is beëindigd. Wel alle lopende vragen doen we nog steeds en daarom hebben we ook de financiële middelen overgedragen naar 2022, die over zijn van dit jaar en die doorlopen. Maar op dit moment doen we geen correspondentie meer, omdat het beëindigd is. Naar aanleiding van die motie, u sprak daar ook over, hebben we op 6 juli de beleidsregels van de TONK gewijzigd met daarin versoepeling en een verlenging om de regeling toegankelijk te maken met de bedoeling dat er meer vraag op kwam en aanvragen, zodat we meer inwoners konden bedienen. Echter, het blijkt dat de aanvraag na de verruiming nog significant eigenlijk niet is gegroeid. Dank u wel. Mevrouw Gielis: Ik denk dan toch, dat er enige verwarring is, want de TONK-2 regeling is een regeling die loopt voor aanvragen van juli tot en met december 2021. De gemeente Rotterdam, als je de Irenebrug over rijdt richting Rotterdam hangen er zulke posters: kunt u TONK-2 aanvragen? Dat kan tot en met eind december. Ik zou daar heel graag opheldering over willen hebben.
Ik vind ook de tweede tranche € 261.000 in verhouding met de eerste tranche, dat was € 252.000, dat is maar € 9.000 meer, terwijl het rijk toch € 135mln meer heeft uitgegeven dan in de eerste tranche. Ik zou daar toch, en dat hoeft niet nu, ik begrijp dat dat lastig is, maar ik zou daar wel heel graag schriftelijk antwoord op willen. Wethouder Arends: Uiteraard wil ik daar alle opheldering in geven, die wil ik zelf ook hebben. Ik kan me voorstellen, dat de rondvraag verkeerd is geïnterpreteerd, maar ik ga ervoor zorgen, dat u schriftelijk uitgebreid daarover wordt geïnformeerd en zo snel mogelijk. De heer Vervaet, VVD: De vraag is n.a.v. een twitterbericht van één van de BOA’s, die zegt, ik zal hem even voorlezen: helaas heeft de gemeente Lansingerland besloten de mobiele telefoon van de zaak dusdanig in te richten, dat ik hierdoor geen social media meer kan gebruiken, dat is erg jammer. Daar gaat mijn vraag over. Is de burgemeester hiermee bekend? Klopt het ook, wat hij schetst, dus dat de BOA’s geen twitterberichten meer kunnen versturen. Als dat zo is: wat is de reden dat dat niet meer kan? En nog extra vraag: wat vinden we ervan? Social media af te schermen voor de BOA’s. Wij denken dat het een goede manier is om BOA’s juist in contact met de inwoners te brengen en ons goed te informeren.
Als laatste, dat hebben we al een aantal keer eerder gevraagd: wat is de status van de BOA’s om ze beter uit te rusten met middelen als bodycam, handboeien of andere zaken. Daar zijn we wel benieuwd naar. Dat zijn ze, ik hoor graag de burgemeester. Dank u wel. Burgemeester Van de Stadt: Dank aan de heer Vervaet voor de vragen, dan krijg ik gelegenheid opheldering te geven over de tweet waar de heer Vervaet op wees. Alhoewel die feitelijk juist is, is het zoals meestal bij Twitter wat kort door de bocht. Dat gebeurt vaker met die 180 tekens. Ik ben het geheel eens met de heer Vervaet, de waarde van sociale media voor de BOA’s, zowel het ontvangen, het kunnen meekijken wat er gebeurt, als het verzenden en kunnen aangeven wat ze doen, dat wordt zeer op prijs gesteld. Er is dan ook absoluut geen wens, dat ze dat niet kunnen doen, het is slechts noodgedwongen om technische redenen. Het geldt dan ook alleen voor de BOA’s en niet voor de overige gemeenteambtenaren. Waarom? Omdat wij begonnen zijn met een pilot digitaal handhaven. Dat gaat ook via die telefoon. Voor digitaal handhaven, daar zit een hoop informatiebeveiliging en privacy beschermingsvragen aan. DPI accessment. Daaruit volgt dat er een aantal apps is, waaruit beveiligingsproblemen kunnen voortkomen. Dat zijn kennelijk, want ik wist niet welke dat waren, maar kennelijk ook de sociale media apps.
We zijn simpelweg bang dat met het digitaal handhaven de vele gegevens van onze inwoners die erin zitten, de privacybescherming, die apps kunnen een risico vormen in ons systeem en daarmee onbevoegd toegang zouden kunnen geven. Dat is niet wenselijk, want ik deel de mening van de heer Vervaet over de waarde van de sociale media. We zoeken dus ook naar een oplossing, maar tot die tijd moet het echt zo zijn, dat informatiebeveiliging voor gaat. Dit valt ook onder het dossier dat u met wethouder Fortuyn bespreekt over de totale ICT structuur. Die is gewoon zwakjes en daaruit ontstaan risico’s, die we ons niet kunnen veroorloven. Wettelijk niet en zeker niet met alle handhavende instanties daarop en eventuele boetes of last van hackers. Dan tenslotte de update over een betere uitrusting. Digitaal handhaven is daar een onderdeel van, administratieve lasten. Dat is flink veel werk. ICT is nooit eenvoudig, maar het is veel werk. De volgende stap, die we willen zetten, daar is inmiddels een informatiebijeenkomst over geweest, zijn de bodycams. Dat is de volgende stap. Dat gaan we proberen volgend jaar te halen, maar nu eerst dat digitaal handhaven. Het is project na project, omdat ook de bodycams best een ingewikkelde actie is.
Het is niet zo, dat we alles bij beveiligingsbedrijven zomaar op mogen pakken, ook daar moeten we ervoor zorgen, dat allerlei wetgeving goed geïmplementeerd wordt daarin. Dus stapje voor stapje, meneer Vervaet, maar de bodycams zijn de volgende stap, hopelijk volgend jaar. Dit jaar digitale handhaving. Dank u wel. De heer Vervaet: Bedankt voor het antwoord. Het duurt wel lang met bodycams, want een jaar geleden was hier ook al sprake van, dat de gemeente ermee bezig was. Maar ik kan me verder vinden in het antwoord. Bedank. De voorzitter, om 21.10 uur: Geen andere leden van de commissie die daar wat over willen zeggen? Dat is niet het geval. Dan zijn we nu aan het einde van deze vergadering. Ik wens u nog een fijne avond. Het is
10/11
niet zo laat geworden, het is tien over negen. Een fijne avond. Ik zie u de volgende keer weer terug. Ik sluit de vergadering.
Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.
11/11