BV21.0121 Verslag commissie Ruimte van 29 juni 2021
Tekst van het document
De bedrijfsvoering zal doorgezet kunnen worden, maar hoe is het dan als bewoners claims gaan indienen? Ik kan me voorstellen, dat dat gaat gebeuren. Ik heb aan de wethouder gevraagd of zij genegen is om een tweede onderzoek te laten uitvoeren in de zomermaanden, dus nu. Dat kan op korte termijn. Ik zou graag ook over het gesprek, dat zij met de firma Stolk heeft, een terugkoppeling willen zien van haar. Dan kom ik even terug op wat de heer Alsemgeest zei. Als die locatie van Stolk bebouwd zou gaan worden, dan zit je weer tegen een ander bedrijf aan. Dat klopt. Maar de bouw, die nu tegen Stolk aangebouwd wordt, daar zit heel weinig ruimte in. De huizen staan echt op heel korte afstand van het bedrijf. Als er op die locatie van Stolk met dit stuk gebouwd gaat worden, dan kan er veel meer afstand gehouden worden van de naastliggende bedrijven en zal de geluidsoverlast ook minder zijn. Dat is één ding. Voor ons is het sowieso geen hamerstuk. Wij overwegen een motie of amendement over een tweede onderzoek in te dienen. Dank u. De heer Van Santen, VVD: Ik hoorde de wethouder zeggen: worst case scenario. Vrij vertaald is dat het ergst mogelijke scenario, dat er is en kennelijk wordt er toch aan getwijfeld door veel partijen. Ik zou dan toch van de wethouder willen horen: is er nog een worst worst case scenario? Dank u wel.
Wethouder Arends: Worst worst, laat ik daar eerst mee beginnen. Het bestemmingsplan is Raad van State proof. Het onderzoek, dat is verricht, is door een zeer gerenommeerd geluidsbedrijf gedaan, alles is onderzocht naar een worst case scenario. Dat betekent met alle geluiden in de ergste situatie. Het bedrijf had in die zin mee kunnen werken en het geluid dat het in de zomer produceert aan kunnen zetten om het geluid te laten horen. Maar ook dat is niet nodig. Het is echt aan alle kanten onderzocht, wat er mogelijk is. Het enige is op 1 punt en daarvoor is een maatwerkvoorschrift nodig en die wordt geboden. De ondernemer wordt niet beperkt in zijn bedrijfsvoering. Nog de vraag: is het nodig om een clausule op te nemen in het bestemmingsplan t.a.v. die starterswoningen? Er zijn 2 verschillende ontwikkelaars. Wij hebben veel vertrouwen in deze ontwikkelaar. De anterieure overeenkomsten zijn wel in dezelfde periode opgemaakt, dus mogelijk zou daar nog een slag in gemaakt kunnen worden. Dat is in die zin niet nodig voor het bestemmingsplan, want dat maakt het ruimtelijk mogelijk. Het gaat vanavond niet hier over, over deelgebied A, maar er komt (…) een brief naar u toe over de juridische stappen, die wij gaan zetten naar de ontwikkelaar als het gaat over deelgebied A.
Van wat wij in een anterieure overeenkomst afspreken verwachten wij dat een ontwikkelaar dat realiseert zoals we met de partij overeengekomen zijn. Dus voor het bestemmingsplan is de clausule dan ook niet nodig. Ik snap dat u zegt: we moeten het zeker weten. Ik kan niet meer zeggen dan wat ik nu mee geef. Dat wij vinden dat het bestemmingsplan nu Raad van State-proof is en dat het onderzoek zeer zorgvuldig is uitgevoerd met de worst case scenario. (….) en die wordt toegepast, zodat ook daar geen risico op zit. Eigenlijk had ik mijn vraagteken gezet toen mevrouw Zwinkels haar betoog hield, alleen, op de één of andere manier komt die nu pas binnen. Het was een procedurele vraag, die ik wilde gaan stellen, namelijk: als de fractie van L3B een motie of amendement wil indienen, waarin een extra onderzoek wordt gevraagd, vindt zij dan dat er dan wel besluitvorming kan zijn op dit bestemmingsplan? Of moet dan eerst de uitkomst van dat onderzoek bekend zijn? Mevrouw Zwinkels: Dan moet eerst de uitslag van dat rapport binnen zijn, van dat onderzoek. De heer Van Harn: Mevrouw Arends geeft aan, dat er 2 ontwikkelaars zijn, deel A en deel B, en dat ze een heilig vertrouwen heeft in de tweede ontwikkelaar en dat er daarom niets aangepast hoeft te worden. Misschien had mevrouw Arends ook wel evenveel vertrouwen in de eerste ontwikkelaar en dat is ook fout gegaan.
Waar baseert u uw vertrouwen op? Wethouder Arends: laat ik het zo zeggen. Wat er is fout gegaan? Er is eigenlijk helemaal niets fout gegaan. Wij maken een afspraak met een ontwikkelaar in een gebied, dat u ruimtelijk mogelijk maakt en daar ligt een anterieure overeenkomst onder. Dat zijn afspraken tussen een overheid en een ontwikkelaar en dat onderteken je gezamenlijk en daarmee heb je vertrouwen dat je dat doet. Als een ontwikkelaar zich daar niet aan houdt, dan zetten wij vervolgstappen. Als het over de ene ontwikkeling gaat, dat hebben wij laten
32/34
weten, dan onderzoeken we die juridische stappen en dat moet dan naar het college, maar daarna komt het naar u toe, welke juridische stappen wij zetten. Wij hebben geenszins ervaringen met deze ontwikkelaar om hem te wantrouwen, dus onze basishouding naar elke ontwikkelaar is dat we vertrouwen hebben in de afspraken, die we met de ontwikkelaar maken. Eigenlijk zien we dat ook altijd prima verlopen. Daar waar het niet loopt, dat heeft u gesignaleerd, dat hebben wij gesignaleerd, dat hebben we al langer met elkaar gesignaleerd en daar is ruimschoots onderzoek naar gedaan, welke stappen wij daar kunnen zetten en die gaan we dan ook zetten. Maar dat is echt deelgebied A. Ik wil dat echt wel scheiden. Wat nu voor ligt is het bestemmingsplan van deelgebied B, dat alleen op basis van geluid is aangepast, want op basis daarvan heeft de onderneming bezwaar gemaakt. Dat is uitgevoerd, dat ligt nu aan u voor. Dus het gaat nu niet over deelgebied A. Ik zou u willen vragen om dat wel te scheiden en om ook niet ontwikkelaars daarmee te vergelijken, want dat zou mogelijk recht doen aan deze ontwikkelaar van deelgebied B. De heer Van Harn: Ik wil alleen maar de wethouder vragen om toch niet in dezelfde valkuil terecht te komen als bij deel A. Dat is de enige zorg, die ik heb en daar wil ik haar voor behoeden. De heer Alsemgeest: De heer Van Harn heeft natuurlijk helemaal gelijk.
We (….) niet door elkaar. Maar het moet natuurlijk wel zo zijn, want de wethouder zegt: we hebben juridische stappen gezet. Maar het is eigenlijk pas gezet, nadat het CDA na een half jaar dat er niets gebeurde aan de bel getrokken heeft. Het is nog een keer in een versnelling gekomen, nadat de heer Van Harn en ik nog een keer aan de bel getrokken hebben. Dat is een beetje jammer. De voorzitter: Ik denk dat er genoeg gezegd is over deel A en we zijn nu bezig met deel B. Ik zit naar de klok te kijken. De heer Van Santen: Een vraag aan de wethouder. Wat ik hoor, is dat er afspraken liggen. Als iemand zich er niet aan houdt, dan heb je een probleem. Dat kan bij elke ontwikkeling gebeuren, dus ik ben ook heel benieuwd, daar kun je helemaal niets aan doen. Je hoopt, dat het vertrouwen er is, dat mensen een overeenkomst na komen, dus ik zou wel willen weten: wat moet de wethouder dan doen? Wethouder Arends: De vraag van de heer Van Santen was volgens mij aan iemand anders. Wat vindt meneer Van Harn wat de wethouder zou moeten doen? De heer Van Santen: Mijn vraag is: wat kunt u dan doen? Wethouder Arends: Wat wij doen is heldere afspraken in de anterieure overeenkomst maken en u maakt planologisch iets mogelijk. Op basis daarvan maken wij afspraken en die maken wij heel helder. Je ziet wel, dat er een hele overspannen woningmarkt is.
Je ziet ontwikkelaars die kansen zien met een woning in het startersegment, waarin je een tijd geleden die afspraak hebt gemaakt, die nu veel meer waard zijn. Dus zo’n ontwikkelaar probeert grenzen op te zoeken en mogelijk het voor elkaar te krijgen om andere afspraken met ons te maken. Daarover zijn we al langdurig met deze ontwikkelaar in gesprek, al meerdere gesprekken. En dat heeft er zeker toe bijgedragen, dat de politiek dat ook signaleert, maar wij waren al bezig met deze ontwikkelaar en dat zat scherp op ons netvlies. Maar alvorens je een vervolgstap zet, dan moet je je juridisch goed laten informeren. Dat is nu gedaan en we gaan de volgende stap zetten. Maar het heeft echt met plangebied A te maken. Wij gaan niet bij elk incident ervan uit, dat alle ontwikkelaars zich niet houden aan afspraken die wij maken, daar waar we heel goede ervaringen hebben met ontwikkelaars, zoals we afspraken met hen maken. Ik snap de zorg van de heer Van Harn, want wij willen allemaal met elkaar, daar waar we in woningbouwontwikkelingen afspraken maken over het segment, dat iedereen zich daaraan houdt, want we zeggen niet voor niets dat we starterswoningen willen toevoegen of betaalbare woningen toevoegen. Dan willen we ook met elkaar, dat iedereen zich daaraan houdt.
Daarom ga ik ook niet buigen naar deze ontwikkelaar, de ontwikkelaar van deelgebied A, om tegemoet te komen aan zijn wens om iets anders te doen qua prijsstelling. Daarom zitten we er zo stevig in, omdat we dat willen doen wat nodig is voor de behoefte van de inwoners van Lansingerland. De voorzitter: We gaan even kijken of alle vragen in de tweede termijn beantwoord zijn. Wethouder Arends: Volgens mij heb ik alles beantwoord. Ik heb het idee, dat ik alles heb kunnen beantwoorden. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik toch nog even terug naar mevrouw Zwinkels, want ik hoorde een amendement of een motie. Blijft u daarbij? Mevrouw Zwinkels: Ja, want ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag of de wethouder van plan is om een zomeronderzoek te doen. En ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag of de wethouder een terugkoppeling geeft over de gesprekken, die zij met de firma Stolk Flora gaat hebben over verdere ontwikkeling van dat gebied. Wethouder Arends: Een tweede onderzoek, een extra onderzoek in de zomer, is niet nodig. U mag ervan uit gaan, dat dit gerenommeerde bedrijf het juiste onderzoek heeft gedaan met de worst case. Het is Raad van State proof. Dat als eerste. Ten tweede vraagt u: wilt u een terugkoppeling geven van de bespreking met de heer Stolk. Natuurlijk wil ik dat doen.
Ik kan me dat voorstellen in een commissie ruimte, bij informatie uit het college, dat ik daar u over mee neem, een terugkoppeling over hoe dat gesprek is verlopen . Dus dat kan ik zeker doen bij een terugkoppeling vanuit het college in de volgende commissie ruimte. De voorzitter: Dat is een toezegging, heb ik gehoord. Komt er nog een amendement of een motie? Mevrouw Zwinkels: Ik denk het. Het is voor ons geen hamerstuk. De voorzitter: Helder. Dan is dat duidelijk. Dan kunnen we het agendapunt afsluiten. Geen hamerstuk. Uw fractie komt daar op terug.
33/34
7a. Actualiteiten uit het college De voorzitter: We hebben een overzicht gehad over A13/A16. Geeft dat nog aanleiding tot? Daar zie ik niets over binnen komen. De wethouders, die misschien te elfder ure, en het is nu al twaalf uur geweest, toch nog iets willen melden. Daar zie ik ook niets voor binnen komen. 7b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Ook daar niemand. 7c. Verbonden partijen De voorzitter: Ook niet. Nee. 8. Rondvraag en sluiting De voorzitter, om 00.05 uur (30 juni 2021): Dan ben ik bij het laatste agendapunt gekomen, de rondvraag. Aan het begin had ik al gemeld: er zijn geen rondvragen binnen gekomen. Dan ga ik over tot de sluiting. Het was een zeer enerverende avond. Een avondvullend programma met forse onderwerpen. Ik dank u allen voor uw inzet, de beantwoording van het e.e.a. ook richting de wethouders. Ik zou zeggen: even weer bijkomen en voor straks welterusten. Het was de laatste vergadering voor het zomerreces, even weer bijkomen en in september gaan we weer vrolijk verder met de commissie ruimte. Ik dank u en welterusten voor straks.
Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.
34/34