CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV21.0084 Verslag commissie Ruimte van 18 mei 2021

Commissie Ruimte 8 juni 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering40.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Dus veel succes daarbij. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ik zal het kort houden. De omgevingswet. De heer Hoppenbrouwer zei het al: het is een voorbeeld van landelijke wetgeving, die door partijen over de schutting van de gemeente is geworpen. Ik wil er wel graag aan toevoegen dat van de landelijke partijen, die ook vertegenwoordigd zijn in deze raad, er 1 partij tegen de omgevingswet heeft gestemd in de Tweede Kamer: GL. Zelfs op 25 februari 2021 heeft het Kamerlid Paul Smeulders nog geprobeerd om de omgevingswet uit te stellen. Echter, daar waren niet genoeg mensen en partijen voor. Dat gezegd hebbende. De omgevingswet, hij komt eraan, zoals ook meneer Hofman zei. Daar kun je lang over praten, daar kan je kort over praten, maar feit is dat hij gaat komen. Daarin worden honderden regels en milieuwetgeving en andere dingen daarin samen gezet en bij ons, gemeenten, min of meer over de schutting geworpen. Is dat goed? Nee, dat is niet goed. Daar zijn we op tegen. Is het handig? Nee, ook niet. Maar zoals ook in het stuk staat: dit unieke en bijzonder omvangrijke proces vraagt flexibiliteit. Ik denk dat het goed is, dat wij die flexibiliteit dan ook in dit geval aan de ambtelijke organisatie geven en het geld, dat ze hiervoor vragen, dat we dat ter beschikking stellen. We kunnen dit maar één keer goed regelen.

Laten we dat nu doen en daar voldoende budget voor uittrekken i.p.v. dat we iets half gaan regelen en uiteindelijk nog weer moeten gaan bijplussen door er weer dingen bij te doen. Het is een hoop geld, we geven het niet uit omdat we het leuk vinden, we geven het uit omdat we het moeten. Wat ons betreft zou dit een hamerstuk zijn geweest. Dank u wel.

32/41

Mevrouw Verhoef, PvdA: Laat ik allereerst zeggen, dat de heer Xhemaili en ik met veel plezier hebben deelgenomen aan de klankbordgroep omgevingsvisie. Het is inderdaad al een tijd geleden, dat we dat proces afrondden en inhoudelijk staan we nog steeds achter de invoering van de omgevingswet. Het geeft de gemeente meer zeggenschap, het is een integralere aanpak. Voor zover ik weet waren ook de andere fracties hier zeker voor te vinden. Er wordt nu aanvullend budget gevraagd voor 2021 voor de implementatiekosten voor de omgevingsvisie en daarna nog fikse bedragen worden er opgenomen voor 2022 en 2023 in de begroting. Onze fractie was in die zin ook enigszins verrast dat we met name het bedrag dat nu extra voor 2021 staat niet hadden zien aankomen, maar het is natuurlijk logisch dat je aan het begin die implementatiekosten moet maken. We staan er achter om goed te investeren in de omgevingswet, de implementatie daarvan. Kosten maken is onontkoombaar, maar ik ben het wel eens met de heer Hoppenbrouwer en ook de heer Van As en een aantal anderen heeft dit ook genoemd, dat er nog wel enige toelichting nodig is op die verschillende kosten. De vragen van de heer Hoppenbrouwer zijn voor een groot deel wel goed beantwoord in de schriftelijke vragen, die hij heeft gesteld, voor zover ik nu kan zien, maar bij een aantal andere zaken kan het nog wel iets scherper.

Het KPMG rapport, dat de heer Hoppenbrouwer noemde, ik heb er net nog even in gekeken. Wat ik daar zie, is dat er wel vanuit het rijk samen met de bestuurlijke partners, dat de financiën wel goed gemonitord worden en dat er ook echt moeite gedaan zal worden, althans, dat belooft de minister nu, om op zoek te gaan naar oplossingen, zodra blijkt dat de transitiekosten substantieel hoger zijn dan de baten die zijn te verwachten. Dus daar gaat het om. Als die baten hoog genoeg zijn, dan is het ook niet erg dat je daar als gemeente in investeert, maar dat is natuurlijk nog uiterst onzeker. Die omgevingswet kan dus financiële effecten hebben, zowel positief als negatief. Ik zie daar ook in de beantwoording van de vragen van de heer Hoppenbrouwer helemaal verder geen toelichting op. Dus ik wil toch aan de wethouder vragen: kan hij ons beloven dat we nog iets meer inzicht krijgen in hoe die kosten nu precies zijn opgebouwd in het voorstel, dat nu voor ligt? Ten tweede of hij in algemene zin iets kan zeggen over de positieve en negatieve financiële effecten. Dan heb ik een speciale vraag over de leges, die we bijvoorbeeld straks als gemeente gaan missen bij de invoering van de omgevingswet. We nemen aan, dat daar rekening mee is gehouden, maar ik wil het graag van de wethouder horen.

Is er zicht op de impact hiervan, structureel op de begroting? Weegt dat inderdaad op tegen de positieve effecten, bijvoorbeeld besparing op kosten voor bepaalde administratieve stappen rondom de vergunningen? Daar zouden we nog graag antwoord op krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Allereerst welkom aan mevrouw Van Tatenhove op dit late uur deze avond. Er zijn de nodige vragen gesteld over met name de financiën t.a.v. de omgevingswet. De heer Hoppenbrouwer begon met de nodige vragen, met name: hoe zit het met de € 1,1mln? De € 5ton voor personeel? Enzovoorts. Misschien kunt u een tipje van de sluier optillen om te kijken hoe we hiermee verder kunnen gaan, want het zijn natuurlijk forse bedragen. Aan u. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Het zijn technische vragen voor een deel en ook nog een aantal vragen waarin meneer Hoppenbrouwer voorstelt om nog schriftelijk terug te komen op punten uit dit voorstel en dan in relatie tot het KPMG-rapport. Daar haakt o.a. ook mevrouw Verhoef bij aan. Ik denk dat ik de komende week de tijd moet nemen voor die technische vragen om ervoor te zorgen, dat u richting de raadsvergadering daar dan een antwoord op heeft, want die vergelijking kan ik nu vanavond in elk geval niet zo maken.

Wat door een aantal van u genoemd wordt: het is echt een forse wet, een invoering die lang is aangekondigd en die ook af en toe weer vooruit geschoven is in de tijd. Op de vraag van meneer Van Harn heb ik geen ander antwoord dan dat hij zelf ook al gaf: dat de verwachting is dat de invoering van de omgevingswet wordt uitgesteld. Maar of dat doorgaat en zo ja naar welke datum dan, dat is mij ook niet bekend. Het zou behandeld worden in de Eerste Kamer en we wachten het af of het dat weer wordt verschoven. Dat neemt niet weg, dat wij al een tijd aan de slag zijn met de eerste stappen in aanloop naar die omgevingswet, ook dat is door een aantal van u gememoreerd. We zijn begonnen met een klankbordgroep. We hebben een mooie participatie gehad met de samenleving op verschillende momenten. Dat was vooral ter voorbereiding van de omgevingsvisie, waarvan u in juli vorig jaar de uitgangspunten heeft vast gesteld. Daarmee is eigenlijk aan de doelen, waarvoor we die klankbordgroep hadden samengesteld, ook wel een punt achter gezet, want we zitten nu weer in een andere fase, dus dat is de reden, dat die klankbordgroep niet meer bij elkaar is geweest sinds die tijd. Er is nu gewerkt aan de omgevingsvisie. Als het goed is komt die net na de zomervakantie uw kant op.

In de tussentijd is er natuurlijk wel gewerkt aan de andere onderwerpen, die ook te maken hebben met de invoering van de omgevingswet en daar is ook in het land steeds meer aandacht voor en daar heeft ook de VNG zich intensief mee bemoeid. Daar is o.a. dat 27-sporenplan uit naar voren gekomen, omdat ook in de loop van afgelopen periode veel duidelijk is geworden wat er allemaal moet gebeuren om die 26 wetten en die meer dan 100 AMVB’s te vervangen door die ene omgevingswet. Dat heeft er bij ons toe geleid dat wij aan de hand van die 27 sporen nog eens intensief hebben gekeken: wat moeten we dan precies doen en

33/41

wat kost dat dan aan menskracht en inzet? En redden wij het dan wel met de reserve die er is gevormd om deze omgevingswet te implementeren? Uit die berekening is een sommetje gekomen, dat hoger is dan de reserve die we hadden, dus vandaar dat er nu een voorstel voor u ligt om de reserve te verhogen, zodat we die 27 aandachtspunten, die de VNG heeft benoemd, ook goed kunnen uitvoeren. Ik denk dat het goed is om in elk geval toe te zeggen, dat die vergelijking die meneer Hoppenbrouwer vraagt, dat we gaan proberen om die te maken aan de hand van het KPMG-rapport. Dat in reactie op de vraag over de financiën in het algemeen en het tijdstip waarom het nu dus pas komt. Dat heeft dus vooral te maken met het feit, dat we steeds meer inzicht hebben in wat er precies aan inzet, menskracht en organisatie kost. Voor een deel heeft een aantal van u genoemd, dat dat ook te maken heeft met interne mensen. Dat is altijd een keuze. Als je een project moet doen, en dat is dit natuurlijk, want het implementeren kent een einddatum, op een gegeven moment is het geïmplementeerd is wordt de nieuwe werkwijze gewoon weer onderdeel van de dagelijkse gang van zaken, maar voor implementatie heb je tijdelijk extra menskracht nodig. Die kun je inhuren voor het project.

Je kunt ook zeggen: dat doe je deels of geheel met eigen mensen, maar dan moeten de werkzaamheden die die eigen mensen normaal deden worden uitgevoerd door inhuur, omdat die werkzaamheden natuurlijk ook gedaan moeten worden. Dus dat is het bedrag dat u in deze begroting ziet, die hiervoor ligt. Voor een deel doe ik dingen met eigen mensen en voor een deel hebben we inhuur nodig, deels voor het project zelf en deels ook om de werkzaamheden te doen, die onze eigen mensen niet kunnen doen. Dan loop ik nog even wat concretere vragen langs. Ik denk dat het een goede suggestie is van meneer Hoppenbrouwer om in de toekomst ook aan te geven in hoeverre wij dingen doen omdat het wettelijk gevraagd wordt en in hoeverre het een lokale beleidsvrijheid is, want dan heeft u ook duidelijk wat onze couleur locale is, zoals we dat ook steeds hebben benoemd in de omgevingsvisie. Die schrijven we specifiek voor Lansingerland en daar moet dus ook duidelijk in worden waarin Lansingerland zich onderscheid of wil onderscheiden van andere gemeenten en waar we juist onderdeel zijn van een regio en daarin ook samenwerken en samen dingen kunnen doen. De specifieke kosten voor de omslag zoals burgerparticipatie is op dit moment een vraag, die ik te technisch vind en die ik dan ook meeneem in de notitie die u dan nog krijgt voor de raadsvergadering.

De VVD geeft ook aan verrast te zijn door de bedragen, die nu ineens worden voorgesteld. Ik hoop dat u met de toelichting van net snapt waar het vandaan komt, in het feit dat er veel concreter zicht is op wat nou precies de impact is van die invoering. Om dan maar gelijk naar de motie te lopen, die de CU noemde. Het is, denk ik, iets wat geen van de gemeenten wil, een herhaling van de decentralisaties in het sociaal domein. Dus ik denk dat het terecht is, dat nu al bij de VNG er aandacht voor is gevraagd tijdens een congres, dat we dit als gemeenten niet kunnen hebben, want we hebben nog steeds problemen rond de jeugdzorg. Dus daar waar het kan is het niet alleen belangrijk, maar is het ook goed, dat we vanuit Lansingerland dat signaal ook laten horen. Dat het niet zo kan zijn, dat we verwachten dat dit op termijn positief is voor de gemeenten. Dat we nu moeten investeren en daar negatief uit komen en dat op termijn misschien helemaal niet blijkt dat het voor minder kosten kan, want dat inzicht hebben we nog niet, of het straks inderdaad voor minder kan. We kunnen van alles verwachten van leges en van korte procedures, maar het moet zich nog bewijzen of het dan inderdaad goedkoper uitpakt. Dus die aanmoediging om daar scherp te zijn richting VNG, richting rijk, die onderschrijf ik en die pakken wij ook op.

De VVD deed ook de suggestie om in de voortgangsrapportage regelmatig te rapporteren over de omgevingswet. Ik weet niet of het al op de bestuurlijke planning inzichtelijk is, maar de bedoeling is dat er binnenkort weer beeldvormende avonden starten, maar dan met de hele raad als partner en niet alleen maar met de klankbordgroep. We komen in een vervolg van het proces, dus ik denk dat dat met die informatie vanzelf weer frequent wordt en dat we dan altijd nog kunnen zien of dat dan via een voortgangsrapportage alsnog gewenst is, dat moeten we dan maar beoordelen. Maar voor nu staat er in elk geval weer een aantal beeldvormende avonden gepland met u als raad. Dank kom ik bij de vraag van WIJ, of er eigenlijk wel een keuze is om iets wel of niet te doen. Die keuze is heel beperkt, want die 27 aandachtspunten, die de VNG heeft gedaan, die moet elke gemeente echt doen, omdat je ook echt klaar moet staan op het moment dat de wet in gaat. En omdat je in de periode die daarna komt ook moet zorgen dat je op al die aspecten je organisatie actief krijgt, zodat het ook allemaal werkt. Dat betekent dat je aangesloten moet zijn op het landelijke systeem, waar heel Nederland alles in moet organiseren. Daar heb je weinig keus in. Het opleiden van personeel, omdat je anders moet gaan werken, kun je nalaten, maar je hebt er weinig keus in.

Je moet het wel doen, want het vraagt een andere cultuur en het vraagt een andere structuur. Dus voor de 27 punten, die zijn genoemd, hebben we eigenlijk geen keuze, daar moeten we echt mee aan de slag. Hoe je de omgevingsvisie schrijft en inricht, daar hebben we het eerder over gehad, dat is wel een keuze, wat voor document dat wordt. Dan kom ik als laatste bij de vraag van de PvdA over de positieve en negatieve effecten. Wij verwachten echt, dat ze er allebei zijn financieel gezien, maar hoe groot die zullen zijn, dat is ook voor ons op dit moment nog echt als een glazen bol, dat weten we echt nog niet. Dan heb ik, volgens mij, de concrete vragen voor de eerste termijn beantwoord, met de toezegging op meneer Hoppenbrouwer. De voorzitter: Die toezegging hebben we genoteerd.

34/41

Tweede termijn De heer Hoppenbrouwer, L3B: Dank u wel, wethouder, voor de twee toezeggingen, het KPMG-rapport en wat u als technisch heeft ervaren rondom de burgerparticipatie. Prima, helemaal goed. Ik stel vervolgens vast, dat die projectkosten dus eigenlijk inhuur is. U gaat het eigen personeel inwerken m.b.t. de omgevingswet en het reguliere werk wordt nu door inhuur opgelost, wat dan t.z.t. afgebouwd wordt. Dat is de conclusie, die ik trek. Ik hoor graag van u of ik dat juist heb. Verder denk ik dat we ons als raad ook moeten realiseren, kijk, de begroting is nu tot 2023, maar ook het KPMG-rapport geeft aan, dat na 2023 er ook nog uitgaven zijn. Wat ik ermee wil zeggen: tot zeker 2029 kunnen wij nog op een aanvullend budget rekenen. Dat zullen niet deze hoge bedragen zijn, maar we moeten ook niet daar verrast over zijn. Dat komt er zeker aan. Dan ga ik ervan uit, de wethouder zegt dat ze signalen heeft van de VNG, maar ik ga ervan uit, maar ik heb het eerlijk gezegd niet kunnen toetsen, dat wij als gemeente ook destijds de motie tijdens het VNG-congres van Noordoostpolder hebben gesteund, waardoor zij hebben aangegeven: het kan toch niet zo zijn, dat wij nu voor de derde keer rijkstaken naar ons overgeheveld krijgen, over de schutting werd net gezegd, wat onze inwoners moeten opbrengen.

Mijn laatste vraag is: is het nou zo, dat wij nu al uitgaven aan het doen zijn? Zijn die projectleiders in uw projectbegroting al aangetrokken? Of moeten wij nog via aanbestedingen die mensen binnen gaan halen? Ik kan me bijna niet voorstellen, als ik kijk naar de omvang van de begroting, dan zit daar ook de omvang van werkzaamheden bij, dat wetende dat we 1 januari, dat zal overigens 1 april worden, heb ik ergens gelezen, maar stel dat het 1 januari blijft, dan kan het toch niet zo zijn, dat al die mensen nog ingehuurd moeten worden? Ik vermoed dat ze er al zijn. Dat is een vraag waar ik nieuwsgierig naar ben. Dank u wel. De heer Van As, VVD: Het is natuurlijk, meer fracties hebben dat al benoemd, het is een mega operatie. Het kost mega veel tijd, dat heb ik in mijn eerste termijn genoemd. En we willen dat het goed gebeurt. De heer Ruijtenberg haalt aan: goed regelen, dat mag geld kosten. Even in mijn bewoordingen. Natuurlijk zijn we het daar helemaal mee eens. Dit moet ook goed geregeld worden. Als dat geld kost, dan moeten we dat beschikbaar stellen. De wethouder geeft aan, dat er info beschikbaar is gekomen, meer informatie, nieuwe inzichten, er worden nieuwe berekeningen gemaakt. We hebben de begroting voor ons liggen als uitkomst en dat telt op tot de bedragen, die we hier behandelen.

Dat begrijp ik, maar ik vraag me wel af, en daar zou ik ook nog graag de wethouder over willen horen: wat dan naar de toekomst toe? Is dit het dan ook? Of kunnen we nog een keer verrast worden hiermee? Ik ben daar wel een beetje bang voor namelijk. Ik vind dit te grote bedragen om ons mee te laten verrassen. En ik ben er nog niet helemaal van overtuigd, dat dit niet nog weer kan gebeuren. Ik snap, dat als er in besluitvorming vanuit landelijke politiek dingen veranderen, dan heeft dat consequenties. Dat wil ik er even buiten laten, maar met wat we nu weten, weten we dan ook zeker dat dit het is? Dat wil ik toch wel graag als bevestiging horen. Wethouder, dank voor de reactie op de suggestie om in de voortgangsrapportage te rapporteren. Ik ben blij om te horen, dat er weer beeldvormende avonden komen. Ik heb een aantal andere fracties daarover gehoord, dat er in frequentere info weer wordt voorzien. Ik vind het wel belangrijk om echt te benoemen: ik wil niet over een paar maanden weer verrast worden en dat we dan weer met elkaar in een discussie zitten, dat we niet de tijdig de goede informatie hebben. Dus echt een oproep aan de wethouder om de raad actief en tijdig te informeren, zeker als er iets staat te gebeuren of als er spaken in de wielen dreigen te komen van het project.

Verder ben ik wel benieuwd naar de uitkomst van de toezeggingen van de wethouder, in het bijzonder de uitleg in samenhang met het KPMG-rapport. De uitleg over de kosten van de ambtenaren is wat mij betreft wel helder. Dat was het, dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Dank u wel, wethouder, voor de beantwoording. Ik had nog een vraag gesteld: ziet u een mogelijkheid om het gevraagde budget nog uit te smeren? Daar kreeg ik niet één op één antwoord op. Ter wille van het late uur wil ik het hier maar bij laten. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Het antwoord van de wethouder op mijn vraag of er een keuze is en de verdere uitleg daarbij indachtig ook de opmerking van de heer Van As over verrassingen naar de toekomst toe, is de vraag die wij ons stellen: kan je hier nou tegen zijn? Dan kom ik ook een klein beetje bij wat de heer Ruijtenberg ook zei in zijn eerste termijn. Dan is eigenlijk het antwoord: nee. Wat ons betreft kunnen wij hier wel mee akkoord gaan. Wat ons betreft is het ook een hamerstuk in de komende raad. Wij kijken daarbij wel uit naar de verdere uitwerking, die is toegezegd, maar in wezen moeten we hiermee voort of we het leuk vinden of niet. Er is eigenlijk geen keus om het in één keer goed te doen. Wat ons betreft een hamerstuk. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Dank aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. We moeten door, we gaan door.

Vanuit de CU zal er steun zijn voor dit voorstel.

35/41

De heer Muis, D66: Voor ons ook een hamerstuk. Het is onvermijdelijk. Ik denk overigens niet wat de heer Van As zei, dat dit het is. De heer Hoppenbrouwer zei het ook: ook kosten na 2023. Ik heb ook goed gelezen: dit zijn de minimale acties. Als je zegt dat het minimaal is, dan kan ik me voorstellen, dat het dan toch niet alles zal zijn wat er echt nodig zal zijn. Ik reken me nog niet rijk, maar ik wil ook niet verrast worden. Aan de wethouder en het college om goed de vinger aan de pols te blijven houden en ons goed mee te nemen. Dank u wel. De heer Ruitenberg, GL: Ik heb niets toe te voegen aan mijn eerste termijn. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik wil de wethouder bedanken voor haar antwoorden. Zij heeft een aantal dingen heel goed uitgelegd, waar de flexibiliteit zit, waar lokaal en waar niet, dat het opleiden van personeel belangrijk is, omdat je op een heel andere manier gaat werken, dus dank voor die uitleg. In mijn eerste termijn wilde ik niet, dat zij precies zou uitleggen wat die positieve en negatieve financiële effecten zijn. Ik begrijp, dat dat nu heel moeilijk in te schatten is, maar ik vroeg concreet naar het wegvallen van de leges, wat natuurlijk wel te verwachten is, dat die zullen wegvallen. Dat zal een enorme structurele impact hebben op de begroting. Ik begrijp wel, dat u het antwoord nu niet weet, maar het zou heel fijn zijn als u toch nog schriftelijk het e.e.a.

gaat uitleggen richting de raadsbesluitvorming. Of u daar iets over kunt zeggen. Wat ik minimaal zou willen weten: is er iemand bezig in de gemeente, in het ambtenarenapparaat of een externe persoon of groep, om te anticiperen op die mogelijk financiële effecten, want anders staan we volgend jaar of over een paar jaar weer toch te kijken met misschien financiële verrassingen. Ik hoor ook van andere fracties, dat ze daar niet op zitten te wachten. Dus als u dat zou kunnen toezeggen, dat u richting de raad nog een tipje van de sluier daarover oplicht, dat zou ik heel erg op prijs stellen. Ook een aantal andere fracties heeft het gezegd, wij vinden dat ook, houd u ons alstublieft goed op de hoogte als er veranderingen zijn vanuit het rijk, die impact kunnen hebben. Dat kan natuurlijk heel gemakkelijk via een mededeling van het college. We hoeven daar niet weer iedere keer rondvragen over hoeven te stellen, lijkt mij. Dank u wel. Wethouder Van Tatenhove: Ik ga nu maar gewoon de fracties langs, die vragen hebben gesteld. Meneer Hoppenbrouwer kwam nog terug op de post inhuur personeel. Meneer Hoppenbrouwer, dat is dus een mix. Voor een deel zijn dat mensen die we inhuren voor de omgevingswet, voor de invoering de voorbereiding en voor een deel is dat juist het andere personeel. Dus zo moet u dat ook lezen. En er zijn projectleiders inmiddels aan de slag.

We zijn ook nog bezig met de werving van personeel, dat de reguliere werkzaamheden komt doen. Dus het is allebei aan de hand: we zijn al bezig en er wordt nog geworven. U vroeg ook: hebben wij die motie uit de Noordoostpolder destijds gesteund? Voor zover ik weet wel, maar dat zou ik even terug moeten zoeken. Dat zou u ook zelf kunnen doen, want de raad wordt altijd geïnformeerd over het standpunt dat het college voorstelt om in te nemen. Dus het is ongetwijfeld zo in een briefje terug te vinden. Dan kom ik bij de VVD. U zegt: het moet goed geregeld worden, het is nu wel een grote som geld. Ik heb in de eerste termijn al uitgelegd, dat we nu ook een scherper beeld hebben van wat er allemaal nodig is om nu ervoor te zorgen dat we startklaar staan voor die invoering en de ingangsdatum van de omgevingswet. Dus wij verwachten niet, dat er nog zo’n grote impact daarna nog zal volgen. Maar wat meneer Hoppenbrouwer zei klopt wel. We hebben tot 2029 natuurlijk de tijd om dingen te doen en ook niet alles is geregeld voordat die op 1 januari of 1 april of 1 mei of 1 juli of wanneer dan ook volgend jaar in werking treedt. Er zitten ook daarna nog kosten aan. Wat we nu voorstellen, is om deze kosten in een reserve te stoppen. We kunnen niet heel veel uitsmeren in de tijd, want die 27 acties vragen nu echt hand aan de ploeg. Maar de reserve gaan we natuurlijk ook niet zomaar opmaken.

Dus als er in 2023 nog geld zit in de reserve, dan kunnen we dat ook gebruiken voor de kosten die we daarna nog moeten maken. Maar dit is echt om ervoor te zorgen, dat we startklaar zijn. Met de wat fijnere berekening, die we nu hebben kunnen doen, trokken we de conclusie: als we het goed willen doen, dan moeten we daar meer budget voor aanvragen. We vinden het redelijker om dat nu te vragen in een reserve, dan straks constateren dat we het niet hebben gered met het budget dat we hadden gekregen. Ik onderstreep wat u allemaal heeft gezegd, dat het goed is om elkaar op goed op de hoogte te blijven houden en ook goed mee te nemen in het proces dat nu loopt. Dat gebeurt dus niet meer in de raadsklankbordgroep, maar op een andere manier. In elk geval starten die beeldvormingsavonden. We moeten misschien weer een nieuwe modus vinden, maar ik vermoed zomaar dat het een voordeel is dat we elkaar straks ook weer fysiek mogen ontmoeten, dus dan zijn avonden ook weer anders te plannen dan alleen maar achter een scherm kijken naar een presentatie. Maar als er iets bijzonders moet gebeuren, dan gaan we ook kijken of we dat op een mooie en interactieve manier kunnen doen. Die belofte ga ik wel doen, want daar hebben we ook rond de invoering van de decentralisaties in het sociaal domein gewoon goede ervaringen mee als raad, dus ik denk dat dat heel waardevol kan zijn.

Meneer Van Harn, terecht dat u zei, dat ik uw vraag vergeten was, want dat klopt inderdaad. We moeten dus dingen afronden voordat die invoering start. Daarvoor ramen we nu een budget. Dat stoppen we in een reserve. Als het kan, kunnen we dingen uitsmeren, maar we moeten wel sommige dingen gewoon op tijd afronden. Daar willen we niet omwille van het uitsmeren van budget dan

36/41

maar de tijd voor nemen, want we moeten in elk geval gereed staan. Dus ja, er is een mogelijkheid om dingen tot 2029 te doen, maar voor sommige dingen geldt echt een harde deadline. Dan mevrouw Verhoef, u vroeg nogmaals aandacht voor het wegvallen van de leges. Wij verwachten dat we aan het eind van het jaar daar meer zicht op hebben en ook met een nieuwe legesverordening komen, waarin we daar de raad meer over kunnen informeren wat de verwachtingen zijn voor de leges die samenhangen met het veranderen van de omgevingswet. Zeker zijn we als organisatie ook bezig met het anticiperen op de begroting. Als die omgevingswet negatieve effecten heeft, dan moeten we dat proberen te voorzien bij het opstellen van de begroting. Als er positieve effecten zijn, omdat we minder kosten hebben tegenover minder leges, staat als het goed is ook minder proceduretijd en minder uitzoekwerk aan onze kant, omdat je op een andere manier werkt. De verwachting was natuurlijk vanuit het rijk, dat dat elkaar in evenwicht zou houden en dat het over 10 jaar een voordeel zou opleveren voor de gemeenten. Daar zetten de gemeenten, door schade en schande wijs geworden, een wat kritische houding tegenover, dat is alleen maar goed, omdat we die ervaring hebben.

Maar we nemen het aan allebei de kanten mee, wat is de verwachte bezuiniging en wat is de verwachte inkomstendaling op leges? Een aantal van u zei: wij kijken uit naar de verdere uitwerking, om dat samen te doen. Dat kan ik alleen maar onderstrepen. Ik denk dat we een mooi proces tegemoet gaan, maar het zou ook zomaar weer een heel intensief proces kunnen worden met uw raad. Daar wil ik het bij laten. Dus twee toezeggingen aan meneer Hoppenbrouwer uit de eerste termijn, die staan. En mevrouw Verhoef kan ik gerust stellen, dat er aan het eind van het jaar een nieuwe legesverordening komt. De voorzitter: Ik zie verder geen op- en aanmerkingen of vragen meer in mijn richting, dus ik constateer dat u nog voor de raad met het e.e.a. naar de raad gaat komen, een uitweiding t.a.v. bepaalde items. Zal ik het zo constateren, dat we het een hamerstuk zetten. Mocht het aanleiding geven in de beantwoording, dan kan er altijd een fractie zijn die zegt: ik wil dit toch verder als bespreekpunt hebben. Zullen we het zo opvatten? De heer Hoppenbrouwer: Ja, maar ik sluit niet uit, dat ik hem terug haal. Ik had eigenlijk verwacht dat D66 ermee zou komen, omdat de ICT paragraaf, de informatiestructuur echt heel slecht vertegenwoordigd is. Daar zit telkens de uitstel van de omgevingswet, dat zit juist aan het ICT deel en wij besteden er nauwelijks een kruimel aan. Maar ik ga met uw voorstel mee.

Dank u wel. De voorzitter: Prima. Een hamerstuk, tenzij. En we krijgen nog de nodige toelichting. Dank. 7a. Actualiteiten uit het college De voorzitter: We 11 mei nog een overzicht gehad t.a.v. een aantal items, die elke maand over de tafel gaan komen. Dat is o.a. van de heer Fortuyn. Zijn daar nog op- of aanmerkingen over? Of vragen? Ik zie niets binnen komen. Dan mevrouw Arends. Wethouder Arends: Ik heb twee actualiteiten voor de commissie vanuit het college. De eerste gaat over de ontwikkeling van Treurniet. In het begin van deze avond is er ook al even kort over gesproken, dat het college u voorstelt om hem inderdaad vanavond niet te behandelen, maar bij de volgende commissievergadering. Dat heeft alles te maken met het feit, dat wij een gesprek hebben gehad met de ontwikkelaar en de omwonenden op het meest belangrijke onderwerp van omwonenden, namelijk de opbouw van de maalderij. Er is afgesproken, dat we van twee bouwlagen op de maalderij terug gaan naar één bouwlaag op de maalderij. Daarnaast hebben we ook afgesproken met omwonenden en de ontwikkelaar dat de omwonenden betrokken worden bij de uitwerking van het bouwplan. Daarmee is ook draagvlak ontstaan bij de omwonenden voor het bestemmingsplan. Dat bestemmingsplan wordt daarop aangepast. En er wordt een toelichting gegeven over deze laatste ontwikkelingen.

Voor wat betreft de slager, de heer Blonk vroeg er nog even naar, mogelijk gaat hij er straks bij de actualiteiten uit de commissie nog iets over zeggen, wil ik aangeven, dat wij verzekeren dat we aandacht hebben voor de bedrijfsvoering van de slager. In het bestemmingsplan nemen wij bepalingen op om de bedrijfsvoering van de slager te beschermen. Dat is natuurlijk ook heel erg belangrijk voor de zittende slager naast het bestemming, dat in de volgende maand naar u toe gaat komen. Dat is de eerste actualiteit uit het college. De heer Alsemgeest, WIJ: Ik wil eigenlijk even van de wethouder weten, ze licht een prachtig tipje van de sluier op m.b.t. de maalderij, maar als ik me goed herinner uit alle voorgaande keren, was die mooie topping op de maalderij toch een onderdeel om de starterswoningen mogelijk te maken onder in de maalderij. Dan vraag ik me natuurlijk meteen af: gaat dit ten koste van die starterswoningen nu? Wethouder Arends: Ik denk dat het goed is om de inhoudelijke bespreking in de commissie ruimte te doen met elkaar. Ik kan u wel zeggen, dat door het draagvlak, die de ontwikkelaar en de gemeente en de omwonenden ook graag met elkaar willen, deze afspraak is gemaakt. Daarbij is het voor de ontwikkelaar wel heel erg belangrijk, dat hij met een ontwerp gaat komen, dat ook financieel haalbaar is en ook technisch haalbaar.

Een onderdeel daarvan zijn de starterswoningen. Vooralsnog kunnen we daar niet over zeggen of dat iets doet, want het is aan de ontwikkelaar om daar echt goed aan te gaan rekenen,

37/41

maar het zou mogelijk wel een consequentie daartoe hebben, maar dat kunnen we nu nog niet overzien. De ontwikkelaar heeft ook aangegeven: ik ben bereid om één bouwlaag naar beneden te gaan, maar dan gaan we wel tekenen en rekenen daarop. Dat zal in een volgende fase een belangrijk onderdeel zijn voor de uitwerking van het bouwplan van de ontwikkelaar. De heer Alsemgeest: Als ik het goed begrijp: het gaat ten koste van. Wethouder Arends: Dat kan ik nog niet volledig overzien, of het er daadwerkelijk ten koste van gaat, maar het zou wel kunnen, omdat het een financieel haalbaar plan zou moeten zijn voor de ontwikkelaar. Dan zou het een consequentie kunnen zijn, maar dat kan ik nu nog niet overzien, omdat de ontwikkelaar hem nog niet heeft berekend en daar heb ik ook nog geen inzage over. De voorzitter: U moet uw vraag even vast houden voor 8 juni. De heer Blonk, L3B: Ik heb het net al aangegeven: er is een grote hobbel genomen. Daar ben ik blij mee, maar we zijn er nog niet. Ik wil de wethouder toch voor de komende weken in aanloop naar de volgende vergadering van de commissie ruimte wel wat mee geven. Ik wil er bij de wethouder op aandringen nu serieus slagerij De Rooij mee te nemen in deze participatie, deze ontwikkeling. De bestaanszekerheid van de slagerij staat op het spel. Slager De Rooij gaf ons aan, dat hij nauwelijks tot niet betrokken is geworden.

Hij heeft een alternatief plan ingediend en is daarbij slecht te woord gestaan. Deze belangrijke ondernemer in Berkel en Rodenrijs is nauwelijks gehoord en naar zijn overtuiging alleen maar tegen gewerkt, terwijl hij de samenwerking zoekt. De slager gaf juist aan in gesprek te willen blijven om oplossingen te bedenken voor bijna zekere problemen in de nabije toekomst in relatie met zijn slagerij. Ook gaf hij ons aan, dat wethouder Arends slechts eenmaal bij hem is geweest en verder is het contact al die jaren met ambtenaren en projectleiders geweest. Uitgebrachte rapporten zijn onvolledig of er zijn passages uit gehaald, gaf hij aan. De slager heeft op eigen kosten een bureau ingeschakeld voor contraexpertise voor o.a. geluid en verkeerskundigen ingeschakeld. De focus ligt, zo gaf hij ons aan, eenzijdig op het bouwen van de woningen. De slager lijkt in de participatie niet serieus te zijn mee genomen in de ontwikkeling van de woningbouw op het terrein Treurniet. Ook niet de afgelopen week, die heeft geleid tot het doorschuiven van dit agendapunt naar de juni-vergadering. De wethouder gaf het zojuist ook aan: ze is intensief betrokken met omwonenden, maar niet met de slager. Wij dringen er bij de wethouder op aan en vragen haar slagerij De Rooij de komende weken in aanloop naar de commissievergadering van juni wel mee te nemen in deze participatie en deze ontwikkeling.

Dank u wel. Wethouder Arends: Volgens mij is het heel goed wat de heer Blonk daar aangeeft. De slager maakt zich zorgen. Het is heel erg belangrijk dat de gemeente, maar zeker ook de ontwikkelaar, recht doet aan zijn zorgen. Dat is een groot onderdeel in het bestemmingsplan, daar komt ook een toelichting op. Er hebben inderdaad gesprekken plaats gevonden. Zelf heb ik tweemaal met de slager gesproken. Eenmaal op werkbezoek, maar ook in een bespreking samen met de ontwikkelaar en de slager. Naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen gaat er nog een gesprek plaats vinden met de slager. Het is een goede van de heer Blonk, de slager is dus onderdeel van het participatietraject en zijn bedrijfsvoering moet ook beschermd worden in het bestemmingsplan. De heer Blonk: Dat is prima en het is goed, dat de wethouder dat zegt. Maar de praktijk is geweest het afgelopen jaar, dat de slager dus niet betrokken is geweest bij de participatie, ook de afgelopen weken niet. Dat is jammer. Dat leidt toch mogelijk tot vertragingen, dat kan ik me zo voorstellen, dus ik dring er echt op aan om die participatie met die slager echt heel goed te doen. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Een goed verstaander heeft een half woord nodig. Zullen we het hierbij laten? Wethouder Arends: Ik had nog een tweede actualiteit.

Was er nog iemand die wat wilde vragen over de actualiteit rondom Treurniet? De voorzitter: Die wordt niet bij mij gemeld. Wethouder Arends: Dan gaat het over de tweede actualiteit. Over de voortgang van de Driehoek Noordpolder. Wij hebben een interpellatiedebat gehad. Daarin heb ik toegezegd, dat er een brief gaat komen naar u als raad. Die is vandaag geaccordeerd in het college, dus die komt naar u toe. Daarbij vind ik het belangrijk om u te melden, dat ik morgenavond een bespreking heb met de bewonerscommissie, met een vijftal leden van de bewonerscommissie. Daarin gaan we met elkaar het gesprek aan, een open gesprek, waarin ik vooral luister naar de ervaringen van omwonenden en hun beeld voor de aankomende periode. Dus dat is even belangrijk, dat u dat weet. Er zit ook een toelichting op in de brief, die naar u toekomt. Dat was de tweede actualiteit. De heer Blonk, L3B: Prima. De wethouder geeft antwoord op vragen, die ik vanochtend heb aangeleverd t.a.v. de rondvraag. Ik ben blij dat morgen dat gesprek komt met de bewonersvereniging. Wat me wel bevreemdt, we zitten nu 3,5 week, bijna 4 weken na die vergadering van de 22e, dat het toch zo lang heeft geduurd.

Als ik in uw plaats had gestaan, had ik de andere dag de telefoon gepakt en dan had ik gevraagd aan de vertegenwoordigers, aan mevrouw Verhoef: kunnen we op heel korte termijn met elkaar praten? Maar goed, nu komt dat morgen. Ik hoop ook, dat dat tot een overleg komt met hen. Daar kan ik het nu bij laten. Dan kunnen ook mijn vragen t.a.v. de rondvraag mee vervallen. Wethouder Arends: Ja, ik kan me het goed voorstellen, dat de heer Blonk zegt dat er een aantal weken tussen heeft gezeten. Waar heeft dat nu mee te maken? Het zou toch heel mooi geweest zijn als u direct een gesprek zou

38/41

hebben gehad? Die uitnodiging is natuurlijk ook direct gegaan naar de bewonerscommissie. De bewonerscommissie heeft daarop wel gevraagd, alvorens ze in zouden gaan op de uitnodiging, om een gespreksnotitie te ontvangen. De gespreksnotitie heb ik dan ook verstuurd. Dat hebben zij voorgelegd aan de bewonerscommissie. Daarmee zijn ze gelukkig ingegaan op de uitnodiging en is deze afspraak gepland. Dus is waarom het niet direct is gelukt, maar gelukkig morgenavond. Dank u wel. Wethouder Van den Beukel: Ik heb nog 20 seconden gevraagd van u. Twee dingen. Ik wil u graag geen informatie onthouden. Ten eerste: recent is bekend geworden dat in juli de eerste start bouwfase 1 plan Buyten op Wilderszijde van start gaat. Het is niet de moeite waard om daar een brief over te sturen, maar het is wel een belangrijk moment. Ten tweede. Er is een MPG naar u toe gekomen, maar wat daarin niet zo staat maar wat wel is opgevallen, is het jaar dat we de eerste grote Vinex wijk afronden in Lansingerland, namelijk de wijk Parkzoom. Ik denk dat het de moeite waard is om daar bij stil te staan als bestuur ook samen met de inwoners. Ik weet niet hoe, maar ik ben er wel mee bezig om dat op een mooie manier vorm te geven, omdat het toch wel de finale is van een heel lang traject, dat u veel meer heeft mee gemaakt dan ik, maar op dit moment mag ik er verantwoordelijk voor zijn.

Dus dat is wel even een bijzonderheid om niet onvermeld te laten. Tot zover. De voorzitter: Ik heb de heer Fortuyn nog niet gehoord. Heeft hij ook nog een naklapper. Wethouder Fortuyn: Nee, ik houd het even bij de rondvraag. 7b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Verder nog iemand? Ik denk het niet. 7c. Verbonden partijen De voorzitter: Daar nog iets over te melden? Ook niet, zo te zien. 8. Rondvraag en sluiting De heer Duk, GL: Een vrij simpele vraag. De wethouder heeft toch mijn art.37 vragen uit februari beantwoord, dat in maart de verlichting in de fietstunnel onder de A12 vermoedelijk zou worden gerepareerd en vervangen. Toen het in april nog niet was gebeurd, begreep ik dat dat best zou kunnen, maar het is nu half mei en ik zie nog geen verbetering. Dus ik vroeg me af hoe dat zit. Wethouder Fortuyn: De vraag verraste mij wat. Zelf heb ik gisterenavond nog n.a.v. de technische vraag onderzoek laten doen. De verlichting is n.a.v. de vraag in maart, op 4 maart is die vraag gesteld, is in de loop van de maand maart, begin april, hersteld. In die zin hersteld, dat wij gebruik gemaakt hebben van de bestaande armaturen, om dat weer terug te zetten en weer werkend te maken. Een deel van de armaturen is dusdanig gesloopt, dat we een daar een opdracht toe gegeven hebben om dat opnieuw te leveren.

Dat geldt ook voor de sfeerverlichting in diezelfde kathedraal, want we praten over de kathedraal. Gisteravond hebben we daar nog even een onderzoek naar gedaan. De witte verlichting functioneert ongeveer voor 90%. De andere 10%, daar wachten we op de armaturen. Dat geldt ook voor de sfeerverlichting. Als we allemaal een klein beetje het nieuws volgen, is het allemaal LED-verlichting. Er zijn heel veel leveringsproblemen, zowel bij de leveranciers als de technologie erachter. We proberen het zo goed mogelijk te herstellen, maar we moeten het even doen met de materialen, die we nu hebben. Wij zijn ervan overtuigd, dat de verlichting die er nu is voldoende veiligheid waarborgt, maar we zitten er wel bovenop om het zo snel mogelijk volledig te herstellen. Dus ja. Ik weet niet of ik wat mis. Of meneer Duk heeft een andere blik op verlichting, ik weet het niet, maar ik dacht toch dat wij aan hetgeen gevraagd is voldaan hebben binnen de mogelijkheden die er zijn. Dank u wel. De heer Duk: In een eerdere beantwoording heeft het college aangegeven, dat 1 op de 30 lampen kapot mocht zijn. 90% is 1 op de 10, dus dat voldoet niet aan hun eigen norm. Ik ben blij, dat in ieder geval die 90% het wel doet en hoop dat heel snel de laatste 10% het ook gaat doen. De voorzitter: De heer Alsemgeest had een vraag over de sociale nieuwbouwwoningen.

Als het goed is, bent u vanavond in kennis gesteld van een brief van het college n.a.v. vragen, die het CDA vorig jaar al gesteld heeft. Misschien kan de heer Alsemgeest nog even heel kort aangeven wat zijn vraag is, opdat een ieder weet waar we het nu over hebben. De heer Alsemgeest, WIJ: Dat kan ik zeker, dank u wel. In fase 1 en 2 van Park Verde aan de Hoeksekade in Bergschenhoek zijn 14 sociaal bereikbare nieuwbouwwoningen gerealiseerd en in de eerste helft van 2020 opgeleverd. De bouw van de 14 sociaal bereikbare woningen geschiedde onder een aantal voorwaarden, die waren vast gelegd in een anterieure overeenkomt. Hierin wordt gesproken van o.a. de maximale vrij op naam prijs van € 180.000 met een termijn van 15 jaar of een huur van maximaal € 900 met een zelfde termijn van 15 jaar. Tot op de dag van vandaag, en we zijn nu half mei 2021, zijn deze woningen nog steeds niet bewoond. Je kunt ze ook niet kopen of huren. In september 2020 heeft het CDA al een aantal vragen gesteld en antwoord gekregen, maar tot op de dag van vandaag is er nog niets

39/41

veranderd aan de situatie. In een laatste vraag van de raadsvragen van het CDA werd er ook nog gevraagd ons te informeren over de voortgang van de gesprekken die het college voert met de ontwikkelaar. Als er duidelijkheid zou zijn over verkoop of verhuur, zouden we geïnformeerd worden, maar tot op heden, dan spreek ik tot gisteren ongeveer, tot op heden hadden wij nog niets gehoord. Ondertussen staan de 14 sociaal bereikbare nieuwbouwwoningen al een jaar leeg in een regio waar de woningnood extreem hoog is. Graag zou ik van het college horen wat de status is van de gesprekken en hoe we hier in het vervolg mee omgaan. Want de overeenkomst die gesloten is met de ontwikkelaar ziet er wel mooi uit, maar heeft tot nu toe niet geleid tot sociaal bereikbare nieuwbouwwoningen. Dat ze überhaupt bereikbaar zijn. Nou hebben wij vanmiddag een schrijven gekregen van het college. Dat was natuurlijk heel mooi. Ik heb het vanmiddag al gekregen, de rest van de commissie heeft het vanavond vlak voor de vergadering pas gekregen. Een regel die mij wel intrigeerde: momenteel onderzoeken we alle juridische mogelijkheden, op dit moment kunnen we de projectontwikkelaar echter niet dwingen om tot verkoop of tot verhuur over te gaan. Dat is natuurlijk een beetje apart. Maar op dit moment. Dan vraag ik mij af: welk moment wel? Dat zou ik graag van het college willen horen, van de wethouder.

En ik heb eigenlijk een beetje aanverwante vraag over het agendapunt dat vandaag van de agenda afgehaald is, de maalderij. Daar zou een aantal sociaal bereikbare woningen in ontwikkeld worden. Hoe kunnen we nu voorkomen, dat we straks voor hetzelfde dilemma komen te staan en dat die sociaal bereikbare woningen, als ze er überhaupt nog komen met die nieuwe topping, dat die dan nog wel verkocht of verhuurd gaan worden? Ik hoor het graag van de wethouder. Wethouder Arends: U heeft inderdaad een brief ontvangen, dat informatie geeft over de rondvraag, eigenlijk een beantwoording op de rondvraag van vanavond. De heer Alsemgeest vraagt ook nog: hoe zit het met alle juridische mogelijkheden en hoe kan het nou, dat we niet kunnen dwingen tot verkoop of verhuur? Laat ik zeggen: we vinden het heel belangrijk ook de projectontwikkelaar eraan te houden, dat de woningen behouden blijven voor het betaalbare segment, zoals ook met u is afgesproken. Op dit moment kunnen wij de ingebruikname van woningen niet afdwingen, maar daarom zijn we alle juridische mogelijkheden aan het onderzoeken. We zijn natuurlijk wel in gesprek met de projectontwikkelaar om eigenlijk wel de snelheid voor te staan en ook om duidelijkheid te geven, dat wij hem houden aan de afspraken die we hebben gemaakt. Meer informatie kan ik daar niet over geven. Dat is echt nu de stand van zaken.

U mag ervan uit gaan, dat we de ontwikkelaar daaraan houden en nu alle juridische mogelijkheden onderzoeken om er meer druk op te kunnen geven. We zijn in gesprek om de snelheid erin te krijgen bij de ontwikkelaar voor de verkoop en verhuur van de woningen, om daartoe over te gaan. De tweede vraag heb ik bij de actualiteiten uit het college al benoemd. Ik heb daarover nog geen informatie, omdat de ontwikkelaar in het geval van Treurniet dat nog gaat onderzoeken. Daar heb ik nog geen informatie over, dus daar kan ik ook nu geen antwoord op geven, op de tweede vraag die nu terloops door de heer Alsemgeest wordt gesteld. Dank u wel. De heer Van Harn: Dank u wel, wethouder, voor de brief die u vandaag heeft gestuurd. Maar toch in relatie tot de vraag die WIJ naar voren brengt: welke les trekken wij nou uit dit hele gebeuren? U zult het toch met mij eens zijn, dat we hier over een zeer ongewenste situatie spreken? Dit mag niet meer gebeuren. Dus mijn vraag is: welke les gaan we hieruit trekken? Wethouder Arends: Allereerst ben ik het volledig met de heer Van Harn eens, dat dit een zeer onwenselijke situatie is. Je mag ervan uit gaan, dat als een gemeente samen met een ontwikkelaar een anterieure overeenkomst maakt, dat iemand zich daaraan houdt.

Hier hebben wij geconstateerd, dat hij tot noch toe niet op verkoop- of tot verhuurmarkt heeft gezet en daarom zijn we ons aan het beraden of wij juridische stappen daartoe kunnen nemen. Wat leren hier van? Wel bij mij in ieder geval: hoe kun je dit voorkomen? Al vraagt dit dan nog een extra aanscherping in een anterieure overeenkomst. Dat kan ik nu niet overzien, want ik ben geen jurist, dus ik kan u niet ter plekke een antwoord geven, maar het lijkt me wel goed, zoals we nu ook hebben gedaan, daar waar er nieuwe informatie is rondom Park Verde, dat ik u daar actief over informeer. Laat ik dat met u afspreken. Mevrouw Verhoef: Een hele korte vraag nog aan de wethouder. Wij vinden het inderdaad ook zeer zorgelijk dat die huizen nog niet vrij zijn gegeven voor de verkoop of verhuur. U heeft het over juridische stappen of u wilt kijken of je dit juridisch kunt afdwingen. Mag ik u vragen: heeft de gemeente ook de prestaties geleverd, die ook verwacht worden door deze partij? Het gaat niet alleen om de plichten van de ontwikkelaar, maar natuurlijk ook de plichten van de gemeente. Bent u die allemaal nagekomen? Of zit daar nog een bottleneck? Dank u. Wethouder Arends: Dat is echt wel een nieuwe, technische vraag, dus dat vind ik ingewikkeld om dat nu te beantwoorden. Even wat mijn gedachten zijn, maar dat heb ik natuurlijk niet juridisch uitgezocht.

Kijk, bij een anterieure overeenkomst moet een ontwikkelaar, als hij iets wil bouwen, voldoen aan de afspraken die hij maakt met de gemeente. Tot noch toe is hij niet tot realisatie gekomen. Wij houden ons vast aan de afspraken in de anterieure overeenkomst als het gaat over die 14 betaalbare woningen. Wij vinden het net als u en de heer Van Harn het niet goed, dat ze al zo lang niet verhuurd dan wel verkocht zijn. We zijn aan het onderzoeken welke juridische stappen wij daartoe zouden kunnen nemen. Dank u wel. De heer Muis, D66: Dank aan wethouder Fortuyn, dat hij het zo lang vol houdt. De rondvraag over de weidebloembuurt. We hebben eerder vragen gesteld over communicatie met de bewoners. Nu lazen we vorige week in de Heraut dat de bewoners eenzijdig het contact en het overleg met de gemeente

40/41

opschorten. Dat is natuurlijk zeer spijtig. We zouden graag willen weten hoe het komt dat de bewoners dat contact opschorten en wat er nodig is om dat contact weer te herstellen. We nemen natuurlijk aan, dat de wethouder ook van plan is daar actie in te ondernemen, maar we vragen ons af of hij dat op korte termijn gaat doen, hoe hij dat gaat doen. Wat zit er nou precies achter? Heeft het alleen te maken met informatie, die de bewoners niet krijgen? Of spelen er andere zaken, die wij niet weten? Ik hoor het graag, dank u wel. Wethouder Fortuyn: Meneer Muis, ja, het contact is eenzijdig opgezegd. Daarop hebben wij geacteerd. Er was eigenlijk geen behoefte aan om een gesprek met mij te hebben. Wat we wel haalden uit het contact met de wijkmanager, dat er rapporten toegezegd waren, die niet geleverd zijn. Daarop heb ik uiteraard geacteerd. Ik heb dat de vrijdag na Hemelvaart gedaan, want u begrijpt dat de Heraut op papier woensdag verschijnt, maar digitaal op dinsdagnacht. Ik heb uw interview ook trouwens gelezen net, dus dat is mooi om mee te maken. Maar we hebben daar wel op geacteerd. Ik heb er intern ook het nodige over gezegd, want ik ben er not-amused over, dat als er een toezegging is iets niet nagekomen wordt. Er zijn redenen voor, dat het niet gebeurd is. Er is opgeschaald intern, er is contact gezocht via de teammanager.

Die heeft uiteindelijk een heel goed gesprek gehad met meneer de voorzitter, de interim-voorzitter. Die heeft inmiddels bijna alle stukken ontvangen, op een verkeerstelling na. Dat wordt nog geanalyseerd. Als de analyse er is, dan gaan we die ook delen. In de loop van de week ga ik de voorzitter ad interim ook proberen te bellen. We hopen dat hij tevreden is met de stukken die geleverd zijn. Dat hij ook het vertrouwen heeft, dat ik er zelf bovenop zit en ook een gesprek intern gevoerd heb om datgene te leveren wat gevraagd wordt. Dus ik ga ervan uit, dat we weer met elkaar verder gaan. Het ging hier niet over de brug, het ging hier echt over het groot onderhoud, dat gaat plaats vinden. Toezeggingen, die wij doen of ik doe namens het ambtelijk apparaat, die moeten wel nagekomen worden. We zitten er bovenop. Het zijn redelijke mensen en ik ga ervan uit, dat we met elkaar gewoon weer in gesprek gaan komen. Aldus, via u de beantwoording naar meneer Muis. De heer Muis: Ik wil de wethouder hartelijk danken. Ook voor de adequate manier waarop hij het zo snel heeft opgepakt. Dank u wel. De voorzitter, om 0.20 uur (19 mei 2021): Ik kijk naar de klok. Wij komen tot het einde van deze zeer bijzondere vergadering, die toch wel zeer veel tijd heeft gevergd, maar er is ook een aantal belangrijke onderwerpen naar voren gekomen.

Ik dank u voor uw uithoudingsvermogen, voor uw deelname aan het geheel. Ik zou zeggen: nog even bijkomen en dan welterusten, tot de volgende keer.

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

41/41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=ca37b1a9-6d22-4265-b8da-ec7e34498501