CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV21.0070 Verslag commissie Samenleving van 8 april 2021

Commissie Samenleving 20 mei 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering34.954 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De heer Xhemaili ging heel snel en had heel veel vragen. Ik hoop dat ik ze allemaal heb. Ik heb al iets gezegd over de gesprekken met de werkgevers, die gestart worden, dat die eerder gepland stonden en die toen uitgesteld werden. Het oormerken van de eerste helft of de tweede helft van de financiën: daar is een keuze in gemaakt. Een deel is geoormerkt en een deel niet. Voor ons is dat heel fijn, omdat we het integraal willen doen binnen het sociaal domein, dus dan kan je ook schuiven daar waar meer aandacht voor nodig is. Ook met de extra statushouders, die dan op ons afkomen. Even voor de duidelijkheid: we krijgen voor 2021 een verhoogde taakstelling. Daar bent u over geïnformeerd. Dat is nu definitief gesteld op 96. Maar de wet is dit jaar nog niet ingegaan, dus die gaat volgend jaar in. De verwachting is, dat dan de taakstelling weer een stuk lager is. COA heeft nu heel veel weg gewerkt en de IND. Dat gaat nu naar de gemeenten toe, dit jaar. Voor volgend jaar verwacht ik dat het een stuk lager is. Helaas kunnen degenen, die nu bij ons intreden nu nog niet profiteren van die nieuwe wetgeving. Ten aanzien van de huisvesting, dat is echt een ander vraagstuk, wat we met 3B Wonen oppakken, maar dat staat los van de inburgering en de nieuwe wet. De heer Crielaard had ook een rij van vragen.

Ik denk dat ik een aantal punten al heb behandeld bij de beantwoording van de andere fracties. De handhavingsmogelijkheden, ja, die zijn er, we kunnen ook een boete geven, maar dat is natuurlijk allemaal wat je niet wilt. Wat we willen is juist heel preventief. Ervoor zorgen dat iemand goed in staat is, met begeleiding, dat die daar ook open voor staat, om hier op een goede manier maatschappelijk eigen te worden, lekker aan de slag te gaan en dat het helemaal niet nodig is om handhaving of een boete op te leggen. Alles staat in het teken om dat te voorkomen en juist naast de inburgeraar aan de slag te gaan. Ik vind het ook een goede opmerking: kan de inburgeraar ook een onderdeel zijn van de monitoring en ook aangeven wat wel werkt en wat niet werkt. Die neem ik zeker mee, ook in de evaluatie en ook in de monitoring: wat heeft de kandidaat er zelf aan, wat waardeert hij eraan? Of meer vragen voor ons als gemeente of van degene die voor ons de trajecten gaan uitvoeren. Ook een vraag over de financiën: die extra, hoe vaak is dat, die duidelijkheid? Wat belangrijk is, is dat het echt een investering is in de maatschappelijke begeleiding. Als ze dien aan de voorkant doen, dan voorkomt dat duurdere WMO trajecten op een later moment. Daar hebben we nu al veel ervaring in, dus we willen dat juist heel erg in het begin van het traject doen en daar een goede investering op doen.

Die middelen worden nu al wel binnen de WMO gedaan, dus het is wel een verschuiving om niet meer aan de voorkant dat in te zetten. Ook een vraag rondom de zwemvaardigheden, dat is nu nog niet mee genomen, maar die ga ik wel intern bespreken om te kijken of we die nog mee kunnen nemen, want we zitten in Nederland met een waterrijk landschap. En we hebben ook de voorbeelden gehoord van mensen die geen zwemvaardigheden hebben, mensen uit andere landen, en dat dat in veiligheid echt een risico met zich meebrengt. Ik vind dat een goede suggestie, dus die ga ik intern bespreken. Mevrouw Draak, ik noemde al even die hogere taakstelling van 96, die voor dit jaar geldt. Dat valt nu nog niet onder de wet, want die is nog niet in werking. We verwachten vanaf volgend jaar weer een lagere taakstelling. Een hogere taakstelling is op zich niet erg, in die zin, dat het programma en de trajecten met een iets grotere groep misschien nog wel makkelijker zijn dan met een

32/36

beperkte groep, dus in die zin, voor alle trajecten heeft dat geen negatieve invloed als we een hogere taakstelling zouden hebben. Dan zouden we het misschien makkelijker kunnen uitvoeren, ook met groepsgerichte aanpakken. Iedereen direct aan de slag, ook dat maatwerk, helemaal mee eens. Ook de financiële zorgen. Ik begrijp die vraag van mevrouw Draak heel goed. We hebben natuurlijk meerdere decentralisaties en we hebben zeker de financiële impact op de jeugdzorg en de WMO. U heeft daar vanavond ook over gesproken, ook over de gemeenschappelijke regeling, die we hebben. Dus dat is zeker een zorgpunt. Alvorens de wet naar ons toekomt, heeft de VNG er heel secuur naar gekeken. Die zei ook: de middelen die u als rijk wilt overhevelen naar de gemeenten, dat is echt te laag, dus we gaan eerst onafhankelijk onderzoeken wat de financiële gevolgen zijn of wat nodig is alvorens u de wet daadwerkelijk gaat invoeren en daar de gemeente verantwoordelijk voor maakt. Dat heeft gemaakt dat er een onderzoek is geweest. Dat heeft het rijk overgenomen voor 90%. Daar is de VNG mee akkoord gegaan. Dus wij verwachten ook daadwerkelijk dat er voldoende financiële middelen zijn, maar u kent mij, dat ik ook goed op de centjes wil letten. Mocht het echt uit de hand lopen of mis gaan, uiteraard trekken wij dan aan de bel.

Dan zullen we in de regio de ervaringen van anderen horen en het effect naar Den Haag daar op geven. De verwachting is echt, dat er voldoende financiële middelen tot ons komen. Dank u wel. Tweede termijn Mevrouw Bouman, CDA: Ik zal het kort houden. Allereerst bedankt voor de beantwoording. Ik hoorde de wethouder zeggen, dat de gesprekken weer worden opgestart met de werkgevers. Toen schrok ik even. Volgens mij hebben wij de afgelopen jaren ook inburgeraars en statushouders gehad en was de participatiewet ook op hen van toepassing. Vandaar dat ik zeg: hebben wij onvoldoende inspanningen gepleegd in deze? U heeft er vertrouwen in dat het nu met de nieuwe wet allemaal gaat lukken, omdat de regie er nu is. Ik heb dan toch mijn zorg of het allemaal gaat lukken. Ik hoop het van ganser harte, want u bent ook afhankelijk van de werkgevers. Wat het verleden heeft aangegeven, ben ik toch niet zo positief gestemd, gelet op de ervaring en het bijstandspotentieel, dat we nu hebben. Over de monitoring gaf u iets aan. Ik hoop, dat u ons daarover de nodige resultaten kan gaan geven op termijn X, t.a.v. de inkoop van het traject en of het goed loopt, met name ook t.a.v. de participatie, of dat allemaal geslaagd is, de resultaten die het allemaal met zich meebrengt en zeker ook de financiële uitnutting.

Want dat zei ik: wat hebben we allemaal nodig om die inburgering tot een goed resultaat te laten leiden? Ik hoop, dat de verwachtingen die u heeft, uitkomen maar ik heb nog wel enige zorg. Dank u. De heer Hoek, WIJ: Geen verdere aanvullingen. Hamerstuk. De heer Lieverse, CU: Hamerstuk. Mevrouw Heijblom, D66: Ik wil de wethouder vooral bedanken voor haar reactie op het gebied van werkgevers, want daar spreekt ook wel een soort passie uit. Dat ze echt wel op zoek gaat naar die plekken voor deze mensen. Wat mij betreft is het echt geen hamerstuk, want ik blijf me schamen voor die tekst. Hoe u dit weg wimpelt, ik vind gewoon dat het eigenlijk echt niet kan. Dit moet echt zorgvuldiger. Net zei u ook: ze moeten gewoon lekker aan de slag gaan. Dat is toch geen taal, die hierbij past? Ik vind dat echt lastig, dus ik ga toch kijken welk voorstel wij kunnen doen m.b.t. die tekst in dit stuk. Met betrekking tot het punt van mevrouw Draak, over die kosten, kijk, ik snap wel wat u zegt. Als je één opleiding inkoopt en er doen meer mensen aan mee, dan wordt het per persoon goedkoper. Maar als we een migratiecrisis krijgen, zoals in 2015, dat is nog niet zo lang geleden, waarbij ze met bussen rond reden, dan hebben we te maken met mensen die geen plek konden krijgen bij gemeenten. Natuurlijk, dan komt er wel weer een zak geld bij, maar dan hebben we echt wel een andere situatie.

Dat hoor ik niet in uw verhaal, maar je weet niet hoe het in de toekomst gaat lopen. Dat. De heer Lieverse: Ik ben benieuwd of mevrouw Heijblom een voorstelling heeft van wat er dan wel moet gebeuren, als er bussen rond rijden met mensen die in nood zijn. Mevrouw Heijblom: Wat bedoelt u met die vraag? De heer Lieverse: U schetst een situatie, dat er weleens een heel ernstige situatie zou kunnen komen. Wat zou dan wel uw insteek zijn in zo’n situatie? Mevrouw Heijblom: Dan komt er natuurlijk een verzoek bij gemeenten om meer mensen op te nemen. Uiteindelijk resulteert dat ook in hogere aantallen inburgeringsplichtige mensen. Het gaat mij erom, dat er nog andere perspectieven zijn, dan de reactie die mevrouw Arends nu geeft. Zij zegt iets over de wet van de grote aantallen, hoe meer mensen er aan een traject mee doen, hoe goedkoper het wordt. Dat begrijp ik, maar het kan ook zo zijn dat het daar niet meer in past, dat het aantal misschien nog verder omhoog gaat. Wat ik vertelde over die migratiecrisis, dat was natuurlijk echt wel een crisis. Dan zie je dat de centrale overheid bijspringt, ook richting gemeenten. Dat is wel helemaal het uiterste, maar ik zeg het omdat er ook andere toekomstige scenario’s te bedenken zijn, daar ging het mij eigenlijk om. De heer Lieverse: Ik vind het niet duidelijk, maar ik begrijp dat het inderdaad terug komt.

33/36

Mevrouw Gabin, GL: Om even terug te komen op de reactie van de heer Crielaard, ik kon namelijk niet interrumperen in de eerste termijn. Maar goed Nederlands leren kan mensen alleen maar helpen en een steun in de rug geven bij hun burgerschap. Het is op zich een goede gedachte. Tegelijk moet je ook reëel zijn. Gemeenten geven aan, dat ongeveer 35% van de inburgeraars niveau B1 zullen gaan halen. Vervolgens moet een inburgeraar het, met hoge uitzondering daar gelaten, eerst allemaal wel op het hoogste niveau geprobeerd hebben. Daar zit nou juist onze zorg, want het eerst op het hoogste niveau moeten proberen, betekent dus ook dat je op het hoogste niveau moet falen voordat je terug mag schakelen. Dat lijkt ons eerlijk gezegd psychologisch, maar ook qua effectiviteit van inzet en qua motivatie niet zo’n goede benadering. Wij vinden het dus belangrijk, dat het verwerkt wordt in het persoonlijke inburgeringsplan van een inburgeraar. De heer Crielaard: In de tweede termijn kan ik gelukkig wel interrumperen. Volgens mij is het zo, als ik het goed begrijp, dat er wordt gekeken naar het hoogst haalbare niveau en niet perse van: gij zult B1 doen. Zo heb ik de leerroutes begrepen.

Wat ik aan mevrouw Gabin zou willen vragen: heeft u geen vertrouwen in de brede intake, die de gemeente gaat doen? Mevrouw Gabin: Hoe ik de wet heb geïnterpreteerd is dat een inburgeraar het eerst moet proberen op het hoogste niveau. Als dat te hoog blijkt te zijn, dan kan een inburgeraar terugschakelen naar een lager niveau. Misschien kan de wethouder ons het juiste antwoord daarop geven. De wethouder ging er snel doorheen, maar als ik het goed heb gehoord, wordt er dus wel maatwerk geleverd voor mensen die voor gezinshereniging naar Nederland komen. Ze zei dat even snel in een zinnetje, ik heb daar geen helder antwoord op gekregen. De heer Xhemaili, PvdA: Ik wil ook graag terugkomen op de heer Crielaard, want ik mocht ook niet in de eerste termijn interrumperen. De obsessie van de heer Crielaard over handhaving vind ik wel bijzonder. Gezien de misstanden van afgelopen jaren lijkt een obsessie meer gepast om de misstanden aan te pakken, maar dat is de afgelopen jaren niet echt gebeurd, ondanks dat wij in 2017 een bespreekstuk hiervan hebben gemaakt in de commissie samenleving. Daarbij zijn statushouders zeker welwillend om te integreren en om de inburgering te halen, maar dan moet er wel goed beleid zijn en dat was de afgelopen jaren kansloos. Gelukkig komt er nu wel goed beleid op tafel en daar zijn we al te blij mee. Dus wat ons betreft een hamerstuk.

Ik wil de heer Crielaard wel bedanken, dat hij de zwemlessen toch heeft ingebracht, dat vind ik een heel goede suggestie, die ik ook wel graag aan de wethouder wil meegeven, omdat Nederland toch een waterrijk land is. Volgens mij is het vaak in het nieuws geweest, dat jonge asielzoekers verdrinken. Als dat met zwemlessen voorkomen kan worden, dan is dat mooi meegenomen. Ik heb nog wel een extra vraag aan de wethouder. De nieuwe statushouders, die dit jaar komen, vallen net buiten de boot met de nieuwe wet, die in 2022 ingaat. Kunnen zij nog iets vanuit de gemeente verwachten qua begeleiding om een goede school te vinden en niet nu afhankelijk te zijn van de markt, die niet heel goed werkt. Mijn vraag is: kan de gemeente de huidige statushouders die dit jaar extra binnen komen erin begeleiden om gelijk een goede start te maken? Dank u wel. De heer Crielaard, L3B: Ik moet even iets recht zetten. Er wordt mij nu verweten een obsessie te hebben met handhaving. De wethouder ging ook in op de technische mogelijkheden tot handhaving, maar dat was geenszins de bedoeling van mijn vraag. Het ging mij er juist om, reflecterend op de discussie uit november: wat kunnen we nou doen om bestuurlijke boetes überhaupt te voorkomen? We hebben een traditie op preventie, wat kunnen we nou doen om überhaupt zulke stappen te voorkomen? Dat was mijn vraag en dat bedoel ik in mijn eerste termijn.

Verder heb ik de wethouder horen zeggen, dat intern de opmerking over de zwemlessen en inburgeraars meenemen in de evaluatie wordt meegenomen. Dat is erg fijn. Verder wat betreft de toon van dit beleidsplan, daar is het ook over gegaan. Mijn fractie ziet eerlijk gezegd het probleem niet v.w.b. die toon in het beleidsplan. Wij denken dat het juist goed aansluit op het sociaal domein, op de participatiewet, die vraagt ook een tegenprestatie naar vermogen. Dus vooruitlopend op een discussie in de raad kan ik alvast melden, dat wij nog niet echt warm lopen voor eventuele aanpassingen aan het beleidsplan. Voor ons zou het een hamerstuk zijn. Dank u wel. Mevrouw Draak, VVD: Dan ga ik aansluiten bij de woorden van meneer Crielaard en D66 om een suggestie (…) te doen. Ik hoor van alle fracties, behalve D66, dat het een hamerstuk zou kunnen zijn. Het staat jullie uiteraard vrij om het te bespreken en natuurlijk ook om een amendement voor te bereiden, maar je zou ook kunnen kiezen voor een stemverklaring over je gevoel bij de toonzetting en daarmee de bespreking besparen. Ik voel niet echt veel draagvlak voor een herschrijving van die paragraaf. Dat is verder aan D66, maar het zou misschien een goede manier kunnen zijn om jullie punt toch te maken. Ik hoor namelijk dat D66 op zichzelf wel blij is met de nieuwe wet inburgering en hoe de gemeente het gaat aanvliegen.

De wethouder heeft al mijn vragen beantwoord. Daar wilde ik het bij laten. Wethouder Arends: Er is nog een aantal vragen gesteld, die ik langs wil lopen. Het is inmiddels tien minuten over twaalf, maar ik ga ze netjes langs, want ik wil echt wel recht doen aan de vragen. Mevrouw Bouman gaf aan: ik mag er toch vanuit gaan, dat er nu ook contact met werkgevers is. Ja, daar kan ik u gerust stellen. Uiteraard hebben we die. Het gaat meer over de nieuwe vorm van de startplekken, dat

34/36

daar de gesprekken op gestart worden, ook met het WSP en hun netwerk en al die werkgevers en om dat voor meerdere werkgevers dat mogelijk te maken, maar uiteraard lopen er al heel lange tijd goede contacten met verschillende werkgevers en zijn er ook opleidingen, ook voor statushouders, intern bij bedrijven. Zeker ook de resultaten van de monitoring en van de effecten, daar krijgt u een rapportage van. Dat zal vanaf 2022 zijn, dan is het een jaar in werking als het goed is. Dan krijgt u ook informatie over het aantal statushouders per route en dus ook het effect van de wetgeving. Dat kunnen we dan met elkaar uitgebreid bespreken. Mevrouw Heijblom noemde nog even, of zij citeerde mij, over meer aantallen, dat het dan goedkoper wordt. Op die manier heb ik dat niet gezegd. Ook al zouden we een hogere taakstelling kunnen krijgen, dan kunnen we dat gewoon heel goed organiseren. Zeker ook als we grotere groepen hebben, dan kunnen we dat gewoon doen. Het is niet zo dat we met dit beleidsplan daarmee risico lopen. Het gaat er niet om of het goedkoper wordt, dat is niet het belang bij deze wetgeving. We willen natuurlijk wel de financiële middelen van het rijk krijgen om het goed te doen. Maar als het meer is, dan kunnen we dat goed organiseren.

Mevrouw Gabin vroeg zich af: hoe is de wet nou, is het zo dat ze eerst het hoogste niveau moeten doen? Meneer Crielaard interrumpeerde haar en zei: volgens mij is dat niet zo. Het klopt wat de heer Crielaard zegt. We beginnen in een vroeg stadium eigenlijk al, op het moment dat ze binnen het AZC weten dat deze persoon bijvoorbeeld naar de gemeente Lansingerland gaat, dan wordt er een uitgebreide uitvraag gedaan. Dan wordt er een hele goede inschatting gemaakt welke leerroute daar het beste bij past. Dus het is niet zo, dat iedereen eerst naar leerroute B1 moet. Als de zelfredzaamheidsroute beter passend is, dan begint iemand daarmee. Dan kan hij uiteindelijk toch nog het niveau halen, als hij zegt: ik wil naar B1 qua taaleis, omdat dan de kans op de arbeidsmarkt wel vele malen groter is. Dan het maatwerk bij gezinshereniging. U gaf aan, dat het nog niet helemaal duidelijk is voor u. De gezinsmigranten moeten de leerroute zelf betalen, maar dit gaat om partners uit Thailand, Brazilië eventueel van een Nederlander. Maar familie van statushouders krijgen gewoon alles vergoed. Dus ik hoop daarmee u te voorzien van de juiste informatie, die u vroeg. De heer Xhemaili noemde nog even het belang van die zwemlessen. Daarvan had ik al aangegeven, dat ik dat intern ga bespreken.

U vroeg zich ook af: de intreders, die dit jaar komen, kunnen we daar nu al een ondersteuning in doen? Natuurlijk is daar nu ook de standaardroute, zoals we dat nu doen met Vluchtelingenwerk, alleen, dat is niet de extra wat we binnen de nieuwe wetgeving doen, omdat we daar de financiële middelen op dit moment niet voor krijgen. Dus dit jaar gaat door zoals we het altijd doen en vanaf volgend jaar gaan we deze nieuwe wet uitvoeren middels dit beleidsstuk. De heer Crielaard gaf voor zichzelf nog even aan wat hij bedoelde met het handhaven en vooral de preventie. Alles in het teken van deze wetgeving staat er juist zo in om preventief er goed mee om te gaan, zodat zeker handhaving of een boete niet nodig hoeft te zijn. Dank u wel. De voorzitter: Volgens mij heeft u alle vragen beantwoord. Mijn vraag is even, en dan kijk ik met name even naar D66, of dit een bespreekpunt of een hamerstuk wordt voor de raad. Mevrouw Heijblom: Mevrouw Draak doet een voorstel, een stemverklaring, daar ben ik eigenlijk wel blij mee, want ik sta hier helemaal in mijn upje, wat ik overigens echt niet begrijp, maar er gaat niemand mee, dus het heeft niet zoveel zin om netjes een amendement te gaan schrijven, dus dan doen we maar een stemverklaring. Nogmaals, ik begrijp het niet, maar dat kan een keer voorkomen zo. De voorzitter: De keuze is aan u, maar dan maken we er inderdaad een hamerstuk van.

Wethouder Arends: Ik kreeg nog wat informatie van mijn collega als het gaat over de zwemlessen. Ik zei: ik ga dat intern bespreken, maar ik heb inmiddels doorgekregen, dat over zwemlessen voor kinderen al afspraken zijn gemaakt met het zwembad en dat het betaald wordt uit het jeugdfonds sport en cultuur. Daar wordt gebruik van gemaakt. De heer Xhemaili weet dan ook, dat we er al mee bezig zijn en uit gaan voeren. De voorzitter: Gelukkig maar, want het is zoiets afschuwelijks. Dank u wel. 7a. Actualiteiten uit het college De voorzitter: Ik wil het college vragen om ons schriftelijk te melden over actualiteiten. Dat wil de griffie vast doorsturen. Ik had begrepen, dat de heer Kampinga ook nog een vraag had over de vorige lijst. Dat moeten we ook maar even op die manier doen, want volgens mij is niemand er meer echt bij. 7b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Hiervan durf ik te zeggen, dat die er niet zijn. 7c. Verbonden partijen De voorzitter: Ook niet vanuit verbonden partijen. 8. Rondvraag en sluiting De voorzitter, om 00.20 uur (9 april 2021): De rondvraag is reeds beantwoord. Ik wil wel voorstellen, dat ik in de volgende commissievergadering even een paar minuten een ordedebat heb over het fenomeen: wat doen we als het twaalf uur dreigt te worden. Willen we doorgaan zoals nu? Of wil u dan om half twaalf stoppen? Ik ben uw voorzitter, maar ik doe het voor u.

Ik wil dat in een volgende vergadering even

35/36

aan de orde stellen, dat we daar ook allemaal gelukkig mee zijn. Vanuit het gemeentehuis wens ik u nog een rustige nacht. Ik sluit de vergadering.

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

36/36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=c87a018c-6fb8-4480-8eff-dd0805f5e521