CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV21.0050 Verslag CIE Samenleving d.d. 11 maart 2021

Commissie Samenleving 8 april 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering11.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG Commissie Samenleving

Datum vergadering

: 11 maart 2021

Digitaal aanwezig via Teams: Commissieleden: Leefbaar 3B : Leon Erwich, Machiel Crielaard, Wouter Hoppenbrouwer VVD : Marloes Draak, Juval Pat El, Eric Kampinga CDA : Nelleke Bouman, Dave Bergwerff WIJ Lansingerland : Leon Hoek, Erwin Barendregt CU : Paul Lieverse D66 : Erik Jonker, Eva Heijblom GroenLinks : Selgei Gabin PvdA : Petra Verhoef, Valmir Xhemaili Wethouders

: Ankie van Tatenhove

Aanwezig in de raadszaal: Voorzitter : Alexander Kuipers Commissiegriffier : Rianne Kokke Afwezig CU

: Kees-Willem Markus

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 19.00 uur: Goedenavond allemaal, ik overweeg om straks de vergadering van de commissie samenleving te openen, maar ik ga eerst checken of er wel een meerderheid van u aanwezig is. Ik noem uw naam op, als u dan een teken van leven geeft, dan ga ik naar de volgende. De heer Barendregt, de heer Bergwerff, mevrouw Bouman, de heer Crielaard, mevrouw Draak, de heer Erwich, mevrouw Gabin, mevrouw Heijblom, de heer Hoppenbrouwer, de heer Jonker, de heer Kampinga, de heer Lieverse, de heer Pat El, mevrouw Verhoef, de heer Xhemaili: aanwezig. De heer Hoek lijkt zich nog niet te bevinden in de chat. De heer Barendregt: Ik heb hem een bericht gestuurd, maar of hij erop gaat reageren is de vraag. De voorzitter: Dan ga ik toch de vergadering openen. Goedenavond allemaal. Ik kom bij de mededelingen en geef de heer Barendregt het woord. De heer Barendregt, WIJ: Na 7 jaren ga ik deze commissie verlaten. Het getal van de volheid. Ik vertrek naar een meer conventionele plaats. Wat heb ik u nog te zeggen? Ik heb erg genoten van het houden van een voordracht in deze commissie en ook de warmte, die ik mocht ervaren na het houden van een betoog. Ik hoop ook in de toekomst nog de nodige voordrachten te houden, maar niet meer hier, maar elders, bij een landelijke politieke partij.

Ik ben erg dankbaar voor de gezondheid, die ik heb mogen ontvangen om dit werk te doen. Ik heb nooit vanwege ziekte hoeven af te melden, dus dat is prachtig. Ik wens u allemaal veel zegen en wijsheid voor de toekomst bij dit mooie werk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Barendregt. Zoals u weet, ben ik uw onpartijdige voorzitter, dus ik mag niet zeggen of u in de afgelopen 7 jaar verstandige dingen heeft gezegd, maar wat ik wel kan zeggen, is dat ik kon merken dat u dat recht uit uw hart doet. Ik kan me uw bijdragen nog herinneren over bijvoorbeeld verborgen en stille armoede. Dat waren indrukwekkende stukken, die u daar vertelde. Dat niet alleen, u deed het altijd heel bloemrijk. Het was altijd een genoegen om naar u te luisteren. Volgens mij waren er veel mensen, die zich verheugden als ik WIJ afroep en ze hoorden dat het Barendregt was, dan gingen ze er even voor zitten. Ik weet niet wat een nog conventionelere gemeente zou kunnen zijn dan Berkel en Rodenrijs, maar ik wens u heel veel succes daar. Ik wens u ook heel veel succes als u zich daar in de politiek gaat begeven. Dat zou mooi zijn, volgens mij heeft u daar verbaal zeker talent voor en ook het verstand voor. Ontzettend jammer dat u gaat, maar heel veel succes gewenst daarbij. Voor u allen: ik kan me voorstellen, dat er onder u zijn, die ook nog even wat willen zeggen.

We hebben het zo geregeld, dat we aan het eind van de vergadering de link nog even open laten. Dan gaan we wel van de televisie af, dus dan zijn we wel onder ons, maar dan heeft u nog even de

1/13

gelegenheid om meneer Barendregt te proberen verbaal van repliek te dienen. Dat zal niet meevallen, dat weet u. Meneer Barendregt, het ga u goed. Misschien horen wij u nog in deze vergadering. We zijn vroeg vanavond en dat heeft te maken met het tweede deel van de commissie ruimte, dat vanavond nog gedaan moet worden. Ik wil er met u naar proberen te streven om om 20.15 uur klaar te zijn. Daarmee wil ik u niet onder druk zetten om uw bijdragen in te korten en om dingen niet te zeggen, die u wel wilde zeggen. Doet u dat vooral. Maar als het een beetje kan, laten we dan de vaart erin houden. 2. Insprekers De voorzitter: Er zijn geen insprekers vanavond. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 4 februari 2021 De voorzitter: is er iemand, die daar nog iets over wil zeggen? Nee? 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Is er iemand die daar iets over wil zeggen? De heer Kampinga: Kan het zijn dat de heer Hoek wat wil zeggen? De heer Hoek, WIJ: Ik krijg het handje niet weg. Ik had een vraag: nog een paar woorden tot de heer Barendregt nog te wenden. Maar daar heeft u in principe antwoord op gegeven. Dus dat zullen wij straks nog doen. Vervolgens kunt u dit handje als weg beschouwen. De voorzitter: Dat hoort ook bij de lingo van 2020 en 2021, het oude handje, daar hadden we vroegen ook nooit aan kunnen denken.

Inventarisatie rondvragen: De voorzitter: Er is 1 vraag binnen gekomen van mevrouw Bouman. Dat gaat over de wachtlijst voor huisartsen met name in Berkel en Rodenrijs. In overleg met mevrouw Bouman is besloten, dat het college daar schriftelijk op gaat antwoorden. Dat zou betekenen, dat we verder geen rondvragen hebben. Klopt dat? Dat klopt. 5. Bespreekpunten: 5.a Budgettekorten Wmo als gevolg van ‘huishoudsubsidie’ De heer Kampinga, VVD: Ik heb de eer om de woordvoering in eerste aanleg te doen. Waarom een abonnementstarief? De stapeling van zorgkosten is voor veel mensen, die langdurig zorg nodig hebben een groot probleem, vooral voor mensen met een midden inkomen, die vaak niet in aanmerking komen voor financiële tegemoetkoming. De som van de eigen bijdrage kan fors oplopen. Daar is het abonnementstarief voor bedoeld, om te voorkomen dat er een stapeling van eigen bijdragen plaats vindt. Het abonnementstarief bedraagt € 19 per 4 weken. Met deze bijdrage kan de inwoner in de vorm van 1 bedrag, maar dat kan voor die gemeente niet uit, want de kosten zijn veel hoger dan die € 19, en zo draagt het bij aan de tekorten die we hebben op de WMO. Voor de WMO is het net als in Lansingerland als geheel, de hele WMO, niet alleen het abonnementstarief, worden de tekorten voor dit jaar geraamd op € 0,9 mln oplopend tot € 4,9 mln in 2024.

Het is niet voor niets, dat de Lansingerlandse verordening zegt: er wordt geen voorziening verstrekt voor zover de inwoner op eigen kracht met gebruikelijke hulp zijn beperkingen kan wegnemen. Dat is een heel belangrijke opmerking in de verordening. De eigen hulp in de huishouding beëindigen en deze hulp in de huishouding goedkoper verkrijgen via de gemeente en het abonnementstarief is zeker niet de bedoeling van de wet. Steeds meer gemeenten lopen te hoop tegen de tekorten op de WMO, de WMO als geheel. De vraag is hoe Lansingerland acteert om deze tekorten te verminderen. We willen toch niet lijdzaam de tekorten laten oplopen, terwijl er onder de huidige WMO ook mogelijkheden zijn om als gemeente actie te ondernemen? Bij de beantwoording van de technische vragen van L3B wordt op zichzelf terecht gesteld, dat een inkomenstoets niet mag. En er wordt aangegeven, dat de financiële draagkracht wel meegenomen kan worden bij de beoordeling. Hiermee zou de inwoner bewuster gemaakt kunnen worden van de mogelijkheden buiten de WMO. Dit nemen we te zijner tijd mee in de nieuwe verordening sociaal domein en de beleidsregels. Onze vraag, naast het stuk, dat we al eerder ingediend hebben: hoe wordt de financiële draagkracht vast gesteld? Twee. In welke mate vermindert dit eventueel het toenemende beroep op het abonnementstarief? Drie. Te zijner tijd in een nieuwe verordening.

Het moet wat ons betreft nu al mee genomen worden, voor zover mogelijk, in de kaderbrief en de begroting, die dit jaar aan de orde zijn. Ik weet wel, er is mee rin het leven dan geld, maar goed. In deze bijzondere tijden doemen de bezuinigingen weer op en daarom is er een strakkere regie bij het toewijzen van hulp en ondersteuning hoogst actueel. Zo vergroten we de doelmatigheid en de betaalbaarheid van onze gemeentelijke zorgtaken en houden we vooral voor de kwatsbare bewoners de voorzieningen overeind. We zijn dan ook heel benieuwd hoe de commissieleden en het college hier tegenaan kijken. Dit in aanvulling op het bespreekpunt, dat geagendeerd wordt. Dank u wel.

2/13

De voorzitter: Ik heb even een technisch tussendoortje en dat geldt voor u allemaal. Zou u even uw camera willen uitzetten en weer willen aanzetten? Dat is alles wat u hoeft te doen. Even uit en weer aan. Dat heeft iets fraais opgeleverd. Dat vertel ik u nog weleens, maar er heeft iets gewerkt. De heer Crielaard, L3B: L3B vindt het goed, dat de VVD dit onderwerp op de kaart zet. De VNG constateerde eerder al een aanzuigende werking op de WMO ondersteuning en vooral bij de huishoudelijke hulp. Wij vinden de huidige regeling scheef en we zouden het liefst dat vandaag nog veranderd zien. De vraag is echter wat we binnen onze gemeentelijke bevoegdheden kunnen om de kostenstijging beheersbaar te houden. De VVD stelt een onderzoek voor naar weigeringsgronden. De vraag hierover bij onze fractie is de hoe-vraag. Meneer Kampinga verwees net naar een passage uit onze verordening. Daarvan vraag ik me af: is dat niet ondergeschikt aan hogere wetgeving? Ik wil de hoe-vraag ook richten tot het college. Zij geeft in de beantwoording op onze technische vraag aan, dat de voorgestelde maatregelen door de VNG juridisch niet houdbaar zijn. Ondanks dat een inkomenstoets niet mag, wil het college financieel draagkracht onderzoeken om mensen bewust te maken.

Hierover sluit ik me aan bij de vraag, die de heer Kampinga stelt: wat verwacht het college hier van? L3B begrijpt dat het abonnementstarief is ingevoerd om stapeling van eigen bijdragen te voorkomen, zoals de heer Kampinga net ook heeft toegelicht. Maar we denken dat de ontstane situatie niet houdbaar is. We vragen ons af of het plakken van pleisters dan de oplossing is. Hopelijk komen de landelijke politieke partijen tot inkeer en volgt alsnog een volledige compensatie op het abonnementstarief. We hopen dat een volgend kabinet gemeenten ook niet langer zal zien als een sluitpost voor de rijksbegroting. Dank u wel. Mevrouw Bouman, CDA: Alvorens in te gaan op de vraag van de VVD en hetgeen de heer Kampinga net naar voren gebracht heeft om een onderzoek te laten instellen voor hoe omgegaan wordt met de weigeringsgronden in het kader van de WMO, zeker ten aanzien van de huishoudelijke hulp, is er het volgende. Ik ben blij, dat L3B, de heer Crielaard, de nodige vragen heeft gesteld. Daar hebben we antwoord op gekregen. Maar daarvoor was ik al even de berichtgeving vanuit het ministerie na gegaan van in de loop der tijd, want per 1-1-2019 is dit abonnementstarief ingevoerd, wat er allemaal zoal gepasseerd is. U weet allen, dat er vanuit de gemeenten het nodige gepruttel is geweest over de uitvoering van dit gebeuren, met name over het abonnementstarief.

De regelmatige correspondentie en discussie tussen VNG en het ministerie zijn er geweest. Wat ook ertoe geleid heeft, dat eind 2019 en eind 2020 door het ministerie de nodige monitoring heeft plaats gevonden, zowel ten aanzien van het tarief, het percentage van mensen die deel nemen aan die huishoudelijke hulp en de uitputting ten aanzien van de huishoudelijke hulp. Er werd gezegd door de heer Kampinga: wat was nou de bedoeling van de wet? Dat was heel helder. Dat was dat er geen stapeling van kosten zou zijn, met name voor al diegenen, die helaas chronisch ziek zijn, de ouderen en de gehandicapten. Maar ook omdat er een ongewenste zorgmijding was, om dat te verminderen. Wat ik al zei: er is al heel veel gesproken over dit item. Wat er dan naar voren komt, is een stukje onrechtvaardigheid als iemand met een mooi inkomen, meer dan € 20.000 bij wijze van spreken en daarboven, dan zie je toch dat er in de ondergroep weinig toename is van het gebruik van huishoudelijke hulp, maar meer van degenen die boven die € 20.000 zitten. Er wordt gesproken over een schoonmaaksubsidie. Is dat niet onrechtvaardig? Ik kan me indenken, dat dat als zeer onrechtvaardig over komt. Echter, we hebben een WMO ingesteld en er is wettelijk, wettelijk, een abonnementstarief ingesteld van € 19. Als u het goed weet gaat een wet boven een verordening.

Met andere woorden: er kan in een verordening van alles vast gesteld worden, echter, er is geen rechtsgrond om dit te weigeren. Als mensen een beroep willen doen op die huishoudelijke hulp, als dat medisch noodzakelijk is, dan zijn er geen weigeringsgronden om dit te voorkomen en om dit te weigeren. Zoals door het college en de wethouder wordt aangegeven, dat je zou moeten proberen in een keukentafelgesprek te wijzen op de zelfredzaamheid en dat er gebruik gemaakt kan worden van buren, familie enzovoorts, dat zou heel mooi zijn in het kader van de zelfredzaamheid en voor de eigen kracht. Echter, de wet is de wet. Als er iets gewijzigd zou moeten worden, dan zullen daarvoor in Den Haag moeten zijn. Er is net ook al gemeld: er is geen inkomenstoets. Er is geen inkomenstoets vanaf 1 januari 2019. En per 1 januari 2020 is het tarief ook geldend voor de algemene voorzieningen. Met andere woorden: als we iets willen gaan doen, dan zullen we in Den Haag moeten zijn. De vraag of een onderzoek gedaan zal moeten worden, daar ben ik van mening, c.q. zijn wij van mening, dat het weinig zinvol zal zijn omdat de uitkomst al helder is, die staat al vast. Dan denk ik: dan moeten we dit nu niet willen, omdat e.e.a. heel helder geregeld is. Er zijn geen mogelijkheden, er is al jurisprudentie voor geweest. Dit is een onhaalbare kaart.

We moeten ons richten naar onze vertegenwoordigers in Den Haag, maar niet op plaatselijk niveau, want daar is het niet haalbaar. Dat ten eerste. Ten tweede. De voorzitter: U loopt aardig in de tijd en ik wil geen ruzie met de voorzitter van ruimte. Die ken ik. Mevrouw Bouman: Nog één ding. De compensatie richting de gemeente. Ik heb begrepen: recent is er aan de gemeenten € 18mln voorlopig gegeven voor de lediging van de nood. Dus bij deze. We wachten af wat er nog meer gaat komen. Dit in de eerste termijn. Dank u.

3/13

De heer Hoek, WIJ: Dank aan de VVD voor het opstellen van dit bespreekstuk. Of het nou wel of niet mogelijk is, dat weet ik eerlijk gezegd niet. Daarom ben ik zeer nieuwsgierig naar de reactie van de wethouder. De VVD heeft in ieder geval gemeend om wel gronden te hebben gevonden m.b.t. dat we hier er op een andere manier mee om zouden kunnen gaan. Het uitgangspunt is natuurlijk wel, dat geld daar komt waar het nodig is. Op het moment, dat we met zijn allen constateren, dat die verhouding zoek is, dan ben ik er een groot voorstander van om dit te onderzoeken en om te kijken wat de lokale mogelijkheden wellicht zijn. Zijn die er niet, ja, dan laat ik me graag overtuigen. Maar zolang dat nog niet het geval is, zou WIJ voor een onderzoek zijn. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: De opzet van de WMO heeft een aantal belangrijke pijlers, waar de CU blij mee is. De bedoeling is, dat goede hulp en ondersteuning geboden wordt aan wie het nodig heeft. Decentralisatie is ook zo’n belangrijk punt. Ook dat heeft een goede doelstelling en een goed oogmerk. Daarbij is het echter belangrijk, dat het rijk voldoende financiële middelen verstrekt en daar knelt het. Dat wordt in het bespreekpunt terecht aangegeven. Het verkiezingsprogramma van de CU, landelijk dan wel, pleit voor een aantal aanpassingen.

Eén daarvan is om de WMO voorzieningen alleen bij mensen terecht te laten, die en een sociaal medische indicatie hebben en die het bovendien niet zelf kunnen betalen. Het abonnementstarief moet worden afgeschaft als open einde regeling. Dat zijn punten in het landelijk verkiezingsprogramma van de CU, daarom een hartelijke uitnodiging aan degenen die het hiermee eens zijn om ook volgende week te weten op welke partij te kunnen stemmen. Helaas echter, deze commissie is geen nieuw kabinet in elkaar aan het timmeren. Lokaal kunnen wij heel weinig veranderen aan de landelijke regelgeving. Politiek gezien kunnen we het wel eens zijn met het afschaffen van het abonnementstarief, maar dat is echt iets voor een kabinetsformatie. Net zoals dat de WLZ overloopt en de jeugd GGZ overloopt. Dat zijn zaken, die we op rijksniveau zullen moeten gaan regelen. Plaatselijk hebben we geen andere keus dan de landelijke regelgeving volgen. Dat blijkt trouwens ook uit de rechterlijke uitspraken, waar in de beantwoording op de technische vragen op gewezen is. Hebben wij dan bezwaar tegen het onderzoek, waar naar gevraagd wordt? Ik denk dat het kosten met zich mee zal brengen om dit te gaan onderzoeken officieel.

Bovendien hebben we recent een stemkassessie gehad met de rekenkamer en het lijkt erop, dat de rekenkamer ook onderzoek gaat doen naar onze WMO voorzieningen, dus wij zijn hier geen voorstander van. Tot zover. De heer Jonker, D66: Ik zal proberen niet teveel te herhalen. Ik kan aansluiten bij de vorige sprekers, dat de WMO natuurlijk in grote mate landelijk wordt bepaald en gedicteerd, hoe dat eruit ziet. We moeten oppassen om te proberen dat lokaal te repareren op een oneigenlijke manier. Tegelijkertijd snap ik wel het voorstel van de VVD, want we willen natuurlijk die kosten beheersbaar krijgen. Maar ik weet niet of dit onderzoek, dat voorgesteld wordt, de weg is. Ik weet niet of dat de beste inzet is van onze ambtelijke capaciteit om dat te bereiken. Misschien zijn er wel andere onderwerpen in het kader van de WMO of andere acties, die daar wel toe kunnen bijdragen, want dat is wel nodig. Maar zoals het er nu ligt, ben ik niet voor dat onderzoek, ook vanwege argumenten die genoemd zijn door respectievelijk CDA en CU. Verder wil ik er ook nog iets politieks aan toevoegen. Ik heb ook wel enige moeite met de opmerking van, moeite met de uitvoering vooral, wanneer iets betaal baar is voor iemand.

Als we iets hebben geleerd van de recente uitvoering bij de belastingdienst, maar ook bij andere toeslagen is, dat het heel ingewikkeld en moeilijk is om eenduidig te bepalen of iets betaalbaar is voor iemand, of hij inderdaad in staat is om die kosten te dragen. Dus je moet ook niet te makkelijk denken over de uitvoering daarvan. Dat wilde ik daar nog aan toevoegen. Voor dit moment zie ik geen toegevoegde waarde in een onderzoek. Ik denk dat we beter onderzoek kunnen doen naar andere aspecten met de rekenkamer naar de WMO. Mevrouw Gabin, GL: De regering is van mening dat de MWO 2015 voor iedereen toegankelijk dient te zijn, ongeacht inkomen en vermogen. Maar door het niet compenseren van de kosten, zal dat bijdragen aan verdere bezuinigingen op het sociaal domein. Nu blijkt dat hulp vooral ingezet wordt bij hogere inkomensgroepen. Een onwenselijke situatie vindt GL. De tekorten stapelen op, waardoor de ondersteuning aan hen, die het echt nodig hebben, onder druk komt te staan. Dat terwijl zelfredzaamheid een belangrijk uitgangspunt van de WMO is. De VNG heeft gemeenten opgeroepen om de grenzen van de WMO op te zoeken. Eén van de adviezen van de VNG was om voortaan het inkomen te laten meewegen bij een WMO aanvraag, maar wettelijk gezien mogen gemeenten het inkomen niet laten meewegen bij aanvragen.

Op basis van art.2.35 lid 3 WMO hoeft het college enkel een voorziening te treffen voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht met een algemene gebruikelijke voorziening met gebruik bij hulp met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel gebruik making van algemene voorzieningen, kan verminderen of wegnemen. Uit jurisprudentie blijkt dat huishoudelijke hulp geen algemene, gebruikelijke voorziening is, maar boven-gebruikelijke hulp. Dan is het college wel gehouden een voorziening te treffen. Huishoudelijke hulp valt dus onder maatschappelijke ondersteuning en behoort tot de zorgplicht van de gemeente. Onderzoek naar weigeringsgronden zullen niet veel opleveren, ben ik bang. Daarbij vraag ik

4/13

mij af hoeveel zo’n onderzoek gaat kosten. Gaat het niet meer kosten dan het zal opleveren, is de vraag aan de VVD. Wat zeker is, is dat Hugo de Jonge de plank flink heeft mis geslagen met de invoering van een vast tarief. Wij vinden dat het teruggedraaid dient te worden of in ieder geval gewijzigd. Hiervoor moeten gemeenten blijven aangeven bij het rijk, dat er grote financiële en sturingsrisico’s zijn bij de uitwerking van het abonnementstarief. Mevrouw Verhoef, PvdA: De oplopende tekorten in de WMO zijn een grote zorg voor alle fracties hier. Ook omdat ze tot consequentie hebben, dat we op andere onderdelen in het sociaal domein zullen moeten gaan bezuinigen om dat tekort te compenseren. Maar laten we voorop stellen, dat goede zorg en ondersteuning belangrijk is. Dus koste wat het kost, we zullen als gemeente die verplichting moeten nakomen. Maar voor ons is wel belangrijk, en dat spreekt ook wel uit het bespreekstuk dat de VVD heeft gemaakt: wij vinden dat de sterkste schouders ook de zwaarste lasten moeten dragen. Het steekt ook ons wel, dat er geld voor huishoudelijke hulp gaat naar mensen, die dat eigenlijk zelf zouden kunnen betalen. Mevrouw Gabin heeft heel duidelijk uitgelegd: die huishoudelijke hulp hoort gewoon bij de zorgplicht van de gemeente. Ook een aantal andere gemeenteraadsleden en commissieleden hebben net uitgelegd: wettelijk is dit een verplichting.

Dat tarief is wettelijk zo ingesteld. Er is geen rechtsgrond om te weigeren. Dat is ook al gebleken uit juridisch onderzoek en ook de rechterlijke uitspraken bevestigen dat er geen ruimte zit in die landelijke wetgeving. Dus ik ben eigenlijk bang, van mening, dat een onderzoek hier in Lansingerland niets gaat opleveren, want de oplossing ligt toch ergens in die landelijke wetgeving. Daar kunnen we hier wel wat aan doen, als we contact zoeken met de Tweede Kamer. Dat is ook veelvuldig gebeurd in allerlei gemeenten. Dus alleen daarop blijven aandringen en zorgen dat de compensatie ook echt komt vanuit het rijk voor die enorme tekorten, die we hierdoor hebben gekregen in de WMO. Dat is eigenlijk het enige wat we kunnen doen. Dus wij zijn niet een voorstander van verder onderzoek daarnaar. Wel zorgen dat we die compensatie kunnen krijgen. Ik heb nog wel een vraag aan de wethouder. Mevrouw Bouman zei dat er recent, ik verstond, € 18 mln is gegeven aan gemeenten, verstond ik. Mijn vraag aan de wethouder is: hoeveel heeft Lansingerland inmiddels gehad ter compensatie? Of: waar kunnen we naar uitkijken, wat mogelijk in de komende maanden nog naar ons toe komt? Misschien is dat bekend. Dank u wel.

Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Ik ga niet alles herhalen, wat al door een aantal van uw commissieleden is gezegd over de onmogelijkheid om af te wijken van wat er in de wet is bepaald over enerzijds de WMO, voor wie die bedoeld is, en anderzijds het abonnementstarief, dat dat voor iedereen geldt, ongeacht het inkomen. Dat was juist de bedoeling, dat er niet gekeken werd naar inkomen, maar dat iedereen voor die € 19 per 4 weken, voor dat eenmalige abonnementstarief, geholpen zou kunnen worden, als wij vast stelden, dat die hulp nodig was. Er zijn gemeenten, die hebben geprobeerd om andere dingen te organiseren en die zijn inderdaad allemaal terug gefloten door de rechter met een beroep op die wet. Dus ik zie daar voor de huishoudelijke hulp eigenlijk geen ruimte om daar nu iets in te gaan proberen. Ik zie ook niet zoveel waarde in een onderzoek. Ik denk dat het veel realistischer is om met de commissie een keer na te denken over wat de groeiende groep ouderen voor ons als gemeente betekent.

Ik meen dat ik dat in één van de laatste vergaderingen ook een keer heb gezegd: als we met de verdubbelende groep senioren, die dan ook nog eens ouder wordt, omdat we met zijn allen gemiddeld ouder worden, langer in eengezinswoningen blijven wonen, dan blijven de kosten van de WMO natuurlijk ook sneller stijgen, dan wanneer we gelijkvloerse appartementen hebben voor mensen, waar we bijvoorbeeld geen traplift meer hoeven te organiseren en waar je ook andere aanpassingen minder snel hoeft te doen. Dus ik denk dat we wel in de breedte van de WMO moeten verkennen wat we kunnen doen om de kosten beperkt te houden, maar dat we niets aan het abonnementstarief kunnen doen. Dan was er nog een concrete vraag n.a.v. een opmerking van mevrouw Bouman en een vraag van mevrouw Verhoef over welk deel we hebben ontvangen van die € 18 mln. Die € 18 mln zegt mij niet zoveel, dus ik moet u daarop het antwoord schuldig blijven. Maar misschien weet mevrouw Bouman dat nog nader te duiden. Ik wil het voor de eerste termijn hierbij houden. Tweede termijn De heer Kampinga, VVD: Er is niet in gegaan op het belangrijke aspect, dat er enerzijds terecht gezegd wordt: we mogen geen inkomenstoets doen. Maar het college geeft in de beantwoording aan L3B wel aan, dat de financiële draagkracht mee gewogen wordt.

Wat is dat dan? Wat is de financiële draagkracht? Ik kan me er wel iets bij voorstellen, maar wat verstaat het college daaronder? In welke mate verwacht het college, dat dat eventueel invloed zou kunnen hebben op het beroep van de WMO. Het is een beetje indirect allemaal. Financiële draagkracht is niet helemaal duidelijk. Ik heb het al gehoord, maar ik vind het heel jammer dat er gezegd wordt: te zijner tijd in de nieuwe verordening. Dat wordt Sint Juttemis, als u me dat niet kwalijk neemt. Nu even principieel. Er zijn verschillende partijen, landelijk, ik hoef

5/13

maar te noemen D66, CU, PvdA, SGP in elk geval, die het abonnementstarief willen afschaffen. Principieel kunnen we hier niet op ingaan, maar er werd al gezegd: het moet landelijk. Ik heb toevallig bij het vast stellen van het verkiezingsprogramma van de VVD, samen met mevrouw Draak, een amendement ingediend over dit onderwerp en dat is ook gedeeltelijk aangenomen. Voor wat het waard is, zegt de VVD nu, dat er een strakkere regie moet komen van gemeenten bij het toewijzen van hulp en ondersteuning. Zo vergroten wij de doelmatigheid en betaalbaarheid van gemeentelijke zorgtaken. Ik weet wel, de VVD regeert niet alleen, hier zeker niet, maar dat was in elk geval onderdeel van het regeerakkoord. De partijen die ik noemde, die er deel van uit maken, hebben er kennelijk hun handtekening onder gezet. Maar je kan twee kanten op: het tarief moet naar beneden. Of: het moet omhoog. Of: het moet afgeschaft worden. Maar voorlopig zitten we ermee. In elk geval de VVD, wij ook hier lokaal, zeggen: moet je nou gewoon maar lijdelijk alle aanvragen inwilligen? Ik vind dat zo legalistisch, maar goed, ik ben econoom.

Moet je dat nou allemaal zomaar doen? Als je tekorten hebt op budgetten en je vindt allemaal, dat mensen die het niet echt nodig hebben, dat mag ik bijna niet zeggen, maar het is wel zo, mensen die het makkelijk zelf kunnen betalen, die hun eigen werkster inruilen voor een huishoudster bij de gemeente, is het niet gek dat het ten koste gaat van mensen, die het echt heel hard nodig hebben? Daar wilde ik het bij laten. Mevrouw Verhoef: Ik kreeg de indruk, dat de heer Kampinga off topic aan het gaan was. Hij gaat weg van de vraag: willen we een onderzoek, wat vinden we daarvan? Eigenlijk wat meer politieke aspecten, namelijk strakkere regie bij de toekenning van zorg en ondersteuning, hoe gaan we dit oplossen? Ik weet niet of dat de bedoeling is. De heer Kampinga: De strekking van ons bespreekpunt: de regie op afwijzingsgronden, of je dat wel of niet wil proberen te onderzoeken. Want één ding weten we zeker: als het abonnementstarief in de huidige vorm blijft, dan hebben we over 3 jaar € 4,9 mln op de totale WMO. De heer Crielaard: Mijn vraag aan de heer Kampinga heeft te maken met de eerste termijn van de heer Lieverse. Hij noemde de stemkassessie van de rekenkamer. Dat wil ik nog aan de heer Kampinga voorleggen. Hoe kijkt hij daar tegenaan. Verwacht hij daar iets van? De heer Kampinga: Geloof het of niet, meneer Crielaard, ik ben jaren bij die sessies geweest.

Toevallig had ik nu een andere hospice bestuursvergadering, dus ik ben er niet bij geweest. Ik heb begrepen, dat er over gesproken is. Maar in welke prioriteit het nu door de rekenkamer uitgevoerd gaat worden, dat weet ik niet, maar er komt wel een nieuwe directeur van de rekenkamer. Misschien dat dat nog helpt. De heer Crielaard, L3B: Reagerend op de andere fracties. Ik heb heel veel voorbij horen komen van: het moet in Den Haag gebeuren, het moet allemaal landelijk aangepast worden. Ik heb onlangs een artikel in Binnenlands Bestuur gelezen en daar lees ik dat VVD, GL, CDA over het abonnementstarief zwijgen in hun verkiezingsprogramma landelijk. Dan hoor ik hier in de commissie: de plannen moeten terug gedraaid worden, zegt mevrouw Gabin. Ik heb mevrouw Bouman horen zeggen: het is een onhaalbare kaart, in Den Haag is verandering nodig. Maar in de landelijke programma’s lees ik daar weinig over. Dat stemt mij weinig hoopvol of er landelijk iets gaat veranderen. Dan de wethouder. Ik denk dat het goed is om in de breedte naar de WMO te kijken en om te kijken wat we kunnen doen om bijvoorbeeld toekomstbestendiger te bouwen. Ik denk dat dat helpt. De VNG zegt: met de huidige gang van zaken kunnen we niet de huidige WMO goed blijven uitvoeren. Dat is nog wel een punt van zorg. Ik heb ook niet de oplossing voor handen van hoe we dat dan gaan oplossen.

In ieder geval de suggestie om in de breedte naar de WMO te kijken, vind ik een goede. Wat betreft het onderzoek: ik hoop, dat er nog aangrijpingspunten zijn om creatief met die wetgeving om te gaan om toch te kijken wat er mogelijk is. Mevrouw Bouman, CDA: Nog even inhakend op: wat gaan we naar Den Haag doen? Ik heb in mijn eerste termijn gezegd, dat er in 2019 en in 2020 vanuit het ministerie gemonitord wordt de financiële uitputting en de toename van het aantal cliënten, met name ten aanzien van de huishoudelijke hulp. Dit jaar gaat dat weer plaats vinden. Wat ik net al zei, over die € 18 mln, waar de wethouder naar vroeg. Ik zal dat nagaan. Er is volgens mij daar berichtgeving over geweest naar de gemeente, omdat de nood hoog was bij sommige gemeenten, omdat er zoveel aan huishoudelijke hulp al besteed is. Ik zal dat even nagaan. Ik heb dat een week of twee geleden gelezen, maar dat hoort u. De monitoring vindt nog steeds plaats. De VNG heeft sommige gemeenten op het verkeerde been gezet. Het is terecht, dat de rechter daar niet in mee gegaan is, want dan moet je toch echt iets doen bij wetswijziging. Als de druk zo hoog wordt, 2019, 2020 en straks 2021, dan kan de politiek toch niet terzijde gaan staan en zeggen: we gaan er niets mee doen.

Laat onverlet dat in de monitoring, dat wil ik nog wel even naar voren brengen, dat er ook gemeenten zijn en cliëntenraden, die zeer positief zijn over het abonnementstarief. Daarom zou ik zeggen: lees nog even alle artikelen vanuit het ministerie, wat ten aanzien van de monitoring gemeld wordt. Er zijn zowel positieve geluiden als negatieve geluiden. Ik kan er ook iets bij bedenken: het komt misschien wat onrechtvaardig over als iemand met een aardige portemonnee gebruik maakt van de WMO. De heer Crielaard: Ik hoorde mevrouw Bouman zeggen: er zijn ook veel mensen, die er positief over zijn. Het verbaast me toch een beetje, want ik meende ergens gelezen te hebben, dat 9 van de 10 gemeenten er juist niet positief over zijn. Dat dacht ik begrepen te hebben, omdat ze door het abonnementstarief enorm financieel in de knel komen. Mevrouw Bouman: Ik zou toch maar even de reacties van het

6/13

ministerie lezen. Wat ik net zei, over de monitoring in 2019 en met name ook de monitoring over 2020. Daar staat uitgebreid, dat er positieve geluiden zijn en ook negatieve geluiden. Ook in relatie tot zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Ik kan die artikelen nog wel even naar voren brengen. Maar op die € 18 mln kom ik terug. Wat de wethouder aangeeft, dat je nog een brede discussie zou moeten doen, zeker m.b.t. de toename van de ouderen. De heer Kampinga: Heel de WMO. Ik met altijd denken aan de slager, die zijn eigen vlees keurt. U heeft het over het ministerie, maar alle gemeenten, ook om ons heen, schreeuwen moord en brand. Dat snap ik even niet. Mevrouw Bouman: De gemeenten schreeuwen moord en brand. Ze hebben dat via de VNG bij het ministerie gebracht. Er zijn forse discussies, dat kunt u ook in die brieven lezen vanuit het ministerie. Maar het ministerie volgt het. Dan gaan we dat ook volgen als he top rij is, 2019, 2020, 2021. Er is al € 18 mln nu voor die huishoudelijke hulp naar de gemeenten gegaan. Het is misschien wel een druppel op een gloeiende plaat, maar er is wat gaande. Laten we er gewoon bij blijven, ook via de gemeenten, via de VNG en via onze politieke partijen, dat in Den Haag aanzwengelen. Het voorstel van de wethouder, daar ben ik wel een voorstander van. Hier wil ik het bij laten.

De heer Hoek, WIJ: Ik ben niet zo thuis in de brieven van het ministerie, ik heb andere hobby’s. Maar desalniettemin snap ik helemaal de frustratie van de heer Kampinga, want het is ontegenzeggelijk zo, dat dit soort regelingen bedoeld zijn voor mensen die het nodig hebben en niet voor mensen, die het makkelijk zelf kunnen betalen. Dat neemt niet weg, dat ik ook goed de reactie van de wethouder heb gehoord, die stelt dat het eigenlijk een onmogelijke exercitie is. Ik weet niet of de VVD nog een konijn uit de hoge hoed heeft om onderzoek toch mogelijk te maken, maar ik denk dat we op dood spoor zitten. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: De heer Kampinga reageert wat teleurgesteld op wat andere fracties naar voren brengen. Daarnaar luisterend heb ik dezelfde reactie als mevrouw Verhoef, namelijk dat er meer een wens tot bezuinigingen op sociale voorzieningen in doorklonk dan een inventariseren van wat we nou vinden van een onderzoek op dit terrein. Onze insteek is duidelijk weergegeven in de eerste termijn. Voor ons is een rekenkameronderzoek, waar recent voor gekozen lijkt te worden, zinvoller dan een ander onderzoek erbij te gaan doen.

De heer Jonker, D66: ik denk dat we vast nog op een later tijdstip uitgebreider te spreken komen over de WMO, maar ik wel graag aanvullen, dat mij wel opvalt, dat bij de VVD de hele sterke focus ligt op het financiële aspect, namelijk het betaalbaar houden. Natuurlijk is dat belangrijk, we moeten als gemeente voldoende geld hebben om deze taak uit te voeren en onze burgers daarin te kunnen ondersteunen. Maar tegelijkertijd die passie om continue te kijken of mensen misschien iets krijgen terwijl ze net teveel verdienen, ik denk dat dat niet de goede focus is. Ik denk dat de focus moet zijn: de mens en de inwoner, hoe we die het beste kunnen ondersteunen. Natuurlijk moet het betaalbaar blijven en moeten we daar voldoende middelen voor hebben, maar dat is wel de volgorde, wat mij betreft. Ik denk zeker dat we er nog een keer op terug komen en verder ben ik ook tevreden met de reactie van de wethouder. Ik denk dat dat de goede lijn is. De heer Kampinga: Het grappige is, dat we al een tijd met dit onderwerp bezig zijn, ook bij het verkiezingsprogramma van de VVD in december en daarna. U ziet op de stukken staan: 4 februari. Er is inmiddels een rekenkamersessie geweest en nu is het net alsof wij enzovoorts. Het is dus eerder andersom. Het zit in de lucht, zeg maar. Het idee van: alleen de mensen die het nodig hebben. Kijk, het is bij de VVD.

De voorzitter: U begint een betoog, dat is niet de bedoeling. De heer Kampinga: Op meneer Jonker. Die inkomenstoets is bewust niet meegenomen in het abonnementstarief. Bewust. De VVD, dat durf ik wel te zeggen, zeker landelijk, maar ook hier, wil dat in principe overeind houden. Er zijn partijen, waaronder de uwe en die van meneer Lieverse, die wil het afschaffen, maar het principe, dat je iedereen toegang moet verlenen met één tarief om te voorkomen, dat er een stapeling komt, dat principe willen wij graag overeind houden. Dank u wel. De heer Lieverse: Ik neem het meneer Kampinga niet kwalijk dat hij niet bij de stemkassessie aanwezig was, maar hij had wel kennis kunnen nemen van de uitslag ervan van zijn mede-collega’s in zijn fractie. Hij heeft in ieder geval nu gehoord, dat het zo hoog scoorde. Hij kon daar terplekke op reageren. Mevrouw Gabin, GL: Als tip zou ik de heer Crielaard willen adviseren om Kamerstukken 350, 93 te lezen. Daar staan alle scherpe vragen, die GL heeft gesteld t.a.v. het abonnementstarief. Dus ook landelijk is GL op de achtergrond bezig met het uiten van hun onvrede hierover. Ik wil de heer Kampinga op het hart drukken dat ook wij erop tegen zijn, net als de meeste partijen, maar we hebben gewoon helaas niet de instrumenten om in actie te komen. Dat is frustrerend, dat beamen wij ook. Maar ik snap niet zozeer waar de VVD op wil doelen.

Wat is het voorstel? Een inkomenstoets instellen en terug gefloten worden door de rechter? Je komt zo als gemeente wel in de schijnwerpers. Wellicht is dat een reactie, dat de VVD wil uitlokken.

7/13

Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik wil allereerst even de heer Crielaard heel kort zeggen hoe de PvdA landelijk denkt over betaalbare zorg voor iedereen. Het abonnementstarief is herverdeling van geld van arm naar rijk. Precies de kant op, die we niet willen. We schaffen het abonnementstarief in de WMO daarom af. De vrijheid van gemeenten om zelf het WMO beleid en tarieven te bepalen, komt ten goede aan het personeel en de zorg, die zij bieden voor de mensen, die van hen afhankelijk zijn. Tekorten bij gemeenten vullen we aan. Dat even over de PvdA landelijk. De wethouder is nauwelijks ingegaan inhoudelijk op de vragen van de VVD of het thema. Dat komt doordat een aantal mensen heeft gezegd: wettelijk kan dit niet, we moeten naar Den Haag. Ik denk dat ze dacht: gezien de tijd ga ik daar niet op in. Op zich, het punt dat ze maakt, we moeten breder kijken, hoe kunnen we de totale kosten in de WMO beperken, op zich kan mijn fractie zich daarin vinden. Ook de heer Kampinga zegt: strakkere regie bij toekenning van zorg en ondersteuning. Natuurlijk is het goed om steeds heel kritisch te kijken: wie heeft er zorg en ondersteuning nodig, wie niet? Hoe kunnen we zorgen dat de beperkte middelen, die we hebben, zo goed mogelijk worden ingezet? Ik denk dat het allemaal aspecten zijn, waarmee je de totale tekorten op het WMO budget kunt terug dringen. Dat is allemaal goed.

Maar het is mij dus niet helemaal duidelijk: hoe groot is nou die relatieve druk van die abonnementstariefkosten op het totale WMO tekort? Als 80% door het abonnementstarief komt en dat blijft, dan kunnen we aan allerlei andere knoppen gaan draaien, maar dan levert dat niet zo heel veel op, om de tekorten totaal in de WMO terug te dringen. Dus mijn vraag is: weet de wethouder wat de relatieve druk is van die abonnementstariefkosten op het totale WMO budget of tekort? Dat is één. Het verbaast mij toch, dat de wethouder geen idee heeft of er al geld is gegeven aan onze gemeente voor het compenseren van dit issue. Of dat ze misschien weet hoeveel er ongeveer aan zit te komen. Dat is toch minimaal iets, wat we in de aanloop naar de kadernota niet alleen voor de WMO moeten weten, maar ook voor jeugdzorg enzovoorts. Dus het lijkt me goed, dat daar schriftelijk een antwoord op komt van de wethouder. Daar zou ik graag een toezegging op krijgen, als dat kan. Dank u wel. Wethouder Van Tatenhove: Om daar dan mee te beginnen: er wordt nog steeds druk onderhandeld tussen VNG en het rijk over de tekorten die er zijn in het sociaal domein. Voor zover ik weet waren er ook vandaag weer gesprekken tussen een afvaardiging van de VNG, vanuit die commissie, en het ministerie. Ik weet niet of er al duidelijkheid over is.

We hebben in een brief 2 weken geleden aangegeven, dat we in elk geval een jaarrapportage kwantitatief maken. Ik denk dat het heel goed is om daar niet alleen de cijfers dan bij te vermelden, maar ook iets te zeggen over wat het dan financieel betekent. Vanzelfsprekend, als er inmiddels ergens een circulaire is verschenen, waarin staat dat wij als gemeenten geld krijgen voor enig onderdeel van het sociaal domein, dan komen we met die informatie naar u toe, want dat is voor ons allemaal een feestje, als er ergens wordt gezegd, dat we geld krijgen. Dus die informatie komt dan zeker naar u toe. Nog even aanhakend, om te voorkomen dat er een beeld zou ontstaan, dat we bij iedereen die zich meldt aan onze poort of met wie we aan de keukentafel schuiven of met wie we in een digitaal overleg zitten, dat we dan zomaar een WMO product overhandigen tegen een abonnementstarief van € 19: dat doen we natuurlijk niet. We doen altijd een gesprek, hoe de situatie is, wat er van een netwerk verwacht kan worden, wat er nodig is. We kijken altijd wat iemand echt aan zorg nodig heeft. Maar als iemand zorg nodig heeft, ook al is dat huishoudelijke hulp, dan is dat iets wat onder de WMO valt en dan verstrekken we die.

Ik denk dat terugkijkend het invoeren van het abonnementstarief echt met de beste bedoelingen is gebeurd, om te zorgen dat die stapeling van kosten nooit de reden kan zijn om niet de juiste zorg aan te vragen. Maar we zien dat het een bijeffect heeft dat groter is dan in Den Haag destijds is verwacht. Daar plukken wij nu financieel de wrange vruchten van. Ik denk dat het goed is dat een aantal partijen heeft aangegeven, dat ze daar landelijk over aan de bel hebben getrokken. We gaan zien na de kabinetsformatie wat er gebeurt, maar het feit is in elk geval heel duidelijk, dat met name de huishoudelijke hulp sterk is toegenomen binnen de WMO producten en dat dat vooral toegenomen is in gebruik door mensen, die een hoger inkomen hebben dan in het verleden gemiddeld. De heer Kampinga: Ik heb twee keer gevraagd om te reflecteren op het antwoord op de technische vragen van L3B, waarin gezegd wordt: de inkomenstoets mag niet. Nee, inderdaad. Maar we zitten er wel aan te denken om de financiële draagkracht mee te nemen. Heel simpel gezegd: wat bedoelt u met die financiële draagkracht meenemen? Wethouder Van Tatenhove: We vragen in de gesprekken die we doen ook wat de financiële situatie is. Maar we kunnen er niet zoveel mee, omdat we volgens de wet huishoudelijke hulp moeten verstrekken zonder dat we dat mogen meenemen als een criterium om iets niet toe te kennen.

We kunnen er in de praktijk niet zoveel mee op dit moment. Misschien verandert dat later, maar nu kunnen we er niets mee. De heer Kampinga: In de beantwoording staat: ondanks dat er geen inkomenstoets mag plaats vinden, zijn we wel voornemens om de financiële draagkracht van inwoners in het onderzoek mee te nemen. Dat is toch iets van de toekomst? Zoals u het zegt, doet u het eigenlijk al. Dat begrijp ik niet. Wethouder Van Tatenhove: Bij het keukentafelgesprek doen we een zo breed mogelijke uitvraag, wat we steeds hebben gezegd. Ik heb er eigenlijk niet zoveel meer over te vertellen, want we mogen er nu niets mee, omdat het abonnementstarief voor iedereen geldt, ongeacht inkomen of vermogen of wat dan ook. Mevrouw Verhoef: Ik had tot twee keer toe de vraag gesteld, maar misschien is ook die lastig. Misschien had ik hem technisch moeten stellen, maar hij

8/13

kwam door de inleiding van meneer Kampinga op. Weet u in het totale tekort dat we op de WMO hebben, weet u welk stuk daardoor veroorzaakt wordt door het feit, dat er zo’n enorme stijging is in het gebruik van die huishoudelijke hulp? Gaat het nou om 5% van het totale tekort? Of 50%? Wethouder Van Tatenhove: Dat heb ik op dit moment niet paraat, maar we zijn wel bezig met het afsluiten van het jaar 2020, dus dat weten we binnenkort wel. We hebben afgesproken, dat we een kwantitatieve jaarrapportage naar u toesturen. Daar zal ik het in elk geval in vermelden. Ik denk dat dat het juiste moment is om het erover te hebben, omdat we dan het beeld compleet hebben. De voorzitter: Dan dank ik u hartelijk voor deze beraadslaging met elkaar. 5.b Beachvolleybal - vervolg motie M2021-003 De voorzitter: Daar hebben we al flink over zitten praten. U heeft al gezegd wat u ervan vindt. Daar is nu een brief van het college en ik wil u voorstellen, dat u zich beperkt tot de reactie van het college en niet nog een keer uit de doeken gaat doen wat voor schitterende sport dat wel niet is, want dat is het. Ere wie ere toekomt, ik wil meneer Hoek als eerste het woord geven. De heer Hoek, WIJ: Ik zal naar u luisteren. Op voorhand wil ik de wethouder bedanken voor de acties, die zij de afgelopen tijd heeft ingezet om te komen waar we nu staan. Ik heb twee vragen.

De ene vraag is: er wordt gesteld in de brief dat het realiseren van fase 1 de gemeente € 15.000 kost. Ik wil dus weten: waar bestaat die € 15.000 uit? Ik ga ervan uit, dat dat is het opruimen van het terrein en het egaliseren van het terrein. En ten tweede een heel belangrijke vraag, want die datum wordt ook duidelijk in de motie gesteld: de datum van 1 mei. Ik wil van de wethouder weten: gaan we 1 mei halen? Want dat staat in de motie. Als ik een heel duidelijke toezegging krijg op deze twee zaken, of in ieder geval het laatste, dan is wat mij betreft een raadsbesluit niet nodig in de eerstkomende raad. Maar 1 mei is wel een cruciale datum. Dank u wel. Mevrouw Draak, VVD: Ik heb ook waardering voor het feit, ten eerste dat dit door meneer Hoek ter sprake is gebracht en dat nu vanuit de gemeente en vanuit de wethouder zoveel in het werk is gesteld, zodat het in beweging is. Daar ben ik heel blij mee. Voor wat betreft die datum van 1 mei, ben ik het niet helemaal met meneer Hoek eens. Ik zou willen zeggen: de toezegging is dat de wethouder er alles aan zal doen, en ik ga er nog steeds van uit. Ik ben dus wel benieuwd wat haar reactie is op de vraag van de heer Hoek. Maar uiteindelijk laat de VVD zich niet teveel aan macro management wagen. Een andere vraag heb ik wel over fase nul, die € 15.000 moet kosten.

Wat ik gewoon echt niet begrijp en waar ik me ook zorgen over maak, is die € 15.000: ik heb het gevoel dat wij daar akkoord voor moeten geven. Ik vraag me af of wij dit wel moeten betalen vanuit de begroting sport, omdat ik zomaar het vermoeden heb, dat het depot en alle grond die daar ligt, helemaal niets met sport te maken hebben. Ik denk, dat mevrouw Van Tatenhove even met meneer Fortuyn een verbaal robbetje moet vechten. Ik begrijp heus wel, dat de gemeente onderaan die streep die € 15.000 moet betalen, maar ik vind het gewoon echt heel raar, dat een sportveld, dat als sportveld bedoeld is, als grondopslag wordt gebruikt. Ik geloof niet, dat dit de manier is, waarop wij met dit soort terreinen willen omgaan. Ik vind ook, dat die € 15.000 dan niet ten koste moet gaan van de sportbegroting, waar uiteindelijk ook andere verenigingen last van hebben. Daar ben ik wel kritisch op en ik wil daar ook graag een reactie op van de wethouder. De heer Bergwerff, CDA: Heel fijn dat deze brief vandaag besproken kan worden. De vorige keer was het even de discussie of de vraag of de wethouder dat zou redden, dus we zijn heel blij dat dat nu meteen gedaan kan worden. Wat de VVD zei, vond ik een heel interessante. Die had ik ook opgeschreven. Die € 15.000, waar wordt dat nou uit betaald? Toen ik die brief las, dacht ik: dit is een voorschot op de behandeling accommodatieplan sport.

Die gelden worden daar even uit gehaald en dit is een voorschot, dat nu al gebruikt wordt. Maar toen ik er langer over nadacht, had ik eigenlijk hetzelfde als wat de VVD net zei: het zou zomaar anders kunnen zijn. Het is natuurlijk ook niet direct gerelateerd aan sport, dus ik ben heel benieuwd naar de beantwoording van de wethouder hierop. En die 1 mei: ik heb het even goed bekeken. Ik heb begrepen, dat de overeenkomst getekend moet worden, waarin o.a. het huurtarief en termijn van gebruik van het veld, van de grond, beschreven staat. Wat er in fase nul allemaal nog moet gebeuren, het verplaatsen van het depot en het verwijderen materialen en grond, wat plusminus 3 weken gaat duren, tussen de 2 en 3 weken, dan heeft de vereniging zelf aangegeven 6 weken nodig te hebben om die velden gereed te hebben voor gebruik. Volgens mij is 1 plus 1: 2. 1 mei redden we helemaal niet, volgens mij. Maar dat hoor ik ook graag van de wethouder. De heer Lieverse, CU: Op zijn kortst. De rapportage, die we hebben gekregen, vinden wij in overeenstemming met de aangenomen motie. We vinden het met name ook klasse, dat ondanks de zorg die werd uitgesproken tijdens de raadsbehandeling, dat er zo’n tempo mee gemaakt is, dat het toch gelukt is voor deze vergadering. Alleen, daar is al aangegeven dat het nog ontbreken van de integrale

9/13

afweging in het accommodatieplan verwarring zal geven. De vragen, die ik zojuist gehoord heb van mijn collega’s, die onderstrepen dat. Dank u. Mevrouw Heijblom, D66: Hartstikke mooi, dat meneer Hoek zich zo heeft vast gebeten in dit thema en dat dit geresulteerd heeft in een besluit. Wat mij betreft, maken we dit onderwerp niet te groot. Volgens mij hebben we het er nu heel vaak met elkaar over gehad, is er een mooie toezegging gedaan. Het is mooi als die 1 mei gehaald wordt, maar als het iets later wordt, dan is het zo. Wat mij betreft, is er niet zo heel veel meer over te zeggen en is het mooi, dat het zo gelukt is. Punt. Mevrouw Gabin, GL: Allereerst inderdaad heel positief, dat de wethouder alsnog om de tafel is gaan zitten met de heren van Volley2B om tot een snelle oplossing te komen. Wij horen graag nog wat meer helderheid over de € 15.000. De locatie is goed te bereiken met de fiets. Ik hoop, dat er ook voldoende fietsenstallingen staan. Mevrouw Verhoef, PvdA: Complimenten voor de wethouder en de ambtenaren, dat ze zo voortvarend aan de slag zijn gegaan. E.e.a. staat ook heel netjes op een rij in deze brief, die vonden we heel informatief. Ik heb er ook niet zien staan, dat die € 15.000 uit het sportpotje gaat komen. Het moet ergens uit komen, dat was het hele idee. We gaan hier versneld iets doen, we gaan namelijk een voorschot nemen op het accommodatieplan sport.

Daarmee is de wethouder, op verzoek van de hele gemeenteraad en ook na inspraak van een sportvereniging, in actie gekomen, maar daar is ze al ver buiten de paden gegaan, die ze misschien had hoeven gaan gezien het feit dat die sportaccommodatienota eraan zat te komen. Eigenlijk een beetje in lijn van de heer Lieverse en mevrouw Heijblom zei dat ook: de wethouder heeft al heel erg haar best gedaan, 1 mei zou natuurlijk prachtig zijn, maar als hier grond moet worden geëgaliseerd, opgeruimd, schoon gemaakt, ik weet niet precies wat de bedoeling is, maar dan moet dat gewoon goed gebeuren. Die vaart lijkt erin te zitten. Ik zou ook zeggen, net als mevrouw Heijblom: het is mooi zo. Punt. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik wil de wethouder bedanken, want het was wederom een gevleugeld begrip in Lansingerland: stoom en kokend water. Maar de wethouder heeft inderdaad een prima en heldere brief neergelegd. Over de € 15.000 is al gesproken. Ik denk niet dat we ons moeten afvragen uit welk potje dat komt en zeker niet als je kijkt naar de begroting van € 130 mln. Laten we daar niet teveel bij soebatten. Ik ben overigens wel een klein beetje nieuwsgierig wat daar allemaal voor moet gebeuren, want ik vind het best wel veel geld. Waar ik wel twee vragen over heb: die 1 mei, die is door Volley2B als een soort heilige datum geformuleerd.

Meneer Bergwerff is al aan het rekenen geslagen, maar er zit nog een trajectje voor, dat is namelijk de overeenkomst, die kennelijk getekend moet worden. Ik heb via de band begrepen, dat daar al heel wat vertraging in zit. Dus graag van de wethouder de toezegging, dat er snel iets getekend wordt, waarna afgegraven kan worden. Dat is kennelijk nu de bottleneck. Het tweede is, dat ik graag van de wethouder zou willen horen, het recht van opstal. Is dat nou een verplichting of is dat facultatief? Daar was ik nog wel even nieuwsgierig naar. Als laatste zou ik aan de wethouder willen vragen hoe zij nou terug kijkt op dit traject. Ik was net even uit beeld, want ik werd er even uit gegooid, maar we zijn er vanaf maart 2019 mee bezig tot februari 2021. Dan hebben we rondvragen, de commissie samenleving, technische vragen, moties vreemd aan de orde voor nodig gehad, voor eigenlijk een onderwerp, als je nu de koe in de kont kijkt, waarvan je denkt: waar zijn we … mee bezig geweest. Ik hoop niet, dat dit de dienstverlening en klantgerichtheid is richting sportverenigingen. Ik heb nog een laatste voor de wethouder. Ze heeft in onze technische vragen gezegd wat het allemaal kost, drainage en het egaliseren en nu komt er een bedrag van € 15.000.

Ik was vanmorgen echt heel nieuwsgierig: waar is die € 60.000? Ik ben echt stupéfait toen ik als enige, wat ik heb ernaar gevraagd, de opzet kreeg van die € 60.000. Die € 60.000 was een afwijzingsgrond voor Volley2B bij de softbal, dat die € 60.000 nul komma nul te maken heeft gehad met de locatie waar we het nu over hebben. Dat ging over sporthal De Zijde. Ik vind het eigenlijk wel heel vreemd, dat het in eerste instantie wordt afgewezen op een kostenraming, die niets met de softbal te maken heeft. Ik zou echt aan de wethouder willen vragen: wat zijn haar lessons learned nu van dit traject? Dank u wel. Wethouder Van Tatenhove: Het is inderdaad mooi, dat we tot een voorstel zijn gekomen, wat past binnen het accommodatieplan, dat in wording is als het gaat om de locatie en wat op korte termijn al mogelijk is in een fase nul door de zelfwerkzaamheid van Volley2B en door de strakke actie vanuit de commissie. Dus ik denk dat Volley2B daar terecht heel blij mee was, de vorige keer dat u het heeft geagendeerd en vandaag ook weer. We zijn inderdaad in gesprek met Volley2B en we proberen zo snel mogelijk na deze avond te kijken of de overeenkomst afgerond kan worden, maar het is al duidelijk dat Volley2B in elk geval op die plek aan de slag kan en dat wij gaan beginnen met het leeg maken en dat Volley2B zo snel mogelijk aan de slag kan met de voorbereiding om het in gebruik te nemen.

Of ze dan 1 mei wel of niet precies halen, dat weet ik niet. Dat ligt voor een belangrijk deel ook aan Volley2B zelf, omdat ze zelfwerkzaamheid gaan doen. Maar het is daarop wel aankoersen vanaf twee kanten. De

10/13

€ 15.000 heeft inderdaad te maken met het leeg halen van het terrein, dat buiten gebruik was genomen en daarom ook als opslagplek werd gebruikt, en met het aanleggen van een toegangspad vanaf het fietspad, want dat ligt er op dit moment niet. Ook als je lopend komt, omdat je je auto ergens anders hebt geparkeerd, is het wel goed dat het terrein wel bereikbaar is. Ik denk dat het best wel een goede suggestie is om daarover met collega Fortuyn in overleg te gaan, of hij een deel van die kosten voor zijn rekening kan nemen en of een ander deel wel uit de reservering zou kunnen voor het accommodatieplan, die in 2021 op de begroting stond. Wat betreft is het mogelijk vanuit mijn portefeuille, maar ik vind het wel een redelijk argument, wat u noemt, dat de spullen die er liggen misschien beter door meneer Fortuyn in rekening gebracht kunnen worden. Die overeenkomst is wat ons betreft dus ook niet de bottleneck, meneer Hoppenbrouwer. Het recht van opstal, dat genoemd wordt, dat gaan wij met hun afsluiten. Dat is niet een keuze, dat gaan we doen. U refereert er nog even aan, dat dit achteraf gezien lang onderweg is. Dat heeft natuurlijk van alles met het coronajaar te maken, maar ook met het accommodatieplan, want het was de bedoeling dat we dit mee zouden nemen en integraal zouden afwegen in het accommodatieplan.

Het accommodatieplan heeft een langere doorlooptijd, die discussie ga ik op dit moment niet met u over doen. Daardoor is er in het traject rond Volley2B ook echt wel wat gebeurd in het uitsmeren in de tijd. Achteraf gezien is dat jammer, denk ik. Ik ben blij, dat we op dit moment met zijn allen een been bijtrekken en dat die fase nul voor Volley2B ook voldoende is om dit jaar in elk geval te kunnen beachvolleyballen. Wat leren we daarvan? Dat een volgende keer, als we weer met een pandemie te maken hebben aan de voorkant beter af moeten wegen wat we niet alleen maar laten slepen, maar wat we wel of niet voortzetten of stoppen, want daardoor krijg je achteraf verkeerde verwachtingen. Ik ben in elk geval blij dat Volley2B zo enthousiast aan de slag is en dat u daar een belangrijke bijdrage aan heeft geleverd. Volgens mij is Volley2B u daar ook heel dankbaar voor, maar dat komen ze vast nog wel zelf aan u vertellen. Hier wilde ik het bij laten. Tweede termijn De heer Hoek, WIJ: Fijn, dat er in principe geen overeenkomst nodig is, die komt later wel, en dat Volley2B meteen aan de slag kan. Dat zal hen helpen. Wellicht dat in overleg met Volley2B ze zelf ook nog wel het e.e.a. kunnen doen om het terrein op te ruimen, dat zou mooi zijn. Ik denk dat, juist omdat die overeenkomst niet nodig is, er morgen begonnen kan worden met het leeg rijden van het terrein.

Als we daar morgen mee beginnen, dan gaan we 1 mei halen. Dat zou natuurlijk prachtig zijn, want dan voldoen we aan alle zaken, die we gesteld hebben. Corona, daar krijg ik zo’n beetje pukkels van, zo langzamerhand. Daar waar in heel Nederland de productiviteit toeneemt, omdat mensen geen reistijd hebben en heel veel thuis kunnen doen, daar merk ik dat het op ons gemeentehuis toch nog vaak als argument wordt gebruikt, waarvan ik denk: ik vind het oneigenlijk. Ja, ik snap best dat het in de communicatie met burgers nog lastiger is, maar ik vind het geen argument om alles maar voor je uit te schuiven. Hetzelfde geldt voor de chillplekken, waar ik het al eerder over gehad heb. Ik vind, dat een hele hoop zaken gewoon door kunnen gaan. Ik wil u echt uitdagen om dat ook te doen. Maar al met al zit hier een tevreden mens en ben ik blij, dat de wethouder met name de laatste weken goed in actie is gekomen om te bewerkstelligen dat we, naar ik hoop en wens, 1 mei gaan halen. Dat zou erg mooi zijn. Dank u wel. Mevrouw Draak, VVD: Ik ben heel blij met de beantwoording en ik ben ook gelukkig, dat we eindelijk weer eens iemand op de tribune hebben zitten, namelijk een heel lief, klein, blond koppetje. Dat vind ik een genot om naar te kijken. Leuk om de vergadering mee af te sluiten. De heer Bergwerff, CDA: Hopelijk wordt 1 mei gehaald. Ik ben benieuwd waar die € 15.000 vandaan komt.

Ik heb even gemist of we dat nog te horen krijgen, in een brief of wat dan ook. Dat hoor ik graag nog even van de wethouder, kort. En ik wil even zeggen, dat ik het eens ben met L3B en wat WIJ net ook herhaalde: dit traject heeft natuurlijk heel lang geduurd. Het CDA is ook van mening, dat dat niet nodig was, maar het is nou eenmaal zo en we gaan verder. Dank u. De heer Lieverse, CU: Wij waren al tevreden over de reactie van het college, maar het moet me wel van het hart dat wat meneer Hoek naar voren brengt, die verzuchting, die kunnen wij wel voor een deel nazeggen. Om corona de schuld te geven van allerlei vertragingen op diverse terreinen, dat gaat ons ook wat ver. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik wil de wethouder bedanken voor de toelichting. Op 1 mei hangen wij al de rooie vlag uit en als het op die dag toch lukt om te beachvolleyballen, dan is het helemaal een mooie dag. Hopelijk lukt het in ieder geval snel. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik sluit me aan bij de woorden van meneer Hoek. Meneer Lieverse doet het wat gematigder, maar ik zou het met de emotie van de heer Hoek: ik vind het een heel oneigenlijk

11/13

argument om telkens maar corona als argument te gebruiken. We hebben pas ook een brief van het college gehad: druk op de organisatie. Daar kan je ook wat van vinden. Maar over het tweede ben ik nog het meest teleurgesteld. De wethouder brengt het proces terug naar corona, maar ik zou de wethouder echt willen vragen om de beantwoording van de technische vragen van L3B nog eens goed door te lezen. Daar heeft u ons op een aantal vlakken gewoon op het verkeerde been gezet. Ten eerste, er waren twee afwijzingsgronden. De eerste was dat beachvolleybal geen onderdeel was van de basisinfrastructuur sport. Dat was de eerste afwijzingsgrond. Dat is door alle commotie uiteindelijk recht getrokken en hebben we nu indirect gezegd, dat het een onderdeel van de basisinfrastructuur wordt. Ik begreep, dat u dat net ook bevestigde, omdat het een onderdeel wordt van de sportaccommodatienota, die deze maand komt en die wij in april gaan behandelen. Maar het tweede, en daar had ik het in mijn eerste termijn over: u heeft mij een antwoord gegeven, dat de kosten € 60.000 waren. Ik krijg nu net die offerte, die ik vandaag heb opgevraagd, maar die gaat helemaal niet over deze locatie. Dus u heeft een bedrag genoemd, als afwijzingsgrond. Dat heeft u toen afgezet tegen de afwijzingsgrond, u heeft gezegd: het gaat om veel meer geld en daarom gaan de padelbanen en de inline skate door.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=a450ed99-527b-4608-a899-0020aa8b9916