BV21.0023 Verslag CIE Samenleving d.d. 14 januari 2021
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Samenleving BV21.0023 Datum vergadering
: 14 januari 2021
Digitaal aanwezig via Teams: Commissieleden: Leefbaar 3B : Leon Erwich, Machiel Crielaard, Wouter Hoppenbrouwer VVD : Marloes Draak, Juval Pat El, Eric Kampinga CDA : Nelleke Bouman, Frank Buijs WIJ Lansingerland : Leon Hoek, Erwin Barendregt CU : Kees-Willem Markus, Paul Lieverse D66 : Erik Jonker, Eva Heijblom GroenLinks : Selgei Gabin PvdA : Petra Verhoef, Valmir Xhemaili Wethouders
: Kathy Arends, Ankie van Tatenhove
Aanwezig in de raadszaal: Voorzitter : Alexander Kuipers Commissiegriffier : Rianne Kokke Afwezig CDA GroenLinks CU
: Dave Bergwerff : Anja de Geus, : Kees Willem Markus
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Goedenavond allemaal. Voordat ik de vergadering open, ga ik even kijken of we hem wel mogen openen. Dan moet ik voldoende tekenen van leven van u krijgen. De heer Bergwerff is er niet, hij wordt vervangen door de heer Buijs. Ik meld u, dat mevrouw De Geus afwezig is. De heer Kampinga is later. Mevrouw Draak: Dat wordt behoorlijk veel later. De heer Barendregt, de heer Buijs, mevrouw Bouman, de heer Crielaard, mevrouw Draak, de heer Erwich, mevrouw Gabin, mevrouw Heijblom, de heer Hoek, de heer Hoppenbrouwer, de heer Jonker, de heer Lieverse, de heer Pat El, mevrouw Verhoef, de heer Xhemaili: aanwezig. Dan heb ik alle leden van de commissie gehad. Of heb ik iemand niet opgenoemd? Nee. Dan open ik nu de vergadering. Hartelijk welkom bij deze eerste vergadering van de commissie samenleving in het nieuwe jaar, het laatste volledige jaar dat wij als commissie vergaderen. Zo snel gaat het dan al weer. U hebt al mee gekregen, dat mevrouw De Geus afwezig is en dat meneer Bergwerff vervangen is door meneer Buijs. 2. Insprekers De voorzitter: Er hebben zich geen insprekers gemeld. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 3 december 2020 De voorzitter: U heeft gezien dat meneer Hoppenbrouwer een paar correcties heeft aangevraagd. Zijn er overigens nog opmerkingen? Zo niet, dan stel ik het bij deze vast. 4.
Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Zijn er verzoeken of opmerkingen? Dan gaan we de agenda doen, zoals die er is. U weet, dat agendapunt 5.a vervallen is. Inventarisatie rondvragen: De voorzitter: Er zijn 4 vragen binnen gekomen: 2 vragen van meneer Hoek, 1 over het beachvolleybalveld en 1 over de bijstand en de casus Wijdemeren. Dan een rondvraag van de heer Erwich over de brand op de tribune van TOGB. En een vraag van meneer Kampinga over de voortgang van het
1/36
plan schuldhulpverlening. Dan heb ik niemand gemist? Nee? Gelukkig. Dan zijn we compleet in de administratie. 5. Bespreekpunten: 5.a VERVALLEN Subsidieregeling 'Levendig Lansingerland' De voorzitter: U weet dat agendapunt 5.a vervallen is. 5.b Tussenevaluatie visienota onderwijs 2017-2025 De heer Hoppenbrouwer, L3B: Na lezing hebben we drie conclusies getrokken. De eerste is, dat de voorgenomen innovaties van het onderwijsbeleid van voormalig wethouder Heuvelink is mislukt, dat de tussenevaluatie kwantitatieve voortgang mist en dat de tussenevaluatie ons leert dat er veel meer geïnvesteerd moet worden in het onderwijsachterstandenbeleid en de aansluiting tussen het onderwijs en het werk. Dat ga ik nog even toelichten. Ik heb echt te doen met meneer Heuvelink, want alles wat hij heeft bedacht als het gaat om de innovatie, dan moeten we vast stellen, dat dat niet gelukt is. De wijknetwerken, innovatiebudget en de pilot eco-scholen, die zijn niet uit de verf gekomen. Ik ben ook wel enigszins verrast, dat het college zo enthousiast is en roept dat ze qua uitvoering op koers ligt, maar dat is toch wel met een roze bril beoordeeld. Het enige wat nog innovatief over blijft, is de mogelijke komst van een ander onderwijsconcept, maar daarvan heb ik begrepen, dat we medio 2021 een uitgangsnotitie zien.
Daarin geef ik vast aan de wethouder mee, dat ik van haar verwacht, en ik hoop dat ze het ook kan bevestigen, dat zijn uitvoering zal gaan geven aan haar grondwettelijke taak om te zorgen voor voldoende openbaar onderwijs, dus ook in Wilderszijde. De wethouder heeft het over de uitgangspuntennotitie en mijn vraag is eigenlijk: wat is de rol van de gemeente? Ik had ooit van haar begrepen, dat het initiatief bij de ouders moest liggen en niet zozeer bij de gemeente. Kan zij daar nog even aan toelichten wat de noodzaak is om met een uitgangspuntennotitie te komen? Dan naar de kwantitatieve voortgang. We hebben natuurlijk een stoplichtenrapportage gezien. Daarin kan je in één oogopslag goed lezen wat de status is. Het is overigens wel bijzonder, dat de oorspronkelijke nota 6 beleidsdoelen kent en de evaluatie er maar slechts 5 kent. Het is jammer, dat we gewoon niet weten wat we nou bereikt hebben. Dat reken ik mij als raadslid ook aan, want dat hebben we verzuimd op te nemen als nulmeting. Bijvoorbeeld de maatschappelijke effecten van de twee cultuurcoaches en de sportcoaches, toch € 90.000 structureel in de begroting. Daar heb ik nu geen zicht op, wat dat ons nou brengt. Dat had ik wel graag willen weten. Hetzelfde geldt voor het project hybride leren.
Wat ik al zei: de tussenevaluatie geeft ons de indruk, dat er geïnvesteerd moet gaan worden in onderwijs en werk en het onderwijsachterstandenbeleid. Ook als je kijkt naar onderwijs en werk, de website van de SOB Oostland, die dat dan o.a. organiseert, dan is daar op 13 juni 2019 voor het laatst een melding op geweest. Die melding ging over een convenant, die in december 2018 verlengd zou worden. Mijn vraag aan de wethouder is dan ook: wat is er nou eigenlijk gebeurd? Bestaat SOB nog? Kan dat via de onderwijsvisie nieuw leven ingeblazen worden? Zeker met de stijgende jeugdwerkloosheid is dat ons inziens geen overbodige luxe. Als afsluiting meen ik dat wij in 2008 ooit op de bestuurlijke agenda hebben zien staan een nota onderwijsachterstandenbeleid. De reden was toen de wijziging van het stelsel van de rijksbijdrage en de uitbreiding van de doelgroep. Nu popt volgens mij weer die kans op. L3B zou graag van de wethouder vernemen wat de resultaten zijn geweest van de onderzoeken m.b.t. die onderwijsachterstanden en waarom het eigenlijk nooit zover is gekomen, dat er daadwerkelijk beleid is ontstaan. Ik weet dat bij een begrotingsbehandeling, de tafeltjesavond, werd gezegd: daar gaan we niet aan beginnen. De noodzaak is volgens mij alleen nog maar groter aan het worden, want 20% van de Nederlandse leerlingen verlaat het basisonderwijs met een taalachterstand van 2 jaar.
Dat is niet mijn eigen verzinsel, maar het komt uit een recent citaat van de P&O raad. Dus met andere woorden: L3B vindt dat de gemeente daar een rol in zou moeten hebben. Ik ben heel nieuwsgierig of de wethouder weet hoe ons percentage ligt. Dank u wel voor de gelegenheid. De heer Pat El, VVD: Het voelt een beetje apart om in deze coronacrisis, waarbij de meeste scholieren momenteel thuis zitten, de visienota te bespreken, dit hadden we natuurlijk nooit kunnen voorzien. Maar dat gezegd hebbende, het meeste is duidelijk, maar ik heb toch een aantal vragen. Ten eerste daar waar het gaat om taal onderwijs. Taalonderwijs voor kinderen, die de taal onvoldoende beheersen. Daar staat in het document: we nemen geen aanvullend budget op. Maar bij de toelichting staat, dat er vanuit de werkgroep VVE gekeken wordt wat er toch gedaan kan worden voor kinderen met een taalachterstand. Dus mijn vraag aan de wethouder is: gaat dit nog steeds gebeuren? We hebben geen budget opgenomen in de visienota onderwijs, daar hebben we geen aanvullend budget voor opgenomen. Dit is wel een activiteit. Is deze activiteit financieel gedekt? Of gebeurt die momenteel niet? Dat is de eerste vraag, die ik heb. Daarnaast heb ik een vraag over alle punten, die in het stoplichtenmodel rood zijn. Met andere woorden: die gebeuren niet. Ik pak één voorbeeld.
De gemeente brengt scholen en andere organisaties samen om wijknetwerken op te richten. Dat hebben we gestopt. Het incidentele budget van € 60.000 is vrijgevallen aan de algemene reserve. Mijn vraag aan de wethouder is nu: moet nu de conclusie zijn, dat
2/36
eigenlijk dit in de visienota is opgenomen in het vorige college en we tot de conclusie komen dat eigenlijk het een niet relevant punt is, want we hebben het gestopt. Of creëren we toch een probleem in het onderwijs door deze activiteit te stoppen. Dat gaat eigenlijk over alle activiteiten, ook het innovatiebudget onderwijs, wat we gestopt hebben. Wij vragen de wethouder: we hebben het gestopt, moeten we daarmee concluderen, dat het opgenomen is in de visienota maar dat het achteraf overbodig blijkt. Of creëren we daarmee andere problemen in het onderwijs? Met andere woorden: moeten we toch nog eens gaan kijken of we aanvullende maatregelen moeten gaan nemen of ondersteuning. Daar wil ik het even bij laten. De heer Buijs, CDA: Het moet me even van het hart: we zijn niet zo negatief als de eerste spreker. We zien het glas meer als half vol. De algemene conclusie die het CDA trekt is dat met de totstandkoming van de visienota 2017 een actievere rol van de gemeente werd gevraagd. Uit de tussenrapportage blijkt wat ons betreft, dat bijna alle ambities in gang zijn gezet of al behaald. Dat is echt een heel andere reactie dan de eerste spreker.
We zien uiteraard wel, dat de ambitie van de wijknetwerken niet van de grond is gekomen, maar tegelijkertijd moet je ook constateren, dat het werk van de combinatiefunctionarissen toch echt wel een succesvolle inzet is geweest tussen die scholen, sport en cultuurverenigingen. Toegegeven, ook de uitvoering van het innovatiebudget is nog te ingewikkeld gebleken, maar dat ligt wat ons betreft meer aan personeelstekorten dan iets anders. Dan heb ik nog een aantal specifieke punten. Het eerste punt gaat over Wilderszijde. Er was natuurlijk de vraag naar een meer gevarieerd aanbod. Wij denken in alle eerlijkheid, dat de wethouder hier een foutje heeft gemaakt, want we hebben geen praktijkonderwijs. Sorry, ik haal twee punten door elkaar. Eerst Wilderszijde. Wij vragen ons af of de wethouder eigenlijk wel samen met de raad invloed heeft op de keuze van een onderwijsconcept. Uiteraard heeft de gemeente invloed op het schoolgebouw en misschien ook enigszins op de aanbieder van het onderwijsconcept, maar welke tools specifiek heeft de wethouder nu om dit te kunnen doen? Dan kom ik op het praktijkonderwijs. De wethouder schrijft dat leerlingen in Lansingerland toegang hebben tot alle reguliere stromingen, maar er is dus helemaal geen aanbod van praktijkonderwijs, dus die stelling lijkt wat het CDA betreft niet juist. Of de wethouder dat met ons eens is.
Dan de aansluiting op de arbeidsmarkt, mijn laatste punt. Er wordt in het evaluatiedocument aangehaald, dat het samenwerkingsverband onderwijs en bedrijven Oostland, dat het op projectbasis gelukt is. Maar moet onder die doelstelling niet ook worden verstaan de totstandkoming van MBO Oostland in Bleiswijk? Wij vroegen ons ook af: is er niet meer budget nodig? Het stoplichtoverzicht aan het eind, wordt dat als een reden gezien, waarom er niet meer voortgang is geboekt? Daarover zouden wij van de wethouder graag meer willen weten. Dank u wel. De heer Hoek, WIJ: Voor ons ligt de tussenevaluatie visienota 2017-2025 met het oog op de toekomst. Allereerst wil ik toch met een compliment beginnen, dat we ondanks de corona goed op schema liggen. Corona wordt ook nog weleens als excuus gebruikt om een stuk vertraging uit te leggen. Een mooi wapenfeit vind ik echt de invoering van de JOS, waarbij jeugdhulp op school laagdrempelig georganiseerd is. Straks bij een volgend onderwerp zal ik daar ook nog aandacht voor vragen. We zijn wel nieuwsgierig naar de uitwerking van specialistisch onderwijs buiten de gemeentegrenzen. De heer Buijs refereerde daar ook al aan, inderdaad, we hebben geen speciaal onderwijs, maar ik ben wel nieuwsgierig naar de uitwerking ervan, want dat stelt u in de notitie. Mooi, dat er consensus is door de professionals over een nieuwe onderwijsvorm in Wilderszijde.
Mooi, dat er gehoor is gegeven aan deze wens. Maar ik ben het wel eens met vorige sprekers, dat er wel iets te kiezen moet zijn. Ik weet niet welke richtingen, protestant christelijk, rooms katholiek, openbaar onderwijs, er belangstelling hebben getoond, maar ik zou het bijzonder op prijs stellen als er ook daadwerkelijk iets te kiezen is. Mooi is het ook, dat er in het kader van het onderwijsachterstandenbeleid de ambities naar boven zijn bijgesteld, dat moet de heer Hoppenbrouwer ook gelezen hebben, en dat er beter resultaat te verwachten is. Daar ben ik blij mee, dat wordt heel duidelijk uitgelegd in de notitie. Bij een evaluatie horen ook mindere zaken en ik noem er twee. Het oprichten van drie wijknetwerken. De uitleg is wat mij betreft wel duidelijk, ik snap het ook wel, maar ik ben het ook eens met de heer Pat El, wanneer die stelt, dat het een constatering is. Ik begrijp het wel, maar geven we iets dan ook meteen maar op. We hadden ook nog een extra inspanning kunnen plegen om het instellen van die wijknetwerken wel te realiseren. Dan het instellen van een innovatiebudget. Deze uitleg begrijp ik minder. Voor het onderwijs een unieke kans om op een innovatieve manier onderwijsvernieuwing te realiseren en ik snap dus ook niet waarom dit onvoldoende benut wordt.
Vaak is het zo, ik zit zelf ook in het onderwijs, dat dit soort budgetten wel beschikbaar zijn, maar dat je ongeveer een vrachtwagen papier aan moet leveren en je tot uitentreuren moet verantwoorden voordat je aanspraak kan maken op dit soort innovatiefondsen. Mijn vraag is: op het moment, dat we het wellicht wat laagdrempeliger organiseren en wat eenvoudiger maken, zou het onderwijs dan alsnog belangstelling hebben voor deze mooie kans? Verder heb ik nog een aantal vragen over het stoplichtmodel. Is het convenant aansluiting VVE en basisonderwijs inmiddels getekend? Dat zou in november plaats vinden. Ik had nog een vraag over de aansluiting op de arbeidsmarkt. Gaat dat nou over Lansingerlandse kinderen, die dus ook elders op school kunnen zitten? Of gaat het sec om kinderen,
3/36
die onderwijs volgen op een school in Lansingerland? Daar zit een verschil in en ik ben zeer nieuwsgierig hoe dit bedoeld is. Dat waren mijn vragen in de eerste termijn, dank u wel. De heer Lieverse, CU: Wij zijn zeer ingenomen met de tussenevaluatie van de onderwijsvisie. Terecht wordt hierbij ook aangegeven, dat er een overlap bestaat met andere delen van het sociaal domein, met name jeugdhulp en onderwijs hebben alles met elkaar te maken. Er wordt in de tussenevaluatie ook al iets naar voren gekeken. Er wordt iets gezegd over de toekomstige vormen van onderwijs in Wilderszijde. Dat christelijk en katholiek onderwijs in onze gemeente zo populair zijn bij de ouders, die voor hun kinderen het beste zoeken, verwacht onze fractie zeker vanuit die schoolbesturen een initiatief voor deze woonwijk. Hetgeen overigens heel goed een vernieuwend onderwijsconcept kan zijn. Dat zal de keuzemogelijkheid van ouders en hun kinderen ten goede komen. Nu een aantal punten uit de evaluatie. Vrijwel alle punten, die essentieel zijn, zijn ruimschoots gehaald. Hierbij sluiten we aan bij de heer Buijs van het CDA. Wij feliciteren hiermee het college, maar meer nog, en dat is nog niet benoemd door vorige sprekers, de docenten en de schoolbesturen, die zich hiervoor hebben ingespannen. Het laatste jaar extra gehinderd door de sluitingen vanwege de coronacrisis.
Er zijn een paar punten niet bereikt, namelijk de wijknetwerken en het aanjagen van innovatie. Dat vindt onze fractie geen drama. Het waren misschien al vanaf het begin luchtkastelen, waar misschien de vorige wethouder niet blij mee is, maar wat misschien toch een minor issue is, met name als blijkt dat het de scholen zelf zijn, die het hebben laten liggen naast hun drukke werktaak. Er is nog een ander punt, daar heb ik ook een technische vraag over gesteld. De pilot ‘prima klas van spectrum’ betreft onderwijs aan meer begaafde leerlingen en ook de rooms katholieke vereniging van katholiek onderwijs heeft met zoiets ervaring opgebouwd. Het is een misvatting, die hier en daar leeft, dat meer begaafde kinderen minder problemen hebben bij het opgroeien. Het omgekeerde kan waar zijn. Daarom is onze fractie blij met deze geslaagde pilots. Uit de beantwoording van de technische vraag begrijpen we ook, dat de schoolbesturen nog met een eigen evaluatie gaan komen over deze onderwijsvisie op 10 februari. We zijn benieuwd om van de wethouder terug te horen over dit punt, of een bovenbestuurlijke voorziening voor deze groep leerlingen eraan gaat komen. Dank u wel. De heer Jonker, D66: Allereerst wil D66 bedanken voor het agenderen van deze tussenevaluatie.
Het is goed om als raad tussentijds te kunnen vaststellen welke doelen zijn gehaald, welke niet en welke we eventueel moeten bijsturen. Zoals door meerdere sprekers al gememoreerd: een flink aantal doelstellingen zijn geheel of deels gehaald, waarvoor hulde. Ik denk dat er ook echt daadwerkelijk dingen zijn bereikt. Tegelijkertijd is ook een tweetal doelstellingen niet behaald, die ik even kort wil aanstippen. Allereerst de wijknetwerken. D66 vindt het jammer, dat die doelstelling niet is gehaald. Hij heet weliswaar wijknetwerken, maar het gaat er natuurlijk om dat je zo optimaal mogelijk het netwerk rondom de leerling of inwoner organiseert, namelijk dat al die organisaties samenwerken, elkaar versterken richting die leerling. Daarom is het ook jammer, dat dat niet gelukt is. Het is misschien niet gelukt, maar de vraag blijft gewoon staan, die uitdaging, ook voor de betreffende organisaties. Als ik in de tekst lees, dat het te maken heeft met de belangen van de organisaties zelf, dan geeft dat juist aan hoe nodig dat is. Dus ik hoop, even los van het feit of het wijknetwerken worden, maar die gedachte die erachter zit, die moet vast gehouden worden, omdat die belangrijk is en blijft. Het valt daarbij op, dat het incidentele budget van € 60.000 voor het realiseren van die wijknetwerken is vrijgevallen aan de algemene reserve.
Dan vraag ik me af: is er dan niets uit gegeven van dat bedrag? Heb je dat bedrag dan niet nodig om juist die (…)gerichtheid te realiseren met al die organisaties? Dat is wat bij me opkwam, misschien kan de wethouder daarop reageren. Dan innovatie, altijd een leuk onderwerp in deze raad. Iedereen reageert daar licht meewarig op. Laat ik bij het begin beginnen. Onderwijs moet innoveren, voortdurend. Dat is ook keihard nodig. We zijn met corona in een soort stroomversnelling gekomen, waarbij onderwijsinstellingen gedwongen moeten innoveren, in dit geval op het gebied van digitaal onderwijs. De idee dat het onderwijs geen behoefte heeft aan een innovatiebudget is dan (…). Het kan wel zijn, dat het voor hen te ingewikkeld is of te moeilijk is om gebruik te maken van dat budget. Ik denk dat je moet nadenken over: waar ligt dat dan aan. De opmerking dat innovatie niet nodig is en als het dan over luchtkastelen gaat, dan denk ik dat mensen onderwijs niet begrijpen, want onderwijs gaat juist over vernieuwen, leren en ontwikkelen en dat is ook waar innovatie over gaat. Ik wil benadrukken, dat ondanks dat het nu niet gelukt is, we wel moeten blijven nadenken over het onderwerp. Misschien kan de wethouder wellicht wat nadere inkleuring geven waarom het niet is gelukt.
Ik snap dat scholen het kennelijk niet de moeite waard vonden om te reageren of niet wilden participeren, maar misschien kan zij er wat inkleuring bij geven. Innovatie is moeilijk, weerbarstig, maar blijft altijd nodig. Daar wilde ik het voor nu bij laten. Mevrouw Gabin, GL: De eerste tussenevaluatie laat zien, dat de inzet van jeugdcoaches positief wordt ontvangen door scholen. Een belangrijke stap voor het verbeteren van aansluiting van jeugdhulp en onderwijs. GL heeft vaker geroepen, dat er weinig gevarieerde onderwijsconcepten bestaan in Lansingerland. Er wordt gesteld, dat de gemeente Lansingerland zich actief inzet op de verbreding van
4/36
het aanbod van onderwijsconcepten in de gemeente. Kan de wethouder toelichten welke stappen zijn ondernomen op dit gebied? Nu lees ik ook terug, dat binnen 4 jaar tenminste één van de huidige 22 reguliere basisscholen gebruik maakt van een onderwijsconcept, dat op dit moment nog niet aanwezig is binnen de gemeente. Moeten we hieruit de conclusie trekken, dat er geen schoolbestuur met een nieuw onderwijsconcept is gevonden? En dat een bestaand schoolbestuur zich gaat omvormen tot een nieuw onderwijsconcept? Kan de wethouder hier wat meer over toelichten? Tot slot wil ik nog wat kwijt over de mislukte pilot eco-schools, het verduurzamen van onderwijs en onderwijshuisvesting. Er zijn 2 VO scholen benaderd, maar wegens onvoldoende capaciteit is het programma niet voltooid. Wij vragen ons af of hier niet te snel de handdoek in de ring is gegooid. Is het een optie om dit aan te bieden aan basisscholen of zijn er andere mogelijkheden, die we kunnen inzetten om het alsnog te doen slagen? Tot zover.
Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik wil nog even in herinnering roepen, dat de visienota onderwijs destijds tot stand is gekomen, omdat er een amendement werd ingediend door een aantal partijen, waarbij de PvdA het voortouw nam, omdat we het belangrijk vonden, samen met die andere partijen, om naar de toekomst te kijken van het onderwijs in onze groeiende gemeente met heel veel jonge mensen en de ambities veel breder wilden leggen dan alleen de onderwijshuisvesting. Daar staat deze visie voor. Het ging om cruciale thema’s zoals verbetering van kwaliteit van onderwijs, samenwerking tussen scholen en andere organisaties en een goede aansluiting met de arbeidsmarkt. Met een efficiënt financieringsmodel en ook toetsbare kaders. Uiteindelijk hebben alle partijen toen dat amendement gesteund, behalve L3B. Op 30 maart 2017, dat is alweer bijna 4 jaar geleden, werd de visienota, waar we het nu over hebben, vast gesteld. Nu hebben we dus de eerste tussentijdse evaluatie, er is al een aardige periode voorbij gegaan. Met een stoplichtmodel, een tabel met kleuren, en kwalitatief beoordelen, zoals nu in die tabel gebeurt, is natuurlijk makkelijk groen scoren. Het college kleurt zelf 18 van de 20 acties als behaald of op schema. Maar hoe succesvol is het beleid nu precies geweest? Een aantal zaken is zeker goed om te benoemen.
De JOS is al genoemd door een aantal fracties, de jeugdcoach op school, waarbij onderwijs en jeugdhulp aan elkaar worden gekoppeld. Dat is zeker te noemen als echt een succespunt, die het gevolg is van de uitvoering van deze visienota. Verder wordt genoemd, dat de uitgangspunten voor nieuw onderwijs op Wilderszijde eraan komen. Of dat nu echt een gevolg is van de uitvoering van deze nota, dat is de vraag, maar het is belangrijk dat daar gesprekken over gevoerd worden en dat de zo gewenste andere en nieuwe onderwijsconcepten daarin ruimte krijgen en dat er al scholen vooraan in de rij staan om dit te doen. Ik wil wel nog even aangeven, en dat heeft onze fractie al eerder gezegd: we hopen ook, dat in Lansingerland voldoende aandacht blijft, dat is niet aan de gemeente, dat weet ik, maar je kan wel dat gesprek voeren, aandacht voor openbaar onderwijs, want de samenstelling van onze gemeente kan veranderen in de toekomst met meer inwoners, ook als het gaat om behoefte aan openbaar onderwijs. De kans om een samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs hechter te maken, daar wil het college zich voor inzetten. De stichting SOB Oostland is genoemd, die moet nieuw leven worden ingeblazen. Wij staan daar volledig achter.
Van een school zoals het Melanchton en businessschool in Bleiswijk, daar wordt onze fractie heel erg blij van, zeker omdat er zo’n behoefte is aan praktisch en technisch opgeleide jongeren op de arbeidsmarkt. Bij een vorige bespreking hebben we over dit onderwerp gezegd: zouden we niet een MBO opleiding in de gemeente zelf erbij moeten hebben? Het Melanchton in Bleiswijk is hybride, er zit een stuk MBO ingebakken. Rotterdam The Hague Airport heeft een eigen locatie van het Albeda-college, wat allerlei mooie interacties geeft. Wat ons betreft zou daar best nog verder onderzoek kunnen zijn naar sterkere vertegenwoordiging van een MBO school in of rondom Lansingerland. Een aantal dingen vraagt nog aandacht. De aansluiting lokale jeugdhulp en specialistisch onderwijs. Eerder hebben wij daar ook al op gewezen, een aantal andere fracties doet dit ook. We zijn 3,5 jaar na de start van de uitvoering van deze nota. Er is geïnvesteerd in de relatie tussen de gemeente en de samenwerkingsverbanden, maar waarom lukt dat nou nog niet? Kan de wethouder ons uitleggen wat ze nu gaat doen om te zorgen, dat dit echt een stap vooruit gaat. Dat is een eerste vraag aan de wethouder. Lokale jeugdhulp, specialistisch onderwijs. De tweede gaat over de wijknetwerken, die zijn niet geslaagd. De combinatiefunctionarissen gelukkig wel.
Het is jammer, dat het met die wijknetwerken niet is gelukt, maar om eerlijk te zijn: de PvdA was daar nooit een fan van, want het is organisatorisch en pedagogisch top/down, die aanpak. Wij geloven meer in een aanpak met natuurlijke netwerken. Ik denk dat een aantal van de beleidsaccenten op een veel natuurlijkere manier de jeugd in beeld probeert te krijgen om het qua onderwijs een stapje verder te helpen. Het innovatiebudget leert ons dat technologie niet altijd de oplossing biedt. Wat dan wel? Weet de wethouder waarom de scholen nauwelijks budget hebben aangevraagd? Een aantal vragen, die we nog aan de wethouder hebben. De visienota werd destijds ook opgesteld vanwege grote zorgen over de kwaliteit van het onderwijs in Lansingerland. Er waren een tijdje lage cito-scores. Heeft de wethouder gesprekken gehad met de schoolbesturen hierover of inmiddels door de doelstellingen ook, die we hebben gesteld, een verbetering is van de kwaliteit van het onderwijs in Lansingerland? Dat is een meer kwantitatieve vraag, die ik stel. Dat zou een kwantitatieve succesindicator kunnen zijn. Dan heb ik nog een vraag. Onze indruk bestaat, dat we de ambities en de plannen uit deze visie inmiddels goed worden gedragen door het onderwijs en de schoolbesturen zelf, omdat een aantal dingen, die groen zijn, geen financiële injectie heeft gehad,
5/36
dus er moet vanuit besturen en het onderwijs zelf echt daadkracht zijn getoond om die doelstellingen te halen. Kan de wethouder daar iets over zeggen? Want dat is voor ons raden. Samenvattend: aandacht voor openbare scholen, aansluiting met de arbeidsmarkt, heel belangrijk, daar zouden we echt nog verder onderzoek naar willen laten doen, of er ruimte is voor een extra school, die daar op inzet. Meer doorpakken met jeugdhulp en passend onderwijs aan elkaar te koppelen. Kwantitatieve indicatoren en een vraag over: is draagvlak en commitment van onderwijs en schoolbesturen echt verankerd nu, gelinkt aan die visie? Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we naar de wethouder van onderwijs. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: En zorg, want daar gaat het ook over. Het komt goed uit, dat het in één portefeuille zit. Dank in elk geval voor de betrokkenheid bij dit onderwerp. Ook de vele vragen, die toch nog zijn gesteld n.a.v. deze review, deze tussentijdse evaluatie. Ik stel voor, dat ik ze per fractie door neem, dan kom ik bij alle vragen. Voor sommige fracties is de vraag dan inmiddels beantwoord, omdat die door meer fracties is gesteld. Dan begin ik bij L3B. Met een boude uitspraak zegt u: de innovatie is mislukt. Dat vind ik eigenlijk wel een beetje te stellig, want dat blijkt niet uit deze evaluatie.
Dat is ook niet zo, als we alleen al kijken naar het feit, dat het hybride leren is gestart in de afgelopen periode en hoe snel het MBO Oostland groeit en hoe trots iedereen is op het feit, dat het hybride leren bestaat in Lansingerland. Dat is echt niet alleen het onderwijs, maar dat is zeker ook het bedrijfsleven. Dan denk ik dat het wel iets heel moois is. Het budget, dat we in deze onderwijsvisie hadden voorzien en wat ook in de begroting was opgenomen, ging eigenlijk meer om kleinere projecten en daar hebben we de schoolbesturen ook echt toe uitgedaagd om daar gebruik van te maken. Maar dat lukte om één of andere reden niet. Het kost van hun kant natuurlijk menskracht om daar over na te denken, wat ze willen en hoe ze dat samen verdelen of hoe ze daarin samen werken. Dat is gewoon niet van de grond gekomen. Ik geloof niet echt, dat onze leerlingen iets tekort komen, integendeel. De scholen zijn heel betrokken en die doen heel veel voor leerlingen, maar het budget dat wij daarvoor hadden gereserveerd, dat is niet tot een bestemming gekomen. Dan is het ook niet nodig om het in de begroting te laten zitten, want dan zijn er wel andere punten waar we het aan kunnen besteden. Maar het is niet zo, dat er geen innovatie is.
Als ze wel iets zouden willen, dan zijn we gewoon weer een eerlijke gesprekspartner, want ik proef dat u zegt: als er wel iets kan, dan willen we daar als gemeente best over nadenken om daarin wat te ondersteunen. Dan het punt van de wijknetwerken. Ook daar vind ik het wat te stellig om te zeggen: er is helemaal niets gelukt. Het doel uit de onderwijsvisie was om meer samenhang en meer verbinding aan te brengen tussen een aantal partners, die logischerwijs misschien wel onder één dak of bij elkaar in de buurt zouden kunnen zitten, in elk geval wat meer verbinding met elkaar zouden kunnen hebben, omdat ze zich allemaal bezig houden met onze jongeren, kinderen, schoolkinderen, die dan op een specifieke locatie bij elkaar zitten. Op die manier is het niet gelukt, maar wat we wel zien, is dat er wel veel meer verbinding is o.a. dankzij die combinatiefunctionarissen, waar ook het onderwijs en kinderopvang elkaar heel stevig hebben gevonden, dat er dankzij de JOS ook een goede verbinding is met bijvoorbeeld het CJG en met het team jeugd. Heel veel scholen hebben ook heel goed contact met de wijkagent. In die zin zijn de verbindingen er wel en is het niet precies op de manier, zoals het in de visie was beoogd, maar het is ook niet zo dat scholen eilandjes zijn en dat er geen relaties zijn met andere partijen.
Meneer Hoppenbrouwer vroeg wat de noodzaak is voor een uitgangspuntennotitie als we het gaan hebben over de scholen in Wilderszijde. Dan pak ik maar even die ontwikkeling in een iets bredere context, omdat anderen daar ook vragen over hebben gesteld. Voor Wilderszijde hebben we in het plan gerekend, zoals u waarschijnlijk weet, want ik denk dat u ook allemaal betrokken bent geweest bij de bespreking van die nota, we hebben daar gerekend met een aantal woningen en bijbehorend aantal inwoners. Daar is dan weer een rekensommetje op los gelaten hoeveel kinderen er dan in Wilderszijde zouden komen wonen. En bij dat aantal kinderen hoeveel onderwijsplekken er dan nodig zijn. En: wat vinden we dan wat past bij Lansingerland? Toen kwamen we tot de conclusie, dat dat dan ongeveer 1.000 leerlingen zouden kunnen zijn. Als we dat op een Lansingerlandse manier zouden willen doen, dan zou het niet één grote school zijn, maar meer. Uit die onderwijsvisie bestaat nog de wens voor een ander type onderwijs. Dat gaat dan niet om de denominatie, waar meneer Hoek aan refereerde en wat anderen ook vroegen. De denominaties, die we nu kennen is openbaar onderwijs, protestant christelijk onderwijs, rooms katholiek onderwijs en de Koningin Beatrix school, wat in eerste instantie gereformeerd onderwijs was, het heet nu iets anders maar het is nog wel een aparte stichting.
Die hebben overigens allemaal belangstelling om een nieuwe school te starten in Wilderszijde vanuit hun bestaande structuur en onder aansturing van hun huidige besturen. Maar wat de onderwijsvisie vroeg, is ook een ander onderwijsconcept. Dat staat in de onderwijsvisie, omdat dat bleek uit de enquête onder huidige inwoners. Dat betekent dat we het zouden aanmoedigen als er een ander schooltype daar zou kunnen landen. Het probleem of het feit is, dat scholen bij het ministerie een aanvraag moeten indienen en dat het ministerie die aan de gemeente voor een zienswijze kan voorleggen, maar de gemeente kan daar niet
6/36
kiezen of sturen of een beslissing over nemen, dat doet het ministerie. Wat wij met onze zienswijze natuurlijk wel zouden kunnen doen, is die toetsen aan uitgangspunten die door de raad zijn vast gesteld of die door de raad zijn besproken. Dat is de reden waarom we voorstellen om een uitgangspuntennotitie aan u voor te leggen, zodat we als college als het ministerie ons iets voorlegt een soort lijstje hebben, waar wij een voorstel naast kunnen leggen om te kijken of dat past of dat het minder goed past en welke reactie wij dan aan het ministerie kunnen geven. We weten dus dat de huidige besturen belangstelling hebben. We weten inmiddels van één ander schoolbestuur met een ander concept, iets meer gelijkend op Montesori, dat die ook belangstelling heeft voor Wilderszijde. Verder is het voor ons als gemeente afwachten welke besturen concreet komen met een verzoek voor Wilderszijde. Dan de vraag over SOB Oostland, die is ook door meerderen gesteld. We vinden het heel belangrijk in onze gemeente, maar ook in de gemeente Pijnacker-Nootdorp, dat er verbinding is tussen ons voortgezet onderwijs en het bedrijfsleven. Het hybride leren van MBO Oostland laat ook zien, dat er hele mooie dingen kunnen gebeuren.
Het SOB Oostland organiseerde bijvoorbeeld ook stageweken en stageplekken, maar de beleving tussen ondernemers en school is daar wel heel verschillend geweest in de afgelopen jaren. Dus het SOB Oostland heeft in 2019/20 een soort bezinning gehad van: waar staan we, waar willen we naartoe, willen we eigenlijk nog wel samenwerken in dit verband? Daar waren mijn collega Hennevanger uit Pijnacker en ik ook bij met onze ambtelijke ondersteuning. Tot onze verrassing liep dat uit op een discussie van: als het op deze manier gaat, zien we er eigenlijk geen toekomst meer voor. Toen hebben beide wethouders, waarvan ik er één was, gezegd: niet nu de stekker eruit trekken, dat lijkt ons wel een beetje een voorbarige stap. Dat het niet meer kan op de manier 1.0 wil niet zeggen dat er voor een versie 2.0 geen toekomst meer zou zijn. Dus op dit moment zitten we in dat onderzoek: is een doorstart mogelijk en wenselijk en op welke manier dan? Inmiddels is al aangegeven, dat het wenselijk is. De iets jongere generatie ondernemers geeft aan, dat ze dat in elk geval nog wel zouden willen doen en ook de noodzaak daarvan zien. Het onderwijs ziet het zeker, dus ik ga ervan uit, dat het SOB wel weer nieuw leven krijgt, maar hoe dat precies vorm gaat krijgen, daar zijn we nog niet uit. Wat precies dan de rol van gemeenten is, dat is ook nog niet helemaal duidelijk.
Zijn we alleen financier? Participeren we op een actievere manier in een andere rol? Dat is op dit moment nog niet helemaal duidelijk. Gezien uw belangstelling lijkt het me goed dat ik, als daar ontwikkelingen zijn, daar nog een keer op terug kom in de commissie. Dan onderwijsachterstandenbeleid en vroegschoolse educatie. Het klopt dat het taalonderwijs een zorgenkindje is en daarom vinden we het heel belangrijk dat er veel aandacht voor is, want als je de taal niet goed machtig bent, dan is het sowieso in je schoolcarrière heel lastig om goed mee te komen. Dus daarom vinden we het heel belangrijk, dat er ook tussen de jonge kinderen, voordat ze naar school gaan, de organisaties die bezig zijn met VVE en het onderwijs echt goede contacten zijn en dat ze ook van elkaar weten welke kinderen speciale aandacht nodig hebben voor het taalonderwijs. Vandaar dat er inderdaad een convenant is gesloten. Tekenen fysiek in november, dat is nog niet aan de orde geweest, maar het convenant ligt er wel. Daar moeten we nog een keer een feestelijk moment voor inrichten, omdat het echt wel een mooie afspraak is tussen VVE en het primair onderwijs. Ik heb niet exact het percentage, of het bij ons anders is dan landelijk. Als u dat graag wilt weten, zie ik dat als een technische vraag en dan zullen wij die nog technisch beantwoorden.
De VVD had het daar ook over en vroeg er nog bij: er is nu geen geld voor opgenomen in deze onderwijsvisie. Dat klopt. Maar als er in de onderwijsvisie niet specifiek geld voor opgenomen is, dan wil dat niet zeggen, dat er geen geld aan besteed wordt, want voor sommige zaken krijgen we gewoon middelen van het rijk, zoals voor dit. De middelen van het rijk besteden we daaraan. Dan hoeft er niet perse in een onderwijsvisie extra budget voor gevraagd te worden. Het CDA had het ook over Wilderszijde, over de wijknetwerken en over het SOB, maar u stelde ook nog het praktijkonderwijs aan de orde. Door ik meen WIJ werd ook het speciaal onderwijs nog aan de orde gesteld. Wij hebben in de onderwijsvisie aangegeven, dat we graag alle schoolconcepten wel binnen onze grenzen zouden willen hebben. Daar zijn we ook mee bezig geweest. Voor het speciaal onderwijs gaan onze kinderen op dit moment naar onze omringende gemeenten Rotterdam, Zoetermeer, maar ook Pijnacker. Voor speciaal onderwijs zien we om die reden geen plek voor een eigen school in Lansingerland, want dan heb je een zeker aantal leerlingen nodig. Voor het passend onderwijs is dat onlangs nog onderzocht.
Daar hadden we eigenlijk wel een beetje goede hoop, dat daar wel ruimte voor zou zijn, maar uit het onderzoek is gebleken, dat als wij in Lansingerland zouden starten, dat het dan kannibalisme zou zijn voor de scholen met name in Rotterdam en Zoetermeer. Dan zou een schoolbestuur in Lansingerland een school starten en een school van hetzelfde schoolbestuur in Rotterdam leeg zien lopen. We kwamen tot de conclusie, dat dat ook niet de bedoeling is. Dat is op zich wel heel jammer, want het zou wel heel mooi zijn als ook het praktijkonderwijs in Lansingerland een plekje zou kunnen krijgen. De Prisma klas. Dat is er eentje, die echt wel in een behoefte zou kunnen voorzien, omdat er op elke school leerlingen zijn, die dermate afwijken van het gemiddelde, dat ze echt wel een extra uitdaging nodig hebben. In theorie vinden schoolbesturen het ook echt een mooi idee om te kijken of je dat samen kunt doen, in de praktijk is het heel lastig om leerlingen vanuit onze basisscholen, vanuit de hele gemeente, op een specifieke middag of dag naar één locatie te sturen om dat onderwijs in de Prisma klas vorm te geven. Het heeft ook te maken met de afstanden, maar ook wel een beetje met cultuurverschillen, die er zitten tussen de scholen. Dus we gaan het wel
7/36
weer bespreken bij de evaluatie, maar ik verwacht dat het samen met alle besturen in één Prisma-klas nog een stap te ver is. Ik zie wel mogelijkheden, dat de schoolbesturen zeggen: we willen het binnen ons eigen bestuur wel oppakken om te kijken wat we dan voor die kinderen kunnen doen. Ook met de ervaring die er nu is met de Prisma-klas. Het blijft wel een aandachtspunt, zeker in combinatie met de jeugdzorg, want je ziet wel dat die kinderen soms uitvallen. Als er dan niet op tijd een mooi alternatief is, dan levert dat soms weer vragen op in de jeugdzorg, terwijl zo’n kind daar in eerste instantie eigenlijk helemaal niet terecht hoeft te komen. Dan vroeg D66 aansluitend aan wat er al gezegd is over de wijknetwerken of er dan helemaal niets uitgegeven is voor de wijknetwerken. Ja, er is wel veel inzet op gepleegd. Eigenlijk al vanaf het begin, zeker aan onze kant. We hadden een medewerker, die voor een belangrijk deel van haar taken bezig was met dingen die genoemd en geschreven zijn in de onderwijsvisie, dat was o.a. de wijknetwerker. Dus er is echt wel aan getrokken. Het is dus niet gelukt op de manier, zoals het in de visie beschreven staat, maar er is gelukkig wel samenwerking, mensen weten elkaar wel te vinden. We blijven nadenken over innovatie. Als we wel kansen zien en we hebben geen budget meer, dan kom ik zeker bij u terug, want ik proef uw enthousiasme daarvoor.
De ecoschools, daar vroeg GL naar, was ook één van de punten, waar wel energie in is gestoken en wat vanuit de onderwijsvisie niet is gelukt. Misschien was het ook wel gewoon te vroeg. Als ik kijk naar wat scholen op dit moment bediscussiëren, bespreken en vragen in relatie tot duurzaamheid, dan denk ik dat er nu vanuit de scholen zelf wel stappen worden gezet met het thema, waar eco-schools ook mee zou kunnen starten, maar op de manier waarop we het toen probeerden, was het voor de scholen ook weer iets extra’s en voor extra dingen moeten ze tijd inruimen en dat is soms heel lastig. Scholen hebben het gewoon druk met de 31 kinderen, die gemiddeld in een klas zitten, die 31 unieke kinderen zijn, met het rond rekenen van alles. Soms voelen dingen ook echt als extra, maar als het vanuit het hun zelf komt, dan is dat wel heel mooi. Dat zien we wel met het thema duurzaamheid. De PvdA vroeg nog aandacht voor het openbaar onderwijs, dat werd door L3B overigens ook al genoemd. Ja, we dragen het openbaar onderwijs net zo’n warm hart toe als de andere onderwijstypen. Gelukkig vinden de besturen elkaar ook en zitten we zeer regelmatig in overleg. Vorig jaar had ik te maken met het accommodatieplan, niet, het integraal huisvestingsplan voor het onderwijs. Op dit moment treffen we elkaar heel veel rond corona, wat dat betekent voor de scholen en hoe we de knelpunten daar oplossen.
De verstandhoudingen zijn goed. Ik zie niet waarom er ergens een beeld zou kunnen ontstaan, dat het openbaar onderwijs in onze gemeente een andere positie of een andere benadering krijgt. Dat is volgens mij niet zo. U geeft ook aan, dat u er voorstander van zou zijn, dat er meer vormen van MBO-onderwijs zouden zijn in Lansingerland dan alleen maar het onderwijs, dat nu door Melanchton wordt aangeboden in het hybride traject. Dat is een wens, die inderdaad breder leeft en waar over wordt nagedacht. Is niet vandaag of morgen georganiseerd, maar er is weldegelijk belangstelling om te kijken of er al dan niet een hybride lichting naast wat er nu al is kan worden gestart vanuit Melanchton of die samenwerking met het Melanchton. U vroeg ook nog aandacht voor de verbinding tussen de lokale jeugdhulp en het speciaal onderwijs. Ik denk zelf, dat in elk geval de JOS daar een belangrijke schakel zal kunnen worden of inmiddels al aan het worden is, want de JOS heeft zich binnen de scholen een hele mooie plek weten te veroveren, helemaal ingebed in de scholen. Hij wordt ook goed gevonden door de organisaties om de scholen heen. Dus ik denk dat de JOS ons gaat helpen om die relatie stevig te maken. U vroeg ook of de kwaliteit van het onderwijs is verbeterd sinds deze onderwijsvisie. Ik weet niet of ik dat zo kan zeggen, dat het is verbeterd door de visie.
Ik zie wel dat de scholen echt heel goed bezig zijn met daar meer oog voor hebben en ook kijken of ze elkaar daarop aan kunnen spreken, ook tussen het PO en het VO. Dat is al winst, dat er wat meer openheid is over de kwaliteit, maar we hebben hier in Lansingerland goed en kwalitatief goed onderwijs. Daar wil ik het bij laten voor de eerste termijn. De voorzitter: Ik herhaal wat ik vaker zeg: als u in de tweede termijn zou willen interrumperen, dat moet u het digitale handje opsteken. Maar volgens mij kunnen we met een korte tweede termijn toe. Dat gaan we nu uitzoeken. Tweede termijn De heer Hoppenbrouwer, L3B: Het CDA was een beetje geschrokken, kennelijk negatief. En de wethouder vond de uitspraken nogal bout. Het spijt me ontzettend, maar ik begrijp er eigenlijk weinig van. Hoe we het wenden of keren, in de onderwijsvisie is een aantal acties als innovatie door wethouder Heuvelink destijds geïnitieerd. Hoe we het wenden of keren, en ik ben er helemaal niet trots op, het is niet zo dat ik zit te lachen omdat wij niet zo enthousiast over die onderwijsvisie waren, maar het is gewoon een gegeven. Ik hoor de wethouder ook in haar beantwoording ook drie keer zeggen: het is niet gelukt. Netwerken was een innovatiedeel, is niet gelukt. De eco-school: is niet gelukt.
Nogmaals, ik ben er niet trots op, maar laten we wel realistisch zijn, dat de onderwijsuitgaven in 2017, ik weet niet hoe het nu is, over € 7mln gingen. Dat was heel veel going concern. Heel vaak staat er ook in die notitie, dat bepaalde acties, waar we nu zo trots op zijn, daar ben ik ook apetrots op, maar dat was wel allemaal binnen het budget. Dus alle extra investeringen zijn er niet uit gekomen. Dat wil ik dan toch maar even weer
8/36
zeggen. Ik wil het niet afkraken, maar we moeten wel realistisch blijven. Verder valt het mij op, dat als ik door mijn oogharen alle bijdragen beluister, dan zijn jullie het allemaal met L3B eens, dat we in ieder geval aandacht moeten besteden aan de onderwijsachterstanden, taalonderwijs. Dat we daar straks nog even goed naar kijken, omdat de wethouder terecht zei, het is gewoon wetenschappelijk bewezen, dat als je nu met een achterstand het basisonderwijs verlaat, dat je dat gewoon je hele leven niet meer inhaalt. Dat gaan wij natuurlijk niet oplossen, maar als we het gat kunnen verkleinen, ben ik daar een groot voorstander van. Hetzelfde geldt voor de zorg m.b.t. onderwijs en werk, als het gaat om SOB. Daar hoor ik alle partijen over, dat ze zich daar zorgen over maken. Ik zeg niet dat het een toezegging is, maar de wethouder zegt: als daar beweging in komt en we gaan er nieuw leven in blazen, dan kom ik zeker met trots dit met jullie delen. Dus dat wil ik eigenlijk nog even kwijt. Ik hoop echt dat wij in de kaderbrief kijken: wat hebben we nou van deze notitie geleerd. Straks misschien in combinatie met de beleidsaccenten, dan moeten we zeker goed kijken naar het onderwijs en werk.
Dat zou misschien met het accent ‘werk naar werk’ te maken kunnen hebben, maar zeker die onderwijsachterstand in relatie tot ‘geef elk kind een kans’ of ‘geen kind in de knel’ of waar het dan ook onder valt. Dat blijf ik dan toch wel belangrijk vinden en om aan ons allen mee te geven. Het enige wat ik niet heb gehoord bij de wethouder, daar heb ik namelijk ook naar gevraagd en proefde ook bij mevrouw Verhoef behoefte, is de kwantitatieve voortgang. We zijn nu heel trots als het gaat om het wijknetwerk, dat we daar € 90.000 structureel geven aan de cultuurcoach en de sportcoach in het kader van dat netwerk. Maar wat komt daar nu daadwerkelijk uit? Wat is er nou meer gebeurd dan als ze er niet geweest waren? Dat hebben we straks ook bij de beleidsaccenten keihard nodig, want we stoppen ergens geld in, maar wat is nou op één of andere manier het succes? Wat is dat dan? Dat is voor mij onzichtbaar. Nogmaals, ik wil helemaal niet negatief zijn, maar ik vind het oprecht jammer voor meneer Heuvelink, dat 4 van zijn hoofdacties die innovaties beogen, dat het mislukt, dat is misschien een beetje grof, maar niet uit de verf gekomen is. Dat was mijn bijdrage. Dank u wel. De heer Pat El, VVD: Ik heb de camera uit gezet, want er kwam een vertraging. Ik heb een paar korte vragen. We hebben het allemaal over taalachterstand.
Dus mijn vraag aan de wethouder zou zijn, maar ook aan de commissie: moeten we dat anders een keer apart in de commissie agenderen? Ik zie dat die zorg bij meerdere partijen leeft. We gaan vanavond niet de diepgang vinden, die daar misschien voor nodig is. Daar ben ik wel benieuwd naar. Dat zou in ieder geval mijn voorstel zijn naar de commissieleden toe. Nummer twee. De wethouder gaf aan dat er misschien een school is met een ander onderwijsconcept, die geïnteresseerd is om hier te komen. Dat zou goed nieuws zijn. Ik weet niet of de wethouder in de positie is om een naam te noemen. Ik heb zelf ook geprobeerd in mijn netwerk, daar waar ik ze ken, wat scholen te vragen o.a. de Montessori school in Pijnacker, of die geïnteresseerd is hier naar toe te komen. Mocht één van die scholen oprechte interesse tonen, dan zou dat zeker goed nieuws zijn. Dus dat is een vraag aan de wethouder, of de wethouder daar meer over mag of kan delen. De volgende vraag ben ik in de eerste termijn vergeten. In het stoplichtenmodel wordt verkeersveiligheid genoemd. Nu kan ik me voorstellen, verkeersveiligheid bij scholen is heel belangrijk, ik heb me er altijd hard voor gemaakt in de commissie ruimte, maar ik kan me wel voorstellen dat dat eigenlijk meer thuis hoort in de commissie ruimte, daar waar het gaat om het totale verkeersveiligheidsplan, omdat het daar al een aantal jaar op de agenda staat.
Dat is een vraag aan de wethouder, of het eigenlijk wel in deze tussenevaluatie thuis hoort. Dan heb ik nog een vraag naar collega Lieverse, omdat ik hem niet helemaal begreep. Hij noemde, daar waar het ging om andere onderwijsconcepten, dat christelijke scholen geïnteresseerd zijn, maar volgens mij zijn dat twee aparte zaken. Je hebt bijvoorbeeld het Montessori concept, dat is een onderwijsconcept. Maar je hebt ook katholieke Montessori-scholen, zoals de Kleine Prins in Rotterdam. Het één sluit het ander niet uit. Je kan een onderwijsconcept hebben en dan kan de school openbaar zijn of christelijk. Dat is niet zozeer kritiek op de heer Lieverse, maar ik vraag het hem, want ik begreep zijn opmerking niet helemaal. Daar kan meneer Lieverse misschien nu of straks even een toelichting op kan geven. Daar wilde ik het bij laten. De heer Lieverse: Het is wel zo makkelijk om meneer Pat El gelijk gerust te stellen. Dat is precies wat ik bedoelde. Onderwijsconcepten zitten niet vast aan denominaties. Ik hoorde de wethouder dat ook al zeggen. De heer Buijs, CDA: Allereerst dank aan de wethouder voor haar uitvoerige beantwoording. Ik heb nog wel een paar resterende punten.
Ik hoorde namelijk de wethouder, even op zijn Rotterdams, een beetje hengelen naar het idee om te gaan schuiven met niet bestede budgetten, ook omdat een aantal fracties zich afvraagt of budgetten, die niet besteed zijn, misschien op een andere manier kunnen worden ingezet. In mijn eerste termijn vroeg ik namens het CDA of er misschien een beperking lag bij de doelstelling, als het gaat om aansluiting arbeidsmarkt, in het feit dat er misschien te weinig budget was. De wethouder gaf aan in haar eerste termijn, dat er een doorstart wenselijk is van SOB Oostland. Misschien is hier juist het idee dienstig om daar iets van het niet bestede budget in te passen als dat nog mogelijk zou kunnen zijn. Ik ben ook gerust gesteld met het antwoord van de wethouder als het ging om de uitgangspuntennotitie, die we kunnen gebruiken als een soort van gereedschap om nieuwe schoolconcepten te wegen. Ook begrepen we van de wethouder, dat er inderdaad geen sprake is van
9/36
praktijkonderwijs of speciaal onderwijs in Lansingerland, dus dat het een misvatting is in de rapportage. Ik grijp ook nog even terug op de suggesties van de andere fracties. Meneer Pat El stelde min of meer voor om een aparte beeldvorming in te lassen als het gaat om taalachterstanden. In beginsel is het CDA er wel voorstander van, maar ik zou ook zeker het onderwerp leerachterstanden, gelet op de bijdrage van de heer Hoppenbrouwer, willen mee nemen in die aparte beeldvorming. Dan de vraag van mevrouw Verhoef, de PvdA, over die kwantitatieve doelstelling. Die succes-index als het ware. Daar is door een aantal fracties ook al iets over gezegd. De wethouder doet dat af met: we hebben gewoon goed onderwijs in Lansingerland. Maar misschien is het meetbaar. Om het af te doen met de geruststelling: we hebben gewoon goed onderwijs. Wellicht is het een idee om daar een kwantitatieve maatstaf voor te hanteren. Dat was mijn tweede termijn. Dank u wel. De heer Hoek, WIJ: Het toekennen van het innovatiebudget, dat is me toch nog niet helemaal duidelijk. Daar wil ik nog een nadere toelichting op. Of dat nou te maken heeft met de papierwinkel in relatie tot het geld, dat je daarmee kan binnen halen. Of we dat niet zeer laagdrempelig kunnen organiseren, zodat scholen hier toch gebruik van kunnen maken.
Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag over die aansluiting op de arbeidsmarkt, of dat nou gaat over Lansingerlandse kinderen, die dus ook in Rotterdam op school kunnen zitten, of dat het sec gaat over kinderen, die op een Lansingerlandse school zitten. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Ik zal proberen het kort te houden, daar doe ik u een plezier mee. Ik vergat in mijn termijn te noemen, dat ik blij ben met de opmerking van meneer Hoek, die positief was over JOS’ers. Maar ik denk dat eigenlijk de hele commissie zal nazeggen, dat het een heel belangrijk winstpunt is, wat we bereikt hebben. Ik vond de PvdA goed commentaar geven op de wijknetwerken. Natuurlijk is er niets mis met deze vorm van samenwerkingen, die daar beschreven worden, maar het moet een natuurlijke vorm zijn, waarin dat groeit. Meneer Jonker verdient een antwoord op zijn vraag, wat ik bedoelde, als ik het heb over luchtkastelen. Dat klinkt een beetje naar, dat geef ik toe, maar wat ik eigenlijk bedoelde is wat ik hoorde van één van de schoolbesturen, waar ik uitgebreid op bezoek geweest ben. Ze zeiden: natuurlijk zijn we bezig met vernieuwen, natuurlijk doen we het nu anders qua uitstraling, qua cultuur, lesmethoden, omgaan met ouders, op elk gebied.
Alleen, het najagen, het aanjagen van innovatie kan ook betekenen dat je iets weg zou moeten gooien wat werkt alsof er dan vanzelf iets beters voor in de plaats komt. Dat is een luchtkasteel. De heer Jonker, D66: Ik wil de wethouder bedanken voor haar beantwoording. Ik heb dezelfde vraag als WIJ m.b.t. innovatie. Misschien kan ze dat nog wat nader inkleuren, want dat was mij nog niet geheel duidelijk. T.a.v. die wijknetwerken. Wijknetwerken zijn juist niet van bovenaf opgelegde organisatievormen. Het idee van netwerkorganisaties is juist dat het organisch is. Maar dat is misschien een discussie voor bij een borrel, als we weer fysiek bij elkaar komen. Verder denk ik dat ik kan constateren, dat meerdere van de fracties gewoon blij zijn met de dingen die dan wel behaald zijn in de onderwijsvisie. In die zin vind ik de heer Hoppenbrouwer wel interessant, dat hij continu verwijst naar de heer Heuvelink, maar die zit niet meer in deze raad. Dat debat is een beetje lastig met hem te voeren, dus u zult het met mij moeten doen. Ik constateer, dat een flink aantal doelstellingen wel gehaald is. Natuurlijk, dat we teleurgesteld zijn als er dingen zijn, die we niet halen. Dat is voor mij de afdronk die ik heb bij de bijdragen van de verschillende fracties. Mevrouw Gabin, GL: Dank aan de wethouder voor de beantwoording.
Het lijkt ons zeer verstandig om een uitgangspuntennotitie vast te stellen om op die manier sturing te geven aan een gevarieerd onderwijsaanbod. We kunnen als gemeente wellicht ook actief lobbyen of een oproep plaatsen, wees creatief daarin. Ik denk dat we als gemeente een voorbeeldfunctie hebben en scholen moeten blijven stimuleren wat betreft de eco-schools en innovatie. GL onderschrijft het belang van het tegen gaan van taal- of onderwijsachterstanden, zoals L3B en VVD dat hebben aangekaart. Wij staan ervoor open om hier nog eens nader over te debatteren. Voor ons ligt nu nog een tussenevaluatie, dus we wachten de ontwikkelingen af. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik had nog een stukje tekst, maar dat ging over financiën, dus eigenlijk is dat niet zo heel interessant. Het is veel belangrijker om nog even te reageren op de antwoorden van de wethouder, waarvoor dank. Nog even heel kort over de openbare scholen. Ons punt was vooral dat er straks genoeg aanbod is van openbaar onderwijs, als we de wijken Wilderszijde en ook de nieuwe stukken in Bleiswijk gaan vullen met jonge kinderen. Dat de wethouder de openbare scholen een warm hart toedraagt, daar twijfelen wij op geen enkele manier aan. Ik was blij om te horen van de wethouder dat er inderdaad wordt gekeken of er ruimte is voor dat hybride onderwijs à la Melanchton businessschool. Er wordt over nagedacht, zegt de wethouder.
Ik hoop, dat het iets meer is dan nadenken, maar dat er ook nog wat gesprekken worden gevoerd. Ik gaf al het voorbeeld van RTHA campus, waar ook wethouder Kapman het voortouw heeft genomen als wethouder economie. Misschien is het een plan om met de
10/36
wethouder economie een verbondje te sluiten en daar een gesprek over te voeren met een aantal partijen. Ik hoop echt van harte dat de samenwerking met het onderwijs en SOB Oostland, dat het toch weer nieuw leven wordt ingeblazen. Dat het 2.0 wordt, zoals de wethouder zei. Als dat niet lukt, is dat natuurlijk heel vervelend, maar dan hoop ik wel dat er wordt uitgekeken naar nieuwe partners, die wel toch jonge mensen via een stage voor hun vakgebied, voor hun bedrijfstak kunnen enthousiasmeren en ook opleiden. Over passend onderwijs wil ik echt nog wel iets zeggen, want ik heb de indruk dat daar wat misverstand over is. Dat houd in, dat de school een passende plek moet zoeken en de school heeft de zorgplicht als een kind extra ondersteuning nodig heeft, bijvoorbeeld omdat het een bepaalde beperking heeft. Ze worden dus niet meer weg gestopt in het speciaal onderwijs, want ze krijgen extra begeleiding. Als het kan het liefst op hun eigen reguliere school. Als het op die school niet kan, dan op een andere reguliere school. Dus het gaat ons erom: zitten er hier kinderen thuis, onnodig, omdat het niet lukt om of op de eigen school of op een andere reguliere school dat onderwijs aan een kind dat toch extra behoefte heeft gegeven. Dus ik wil toch vragen aan de wethouder, ik weet niet of ze daar nog een toezegging op wil doen, of ze daar toch nog iets dieper in wil kijken.
Als ze daar graag de JOS een rol bij wil geven, dat ze daar dan ook een duidelijke taak bij stelt en ook steun geeft aan de JOS om dat te kunnen doen. Ik denk dat het een heel belangrijk onderwerp is, ook landelijk is het veel in het nieuws geweest, omdat voor veel kinderen dat passend onderwijs niet van de grond komt. Het gaat dus niet om perse hier speciaal onderwijs in de gemeente krijgen, dat bedoelde ik niet. Volgens mij heb ik dan nu de belangrijkste dingen gezegd. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Ik hoor van diverse commissieleden een vraag om wat meer kwantitatieve informatie. Die neem ik mee, daar gaan we over nadenken, of dat mogelijk is. Dat zal echt niet voor alle punten mogelijk zijn, denk ik. Voor deze onderwijsvisie stond er expliciet in genoemd, dat we zouden evalueren met een stoplichtenmodel, dus vandaar dat we daarvoor hebben gekozen. Ik hoor uw vraag en ik neem hem mee om te kijken wat we ermee kunnen. Daaraan gelijk gekoppeld de vraag naar de kwaliteit van ons onderwijs. Dat is in de eerste termijn ook al even aan de orde geweest. Daar gaan we eigenlijk als lokale overheid niet over. Degene die daarop toeziet is de inspectie. Die publiceert de informatie van scholen, hoe zij presteren op verschillende onderdelen. Ik denk dat we dat maar zo moeten houden.
Ik denk niet dat het zinvol is, dat we daar als gemeente op gaan rapporteren in een overzicht of in een review. Voor Wilderszijde lijkt het me een beetje voorbarig om aan te geven welk schoolbestuur heeft aangegeven, dat ze met een nieuw concept wil starten en dat ze dat heel graag in Wilderszijde zien verrijzen. Ik denk, dat ze zelf een aanvraag moeten indienen bij het ministerie. Als er iets te melden is, kom ik daar zeker mee terug. Verkeersveiligheid is een onderwerp, dat zowel in de portefeuille van mijn collega Fortuyn als in mijn portefeuille als het gaat om onderwijs aan de orde komt, ook in gesprekken met de schooldirecteuren, want spelen er gewoon onderwerpen rond scholen, die over verkeersveiligheid gaan. Ik denk dat het toch wel goed is, dat het hier een plekje heeft gekregen. Het innovatiebudget werd door verschillende partijen weer genoemd. Het is in elk geval niet zo geweest, dat het niet laagdrempelig genoeg georganiseerd was of dat ze aan teveel voorwaarden moesten voldoen om iets aan te vragen. Ze moesten met een project komen of met een idee. Het is om die reden niet gelukt om iets te doen met het innovatiebudget, dat u beschikbaar had gesteld. Maar ik hoor ook daar uw wens om niet stil te staan in het onderwijs. Als scholen wel een goed idee hebben, dan zal ik hen in elk geval vragen dat in te brengen.
Dan kunnen we altijd kijken of we daar als gemeente misschien in bij moeten dragen of iets faciliteren of hoe dan ook. Dat zullen we ongetwijfeld horen, omdat we wat meer contacten hebben met het onderwijs door o.a. de JOS’er, maar ook doordat de combinatiefunctionarissen daar rond lopen en die leveren daar echt wel iets op. Er worden nu bijvoorbeeld andere gymlessen gegeven, muziek en cultuurlessen zijn anders wanneer er iemand voor de klas staat of in de gymzaal staat, die daar specifiek voor opgeleid is. Dat is in elk geval een winst voor de beweging en de motorriek van de kinderen. Het hybride onderwijs, daar vroeg de PvdA nog naar, voor een andere vorm. Daar denken we niet alleen over na, daar zijn we ook over in gesprek. Voor het MBO, maar eventueel denken we ook na over een uitloop naar HBO, zodat je een hele mooie lijn zou hebben in Lansingerland van VMBO, MBO en HBO. Ik ga niet zeggen, dat het heel makkelijk is om dat voor elkaar te krijgen, maar het is wel een onderwerp waarover we in gesprek zijn, in elk geval voor het MBO. Dat doe ik natuurlijk ook in relatie en in afstemming met mijn collega’s van de glastuinbouw en van economie. Dus ik weet ook welke ideeën daar leven en ook wat er bij de ondernemers leeft aan ideeën.