CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV20.0180 Verslag Commissie Samenleving d.d. 3 december 2020

Commissie Samenleving 14 januari 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering20.199 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dus eens met iedereen die zegt: kijk ook vooral integraal. De VVD gaf aan: schulden zijn op zich niet het probleem, de problematische schulden zijn het probleem. Ja, ook rijken kunnen dus problemen hebben met de schulden, die ze hebben en die moeten aan de bel kunnen trekken. Ook daarmee ben ik het eens, dat heb ik in de eerste termijn ook aangegeven, dat dat vooral ook in onze gemeente speelt, omdat 2/3 van onze 1.200 mensen zijn met meer dan één keer modaal, ongeveer twee keer modaal, dus die moet je op een andere manier bereiken. Dat is de uitdaging

11/21

waarmee we aan de slag gaan. Ik kan u nog niet precies zeggen wat wij aan acties allemaal bedenken om die doelgroep te bereiken, maar het is voor ons wel heel belangrijk om daar op te focussen, omdat die mensen weldegelijk problemen hebben en die zijn vaak nog niet op een andere manier bij ons in beeld. U stelde ook de vraag wat u gemist had, omdat er in november ‘versterken van veerkracht’ zou verschijnen. Het beleidsplan ‘versterken van veerkracht’ dateert van 2018 en niet van 2020, dus in die zin heeft u niets gemist in november. Er komt een midterm review van het beleidsplan en dan gaan we verder de stap maken naar het vervolg. U stelde de fte ook weer aan de orde. Daar heb ik in de eerste termijn al iets over gezegd. Als we echt aan de slag willen met dit onderwerp, en dat proef ik bij iedereen en dat kan ik alleen maar onderschrijven, zeker na dit rapport, dan moeten we er extra fte bij inzetten. U kent de discussie over extra fte’s in relatie tot onze begroting. Dat is een heikel punt, dus daar zullen we nog wel met elkaar over in gesprek gaan, over extra menskracht voor functies die we nu nog niet vervuld hebben, niet omdat we geen mensen hadden, maar ook omdat er tot nu toe geen ruimte voor was. Dat is er eentje, die in elk geval aan de orde komt op het moment dat we het beleidsplan naar de raad brengen. En dat is er ook één waar we het echt over moeten hebben.

De heer Kampinga: Ik kwam dat tegen bij de bestuurlijke planning, november 2020, maar dat is kennelijk een foutje. Wat ik wel van belang vind, u noemt ook de midterm review sociaal domein als input voor schuldhulpverleningsplannen. Maar als dat laatste in januari komt en een midterm review pas later, dan begrijp ik niet helemaal hoe de input wordt. Wilt u dat beantwoorden? Wethouder Van Tatenhove: Sommige dingen lopen naast elkaar, meneer Kampinga. Waar we nu mee bezig zijn, met de midterm review, dat geeft natuurlijk ook al een beeld. Noem alleen al grip op geld, waar de rekenkamer ook over spreekt, dat is één van die onderdelen vanuit de beleidsaccenten, waar we nu de opbrengst van hebben en waar de rekenkamer eigenlijk al van concludeert: het is mooi, dat je in het primair onderwijs iets doet, maar de vraag is of dat op termijn vruchten brengt. Op het moment, dat je het doet en het is geen onderdeel van integraal, is het de vraag hoe zinvol het is. Die sporen van de midterm review en het voorbereiden van een nieuw beleidsplan, dat loopt langs elkaar, dus dat beïnvloedt elkaar al. De heer Crielaard: Het is mij niet helemaal duidelijk. Wanneer kunnen we die midterm review nou precies verwachten? Kan de wethouder dat nog even toelichten? Wethouder Van Tatenhove: Ik snap, dat die vraag komt. We zijn bezig met het evalueren van de beleidsaccenten, die zitten in de laatste fase.

We zijn bezig met het grotere verhaal van versterken van veerkracht en we zijn bezig met de evaluatie van de onderwijsvisie en die komen alle drie binnenkort naar u toe. Ik denk iets in december en een ander begin januari. Dan ga ik verder met de vraag van dit moment. Het CDA stelt de vraag, of herhaalt eigenlijk de vraag uit de eerste termijn, of de raad nu bang moet zijn, dat ander beleid ook faalt. Dat vind ik echt jammer, dat die vraag gesteld wordt, want ik denk dat we bij het beleidsplan sociaal domein echt stevige discussies hebben gehad, in eerste instantie bij de halfjaar rapportage, later bij de jaarrapportage in de begrotingscyclus, over de monitoring, daar zetten we forse stappen bij de monitoring. Over het algemeen zitten we daar als college in de relatie met de raad en in de gesprekken met de raad en in de debatten met de raad, dichter bovenop en korter bovenop. Dan denk ik bij dit onderdeel, en bij dit onderdeel heeft het ook nog wel te maken met het feit, dat een deel van het uitvoerende werk, noem het maar even, buiten de deur is gezet. Dat is wat de rekenkamer nu dus constateert. Als je het buiten de deur zet, dan ben je afhankelijk van de informatie die zij aanleveren.

Op het moment, dat je in je eigen organisatie niet zo heel veel menskracht hebt om dat goed op elkaar te laten aansluiten, dan is het gewoon lastiger om dat goed te monitoren, dus vandaar die aanbeveling: zet het in een keten en zorg dat de regie bij de gemeente ligt. Dus bij dit onderdeel is het een terechte constatering, dat er hier heel veel te verbeteren valt, maar bij het andere beleid, omdat we veel meer in eigen huis doen, zitten we er veel dichter op. Dus daar kan ik u gelukkig wel gerust stellen. Hoe we de aanbevelingen van de rekenkamer gaan monitoren: voor zover we de dingen overnemen in het beleidsplan en vervolgens een plekje geven in een uitvoeringsplan, is het ook makkelijker te volgen voor de raad, want we zijn van plan om een uitvoeringsplan naar de raad te brengen, nadat het nieuwe beleidsplan is vast gesteld en daarin ook een afspraak te maken, dat het met enige regelmaat iets terug komt naar de raad. Ik heb eerder al gevraagd om te zoeken in de monitoring, die ik als wethouder krijg en in de rapportage, die ik met de raad deel, om ook te kijken of het daar een plekje kan krijgen, maar dan moeten we wel eerst een manier vinden om met die data iets toe te voegen aan wat we hebben. Die data moeten we dan ook kunnen verwerken. Ook daarvan geldt: het is makkelijker als we als gemeente zelf een grotere rol en meer regie pakken.

U verwacht een uitgebreid hoofdstuk over hoe we dat doen, die monitoring. Ik zou bijna zeggen: waarvan acte. Maar het is waarschijnlijk vooral in het uitvoeringsplan, maar we komen er zeker op terug. Dan kom ik bij WIJ. De heer Barendregt reageerde nog even: wij zijn als gemeenteraad zeker niet representatief voor de bevolkingssamenstelling van Lansingerland en het is bovendien een vraag op een abstract niveau. Ik ben het met u eens en toch denk ik: het is misschien gelijk ook wel een illustratie van het knelpunt. Ik heb daar in de voorbereiding van het nieuwe beleidsplan ook over gehad met de medewerkers. Bij schulden hoort ook iets wat met sch begint: schaamte. Ik denk dat dat zeker bij mensen, die niet van een minimum moeten leven, maar die het eigenlijk goed voor elkaar hebben qua salaris en qua leven, dat het bij die mensen best wel echt schaamtevol is om te erkennen, dat je schulden hebt en dat je daar niet zo makkelijk over praat, ook

12/21

niet in een vrienden-, kennissen- of familiekring. Dat taboe, daar moeten we iets mee, want we kunnen mensen dan eerder helpen en dat is goed voor iedereen. Dat betekent dat we het concreet moeten maken. Zoals meneer Lieverse zei in zijn voorbeeld. Het gaat inderdaad over het wel of niet iets kunnen vervangen als het gesneuveld is of een nieuwe jas als het kind uit zijn vorige gegroeid is. Wat dat betreft moet het meer een gezicht krijgen; het kan ook jou overkomen, want er hoeft in je levensloop maar een ding mis te gaan en je staat ineens aan de andere kant van het streepje. Ik deel ook de constatering, dat we niet zomaar moeten zeggen: geen bericht is goed bericht. Want dat is niet altijd het geval. Dan kom ik bij de CU. Meneer Lieverse stelde nog een keer de vraag: waarom is de vroegsignalering niet goed gelukt? Het is niet om ons te verstoppen achter de AVG of achter bureaucratische redenen. De heer Barendregt: Ik heb u niet gehoord over de adviesraad sociaal domein en de rol van de adviesraad in dit vraagstuk en wanneer zij betrokken gaan worden bij dit vraagstuk. Het valt me op, dat de laatste tijd de adviesraad wat minder betrokken wordt, lijkt het wel. In een eerdere periode zat er bij heel veel sociale onderwerpen een advies bij, ook een ongevraagd advies, maar de laatste tijd is dat niet meer zo. Kunt u daar iets over zeggen.

Wethouder Van Tatenhove: Dat kan ik zeker, ik had hem als vraag genoteerd bij de CU, maar prima om hem nu al aan de orde te stellen. De adviesraad is al in gesprek geweest over het nieuwe schuldhulpbeleidsplan. De adviesraad betrekken we nog steeds bij de plannen, die langs komen. Er is misschien de laatste tijd iets minder geweest dan vorig jaar, want als je met een aantal nieuwe beleidsplannen bezig bent, dan komt de adviesraad een paar keer tegelijk langs. Het is niet zo, dat de adviesraad uit beeld is, integendeel. Ik heb ook nog drie tot vier keer per jaar overleg met de adviesraad en dat is onlangs nog gebeurd. De heer Hoek: Even een kleine aanvulling op de wethouder. Het is fijn, dat u goed in contact bent met de adviesgroep sociaal domein, maar wat de heer Barendregt eigenlijk zegt: waarom nemen wij daar geen kennis van? In het verleden zaten de stukken er standaard bij en dat is wat we nu missen. Als u veel contact met ze heeft, prima, maar doe dan ook de stukken erbij. Wethouder Van Tatenhove: De adviesraad sociaal domein heeft advies uitgebracht over het nieuwe beleidsplan. Dat advies en onze reactie op dat advies gaat gewoon mee als bijlage bij het nieuwe beleidsplan. Maar de adviesraad heeft, als u dat bedoelt, geen advies uitgebracht over het rapport van de rekenkamer.

Het rapport van de rekenkamer is een rapport aan u als gemeenteraad en niet een beleidsplan dat wij voorleggen aan de adviesraad sociaal domein. Dat hebben we nog nooit gedaan bij een rekenkamerrapport, maar we betrekken ze wel bij de plannen die wij maken bij alle onderwerpen uit het sociaal domein. In het algemeen geven ze schriftelijk advies, maar soms zijn ze al aan het begin van een proces in gesprek met onze beleidsmedewerkers, bij het verkennen van de koers voor een nieuw plan. Maar over het algemeen reageren ze op elk nieuw voorstel, dat we doen, met een schriftelijk advies. Een interessante discussie tussen meneer Lieverse en meneer Xhemaili over armoedebestrijding en schuldhulpverlening. Ik denk niet dat het hetzelfde is, dus als meneer Lieverse dat van mij had begrepen, dan heb ik het niet duidelijk gezegd of hij heeft mij verkeerd begrepen. Dat is niet de bedoeling. Ik denk wel, dat ze met elkaar te maken hebben en als we niet aan armoedebestrijding doen, dan wordt het voor een bepaalde categorie mensen nog problematischer en dat ze dus eerder, langer of dieper in de schulden zouden zitten. Maar er is ook een groep, die je niet met armoedebestrijding helpt, omdat dat de rijken zijn met schulden.

Alleen al daarom is het belangrijk om een goed plan te hebben voor schuldhulpverlening om ons er heel goed van te vergewissen, dat we nu goede en concrete acties uitzetten om die doelgroep te bereiken en dat we niet met losse flodders gaan werken, want dat heeft niet zoveel zin, blijkt uit dit rekenkamerrapport. De heer Lieverse: Wat ik zei over het onderwerp was niet gericht op de wethouder, maar als reactie op meneer Xhemaili. Die discussie is al afgerond. Waar ik wel benieuwd naar ben, u heeft iets gezegd over de ASD, maar u heeft niet iets gezegd over het betrekken van de schuldhulpverleners bij het opstellen van het nieuwe beleidsplan. Wethouder Van Tatenhove: Dat klopt. Ik heb op mijn lijstje staan: armoedebestrijding/schuldhulpverlening, ASD betrekken. Het volgende punt op mijn lijstje, in de volgorde, zoals u het heeft genoemd: het betrekken van schuldhulpverleners. Die zijn betrokken bij het opstellen van het plan, alle organisaties. Dat is in september gebeurd van dit jaar, dus die hebben meegedacht over het beleidsplan, waar we nu mee bezig zijn. Ik denk dat het goed om hen ook bij de uitvoering van het beleid concreet te blijven betrekken, zoals ik in de eerste termijn al zei.

Ik denk dat het goed is om te zorgen, dat er een soort keten ontstaan, zodat we ook van elkaar kunnen leren, maar ook met elkaar echt inzicht krijgen in waar de problematiek het diepst is of waar nog gaten zitten in onze hulpverlening. De heer Lieverse: Toch iets duidelijker. De ASD, hun reactie zullen we van u krijgen met de reactie van het college weer op de ASD, maar krijgen wij ook te zien de reactie van de schuldhulpverleners? Wethouder Van Tatenhove: Dat ga ik als een goede tip mee nemen om te kijken of zij ook een soort reactie kunnen geven als het plan is afgerond, want ze zijn nu mee genomen in de gesprekken bij de totstandkoming, de voorbereiding van het beleidsplan. Ik denk niet dat dat op schrift staat, want het zijn vooral gesprekken geweest. Maar het is wel goed om hen te vragen of zij hun reactie willen geven op het beleidsplan als het in concept gereed is. Ik ga toezeggen, dat ik daarmee aan de slag ga, meneer Lieverse. Ik ondersteun het verhaal van u in de tweede termijn over de vrijwilligers die werken voor bijvoorbeeld Humanitas en Schuldhulpmaatje, maar dat geldt ook voor de mensen bij Welzijn Lansingerland voor bijvoorbeeld de thuisadministratie. Het zijn vrijwilligers, maar het zijn vaak vrijwilligers die in een financieel beroep zitten of daar al eerder

13/21

mee te maken hebben gehad. Ze krijgen allemaal een training. Als u kijkt in het subsidieregister waarom Humanitas en Schuldhulpmaatje geld krijgen: o.a. om te zorgen, dat die mensen die training kunnen volgen. Het is niet dat de vrijwilligers daarvan betaald worden, maar omdat de training, die ze volgen om het werk goed te kunnen doen, betaald wordt van de subsidie, die we verlenen. Het zijn niet zomaar goedwillende mensen, het zijn mensen die daarop toegerust worden. Ik ben het ook met u eens, meneer Lieverse, dat de hulpvragen, ondanks dat die op verschillende manieren kunnen binnen komen, niet moet verdwalen. Dat we daar aandacht voor moeten hebben, zodat ook iemand die nog nooit met één van die organisaties in aanraking is geweest, de toegang kan vinden als die in de financiële problemen zit en de schulden hem boven het hoofd dreigen te groeien. D66 deed nog de suggestie om te zorgen voor een goede mix tussen vrijwilligers en professionals. Ook een waardevolle tip, om dat ook goed in de gaten te houden, dat er naast de vrijwilligers ook professionals zijn, die daar waar het nodig is dat over kunnen pakken, maar die ook kunnen zorgen, dat de vrijwilligers goed toegerust zijn of als vraagbaak kunnen fungeren. Ook dat nemen we mee in het plan.

GL gaf aan: iedereen moet zich welkom voelen om over zijn schulden in gesprek te gaan, zodat er iets aan gedaan kan worden, denk na over een campagne. Nemen we mee inderdaad in het nieuwe plan: hoe bereiken we de doelgroep. Want als we dat niet weten, zitten we over een jaar met dezelfde constatering en dat willen we niet. Over de problematiek, dat die integraal moet worden opgepakt, heb ik net al iets gezegd. De PvdA had nog de vraag open staan, terecht dat u daar even op terug komt, of wij in beeld hebben hoeveel mensen er in onze gemeente ‘slachtoffer’ zijn van de toeslagenaffaire. Daar heb ik zo concreet geen antwoord op. Ik heb app-contact met Sander Meulendijks, maar die heeft er ook niet op gereageerd. Ik durf niet te zeggen of wij dat op dit moment weten. Als u het goed vindt, kom ik daar schriftelijk op terug. U doet ook nog de suggestie: betrek de mensen op het moment, dat je gaat nadenken over een campagne, want we moeten ervoor zorgen, dat iedereen bereikt wordt. Als laatste had u de vraag: hoe gaan we in de keten sturen op verbetering? Dat is o.a. door in elk geval meer samen te werken, maar ook concreter in ons uitvoeringsplan vorm te geven aan onze samenwerking en ook meer met data te gaan werken, zodat we ook weten wat er gebeurt.

Dat is een belangrijke aanbeveling van de rekenkamer, dat we moeten weten wie we in beeld krijgen en wanneer iemand uit beeld raakt en waar we hem dan weer terug kunnen vinden. Dat komt zeker terug in ons beleidsplan en in het uitvoeringsplan. De heer Xhemaili: Betekent dat ook, dat die monitoring ook geregeld hier terug komt als een rapportage? Hoe moet ik me dat voor me zien? Kunt u dat misschien eventueel toelichten? Wethouder Van Tatenhove: Daar komen we in het beleidsplan op terug, hoe we dat doen, want ik denk dat we in het uitvoeringsplan met een voorstel komen, of we dat apart doen of dat we dat bijvoorbeeld koppelen aan de rest van de rapportage uit het sociaal domein. Ik wil daar wel even goed over nadenken, want ik wil ook niet alles in de rapportage van het sociaal domein stoppen, want het moet ook geen oerwoud worden. Sommige dingen vragen even bewust aandacht en misschien is dit wel een onderwerp, waarvan we nu zeggen: gezien de staat waar we nu verkeren, is het ook wel goed om het even concreet te volgen. Ik kan me voorstel, dat we met een voorstel komen om dit apart te bespreken in de commissie, maar daar kom ik dus bij het beleidsplan op terug. De heer Xhemaili: Ik zou het toch oprecht fijn vinden als dit terug komt, ook in het uitvoeringsplan, zodat we als raad kunnen kijken of het beter gaat.

Wethouder Van Tatenhove: Dat sowieso, maar ik weet nog niet of we dat bij de rapportage van het sociaal domein doen of mee nemen in die P&C cyclus, waarin een deel van de raad over aan het nadenken is. Of dat we dit, omdat we een uitvoeringsplan gaan maken, op een andere manier voorstellen, maar dat komt terug bij de bespreking van het plan. De heer Xhemaili: Helder. Nog één checkvraag. Als het goed is, heb ik van de wethouder een toezegging gehoord, dat zij mijn vraag over de toeslagenaffaire schriftelijk gaat beantwoorden. Kan dat kloppen? Wethouder Van Tatenhove: Ja, dat klopt. Ik krijg gelijk een appje van Sander Meulendijks, dat we dat op dit moment niet weten. De voorzitter: Is dat dan voldoende? Wethouder Van Tatenhove: Dat is wat mij betreft het antwoord. De heer Xhemaili: De vraag is: gaat er nog wat gebeuren om het wel te achterhalen? Wethouder Van Tatenhove: Dan moet ik uitzoeken of we dat kunnen doen en hoe we dat kunnen doen, dus dan kom ik daar op terug. Dan blijf ik toch met de toezegging zitten. Mevrouw Verhoef: Ik ging precies de vraag stellen, die de heer Xhemaili vroeg: wat gaat u er dan aan doen om daar achter te komen? Dat heeft hij net gevraagd. De voorzitter: Had ik goed aan uw intonatie gehoord, dat u aan het eind van uw betoog was gekomen, wethouder? Wethouder Van Tatenhove: Dat klopt.

De voorzitter: Dat was een lange en grondige bespreking van het rapport. Daar ligt ook een raadsvoorstel onder natuurlijk. Over dat raadsvoorstel is mijn vraag aan u: kan het als hamerstuk naar de raad? Als u iets van plan bent op het gebied van moties en amendementen, geeft u even een piep. De heer Lieverse: Mag ik wel nog even reageren, dat we ruim besprekingstijd reserveren voor het bespreken van het nieuwe beleidsplan? U zit in de agendacommissie, dus u kunt hier zorg voor dragen. De voorzitter: Dat nemen we mee, zoals dat heet. Ik voelde het al aankomen, maakt u zich geen zorgen. De heer Lieverse: Verder is het voor ons een hamerstuk. De voorzitter: Dan wordt het een hamerstuk. Dank u wel.

14/21

6.b Verlenging van het Regionaal Beleidsplan 2018-2020 Beschermd Wonen & Maatschappelijke Opvang De heer Kampinga, VVD: Ik denk dat ik het heel kort kan houden. Wat ons betreft is het een hamerstuk (…). Mevrouw Bouman, CDA: Ik ben iets langer bezig. Ik ga terug naar 2017, want toen heeft de gemeenteraad en de ASD een toelichting gekregen op dit plan. Toen werd er gezegg: het is een lichte vorm van gemeenschappelijke regelingen. In 2018 zou er gekeken worden naar een wat volwaardiger gemeenschappelijke regeling. Het is nu 2020 en er wordt nu voorgesteld om het plan met nog een jaar te verlengen. Het plan bestaat uit 2 onderdelen. Dat is het onderdeel beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Als ik kijk naar het voorstel voor de raad, dan wordt het onderdeel beschermd wonen gedecentraliseerd per 1-1-2022 naar de gemeenten. De maatschappelijke opvang, daar is nog helaas niets over bekend, dat gaat nog voor onbepaalde tijd doorlopen. We weten ook, dat lezen we in het verhaal, dat de centrumgemeente Rotterdam is. Dan zitten er nog 6 gemeenten omheen, die daar dus in participeren. Rotterdam is financieel verantwoordelijk voor dit gebeuren. Toen hebben wij een vraag gesteld, dank voor de beantwoording, en dan wordt er dus duidelijk gesteld, dat er nog niets over de financiën te melden is.

Dat is voor ons toch wel even een vraag, als je kijkt dat er in 2021 een overgangsjaar is en dat er toch het e.e.a. geregeld moet worden m.b.t. inkooptrajecten enzovoorts. Dus dan vraag ik me af: is daar nog niets over te melden? Ik hoop dan maar dat in 2021 in de loop van 2021 er het e.e.a. bekend wordt, zodat we straks niet geconfronteerd worden met een aantal gegevens, waarvan we achteraf zeggen: nou, dat is nogal fors, wat we als gemeente misschien weleens zelf moeten gaan betalen omdat het rijk misschien toch wat minder heeft overgedragen. Dat is een aanname, maar ik ben er wel beducht voor, dat we daar nog de nodige zorgen over zouden kunnen krijgen. De participatie. De ASD, dat lees ik ook in de beantwoording richting de CU, er is een voorlichting of presentatie geweest en misschien heeft de wethouder dat vrij recent nog mee genomen, want ik hoor, dat ze recent nog overleg gehad heeft, maar we hebben daar niets van gezien. Ik las over de ASD: misschien is het zo dat de ASD denkt dat het een verlenging van de regeling is of misschien denkt men dat het niet noodzakelijk is om daar vragen over te stellen. Maar het punt is: zou het toch niet zo zijn, dat de ASD wel iets te melden heeft. Misschien is dat in de tussentijd nog binnen gekomen en anders horen we dat nog wel graag van de wethouder. Per 1-1-2022 gaat die decentralisatie dus door van het beschermd wonen.

Echter, wat ik nu zie in de beantwoording van de technische, en dan lees ik het even voor: decentralisatie en transformatie van beschermd wonen vertragen en de invoering van beschermd wonen per 1 januari 2022 is uitgesteld. Onduidelijkheid voor de gemeente, grote financiële onduidelijkheid, bijdrage enzovoorts. Maar als ik nou het raadsbesluit lees, dan staat dat gedecentraliseerd wordt het beschermd wonen per 1-1-2022 en dat de maatschappelijke opvang nog onbekend is. Ik ben in verwarring. Ik zou graag willen horen: hoe zit het nou allemaal? Als ik naar het beleidsplan kijk en we hebben het over inzicht in gegevens en monitoring. Zou het misschien niet goed zijn dat wij in het sociaal domein bij de rapportage sociaal domein of in de midterm review toch wat meer inzicht kunnen krijgen over dit item. Om hoeveel mensen gaat dit, hoe is de inkoop, hoe is de kwaliteit. Hebben we het over Perspectief of over Pameijer? Dat is volgens mij in de loop van de tijd veranderd, maar dat hoor ik graag van de wethouder. Dank u wel. De heer Hoek, WIJ: Voor ons ligt de verlenging regionaal beleidsplan 2018-2020. Mijn voorganger heeft het al gezegd, het gaat met name om beschermd wonen. Het wordt uitgesteld door landelijke ontwikkelingen. Dan ben ik zeer nieuwsgierig wat die landelijke ontwikkelingen dan zijn.

Gaan we dan afstappen van decentralisatie? Wat zijn nou die landelijke ontwikkelingen? Ik vind ze niet terug in het stuk. We gaan dus met een jaar verlengen, daar hebben wij geen invloed op, dat wordt ons mee gedeeld. Het college vraagt ons daar mandaat voor. Natuurlijk kunnen we dat niet weigeren. Het hele beleidsplan is al in 2017 aan de orde geweest in de commissie. Mijn vraag is: als we dan gaan verlengen, zijn er dan op basis van ervaringen al leermomenten te trekken uit dit hele stuk? We moeten sowieso nog een jaar verder, dan heb ik het niet over beleidsmatige zaken, maar meer de quick wins. Verder kwam ik nog iets opmerkelijks tegen, je gaat dan toch het stuk nog een keer doorlezen, op blz.11. Hoewel het geen evaluatie is, ben ik toch benieuwd wat de stand van zaken is. De samenwerkende gemeenten willen tot afspraken komen met de woningcorporaties over het toewijzen van een contingent woningen voor de door- en uitstroom naar maatschappelijke opvang of beschermd wonen en het beter toesnijden van woonvormen op vernieuwende vormen van zorg en ondersteuning, die kunnen bijdragen aan de beperking van instroom in beschermd wonen. Ik kan het toch niet laten om te vragen: wat is nou de stand van zaken hiervan? Ik ga ervan uit, dat u er klaar voor was, 1 januari 2021. We hebben nog een jaar respijt, dus daar zitten geen zorgen.

Wat ik me ook nog afvraag: er heeft natuurlijk een gunning plaats gevonden in het kader van de aanbesteding. Op het moment dat je dat nu met een jaar verlengt, zijn daar geen rechten aan te ontlenen? Een aanbesteding duurt over het algemeen 2 of 3 jaar, dat geef je van tevoren aan. Dat betekent dat andere aanbieders niet in de gelegenheid worden gesteld om weer in aanmerking te komen om mee te doen met een aanbesteding. Het kan best zo zijn, dat ze op basis van wat

15/21

afgesproken is, de aanbesteding die er lag met een handtekening, daar ze daar rechten aan kunnen ontlenen. Er wordt al gesteld: er zitten geen financiële gevolgen aan. Dan denk ik altijd: prima, dat zal ongetwijfeld kloppen. Je kan ook de financiële gevolgen doorschuiven naar 2022 en er dan ineens achter komen dat er nog een addertje onder het gras zat. Hoe kunnen we daar grip op houden? Mevrouw Bouman heeft ook al de adviesraad sociaal domein genoemd, daar is al genoeg over gezegd. Op blz.22 zie ik nog een aantal verouderde gegevens staan. Ik vroeg me af: is dat nou heel erg veranderd? Ik ben daar wel nieuwgierig naar. Dan gaat het over de aantallen, figuur 6 en 7, die gaan over de indicaties in 2015/2016 en in feite hebben we het nu over 2017/2018/2019. Hoe zit het met die aantallen? Lopen we nog in de pas of zitten hier echt grote verschillen in? Dat was mijn eerste termijn. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Zoals WIJ al naar voren bracht: we zouden natuurlijk ook om een nieuw beleidsplan kunnen vragen voor het lopende jaar, maar dat zou heel veel werkverschaffing betekenen. Als we inderdaad moeten wachten op landelijke nieuwe regelgeving rond zaken als woonplaatsbeginsel. Het valt me op, dat sommige partijen vooral op de centen inzoomen. De CU wil graag even stil staan bij een ander punt, wat de inhoud betreft.

Dat komt omdat we signalen horen, zowel in de media als uit het Rotterdamse over problemen bij sommige plaatsen waar mensen verblijven in het kader van beschermd wonen. In de zin van privacy, die niet goed gewaarborgd is. In de zin van geweld en mishandeling. Ook in de zin van verwaarlozing. Ik zou graag de wethouder willen vragen om bij de contacten die er zijn met de aanbieders van beschermd wonen om navraag te doen of het toezicht goed geregeld is. En ook bij het gaan opstellen van het nieuwe beleidsplan voor over een jaar ook goed te kijken welke aanbieder wat dat betreft voor ons een meest safe partij is. Dank u wel. Mevrouw Heijblom, D66: Een belangrijk punt is dat al in dit beleidsplan wordt aangesloten bij de moderne denkwijze op het gebied van de GGZ, welke zich steeds meer richt op normalisering en sociale inclusie. Mensen met een psychische kwetsbaarheid zijn burgers en maken deel uit van de samenleving. Zo moeten deze mensen zich ook voelen. Het streven is sociale inclusie voor iedereen. Pas in 2022 komt er een nieuwe verdeling van het geld voor beschermd wonen.

De doorontwikkeling van beschermd wonen staat gepland per 1 januari 2022 en er is een ingroeipad van 10 jaar afgesproken van de huidige historische verdeling over centrumgemeente naar een objectieve verdeling over alle gemeenten te komen, waarbij tegelijkertijd een beweging naar beschermd thuis in gang gezet wordt. Deze beweging is complex en vraagt tijd en geduld. Met het nieuwe verdeelmodel worden de middelen op basis van objectieve criteria verdeeld, zodat de middelen aansluiten bij de lokale vraag. Vanaf 2022 wordt een deel van de middelen al meer objectief verdeeld en ontvangt de gemeente een eigen budget. Omdat er op landelijk niveau nog onvoldoende duidelijkheid is hoe dit structureel vorm en inhoud gegeven gaat worden, alsmede is er nog onduidelijkheid over de precieze financiële verdeelmodel, is het begrijpelijk nog te vroeg om met een regionale samenwerkingsvorm te anticiperen op deze ontwikkelingen. Verlenging van het huidige beleidsplan is daarom voor nu een prima optie en volgens mij de enige. D66 is daarom akkoord om de looptijd van het regionaal beleidsplan beschermd wonen en maatschappelijke opvang met een jaar te verlengen tot en met 31 december 2021. Mevrouw De Geus, GL: Dit beleidsplan is in 2017 opgesteld door centrumgemeente Rotterdam en regiomeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Lansingerland, Ridderkerk.

De vraag is nu dit met een jaar te verlengen. Dit verlengen is regionaal beleid, het beleidsplan is ambtelijk voorbereid en tijdens het bestuurlijk overleg van betrokken gemeenten van 8 juli j.l. vast gesteld. De andere regiogemeenten voeren dezelfde wijzigingen door. Ik neem aan, dat zij daar ook over vergaderen. Ik vraag me af hoe zij daar dan op reageren. Als wij een nieuw beleidsplan op zouden willen stellen, dan zou het wel heel erg veel extra werk gaan betekenen. Doordat het uitstel van beschermd wonen heeft en het onduidelijk is hoe hieraan structureel vorm gegeven gaat worden, als ook over het financieel verdeelmodel, ligt de vraag hier dan ook om het huidige beleidsplan te verlengen bij het uitstel van een jaar. GL is sowieso akkoord met deze verlenging van het beleidsplan. We hebben ook begrepen, dat het college van B&W bevoegd is om het mandaat te verlengen. Wij zijn sowieso akkoord. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ook de PvdA-fractie kan akkoord gaan met de verlenging van dit bestaande regionale beleidsplan. Er zit inderdaad niets anders op dan dat nu te doen, omdat het uitstel is van de decentralisatie en de transformatie van beschermd wonen tot 1 januari 2022 en de maatschappelijke opvang voor onbeperkte tijd is uitgesteld.

Op zich is het daarmee af, zou je kunnen zeggen, maar we zien natuurlijk wel staan in de stukken, die we hebben gekregen, dat de voorbereiding voor de regionale samenwerking 2022 in gang is. Het zou wel aardig zijn als we van de wethouder zouden kunnen horen hoe het daarmee staat, met die voorbereiding. Zijn er nog knelpunten? Of zijn er misschien hoogtepunten, die daar te melden zijn? Dan is ook mijn vraag: het bestaande beleidsplan wordt geëvalueerd, maar op welke parameters? Ik kan er een aantal bedenken, maar ik hoop ook, dat dat op de juiste punten wordt geëvalueerd, zodat we ook het nieuwe plan, de nieuwe manier van samenwerken, op een goede manier

16/21

kunnen doen. Als de wethouder daar nog een paar woorden aan wil wijden, dan zou ik dat heel fijn vinden. Dan staat er nog iets over het financiële verdeelmodel. Ik weet niet of het nu het moment is om daarop door te vragen. Mevrouw De Geus had daar ook een vraag over. Ik denk dat dat voor nu voorbarig is, maar ik zou wel graag willen weten: hoe loopt het nou met de voorbereiding van het nieuwe samenwerkingsplan? Dank u wel. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik heb met belangstelling het stuk gelezen. We hebben natuurlijk ook al door het college op 23 januari van dit jaar een vooraankondiging gehad over datgene wat wij thans bespreken. Ook in de jaarrapportage 2019 staat eigenlijk ook het e.e.a. Ik heb n.a.v. de input van de jaarrapportage 2019 een vraag aan de wethouder, want daarin staat namelijk dat de verdeling, zoals die was voorgenomen voor komend jaar, dat het aantal plekken zou stijgen van 13 naar 44 in 2030. Mijn vraag aan de wethouder is of dat nog steeds de woninghorizon is. In het verlengde daarvan staat ook in de jaarrapportage, dat het college in het najaar van 2019 heeft besloten om met 3B Wonen 10 woningen beschikbaar te stellen voor beschermd wonen. In de stukken wordt nog steeds gesproken over 13, dat hadden er dus mogelijk 23 kunnen zijn. Mijn vraag is: wat is nu de uitvoeringsdatum? Het staat op blz.47 van de jaarrapportage sociaal domein.

Dan ga ik even in op wat mevrouw Bouman terecht zegt. Het was een aanname, maar ik denk dat wij toch wel geleerd hebben van de jeugdzorg en van het abonnementstarief, dat we moeten voorkomen dat er straks weer dingen worden overgeheveld naar de gemeente, waar een soort déjà-vu ontstaat, als u begrijpt wat ik bedoel. Meneer Lieverse zei: we zitten erg op de centen in te zoomen, maar ik mag hopen, dat we niet de bekende ezel zijn. Als het gaat om de inhoud deel ik de mening van de heer Lieverse, dat we daar zeker moeten opletten. Misschien is het goed om te weten, dat de GGD natuurlijk toezichthouder is in deze en ook in 2019 in Bleiswijk heeft ingegrepen, want daar zat eerst een andere stichting en daar zit nu, voor zover ik weet, Pameijer. Misschien kan de wethouder dat nog even bevestigen of die stichting nog steeds actief is binnen Bleiswijk. Als laatste dank ik D66, want die had een heel mooi verhaal over de commissie Dalenberg, want daar wordt precies die stip aan de horizon over beschermd thuis genoemd. Dat is waar we aan moeten denken en ook waar we naar moeten streven. Ik zou heel graag aan de wethouder willen vragen of zij proactief de bestuurlijke planning zou willen invullen, zodat wij niet in november met dit nieuwe beleidsplan komen, maar dat we al in september onze gedachten kunnen laten gaan, zodat we in ieder geval de tijd hebben om er goed op te kunnen kauwen.

Dank u wel. De voorzitter: Ik wil u nogmaals op het hart drukken om uw technische vragen vooral te stellen op het moment dat daar gelegenheid voor is. Gebruik dat instrument, want dat maakt de beraadslagingen een stuk interessanter voor mensen die mee kijken. Dat zeg ik zonder aanziens des persoons, want u bent mij allemaal even lief. Wethouder Van Tatenhove: Ik onderstreep uw advies, maar ik ga toch proberen om zoveel mogelijk van wat er gevraagd is wel te beantwoorden, want het is wel een belangrijk onderwerp, beschermd wonen. Dat doen we inderdaad in regionaal verband. We hebben in 2017 een goed besproken beleidsplan voor opgesteld en dat is ook vast gesteld. Daar is de ASD bij betrokken. De ASD wordt ook weer betrokken bij het nieuwe beleidsplan. Voor nu is er geen schriftelijk advies gegeven door de ASD, maar we hebben het wel besproken met de ASD, dat dit voor ligt. Zij konden zich ook vinden in het verlengen met een jaar, omdat de invoeringsdatum een jaar is uitgesteld. Dat is inderdaad een besluit, dat landelijk is genomen en dat dus over ons heen is gerold, zal ik maar even zo noemen. Dat neemt niet weg, dat de weg die de commissie Dannenberg heeft geschetst, hoe we aankijken tegen beschermd wonen, beschermd thuis en tegen maatschappelijke ontwikkeling, dat dat nog wel steeds leidend is.

Dus we hebben in de regio wel de gesprekken om die decentralisatie voor te bereiden en om ook te kijken op welke manier we dan samenwerken, of dat in dezelfde lichte vorm blijft of dat we daar een hele zware GR voor gaan inrichten. Dat komt inderdaad nog naar u toe, want daar moeten de 7 regiogemeenten een besluit over nemen. Wat er in elk geval al is afgesproken, dat haalde meneer Hoppenbrouwer aan, is dat we van 13 plekken, dat waren er 17, want er woonden ook 4 mensen met een beschermd wonen indicatie niet geclusterd, maar op een andere plek, van die 13/17 plekken nu groeien we naar 44 in 2030. Dat is de uitkomst van die opgave om van een centrumgemeente naar een regionale spreiding te gaan. Dat is dus een opgave, die er vanuit zorg ligt, maar die wij in alle gemeenten hebben besproken met de wethouders wonen, want dat doet natuurlijk ook iets in de vraag naar geschikte woonvormen. Dat geldt ook voor de afspraken die we met corporaties maken over de mensen die uitstromen, omdat ze zelfstandig kunnen gaan wonen. Ook dan alle gemeenten in hun prestatieafspraken. Mevrouw Arends maakt elk jaar prestatieafspraken met de corporatie. Er worden dan afspraken gemaakt over hoeveel mensen vanuit beschermd wonen een plekje kunnen krijgen in een reguliere woning en dan verder gaan als beschermd thuis of nog zelfstandiger.

Ook in de gesprekken nu, die we als wethouders van beschermd wonen voeren, zit in elk geval één afgevaardigde vanuit de samenwerking van de 14 gemeenten in het Rotterdam Rijnmond verband voor wonen, om die aansluiting daar goed te borgen. Dus daar zijn we nog steeds mee bezig. Financieel blijft het dus nog even onzeker wat het wordt. Met meneer Hoppenbrouwer deel ik de verwachting, dat we

17/21

misschien bij de decentralisaties bang zijn, dat we niet genoeg krijgen voor wat we moeten doen. Ik denk dat de VNG daar als geen ander bovenop zit om ervoor te zorgen, dat ons dat niet nog een keer overkomt. Ik zie de laatste tijd dat de VNG daar veel meer zijn tanden laat zien dan een aantal jaar geleden, dus in die zin denk ik dat we in de VNG een goede waakhond hebben. Mevrouw Bouman vroeg aandacht voor maatschappelijke opvang. Dat is dus nog niet bekend. We gingen ervan uit, dat dat een functie zou blijven van de centrumgemeente, in ons geval dus Rotterdam, maar misschien wordt daar toch ook nog een soort decentralisatie uitgevoerd. Dat weten we nu gewoon echt nog niet. Op het moment dat we daar meer over weten, dan komt ook dat in de plannen mee. U vroeg ook nog: is het Perspectief of is het Pameijer, die op dit moment bij ons zorgt voor de mensen van beschermd wonen. Dat is op dit moment Pameijer. Daar heeft meneer Hoppenbrouwer gelijk in. Dat is in 2019 gewijzigd. Beide partijen hebben in de aanbesteding een rol, dus dat betekent dat ze zonder problemen die rol van elkaar kunnen overnemen op het moment dat een organisatie of een plek niet meer kan verzorgen, terwijl die plek wel moet blijven. Dat was het geval in Bleiswijk, dus daarom heeft Pameijer het overgenomen van Perspectief.

Er is belangstelling van andere partijen, die op dit moment niet binnen het contract beschermd wonen kunnen aanbieden. Dat is een ingewikkelde vraag als een partij wel graag in onze regio zou willen starten, maar geen contract heeft. Dat betekent dat hij zelf met een PGB moet zorgen, dat er voldoende mensen zijn, want ze kunnen een beschermd wonen locatie ook niet zomaar starten als er maar 3 of 4 mensen zijn, want dan is zo’n businesscase niet dicht te rekenen. Degenen, die zich melden met interesse die verwijzen we nu door naar Rotterdam om zich als geïnteresseerde te melden voor een volgende aanbesteding, want zo werkt het in Nederland, we moeten het met een Europese aanbesteding doen. WIJ vraagt: zijn er nog leermomenten of quick wins? De quick wins, mochten die er nog zijn, dan zijn die al wel verzilverd. De leermomenten zijn, dat we ook bij deze partijen kritisch moeten blijven, omdat het een kwetsbare groep is. Dat je ook hier de monitoring en het contractmanagement goed vorm moet geven. Ook denk ik dat het contact met het bestuur van de organisaties belangrijk is. Ook is de rol van GGD toezicht of WMO toezicht, dat uitgevoerd wordt door de GGD, echt een belangrijke rol. Calamiteiten en incidenten worden daar gemeld. Ze doen ook gericht onderzoek op het moment, dat er iets aan de hand is.

Dat is heel belangrijk, omdat het een kwetsbare doelgroep is waar 24-uurs zorg voor nodig is. Dat stelt ons in die zin wel gerust, dat die toezichthouder zijn rol echt serieus pakt. Verder werkt het in aanbestedingsland zoals het in aanbestedingsland werkt. Dat geldt dus ook voor de zorg. Als je bent gecontracteerd, dan heb je een contract. Op het moment dat een nieuwe aanbesteding wordt opengesteld, dan worden er op dat moment volgens de dan geldende criteria nieuwe aanbieders geselecteerd. Dan kan het zomaar zijn, dat een andere partij met een doelgroep aan de slag gaat en dat we van een huidige partij afscheid zouden moeten nemen. Het zou kunnen, ik heb geen idee of dat zich straks ook voor zal doen. U vroeg ook nog aandacht voor de financiën en voor de financiële consequenties. Dat is dus heel lastig, dat is ook al beantwoord in reactie op de technische vraag van mevrouw Bouman. We weten nog niet waar het heen gaat met het rijk. Vervolgens moeten we dan afspraken maken hoe we in onze regio dan vorm geven aan de rol van nu Rotterdam met heel veel locaties versus de regiogemeenten, die nog moeten toegroeien naar de aantallen, die we hebben afgesproken. Dat is nog een puzzel en daar betrekken we de raden bij en we betrekken de adviesraad sociaal domein bij. Meneer Lieverse vroeg nog aandacht voor de geruchten of signalen, die hij had gekregen rond aanbieders in onze regio.

Ik zal het in elk geval doorgeven, ook in het Rotterdamse. Ik hoop, dat iedereen die iets merkt, die dichtbij zit bij bewoners in beschermd wonen, dat ook durft te melden, want onze toezichthouder pakt die signalen serieus op en gaat er ook mee aan de slag. D66 noemde het ingroeipad, daar heb ik al iets over gezegd. De PvdA vroeg nog aandacht voor een evaluatie op de juiste punten. Dat is heel belangrijk, om te kijken in aanloop naar het nieuwe beleid, om terug te kijken naar wat er op dit moment goed gaat, wat we zeker willen mee nemen, maar ook wat er beter kan. Zijn er al dingetjes om te vieren? Dat punt, waarop we afspraken hebben gemaakt over hoe we die verdeling doen, de verdeling over de hele regio i.p.v. een concentratie in het Rotterdamse, dat was geen gemakkelijk gesprek. Niet met de wethouders zorg, maar zeker niet in relatie met de wethouders wonen, want een woonopgave is op zich al een hele puzzel. Als er zo’n puzzel bij komt, wordt het alleen maar ingewikkelder. Dus dat we daar inmiddels afspraken over hebben kunnen maken is best wel een belangrijk punt, niet perse een hoogtepunt, maar wel dat elke gemeente bereid is om zijn verantwoordelijkheid te nemen voor inwoners die bij die gemeente horen en dat we dat niet allemaal zomaar overlaten aan de centrumgemeente in die regio.

Als laatste kijk ik nog even naar meneer Hoppenbrouwer of hij nog vragen had, die ik nu niet heb beantwoord. U vroeg naar de stand van zaken rond de 10 extra plekken, die worden genoemd in de rapportage van vorig jaar. Die 10 extra woningen hebben dus te maken met de overgang van Perspectief naar Pameijer. Perspectief had in onze regio 2 locaties en die combineerde daar een aantal fte, zodat zij met de 17 mensen, die er in Lansingerland wonen en een groep bewoners in het Rotterdamse, daar konden zij een match mee maken. Voor Pameijer lag dat anders, dus met Pameijer hebben wij afgesproken, dat ze die 17 plekken zouden overnemen en dat ze dan binnen een aantal jaar ook die 10, die zij nodig hebben om een sluitende businesscase te realiseren, dat ze die 10 op kortere termijn erbij kunnen krijgen, maar dat zijn dus de 10 vanuit die groei naar 44. Dus het zijn geen extra plekken, dat zijn 10 iets versnelde plekken om van 17 nu

18/21

naar 44 plekken in 2030 te groeien. Daar zijn we mee onderweg, maar ik weet niet precies hoeveel BW plekken we op dit moment hebben. U vraagt als laatste om in de bestuurlijke planning te zorgen voor een tijdige bespreking van het nieuwe beleidsplan. Ik ben het met u eens, dat het heel erg wenselijk is om dat op tijd te doen. Ik ga dat ook zeker inbrengen in het gesprek, dat ik in de regio heb met mijn collega’s over deze planning. Ik ga er zomaar van uit, dat de regio gemeenten datzelfde willen. Ik hoop, dat daarna op tijd het besluit genomen wordt, zodat we dat in een zorgvuldig proces kunnen doen, maar ik ben wel 1 van de 7 in de regio en ik denk dat 7 van de 7 het met ons eens zijn, maar we zijn ook een beetje afhankelijk van Den Haag. Dat is niet om flauw te doen, maar het is realiteit. Daarom ligt het voorstel voor verlenging, waar u mee kunt instemmen, nu ook voor. Dat was het. Tweede termijn De heer Kampinga, VVD: Ik heb niets toe te voegen op dit moment. Mevrouw Bouman, CDA: Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Ten aanzien van Pameijer: ik heb in 2017 ook al gemeld, dat er aandacht is voor de bewoners, want Pameijer zit vrij dicht bij waar ik woon. Wij zouden nog een keer uitgenodigd worden door de nieuwe instantie, maar dat is helaas nog niet gebeurd. Wat in het vat zit verzuurt niet. Maar ik heb nog wel een vraag.

In de beantwoording van mijn technische vraag staat dat 1 januari de decentralisatie is uitgesteld. Dat zal een slip off the pen zijn, omdat ik ervan uit ga, dat per 1 januari de decentralisatie van beschermd wonen wel door gaat. Dat staat ook in het raadsvoorstel, maar dat zal wel een fout zijn. Dat hoor ik dan nog wel. Even een vraag nog. Hoe zit het met wachtlijsten? Dat is ook nog een vraag geweest in 2017. Hoe zit het daarmee? Is dat bekend, of er wachtlijsten zijn? Voor mensen, die in deze omgeving wonen, is het niet ondenkbaar dat ze in Rotterdam geplaatst worden. Daar ben ik wel benieuwd naar. Er is wel veel verloop bij de Pameijer stichting bij mij in de buurt, maar ik weet niet of er wachtlijsten zijn. Misschien weet de wethouder dat. Als ik er een antwoord op gekregen heb, is het voor ons een hamerstuk. Dank u. De heer Hoek, WIJ: Geen verdere vragen. De heer Lieverse, CU: Klasse beantwoording van de wethouder. Zelfs de technische vragen van het CDA werden goed beantwoord. Mevrouw Heijblom, D66: Verder geen vragen. Mevrouw De Geus, GL: Ook geen vragen. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik heb ook geen vragen. Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Wethouder Van Tatenhove: De datum die in het raadsvoorstel staat, dat is waar we het over hebben. Als u zegt, dat er een verkeerde datum staat in de beantwoording, dan is dat inderdaad een slip off the pen.

Houd u het bij het raadsvoorstel, daar staat het goed. Of er nog wachtlijsten zijn, dat zou ik moeten navragen in Rotterdam, maar eerlijk gezegd, denk ik niet dat er op dit moment een heel erg groot probleem is met inwoners uit onze gemeente, want dan weet ik dat over het algemeen wel, want dan trekken mensen, ouders of familieleden bij ons aan de bel. Wat we in elk geval ook hebben georganiseerd en wat ook beter loopt dan in het verleden, is dat als iemand nog wacht op een definitieve plek, dat er dan overbruggingszorg wordt geregeld. U zegt: er is veel verloop bij Pameijer. Ook dat klopt, daardoor is er eerder een plekje voor nieuwe beschermd wonen kandidaten, omdat we veel meer sturen naar het gewone leven. Als mensen kunnen uitstromen uit beschermd wonen, dan proberen we ook om hen zelfstandig in de wijk te laten wonen al dan niet met ambulante ondersteuning, daarom stromen ook meer mensen uit dan 10 jaar geleden. Als u zegt dat het beeld is dat er meer verloop is, dat klopt. En dat daardoor ook de wachtlijsten minder lang zijn, want heel vaak worden wachtlijsten ook veroorzaakt, omdat er aan de achterkant een verstopping in de keten zit. Als er bij beschermd wonen aan de achterkant te weinig uitstroom is, dan is er aan de voorkant geen plekje beschikbaar voor iemand die daar wel gebruik van zou moeten maken.

Dat er uitstroom is en het veranderde beeld bij u in de buurt, dat klopt en past bij het modernere beeld over beschermd wonen. Ik zal aan Pameijer doorgeven, dat de buurt nog wacht op een uitnodiging voor kennismaking. Ik zal erbij zeggen, dat het mag wachten tot het weer coronaproof kan, zonder ingewikkeld te doen, maar dat het wel gewaardeerd wordt door de buurt. Dank u wel. De voorzitter: Ik heb eigenlijk niemand gehoord, die bezwaar had tegen het raadsvoorstel of over moties en amendementen, maar ik vraag voor de zekerheid: is dit een hamerstuk voor u? Ja? Dan is het een hamerstuk voor de verlening van het regionaal beleidsplan.

19/21

7a. Actualiteiten uit het college Wethouder Van Tatenhove: Ik heb verder geen actualiteiten. Ik heb niet van mijn collega Arends gehoord, dat zij nog zou aansluiten en ze heeft me ook geen boodschap gegeven. 7b. Actualiteiten uit de commissie Geen opmerkingen. 7c. Verbonden partijen De heer Kampinga, VVD: Ik weet niet of het geoorloofd is, maar volgende week dinsdag zijn de algemene bestuursvergaderingen van de Hoefweg en Bleizo. Zoals u wellicht weet, kort gezegd cultuureiland De Watergang, daar speelt het e.e.a. Het is de wens van een aantal mensen om dat tot realisatie te laten komen. Kan de wethouder daar wellicht iets over zeggen? Ook omdat het dan volgende week dinsdag van belang is. De voorzitter: Ik aarzel om dat van de wethouder te verlangen, maar als zij dat uit haar mouw schudt, dan wil ik dat toestaan. Wethouder Van Tatenhove: Als u mij vraagt: bent u bekend met de zorgen van de initiatiefnemer voor het idee van cultuureiland De Watergang, dan zeg ik daarop ‘ja’. Maar ik zit niet in het bedrijvenschap Hoefweg. Die onderhandeling over wel of niet aankoop, door welke partij en door wie gefinancierd, dat gaat dus niet via mijn portefeuille. Het gaat ook eigenlijk niet via de gemeente, want het is een zaak tussen Hoefweg en die partij, die daar het initiatief wil ontplooien. De heer Kampinga: Daar heeft u natuurlijk gelijk in. 8.

Rondvraag en sluiting De heer Hoek, WIJ: Tijdens onze algemene beschouwingen hebben we er ook al aandacht voor gevraagd n.a.v. de beeldvorming van Jan Latten. We maken ons oprecht zorgen over onze jongeren in coronatijd. Jongeren kunnen niet uitgaan, de schoolbeleving is heel anders, er mag geen vuurwerk worden afgestoken, ze mogen maar beperkt vrienden ontmoeten, het is moeilijk om een stage te vinden. De wethouder heeft er zojuist al iets over gezegd. Kortom: voor deze doelgroep een lastige tijd in het kwadraat. We zien in den lande de ontevredenheid toenemen onder jongeren. Meer geweld, meer burgerlijke ongehoorzaamheid, meer brandstichtingen, ook in Lansingerland. Mijn vraag is: hoe speelt de gemeente nou in op deze constatering? Hoe betrekken we hier onze jongeren bij? Dit alles om ervoor te zorgen, dat jongeren niet extra de dupe worden van deze coronatijd. Wanneer we in staat zijn om in samenspraak met onze jongeren hier op in te spelen, werken we waarschijnlijk ook aan het beperken van overlast. Ik wil daar toch aandacht voor vragen, want het baart me echt zorgen. Ik heb het niet over: doe er 6 BOA’s bij met oud en nieuw, want dat vind ik niet de oplossing.

Nog een tweede vraag, misschien had ik het moeten weten en heeft het in een of andere coronabrief gestaan: krijgen inwoners die de Nederlandse taal nog niet machtig zijn het nieuws omtrent corona in hun eigen taal aangereikt. Wethouder Van Tatenhove: Zoals meneer Hoek al constateerde, ook het college maakt zich zorgen over de verveling en als die nog niet toegeslagen is, dat het dan mogelijk in de kerstvakantie tot uiting komt. Dus we zijn in gesprek met de partijen bij het platform van ‘pubers in de spotlight’, met jeugd- en jongerenwerk, maar ook met bijvoorbeeld jongeren zelf, o.a. de jongeren die bij de wipwap actie betrokken zijn. We zijn met hun in gesprek over bijvoorbeeld de kerstvakantie: kunnen we dingen doen? Er staan ook al acties in de planning, maar we zijn op dit moment ook concreet met hen in gesprek over de viering van oud en nieuw. Ik heb vanmiddag toevallig nog een overleg gehad met onze eigen medewerkers en ik zit begin volgende week met de directeur van jeugd- en jongerenwerk Midden Holland rond de tafel. Ik weet niet of de burgemeester er gisteren nog iets over gezegd heeft, maar we zijn ook met de regio in gesprek om te kijken of we bij regionale activiteiten misschien ook kunnen aansluiten.

Wat mij betreft moeten we vooral alles doen wat in ons vermogen ligt om te zorgen, dat er voor die jongeren alternatieven zijn, want ik ben het met u eens, dat het vooral voor pubers, maar ook voor jong volwassenen een lastige tijd is. Dat zeker de jaarwisseling voor hun een periode is, waarin ze juist met elkaar iets gezelligs doen. Natuurlijk ontsporen er dingen, maar er zijn ook een heleboel jongeren, die er een paar mooie dagen van maken en een mooie week vakantie tussen kerst en oud en nieuw, dus we hopen dat het jeugd- en jongerenwerk met goede ideeën komen, dat jongeren zelf leuke ideeën hebben, dat ze de activiteiten bezoeken die georganiseerd worden in de Point of buiten of door de sportclubs. We zijn ermee bezig en we hopen u ook in een coronabrief wat meer over te kunnen vertellen. Dat is in elk geval nog niet in de brief van deze week, maar ik hoop, dat er volgende week wel iets meer bekend is. Op uw tweede vraag: we hebben een tolk- en vertaalaanbieder, die de corona persconferenties in 8 verschillende talen vertaalt. We verspreiden die link via de website en we sturen dat naar onze partners. In de folders vertalen we ook de interessante en belangrijke informatie, zodat ook dat direct gecommuniceerd kan worden met degenen, die de taal kunnen lezen, want dat blijft ook nog wel een punt. Maar we proberen er alles aan te doen.

De voorzitter: Zo hoorde ik van de week, dat sinds kort de Nederlandse gebarentaal de derde officiële taal in Nederland is na Nederlands en het Fries. De heer Hoek: Bedankt voor de duidelijke beantwoording. Het was een helder verhaal. Ik ben blij, dat het college dezelfde zorgen heeft als WIJ. U zegt: we gaan met het platform van ‘pubers in de spotlight’ praten, we praten met jeugd- en jongerenwerk. Ik heb ook in mijn bijdrage er specifiek op aangedrongen om met de

20/21

jongeren zelf in contact te komen, want dat is vaak het manco. Wat je vaak hoort: er wordt zo vaak over ons gesproken en zo weinig met ons. Dan begrijp ik best dat als dat de vertegenwoordigers van jeugd- en jongerenwerk zijn. Maar wil je als gemeente de indruk geven dat je echt geïnteresseerd bent in jongeren, dan is het goed wanneer je ook daadwerkelijk zelf met hen in gesprek gaat. Dat wilde ik toevoegen. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik had eigenlijk nog een vraag aan de heer Hoek. Dat mag natuurlijk niet. Wat is de oplossing die hij zelf heeft bedacht? Het is altijd makkelijk om het aan het college te vragen. Maar ik wilde aan de wethouder vragen: wordt er ook nog aan ouderen gedacht in coronatijd, want dat is nu een doelgroep die we ook even overslaan. Ik begrijp de jongeren wel, maar de ouderen zullen wel geen carbid schieten, maar die hebben het ook rete lastig, wat doet u daar aan? Wethouder Van Tatenhove: Hoe een rondvraag tot een interessant debat kan uitvloeien. In reactie op meneer Hoek: ja, we zijn ook met de jongeren zelf in gesprek o.a. met de jongeren van de wipwap.

Ik weet niet of u op Insta zit, maar die jongeren nemen regelmatig vlogs op, waarbij ze collega jongeren interviewen en ook die jongeren hebben we rechtstreeks aan tafel zitten en daar zijn we mee in gesprek, want het is inderdaad belangrijk om het niet alleen aan hun vertegenwoordigers te vragen, maar ook aan henzelf. Ook voor de ouderen zijn we bezig. Volgens mij stond er in de Heraut en in Hart van Lansingerland van deze week ook iets over de voortzetting van wat eerst Heel Lansingerland Helpt heette, wat nu Samen Lansingerland heet. Die focussen samen met Humanitas, die de coördinatie van het project eenzaamheid heeft overgenomen nu heel specifiek op: hoe komen we in deze coronaperiode met onze ouderen toch op een leuke, goede, zinvolle, waardevolle manier door deze winterperiode heen. Ook daar is aandacht voor, gelukkig wel, want ook die doelgroep mogen we niet vergeten. De heer Erwich, L3B: Een hele korte vraag aan de wethouder, over de Pecto’s, want dat miste ik een beetje in haar uitleg. Hoe staat het daarmee? Wethouder Van Tatenhove: Ik weet niet precies wat u bedoelt, maar het pand is gereed. Dat wil zeggen, dat de verbouwing afgerond is. Het is klaar voor inrichting en ingebruikname door de jongeren. Ik ben er vorige week met mijn collega Fortuyn geweest, om in elk geval in een handeling de sleutel te overhandigen aan de jongeren.

Dat hebben we gedaan op meer dan 1,5 meter, want wij hebben de sleutel door gegooid naar de jongeren en zij hebben het op een later moment in het pand gevangen, maar toen waren wij alweer verdwenen. Dus zij mogen ermee aan de slag. De heer Lieverse, CU: Ik was benieuwd of er ook zomaar rondvragen kunnen opborrelen. Ik heb er ook nog wel een paar. De voorzitter: Maar die sta ik niet toe. De heer Lieverse: Dat hoopte ik al. De voorzitter, om 22.30 uur: We houden ermee op. We hebben een buitengewoon constructief overleg gehad over 2 moeilijke onderwerpen. Hartelijk dank daarvoor. Die hebben geleid tot hamerstukken, dus we zien ze niet terug in de raad. In deze samenstelling zien we elkaar volgend jaar weer. Ik wens u heel fijne feestdagen alvast. Blijf gezond. Ik sluit de vergadering.

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

21/21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=39235c42-bc3f-4c70-8024-b3e810ed95ef