[BR2500083] Verordening Burgerparticipatie Lansingerland 2026
Tekst van het document
Raadsvoorstel Gemeente Lansingerland
Onderwerp
Verordening Burgerparticipatie Lansingerland 2026
Portefeuillehouder
Michiel Muis
Registratienummer
BR2500083
Datum raad
26/02/2026
Gevraagde beslissing: 1. Verordening Inspraak en Interactieve beleidsvorming Lansingerland 2018 (T18.10633) in te trekken. 2. Verordening Burgerparticipatie Lansingerland 2026 (T25.04668) vast te stellen. 0. Samenvatting De gemeente start regelmatig nieuwe processen. Bij aanvang van elk nieuw proces denkt de gemeente na over burgerparticipatie: welke inwoners, ondernemers en/of maatschappelijke partijen nodigen wij uit om met ons mee te doen en hoe kunnen wij goed samenwerken? Burgerparticipatie dient verschillende doelen, zoals kennis en invloed delen, verschillende perspectieven op de zaak uitwisselen en de uiteenlopende belangen leren kennen. Op deze manier kan de raad weloverwogen besluiten nemen en is de samenleving actief onderdeel van de lokale democratie. Deze raadsperiode (2022-2026) is de intensivering en verbetering van burgerparticipatie een belangrijke wens en ambitie. Dit komt tot uiting in de praktijk en is vastgelegd in de Visie Burgerparticipatie Samen Besturen (2023), het uitvoeringsprogramma (2024) en nu in het sluitstuk: de verordening Burgerparticipatie Lansingerland 2026. Deze verordening regelt de burgerparticipatie wanneer de gemeente initiatiefnemer is. Ook regelt de verordening de interne procedure bij de gemeente wanneer inwoners en/of maatschappelijke organisaties een burgerinitiatief nemen en de gemeente ook uitnodigen mee te doen.
Ten slotte regelt de nieuwe verordening het uitdaagrecht: inwoners en/of maatschappelijke partijen kunnen voorstellen om de uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen. 1. Aanleiding/ context met tijdlijn In de Visie Burgerparticipatie van 2023 (T22.04931) heeft de raad vastgelegd hoe de gemeente Lansingerland wil samenwerken met inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Het voorbereiden van besluiten wil het gemeentebestuur samen met de samenleving doen. Het doel is de verschillende ervaringen en perspectieven mee te wegen in die besluiten en mensen te laten ervaren actief onderdeel te zijn van de lokale democratie. Dit doel stelt allerlei eisen aan het participatieproces. Door middel van een programma van leren en ontwikkelen, werkt de gemeente stap voor stap toe naar een praktijk waarin participatieprocessen steeds beter en vaker aan deze eisen voldoen (Uitvoeringsprogramma Visie Burgerparticipatie van juli 2024 –T24.03081). Het sluitstuk van dit proces van verbetering en doorontwikkeling van de burgerparticipatie in Lansingerland in deze raadsperiode, is de verordening Burgerparticipatie. Deze verordening is ook een verplichting op basis van de Wet versterking participatie op decentraal niveau (1 januari 2025).
Voor de gemeente Lansingerland betekent deze wet dat het aandachtsgebied van burgerparticipatie moet worden uitgebreid van beleidsvorming naar ook beleidsuitvoering en beleidsevaluatie. Bovendien worden het participatieplan en het verantwoordingsdocument vaste onderdelen van elk beleidsproces of onderdeel daarvan. De verordening Burgerparticipatie vervangt de verordening Inspraak en Interactieve Beleidsvorming Lansingerland 2018.
1
Raadsvoorstel Gemeente Lansingerland
De verordening Burgerparticipatie Lansingerland 2026 bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste regelt het de burgerparticipatie in die situaties waarin de gemeente inwoners, maatschappelijke partijen en/of ondernemers uitnodigt in gemeentelijke beleidsprocessen. Het tweede onderdeel van de verordening regelt de situaties waarin inwoners en/of maatschappelijke organisaties een initiatief voor een activiteit nemen en de gemeente vragen om ook een bijdrage te leveren. Een gevraagde bijdrage is niet per definitie geld. Het kan heel goed gaan om informatie, aandacht, kennis of een andere vorm van betrokkenheid. Zoals bij iedere uitnodiging, bepaalt de genodigde zelf wat deze wil en kan bijdragen. Er is geen verplichting. Deze bepaling (hoofdstuk 4, artikel 11) is opgenomen om de procedure te verduidelijken. Voor een ordentelijk proces is het wenselijk dat bedoelde initiatiefnemers zich eerst tot het college wenden. Het college zet de uitnodiging vervolgens door naar de geadresseerde. Dit kan zijn: de raad, de burgemeester of het college. Ten derde regelt de verordening het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om een voorstel te doen aan de gemeente om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen. Met dit zogenaamde uitdaagrecht blijft de gemeente uitvoering geven aan de Motie ‘Right to Challenge’ uit 2015.
Wanneer de raad om een reactie of besluit wordt gevraagd, bereidt het college deze voor. Dit geldt bij alle drie de onderdelen. 2. Maatschappelijk effect Met burgerparticipatie worden inwoners, maatschappelijke organisaties en/of ondernemers meer onderdeel van de actie in plaats van dat zij alleen worden voorzien van antwoorden, voorstellen en besluiten. Dus dat er meer samen met hen wordt bestuurd. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw neemt de inspraak van burgers gestaag toe. De participatieverordening is een nieuwe uitbreiding van de invloed van inwoners en anderen op wat er gebeurt in Lansingerland en hoe dit gebeurt. Het effect van de verordening zal zijn dat burgerparticipatie een vast onderdeel wordt van meer beleidsprocessen en in meer stadia van een beleidsproces. Er zal dus vaker burgerparticipatie plaatsvinden; het wordt steeds gewoner. Een ander effect van deze verordening is duidelijkheid over de procedure voor alle betrokken partijen wanneer inwoners en/of maatschappelijke organisaties de gemeente uitnodigen om een bijdrage te leveren aan hun initiatief voor een activiteit. Een mogelijk effect van deze verordening kan zijn dat de gemeente meer verzoeken tot de toepassing van het uitdaagrecht ontvangt.
Mogelijk leidt dit tot meer gemeentelijke taken die minstens even goed en/of tegen minstens dezelfde kosten worden uitgevoerd door inwoners en/of maatschappelijke partijen. Dit alles versterkt het democratisch samenleven: - zelf in actie komen voor iets dat van groter belang is dan het eigen belang; - de bevestiging dat er vele anderen nodig zijn om iets voor elkaar te krijgen; - er zijn altijd verschillende perspectieven op een zaak die er ook mogen zijn; - we hebben rekening met elkaar te houden, ook wanneer dit minderheidsstandpunten zijn.
2
Raadsvoorstel Gemeente Lansingerland
3. Argumenten 1.1 Alleen inspraak en burgerparticipatie bij beleidsvorming zijn niet langer in overeenstemming met de gemeentelijke visie op burgerparticipatie. De onderdelen van de verordening Inspraak en Interactieve beleidsvorming Lansingerland 2018 zijn ook opgenomen in de nieuwe verordening Burgerparticipatie Lansingerland 2026, maar de nieuwe verordening gaat verder. Burgerparticipatie gaat met de nieuwe verordening ook plaatsvinden bij beleidsuitvoering en beleidsevaluatie. Er zijn nog slechts twee situaties waarin geen burgerparticipatie plaatsvindt: noodzakelijke spoed en verantwoordelijkheid voor kwetsbare groepen. Ten slotte zijn relevante artikelen uit de Omgevingswet in de nieuwe verordening verwerkt. 2.1 De gemeente wil burgerparticipatie zorgvuldig organiseren. Hoe meer inwoners hun lokale overheid vertrouwen en betrouwbaar vinden, hoe gelukkiger zij zijn en hoe stabieler en succesvoller de samenleving. De verordening legt voor inwoners, maatschappelijke partijen en ondernemers vast wat zij mogen verwachten van de gemeente. Dit draagt bij aan de betrouwbaarheid van de gemeente. Voor vertrouwen is contact en wederkerigheid nodig. Zorgvuldig georganiseerde burgerparticipatie biedt dit.
Zodoende ervaren deelnemers ook dat het verkennen van de verschillende inbreng eerst leidt tot mogelijke combinaties hiervan en dat het pas in laatste instantie de meerderheid van de raad is die beslist. 2.2 De wet schrijft voor dat de gemeente burgerparticipatie vastlegt in een verordening. Op 1 januari 2025 trad in werking: de Wet versterking participatie op decentraal niveau. Deze wet verplicht gemeenten om inwoners een belangrijke rol te geven bij gemeentelijke vraagstukken door hen vroegtijdig en zorgvuldig te betrekken in beleidsprocessen. Gemeenten hebben twee jaar de tijd om hun inspraakverordening te vervangen door een participatieverordening. Verplicht onderdeel van de participatieverordening is het uitdaagrecht voor inwoners en maatschappelijke partijen. In Lansingerland hebben wij hier al (goede) ervaring mee. 4. Kanttekeningen 1.1 Er is blijvende aandacht en inzet nodig van raad, college en ambtelijke organisatie om deze verordening waar te maken. In Lansingerland is er nog weinig ervaring met burgerparticipatie bij beleidsuitvoering en beleidsevaluatie. Deze ervaring moet nog worden opgedaan. Ook zijn het maken van participatieplannen en verantwoordingsdocumenten nog geen vaste gewoonte bij elk beleidsproces. Dit moet het wel worden. Ten slotte maken bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen het nodig om bij te leren op het vlak van burgerparticipatie.
Voorbeelden zijn demonstraties, een democratiebegrip zonder erkenning van de belangen van minderheden, doorgaande acties ook nadat de raad al heeft besloten. Echter, de tijd, en daarmee geld, voor het organiseren van burgerparticipatie staat onder druk. De nieuwe gemeenteraad heeft hierin keuzemogelijkheden. De nieuwe raad kan ervoor kiezen om de verordening waardig maar sober toe te passen. Dit betekent tijdens een beleidsproces minder contactmomenten, maar wel op cruciale momenten. De nieuwe gemeenteraad kan er ook voor kiezen om te blijven investeren in de ontwikkeling van burgerparticipatie. Met kleine investeringen kan er bij enkele beleidsprocessen op onderdelen sprake zijn van co-creatie of zelfs samen beslissen. Met grotere investeringen kan dit bij meer beleidsprocessen en kan er bovendien worden geëxperimenteerd met nieuwe participatievormen.
3
Raadsvoorstel Gemeente Lansingerland
1.2 Het zorgvuldig en vroegtijdig betrekken van inwoners en anderen in beleidsprocessen betekent niet automatisch meer waardering voor het proces of de uitkomst ervan. Burgerparticipatie is zelf onderdeel van een democratisch proces. ‘Tijdig’, ‘zorgvuldig’, ‘oprecht contact’, ‘van invloed zijn’, dit zijn voorbeelden van begrippen waar verschillend betekenis aan wordt gegeven. Maar door vast te houden aan de waarden en uitgangspunten van de visie Burgerparticipatie, waar de verordening Burgerparticipatie op stoelt, is er wel een grotere kans op waardering van inwoners en zullen inwoners vaker het gevoel hebben eerlijk te worden behandeld door de gemeente. 5. Financiële consequenties met dekkingsvoorstel De kosten voor het organiseren van burgerparticipatie worden opgenomen in de begrotingen van de afzonderlijke beleidsprocessen. Bij de vaststelling van de begroting 2026-2029 zijn voor 2026 incidentele middelen beschikbaar gesteld voor begeleiding bij het verder leren en ontwikkelen en structurele middelen voor advies over het organiseren van burgerparticipatie. 6. Juridische aspecten Aan het uitdaagrecht, hoofdstuk 3 van de verordening, zitten enkele specifieke juridische kwesties. 1. Bij het uitdaagrecht moeten gemeenten de wettelijke aanbestedingsregels naleven.
Wanneer inwoners of maatschappelijke partijen een verzoek tot toepassing van het uitdaagrecht indienen bij het college en het bedrag overschrijdt een wettelijk bepaalde grens dan moet de gemeente een aanbestedingsprocedure starten. Dit betekent dat dan ook ondernemers kunnen dingen naar de uitvoering van de taak. 2. Wanneer de gemeente zelf een aanbestedingsprocedure start, kan de gemeente inwoners of maatschappelijke partijen ook stimuleren om mee te doen op basis van het uitdaagrecht. 3. Voor de verhouding tussen het uitdaagrecht en het aansprakelijkheidsrecht geldt het volgende. De gemeente heeft in bepaalde gevallen een risicoaansprakelijkheid. Bijvoorbeeld bij het onderhoud en gebruik van gemeentelijke gebouwen. Deze aansprakelijkheid kan niet worden overgedragen. Dit vereist dat de gemeente in het kader van het uitdaagrecht met de inwoners of maatschappelijke partijen hier afspraken over moet maken. Bijvoorbeeld is de vraag aan de orde wat de betrokken partijen doen om bepaalde risico’s te verkleinen. 7. Duurzaamheid n.v.t. 8. Extern draagvlak / burgerparticipatie De verordening Burgerparticipatie formaliseert de bestaande praktijk en breidt deze verder uit in het voordeel van inwoners, maatschappelijke partijen en ondernemers. Bovendien legt de verordening vast wat de gemeente momenteel maximaal kan waarmaken op het gebied van burgerparticipatie.
Vanwege deze twee redenen is er geen burgerparticipatie over deze verordening Burgerparticipatie georganiseerd. De Visie Burgerparticipatie; Samen Besturen van mei 2023 is wel het resultaat van een samen optrekken door gemeente en samenleving. Sindsdien zijn er vele - grote en kleinere - burgerparticipatieprocessen georganiseerd, ook in het kader van de Omgevingswet. De lessen hiervan worden in volgende processen toegepast.
4
Raadsvoorstel Gemeente Lansingerland
Wanneer de verordening is vastgesteld door de gemeenteraad, is dit aanleiding om inwoners, maatschappelijke partijen en ondernemers ook nog eens in het algemeen te informeren over hun mogelijkheden tot invloed en meedoen. Dit gebeurt via daarvoor geschikte communicatiekanalen. 9. Verdere procedure Jaarlijks doet het college verslag van de uitvoering van de verordening Burgerparticipatie 2026. Het college baseert zich hiervoor op de aparte verantwoordingsdocumenten van participatieprocessen en de evaluaties van taken die zijn uitgevoerd in het kader van het uitdaagrecht. Het college sluit hiervoor aan bij de cyclus van planning en controle.
Bijlagen 1. Verordening Burgerparticipatie Lansingerland 2026 (T25.04668) 2. Verordening Inspraak en Interactieve beleidsvorming Lansingerland 2018 (T18.10633)
5
Raadsbesluit Gemeente Lansingerland
Onderwerp
Verordening Burgerparticipatie Lansingerland 2026
Portefeuillehouder
Michiel Muis
Registratienummer
BR2500083
Datum raad
26/02/2026
De raad van de gemeente Lansingerland; Na het voorstel gelezen te hebben Op basis van de argumenten 1.1 Alleen inspraak en burgerparticipatie bij beleidsvorming zijn niet langer in overeenstemming met de gemeentelijke visie op burgerparticipatie. 2.1 De gemeente wil burgerparticipatie zorgvuldig organiseren. 2.2 De Wet versterking participatie op decentraal niveau schrijft voor dat de gemeente burgerparticipatie vastlegt in een verordening. Rekening te houden met - de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit.
Besluiten 1. Verordening Inspraak en Interactieve beleidsvorming Lansingerland 2018 (T18.10633) in te trekken. 2. Verordening Burgerparticipatie Lansingerland 2026 (T25.04668) vast te stellen.
Dit Raadsbesluit is vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn openbare vergadering van 26 februari 2026,
de griffier,
de voorzitter,
Eveline Hamelink-van Rens
Rik van der Linden