[BR2100087] Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
Tekst van het document
Onderwerp
Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
Portefeuillehouder
Titia Cnossen
Registratienummer
BR2100087
Datum Raad
23 december 2021
Gevraagde beslissing: De Verordening (T21.07191) op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (VCrk) 2022 van de gemeente Lansingerland vast te stellen. 0. Samenvatting Met de komst van de Omgevingswet gaan veranderingen gepaard. Eén van deze veranderingen is de komst van een nieuwe adviescommissie ruimtelijke kwaliteit. De aanleiding voor de nieuwe commissie is dat de taken en bevoegdheden van de huidige welstands- en erfgoedcommissie van rechtswege vervallen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met de Omgevingswet verandert het regime en de advisering over welstand en monumenten. De term ‘welstand’ komt niet meer terug in de Omgevingswet. Welstandaspecten kunnen straks in het Omgevingsplan of de daarop gebaseerde beleidsregels worden geregeld met regels over het uiterlijk van bouwwerken. Ook is er geen aparte grondslag meer voor een welstandscommissie oude stijl, zoals die nu is gebaseerd op de Woningwet. Het instellen van de Commissie ruimtelijke kwaliteit (hierna: Crk) is verplicht en valt onder ‘minimale actie 6’ van de lijst met minimale acties van de VNG en invoeringsspoor 3 VTH (vergunningverlening, toezicht en handhaving) zoals beschreven in ons projectplan (T21.01738) en het raadsbesluit van 3 juni 2021 (BR2100033).
Onderhavige door uw raad vast te stellen Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit biedt hiervoor de grondslag en wij baseren deze op de Modelverordening van de VNG. Advisering door de Crk is van belang omdat de gemeente zo wordt bijgestaan in het bewaken van de balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving met aandacht voor de verschillende aspecten van ruimtelijke kwaliteit. Met dit voorstel zorgen wij ervoor dat wij aan de wettelijke vereisten onder de Omgevingswet voldoen en wij de huidige werkwijze van advisering op ruimtelijke kwaliteit continueren en formaliseren. Dit komt ten goede aan de voorspelbaarheid van regelgeving richting inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden. 1. Aanleiding/ context met tijdlijn Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet is de grootste wetswijziging sinds de invoering van de Grondwet. Maar liefst 26 wetten (en meer dan honderd Algemene Maatregelen van Bestuur en ministeriële regelingen) op het gebied van ruimte, wonen, milieu,
1
natuur, water en infrastructuur worden erin samengevoegd. Er komt daarmee één integrale wet voor de fysieke leefomgeving die alle bestaande wetten op dat gebied vervangt. Als maatschappelijk doel van doel van de Ow, noemt artikel 1.3 Ow het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Het begrip ‘goede omgevingskwaliteit’ is een nieuw begrip en behelst meer dan de in het ruimtelijk bestuursrecht bekende term ‘goede ruimtelijke ordening’. Volgens de memorie van toelichting bij de Ow duidt het begrip op: “het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dier- en plantensoorten.” 1 De gemeente heeft de afgelopen jaren op verschillende manieren gewerkt aan de invoering van de Omgevingswet. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet de gemeente voor veel zaken meteen klaar staan. Dit jaar staat in het teken van de verdere voorbereiding. Hiervoor hanteren wij het overzicht van de VNG van 27 “Minimale acties Omgevingswet voor gemeenten”.
Dit schematische overzicht laat zien wat wij dit jaar als gemeente minimaal moeten regelen om klaar te zijn voor de invoering van de Omgevingswet. Wij hebben deze 27 minimale acties ondergebracht in vijf deelprojecten, ook wel sporen genoemd. Naast het overkoepelende spoor 0 (over ambities, strategie, aanpak, financiën en communicatie) gaat het om vijf sporen: 1. Omgevingsvisie, 2. Omgevingsplan, 3. Vergunningverlening, toezicht en handhaving, 4. Digitaal Stelsel Omgevingswet en 5. Veranderopgave. Zoals beschreven in ons projectplan (T21.01738) en het raadsbesluit van 3 juni 2021 (BR2100033), is één van deze acties: minimale actie 6 - het instellen van een gemeentelijke adviescommissie. Deze minimale actie is onder gebracht bij invoeringsspoor 3 VTH (vergunningverlening, toezicht en handhaving). Dit voorstel voor het instellen van de Commissie ruimtelijke kwaliteit (Crk) gaat hierover.
1
Memorie van Toelichting Ow, Kamerstukken II 2013-2014, 33962, nr. 3, p. 63
2
2. Maatschappelijk effect Goede omgevingskwaliteit is één van de drie maatschappelijke doelstellingen van de Omgevingswet, naast gezondheid en veiligheid. Hiermee is omgevingskwaliteit altijd één van de af te wegen belangen bij de besluitvorming over ingrepen in de fysieke leefomgeving. Aandacht voor en advisering over ruimtelijke kwaliteit is van belang omdat de gemeente op deze manier: de balans kan bewaken tussen een veilige en gezonde leefomgeving; de omgevingskwaliteit kan behouden en versterken; de omgevingskwaliteit doelmatig kan beheren, gebruiken en ontwikkelen ten gunste van maatschappelijke ontwikkelingen. De gedachte achter de Omgevingswet is dat wij initiatieven vanuit de samenleving faciliteren vanuit de ‘ja, mits’ gedachte. Waarbij wij rekening houden met de belangen van betrokkenen middels een zorgvuldige en integrale afweging.
3
3. Argumenten 3.1 Met dit voorstel voldoen wij aan de Omgevingswet Vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2022, is de gemeente verplicht om een commissie te hebben ingesteld die “in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument”. Met het instellen van de Crk op grond van de Omgevingswet voldoen wij aan dit minimum. Deze commissie is belangrijk omdat deze het college adviseert over de maatschappelijke doelstelling ‘goede omgevingskwaliteit’. Omgevingskwaliteit is immers altijd één van de af te wegen aspecten bij besluitvorming over ingrepen in de fysieke leefomgeving. Zodra de Omgevingswet inwerking treedt, vervallen de bevoegdheden van de huidige welstands- en erfgoedcommissie. Wel is er overgangsrecht over welstand en erfgoed. Zie voor meer informatie hierover het kopje ‘juridische aspecten’. 3.2 Met dit voorstel continueren en formaliseren wij de huidige werkwijze Op grond van de Omgevingswet is het minimumvereiste dat er een adviescommissie is die adviseert over rijksmonumenten. Bij de invoering van de Omgevingswet hebben wij gekozen voor een consoliderende aanpak. Dit betekent dat wij de Omgevingswet beleidsneutraal invoeren. De huidige werkwijze is dat de huidige erfgoed- en welstandcommissie een bredere adviestaak hebben, dan de advisering over rijksmonumenten.
Om de huidige werkwijze in stand te houden, is ons voorstel aan uw raad om de huidige bevoegdheden van de bestaande welstands- en erfgoedcommissie op te laten gaan in de bevoegdheden van de nieuwe Crk. Concreet betekent dit dat de Crk een bredere adviesbevoegdheid heeft dan onder de Omgevingswet is vereist. Dit komt de continuering van de huidige werkwijze ten goede, alsmede aan de voorspelbaarheid van regelgeving over welstands- en erfgoedaspecten voor inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Dat de nieuwe Crk adviseert over een breder palet aan aspecten dan alleen rijksmonumenten is in lijn met een motie van de Tweede Kamer die een bredere adviestaak voorstaat dan wettelijk voorgeschreven. Het is in de transitieperiode aan de gemeente om welstand en erfgoed in samenhang met de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan te bezien en de vraag te beantwoorden wat we voor een gemeente we ten aanzien van deze thema’s willen zijn. 3.3 Met het vaststellen van de verordening worden de bevoegdheden van de Crk met de juiste juridische grondslag in het leven geroepen. Met bijgevoegde verordening T21.07191 continueren wij het huidige beleid en formaliseren we de werkwijze van advisering op ruimtelijke kwaliteit.
4
4. Kanttekeningen 4.1 Ruimtelijke kwaliteit wordt ook een onderwerp van het Omgevingsplan in de transitiefase 2022-2029 Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ervan rechtswege een tijdelijk Omgevingsplan. Wij hebben tot 2030 de tijd om de daarin vervatte regelgeving gefaseerd om te zetten naar het nieuwe Omgevingsplan. Dit heet de transitiefase. Daarover volgt separaat raadsvoorstel “Plan van aanpak omgevingsplan 2022-2029” (T21.06290). Dit is minimale actie 16. In deze periode nemen we opnieuw onder de loep hoe wij als gemeente met ruimtelijke kwaliteit willen omgaan. 5. Financiële consequenties met dekkingsvoorstel We verwachten dat we dit voorstel budgetneutraal kunnen invoeren. Mocht dat niet het geval zijn, dan komen we daar bij uw raad op terug. 6. Juridische aspecten Artikel 17.9, eerste lid, Omgevingswet Artikel 17.9, eerste lid, Omgevingswet, verplicht de gemeenteraad tot het aanwijzen van: “een commissie in die in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, met betrekking tot een monument.
Binnen deze commissie zijn enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg, die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een rijksmonumentenactiviteit.” Verschil met de huidige situatie en overgangsrecht Onder het huidige regime stelt de gemeenteraad op grond van de Woningwet (Ww) een welstandsnota vast. Hieraan toetst de welstandscommissie aan haar ter advisering voorgelegde aanvragen om een omgevingsvergunning. De huidige Commissie cultureel erfgoed adviseert op grond van de Erfgoedverordening over cultuurhistorische aangelegenheden. Waaronder aanvragen om een omgevingsvergunning voor een monumentactiviteit en het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. Overgangsrecht welstand Hierbij is het belangrijk om op te merken dat de huidige welstandsnota op basis van het overgangsrecht van de Ow ná inwerkingtreding wordt aangemerkt als eerdergenoemde beleidsregel uit artikel 4.19 Ow, aan de hand waarvan de regels over het uiterlijk van bouwwerken in het omgevingsplan, worden uitgelegd.2 De zogenoemde ‘bruidsschat’, die ter voorkoming van een ‘regelvacuüm’ in de overgangsfase van rijkswege regels meegeeft die onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bevat regels over de
2
Artikel 4.114 Invoeringswet Omgevingswet
5
welstandstoets in die overgangsfase.3 Deze regels gelden totdat de gemeenteraad het uiterlijk van bouwwerken op een andere wijze in het omgevingsplan heeft gereguleerd. In artikel 22.29 van de ‘bruidsschat’ is geregeld dat de preventieve toets aan de welstandsregels in de overgangstermijn blijft gelden. Dat betekent dat in de overgangsfase vergunningaanvragen nog steeds vooraf aan de huidige welstandsnota moeten worden getoetst. In artikel 22.7 van de ‘bruidsschat’ staat het repressieve welstandstoezicht, bekend als de mogelijkheid om achteraf tegen welstandsexcessen op te treden. Overgangsrecht erfgoed De regels uit onze Erfgoedverordening (waaronder de vergunningplichten) behouden eveneens hun gelding tot het moment dat bij koninklijk besluit wordt bepaald dat er een definitief omgevingsplan moet zijn. Dit volgt uit artikel 22.4 Ow. Daarin wordt het rechtsgevolg uit artikel 122 Gemeentewet, dat lagere regels van rechtswege vervallen zodra daarin in een hogere regeling is voorzien, uitgeschakeld. Hiermee wordt dus voorkomen dat vanaf het moment van inwerkingtreding van de Ow, waarin hogere regels staan over de fysieke leefomgeving, de regels uit onze Erfgoedverordening die ook betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals vergunningplichten voor monumentactiviteiten, vervallen.
Op basis van artikel 22.8 Ow geldt dat voor zover op grond van een bepaling in een gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist voor een geval waarin regels over de fysieke leefomgeving op grond van artikel 2.7, eerste lid, Ow alleen in het omgevingsplan mogen worden opgenomen (zoals de vergunningplicht voor het wijzigen van een monument uit onze erfgoedverordening), een zodanige bepaling als een verbod geldt om zonder omgevingsvergunning een activiteit te verrichten als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, Ow. Dit betekent dat in de overgangstermijn het nog steeds verboden blijft om zonder omgevingsvergunning een monumentactiviteit uit te voeren. 7. Duurzaamheid Niet van toepassing. 8. Extern draagvlak / burgerparticipatie Met het instellen van de Crk wordt aan de wettelijke grondslag van de Omgevingswet voldaan. Terwijl wij de huidige werkwijze van advisering continueren. Dit houdt geen verandering ten opzichte van het huidige beleid in. Daarom is er in dit stadium geen aanleiding om een burgerparticipatietraject te starten. Omwille van een goede samenwerking en continuering van de bestaande werkwijze, hebben wij de huidige commissieleden geïnformeerd. 9. Verdere procedure Na instemming met dit voorstel door uw raad, bereiden wij het voorstel voor de benoeming van de beoogde leden van de nieuwe Crk voor dat wij aan uw raad voorleggen.
Na het instellen van de Crk en het benoemen van de leden, zijn wij als gemeente in staat om de advisering van 3
Hoofdstuk 7 Invoeringsbesluit Omgevingswet, Stb. 2020, 400.
6
ruimtelijke kwaliteit te continueren. Wij informeren de betrokken stakeholders, waaronder de Vereniging Dorp, Stad en Land. Op het moment dat de welstandsnota omgezet wordt van het tijdelijke naar het nieuwe Omgevingsplan, houden we dit onderwerp over de volle breedte tegen het licht. Dan bekijken we hoe we om willen gaan met het doorlopen van de beleidscyclus en beantwoorden we de vraag welke koers wij willen varen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Als dit leidt tot een aanpassing van beleid, is het van belang de advisering van de Crk hierop te laten aansluiten. Bijlagen 1. Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (T21.07191).
7
Datum Raad
23 december 2021
Registratienummer
BR2100087
Onderwerp
Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
De raad van de gemeente Lansingerland; Na het voorstel gelezen te hebben Op basis van de argumenten - met dit voorstel voldoen wij aan de Omgevingswet; - met dit voorstel continueren en formaliseren wij de huidige werkwijze; - met het vaststellen van de verordening worden de bevoegdheden van de Crk met de juiste juridische grondslag in het leven geroepen. Rekening te houden met - artikel 17.9, eerste lid van de Omgevingswet.
Besluit(en) De Verordening (T21.07191) op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (VCrk) 2022 van de gemeente Lansingerland vast te stellen. Dit Raadsbesluit is vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn openbare vergadering van 23 december 2021,
de griffier,
Bert Schouten
8